Jaarstukken 2025 met accountantsverklaring
Tekst van het document
Voor 6,526 miljoen euro van de afwijkingen geldt dat daadwerkelijke besteding van deze middelen in 2026 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt.
50
x € 1.000 Toelichting verschillen
Bedrag
I/S
-4.655
I
2.287
I
-3.105
I
-2.277
I
445 -15.779 -5.111 7.315
I
-7.042
I
•
Van de begrote onttrekking uit de reserve betaalbaar wonen van 1,161 miljoen euro is 0,8 miljoen euro niet aangewend. Deze uitgaven verschuiven naar volgend jaar. Gebiedsmanagement De omzet op intentie- en anterieure overeenkomsten gesloten met ontwikkelende partijen in de stad was in 2025 hoger dan verwacht. Onderdeel van deze overeenkomsten is het verhalen van de plankosten. Zowel de baten als de lasten zijn 4,702 miljoen euro hoger dan begroot .Door diverse kleine afwijkingen zijn de overige lasten 0,047 miljoen euro lager dan begroot Strategie, Lobby en Stedelijke Sturing • Voor de implementatie Omgevingswet is van het Rijk budget verkregen. De gerealiseerde lasten zijn 1,726 miljoen euro lager dan begroot. Dit komt doordat de besteding van deze middelen verspreid over de komende jaren plaatsvindt. • Overige lasten zijn 0,561 miljoen euro lager dan begroot. Strategische verwervingen Zowel de baten als lasten in verband met het beheer van de strategische verwervingen zijn 3,105 miljoen euro hoger. Bedrijfsmiddelen De inzet van medewerkers in het ruimtelijk domein wordt doorbelast naar de verschillende projecten en ruimtelijke opgaven. Deze inzet kon niet volledig conform begroting worden doorbelast, met name vanwege hoger ziekteverzuim en veel verlof.
Overige lasten Reserves Onttrekkingen Bij de Tweede bestuursrapportage 2021 heeft de raad besloten om de resultaten op afgesloten en lopende grondexploitaties alsmede kosten waarvoor binnen de reserve grondexploitatie bedragen zijn gereserveerd nog in het lopende jaar te verrekenen met de reserve grondexploitatie. Op basis van dit besluit zijn diverse baten en lasten met betrekking tot de grondexploitaties verrekend met de reserve grondexploitatie. De hogere onttrekkingen uit de reserve grondexploitaties bestaan uit: • 3,983 miljoen euro correctie op de in het verleden genomen tussentijdse winstneming op de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma • 2,518 miljoen euro in verband met de dotatie aan de voorziening negatieve grondexploitaties om de risicovoorziening op het, voor het Meerjaren Perspectief Ruimte, benodigde niveau te brengen • 0,751 miljoen euro in verband met de correctie op de in het verleden genomen tussentijdse winstneming op de grondexploitatie Oudenrijn West (1,007 miljoen euro) en de winstneming op de grondexploitatie Merwedekanaalzone Deelgebied 4: Defensieterrein (-0,256 miljoen euro) • 0,072 miljoen euro voor het verbeteren van de mobiliteit in Dichterwijk (MPR 2025) • 0,009 miljoen euro negatief op overige onderdelen Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de
I
51
x € 1.000 Toelichting verschillen begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Voor de lagere onttrekking uit de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten geldt dat de daadwerkelijke besteding van deze middelen in 2026 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt. Reserve Betaalbaar Wonen: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote onttrekkingen zijn toegestaan, aangezien de geïnventariseerde projecten die onderdeel zijn van de reserve Betaalbaar Wonen meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende lasten verrekend met de reserve Betaalbaar Wonen: De hogere onttrekkingen uit de reserve Betaalbaar Wonen bestaan uit: • 0,683 miljoen onttrokken voor Hart van de Meern; • 3,155 miljoen onttrokken voor Burgemeester Verderlaan 17-19; • 1,000 miljoen onttrokken voor Kop Amsterdamsestraatweg – Oude Daalstraat. Deze maatregelen zijn onderdeel van Utrechtse aanpak op gang houden woningbouw (3e en 5e tranche).
Toevoegingen De hogere dotaties aan de reserve grondexploitaties bestaan uit: • 7,427 miljoen euro gekoppeld aan het voorstel over de uitwerking van de bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad die nodig is met het oog op besluitvorming over toekomstige investeringen, is bij de Voorjaarsnota 2025 besloten om de bijdrage die de gemeente ontvangt uit de door de rijksoverheid aangekondigde 'Realisatiestimulans woningbouw" te reserveren binnen de reserve grondexploitaties. Conform BBV-voorschriften zijn nog te ontvangen subsidies reeds verantwoord. • 6,636 miljoen euro betreft de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten. Deze kasstromen zijn jaarlijks niet gelijk en worden geëgaliseerd via de reserve grondexploitaties. • 4,838 miljoen euro bijdrage uit de reserve betaalbaar wonen t.b.v. de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma, Stationsgebied en Hart de Meern (besluitvorming MPR 2025).
• 0,873 miljoen euro ontvangen rente op de voorziening negatieve grondexploitatie Stationsgebied • 0,830 miljoen euro resultaat op de strategische en anticiperende verwervingen en voorraadfunctie • 0,407 miljoen euro in verband met de onttrekking aan de voorziening negatieve grondexploitatie Stationsgebied om de voorziening met het geprognosticeerde eindsaldo van de geactualiseerde grondexploitatie te laten corresponderen • 0,213 miljoen euro resultaat op diverse afgesloten projecten Daarnaast een lagere dotatie van 3,246 miljoen euro vanwege een lagere winstneming dan begroot (2,823 miljoen euro) en een ongerealiseerde resultaat van een anticiperende verwerving (0,423 miljoen euro). Reserve Omgevingswet: Storting positief saldo aan bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet
Bedrag
I/S
4.838
I
-20.890 -17.979
I
-1.726
I
52
x € 1.000 Toelichting verschillen
Bedrag
I/S
Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende mutaties verrekend met de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten:
-1.185
I
De hogere dotatie aan de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten bestaat uit het toevoegen van de beschikbare middelen voor loon- en prijscompensatie (accres) en een toevoeging van middelen aan Samen voor Overvecht.
Doelstelling 2: Bebouwde omgeving De bebouwde omgeving is veilig, leefbaar en tast de gezondheid niet aan. •
•
•
• •
In 2025 hebben we 2.456 vergunningaanvragen binnen de bebouwde omgeving in behandeling genomen. Hieruit zijn uiteindelijk 1.769 verleende omgevingsvergunningen voortgekomen. Daarnaast hebben we in 2025 200 vooroverleggen met aanvragers gehad. In 2025 hebben we 1.522 (overlast) meldingen binnen de bebouwde omgeving in behandeling genomen. Dit zijn er wat minder dan het voorgaande jaar (1.624). Het aantal komt dit jaar meer overeen met het begrote aantal waar we jaarlijks rekening mee houden (1.500). Tegen overtredingen is handhavend opgetreden. Sinds 2025 voert de Omgevingsdienst namens de gemeente de periodieke milieu- en energiecontroles uit. In 2025 was dit de RUD, vanaf 2026 is de RUD opgegaan in de ODU (Omgevingsdienst Utrecht). We bleven wel het grootste deel van de overlastmeldingen over bedrijven en milieubelastende activiteiten behandelen, 3.271 in totaal in 2025. Werkzaamheden op het gebied bouw- en woningtoezicht zijn uitgevoerd zoals afgesproken, waarbij we ons richten op vergunningen- en constructiecontroles. We hebben uitvoering gegeven aan het Programma Beschermen Woningvoorraad. Het programma richt zich primair op het beschermen van de bestaande woningvoorraad en levert een directe bijdrage aan een van de beleidsdoelstellingen uit de Beleidsnota Wonen.
53
Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten Beleidsdocument Algemene Handhavingsstrategiebebouwde omgeving en openbare ruimte
Vastgesteld
2023
Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie overgedragen milieutaken
2024
Handhavingstrategie Huisvesting 2018 gemeente Utrecht Handhavingstrategie Bestaande Bouw
2018
Handhavingsstrategie bedrijven en instellingen
2014
Overig thematisch beleid
2017
Toelichting De strategie geeft op hoofdlijnen de uitgangspunten en doelen weer voor toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving in de stad Utrecht. De strategie geeft op hoofdlijnen de uitgangspunten en doelen weer voor toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving in de regio Utrecht en stuurt hiermee de werkzaamheden van de twee Omgevingsdiensten aan (RUD en OdrU). De strategie bevat een risicoanalyse, een basis voor prioriteitstelling en de manier waarop we toezicht houden. De strategie bevat een risicoanalyse, een basis voor prioriteitstelling en de manier waarop we toezicht houden. De strategie bevat een risicoanalyse, een basis voor prioriteitstelling en de manier waarop we toezicht houden. Het thematische beleid bevat kaders voor de uitvoering bij VTH.
Effectindicatoren De effectindicator, die in de programmabegroting 2025 was opgenomen, is komen te vervallen. In plaats hiervan is nu een verwijzing opgenomen naar het handhavingsprogramma en -verslag. Voor een indicatie over de bebouwde omgeving baseren we ons op het handhavingsprogramma en verslag en hierbij een link naar het overzicht per thema. Jaarlijks zetten we toezichtcapaciteit in om een veilige en kwalitatief goede woon- en leefomgeving in Utrecht te bevorderen. Toezicht vindt plaats door het uitvoeren van controles op verleende vergunningen, op basis van meldingen of van waarnemingen door inspecteurs. We prioriteren volgens de handhavingsstrategieën. Wanneer we aanleiding zien om meer aandacht te besteden aan bepaalde situaties of type bouwwerken, dan pakken we dat, afhankelijk van de beschikbare capaciteit, projectmatig op. Het toezicht geeft ons informatie over de staat van bouwwerken in de stad, de hinder en overlast die wordt ervaren, de naleving van wet- en regelgeving en over de benodigde inzet voor het jaar erop.
54
Activiteiten Nieuwe activiteiten in 2025 Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. • De Wet betaalbare huur (Wbh) is ingegaan op 1 juli 2024. De Wbh maakt ook in Utrecht handhaving van te hoge huurprijzen mogelijk. Tegen te hoge huurverhogingen wordt handhavend opgetreden op basis van meldingen die binnenkomen via het meldpunt Klacht over huren. • De periodieke milieu-en energiecontroles worden niet langer door onszelf uitgevoerd, maar door de Omgevingsdienst. De gemeente blijft wel het bevoegd gezag. Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025 Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025. • Vanwege de Utrechtse BegrotingsAlternatieven (UBA) en het feit dat we een beperktere handhavingscapaciteit hebben, is de werkwijze bij het oppakken van meldingen aangepast. Vanaf 2026 prioriteren we meldingen van bewoners en het opstarten van projecten. We pakken niet elk project en elke melding op, maar we zetten de beperkte capaciteit in waar deze het hardste nodig is. Meldingen met een verhoogd risico op de veiligheid, leefbaarheid of gezondheid pakken we als eerste op. Meldingen met een laag risico worden voortaan administratief afgehandeld. • In 2025 voerde het Huurteam de werkzaamheden uit volgens de afspraken.
Zoals opgenomen in de voorjaarsnota onder de hervormingsbezuinigingen is de overeenkomst met het Huurteam aan het einde van 2025 beëindigd. Vanaf 2026 pakt het Huurteam geen nieuwe vragen of meldingen meer op. Lopende juridische trajecten en woningopnames worden afgerond. Die afronding kan ook nog in 2026 plaatsvinden. Bijvoorbeeld vervolgtrajecten en procedures die voortkomen uit woningopnames in 2025. Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025 Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. • Vergunningaanvragen toetsen volgens de Vergunningenstrategie. • Begeleiding vergunningverleningsproces middels vooroverleggen met aanvrager. • Toezicht naleving vergunningen oprichting, wijziging en sloop gebouwen. • Uitvoering bouwwerken volgens Landelijk toezichtprotocol, constructieve berekeningen volgens Landelijk toetsingsprotocol. • Inzet op voorkomen bouwhinder en -overlast. • Risicogerichte naleving op milieu wet -en regelgeving, inclusief energieregels. • Toezicht door de RUD (Omgevingsdienst; per 1 januari 2026 de ODU). • Toezicht op bestaande bouw op veiligheid, gezondheid (binnenmilieu), duurzaamheid, uitstraling gebouwen. • Oppakken van overlastmeldingen: wanneer er geen sprake is van een overtreding wordt de melding gesloten of doorgezet naar U-Centraal.
Aanhoudende of ernstige overlastmeldingen kunnen vallen onder de Wet aanpak woonoverlast, via OOV. • Toezicht op overtredingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). • Inzet op project Huisjesmelkers. Inspecteurs voeren op basis van een informatie gestuurde werkwijze gericht controles uit bij adressen van verhuurders die structureel de regels overtreden. • Inzet op het programma Beschermen bestaande woningvoorraad. Het programma Beschermen bestaande woningvoorraad bestaat voor een groot deel uit tijdelijke middelen die in het Coalitieakkoord Utrecht 2022-2026 beschikbaar zijn gesteld. De incidentele middelen
55
•
lopen af na 2027. Daarom is het programma geëvalueerd. De evaluatie bevat de boodschap dat het programma effectief is en dat er structureel middelen nodig zijn voor de voortzetting. Toezicht op het gebruik van woningen, zoals toeristische verhuur, bouwkundig en kadastraal splitsen, omzetten, onttrekken en samenvoegen van woonruimte, onrechtmatige bewoning, opkoopbescherming, leegstand en goed verhuurderschap.
Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de Programmabegroting 2025. • Er is risicogericht bepaald waar de prioriteiten liggen. Op basis hiervan is de toezichtcapaciteit efficiënt ingezet om de verschillende activiteiten te kunnen uitvoeren.
Financiën 2: Bebouwde omgeving
Baten Lasten Saldo baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo Onttrekking en Toevoeging reserves Totaal
Realisatie 2024 19.310 25.215 -5.905
Nominale begroting 2025 21.168 25.384 -4.216
Actuele begroting 2025 20.575 25.809 -5.234
Realisatie 2025 19.289 23.876 -4.587
x € 1.000 Verschil actueel/ realisatie -1.286 1.933 647
100 0
100 0
0 0
193 0
193 0
0 0
100 -5.327
100 -5.805
0 -4.216
193 -5.041
193 -4.394
0 647
Actuele begroting 2024 19.933 25.359 -5.427
In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht. x € 1.000 Toelichting verschillen
Bedrag
I/S
Baten Omgevingsvergunningen: Het negatieve resultaat op de leges omgevingsvergunningen wordt met name veroorzaakt door de restitutie van legesgelden Merwede. Dit komt voort uit het raadsbesluit stimulering grote aanvragen. Precario opbrengsten: Er is een aantal grote verbouwingen in Utrecht uitgevoerd, waarbij openbare grond wordt ingenomen. Dit zorgt ervoor dat er meer opbrengsten zijn. Overige verschillen. Lasten Er heeft een hogere doorbelasting plaatsgevonden van kosten van de RUD en netcongestie naar andere programma's. Lagere materiële kosten door met name een meevaller op de begrote kosten voor de VRU en een lagere dotatie aan de voorziening oninbare debiteuren. Huurteam: Het huurteam heeft minder uren besteed dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat het aantal meldingen dat binnenkomt bij het Huurteam lager is dan verwacht. Hogere personeelskosten welke verband houden met de vergunningverlening, met name door hogere inhuurtarieven. Overige verschillen.
-1.286 -1.822
I
530
I
6 1.933 972
I
1.170
I
257
I
-442
I
-23
I
I
56
Doelstelling 3: Huisvesting Voldoende passende en betaalbare huisvesting voor alle bewoners en woningzoekenden. Wat hebben we bereikt in 2025? • In het afgelopen jaar is de Beleidsnota Wonen vastgesteld waardoor er een duidelijk kader ligt om als gemeente meer regie te voeren om in Utrecht betaalbaar en passend te kunnen wonen. Desondanks blijft de woningnood hoog. De realiteit blijft dat de schaarste aan woonruimte – ondanks alle inspanningen – alleen maar groter wordt en er dus een woonruimteverdeelvraagstuk ligt. • Met de aangescherpte beleidsdoelen streven we na de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief te laten groeien en zo goed mogelijk te benutten en te behouden (te komen tot een rechtvaardig verdeling). • Bij de beleidsnota is de aanpak voor doelgroepen vastgesteld o.a. is het beleid voor woonwagens aangepast van geen uitbreiding naar zoeken naar passende locaties. Daarbij hebben we ook de opgave om de bouwproductie via het principe ongelijk investeren voor gelijke kansen toe te laten komen aan de groepen die dat het hardst nodig hebben. • Het afgelopen jaar hebben we na vaststelling van de Beleidsnota Wonen een start gemaakt met de nadere invulling en uitvoering van maatregelen voor de Utrechtse woningmarkt.
Een van de punten die gerealiseerd zijn is de kaartenbak voor wooncoöperaties en is de tender voor de uitgifte van de eerste gemeentelijke kavel aan deze doelgroep gestart. De raad heeft besloten om te stoppen met projecten tijdelijk wonen. De lopende projecten worden afgerond. Voor Place2BU is de vergunning om daar tijdelijk te wonen met drie jaar verlengd. • De doelstelling voor het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is gehaald maar het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen is iets lager uitgevallen dan de gemiddeld 3000 per jaar. Er zijn in 2025 geen tijdelijke woningen opgeleverd. Dit komt mede door het beëindigen van het programma. Het verdeelbesluit is niet in zijn geheel gerealiseerd. Van de geplande 1235 plaatsingen zijn uiteindelijk 848 plaatsingen gerealiseerd. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten Beleidsdocument
Vastgesteld
Toelichting
Beleidsnota Wonen 2025 – 2030
2025
Huisvestingsverordening
2024
Leegstandsverordening
2023
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040
2021
Uitvoeringsprogramma realisatie sociale huisvesting Uitvoeringsprogramma wooncoöperaties 2024-2028
2024
De beleidsnota waar de ambities op het gebied van wonen in staan. Omdat nieuwbouw tijd vraagt en omdat de woningnood hoog is, is de urgentie om de bestaande voorraad te blijven reguleren hoog. Dit doet Utrecht met de huisvestingsverordening op basis van de Huisvestingswet 2014. Een verordening in om de langdurige leegstand van woonruimten te bestrijden. Strategische visie voor de stad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een uitvoeringsprogramma om het aantal sociale woonplekken in Utrecht te vergroten. Een uitvoeringsprogramma met als doel om de randvoorwaarden te faciliteren zodat
2024
57
Beleidsdocument
Vastgesteld
Toelichting wooncoöperaties in Utrecht gerealiseerd kunnen worden.
Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Bij de indicatoren wordt met een kleur aangegeven of de uitvoering conform de raming is gelopen. De betekenis van de kleuren is te vinden in de leeswijzer. Meer toelichting op de indicatoren en het verloop hiervan kunt u vinden in de webversie van de Jaarstukken 2025.
Indicator
Nul meting
Doelstelling Realisatie 2024 2024
Doelstelling Realisatie 2025 2025
Stop licht
Doelstelling 2026
Aantal vergunde nieuwbouwwoningen
n.v.t.
3.000
2.472
3.000
3.290
3.000
Aantal opleveringen tijdelijke woningen (nieuwbouw)
n.v.t.
471
471
450
0
312
n.v.t.
3.000
2.048
3.000
3.103
3.000
n.v.t.
100%
74%
100%
n.v.t.
n.v.t.
5%
10%
3%
10%
n.v.t.
n.v.t.
-
t>a
t=4%, a=11%
t>a
74%
100%
69%
100%
Aantal opleveringen permanente woningen (nieuwbouw en overige toevoegingen) Verhouding toewijzingen sociale huurwoningen aan kwetsbare groepen en de vraag naar sociale huurwoningen van kwetsbare groepen (Vervallen) Verhouding aantal actieve woningzoekende en aantal toewijzingen (binnen de 70% groep) (Vervallen) De relatieve verandering van het aantal toewijzingen (aanbod- en lotingmodel) moet hoger liggen dan de relatieve verandering van het aantal actief woningzoekenden (aanbod- en lotingmodel)
-1%(t) 23(a)
Gerealiseerd aandeel woonplekken voor
n.v.t.
100%
58
Indicator kwetsbare en bijzondere doelgroepen t.o.v. het opgedragen aantal woonplekken voor deze doelgroepen uit de jaarcyclus.
Nul meting
Doelstelling Realisatie 2024 2024
Doelstelling Realisatie 2025 2025
Stop licht
Doelstelling 2026
Activiteiten Nieuwe activiteiten in 2025 Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. • •
• •
•
• •
•
We hebben de resultaten van het eerste jaar van de leegstandsverordening geëvalueerd en gedeeld met de raad in mei 2025. Vanaf januari 2025 zijn we gestart met handhaving op te hoge huur via de Wet goed verhuurderschap na aanpassing door de Wet betaalbare huur. Ook hebben we hier een informatiecampagne over gevoerd. We hebben het Utrechts woonbeleid vernieuwd en laten vaststellen met de Beleidsnota Wonen in Utrecht 'Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030'. We hebben de samenwerking met corporaties doorontwikkeld in de vorm van het Volkshuisvestelijke akkoord en geven hiermee uitvoering aan de samenwerkingsafspraken met corporaties en huurdersorganisaties. We zijn een tenderprocedure voor de ontwikkeling van een wooncoöperatie in Leidsche Rijn gestart. Dit heeft geresulteerd in het selecteren van een initiatief voor het ontwikkelen van een woon coöperatie. Wij hebben de huisvestingsopgave voor de (T)huis voor Iedereen doelgroepen vastgesteld. Voor het opstellen van Regionale woonzorgvisie (uitvoeringsafspraken met de regio waaronder fair share van aandachtsgroepen, eerste helft 2025) is er met de regio gemeenten fair share afspraken gemaakt. We participeren in de processen op dit onderwerp. Wij voeren de acties beter benutten bestaande woningvoorraad uit.
Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025. •
• •
•
We hebben de Huisvestingsverordening in 2025 niet tussentijds aangepast in U10 verband (2de fase groeimodel). De volgende wijziging is de vaststelling van de nieuwe Huisvestingsverordening per 1-4-2027. De evaluatie van het beleid en uitvoeringsprogramma voor het beschermen van de bestaande woningvoorraad verschuift naar Q1 2026. De subsidieregeling wooncoöperaties is nog niet uitgeput en staat nog open. Daarnaast is er voor kennisondersteuning van coöperaties een contract met Woon gesloten. Dit was zonder het voorziene externe steunpunt. Deze gaat nog apart gecontracteerd worden. We hebben de samenwerking met corporaties doorontwikkeld in de vorm van het Volkshuisvestelijke akkoord en geven hiermee uitvoering aan de samenwerkingsafspraken met corporaties en huurdersorganisaties. Hierin zijn ook activiteiten uit het programma realisatie sociale huisvesting geborgd waarvan de uitvoering ook richting 2026 door gaat.
59
•
•
• • • •
We hebben op verzoek van de Raad in 2025 een verkenning uitgevoerd voor het invoeren van de verhuurvergunning waarover in q4 2025 raadsinformatiebrief “Voortgang motie M48 Wijkgerichte invoering Verhuurvergunning” is verstuurd. We hebben in 2025 een nieuw meerjarig contract Volkshuisvestelijke diensten afgesloten met WoningNet waarmee de uitvoeringstaken uit de Huisvestingverordening, zoals urgentiedienstverlening, voorrangen en huisvestingsvergunningen zijn geborgd. We hebben op verzoek van de Raad een verkenning gestart naar de langjarige borging van betaalbare koop. We hebben ambtelijk ondersteund bij initiatiefnota's 'de stem van de woningzoekende 'en 'Wonen eerst' en bereiden de uitvoering voor. Gedurende het jaar is een procesbudget beschikbaar gekomen om tussenvormen voor de huisvesting van statushouders te realiseren. Daar is een aanvang mee gemaakt. De raad heeft per motie verzocht in 2025 een programma 4xB (beschermen bestaande voorraad) te ontwikkelen. Die ontwikkeling is opgepakt maar besluitvorming is pas in 2026. In het kader van nieuwe wetgeving dienen we de regelgeving voor doorwerking in projecten rond het middenhuurbeleid aan te passen. Dit is vertraagd en zal in principe 2026 opgepakt worden.
Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025 Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025. Niet van toepassing Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025. Niet van toepassing Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025 Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. •
•
•
• • • •
Het actieplan Studentenhuisvesting is onderdeel geworden van de beleidsnota wonen. Daarmee is het actieplan afgerond en onderdeel van het vaste beleidskader geworden. We hebben in december met partners opnieuw convenant gesloten (verlengen, herbevestiging). Het Actieplan Utrechtse Wooncoöperaties is onderdeel geworden van de beleidsnota wonen. Daarmee is het actieplan onderdeel geworden van het vaste beleidskader geworden. Met het Uitvoeringsprogramma wooncoöperaties 2024-2028 hebben we het beleid uitgevoerd en continueren dit. Er heeft gebiedsadvisering plaatsgevonden om te komen tot meer gemengde wijken. Sinds de vaststelling van de beleidsnota Wonen wordt de verdeling tussen de sociale huur sector middensegment en vrijesector (het zogenaamde projectentelefoonnummer) strikt gehanteerd Het Actieplan Betaalbare koopwoningen is onderdeel geworden van beleidsnota wonen. We hebben het beleid uitgevoerd en continueren dit. We zetten ons blijvend in voor het realiseren van meer sociale woonplekken (kwetsbare en bijzondere groepen en reguliere woningzoekenden). We hebben uitvoering gegeven aan diverse maatregelen voor het beschermen van de bestaande woningvoorraad waaronder opkoopbescherming. We hebben de leegstandsaanpak corporaties en leegstandsverordening uitgevoerd.
De eerste resultaten van de leegstandverordening laten zien dat de aanpak op korte termijn al effectief is voor het tegengaan van langdurige administratieve leegstand. In 2023 stonden er nog 1.976 woningen langer dan één jaar leeg, terwijl dit aantal twee jaar later gedaald is naar 1.565 woningen. Dit is een daling van de langdurige administratieve leegstand van 20.8% 60
• • • •
•
•
• • •
•
onder particuliere woningeigenaren. Vooral na 2024 wanneer de leegstandverordening net is ingevoerd zet de daling sterker in. Als de ingezette daling doorzet, wat onze verwachting is, zal de leegstandverordening uiterst effectief blijken op de lange termijn. We hebben uitvoering gegeven aan de Wet goed verhuurderschap. We hebben ons ingezet voor het evenwichtig verdelen van schaarste betaalbare woonruimte. We hebben de zelfbewoningsplicht en het antispeculatiebeding voor nieuwbouwwoningen toegepast. We hebben uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma Realisatie Sociale huisvesting 2024-2026 via de tredenaanpak. Programma is in 2025 beëindigd. Activiteiten uit het programma zijn (gedeeltelijk) voortgezet in het volkshuisvestelijk akkoord en opgenomen in de beleidsnota wonen: 1. Permanente woningbouw; 2. Samenwerking in de regio; 3. Optimaliseren van de bestaande voorraad; 4. Inzet van eigen vastgoed en/of aankoop van vastgoed; 5. Tijdelijke woningbouw. We hebben een nieuw meerjarig contract Volkshuisvestelijke diensten afgesloten met WoningNet waarmee de uitvoeringstaken uit de Huisvestingverordening, zoals urgentiedienstverlening, voorrangen en huisvestingsvergunningen zijn geborgd. Het Actieplan Middenhuur is vernieuwd en onderdeel geworden van de beleidsnota wonen.
We hebben ingespeeld op actuele ontwikkelingen en het wonen in Utrecht gemonitord via de Rapportage Wonen in Utrecht. Wij hebben uitvoering gegeven aan de regionale Woondeal. De lokale integrale Woonzorgvisie is onderdeel van de beleidsnota wonen en de Sociale Visie Utrecht 2040. Zowel de nota als de visie zijn vastgesteld. Jaarlijks opstellen prestatieafspraken (is ondervangen via de samenwerkingsafspraken die gelden voor een duur van drie jaar). De prestatieafspraken met de corporaties zijn geborgd in de samenwerkingsafspraken die meerjarig gelden. Per jaar wordt een activiteitenoverzicht voor het volgende jaar afgesproken. De diensten van de verhuisadviseur voor ouderen zijn uitgevoerd.
Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de Programmabegroting 2025. • Tijdelijk wonen is gedurende 2025 afgebouwd en beëindigd. • Opzetten woonentiteit voor transformatie vastgoed gedurende het jaar vanaf gezien en transformatie vastgoed ondergebracht in volkshuisvestelijk akkoord. Financiën 3: Huisvesting
Baten Lasten Saldo baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo Onttrekking en Toevoeging reserves Totaal
Realisatie 2024 3.242 10.161 -6.919
Nominale begroting 2025 1.974 8.409 -6.435
Actuele begroting 2025 164 7.310 -7.146
Realisatie 2025 916 6.679 -5.763
x € 1.000 Verschil actueel/ realisatie 752 631 1.383
993 3.272
993 3.272
0 0
413 0
413 0
0 0
-2.279 -9.628
-2.279 -9.198
0 -6.435
413 -6.733
413 -5.350
0 1.383
Actuele begroting 2024 12.674 20.022 -7.348
61
In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht. x € 1.000 Toelichting verschillen
Bedrag
Baten Niet begrote flexpool subsidiebaten en overige baten Hogere baten door terugbetaling specifieke uitkering Lasten Lagere personele lasten dan begroot met name doordat uitvoering van incidentele activiteiten doorschuift naar 2026 Hogere lasten door terugbetaling van specifieke uitkering
I/S
752 457 295 631 926
I I I
-295
I
Risico's Toprisico's programma
Maatregel
Ongunstige marktomstandigheden zoals hogere rente, bouwkosten en beschikbaarheid personeel (zowel markt als gemeente) zetten het bouwtempo onder druk.
Optimaliseren in projecten en/of het bijstellen van de ambities: • Project specifieke maatregelen die de haalbaarheid van een project mogelijk vergoten via de Utrechtse Aanpak. • Subsidies vanuit zowel gemeente, provincie als rijksoverheid. Zoals Rijkssubsidies als de Start Bouw Impuls (SBI) en Woning Bouw Impuls (WBI). • Inzet op tijdelijke woningbouw op gepaste locaties. • Lobby voor externe bijdragen. • Implementeren van het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG) gericht op verkorten voorbereidingstijd van bouwplannen (bekijken van de eenduidigheid, efficiëntie en kwaliteit van besluitvorming en werkprocessen). • Samen met marktpartijen (zoals partners DNU, Stadsakkoord) zoeken naar slimme oplossingen.
62
Toprisico's programma Door de complexe marktomstandigheden, gebrek aan sociale huurwoningen en stagnatie van de doorstroming dreigen in toenemende met Utrechters (reguliere en kwetsbare doelgroepen die afhankelijk zijn van sociale huurwoningen) tussen wal en schip te vallen.
Verslechtering van congestiesituatie vormt risico voor bouwprojecten. Utrecht zit op dit moment in congestiefase 1, waarin geen nieuwe grootverbruikaansluitingen mogelijk zijn. Zonder ingrijpende maatregelen gaat Utrecht in 2026 naar congestiefase 2, waarin ook geen nieuwe kleinverbruikaansluitingen mogelijk zijn.
Maatregel •
Blijvende inzet op voortgang permanente productie, realisatie flexwoningen, beter benutten bestaande voorraad, regionale samenwerking en inzet eigen vastgoed. • Continu monitoring van de ontwikkeling woonvraag door kwetsbare doelgroep in relatie tot aanbod sociale huurwoningen. • Lobby voor ondersteuning vanuit Rijk, provincie. • Inzet op versterkte samenwerking met wooncorporaties. Als het gaat om de regionale en landelijke inzet om verslechtering van de congestiesituatie tegen te gaan is de gemeente grotendeels afhankelijk van netbeheerders en de landelijke overheid. We kunnen namelijk niet alles zelf oplossen en daarom houden we nauw contact met het Rijk, netbeheerders, provincie Utrecht. Ook is de Utrechtse Energy Board, waar de gemeente Utrecht lid van is, aan zet (zie ook programma Klimaatvriendelijke stad). Als het gaat om gemeentelijke inzet is er een Programma Netcongestie ingesteld die regie gaat voeren op maatregelen om ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en voorzieningen, vestiging van bedrijven en verduurzaming door te laten gaan en op maatregelen die de realisatie van extra stroominfrastructuur faciliteren. Middels de incidentele middelen die beschikbaar zijn wordt o.a. tijdelijke energieopwek via inzet van o.a. (gas)generatoren en accu’s bij zowel gemeentelijk vastgoed als nieuwbouwlocaties gerealiseerd.
Hiermee worden vertragingen in de realisatie van projecten tijdelijk opgevangen en worden de gevolgen van een aansluitstop op die locaties beheerst. Daarnaast wordt er gefaciliteerd in de uitbreiding van de energie infrastructuur, door onder andere ruimtelijke inpassing van trafostations en afstemming met betrokken partijen. Tevens stimuleert de gemeente energiehubs op bedrijventerreinen zodat 63
Toprisico's programma
Beperkingen met betrekking tot stikstofdepositie kunnen leiden tot vertraging of afstel van ruimtelijke projecten.
Bijdragen vanuit derden (waaronder Rijk en andere overheden) zijn onvoldoende om de opgaven en ambities uit de RSU 2040 te kunnen realiseren.
Landelijk woonbeleid staat nationaal erg in de politieke belangstelling. De recente kabinetswisseling zou nog invloed kunnen hebben op de uiteindelijke vorm en uitwerking van de Wet regie op de Volkshuisvesting en de Wet betaalbare huur. Het risico is dat we geen nieuwe instrumenten krijgen om de Utrechtse wooncrisis aan te pakken of de ingezette koers moeten wijzigen. Een ander risico is aanhoudende onzekerheid voor investeerders waardoor zij hun investeringskeuzes aanpassen of uitstellen.
Maatregel bedrijven hun energieverbruik beter op elkaar kunnen afstemmen. Ook wordt er ingezet op netbewuste nieuwbouw door ontwikkelaars te begeleiden en onderzoek te doen naar het beperken van piekbelasting. In aanvulling daarop wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een integraal energiesysteem met flexibel vermogen en investeringen in onder meer batterijen en zonneparken. Daarnaast zal de gemeente bedrijven en ontwikkelaars ondersteunen met kennis, advies en subsidie om bouwprojecten en verduurzaming zo veel mogelijk doorgang te laten vinden. Twee gerechtelijke uitspraken (eind 2024) en een uitspraak van de RvS (begin 2026) met betrekking tot het stikstofdossier hebben gevolgen voor ruimtelijke plannen en projecten. Plannen kunnen, mogelijk met vertraging en extra kosten, vooralsnog wel vastgesteld worden. Uitvoering van projecten binnen plangebieden hebben mogelijk ook te maken met uitloop, extra kosten of in zeldzame gevallen mogelijk afstel. Per plan en project wordt naar oplossingen gezocht om met betrekking tot stikstof de beste route te kiezen. De bekostiging van verstedelijking staat centraal in onze aanpak voor lobby en public affairs. Mobiliteit is de grootste kostenpost in de RSU-ambities, met de ov-schaalsprong als belangrijkste component. De ov-schaalsprong krijgt hierin dan ook bijzondere aandacht.
Mobiliteitsmaatregelen zijn nodig om onze woningbouwambities te realiseren. Stand van zaken maatregel: • Lobby voor continuering programma's en maatregelen. • Lobby voor aanpassing WWSpuntenstelsel zodat middenhuur betaalbaar blijft in Utrecht
64
De toprisico’s met financiële gevolgen zijn terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en de toprisico’s met betrekking tot de Verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.
Investeringen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de investeringen per programma. Per doelstelling is daaronder een aparte tabel met toelichting opgenomen. Een nadere specificatie is opgenomen in de desbetreffende investeringsstaten (geheime bijlage bij de programmabegroting). Zie de paragraaf investeringen voor een toelichting op de verschillende categorieën en uitgangspunten en een totaaloverzicht van alle investeringen. x € 1.000
Ontwikkelen en wonen voor iedereen
Afwijking raming Geautoriseerd Realisatie Raming Realisatie realisatie Restant t/m 2025 t/m 2024 2025 2025 2025 krediet
Totaal vervangingsinvesteringen Totaal uitbreidingsinvesteringen A
13.143 185.935
Stedelijke omgeving Vervangingsinvesteringen Uitbreidingsinvesteringen A Totaal
199.078 13.143 185.935 199.078
1.408 1.085 21.960 16.744 23.368 17.829
327 11.511 11.838
758 11.408 5.233 152.464 5.991 163.872
Toelichting Doelstelling Stedelijke ontwikkeling Vervangingsinvesteringen De realisatie is lager dan begroot doordat voor een aantal investeringen de kosten die in 2025 waren geraamd in latere jaren worden gerealiseerd. Dit gaat onder andere om de investeringen Welgelegen en Den Hommel, Taagdreef en Amazonekwartier. Uitbreidingsinvesteringen A De realisatie is lager dan begroot doordat voor een aantal investeringen de kosten die in 2025 waren geraamd in latere jaren worden gerealiseerd. Dit gaat onder andere om Mobiliteitshub XL, Parkeergarage Berlijnplein en Parkeergarage Paardenveld.
65
Verbonden partijen Omschrijving
Doel
Regionale uitvoeringsdienst (RUD)
Het verlenen van milieuvergunningen en toezicht en handhaven van milieuregels Uitvoeren van grondexploitatie
Vleuten- De Meern zelfstandig B.V.
x € 1.000 Bijdrage gemeente Utrecht 3.700
0
Zie voor detailinformatie de paragraaf Verbonden Partijen
66
Subsidies x €1.000
Doelstelling Omschrijving Doelstelling 1: Herontwikkeling van de fysieke leefomgeving draagt bij aan gezonde groei met kwaliteit en in balans
Begroting
Realisatie
Verschil
Lesgeven in een grootstedelijke context Bijdrage aan lokaal platform/ initiatieven voor onderzoek, debat, en infovoorziening over architectuur, stedenbouw en landschap
400
378
22
79
84
-5
Totaal doelstelling 1 Doelstelling 3: Voldoende passende en betaalbare huisvesting voor alle bewoners en woningzoekende Stedelijke huurders participatie en vertegenwoordiging, Doelgroepen informatiepunt studentenhuisvesting
479
462
17
50
20
30
Startbouwimpuls
11.238
0
11.238
Totaal doelstelling 3
11.288
20
11.268
Totaal Ontwikkelen en wonen voor iedereen
11.767
482
11.285
Lesgeven in een grootstedelijke context
Ruimtelijke plannen
Zie voor het totaaloverzicht alle subsidies per programma de bijlage subsidies.
67
Klimaatvriendelijke stad Programma overzicht We leveren samen met de stad onze maximale bijdrage om klimaatverandering te beperken. Portefeuillehouder(s): Senna Maatoug Financiën programma
Baten Lasten Saldo baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo Onttrekking en Toevoeging reserves Totaal
Realisatie 2024 6.532 17.907 -11.375
Nominale begroting 2025 6.346 16.623 -10.276
Actuele begroting 2025 13.649 22.011 -8.362
Realisatie 2025 12.887 20.998 -8.111
x € 1.000 Verschil actueel/ realisatie -762 1.013 251
675 0
675 0
100 0
3.900 2.586
3.900 2.586
0 0
675 -10.700
675 -10.700
100 -10.176
1.315 -7.048
1.315 -6.797
0 251
Actuele begroting 2024 7.063 18.439 -11.375
De baten in dit programma zijn 12,887 miljoen euro. Deze baten bestaan hoofdzakelijk uit: • Specifieke uitkering tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) (7,1 miljoen euro). • Specifieke uitkering Energiearmoede en nationaal isolatieprogramma (NIP) (3,2 miljoen euro) • Specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie (1,1 miljoen euro) De lasten in dit programma zijn 20,998 miljoen euro. Deze lasten bestaan hoofdzakelijk uit activiteiten op het gebied van: • Gebouwen verduurzamen (10,2 miljoen euro) • Aanpassen infrastructuur (2,8 miljoen euro) • Publiek eigendom (2,6 miljoen euro) • Netcongestie (2,0 miljoen euro) • Bronnen verduurzamen (1,3 miljoen euro) In dit programma wordt in 2025 3,900 miljoen euro onttrokken en 2,586 miljoen euro gestort in de reserves. Zie voor een verdere toelichting het onderdeel Reserves in de Jaarrekening.
68
Doelstellingen Doelstelling 1: Energieverbruik Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen t.o.v. 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen. Wat hebben we bereikt in 2025? Voor de energietransitie is het juist nu belangrijk om keuzes te maken die passen bij het toekomstbestendige energiesysteem voor onze stad. De zekerheid van de levering van energie voerde in 2025 de boventoon in het energiebeleid. De problemen met het elektriciteitsnet zijn in 2025 complexer en veranderlijker geworden. Het stroomnet in Utrecht zit nog steeds overvol. Bij de voorjaarsnota 2025 zijn incidentele middelen vrijgemaakt om korte termijn maatregelen mogelijk te maken om de impact van netcongestie te verminderen en de ontwikkeling van de stad mogelijk te blijven maken. Daarvoor nemen we maatregelen waarbij we congestieverzachters toepassen, accu's te plaatsen en ondersteunen we bedrijven om te kijken of een energiehub de druk op het elektriciteitsnetwerk kan verminderen. In 2025 zijn een aantal beleidsnota's vastgesteld waarmee belangrijke keuzes voor de inrichting van een toekomstbestendig energiesysteem zijn gemaakt namelijk de Beleidsnota Warmte en de Herijking RES.
In 2025 hebben we ook de stap naar voren genomen door zelf een zonproject op Nedereindse plas te gaan ontwikkelen, omdat op dit moment marktpartijen niet bereid zijn te investeren. En door de gemeenteraad is besloten om aan te sluiten bij HVC als een publiek warmtebedrijf. Bij bewoners, buurtinitiatieven, bedrijven op bedrijventerreinen en corporaties zien we een toenemende betrokkenheid om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten Beleidsdocument
Vastgesteld
Toelichting
Regionaal Uitvoeringsprogramma 2.0 (RES U16)
2025
Regionale Energiestrategie 2.0 U16
2025
Beleidsnota warmte 2025-2035
2025
In het regionaal uitvoeringsprogramma staat hoe we regionaal werken aan de uitvoering van de RES 2.0 onder andere op de thema's zon op dak, grootschalige opwek, warmte en regionale participatie. In de RES 2.0 staat opgenomen hoe de regio 1,8 Terawattuur (TWh) aan wind- en zonneenergie in 2030 wil opwekken en welke warmtebronnen mogelijk beschikbaar zijn. Utrecht zet zich in om een bijdrage van 0,523 TWh te leveren aan dit regionale bod. De beleidsnota warmte geeft de kaders voor de warmtetransitie. Een analyse van de voorkeursoplossing voor de warmtevoorziening per buurt en qua planning een focus op de drie gebieden met actieve buurtinitiatieven
69
Beleidsdocument
Vastgesteld
Toelichting
Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht 2024-2030
2024
Uitvoeringsprogramma verduurzaming Bedrijventerreinen 2024-2028
2024
Uitvoeringsprogramma Elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026
2023
Actualisatie uitvoeringsprogramma's energie besparen gebouwde omgeving
2023
Programma Besparen
2022
Transitievisie Warmte deel I en deel II
2022
In deze beleidsnota staan de focus- en zoekgebieden voor wind-, zonne-energie en aardwarmte opgenomen. In deze focus-en zoekgebieden gaan we aan de slag om zo veel mogelijk potentieel schone energie op te gaan wekken. In dit uitvoeringsprogramma geven we aan langs welke 4 sporen we op bedrijventerreinen aan de slag gaan met verduurzaming: netcongestie en energie-hubs, energiebesparing, verduurzaming bedrijfsprocessen en lobby richting rijksoverheid. Via twee programmalijnen: inpassing infrastructuur en netbewuste stad willen we structureel bijdragen aan knelpunten op het elektriciteitsnet. Actualisaties van de uitvoeringsprogramma’s 2024 voor wonen en bedrijven en maatschappelijke organisaties behorende bij het vastgestelde programma besparen gebouwde omgeving In het programma is een strategie, visie en doelstelling op energie besparen in de gebouwde omgeving van Utrecht uitgewerkt voor woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed Deel I van de transitievisie warmte beschrijft de strategie en visie. Deel II beschrijft wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden.
Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Bij de indicatoren wordt met een kleur aangegeven of de uitvoering conform de raming is gelopen. De betekenis van de kleuren is te vinden in de leeswijzer. Meer toelichting op de indicatoren en het verloop hiervan kunt u vinden in de webversie van de Jaarstukken 2025.
Nul meting
Indicator Verandering energieverbruik 13.877TJ gebouwde omgeving tov (2020) 2020.
Doelstelling Realisatie 2024 2024 -4,7%
-12,6%
Doelstelling Realisatie 2025 2025 -5,8%
Volgt medio 2026
Stop licht
Doelstelling 2026 -13,9%
70
Doelstelling Realisatie 2024 2024
Doelstelling Realisatie 2025 2025
Doelstelling 2026
Indicator
Nul meting
% gebouwen zonder aardgasaansluiting
30% (2020)
35%
37%
37%
38%
40%
% duurzame warmte
43% (2020)
60%
53%
60%
volgt mei 2026
60%
100 GWh 153 GWh 195 GWh 164 GWh (2021)
volgt medio 2026
178 GWh
Aantal GWh opwek
Stop licht
*Uitgebreidere informatie over indicatoren die betrekking hebben op deze doelstelling is te vinden in: de Voortgangsrapportage Energie van de stad
Activiteiten Nieuwe activiteiten in 2025 Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. • We zijn gestart met de uitvoering van de beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie, voortgang aangegeven in de raadsbrieven van 3 juni 2025 en 25 november 2025. • Zelf ontwikkelen van het zonne-eiland op de Nedereindse Plas; omgevingsvergunning en watervergunning aangevraagd en verleend, en SDE++ subsidie aangevraagd. Consultatie onder marktpartijen uitgezet (resultaten in 2026) (25 november 2025). • Keuze voor HVC als publiek warmtebedrijf, voorbereiden aandeelhouderschap (raadsbesluit 2 oktober 2025) • Bouwen en onderhouden netwerk met bewoners initiatieven en ondersteunende externe partijen. Dit is ingezet onder de naam: Aanpak Energieke buurten. Een rol hierin speelt ook energieambassadeursnetwerk; de aanbesteding liep eind 2024 af. Deze is tijdelijk verlengd. Eind 2025 is gestart met de voorbereidingen nieuwe aanbesteding en deze zal in 2026 aanbesteed worden (25 november 2025). Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025. • Bij de voorjaarsnota 2025 zijn incidentele middelen vrijgemaakt om op korte termijn maatregelen mogelijk te maken om de impact van netcongestie te verminderen en de ontwikkeling van de stad mogelijk te blijven maken.
Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025 Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025. • Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma energie besparen gebouwde omgeving zijn we gestopt met het jouwhuisslimmer voorbeeldwoning in Overvecht. • Elektrisch koken: Stadsbrede aanpak en gemeentelijke inzet in samenwerking met woningcorporaties lijkt ingewikkeld en vooralsnog niet haalbaar. Dit wordt verder toegelicht in de raadsbrief over de warmtetransitie (Q4 2024). Wel hebben corporaties zich gecommitteerd aan de doelstelling uit de transitievisie warmte en benutten natuurlijke momenten om complexen aan te pakken (28 oktober 2024).
71
Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025. • (Voorbereiden) besluitvorming deelname Stedin, besluit genomen geen deelname in Steding zoals gemeld in raadsbrief Aandeelhouderschap Steding (20 december 2023). Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025 Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen. Activiteiten bij doelstelling: aantal GWH opwek • Zonnepark Geluidswallen A12, omdat de ontwikkelaar met een vergunning zich heeft teruggetrokken hebben we besloten ook voor dit project zelf de ontwikkelende rol op te pakken, zie raadsbrief van 9 april 2025. In overleg met de gemeente Woerden is gestart met de voorbereiding van de vergunningaanvraag. • De initiatiefnemers van het project zon op Haarrijnseplas hebben we begeleid in het proces van de beroepsprocedure tegen de omgevingsvergunning, zie de raadsbrief van 3 juni 2025. Voor zon in Ockhuizen hebben we stappen gezet om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst als stevig fundament voor de gebiedsontwikkeling, zie de raadsbrief van 25 november 2025 • Zelf ontwikkelen zonnepark Nedereindse Plas en geothermie. Voor Nedereindse plas wordt verwezen naar de beschrijving onder “Nieuwe activiteiten in 2025”.
Voor geothermie geldt dat we hebben moeten besluiten om de zoektocht naar geothermieprojecten binnen onze gemeentegrens te staken. De raad is hierover geïnformeerd via de raadsbrief van 3 juni 2025. Activiteiten die bijdragen aan o.a. de doelstelling: % duurzame warmte • Samenwerken met partners aan de realisatie van warmtebronnen: Met de regio, HDSR en Rijkswaterstaat bekijken we of er op bepaalde wateren zoals de Kromme Rijn, waterenergieplannen nodig zijn om af te stemmen wie gebruik kan maken van de potentie. Met buurtinitiatieven verkennen we hoeveel en welke bronnen er nodig zijn als een collectief de uiteindelijke oplossing wordt • Er is uitvoering gegeven aan Uitvoeringsprogramma Elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026. We werken aan netbewuste warmteoplossingen en samen met Stedin aan de inpassing van (extra) trafohuisjes. Om het plaatsen te versnellen wordt, als de plaatsing botst met andere ambities, sneller een escalatie gezocht, is er budget vrij gemaakt voor het beter ‘aankleden’ van trafohuisjes en maken we afspraken met woningbouwcoöperaties voor het plaatsen van trafohuisjes op hun grondgebied; zie Raadsbrief Stand van zaken netcongestie november 2025 - iBabs Publieksportaal. • Uitvoering geven aan Uitvoering programma zon op dak en netoplossingen.
Dit uitvoeringsprogramma integreren we in het Programma Energie besparen en wordt meegenomen in de actualisatie van de uitvoeringsprogramma’s Energie besparen zie raadsbrief Evaluatie en ontwikkelingen energie en besparen Activiteiten die bijdragen aan o.a. de doelstelling: % gebouwen zonder aardgasaansluiting • We passen het tempo van het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen aardgasvrij aan op basis van de context waarbinnen we die moeten opstellen (wetgeving, medewerking Eneco). In de vastgestelde beleidsnota warmte laten we zien dat we nu aan de slag gaan met de drie gebieden waar buurtinitiatieven actief zijn en waar geen bestaande netten liggen. Als de randvoorwaarden op orde zijn kunnen we weer gebieden met bestaande netten oppakken.
72
•
•
Routekaart voor aanpak aardgasvrij binnenstad opstellen. Zoals benoemd in de raadsbrief van 10-07-2025 is er een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden richting aardgasvrij in het Museumkwartier. Het wervenherstel gebeurt tot 2030 per individuele kelder. Hierdoor kan er geen rekening worden gehouden met de aanleg van warmtenet. Vanaf 2030 wordt trapsgewijs gewerkt en haken we aan om, wanneer mogelijk, ruimte te reserveren of warmtenet direct aan te leggen. Uitvoering geven aan keuze gemaakt op basis van op te stellen scenario’s vervolg OvervechtNoord. Er is gewerkt aan de uitwerking van de rekenkamer adviezen voor aardgasvrij Overvecht-Noord. In het licht van de ontwikkelingen met de landelijke wetgeving en publieke route voor de warmtebedrijven zal de uitvoering anders verlopen. Voor de aanleg van nieuwe aansluitingen is daarom een pauze afgekondigd. Wel wordt er gewerkt aan besparen en initiatieven rondom verduurzaming in de wijk. Het plan hiervoor is 17 september 2025 met de raad gedeeld.
Activiteiten bij doelstelling: Verandering energieverbruik gebouwde omgeving t.o.v. 2020. • De intensivering van (1) het programma Besparen, (2) de vve-aanpak en de energiescans voor het mkb, (3) de inzet van mkb-verduurzamings- en Energieloketsubsidie en (4) de energiescans voor maatschappelijk vastgoed verloopt volgens planning. De resultaten zijn uitgebreid beschreven in de voortgangsrapportage Energie van de stad • Uitvoering geven aan uitvoeringsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen inclusief intensivering van de inzet door de inzet van beschikbare Rijksmiddelen. O.a. in de vorm van samenwerkingen op diverse bedrijventerreinen. Zie raadsbrief Evaluatie en ontwikkelingen energie en besparen Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de Programmabegroting 2025. • Het warmteprogramma is niet vastgesteld omdat we eerste de kaders hebben vastgelegd met de raad in de beleidsnota warmte. Het warmteprogramma is wettelijk verplicht uit de wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie die vertraagd op 1 juli 2026 ingaat. We zullen deze naar verwachting eind 2026 laten vaststellen door college op basis van de beleidsnota Warmte. • Beleidsnota warmte goedgekeurd door de raad incl Milieueffect rapportage voor het Beleidsnota en warmteprogramma en bronnenstrategie • Het wijkuitvoeringsplan Oog in Al is in 2025 niet afgerond.
Op grond van de in 2025 vastgestelde wet collectieve warmte (Wcw) moet er eerst een kavel worden vastgesteld, een warmtebedrijf worden aangewezen en een kavelplan worden vastgesteld. Pas daarna kan er een wijkuitvoeringsplan worden vastgesteld. We doorlopen nu deze wettelijk vastgestelde route voor Oog in Al (en ook voor Lunetten en Noordoost). In Q4 2026 nemen we in het warmteprogramma op welke planning we voor ogen hebben voor de buurtaanpak aardgasvrij in de drie genoemde buurten. • Toewerken naar besluitvorming over uitvoeringsbedrijf voor buurtaanpak aardgasvrij. Het is in deze fase niet zinvol om te starten met de inrichting van een uitvoeringsbedrijf. Ook niet voor een pilot. Zodra we bewoners een goed collectief warmte aanbod kunnen doen, voor individuele gevallen netcongestie is opgelost, pakken we dit weer op. Tegen die tijd is naar verwachting is ook meer helderheid over de noodzakelijk condities om een overstap “haalbaar en betaalbaar” te maken, zodat we gericht de aanwijsbevoegdheid kunnen inzetten.
73
Financiën 1: Energieverbruik
Baten Lasten Saldo baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo Onttrekking en Toevoeging reserves Totaal
Realisatie 2024 6.532 17.907 -11.375
Nominale begroting 2025 6.346 16.623 -10.276
Actuele begroting 2025 13.649 22.011 -8.362
Realisatie 2025 12.887 20.998 -8.111
x € 1.000 Verschil actueel/ realisatie -762 1.013 251
675 0
675 0
100 0
3.900 2.586
3.900 2.586
0 0
675 -10.700
675 -10.700
100 -10.176
1.315 -7.048
1.315 -6.797
0 251
Actuele begroting 2024 7.063 18.439 -11.375
In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht. x € 1.000 Toelichting verschillen
Bedrag
I/S
Baten Vanuit de specifieke uitkering Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden (CDOKE) zijn minder middelen besteed op diverse onderdelen van de opgave Energie. Dit betreft onder andere minder personele inzet op data op orde, omdat onder andere verplichting om data op orde te krijgen is uitgesteld door vertraging in de wetgeving en door netcongestie realisatie van bepaalde systemen langer op zich laat wachten. Voor de specifieke uitkering Energiearmoede en Nationaal Isolatieprogramma zijn meer middelen ingezet ter dekking van de lasten. Voor de specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting zijn minder middelen ingezet ter dekking van de lasten. Overige baten Lasten Vanuit de specifieke uitkering Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden (CDOKE) zijn minder middelen besteed op diverse onderdelen van de opgave Energie. Dit betreft onder andere minder personele inzet op data op orde, omdat onder andere verplichting om data op orde te krijgen is uitgesteld door vertraging in de wetgeving en door netcongestie realisatie van bepaalde systemen langer op zich laat wachten. Vanuit de specifieke uitkering Energiearmoede en Nationaal Isolatieprogramma zijn er meer middelen besteed vanwege een betere inrichting van de aanvraag procedure voor de subsidie nadere regeling woningcorporaties.
Hierdoor is de aanvraag en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen versneld. Vanuit de specifieke uitkering herstructurering volkshuisvestingsfonds Overvecht zijn minder middelen besteed, omdat veel Verenigingen van Eigenaren (VvE's) nog niet vergevorderd genoeg waren om de subsidie aan te vragen. Overige lasten
-762 -1.261
I
1.098
I
-597
I
-2 1.013 1.261
I
-1.098
I
597
I
253
I
I
74
Risico's Toprisico's programma
Maatregel
Netcongestie (teruglevering) Doordat er steeds meer energie opgewekt wordt, is een netcongestieproblematiek in de regio Utrecht ontstaan. Hierdoor kunnen we (grote) opwekprojecten (Zon op dak, zonnevelden en wind) mogelijk niet tijdig aansluiten op het net met als gevolg dat we minder duurzame elektriciteit kunnen opwekken.
In RES verband is gewerkt aan energiebeelden om een beter inzicht in de mogelijkheden voor opwek te krijgen. Doordat netcongestie in de regio verergert zijn meer verdiepende analyses nodig. Dit loopt onder andere met de provincie bij de voorbereidingen voor de nieuwe ronde pMIEK 3.0 (provinciaal meerjarenprogramma investeringen energie en klimaatinfrastructuur). Als het gaat om de regionale en landelijke inzet om verslechtering van de congestiesituatie tegen te gaan is de gemeente grotendeels afhankelijk van netbeheerders en de landelijke overheid. We kunnen namelijk niet alles zelf oplossen en daarom houden we nauw contact met het Rijk, netbeheerders, provincie Utrecht. Ook is de Utrechtse Energy Board, waar de gemeente Utrecht lid van is, aan zet (zie ook het risico Verslechtering van congestiesituatie bij Wonen) Het rijk, provincies en netbeheerders werken aan een pakket van maatregelen om verslechtering van de congestiesituatie te voorkomen. In aanvulling hierop heeft de gemeente in 2025 een programmamanager/ crisismanager netcongestie aangesteld, met de opdracht verdere verslechtering van de congestiesituatie te voorkomen of de impact te verkleinen. Er wordt o.a. gezocht naar het (tijdelijk) uitbreiden van de capaciteit, het faciliteren van uitbreiding van energie infrastructuur, en het slimmer omgaan met de beschikbare capaciteit.
We ondersteunen bedrijven en instellingen en werken aan oplossingen om woningen en ontwikkelingen mogelijk te blijven maken. In G4 en VNG-verband is input geleverd op rijksbeleid. De wet collectieve warmte en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie zijn in 2025 vastgesteld. Naar verwachting treden delen in zowel 2026 als in 2027 in werking. Voor de onderliggende besluiten blijven we in G4 als VNG verband input leveren om tot een haalbare warmtetransitie te komen.
Netcongestie (afname) verslechtering van congestiesituatie Utrecht zit op dit moment in congestiefase 1, waarin geen nieuwe grootverbruikaansluitingen mogelijk zijn. Recent heeft TenneT laten weten dat netcongestie op het hoogspanningsnet nog minimaal tot 2033 gaat duren. Zonder ingrijpende maatregelen gaat Utrecht in 2026 naar congestiefase 2, waarin ook geen nieuwe kleinverbruikaansluitingen mogelijk zijn. Dit zou betekenen dat alle nieuwe ontwikkelingen die een stroomaansluiting nodig hebben op een wachtlijst komen: naast grootverbruikaansluitingen voor opwek en afname ook kleinverbruikaansluitingen voor woningen, winkels, warmtepompen en laadpalen. Dit heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling en verduurzaming van de stad.
Vertraging of ongunstige aanpassingen in de wetgeving Vertraging of ongunstige besluitvorming over het wetsvoorstel collectieve warmte, regelgeving milieunormen en wind. Wanneer het Rijk kaders en regelgeving niet wil aanpassen om tot een betaalbaar warmte-alternatief voor het merendeel van de bewoners te komen.
75
Toprisico's programma
Maatregel
Door onzekerheden in wet- en regelgeving en de beschikbaarheid van onvoldoende Rijksmiddelen zit het maken van afspraken over een duurzaam warmte alternatief in de buurtaanpak met warmtebedrijf Eneco in een impasse.
Naast het aandringen op spoedige behandeling van de wetten en het beschikbaar stellen van voldoende Rijksmiddelen kijken we naar leren van kleinschaliger en buurtnetten met buurtinitiatieven en de opzet/deelname in een publiek warmtebedrijf. Een aantal stappen zijn gezet om aan de schaarste op de arbeidsmarkt voor energietransitie te werken (raadsbrief 14 mei 2024). Samen met partners zijn nieuwe ideeën voor deze arbeidsmarkt opgehaald. Dit heeft geresulteerd in een matchingsplatform voor bedrijven en werknemers. Bij concrete initiatieven maken we een integrale gebiedsafweging tussen de opgaven uit de RSU. In de beleidsnota warmte werden de eerste beelden neergelegd en deze zullen verder worden uitgewerkt in het warmteprogramma.