Duurzaamheidsverslag 2024
Tekst van het document
We bestrijden een aantal invasieve exoten: • De Japanse duizendknoop, Sachalinse duizendknoop en Boheemse duizendknoop bestrijden we, omdat deze soorten extreem invasief zijn. De Aziatische duizendknopen verspreiden zich met name door menselijk handelen. Locaties waar Aziatische duizendknopen voorkomen worden van april tot en met september, afhankelijk van de groeilocatie, een aantal keer gemaaid om deze planten uit te putten. • De Reuzenberenklauw bestrijden we, omdat deze gezondheidsklachten voor mensen kan opleveren. Daarnaast is de Reuzenberenklauw opgenomen in de Europese verordening ‘Invasieve Uitheemse soorten’. Dit betekent dat we de soort actief moeten bestrijden. De Reuzenberenklauw verspreidt zich door verwaaiend zaad. We maaien de Reuzenberenklauw daarom tweemaal per jaar, als deze in bloei komt. Hierdoor voorkomen we zaadvorming en verdere verspreiding. We gebruiken sinds 1992 geen chemische bestrijdingsmiddelen meer in de openbare ruimte van de gemeente Utrecht. De groeilocaties van invasieve exoten zijn vastgelegd op kaarten. Deze kaarten werken we gedurende het groeiseizoen bij, waarbij we eventuele nieuwe locaties toevoegen. In 2024 hebben we een belangrijke inhaalslag gemaakt om de locaties van invasieve soorten beter in kaart te brengen. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal geregistreerde groeilocaties.
Het aantal locaties waar de Reuzenberenklauw voorkomt is gestegen naar 167. Dit is een stijging ten opzichte van de 145 locaties in 2023. Ook het aantal locaties van de Aziatische duizendknoop is toegenomen naar 275, in vergelijking met 135 locaties in 2023. Hoewel het aantal locaties door de nieuwe manier van registreren is gestegen, zien we tegelijkertijd een afname in het aantal vierkante meters waar deze soorten voorkomen. Met deze nieuwe werkwijze en de actualisatie van onze gegevens kunnen we gericht blijven werken aan het beperken van de impact van invasieve exoten binnen onze gemeente. Wat betreft de bestrijding van invasieve exoten in het oppervlaktewater werkt de gemeente intensief samen met het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (hierna HDSR). Dit doen we onder andere vanuit het Programma Gezond Water. Met dit programma voeren we tot en met 2028 in de hele stad verschillende maatregelen uit om de waterkwaliteit te verbeteren. Onderdeel hiervan zijn ook maatregelen voor bestrijding van de invasieve exoten. Op de volgende locaties is bestrijding van invasieve exoten in het water uitgevoerd:
•
•
•
In Leidsche Rijn, Vleuten de Meern, de Minstroom is op meerdere plaatsen de invasieve exoot Ongelijkbladig Vederkruid aanwezig. Deze woekerende waterplant is niet alleen een bedreiging voor de biodiversiteit in het water, maar kan ook nadelig zijn voor de aan- en afvoer van water. In 2023 is door HDSR en de gemeente Utrecht samen een pilot in de Eschersingel uitgevoerd. In deze pilot zijn na de baggerwerkzaamheden inheemse soorten uitgezet en een aangepast maairegime is toegepast. In 2024 zijn de kleinere watergangen extra gemaaid, te weten drie keer in plaats van twee keer per jaar. De Waterwaaier (Cabomba) is een andere invasieve exoot die eerder is aangetroffen in het oppervlaktewater in de Minstroom en bij de Zilveren schaats. HDSR monitort het voorkomen en zorgde voor de verwijdering van de Waterwaaier in 2022. Bij het verwijderen heeft HDSR ervoor gezorgd dat er geen plantenresten achterbleven, omdat die anders weer kunnen gaan uitgroeien. Vooralsnog is er geen nieuwe groei ontdekt en daarmee lijkt deze bestrijding succesvol geweest. Een andere invasieve dier-exoot die voor veel overlast zorgt is de Amerikaanse Rivierkreeft. Deze zoetwaterkreeft kan het ecologisch evenwicht in het water verstoren doordat de kreeft waterplanten opeet en de grond omwoelt. Gevolg hiervan is een troebel water zonder begroeiing.
Naar een effectieve bestrijding doen HDSR en de provincie onderzoek. De gemeente Utrecht volgt het onderzoek van deze partijen. Tot op heden is er landelijk geen effectieve bestrijding van deze rivierkreeften voor handen.
Figuur - Japanse duizendknoop, Fallopia japonica, Saxifraga-Peter Meininger
7. Dierenwelzijn 7.1 Inleiding Uitgangspunten dierenwelzijnsbeleid Het dierenwelzijnsbeleid is in 2019 vastgelegd in de nota Dierenwelzijn. Voor het dierenwelzijnsbeleid zijn er twee uitgangspunten: • We continueren de inzet van maatregelen aan het begin van de keten bij bouwen, wonen, openbare ruimte en infrastructuur. • De focus van het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente ligt op datgene waar de gemeente controle of invloed op heeft. Daar waar de gemeente geen maatregelen kan nemen of beïnvloedingsmogelijkheden heeft, maar wel zaken wil veranderen of verschil denkt te kunnen maken, gaan we in gesprek. Gevonden hulpbehoevende dieren Gemeenten hebben de wettelijke taak om gevonden hulpbehoevende gehouden dieren op te vangen. Utrecht kiest ervoor om opvang en vervoer van alle hulpbehoevende dieren uit de gemeente Utrecht zowel wilde als gehouden dieren – structureel te regelen met een organisatie die reeds een sterke rol heeft in deze activiteit. Momenteel heeft de gemeente een contract met de Dierenbescherming. Naast het organiseren van vervoer en opvang, geeft de Dierenbescherming ook advies bij specifieke dierenwelzijnsvragen vanuit de gemeente. Op 1 augustus 2024 liep de overeenkomst af. We zijn een nieuw contract aangegaan voor de komende 4 jaar tot en met 31 december 2028 met de Dierenbescherming en ketenpartners.
Dit contract zorgt voor de continuïteit van vervoer en opvang van gevonden dieren. De Dierenbescherming werkt samen met: • Stichts Asyl voor Dieren voor opvang van honden en katten; • Dierenambulance Utrecht voor het vervoer van dieren en waar mogelijk advies en hulp bij gevonden dieren; • Vogelopvang Utrecht voor de opvang van wilde vogels; • Dierenbeschermingscentrum Amersfoort voor de opvang van tamme konijnen en knaagdieren. • Stichting Snorhaar voor de opvang van wilde zoogdieren Wilde dieren De gemeente heeft de bevoegdheid om de jacht in te zetten uitsluitend om de balans in de faunapopulatie te herstellen (teveel dieren die anders uithongeren of andere soorten verdrijven), bij zieke of gewonde dieren en/of wanneer dieren een gevaar voor mensen vormen (bijv. voor de volksgezondheid). We beschouwen de jacht als laatste redmiddel. In 2024 was afschot niet nodig en is er geen jacht uitgevoerd. Wel is er gestart met de opleiding van één van onze boswachters tot jager. Deze opleiding wordt naar verwachting half 2025 afgerond, waarna deze boswachter indien nodig zelf dieren kan afschieten. De gemeente heeft de mogelijkheid om visrecht uit te geven. Sportvisserij heeft bij het vangen nadelige invloed op het welzijn van de vissen. Daarom wil de gemeente Utrecht het aantal viswateren in de stad niet verder uitbreiden.
In 2024 hebben we geen gesprekken over dierenwelzijn gevoerd met de AUHV. Kinderboerderijen en dierenweides
In steedes en dierenweides kunnen kinderen en volwassenen kennismaken met dieren. In Utrecht wordt deze taak ingevuld door de stichting Utrecht Natuurlijk. Deze stichting krijgt de ruimte om dieren selectief te fokken om daarmee de educatiedoeleinden van de steedes te kunnen waarmaken. In de Nadere regel subsidie dierenweides gemeente Utrecht staan dierenwelzijnseisen waar de subsidieontvanger zich aan moet houden. Onder andere dat bij het houden van dieren op dierenweides het dierenwelzijn centraal staat; dat de dieren passende/dagelijkse verzorging en huisvesting krijgen én dat de dieren dagelijks gecontroleerd worden op afwijkende gezondheid en er tijdig een dierenarts ingeschakeld wordt. In het jaarverslag staan de activiteiten van Utrecht Natuurlijk. Zodra het jaarverslag van 2024 beschikbaar is, staat het op deze website. Verder is de gemeente in 2024 in gesprek gegaan met vergunningaanvragers voor evenementen waarbij dieren werden ingezet. Dit jaar zijn er 5 evenementen met dieren geweest. Dit is er 1 meer dan vorig jaar. Op drie Sinterklaasintochten zijn paarden ingezet. Daarnaast zijn bij het jaarlijks terugkerende Elfia op Haarzuilens (paarden) en het Diergeneeskunde Outdoor Event (paarden, honden, schapen, fretten, ezels en koeien) dieren ingezet. Het DOE besteed zoals elk jaar veel aandacht aan dierenwelzijn.
Zoals altijd spreken we de organisatoren van evenementen zoals Elfia van tevoren om aandacht te vragen voor het welzijn van de paarden. Links naar de meest recente jaarverslagen • Dierenasyl. Het jaarverslag van de Stichting Stichts Asyl betreft alleen een financieel verslag: https://www.dierenasielutrecht.nl/ANBI • Dierenbescherming. Het jaarverslag is die van de landelijke vereniging Dierenbescherming: www.dierenbescherming.nl/wat-wij-doen/over-ons/publicaties/jaarverslagen • Vogelopvang. www.vogelopvangutrecht.nl/anbi/ • Dierenambulance. www.dierenambulanceutrecht.nl • Stichting Snorhaar: het jaarverslag wordt vanaf 2025 toegevoegd
7.2 Opvang honden en katten Figuur 7.2.1 honden en katten waarvan afstand is gedaan
Naast zwerfhonden en -katten komen er ook honden en katten binnen waarvan door de eigenaren afstand is gedaan. In 2024 is van 23 honden afstand gedaan door de eigenaar (29% van het totaal aantal binnengekomen honden) en van 94 katten (12% van het totaal aantal binnengekomen katten). Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar (111 katten en 36 honden). Het aantal zwerfhonden daalt al jaren, maar het aantal zwerfkatten is weer aan het stijgen sinds corona. Begin 2025 hebben we samen met de G4 steden een lobbybrief gestuurd naar het ministerie van LNV. Hierin vragen we onder andere aandacht voor de chipplicht voor katten. Als mensen afstand doen van hun dieren betalen ze afstandskosten aan het Dierenasiel. Ook in 2024 hebben we gecommuniceerd over de bewuste aanschaf van honden en katten. We doen dit via de Dierenbescherming en ook via het keurmerk voor winkels.
Figuur 7.2.2 opvang honden en katten
7.3 Opvang konijnen Figuur 7.3.1 het aantal opgevangen konijnen
Van de 74 opgevangen konijnen waren er 37 (50%) waarvan door de eigenaren afstand is gedaan. Daarnaast zijn er nog 9 andere knaagdieren opgevangen, 4 (44%) hiervan waren afstandsdieren. Van de konijnen zijn er 2 terug naar de oorspronkelijke eigenaar gegaan, van de andere knaagdieren geen.
7.4 Vogelopvang Figuur 7.4.1 het aantal opgevangen wilde vogels in de provincie en de gemeente Utrecht
Figuur 7.4.2 de bestemming van opgevangen vogels
De opgevangen wilde vogels, totaal 3187, bestonden voor 43% uit duiven,8% eenden en ganzen, 6% merels en 41% overige vogels. Vanaf vorig jaar rapporteren we welk aandeel van de opgevangen vogels uit de gemeente Utrecht komen en welk deel uit andere gemeentes in Nederland. In 2024 kwam net iets minder dan de helft uit de gemeente Utrecht. De gemeentes waar na Utrecht de meeste dieren vandaan kwamen, waren: Houten, Utrechtse Heuvelrug, Nieuwegein, Zeist en De Bilt. De gemeenten IJsselstein, Nieuwegein en Houten dragen bij aan de kosten. Wanneer vogels zodanig ziek en gewond zijn, dat de dierenarts verwacht dat ze niet meer beter kunnen worden, worden deze geëuthanaseerd.
7.5 Dierenambulance Figuur 7.5.1 het aantal ritten en opgevangen dieren door de Dierenambulance
De Dierenambulance Utrecht (DAU) verzorgt het vervoer en de verzorging (eerste hulp) aan hulpbehoevende of zwerfdieren, gewonde en zieke dieren. De activiteiten van DAU zijn: • EHBO verlenen aan gewonde/zieke dieren; • vervoer van gewonde/zieke dieren naar een dierenarts; • vervoer van wilde dieren naar bevoegde opvangcentra voor herstel; • vervoer zwerfdieren naar het asiel; • vangacties (ver)wilde(rde) katten; • zorg voor overleden huisdier • informeren/doorverwijzen publiek naar juiste instantie(s). Daarnaast kunnen particulieren een beroep doen op DAU. De dierenambulance kan een ziek dier tegen vergoeding vervoeren naar de medische hulp. De Dierenambulance vervult een belangrijke rol in het voorlichten van inwoners. In 2024 hebben zij 16.771 telefonische hulp- en adviesvragen beantwoord, ongeveer even veel als vorig jaar. Zoals elk jaar zijn duiven en meeuwen de grootste groep vogels die zijn opgevangen.
7.6 Dieren in steedes Figuur 7.6.1 aantal dieren per Steede
In totaal zijn er 394 dieren (378 in 2023) op de steedes aanwezig. Op de Griftsteede zijn er veel sprinkhanen bij gekomen, waardoor het aantal kleine dieren is uitgebreid. De andere dieren zijn vrijwel hetzelfde aantal gebleven. Alle kinderboerderijen van Utrecht Natuurlijk voldoen aan het keurmerk kinderboerderijen zoals dat wordt gehanteerd door de Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland (VSKBN). Ook voldoen ze aan de richtlijnen voor gezelschapshuisdieren, die worden omschreven in de huisdierbijsluiters van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren. Daarnaast geven ze educatieve activiteiten, lessen en onderwijsondersteuning voor scholen op het gebied van o.a. dierenwelzijn zoals beschreven in de Nadere regel subsidie natuur- en milieucommunicatie en -educatie 2024 – 2029 gemeente Utrecht.
8. Duurzaamheid vervoer 8.1 Inleiding Jouw straat en onze stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar voor iedereen Door onder andere de omgeving en de voorzieningen is Utrecht een aantrekkelijke plek om te wonen, werken en verblijven. We willen graag dat iedereen gezond en prettig kan wonen en werken in de groeiende stad. De duurzaamste kilometer is een niet gereden kilometer. Thuiswerken is gewoner geworden. We werken toe naar een tienminutenstad met voorzieningen op korte afstand van waar mensen wonen. Minder ver reizen betekent dat we makkelijker lopend of fietsend naar onze bestemming kunnen. En omdat voorzieningen lopend of met de fiets makkelijker bereikbaar zijn, bewegen we meer. Voorrang aan schone manieren van vervoer die weinig ruimte innemen Is verplaatsen wel nodig dan geven we in Utrecht voorrang aan schone manieren van vervoer die weinig ruimte innemen: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvervoer. We maken de openbare ruimte aantrekkelijker door te zorgen voor minder parkeerplekken op straat en door de wegen anders in te richten. We bieden parkeerplekken voor de auto aan de rand van de stad en parkeerplekken voor de fiets in de fietsenstallingen in de stad. De ruimte die ontstaat kunnen we gebruiken voor groen en lopen, fietsen, verblijven en spelen.
Ook zorgen duurzame vervoermiddelen voor minder geluidsoverlast, minder uitstoot, minder drukte en voor minder ongelukken. Soms is het gebruiken van een eigen auto niet te vermijden, daarvoor stimuleren we elektrisch vervoer. De inzet op actieve en schone vormen van mobiliteit is succesvol. Het aantal personenauto’s per 1.000 inwoners neemt af. De fiets is de meest gebruikte vervoerwijze voor verplaatsingen binnen Utrecht (44%), gevolgd door lopen (33%). Waar we als stad naartoe willen groeien is goed zichtbaar na de herinrichting gericht op de fiets en voetganger van de Westelijke Stadsboulevard, de Ooster- en Westerkade en de ontwikkeling van de doorfietsroutes. We bieden als gemeente steeds meer aanbieders de mogelijkheid deelmobiliteit te plaatsen. Bijvoorbeeld bij een van onze deelhubs. De komende jaren zetten we deze ontwikkelingen door aan de hand van ons Mobiliteitsplan 2040. Schoon en slim goederenvervoer In Utrecht hebben we al vele jaren een milieuzone. Voor bestel- en vrachtauto’s geldt in ditzelfde gebied sinds 1 januari 2025 de zero-emissiezone. Nieuwe bestel- en vrachtauto’s mogen deze alleen in als ze geen schadelijke stoffen uitstoten. Daarnaast werken we aan efficiënt goederenvervoer, door slimme toegang en bundeling, om zo het aantal gereden kilometers in de stad te verminderen. Ook stimuleren we vervoer van goederen over het water en per vrachtfiets.
Zo worden bouwprojecten in de binnenstad vaak beleverd met elektrische duwboten en gaat de bevoorrading van de horeca aan de Oudegracht met de elektrische ‘bierboot’. Laadpunten en netcongestie De regionale netbeheerder Stedin en de nationale netbeheerder Tennet hebben in het najaar van 2022 gezegd dat er sprake is van netcongestie voor heel Utrecht voor grootverbruiksaansluitingen voor elektriciteit tot 2029. Dit betekent dat het verkrijgen van nieuwe zwaardere aansluitingen en/of het
verzwaren van bestaande aansluitingen tot die tijd niet of zeer beperkt mogelijk is. Voor snelladers voor elektrische auto’s zijn we afhankelijk van dergelijke zware aansluitingen. Het verschil tussen snelladen ten opzichte van langzaam laden is dat het vermogen bij snelladen direct nodig is: de klant staat immers te wachten op een volle batterij. Hierdoor zijn er weinig tot geen mogelijkheden om de laadsessie door te schuiven naar een moment waarop voldoende capaciteit beschikbaar is. Sinds 2022 zijn de vooruitzichten voor het net verder verslechterd, waardoor de mogelijkheden voor het aansluiten van reguliere laadpalen ook op termijn mogelijk beperkt worden. Dat zet de gewenste overgang naar emissieloos vervoer erg onder druk. Toch biedt slim gebruik van laadinfrastructuur ook kansen voor het oplossen van netcongestie. Zo starten we samen met Stedin en de exploitanten van de gewone laadpalen netbewust laden. Een laadsessie wordt dan doorgeschoven naar de nacht wanneer er voldoende ruimte op het net is. Ook werken we aan bi-directioneel laden, waarbij deelauto’s ook stroom terug kunnen leveren en daarmee het net op de juiste momenten kunnen ondersteunen bij stroomtekort. Schone manieren van openbaar vervoer De provincie Utrecht heeft besloten dat het openbaar vervoer in de provincie uiterlijk in 2028 volledig emissievrij rijdt.
Gemeenten, provincie en vervoerders werken samen aan het realiseren van deze ambitie. Op dit moment rijden stadslijnen 1, 2, 3, 7, en 8 in Utrecht met elektrisch materieel. De sneltrams rijden op groene stroom. In de stadsregio rijden in totaal 69 elektrische bussen. De bussen worden op de remise opgeladen en waar nodig onderweg bijgeladen. De gemeente zorgt dat de benodigde laadvoorzieningen in de openbare ruimte op een goede manier ingepast worden. De provincie Utrecht heeft in de nieuwe OV-concessie uitgevraagd dat de gehele vloot uit zero emissie bussen bestaat. Vervoerders zetten zich in om uiterlijk in 2028 volledig met zero emissie bussen te rijden. Ook hier is het verkrijgen van voldoende netcapaciteit om de bussen op te laden een uitdaging. Eind 2025 start deze concessie. Jaarlijks verschijnt in juni de Monitor Mobiliteitsplan waarin we meer cijfers en ontwikkelingen in de mobiliteit laten zien. In de meest recente Monitor Mobiliteitsplan 2024 staan de cijfers tot en met 2023.
8.2 Vervoerswijze bij verplaatsingen binnen de gemeente Utrecht Figuur 8.2.1 aandeel per vervoerswijze bij verplaatsingen binnen de gemeente Utrecht
De fiets is de meest gebruikte vervoerwijze (44%) voor verplaatsingen binnen Utrecht. Het aandeel lopen is met 33% ook relatief groot. Vergeleken met 2018 en 2019 is in 2020 en 2021- de coronajaren - een verschuiving te zien van fiets en openbaar vervoer, naar lopen. De coronamaatregelen hebben hier waarschijnlijk aan bijgedragen. In 2023 zien we dat het aandeel fiets weer wat toeneemt en het aandeel lopen juist wat daalt. Dit neemt niet weg dat het aandeel lopen nog altijd flink hoger is dan voor corona en het aandeel fiets duidelijk lager. En, ondanks de groei van de stad, daalt het aandeel verplaatsingen met de auto licht (van 18% in 2022 naar 17% in 2023). Het aandeel verplaatsingen met het openbaar vervoer is in 2023 4%. Dat is een lichte toename ten opzichte van 2022 (3%), maar het blijft nog onder het niveau van voor corona (gemiddeld 5%). Cijfers van 2024 zijn nog niet beschikbaar. De cijfers over openbaar vervoer in 2020 en 2021 zijn niet betrouwbaar vanwege te weinig waarnemingen. Ook waren er in 2020 en 2021 geen cijfers over het aandeel overige vervoerswijzen.
8.3 Personenauto's per 1.000 inwoners Figuur 8.3.1 personenauto's per 1.000 inwoners in de G4, 2007-2023
Het aantal in Utrecht geregistreerde personenauto’s van particulieren per 1.000 inwoners was op 1 januari 2024 293. Ten opzichte van het jaar ervoor is dat een afname van 0,7%. In totaal was het aantal in de gemeente Utrecht geregistreerde particuliere personenauto's op 1 januari 2024 109.513. Dat aantal is ten opzichte van 2023 met 0,8% toegenomen. Het aantal inwoners van Utrecht is sterker toegenomen dan het totaal aantal geregistreerde auto’s. Personenauto's op naam van rechtspersonen (bedrijven) zijn buiten beschouwing gelaten om vertekening van de cijfers door grote verhuur- en leasebedrijven te voorkomen. Van de G4-steden is ook in Amsterdam en Rotterdam het aantal personenauto’s van particulieren per 1.000 inwoners afgenomen (Amsterdam -1,3% en Rotterdam -0,3%). In Den Haag bleef het aantal gelijk. In Rotterdam (316) en in Den Haag (308) zijn er meer particuliere personenauto's per 1.000 inwoners geregistreerd dan in Utrecht (293). In Amsterdam is dat aantal juist lager (236). Het aantal personenauto’s in Utrecht ligt onder het Nederlands gemiddelde (443 in 2024, 440 in 2023).
8.4 Deelmobiliteit vier grootste steden Figuur 8.4.1 aantal deelauto's per 100.000 inwoners*, 2022-2023
In 2024 waren er in Utrecht 221 deelauto’s per 100.000 inwoners. Dit zijn door marktpartijen aangeboden deelauto’s. Hiermee staat Utrecht op de tweede plek van Nederland, na Amsterdam. Het aantal nam voor het eerst af en was 17% lager dan in 2023 toen er 266 deelauto’s per 100.000 inwoners waren. Ook in Amsterdam (-8%), Rotterdam (-7%) en Den Haag (-13%) nam het aantal deelauto’s per 100.000 inwoners in 2024 af. Dit is een landelijke trend: deelauto-aanbieders richten zich steeds meer op het efficiënter gebruik van hun vloot. Ze zoeken de balans tussen voldoende auto’s om te zorgen dat mensen niet misgrijpen, maar geen overschot aan deelauto’s die weinig gebruikt worden. Het absolute aantal door marktpartijen aangeboden deelauto’s in Utrecht is afgenomen naar 826. In 2023 waren het er 977 en in 2022 844. Het aantal elektrische deelfietsen is in 2024 gelijk gebleven. Net als in 2023 waren er 1.000 elektrische deelfietsen, het maximaal toegestane aantal volgens het voertuigplafond in de gemeentelijke regelgeving. We realiseerden vier nieuwe buurt- en wijkhubs in 2024. Hiermee waren er eind 2024 in totaal 20 buurt- en wijkhubs (zie hier een kaart met alle buurt- en wijkhubs). Deelbakfietsen worden sinds eind 2024 niet meer aangeboden vanwege de aanvraag van het faillissement van de deelbakfietsaanbieder Cargoroo in december 2024.
We zijn een onderzoek gestart naar een duurzaam alternatief voor het Cargoroo aanbod. We streven ernaar om spoedig een alternatief voor de deelbakfiets op straat te hebben. * Door een nieuwe meetmethode zijn de cijfers over 2022 niet vergelijkbaar met eerdere jaren. Particuliere (peer-to-peer) deelauto’s met fysieke sleuteloverdracht zitten niet meer in het onderzoek. Particuliere ‘keyless’ deelauto’s (die te openen zijn via een app) zijn nog wel deel van het onderzoek.
Verder maken zakelijke deelauto’s niet langer deel uit van het onderzoek, omdat de auto’s niet algemeen publiekelijk beschikbaar zijn. Utrecht heeft een relatief groot aantal peer-to-peer-deelauto’s.
8.5 Elektrische motorvoertuigen Figuur 857.1 aantal elektrische motorvoertuigen* in Utrecht naar soort, 2018-2024
In december 2024 staan in Utrecht 18.834 elektrische motorvoertuigen geregistreerd. Belangrijk daarbij te noemen is dat een onbekend deel van de leaseauto's waarin Utrechters rijden, geregistreerd staat in een andere gemeente. In 2024 is het geregistreerd aantal elektrische motorvoertuigen in Utrecht met ruim 3.500 toegenomen (15.275 in december 2023). De toename zit vooral in de elektrische personenauto’s (+1.587) en plug-in hybride personenauto’s (+1.239). Landelijk en in andere grote steden is er op dit gebied een vergelijkbare ontwikkeling te zien. In december 2024 bestaat 50% van de elektrische voertuigen uit elektrische personenauto's. Van de elektrische motorvoertuigen zoals in figuur 8.7.1 gepresenteerd, groeide het aantal elektrische personenauto's sinds december 2013 het sterkst. Het zijn er nu ruim 73 keer zoveel als in 2013. In 2023 was er een dip in het aantal elektrische personenauto’s te zien, maar in december 2024 nam het aantal weer toe ten opzichte van 2023 én 2022 (respectievelijk +20% en +8%). De dip van 2023 is te verklaren door het vertrek uit Utrecht van een leasemaatschappij of een ander bedrijf met veel elektrische auto’s in bezit. Het aantal plug-in-hybride personenauto’s (met zowel een elektro- als een verbrandingsmotor) nam tussen 2016 en 2020 af. Sinds 2021 neemt dit aantal weer toe.
In 2023 gaat het om 3.373 plug-inhybride personenauto’s en in 2024 zijn het er 4.612 (+37%). Alle geregistreerde elektrische motorvoertuigen laten een toename in aantallen zien, behalve de snorfietsen. Het aantal snorfietsen daalde met 5% van 550 in 2023, naar 523 in 2024. De helmplicht kan hierin een rol hebben gespeeld.
8.6 Laadpunten elektrisch vervoer Figuur 8.6.1 aantal (semi) publieke laadpunten in de G4
De gemeente is verantwoordelijk voor de publieke laadpunten in de openbare ruimte. Het afgelopen jaar kwamen er 526 publieke laadpunten bij. In december 2024 waren in Utrecht 4.222 publieke laadpunten (2023: 3.696). Dat is een groei van 14%. De gemeente plaatst een nieuwe openbare laadpaal (met twee laadpunten) zodra die nodig is. Dat wordt bepaald op basis van hoe vaak de bestaande laadpalen gebruikt worden. De beschikbaarheid van laadpalen is over heel de stad op voldoende niveau. Het aantal semipublieke laadpunten groeide in het eerste halfjaar van 2024 met 19% tot 2.228. Dit zijn laadpunten op publiekstoegankelijk laadpalen in parkeergarages en bij bedrijven. Het totaal van publieke en semipublieke oplaadpunten in Utrecht is qua aantal lager dan in de rest van de G4, maar relatief het hoogst. In de gemeente Utrecht zijn er 16,5 laadpunten per 1.000 inwoners. Voor de andere steden is dit als volgt: Amsterdam (14,2), Rotterdam (14,3) en Den Haag (12,0) (peildatum juni 2024). Door netcongestie kan er de komende jaren vertraging ontstaan in de plaatsing van laadpalen. Door de laadpalen netbewust te laten laden wordt de belasting van de laadpunten op het elektriciteitsnet zo veel mogelijk beperkt.
9. Duurzame leefomgeving: luchtkwaliteit 9.1 Inleiding De gemeente Utrecht wil voor haar bewoners en bezoekers een schone stad met gezonde lucht (‘Gezond Stedelijk Leven'). Om de luchtkwaliteit te bepalen kijken we naar stikstofoxiden (NOX), fijnstof (PM10), naar de fijnere fractie daarvan (PM2,5) en naar roet (EC, elementair koolstof). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om, voor de gezondheid van de mensen, de hoeveelheid luchtverontreiniging in de buitenlucht beneden bepaalde waarden te brengen. Deze advieswaarden uit 2005, welke in 2021 zijn aangescherpt, zijn strenger dan de wettelijke Europese grenswaarden waaraan Nederland moet voldoen. Met maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren, willen we deze WHO-advieswaarden_2021 bereiken.
Hoe goed de luchtkwaliteit is beoordelen we aan de hand van de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide. Jaarlijks verschijnt in december een landelijke Monitoringsrapportage met een bespreking van de luchtkwaliteit in het daaraan voorafgaande jaar. De definitieve gegevens over 2024, inclusief die van Utrecht, komen eind 2025 beschikbaar. Dit duurzaamheidsverslag beschrijft daarom de luchtkwaliteit in 2023. Dit zijn de meest recente cijfers die beschikbaar zijn. In de gemeentelijke Monitoringsrapportage brengen we jaarlijks in beeld hoe de luchtkwaliteit ervoor stond in het afgelopen jaar en geven we een verwachting van de luchtkwaliteit voor het jaar 2030. Daarbij vergelijken we steeds de (berekende en gemeten) concentraties met de WHO-advieswaarden. We gebruiken daarbij de metingen van het Utrechts luchtmeetnet (zie afbeelding hieronder).
Het grootste deel (zo’n 60-90%) van de luchtverontreiniging in Utrecht komt van buiten de stad, en daarom zijn regionale, landelijke en internationale maatregelen nodig. Maar tegelijkertijd ‘produceert’ en ‘exporteert’ Utrecht ook luchtverontreiniging. Het schoner en gezonder maken van de lucht is daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Met lokale maatregelen kunnen we zelf de uitstoot verminderen die binnen onze gemeentegrenzen ontstaat. Zo is wegverkeer in Utrecht (en op snelwegen rond Utrecht) verantwoordelijk voor een groot deel van de plaatselijke uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Het verminderen van deze uitstoot (met bijvoorbeeld milieu en zeroemissie zones) is daarom belangrijk in ons luchtbeleid “Utrecht kiest voor gezonde lucht”, maar we kijken ook naar andere vervuilende bronnen, zoals mobiele (bouw)werktuigen, houtstook en binnenvaart. Zo zijn we aangesloten bij het convenant Schoon en Emissieloos bouwen, waarmee we toewerken naar zero-emissie bouwplaatsen in 2030, en is in 2024 actief gecommuniceerd over het stookverbod van hout in de buitenruimte, dat per 1 januari 2025 ingaat. Maatregelen zoals uit � het Plan Laadinfrastructuur Utrecht 2030, het ‘Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer 2023-2026’ en ‘Utrecht fietst!’ dragen (op termijn) ook bij aan een betere luchtkwaliteit. Deze maatregelen zijn vooral gericht op schoner én minder verkeer.
De gemeente Utrecht is (mede)ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA, een landelijk bestuursakkoord tussen Rijksoverheid, provincies en gemeenten). De deelnemers aan het SLA willen samen in 2030 (vergeleken met 2016) minimaal 50% gezondheidswinst behalen door binnenlandse,
luchtverontreinigende bronnen schoner te maken. Ook is in het SLA afgesproken toe te werken naar de WHO-advieswaarden_2005 voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. In 2024 gingen we door met het uitvoeren van maatregelen van ons uitvoeringsprogramma Utrecht kiest voor Gezonde Lucht. Dit programma is onze bijdrage aan het SLA. We werkten ook verder aan de nieuwe beleidsnota "Gezonde lucht voor iedereen". Daarin hebben we de onder andere de ambitie vastgelegd om de WHO-advieswaarden_2021 na te streven. Inmiddels is begin 2025 deze nieuwe beleidsnota door de gemeenteraad vastgesteld.
Alle gemeentelijke, regionale en (inter)nationale luchtkwaliteitsmaatregelen droegen eraan bij dat Utrecht in 2023 opnieuw aan de Europese grenswaarden voldeed. Aan de jaargemiddelde grenswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) voldeed Utrecht overal ruim, maar daarmee kunnen we nog niet spreken van een goede, gezonde buitenlucht voor alle inwoners. Nog steeds worden veel inwoners blootgesteld aan concentraties stikstofdioxide en fijnstof boven de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Meer informatie over de gemeten en berekende Utrechtse luchtkwaliteit vindt u op de webpagina over luchtkwaliteit.
http://www.utrechtmilieu.nl/meetnet/
9.2 Fijnstof - overschrijding WHO-advieswaarden Figuur 9.2.1 overschrijding van de WHO-advieswaarden voor zeer fijn stof
Overschrijdingen van de WHO-advieswaarden voor PM2,5. In blauw concentraties hoger dan de WHO-advieswaarde_2005 (> 10 µg/m3 jaargemiddeld) In groen lager dan de WHO-advieswaarde_2005, maar overschrijding van de WHO-advieswaarde_2021 (<10 µg/m3 > 5 µg/m3). Concentraties onder de WHO-advieswaarde_2021 worden nog nergens in Utrecht bereikt. Fijnstof is een verzameling van verontreinigende stoffen in de lucht die slecht zijn voor de gezondheid. De hoogte van de concentraties in de buitenlucht geeft een indruk van de luchtkwaliteit en de effecten op de gezondheid. Op de lange termijn dalen de gemeten jaargemiddelde concentraties voor fijnstof in Nederland. Jaarlijkse verschillen in weersomstandigheden kunnen grote invloed hebben. Die algemene, dalende trend is ook te zien op Utrechtse meetlocaties van het Landelijk Luchtmeetnet. De concentraties voldoen al sinds 2017 aan de wettelijke grenswaarden*, maar de jaargemiddelde fijnstofconcentraties (PM10 en PM2,5) zijn in 2023 overal in Utrecht nog hoger dan de gezondheidskundige advieswaarden** van de WHO-advieswaarden_2021 die de gemeente Utrecht wil bereiken. * Wettelijke grenswaarden (normen) voor de maximaal toegestane jaargemiddelde concentratie (40 μg/m3 voor PM10 en 25 μg/m3 voor PM2,5) c.q. het maximaal aantal dagen per jaar dat het PM10 daggemiddelde boven de 50 μg/m3 mag liggen.
** De aangescherpte WHO-advieswaarden_2021 bedragen maximaal 15 μg/m³ voor PM10 en maximaal 5 μg/m³ voor PM2,5 (jaargemiddeld). Er is geen WHO- advieswaarde voor roet.
9.3 Fijnstof: blootstelling Figuur 9.3.1 aandeel inwoners dat blootgesteld is aan diverse concentraties fijnstof
Opvallend is dat de concentraties fijnstof in 2023 veel lager waren dan in voorgaande jaren. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid in 2023: fijnstof slaat daardoor snel neer of verspreid zich snel, waardoor de concentratie per m3 minder hoog wordt. De berekende fijnstofconcentraties (PM10) liggen tussen de 14,7 en 18,6 μg/m³ (gemiddeld 16,5 μg/m³), die van de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) tussen de 7,8 en 10,5 μg/m³ (gemiddeld 9,0 μg/m³). We hebben over de jaren 2022 en 2023 geen blootstellingsgegevens ontvangen van het RIVM. Aan de hand van de concentratiekaarten valt af te leiden dat de blootstelling aan fijnstof (PM10) in 2023 voor alle inwoners onder de WHO-advieswaarde_2005 voor fijnstof blijft. In een klein deel van de stad krijgen inwoners nog steeds te maken met blootstelling aan concentraties hoger dan de WHOadvieswaarde_2005 voor zeer fijn stof. Op een enkele locatie na wordt in 2023 nog nergens in de stad aan de WHO-advieswaarden_2021 voor PM10 voldaan. Aan de waarde voor PM2,5 wordt nog nergens voldaan.
9.4 Stikstofdioxide (NO2): blootstelling
De hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht geeft belangrijke informatie over de blootstelling aan luchtverontreiniging door het verkeer (dat wil zeggen, aan een mengsel van stoffen, waaronder stikstofdioxide). De Gezondheidsraad (2018) stelt dat het beter voor de (volks)gezondheid is wanneer de blootstelling aan stikstofdioxide tot ver onder de WHO- advieswaarde_2005 komt te liggen*. Vanaf 2022 heeft het RIVM geen nieuwe cijfers gepresenteerd. Wel hebben we inzicht in de (berekende) jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) langs wegen: de daling van de jaargemiddelde concentratie voor stikstofdioxide in Utrecht (en elders in Nederland) zet door. Tijdens de coronapandemie was er zelfs een sterke daling zichtbaar. Opvallend is dat de concentratie stikstofdioxide in 2023 weer veel lager was dan in 2022. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid in 2023. De jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) langs wegen in 2023, waren met waarden tussen 10,8-31,1 μg/m³ (gemiddeld 28,6 μg/m³) daardoor lager dan in de voorgaande jaren. Het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan lucht met hogere concentraties stikstofdioxide is de afgelopen jaren gedaald. De jaargemiddelde concentraties liggen in 2023 niettemin nog (ver) af van de aangescherpte WHO-advieswaarde (10 µg/m3).
* De EU-grenswaarde bedraagt momenteel 40 μg/m³ en kwam tot september 2021 overeen met de WHO-advieswaarde_2005. Toen is de WHO-advieswaarde aangescherpt tot maximaal 10 μg/m³ voor NO2. Inmiddels is de EU-grenswaarde naar 20µg/m3 aangescherpt waaraan per 2030 moet worden voldaan.
9.5 NO2 concentraties meetnet Figuur 9.5.1 concentraties NO2 van het luchtmeetnet
Sinds 2011 heeft Utrecht een uitgebreid meetnet, waarbij op meer dan zestig locaties in de stad metingen van de stikstofdioxideconcentraties plaatsvinden (zie afbeelding in inleiding). In de jaren voorafgaand aan de coronapandemie zien we in Utrecht over het algemeen telkens iets lagere jaargemiddelde meetwaarden. Dit zien we landelijk ook gebeuren, en komt vooral doordat er minder vervuilend wegverkeer reed. Het jaargemiddelde lag tijdens de coronapandemie nog lager dan we op grond van de normale ontwikkeling zouden verwachten. In 2022 leek de concentratie te stabiliseren. Op de regiomeetlocaties ligt de concentratie nu in 2023 lager dan ooit gemeten. Het effect hiervan zien we ook terug in de stadsachtergrond en straatlocaties. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid in 2023 en natuurlijk ook door onze eigen maatregelen.
9.6 Verkeersemissies Figuur 9.6.1 verkeersemissies
De emissieberekening voor het wegverkeer maakt onder andere gebruik van schalingsfactoren - die bijvoorbeeld het effect van de Utrechtse milieuzone laten zien - en emissiefactoren, per stof en per voertuigcategorie. Deze factoren, die jaarlijks worden vastgesteld door TNO en PBL, kunnen daarbij van jaar tot jaar sterk variëren. Om de ontwikkeling van de luchtkwaliteit te laten zien kijken we niet alleen naar de gemeten en berekende concentraties, maar ook naar de (berekende) uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het verkeer op Utrechtse (hoofd)wegen van het gemeentelijk wegennet. Zo krijgen we een indruk van deze uitstoot, los van de weersomstandigheden in dat jaar die óók de uiteindelijke concentraties bepalen. Dit geeft een globaal beeld van het effect van luchtkwaliteitsmaatregelen die gericht zijn op het wegverkeer. De grafiek toont de verkeersuitstoot voor stikstofoxiden (NOx en NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) vergeleken met het jaar 2015 (index 2015=100). Na 2015 neemt de hoeveelheid verkeer jaarlijks toe. Een duidelijke uitzondering hierop vormen de coronajaren 2020 en 2021. Toch daalde telkens de verkeersuitstoot van (bijna) alle bovengenoemde stoffen. Dit komt doordat er in verhouding steeds meer nieuwe, minder vervuilende voertuigen in Utrecht rijden.
Dit komt deels vanwege de ‘verschoning’ van het (Nederlandse) wagenpark en deels door lokale maatregelen, zoals het instellen en aanscherpen van de milieuzone. De grootste daling over de jaren treedt op voor PM2,5 (en roet), met name door het verplichten van roetfilters. De scherpe daling van PM10 het afgelopen jaar is niet verklaard, er zijn meerdere oorzaken mogelijk, zoals wijzigingen in samenstelling wagenpark, of emissiekentallen. Er wordt steeds meer uitstootvrij (elektrisch) gereden in Nederland en dus ook in Utrecht. Bij volledig uitstootvrij verkeer vindt geen uitstoot meer plaats uit de uitlaat door verbrandingsprocessen. Wel komt er nog fijn stof vrij door slijtage van banden, wegdek, remmen en opwervelend stof. Naast meer
uitstootvrij verkeer draagt minder gemotoriseerd verkeer bij aan een emissieloos einddoel. Het heeft ook tal van andere voordelen, zoals vrijkomende ruimte en minder geluidsoverlast.
9.7 Bewonersmeldingen geuroverlast en houtrook Figuur 9.7.1 aantal meldingen geuroverlast
In 2024 zijn er 175 meldingen over geuroverlast binnen gekomen, een lichte daling in vergelijking met vorige jaren. Onder de noemer geuroverlast komen meldingen binnen over het bereiden van voedingsmiddelen door restaurants, snackbars, etc. Meldingen over houtrook komen sinds 2024 in een aparte categorie terecht.
Figuur 9.7.2 aantal bewonersmeldingen houtrook
In 2024 hebben we via de gemeente en via de stookwijzer in totaal 498 meldingen over houtrook ontvangen. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 (301), maar even veel als in 2021. Vanaf 1 januari 2025 is het verboden om buiten hout te stoken. In 2024 is daar via de eigen kanalen en via de mediaaandacht besteed. Mogelijk is deze vergrote aandacht voor houtstook aanleiding geweest voor de toename in meldingen. De meeste meldingen die binnenkomen over houtrook gaan over houtkachels en open haarden in woningen. Bewoners die meldingen doen krijgen altijd een reactie van de gemeente, met een flyer over houtrook en tips om in gesprek te gaan met buren die stoken. Soms maken bewoners gebruik van de mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen en te overleggen over hun specifieke situatie. Het aantal meldingen per jaar kan schommelen, omdat de overlast samenhangt met het weer. In de tweede helft van 2024 ontvingen we meer meldingen dan in de eerste helft. Meldingen over houtstook komen sinds 2024 als aparte categorie binnen. Over het stoken buiten hebben we in 2024 totaal 91 meldingen ontvangen waarvan 76 over vuurkorven of open vuren en 15 over barbecues.
10. Duurzame leefomgeving: geluidhinder 10.1 Inleiding De kwaliteit van een woon- en leefomgeving wordt mede bepaald door geluid. Hoe geluid ervaren wordt, verschilt per persoon. Wat de ene persoon als aangenaam ervaart, kan iemand anders als hinderlijk ervaren. In een stad als Utrecht is altijd sprake van een zekere mate aan omgevingsgeluid. Overmatige hinder van geluid en trillingen kan echter ziek maken. Mensen kunnen last hebben van geluid of trillingen en daardoor bijvoorbeeld slechter slapen. Trillingen kunnen bewoners een gevoel van onbehagen geven. Dat willen we verbeteren of - nog beter - voorkomen. Naast het meetbare aantal decibel bepalen ook andere zaken of geluid en trillingen hinderlijk zijn of niet. De plek, het tijdstip en de situatie bepalen ook de beleving. Gezond stedelijk leven betekent dat we onze inwoners een fijne en gezonde woonomgeving willen bieden. En dat onze kinderen opgroeien in een leefbare stad, levendig maar zonder té veel lawaai of trillingen. Onze missie is: “Wij staan en gaan voor het verbeteren van geluidskwaliteit en voorkomen van trillinghinder. Wij richten ons hiermee op een gezonde en leefbare bestaande en nieuwe stad.” Er zijn wettelijke normen, bijvoorbeeld voor de hoeveelheid geluid bij nieuwe ontwikkelingen en voor geluid van bedrijven.
Daarnaast zijn lokale ambities ten aanzien van het geluidniveau in de Beleidsnota Geluid en Trillingen, het actieplan Geluid en de nota Volksgezondheid vastgelegd. Utrecht maakt ongeveer elke vijf jaar een actieplan Geluid. In 2019 is een actieplan opgesteld waarin knelpunten zijn gelokaliseerd en maatregelen zijn voorgesteld. Deze maatregelen bestaan voornamelijk uit het verlagen van de maximumsnelheid (invoeren 30 km/u-gebieden) en het toepassen van een geluidreducerend asfalt. In 2024 hebben we gewerkt aan een nieuw Actieplan geluid, dit verwachten we in de loop van 2025 af te ronden. In 2024 is geluidsreducerend asfalt aangebracht op de volgende wegen: Robert Kochplein: Ghandiplein:
6.300 m2 9.800 m2
10.2 Geluidskaart Utrecht 2021 Figuur 10.2.1 Geluidskaart van Utrecht 2021
Bron: http://utrechtmilieu.nl/geluidskaarten/ In 2022 heeft de gemeente Utrecht het geluid in de stad (als gevolg van industrie, weg- en railverkeer) in kaart gebracht. De gekleurde contouren laten zien waar geluidniveaus boven de 55 dB zijn. De nietgekleurde gebieden laten zien waar het stiller is dan 55 dB. 55 dB is de wettelijke waarde waarboven geluid in kaart moet worden gebracht (volgens de Europese Richtlijn Omgevingslawaai). De geluidkaart laat zien dat vooral (snelrijdend) verkeer zorgt voor de hoge geluidniveaus. Ongeveer 55% van de Utrechters woont op een locatie waar meer dan 55 dB aan geluid van wegverkeer heerst. Circa 3% woont langs een spoorlijn met dergelijke hoge geluidniveaus. De hoogste geluidniveaus worden gemeten bij de drukke stadswegen en de snelwegen. Elke vijf jaar wordt een nieuwe geluidkaart gemaakt. De volgende geluidkaart (over het jaar 2026) verschijnt in 2027.
10.3 Geluidhinder: algemene beleving Figuur 10.3.1 Geluidhinder: algemene beleving
Uit de Inwonersenquête blijkt dat 83% van de Utrechters in 2023 wel eens (soms of vaak) geluidoverlast ervaart. Dit aandeel is gelijk met 2021. De 5 jaren daarvoor is het aandeel gestegen. In 2016 en 2017 was het 79% en in 2018 en 2019* 80%. In 2023 heeft 30% van de Utrechters vaak last van verkeerslawaai (2021: 30%, 2019: 28% en 2018: 29%). Daarnaast heeft 24% van de Utrechters vaak last van ander lawaai. Dit is een stijging ten opzichte van 2021* (22%). ------------* Er zijn geen gegevens over 2020, 2022 en 2024 omdat de inwonersenquête vanaf dan tweejaarlijks is.
10.4 Geluidhinder: wegverkeer per wijk Figuur 10.4.1 Geluidhinder: wegverkeer
Bewoners van Overvecht geven in 2023 het vaakst aan dat zij last hebben van verkeerslawaai (39%). In 2021* was dit West (39%). Inwoners van Vleuten-De Meern hebben hier het minst vaak (20%) last van. In 2021* was dit ook Vleuten-De Meern (20%). In vergelijking met 2021 is de ervaren overlast in West, Noordwest, Binnenstad en Vleuten-De Meern afgenomen. In de overige wijken is de ervaren overlast toegenomen: Overvecht, Noordoost, Oost, Zuid, Zuidwest en Leidsche Rijn. ------------* Er zijn geen gegevens over 2020, 2022 en 2024 omdat de enquête vanaf dan tweejaarlijks is.
10.5 Woningsaneringen vanwege geluid In Utrecht zijn alle prioritaire woningen met een geluidsbelasting door wegverkeer boven de 70 dB in het verleden gesaneerd, dat wil zeggen, van extra gevelisolatie voorzien. Daarmee bleef nog een voorraad saneringsgevallen over in een categorie die tot 10 dB lager lag. De saneringsregeling voor verkeerslawaai is met de komst van de Omgevingswet drastisch versoberd: de drempelwaarde voor verplichte sanering is op 70 dB gelegd. Hierdoor komen er nog maar nauwelijks woningen in aanmerking voor sanering. Utrecht heeft daarop tijdig geanticipeerd door voor de hele voorraad saneringswoningen vanuit de Wet geluidhinder nog tijdig subsidie aan te vragen bij het rijk. Dit betreft circa 5.000 woningen. De komende jaren wordt deze sanering uitgevoerd onder de oude regels. In 2024 zijn van het Rijk voorschotsubsidies voor de uitvoering van de lopende saneringsprojecten binnengekomen. Er zijn 174 woningen bezocht en onderzocht bij de Balijelaan en de 't Goylaan. We brengen in kaart welke maatregelen per woning nodig zijn. Of woningen van geluidsisolerende maatregelen worden voorzien, is afhankelijk van de bestaande isolatie van de woning. Wanneer een woning al voldoende isolatie heeft, hoeven geen maatregelen meer worden getroffen.
Vervolgens worden deze onderzoeken gecontroleerd door het Ministerie waarna zal gaan blijken welke woningen een aanbod zullen krijgen voor aanvullende isolatie. De lopende projecten gaan vervolgens naar de aanbestedings- en uitvoeringsfase.
10.6 Meldingen geluidsoverlast bedrijven Figuur 10.6.1 Meldingen geluidsoverlast bedrijven
Toelichting figuur: vanwege de overgang naar een nieuw systeem in 2024 is er in de registratie van meldingen geen uitsplitsing zoals voorheen te maken. Voorgaande twee jaren werd er uitgesplitst naar ‘overtreding’, ‘geen overtreding’, ‘afhandeling onbekend/ niet afgesloten’ en ‘behandeling niet bij gemeente’. Dit jaar rapporteren we alleen op categorie (bedrijven, horeca, bouwlawaai en evenementen). In 2024 zijn er 951 meldingen gedaan over geluidoverlast door bedrijven. Het aantal meldingen over geluidsoverlast door bedrijven laat de afgelopen jaren schommelingen zien en varieert tussen de 700 en 1.100. Hier is geen eenduidige verklaring voor, wel is bekend dat de weersomstandigheden invloed hebben. Een deel van de meldingen gaat over religieuze uitingen, zoals gebedsoproepen en het luiden van kerkklokken; echter, deze zijn uitgezonderd van regelgeving. Ook gaan veel meldingen over muziekoverlast van horeca. Andere meldingen die we geregeld zien betreffen bijvoorbeeld ventilatie- of koelingsapparatuur en alarmgeluid. Daarnaast zijn er in 2024 479 meldingen gedaan over versterkt geluid bij evenementen. Deze meldingen werden voorheen niet gespecificeerd bijgehouden, waardoor het lijkt alsof er een grote toename in aantal meldingen is. Voor alle meldingen geldt dat toezichthouders controleren op de regels en geluidsnormen door metingen uit te voeren.
Bij overtredingen treden we op. Soms ervaren bewoners hinder, terwijl een bedrijf of evenementorganisator zich wel aan de regels houdt. Alle meldingen komen in het systeem en kunnen samen aanleiding geven om het beleid te evalueren. Bij veel meldingen over één specifiek evenement kunnen bijvoorbeeld bij een volgende editie ervan vooraf verbeterde afspraken helpen om overlast zo veel mogelijk te voorkomen.
10.7 Overlast Schiphol Figuur 10.7.1 Meldingen geluidsoverlast Schiphol
Door mensen in de gemeente Utrecht zijn in 2024 4.420 meldingen gedaan over geluidoverlast door vliegverkeer van en naar Schiphol. Deze meldingen zijn gedaan door 240 verschillende melders. Net als vorig jaar is zowel het aantal meldingen als melders toegenomen. In 2023 werden er 3.530 meldingen gedaan door 185 verschillende melders. Het aantal meldingen per persoon in 2024 is met afgerond 18 bijna gelijk aan 2023 (afgerond 19 meldingen per persoon). Er is een stijging in het aantal meldingen zichtbaar vanaf 2021. In 2020 en, in mindere mate, in 2021 zijn substantieel minder vliegtuigbewegingen van en naar Schiphol uitgevoerd vanwege de COVID-19 reismaatregelen.
10.8 Trillingen Figuur 10.8.1 Meldingen overlast door trillingen
In 2024 werden 20 meldingen van overlast door trillingen gedaan bij de gemeente Utrecht. Dit is een afname ten opzichte van 2023, toen er 28 meldingen gedaan zijn. Het aantal in 2024 is gelijk aan het aantal meldingen van 2022. Meldingen van trillingen gaan voornamelijk over heiwerkzaamheden bij de nieuwbouw van woningen. Ook kunnen zwaar verkeer, sportscholen en nabij gebouwen geplaatste apparatuur trillingen veroorzaken. Meldingen door trillingen worden door de gemeente getoetst aan wet- en regelgeving. In 2024 heeft ProRail 3 klachten ontvangen over trillingshinder van treinen. Twee meldingen kwamen van bewoners naast het spoor richting het Spoorwegmuseum. De andere melding kwam uit de omgeving van het Centraal Station.
11. Gezonde openbare ruimte: Licht 11.1 Inleiding Duurzame verlichting Belang van duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij de aanleg en het beheer van de openbare verlichting. Het streven is om de openbare ruimte zo efficiënt mogelijk te verlichten door zo min mogelijk energie te verbruiken, zonder hierbij in te leveren op de functie van de verlichting ten aanzien van de veiligheid. Het duurzaam verlichten van de stad begint bij de inkoop van energie, dit is 100% groene stroom van Nederlandse herkomst. Daarnaast is het materiaalgebruik van de lichtmasten en armaturen een belangrijk duurzaamheidsaspect. Waar mogelijk worden bestaande lantaarnpalen en armaturen hergebruikt. Als dit niet mogelijk is dan wordt er bij de aanleg van nieuwe lichtmasten altijd gekozen voor herbruikbare, recyclebare of lage CO2-footprint materialen. LED verlichting als standaard Sinds 2017 is energiezuinige LED verlichting de standaard bij de aanleg van nieuwe lantaarnpalen. Daarnaast bouwen we sinds 2021 versneld de bestaande armaturen om, zodat deze ook voorzien zijn van LED lampen. Hierdoor verdwijnen uiteindelijk alle conventionele, minder energiezuinige lichtbronnen. Deze nieuw geplaatste lampen worden altijd op een zo laag mogelijk niveau ingesteld en we dimmen de verlichting wanneer dat kan.
Een nieuw schakelsysteem maakt het mogelijk om per locatie bepaalde energiezuinige dimregimes toe te passen. In 2023 hebben we met dit systeem een optimalisatie doorgevoerd in het moment van in- en uitschakelen. De verlichting wordt niet meer op een vast moment in- of uitgeschakeld maar er wordt geschakeld gebaseerd op het lichtniveau buiten. Gemiddeld genomen gaat de verlichting hierdoor in de avond iets later aan en in de ochtend wat eerder uit. In 2024 is deze optimalisatie doorgevoerd in alle schakelkasten. Ook op andere vlakken wordt er gewerkt aan energiezuinig beheer van de openbare verlichting, zo branden de lampen ‘s avonds op 100% en ‘s nachts op 50%[1]. Al deze maatregelen hebben in 2024 geleid tot een totale besparing van 677.329kWh. Dat is 9% minder ten opzichte van het totale verbruik in 2023. Net als voorgaande jaren heeft in 2024 de sier- en aanstraal verlichting van objecten zoals watertorens en bruggen uitgestaan. Dit heeft geleid tot een besparing die vergelijkbaar is met het energieverbruik van 8 huishoudens. Voorkomen van lichthinder We nemen maatregelen om lichthinder voor mens en dier zo veel mogelijk te voorkomen. Zo plaatsen we enkel armaturen die voldoen aan de richtlijn Lichthinder van de NSVV. Dat betekent dat het licht van de lantaarnpaal niet naar boven uitstraalt. De maximale kleurtemperatuur is 3000 Kelvin, dat is warm wit licht.
Voorheen werden er bomen aangelicht door grondspots. Dit kan hinderlijk zijn voor dieren, daarom doen we dit sinds enkele jaren niet meer. Vleermuizen kunnen ook hinder ondervinden van verlichting. Daarom zorgen we ervoor dat de verlichting langs routes waarvan we weten dat er veel vleermuizen foerageren amberkleurig is. Hier hebben vleermuizen minder last van. Daarnaast voorkomen we zo veel mogelijk dat lichtmasten die langs watergangen staan het wateroppervlak aanlichten. Dat doen we door asymmetrische armaturen te plaatsen, waardoor de verlichting richting het water wordt afgeschermd. Met al deze maatregelen dragen we bij aan het duurzaam en diervriendelijk verlichten van de stad. Hierbij staat energiebesparing, circulair materiaalgebruik en het voorkomen van lichthinder voor mens en dier centraal. Dynamische verlichting
Toepassing van dynamische verlichting Op een aantal plaatsen in de stad is er dynamische verlichting toegepast. Een concreet voorbeeld is het plaatsen van dynamische verlichting rondom stadion Galgenwaard. Hierdoor is het lichtniveau te regelen ten behoeve van de sociale veiligheid bij voetbalwedstrijden. De beveiligingsmedewerkers van het stadion kunnen wanneer dit nodig wordt geacht zelf de openbare verlichting feller aanzetten. [1] In de binnenstad wordt van 00:00 tot 07:00 het licht gedimd naar 50%, in de andere gebieden is dit van 23:00 tot 07:00.
11.2 Licht: lampen Figuur 11.2.1 Aantal ledlampen en overige lichtpunten
Omvang openbare verlichting In 2024 staan er in Utrecht 71.085 lampen, waarvan 33.250 ledlampen. Dit betekent dat 47% van het areaal bestaat uit ledlampen, waarvan er 1.000 zijn bijgekomen in 2024. In het afgelopen jaar is er relatief weinig verlichting omgebouwd naar led. Dat komt doordat tijdens de aanbestedingsprocedure één leverancier protesteerde tegen de opzet van de aanbesteding. Deze is daardoor tijdelijk gestaakt en is er vertraging opgelopen. Inmiddels loopt de aanbesteding weer, als alles goed verloopt is de complete verledding in de loop van 2026 gereed. Het vleermuisvriendelijke amberkleurige licht wordt toegepast op 1.145 plekken. Overlast van verlichting Overlastmeldingen over lichthinder in 2024 gaan vaak over het inschijnen van licht en licht dat op de verkeerde plek valt. Dit wordt verholpen door middel van afschermingen of het helderheidsniveau van de verlichting aan te passen. Er kwamen ook 56 meldingen over lichthinder door bedrijven binnen, bijvoorbeeld over felle reclame, het onnodig laten branden van lampen ‘s nachts of lichtvervuiling. Een deel hiervan betreft meldingen van lichthinder bij Galgenwaard. Na optreden van de omgevingsdienst verminderde de overlast, maar recent kwamen nieuwe meldingen binnen. We zetten hier toezicht op in. We zijn aan de slag met een onderzoek naar de klachten van de assimilatieverlichting van Galgenwaard.
Landelijk worden er scherpere eisen aan de grasmat gesteld waardoor er andere verlichtingstechnieken voor het gras moeten worden ingezet. Meer informatie over het vervolg komt in 2025.
12. Utrecht Circulair 12.1 Inleiding Een schets van de resultaten in 2024 In 2024 is het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 afgerond. Resultaten en geleerde lessen zijn begin april 2024 met de raad gedeeld: Raadsbrief Afronding Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 Utrecht en meegenomen in de Visie Utrecht Circulair 2050 en in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030, die beide in 2024 werden vastgesteld door de raad. In dit hoofdstuk worden resultaten van drie van de vier prioriteiten beschreven: circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap (12.2), circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen (12.4) en circulaire materiaal- en reststromen (12.5). De resultaten van de vierde prioriteit uit visie en beleidsnota, circulair opdrachtgeven en inkopen, komen aan de orde in hoofdstuk 14.11 Eigen organisatie.
12.2 Circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap We voerden de volgende acties uit om meer ruimte te maken voor circulaire bedrijvigheid: •
• • • •
De uitgangspuntennotitie Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide is opgesteld en vastgesteld door de raad. Vervolgens startten we met uitvoering van deze beleidsnota. Hiervoor organiseerden we een participatietraject met ondernemers op Lage Weide. In 2024 kocht de gemeente Utrecht grond voor een gemeentelijk grondstoffendepot op Lage Weide (zie 12.5). Voor Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel werkten we aan het bestemmingsplan, de problematiek van netcongestie en aan de gronduitgiftestrategie. Op het Werkspoorkwartier vond de planontwikkeling voor het upcyclecentrum plaats (zie 12.5). Als onderdeel van de ReUse Alliance en UP om hergebruik, reparatie en upcyclen te stimuleren startten we een samenwerking met onder meer Buurman Utrecht, Meublowski en het MBO om een opleiding tot meubelreparateur te ontwikkelen. De eerste lichting studenten start naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025.
Om Utrecht zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap gingen we verder met het stimuleren van circulaire bedrijvigheid door: • Het openstellen van de regeling innovatievoucher circulaire economie voor de ontwikkeling en/of toepassing van innovatie bij midden- en kleinbedrijven. Deze draagt bij aan de overgang naar een circulaire economie bij het MKB in de provincie Utrecht. • In samenwerking met de provincie Utrecht onderzoek te laten doen naar opschaling van circulair ondernemerschap in de regio. Hieruit komt de oprichting van ondernemersvereniging Circulair Utrecht voort. • Voorbereiding van de Circulaire Innovatietop regio Utrecht in samenwerking met VNO-NCW en regionale partners. Dit biedt een podium aan innovatieve, circulaire bedrijven in verschillende categorieën (startups, ketensamenwerking, changemakers).
•
Partner te worden van DigiC, het regionale netwerk en programma ter versterking van innovatie in de circulaire bouweconomie. Samenwerking is verkend met onder andere gebiedsontwikkelingen Tussen de Rails en circulair bedrijvenpark Strijkviertel. Ook het project De Groene Hoogte, gericht op circulaire houtopbouwappartementen, is gestart.
Green Deal Lage Weide Met verschillende overheden en marktpartijen ondertekenden we de Green Deal Lage Weide, met als doel het bedrijventerrein te verduurzamen. We werken samen aan de thema’s energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie. De gemeente Utrecht coördineert het thema circulaire economie. In 2024 lag de focus op verkenning van inzameling, opslag en hergebruik van reststromen van ondernemers, onder meer voor hout.
De Groene Loper Vanuit de Groene Loper hielpen we in 2024 veertien Utrechtse ondernemers met circulaire vragen. Daarnaast maakten we afspraken met Ondernemer Centraal over inpassing van circulaire vraagstukken in hun dienstverlening. We merken op dat circulair steeds beter wordt meegenomen in de reguliere processen van de gemeente en partners en er minder vragen bij dit loket binnenkwamen. Daardoor is een apart loket zoals de Groene Loper niet meer nodig. We maakten kennis met circulaire ondernemers die werken met reststromen en actief willen worden in Utrecht. Voorbeelden zijn: Oscar Circulair, Boxo en GoDroppie. Deze verbinden we aan het netwerk van upcycle partners in Utrecht.
12.3 Circulair opdrachtgeven en inkopen Circulair opdrachtgeven en inkopen De behaalde resultaten van circulair opdrachtgeven en inkopen door de gemeente Utrecht staan in het hoofdstuk eigen organisatie.
12.4 Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen Biobased bouwen In 2024 zetten we verder in op doorontwikkeling van biobased bouwen: •
•
Biobased bouwen is onderdeel van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Utrecht zet in op de samenwerking met de regio en de organisatie Building Balance om in de stad en regio de verbinding tussen landbouw en bouw te leggen met als doel biobased bouwen op te schalen. In de Utrechtse tenders zetten we actief in op biobased bouwen door dit in de tenderpunten op te nemen. Dat gebeurt onder meer via het convenant toekomstbestendig bouwen.
Circulaire openbare ruimte Sinds oktober 2023 loopt een intern opleidingsprogramma om te leren werken met de Milieu Kosten Indicator (MKI) bij het ontwerpen en aanbesteden van openbare ruimte-projecten. De milieukosten geven de milieu-impact van de materialen en werkzaamheden voor een project aan. Dit opleidingsprogramma omvat een basistraining voor een brede doelgroep, een aantal verdiepende workshops voor meer specifieke functiegroepen en coaching op de werkvloer. Inmiddels volgden 220 collega’s de training MKI. De MKI is ook een belangrijke indicator binnen Het Nieuwe Normaal (HNN). MKI Voorbeeldproject Het programma Wervengebied heeft als doel om het erfgoed in de binnenstad veilig te stellen voor de veranderende wereld. In dit programma wordt een circulaire aanpak gehanteerd die zich richt op herstel en hergebruik van constructies en materialen. Deze aanpak levert verlaging op van 64% aan MKI ten opzichte van een reguliere aanpak met nieuwe materialen. De ontwerpen voor veilige kluismuren en -kelders worden telkens verbeterd door gebruik van de MKI. Zo heeft het gebruik van stalen buispalen veel invloed op de MKI. Als verbetering worden er nu tweedehands buispalen toegepast die aan de kwaliteitseisen voldoen. Toepassing van tweedehands buispalen op een stuk van de Kromme Nieuwegracht levert een besparing op van 79% MKI en 52% aan broeikasgassen op.