CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjaren Perspectief Ruimte 2021.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) 202139.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

MPR 2021 Meerjaren Perspectief Ruimte

Mei 2021 Kenmerk: 8749704

MPR2021 | Mei 2021

1/102

Colofon

In opdracht van Ontwikkelorganisatie Ruimte

Internet https://www.ruimtelijkeprojectenutrecht.nl/

Fotografie Merijn van der Vliet

MPR2021 | Mei 2021

2/102

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Samenvatting

7

3

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

15

4

De opgave voor Utrecht

17

4.1

Wonen

17

4.2

Werken

25

4.3

Duurzame mobiliteit

28

4.4

Gezond leefklimaat met ruimte voor groen

31

4.5

Energie

37

5

Gezonde gebiedsontwikkeling

39

5.1

Centrum (Stationsgebied/ Binnenstad)

39

5.2

Zuidwest (inclusief Merwedekanaalzone)

41

5.3

Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern inclusief Rijnenburg

43

5.4

Utrecht Science Park (USP) en Rijnsweerd

46

5.5

Noordoost, Oost en Zuid

47

5.6

West en Noordwest

49

5.7

Overvecht

50

6

Actualisatie financieel beeld: integraal investeringspakket, investeringsimpuls RSU, meerjarenprogramma bereikbaarheid, grondexploitaties en Merwedekanaalzone 53 6.1

Integraal investeringspakket

53

6.2

Investeringsimpuls RSU

64

6.2.1

Herprogrammering

65

6.2.2

Middelen betaalbaar wonen

65

6.2.3 Voorziening meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties en bestedingsvoorstel meerwaardeafdracht 65 6.3

Actualisatie meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB)

67

6.3.1

Budget beschikbaar voor herprogrammering

69

6.3.2

Inpassing van knelpunten en wensen en overige actualisatie

70

6.3.3

Financieel beeld programma bereikbaarheid t/m 2040

77

6.3.4

De stand van de reserve bereikbaarheid

79

6.4

Actualisatie Parkeerexploitatie

80

6.5

Financieel beeld gebiedsopgaven

86

6.5.1

Parameters en uitgangspunten bij de actualisatie van grondexploitatieprojecten

86

6.5.2

Financieel beeld binnenstedelijke grondexploitatieprojecten

88

6.5.3

Financieel beeld grondexploitatie Leidsche Rijn

96

6.5.4

Financieel beeld grondexploitatie Stationsgebied

98

6.5.5

Financieel beeld Merwedekanaalzone

99

MPR2021 | Mei 2021

3/102

1 Inleiding De meest recente bevolkingsprognose laat zien dat Utrecht in de toekomst hard blijft groeien. De verwachting is dat Utrecht in 2027 het aantal van 400.000 inwoners passeert en in 2040 meer dan 450.000 inwoners heeft. De groei brengt een enorme opgave met zich mee door de hiermee gepaard gaande vraag naar woningen, groen, voorzieningen, banen, mobiliteit en (duurzame) energie. De klimaat-, woningmarkt- en coronacrisis, met zowel effecten op korte als lange termijn, laten zien dat de opgave op veel terreinen nu al urgent is.

Foto: Catharijnesingel De groei biedt kansen om onze ambities voor gezond stedelijk leven voor iedereen te versterken door de groei te benutten om onze stad een kwaliteitsimpuls te geven op alle terreinen. We willen dat de groei in balans blijft met een toename van groen in de stad, groei van het aantal banen en voorzieningen, passende infrastructuur en met de ambities op het terrein van energietransitie en daarnaast ook het cultureel erfgoed meer zichtbaar maken. Op die manier kunnen we gezond en evenwichtig groeien. De concept Ruimtelijke Strategie 2040 (RSU) is een koersdocument waarin de voorwaarden staan waaraan het definitieve plan voor de toekomst van Utrecht moet voldoen en laat de integrale samenhang zien van de grote opgaven waar onze stad voor gesteld staat. Het realiseren van onze ambities t.a.v. gezond stedelijk leven is alleen mogelijk door samenhang aan te brengen tussen gebiedsontwikkeling, groen, maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit en de investeringen die we hierin doen. De onderlinge verbondenheid van de opgaven vraagt om het tijdig en in samenhang programmeren van de beschikbare middelen. In de concept RSU is opgenomen dat de totale investeringsopgave tot 2040 circa 7,1 miljard euro bedraagt en dat dit vraagt om het mobiliseren van alle mogelijke investeringsmiddelen. De concept

MPR2021 | Mei 2021

4/102

RSU is begin dit jaar voor inspraak vrijgegeven. In juni of juli neemt de gemeenteraad naar verwachting een besluit over de RSU. De RSU geeft koers aan ons eigen handelen. Hoe we dat doen geven we weer in dit MPR. De RSU is ook de basis voor onze inbreng in documenten over ruimtelijk beleid die we samen maken met Rijk, regio en andere partners. En het geeft richting aan onze lobbytrajecten. In de U10 werken we aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Hierin verbinden we de opgaven en de kansen van de stad aan die van de gemeenten om ons heen. Besluitvorming over het IRP verwachten we in 2021. Wat we doen in de stad is niet alleen in lijn met wat we doen in de regio, maar ook met nationale ontwikkelingen. Samen met Rijk en regio hebben we daarom het ontwikkelperspectief ‘Utrecht nabij’ opgesteld. Dit perspectief is gericht op de lange termijn (globaal 2030-2040). Het perspectief op hoofdlijnen wordt nu verder verdiept in een aantal gebiedsstudies en een thematische verdieping specifiek op mobiliteit. Zoals hierboven al is aangegeven, is voor de ontwikkeling van stad en regio de ‘hele barcode’ noodzakelijk. Een grote belangrijke stap hierin, ook financieel, is een sprong in het mobiliteitssysteem.

Een aanvraag van 2,1 miljard euro voor de aanleg van een nieuw treinstation Lunetten-Koningsweg en twee lightraillijnen bij het groeifonds, werd vrijdag 9 april door het demissionair kabinet afgewezen. We richten ons op de formerende partijen en het nieuwe kabinet. De investeringen in bereikbaarheid blijven noodzakelijk voor de bouw van 73.000 woningen en de komst van 50.000 extra arbeidsplaatsen. Wij zullen moeten bijdrage aan de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV, passend bij een miljardeninvestering van het Rijk. Integraal programmeren en het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) Het Meerjaren Perspectief Ruimte geeft aan hoe we er op dit moment voor staan met de uitvoering en planontwikkeling van de thematische en gebiedsgerichte opgaven. Ten opzichte van vorig jaar hebben we de thematische opgave Energie toegevoegd en werken we eraan om, in lijn met de RSU, de opgave ten aanzien van de benodigde maatschappelijke voorzieningen verder te integreren. Als we de voortgang van de opgaven confronteren met de RSU zien we waar bijsturingen en investeringen noodzakelijk zijn. Met dit doel is een integrale meerjarige investeringsopgave inzichtelijk gemaakt (zie geheime bijlage Meerjarige investeringsopgave 2021-2040) met daarin investeringsvoorstellen inclusief de nog in te plannen maatschappelijke voorzieningen.

Het indicatieve overzicht bevat investeringsvoorstellen die randvoorwaardelijk zijn voor behoud van het bestaande kwaliteitsniveau, voor het realiseren van groei op korte termijn en voor verdere groei en investeringen voor een extra kwaliteitsimpuls. Daarbij is het huidige Meerjaren Perspectief Ruimte, dat uitgaat van gemiddeld 3.000 woningen per jaar, als basis genomen en zien we dat de RSU extra ambities toevoegt voor groen, werk, voorzieningen en energie. Deze meerjarige investeringsopgave geeft uiteraard nog niet het totale beeld van uitvoering van de RSU 2040, een aantal onderdelen zal nader moeten worden uitgewerkt in lijn met besluitvorming over de RSU 2040. De meerjarige investeringsopgave is vervolgens vertaald in een integraal investeringspakket met daarin de meest noodzakelijke investeringen voor dit moment en een gezonde balans in de verschillende thema’s van de barcode. Dit investeringspakket draagt bovendien bij aan een noodzakelijk economisch herstel en sluit aan bij de richting om met een offensieve strategie de crisis uit te komen. In hoofdstuk 6 lichten we aan de hand van de barcode thema’s toe uit welke investeringsvoorstellen het investeringspakket is opgebouwd. Voor de benodigde dekking is naar de beschikbare financiële ruimte binnen de afzonderlijke bestaande dekkingsbronnen gekeken zoals in onderstaand figuur is weergegeven.

MPR2021 | Mei 2021

5/102

Dit MPR bevat de (her)programmering van de beschikbare middelen binnen de dekkingsbronnen Investeringsimpuls RSU, de grondexploitaties, erfpacht, Meerjaren Programma Bereikbaarheid (MPB), de parkeerexploitatie en geeft richting aan de middelen van groen (MGP). Het Meerjaren Groenprogramma - Ruimte voor Groen uitvoeringsprogramma 2021-2025, als bijlage bij het MPR, geeft inzicht in het jaarlijks investerings-en uitvoeringsprogramma van de gemeente om de stad te vergroenen en toekomstbestendig te maken. De keuzes voor investeringen en bijsturing worden in het MPR en Voorjaarsnota (investeringsagenda groei) voorgelegd aan de Raad, waarmee het MPR een sturingsinstrument vormt voor de Raad. Leeswijzer In hoofdstuk 3 gaan we in op de concept RSU 2040. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 4 de Utrechtse opgave aan de hand van vijf thema’s; wonen, werken, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat en groen en energie. Hoofdstuk 5 beschrijft per gebied de specifieke opgaven, gerelateerd aan deze thema’s. De opgave is de basis voor de financiële actualisaties. In hoofdstuk 6 wordt tenslotte het integrale investeringspakket geschetst en beschrijven we de financiën Investeringsimpuls RSU, de financiële actualisaties meerjarenprogramma bereikbaarheid, de parkeerexploitatie, de grondexploitaties en het financiële beeld Merwedekanaalzone in hoofdstuk 6.

Verder is de leeswijzer ‘programmering autorisatie investeringen’ als bijlage bijgevoegd.

MPR2021 | Mei 2021

6/102

2 Samenvatting De bevolkingsprognose laat zien dat Utrecht hard blijft groeien. Deze groei brengt een enorme opgave met zich mee door de hiermee gepaard gaande vraag naar woningen, groen, voorzieningen, banen, mobiliteit en (duurzame) energie. De klimaat-, woningmarkt- en coronacrisis, met zowel effecten op korte als lange termijn, laten zien dat de opgave op veel terreinen nu al urgent is. In de afgelopen periode is gewerkt aan de concept Ruimtelijke Strategie 2040 (RSU). In dit koersdocument staan de voorwaarden waaraan het definitieve plan voor de toekomst van Utrecht moet voldoen en laat de integrale samenhang zien van de grote opgaven waar onze stad voor gesteld staat. Om te komen tot een evenwichtige verdeling wordt in de concept RSU 2040 de Utrechtse Barcode geïntroduceerd. Hiermee is te zien of er een gezonde en evenwichtige verdeling is van woningen, werk, mobiliteit, groen, energie en voorzieningen voor onderwijs, winkels, zorg, sport, cultuur en recreatie. In juni of juli neemt de gemeenteraad naar verwachting een besluit over het koersdocument. Integraal programmeren en het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) Het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) geeft aan hoe we er op dit moment voor staan met de uitvoering en planontwikkeling van de thematische en gebiedsgerichte opgaven in relatie tot de RSU.

Als we de voortgang van de opgaven confronteren met de RSU zien we waar bijsturingen en investeringen noodzakelijk zijn. De keuzes voor investeringen en bijsturing worden in het MPR en Voorjaarsnota (investeringsagenda groei) voorgelegd aan de Raad, waarmee het MPR een sturingsinstrument vormt voor de Raad. Dit MPR bevat de (her)programmering van de beschikbare middelen binnen de dekkingsbronnen Investeringsimpuls RSU, de grondexploitaties, erfpacht, meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) en geeft richting aan de middelen van groen (MGP). De totale investeringsopgave tot 2040 is geraamd op circa 7,1 miljard euro. Met de RSU 2040 werken we verder toe naar één integrale stedelijke investeringsagenda met verschillende dekkingsbronnen, waaronder de groeimiddelen. Bij de verdere uitwerking worden gemeentelijke (meer)opbrengsten in de fysieke leefomgeving betrokken zoals grondexploitatie, erfpacht, parkeerregime en mogelijke bijdragen van baathebbers (zoals bijvoorbeeld via een Fonds Bovenwijks). Als bijlage bij het MPR is een integrale meerjarige investeringsopgave 2021-2040 inzichtelijk gemaakt met daarin investeringsvoorstellen inclusief de nog in te plannen maatschappelijke voorzieningen. Daarbij is het huidige MPR, dat uitgaat van gemiddeld 3.000 woningen per jaar, als basis genomen en zien we dat de RSU extra ambities toevoegt voor groen, werk, voorzieningen en energie.

De meerjarige investeringsopgave is vervolgens vertaald in een integraal investeringspakket gericht op een gezonde balans in de verschillende thema’s van de barcode. Naast de (her)programmering van de beschikbare middelen binnen de dekkingsbronnen in voorliggend MPR wordt in de Voorjaarsnota voorgesteld om de financiële ruimte groeikader, de beschikbare ruimte in de reserve grondexploitatie en de verwachte meeropbrengsten in de grondexploitatie Leidsche Rijn in te zetten voor dit investeringspakket. Zoals hierboven beschreven lichten we in het MPR de thematische en gebiedsgerichte opgaven toe en laten we zien welke stappen we zetten in het realiseren van de ambities van de RSU. Ten opzichte van vorig jaar hebben we de thematische opgave Energie toegevoegd. We werken eraan om, in lijn met de concept RSU 2040, de opgave ten aanzien van de benodigde maatschappelijke voorzieningen verder te integreren.

MPR2021 | Mei 2021

7/102

Wonen Wij werken -op stedelijk niveau en via projecten en gebiedsontwikkelingen- zowel aan een duurzaam hoge bouwproductie als aan het op peil houden van de sociale voorraad en een inhaalslag in het middensegment. Het beeld in dit MPR onderschrijft dat die ambities centraal moeten blijven staan en deze opgave urgent is. Het percentage reguliere sociale huur in de plancapaciteit is met 32% nog niet voldoende gegeven het streven deze voorraad richting 2040 op peil te houden (35%). Het aandeel middenhuur in de bestaande voorraad blijft gering (12%) en de behoefte aan woningen in het middensegment (koop/huur) groot wat vraagt om een inhaalslag te maken in dit segment. We blijven hierop sturen in projecten. Met betrekking tot de bouwproductie is 2020 een goed jaar geweest en zijn er fors meer woningen in aanbouw gegaan dan in de peilstok SO 2020 geprognosticeerd. De verwachte productie voor 2021 komt uit op 2.800-3.100 woningen en neemt naar verwachting in de twee jaren erna toe. Om nog beter de voortgang van de planontwikkelingen te bewaken hebben we voor het eerst extra aandacht voor de (grote) projecten met meer dan 250 woningen. Ondanks corona loopt de planvorming van deze projecten/gebiedsontwikkelingen volop door. Waar de planning start bouw is bijgesteld, blijkt dat de redenen voor planningswijzigingen zeer uiteenlopend zijn.

De financiële ruimte die bij de Programmabegroting 2021 in coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’ is bestemd, draagt de komende jaren bij aan versnelling en het voorkomen van vertraging omdat het de benodigde gemeentelijke capaciteit om te werken aan initiatieven en planontwikkelingen vergroot. Via de kopgroep van het Stadsakkoord Wonen houden wij ook dit jaar de vinger aan de pols van de (mogelijke) effecten van de coronacrisis op de bouwopgave en de planontwikkeling.

Foto: Leeuwesteyn Als het gaat om de plancapaciteit is het van groot belang om te werken aan het ‘harder’ maken en verzilveren van de plannen op de middellange termijn die al in de pijplijn zitten (periode 2025-2030). Voor de periode na 2030 wordt de plancapaciteit verder versterkt en uitgebreid met voorstellen die in de RSU 2040 worden vastgelegd. Dit vraagt ook om randvoorwaardelijke investeringen in mobiliteit, groen en voorzieningen zoals in de concept RSU 2040 is aangegeven. Tegelijkertijd zien we een urgent vraagstuk op de korte termijn. Daarom is het noodzakelijk om aanvullend aan de structurele MPR2021 | Mei 2021

8/102

gebiedsontwikkelingen volop in te zetten op flexwonen en het kijken naar de (tijdelijke) mogelijkheden van bestaand (eigen) vastgoed. Met de STUW corporaties is afgesproken hier de komende periode extra inspanning op te leveren. Door de ontwikkeling van de huizenprijzen in Utrecht staat het betaalbare koopsegment onder forse druk staat. Wij werken daarom aan een Actieplan betaalbare koop dat de raad voor de zomer ter besluitvorming ontvangt. Daarbij is het van belang om niet alleen te kijken naar de betaalbaarheid, maar ook naar de kwaliteit van dit segment en hoe we hier in gebiedsontwikkelingen (binnen de gemeentelijke mogelijkheden) op kunnen sturen. Tot slot werken we binnen de projecten -op basis van de doelstellingen van het convenant Studentenhuisvesting- aan het vergroten van het aandeel onzelfstandige studenteneenheden in programma’s. Werken Utrecht is een economisch sterke, competitieve regio en dat willen we zo houden. Daarom dragen we zorg voor een gezond economisch ecosysteem en een aantrekkelijk vestigings- en investeringsklimaat. We willen dat werkgelegenheid meegroeit met de groei van onze beroepsbevolking. We zetten in op die banen en competenties waarvan we verwachten dat ze in de toekomst nog steeds relevant zijn. En we zetten in op die ondernemers die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen waar de stad voor staat.

Zodat banen, opleidingen en investeringen bijdragen aan brede welvaart, aan gezond stedelijk leven voor iedereen. Daarmee zijn we een van de eerste regio’s in Nederland die maatschappelijke opgaven leidend laat zijn voor de economische ontwikkeling. We focussen ons op vier marktgroepen: ‘IT & digitale vaardigheden’, ‘gezondheid’, ‘onderwijs’ en ‘bouw, techniek & energietransitie’. We zien een aantal (internationale) ontwikkelingen die van invloed zijn op deze opgave en door de coronacrisis deels worden versneld zoals verdere digitalisering (met gevolgen voor o.a. retail) en automatisering in industrie, maar ook in zakelijke dienstverlening. Samen met ondernemers werken we ondermeer aan plannen om leegstand in winkelcentra zoveel mogelijk te beperken en ondernemers zo snel mogelijk terug te laten veren van de crisis (een eerste aanzet is gegeven met het plan ‘Morgen Mooier Maken’). Voor wat betreft kantoren voorzien we een structuurverandering: een deel van de grote kantoorgebruikers zullen bij het oversluiten van huurcontracten minder ruimte gaan afnemen; tegelijk weten we dat een deel ook zijn bestaande kantoorvolume in de stad zal aanhouden, dat sommigen zelfs zullen intensiveren in de stad. Om de werkgelegenheid in balans te houden met de bevolkingsgroei zijn er tot 2040 in de regio 80.000 extra banen nodig, waarvan ongeveer 70.000 in onze stad.

Hiervoor hebben we een goede uitgangspositie. Maar de match tussen de vraag naar en het aanbod van werklocaties - kantorenlocaties, bedrijventerreinen en (informele) werklocaties - staat onder druk. Veel van de huidige werklocaties zitten vol en zelfs onder het niveau van frictieleegstand, en het merendeel van de locaties voor bedrijventerreinen is vergeven. Met Strijkviertel wordt het laatste geprogrammeerde bedrijventerrein uitgegeven. Dit maakt het steeds lastiger een goede plek te vinden voor groeiende bedrijven die zich al in Utrecht bevinden of die zich van elders hier willen vestigen. Omdat vitale winkelgebieden essentieel zijn voor het voorzieningenniveau in wijken moeten we in Utrecht ook aandacht houden voor de kwaliteit van de winkelgebieden en de transformatie van pure aankoopplaatsen naar ontmoetingsplaatsen. Om onze ambitie waar te maken werken we een plan van aanpak uit voor de meest kwetsbare winkelgebieden. Om de schaarse ruimte zo optimaal mogelijk te benutten hanteren we de volgende ruimtelijke principes: ▪ We verdichten, bij zowel bestaande als nieuwe locaties: het aantal banen per hectare moet omhoog, mits passend bij de karakteristiek van de werklocatie (dus geen intensieve kantorenbanen op bedrijventerreinen toevoegen, maar daar passende intensieve bedrijventerreinenbanen realiseren.

MPR2021 | Mei 2021

9/102

▪ ▪

▪

Dit realiseren we bij voorkeur rondom grote OV-/stedelijke knooppunten, om de drukke verkeersstromen van en naar de werklocaties zoveel mogelijk in goede banen te leiden en landschap en groen te beschermen. Functiemenging van wonen, werken en voorzieningen is het standaard uitgangspunt, tenzij dit echt niet past. Deze functiemenging vindt voor een belangrijk deel in wijken plaats waar 24.000 van de beoogde 70.000 banen aan nieuwe werkgelegenheid terecht moet komen. Naast de behoefte aan werkfuncties en-locaties in wijken vanwege de nabijheid van klanten, zorgt werk ook een levendige omgeving in wijken. We blijven inzetten op concentratie van retail in compacte, toekomstbestendige winkelgebieden binnen de retailhoofdstructuur uit de concept RSU. We voegen alleen nieuwe retailconcentraties toe bij gebiedsontwikkelingen en met een omvang die passend is bij het draagvlak en rekening houdend met de omliggende voorzieningenstructuur.

Duurzame mobiliteit Utrecht staat de komende decennia voor de uitdaging om de stad en de regio bereikbaar en aantrekkelijk te houden. Mobiliteit is hierin randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. We actualiseren daarom dit jaar het mobiliteitsplan. Het concept mobiliteitsplan 2040 is opgesteld in samenhang met de concept Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Daarmee is een sterkere relatie gelegd met de verstedelijkingsopgave.

Foto: Busbaan Dichterswijk We werken aan een sterke omslag naar duurzame mobiliteit, met nadruk op gezondere en meer ruimteefficiënte wijzen van verplaatsen, zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer en we investeren structureel in verkeersveiligheid. Voor de langere termijn bereiden we het mobiliteitssysteem van de toekomst voor (de systeemsprong). De projecten en maatregelen worden via het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) geprogrammeerd. Bij de jaarlijkse actualisatie van het MPB worden de beschikbare budgetten ingezet om knelpunten op lopende projecten op te lossen en om nieuwe investeringen te programmeren. Naast het oplossen van knelpunten op lopende projecten regelen we bij deze actualisatie de resterende bijdragen voor no regretmaatregelen U-Ned en de Korte Termijn Aanpak. Hiermee voldoen we aan onze MPR2021 | Mei 2021

10/102

bestuurlijke afspraken uit het BO MIRT. Daarnaast sparen we aanvullend voor de As Votulast en programmeren we middelen voor het herstel van de fietsroute Waterlinieweg/Opaalweg, pilot speedpedelec, toegankelijke bushaltes, goederen vervoer en deelmobiliteit. Voor de langere termijn blijft Utrecht zich inzetten op de aanleg van een nieuw treinstation LunettenKoningsweg en twee lightraillijnen. Een aanvraag van 2,1 miljard euro voor de aanleg hiervan bij het groeifonds, werd vrijdag 9 april door het demissionair kabinet afgewezen. We richten ons op de formerende partijen en het nieuwe kabinet. De investeringen in bereikbaarheid blijven noodzakelijk voor de bouw van 73.000 woningen en de komst van 50.000 extra arbeidsplaatsen. Wij zullen moeten bijdrage aan de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV, passend bij een miljardeninvestering van het Rijk. Daarom reserveren we binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid 32 miljoen euro, als eerste stap richting deze bijdrage. Met de inpassing van deze investeringen is er vanuit het programma bereikbaarheid voor de aankomende jaren echter beperkte financiële ruimte voor nieuwe investeringen. Het huidige financiële beeld laat zien dat het programma bereikbaarheid tot 2028 vrijwel volledig is geprogrammeerd met projecten of gereserveerd voor nog in te passen projecten.

En dit terwijl we op basis van de inzichten vanuit U Ned een financiële opgave verwachten van enkele miljarden tot 2040, afhankelijk van de gekozen oplossingen met rijk en regio. Gezond leefklimaat met ruimte voor groen Utrecht wil een gezonde, duurzame en circulaire stad zijn waar mensen wonen, werken en verblijven in een gezond leefklimaat. Met de keuze voor binnenstedelijke verdichting vinden we een hoogwaardige, groene en toegankelijke openbare ruimte van groot belang met voorzieningen om de groei op te vangen. De leefomgeving wordt zoveel mogelijk klimaatbestendig ingericht, zodat we voorbereid zijn op veranderingen in het klimaat. Ook werken we aan gezonde lucht, een prettig en acceptabel geluidsniveau en een gezonde flora en fauna in en om de stad. Wat betreft circulariteit willen we in 2050 een stad zijn die volledig draait op hernieuwbare materialen en die afval gebruikt als grondstof. Vanuit de klimaatopgave, vanuit de verduurzaming van de stad en vanuit gezondheid is meer groen een noodzaak. Dat betekent dat wij bij elke ruimtelijke ingreep de kans voor groen benutten. De ambitie dat groen en verdichting gelijk opgaan, is in de RSU 2040 vertaald in de barcode. Daarbij betekent de toename van 60.000 woningen dat 440 hectare extra binnenstedelijk groen moet worden gerealiseerd. Dit noemen we de Groene Schaalsprong.

Dit betekent veel meer groen in de openbare ruimte, zowel in nieuwe ontwikkelgebieden als in de bestaande stad (Groen Tenzij). Meer recreatieve mogelijkheden om de hoek voor sport, speelplekken in de buurt en groene ommetjes. De Groene Schaalsprong van 440 ha is in de grote stedelijke groeiopgave uitgewerkt in vijf schaalniveaus. Vanuit het Meerjaren Groenprogramma Ruimte voor Groen pakken we de kansen op binnen deze schaalniveaus: 1. Groene straten: bestaand en nieuw Groen in de buurt is belangrijk voor bewegen en een groen ommetje in de buurt. Het vergroenen van buurten vraagt om samen met de bewoners hun omgeving groener in te richten. We hebben de ambitie dat iedere woning op loopafstand (binnen 200 meter) van een plantsoen of buurtparkje ligt. Het aandeel van het vergroenen van straten in de schaalsprong is een enorme opgave van ca. 200 ha. Dit betekent dat tot 2050 (klimaat adaptief) zeker 800 straten vergroend moeten worden. 2. Groenblauwe routes Door Utrecht lopen groene- en groenblauwe routes. Deze routes verbinden de buurten en wijken en de stad met het omliggende landschap. De opgave is het verder vergroenen van de routes door de aanleg van natuurvriendelijke en recreatieve oevers, door fiets- en wandelroutes en het opheffen van barrières. We verwachten dat we met de groene routes ca. 100 ha groen kunnen toevoegen in de komende 20 jaar.

MPR2021 | Mei 2021

11/102

3. Nieuwe parkgebieden in de stad Bij de groei van de stad zijn nieuwe stadsparken noodzakelijk, omdat de gebruiksdruk op de bestaande parken toeneemt en de nieuwe inwoners straks binnen 500 meter toegang moeten hebben tot parken. Het aandeel van de nieuwe parkgebieden in de groene schaalsprong is 120 ha. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op vergroenen, zodat we meer parkachtige settingen kunnen ontwikkelen. Dit doen we samen met de mobiliteitsopgaven waar verkeer ruimte maakt voor groen.

Foto: Tiny forest (Terwijde) 4. Groene scheggen die stad en landschap verbinden Groene scheggen verbinden de stad met het buitengebied. Een scheg is een aaneengesloten groengebied dat vanuit het buitengebied diep de stad insteekt. Voor de Groene schaalsprong is ca. 30 ha nodig voor scheggen. Dit kunnen we realiseren door functieverandering en waar mogelijk verwerving. 5. Groen om de stad De groei van onze stad, samen met de groei van de regio, vraagt dat we voortvarend aan de slag gaan met de regionale groenontwikkeling. De opgave bevat ca. 250 ha nieuw recreatief groengebied in de directe omgeving van de stad, plus recreatief medegebruik van het landschap rondom Utrecht. De ambities voor groen en landschap en een aanzet voor de ruimtelijke vertaling daarvan is overgenomen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U10. Het Meerjaren Groenprogramma - Ruimte voor Groen uitvoeringsprogramma 2021-2025, als bijlage bij het MPR, geeft inzicht in het jaarlijks investerings-en uitvoeringsprogramma van de gemeente om de stad te vergroenen en toekomstbestendig te maken.

MPR2021 | Mei 2021

12/102

Energie De opgave energietransitie werkt aan het zo snel mogelijk energieneutraal maken van de stad Utrecht. Dat vraagt extra investeringen in de stad van de gemeente maar met name van andere partijen (woningbouwcorporaties, gebouweigenaren, eigenaar-bewoners, zakelijk en maatschappelijk vastgoed, netbeheerder, warmtebedrijven). De bijbehorende aanpak kent drie deelopgaven met voor elk terrein een andere selectie van partijen die investeren: 1. Verduurzamen bronnen voor de energievoorziening: duurzame warmtebronnen en duurzame elektriciteitsproductie (zon en wind). Partijen als Eneco en HDSR (waterschap) zetten hun eigen bronnen of bronnen van derden in om de stadsverwarming te verduurzamen. De gemeente heeft hier een faciliterende rol op gebied van ruimtelijke ordening en daarnaast een financierende rol. Ook faciliteren we initiatieven voor wind- en zonne-energie. 2. Aanpassing energie-infrastructuur en energiegebouwen De komende jaren wordt fors geïnvesteerd in uitbreiding van het warmtenet door een warmtebedrijf en de aanleg van warmtekoudeopslag (WKO) door gebouweigenaren of warmtebedrijven. Dat geldt ook voor de uitbreiding/verzwaring van het elektriciteitsnet en de verwijdering van het gasnetwerk door Stedin.

De gemeente heeft hier niet alleen een faciliterende rol op het gebied van ruimtelijke ordening, maar verandert stapsgewijs in de rol van juridisch eigenaar, voorfinancier van bijvoorbeeld een WKO, mede-investeerder, of verleent een bijdrage aan de onrendabele top bij warmtenetten. De verwachting is dat de betrokkenheid van de gemeente in de komende jaren gaat groeien. 3. Isoleren en verdere verduurzaming van woningen en gebouwen In deze deelopgave zijn de gebouweigenaren aan zet: isoleren en bijbehorende ventilatie, elektrisch koken en een andere warmtevoorziening voor warm water en verwarming. In het collegeakkoord is vastgelegd dat al het gemeentelijk kernvastgoed (maatschappelijk vastgoed en kantoorgebouwen), in stappen van vijf jaar, uiterlijk in 2040 energieneutraal is. In alle gevallen geldt dat we naar een energieneutrale stad willen en die per wijk ook nog eens aardgasvrij wordt. Dit vraagt ook investeringen vanuit de gemeente en daarom is nu voor de eerste wijk Overvecht-Noord zowel een rijksbijdrage als een gemeentebijdrage (Programmabegroting 2021 in coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’) beschikbaar gesteld. Zoals uit bovenstaande blijkt, is de gemeente op verschillende onderdelen investeerder in het bijdragen aan en realiseren van de energietransitie.

Dit geldt onder andere voor het eigen kernvastgoed, de subsidies voor zonne-energie, advisering bij verduurzaming van woningen, duurzaamheidsleningen en Energiefonds. Ook is de gemeente actief betrokken bij een groeiend aantal grotere collectieve warmtekoude-systemen, waarbij ook (juridisch) eigenaarschap wordt overwogen. Investeringsimpuls RSU De investeringsimpuls RSU omvat op dit moment meerdere geldstromen: ▪ Een bijdrage uit de financiële ruimte door de groei van de stad. ▪ De door woningcorporaties afgedragen meerwaarde bij verkoop en integrale herontwikkeling; ▪ De netto opbrengsten uit het gebruik van de conversieregeling erfpachten 2017. Deze middelen worden ingezet voor de uitvoering van motie 2017/191 betaalbaar wonen. De programmering investeringsimpuls hebben wij geactualiseerd. Op basis van de actuele stand is er financiële ruimte en stellen wij voor om naast de al geprogrammeerde fietsmaatregelen en verbindingen ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Merwedekanaalzone (2,0 miljoen euro) de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de tunnel Nicolaas Beetsstraat (0,4 miljoen euro) in te passen en het budget voor de omgevingsvisie Binnenstad op te hogen (0,218 miljoen euro). Tenslotte stellen wij voor om het budget Transformatie Rotsoord en het budget voor de 1e fase van de uitvoering herinrichting openbare ruimte Rotsoord samen te voegen. MPR2021 | Mei 2021

13/102

In lijn met het door uw gemeenteraad vastgestelde bestedingskader voor de investeringsimpuls RSU hebben wij met de woningcorporaties en huurdersorganisaties een bestedingsvoorstel opgesteld over de aanwending van de meerwaardeafdracht over 2020 (4,519 miljoen euro). Het restant van 0,050 miljoen uit voorgaande jaren wordt in het bestedingsvoorstel ook ingezet. De impuls op de genoemde projecten zit vooral op extra ingrepen op het gebied van duurzaamheid. Zo wordt een aantal projecten in Overvecht gerenoveerd naar energielabel A+ en gasloos gemaakt, en zitten er twee projecten in rond circulair bouwen (Ivoordreef en Omloop). Het project aan de Boudewijn Büchstraat richt zich op het realiseren van woningen voor bijzondere doelgroepen. Tot slot is er ook een bedrag aangevraagd voor de G8 om woningen te realiseren onder de aftoppingsgrens. De lijst met voorstellen voor de besteding van de middelen voor betaalbaar wonen is geactualiseerd en is een bijlage ‘Overzicht voorstellen betaalbaar wonen (opbrengsten conversieregeling 2017)' bij het MPR 2021. Dit betreft een overzicht van geïnventariseerde projecten dat geldt als richtinggevend kader voor de besteding van de netto opbrengsten. De daadwerkelijk te leveren bijdrages worden bij de besluitvorming over de financiële kaders van de projecten aan de raad voorgelegd.

Op 1 januari 2021 is 13,083 miljoen euro beschikbaar voor betaalbaar wonen. In de Voorjaarsnota stellen wij voor om 7 miljoen toe te voegen aan de middelen betaalbaar wonen, mogelijk gemaakt door de verbetering van de grondexploitatie voor Haarrijn. Daarmee nemen de beschikbare middelen toe tot 20,083 miljoen euro. In januari 2020 is besloten om voor het project Zuilense Vecht een reservering te maken van 1,7 miljoen euro. De definitieve toekenning van dit bedrag vindt plaats bij de opening van de grondexploitatie. In de Voorjaarsnota wordt een voorstel gedaan voor de dekking Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn. Daarin is 5,5 miljoen opgenomen vanuit de middelen betaalbaar wonen. Na vaststelling van de Voorjaarsnota is dus 7,2 miljoen euro gereserveerd, en resteert 12,883 miljoen euro voor aanvullende bestedingsvoorstellen. Financieel beeld grondexploitaties Door de positieve ontwikkeling van het actueel geprognosticeerd resultaat op de grondexploitaties Leidsche Rijn, Stationsgebied en Binnenstedelijk is er financiële ruimte beschikbaar in de reserve grondexploitaties (32,96 miljoen euro). Het resultaat grondexploitatie Leidsche Rijn is positief (15,95 miljoen winstneming en 4,5 miljoen vrijval risicoreservering) met name door het vervallen van het stikstofrisico bij deelgebied Haarrijn.

Het geprognosticeerd resultaat grondexploitatie Stationsgebied is verbeterd (10,6 miljoen euro) door de realisatie van de uitgifte van Wonderwoods in het Healthy Urban Quarter. Ook het resultaat op een aantal projecten binnenstedelijk grondexploitaties is verbeterd. De positieve resultaten zijn toegevoegd aan de reserve grondexploitaties

MPR2021 | Mei 2021

14/102

3 Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 De RSU 2040 gaat uitvoerig in op de manier waarop wij de groei van onze stad in goede banen willen leiden en hoe we kwaliteit aan de stad kunnen toevoegen. Het laat de integrale samenhang zien van grote opgaven waar onze stad voor gesteld staat. De concept RSU 2040 is begin dit jaar voor inspraak vrijgegeven. In juni of juli neemt de gemeenteraad naar verwachting een besluit over het koersdocument. Op 18 juni 2020 heeft de gemeenteraad een elftal uitgangspunten voor het uitwerken van de RSU 2040 vastgesteld. Aan de hand van deze uitgangspunten is gewerkt aan een concept strategie waarin de horizon wordt verlengd naar 2040 een aantal thema’s verder wordt verdiept. In de concept RSU 2040 kiest Utrecht voor een stad waar alle belangrijke functies voor dagelijks gebruikt dichtbij de woon-en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht dichtbij, de 10 minuten stad. Woningen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen en groen liggen dichtbij elkaar, zodat inwoners er gemakkelijk en snel gebruik van kunnen maken. Om dat te bereiken kiest de gemeente er voor twee hoofdstructuren voorop te stellen, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Deze zijn leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad en voor de bestaande stad.

Om te komen tot een evenwichtige verdeling wordt in de concept RSU 2040 de Utrechtse Barcode geïntroduceerd. Hiermee is te zien of er een gezonde en evenwichtige verdeling is van woningen, werk, mobiliteit, groen, energie en voorzieningen voor onderwijs, winkels, zorg, sport, cultuur en recreatie. Er wordt voorgesteld om de groei van de stad te concentreren op een aantal plekken die zich verder kunnen ontwikkelen tot nieuwe stadscentra, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd (hoogstedelijk, hoge dichtheden). Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met vier nieuwe stadscentra met knooppunten (Leidsche Rijn Centrum-Lage Weide-CartesiusWerkspoorkwartier- Zuilen, Overvecht, Utrecht Science Park-Rijnsweerd-Galgenwaard en LunettenKoningsweg (Utrecht Oost) en Papendorp-Galecop-Westraven-Laagraven (A12-zone).

Bron: concept RSU 2040

Op de nieuwe knooppunten komen veel stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal

MPR2021 | Mei 2021

15/102

vervoersbewegingen. Eind vorig is het Mobiliteitsplan 2040 ter inzage gelegd. De RSU 2040 en het Mobiliteitsplan 2040 liggen in elkaars verlengde. Onderdeel van de RSU 2040 is een uitvoeringsstrategie, waarin duidelijk wordt welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 verder ontwikkelt. De raming voor het indicatieve investeringsvolume loopt op tot ca 7,1 miljard euro. Tot 2030 is het beeld vrij scherp. Het gaat vooral om bestaande plannen over waar en hoeveel woningen worden gebouwd. In de RSU 2040 zijn aan deze plannen extra ambities toegevoegd op het gebied van groen, werk, voorzieningen, energie en dergelijke. Daarna worden de nieuwe stedelijke knooppunten ontwikkeld. Voor de haalbaarheid en betaalbaarheid is een investeringsstrategie ontwikkeld. Deze wordt steeds verder ingekleurd naarmate de realisatie van de ambities dichterbij komt. Voor de bekostiging zijn naast de gemeentelijke middelen (inclusief die van baathebbers bij bijvoorbeeld cordonheffing) ook subsidies uit fondsen van het Rijk en andere overheden nodig.

MPR2021 | Mei 2021

16/102

4 De opgave voor Utrecht Dit hoofdstuk gaat in op de opgave voor Utrecht vanuit de thema’s wonen, werk voor iedereen, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat met ruimte voor groen en energie. Voor ieder onderdeel wordt kort toegelicht hoe de opgave er voor de korte termijn (aankomende jaren) en (middel)lange termijn (2040) eruit ziet. Daarbij geven we aan wat we al doen en waar we bijsturen door bijvoorbeeld te investeren. In hoofdstuk 5 staat gezonde gebiedsontwikkeling centraal waarbij de verbindingen worden gelegd met de thema’s die in dit hoofdstuk worden beschreven. 4.1

Wonen

De ambities op het gebied van Wonen zijn vastgelegd in de Woonvisie, het Stadsakkoord Wonen, de Huisvestingsverordening en de woondealafspraken met Rijk en regio. We geven hier uitvoering aan in nauwe samenwerking met corporaties, ontwikkelaars en beleggers, (woon)zorginstellingen, bewonersorganisaties en particuliere initiatieven. Prioriteit hebben het versnellen en (langdurig) verhogen van de woningbouw gericht op duurzaam hoge bouwproductie, het werken aan doorstroom en meer gemengde wijken, het op peil brengen van de sociale woningvoorraad en een forse inhaalslag in het middensegment (huur en betaalbare koop). Dit alles is nodig door de grote vraag naar woonruimte in stad en regio. Daarnaast hebben we specifiek aandacht voor de huisvesting van studenten en kwetsbare groepen. De samenwerking met marktpartijen (ontwikkelaars, bouwers en beleggers) en corporaties wordt benut om de effecten van de coronacrisis op de bouwopgave te monitoren en de planvorming te continueren. Vooralsnog lijkt de Utrechtse bouw- en woningmarkt niet heel sterk te worden beïnvloed door de coronacrisis. Uitzondering hierop zijn mix-use projecten waarbij (commerciële) voorzieningen op het gebied van retail, horeca en bijvoorbeeld cultuur onderdeel uitmaken van de plannen.

Uiteraard blijven we hier de vinger aan de pols in samenwerking met partijen, maar door haar aantrekkelijkheid (in combinatie met de bestaande krapte) staat de Utrechtse woningmarkt nog steeds onder druk, En onze ambitie is om wonen ook in de toekomst betaalbaar houden. De behoefte daaraan is groot. Begin 2021 telde Utrecht ruim 359.000 inwoners. Daarmee is het aantal inwoners in de afgelopen 5 jaren met 6% gegroeid. In 2040 telt de stad naar verwachting meer dan 450.000 inwoners. Om deze groei op te vangen is in Utrecht behoefte aan ruim 60.000 extra woningen (Primos, 2019). In de RSU zijn ook de ambities uit de Woonvisie geborgd. Het streven is voor 2040: een verdeling van 35% sociale voorraad (woningen tot de liberalisatiegrens) en 25% tot de middencategorie (op het huidige prijsniveau middenhuur tot 1.004 euro per maand en koopwoningen met een koopprijs tot de NHGgrens. Naast een duurzaam hoge bouwproductie in de genoemde segmenten is doorstroming van belang om te komen tot meer gemengde wijken met een gezond leefklimaat. De RSU schetst op hoofdlijnen ook de kwalitatieve opgave op het gebied van wonen, gebaseerd op demografische ontwikkelingen (zoals vergrijzing, geschatte samenstelling leeftijdsgroepen en huishoudens) en inzicht in de woonbehoefte op lange termijn.

Vanuit dat perspectief kijken we naar het toevoegen van een goede mix van appartementen, gestapelde bouw, grondgebonden woningen en verschillende woninggroottes en concepten (aansluitend op, en complementair aan de bestaande stad). Voor het woningbouwprogramma tot 2030 -de periode waarin de woningen worden gebouwd die nu als MPR2021 | Mei 2021

17/102

‘hard’ in dit MPR staan- kijken we met name naar wensen op het gebied van woningprijs en woningtype (woningcategorieën). In de periode na 2030 ligt, vanwege onzekerheden, de focus op de behoefte aan verschillende typen woonmilieus waarin de aanwezigheid van werkmogelijkheden, voorzieningen, groen en de (kwaliteit van) de openbare ruimte een rol spelen. In 2021 heeft een aantal zaken prioriteit. Allereerst is dat nog steeds het (in gebiedsontwikkelingen) volop sturen op onze ambities om de sociale voorraad ook in de toekomst op peil te houden en het maken van een inhaalslag in het middensegment (huur en koop). In samenhang daarmee sturen we op tempo en een duurzaam hoge bouwproductie. De extra middelen die bij de programmabegroting hiervoor ter beschikking zijn gesteld (als onderdeel van het coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’) zetten we in om (versneld) te kunnen werken aan het verder brengen van visies en initiatieven en voor (T)huis voor Iedereen. In het kader van de voortgang en voorkomen van vertraging, monitoren we de grote projecten van meer dan 250 woningen met extra aandacht. Dit mede op verzoek van de raad en onze partners in de kopgroep van het Stadsakkoord Wonen. Verder hebben we extra aandacht voor het stimuleren van betaalbare koopwoningen (tot de NHGgrens).

Hieraan is grote behoefte en tegelijkertijd staat door de prijsstijgingen dit segment onder forse druk. Zowel in de bestaande voorraad als in de plannen. Het college komt binnenkort met voorstellen om hier extra op in te zetten. In samenspraak met de partners van het Stadsakkoord Wonen voeren we tot slot een evaluatie uit van het Actieplan Middenhuur, om ook in de toekomst hier in projecten genoeg woningen in te kunnen realiseren en van de juiste kwaliteit.

Foto: The Fizz (NPD) Plancapaciteit woningbouw tot 2040 In de RSU 2040 is aangegeven dat de gemeente gezien de behoefte aan woningen nu en in de toekomst, de Utrechtse woningvoorraad in de periode tot en met 2040 met ongeveer 60.000 woningen wil laten toenemen. Als we kijken naar de actuele plancapaciteit (hard en zacht) woningbouw 2021-2040 bevat deze circa 62.500 tot 70.500 woningen. Wanneer het gaat om plancapaciteit voor woningbouw is het van belang om aan te geven dat het gaat om dynamische gegevens die continu in beweging zijn, zeker naarmate potentiele locaties, projecten en initiatieven verder in de tijd liggen. Het gaat kortgezegd om prognoses, niet om vaste gegevens. MPR2021 | Mei 2021

18/102

Op verzoek van de raad brengen wij sinds het MPR 2020 drie categorieën binnen de plancapaciteit in beeld: 1. Van de plancapaciteit vallen ruim 13.000 woningen onder de door ABF (en Rijk) gehanteerde strikte definitie van harde plancapaciteit (minimaal vastgesteld of onherroepelijk planologisch juridisch kader). Deze cijfers liggen lager dan in de Peilstok SO 2020 (peildatum 1 juli 2020) omdat de woningen die vorig jaar zijn opgeleverd (ruim 3.000) hierin niet meer worden meegenomen. Dit jaar wordt een aantal bestemmingsplannen (Beurskwartier, Cartesiusdriehoek fase 2-6 en Eendrachtlaan 10) met een groot aantal woningen ter besluitvorming voorgelegd aan de raad waardoor dit aantal naar verwachting fors zal toenemen. Daarnaast wordt gestart met het bestemmingsplan voor Merwede dat de realisatie van duizenden extra woningen mogelijk moet maken. 2. De gemeente Utrecht hanteert een ruimere definitie en definieert projecten die aan een van onderstaande criteria voldoen als harde plancapaciteit: ▪ Intentiedocument/startdocument bestuurlijk vastgesteld door college; ▪ omgevingsvisie vastgesteld; ▪ onderdeel gemeentelijke grondexploitaties; ▪ onderdeel vastgestelde prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties; ▪ plannen direct via VTH met bouwsom > 1 miljoen euro. Deze gemeentelijke definitie resulteert in een ‘harde’ plancapaciteit van ruim 39.500-41.500 woningen.

Onder deze categorie plancapaciteit vallen dus ook projecten die zich in een vroeg planstadium bevinden waarbij we de intentie hebben uitgesproken om mee te werken (of als gemeente zelf het initiatief hebben genomen) maar daadwerkelijke realisatie afhankelijk is van voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit. 3. Aanvullend onderscheiden we nog een zachte potentiele plancapaciteit van ongeveer 23.00029.000 woningen. De zachte plancapaciteit wordt uitgebreid en gericht door de nieuwe RSU 2040. In die zin vormen de in de RSU op gebiedsniveau genoemde locaties voor verdere groei (en met name knooppunten, zoals de A12 zone, etc.) potentiële -en daarmee zachteplancapaciteit voor de lange termijn.

Bovenstaande figuur geeft een indicatie van de harde en zachte plancapaciteit in verschillende tijdsvakken t/m 2040. Een belangrijk doel is om, gelet op de noodzakelijke bouwproductie in de aankomende periode de volgens de gemeentelijke definitie aanvullende harde plancapaciteit te verzilveren en ‘harder’ te maken door vast te leggen in bestemmingsplannen. Dit vraagt om randvoorwaardelijke investeringen in mobiliteit, groen en voorzieningen, zoals ook in de concept RSU MPR2021 | Mei 2021

19/102

2040 is aangegeven, om daarmee het ambitieniveau ten aanzien van de bouwproductie tot 2030 te kunnen verhogen. Relatie met de bestaande voorraad en lange termijn doelstellingen De Utrechtse woningvoorraad bestond op 1 januari 2021 uit ruim 159.000 woningen. Dit is exclusief onzelfstandige wooneenheden, woonboten en woonwagens. Uit de voorraadrapportage 2020 van de Woningcorporaties Regio Utrecht (RWU) blijkt dat de RWU in 2020 bijna 9.000 onzelfstandige eenheden in eigendom hadden. 35% van de woningen in de Utrechtse woningvoorraad zijn sociale huurwoningen en 12% woningen in het middenhuursegment. Het koopsegment is ingedeeld aan de hand van de WOZ-waarde waarbij 15% van de woningen in Utrecht een WOZ-waarde heeft van minder dan 315.400 euro (bron: Monitor wonen 2020, gemeente Utrecht). Hierbij moet worden opgemerkt dat de WOZ-waarde in de praktijk lager ligt dan de marktwaarde en de feitelijke waarde waarschijnlijk dicht aan zit tegen de huidige NHG grens. In de bestaande woningvoorraad zijn niet de onzelfstandige eenheden geregistreerd maar we sturen hier echter wel op in de nieuwbouwontwikkelingen.

Zoals in voorgaande is toegelicht zijn in de Woonvisie ambities geformuleerde ten aanzien van de Utrechtse woningvoorraad in 2040 (35% sociale voorraad (woningen tot de liberalisatiegrens, inclusief zelfstandige studentenhuisvesting) en 25% middencategorie (huur en koop in het middensegment). Door onder andere het (bij)sturen op de verdeling van de plancapaciteit proberen wij onze ambitie voor de lange termijn te realiseren.

Foto: Dickensplaats Als we kijken naar de verdeling van de ‘harde’ plancapaciteit (conform de door de gemeente Utrecht gehanteerde definitie) ziet de verdeling in woon-/prijscategorieën er zoals in onderstaand figuur weergegeven uit. De omvang en verdeling van de plancapaciteit zijn zoals aangegeven dynamisch en worden twee keer per jaar bijgesteld op basis van de actuele projectinformatie. Voor projecten waar bijvoorbeeld alleen een intentie document is vastgesteld waarin geen concrete uitspraken zijn gedaan over het te onderzoeken MPR2021 | Mei 2021

20/102

programma, is een inschatting gemaakt van het programma. Ook zijn voor gebiedsontwikkelingen waar in omgevingsvisies alleen percentages zijn vastgelegd voor specifieke categorieën (bijvoorbeeld aandeel sociale huur) aannames gedaan voor het overige deel van het programma (gelijkmatig verdeeld).

Sociale huur en middensegment De verdeling laat zien dat de harde plancapaciteit voor 32% bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen waarvan 6% zelfstandige studenteneenheden en 26% reguliere sociale huurwoningen. Dit ligt iets lager dan in de Peilstok SO (peildatum 1 juli 2020) waarin 33% bestond uit zelfstandige sociale huurwoningen. De verklaring hiervoor is dat in 2020 veel (1.400) zelfstandige studenteneenheden zijn opgeleverd in de projecten Kwekerij fase 1, Ziekenhuislocatie Oudenrijn in Kanaleneiland en tijdelijke eenheden op het USP. Hierdoor is het aandeel zelfstandige studenteneenheden ten opzichte van 1 juli 2020 afgenomen van 8% naar 6%. Het aandeel reguliere sociale huurwoningen is licht gestegen van 25% naar 26%. Het aandeel onzelfstandige studenteneenheden (4%) maakt geen onderdeel uit van de sociale huur maar wij sturen wel op de toename van dit aantal via het convenant studentenhuisvesting. 33% van de harde plancapaciteit valt in het beleggershuursegment waarvan, net als in de Peilstok SO 2020, 16% met een huurprijs tussen de 752 en 1.004 euro per maand (middenhuursegment). 8% bestaat uit betaalbare koopwoningen. Dit betekent dat 24% van de plancapaciteit in het middensegment (koop/huur) valt zoals in de Woonvisie is gedefinieerd. Het aandeel betaalbare koopwoningen is daarmee afgenomen ten opzichte van het beeld uit de Peilstok SO 2020.

Dit komt onder andere doordat de woningen die zijn in 2020 zijn opgeleverd niet meer in het figuur zijn meegenomen en doordat het woningbouwprogramma voor het Beurskwartier in lijn is gebracht met de aantallen zoals worden uitgewerkt in het Stedenbouwkundig Plan (ca. 2.500). Bouwproductie 2020 en prognose start bouw 2021-2023 Systematiek prognose In het MPR en de Peilstok (geïntegreerd in de Tweede Bestuursrapportage) wordt twee keer paar jaar een prognose start bouw voor de korte termijn (3 jaar) gepresenteerd. Zoals in het MPR 2020 is MPR2021 | Mei 2021

21/102

uitgelegd, kiezen wij ervoor om de systematiek die al jaren voor de prognose van de woningbouwproductie in de bouwopgave Leidsche Rijn wordt gehanteerd, te gebruiken voor de hele stad. allereerst zijn per project de stand van zaken beoordeeld (financiële haalbaarheid, planologischjuridische status en draagvlak) en bij ieder project vertaald in de planning. Vervolgens is, op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en een analyse per jaarschijf, een percentage voor aftopping bepaald en in de individuele jaren start bouw verwerkt. De aftopping is hierbij gelijkmatig toegepast op de verschillende onderliggende categorieën ((on)zelfstandige studenten, sociale huur overig etc.) in het desbetreffende productiejaar. We stellen ons als doel om jaarlijks de bovenkant van de geprognosticeerde start bouw te realiseren. Maar gelet op de factoren die de woningbouwproductie beïnvloeden is het vanuit behoedzaamheid wenselijk om een realistische bandbreedte te hanteren.

Foto: Heycopstraat Bouwproductie 2020: gerealiseerde productie hoger dan prognose Conform bovenstaande systematiek hebben we in het MPR 2020 en de Peilstok SO 2020 voor 2020 een prognose afgegeven van ruim 3.100 woningen (start bouw). Op basis van de huidige gegevens blijkt dat er in 2020 fors meer woningen in aanbouw zijn gegaan: bijna 3.600 woningen waarvan het grootste deel ook bestaat uit betaalbare huur- en koopwoningen zoals in onderstaand figuur is weergegeven. De verklaring voor de hogere bouwproductie is dat 500 woningen in Leidsche Rijn Centrum uiteindelijk wel in 2020 zijn gestart. Deze woningen hadden wij vanuit behoedzaamheid in de prognose in 2021 meegerekend zoals aangegeven in de Peilstok SO 2020. Prognose start bouw 2021-2023 De extra productie in 2020 betekent wel dat deze woningen in de actuele prognose niet meer meetellen in 2021 waardoor deze lager uitvalt dan in de Peilstok SO 2020 werd gepresenteerd. Voor 2021 hanteren we een bandbreedte (aftopping) van 10% omdat we op dit moment geen signalen hebben dat de korte termijn productie in algemene zin inzakt. Hiermee komt de verwachte productie voor 2021 op 2.800-3.100 woningen. Voor de jaren 2022 en 2023 stellen we net als in de Peilstok een bandbreedte van 20% voor omdat deze later in de tijd liggen en de onzekerheden daarna nog groter zijn.

Van belang is om voor deze jaren aan te geven dat enkele grote gebiedsontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld Cartesiusdriehoek en Merwede) MPR2021 | Mei 2021

22/102

met een fors aantal woningen in de eerste deelfasen, een belangrijk aandeel hebben in de geprognosticeerde woningbouwproductie. Vertraging kan hierdoor dus leiden tot een stevige verschuiving van het aantal geprognosticeerde woningen in een jaar.

In 2020 is een forst aantal betaalbare woningen (ongeveer 2/3e van het totaal) in aanbouw genomen. Voor de korte termijn 2021-2023 is de verwachte productie lager in deze woon-/prijscategorieën namelijk; ongeveer 24% sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studenteneenheden), bijna 18% middenhuur en 8% betaalbare koopwoningen. Voortgang 250+ projecten Om meer inzicht te geven in de voortgang van de woningbouwproductie rapporteren we vanaf heden specifiek over de projecten (of gebiedsontwikkelingen) met meer dan 250 woningen (bijlage Voortgang woningbouwprojecten 250+). In de bijlage geven we per project de actuele planning start bouw weer ten opzichte van de planning uit de voorgaande MPR of Peilstok. In totaal gaat het op dit moment om 30 projecten. Ondanks corona loopt de planvorming van deze projecten/gebiedsontwikkelingen volop door. Tegelijkertijd zijn er altijd factoren die de doorlooptijd van projecten beïnvloeden. Kijkend naar deze grote projecten zien we dat bij zes projecten de prognose van de planning start bouw is bijgesteld ten opzichte van de planning bij de Peilstok SO (peildatum 1 juli 2020). Het betreft Kruisvaartkade, Merwede, Papendorp, Haarrijn, Sportpak Zuilense Vecht en Rosendael in Overvecht.

De oorzaken van bijstelling in prognoses zijn divers en onder andere het gevolg van langere planvorming door de stikstofproblematiek, langere onderhandelingen met marktpartijen maar ook planoptimalisatie Conclusie Wij werken -op stedelijk niveau en via projecten en gebiedsontwikkelingen- zowel aan een duurzaam hoge bouwproductie als aan het op peil houden van de sociale voorraad en een inhaalslag in het middensegment. Het beeld in dit MPR onderschrijft dat die ambities centraal moeten blijven staan en deze opgave urgent is. Het percentage reguliere sociale huur in de plancapaciteit is met 32% nog niet MPR2021 | Mei 2021

23/102

voldoende gegeven het streven deze voorraad richting 2040 op peil te houden (35%). Het aandeel middenhuur in de bestaande voorraad blijft gering (12%) en de behoefte aan woningen in het middensegment (koop/huur) groot wat vraagt om een inhaalslag te maken in dit segment. We sturen hier op in projecten zoals ook blijkt uit het hoge aandeel betaalbare woningen in de woningbouwprogramma’s van projecten waarvoor vanaf juli 2018 start-/intentiedocumenten bestuurlijk zijn vastgesteld. Hierover bent u eerder geïnformeerd. Naast de inzet van gemeentelijk instrumentarium (bijvoorbeeld sturing binnen eigen grondexploitaties, grondprijsbeleid, inzet opbrengsten erfpachtconversie) benutten we hiervoor waar mogelijk ook de mogelijkheden die de provincie en het Rijk bieden. Denk hierbij aan het provinciale Programma Versnelling Woningbouw en de woningbouwimpuls die hopelijk door een nieuw kabinet wordt voortgezet. Om nog beter de voortgang van de planontwikkelingen te bewaken hebben we voor het eerst extra aandacht voor de (grote) projecten met meer dan 250 woningen. Ondanks corona loopt de planvorming van deze projecten/gebiedsontwikkelingen volop door. Waar de planning start bouw is bijgesteld, blijkt dat de redenen voor planningswijzigingen zeer uiteenlopend zijn. Als het gaat om oplossingen vraagt dat echt maatwerk per project.

Tegelijkertijd biedt het zowel voor het productieoverleg met de woningcorporaties als in de samenwerking met marktpartijen (individueel en via het stadsakkoord) een goede en concrete basis om de voortgang van de bouwopgave te monitoren. Verder draagt de financiële ruimte die bij de Programmabegroting 2021 in coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’ is bestemd de komende jaren bij aan versnelling en het voorkomen van vertraging omdat het de benodigde gemeentelijke capaciteit om te werken aan initiatieven en planontwikkelingen vergroot. Via de kopgroep van het Stadsakkoord Wonen houden wij ook dit jaar de vinger aan de pols van de (mogelijke) effecten van de coronacrisis op de bouwopgave en de planontwikkeling. Als het gaat om de plancapaciteit is het van groot belang om te werken aan het ‘harder’ maken en verzilveren van de plannen op de middellange termijn die al in de pijplijn zitten (periode 2025-2030). Voor de periode na 2030 wordt de plancapaciteit verder versterkt en uitgebreid met voorstellen die in de RSU 2040 worden vastgelegd. Dit vraagt ook om randvoorwaardelijke investeringen in mobiliteit, groen en voorzieningen zoals in de concept RSU 2040 is aangegeven. Tegelijkertijd zien we een urgent vraagstuk op de korte termijn.

Dit geldt voor reguliere woningzoekenden in het middensegment en de sociale sector, maar ook voor de huisvesting van kwetsbare groepen (Thuis voor Iedereen). Daarom is het noodzakelijk om aanvullend aan de structurele gebiedsontwikkelingen volop in te zetten op flexwonen en het kijken naar de (tijdelijke) mogelijkheden van bestaand (eigen) vastgoed. Met de STUW corporaties is afgesproken hier de komende periode extra inspanning op te leveren en is een taskforce tijdelijke woonruimte opgezet. Voorgaande laat zien dat, door de ontwikkeling van de huizenprijzen in Utrecht, het betaalbare koopsegment onder forse druk staat. Wij werken daarom aan een Actieplan betaalbare koop dat de raad voor de zomer ter besluitvorming ontvangt. Daarbij is het van belang om niet alleen te kijken naar de betaalbaarheid, maar ook naar de kwaliteit van dit segment en hoe we hier in gebiedsontwikkelingen (binnen de gemeentelijke mogelijkheden) op kunnen sturen. Tot slot werken we binnen de projecten -op basis van de doelstellingen van het convenant Studentenhuisvesting- aan het vergroten van het aandeel onzelfstandige studenteneenheden in programma’s. Dit is noodzakelijk om voldoende betaalbare wooneenheden specifiek voor studenten ook in de toekomst te borgen.

MPR2021 | Mei 2021

24/102

Foto: Kop op Tuindorp

4.2

Werken

Utrecht is een economisch sterke, competitieve regio en dat willen we zo houden. Daarom dragen we zorg voor een gezond economisch ecosysteem en een aantrekkelijk vestigings- en investeringsklimaat. We willen dat werkgelegenheid meegroeit met de groei van onze beroepsbevolking. Wel maken we keuzes in deze groei. We zetten in op die banen en competenties waarvan we verwachten dat ze in de toekomst nog steeds relevant zijn: we willen niet alleen dat mensen nu werk vinden, maar dat ze dit duurzaam kunnen op een continu veranderende arbeidsmarkt. En we zetten in op die ondernemers die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen waar de stad voor staat. Zodat banen, opleidingen en investeringen bijdragen aan brede welvaart, aan gezond stedelijk leven voor iedereen. Daarmee zijn we een van de eerste regio’s in Nederland die maatschappelijke opgaven leidend laat zijn voor de economische ontwikkeling. Trends en de coronacrisis We zien een aantal (internationale) ontwikkelingen die van invloed zijn op deze opgave en door de coronacrisis deels worden versneld. Denk hierbij aan verdere digitalisering in de vorm van cloud computing, big data en e-commerce en hierdoor een sterke toename van online verkopen met directe gevolgen voor de retail.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0feaa956-e16f-4de9-b86c-a2e832235070