Integrale voorbereidende vergadering 21 januari 2021.doc
Tekst van het document
14
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 De heer Van Deún (PVV) merkt op te hebben gevraagd om een onderzoek naar ondergronds parkeren, in dit gebied, maar ook in de rest van Utrecht. De heer Verschuure (wethouder) zegt dat ondergronds parkeren deel uitmaakt van het plan. Veel parkeervoorzieningen zijn ondergronds. Er is ook een mooi pand waar een parkeergarage komt. De heer Van Dalen (VVD) vraagt of met het huidige aantal woningen het parkeerregime van A2 naar B1 worden veranderd. Dat heeft de VVD-fractie gehoord van de ambtelijke organisatie. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat dit niet kan. Het kan misschien worden gedaan, maar dan wordt het aantal verkeersbewegingen per etmaal te hoog. Dat is ongewenst. De heer Van Dalen (VVD) zegt van de ambtelijke organisatie te hebben gehoord dat dit wél kan. Bij dit aantal woningen zijn beide parkeerregimes mogelijk. De VVD-fractie is benieuwd waarom het antwoord van de wethouder anders is dan dat van zijn ambtelijke organisatie. De heer Verschuure (wethouder) merkt op die ambtelijke antwoorden niet te kennen. Voor zover hij weet, is het parkeerregime op de maximale vorm afgesteld, waarmee het aantal autobewegingen in de smalle straatjes wordt beperkt. Er is een aantal aanvullende maatregelen genomen. Er is veel deelmobiliteit. Het is een groen ingericht gebied voor voetgangers en fietsers. Er is een laag parkeerregime.
In zijn vragen wees de heer Van Dalen erop dat dit betekent dat andere inwoners van het gebied in de omliggende straten parkeren omdat daar een lager parkeertarief is. Het verschil is maximaal 15%. De bewoners van de 2e Daalsedijk kunnen, als zij geen eigen parkeergelegenheid hebben, in de omliggende straten geen parkeervergunning krijgen. Het college maakt zich daarover minder zorgen. Het is een wijk waar mensen bewust gaan wonen. Zij weten dat het een autoluwe wijk is. Een deel van de inwoners vindt dat erg plezierig. Niet iedereen ervaart dit als een nadeel. De heer Van Dalen (VVD) zegt zich daar meer zorgen over te maken. Vooral bezoekers moeten in de 2e Daalsebuurt een lager parkeertarief krijgen. Voor ruim € 1 per uur minder wordt in een straatje verderop geparkeerd. Dat geeft meer parkeeroverlast, bijvoorbeeld in de Concordiastraat. De wethouder zegt dat de wijkbewoners minder vaak een auto hebben, maar de VVD-fractie denkt van niet. Zij parkeren hun auto eenvoudig ergens anders. Dan komt daar meer parkeerdruk. De bewoners van de Bloemenbuurt en rond het Julianapark hebben daar dan last van. Als de wethouder de wijkbewoners tegemoet wil komen, is het misschien handig om een B1-parkeerregime in te voeren. De heer Verschuure (wethouder) stelt dat met omwonenden is afgesproken om het aantal verkeersbewegingen beperkt te houden.
Met hetzelfde parkeerregime heeft men een aantal parkeerplaatsen extra. Dan is er een andere parkeernorm. Dat lijkt het college niet verstandig, want daarmee wordt óf het aantal woningen verminderd, óf het aantal verkeersbewegingen stijgt. Beide ontwikkelingen zijn ongewenst. In een klein deel van de Bloemenbuurt is nog geen betaald parkeren. De parkeerdruk is daar wél erg hoog. In de Cartesiusdriehoek is de parkeerdruk dermate hoog dat die betaald parkeren legitimeert, maar de bewoners hebben daar nog niet voor gekozen. De heer Koppelaar noemde de bouwhoogten. Vanaf de bestaande bebouwing wordt er naartoe gebouwd. Ook noemde hij groene gevels bij de fietstunnel. Het college zal daar zijn best voor doen. De heer Van Dalen vroeg of het aantal woningen kan worden verhoogd. Dat kan niet. Het college zou dat wel willen. Verdichten lijkt ons goed, maar er moet rekening worden gehouden met verkeersintensiteiten. De heer Van Dalen (VVD) zegt er meer woningen te willen zien, maar hij begrijpt dat dit op deze locatie niet kan. Binnenstedelijk bouwen kent dit soort knelpunten. Vindt de wethouder niet dat beter in Rijnenburg kan worden gebouwd? De voorzitter merkt op dat deze vraag buiten de vergaderorde valt. Er wordt gesproken over de 2e Daalsedijk. De heer Verschuure (wethouder) zal over de geluidsoverlast iets zeggen als de motie van mevrouw
15
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Zwinkels aan de orde is. Over zwaar bouwverkeer in de straatjes is in de commissievergadering gesproken. Dat zal niet gebeuren. Langs het spoor loopt een route. Er is een speciale bouwweg aangelegd. Het aangekondigde amendement om van parkeerregime A2 naar parkeerregime B1 te gaan, is niet uitvoerbaar. Als dat vanavond wordt ingediend, zal het college dat stevig ontraden. De heer Işik vroeg of het bouwprogramma niet conform de Woonvisie is te maken. In de commissievergadering is daarover uitgebreid gesproken. De raad heeft ooit een ontwikkelvisie vastgesteld. Op basis van het uitgangspunt daarvan is NS, als eigenaar van de grond, onderhandelingen gestart. Daar zit een businesscase achter. De raad kan gedurende het ontwikkelen allerlei spelregels veranderen - de raad kan dat doen, want die stelt het bestemmingsplan vast maar het moet nog wel te doen zijn. Het college denkt dat wat de heer Işik vraagt niet is te doen. Het college vindt wel dat NS een stevige beweging heeft gemaakt door zich te committeren aan 15% extra woningen met een betaalbare huur. Ze wil ook een aantal dingen vastleggen over onzelfstandige studentenhuisvesting. De door de heer Işik aangekondigde motie moet door het college worden ontraden. De heer Işik heeft ook iets over een hotelfunctie gezegd; hij wil die schrappen om aan het plan meer woningen toe te voegen.
Dat kan om verscheidene redenen niet. In het bestemmingsplan wordt niet toegestaan dat een hotel wordt toegevoegd. Dat lijkt wél zo te zijn. Een hotel kan als bestemming in het gebied landen, maar dan kunnen er geen afwegingen plaatsvinden. Er is een aantal locaties dat zich niet goed leent voor woningbouw. Het is wellicht denkbaar dat daar in de toekomst een hotel wordt toegestaan. Als dat nu niet in het plan wordt opgenomen als mogelijkheid, moet later een lange bestemmingsplanwijzigingsprocedure worden gevoerd. Het college is gevraagd de mogelijkheid te geven om die afweging in de toekomst te kunnen maken. Hij heeft toegezegd dat als het college van die mogelijkheid gebruik wil maken, het de gemeenteraad in staat moet stellen om daar iets van te vinden. Het is dus niet zo dat als de raad in het bestemmingsplan de hotelfunctie schrapt, in het gebied dan meer woningen kunnen komen. De plek waar dat eventueel kan, leent zich niet voor woningbouw. Ook is het aantal woningen gemaximeerd, zoals al eerder is gezegd. De heer Işik (PvdA) wil op de plek waar het hotel zou worden gevestigd geen woningen bouwen. Hij stelt voor allerlei functies te verschuiven. Daardoor kan het zijn dat er op een andere locatie vierkante meters vrijkomen. Die locatie kan worden ingezet voor het realiseren van nieuwe woningen.
De heer Van Heuven (PvdD) zegt te begrijpen dat de wethouder geen bestemmingsplanwijzigingsprocedure wil doorlopen, maar hij zou wel kunnen toezeggen om nu al af te zien van de komst van een hotel. Dan hoeft hij later geen briefje te sturen. Dan blijft in de papieren staan wat er staat, maar de wethouder spreekt nu hardop uit niet voor een hotel te kiezen. De heer Koppelaar (Student & Starter) vindt dit een lastige afweging. Misschien kan de wethouder dat nog wat verhelderen. Wat is er de reden van dat woningbouw op zo'n locatie niet kan, maar een hotel wel? Wat zijn dan precies de verschillen? De heer Verschuure (wethouder) zegt in reactie op de heer Işik dat als een programma wordt verschoven, niet op een andere plek meer woningen kunnen worden toegevoegd. Dat komt doordat het aantal woningen is gemaximeerd, omdat er anders meer verkeersbewegingen komen. Hij zegt in reactie op de heer Koppelaar dat de plek zich niet voor wonen leent. Dit is vastgesteld door de projectontwikkelaar, NS en de ambtenaren van de gemeente. De locatie die is voorzien, leent zich niet voor woningbouw vanwege allerlei restricties: de vorm, de plek en het respecteren van erfgoed. Andere bestemmingen zoals cultuur, horeca en diensten zijn misschien wél mogelijk. Die bestemmingen heeft de locatie.
De projectontwikkelaar vraagt of het mogelijk is, als het niet lukt om die voorzieningen op die plek te laten landen, om daar een hotel neer te zetten. Op dit moment zegt de gemeente daar "nee" tegen, want andere voorzieningen worden belangrijker gevonden. Het college vraag wel om de mogelijkheid van een hotel erin te houden, opdat er, als dit aan de orde zou zijn, geen complete bestemmingsplanprocedure hoeft plaats te vinden. Het is een klein onderdeel van het totale plan. Mevrouw Zwinkels heeft vragen gesteld over het woonprogramma en gewezen op de exploitatieovereenkomst. Daarin is een berg afspraken over dit plan opgenomen. Er komen 1.020 woningen. 306 daarvan maken deel uit van het sociale segment opgedeeld in woningen van
16
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 verschillende aantallen vierkante meters: 75 m², 65 m² en studenteneenheden. Die zijn ook onderverdeeld. In de exploitatieovereenkomst voor het sociale deel is veel vastgelegd. Daarbinnen is wat kan worden gedaan maximaal uitgenut. Van het betaalbare segment, 153 woningen, valt het juridische instrumentarium onder de Nationale Hypotheek Garantie. Er is nog geen instrumentarium over het minimumaantal vierkante meters. Wethouder Diepeveen is daarmee bezig. Hij heeft daar al over bericht in het kader van het Actieplan Middenhuur. Er is ook een Actieplan Betaalbare Koop te formeren, maar dat is er nog niet. Het college heeft wel een zelfbewoningsplicht en een antispeculatiebeding ingevoerd. Het totale instrumentarium dat hem ter beschikking staat, is gebruikt. Veel waar door de raad om wordt gevraagd, is al gedaan. Dat maakt de motie die daarover zal worden ingediend deels overbodig. Het college kan niet méér doen. Mevrouw Zwinkels heeft iets over geluidshinder gezegd, namelijk geen 65 dB toestaan op bepaalde stukken, maar maximaal 63 dB. Oorspronkelijk was in het gebied 68 dB voorzien. Dat kon worden teruggebracht tot 65 dB. Dat is een aardige extra investering. Als het aantal dB nog lager moet worden, zijn geluidsschermen nodig.
Behalve dat dit een zware kostenpost is, is het in tegenspraak met de ontwikkelvisie die de raad eerder heeft vastgesteld. Het college heeft de expliciete opdracht gegeven om geen schermen te plaatsen. Dat laat het plan wiebelen. Als wat mevrouw Zwinkels vraagt inderdaad gebeurt, is het nog maar de vraag of geluidsschermen helpen. Die worden hoog aangebracht. Als die op alle gevels komen, betekent het dat een deel van het woonprogramma moet worden geschrapt. Dan moet veel lager worden gebouwd. Het college heeft een hoge waardebeschikking afgegeven. Daarbinnen kan de projectontwikkelaar aan de gang gaan, maar wat mevrouw Zwinkels vraagt, kan niet worden gedaan. De motie zal moeten worden ontraden. Gevraagd is naar een parkeer- en verkeersdrukonderzoek. Dat is echt overbodig. De wethouder heeft gezegd op basis waarvan het college het verkeersregime heeft vastgesteld om het aantal verkeersbewegingen te reguleren. Het gebied ligt vlakbij twee stations. Er wordt betaald parkeren ingevoerd. Er wordt veel aan deelauto's gedaan. Er worden geen parkeervergunningen gegeven voor de omliggende gebieden. Er zijn knips ingevoerd. Er is een vrachtwagensluis ingevoerd. Bij de verschillende omgevingsvergunningen die voor de deelgebieden worden afgegeven, wordt steeds opnieuw een rekenkundige toets gedaan om te zien of het past.
Er wordt verondersteld dat daarmee overlast en verkeersdruk kan worden gereguleerd. Als onverhoopt iets niet goed is, kunnen meer verkeersremmende maatregelen worden genomen. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat maatregelen inzake geluidsoverlast kostbaar en lastig kunnen zijn, maar de gemeente heeft continu de mantra van gezond stedelijk leven. Daar worden eisen aan gesteld. Wat wordt nu gezegd, gaat voor 100% in tegen het beleid dat de gemeente hanteert. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat men in een drukke stad die binnenstedelijk groeit vaak ziet dat bepaalde functies elkaar in de weg zitten. Het stadsbestuur probeert zich aan de normen voor de volksgezondheid te houden. In de nota's van het college staat altijd dat dit in het ideale geval zo is. Een aantal maatregelen kan worden genomen. De projectontwikkelaar zal allerlei maatregelen nemen op de gevel zelf, waardoor men binnen veel minder last heeft. Allerlei zaken moeten aan het bouwbesluit voldoen. Het gemeentebestuur mag niet nog hogere waarden vaststellen. Als het dat wél doet, komt het plan helemaal op losse schroeven te staan. Het college denkt aan de normen te voldoen. De heer Van Heuven vroeg zich af of de verbinding langs het spoor een fietspad of een bos zou moeten worden. Misschien wordt het een fietspad door een bos, maar het bos zal niet heel breed zijn.
Hij zegt toe dat zo veel mogelijk rekening zal worden gehouden met biodiversiteit en een zo veel mogelijk natuurinclusieve inrichting. Dat vindt het college belangrijk. Hij kan toezeggen dat de minimale norm voor het parkeren ook de maximale norm is. De Stadsbelang Utrecht-fractie heeft een amendement aangekondigd over het parkeerregime. Het college denkt dat dit amendement ongeveer hetzelfde is als dat van de heer Van Dalen. Hij ontraadt het met dezelfde argumentatie. Als het amendement over het hotel gelijk is aan het amendement over het hotel waarop de wethouder zojuist heeft gereageerd, zal hij ook dat met dezelfde argumentatie ontraden. Hij meent de vraag van de heer Schipper al te hebben beantwoord. De heer Schreuder noemde de 15% van de Nationale Hypotheek Garantie die is vastgelegd, net als het antispeculatiebeding en de zelfbewoningplicht. Het gesprek dat hij noemde, is georganiseerd. De heer Van Dalen (VVD) wil nog even op het parkeren terugkomen. Volgens hem zouden het,
17
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 gezien het aantal woningen en het maximale aantal verkeersbewegingen, 2.604 verkeersbewegingen moeten zijn. Het parkeerregime B1 zou 2.4017 verkeersbewegingen moeten zijn. B1 past erin, maar de wethouder zegt dat het er niet in past. Kan hij dat uitleggen? De heer Verschuure (wethouder) zal dit ambtelijk navragen, omdat hij de ambtelijke vragen die de heer Van Dalen heeft gesteld niet heeft gezien. Op deze manier wordt beantwoorden heel lastig. De voorzitter zegt dat het hem goed lijkt als de heer Van Dalen ervoor zorgt dat wethouder Verschuure de getallen te zien krijgt. Dan kan hij er later op reageren. De heer Van Dalen (VVD) heeft een punt van orde. Volgens hem moet de wethouder dit weten. Hij kan zich voorstellen dat de vergadering wordt geschorst zodat dit kan worden nagevraagd, maar het moet niet zo zijn dat raadsleden de wethouder informeren over hoe diens voorstel eruitziet. Dat is vrij raar. De voorzitter zegt dat dit niet is wat hij heeft voorgesteld. Het lijkt hem praktisch om de vergadering nu te schorsen. De vergadering loopt al een halfuur uit de tijd. Vanavond is er een raadsvergadering waarin dit onderwerp opnieuw aan de orde komt. Dan kan op de vraag van de heer Van Dalen worden ingegaan. De heer Van Dalen (VVD) zegt graag een antwoord op zijn vraag te willen hebben.
De vergadering verloopt wat chaotisch, omdat de wethouder niet goed kan reageren op amendementen en moties waarvan hij de exacte tekst nog niet kent. Maar vanavond is er in feite geen tijd meer voor vragen en antwoorden. De VVD-fractie wil graag nu een antwoord hebben. Ze denkt dat de collega-raadsleden en alle Utrechters die nu kijken dat ook willen. De voorzitter zegt dat als de heer Van Dalen erop staat, de vergadering zal worden geschorst, zodat de wethouder een en ander kan navragen. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Verschuure. De heer Verschuure (wethouder) zegt dat hij de antwoorden heeft nagelezen. Hij denkt dat hij weet waar het misverstand op berust. De heer Van Dalen heeft gevraagd of het aantal verkeersbewegingen in de parkeerregimes past. Dat zou namelijk kunnen, los van de wenselijkheid daarvan, maar dat leidt in de straatjes tot een probleem en daarom past het toch niet. Het antwoord dat het niet past, klopt dus wel degelijk. Dat is de heer Van Dalen verteld. Door de verkeersdruk in de zijstraten in het geval van een B1-regime loopt het verkeer op de 2e Daalsedijk vast boven de vastgestelde normering van 1.000 voertuigbewegingen per etmaal. Daarom past het niet en daarom moet men dat niet willen.
De heer Van Dalen (VVD) zegt letterlijk van de ambtelijke organisatie gehoord te hebben dat het wél zou passen. Hij heeft de letterlijke tekst van de ambtelijke organisatie gestuurd. De voorzitter verwacht niet dat de heer Van Dalen nu van wethouder Verschuure een ander antwoord krijgt. Hij stelt voor dat de heer Van Dalen vanavond zijn amendement inclusief motivering indient om te kunnen zien wat de raad doet. De heer Verschuure (wethouder) zegt ook de antwoorden te hebben die de heer Van Dalen heeft gekregen. Bij het allerlaatste punt staat: "de verkeersdruk in de zijstraten loopt in het B1parkeerregime op de 2e Daalsedijk op met 1.050 voertuigbewegingen per etmaal. Dat is net boven het gestelde maximum van 1.000 voertuigbewegingen per etmaal. In het A2 parkeerregime ligt dit lager dan het vastgestelde maximum." Verder staat er: "NB: Het toevoegende programma en het B1parkeerregime leidt tot een grotere toename (…)". De voorzitter schorst daarop de vergadering.
18
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: Raadsvoorstel Nota van Uitgangspunten Opgave Inburgering. Mevrouw Podt (D66) dankt de wethouder voor de aanpassingen in het voorstel en meldt dat haar fractie zeer teleurgesteld is dat de start van de nieuwe manier van werken is vertraagd. Ze ziet dat de wethouder er desondanks alles aan doet om deze "ondertussengroep" zijn plek te laten vinden en zo veel mogelijk zijn voordeel te kunnen doen met de nieuwe manier van werken. In het "strekt ter vervanging" staat een aantal scenario's. De D66-fractie rekent op een bijdrage van het Rijk en staat onder de motie van de GroenLinks-fractie over de lobby hierop. De oproep in de motie is in eerste instantie gericht op de wethouder en niet de minister. Zij vraagt hoe de wethouder borgt dat de kwaliteit van het inburgeringsonderwijs niet te lijden heeft onder gebrek aan middelen. Ze is blij dat er uitgebreid aandacht wordt besteed aan de mentale gezondheid van statushouders. Ze vraagt naar de begeleiding naar werk van vrouwelijke nieuwkomers die geen uitkering krijgen, die vaak na hun man aankomen. Dit om te voorkomen dat ze gelijk al op achterstand staan. Haar fractie vindt dat een rigide omgang met leerroutes in de inburgering niet past bij een blijvende ontplooiing.
Daarover zal ze wellicht later een motie indienen, "flexibele leerroutes voor inburgeraars", om ervoor te zorgen dat er binnen het inburgeringstraject voldoende ruimte is en er zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de wettelijke ruimte, inburgeraars weten dat die mogelijkheid bestaat, tussen de leerroutes flexibiliteit wordt gebruikt en de effecten en mogelijke dilemma's worden gerapporteerd in de update van het inburgeringsbeleid. De D66-fractie stelt voor de inburgeraars medezeggenschap voor, zoals ze heeft voorgesteld voor asielzoekerscentra. De inburgeringscoalitie is een heel mooi platform, maar verschilt van een medezeggenschapsraad of cliëntenplatform met omschreven rechten en een duidelijke rol in de belangenbehartiging. Daarom stelt ze voor deze aan te vullen met daadwerkelijke medezeggenschap. Hierover zal ze wellicht later een motie indienen: "Van meepraten naar medezeggenschap voor inburgeraars", waarin ze vraagt om in samenspraak met ervaringsdeskundigen en medezeggenschapsplatforms te bezien hoe medezeggenschap voor inburgeraars een aanvulling kan zijn op de rol die de inburgeringscoalitie heeft en vast te leggen hoe en over welke onderwerpen inburgeraars mee kunnen praten en besluiten en hierover terugkoppeling te geven aan de gemeenteraad in de reguliere updates over het inburgeringsbeleid.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) complimenteert de wethouder met het voorstel en de aanpassingen daarop. De gemeente Utrecht heeft een focus op taal, zo veel mogelijk in een rijke context. Zij vindt het daarom spijtig dat het derde scenario om eerder te starten met taalonderwijs is afgevallen omdat dit financieel en juridisch niet haalbaar is. Ze is blij dat in het taalconvenant inburgeraars worden verwezen naar bonafide taalscholen. Ze hoopt dat dit convenant een vervolg krijgt als de gemeente met deze taalscholen zaken gaat doen. Haar fractie is medeondertekenaar van de motie over flexibele leerroutes. Een persoonlijk inburgeringsplan helpt namelijk niet als er vooral te kiezen valt uit een inflexibele onderwijsroute. Zij is blij te wonen in een stad waar inburgeraars zich thuis weten. Dat betekent voor haar fractie dat er voortdurend moet worden gewerkt aan: je welkom weten, je veilig voelen en gelijke kansen krijgen. Ze wenst de wethouder hierbij veel goeds en wijsheid. De heer Dekkers (GroenLinks) meldt dat de GroenLinks-fractie het raadsvoorstel van harte steunt en trots is dat Utrecht vooroploopt bij het ontwikkelen van het nieuwe inburgeringsstelsel. Hij sluit zich aan bij de vorige twee sprekers en dankt voor het "strekt ter vervanging". Voor veel jonge moeders is formele of informele kinderopvang belangrijk om succesvol aan inburgering te kunnen werken.
Hij vraagt de wethouder toe te zeggen dat hij zich ervoor zal inspannen dat er bij het komend inkooptraject voor lerend ontwikkelen en het definitief vormgeven van de inburgering aandacht is voor voldoende formele of informele kinderopvang. Hij begrijpt dat de wethouder dit niet kan garanderen. Het is jammer dat door het uitstel van de Inburgeringswet, inburgeraars langer gebruik moeten maken van het huidige stelsel, dat aantoonbaar niet leidt tot goede inburgering, maar tot langdurige bijstandsafhankelijkheid, oplopende schuldenproblematiek en beperkte integratie. Door de verdubbelde taakstelling in 2021 is de "ondertussengroep" extra groot. De GroenLinks-fractie vindt het wenselijk dat de gemeente op 1 juli start met een aantal onderdelen van de nieuwe aanpak,
19
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 zoals begeleiding vanuit het multidisciplinaire team, een vorm van welkomhuizen en het programma Welkome start. Daarvoor zijn financiële middelen en een goede uitwisseling met DUO nodig. Daarover zal zij met een groot aantal fracties de motie "Extra middelen nodig door uitstel Inburgeringswet" indienen, waarin het college wordt opgeroepen met andere gemeenten hiervoor te lobbyen bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft gezien dat de wethouder al bezig is met deze lobby en steunt hem graag met deze motie. De heer Gilissen (VVD) reageert dat de motie over een oproep aan het Rijk gaat, met goede bedoelingen. De stad heeft ook goede bedoelingen als het bijvoorbeeld om de ambitie rond het onderwijs gaat. Betekent deze motie dat de ondertekenaars het college oproepen om voor mooie doelstellingen geld te regelen? De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat het er hierbij om gaat dat de gemeente extra kosten heeft, veroorzaakt door het Rijk door het uitstellen van de wet. Daarom vindt hij het terecht om Den Haag te vragen de gemeente te helpen, zodat ze daar geen last van heeft. Mevrouw Podt (D66) vult aan dat het Rijk dit geld voor een half jaar op de plank heeft liggen, omdat de nieuwe wet eerder zou worden geïmplementeerd.
De heer Gilissen (VVD) vraagt of de motie betekent dat als de raad ambities deelt op andere beleidsterreinen, hij soortgelijke moties naar het eigen college zal verwoorden. Hij vraagt of de indieners bereid zijn zelf de portemonnee te trekken, als de lobby onverhoopt niet lukt. De heer Dekkers (GroenLinks) reageert dat in het "strekt ter vervanging" een aantal scenario's staat waarop de motie aansluit. De motie vraagt het college om hierop te lobbyen en terug te komen met de uitslag daarvan. Vervolgens zullen de indieners bekijken wat ze precies moeten doen. Hij antwoordt dat zelf de portemonnee trekken een van de opties is, maar zegt niet op voorhand dat de gemeente iets moet betalen waarvoor Den Haag zou moeten betalen. Volgens mevrouw Assen (PvdA) staat voor haar fractie voorop dat nieuwe Utrechters vanaf dag 1 de taal goed moeten leren beheersen, mee moeten kunnen doen aan onderwijs, vrijwilligerswerk en sociale activiteiten om een valse start te voorkomen en schulden te vermijden, zoals nu helaas veel voorkomt. Ze complimenteert de wethouder dat dit doel leidend is in het voorstel. Ze sluit zich aan bij eerdere opmerkingen over de ondertussengroep. Na toezeggingen in de commissie is de PvdA-fractie blij dat er explicieter aandacht is voor de psychosociale gezondheid en de inzet om samen met de HU, ROC en UAF uitval van statushouders tegen te gaan.
Maatwerk moet daarin mogelijk zijn. Kan de wethouder de raad informeren wat er uit die gesprekken komt? De wethouder is minder toeschietelijk met toezeggingen op de vraag over basisbanen als kans voor nieuwkomers om aan het werk te komen. Wethouder Voortman heeft toegezegd voor de zomer met een uitwerking te komen. Het is een gemiste kans als de inburgeringspartners daar niet bij worden betrokken. Kan de wethouder toezeggen dat het college deze partners erbij betrekt? Er zijn meer sociale huurwoningen nodig voor een grote groep Utrechters en voor nieuwkomers en de uitstroom van dak- en thuislozen. Sommige partijen zetten groepen tegenover elkaar met onwaarheden bij een tekort hieraan. Deelt de wethouder de opvatting dat niemand iemands woning inpikt, maar er te weinig zijn? Dit onderwerp verdient grote prioriteit. De PvdA-fractie steunt de moties over het bieden van flexibiliteit en medezeggenschap en de vraag over de vrouwelijke inburgeraars, de motie over extra middelen en ze staat positief tegenover de motie van de fractie van Student & Starter om de welkomhuizen meer aandacht te geven. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dankt de wethouder en de ambtenaren voor het "strekt ter vervanging". Ze is blij dat het punt over mentale gezondheid goed is teruggebracht in de nota. De nota bevat een mooi, maar visionair plan.
Haar fractie ziet graag concretiseringen, zoals van de welkomhuizen. Hoe wordt ervoor gezorgd dat inburgeraars en de Utrechters die al jaar en dag in Utrecht wonen deze vinden? Hoe wordt ervoor gezorgd dat organisaties die in Utrecht actief zijn en de inburgeraars kennen worden meegenomen bij de oprichting van deze welkomhuizen? In de nota wordt gefocust op taallessen, workshops en het oprichten van welkomhuizen, maar het echt welkom voelen gaat ook over ontmoetingen creëren en toenadering tot andere Utrechters. Ze heeft een motie achter de hand om met een zichtbaarheidscampagne de welkomhuizen beter
20
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 kenbaar en bereikbaar te maken voor inburgeraars en Utrechters en organisaties als Villa Vrede en Voorkamer te betrekken bij de oprichting hiervan. Haar fractie wil voorkomen dat welkomhuizen alleen bij inburgeraars bekend worden, daarom wil ze meer dan de wethouder in de commissie heeft toegezegd. Om de Utrechtse cultuur beter te leren kennen, kan een slag worden geslagen door deze bekend te maken bij de gewone Utrechters. Daar wil haar fractie meer nadruk op. De heer Gilissen (VVD) vraagt of het doel niet zou moeten zijn dat inburgeraars zo veel mogelijk aan het normale maatschappelijke verkeer deelnemen. Dit betekent dat welkomhuizen laagdrempelig moeten zijn voor inburgeraars, met als doel ze zo snel mogelijk bij het reguliere verkeer te betrekken. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de insteek van de welkomhuizen juist is dat er niet alleen inburgeraars komen, maar ook andere Utrechters als onderdeel van de integratie. Hij begrijpt nog steeds niet welke extra toezegging de fractie van Student & Starter vraagt. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) antwoordt de heer Gilissen dat de eerste stap om mee te doen in het "normale" maatschappelijke verkeer niet vanzelfsprekend is voor een nieuwkomer die de stad en de Utrechtse cultuur nog helemaal niet kent.
Een welkomhuis kan dat maatschappelijke verkeer dichterbij brengen en de stap daarnaartoe kleiner maken. Daarom is het belangrijk dat de welkomhuizen goed worden neergezet in het maatschappelijk landschap. De heer Dekkers antwoordt ze dat het mooi is dat dit de intentie is. Maar ze wijst erop dat de nota focust op het perspectief van de inburgeraar. Ze mist daarin hoe de gewone Utrechter die welkomhuizen kan vinden. Daarop wil ze de zichtbaarheidscampagne toespitsen. Ze vervolgt dat de moties over medezeggenschap en flexibiliteit ook voor haar fractie belangrijk zijn. Ook zij maakt zich zorgen over de ondertussengroep die tussen wal en schip dreigt te vallen. De heer Wiegant (SP) zegt dat de SP-fractie blij is dat de gemeente Utrecht vooruitloopt in het verbeteren van het proces van inburgering in de richting van een meer menswaardig inburgeringsbeleid. Het grote lichtpunt is dat de gemeente meer verantwoordelijkheid neemt voor het inrichten van het taalonderwijs en dit niet langer enkel aan de markt wordt overgelaten. De SPfractie pleit hier al heel lang voor. Hij dankt voor de "strekt ter vervanging", met name voor de grote aandacht voor het psychisch welzijn. De inrichting van een inburgeringscoalitie die als klankbord kan dienen stemt zijn fractie tevreden.
Ze is bezorgd dat het uitstellen van de wet problemen zal opleveren, zeker voor de mensen die nu in het systeem zitten. De vraag is of de rooskleurige papieren werkelijkheid zich zal vertalen naar de belevingswereld van mensen. Zijn fractie zal daar goed op letten en steunt enkele moties die daaraan bijdragen. De heer Gilissen (VVD) meldt dat de VVD-fractie het voorstel kan steunen. Ze vindt taal het allerbelangrijkst om mee te kunnen doen. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat de CDA-fractie het raadsvoorstel steunt. Ook zij heeft de nadruk gelegd op taal en de wethouder heeft daarop overtuigende antwoorden gegeven. Hij is het eens met de opmerking van de ChristenUnie-fractie over het "strekt ter vervanging" en het derde scenario. Wellicht kan de wethouder hierop reageren. De heer Van Ooijen (wethouder) begint met het onderwerp "geld en kwaliteit". Volgens hem zei mevrouw Podt het goed: er is geld uitgetrokken vanaf 1 juli. De lobby is er primair op gericht dat deze middelen niet terugvloeien naar de staatskas, maar toekomen aan de doelgroep die er op 1 juli is. Dit zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dit staat op het spel door wettelijke en bureaucratische belemmeringen. Hij is blij dat de raad vindt dat dit geld naar Utrecht moet komen om te kunnen doen wat al mogelijk is. Het college zal zich beraden als het er niet komt en neemt dit mee in de integrale afweging.
Hij gaat ervan uit dat het Rijk over de brug zal komen. Mevrouw Podt (D66) reageert dat haar vraag betrekking heeft op de beschikbare budgetten voor het inburgeringsonderwijs. Die zouden hier en daar aan de lage kant zijn. Dit betekent dat het risico is dat mensen onvolledig onderwijs krijgen. Dat wil ze voorkomen. De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat de nieuwe aanpak stapsgewijs wordt uitgevouwen.
21
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Oude groepen inburgeraars worden vooralsnog in de inkoop gehouden. Dit betekent dat er een aantal jaren tijd is om veranderingen en verbeteringen door te voeren. Na 1 januari 2022 zal het finale plaatje zichtbaar zijn. Hij stelt voor met de raad af te spreken dat de komende jaren goed worden gevolgd in hoeverre de financiële kaders voor de reguliere inburgeringsroutes voldoende zijn. Het college zal erop moeten acteren als een van de routes te krap is gefinancierd. Mevrouw Podt (D66) vindt dat een goed voorstel. Ze stelt voor een manier te zoeken om te reflecteren op de kwaliteit van het onderwijs en de raad daarin mee te nemen. De heer Van Ooijen (wethouder) gaat ervan uit dat de raad bij een inkoop na korte tijd wordt geïnformeerd, zoals gebruikelijk bij inkooprondes. Hij stelt voor daarbij de vraag naar de kwaliteit mee te nemen, of er verbeterslagen zijn te zien en of de financiële middelen voldoende zijn. Bij de vrouwelijke nieuwkomers maakt hij onderscheid tussen twee groepen: de gezinsmigranten en de nareizigers. De gezinsmigranten voegen zich bij een Nederlandse burger en hebben geen vluchtverhaal. Bij de nareizigers speelt dit wel. Bij hen is het meeste werk te doen, maar ze vallen buiten de groep van de wet.
De gemeente Utrecht doet wat ze kan door alsnog een PIP en een kansrijke start aan te bieden en ze mee te nemen in de leerroutes. De gezinsmigranten zijn zelf verantwoordelijk voor de inkoop. De gemeente zal hen daarbij begeleiden en helpen, maar kan dit wettelijk gezien niet overnemen. Hij zegt toe met hoogleraar Halleh Ghorashi in gesprek te gaan over wat de gemeente kan doen om de medezeggenschap van inburgeraars vorm te geven in het nieuwe stelsel. Hij zal hierop begin volgend jaar terugkomen. Hij is het volledig eens met de inzet van mevrouw Podt waar ze spreekt over flexibiliteit van de leerroutes, binnen de wettelijke mogelijkheden. De wet beperkt het een en ander. Volgens hem staat dit in de nota, maar bij dezen heeft hij dit geaccentueerd. Er kan worden gekeken welke praktische belemmeringen men tegenkomt bij het flexibel aanbieden van leerroutes. Hij stelt voor de raad na een tijdje te informeren welke praktische belemmeringen men tegenkomt bij het flexibel aanbieden van leerroutes. Hij vervolgt dat hij graag kijkt welke formele en informele mogelijkheden er zijn voor kinderopvang. Hij kan geen garantie bieden op het resultaat, maar zal zich wel maximaal inspannen om deze moeders alle ruimte te bieden. Hij zal de raad informeren over de resultaten. Hij is blij dat het multidisciplinaire team van begeleiders door de heer Dekkers is genoemd.
De gemeente wil in juli beginnen met het programma Kansrijke start. De gesprekken met de hogeschool en universiteit lopen. Zodra er resultaten zijn, informeert hij de raad hierover. Hij zegt toe dat hij zal bekijken hoe statushouders een plekje kunnen krijgen bij de basisbanen van Werk en Inkomen. Hij zal ervoor zorgen dat in de uitwerking van wethouder Voortman komt te staan hoe dit impact kan hebben en betrokken kan zijn op deze doelgroep. Hij is met de wethouders Diepenveen en Verschuure actief bezig met het zoeken van woningen voor statushouders. Dit is niet eenvoudig. Hij vindt dat daarbij moet worden gezocht naar additionele huisvesting, omdat de druk op de reguliere doelgroep anders te hoog wordt. Een aantal zaken kan worden versneld, mits het Rijk daarvoor de middelen en mogelijkheden biedt. Hij durft niet met 100% zekerheid te zeggen dat niets wordt uitgesloten, maar hij kijkt naar alle mogelijkheden, zoals flexibele huisvesting en tussenvoorzieningen, omdat het college deze mensen zo snel mogelijk een toekomst en start in Nederland wil bieden en wil voorkomen dat ze in het AZC moeten blijven. Uiteraard zijn er kwaliteitsgrenzen aan wat goede huisvesting is. Naar aanleiding van de vraag van de heer Gilissen over prefab woningen refereert hij aan Place2BU als tijdelijke plek voor tien jaar. Maar ook hier geldt dat de gemeente daarbij het Rijk nodig heeft.
Hij vindt het helder dat mevrouw Assen pleit vooral te kijken wat in Utrecht kan worden gedaan bij alle nieuwbouwprojecten voor niet-tijdelijke woningen. Hij vervolgt dat hij het helemaal eens is met de fractie van Student & Starter om de plannen te concretiseren. De praktijk moet uitwijzen of het lukt ze te realiseren. Daarvoor wordt een aantal jaren de tijd genomen, omdat het ook gaat om inburgeraars uit oudere stelsels die in dezelfde taalscholen en taalklassen een plek moeten houden. Hij verwacht dat er twee tot drie jaar nodig is om de gewenste kwaliteit te bereiken. Dit gebeurt ook bij andere projecten. Deze fractie heeft er ook voor gepleit dat beide groepen, inburgeraars en Utrechters die al langer in de stad wonen, een plek krijgen in de inburgering. Volgens hem zit het perspectief van de reguliere Utrechter er al diep in door de locaties waarvoor wordt gekozen, zoals bibliotheken, buurtcentra en de Voorkamer. Hij zegt communicatie toe over de inburgeringsaanpak, maar hij vraagt zich af of hij
22
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 hetzelfde verstaat onder communicatiecampagne als mevrouw Sturkenboom. Hij zegt toe dat in de uitwerking van de welkomhuizen nadrukkelijk zal worden bekeken hoe verschillende doelgroepen daarin een plek kunnen krijgen. Dit jaar zal hij de raad daarover informeren. Wellicht zullen hiervoor communicatie-instrumenten worden ingezet. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: Verordening huisvesting scholen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) complimenteert het college met de verordening, omdat die breed wordt gedragen in de stad. Haar fractie is zeer te spreken dat er middelen worden vrijgemaakt voor het speciaal onderwijs, het vergroenen van de schoolpleinen en het aanleggen van schoolpleinen bij middelbare scholen. Het is fijn dat is toegezegd het onderhoud zo slim mogelijk aan te pakken. Het is goed dat er ruimte is voor de combinatie van onderwijs met Utrechtse kindcentra. Haar fractie zal daarop in de toekomst scherp blijven, met name bij gebiedsontwikkelingen. Ze benadrukt dat duurzaam en klimaatadaptief bouwen in één keer goed moet worden aangepakt in plaats van na een paar jaar nog een extra stap te moeten zetten. Van het gas af kan immers in de wijkaanpak worden meegenomen. Het college heeft de ambitie om klimaatneutraal te bouwen.
In de praktijk is er vaak een gymschool bij de school, maar de verordening biedt ruimte voor een gymzaal op een kilometer afstand. Voor het speciaal onderwijs is dit ver. Dit kan tot gevolg hebben dat er niet wordt gesport. Ze zal later een amendement indienen samen met de fracties van ChristenUnie, PvdA en SP, om te verankeren dat de gymzaal voor het speciaal onderwijs altijd bij de school is, en wanneer dit niet mogelijk is, er gebruik kan worden gemaakt van leerlingenvervoer. Ze wijst erop dat het soms misgaat vanwege een tijdelijk huisvesting. Omdat dit niet is opgenomen in de verordening, kan er dan geen gebruik worden gemaakt van leerlingenvervoer. Daar de keuze om de vervoerskosten te vergoeden in de praktijk altijd al door het college wordt gemaakt, zitten er geen extra kosten aan als dit wordt meegenomen op de langere termijn. Ze dankt voor de mooie verordening en kijkt uit naar de verdere uitwerking. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) meldt dat de ChristenUnie-fractie blij is met de manier waarop het college met partijen uit de stad deze verordening vorm heeft gegeven. Hoewel er in de toekomst nog wel problemen zullen komen, geeft deze werkwijze van samenwerking en overleg veel vertrouwen dat die dan beslecht zullen worden. Ze is blij dat in de programmabegroting financiën zijn vrijgemaakt om veel ambities waar te maken, waaronder groene schoolpleinen.
Haar fractie zal vandaag geen financiële voorstellen doen, maar bij de voorjaarsnota. De motie over het meer in balans brengen van groei en krimp van scholen door onderling overleg zal later door de PvdA-fractie worden ingediend. Die gaat wat haar betreft over rust en balans, rust in groei en krimp van scholen en rust door goede afspraken tussen gemeente en schoolbesturen. De afgelopen jaren heeft dit flink uit de hand kunnen gelopen. Ze hoopt dat hiermee de goede samenwerking kan worden verstevigd. Haar fractie ziet graag dat de locatie van de school bij nieuw te ontwikkelen gebieden prioriteit heeft, zeker als schoolgebouwen multifunctioneel kunnen zijn. Ze ziet schoolbesturen graag meedenken in de ontwikkeling van een wijk, zodat kinderen een passende plek krijgen. Kan de wethouder toezeggen zich hier hard voor te maken? In motie 2019/65 is gevraagd de nieuwe verordening onderdeel te laten zijn van een digitaal Integraal Onderwijshuisvestingsplan, waarin gemeente en schoolbesturen hun gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst voor iedereen inzichtelijk vastleggen. Ze vraagt de wethouder toe te zeggen dat dit bij afronding van het hele proces een goede plek krijgt. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat de CDA-fractie blij is met de verordening. Hij dankt de wethouder voor het brede draagvlak dat zij heeft bereikt.
Volgens de verordening is het dubbelgebruik van scholen mogelijk, maar hij vraagt de wethouder of ze meer kan doen. Zijn fractie overweegt hierover een motie in te dienen, met de fracties van ChristenUnie en PvdA, waarin wordt gevraagd te onderzoeken op welke manier scholen kunnen worden gesteund bij de realisatie van dubbelgebruik en daarbij te kijken naar eerdere voorbeelden.
23
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Tevens vraagt de CDA-fractie aandacht voor het verhuren van gymzalen door scholen. Vaak is de huur te hoog. Hij vraagt de wethouder toe te zeggen met de scholen te kijken naar de mogelijkheden om die gymzalen vaker te verhuren aan particulieren. Hij overweegt hierover een motie in te dienen, met de fracties van PvdA, ChristenUnie en VVD. Mevrouw Meerding (VVD) vindt de verordening een stap in de goede richting. De schoolbesturen hebben adviezen opgenomen in hun adviesdocument die allemaal van belang zijn, maar ze kunnen niet allemaal gerealiseerd worden, omdat daarvoor de financiële ruimte ontbreekt. De VVD-fractie vraagt zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen en er niet eerder is geïnvesteerd in betere huisvesting. Gelet op de toekomst zal ze later een motie indienen met de PvdD-fractie, "Er is nog meer werk aan de winkel" waarin het college wordt opgedragen de adviezen uit het adviesdocument als structureel knelpunt op te nemen, alternatieve vormen van financiering te onderzoeken en een voorstel te doen hoe deze adviezen zo spoedig mogelijk kunnen worden gerealiseerd. Met deze motie spreekt de raad uit van plan te zijn de overige adviezen op termijn te realiseren en het college aan te sporen daarvoor in de komende jaren geld te reserveren.
Op de vragen die haar worden gesteld antwoordt ze dat ze het goed vindt dat de raad dit signaal afgeeft, maar ze geeft het college de ruimte om met een onderbouwing te komen waarom bepaalde dingen al dan niet mogelijk zijn. De motie is bedoeld als een stok achter de deur. Ze vindt het lastig om bij de voorjaarsnota, nadat die is gepresenteerd, op financieel vlak nog dingen te bereiken. Daarom wil ze dit aan de voorkant goed regelen, zodat het college bij het opstellen van de voorjaarsnota weet dat de raad deze adviezen heel belangrijk vindt. Zij roept op de adviezen uit het adviesdocument mee te nemen als prioriteit. Ze vervolgt dat het belangrijkste is, dat de verordening in de praktijk werkt en leidt tot betere scholen. Ze heeft gehoord dat de nieuwe locatie voor het Amadeus Lyceum niet doorgaat, omdat de rechter het bezwaar van de bewoners gegrond heeft verklaard. De gemeente vond deze locatie echter kansrijk. Hoe verklaart de wethouder dit en hoe wordt dit probleem opgelost? Ze heeft vernomen dat de bewoners van de gemeente altijd hebben gehoord dat er op die locatie een grote vijver zou komen. Volgens haar is hier sprake van een gebrekkige communicatie door de gemeente. Als dit anders is, hoort ze dit graag. De heer Saiah (D66) vindt het positief dat Utrecht met de nota op sommige punten vooroploopt vergeleken met de rest van het land.
In de praktijk moet blijken of alles goed werkt. Het is noodzakelijk dat het college rekening houdt met de verdichting van de stad. Leegstaande schoolgebouwen zouden beschermd moeten worden om ze later alsnog te gebruiken. Hij vindt het belangrijk te werken aan goede voorzieningen en het ontwikkelen van kindcentra en sluit zich aan bij de vraag van de CDA-fractie om een toezegging over het multifunctionele gebruik van gebouwen. De verordening is vrij technisch van aard en lang van stof. Het college zal er nog een keer naar kijken en een infographic maken om het belang van omwonenden in de gaten te houden. De D66-fractie hecht waarde aan kwaliteit, schoolgebouwen dienen levensbestendig te worden gebouwd met het oog op duurzaamheid. Hij vindt het goed dat de wethouder toezegt de exploitatiekosten van groene schoolpleinen te bezien. De D66-fractie vindt bewegen door de Utrechtse jeugd belangrijk. Ze realiseert zich dat het op dit moment financieel niet haalbaar is bij elk nieuw schoolgebouw een gymzaal te realiseren. Ze zal hiernaar kijken en bekijken hoe dit zich in de komende jaren ontwikkelt. Hij vraagt de toezegging dat het college na het vaststellen van deze verordening participatie uit de stad blijft bevorderen. Deze verordening is met de stad, leraren en ouders opgebouwd.
Het is goed om tijdens de evaluatiemomenten continu met de stad in gesprek te zijn om te kijken of alles aansluit bij de gewenste praktijk en om de ontwikkelingen op de voet te volgen. De D66-fractie is positief over het voorstel van de PvdA-fractie over groei en krimp. Ze moedigt het college aan om de samenwerking met de schoolbesturen te intensiveren. Er ligt immers nog een aantal uitdagingen, zoals het verduurzamen van schoolgebouwen en de aanpak voor gezonde luchtkwaliteit. Ook dat blijft de D66-fractie volgen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt dat de verordening een mooi gezamenlijk product is geworden van schoolbesturen en gemeente. De raad is er in de voorbereiding op een prettige manier bij betrokken. Bij de verordening zijn nadere regels opgesteld over kenmerken, ambities en doelen bij nieuwe
24
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 huisvesting. De PvdD-fractie pleit ervoor het principe van diervriendelijk bouwen beter te bestendigen in deze regels. Ze kondigt een motie aan om het streven naar diervriendelijk bouwen op te nemen bij de volgende wijziging van de nadere regels Duurzaamheid. Ze vraagt hoe het onderhoud van groene schoolpleinen wordt georganiseerd en ervoor wordt gezorgd dat het toekomstig onderhoud geen drempel vormt bij de keuze voor een groen plein. Evenals de PvdA-fractie en partners in de stad maakt de PvdD-fractie zich zorgen dat groene schoolpleinen alleen zijn weggelegd voor wie er tijd, prioriteit en geld voor heeft. De PvdA-fractie zal hierover later, mede namens de PvdD-fractie, een motie indienen. Ze wijst op het belang van een gezond binnenklimaat, ook vanwege de grotere gevoeligheid van kinderen voor fijnstof. Het Bouwbesluit voorziet hierin voor nieuwe gebouwen. Ze vraagt de toezegging dat in de plannen die de raad dit kwartaal nog krijgt het op orde houden van het binnenklimaat wordt opgenomen. Immers, door het toenemende verkeer wordt de buitenlucht viezer en door slecht onderhoud van de luchtverversingsinstallatie, de luchtkwaliteit binnen slechter. Haar fractie heeft eerder gepleit voor een jaarlijkse meting van de luchtkwaliteit in scholen. Omdat er wellicht alternatieven zijn, laat ze de uitvoering aan de wethouder.
Ze hoort graag hoe de luchtkwaliteit op orde wordt gehouden. Omdat de wethouder in de commissie heeft toegezegd de raad te informeren als er nieuwe nadere regels komen, kan haar fractie instemmen met dit voorstel. De heer Koppelaar (Student & Starter) vindt het voorstel prima, maar hij vraagt aandacht voor het fenomeen leegstaande klaslokalen, terwijl sommige scholen te weinig ruimte hebben. De huisvesting van scholen kan beter benut worden door overleg met schoolbesturen over groei en krimp. De PvdA-fractie zal mede namens de fractie van Student & Starter hierover een motie indienen. Ook hij vraagt aandacht voor de groene schoolpleinen. Schoolbesturen hebben recht op een eenmalige subsidie voor het vergroenen van hun schoolplein, maar die dekt niet de terugkerende kosten voor het onderhoud. Daarover zal de PvdA-fractie mede namens zijn fractie een motie indienen. Zijn fractie stemt in met het raadsvoorstel. De heer Wiegant (SP) meldt dat de SP-fractie blij is met de verordening en de wijze waarop die tot stand is gekomen. Punt van zorg is het missen van het binnenklimaat in het voorstel. Volgens de wethouder dienen de bouwbesluiten hiervoor, maar het probleem daarmee is dat de instelling van luchtinstallaties niet altijd goed is, vanwege geluidsoverlast of energieverbruik.
Herkent de wethouder dit en neemt ze deze problematiek mee in het komende plan voor de verbetering van het binnenklimaat van scholen? De SP-fractie kijkt uit naar dat plan vanwege de signalen over het slechte binnenklimaat. Hij sluit zich aan bij de opmerkingen van de PvdD-fractie hierover. Mevrouw Assen (PvdA) vindt de huisvesting van het onderwijs een belangrijk punt in een stad waar ruimte schaars is. Deze huisvesting moet bijdragen aan goed onderwijs voor ieder kind en gelijke kansen daarop. Ze complimenteert de wethouder met het proces. Ze vraagt meer duidelijkheid over het onderhoud van de groene schoolpleinen, zodat ze geen speeltje worden voor de happy few. Ze wil er zeker van zijn dat elke school een groen schoolplein kan krijgen en onderhouden. Daarover heeft ze een motie achter de hand met de expliciete doelstelling dat de draagkracht van ouders van leerlingen van een school geen belemmering mag zijn bij het realiseren en onderhouden van een groen schoolplein. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt hoe de beleidsregel moet worden aangepast, zoals in het eerste dictumpunt staat. Het lijkt alsof sommige scholen daarin extra moeten worden geholpen, terwijl de subsidieregeling voor iedereen wordt opengesteld.
Hoe verhoudt dit zich tot elkaar en wat moet er extra opgenomen worden om dit anders te doen? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat ze zeker geen scholen wil uitsluiten. In het dictum wordt gesproken over het verschil in draagkracht tussen schoolbesturen en ouders van leerlingen. Binnen scholen kan daarnaar worden gekeken. De PvdA-fractie veronderstelt dat dit geregeld wordt bij de beleidsregels en dat het moment is om expliciet te formuleren dat de draagkracht van ouders geen belemmering mag zijn bij de realisatie en het onderhoud. Als het anders is, hoort ze dit graag. Ze constateert dat mevrouw Kleinrensink de motie anders leest dan ze bedoeld is. Schoolbesturen waarschuwen voor de kans dat er meer enthousiasme is voor groene schoolpleinen bij meer draagkrachtige ouders, omdat ze er meer tijd in kunnen steken en financieel kunnen bijspringen.
25
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Door dergelijke factoren is het mogelijk dat een groen schoolplein bij de ene school meer kans maakt op realisering dan bij de andere. Dat wil ze met de motie tegengaan. Deze zorg is tijdens de raadsinformatieavond geuit. Met de motie wil ze dat de raad het signaal meegeeft dit als expliciete doelstelling op te nemen om te voorkomen dat deze zorg terecht is. Dan kunnen schoolbesturen hieraan samen met de gemeente uitvoering geven zonder dat de raad expliciet aangeeft hoe. Schoolbesturen gaan over meerdere scholen en wellicht kan door samenwerking tussen die scholen de kans worden vergroot dat alle scholen een groen schoolplein krijgen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat deze regeling nieuw is en het nog de vraag is welke scholen er gebruik van zullen maken. Op voorhand wordt aangenomen dat dit bepaalde scholen zullen zijn. Ze zou het heel goed vinden als binnen de scholen wordt bekeken hoe het onderhoud kan worden geregeld. Ze ziet niet hoe dit binnen een beleidsregel moet vallen. Ze is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat die aanname gebaseerd is op geluiden van schoolbesturen en die logisch lijken. Ze vraagt wat daartegen is. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat daar niets tegen is. Maar het gaat om een optie voor scholen. Daarvoor komt er een subsidieregeling.
Het is niet aan de raad te zeggen dat ze dit moeten doen. Zij zoekt een mogelijkheid om de motie in een beleidsregel op te nemen. De zorg over de exploitatie begrijpt ze. Haar vragen gaan over dictumpunt 1. Mevrouw Assen (PvdA) vervolgt dat de PvdA-fractie wil voorkomen dat scholen zo groeien dat er noodvoorzieningen moeten komen, of krimpen, zodat er leegstand komt, soms zelfs in hetzelfde voedingsgebied. In andere gemeenten worden schoolbesturen en gemeenten daarin gestuurd door overleg. De wethouder heeft gezegd dit niet te willen najagen. Dat begrijpt ze niet. De PvdA-fractie vraagt niet iets af te dwingen, maar te stimuleren door onderling overleg. Daarover zal ze later een motie indienen, "Groei en krimp van scholen meer in balans door onderling overleg", met de strekking dat schoolbesturen op buurt- en wijkniveau met elkaar in overleg treden over leerlingenaantallen en de ontwikkeling daarvan. De Utrechtse kindcentra en het binnenklimaat zijn zeer belangrijk. In de commissie is toegezegd dat op beide een apart plan van aanpak komt. Ze vraagt de wethouder toe te zeggen na dit lopende schooljaar te inventariseren hoeveel scholen in de knel zijn gekomen door het aantal leerlingen dat zich heeft aangemeld op een school voor speciaal onderwijs en hoe daarmee is omgegaan.
Ze vraagt hoe het komt dat het Amadeus Lyceum verrast is door de uitspraak van de interne bezwarencommissie, omdat het van de gemeente de indruk kreeg dat het goed zou komen. Deelt de wethouder dat de onderwijskwaliteit op deze school onder druk komt te staan? En wat gaat ze daaraan doen? Mevrouw Klein (wethouder) dankt voor de inbreng. De GroenLinks-fractie heeft aangekondigd een amendement in te dienen over de gymzalen bij het speciaal onderwijs. Wat het amendement voorstelt, wordt in de praktijk al gedaan. Dit betekent dat het amendement, ook financieel gezien, geen verschil zal maken. Bij een enorme groei van het speciaal onderwijs zijn er extra scholen nodig die een extra gymzaal zullen krijgen. Maar dit ligt aan de ruimte die daarvoor beschikbaar is en hoe verwacht of onverwacht bepaalde ontwikkelingen zijn. Ze adviseert positief op het voorgenomen amendement. De ChristenUnie-fractie heeft gevraagd vroeg rekening te houden met de plek van de school bij een ruimtelijke ontwikkeling en die school wellicht voor meerdere functies bruikbaar te maken. Ze wijst erop dat dit de inzet is van de verordening. Daarnaast is het belangrijk om dit in ogenschouw te houden bij de ontwikkeling van de ruimtelijke strategie. Ze zegt toe de gedeelde visie makkelijker vindbaar te maken op de website en makkelijker leesbaar.
De CDA-fractie antwoordt ze dat dubbelgebruik van schoolgebouwen de inzet is. Ze ziet een motie daarover als ondersteuning van beleid. Ze zegt toe in de tweejaarlijkse voortgangsrapportages over onderwijshuisvesting hier concreet op in te gaan. Ze verwacht dat het helpt te laten zien hoe dit nu anders wordt gedaan dan in het verleden en daarvan te leren. Ze neemt dit in de toezegging mee. De volgende aangekondigde motie van de CDA-fractie gaat over het gebruik van gymzalen in de uren dat er geen onderwijs wordt gegeven. Ze wijst erop dat er naast gymzalen, sportzalen en sporthallen zijn. Er is veel behoefte om van de laatste twee in de avonduren en de weekenden
26
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 gebruik te maken. Daarop heeft de gemeente ingezet bij een aantal voorzieningen en ervoor gezorgd dat de ingang niet door de school gaat, maar de sportzalen en -hallen ook los te gebruiken zijn. Gymzalen zijn kleiner. Daarvoor is meer aanbod dan vraag. De gemeente is daarover in gesprek met de schoolbesturen. Ze zegt toe dit gesprek te blijven voeren en daarover terug te koppelen in de voortgangsrapportage. Maar haar indruk is dat de winst te behalen is op de sportzalen en -hallen. De heer Van Steeg (CDA) kent de discussie. Zijn fractie heeft van scholen gehoord dat er behoefte aan is, waar mogelijk gebruik te maken van gymzalen. Nu zou die mogelijkheid er niet zijn. Zijn fractie vraagt de wethouder zich daarvoor in te zetten. Mevrouw Klein (wethouder) zegt graag toe in de voortgangsrapportage hierover terug te koppelen, waardoor zichtbaar wordt waarop winst valt te behalen. Ze vindt het goed de precieze barrières daarin mee te nemen. Ze herhaalt dat er meer zalen beschikbaar zijn dan er vraag is. Ze vervolgt dat de VVD-fractie heeft gevraagd de wensen die nog niet vervuld kunnen worden, als knelpunt op te voeren. Ze wijst erop dat een knelpunt niet wordt gekozen, maar een knelpunt betekent dat iets onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar is geworden.
Ze kunnen ontstaan, maar ze kan niet zeggen dat deze wensen knelpunten worden. Er zitten wensen tussen die een of twee jaar kunnen wachten. Het is belangrijk om in de evaluatie van de verordening te bekijken hoe dit loopt. Ze denkt dat het voor de komende jaren belangrijk is dit goed in beeld te blijven houden bij een integraal afwegingsmoment. De huidige onzekerheid kan echter bij de komende voorjaarsnota de consequentie hebben dat er heel weinig kan. Dit maakt het des te belangrijker een integrale afweging te maken en deze dingen daarin mee te nemen. Mevrouw Meerding (VVD) dankt voor de uitleg. Zij is op zoek naar de mogelijkheid om bij de voorjaarsnota dan wel de begroting terug te laten komen hoe die keuze wordt gemaakt, zodat de raad een vinger aan de pols kan houden. Er moet nu zo veel gebeuren, dat deze wensen een knelpunt kunnen worden en niet meer kunnen worden uitgesteld. Mevrouw Klein (wethouder) vindt dat het juiste gesprek zou zijn om bij afwezigheid van een voorstel van het college, uit te leggen wat de reden daarvan is en in de gaten te houden hoe lang dit nog kan. Dit geldt ook voor andere zaken in andere programma's. Het college zal hierover helder zijn. Mevrouw Assen (PvdA) wijst erop dat de positie van de raad beperkter wordt als het college een voorjaarsnota of begroting heeft opgesteld waarin zaken ontbreken die de raad belangrijk vindt.
Ze zoekt naar de mogelijkheid de raad daarin eerder een positie in te laten nemen. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat het feit dat deze inbreng duidelijk is, betekent dat het college dit gehoord heeft. Alle zaken liggen inderdaad op tafel als het college een voorstel doet voor de voorjaarsnota, en niet nu. Daarom is het belangrijk dit bij de integrale afweging te doen. Ze vervolgt dat er inderdaad gisteren een uitspraak is geweest van de interne bezwarencommissie over het Amadeus Lyceum op het bezwaar van omwonenden. Dat is gegrond verklaard. Dit is altijd mogelijk wanneer iemand een vergunning aanvraagt. Niemand kan daarop garanties geven. Hier gaat het inderdaad om tijdelijke huisvesting. Daarin speelt een rol dat er meer leerlingen naar het Amadeus Lyceum zouden komen, maar die groei minder sterk blijkt te zijn. Daarmee is het belang om die te realiseren kleiner geworden en dat van omwonenden groter. Bovendien is er een goed alternatief voor de leerlingen waar het nu over gaat, namelijk ruimte in het gebouw voor VOLT!. Ze zegt dat van een uitbreiding van de locatie van een school veel mensen blij zullen worden, maar ook veel mensen niet. Die afweging moet altijd worden gemaakt. In een verdichtende stad zal deze tegenstelling er altijd zijn.
Mevrouw Meerding (VVD) vindt het antwoord onbevredigend, omdat de wethouder net doet alsof het altijd alle kanten op kan gaan bij een bezwaarprocedure. Volgens spreekster bereidt de gemeente die eerst goed voor en weegt ze de kansen af. Ze vraagt of de gemeente verrast is dat het bezwaar gegrond is verklaard. Mevrouw Klein (wethouder) wijst erop dat er nieuwe ontwikkelingen zijn die doorslaggevend zijn geweest voor het besluit van de bezwarencommissie. Het is niet aan haar om daarover te oordelen. Ze weet oprecht niet of de nieuwe ontwikkeling ermee te maken kan hebben dat het Amadeus
27
Integrale raadscommissie van 21 januari 2021 Lyceum niet ideaal is gehuisvest, zoals mevrouw Assen oppert. Ze vervolgt met de vraag van de D66-fractie en zegt toe dat de manier waarop deze verordening is ontworpen, bij het gebruik ervan de participatie op dezelfde manier vorm te geven. Het lijkt haar goed om de jaarlijkse evaluatie met de dezelfde betrokken partijen te doen. De PvdD-fractie heeft gewezen op het binnenklimaat. Ze heeft toegezegd daarover in het eerste kwartaal de raad te informeren met een plan van aanpak en uitgelegd hoe ervoor wordt gezorgd deze te verbeteren in de bestaande gebouwen. Het onderhoud van de ventilatiesystemen valt onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. In de brief met het plan van aanpak zal ze over de controle daarop iets opnemen. Bij renovatie kijkt de gemeente goed of er iets aan de ventilatie moet worden aangepast. Over het diervriendelijk bouwen heeft ze in de commissie gezegd dat de gemeente daar veel aan doet er daarop inzet, niet alleen bij het onderwijs, maar breder bij de ruimtelijke ontwikkeling. Immers, dit komt aan de orde bij de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Ze zegt toe bij nieuwbouw en renovatie specifiek te melden hoe het diervriendelijk bouwen wordt toegepast. Ook in de tweejaarlijkse voortgangsrapportages zal ze daaraan aandacht besteden.