CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Financiënbegroting2025 22 oktober 2024

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 5 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen33.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport Datum verslag Locatie Verslag door

10

28 – 10 - 2024 Stadhuis, de raadszaal Geertjan Benus (Notutekst)

Avondvergadering 22 oktober 2024 inzake Financiën, de commissie VBF Aanwezigen De voorzitter, mevrouw L. Bode, en van het college de wethouder mevrouw S. Schilderman, en van de commissie de leden: de heer F. Claasen (GroenLinks), de heer R. Peters (D66), de heer R. van der Zweth (PvdA), de heer R. Peters (D66), de heer R. Snijder (Student & Starter), de heer R. van der Graaf (ChristenUnie), de heer G. Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw M. Ramaker (VVD), de heer B. van Steeg (CDA), de heer R. Maas (VOLT), de heer V. Paalman (HORIZON), mevrouw Y Hessel (UtrechtSolidair), de heer I. Skori (DENK), commissiegriffier mevrouw D. Rijnders en de commissiesecretaris. Verslag inzake de programmabegroting 2025 commissies VBF en JWCS

Avondvergadering 22 oktober 2024 inzake Financiën............................................1 20

1. Opening De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. De financiën uit de programmabegroting 2025 en de bijbehorende raadsvoorstellen staan op de agenda. De gemeenteraad besluit over de programmabegroting en over de bijbehorende raadsvoorstellen tijdens de raadsvergadering van 7 november. Mededelingen commissie Geen.

30

40

Mededelingen college Wethouder Schilderman deelt mee dat twee kanttekeningen gemaakt zijn bij beslispunt 2c waar informatie is weggevallen. De raadsleden hebben de juiste versie ontvangen net voor de commissievergadering, op pagina 7 van het raadsvoorstel. Mededelingen voorzitter Het college heeft geheime stukken meegestuurd. De voorzitter heeft geen verzoeken ontvangen om die te bespreken. Met betrekking tot het proces: de bespreking zal plaatsvinden in twee termijnen. Vanavond zal gesproken worden zonder spreektijd. De raad heeft uitgesproken dat er geen technische of informatieve vragen worden gesteld tijdens de commissiebehandelingen. De voorzitter ziet erop toe. Zij geeft het woord aan de voorzitter van de adviescommissie controle en financiën. Adviescommissie Controle en Financiën 1

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

50

60

70

80

90

De heer Maas (plaatsvervangend voorzitter van de adviescommissie Controle en Financiën) complimenteert de partij voor de dieren voor de Tegenbegroting. De adviescommissie heeft op 17 oktober begroting besproken; de belangrijkste onderwerpen waren: de waardering voor de inzet op de leesbaarheid, de analyse van de reserves heeft een beperkte informatiewaarde voor de adviescommissie. De analyse gaat niet in op de punten uit de brief van de rekenkamer Grip op bestemmingsreserves. De adviescommissie adviseert over het dilemma in het sociale domein om zoveel mogelijk bij de huidige P&C-cyclus aan te blijven sluiten. Mocht bijsturing tussentijds nodig zijn, kan dat door middel van een raadsvoorstel. Dat is aan de inhoudelijke commissies om zich in dit dilemma te verdiepen. Op 11 oktober organiseerde de commissie een heidag waarbij diverse nota's aan de orde waren. Voor wat betreft de nota WAVA (waarderen activeren en afschrijven van vaste activa) wordt een technische sessie op prijs gesteld om nader gezamenlijk in te gaan op het onderwerp circulariteit. Voordat de nota Verbonden Partijen aan de raad wordt aangeboden, adviseert de adviescommissie een vervolggesprek. Onderwerpen zijn dan bijvoorbeeld: een bredere scope van de nota, het afwegingskader, het onderscheid klant- en eigenaarrol en de kaderstellende rol van de raad. De griffie zal de organisatie op zich nemen.

Voor wat betreft het Verbeterplan Versterking Financiële Functies is het advies de bullets concreet te maken, activiteit en resultaat en stel een stoplichtenrapportage op. De uitvoering van het Verbeterplan heeft vertraging opgelopen. Voor de financiële verordening is veel feedback opgehaald naar aanleiding van de punten in de raadsbrief van 6 februari. Gezien de opvolging van de motie Grip op Investeringen, is een hoger niveau van autorisatie nog niet wenselijk. Daarnaast heeft de adviescommissie de volgende speerpunten gedefinieerd voor het oude plan van de accountant; ontwikkeling financiële positie, grip op investeringen, realisatiekracht, terugdringen van planningsoptimisme en voortgang, het budgetrecht van de raad in brede zin, met MPR, investeringen, reserves en verbonden partijen. De commissie vraagt de wethouder op deze punten te reflecteren in haar beantwoording voor zover vanavond relevant. De commissie Mevrouw Ramaker (VVD) brengt in dat Utrecht er slecht voorstaat. Elk jaar is er een tekort van 93 miljoen euro op uitgaven van 2,1 miljard volgend jaar. De inwoners en ondernemers betalen voor een groot deel de rekening. Gezinnen in Utrecht betalen 31% meer aan lokale lasten dan in de rest van Nederland. Iedereen met een eigen woning met kinderen en een eigen auto gaat meer betalen om in de mooie stad Utrecht te mogen wonen.

Gezinnen uit Utrecht die net rond kunnen komen, zien de bodem van hun portemonnee eerder dan in omliggende gemeenten. Zij vraagt de wethouder waarom het college niet stopt met het steeds neerleggen van de rekening bij de inwoners. Het college heeft beloofd dat wanneer er meer inkomsten uit het rijk komen, de OZB omlaag gaat, De VVD leest dat het Rijk over de brug komt met extra inkomsten voor 2025 (1,1 miljoen bijstelling Gemeentefonds en 9 miljoen voordeel risico-inschatting n.a.v. het Hoofdlijnenakkoord van het Kabinet. Dus kan wat haar betreft de OZB voor 2025 met 10 miljoen euro naar beneden bijgesteld worden. Zij benadrukt dat wat beloofd is, beloofd is. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het college beaamt dat het leggen van de 2

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

100

110

120

130

140

rekening bij deze programmabegroting niet anders is dan bij de Voorjaarsnota; dat het college nu niets nieuws aangekondigd. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat de aankondiging bij de voorjaarsnota was; dat de OZB met 18 miljoen euro omhoog zou gaan. De VVD heeft een toekomstnota neergelegd en aangegeven hoe die 18 miljoen van tafel te vegen is. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt bevestigend; in deze begroting staat niets nieuws waarop de VVD reageert. Mevrouw Ramaker (VVD) bevestigt tot haar spijt dat er niets nieuws in staat. De VVD had gehoopt dat de OZB omlaag zou gaan. Zij las in de voorjaarsnota dat wanneer het Rijk over de brug komt met extra geld, de OZB naar beneden zou gaan. De heer Peters (D66) kan zich dat ook herinneren. Dat was wel specifiek gekoppeld aan de beheersing van de OZB. Hij vraagt of mevrouw Ramaker zich dat kan herinneren. Mevrouw Ramaker (VVD) kan zich dat niet herinneren. In de stukken staat het vrij algemeen geformuleerd. De heer Peters (D66) brengt dit in herinnering. Deze toezegging kwam van het college op de aandacht die hij in de commissie Financiën had gevraagd. Het rijk komt tot zijn spijt niet met extra geld om de OZB laag te houden. Hij merkt op dat de VVD deel uitmaakt van het rijk. Mevrouw Ramaker (VVD) werpt tegen dat het rijk uit meer dan de VVD bestaat. Ook D66 zit in het Rijk. Zij denkt dat de heer Peters het kabinet bedoelt.

Utrecht krijgt minder uitkering van het Rijk als Utrecht meer dan gemiddeld verdient aan de OZB. Dat gaat met terugwerkende kracht op basis van daadwerkelijk ontvangen OZB. Zij ziet dat voor 2025 in de jaarrekening van 2026. Zij vraagt of het college beseft dat deze verhoging OZB broekzak vestzak is, en dat te verwachten is dat het rijk Utrecht minder inkomsten geeft. Ten tweede vindt zij dit nodeloos rondpompen van geld; het geeft extra druk bij de organisatie die de lokale lasten ingevorderd - de BgHU. De kans is groot dat er meer bezwaren komen. Zij vraagt of de wethouder dat ook inziet. Zij legt de vraag voor of het een goed idee is van de VVD om toe te werken naar een break even point; de OZB te verlagen en daarmee tegelijkertijd de bijdrage van het rijk te verdisconteren zo dat het wegvalt. Zij vervolgt haar inbreng. Zij vindt het allerbeste voor iedereen in de stad dat Utrecht niet meer aan lokale belastingen gaat innen. In de toekomstnota laat haar fractie zien dat die 8 miljoen euro OZB-verhoging in 2025 weg te strepen is, dat ook het betaald parkeren weg te strepen is en ook de hondenbelasting. Haar collega's zullen in de commissies inbrengen hoe het wel kan.

Met betrekking tot de reserve sociale hervormingen gaat zij in op de inbreng van de plaatsvervangend voorzitter van de commissie controle en financiën; in deze begroting stelt het college voor 2 miljoen euro vrij te maken als reserve in te stellen voor sociale hervormingen. Zij vraagt de wethouder waarom er niet voor gekozen is om het positief saldo in de reserve te stoppen van 2 miljoen euro dat binnen het sociaal domein wordt verwacht in 2024. Waarom dan niet deze 2 miljoen euro te gebruiken voor het ontlasten van de lokale belastingdruk. Zonder na te denken wordt de reserve activa losgetrokken; daarmee is het spaarvarken voor het doen van toekomstige investeringen zo goed als leeg. Haar fractie vindt het zorgelijk dat geen forsere lastenverlaging in 2025 wordt gedaan. In de volgende commissies zullen haar collega's daar dieper op ingaan. 3

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

150

160

170

180

Zij staat ook stil bij de groei van de stad. Haar fractie constateert dat de stad in het afgelopen jaar jaren minder hard is gegroeid. Deze minder grote groei wordt mede veroorzaakt doordat het tempo in het bouwen van woningen niet meegroeit. De VVD maakt zich grote zorgen over het halen van de planningen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) begreep van de VVD dat die fractie pleit voor een maximale belastingcapaciteit of –druk. Hij vraagt waar de VVD dan een denkt; denkt die fractie dan aan een harde grens voor de woonlasten meerpersoonshuishoudens, als voorbeeld. Hij vraagt wanneer het voor de VVD genoeg is. Mevrouw Ramaker (VVD) schrikt van de 31% hogere lokale lastendruk in voor meerpersoonshuishoudens. Dat ziet haar fractie graag geschrapt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wordt dan nog nieuwsgieriger. Hij vraagt naar het plafond. Wanneer is de maat vol? Wanneer is het voor de VVD zichtbaar genoeg. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het haar fractie al genoeg is. Elk jaar roept haar fractie al niet te willen dat die OZB omhoog gaat. Zij kondigt aan dat in de toekomstnota van haar fractie zal staan dat niet alleen gekeken moet worden naar de inkomsten kant, maar dat juist gekeken moet worden naar de uitgaven kant. Daarin kan het college scherpere keuzes maken om de druk op de inkomsten te verlagen. Ook ziet zij mogelijkheden om de ambtelijke organisatie af te slanken.

Dat zijn de voorstellen van haar fractie. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD voorstander is van een harde bovengrens van 120% van het landelijk gemiddelde; dan is er ook een maat. Hij is hierin zoekende. Mevrouw Ramaker (VVD) is zoekende naar EenUtrecht. De VVD gaat hier niet zeggen dat er maximale grens moet komen op de lokale lasten. Haar fractie is van mening dat het college de lokale lasten moet ontzien. Daar wordt opnieuw weer naar teruggegrepen. Haar fractie wil geen verhoging. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat de VVD steeds spreekt over de OZB. Hij vraagt of de VVD ziet hoeveel mooie dingen in Utrecht te doen zijn doordat het bestuur aan de knoppen draait. Het gaat dan om zaken waarvoor het Rijk consequent wegkijkt; de VVD vormt daarvan een onderdeel. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft in de toekomstnota laten zien welke zaken de gemeente wel zou kunnen doen; wel meer bomen kunnen planten, wel de Woningbouw te kunnen versnellen, wel eerder de sporthal of het zwembad te kunnen realiseren. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat onder VVD beleid gedecentraliseerd is en dat de gemeente Utrecht daarvoor te weinig gecompenseerd wordt vanuit het landelijke. Hij mist die verantwoordelijkheid en analyse volledig in het betoog van deze fractie.

Mevrouw Ramaker (VVD) licht toe dat haar betoog is dat niet alleen naar de inkomsten kant gekeken moet worden, maar ook naar hoe de uitgaven te beperken zijn. Ergens moet de 93 miljoen euro gevonden kunnen worden. Zij herhaalt haar argument over teveel nadruk op de inkomsten kant. Zij pleit ervoor de lasten in te perken en daarin scherpe keuzes te maken. De heer Snijder (Student & Starter) constateert geen antwoord te krijgen op de door hem gestelde vragen. Hij constateert ook dat de VVD niet gekeken heeft naar andere maatregelen Utrecht heeft genomen om het op te lossen. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft uiteraard wel gekeken naar de voorstellen van het college in de voorjaarsnota en in deze begroting. Haar fractie heeft daar een andere 4

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

190

200

210

220

230

kijk op. Die andere kijk probeert zij voor het voetlicht te brengen. De heer Van Steeg (CDA) gaat in op de belastingdruk. Zijns inziens kunnen de VVD en het CDA elkaar een heel eind vinden als het gaat om wonen, en de te hoge belastingdruk. Hij vond de discussie met de heer Dijkstra bijzonder; hij merkt op dat er harde grenen zitten aan de solvabiliteit en aan het weerstandsvermogen. Hij vindt het vreemd dat er geen harde grens zit op de belastingcapaciteit en dat de druk op gezinnen toe mag nemen. Daarover zouden afspraken gemaakt moeten kunnen worden. Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt nu wat er bedoeld wordt. Zij merkt op dat dit opgelegd wordt door het college, de WOZ die omhoog gaat en de knop van de indexatie - dit college zit aan die knop. Het college doet dat volgens het coalitieakkoord maar een keer; dit is nu de tweede keer. Die tweede keer vindt haar fractie niet kunnen. De heer Van Steeg (CDA) zou het daaropvolgend kunnen zeggen dat op een gegeven moment die lastendruk genoeg is en dus niet meer door te gaan met nog meer lasten te leggen op gezinnen. Dat gebeurt nu wel. Waar het gaat om de solvabiliteit wordt er een andere afweging gemaakt. Die afweging is ook te maken wanneer het over gezinnen gaat. Hij kan zich een grens voorstellen van 120%.

Mevrouw Ramaker (VVD) noemt de herverdeling bij de afvalstoffenheffing waardoor de druk voor de meerpersoonshuishoudens hoger wordt. Dat zijn keuzes die door dit college zijn voorgelegd aan de raad. De VVD heeft daar altijd tegengestemd omdat haar fractie dat niet eerlijk vindt om dit steeds bij de eigenaar van woningen te leggen. Haar fractie vindt het ook niet eerlijk als het gaat om draagvlak. Bij een buurgemeente is een hele andere lokale lastendruk. De VVD heeft de indruk dat het om inkomenspolitiek gaat. De heer Van Steeg (CDA) is het daarmee eens. Hij vraagt of met de VVD is na te gaan of een maximum percentage is in te stellen, samen met EenUtrecht. Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat haar fractie altijd in is om na te denken over hoe de lokale lastendruk te verlagen is. Wat haar betreft moet het percentage omlaag. Haar fractie vindt het belangrijk dat het draagvlak behouden blijft. Zij herhaalt haar argumenten. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat VVD steeds zegt minder uitgaven, minder doen; hij vraagt wat de VVD als eerste gaat doen. In stoppen met woningcorporaties, of schrapt de VVD de huurderparticipatie, of schrapt de VVD individuele inkomenstoeslag of begint de VVD met de individuele inkomenstoeslag U-Pas. Mevrouw Ramaker (VVD) licht toe dat hele Toekomstnota geënt is op en en en. Anders wordt het niet gehaald.

De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat de VVD de kosten legt bij de mensen die nu al niet goed rondkomen. Mevrouw Ramaker (VVD) valt het op dat het college wel heel erg snel draait aan de inkomsten knoppen. Valt het ook op dat er een reserve activa losgetrokken kan worden. Maar dat de daadwerkelijke bezuinigingen in de nieuwe collegeperiode vallen. Zij vervolgt haar inbreng met in te gaan op de groei van de stad, dat het niet meegroeien met de groei van de stad mede veroorzaakt wordt door het tempo van het bouwen van woningen; haar fractie maakt zich grote zorgen over het halen van planningen. Zij vraagt hoe de wethouder financiën meer sturing gaat geven vanuit 5

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

240

250

260

270

280

haar rol zo dat de planningen ook te halen zijn. Haar fractie kan zich vinden in het afsluiten van een groot deel van de grondexploitatie Leidsche Rijn en de splitsing van het resterende deel. Haar fractie heeft dit verzocht bij de voorjaarsnota; op deze manier is meer financieel overzicht gekregen. De VVD hecht grote waarde aan overzicht en sturing daarop. Door beter de financiële consequenties in beeld te brengen bij keuzes is beter te sturen; de fractie ziet vaak geen of ondermaatse onderbouwing bij raadsvoorstellen. Zij noemt het Berlijnplein en de afschrijvingstermijnen als voorbeeld. Zij ziet graag dat er meer uniformering komt van afspraken en dat scherper de voorstellen gecheckt wordt op kloppendheid. Zij vraagt de wethouder de bevestiging op sturing van meer uniforme onderbouwing van de financiën in de raadsvoorstellen. Haar fractie is ervan geschrokken dat er weer een rekenfout is gemaakt; deze keer bij de reclameopbrengsten. Daarvoor is een half miljoen euro per jaar teveel ingeboekt. Zij vraagt hoe dit mogelijk is; weer een fout aan de inkomstenkant. Hoe houdt de wethouder daar grip op. Kan zij garanderen dat alle berekeningen in de begroting kloppen? Tot slot staat zij stil bij de haars inziens absurde verhoging van de havengelden als dekking van activiteiten die niets te maken met havenrecreatie en binnenvaart te maken hebben.

De VVD heeft bij de voorjaarsnota als enige fractie tegengestemd omdat die forse verhoging van havengelden impact heeft op de Utrechtse economie. De binnenvaart denkt wel drie keer na om in Utrecht aan te leggen. Zij verwacht dat datzelfde geldt voor de recreatievaart. Zij vraagt wat de wethouder concreet gaat doen en hoe zij dit gaat oplossen. De heer Peters (D66) legt de vraag voor aan de VVD wat de verhoging concreet betekent voor een pleziervaartschip dat aanlegt in Utrecht. Hoeveel euro moeten ze meer betalen? Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat dat de vraag is van haar aan de wethouder. In het raadsvoorstel staat 51% verhoging; zij vindt dat zorgelijk. De heer Peters (D66) brengt in dat het om een paar tientjes gaat om te mogen overnachten op het Utrechtse water. Hij denkt dat dat niet erg schadelijk zal zijn voor de Utrechtse economie. Wanneer mensen een boot kunnen betalen om hier naar toe te komen, zullen de mensen ook wel een paar tientjes extra kunnen betalen. Mevrouw Ramaker (VVD) licht toe dat het dan gaat om de recreatievaart. Bij de binnenvaart bestaat grote concurrentie tussen steden. Lageweide is een belangrijke aanlegplek voor de binnenvaart. Zij vraagt toelichting van de wethouder vanuit haar economische inzichten. Er zijn afspraken over hoe ervoor te zorgen dat de regio Utrecht haar positie goed borgt. Daarover maakt de VVD zich zorgen.

De heer Snijder (Student & Starter) zou de VVD willen vragen welke dingen nu wel gedaan kunnen worden met brug- schut- en havengelden overeind te houden zijn en of de VVD daarvan weet heeft. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft daar zeker weet van. Het doel van de havengelden is niet om sociale activiteiten mee te denken. Dat gebeurt nu wel. Er is nu geshopt bij een andere inkomstenpot om iets te dekken. De heer Snijder (Student & Starter) noemt dat de analyse van de VVD. Hij denkt dat verschillende partijen in de raad hiermee iets moois hebben kunnen doen, bijvoorbeeld van mensen voor wie de laagdrempelige seksuele zorg niet meer toegankelijk was. Hij vindt dat een voorbeeld van iets goeds. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft geen moeite met de activiteiten zelf. Haar fractie 6

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

290

300

310

320

330

heeft moeite met de dekking uit een ander domein. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vraagt of de VVD blij is wanneer minder binnenvaart naar Utrecht toe komt, gezien het vervuilende karakter van de boten. Onder meer is toegestaan dat zwavel uitgestoten wordt. Mevrouw Ramaker (VVD) is van financiën niet van milieu. Het gaat om de inkomsten waarvoor ze bedoeld zijn. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) raadt de VVD aan breder te kijken. Wat hem betreft wil Utrecht ook een gezonde lucht en inwoners beschermen tegen de vieze lucht. Minder binnenvaart is daarvoor een middel. Dan hoeft er ook minder geld uitgeeft worden aan andere pakketten en is er minder geld uit te geven aan volksgezondheid. Mevrouw Ramaker (VVD) zou het ook mooi vinden te doen aan duurzame economie. Zij zag in de Tegenbegroting van de Partij voor de Dieren dat die fractie daarin ook iets niet. Voor de bereikbaarheid van de stad zijn er verschillende vervoersmiddelen. De VVD wil zorgen dat de economie duurzaam wordt. Daarvoor is wel geld nodig. Hiermee rondt zij haar inbreng af. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) licht toe dat juist daarom een aantal keuzes zijn gemaakt in deze programmabegroting om te kunnen investeren. Tekorten worden gedekt. Hij vindt het dan verstandig om na te gaan waar de schouder breed zijn en waar de lasten te verhogen zijn.

Mevrouw Ramaker (VVD) zet uiteen dat wanneer Utrecht wil investeren, Utrecht geld nodig heeft; dan is het mogelijk alleen te kijken naar de inkomstenkant. Zij zegt ook niet dat het college dat niet moet doen. Zij zou ik niet willen besteden aan zaken die niet thuis horen in het domein. Zij merkt op dat dit college duurzaam toerisme heeft geschrapt; het gaat om 100.000 euro per jaar. Zij zou dat ook terug willen draaien. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat het om meer gaat dan alleen investeren in de stad. De problemen zijn zo groot dat het stadsbestuur daarvoor verantwoordelijkheid moet nemen. Dan moet worden gekeken naar waar de schouders zo breed mogelijk zijn. Hij vindt de knoppen die gekozen zijn dan logisch. Mevrouw Ramaker (VVD) zegt niet dat het niet logisch is; de VVD zegt dat zij het geld aan andere zaken zou besteden. Zij zou het geld niet te besteden aan Pretty Woman, maar zij zou willen nagaan hoe binnen het sociaal domein Pretty Woman te betalen is. heer Van der Graaf (ChristenUnie) concludeert dat dan een breder draagvlak in de raad is om na te gaan waar extra geld te halen is. Dan is te praten over de prioriteiten; dat gaat stap verder. Mevrouw Ramaker (VVD) staat keuzes voor die juist goed zijn voor de economie, juist goed voor de bereikbaarheid en voor de veiligheid.

Dat zijn niet altijd de keuzes die dit college maakt of die de ChristenUnie maakt. Dat is waarom de raad hierover discussieert. De heer Claasen (GroenLinks) kijkt op een specifieke manier naar deze begroting. In het voorjaar is uitgebreid gesproken over het dekken de van het toen voorliggende gat. Toen is de keuze gemaakt om en te kijken naar de reserves van de gemeente en te kijken naar het voorzieningenniveau en een aantal concrete (hervormings-) bezuinigingen door te voeren. Het college heeft belicht met subsidie gezien hoe de raad een aantal amendementen heeft aangenomen met dekkingen daarbij. Hij heeft 7

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

340

350

360

370

380

niet de behoefte om de discussie over te doen die destijds is gevoerd. Wel stipt hij nu een aantal punten aan die aandacht vragen, tegen de achtergrond van dat de raad voor die keuze stond: meer doen aan inkomsten, minder aan voorzieningen of aan beide. Hij citeert een bekende VVD-wethouder geadresseerd aan de Tweede Kamer namens de VNG: “Zonder extra middelen van het Rijk, zal iedereen meer moeten betalen voor minder voorzieningen.” Utrecht heeft de keuze gemaakt om daarnaast ook nog naar de reserves te kijken. Hij vindt dat terecht. Nu gaat het over de uitwerking daarvan in deze programmabegroting. Mevrouw Ramaker (VVD) legt de vraag voor of GroenLinks zich mogelijk verloochent met deze programmabegroting. In deze programmabegroting wordt fors bezuinigd op groen. De heer Claasen (GroenLinks) is van mening dat er een afgewogen pakket is geconstrueerd. Met alles wat in huis is, wordt ingezet om de LVV te redden, om Prep SOA te redden. Vanwege de financiële tegenvaller, moesten keuzes gemaakt worden. Als GroenLinks het alleen voor het zeggen had zou de fractie andere keuzes gemaakt hebben. Mevrouw Ramaker (VVD) nodigt GroenLinks uit om die andere keuzes te onthullen. De heer Claasen (GroenLinks) benadrukt dat de huidige keuzes gemaakt zijn in samenspraak met de coalitie. Nu houdt hij zich bezig met de vraag of de uitwerking van het college bevalt.

Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat GroenLinks de grootste partij is in de raad. Zij legt de vraag voor wat de kleur van GroenLinks is. Is “groen” “gewoon doorgaan”? De heer Claasen (GroenLinks) hoopt dan snel met voorstellen te kunnen komen voor meer groen met steun van de VVD. De heer Dijkstra (EenUtrecht) spreekt GroenLinks aan op zowel groen als op links. Hij vraagt zich af in welke mate dat aan de orde is. De voorjaarsnota 2023 en 2024 samen opgeteld, is in het bredere sociale domein (inclusief participatie en groen) 39,1 miljoen euro bezuinigd. Ten tweede is vooral door GroenLinks gerepareerd voor 3,4 miljoen structureel (orde grootte 10%). Wat netto overblijft is 5 meer dan is bezuinigd op ruimtelijk; de rest is vooral gaan zitten in reserves. Hij gaat ervan uit dat GroenLinks het met hem eens is dat dit een slechte optelsom is. De heer Claasen (GroenLinks) weet dat pas wanneer hij de optelsom kan volgen. Hij probeerde bij de Voorjaarsnota de optelsom van de heer Dijkstra te volgen en vond hij dat buitengewoon moeilijk, omdat ook in de investeringen in de uitbreiding van de stad een forse component groen zit. Hij wil graag de bijlage zien van de heer Dijkstra om na te gaan of hij hem kan volgen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft dan twee grote zorgen: (1) dat de heer Claasen niet goed beseft wat er in totaal op het brede sociaal domein wordt bezuinigd.

Hij gaat ervan uit dat de orde grootte bekend is om te weten om welke impact het gaat. Hij heeft zijn bijlage onder de raadsleden verspreid en niemand reageerde met dat het niet klopte. Zijn tweede zorg is (2) dat hij ervan uit gaat dat de heer Claasen gealarmeerd moet raken; wat doet dit met de positie van GroenLinks? De heer Claasen (GroenLinks) brengt in dat bij de bespreking bij de Voorjaarsnota het ingewikkeld was omdat het erop leek dat investeringen en jaarlijkse bedragen bij elkaar werden opgeteld bij verschillende jaarschijven; dat maakt dat een getal moeilijk te voorzien is van betekenis. Hij heeft de idee dat dat nog steeds het geval is. Hij houdt zich aanbevolen voor correctie. Een jaarbegroting bedrag is een andere 8

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

390

400

410

420

grootheid dan een investering. Wanneer die bij elkaar opgeteld worden, kan hij dat niet handelen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het allemaal directe uitgaven zijn die ten laste komen van het zelfde jaar, en geen investeringen. Hij zal de overzichten nogmaals verstrekken. Hij vraagt of GroenLinks in ieder geval deelt met hem dat dat goed zou zijn als de wethouder wel dat overzicht voortdurend blijft bieden en het scherp te houden zodat de raad goed zicht heeft op de bezuinigingen in het bredere sociale domein; blijkbaar is het niet beschikbaar bij GroenLinks. De heer Claasen (GroenLinks) deelt met de heer Dijkstra dat het buitengewoon goed is als de raad is op basis van het zelfde inzicht in dezelfde cijfers een discussie kan voeren over wat verantwoord is en wat niet. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) brengt de bezuiniging van 2 miljoen euro op het programma klimaatvriendelijke stad onder de aandacht van de commissie; in percentage de grootste bezuiniging op de programma's in de programmabegroting. Hij vraagt hoe GroenLinks dat aan zijn achterban verkoopt.

De heer Claasen (GroenLinks) verkoopt dat door te zeggen dat het onderdeel is van een totaalpakket waarin het stadsbestuur ook doorgaat met investeren in een aantal punten, waarin het stadsbestuur grosso modo de lijn vasthoudt van een sociale stad, een stad die probeert duurzamer te worden, een stad die ook vasthoudt aan het inzetten op een klimaatzone, die de keuze heeft gemaakt ook daadwerkelijk een windmolen neer te zetten in Rijnenburg, een stad waar serieus wordt doorgegaan met het zorgen dat meer gereisd kan worden met de fiets dan met de auto. Dat helpt voor hem om te verdedigen dat her en der keuzes worden gemaakt waarmee de fractie niet gelukkig is. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) gaat in op de frase “probeert duurzamer te worden”; met een bezuiniging van 25% op het programma klimaatvriendelijke stad wordt de stad ook niet duurzaam, niet zo duurzaam als zou moeten. En dat terwijl klimaat een van de drie pijlers is van het coalitieakkoord. Hij begrijpt niet dat GroenLinks dat kan accepteren; klimaat wel als belangrijke pijler te hebben en daar zoveel geld op inlevert. De heer Claasen (GroenLinks) noemt de inspanningen op woningbouw duurzamer te worden. Op allerlei plekken is iets gedaan aan het programma om de woningbouw op gang te houden, niet iets aan duurzaamheid, wel aan het parkeren maar niet iets aan duurzaamheid.

Het overeind houden van de ingezette lijn, betekent nog niet dat alles onverkort kan doorgaan, maar wel aan het vasthouden van de ingezette lijn. Hij bevestigt dat de stad minder snel vooruitgang komt met de tegenwind die zij ervaart; dat is geen reden om te zeggen het allemaal niet te doen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) concludeert dat met een beetje tegenwind GroenLinks een van de drie pijlers uit het coalitieakkoord overboord gooit; wat hem verbaast is dat tijdens de hele Voorjaarsnota GroenLinks niets heeft ingediend voor het programma klimaatvriendelijke stad; hij vraagt naar de reden daarvoor. De heer Claasen (GroenLinks) lijkt dat een goede vraag om verder op door te praten in de vakcommissie. De heer Van Steeg (CDA) legt de veronderstelling voor dat de heer Claasen kan erkennen dat de investeringen die worden gedaan en die hoofdzakelijk vallen in het ruimtelijke domein (mobiliteit, uitbreiding van de stad) heel erg ruim zijn; 195 miljoen in 2025. Hij vindt het niet in verhouding staan tot de investeringen die GroenLinks heeft willen doen in Groen en in de punten die worden genoemd. Hij vraagt of 9

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

430

440

450

460

470

GroenLinks van mening is dat die investeringen in balans zijn. De heer Claasen (GroenLinks) zet uiteen dat de zorg voor iedereen een woning in balans voor zijn fractie ook bij die balans hoort; dat vraagt ook dat het stadsbestuur doorgaat met investeren in het creëren van de nieuwe woningen. Dat is de lijn waarin de raad bijna raadsbreed zegt de mensen niet op straat te laten staan; dat vraagt dat geïnvesteerd wordt in woningen. Het is niet mogelijk om woningen neer te zetten zonder te zorgen voor infrastructuur, voor voorzieningen. Hij vindt dat zijn fractie dat terecht steunt. De heer Van Steeg (CDA) zou het terecht vinden wanneer GroenLinks dat allemaal zou steunen; het kan wat hem betreft veel sneller voor veel minder geld er met minder investeringen. Dat zou juist meer ruimte creëren om andere investeringen in de samenleving mogelijk te maken. Juist die hogere investeringskredieten maken het onmogelijk extra stappen te zetten op de punten die hier zegt belangrijk te vinden, maar waarvoor uiteindelijk geen keuzen worden gemaakt. De heer Claasen (GroenLinks) hoort geen vraag.

Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met toe te lichten dat het college de voorjaarsnota heeft omgezet waarvoor het college relatief weinig tijd had; dat betekent dat her en der uitwerking in beeld zijn gekomen waarvan de raad bij het aannemen van het amendement niet helemaal doorhad hoe die uitwerking zou zijn. Hij spreekt dan over de verhoging van de havengelden. D66 zei terecht dat het enkele tientjes scheelt voor de pleziervaart. Voor woonboot bewoners is dat anders. Een woonbootbewoner op 90 m2 betaalt iets van 950 euro op dit moment - met een verhoging daarbij gaat dat naar boven de 1500 euro. Daarover stelt zijn fractie de wethouder de vraag of zij binnen het totaal van de verhoging van de havengelden de differentiëring kan toepassen, zo dat niet een kleine groep heel hard wordt getroffen, terwijl die niet de keuze heeft die de pleziervaart wel heeft. De heer Peters (D66) legt de vraag voor hoe zich dat verhoudt tot de OZB belasting voor een huis. De heer Claasen (GroenLinks) licht toe dat een woonbootbewoner geen OZB betaalt – die betaalt alleen roerende zaakbelasting en liggeld. Voor een woning van ongeveer 600.000 euro wordt OZB betaald van ongeveer 600 euro per jaar. Dat is een totale verhoging die wordt toegepast om mensen met een woonboot van 90 m2.

Dat is ook de reden waarom GroenLinks het college vraagt de uitwerking te veranderen; hij vraagt het college of het bereid is daar serieus naar te kijken. De heer Peters (D66) merkt op dat woonbootbewoners helemaal geen belasting betalen. De enige roerende zaakbelasting die betaald wordt, zijn de liggelden. Hij stelt dat wat de heer Claasen zegt niet klopt. Hij zou ervoor willen pleiten dat woonbootbewoners roerende zaakbelasting gaan betalen zo dat per m2 evenveel betaald wordt als een huizenbezitter; een woonboot is een huis op het water. Wat hem betreft wordt het nog meer gelijk getrokken. Het staat nu totaal niet in verhouding. Hij vraagt of de heer Claasen met hem van mening is dat dat onderzocht zou moeten worden. De heer Claasen (GroenLinks) antwoord ontkennend. Iedereen die een dergelijke boot koopt heeft gekocht, heeft de boot gekocht in de situatie waarin hij was. Hij betaalde liggeld, havengeld. Dat havengeld wordt nu in een keer fors verhoogd met een verhoging die veel hoger is dan de verhoging op de OZB voor iemand met een gemiddelde woning. Daarvan vraagt hij het college te kijken naar een andere differentiëring van de havengelden. 10

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

480

490

500

510

520

De heer Peters (D66) is door dit antwoord verrast. Hij verwachtte van GroenLinks dat iedereen gelijk is en mensen met een woonboot zijn toch niet meer gelijk dan mensen in een woonhuis. Iedereen zou toch evenveel moeten betalen en dan zeker wanneer mensen op een woonboot wonen. Het gaat over het algemeen niet om goedkope woningen. Deze mensen hebben niets te klagen. De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe zich dit verhoudt tot de keuze van GroenLinks om mensen met een auto fors te laten betalen voor een bewonersvergunning, en zeker voor een tweede auto. Moet dat dan ook teruggedraaid worden? De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt ontkennend. Hij herhaalt zijn redenering met betrekking tot de onevenredig getroffen kleine groep. Hij vraagt het college of het college binnen deze dekking een differentiatie te bedenken wil waardoor die net iets anders uit gaat vallen. Hij gaat niet voorstellen om bij de autobezitters grote auto's zwaarder te belasten en kleine auto’s minder. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of GroenLinks niet meer aanvullend inzicht wil hebben in hoe het zit met woonlasten tussen woningeigenaren en woonbooteigenaren; uiteindelijk zijn het beide huiseigenaren die een deel afdragen aan de belasting. De heer Claasen (GroenLinks) zet deze vraag door aan het college.

Mevrouw Ramaker (VVD) is getekend door het begrip “kleine groep” hier wordt dan uitzondering op de regel; maar GroenLinks kijkt weg van die hele grote groep die net kan rondkomen met ook met een eigen woning en een gezin die geraakt wordt door extra hogere lokale lasten. De heer Claasen (GroenLinks) vindt het een gotspe als zou GroenLinks wegkijken; hij attendeert op de afgewogen uitgebreide discussie waarbij bij herhaling de afweging is gemaakt; ja, lasten, ja voorzieningen en het is ook mogelijk andere keuzes te maken. Maar gezegd is dat Utrecht een stad is met een goed voorzieningenniveau. Het stadsbestuur wil de begroting op peil houden door enerzijds te bezuinigen en anderzijds op een aantal punten de lasten te verhogen op een evenwichtige manier. Hij bestrijdt dat GroenLinks wegkijkt voor het gegeven dat lasten verhoogd worden. Hij is een afgewogen keuze gemaakt. Mevrouw Ramaker (VVD) gaat in op die kleinere groep woonboot eigenaren. Zij sluit zich aan bij de inbreng van D66 waarom daar een uitzondering op de regel te maken en niet een uitzondering op de regel voor de hele grote groep die net kan rondkomen en te maken krijgen met een extra lokale lastenverhoging. De heer Claasen (GroenLinks) licht toe dat de Voorjaarsnota sluitend is gemaakt door een aantal dekkingen aan te passen. Eén daarvan was het verhogen van de havengelden.

Hij vraagt het college door te differentiëren ervoor te zorgen dat er iets meer lasten te komen bij de mensen die in Utrecht komen voor de pleziervaart en misschien ook wat extra lasten voor de vrachtvaart en daarmee een kleine groep te ontzien en het totaal sluitend te houden. Mevrouw Ramaker (VVD) brengt in herinnering dat de havengelden extra omhoog zijn gegaan door het aannemen van twee amendementen om activiteiten te dekken uit het sociale domein; zij vraagt of GroenLinks dat ook beseft: dat het een besluit is waarvoor GroenLinks ook heeft voorgesteld in deze raad. De heer Claasen (GroenLinks) beseft zich dat goed. Het ging met de bespreking van de Voorjaarsnota om zaken te dekken; zijn fractie vond het belangrijk om de Soa poli open te houden. Deze keuze is gemaakt. Zijn fractie wist niet dat dit de uitwerking was; hij vraagt het college het gevraagde inzicht te geven met dank aan de aanvul11

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

530

lende vragen van de PvdA. Hij heeft op dit moment de indruk dat het onevenredig neerkomt op een kleine groep. Hij vraagt daarmee niet het college iets te doen aan de havengelden in zijn totaliteit, maar alleen aan de verdeling. Hij ondersteunt van harte de gemaakte opmerkingen in de adviescommissie over de reserves. Bekend is dat binnen een programma een reserve te vormen is. Hij zou het hebben van een afwegingskader heel fijn vinden waarmee te zeggen is wanneer die reserve op te bouwen wanneer niet. Hij vraagt of dit er al is of dat het college bereid is dit kader te ontwikkelen. Reserves worden gevormd omdat er risico's zijn in beleidsvelden - wanneer is het college van mening dat een risico zodanig is dat er een reserve voor gevormd moet worden. Hoe kan de raad in die afweging delen? Hij complimenteert de Partij voor de Dieren met zijn Tegenbegroting, zowel voor de uitwerking als voor de getallen. Deze partij laat zien dat er andere keuzes mogelijk zijn. Hij ziet dat de keuzes grofweg in lijn zijn met de inbreng die geleverd is bij de Voorjaarsnota.

540

550

560

570

De heer Van Steeg (CDA) sluit zich graag aan bij de complimenten van GroenLinks aan de Partij voor de Dieren met diens Tegenbegroting. Hij roept de raad op vooral naar zichzelf te kijken en minder naar Den Haag. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de heer Van Steeg het ravijnjaar ontkent. Hij vindt het onzin, niet kloppen. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat dat Ravijnjaar bestaat; alle gemeenten hebben daarmee problemen. Het heeft geen zin om steeds weer te roepen dat het aan het rijk ligt en dat het gemeentebestuur er niets aan kan doen. Hij denkt dat de raad en het college vooral in Control moeten komen, rekening houdend met de moeilijke situatie. Dat de situatie moeilijk is, ontkent niemand. De heer Van der Zweth (PvdA) ontkent ook niet dat het aan het rijk ligt; hij vraagt welk punt de heer Van Steeg wil maken: dat gemeente op haar rug moet gaan liggen en zich over moet geven en na moet gaan hoe dit op te lossen? De heer Van Steeg (CDA) licht toe dat zijn punt is dat de gemeente het ermee moet doen om onafhankelijk van de regering [een oplossing moet vinden] en dat de gemeente met die regering moet samenwerken en dat de gemeente al heel lang heel veel zaken weet en dat zij daarop voorbereid kan zijn. Het CDA is van mening dat er andere keuzes gemaakt moeten worden, zeker kijkend naar de investeringen die dit jaar worden gedaan.

Gezegd wordt dat er een investeringsplafond komt, die er nog niet is. De investeringen zijn extreem hoog in deze begroting – 195 miljoen euro. Hij stipt aan aantal slordigheden aan die wat hem betreft anders hadden gekund. Hij noemt in dit kader planningsoptimisme, een investeringsplafond. Hij vraagt hoe het één zich tot het ander verhoudt. In het kader van de solvabiliteit wordt gezegd dat er teveel vreemd vermogen is en te weinig eigen vermogen als gevolg van het leeghalen van een reserve. Hoe kan het dan dat het college wel 195 miljoen vrij gaat geven, terwijl in het verleden te zien was dat het ontzettend moeilijk is dat allemaal te gaan besteden en alle projecten uitvoerbaar te krijgen. Hoe verhoudt zich dat tot het investeringsplafond zoals aangekondigd door de wethouder en wat verder wordt ontwikkeld en tot de verdere ontwikkeling van de stad. De heer Peters (D66) gaat in op het tegengaan van het planningsoptimisme en de instelling van het investeringsplafond merkt op dat die juist bedoeld zijn om meer 12

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

580

590

600

610

620

greep te krijgen op de uitgaven. Zo verhoudt zich dat zijns inziens. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dat nu nog niet gebeurt. De wethouder gaat kijken naar het investeringsplafond; hij vermoedt dat het kijken erg lang gaat duren. Hij vraagt hoe reëel het is om dat bedrag vrij te geven, zeker in het licht van de discussies over de investeringen die niet worden gebruikt, of een overschot die te zien waren in de afgelopen jaren. Zou daar niet de keuze te maken zijn om daar iets minder te doen en ruimte te creëren. Nu moeten middelen toegevoegd worden uit het eigen vermogen omdat de gemeente anders niet uitkomt op de 20% solvabiliteit. Zijn fractie zegt dan dat te investeren in de stad. Mevrouw Ramaker (VVD) is benieuwd hoe het CDA aankijkt tegen het instellen van een investeringsplafond. De heer Van Steeg (CDA) vindt het heel verstandig. Dat had al moeten gebeuren. Hij vindt het lastig te verkopen dat eigenlijk alles doorloopt en dat het stadsbestuur op termijn gaat kijken naar het investeringsplafond. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of het CDA ook inzicht heeft in de te maken keuzes worden projecten in dit kader. De heer Van Steeg (CDA) heeft het percentage niet helemaal duidelijk. Hij kan zich voorstellen dat op mobiliteit iets afgeschaald gaat worden. Hij heeft daarvoor een aantal voorstellen. Zijn fractie zal dit jaar ook een Tegenbegroting indienen.

Als het gaat om de keuzes denkt hij aan onder meer het sneller mogelijk maken van woningbouw. In financieel opzicht heeft hij het gevoel te moeten reageren op de bestaande situatie. Hij geeft de heer Van der Zweth gelijk; de vraag is waar de stad wil staan. De raad vernam die 20% ook van de accountant. De vraag is of dit past bij een stad als Utrecht waarbij investeringen relatief hoog zijn. Hij vraagt de wethouder hoe de raad in positie komt om te kunnen zeggen dat op basis van de ratio die bij Utrecht past een stap extra is te maken; dat is wat hem betreft nodig om als raad in positie te komen en niet steeds met de rug tegen de muur te staan; met 20% solvabiliteit is niet meer te investeren. Dat is wat nu gaande is. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat ook op het nieuw in te stellen investeringsplafond gestuurd wordt. De heer Van Steeg (CDA) lijkt dat daarvan een onderdeel. Hij noemt de andere aspecten zoals het weerstandsvermogen, de belastingcapaciteit, de solvabiliteitratio, de netto schuldquote - al die ratio's zeggen iets over waar de gemeente staat. Nu wordt gezegd 20%; de vraag is of die 20% past bij een stad als Utrecht. De accountant zegt dat het natte vingerwerk is. Hij zou er niet voor pleiten daar dik onder te gaan zitten, hij zou er wel voor pleiten beter in te schatten op welk punt het stadsbestuur wil dat de gemeente staat.

Dan kan de raad proactief een keuze maken en niet achteraf constateren dat de raad eigenlijk niets kan. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat het bestuur dit voor veel ook heeft. Het stadsbestuur blijft ook onder de limiet, het weerstandsvermogen op 1,0. Het college zit nu op 20% voor de solvabiliteit. Hij vraagt wat de heer Van Steeg mist. De heer Van Steeg (CDA) mist de onderlinge verhouding tussen de ratio's - er zou ook een ratio moeten te zijn voor belastingcapaciteit. Hij refereert aan de inbreng van de heer Dijkstra. Zij vraag is ook of het getal past bij een stad als Utrecht of gaat het om nattevingerwerk. Daarin is zijns inziens nog een slag te maken. Dat betekent dat veel meer gestuurd kan worden in de financiële controle. Ook daarin moeten zijns inziens stappen worden gezet. 13

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

630

640

650

660

De heer Van der Zweth (PvdA) krijgt de indruk dat het niet alleen gaat om het benutten van de belastingcapaciteit; de partijen de rechterflank willen dat om te voorkomen dat belastingen worden verhoogd en dat bezuinigd kan worden. Dat is een politieke keuze die uitvoerig in de raad wordt besproken. Hij ziet het gaat niet dat de heer Van Steeg nu schetst. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het investeringskredieten nog niet is en hij zegt dat in de context van de uitspraak van de heer Van der Zweth over dat alle ratio’s er al zijn. Het investeringskrediet had er al moeten zijn. Er zijn nog stappen te zetten om veel meer in control te komen over wat de stad uitgeeft en wat de stad investeert. De heer Claasen (GroenLinks) vraagt hoe vaak de heer Van Steeg de vraag Investeringskrediet eerder heeft gesteld. De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij die vraag eigenlijk heel vaak gesteld heeft. Al jaren spreekt hij over het onder controle brengen van het planningsoptimisme. Dat is eigenlijk een vorm van het investeringsplafond. Daarmee is het investeringsplafond er zelf nog niet. Al vaker heeft hij gezegd dat op mobiliteit minder geïnvesteerd moet worden. De heer Claasen (GroenLinks) begrijpt dat het CDA al uitgebreid gesproken heeft over het planningsoptimisme. Die discussie heeft de hele raad terecht gevoerd met het college.

Er zijn ook partijen die specifiek op investeringen, of op specifieke investeringen hebben gezegd die niet te moeten doen. Hij verneemt die voor het eerst over het investeringsplafond als zodanig. Mocht dat nodig zijn laat hij zich graag corrigeren. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt en benadrukt dat dit eerder aan de orde is geweest. Hij zal het opzoeken. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn over het sociaal domein. Hij zal daar morgen ook op ingaan. Hij deelt wat de adviescommissie daarover heeft gezegd; dat moet passen binnen de planning en control cyclus. Zoals het nu is, is het heel erg algemeen. Er bestaat geen vat op wat er gaat gebeuren. Hij had verwacht veel verder te zijn wat dit precies financieel betekent in de komende jaren en welke keuzes daarin worden gemaakt. Op dit moment is de raad niet in positie om dat te doen; de raad moet wel in positie blijven. Wanneer dit niet kan worden gedaan binnen de cyclus zoals de raad die kent, zal daarvoor een apart moment moeten gekozen. Daarnaast gaat hij in de 2 miljoen euro reserve; ook daarover heeft zijn fractie twijfels; is dat op dit moment nodig om de hervormingen van de grond te krijgen. Het wordt hem niet duidelijk ook niet in de briefings waarom dat bedrag nodig is en wat dat precies gaan bijdrage aan de brede hervormingen in het Sociaal Domein. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt een informatieve vraag.

Leest de 2 miljoen euro wel in het raadsbesluit, maar het andere voorstel over de verschuiving tussen de programma's is geen raadsvoorstel. Hij vraagt waarop de heer Van Steeg doelt. De heer Van Steeg (CDA) doelt op meer grip voordat de raad daarover een besluit kan nemen. Daarvoor is nog werk nodig van het college, wat hem betreft. Hij vervolgt zijn inbreng. Hij sluit zich aan bij de inbreng van heer Claasen over de opmerking van de Rekenkamer wanneer de gemeente Utrecht een reserve gaat instellen; die analyse moet nog worden gemaakt, maar ook nog de inhoudelijke analyse van de verschillende reserves. In deze programmabegroting staan veel reserves waarin wat hem betreft 14

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

670

680

690

700

710

nog ruimte zit. Die analyse is nog niet diep genoeg gemaakt, als het gaat om bijvoorbeeld de reserves armoede en schuldhulpverlening. De raad kreeg daarover vorig jaar een brief waarin stond dat die reserves er nu niet meer moeten zijn; er zit nog 5 miljoen euro in waarvan geen analyse gemaakt wordt. Dat komt doordat er vanuit het Rijk meer middelen zijn; daar is zijns inziens ruimte. Hij vraagt of de wethouder bereid is de desbetreffende analyse scherper te maken; zowel op de keuze voor de instelling van de reserve, als op de reserve zelf inhoudelijk en de ruimte die er is zo dat de raad ook echt in positie wordt gebracht om daarin andere keuzes te maken. Dat staat ook in de Tegenbegroting van zijn fractie; dan is het sturen in de mist als het gaat om sommige reserves. Hij komt hierop terug in de commissies in de komende dagen. Hij dankt het college voor de uitwerking van de september circulaire; hij ziet de ruimte niet die de VVD zag. Hij is het er wel over eens dat geprobeerd moet worden om de OZB zo laag mogelijk te houden. Voor hem is de speciale uitkering nog wel een punt. Daarvan is gezegd dat het kabinet voorstelt daarmee te stoppen. Hij vindt dat op zich positief. Dat brengt de raad naar hij hoopt beter in positie dat meer zicht komt op waar het geld heen gaat. Er wordt ook een bezuiniging voorgesteld van 10%.

Het college zegt daarvan dat niet te zullen halen en dat er een nadere uitwerking komt. Hij verwacht dat dat wel weer een bezuiniging zal zijn op het sociale domein. Hij vraagt of de wethouder daarover al iets kan zeggen en of de wethouder kan toezeggen dat mochten daar nog klappen vallen die klappen niet ten koste gaan van het sociale domein waar toch al zware klappen vallen en waar toch al een zware bezuinigingsopgave ligt. De heer Peters (D66) feliciteert de heer Van Heuven met diens Tegenbegroting. Hij vindt die Tegenbegroting lovenswaardig. Hij vindt het onvermijdelijk te spreken over het financiële zware weer waarin gemeenten zich momenteel bevinden. Utrecht is tot zijn spijt geen uitzondering. Zoals het CDA al zei dat gewezen kan blijven worden naar het Kabinet, maar dat de realiteit is dat Utrecht zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen om hier doorheen te komen. Dat vraagt om scherpe maar noodzakelijke keuzes. D66 staat voor solide overheidsfinanciën zo dat dit bestuur toekomstige generaties niet opzadelt met de gevolgen van de besluiten van vandaag. Het gaat hem om de weerbaarheid van de gemeente, en dat de gemeente kan blijven investeren in wat echt nodig is voor de stad. Zijn fractie is blij dat het college met deze wethouder aan het roer staat en dat het college er hetzelfde in staat. Investeren betekent voor hem keuzes maken.

Die keuzes moeten verstandig en efficiënt zijn. De investeringsplafonds zijn wat hem betreft daarvoor een belangrijk instrument. Die plafonds zorgen ervoor dat gericht geïnvesteerd wordt in wat echt belangrijk is zonder de financiële grenzen te overschrijden; het gaat daarbij om financierbaarheid, haalbaarheid, en betaalbaarheid. Dat zijn voor zijn fractie de juiste kaders om op een verantwoorde en duurzame manier te blijven investeren in de toekomst van Utrecht. Zijn fractie wil niet stoppen met investeren maar de financiële gezondheid van de stad niet in gevaar brengen. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt waar D66 de keuzes maakt voor de investeringen. De heer Peters (D66) vraagt wat de VVD precies bedoelt. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of D66 ook vindt dat de mobiliteit afgeschaald kan 15

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

720

730

740

750

760

zoals het CDA van mening is. De heer Peters (D66) antwoordt ontkennend. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt waarvoor D66 dan wel kiest. De heer Peters (D66) licht toe dat hij van mening is dat domeinbreed geïnvesteerd moet blijven worden. Daarvoor zijn de plafonds heel goed. Dan gaat het om gericht investeren en niet alleen in mobiliteit, en niet alleen in groen, en niet alleen in woningbouw, maar in alle domeinen. Ook in de economie. Hij vervolgt met in te gaan op de belastingdruk. De VVD en D66 kunnen elkaar daarop vinden, zoals op veel punten. Die is momenteel 31% hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat baart ook D66 zorgen. D66 zit in een coalitie die heeft besloten de lasten opnieuw te verhogen. Dat valt voor zijn fractie niet licht. Die lasten moeten omhoog om te kunnen blijven investeren in de stad. Hij beseft dat dit een impact heeft op de bewoners. Het gaat om de mensen die Utrecht draaiende houden en die hier hun toekomst willen opbouwen. Mevrouw Ramaker (VVD) is heel benieuwd te vernemen wat D66 terug heeft gekregen van de rest van de coalitie bij het bieden van dit offer. De heer Peters (D66) merkt op dat de VVD ook betrokken was bij de voorjaarsnota waar verschillende amendementen mede zijn ingediend door D66 en zijn aangenomen. Hij gaat ervan uit dat mevrouw Ramaker dat beseft.

Mevrouw Ramaker (VVD) vindt dat niet in verhouding staan tot de 18 miljoen euro per jaar OZB verhoging als het gaat om de amendementen met de financiële dekking. De heer Peters (D66) begrijpt dat de VVD dat zegt. Hij herhaalt zijn woorden over het niet licht nemen van het besluitniet nog hoger worden. D66 staat achter dit besluit en waar hij hoopt samen met de VVD de lasten niet hoger te laten worden. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt de vraag aan D66; wat zou D66 kiezen wanneer hij alleen op de wereld was. De heer Peters (D66) kiest dan voor een stad waarin Utrechters volop kunnen bloeien, waarin geïnvesteerd wordt in de economie, een duurzame stad die klimaat neutraal is een stad waar mensen met het OV gemakkelijk kunnen komen, met mooie fietspaden, een groene stad, een biodiverse stad, een kansrijke stad met onderwijs voor iedereen. Dat is een stad waar D66 voor staat. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de heer Peters terecht een punt maakt van de 31% belastingdruk. Maar een belangrijk onderdeel daarvan, waardoor het inderdaad op de juiste gezinnen valt, is de afvalstoffenheffing waarvan D66 de instigator was, een groot voorstander. Hij vraagt hoe de heer Peters met terugwerkende kracht daar naar kijkt. De heer Peters (D66) noemt dat een van de dingen waarmee zijn fractie blij is. Hij begrijpt dat heer Van Steeg het gezin als hoeksteen van de samenleving beschouwt.

Utrecht heeft ook heel veel singles, alleenstaanden. De betaalden mee aan het afval van alle gezinnen. Deze manier van afvalstoffenheffing een eerlijker manier van innen. De heer Van Steeg (CDA) doet de suggestie een lagere toon aan te slaan ten opzichte van de belastingdruk. Dat is de belangrijkste oorzaak van de druk op de grote gezinnen. Wanneer hij daarvan echt een punt maakt zou dan daar naar gekeken moeten worden. De heer Peters (D66) komt op voor ook de alleenstaanden. Hij herhaalt zijn argumenten. 16

Verslag openbare vergadering d.d. 22 en 23 oktober 2024 inzake de programmabegroting 2025 van de commissies Veiligheid, Bestuur en Financiën & Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport

770

780

790

800

810

De heer Van Steeg (CDA) kan op zich de redenering volgen; het gaat er wel om dat de heer Peters zegt dat de lasten veel te hoog zijn. Dat wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door dat voorstel. Hij vraagt of de heer Peters het eens is in het licht van de zojuist gevoerde discussie, dat op de belastingdruk eigenlijk ook een ratio, of een maximum zou moeten zitten zo dat de raad daarop kan sturen. Zoals bij alle indicatoren. De heer Peters (D66) vindt dat geen gek idee. Hij vermoedt wel dat zijn fractie er anders in staat als het gaat om de hoogte van de druk. Hij hoorde de heer Van Steeg zojuist spreken over 20%; hij vindt dat aan de lage kant. Wat zijn fractie betreft wordt de belastingdruk niet hoger dan de druk die op dit moment bestaat. Mevrouw Hessel (UtrechtSolidair) denkt aan rood asfalt met fietspaden als het gaat om mobiliteit. Alle ondernemers klagen steen en been. Zij noemt een voorbeeld van een ondernemer die door de vergunningen 10 jaar over heeft gedaan om appartementen te realiseren. De Catharijnesingel wordt nu geknipt en is geen doorgaande weg meer. Zij vraagt naar het belang van ondernemers en mobiliteit in de ogen van D66. De heer Peters (D66) vindt het belangrijk dat goed geluisterd wordt naar klachten en dat goed gekeken wordt dat niet de hele binnenstad overhoop wordt gegooid in één keer zo dat ondernemers onbereikbaar zijn.

Daar zijn tot op de dag van vandaag lessen op te leren. Dat neemt niet weg dat de stad onderhouden moet worden, waar aan werven gewerkt moet worden, waar ook aan wegen gewerkt moet worden, aan riolen. Het is klaarblijkelijk dat ook wegen soms opengebroken moeten worden. In zijn beleving hebben veel ondernemers daarvoor begrip. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat zelfs op Rijnsweerd 100 parkeerplekken worden weggehaald en een 30 km zone ingevoerd, terwijl daar geen doorgaand verkeer is. In Overvecht stond het verkeer gisteren helemaal vast, want overal wordt rood asfalt en geknipt; Utrecht wordt haars inziens een onbereikbare stad. Zij merkt op dat alle ondernemers hetzelfde zeggen. Zij stelt dat het leven van ondernemers in Utrecht onmogelijk wordt gemaakt. De heer Peters (D66) gaat graag een kop koffie bij mevrouw Hessel drinken om te leren hoe zij alle ondernemers te spreken krijgt. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) houdt zich aanbevolen. De heer Peters (D66) vervolgt zijn inbreng met de oproep ervoor te waken dat Utrecht niet alleen een plek wordt voor alleen de hoogste inkomens en voor de mensen die afhankelijk zijn van ondersteuning, maar juist ook voor de middengroep die hij zojuist aanhaalde. Zij vormen de ruggengraat van de stad.

Zij verdienen een gemeentebestuur dat hun stem hoort, ook als dat een stem is die dagelijks gehoord wordt, of terug gezien wordt in de mailboxen. Zijn fractie heeft niet voor niets de positie aangekaart van de woningzoekenden in de middenmoot. In deze raad richten de debatten zich vaak op uitersten: de hele rijke woningeigenaren die meer moeten inleveren en de inwoners met de laagste inkomens die ondersteuning nodig hebben. De groepen verdienen aandacht. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat de middengroepen uit Utrecht verdwijnen. Zij schetst het gevolg van het beleid. Zij vraagt waar het blijkt dat D66 de middengroep belangrijk vindt. Zij vraagt een voorbeeld. De heer Peters (D66) verwijst naar zijn spreektekst. Hij geeft de indruk dat mevrouw Hessel en hij aan dezelfde kant staan. Hij vervolgt zijn inbreng met te benadrukken dat deze groepen (de uitersten) 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a1a23d4b-2673-4e86-959f-dec3e2a8d4db