CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Duurzaamheidsverslag 2024

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Duurzaamheidsverslag en Voortgangsrapportage Energie van de stad 202421.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor deze inspanning geeft de rijksoverheid een subsidie van € 44.000 die ten bate van het project komt. Circulaire grondstoffencorridor De Circulaire Grondstoffencorridor Utrecht is met Europese subsidie (EFRO) als stedelijk-, innovatieprogramma opgezet om hergebruik van bouwmaterialen in Utrecht te vergroten. Het is een unieke samenwerking tussen marktpartijen in de bouw (aannemers, sloop-/demontagebedrijven, hubs en bewerkers, architecten), een woningcorporatie, kennisinstellingen en de gemeente Utrecht. In netwerkbijeenkomsten en werkgroepen is gewerkt aan tools en aanbevelingen om obstakels voor hergebruik in de praktijk te verkleinen. Gelijktijdig wordt in een zevental pilots praktijkervaring opgedaan met hergebruik van bouwmaterialen. Deze ervaringen gebruiken we om hergebruik en de veranderende samenwerking tussen partijen die daarvoor nodig is op te schalen.

Gebiedsontwikkeling en projecten Binnen gebiedsontwikkeling en projecten zetten we in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 in op circulair bouwen binnen onze tenders en maatschappelijk vastgoed. Binnen tenders behaalden we al goede circulaire resultaten, zoals het Horecapaviljoen aan de Haarrijnseplas, met een hoog percentage biobased materialen.

Convenant Toekomstbestendig Bouwen en Het Nieuwe Normaal In onze gebiedsontwikkeling werken we met indicatoren uit het convenant Toekomstbestendig Bouwen. In tenders, die de gemeente uitzet, zijn criteria rondom duurzaamheid opgenomen. Partijen die meer duurzaam bouwen (niveau goud) ontvangen meer punten en maken daarmee kans op gunning van de tender. Het convenant wordt doorontwikkeld, waarbij wij als gemeente nauw

betrokken zijn. In 2024 is versie 2.0 van het convenant gepubliceerd, waarin onder andere Het Nieuwe Normaal is geïntegreerd. Het Nieuwe Normaal is een raamwerk waarmee we circulair bouwen meten via de daarin gestelde indicatoren. In 2024 is deze doorontwikkeld tot een nieuwe versie, gepubliceerd in december 2024. Figuur 12.4.1 MPG-waarden vergunningen nieuwbouwwoningen

De Milieuprestatie Gebouwen (MPG), in dit geval voor de nieuwbouw van woningen, geeft aan welke milieu-impact een gebouw heeft. Hoe lager de MPG-waarde, des te beter voor het milieu. Hiermee vormt het een indicator voor de mate van circulair bouwen. De gemiddelde MPG-waarde in 2024 is 0,64 en daarmee iets slechter dan die van 2023. Als gemeente mogen wij geen strengere eisen stellen aan de MPG dan landelijk is vastgelegd in het bouwbesluit. Hierdoor hebben we bij veel projecten geen invloed op de uitkomst.

12.5 Circulaire materiaal- en reststromen Upcyclecentra We ontvingen als gemeente ruim 1,1 miljoen euro Europese subsidie voor de ontwikkeling van twee Upcyclecentra en het sluiten van de circulaire stadshoutketen. Er is een aannemer geselecteerd voor de bouw van het eerste circulaire Upcyclecentrum bij het Hof van Cartesius. Stichting UP is opgericht en gestart met het betrekken van bewoners voor hergebruik van restmaterialen. Er zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd op het afvalscheidingsstation Tractieweg voor de inzameling van herbruikbare materialen. Zie voor meer info de Raadsbrief Update Upcyclecentra Utrecht Utrecht iBabs Publieksportaal.

Project PREUSE Begin 2024 is er een start gemaakt met de ontwikkeling van een circulair grondstoffendepot. Op het aangekochte perceel op Lage Weide slaan we materialen uit de openbare ruimte op voor hergebruik. Vanuit het project PREUSE krijgt gemeente Utrecht subsidie voor deze ontwikkeling, waarbij er wordt samengewerkt om kennis uit te wisselen met verschillende steden in onder andere Frankrijk, België en

Luxemburg, die met vergelijkbare projecten bezig zijn. In 2024 zijn hiervoor diverse kennissessies georganiseerd.

12.6 Van afval naar grondstof De inwoners van Utrecht produceerden in 2024 gemiddeld 361 kg afval per persoon, waarvan 165 kg aan grondstoffen gescheiden ingezameld werd, oftewel 46% van het afval. - Het Nieuwe Inzamelen wordt nog ingevoerd waar herinrichting plaatsvindt. Het gaat dan om de laatste stukjes waar dit een passend inzamelsysteem voor is. Bij Het Nieuwe Inzamelen maken inwoners gebruik van ondergrondse containers om het restafval weg te gooien, en halen we gft en oud papier zo veel als mogelijk met kliko’s aan huis op. - We hebben voorbereidingen gedaan voor het uitbreiden van het inzamelsysteem voor groente-, fruit-, en etensresten plus tuinafval (GFE+T). - We hebben onderzoeken gedaan mogelijkheden voor inzameling in de binnenstad. - We hebben de regels voor ongewenst reclamedrukwerk, de ja-ja sticker oftewel het opt-in systeem, aangescherpt. GFE+T Een groot deel van ons ongescheiden restafval bestaat nog uit groente-, fruit-, en etensresten. Samen met het tuinafval is dit samen het GFE+T. Om dit meer te scheiden gaan we het inzamelsysteem uitbreiden. Voordat een nieuw inzamelsysteem geïntroduceerd kan worden, zijn veel voorbereidingen nodig: - Voor de hoogbouw met voldoende openbare ruimte breiden we het inzamelsysteem uit door hier containers te gaan plaatsen.

We hebben we de volgende voorbereidingen getroffen: o Het opstellen van plaatsingsrichtlijnen, zodat we op geschikte plekken containers kunnen plaatsen en inwoners hier inspraak op hebben. o Het aanpassen van het concept ontwerp voor het inzamelmiddel naar een Utrechts model. o Het voorbereiden van de aanbesteding voor de aanschaf van de containers ten behoeve van de pilot. - Voor de dichte bebouwing met weinig ruimte in de openbare ruimte werken we in een innovatie traject samen met de gemeente Rotterdam en de leverancier Sidcon aan de ontwikkeling voor een nieuw inzamelmiddel. We zijn de onderzoeksfase gestart, waarbij we één onderzoeksrichting nader onderzoeken. Dit concept bestaat uit een ondergronds inzamelmiddel dat met een vacuümtechniek leeggezogen kan worden. Om inwoners te laten zien wat we met het ingezamelde GFE+T doen, hebben we meegedaan aan de landelijke compostactie. Inwoners konden een gratis zak compost ophalen. Binnenstad De Binnenstad biedt veel logistieke uitdagingen. We hebben onderzoeken uitgevoerd op welke wijze we de inzameling daar kunnen aanpassen om beter aan te sluiten bij onze ambities om meer afval te scheiden, maar om ook te voldoen aan de emissievrije zone. De onderzoeken zijn onderdeel van het geheel van de aanpak Binnenstad, waarbij meerdere oplossingen nodig zijn voor de inzameling. U wordt hier via een raadsbrief verder over geïnformeerd.

Opt-in: de Ja-Ja sticker Met het opt-in systeem voorkomen we dat inwoners ongewenst ongeadresseerde post ontvangen. Met het vernieuwen van de afvalstoffenverordening, is het opt-in systeem verder aangescherpt. We voorkomen dat reclamebladen met minimale redactionele inhoud als huis-aan-huisblad verspreid kunnen worden. Het is verspreiders ook niet meer toegestaan om post te versturen die geadresseerd is ‘aan de inwoners van’.

Ons Schone Stadsie Met ‘Ons Schone Stadsie’ zetten we ons in voor een schone en duurzame stad. Met campagnes geven we aandacht aan verschillende onderwerpen die te maken hebben met afval en afval in de openbare ruimte. - Goed gescheiden grondstoffen kunnen we recyclen. De website Welk afval in welke bak | gemeente Utrecht is geheel vernieuwd. Inwoners kunnen nu nog makkelijker vinden wat in welke bak moet. Met digitale posters en filmpjes op social meda laten we zien hoe de verschillende afvalstoffen weggegooid moeten worden. - Regels rond ondergrondse containers: Helaas zien we nog veel afval dat niet juist aangeboden wordt. Bij een aantal ondergrondse containers hebben we op een ludieke manier inwoners aangespoord geen afval naast de containers te plaatsen. - Grofvuil: Met een online campagne en stickers op de vuilniswagens hebben we de verschillende mogelijkheden onder de aandacht gebracht om grof vuil aan te bieden, zoals gratis op afspraak aan huis, of het gratis lenen van de bakfiets of aanhanger. - Campagne tweedehands met de feestdagen We hebben rondom de feestdagen een campagne gevoerd door inwoners te inspireren om ook eens voor tweedehands spullen te kiezen, zoals cadeaus of kleding. De campagne bestond uit posters in de openbare ruimte en social media. Vervolgens hebben we een inpakactie georganiseerd bij een tweedehandswinkel.

Voor het inpakken werden oude campagnematerialen van de gemeente gebruikt.

Figuur 12.6.1 afvalproductie per inwoner

Afvalproductie per inwoner In 2024 hebben inwoners 361 kg afval weggegooid. Dit is gescheiden en ongescheiden afval. Dit is evenveel als in 2023, maar het afvalscheidingspercentage is wel gestegen van 45% naar 46%. Dat betekent dat van de totale hoeveelheid ingezameld afval meer afval gescheiden wordt weggegooid en er voor verbranding meer grondstoffen zoals plastic uit het afval gehaald worden. Er is minder fijn

restafval weggegooid en er werd meer plastic, blik en pak nagescheiden. Toch was de nascheiding nog niet optimaal, omdat de verwerker AVR nog niet alles zelf heeft kunnen nascheiden door de nasleep van de brand in 2023. Ze hebben een deel van het afval laten nascheiden door andere verwerkers. De grondstofstromen gft, papier, glas en textiel zijn minder gescheiden ingezameld. Een groot deel van ons ongescheiden restafval bestaat nog uit groente-, fruit-, etensresten en tuinafval (GFE+T). Dit willen we meer gaan scheiden, zodat we het restafval verder kunnen verminderen. In 2024 hebben we daarom voorbereidingen getroffen om het inzamelsysteem uit te breiden. Figuur 12.6.2 ontwikkeling in afval per inwoner 2022 - 2024

Grof restafval halen we op afspraak aan huis op, op de afvalscheidingsstations en als ‘bijplaatsingen’ uit de openbare ruimte. Dit afval wordt vooraf niet gescheiden en voeren we af als grof restafval. Het wordt door de afvalverwerker nagescheiden. De cijfers geven de resultaten weer na nascheiden.

Figuur 12.6.3 percentage afvalscheiding na nascheiding

Van al het ingezamelde huishoudelijk afval wordt 46% gescheiden. Dit is inclusief de resultaten door de nascheiding van het grof afval en het Plastic, Blik en Pak afval uit het fijne restafval. Met de kliko’s en ondergrondse containers voor grondstoffen wordt 28% van het fijn huishoudelijk afval gescheiden, met nascheiding stijgt het scheidingspercentage naar 33%. Op de afvalscheidingsstations wordt 69% van het afval gescheiden aangeboden, met nascheiding stijgt het scheidingspercentage naar 82%.

De afvalproductie van de vier grootste gemeenten van Nederland

G4 vergelijking

Van de vier grootste gemeenten heeft Amsterdam de laagste afvalproductie per inwoner gevolgd door Utrecht. Het aandeel gescheiden inzameling ligt in Utrecht hoger dan in de andere 3 grote steden: Utrecht 39%, Den Haag 19%, Amsterdam 18%, Rotterdam 22%. Het betreft de bronscheiding van het totale huishoudelijke afval. Het huishoudelijke restafval wordt met nascheiding nog verder gescheiden. Deze vergelijking betreft (voorlopige) cijfers tot en met 2023. De CBS cijfers wijken iets af van de gemeentelijke cijfers omdat de CBS cijfers niet zijn gecorrigeerd voor bedrijfsafval dat in de route van huishoudelijk afval is opgehaald.

13. Duurzame leefomgeving: bodem Bodem en ondergrond In Utrecht werken we aan een gezonde leefomgeving. Een gezond, robuust bodem en watersysteem en duurzaam gebruik van de ondergrond zijn randvoorwaarden voor een gezonde leefomgeving. Langs de vier B’s van beschermen, beter maken, beheren en benutten, werken we aan de duurzame balans tussen het gebruik van de ondergrond en de bescherming van bodemkwaliteiten. Het werken volgens deze principes past bij de denkwijze van de Omgevingswet. Waar het bodembeleid tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet voornamelijk gericht was op saneren van verontreinigingen, is dit beleid nu gericht op bodemkwaliteitszorg met als doel een duurzaam gebruik van de bodem.

13.1 Beschermen van bodemkwaliteit Het beschermen van bodemkwaliteit is belangrijk voor onze gezondheid, voor het bodemleven en om duurzaam gebruik van bodem en ondergrond nu en in de toekomst mogelijk te houden. In 2024 is met het opstellen van de concept Beleidsnota Ondergrond gewerkt aan een verdere invulling van het beleid om specifieke bodemkwaliteiten beter te beschermen. De concept Beleidsnota Ondergrond wordt in 2025 aan de Raad voorgelegd.

13.2 Beter maken van bodemkwaliteit Door allerlei (bedrijfs-)activiteiten in de stad is de kwaliteit van de bodem en het grondwater op verschillende plaatsen aangetast. De afgelopen decennia heeft de gemeente de meest spoedeisende bodemverontreinigingslocaties gesaneerd. We monitoren de meest risicovolle locaties voor verspreiding en bedreiging van kwetsbare objecten zoals drinkwaterwinning, zodat we kunnen ingrijpen als dat nodig blijkt te zijn. De saneringslocaties Griftpark en Nedereindse Plas zitten in een fase waarin we de omvangrijke verontreinigingen beheersen en controleren. Wetenschappelijk onderzoek naar de afbraakpotentie van de micro-organismen in de grond van het Griftpark moet bijdragen aan verdere afbouw van de nazorg. En ook voor de Nedereindse Plas geldt de saneringsfase is afgerond en we de nazorg optimaliseren. In 2024 zijn door de gemeente onderzoeksen saneringswerkzaamheden opgestart naar onder andere een PFAS-verontreiniging bij de brandweerkazerne aan de Sartreweg en verontreinigingen in de vaste bodem van de moestuinen aan de Groenewoudsedijk. Naast de gemeente voeren ook grondeigenaren en initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen in de stad bodemsaneringen uit. Specifiek voor het verbeteren van de grondwaterkwaliteit heeft de gemeente in 2016 het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer vastgesteld.

De activiteiten van chemische wasserijen en metaalverwerkende bedrijven in het verleden hebben geleid tot omvangrijke diepere grondwaterverontreinigingen, die ook nu nog in het grondwater aanwezig zijn. Het gebiedsplan uit 2016 geeft ons instrumenten om maatregelen te nemen om het nog schone grondwater in de gemeente te beschermen en de grondwaterkwaliteit van het verontreinigde gebied te controleren en te verbeteren. Sinds 2022 wordt gewerkt aan een actualisatie van dit gebiedsplan, een omvangrijk en complex proces. In 2024 zijn hiervoor onder andere onderzoeken uitgevoerd, een diepe boring geplaatst en een stakeholdersessie gehouden. Gebleken is dat de biowasmachine niet werkt, zoals oorspronkelijk gedacht en er meer verontreiniging wordt verwacht onder het centrumdeel van de stad. Zie voor meer informatie de Raadsbrief Voortgang Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer.

13.3 Beheren van bodemkwaliteit en ondergrond Het beheren van de bodemkwaliteit en de ondergrond is noodzakelijk voor een gezonde, duurzame leefomgeving. De chemische bodemkwaliteit beheren we onder andere door het ‘stand still’ principe te hanteren voor het toepassen van grond. Dit houdt in dat op een specifieke locatie alleen grond met een gelijke of betere chemische kwaliteit mag worden toegepast dan al aanwezig. De verontreinigingen in het grondwater worden beheerd door maatregelen die actieve verspreiding voorkomen en door een verbod op het doorboren van de scheidende laag tussen het vieze en het schone grondwater. Een ander aspect van bodembeheer is het weten waar wat in de bodem en ondergrond aanwezig is en welke functies de bodem op een specifieke locatie kan uitvoeren. In 2024 is meer inzicht in onze bodem en ondergrond verkregen door onder andere het opleveren van een kaart met onontplofte oorlogsresten en de verdere bouw van het 3D-model van de ondergrond. Beide instrumenten helpen ons om afwegingen te maken waar in de ondergrond we welke functies duurzaam willen ontwikkelen/toestaan en waar niet. Daarnaast beheren we ons bodeminformatiesysteem en vullen we dat aan met nieuwe informatie. In 2024 hebben we 5.107 onderzoeksrapporten verstrekt aan private en commerciële partijen, veelal in verband met woningtransacties en bouwactiviteiten. Dit is 27% minder dan in 2023.

13.4 Benutten van bodemkwaliteiten en ondergrond Bodemkwaliteiten en de ruimte onder het maaiveld zetten we in een duurzame en leefbare stad. Echter het benutten van ruimte onder het maaiveld leidt soms tot verlies van kwaliteit. In de concept Beleidsnota Ondergrond zijn ambities geformuleerd die bijdragen aan een balans tussen benutten en beschermen van de bodem. De concept Beleidsnota Ondergrond wordt in 2025 aan de Raad voorgelegd. Figuur 13.4.1 aantal nieuw aangelegde open bodemenergiesystemen in Utrecht

Belangrijke vorm van benutting van een van de bodemkwaliteiten in de stad is de opslag van warmte en koude via bodemenergiesystemen. Opslag van warmte en koude vindt in Utrecht via zowel

gesloten als open bodemenergiesystemen plaats. In 2024 waren in totaal 94 vergunning voor open bodemenergiesystemen afgegeven, het aantal vergunde open systemen is met 3 gegroeid sinds 2023. Figuur 13.4.2 aantal nieuw aangelegde bodemwarmtewisselaars naar circulatievloeistof

Het aantal bodemwarmtewisselaars (gesloten bodemenergiesystemen) is in 2024 licht gegroeid met 17, in totaal zijn nu 1.196 systemen geregistreerd. Het totaal aantal bodemlussen is in 2024 gegroeid naar 4.444, hiervan is 42% gevuld met een mengsel van water en antivries en 58% met (zout) water. De met water gevulde bodemlussen geven bij eventuele lekkage minder kans op bodemvervuiling. In totaal was in 2024 ongeveer 590 km bodemlus in de Utrechtse bodem aanwezig.

14. Eigen organisatie 14.1 Inleiding In dit duurzaamheidsverslag hebben we de informatie over de eigen gemeentelijke organisatie in het hierna volgende deel bij elkaar gebracht. Het betreft achtereenvolgens: Energie • • • • • •

Energietransitie gemeentelijk maatschappelijk vastgoed Energiegebruik eigen organisatie Garanties van oorsprong Energiebehoefte gemeentelijke kantoren Zonne-energie en zonne-warmte op het eigen vastgoed Directe CO2 uitstoot gemeentelijk vastgoed

Mobiliteit • •

Vervoerswijze werknemers Aandeel elektrisch gemeentelijk wagenpark

Inkoop en afval • • • •

Maatschappelijk verantwoord inkopen Circulaire inkoop en grondstoffen Afval stadskantoor Catering

14.2 Energietransitie gemeentelijk maatschappelijk vastgoed In 2024 is gewerkt aan een nieuw beleidskader voor duurzaamheidsinvesteringen in het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed: de CO2-reductiemethode. Een nieuw kader was noodzakelijk nadat het vorige beleidskader, de Versnellingsopgave Energieneutraal Kernvastgoed, in 2023 is stopgezet naar aanleiding van een kritisch rekenkameronderzoek over de voortgang hiervan. De Versnellingsopgave leverde enkel een financiële bijdrage wanneer een gebouw volledig energieneutraal werd opgeleverd. In de praktijk bleek de stap naar energieneutraal echter niet altijd haalbaar, waardoor voor duurzaamheid geoormerkte middelen gedeeltelijk onbenut bleven. De CO2-reductiemethode stelt daarom iedere bespaarde ton CO2 centraal, waardoor wij ons vastgoed stapsgewijs verduurzamen binnen de huidige beperkingen als gevolg van netcongestie en de financiële situatie van de gemeente. De CO2-reductiemethode houdt rekening met toekomstige maatschappelijke kosten die ontstaan door elke ton CO2 die wij als samenleving nu uitstoten. Te denken valt aan kosten voor een dijkverhoging, adaptatiemaatregelen en schade aan gebouwen, economie en infrastructuur door toenemende weersextremen. Onderzoekers van het Duitse Ministerie van Milieu hebben berekend dat 1 ton CO2uitstoot in de toekomst € 875,- aan maatschappelijke kosten veroorzaakt.

Met de CO2reductiemethode constateren we dat het maatschappelijk rendabel is om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen waarvan de huidige kosten voor het reduceren van CO2-uitstoot lager of maximaal gelijk zijn aan dit bedrag. De CO2- reductiemethode fungeert daarmee als afwegingskader om maatschappelijk rendabele duurzaamheidsmaatregelen te identificeren. De CO2-reductiemethode is in 2024 in pilotvorm getest op vier gebouwen en vastgesteld door het college (Raadsbrief Uitkomst pilot CO2-reductiemethode). Met de overgebleven middelen van de Versnellingsopgave voeren we op korte termijn de maatschappelijk rendabele duurzaamheidsmaatregelen uit die tijdens de pilot zijn geïdentificeerd. In 2024 zijn de volgende duurzaamheidsresultaten behaald: • • • • •

Onderwijslocatie Sportcampus in Leidsche Rijn is energieneutraal opgeleverd. Het monumentale gebouw Directievilla Cereoolfabriek is aardgasvrij gemaakt en maximaal geïsoleerd. Tijdelijke sporthal Tempo op sportpark Loevenhoutsedijk is bijna energieneutraal opgeleverd. Een nieuw hockeyveld op sportpark Nieuwe Welgelegen is watervrij waarmee sproeiwater wordt bespaard. Daarnaast is gewerkt aan de planvoorbereiding voor renovatie en verduurzaming van verschillende gebouwen.

14.3 Energiegebruik eigen organisatie Figuur 14.3.1 energiegebruik hele gemeentelijke organisatie

In 2024 betrof het totale energiegebruik van de gemeentelijke organisatie 272.407 GJ. Dit is de energie nodig om bijvoorbeeld: • • • •

De gemeentelijke accommodaties en gebouwen te verwarmen en te verlichten; De riolering te laten functioneren; De openbare ruimte te verlichten; Het verkeer te managen.

Het energiegebruik in 2024 is licht afgenomen ten opzichte van 2023. Verduurzaming van gebouwen en installaties in de openbare ruimte zorgen voor een lager energiegebruik. Het energiegebruik bij bereikbaarheid stijgt door het toenemende elektriciteitsverbruik in parkeergarages. Dit wordt veroorzaakt door het elektrisch laden. Weersinvloeden zijn beperkt, de gemiddelde temperatuur in 2024 was nagenoeg gelijk aan 2023.

14.4 Garanties van oorsprong Figuur 14.4.1 garanties van oorsprong van de gebruikte elektriciteit

Gemeente Utrecht heeft een energiecontract met Greenchoice voor de levering van duurzame elektriciteit. Alle elektriciteit die niet zelf wordt opgewekt met zonnepanelen op de gemeentelijke daken wordt door Greenchoice geleverd vanuit nieuw gerealiseerde windpark Oosterscheldekering. Daarmee levert de gemeente een bijdrage aan de ontwikkeling van additionele windenergie. In 2024 heeft Greenchoice 44.102.794 kWh geleverd aan de gemeente. Op 62 gemeentelijke daken liggen zonnepanelen waarmee in 2024 ongeveer 3,3 miljoen kWh is opgewekt, 7,5% van de gemeentelijke stroombehoefte werd dus met zonne-energie opgewekt. Wanneer een gebouw meer zonne-energie opwekt dan dat het zelf gebruikt ontstaat er een Garantie van Oorsprong (GVO). Met deze GVO`s verduurzamen we een deel van ons elektriciteitsgebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b2b8924b-44d7-40dc-982e-edc30cf960c9