Financiënbegroting2025 22 oktober 2024
Tekst van het document
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
820
830
840
850
860
aandacht verdienen. De grootste groep Utrechters valt er tussenin. Het is de groep waarop Utrecht draait. Wat hem betreft moet het stadsbestuur de middengroep centraal stellen in de keuzes en hen moet beschermen tegen onredelijke lastenverzwaring. Wanneer de groep genegeerd wordt, het keert het stadsbestuur dat Utrecht zich minder divers wordt en minder toegankelijk voor mensen met een gemiddeld inkomen. Precies wat mevrouw Hessel zojuist zei. Den Haag en Eindhoven laten wel zien dat het ook mogelijk is [te besturen] met een lagere belastingdruk. Dat zijn steden die wel aantrekkelijk blijven voor ook middeninkomens. Waar het gaat over de hervormingsbezuinigingen en de bezuinigingen in het algemeen en specifiek in het sociaal domein, zet de heer Peters uiteen dat het uiteindelijk de bedoeling is dat een hervorming leidt tot een bezuiniging. Daarover is iedereen het eens. Uit de technische sessie over de programmabegroting werd duidelijk dat het allerminst zeker is en dat er bovendien investeringen nodig zijn om een hervorming te realiseren. Dat zit hem dwars. Wat hem betreft moet er een zekere mate van garantie zijn dat de doelen die het stadsbestuur voor ogen heeft ook daadwerkelijk bereikt worden. Hij vraagt of het college bij de verdere uitwerking van de hervormingsbezuinigingen inschat wat de kans van slagen is op een dergelijke bezuiniging en welke risico's gelopen wordt.
Hij denkt dat de raad daarmee beter in positie wordt gebracht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 van mening is dat het voorbarig is om 2 miljoen euro te reserveren terwijl aan de voorkant niet bekend is wat de kans van slagen is. Hij maant tot voorzichtigheid op het nemen van een voorschot. De heer Peters (D66) vindt dat dat voorschot genomen moet worden wanneer dat nodig is. Hij wil wel graag de kans van slagen weten. Wanneer de kans heel klein is, moet het bestuur zich achter de oren krabben. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat vorig jaar zomer dit aangekondigd is; het gaat om ruim 10 miljoen euro. Nu is het bestuur een jaar verder en er is nog heel weinig bekend over de hoek, de richting, wat mogelijk is; hij ontbreekt een plan van aanpak. Het enige dat bekend is, is de reservering van 2 miljoen euro aan de voorkant in de vorm van een voorinvestering. Hij vindt de volgorde vreemd. Hij vraagt of D66 die volgorde ook vreemd vindt. De heer Peters (D66) vindt dat zo niet. Hij begrijpt de beweging die nu wordt gemaakt, en de denkrichting die het college inslaat. Hij wil dat absoluut zo snel mogelijk. Er is geen ongelimiteerde capaciteit; het gaat om een ingewikkelde kwestie. Hij zou de heer Dijkstra willen vragen het college daarin ademruimte te geven en achteraf te controleren of dat goed is gegaan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat wanneer er een goed beeld is, ook bekend kan zijn wel bedrag voldoende is om vooruit te investeren; wellicht 1 miljoen. Hij vindt dat de 2 miljoen euro een wilde slag in de lucht is. Dat zegt hem iets over de vreemde manier van aanpak. Hij herhaalt zijn vraag aan D66. De heer Peters (D66) heeft in de zin het college iets hoger zitten dan de heer Dijkstra. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Hij vindt de bezuinigingen een enorme opgave voor de afdeling Financiën die al te kampen heeft met een flinke werkdruk. Volgens hem moet het stadsbestuur eerlijk zijn en zich afvragen of de gemeente Utrecht op dit moment de kennis en capaciteit in huis heeft om de hervormingsagenda en de bezuinigingen goed uit te werken. Hij legt de vraag voor of wellicht toch een deel van het budget dat hiervoor gereserveerd 18
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
is, ingezet moet worden voor de inhuur van externe expertise. Hij verneemt graag een eerlijke reactie van het college. Ondanks de huidige bezuinigingen wil zijn fractie blijven investeren in een leefbare en duurzame toekomst van Utrecht. In de woningbouw, in duurzaamheid en de essentiële voorzieningen moet geïnvesteerd blijven worden. Elke bezuiniging die nu doorgevoerd wordt, is bedoeld om Utrecht financieel gezond te houden voor volgende generaties. Het is te vergelijken met de reparatie van het dak; nu ingrijpen betekent narigheid voorkomen op een later moment. 870
880
890
900
De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) merkt op dat de programmabegroting het teken staat van de bezuinigingen en de hervormingen die bij de Voorjaarsnota aangekondigd werden. Het raadsvoorstel en de zijn een stuk leesbaarder; de wens bestond bij de raad het is gelukt. Inhoudelijk ziet hij weinig nieuws in deze begroting. De programma's zijn als aangekondigd in de Voorjaarsnota aangepast; er zijn veel pijnlijke keuzes geland. Het gaat om bezuinigingen voor 30 miljoen euro, omdat er een tekort is van 90 miljoen euro. Dat kan niet zonder kleerscheuren. Dat is terug te zien op elke pagina. Hij ziet dat er ook inkomsten verhoogd worden en gebruik gemaakt van reserves; hij vindt dat prima. Hij leest interessante teksten over het weerstandsvermogen, schuldquote en solvabiliteitsratio. Hij ziet dat het college niet alleen kiest om te snijden, maar ook om te investeren. Dat moet vanwege allerlei crises. Dat neemt niet weg dat er keuzes worden gemaakt die niet van zijn partij zijn. Hij maakt nog twee algemene financiële opmerkingen. Hij leest dat jaarlijks vele miljoenen geïnvesteerd worden in de groei van de stad; zijn fractie wordt dan om rustig. Zijn fractie zou liever zien dat geïnvesteerd wordt om de groei van de stad op te vangen. Wat hem betreft mag gestopt worden met het sturen op groei; hij veronderstelt het standpunt van zijn fractie als bekend.
Hij ziet in het raadsvoorstel dat de geldstromen van het Rijk ingewikkeld zijn en dan vooral de te verwachte en de daadwerkelijke hoeveelheid en de onzekerheid daarover ook wat betreft de timing wanneer iets precies duidelijk wordt. Hoe ingewikkeld het is, is voor hem iets duidelijker geworden dan in de vorige programmabegroting. Hij juicht het toe dat de inzichtelijkheid is. Hij blijft het pijnlijk vinden dat de bestendiging van de financiële kennis in het stadskantoor 1 miljoen euro moet kosten. Sprekend over een bezuiniging, vindt hij dat veel geld. Wat nieuw is voor zijn fractie is dat voor het eerst een Tegenbegroting is gemaakt; onder de noemer plan B voor een beter Utrecht, presenteert zijn fractie 19 pagina’s aan voorstellen die Utrecht diervriendelijker, groener en ook sociale maken. Zijn fractie buigt 20 miljoen euro om, zonder de OZB te verhogen. De Tegenbegroting van de Partij voor de Dieren is gisteren gedeeld met de raad en het college, en de Tegenbegroting is beschikbaar gesteld op de website van zijn partij. Zijn partij zal die tegen begroting zeker gebruiken in de commissies. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat in de Tegenbegroting mooie voorstellen staan; alleen met betrekking tot de dekking valt het hem op dat de Partij voor de Dieren geld weghaalt bij de ondernemers, de lasten verhoogt van inwoners en kort op Veiligheid.
Hij legt de vraag voor of het echt niet mogelijk was geld weg te halen bij mobiliteit bij Ruimte; dat had zijns inziens in de lijn gelegen van het verhaal van de heer Van Heuven. 19
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
910
920
930
940
950
De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) doet dat zeer zeker in een mobiliteitsproject: een zijns inziens ongewenst mobiliteitsproject: de verbreding van de Noordelijke Randweg. Op veiligheid bezuinigt de fractie zeer matig, namelijk de flexibele camera’s in de stad. Daar gaat het om niet heel veel geld. Hij haalt wel wat geld weg bij het Ondernemersfonds, niet door de lasten te verhogen maar door de lasten anders te verdelen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het geld dat gemoeid is met het ondernemersfonds bijna de volledige dekking is voor de Tegenbegroting; hij vindt dat niet in verhouding. Hij refereert aan de inbreng van de Partij voor de Dieren over de groeiende stad; wat hem betreft had deze partij meer geld daar vandaan kunnen halen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) merkt op dat driekwart van de tegen begroting op het Ondernemersfonds leunt. Hij kijkt ook naar andere economische posten, bijvoorbeeld Utrecht marketing. Door het stimuleren van de economische groei in Utrecht, wordt er voor gezorgd dat de stad weer groeit. Ook zijn partij is ook niet zo dol op bepaalde lobbyprojecten. Hij ziet ook wel dat door veel dingen zaken ingewikkelder worden, lobbycapaciteit nodig is om zaken te kunnen opvangen. De heer Van der Zweth (PvdA) complimenteert de partij voor de dieren met diens Tegenbegroting.
Hij merkt op dat met de Tegenbegroting de verhoging van de OZB ook niet teruggedraaid wordt. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) bevestigt dat de bezuinigingen niet teruggedraaid worden op de OZB. Hij begrijpt de verhoging. Vooralsnog steunt zijn fractie die lijn. Voor mensen met een eigen huis en een krappe beurs gaat de OZB wel drukken. Zijn fractie buigt andere zaken om waardoor de sociale voorzieningen wel in stand gehouden worden. De heer Peters (D66) schrok van het potje Ondernemersfonds. Hij vraagt zich af of de partij voor de dieren en hij is nagegaan wat het Ondernemersfonds precies inhoudt. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) heeft goed gekeken wat het Ondernemersfonds doet. Hij vindt dit een vreemd fonds. Hij is het niet eens met de doelstelling, namelijk de stimulering van de economie. De omvang blijft meegroeien met de verhoging van de OZB en dat terwijl de OZB Woningen naar de algemene middelen gaan en de OZB Niet-woningen naar het eigen fonds gaan. Vervolgens is het fonds ook nog eens regelarm. Ondertussen is het fonds ook nog oneerlijk, want de rijke gebieden binnen het Ondernemersfonds houden het geld binnen het rijke gebied, en de arme gebieden houden het geld in die gebieden en krijgen dus niet meer geld. De heer Peters (D66) merkt op dat de heer Van Heuven selectief gekeken heeft naar wat het Ondernemersfonds inhoudt.
Eigenlijk is het Initiatievenfonds voor niet OZB-eigenaren; dus ook voor sportclubs. Er gebeurt heel veel op de duurzaamheid vanuit het fonds. Hij noemt enkele voorbeelden van projecten daarvan. Die projecten moeten dan van ander geld betaald worden wanneer hiermee gestopt wordt. Moet er dan geen bomenbal of klimaatscan uitgevoerd worden? De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) heeft dat ook gezien. Daarom stelt hij voor dat een deel van de activiteiten die vanuit het Ondernemersfonds betaald worden, betaald worden vanuit het Initiatievenfonds waarop het college 25% bezuinigt en zijn fractie die bezuiniging ongedaan wil maken. Hij ziet ook wel dat het Ondernemersfonds zaken organiseert zoals een Barbecue op lage weide of het mee 20
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
960
970
980
990
1000
sponsoren van een marathon of camera's had ophangen; zijn fractie vindt dat geen belangrijke activiteiten. De heer Peters (D66) hoort de heer Van Heuven daarover niet bij het Initiatievenfonds; ook daar kunnen barbecues georganiseerd worden. Waarom mag een Ondernemersfonds dat niet doen en een Initiatievenfonds wel; hij vindt dat selectief beleid. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) antwoordt dat hij die mening niet is toegedaan. Het grote verschil zit in de groene en sociale doelstelling van het Initiatievenfonds, terwijl de doelstelling van het Ondernemersfonds het bevorderen van de economie is. Door de economie te stimuleren ontstaat uitstoot van vieze stoffen, klimaat opwarming et cetera. Hij herhaalt de andere aspecten die hem tegen maken op het Ondernemersfonds. De heer Peters (D66) vindt dat de heer Van Heuven te snel voorbijgaat aan de goede dingen die het Ondernemersfonds doet. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) repliceert dat door het geld niet binnen het Ondernemersfonds te houden, maar de OZB op niet-Woningen, op een andere manier te investeren, is nog steeds veel goeds te doen op het gebied van groen, van duurzaamheid, diervriendelijkheid. Dan gaat het geld via de Raad of via het college; nu gaat het geld via het Ondernemersfonds dat regel-arm is. Zelfs evenementen met levende dieren zouden gesubsidieerd worden via dat fonds; hij vindt het niet oké.
De heer Maas (VOLT) vraagt of bekend is of het Ondernemersfonds over reserves beschikt. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) durft dat niet te zeggen. Hij denkt dat elk fonds over reserves beschikt. De heer Maas (VOLT) meent zich te herinneren dat het Ondernemersfonds ongeveer 2 miljoen euro reserve heeft; in het kader daarvan zou hij de opmerking van D66 in een ander licht willen bezien. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vraagt welk licht dat dan is. De heer Maas (VOLT) antwoordt dat het Ondernemersfonds eerst zijn reserves dan maar opmaakt. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt dat een goed idee. Er gaat steeds meer geld naar het Ondernemersfonds door alle verhogingen; al dat geld blijft binnen het Ondernemersfonds. Zijn intentie is in het slotdebat zaken te regelen met een deel van het geld dat naar het Ondernemersfonds gaat. De heer Snijder (Student & Starter) feliciteert de Partij voor de Dieren met de tegen begroting. Hij hoorde de partij voor de dieren spreken over lastenverzwaring; hij vraagt of de inning van vermakelijkheidsretributie een lastenverzwaring . De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) heeft niet gesproken over lastenverhoging; hij heeft gezegd de OZB niet te verhogen. Hij bevestigt een aantal zaken voor te stellen waarin zijn partij belastingen verhoogt. Zo wil hij de parkeeropbrengsten een tientje per kwartaal verhogen.
Hij introduceert ook de vermakelijkheidsbelasting, of de festivaltaks. Dat lijkt zijn partij een goed idee De heer Snijder (Student & Starter) is het daarmee niet eens; dit is zwaar voor kleine ondernemers en kleine organisatoren. Hij hoopt dat de partij voor de dieren dit beseft. Bovendien worden de kaartjes ook duurder. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) deelt mee dat in Amsterdam daarvoor een goed systeem is gekozen; kleine evenementen hoeven daaraan niet mee te betalen. Hij stelt vragen bij de stelling als zouden mensen het niet meer kunnen 21
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1010
1020
1030
1040
1050
betalen. Er zijn nog steeds mensen die graag naar festivals gaan. De heer Snijder (Student & Starter) concludeert dat de Partij voor de Dieren hele andere geluiden gehoord dan zijn partij. Hij krijgt die geluiden wel te horen valt jonge mensen en van kleinschalige ondernemers organisatoren krijgt hij te horen dat het hen steeds moeilijker wordt gemaakt en dat ze hun toekomst mogelijk niet meer in Utrecht zien. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) merkt op dat er nog steeds een gevarieerd, aantrekkelijk en dynamisch festival aanbod is in Utrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het Ondernemersfonds een van de unieke participatietrajecten is een stad. Daarop valt veel af te dingen. Hij vraagt of de Partij voor de Dieren ziet dat dit uniek is en een waarde heeft en dat dit niet compleet afgebroken moet worden. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) noemt het Ondernemersfonds een onderonsje van ondernemers voor ondernemers. Hij stelt vragen bij de stelling als zou dat participatie zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt met de heer Van Heuven dat er kritiek kan zijn op hoe het gaat in sommige trekkinggebieden; daarop moet het bestuur alert zijn. Hij laakt de term onderonsje voor ondernemers. Daarmee wordt hen geen recht gedaan. Dit helpt niet om participatie verder brengen in de stad.
De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) ziet de participatiewaarde van het Ondernemersfonds niet zo. Hij ziet dat ze een enorm grote economische doelstelling hebben; dat neemt niet weg dat hij ziet dat zij leuke dingen doen. Zijn voorstel is een deel van het Ondernemersfonds over te brengen naar het Initiatievenfonds zo dat andere leuke initiatieven door kunnen gaan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) bevestigt dat er teveel onterechte automatische groei zit het fonds; hij vraagt of de Partij voor de Dieren tegen begroting hierop kan aanpassen om met duidelijkere doelen voor het fonds enkele verbeteringen aan te brengen; hij zou dan de Tegenbegroting mogelijk kunnen steunen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zou het een unicum vinden wanneer een partij Tegenbegroting van een andere Partij steunt; wat dat betreft neemt hij de feedback graag mee naar de fractie. Hij kan wel zeggen dat zijn partij richting het slotdebat met amendementen zal komen waarin zijn fractie delen van het Ondernemersfonds zal gebruiken voor belangrijke dingen. Wanneer de heer Dijkstra spreekt over 4 miljoen, lijkt hem dat een mooi bedrag. Dat zou een miljoen te gebruiken zijn voor de LVV en is 3 miljoen te gebruiken voor het afbouwen van reclame in de openbare ruimte.
De heer Van Heuven vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met in te gaan op het afschaffen van de hondenbelasting; hij blijft hondenbelasting bijzonder vinden omdat maar op één van de diersoorten belasting wordt geheven en dat de inkomsten naar de algemene middelen gaan. Zijn partij wil ook de leges versneld kostendekkend maken. Zijn fractie wil ook de brug-, schut- en havengelden verhogen, en daarbij rekening houdend met het idee dat verdere verhoging leidt tot minder inkomsten. Hij herhaalt zijn argument over de vervuiling en refereert aan zijn interruptie. Mevrouw Ramaker (VVD) complimenteert de Partij voor de Dieren met deze tegen begroting. Zij heeft de Tegenbegroting met ontzettend veel interesse gelezen. Ook de VVD pleit al jarenlang voor de afschaffing van de hondenbelasting en ook voor het kostendekkend maken van de leges. Zij vraagt of de Tegenbegroting aanstuurt op een zo groen mogelijke stad. 22
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1060
1070
1080
1090
De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) antwoordt bevestigend; zijn partij streeft naar een ecocentrale staat in plaats van een egocentrale stad. In een dergelijk stad staan niet de korte termijn belangen van de mens centraal, maar van alle belangen van mens, dier en klimaat. Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt dat de Partij voor de Dieren liever geen blik op straat of op het water ziet. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vult aan: vanuit het idee dat de vervuiler betaalt. Mevrouw Ramaker (VVD) komt daarmee op het punt dat een groot deel van de dekking van de Partij voor de Dieren uit de parkeergelden komt. Zij vraagt hoe de stad er het gaat doen met minder parkeerinkomsten wanneer alle partijen het ideaal van de Partij voor de Dieren steunen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt dat een leuke vraag. Daarover heeft zijn fractie nagedacht. In de programmabegroting staat hierover iets dat op termijn minder parkeerinkomsten zullen zijn omdat parkeren duurder wordt en meer geparkeerd moet worden. Wanneer drastisch vergroend wordt, zal de stad op zoek moeten gaan naar andere m; maar dan is wel een belangrijk doel verwezenlijkt. De heer Maas (VOLT) vraagt waarom de hondenbelasting af te schaffen wanneer het principe gevolgd wordt van dat de vervuiler betaalt. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) refereert aan het debat vorige week in de commissie.
Het standpunt van zijn partij over de hondenbelasting is dat er principieel geen belasting geheven moet worden op levende wezens; wanneer dat dan toch gedaan wordt in het geval van honden, moet er ook voor gezorgd worden dat de opbrengsten van de hondenbelasting naar hondenwelzijn gaat; dat gebeurt niet. De heer Maas (VOLT) is het daarmee eens; hoewel wel degelijk belasting geheven wordt op mensen. VOLT zou een groot voorstander zijn van belasting op elk huisdier om daarmee het huisdiergebruik in Nederland drastisch te verminderen. Hij heeft begrepen dat de opbrengst van de hondenbelasting wel degelijk ook nodig is om de overlast door honden te beperken. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zet uiteen dat technisch de opbrengsten van de hondenbelasting naar de algemene middelen gaat. Feitelijk wordt vanuit de algemene middelen betaald aan de hondenveldjes in opruim mogelijkheden. Het is hem nooit duidelijk geworden wat de verhouding is tussen inkomsten en uitgaven. Hij heeft ooit vernomen dat de helft van de inkomsten gebruikt wordt voor de openbare ruimte. Hij is principieel geen voorstander van hondenbelasting. Hij rondt zijn bijdrage af met zijn interesse te uiten in wat de wethouder vindt van de Tegenbegroting. Zojuist is iets gezegd over differentiatie afvalstoffenheffing. Bekend is ook dat gekeken gaat worden naar een differentiatie rioolheffing.
Hij weet dat er een brief over komt en hij wacht die brief met belangstelling af. Na afstemming met de commissie schorst de voorzitter de vergadering voor enkele minuten. Hervatting van de vergadering
1100
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het mooi om in de Partij voor de Dieren een medestander te zien op de landelijke vreemdelingenvoorziening - zijn fractie steunt 23
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1110
1120
1130
1140
het besluit om geld toe te voegen aan de LVV. Zijn fractie steunt ook de zoektocht. Hij vindt het ook mooi om te zien dat de Partij voor de Dieren het nu wel goed vindt om de U-Pas in te zetten voor de parkeervergunningen en de automobiliteit. Ook mensen met een laag inkomen hebben soms een auto. Hij merkt op dat de begroting is samengesteld in een financieel ingewikkelde tijd; voor zijn fractie blijft de leidraad daarin heel helder en eenduidig: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Solidariteit staat voor zijn fractie voorop; dat betekent dat zijn fractie omkijkt naar de kwetsbaren [in de Utrechtse samenleving]. Zo zal de PvdA elk voorstel steeds beoordelen. In deze begroting is de reden te zien waarom het voor de PvdA van belang is om mee te doen, in het college te zitten, bij te sturen. In deze ingewikkelde tijd is te zien dat er meer geld naar armoede gaat (er gaat 900.000 euro naar het tegengaan van kinderarmoede), er gaat geld naar solidariteit op scholen (Het Solidariteitsfonds), van Wonen naar volkshuisvesting, een investering in de duurzame toekomst - het zit allemaal nog steeds in, ook al is het financieel mateloos complex. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het solidariteitsfonds niet door de gemeente wordt betaald. Het gaat om ouderbijdragen; het idee van de PvdA is om dat geld in een Solidariteitsfonds te stoppen.
Zij begrijpt niet waar over de PvdA nu spreekt. De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe dat de gemeente het initiatief daartoe heeft genomen. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het gaat om geld van ouders, vrijwillig gegeven. Dit staat buiten de gemeente. De PvdA vindt het prima dat dat geld herverdeeld wordt over de scholen. De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat dat inderdaad het inhoudelijke punt is. Het gaat er om dat elk kind mee kan komen. Dit is op initiatief van de gemeente. Hij benadrukt dat de keuzes die gemaakt worden ertoe doen. Met de berichten van uitgaven die teruggeschroefd worden, is er over het geheel genomen geen rooskleurig beeld te schetsen. Het gaat om een vertaling van de Voorjaarsnota; in de programmabegroting zitten weinig inhoudelijke wijzigingen. Dat was ook de bedoeling. Hij maakt het college complimenten voor de uitvoering van de moties en amendementen bij de Voorjaarsnota. Hij doet dan specifiek op de vragen over de LVV en de bijzondere bijstand. Het college kiest ervoor om die te dekken voor 2025. Dat zou anders niet gebeurd zijn met problemen voor de meest kwetsbaren in de stad. Voor zijn fractie zijn dit prioriteiten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) veronderstelt dat de PvdA het jammer vindt of pijnlijk dat de LVV volgend jaar voor een deel wordt gedekt, maar dat er nog steeds een tekort is van 1 miljoen euro.
De organisaties zijn op dit moment bezig om 20% te bezuinigen op die voorzieningen. Dat is nog steeds aan de orde. Op de dagondersteuning wordt volgend jaar een 10% bezuinigd. De bijzondere bijstand wordt voor twee jaar gered, maar vanaf 2027 wordt er weer fors op de 1 miljoen euro bezuinigd. Hij vraagt de reflectie van de PvdA daarop. De heer Van der Zweth (PvdA) wijt dat aan het extreemrechtse kabinet. De gemeente moet dan het gat dichten in alle ingewikkeldheid van dien. Hij steunt de Partij voor de Dieren in zijn zoektocht naar middelen voor de LVV. Eigenlijk is hij van mening dat het Rijk hoort bij te plussen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) noemde drie voorbeelden en vraagt of de PvdA op die voorbeelden zo reflecteert. Zijn fractie wil in die strekking op de voorbeelden met 24
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1150
1160
1170
1180
1190
voorstellen komen. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft zojuist uitgelegd hoe zijn fractie voorstellen zal beoordelen. Zijn fractie overweegt alles en beoordeelt hoe de meest kwetsbare te ontzien zijn. De LVV bezuiniging hakt er in en de problemen zijn daar te voorzien. Het stutten van de financiering van LVV is zijn prioriteit. De heer Dijkstra (EenUtrecht) brengt voor het voetlicht dat in Amsterdam niet bezuinigd wordt op de LVV-voorzieningen. De gemeente Utrecht dat die keuze ook kunnen maken. Daarvoor zijn ook voorstellen ingediend. Die zijn ook weggestemd ook door de PvdA. Hij is blij te vernemen dat de PvdA tot bezinning komt en dat de PvdA wellicht Samen met EenUtrecht naar budget gaat zoeken. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft bij de Voorjaarsnota, ondanks dat het besluit van het rijk te laat kwam, alsnog met budgetten geschoven om het gat te dichten. De gemeente is daarin al ver gegaan. Dit heeft blijvende aandacht. Hij deelt dat met de heer Dijkstra. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de heer Van der Zweth met hem deelt dat ook voorkomen moet worden dat de gemeente jarenlang de financiering op haar nek neemt, terwijl dit feitelijk bij het Rijk ligt; zeker gezien de situatie in Den Haag moet wat hem betreft niet gezegd worden dat Utrecht dit voor de komende vier jaar gaat financieren. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt dat met heer Van Steeg.
Bij het besluit het gat te dichten is ook gezegd naar de eerstkomende jaar te kijken om niet dicht te lopen in de jaren daarop. Voorkomen moet worden dat het Rijk het over de schutting gooit naar de gemeenten. Hij sluit zich aan bij GroenLinks en het CDA over de reserves. Hij had er meer van verwacht. Hij is uit op een verdieping bij de volgende Voorjaarsnota. Het is voor hem niet duidelijk waarom hierin geld zal moeten blijven zitten. De heer Snijder (Student & Starter) begrijpt de vraag. Hij vraagt voorbeelden van de heer Van der Zweth. Dit is voor hem nog een beetje abstract. De heer Van der Zweth (PvdA) refereert aan de inbreng van de heer Van Steeg. Hij noemt de reserves rondom Europa vraagt zich af waarom Utrecht die wel heeft en de andere G4-steden niet. Er wordt 50% risico genomen inplaats van de 70% risico die er eerder stond; waarom 50%. Hoe groot is het risico dat de helft daadwerkelijk niet wordt betaald. Hij heeft dat soort vragen. De uitleg is summier. Deze discussie wordt al heel lange tijd gevoerd in het bestuur. De systematiek staat in de analyse. Over het investeringsplafond heeft hij drie onderwerpen: Zijn fractie vindt dat een logisch plan. Ook omdat hij de ambities te veel vindt. De arbeidskrachten zijn er niet om het uit te voeren. Het is logisch in zijn ogen dat op een andere manier gestuurd gaat worden.
Hij leest van alles over het solvabiliteits risico; hij refereert aan de inbreng van de heer Van Steeg; dan moet ervoor gezorgd worden dat het risico niet onder de 20% zakt; dat lijkt nota bene pas in 2028 te gaan gebeuren. De tegelijkertijd wordt gezegd dat het investeringsplafond geherijkt wordt. Dat zal alweer een verlichting geven waarom nu al budgetten verschuiven om de solvabiliteit goed te krijgen terwijl het investeringsplafond het ook gewoon gaat doen. Zijn derde punt hangt hiermee samen: het weerstandsvermogen schiet naar 1,1. De afspraak was dat die op 1,0 gehouden zou worden. Het gaat dan om een bedrag van meer dan 10 miljoen euro. Dat is hoger dan de 1,0 weerstandsvermogen. Dat wordt beredeneerd vanuit het gegeven dat dit nodig is met al die andere ratio’s vanwege de 25
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1200
1210
1220
1230
1240
solvabiliteit. De gaat pas in 2028 met net 1% onder de 20%, terwijl het investeringsplafond zijn werk nog gaat doen. Kijkend in het verleden hoe de solvabiliteitsratio’s zijn voorspeld, was die in 2020 24% en werd die 41%. Werd in 2021 30% voorspeld en werd het 38%. Daar zitten meerdere procentpunten tussen. Hij vindt dit niet een sterk verhaal. Moet het weerstandsvermogen eigenlijk niet terug naar de 1.0? De heer Van Steeg (CDA) concludeert dat de heer Van der Zweth het eigenlijk met hem eens is dat de 195 miljoen euro aan investeringen die in 2025 wordt vrijgemaakt veel te hoog is en dat de gemeente die niet haalt. En dat daardoor uitgekomen wordt op een hogere solvabiliteit en dat een aantal investeringen uitgesteld moet worden naar het volgend jaar. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat er al een proxy investeringsplafond inzit. Het gaat dan om 110 miljoen euro. Wat de heer Van Steeg vraagt zit in de cijfers en ook in de wijze waarop de ratio's worden berekend, ook die van de solvabiliteit. Die wordt nog gewijzigd. De heer Van Steeg (CDA) brengt dit in verband met planningsoptimisme. Dat betekent dat veel investeringen opgeschreven worden maar niet gehaald. Hoe dan ook vindt hij het investeringskrediet enorm hoog. Hij vraagt hierop de uitleg van de wethouder.
Wanneer dit herkend wordt van de afgelopen jaren, zou ook nu gezegd moeten worden minder te investeren en meer ruimte te creëren. De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe dat het college dat nu doet met het investeringsplafond. Hij is het inhoudelijk niet oneens met heer Van Steeg; te zien was dat de investeringen niet waargemaakt konden worden. Volgens hem zitten die er nu in. Hij maakt een punt in relatie tot de solvabiliteit, maar dan ook in relatie tot het weerstandsvermogen. De heer Snijder (Student & Starter) licht toe dat zijn beeld was, dat het college het weerstandsvermogen terug naar 1.0 zou brengen; dat staat volgens hem in het coalitieakkoord. Daar staat niet dat het altijd 1.0 zou moeten zijn. Daarnaast is het vrij duidelijk aangegeven dat het gemeentebestuur nu juist naar de solvabiliteit moet gaan; en dat geld overgemaakt moet worden naar de reserves. Omdat het anders op lange termijn niet goed gaat. Hij weet niet helemaal of hij de analyse deelt. Hij zou daarin verduidelijking willen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de heer Snijder twee dingen zegt; over solvabiliteit is het een inhoudelijke redenering. Hij begrijpt die bij 20%. Hij zakt net onder de 20% in 2028. De laagste afwijkende voorspelling in de afgelopen jaren was 7%. Die voorspelling viel 7% hoger uit dan gedacht. Dit is het meest conservatieve. Hij heeft die zorg niet.
In het coalitieakkoord staat dat zo snel mogelijk teruggegaan moet worden naar 1.0 wanneer onder de 1.0 gezakt wordt; dat staat in het coalitieakkoord. Heel veel partijen vinden dit het geval. Hij deelt dat met hen. De 1.0 is de logische om klappen te kunnen opvangen. Alles erboven vindt hij onnodig opgepot geld met de voorliggende vraagstukken. Hij rondt hiermee zijn bijdrage af. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft de heer Van der Zweth niet gehoord over de belastingdruk. Hij vraagt of de PvdA wil mee zoeken naar een maximum van 120% ten opzichte van het gemiddelde. Of de PvdA ook daar kritisch wil zijn om ervoor te zorgen dat het niet gierend uit de hand loopt. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt de belastingcapaciteit geen probleem; daar staan goede voorzieningen tegenover. Hij bevestigt dat de druk iets hoger is; nu ook omdat hij bepaalde voorzieningen overeind wil houden, vooral voor de meest kwets26
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1250
1260
1270
1280
1290
baren; daarop moet geen max gezet worden. Daarover vindt een politiek debat plaats. Dat politiek debat vindt daar nu plaats. Dit moet per keer per situatie bepaald worden. Dat doet de raad. De heer Peters (D66) vindt dat de PvdA terecht een punt maakt van de meest kwetsbaren. Hij kent de PvdA als een partij die opkomt voor de middengroep, voor de werkende Utrechter. Hij vraagt of de PvdA niet bang is dat als de belastingcapaciteit alleen maar hoger wordt, het stadsbestuur die groep de stad uitjaagt. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat wanneer de belastingcapaciteit wat hoger is, ook betekent dat er een groenvoorziening is, dat er sportvoorzieningen zijn, dat er levendige pleinen zijn. Dat zit er voor iedereen in en niet alleen voor de meest kwetsbaren. Hij bevestigt dat de belastingcapaciteit iets hoger is; maar dat maakt niet dat die niet meer te betalen is voor middeninkomens. Wanneer er een probleem is, zit hij op de woningmarkt; dat betekent dat op de markt ingegrepen moet worden waar woekerwinsten worden gemaakt over de rug van mensen die niet zoveel maar net iets meer dan de minima verdienen. De heer Peters (D66) zet uiteen dat het niet het gegeven is dat het nu in een keer niet meer te betalen is; het gegeven is wel dat het stadsbestuur het aan het uithollen is.
Hiermee wordt het steeds onaantrekkelijker gemaakt voor de middengroepen die in Utrecht komen wonen met al die groenvoorzieningen en al die mooie voorzieningen waarin geïnvesteerd wordt. De WOZ waarde wordt daardoor ook hoger; de steeds rijkere kunnen straks alleen nog maar in Utrecht wonen en de sociale huurwaarde waarin de gemeente investeert. Hij hoort de PvdA weinig over de groep die daartussen zit. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt deze hele analyse niet; dan zou gezegd zijn dat er meer voorzieningen komen, de woningen duurder worden en zou daarmee gestopt moeten worden. Hij vindt dat een vreemde redenering. Te zeggen is dat wanneer de OZB hoger wordt, de woningprijzen een beetje drukt. Hij vreest dat dat niet het geval is en dat de markt niet functioneert waarop de overheid zo hard mogelijk moet ingrijpen. Daarmee is hij bezig. Dat is wat het duur maakt voor middeninkomens. Het wonen is in Utrecht niet te doen. Dat zit niet op de belastingcapaciteit. Hij handhaaft zijn stellingname ten opzichte van de belastingcapaciteit. De heer Peters (D66) ziet een verschil; de PvdA zegt dat het wonen in Utrecht niet te doen is, vooral voor Utrechters met een laag inkomen, daarvoor wil de PvdA zoveel mogelijk sociale huur bouwen. Maar hij hoort de PvdA niet spreken over de middeninkomens. Hij vindt dat de heer Van der Zweth daar gemakkelijk overheen stapt.
De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe te hebben gezegd dat op de woningmarkt ingegrepen moet worden. Hij noemt in dit verband de 35% middenhuur en betaalbare koop. De gemeente verwerft gronden om daarop grip te hebben; dan gaat het niet alleen om sociale huur, maar ook middenhuur en betaalbare koop en woningcorporaties. Daar zit de sleutel om het betaalbaar te krijgen voor middeninkomens, niet belastingen voor iedereen te gaan verlagen. Daarmee lost het stadsbestuur het betaalbaarheidprobleem niet op. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt een vervolgvraag. Hij neemt aan dat ergens de PvdA ook een maximum ziet voor de belastingcapaciteit; hij vraagt waar die dan ligt. Bij 140/150%? Hoe ver moet het gaan, wil ook de PvdA ook op dit punt aan de bel gaan trekken? 27
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1300
1310
1320
1330
1340
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het natuurlijk dat er een grens is. Dat zal het bestuur nu niet doen met deze percentages voor de komende 10 à 20 jaar. Dan zal het bestuur steeds bij de overweging om de lasten te verhogen, moeten beslissen of de verhoging nog in verhouding staat. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van de heer Van Heuven. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat wanneer hier een percentage vastgesteld wordt, dat heel veel gaat betekenen voor de mensen in de stad. Dat zet een rem op het laten groeien van de lokale belastingen. Hij is op zoek naar de grens die de PvdA hierin ziet. Hij wil die graag ontdekken. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat wat de heer Dijkstra zich niet klopt. Wanneer nu een raadsmeerderheid zou vaststellen dat het gaat om 131% en dat het nooit meer hoger mag worden, en wanneer bij een volgende coalitie onderhandeling gezegd wordt dat de OZB iets hoger moet en die moet naar 133%, dat is wat het is. Dan was de hele grens fictief. Die had de raad dan bedacht en die kan de raad weer achter zich laten. Het moet steeds afgewogen worden om het goed te doen; dat is zijn punt. Nu een dergelijke grens opleggen is fictief en lost niets op en gaat ook niets uitmaken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat de PvdA nu willekeurig shopt. Er zijn heel veel grenzen waarvan de PvdA een erg groot voorstander is.
De PvdA zit in een positie om een maximum af te spreken. Hij vindt dit een drogreden van de PvdA. Op dit antwoord zit hij niet te wachten. Hij vindt dat het bestuur op zoek moet naar een reëel maximum; ergens is ook hier een grens. De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat een maximum nooit bindend zal zijn omdat de raad dat maximum heeft bedacht. Wanneer de rijksoverheid een maximum stelt, is dat het. Het gaat dan om een papieren werkelijkheid. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de raad dit wel doet bij solvabiliteit. Gezegd zou kunnen worden dat de VNG dat heeft afgesproken. Deze belasting staat ook in het rood. Waarom zegt dat dan niets? Waarom is de 20% dan wel een hard cijfer voor de heer Van der Zweth? Hij stelt dat dat gelijkgetrokken zou moeten worden. Ook dat is een indicator met gevolgen voor inwoners van de stad De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de solvabiliteit ook geen harde grens is; dat is het punt. Dan zou het voorbeeld gesteld moeten worden van de stadsschuld die niet boven de 100% mag. Wanneer het bestuur daar tegenaan loopt is het basta, wat het stadsbestuur er ook van vindt. Wanneer het bestuur onder de solvabiliteitsgrens van 20% terecht komt, en de raad gaat ermee in meerderheid akkoord, dan is dat een gegeven. Dat is het grote verschil.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat die grens wel hard is voor het college en ook voor de PvdA; hij refereert aan het begin van diens betoog. De grens is niet hard bij de belastingcapaciteit. Dat verschil zou wat hem betreft er niet moeten zijn. Dan zou ook daar een grens gesteld moeten worden waaraan het stadsbestuur zich in principe houdt. De raad heeft altijd de ruimte om daarin een andere keuze te maken. Hij benadrukt dat de belastingcapaciteit nu anders beoordeeld wordt dan de solvabiliteitsgrens. Hij vindt dat vreemd. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft heel veel andere dingen gezegd over de solvabiliteitsgrens. Het blijft in de kern hetzelfde; de gemeente heeft een aantal grenzen waaraan ze vastzit vanwege het Rijk. Wanneer de raad de grenzen zelf bepaalt, kan de raad ze ook weer zelf veranderen; dan lost het niets op. Daarmee zegt hij niet dat er heel veel lastenverhoging bij kunnen. Hij ziet ook dat de heer Van 28
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
Heuven zegt dat er nu veel op elkaar gestapeld is door de situatie waarin het bestuur zit met bezuinigingen van het Rijk. Hij stelt dat die afweging op een ander moment gemaakt moet worden; het antwoord kan goed zijn “nee, of nu niet meer of het kan niet meer”. Hij houdt vast aan zijn stellingname.
1350
1360
1370
1380
De heer Maas (VOLT) complimenteert de wethouder voor het vele werk en voor het goed leesbare document, ondanks dat zijn fractie er soms best moeite mee heeft. Hij ziet veel investeringen in de ruimte, mobiliteit, en hij ziet bezuinigingen op groen. Hij maakt zich zorgen over Utrechters met de laagste inkomens, over asiel, LVB in de stad. Hij zou daarop liever andere keuzes zien. Hij sluit zich aan bij de inbreng van de adviescommissie, met name over het sociale domein en de reservering. Ten eerste gaat hij in op het inhuurplafond. Zijn fractie worstelt daarmee enorm. In de tweede Berap is genoemd dat het college dat plafond ook dit jaar weer gaat overschrijden. Kennelijk was de technische vraag van zijn fractie hierover niet helemaal duidelijk. Het antwoord sloeg terug op de begroting van 2024 en niet zoals verwacht op 2025. Hij merkt op dat het wellicht zo is dat gezien de herziening van de financiële functie inzake het capaciteitsprobleem, het plafond ook in 2025 weer niet gehaald gaat worden. Zijn fractie is zeker geen voorstander van meer inhuren. In die zin vindt zijn fractie het plafond goed. Hij legt de vraag voor of het nog wel gaat om reëel begroten; hij is benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Hij legt de vraag voor of dit anders kan.
Met betrekking tot de solvabiliteit en het investeringsplafond noemde de heer Van der Zweth veel cijfers; hij vindt zijn fractie aan zijn kant. Zijn fractie is niet bang van een solvabiliteit van 19% in 2028. Dat duurt nog een hele tijd. Hij zag die solvabiliteitsontwikkeling in de laatste jaren en gelooft niet dat het zo'n vaart zal lopen. Bovendien lijkt het zo te zijn dat de realisatie in 2024 wellicht niet zoals begroot zal zijn; die solvabiliteit zal mogelijk hoger uitvallen. Zijn fractie is heel benieuwd of de wethouder al een route heeft naar de voorjaarsnota 2025. Misschien kan zij daarop iets toelichten en vooral als het gaat om het effect op de andere cijfers in de programmabegroting. De heer Peters (D66) vindt dat de heer Maas wel heel luchtig doet over de solvabiliteit. Hij vraagt of volgens VOLT het helemaal geen zin meer heeft om überhaupt te gaan begroten en rekening te houden met solvabiliteit aangezien het toch niets zegt. De heer Maas (VOLT) heeft dat niet gezegd. Uiteraard is de solvabiliteit van belang. Hij stelt dat de historie in Utrecht laat zien dat de solvabiliteit altijd hoger uitkwam dan de 20% behalve dat het redelijk was vorig jaar. Gezien de realisatie die zijn fractie nu verwacht, is het zijn verwachting dat het nu ook weer boven de 20% gaat uitkomen in 2028.
De heer Peters (D66) houdt één gedachte goed vast, namelijk dat zijn alarmbellen moeten rinkelen bij de gedachte “het gaat altijd zo dus gaan we het nu ook zo doen”. Steeds kwam de solvabiliteit anders uit, dus zal het nu ook zo zijn. Hij vindt dat geen manier van redeneren. De heer Maas (VOLT) antwoordt bevestigend. Volgens hem is solvabiliteit bedoeld om een crisis te bestrijden. Dat is het geld dat het bestuur achter de hand heeft dat in te zetten is wanneer het echt nodig is. Dat is nu volgens hem en niet in 2028. Nu moet het bestuur iets doen. Nu hoeft er geen geld in reserves gestopt worden maar 29
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1390
1400
1410
1420
nu moet ermee beleid gemaakt worden. De heer Peters (D66) merkt op dat het bestuur een coronacrisis achter de rug heeft, een energiecrisis achter de rug. Hij ontkent niet dat er nu ook allerlei problemen zijn. Het bestuur vaart scherp aan de wind door precies op de 20% te zitten; nu zegt VOLT dat dit het moment is daarmee geen rekening te houden en diep onder de 20% het risico te lopen. De heer Maas (VOLT) merkt op dat de gemeente naar 19% gaat; hij vindt dat dit een heel groot risico. Hij roept ertoe op elkaar geen mietje te noemen. Het bestuur gaat wel geld stoppen in de reserves, maar daarmee geen beleid maken. Hij gelooft niet dat dat een goede keuze is. Hij houdt vast aan zijn standpunt. De heer Van Steeg (CDA) heeft de indruk dat heer Maas hetzelfde zegt als zijn fractie: de investeringen zijn veel te hoog. Maar de heer Maas doet er luchtig over. De heer Maas ziet meer ruimte om geld te investeren. Dan zou de presentatie door het college aan de raad onjuist zijn. De heer Maas (VOLT) is het daarmee eens. Hij was zich er niet bewust van dat hij daarover luchtig deed. Zo was zijn inbreng niet bedoeld. Hij is heel benieuwd naar het investeringsplafond en hij is benieuwd wat dat gaat opleveren. Hij ziet uit naar informatie daarover van de wethouder. De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe de raad hierop vat moet krijgen wanneer dit de cijfers zijn die gepresenteerd worden.
De heer Maas (VOLT) antwoordt met door de wethouder daarover steeds te blijven bevragen. Het investeringsplafond kan daarbij een hulp zijn. Hij is van mening dat de raad de cijfers heel goed moet monitoren. Het is vorig jaar wel gelukt om binnen de grenzen te blijven; waarom gaat dat nu niet lukken? De heer Van Steeg (CDA) licht toe dat dat ook zijn vraag is; op basis van de voorgelegde cijfers moet de raad een keuze maken. De heer Maas zegt dat er geld toegevoegd wordt aan het eigen vermogen dat het eigenlijk niet nodig is. Dan gaat het bestuur iets doen waarvan het niet weet wat er gaat gebeuren. Die 7 miljoen gaan dan gebruikt worden voor andere investeringen. Waarschijnlijk heeft dat dan consequenties voor de solvabiliteit zoals die nu wordt gepresenteerd. Dat maakt het riskant. De heer Maas (VOLT) is van mening dat daarin andere keuzes gemaakt moeten worden; inplaats van dit geld in de reserves te stoppen zou dat beter geïnvesteerd kunnen worden. Dan zou dat geld terugverdiend kunnen worden door andere projecten niet uit te voeren; hierin zijn politieke keuzes te maken. Zijn fractie wil die politieke keuzes graag maken. Zijn fractie maakt zich ernstig zorgen over alle bezuinigingen en vooral ook over de hervormingsbezuinigingen, niet alleen vanwege het inhuurplafond. Ook D66 maakt zich daarover zorgen.
Hij dringt aan op de instelling van een uitvoeringstoets met als doel de capaciteit doelgericht te gaan monitoren. Misschien ziet de wethouder nu wel kansen.
1430
De heer Snijder (Student & Starter) spreekt zijn zorgen uit over de toekomst van jonge Utrechters vanuit een positief kritische houding. De gemeente krijgt al jaren steeds meer verantwoordelijkheden zoals Jeugdzorg en de Wmo, zonder daarvoor voldoende geld voor te krijgen vanuit het Rijk. De aangekondigde bezuinigingen op het Gemeentefonds verergeren die situatie. Dat zorgt voor grote financiële druk. Wanneer de gemeente niet voldoende middelen ontvangt, komen belangrijke 30
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1440
1450
1460
1470
1480
ambities onder druk te staan. Onder andere het bouwen van betaalbare woningen. Hij roept het Rijk op zijn verantwoordelijkheid te nemen. Tot zijn spijt moet het stadsbestuur keuzes maken. Bezuinigen is onvermijdelijk, ook al wil de gemeente de bezuinigingen liever niet. Tot zijn geluk is Utrecht ook veerkrachtig en houden de bestuursleden elkaar vast. Zo legt het college een goed afgewogen pakket neer en wist het stadsbestuur in gemeenschappelijkheid een groot aantal zaken te redden of te verbeteren. Zijn fractie heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat laagdrempelige seksuele zorg toegankelijk blijft en dat bezuinigingen op digitale participaties zijn voorkomen. Het bestuur moet alert blijven; ondanks de veerkracht van de stad blijven er zorgen, ook bij zijn fractie. Zijn fractie maakt zich zorgen over zaken die jongeren raken, de financiële situatie, de LVV, de opvang van dak- en thuisloze mensen, de kunst en cultuursector, jonge makers, een fijn en prettig leefbaar Utrecht Science Park, maar ook jeugdparticipatie, Sport en een toegankelijk en duurzaam vervoer. Ook het sociaal domein krijgt te maken met lastige hervormingen. De gemeente staat financieel onder druk en daarom zal zijn fractie zich in de komende dagen op deze onderwerpen richten. Hij noemt vervolgens nog een aantal inhoudelijke financiële punten.
Zijn fractie vindt het belangrijk dat de rekening niet doorgeschoven wordt naar de toekomstige generaties jonge Utrechters. Het college naar de reserves en bijbehorende kengetallen gekeken. Uit die analyse blijkt dat wanneer niets gedaan wordt, de solvabiliteit flink onder druk komt te staan. Hij ziet dat als een risico. Het college kiest ervoor om geld toe te voegen aan de reserves; Student & Starter vindt het belangrijk dat de financiële positie op orde blijft. Daarnaast deelt hij dat het niet altijd helemaal duidelijk is waarom bepaalde bedragen wel en de andere niet aan de reserves worden onttrokken of juist aan de reserves worden toegevoegd. Zijn fractie sluit zich daarom aan bij de vragen van het CDA en aan die van de PvdA van zojuist. Voor Student & Starter is het van belang om een solide financiële basis voor de toekomst te waarborgen. Het investeringsplafond staat het bestuur bij aan het grip hebben op de investeringen en helpt het bestuur om voorzichtig om te gaan met het uitgeven van geld. Hij vraagt of de wethouder kan vertellen hoe het met de uitwerking staat van deze investeringsplafonds. Daarnaast verneemt hij graag van de wethouder in hoeverre deze plafonds invloed hebben op de ambtelijke processen en of ze kunnen leiden tot vertraging of tot meer bureaucratie.
Verder met de verhoging van de tarieven zoals Brug-, Schut- en havengelden, stijgen de kostendekkendheid; zijn fractie vroeg zich af welke vergaande risico's het college ziet en welke ambities het college op dit vlak heeft. De komende bezuinigingen en lastenverzwaring zullen impact hebben; zijn fractie zal de komende dagen nagaan waar verbeteringen mogelijk zijn en waar de fractie positief kritisch kan bijdragen aan een betere toekomst voor iedereen. De heer Skori (DENK) ziet dat de tarieven voor de afvalverwerking weer worden verhoogd; volgens de afvalverordening moeten gezinnen met kinderen veel meer gaan betalen dan gezinnen zonder kinderen. Het lijkt alsof het college heeft gemunt op deze gezinnen. Terwijl de kinderen juist hard worden geraakt door de huidige economische situatie, volkomen in strijd met het principe van Ongelijk investeren voor Gelijke kansen en dat termijl nergens uit blijkt dat een gezin met twee kinderen 31
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1490
1500
1510
1520
1530
significant meer afval produceert dan een drie persoonshuishouden. Dit lijkt een aanname te zijn. In de praktijk is te zien dat gezinnen met twee of meer kinderen weinig afval produceren omdat ze al zuinig moeten leven en moeilijk kunnen rondkomen. Hij roept het college ertoe op om de verdeelsleutel aan te passen naar de situatie zoals die vroeger was met de gelijke verdeelsleutel. De heer Claasen (GroenLinks) brengt in dat het college gevraagd is bij de discussie over de differentiatie van de tarieven te laten zien hoe het zit in andere steden; het college heeft destijds keurig laten zien hoe dat zat in de andere steden. Daaruit bleek dat grotere gezinnen wel degelijk zorgen voor meer afval. Dat was een van de redenen voor de raad om te besluiten dit te gaan doen. De heer Skori (DENK) heeft naar aanleiding van de debatten geen stukken gezien; voor hem is dit nieuw. Hij zal daar naar kijken. Voor nu blijft hij bij zijn inbreng. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) doet de suggestie de tekeningen aan te passen aan de kilo's afval die daadwerkelijk worden gedumpt. De heer Skori (DENK) is voorstander van het zoeken naar een eerlijker verdeling; zijn fractie is benieuwd naar wat elk huishouden produceert. Iemand die alleen woont kan heel veel produceren terwijl een andere alleenwonende veel potentieel afval kan hergebruiken terwijl hij hetzelfde betaalt.
Zijn fractie staat zeker open voor de mogelijkheden daarin. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of denk het ook niet oneerlijk vindt dat er wordt gesproken over een vijfpersoons huishouden met een gezin – dan gaat het om 2 ouders en 3 kinderen. Die kinderen verdienen geen geld en die ouders moeten al vaak extra werken om rond te kunnen komen, zeker in Utrecht, met de hoge lasten en de enorme hypotheken en enorme huren. Zij vraagt of de heer Skori zich hierin herkent. De heer Skori (DENK) herkent zich in de woorden van mevrouw Hessel. Te zien is dat gezinnen met drie kinderen zwaarder worden belast en eigenlijk worden gestraft. Hij vindt de situatie absurd. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) begint met in te gaan op de reserves: hij vindt het goed om het huishoudboekje op peil te houden zoals mensen thuis doen. Tegelijkertijd zijn teveel reserves niet nodig en is dat geld dat niet te investeren is in de stad, juist in een tijd waar dat geld hard nodig is. Voorbeelden zijn: de reserve voor Europese subsidies die deels vrij vallen; waarom zou die reserve niet volledig vrij kunnen vallen. Juist ook omdat andere G4 steden dat ook doen. Ook de reserve voor calamiteiten Utrecht’s vastgoed waarin 600.000 euro wordt gereserveerd voor calamiteiten; maar nergens is vermeld waarop dat bedrag gebaseerd is.
De reserve voor OMU waar 3,5 miljoen wordt gereserveerd en waarbij uitgegaan wordt van een risicoreservering van 50% van de uitstaande leningen. Daarbij gaat het bestuur ervan uit dat 50% van die leningen niet terug verwacht. Hij vindt dat nogal heftig. Wanneer hij dit verkeerd heeft, blijkt daaruit dat het onvoldoende is onderbouwd waarom die reserves zo hoog staan. Hij vraagt nadere uitleg over de inschatting van het college. Hij vraagt de wethouder op één van deze drie voorbeelden in te gaan zodat de raad kan begrijpen hoe dit tot stand is gekomen. Hij heeft nog enkele grotere punten. Met deze analyse is het nog steeds voor de raad onmogelijk om fatsoenlijk te kunnen sturen op de reserves. Daarom vraagt de raad al langere tijd. Hij vraagt waarom dit nog niet gelukt is en welke inzet de wethouder be32
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1540
1550
1560
1570
1580
reid is te plegen om hierop een betere sturing mogelijk te maken. Wat zijn fractie betreft schuift het college dit niet zomaar door. Wat is hierin nu te verbeteren? Met betrekking tot het investeringsplafond beheerst het bestuur de uitgaven zo snel mogelijk door dit plafond zo snel mogelijk in te voeren. Waarom is de invoering nog niet gelukt met deze begroting en wat moet er nog voor gebeuren. Wat hem betreft moeten de gesprekken over grotere investeringen breed in de raad gevoerd worden. Wat hem betreft moet het geld dat nodig is niet op de plank blijven liggen. Met betrekking tot de afvalstoffenheffing vindt hij de nieuwe gedifferentieerde heffing een stap richting de eerlijke heffing. Het uitgangspunt is dat de vervuiler betaalt. Hij vraagt hoe het staat met de uitvoering van het amendement A82 van vorig jaar “De Vervuiler Betaalt”. Welke stappen zijn sindsdien gezet om de tarieven aan te laten sluiten bij de verhouding van de gemiddelde afvalproductie van de verschillende huishoudens? Hij vraagt of de wethouder het doel deelt dat daar naartoe gewerkt moet worden. De heer Peters (D66) vindt de “gemiddelde afvalproductie” lastig. Zou niet eerder toegewerkt moeten worden dat per kilo geheven wordt met een pasjessysteem zo dat per huishouden de feitelijke productie te zien is.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat het amendement oproept tot het toegaan naar een eerlijke heffing; dat betekent dat gekeken wordt naar de kilo's afval van huishoudens. Daarop moet dan heffing aangepast worden. Nu wordt het gedaan op basis van een onderzoek in Eindhoven. Dat zou mogelijk zijn met een pasjessysteem; dat is al een keer geprobeerd. Wat hem betreft moet meer onderzoek gedaan worden. Hij refereert daarbij aan het amendement, De heer Peters (D66) wil toch ook dat gezinnen die duurzaam bezig zijn extra beloond worden en niet over één kan scheren met andere huishoudens van dezelfde grootte. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zou het geweldig vinden wanneer dat mogelijk is. Hij probeert pragmatisch te kijken naar wat nu mogelijk is om te doen. Hij ziet ook veel gezinnen die hun best doen om afval te scheiden, en uiteindelijk minder afval produceren per persoon. Dat lijkt op de huidige manier niet gestimuleerd worden. De heer Peters (D66) heeft dan goed nieuws. Het is mogelijk met een pasjessysteem. Dat gebeurt al in veel gemeenten. Hij stelt voor dit als stip op de horizon te zetten. Hij is van mening dat dit zorgvuldig moet gebeuren en dat niet een nieuw systeem neergezet moet worden van de ene op de andere dag. Hij vraagt of de heer Van der Graaf met hem eens is.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt als voorwaarde dat uiteindelijk toegewerkt wordt naar “de vervuiler betaalt”. Hij is benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Welke kant gaat de gemeente op met deze heffing? Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) begrijpt dat de ChristenUnie van mening is dat kinderen ook moeten betalen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) licht toe te zoeken naar hoe een gezin minder afval kan produceren; wanneer voor een gezin gekookt wordt, wordt zijns inziens per persoon minder afval geproduceerd dan wanneer mensen voor zichzelf koken. Juist die efficiëntie moet wat hem betreft gestimuleerd worden. Uiteindelijk wordt dan per persoon minder belasting betaald. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) begrijpt dat volgens de ChristenUnie de kinderen moeten meebetalen. 33
Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport
1590
1600
1610
1620
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft die vraag aan kinderen gesteld, maar concludeerde dat dat nog niet werkt. Dat komt neer op de ouders. Hij herhaalt zijn argumenten. Het gaat om de voordelen van efficiëntie. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of altijd gestraft moet worden. Mensen worden gestraft wanneer ze te veel afval produceren. Of heeft de overheid de plicht om hieraan geld te besteden – dat de gemeente dit beschouwt als een uitgave. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) houdt vast aan zijn standpunt dat mensen beloond moeten worden voor hun inspanningen. Op dit moment worden de inspanningen niet beloond. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn over de rioolheffing die momenteel wordt ontwikkeld; hij vraagt het college of daarbij hetzelfde gedaan gaat worden als bij de afvalheffing. Ook daar “de vervuiler betaalt”. Met betrekking tot het Sociaal Domein merkt hij op dat hij heeft begrepen dat er een transitiebudget nodig is voor de hervormingen. Tegelijkertijd vraagt zijn fractie zich af of drie jaar voldoende is om die transitie te kunnen maken. Het lijkt zijn fractie niet ondenkbaar dat zal blijken dat er meer tijd en meer geld nodig is. Hij vindt het belangrijk dat de raad goed op de hoogte gehouden worden van de manier waarop dit gaat gebeuren.