Conceptverslag VOWE 8 februari 2024
Tekst van het document
30
35
40
45
50
55
De voorzitter ziet uit naar de agendering van dit onderwerp door onder andere het CDA en sluit de bespreking van het onderwerp af.
8. Rekenkameronderzoek en bijbehorende raadsvoorstel ‘Het gaat niet goed’ Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt na een korte schorsing om de bespreking van het agendapunt over de segregatie-monitor te verschuiven in verband met de afwezigheid van mevrouw Raaijmakers. Zij wil er graag bij zijn. De behandeling van het leerlingenvervoer kan worden doorgeschoven naar april 2024
De voorzitter deelt na overleg met de griffier mee dat eerder afgesproken is dat de balans eind van de middag wordt opgemaakt. Hij stelt voor om aan die afspraak vast te houden. De voorzitter heet mevrouw ’t Lam van de Rekenkamer en wethouder Eerenberg van harte welkom. De rekenkamer heeft de uitvoering en doeltreffendheid van het beleid voor mentale gezondheid in Utrecht onderzocht en gepubliceerd in het rapport ‘Het gaat niet goed’. Hoofdconclusie van de rekenkamer is dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid van Utrechters en niet met het gemeentebeleid hierop. In het bijbehorende raadsvoorstel stelt de rekenkamer voor het college onder meer te verzoeken dit onderwerp integraal op te pakken, het een concreet doel te geven en doel en budget op elkaar af te stemmen. Mevrouw ‘t Lam (Rekenkamer) heeft geconstateerd dat een grote Utrechters met mentale klachten (alleen al 12.000 jongvolwassenen) niet worden bereikt dan wel geholpen. Daarmee vervult de gemeente haar taak op het gebied van preventie niet. Daardoor wordt de druk op de GGZ ook niet verminderd. Slechts een kleine groep mensen, 2500, is bereikt. Daarvoor zijn incidentele middelen ingezet. Het is dan ook maar zeer de vraag of er sprake is van structurele gezondheidswinst. Pagina 32 van 56
5
10
15
20
25
30
35
40
45
De positieve effecten blijven uit omdat er weinig terecht is gekomen van de uitvoering. De in de nota genoemde activiteiten zijn niet uitgevoerd. Partijen ervaren geen sturing van de gemeente. Verder is de basis van het beleid niet op orde. Er is geen concreet doel geformuleerd, er is geen samenhangend pakket van maatregelen en de grote ambities in de Nota volksgezondheid 20242027 staan niet in verhouding tot de zeer beperkte middelen van slechts 50.000 euro die hiervoor beschikbaar waren. Verder zijn de ontwikkelingen onvoldoende gemonitord en geëvalueerd. De aanbevelingen in het raadsvoorstel hebben betrekking op het beter afstemmen van doel en middelen, het onderbouwen van interventies voor het te bereiken doel, een betere monitoring en evaluatie met onder andere betere afspraken met de andere partijen en een betere inhoudelijke sturing op de doelen. Externe professionals en jongeren hebben eind december een gesprek had met de raad naar aanleiding van het rapport. Ook zij vragen aandacht voor de aanbevelingen en voor het feit dat vraag en aanbod niet op elkaar zijn afgestemd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) stelt vast dat de rekenkamer kritisch is. GroenLinks kan zich vinden in de meeste aanbevelingen. De fractie heeft nog enkele vragen en opmerkingen. • Er is sprake van een groot aantal doelstellingen, maar ook van te weinig middelen en mankracht.
Waren de doelstellingen wel realistisch? Voor het realiseren van de doelstellingen is een goede afstemming nodig met organisaties in de keten. De gemeente vervult de functie van aanjager. GroenLinks ziet uit naar de aangekondigde stappen op dit vlak. • Uit de aanbevelingen 3 en 4 blijkt dat het voor ambtenaren een worsteling is geweest om alle doelstellingen te realiseren. De doelstellingen moeten dan ook concreter en realistischer worden geformuleerd. Daarmee kan ook het proces beter worden gemonitord. Het is echter lastig om de werking en doeltreffendheid van preventieve maatregelen te meten. Hoe ziet de rekenkamer dat en hoe denkt de rekenkamer over de wijze van evalueren en monitoring? Dat mag echter niet ten koste gaan van het volledige personeelsbudget. • GroenLinks ziet kansen voor de gemeente in de vorm van een verbindende rol tussen de initiatieven in de stad, maar ook het beter in beeld brengen van initiatieven in de stad. Jongeren weten niet waar ze informatie kunnen vinden over preventieve mentale zorg. Ook huisartsen weten dat vaak niet. In de motie van 21 februari 2019 is daar al naar gevraagd. GroenLinks vraagt de wethouder dan ook om de motie alsnog uit te voeren en dit op te nemen in de Nota volksgezondheid 2024-2027.
Daarmee kan de gemeente de kracht van de organisaties die op dit terrein actief zijn in de stad benutten om zoveel mogelijk mensen te helpen die kampen met mentale gezondheid. Mevrouw Stylianou (D66) is verbaasd dat met de coronagelden slechts 2500 mensen bereikt zijn. Zij wil weten hoe het college aankijkt tegen de bevindingen van de rekenkamer. Waarom zijn de netwerken in het sociaal domein niet op de hoogte van de netwerken in de sociale gezondheid. Het Steunpunt zelfregie en herstel constateert dat er overal wachtlijsten zijn en dat huisartsen en buurtteams nauwelijks mensen doorverwijzen. Kennelijk zijn ze niet op de hoogte van allerlei initiatieven. D66 pleit voor een maandelijks te updaten lijst met allerlei initiatieven op het gebied van mentale gezondheid. Ook vraagt de fractie de wethouder de eerder aangehaalde motie uit 2019 alsnog uit te voeren. Mevrouw Stylianou roept op om praktisch aan de slag te gaan (hosselmentaliteit) met een up-todate overzicht. Daarmee wordt dat ook meer bekend, onder andere bij huisartsen. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt wat hosselen betekent.
50
55
60
Mevrouw Stylianou (D66) legt uit dat het betekent om praktisch aan de slag te gaan; iets of iemand regelen en zorgen dat het ook gebeurt. Er wordt ook teveel gedacht dat er altijd een expert nodig is. Er is eerder meer support nodig zodat mensen zelf aan de slag kunnen gaan. Bij mentale problemen is er ook geen concrete relatie tussen oorzaak en gevolg enerzijds en de behandeling anderzijds. Bij psychisch lijden spelen vele aspecten mee als armoede en zingeving. Hoe ga je dat meten? En hoe kun je een concreet doel formuleren? Met het benoemen van het aantal mensen dat je helpt, sla je de plank wellicht mis. Hoe kun je een kwalitatief doel formuleren met ruimte voor passende behandelingen? D66 pleit voor aandacht voor laagdrempelige initiatieven waarmee mensen zelf aan de slag kunnen gaan met hun herstel. Het Steunpunt zelfregie en herstel pleit ook voor kleine stapjes bij innovatieve initiatieven. Dat past echter niet in de subsidievoorwaarden. Pagina 33 van 56
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) stelt vast dat het psychisch welzijn van de inwoners van Utrecht verslechtert. Daar moet de gemeente meer grip op krijgen. De rekenkamer maakt nu duidelijk dat het bereik ver achterblijft bij de omvang van de problematiek. Mensen krijgen op dit moment onvoldoende hulp. Mevrouw De Vries ziet uit naar een reactie van het college op de aanbevelingen en naar de stappen die de wethouder gaat zetten om hiermee aan de slag te gaan. Veel jongeren hebben problemen met hun mentale gezondheid. Zij maken zich zorgen over het klimaat en hebben bijvoorbeeld klimaatstress. Ipsos heeft na onderzoek vastgesteld dat driekwart van de jongeren zich zorgen maakt over het klimaat en 20% regelmatig tot vaak klimaatstress ervaart. Heeft de wethouder zicht op hoe klimaatstress invloed heeft op het mentale welzijn? Is hij bereid om ook dit onderwerp mee te nemen in de nieuwe Nota volksgezondheid? De organisaties in Utrecht zijn versnipperd en moeten bij elkaar worden gebracht onder een overkoepelende organisatie. Daarmee wordt het aanbod beter zichtbaar en weten mensen waar ze terecht kunnen. Partij voor de Dieren pleit tot slot voor inzet op preventie. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) stelt vast dat Partij voor de Dieren verschillende suggesties doet. De middelen van de gemeente zijn echter beperkt.
Waar moet de gemeente zich op richten? Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) vindt dat de gemeente zich moet richten op de structuur om organisaties beter te kunnen steunen. Mevrouw Barelds (CDA) stelt vast dat het beleid van de gemeente geen duidelijk doel heeft, dat er te weinig geld is en dat niet wordt geëvalueerd. De doelstellingen zijn niet gerealiseerd. De voortgangsrapportages bevatten te weinig informatie. Het CDA heeft enkele vragen en opmerkingen. • Wat is de reactie van de wethouder op het verschil tussen de beloften en de werkelijke uitvoering? Hoe gaat hij er voor zorgen dat de doelstellingen wel worden gerealiseerd? • Het CDA ziet het gezin als een plek waar problemen bespreekbaar moeten kunnen worden gemaakt, maar ook in de nabije omgeving als school en (sport)vereniging. Daarvoor is de hele gemeenschap nodig. • Welke maatregelen gaat de wethouder nemen voor verbetering? • Het college moet goede doelstellingen formuleren, rekening houden met het gezin en de gemeenschap. • Wat is de mening van de rekenkamer van de wijze waarop het college heeft gereageerd op de bevindingen en aanbevelingen? Mevrouw Ramaker (VVD) prijst de leesbaarheid van het raadsvoorstel en het rapport, maar vindt het beschamend dat slechts weinig inwoners zijn geholpen met het budget van 50.000 euro per jaar.
Zij vindt het nog beschamender dat het college het in 2019 unaniem aangenomen voorstel niet heeft uitgevoerd, waarbij de raad mentale gezondheid als extra opdracht aan de nota heeft toegevoegd. Ook is niet gerapporteerd wie daadwerkelijk geholpen is. De VVD stemt in met alle aanbevelingen en ziet uit naar een - naast de Nota volksgezondheid afzonderlijk plan van aanpak met een reactie op de aanbevelingen. Dat afzonderlijke plan kan later worden opgenomen in de nota. De VVD wil verder weten op welke manier de uitvoering van moties en amendementen kan worden geborgd en hoe daarbij de raad wordt betrokken.
50
De heer Van Velzen (Student&Starter) merkt op dat de raad met een voorstel in 2019 psychisch gezondheid als een van de speerpunten heeft benoemd. Dat is echter niet zo behandeld. Er is minder dan 1fte begroot voor de uitvoering, er zijn geen duidelijke doelen gesteld, is geen sprake van een goede monitoring en er is geen evaluatie geweest. Hoe kan het zo mis gaan? Steeds meer mensen hebben psychische klachten. Bijna de helft van de jongvolwassenen heeft last van stress, angst of zit niet lekker in zijn vel. Met deze cijfers kun je spreken van een welzijnscrisis onder jongvolwassen.
55
Mevrouw Nederhand (Volt) vraagt Student&Starter om een reactie op het probleem dat D66 stelt dat het moeilijk is om naast kwantitatieve ook kwalitatieve doelen te stellen.
60
De heer Van Velzen (Student&Starter) beaamt dat het ingewikkeld is. Daarom is het belangrijk te weten binnen welke kaders de doelen moeten worden gesteld, hoeveel budget er beschikbaar is en wat haalbaar is. Daarbinnen moet een balans gevonden worden. Pagina 34 van 56
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Voor de verschillende doelgroepen is gericht beleid nodig. Eerder lag de focus op jeugd en jongvolwassenen. Dat is tussentijds aangepast. Daar is de raad echter niet bij betrokken geweest. Student&Starter pleit voor aandacht voor preventie om klachten in de verdere levensloop te voorkomen. Ook onderwijsinstellingen spelen hierbij een rol. Mevrouw Stylianou (D66) heeft dat ook overwogen, maar merkt op dat de mentale gezondheid van ouders gevolgen hebben voor de mentale gezondheid van jongeren. De heer Van Velzen (Student&Starter) beaamt dat. Maar als er prioriteiten moeten worden aangebracht, kiest Student&Starter voor aandacht voor preventie bij de jeugd. Als je de weinige beschikbare middelen uitspreidt over veel verschillende groepen, blijft er voor niemand wat over. Student&Starter pleit er ook voor om onderwijsinstellingen bij het beleid te betrekken. Mentale weerbaarheid en mentale gezondheid zijn belangrijke onderdelen van de pedagogische rol van die instellingen. De fractie kan zich vinden in de adviezen van de rekenkamer onder andere over de bekendheid van netwerken, het stellen van duidelijke haalbare doelen en een degelijke monitoring en evaluatie. Welke rol hebben studenten- en jongerenorganisaties hierbij? Zij moeten bij het beleid, monitoring en evaluatie worden betrokken.
Kan de wethouder dat toezeggen? Student&Starter pleit voor campagnes en toegankelijke evenementen (in samenwerking met diverse partners in de stad) om de bespreekbaarheid van mentale gezondheid te vergroten. Welke acties zijn er haalbaar met de beschikbare budgetten? De heer Van Velzen roept de wethouder op zo snel mogelijk aan de gang te gaan zodat de mentale gezondheid van de Utrechters snel op orde komt. De voorzitter heet de heer Van Velzen van harte welkom in deze commissie en feliciteert hem met zijn eerste bijdrage. Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) vraagt Student&Starter naar haar mening over klimaatstress en of de fractie ook vindt dat dit onderwerp moet worden meegenomen in de Nota volksgezondheid. De heer Van Velzen (Student&Starter) beaamt dat dat een veel voorkomend probleem is onder jongeren, net als financiële stress en stress bij het zoeken naar een huis. Het is goed om verschillende oorzaken van stress in de nota te benoemen. Mevrouw Leever (PvdA) hoopt dat het college de aanbevelingen opvolgt. Zij wil weten wat er lokaal moet gebeuren en wat er landelijk nodig is. Veel van de problematiek is te wijten aan armoede en bijvoorbeeld prestatiedruk. De mentale gezondheid staat al langere tijd onder druk en er is een toenemende vraag naar hulp. Ook groeiende is de multiproblematiek.
Er is nu geen informatie wat er gedaan is om de mentale gezondheid te bevorderen en wat het precies oplevert. Dat kan alleen als je goed meet. Gaat de wethouder daar beter op sturen? Het budget is te laag om alle doelgroepen te bereiken. Driekwart van alle stoornissen ontstaan voor het 25e levensjaar. De PvdA pleit voor zowel individuele als collectieve preventie. Is de wethouder het daarmee eens? Mevrouw Leever sluit zich aan bij de opmerkingen over versnippering van organisaties en initiatieven. Dat vraagt om een integrale aanpak. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) snapt dat er veel aandacht uitgaat naar jongeren, maar ook veel volwassenen en (eenzame) ouderen hebben psychische en mentale problemen. Mevrouw Leever (PvdA) is het daarmee eens. Zij herhaalt dat driekwart van de problemen ontstaan voor het 25e levensjaar. Dan is het niet meer dan logisch om op die groep te focussen. Dat hoeft overigens het ander niet volledig uit te sluiten. De heer Otto (EenUtrecht) noemt veel groepen mensen die kampen met psychische en mentale problemen, zoals eenzame ouderen, verslaafden, ex-gedetineerden, getraumatiseerde statushouders, dak- en thuislozen en mensen in armoede. Kun je dan überhaupt wel een keuze maken? Nee! Dus moet er meer geld bij.
Pagina 35 van 56
5
10
15
20
25
Mevrouw Nederhand (Volt) verwijst naar bericht van Elmo van Sesamstraat straat. Hij vroeg slechts ‘Hoe gaat het met je?’. Er kwamen veel reacties. Mensen bedankten hem voor de doorverwijzingen waar ze terecht konden met hun mentale problemen. Ook in Utrecht ervaren vele doelgroepen stress, prestatiedruk of depressieve gevoelens. Dat blijkt ook uit het rapport van de rekenkamer. Het doorverwijzen gaat, in tegenstelling tot Sesamstraat, in Utrecht niet goed. Veel organisaties doen goed werk, maar de gemeente streeft geen doelen na om de mentale gezondheid van de inwoners te verbeteren. De gemeente werkt ook niet aan preventie, waardoor de druk op de GGZ ook niet minder wordt. Organisaties werken hard, maar niet doelgericht. Mevrouw Nederhand vraagt om een reactie van de wethouder. Uit het rekenkamerrapport blijkt dat de gemeente voornamelijk een faciliterende rol heeft voor de organisaties. Dat is echter niet genoeg. De gemeente moet een meer leidende rol aannemen met duidelijk geformuleerde doelstellingen en indicatoren voor het meten van de effecten. Daarvoor moet goed worden gemonitord en moet actief de samenwerking met de organisaties gezocht worden. Volt vraagt de wethouder dit toe te zeggen. Het college stelt voor om het plan van aanpak op te nemen in de nieuwe Nota Utrechtse volksgezondheid.
Wanneer wordt de nota gepresenteerd en wat gebeurt er met de aanbevelingen die niet in de nota worden opgenomen? Mevrouw ‘t Lam (Rekenkamer) geeft na een korte pauze een reactie op de bijdragen van de fracties. Ze gaat in op de vraag over kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Het gaat niet om onesize-fits-all, zoals werd gezegd; in de gemeente gaat het om down-size: de rol van gemeente hierbij, zowel kwantitatief als kwalitatief. Uit de logische verhaallijn moet blijken dat maatregelen effectief zijn. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt naar de uitwerking in de praktijk. Preventie van mentale gezondheid is een complex probleem. Hoe kun je dat effectief monitoren?
30
35
40
Mevrouw ‘t Lam (Rekenkamer) deelt mee dat je daarbij wat je uiteindelijk wil bereiken en de daarbij behorende denkstappen moet vastleggen. Het gaat dan om het aantal mensen dat je bereikt en in welke mate ze tevreden waren. Uiteindelijk maak je in het verhaal aannemelijk dat dit bijdraagt aan je doel, bijvoorbeeld praktische ondersteuning. In het rapport is opgenomen wat de rekenkamer vindt van de reactie van het college. Mevrouw ‘t Lam is blij dat het college de aanbevelingen overneemt. Het college vraagt ruimte voor experimenten, omdat niet van tevoren bekend is wat de effectiviteit van de maatregelen is. Dat is zeker mogelijk, maar daarvoor moet je het beleid goed onderbouwen en de monitoring en evaluatie goed aanpakken. Daarmee kun je gedurende het traject bijstellingen. De PvdA heeft gevraagd naar de verschillen tussen de landelijke en de lokale aanpak. Vanuit wetgeving (Wet publieke gezondheid, Wmo en Jeugdwet) heeft de gemeente een taak bij preventie. De gemeente moet er zelf invulling aan geven.
45
Wethouder Eerenberg is blij met het inzicht dat het onderzoek heeft opgeleverd. Een eerder college heeft een aantal speerpunten vastgelegd. De raad heeft daar een aantal speerpunten aan toegevoegd. Toen is echter niet gesproken over meer middelen of het beperken van doelstellingen.
50
Mevrouw Ramaker (VVD) valt het op dat bij voorstellen van de oppositie steeds om een dekking wordt gevraagd. Bij voorstellen van de coalitie is dat niet altijd het geval. Bij de (unaniem aangenomen) motie voor het toevoegen van een aantal speerpunten is ook niet gevraagd om een financiële dekking. Wethouder Eerenberg beaamt dat daar destijds onterecht niet over is gesproken.
55
Mevrouw Ramaker (VVD) herhaalt dat het college initiatieven van de oppositie altijd beantwoord met de vraag naar een dekking. Dat is niet het geval bij initiatieven van de coalitie. Wethouder Eerenberg is het met de VVD eens dat die spelregel voor alle raadsleden en fracties moet gelden. Pagina 36 van 56
5
10
15
Tijdens de coronaperiode is het probleem van de mentale gezondheid snel verergert, vooral bij jongeren. Veel jongeren werden de dupe van de maatregelen. Toen is veel geld besteed aan de mentale gezondheid en weerbaarheid van jongeren. Student&Starter heeft daar destijds herhaaldelijk oproepen voor gedaan. De rekenkamer stelt nu vast dat het bereik van die middelen nu moeilijk is vast te stellen. Wat vastgesteld kan worden, is slechts een laag bereik. Echter, nog niet alle verantwoordingen van alle partijen voor de besteding van hun budget zijn binnen. Het bereik zal dan ook meer dan 2500 zijn. De wethouder zegt toe de raad binnen twee weken met een raadsbrief te informeren over het daadwerkelijke bereik. Hij benadrukt dat er in die coronatijd veel is gedaan wat de gemeente nog niet eerder heeft gedaan. De sturing daarop moet nog ontwikkeld worden. De site unboxyourself bevat de publiekscampagne voor jongeren op het gebied van mentale gezondheid. Daarop staat nu het actuele aanbod. Dat aanbod varieert met nieuwe toetreders, nieuwe ideeën, nieuwe initiatieven enzovoort. In de Nota volksgezondheid zal worden opgenomen dat dit aanbod regelmatig wordt geactualiseerd. Mevrouw Nederhand (Volt) wil weten hoe nieuwe initiatieven en organisaties worden gewogen en hoe daarop doelgericht gestuurd kan worden.
20
Wethouder Eerenberg legt uit dat de nota niet op dat niveau wordt geschreven. De VVD vroeg naar een apart plan van aanpak, naast de Nota volksgezondheid. De wethouder is daar geen voorstander van. Dat komt niet overeen met het niveau van de nota. Hij zegt toe dat in een raadsinformatiebrief nader uit te leggen in het tweede kwartaal van 2024.
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat ook huisartsen niet bekend zijn met initiatieven en organisaties op het gebied van mentale gezondheid.
30
Wethouder Eerenberg legt uit dat hij hierover spreekt met de koepel van huisartsen. Het is echter moeilijk om het collectieve en preventieve aanbod op het gebied van mentale gezondheid in de hoofden van de huisartsen te krijgen. De wethouder zegt toe daar samen met de leden van de koepel aan te blijven werken.
35
40
45
50
55
Mevrouw Stylianou (D66) merkt op dat ook in wachtkamers veel informatie kan worden verstrekt met posters en bijvoorbeeld filmpjes. Zij stelt voor om daarvoor de doktersassistentes over te informeren. Wethouder Eerenberg beaamt dat dat mogelijk is, maar deelt ook mee dat dat een serieus grote klus is voor een medewerker. In gesprekken geven (met name) jongeren aan dat zij de route naar de huisarts niet prettig vinden. Daarom is een website met informatie ook belangrijk. Het Steunpunt GGZ zit in het netwerk met de huisartsen. In het Zorgakkoord is opgenomen dat overwogen moet worden of mensen met mentale problemen ook zonder GGZ geholpen kunnen worden. De wethouder prijst de kleine initiatieven op het gebied van mentale gezondheid, maar noemt daarbij het gevaar van versnippering. Vernieuwende initiatieven moet je honoreren, maar moeten daarna worden opgeschaald. Hij waarschuwt ervoor dat de gemeente, ondanks de lange wachtlijsten, niet de hele GGZ- problematiek moet binnenhalen. De taak van de gemeente ligt op het gebied van preventie. De gemeente moet er ook voor zorgen dat het onderwerp bespreekbaar wordt. In het rapport van de rekenkamer is al een bestuurlijke reactie van het college inclusief verbetervoorstellen, opgenomen. De wethouder is het ermee eens dat ook klimaatstress een toenemend probleem is.
Hij is er echter geen voorstander van om een limitatieve lijst van oorzaken in de nota op te nemen. Het CDA vraagt om scherpere en concretere voortgangsrapportages. De wethouder stelt voor om daar in het raadsdebat over dit onderwerp verder over te spreken. De fractie vraagt ook aandacht voor de kracht van het gezin. De wethouder geeft er de voorkeur aan om de gehele omgeving mee te nemen. Wethouder Eerenberg zegt toe te werken aan het beter en smart formuleren van doelstellingen. Mevrouw Nederhand (Volt) wil weten wat de wethouder dan beter wil weten en meten.
Pagina 37 van 56
5
10
15
20
Wethouder Eerenberg legt uit dat het begint met het stellen van doelen. Dat is op het gebied van volksgezondheid inderdaad erg moeilijk. Een doel kan zijn het verkleinen van gezondheidsverschillen, zodat het verschil tussen het aantal gezonde en ongezonde mensen binnen een bepaalde periode minder wordt, bijvoorbeeld met de aanleg van meer groen. Die relatie is echter moeilijk aan te tonen, beaamt hij. Mevrouw Nederhand (Volt) heeft sport- en cultuurmakelaars in de stad gesproken. Zij zijn vanuit Werk en Inkomen benaderd met de vraag hoeveel kinderen zij uit de armoede hebben gehaald. Vanuit Volksgezondheid krijgen ze echter niet de vraag wat zij kunnen betekenen voor kinderen. Wethouder Eerenberg kent deze casus niet, maar beaamt dat er betere gemeten en geteld moet worden en dat de raad daar beter over geïnformeerd moet worden. Het blijft echter lastig om met kortetermijnmaatregelen de gevolgen voor de lange termijn te voorspellen. Er zijn veel factoren van invloed op gezondheid en de mogelijkheden voor de gemeente zijn beperkt. Na het beleidsprogramma volgt het Uitvoeringsprogramma mentale gezondheid. Dan gaat de gemeente met co-creatie met jongeren aan de slag. Ook moet de gemeente het Integraal Zorgakkoord uitvoeren met transformatieplannen onder andere over het verbeteren van de mentale gezondheid van mensen.
EenUtrecht stelde de principiële vraag of je wel focus moet aanbrengen. Het college zal in de beleidsnota, mede gezien de beperkte middelen, een speerpunt voorstellen. De wethouder benadrukt dat de GGZ-medewerkers hard werken. Zij worstelen bijvoorbeeld met tekorten op de arbeidsmarkt en de preventiemaatregelen van de gemeente leveren niet op korte termijn kortere wachtlijsten op.
25
De heer Van Velzen (Student&Starter) gaat in op de opmerking van de wethouder dat er bij het Uitvoeringsprogramma mentale gezondheid co-creatie plaatsvindt met jongerenorganisaties. Hij wil weten of jongeren en andere doelgroepen ook betrokken worden bij de monitoring en de evaluatie.
30
Wethouder Eerenberg legt uit dat dit allemaal wordt vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Hij wil graag met de doelgroepen aan de slag, bijvoorbeeld ook met een kwalitatieve vorm van evaluatie door van de verhalen en ervaringen van jongeren te leren.
35
40
De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De wethouder heeft de raad een raadsbrief toegezegd. Daarmee wordt het als b-punt voor de raadsvergadering geagendeerd met een bespreektijd van 30 minuten.. De voorzitter bedankt mevrouw ’t Lam voor haar bijdrage en sluit de bespreking van dit onderwerp af.
LIJST VAN TOEZEGGINGEN
45
Wethouder Eerenberg • De wethouder stuurt de raad in het tweede kwartaal van 2024 het plan van aanpak. Voorafgaand aan de raadsvergadering stuurt de wethouder de raad een brief met de uitgaven en impact van de besteding van de 1,1 miljoen euro.
9. Raadsvoorstel Zienswijze kaderbrief GGDrU 50
55
De GGDrU stuurde op 13 december 2023 de concept Kaderbrief 2025 van de GGDrU naar de raad. De raad kan hierop een zienswijze indienen. Het college heeft hiervoor een conceptbrief opgesteld in de vorm van een raadsvoorstel. Mevrouw Stylianou (D66) is blij met het voorliggende raadsvoorstel. Zij deelt mee dat de verantwoordelijke ministers in december 2023 voor het eerst gesproken hebben over klimaatverandering als gezondheidsrisico. De WHO vindt dat ook een grote bedreiging voor de volksgezondheid. Naast overstromingen, hitte en bosbranden heeft klimaatverandering effecten op bijvoorbeeld zwangerschap en op de mentale ontwikkeling van kinderen. Pagina 38 van 56
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De GGD-pijlers zijn: een gezonde en veilige leefomgeving en langer gezond zelfstandig. Is in die pijlers ook klimaatverandering geborgd en is de wethouder bereid om dit op te nemen in de zienswijzebrief? Mevrouw Stylianou is blij met de aandacht voor seksuele gezondheid, gezien de toename van onder andere de soa-consulten. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt vast dat er sprake is van een forse bezuinigingsopgave. Is daarmee deze zienswijze nog actueel? De inhoudelijke boodschap van de zienswijze is voor de ChristenUnie niet ideaal, maar het is goed om in gesprek te blijven met de GGD. Voor geld is de GGD echter afhankelijk van het Rijk. De GGDru krijgt structureel minder geld dan ze zou moeten krijgen. In de conceptbrief staat dat de lobby wordt voortgezet. Wat is de stand van zaken van de lobby? De situatie is zorgelijk, zeker in het licht van de financiële ontwikkelingen. Mevrouw Leever (PvdA) stelt vast dat de kaderbrief doordrenkt is met pijnlijke financiële keuzes. De fractie sluit zich aan bij de vragen over seksuele gezondheid. In de brief staat dat de gemeente niet meer bijdraagt aan overlappingen en ook niet meer aan GALA-IZA omdat de eigen afdeling Volksgezondheid daar al aan werkt. Daarmee krijgt de gemeente wel de lusten maar niet de lasten. De gemeente doet daarmee aan cherrypicking. Dat is niet solidair met de regio.
Mevrouw Barelds (CDA) is geen woordvoerder bij dit onderwerp en zal dus niet alle vragen kunnen beantwoorden. Voor de Begroting 2025 zullen vooralsnog dezelfde principes gelden als voor de Begroting 2024. Wat wordt daarmee bedoeld? In de brief wordt vaak gerefereerd aan gesprekken die gevoerd moet worden, voordat er daadwerkelijk sprake kan zijn van beleid dat leidt tot kostenverhoging. Op welke manier wordt de raad hierbij geïnformeerd? De raad werd in november 2023 geïnformeerd over landelijke structurele financiering van de pandemische paraatheid. Wat is de stand van zaken van de vijf thema’s? Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat de GGD de pandemische paraatheid al uitgebreid heeft toegelicht in de kaderbrief. Mevrouw Barelds (CDA) vervolgt met het probleem van de dalende vaccinatiegraad. De GGD zal dit onderwerp in 2024 agenderen. Dat vraagt extra inzet van de gemeente om de daling proactief tegen te gaan. Eerder is veel geld gaan naar extra arbeidsvoorwaarden voor medewerkers. Het behoud van personeel blijft een punt van zorg. Wat is de stand van zaken? Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) sluit zich aan bij de oproep van D66 om ook de impact van klimaatverandering als gezondheidsrisico mee te nemen in de zienswijzebrief. De fractie gaat akkoord met het raadsvoorstel.
Mevrouw Ramaker (VVD) benadrukt dat het gaat om een regionale GGD met aandacht voor het stedelijke en het landelijke. Wat vraagt de Partij voor de Dieren concreet aan deze regionale GGD met de vraag voor aandacht voor de impact van klimaatverandering? Wat moet de GGD daaraan doen? Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) merkt op dat er verschillende manieren zijn om hiermee aan de slag te gaan, zowel in steden als op het platteland. Het is belangrijk om dit onderwerp in het pakket mee te nemen. De GGD kan bijvoorbeeld adviezen gegeven. Zij vraagt de wethouder om een reactie op het door de PvdA genoemde cherrypicking. Zij roept op om verder te kijken dan alleen de gemeentelijke financiën. Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt de houding van het college om de hand op de knip te houden. De wethouder wil met de GGD verder spreken over de uitslag van het onderzoek van Berenschot naar de Formatienormering infectieziektebestrijding en de implementatie van de informatievoorziening. Zij stelt de wethouder voor om dan ook de financiële visie van GGD Utrecht aan de orde te stellen, gezien de aanstaande slechte financiële posities van de gemeenten. Pagina 39 van 56
De aanpak van het vaccinatieprogramma om de dalende trend te keren, is een wettelijke taak. Daar kan niet op bezuinigd worden. De VVD gaat ervan uit dat dit programma wordt opgenomen in de nieuwe Nota volksgezondheid. Wat gaat Utrecht zelf doen om deze dalende trend te keren? 5
10
15
20
25
30
Wethouder Eerenberg deelt mee dat de gemeente met onder andere een hitteplan werkt aan het omgaan met klimaatverandering. Als de GGD Utrecht meer moet doen op dat vlak, dan moet de raad ook een factuur van die organisatie accepteren. Mevrouw Stylianou (D66) stelt in dat geval voor om het onderwerp in de eigen nota Volksgezondheid op te nemen. Wethouder Eerenberg beaamt dat het een onderdeel is van de Nota de gezonde leefomgeving. Over seksuele gezondheid is een Kamerbrief verschenen met een onderzoek van AEF. Daarin staat dat Utrecht meer benadeeld wordt dan andere gemeenten. Hij zal daar in Den Haag over spreken en roept de fracties op om dat ook te doen. De solidariteit is grotendeels geregeld met bijdragen per inwoner en bijvoorbeeld lumpsum bedragen. Ook steekt de wethouder tijd en energie in een aantal bestuurlijke zaken binnen de GGD. Daarnaast is afgesproken dat de gemeente een aantal taken in eigen beheer uitvoert, mede gezien de specifieke stedelijke problematiek van Utrecht. Na deze kadernota volgt de begroting van de GGD. De raad wordt dan in staat gesteld om ook daarop in zienswijze in te dienen. Voor de landelijke financiering voor de vijf thema’s verwijst de wethouder naar de kadernota. Het grootste deel komt via een uitkering van VWS, de rest via bijdragen van inwoners. De gemeente Utrecht neemt ook zelf maatregelen tegen de dalende vaccinatiegraad.
Dat biedt de mogelijkheid om er zelf op te sturen. De wethouder zegt toe de raad daarover door middel van een aparte raadsbrief te informeren. Mevrouw Ramaker (VVD) vindt dat dit onderwerp deel uitmaakt van het volksgezondheidsbeleid en dus deel moet uitmaken van de Nota volksgezondheid. Wethouder Eerenberg legt uit dat de nota gaat over beleid. De dalende vaccinatiegraad is een acuut probleem.
35
Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het gaat om verschillende groepen mensen die op verschillende manieren benaderd moeten worden. Dat is ook beleid. Het moet dus opgenomen worden in de nota.
40
Wethouder Eerenberg stelt voor om hierover verder te spreken aan de hand van de nota. Het personeelsbeleid is deels aangepast. Het blijven echter krappe tijden met strijd om talent en met gevolgen voor de salariëring. De VVD heeft gevraagd om de gesprekken te combineren. De wethouder zegt dat toe. De wethouder is van mening dat de brief nog steeds actueel is. Daarin wordt al gerefereerd aan de financiële situatie van de gemeente.
45
De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en dat het onderwerp als a-stuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering.
50
55
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) feliciteert de voorzitter met zijn (eerste) goede leiding van deze commissievergadering. Zij herhaalt haar verzoek om uitstel van de behandeling van segregatie-monitor. De voorzitter neemt de felicitaties graag in ontvangst. Hij stelt vast dat er weinig mogelijkheden voor uitstel zijn. Hij stelt GroenLinks voor om de woordvoerder te vervangen. Hij schorst vervolgens om 16.50 uur de vergadering uur tot 20.00 uur.
60 Pagina 40 van 56
Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
donderdag 8 februari 2024 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de commissiegriffier, mw. W. Kok, dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht), mw. B. Van der Wilt (D66), dhr. R. Peters (D66), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), dhr. R. Brouwer (CDA), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. D. Van Bergen (ChristenUnie), dhr. M. van Heuven (Partij voor de Dieren), dhr. J. Van Velzen (Student & Starter), dhr. M. Şimşek (DENK), dhr. J. Otto (EenUtrecht)
Afwezigen
Ilse Raaijmakers (PvdA) 20
25
Verslag openbare avondvergadering Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie .............................................................................................................. Aanwezigen ...................................................................................................................................441 Afwezigen ......................................................................................................................................441 1. Opening .......................................................................................4Error! Bookmark not defined. 2. Debat Segregatie in het onderwijs ..............................................................................................42 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................49 3. Debat over de besluitvorming en de informatieverschaffing rondom Festival Verknipt ..............50
30
10. Debat Segregatie in het onderwijs 35
Dit debat is geagendeerd door de PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter, de VVD, en de ChristenUnie.
Pagina 41 van 56
De voorzitter geeft allereerst het woord aan de PvdA.
5
10
Dhr. Talhaoui (PvdA) merkt op dat Utrechtse kinderen in hun eigen bubbels opgroeien. De PvdA zou graag zien dat kinderen met diverse sociaaleconomische achtergronden elkaar op het schoolplein ontmoeten. Daarom wil de fractie de segregatie in het onderwijs benoemen en bestrijden. Gemeenten hebben hier ook een wettelijke opdracht toe. Onderwijssegregatie is een ‘wicked problem’ omdat ouders, schoolbesturen en scholen verschillende belangen hebben. Juist de gemeente zou het publieke belang moeten bewaken. De PvdA vraagt hoe de wethouder daartegen aankijkt. Er is nu eindelijk een segregatiemonitor. Op basis daarvan wil de fractie inzetten op een integraal plan. Dhr. Van Bergen (CU) merkt op dat in de RIB met een wicked problem niet werd bedoeld dat er veel verschillende belangen spelen.
15
Dhr. Talhaoui (PvdA) zegt dat het gaat om een kluwen van problemen. Dhr. Van Bergen (CU) zegt dat een wicked problem niet op te lossen is door alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.
20
25
30
Dhr. Talhaoui (PvdA) antwoordt dat het hier ook om een maatschappelijk probleem gaat. De gemeente dient het publieke belang en die moet hier de regie pakken. Dhr. Van Bergen (CU) denkt dat beide fracties het erover eens zijn dat het probleem groter is dan het onderwijs en dat het om een maatschappelijk probleem gaat dat ook in de maatschappij opgelost moet worden. Dhr. Talhaoui (PvdA) zegt dat de gemeente hier een duidelijke rol heeft en vervolgt zijn inbreng. De fractie wil het probleem oplossen op basis van de segregatiemonitor door 1) de oorzaken van segregatie tegen te gaan, 2) de negatieve effecten tot een minimum te beperken, en 3) gemengde scholen te ondersteunen. Integraliteit is belangrijk bij het tegengaan van segregatie in het onderwijs. Het gaat niet alleen om losse interventies, maar vooral om de samenhang. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? De PvdA wil dat er specifieker aandacht aan sub buurten wordt besteed. Soms is een wijk gemengd en staan er toch twee gesegregeerde scholen naast elkaar.
35
Mw. Van der Wilt (D66) merkt op dat de PvdA het wel over integraliteit heeft maar zich vervolgens vooral op het onderwijs concentreert. Hoe kijkt de PvdA naar het gegeven dat in de segregatiemonitor wordt gezegd dat de segregatie voor meer dan de helft samenhangt met woonsegregatie?
40
Dhr. Talhaoui (PvdA) beaamt dat hier ook zeker naar gekeken moet worden, maar zegt dat vandaag de nadruk ligt op de segregatie in het onderwijs.
45
Mw. Van der Wilt (D66) zegt dat je toch vooral naar de woonsegregatie moet kijken als daar de voornaamste oorzaak van segregatie in het onderwijs ligt. Dhr. Talhaoui (PvdA) antwoordt dat het helaas niet zo simpel ligt. In wijken met een eenzijdige populatie gaan de kinderen samen met elkaar naar school. Ook dan heb je segregatie. Maar dat heb je ook als kinderen uit meer gemengde wijken ergens anders naar school gaan.
50
Mw. Van der Wilt (D66) vraagt of je toch niet moet streven naar meer gemengde wijken.
55
Dhr. Talhaoui (PvdA) is het hiermee eens en erkent dat woonsegregatie een deel van het probleem is. Maar ook dan ben je er nog niet. Hij vervolgt zijn betoog en stelt voor om gebruik te maken van het aanmeldbeleid en dat eerlijker te maken. Hoe kijkt de wethouder hiernaar en wil hij in combinatie met onderzoek in wijken verkennen wat er op buurtniveau ingezet kan worden? Mw. Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af wat de PvdA vindt van de invloed van het postcodebeleid.
60
Dhr. Talhaoui (PvdA) vraagt of mevrouw Al-Saqaff kan uitleggen wat zij daarmee bedoelt. Pagina 42 van 56
Mw. Al-Saqaff (VVD) is van mening dat het segregatie in de hand werkt als ouders die op zoek gaan naar scholen in eerste instantie alleen scholen bij hen in de buurt vinden of dat ze voorrang krijgen bij scholen in hun eigen postcodegebied. 5
10
15
20
25
30
35
Dhr. Talhaoui (PvdA) vindt dit een goede vraag. Volgens hem is het probleem niet dat er voor de dichtstbijzijnde scholen wordt gekozen maar is de woonsegregatie een groter probleem. Het postcodebeleid is alleen daar een probleem waar niet gewoond wordt. Mw. Al-Saqaff (VVD) merkt op dat als er woonsegregatie is en je dan voorrang krijgt bij scholen in je eigen buurt, dit de segregatie toch alleen maar in de hand werkt. Dhr. Talhaoui (PvdA) beaamt dit en ziet dit als een deel van het grotere probleem. Als ouders vrij zijn in hun schoolkeuze, helpt het postcodebeleid niet. Hij vervolgt zijn inbreng. Wat betreft de ouderbijdrage vraagt hij hoe de wethouder de eerder aangenomen moties gaat uitvoeren, zowel bij het BO als het VO. De beste manier om segregatie tegen te gaan is ervoor te zorgen dat de beste school altijd om de hoek is. Alle scholen moet even goed onderwijs aanbieden. Er moet in kaart gebracht worden bij welke Utrechtse scholen de kwaliteit van het onderwijs achterblijft. De gemeente moet hier ongelijk investeren voor gelijke kansen. Hoe gaat de wethouder dit met de schoolbesturen bespreken? De heer Talhaoui noemt ook de zorg voor kennisdeling. Scholen die het goed doen moeten van elkaar leren. Mw.
Van der Wilt (D66) zegt dat er tijdens de RIB is gebleken dat er wel geld naar scholen gaat die het moeilijker hebben, maar dat de ondersteuning van gemengde scholen soms achterblijft. In die zin lijkt ongelijke investering voor gelijke kansen dus niet te werken. Dhr. Talhaoui (PvdA) heeft dat niet zo gehoord. In elk geval is ook hij een voorstander van ondersteuning voor gemengde scholen. Hij merkt op dat mw. Vermeulen van GroenLinks daar straks nader op in zal gaan. Mw. Al-Saqaff (VVD) merkt op dat tijdens de RIB werd gezegd dat het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen averechts werkt, dat een heel goede school in Overvecht wel geld krijgt maar een gemengde school in Leidserijn niet. Wat vindt de PvdA daarvan? Dhr. Talhaoui (PvdA) zegt dat er wel begonnen moet worden bij de meest kwetsbare kinderen in de meest kwetsbare omgeving, bij scholen met een opeenstapeling van problematiek. Volgens mw. Al-Saqaff (VVD) kijk je dan naar de wijk en niet naar de school. Wat vindt de PvdA ervan dat er nu geld gaat naar scholen waar het juist heel goed gaat?
40
Dhr. Talhaoui (PvdA) vraagt op zijn beurt op welke manier zo’n school het dan goed doet. Mw. Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ze het goed doen zowel qua onderwijs als qua segregatie. Is het dan niet misplaatst om daar geld naar toe te sturen?
45
Dhr. Talhaoui (PvdA) zegt dat het niet gaat om scholen die het beter doen dan andere scholen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks.
50
55
60
Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat de gemeente de taak heeft om segregatie tegen te gaan. Ouders en scholen hebben elk hun eigen belangen maar de gemeente kan boven de partijen staan en met het oog op het publieke belang de regie nemen. GroenLinks is blij met de segregatiemonitor omdat die inzicht geeft in wat er tussen de wijken gebeurt. Binnen buurten kan de populatie echter aanzienlijk verschillen. De fractie hoopt dat het onderzoek van schoolbesturen over de keuzen van ouders hierover meer informatie kan verschaffen. Verder zou zij willen weten hoe de situatie in het voortgezet onderwijs is en vraagt de wethouder om dit ook te laten onderzoeken. Bij het oplossen van het segregatieprobleem is er niet één knop waar je op kunt drukken. GroenLinks wil een integrale aanpak bij de uitvoering van de onderwijsagenda en dat sluit ook aan artikel 61 van de wet Primair Onderwijs. Mevrouw Vermeulen noemt hierbij drie aspecten: 1) gesegregeerde wijken en scholen, 2) meer mengen, en 3) gemengde scholen. Leerkrachten maken zich zorgen over de gesegregeerde wijken en scholen. Voor de leefbaarheid, Pagina 43 van 56
5
10
15
20
sociale cohesie en gelijke kansen vindt GroenLinks het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in ontmoetingen tussen kinderen en scholen uit verschillende wijken en koepels, bijvoorbeeld door samenwerkingsprojecten. Dat zou de fractie graag terugzien in de onderwijsagenda. Daarnaast is er blijvende aandacht voor scholen met een lage sociaaleconomische score nodig. Er moet meer gemengd worden in en tussen de wijken. Er zijn wel ouderinitiatieven, maar ouders weten vaak niet waar te beginnen. De fractie vraagt de wethouder om samen met de schoolbesturen een draaiboek te ontwikkelen. In het kader van meer samenwerking en minder concurrentie denkt zij aan afspraken tussen scholen en schoolbesturen. Ook hierop wil zij graag een reactie van de wethouder. Mw. Van der Wilt (D66) is benieuwd hoe GroenLinks zelf naar deze interventies kijkt. Volgens D66 zou dat hierin de heilige graal zijn. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat er geen heilige graal is bij het oplossen van segregatie. Het gaat om verschillende thema’s waarop je enige verschuiving teweeg kunt brengen, zoals het aanbodbeleid en tochten langs de diverse scholen. Mw. Van der Wilt (D66) vraagt hoe GroenLinks aankijkt tegen de 20 procentmaatregel op scholen en naar de wens om zoveel mogelijk naar scholen in de eigen wijk te gaan.
25
Mw. Vermeulen (GroenLinks) vindt een vast percentage kinderen met een lage sociaaleconomische achtergrond bij de instroom een heel interessante gedachte. Zij vervolgt haar inbreng. De fractie wil extra aandacht voor het belang van gemengde scholen, die soms net wel of net niet buiten de subsidie vallen. Zij wil dat de wethouder deze scholen meeneemt in het kader van ongelijke investeringen in gelijke kansen en ook zorgt voor meer kennisdeling op dit thema. Utrecht zou hierin een voorbeeldrol kunnen spelen. GroenLinks wil een toezegging dat er met de onderwijspartners gewerkt gaat worden aan een integrale aanpak, waarbij de gemeente de regie neemt.
30
De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.
35
Mw. Van der Wilt (D66) sluit zich aan bij de PvdA wat betreft de vraag hoe verschillende groepen elkaar vanaf jonge leeftijd kunnen ontmoeten. Daarbij moet de focus liggen op onderliggende oorzaken en duurzame oplossingen. Als verschillen in het onderwijs vooral worden bepaald door woonsegregatie en de inkomenspositie van de ouders, moet daarnaar ook gekeken worden en niet alleen naar het onderwijs. In de RIB bleek dat het hier om een grootstedelijk probleem gaat, dat moeilijk te duiden is. D66 is kritisch op een deel van de oplossingen.
40
Dhr. Talhaoui (PvdA) vraagt hoe D66 de aanpak van de woonsegregatie voor zich ziet. Wat moet er veranderen? Mw. Van der Wilt (D66) vindt dat er gekeken moet worden hoe je alle wijken in Utrecht meer kunt mengen.
45
Dhr. Talhaoui (PvdA) vraagt of D66 dit ziet als iets wat volgend jaar kan gebeuren. Of is dat iets voor over tien, twintig jaar? Mw. Van der Wilt (D66) zegt dat dit iets is wat nu al geprobeerd wordt, met name in Overvecht.
50
55
60
Dhr. Talhaoui (PvdA) vraagt wat D66 ervan vindt dat ook in gemengde buurten ouders met hun kinderen naar andere scholen in andere wijken gaan. Mw. Van der Wilt (D66) zegt dat het aanpakken van het woonvraagstuk niet de enige oplossing is. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zou graag een reflectie van D66 willen op de (ook internationaal) toenemende segregatie. Mw. Van der Wilt (D66) zegt dat de duiding van de cijfers niet zo eenduidig is, noch in de RIB noch in deze commissie. Zij vervolgt haar inbreng. Pagina 44 van 56
Mw. Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat uit de internationale vergelijking door experts blijkt dat Utrecht heel hoog scoort qua segregatie. 5
Mw. Van der Wilt (D66) wil niet de indruk wekken dat zij dit geen belangrijk probleem vindt. Zij probeert vooral de cijfers te duiden en te kijken wat Utrecht hier dan wel goed doet. Zij vervolgt haar inbreng. Wat betreft de 20 procent ondervertegenwoordigde groepen is zij heel benieuwd hoe de wethouder hiertegen aankijkt. Hoe ziet dat eruit? Worden de verschillen hierdoor kleiner?
10
Mw. Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe die 20 procent zich verhoudt tot de vrije schoolkeuze van de ouders. Kan D66 daar kritisch op reflecteren?
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mw. Van der Wilt (D66) vindt dat de vrije schoolkeuze gerespecteerd moet worden, dat je mensen misschien beter tot gemengde scholen kunt verleiden. Mw. Al-Saqaff (VVD) merkt op dat vasthouden aan bepaalde percentages ouders beperkt in hun vrije schoolkeuze. Mw. Van der Wilt (D66) is geen voorstander van een verplicht percentage. Zij vervolgt haar inbreng. De fractie vindt dat er zeker met het aanmeldbeleid moet worden doorgegaan. In de RIB was ook een aanmoediging om nog meer op de voorschool in te zetten. Mevrouw Van der Wilt sluit zich aan bij het punt van GroenLinks over het belang van gemengde scholen. Zij is benieuwd naar het standpunt van de wethouder ten aanzien van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Daar is D66 voorzichtig kritisch op. Tot slot vraagt zij met betrekking tot de samenhang van woonen onderwijssegregatie of de wethouder kan toezeggen dat hij dit met de wethouder Wonen gaat opnemen. Tevens meldt mw. Van der Wilt dat zij na het reces weggaat bij de commissie VOWE en naar Wonen gaat. De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter. Dhr. Van Velzen (Student & Starter) wil de bijdragen van PvdA en GroenLinks niet herhalen. Hij noemt vriendschapsscholen laaghangend fruit en is een voorstander van samenwerking met tussenscholen om de uitwisseling tussen verschillende leerlingenpopulaties tot stand te brengen.
De fractie zegt dat segregatie zich niet beperkt tot het primair onderwijs. Ook bij de kinderopvang en de buitenschoolse opvang is het wenselijk dat de groepen kinderen meer gemengd zijn. Is de wethouder bereid om dit aan te moedigen? In andere steden is er in de monitor ook aandacht voor het voortgezet onderwijs. Is de wethouder het ermee eens dat ook hier de segregatie gemonitord moet worden en is dat iets wat bij de volgende monitor meegenomen zou kunnen worden? Ook woonsegregatie is een belangrijk aspect. Wat voor gesprekken zijn hierover al geweest? De voorzitter geeft het woord aan de VVD. Mw. Al-Saqaff (VVD) vindt het mooi als kinderen met verschillende achtergronden elkaar al op de basisschool tegenkomen. Het grootste deel van de segregatie kan worden verklaard vanuit de woonsegregatie, met name in Overvecht. Daarom blijft de VVD hameren op gemengd bouwen in wijken. Waar de gemeente sociale woningen toevoegt blijft de segregatie bestaan. Zij wil hierop graag een reactie van de wethouder. De VVD hecht ook veel waarde aan de vrije schoolkeuze. Ouders weten het best welke school bij hun kind past. De fractie sluit zich aan bij het punt van GroenLinks en is ook benieuwd naar zo’n handboek. Verder vraagt zij zich af wat het effect is van het postcodebeleid? Dit lijkt bij te dragen tot de segregatie.
Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? De VVD ziet ook wel het nut van ongelijke investeringen in gelijke kansen, maar er moet wel goed gekeken worden of het doel daarmee bereikt wordt. Sommige scholen krijgen geld die het niet nodig hebben, en andere scholen die het wel nodig hebben krijgen het niet. De fractie pleit ervoor om op schoolniveau te kijken wat er nodig is. De gemeente moet goed kijken welke school op welke plaats gebouwd wordt. De voorzitter geeft het woord aan de laatste agenderende fractie, de CU.
60
Dhr. Van Bergen (CU) kan zich grotendeels bij de eerdere sprekers aansluiten. De fractie ziet een groot probleem in de verbubbeling van de samenleving die in de segregatie van het onderwijs Pagina 45 van 56
5
tot uiting komt. Dat mensen met verschillende sociaaleconomische profielen elkaar niet meer tegenkomen is op termijn een groot gevaar voor de sociale cohesie van de samenleving. Dit is zorgelijk, zeker als dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Daarom heeft de fractie de moties over de ouderbijdrage mede gesteund. Tegelijk is dit ook een breder maatschappelijk probleem dat daarom om een maatschappelijke oplossing vraagt. Wat dat betreft sluit de heer Van Bergen zich aan bij GroenLinks en de PvdA. De voorzitter geeft het woord aan het CDA.
10
Dhr. Brouwer (CDA) zegt dat in de raadsbrief wordt gesproken over een schoolbesturenoverleg dat in december heeft plaatsgevonden en vraagt of de wethouder daar iets over kan zeggen. De voorzitter geeft het woord aan DENK.
15
20
Dhr. Şimşek (DENK) is van mening dat de gemeente makkelijk kan sturen op het aanmeldbeleid. In diverse buurten worden kinderen van hoogopgeleide ouders vaak naar scholen in andere buurten gestuurd. Scholen moeten primair een afspiegeling zijn van de eigen wijk en de fractie vindt dat daar dan ook op gestuurd moet worden. De fractie sluit zich aan bij het punt van de PvdA dat de kwaliteit van scholen op peil moet worden gehouden volgens het principe van ongelijke investeringen voor gelijke kansen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van EenUtrecht.
25
30
35
40
45
50
55
60
Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat tijdens de RIB werd verteld dat er regelmatig kinderen van vier of vijf jaar voor het eerst naar school worden gebracht terwijl de ouders van niks weten. Zijn er in dit opzicht consultatiebureaus en buurtteams verbonden aan de gemeente? Dat zou kunnen helpen om de segregatie tegen te gaan. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten. De wethouder noemt de segregatie in de stad een ingewikkeld vraagstuk. Er is niet één maatregel waardoor die weg zou zijn. Volgens de segregatiemonitor doet Utrecht het gemiddeld genomen goed. Zo zijn schaduwlijsten in het onderwijs aangepakt die bepalend zijn voor de segregatie. Er moet echter nog veel gedaan worden. Wat gaat het college doen om de segregatie verder terug te dringen? Geïnspireerd door de motie Inclusief Onderwijs wordt er bij de bouw van scholen gestuurd op de faciliteiten. Ook de plaats van scholen is heel bepalend: midden in de wijk of aan de rand van de wijk. Ook hiermee kan tegengestuurd worden op segregatie. Mensen met een kleine portemonnee zijn eveneens heel bepalend voor segregatie. Het verlagen van financiële drempels bij het onderwijs is een heel effectieve manier om segregatie tegen te gaan. Daarom is de wethouder in gesprek met de schoolbesturen over het afschaffen van de ouderbijdrage.
In de Utrechtse onderwijsagenda doet het college een voorstel om een deel van de eigen middelen in te zetten om dat voor de scholen te compenseren. Wonen is ook een heel belangrijk aspect bij de bestrijding van segregatie. Hoe gemengder de wijk en hoe beter de school daarop aansluit, hoe beter het probleem van de segregatie opgelost kan worden. Maar wijken mengen is nog veel moeilijker dan scholen mengen. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vindt dat er juist in de wijk meer afspraken over de verdeling gemaakt moeten worden en gekeken moet worden waar de problemen zitten. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? De wethouder zegt dat hij een voorstander van het concept van de buurtschool is. Daarbij heeft elke buurt zijn eigen school. Dat is het Scandinavische model, dat de wethouder ook graag in de kinderopvang zou zien. In dat geval zou de kinderopvang een publieke voorziening moeten worden. De wethouder is geen fan van het aanmeldbeleid met betrekking tot het primair onderwijs. Dan gaan kinderen buiten hun eigen wijk naar school en worden ouders ook beperkt in hun vrije schoolkeuze. Bij het postcodebeleid krijgen de dichtstbij gelegen scholen voorrang, zodat iemand die in Kanaleneiland woont ook naar een school aan de rand van Oog en Al kan. De vraag is of dat beleid nu niet iets te star is. Er is ook gevraagd waarom er geen onderzoek naar het VO is gedaan.
Dit heeft praktische redenen, want zo’n onderzoek kost veel tijd, geld en capaciteit. Daarnaast is de selectie bij het VO ook afhankelijk van het schooladvies. Daar is de dynamiek dus Pagina 46 van 56
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
anders dan bij het primair onderwijs. Een andere vraag is of er meer gemengde scholen in dezelfde mate toegang kunnen krijgen tot die regelingen van de gemeente Utrecht die nu gericht zijn op ‘zwakkere’ scholen. De wethouder kan dit niet toezeggen want de commissie noemt hier geen budget bij. Nu krijgen 38 van de 110 scholen subsidie vanuit de brede school gelijke kansen en voor het versterken van de taal zijn dat er ongeveer 35. Bij een bredere populatie van scholen wordt het beschikbare budget per school aanzienlijk kleiner. Dhr. Talhaoui (PvdA) heeft een vraag over de buurtschool. In Kanaleneiland kiezen veel ouders ervoor om hun kind naar scholen buiten de wijk te sturen. Kan de wethouder daarop reflecteren? De wethouder zegt dat dit een gegeven is. De buurtschool is er nog niet. Misschien voldoet de beweging naar scholen buiten de wijken wel aan de 20 procent definitie die een aantal van de fracties aan zou willen houden. Dhr. Talhaoui (PvdA) zegt dat de segregatie blijft bestaan als kinderen buiten hun eigen wijk naar school gaan. Volgens hem zit daar een urgentie die hij bij de wethouder nog niet echt voelt. De wethouder heeft het idee dat hij hetzelfde zegt. De vraag is: wat is de beste weg? Hij pleit nogmaals voor de buurtschool. Daar moet vooral heel goed onderwijs gegeven worden. Dhr. Talhaoui (PvdA) vindt dat de gemeente hier de regie moet nemen.
Als de oplossing is dat je met 20 procent meer beweging in de wijk krijgt, dan heb je meer menging en ben je dus dichter bij het doel. De wethouder vindt het vrijhouden van 20 procent van de plekken op een school voor kinderen die daar normaal gesproken niet voor zouden kiezen een heel heftig middel. Dan haal je kinderen uit hun wijk en wordt de vrije schoolkeuze van veel mensen beperkt. Wat op papier segregatie tegengaat, brengt in de praktijk veel problemen met zich mee. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. De PvdA vraagt om meer geld voor zwakke scholen. Dat betekent ofwel een verhoging van het budget ofwel een verwatering van de beschikbare middelen. De wethouder merkt op dat wordt onderschat hoe ingewikkeld het is om een gemengde school te hebben. Hij is het ermee eens dat gemengde scholen nu bij veel regelingen vanuit het rijk en de gemeente buiten de boot vallen. Lesgeven aan een gemengde populatie is heel ingewikkeld. Op de vragen van GroenLinks en het CDA antwoordt de wethouder dat de schoolbesturen zelf ook onderzoek gaan doen. De resultaten daarvan zouden de komende twee maanden gepresenteerd moeten kunnen worden. De gevraagde integrale aanpak is ook terug te vinden in de onderwijsagenda. De wethouder is het met D66 eens dat de voorschool aangemoedigd moet worden. Net als Student & Starter is de wethouder een grote fan van vriendenscholen.
Volgens hem hebben scholen met een homogene populatie een grote verantwoordelijkheid naar scholen die het wat dat betreft minder makkelijk hebben. Wat betreft de vraag van EenUtrecht hoe het kan dat kinderen van vier jaar opeens op school verschijnen antwoordt de wethouder dat dit gelukkig niet vaak voorkomt. Het is betreurenswaardig dat het soms gebeurt maar hiervoor is geen makkelijke oplossing. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zou graag de ontmoeting tussen verschillende kinderen uit verschillende wijken terugzien in de Utrechtse onderwijsagenda. Onder ouderinitiatieven verstaat de fractie bijvoorbeeld dat ouders gezamenlijk naar een school gaan als die naar hun mening al te homogeen is. Tot slot was er nog een vraag naar kennisdeling met betrekking tot gemengde scholen. Mw. Al-Saqaff (VVD) komt terug op het postcodebeleid. De wethouder zei dat daar nog naar gekeken zal worden. Waar kan de raad dit terugzien?
55
60
De wethouder zegt dat over het postcodebeleid meer uitsluitsel kan worden gegeven wanneer het onderzoek van de scholen zelf wordt gepresenteerd. Eind tweede kwartaal kan de raad dat in haar mailbox verwachten. Mw. Al-Saqaff (VVD) heeft nog een gemiste vraag over gelden die niet goed terecht komen bij ongelijke investering voor gelijke kansen. Pagina 47 van 56
De wethouder zegt dat hij die vraag al beantwoord heeft. 5
Dhr. Talhaoui (PvdA) heeft nog een vraag over de verfijning van het onderzoek met betrekking tot de sub buurten. Een andere vraag ging over het in kaart brengen van scholen met een hoger gewicht.
10
De wethouder beantwoordt de gemiste vragen. Hij vindt het ook belangrijk dat de ontmoeting vooral in de wijk wordt geregeld en dat de school daar logisch invoegt. Op dat gebied zijn er veel initiatieven, bijvoorbeeld de vriendenschool. De ontmoeting in de wijk gaat echter over veel meer dan onderwijs. Sport kan hierbij ook een belangrijke rol spelen. Wat betreft ouderinitiatieven zegt de wethouder dat dit wel in contrast is met het gemeentelijke aanmeldingsbeleid.
15
Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat het via het schoolbestuur kan, maar ook via de ouders. Alleen hoe dat moet is nu nog lastig. Daarvoor zou een draaiboek moeten komen. Waarom is dat er niet?
20
25
De wethouder zegt dat het schoolbestuur dan gebruik moet maken van de hardheidsclausule. Dat draaiboek zou in de onderwijsagenda opgenomen kunnen worden. Dan zou het hoe ondervangen moeten zijn. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat zij met haar vraag naar ontmoetingen vooral doelde op het tegengaan van de toenemende polarisatie. Zij zou graag zien dat dit ook een plaats krijgt in de onderwijsagenda. De wethouder zegt dat voor het tegengaan van polarisatie meer nodig is dan ontmoetingen. Polarisatie heeft ook te maken met de maatschappelijke context.