Conceptverslag VOWE 6 februari 2025
Tekst van het document
Wat betreft mensen met een beperking die niet in het doelgroenregister staan wijst zij erop dat bij de ontwikkeling van de werkdienstverlening (basis en plus) gezondheid een heel belangrijk aandachtsgebied is. Deze Pagina 28 van 73
5
groep wordt dus zeker niet vergeten. Mevrouw Hellevoort vroeg ook naar het bouwdepot. Zoals spreekster in de raadsbrief al heeft aangegeven is een project als het bouwdepot gezien de beperkte financiële middelen niet mogelijk. Het gaat hier om een project dat naast financiële verruiming ook zorg en begeleiding vergt. Dat is ook de reden dat het college ervoor heeft gekozen de jongerentoeslag sterk te verruimen. Dat zal een grote bijdrage leveren aan deze kwetsbare groep. Het college heeft zoiets van: “Het is inderdaad interessant, gemeenten zijn ermee aan de slag, maar laten we eerst kijken hoe het daar gaat voordat we zeggen dat we dit perse ook gaan doen”.
10
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) begrijpt wel dat het ook capaciteit kost en dat het best ingewikkeld is. Aan de andere kant is er juist ook in deze tijden van geldtekort best een mogelijkheid om vanuit andere plekken geld op te halen om mensen te kunnen helpen. Ziet de wethouder dat ook?
15
Wethouder Voortman ziet dat ook. Maar het is niet alleen een kwestie van geld. Het gaat ook om zorg en begeleiding en dat kost ook tijd. In het uitvoeringsprogramma staan heel veel acties. Daar zit zij ook mee.
20
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) kent het bouwdepot een beetje en weet dat het best veel kan doen en ook kan helpen met die capaciteit. Dit is niet de enige gemeente waar dit speelt. Zij zoekt nar een opening. Misschien kan de wethouder met het bouwdepot gaan praten. Zij begrijpt namelijk dat dat nog niet is gebeurd. Kan de wethouder dat misschien doen?
25
Wethouder Voortman heeft gezegd dat de middelen beperkt zijn en dat de capaciteit ook moeilijk is. Maar zij wil best een keer met de mensen van het bouwdepot gaan praten. Zij zegt daarbij wel wat zij al gezegd heeft. Zij hoopt dat mevrouw Hellevoort daarmee geholpen is.
30
35
40
45
50
Mevrouw Raaijmakers vroeg om een reflectie op de haalbaarheid van de plannen. Ook vroeg zij hoe de raad wordt geïnformeerd, als het niet kan. Dit is inderdaad een ambitieus uitvoeringsprogramma en het college heeft al een prioritering in dit programma aangebracht omdat ook het college ziet dat dat nodig is, ook gezien de druk op de ambtelijke organisatie. Als plannen worden uitgesteld of niet doorgaan, dan informeert het college de raad daarover in de rapportage over de voortgang van het programma. Het college is daar transparant over. Natuurlijk hoopt zij dat alles lukt, maar zij weet uit ervaring dat dat niet altijd zo is. Dan was er de vraag over snel duidelijkheid voor de fondsen. Het college streeft er inderdaad naar om over die nieuwe subsidie gericht op sport- en cultuurdeelname voor kinderen zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Het is een terecht punt van mevrouw Raaijmakers dat de subsidie niet steeds per jaar bekeken moet worden. Het college wil het voor de jaren 2025 tot en met 2027 doen. Niemand is erbij gebaat, als dat steeds per jaar wordt gedaan. Mevrouw Raaijmakers had de passage over één loket voor kinderen gelezen alsof alles via de U-pas moet, terwijl er groepen zijn die de gemeente niet bereikt. In de beleidsnota hebben raad en college nadrukkelijk gezegd dat zij streven naar meer eenvoud in het armoedebeleid.
De U-pas neemt daarbij een centrale plek in. Een van de manieren waarop de gemeente dat realiseert is die via het sociaal partnerportaal waarmee fondsen hun regelingen rechtstreeks kunnen aanbieden aan inwoners. Dat zorgt voor minder administratie voor de fondsen, die zijn hier ook bij gebaat. Dat geldt ook voor de burgers die dan niet meer achteraf hoeven te declareren. Het stimuleert inwoners die nog geen U-pas hebben, maar daar wel recht op hebben om die aan te vragen. Niet alles wordt dus via de U-pas gedaan, de U-pas wordt gebruikt als middel om de financiële bijdrage van de fondsen bij de inwoners te krijgen. Spreekster ziet het juist als een samenspel tussen fondsen en U-pas. Zij heeft het idee dat het Utrechtse armoedebeleid juist zo sterk is door de samenwerking met partners in de stad zoals de fondsen. Gevraagd werd ook of het eigen risico kan worden teruggevraagd bij de zorgkostenregeling. Kosten voor het eigen risico kunnen niet via de bijzondere bijstand vergoed worden.
55
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of dat ook niet kan via die nieuwe regeling.
60
Wethouder Voortman antwoordt dat dat niet kan. Er is alleen recht op bijzondere bijstand, wanneer er sprake is van een bijzondere situatie. Het verplicht eigen risico geldt voor iedereen en kan dus niet als een bijzondere situatie worden gezien. Als de gemeente dat wel zou doen, leidt dat tot een enorm oplopen van de kosten. Eigen risico heeft iedereen. De aanvraagtermijn voor de Pagina 29 van 73
5
10
15
20
25
30
35
40
45
bijzondere bijstand is niet verruimd. Het college gaat de termijn voor het aanvragen van een aantal kostensoorten wel gelijk trekken. Voor overige kosten, zoals hoge geneeskosten, moet altijd vooraf aangevraagd worden. Zij heeft net richting mevrouw Raaijmakers en mevrouw Hellevoort gezegd dat zij in de komende dashboardbrief die eerdere vraag wat zal verduidelijken. Mevrouw Raaijmakers had het ook over de toepassing van de loonkostensubsidie in Den Bosch. Zij vroeg of Utrecht daar iets van kan leren. Spreekster is altijd bereid om te kijken of zij iets kan leren. Laat het toeval nu willen dat de directeur van UW jarenlang directeur was van WeenerXL in Den Bosch. Zij denkt dat de gemeente op die manier nog wel wat kan profiteren van de ervaring die hij daar heeft opgedaan. Gevraagd werd of de gemeente ook na de plaatsing in gesprek blijft met de werkgever. Dat is het geval.. Het college werkt toe naar strategische partnerschappen met werkgevers en wil blijvend in gesprek zijn met werkgevers over het plaatsen van inwoners en ook over de verandering van de arbeidsmarkt die het vraagt. Naar aanleiding van het in ontvangst nemen van het Manifest Ervaringsdeskundigheid heeft zij ook een persoonlijk gesprek gehad met de indiener. Net als de raad vindt het college het namelijk heel belangrijk dat er in de gemeentelijke organisatie ervaringsdeskundigen werkzaam zijn.
Aan de ander kant vindt zij het belangrijk dat dit ook bij die samenwerkingspartners gebeurt. De gemeente neemt niet alleen ervaringsdeskundigen in dienst, maar probeert ook ervaringsdeskundigen veel te raadplegen. Dat heeft het college heel uitgebreid gedaan bij het tot stand komen van de beleidsnota. Zij gaf al aan dat zij ook bij het uitvoeringsprogramma betrokken zijn. De commissie wordt hierover geïnformeerd in de dashboardbrief over het eerste kwartaal. Zij had dat al eerder toegezegd aan de heer Otto naar aanleiding van een mondelinge vraag. Zij zal dan verder toelichten wat het college met het manifest gaat doen. Mevrouw Barelds van het CDA vraagt waarom er in het programma zo weinig staat over het buurten vrijwilligerswerk. Spreekster is hier niet specifiek ingegaan op het erbij betrekken van buurten en gemeenschappen. Zoals mevrouw Barelds zelf al aangeeft is dat een ambitie, geformuleerd in de sociale basis. Maar zij is het wel eens met mevrouw Barelds dat vrijwilligerswerk ook een stap kan zijn in de stappen die iemand zet richting betaald werk. Ook bij de fondsen zijn vrijwilligers actief. Het is zeker iets dat het college belangrijk vindt. Het college komt mede op verzoek van het CDA, naar zij meent in het eerste kwartaal van 2025, ook met het uitvoeringsprogramma Vrijwilligers en Informele Zorg.
Mevrouw Barelds vroeg zich af of de aanpak op werk activerend genoeg is. Spreekster vindt van wel. Het college zal hier ook in de uitwerking van de basis- en plusdienstverlening aandacht voor hebben. Mevrouw Barelds had het ook over een motie over fondsen, motie 135. De U-pas is een van de meest gebruikte regelingen in het Utrechtse armoedebeleid. In het afgelopen pas-jaar is er door kinderen ruim 600.000 euro meer besteed aan sport en cultuur. Daarom ziet het college de U-pas ook als een geschikt middel om deelname aan sport en cultuur te bevorderen. Daarom heeft het college gezegd dat er 600.000 euro naar de Upas gaat, maar ook 300.000 euro naar de fondsen omdat het college denkt dat die twee elkaar goed aanvullen. Of er door deze aanpak meer kinderen toegang krijgen tot sport en cultuur? Er wordt dus meer U-pas-budget beschikbaar gesteld voor kinderen. Die kunnen dus rechtstreeks, dus zonder tussenkomst van anderen inzetten voor deelname aan sport en cultuur. Maar zoals zij al zei, de U-pas is niet voor iedereen het juiste middel om deel te nemen aan sport en cultuur en daarom gaat ook een deel van het beschikbare budget naar de fondsen. Het college doet het zo dus allebei. Mevrouw Bode (Volt) vraagt welk hiaat de fondsen vullen dat niet via de U-pas kan.
55
Wethouder Voortman antwoordt dat het grote voordeel van de U-pas de eenvoud is. Maar tegelijkertijd krijgt zij ook van scholen de informatie door dat die het gemakkelijker vinden via die fondsen. Misschien weten de fondsen andere mensen te bereiken of mensen op een andere manier weten te bereiken - zij weet niet of het altijd andere mensen zijn. Dan helpt dat gewoon. Bij dit soort dingen is het goed de kansen te spreiden en samen te werken. Maar zij begrijpt de visie van mevrouw Bode toch heel goed die alles direct naar de mensen wil laten gaan. Mevrouw Barelds zegt dat zij alles via die fondsen wil doen. Spreekster denkt dat zij hiermee een optimale balans heeft bereikt.
60
Mevrouw Barelds (CDA) merkt op dat het CDA niet wil dat het alleen naar de fondsen gaat, maar dat haar fractie voor een ‘en-en’ oplossing is. Zij denkt dat de wethouder en zij elkaar daarin kunnen vinden. Wat vindt de wethouder van een verdeling van 600.000 euro naar de U-pas en 300.000 euro naar de fondsen?
50
Pagina 30 van 73
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Voortman vindt dat een uitstekende verdeling. Zij zet haar betoog voort. Gevraagd wordt of het partnerportaal wel een goed idee is. De eerste fondsen zijn gestart met het sociaal partnerportaal en zij zijn positief over de werking ervan, juist vanwege die verlichting van die administratieve druk en het feit dat inwoners niet meer achteraf hoeven te declareren. Maar het college realiseert zich ook dat het sociaal partnerportaal niet een universeel middel is voor alle fondsen. Het college wil het inzetten waar het kan, maar het heeft ook oog voor waar het minder geschikt voor is. D66 had het bij schuldhulpverlening over het 0-aanbod en meent dat dat riskant zou zijn. Spreekster wil hier duidelijk over zijn: alle inwoners krijgen begeleiding en nazorg. Dat is onvoorwaardelijk. Als iemand dat niet wil, dan kan de gemeente gewoon geen schuldregeling treffen. Het college gaat de komende tijd systematischer checken bij de vaste lastenpartners of inwoners na afronding van schulden opnieuw betalingsachterstanden hebben. Daarover kan zij de commissie via de dashboardbrieven infomeren, zodra het college goede cijfers heeft. De werkwijze sluit ook aan bij de landelijke lijn van de NVKK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet).
Zij zegt er wel bij dat het college van mening is dat, als er geen inkomen is, om schulden af te lossen, de gemeente ook niets kan aanbieden aan schuldeisers. Tenslotte zijn er in Utrecht en landelijk geen signalen dat er een enorme terugval is nadat mensen het schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. Het is ook belangrijk zich te realiseren dat mensen niet onder een bestaansminimum komen tijdens een schuldregeling en een terugval. Het maken van schulden komt ook veel door niet kunnen rondkomen door een te kort schietend sociaal minimum. Er werd gevraagd of het virtuele inkomensloket nog voor het eerste kwartaal van 2026 gaat lukken. Spreekster is ambitieus ten aanzien van het zo toegankelijk mogelijk maken van diensten voor mensen, maar zij wil ook voorzichtig zijn met wat zij hier toezegt. Het college volgt de technische ontwikkelingen waardoor inwoners inzicht kunnen krijgen in hun actuele inkomensen vermogensgegevens, maar de gemeente ontwikkelt dit niet zelf. Dat heeft de gemeente uit eerder ervaringen geleerd. De gemeente is geen IT-ontwikkelbedrijf. Ook heeft de gemeente te maken met een koppeling van landelijke en lokale regelingen waar de inwoners recht op hebben. Zij wil de commissie op de hoogte houden over dit inkomensloket, maar zij kan niet toezeggen dat dit voor Q1 van 2026 gaat lukken. D66 vroeg in een bijvraag ook nog naar andere dingen.
Spreekster is ook bezig met productieve dienstverlening. Landelijk ligt er hierover een wetsvoorstel. Zij heeft daar onlangs een goed gesprek over gehad met minister Van Hijum. Daar wordt ook gekeken hoe verschillende overheden elkaar kunnen helpen. D66 en VOLT hadden het over risico’s en de zware financiële opgave waar de gemeente voor staat. Zij gaat niet vooruitlopen op de Voorjaarsnota, daar gaat de raad over. Maar het mag wel duidelijk zijn dat het college niet wil tornen aan ondersteuning van Utrechters die het meest kwetsbaar zijn. Volgens haar is iedereen erg trots op het Utrechtse armoedebeleid en de succesvolle schuldenaanpak. Zij denkt dat dit ook in deze commissie breed wordt gedragen. Dat beleid wil iedereen graag houden. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat het natuurlijk ook over de inzet op de jongeren ging. De vraag is of de wethouder ruimte ziet om, zoals de collega naast haar (Student & Starter) al aangaf, samen met het onderwijs, te kijken naar wat mogelijk is om de reputatie van banen waarin mensen met hun handen werken beter te maken en zo jongeren, met name in het vmbo, wat meer perspectief te bieden. Het lijkt wethouder Voortman dat deze vraag meer thuishoort bij de nota Arbeidsmarktbeleid. Zij kan de wens overbrengen naar haar collega voor onderwijs. Zij zorgt ervoor dat dat gebeurt.
50
55
60
De Partij voor de Dieren vraagt om ondersteuning van werkgevers bij het aannemen van inburgeraars en vraagt ook om aandacht te geven aan goed werkgeverschap. Dat doet de gemeente ook. Bij het tekenen van het contract wordt ook gesproken over de rechten van de werknemer. Goed werkgeverschap is inderdaad ook belangrijk. Het college wil plekken creëren die duurzame uitstromen en daar hoort ook goed werkgeverschap bij. Het is daarom een speerpunt in de nota Arbeidsmarkt en ook onderdeel van de dienstverlening van het werkgeversservicepunt. Volt vroeg of het budget van de U-pas na een jaar kan blijven staan. Die vraag heeft zij al eens eerder gehad. Toen is er ook naar gekeken, maar dit is financieel niet haalbaar. Het college begroot nu op een bestedingspercentage van 70 tot 75%. Als het resterende budget wordt Pagina 31 van 73
overgeheveld, dan is er niet genoeg dekking om dat te bekostigen. Helaas is dat geen mogelijkheid. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Bode (Volt) merkt op dat dat wel mogelijk zou zijn, als er dekking is. Wethouder Voortman stelt dat er dan zou moeten worden uitgegaan van een bestedingspercentage van 100%. Dan zou er weer een onderbesteding zijn en dan ontstaat elk jaar de discussie wat er met onderbestedingen moet gebeuren en of die weer terug moeten naar de algemene middelen of niet. Zij denkt dat het op deze manier het best geregeld is. Er ontstond ook een debat over de 300.000 euro, maar daarover heeft zij al het een en ander gezegd. Zij wil fondsen en U-pas hand in hand laten gaan. Mevrouw Bode (Volt) moet even denken aan een opmerking vanuit de PvdA om meer in gesprek te zijn met mensen die gebruik maken van de regelingen. Staat de wethouder ervoor open om met die mensen in gesprek te gaan over hoe zij dit zien en te horen of zij meer behoefte hebben aan het budget op de U-pas of dat zij willen dat het via de fondsen gaat? Wethouder Voortman antwoordt dat het college al heel veel in gesprek is met mensen, onder andere via de Armoedecoalitie en het Cliëntenplatform. Spreekster zou niet weten hoeveel meer het college in gesprek kan gaan. Zij zou het willen blijven doen zoals het college het deed. Mevrouw Bode vroeg ook aan welk doel de gemeente hoeveel geld bijdraagt en wanneer spreekster dat kan aangeven.
Het college zal inhoudelijk over de voortgang van dit programma in het eerste kwartaal van 2026 rapporteren. Die uitvoering vindt plaats binnen het budget van het armoedebeleid. De financiële verantwoording levert het college via de P&C-cyclus. Student & Starter vroeg of de gemeente meer kan doen om jongeren te bereiken. Hij noemde specifiek het inzetten van influencers. Het college gaat dat verkennen met de G4. De gesprekken hierover gaan binnenkort lopen. Later wordt de raad hierover geïnformeerd. Ook vroeg de heer Snijder hoe het college gaat uitzoeken hoe de gemeente jongeren beter kan bereiken. Er zijn ook bureaus die daarin zijn gespecialiseerd en het college gaat gebruik maken van informatie die beschikbaar is uit onderzoeken. De influencers zijn ook jongeren, die kunnen ook meedenken. Zij hebben ook weer volgers. Het zijn een soort sleutelpersonen die weten hoe jongeren het beste zijn te bereiken. De heer Snijder (Student & Starter) is benieuwd wanneer dat ongeveer naar de raad toekomt Verder vraagt hij, wanneer het volgens de wethouder voldoende is. Wanneer is de campagne en het erbij betrekken van jongeren geslaagd? Wethouder Voortman antwoordt dat de campagne geslaagd is op het moment dat te zien is dat jongeren gebruik maken van de regelingen die er zijn. Het is wel zo dat de gemeente niet apart monitort op de groep jongeren.
Zij weet ook niet of de gemeente dat überhaupt zou kunnen doen. Maar zij zal in elk geval in de voortgangsinformatie voor de raad terugkomen op wat voor campagne het is geweest en wat het heeft opgeleverd. Zij komt met de voortgangsrapportage in Q1 van 2026. Mevrouw Zijdenbos van de VVD vroeg naar de aanvraag inkomen en werk en waarom dat aparte lijnen zijn. Natuurlijk is werk de meest voor de hand liggende manier om in een inkomen te voorzien, maar in de uitvoering is inkomensvoorziening een andere tak van sport dan werkdienstverlening. Dat is dan terug te zien in zo’n uitvoeringsprogramma als dit stuk. Maar het is niet zo dat de gemeente tegen mensen zegt: of geld of werk. In principe gaat dat hand in hand. Mevrouw Zijdenbos gaf ook aan dat werkgevers melden dat zij liever in de kaartenbakken willen kunnen zoeken. Ook de heer Otto van EenUtrecht had het daarover. Dat faciliteert de gemeente niet omdat werkzoekenden met een bijstandsuitkering al verplicht zijn om een CV aan te maken op werk.nl. Die CV’s zijn ook inzichtelijk voor werkgevers. Dat zou dubbelop zijn. Mevrouw Zijdenbos (VVD) heeft in de reactie van de wethouder een beetje gemist hoe het college aankijkt tegen de aparte lijnen van ‘Ik heb behoefte aan inkomen’ en ‘Ik zoek werk’. Wethouder Voortman meende dat zij dat daarnet heeft gezegd.
Het is niet zo dat de gemeente iemand die een uitkering aanvraagt niet aan werk helpt. Dat is de meest voor de hand liggende Pagina 32 van 73
manier om in een inkomen te voorzien. Maar in de uitvoering zijn het wel andere takken van sport. Dat is terug te zien in een stuk als dit. 5
Mevrouw Zijdenbos (VVD) vraagt of het college die twee uitvoerende takken van sport nog wil samenvoegen en of ernaar is gekeken hoe de ene de andere kan helpen.
10
Wethouder Voortman antwoordt dat het behandelen van een inkomensaanvraag iets anders is dan iemand aan werk helpen. In die zin gaan die twee onderdelen dus niet samen, maar wel in die zin dat, als iemand een uitkering aanvraagt, altijd wordt gekeken wat dit betekent qua werkmogelijkheden.
15
De ChristenUnie vroeg of het mogelijk is binnen de kosten te blijven bij de studietoeslag. Dat is niet het geval. De kosten vallen niet binnen het budget dat het Rijk hiervoor via het Gemeentefonds beschikbaar heeft gesteld en dat de gemeente heeft begroot. Het college zet zich wel steeds in voor een lobby om de uitvoering van de studietoeslag bij DUO (dienst Uitvoering Onderwijs) onder te brengen en/of om extra financiële middelen te krijgen. Vanaf oktober 2024 voert de gemeente de studietoeslag uit met de minimaal vastgestelde bedragen. Het kan dus zijn dat er een overschrijding is en dan komt, indien nodig, het college bij de raad terug.
20
Mevrouw Chirino komt op het laatste gedeelte later terug.
25
Wethouder Voortman gaat in op de vraag van de ChristenUnie of mannelijke inburgeraars ook getraind worden op geestelijke gezondheid. Het aanbod op het gebied van geestelijke gezondheid is ook onderdeel van een pilot, het is voor zowel mannen als vrouwen. Ook ziet deze fractie ook veel risico’s bij de ICT en vraagt wat college en raad hieraan kunnen doen. Er is beperkte invloed en capaciteit op dat vlak en daarom is er inderdaad een risico. Het college moet daar reëel in zijn. Prioriteren is wat het college kan doen, maar dan gaat het wel ten koste van iets anders.
30
35
De fracties van DENK en EenUtrecht hebben haar gevraagd om te checken of burgers en ervaringsdeskundigen het aanvraagproces ook beter begrijpen. Het college gaat inwoners en ervaringsdeskundigen betrekken bij de vereenvoudiging van de bijzondere bijstand om te zien wat zij hierin meemaken en om allerlei ingewikkeldheden eruit te halen. Daarnaast onderzoekt het college dit ook bij bewoners die een aanvraag hebben gedaan door middel van een klanttevredenheidsonderzoek. De gemeente doet dit voor deze mensen, dan moet zij ook weten wat zij hier doormaken en of de gemeente het beter kan doen. De heer Şimşek (DENK) vraagt of in het klanttevredenheidsonderzoek mensen ook actief worden benaderd of dat het iets is waarbij mensen op een site kunnen reageren. Dat is wel een verschil.
40
45
Wethouder Voortman begrijpt dat de heer Şimşek vraagt of de gemeente dit op papier of digitaal doet. De heer Şimşek bedoelt dat er meer actief achter de aanvragers aan wordt gegaan om hun ervaringen te delen. Wethouder Voortman antwoordt dat dat zal gebeuren. De gemeente benadert gewoon mensen die een aanvraag hebben gedaan.
50
De heer Otto (EenUtrecht) merkt op dat zijn vraag er gericht over ging dat er sinds 1 januari 2025 door ervaringsdeskundigen, die dus andere mensen helpen, wordt geconstateerd dat de procedures bij sommige regelingen moeilijker zijn geworden. Herkent de wethouder dit vanuit de signalen die zij ontvangt?
55
Wethouder Voortman herkent niet dat dat moeilijker is geworden. Misschien kan de heer Otto nagaan wat er precies moeilijker is geworden, want het is zeker niet de bedoeling om het mensen moeilijker te maken. De heer Otto geeft een voorbeeld. Bij sommige regelingen moeten nu ineens voor alle gezinsleden de DigiD’s worden ge-upload voordat duidelijk is dat iemand kan worden geholpen. Pagina 33 van 73
Maar misschien is het handiger om het op te nemen met degene van wie zijn fractie deze informatie heeft gekregen zodat het bij de wethouder terechtkomt. Hoe kan dat worden gedaan? 5
10
15
20
Wethouder Voortman zou dat heel graag weten. Zij stelt voor dat na de vergadering even te bekijken. Zij stuurt haar bestuursadviseur naar de heer Otto. Dan heeft die het ook gehoord. DENK wil graag het effect van de campagne ‘Weten waar je recht op hebt’ monitoren. Dat gaat het college ook doen. Zij zal dit opnemen in de voortgangsrapportage Q1. Dan is er de vraag over het recht op vergissen. De gemeente maakt verschil tussen bewuste en onbewuste fouten. Als een inwoner vergeet iets door te geven, dan hoeft dat inderdaad geen consequentie te hebben voor de uitkering. Zij komt toch nog even terug op de vraag van de heer Otto. Vanaf april 2024 is er landelijk een nieuwe tool voor alle aanvraagformulieren geïmplementeerd bij verscheidene gemeenten, waaronder Utrecht. Dat moest vanwege de veiligheid van het systeem. Daaronder valt ook het aanvraagformulier van de bijzondere bijstand. Dat aanvraagformulier van de bijzonder bijstand is op zichzelf niet gewijzigd met de beleidswijziging op 1 januari 2025. In 2025 gaat de gemeente wel de bijzondere bijstand vereenvoudigen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Bij die vereenvoudiging worden ook partners in de stad en ervaringsdeskundigen betrokken, zodat dit aansluit bij de behoeften van de inwoners.
Het klinkt dus alsof het probleem dat de heer Otto net aangaf is ontstaan door die nieuwe landelijke tool en dat dat moest vanwege de veiligheid. Maar zij wil het zeker weten. De bestuursadviseur komt nog steeds naar de heer Otto toe.
25
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) hoort de wethouder iets zeggen over bewuste en onbewuste fouten. Spreekster kon net helemaal volgen wat bewuste fouten zijn en hoe de gemeente daarmee omgaat. Is het een fout of is het niet een fout?
30
Wethouder Voortman antwoordt dat, als iemand zich vergist of vergeet iets op te geven, dat geen gevolgen moet hebben. Maar als de indruk bestaat dat mensen bewust iets verzwijgen, dan wordt het iets anders. De vraag hoe iemand dat precies kan weten, kan zij hier ter plekke niet beantwoorden. Misschien is het iets om op in te gaan in de voortgangsrapportage.
35
De heer Şimşek (DENK) merkt op dat zijn fractie graag een beeld wil hebben van hoe de gemeente dat onderscheid maakt. Het is wel relevant om dat te weten. Het is nuttig, als concreet in de voortgangsrapportage wordt opgenomen hoe de gemeente onderscheid maakt tussen bewuste en onbewuste fouten.
40
Wethouder Voortman zal daarin iets opnemen. Zij zegt wel duidelijk dat dit geen dingen zijn die iemand echt heel precies kan vastleggen. Mensen in de uitvoering moeten hierin enige ruimte hebben. Zij vreest dat het niet helemaal precies kan worden vastgelegd, maar in de voortgangsrapportage wil zij daarover zeker iets meer met de raad delen.
45
De heer Şimşek begrijpt dat die ruimte er moet zijn in de uitvoering, maar aan de andere kant moet worden voorkomen dat dit leidt tot een bepaalde willekeur. Aan het gevoel van de ambtenaar dat hier bewust fraude is gepleegd en daar niet zitten wel bepaalde risico’s. Zijn fractie hoort graag hoe het college die indekt.
50
55
60
Wethouder Voortman meent dat het vooral om coulance gaat. De heer Şimşek weet ook dat dat iets is waar Utrecht enorm voor is. De gemeente draagt dat ook uit in haar protocollen. Utrecht staat erom bekend dat het niet uitgaat van wantrouwen. Uitkeringsgerechtigden geven vaak aan dat zij merken dat dat in Utrecht zo is en ook deskundigen geven het verschil aan tussen Utrecht en andere gemeenten. Zij komt terug bij de vraag van de heer Otto over het oude formulier. Het oude formulier waar hij naar vroeg kan de gemeente niet zomaar weer invoeren. Het is een gemeente-brede wijziging. Maar zij wil even kijken of dat het probleem is of dat het om iets anders gaat. Op de vraag waarom Competensys beter is dan Hallo Werk antwoordt zij dat Competensys eenvoudiger is in het gebruik en ook beter aansluit op toekomstige regionale en landelijke ontwikkelingen. Ook merkte de gemeente bij Hallo Werk dat werkgevers en werkzoekenden er weinig gebruik van maakten. Ook kan de gemeente bij Competensys door de komst van VUM (Verbetering Uitwisseling Matchinggegevens), dat zorgt voor meer transparantie in werkzoekendenbestand en Pagina 34 van 73
vacaturebestand, ook regionaal matchen en bemiddelen. Het biedt ook technische oplossingen voor de aankomende uitfasering van het UWV-portaal. 5
De heer Otto (UtrechtEen) vraagt of Competensys de partij is die namens de gemeente de loonwaarde-metingen gaat of blijft doen en of dat er iets mee te maken heeft. Wethouder Voortman moet het antwoord op deze vraag even schuldig blijven. Zij vraagt het na.
15
Ook Stadsbelang vroeg wat het college nu wel en niet ziet lukken. Die vraag heeft zij beantwoord richting PvdA. Ook was er nog een vraag van GroenLinks en ook van andere fracties over verankering in de organisatie van werken aan vertrouwen. Dat is sowieso een heel belangrijk onderdeel van het trainen van medewerkers. Het is misschien ook een antwoord in de richting van de heer Şimşek. Het is ook onderdeel van het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers dat de gemeente uitgaat van vertrouwen en coulant met mensen omgaan. Zij meent dat zij door de vragen heen is.
20
De voorzitter vraagt wie een vraag heeft gesteld waarop nog geen antwoord is gegeven. Hij ziet geen handen, de wethouder heeft haar werk goed gedaan. Er komt nog wat informatie, maar dat kan bilateraal worden afgedaan. Er is een aantal dingen toegezegd die terugkomen in de brief in Q1 van 2026 en in de voortgangsrapportage.
10
25
Mevrouw Kok noemt de volgende toezeggingen: - Het college verduidelijkt in een komende dashboardbrief het proces van aanvragen van individuele bijstand voor die medische kosten die de nieuwe zorgkostenregeling niet vergoedt. - In de volgende dashboardbrief gaat het college in op hoe de gemeente schulden monitort. - Begin 2026 informeert het college de raad over de voortgang op werkdienstverlening, basis en plus.
30
Wethouder Voortman merkt op dat dat gewoon gebeurt in de voortgangsrapportage die zij al een aantal malen heeft genoemd. Mevrouw Kok meldt dat er een toezegging is die de wethouder wellicht in antwoord op mondelinge vragen heeft gedaan. Die wordt natuurlijk niet dubbel in het overzicht gezet.
35
40
- In de eerste dashboardbrief in Q1 2026 informeert het college de raad over hoe het verder gaat met het Manifest Ervaringsdeskundigen. - het college komt in een dashboardbrief terug op de vraag hoeveel mensen hulp krijgen na kwijtschelding van schulden. - het college komt in een volgende dashboardbrief terug op het bereiken van jongeren met behulp van influencers, waar de griffier nu naar kijkt. Wethouder Voortman geeft aan dat dit in de voortgangsrapportage komt.
50
Mevrouw Kok gaat verder met de toezeggingen: - Het college komt in Q1 van 2026 in de voortgangsrapportage terug op de campagne over het bereiken en ondersteunen van meer jongeren. - In de voortgangsrapportage komt het college terug op de campagne ‘Weten waar je recht op hebt’. - In de voortgangsrapportage komt het college terug op hoe onderscheid te maken tussen bewuste en onbewuste fouten.
55
De voorzitter stelt vast dat er geen toezeggingen zijn vergeten. Hij vraagt of de agenderende fracties met deze agendering hebben bereikt wat zij wilden bereiken of dat zij op heel korte termijn hiermee nog iets in de raad willen doen. Hij ziet dat mevrouw Hellevoort, als eerste agenderende ja knikt op de eerste vraag en dat geldt ook voor anderen.
45
Mevrouw Barelds (CDA) wil dit onderwerp eigenlijk terugleggen in haar fractie. 60
De voorzitter merkt op dat zij altijd via het Dagelijks Bestuur kan melden dat zij het nog wil bespreken. Hij meldt dit natuurlijk nu niet aan. Hij stelt vast dat de commissie het doel heeft Pagina 35 van 73
5
10
gehaald om voor de middag deze punten af te ronden. Voor de andere debatten is de commissie afhankelijk van wethouder Eerenberg. Het ziet ernaar uit dat het lukt om om 14.30 uur het debat te hervatten, maar hij vraagt de leden de app in de gaten te houden om te zien of het vroeger of later wordt. De heer Şimşek (DENK) vraagt of niet afgesproken kan worden dat de commissie niet later dan 14.15 uur begint om te voorkomen dat het een last minute call wordt. De voorzitter wijst erop dat de commissie de wethouder voor alle agendapunten nodig heeft. De commissie kan dus pas beginnen, als hij uit de andere commissie kan komen. De heer Şimşek (DENK) begrijpt dit. Maar het is niet handig om één minuut van tevoren te horen dat het debat begint.
15
De voorzitter geeft aan dat de commissie in principe weer begint om 14.30 uur, tenzij er heel moeilijke dingen gebeuren in de commissie EDVW. De voorzitter schorst de vergadering om 13.10 uur.
20
25
30
35
40
45
50
55
Pagina 36 van 73
5
Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, welzijn en Economie Datum Locatie Verslag door
10
donderdag 6 februari 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen Aanwezigen
15
De voorzitter, dhr. F. Dekkers, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de commissiegriffier, mw. W. Kok, M. Ramaker, mw. T. Meerding (VVD), mw. N. Stylianou, dhr. D. Van Vliet (D66), dhr. dhr. D. Van Bergen (ChristenUnie), mw. G. Barelds, dhr. B. Van Steeg (CDA), mw. H. Assen, mw. R. Leever (PvdA), mw. M. Vermeulen, mw. M. Fattal (GroenLinks), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. L. de Vries (Partij voor de Dieren), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), mw. Y. Hessel (Utrecht Solidair), dhr. A. Stam (Volt), dhr. L. Van Rooij (Student & Starter), mw. S. Nolten (BIJ1), dhr. I. Şimşek (DENK),
20
Inhoudsopgave
1. Opening…………………………………………………………………………………………………37 2. Debat over Raadsvoorstel Kaderbrief 2026 GGDrU……………………………………………….37 3. Debat over Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010……………………………………………41 25
1. Opening
De voorzitter opent het middagdeel van de vergadering om 14.45 uur en heet iedereen welkom.
10. Debat Raadsvoorstel Zienswijze Kaderbrief 2026 GGDrU 30
35
De voorzitter vertelt dat de heer Stam van Volt op 13 januari aanwezig was op een bijeenkomst van het raadsplatform voor de GGD regio Utrecht en dat de heer Stam de mail die hij de Raad heeft gestuurd kort zal toelichten. Dhr. Stam (Volt) zegt dat dit een startbijeenkomst voor een raadsplatform betrof. Dat platform moet de leden van verschillende gemeenteraden helpen om hun controlerende rol op dit dossier beter te kunnen invullen. Utrecht heeft in de GGDrU een relatief grote stem en een relatief klein belang. De heer Stam vraagt wie hierbij als vaste raadsrapporteur kan aanschuiven en roept de commissieleden op om de stukken te lezen. Pagina 37 van 73
De voorzitter zegt dat Utrecht geen raadsrapporteurs kent. Misschien is dit iets om aan de orde te stellen in het fractievoorzittersoverleg of bij de voorstellen voor verbonden partijen. 5
Mw. Vermeulen (GroenLinks) dankt de heer Stam. Zij denkt dat de aanwezigheid van de gemeente van toegevoegde waarde is en is benieuwd naar de uitkomsten. De voorzitter oppert dat het een en ander misschien buiten de vergadering kan worden afgestemd.
10
Mw. Ramaker (VVD) vult aan dat deze kwestie ook aan de orde kan komen in het apolitieke adviesorgaan Controle & Financiën als er een raadsvoorstel verbonden partijen komt. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks.
15
20
25
Mw. Vermeulen (GroenLinks) kan zich in grote lijnen vinden in het standpunt van het College. De fractie heeft wel vragen over de vaccinatie, het meld- en adviespunt Bezorgd en de seksuele gezondheidszorg. Zij maakt zich zorgen over de dalende vaccinatiegraad en is blij dat hiervoor geld is vrijgemaakt. Zou de wethouder kunnen aangeven wanneer de Raad de technische sessie hierover kan verwachten? Een andere vraag is of de griep- en de coronaprik niet beide door de huisarts gezet kunnen worden. De wethouder zou in gesprek gaan over de vraag of en hoe de verschillende systemen van de GGD en de huisartsen beter op elkaar zouden kunnen aansluiten. GroenLinks zou willen weten wat daar uit is gekomen. Mw. Ramaker (VVD) vraagt waarop volgens GroenLinks bij volksgezondheid wordt bezuinigd.
30
Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat dat met name op de seksuele gezondheidszorg is en vervolgt haar inbreng. Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB) staat ook onder druk en dat is van invloed op de dienstverlening. Kan het College aangeven wat de gemeente daar wel en niet meer kan doen en wat er op termijn te verwachten valt? Het kabinet wil met tien procent korten op de aanvullende seksuele gezondheidszorg. GroenLinks zou graag meer duidelijkheid willen hebben wat hierin wel en niet kan. De fractie vindt het verontrustend dat de acceptatie van seksuele diversiteit onder jongeren afneemt en dat er bij scholen wordt bezuinigd op de voorlichting dienaangaande. Kan de wetgever aangeven of dit ook gevolgen heeft voor Utrecht?
35
Mw. Ramaker (VVD) vraagt op welke thema’s er nog meer wordt bezuinigd behalve op de seksuele gezondheidszorg.
40
45
50
55
60
Mw. Vermeulen (GroenLinks) heeft niet alle thema’s paraat maar kan dit voor de VVD opzoeken. Het staat ook in de stukken. Mw. Ramaker (VVD) vraagt of de gemeente zelf ook op de volksgezondheid gaat bezuinigen, los van wat het rijk doet. Mw. Vermeulen (GroenLinks) antwoord dat hier het laatste woord nog niet over is gesproken. De voorzitter geeft het woord aan D66. Mw. Stylianou (D66) heeft ook enkele opmerkingen over de seksuele gezondheidszorg. In Amsterdam is de testcapaciteit vergroot door kortere consulten. Kan dit ook in Utrecht? D66 maakt zich zorgen over de spuk-regeling vanuit het rijk met betrekking tot de seksuele gezondheid. Die is niet geoormerkt. Heeft Utrecht hierover al een zienswijze ingediend bij de VNG? En zo niet, kan dat alsnog? De GGD heeft aangegeven dat zij vanwege de bezuinigingen niet meer dezelfde dienstverlening kan bieden met betrekking tot seksuele voorlichting. De vraag is of Utrecht daar nog mee doorgaat. De voorzitter geeft het woord aan Volt. Dhr. Stam (Volt) zegt dat de financiële situatie lastig is en dat de kwaliteit van de zorg ernstig onder druk staat. De fractie steunt de zienswijze in grote lijnen maar vraagt wel of op sommige punten de samenwerking met de GGD niet versterkt kan worden, bijvoorbeeld op het gebied van Pagina 38 van 73
seksuele gezondheid en op het gebied van suïcidepreventie. Wat het proces betreft merkt Volt op dat de Raad niet bij het gesprek met de arts infectieziektebestrijding betrokken was en dat de zienswijze wel heel laat naar de Raad komt. 5
10
15
20
De voorzitter geeft het woord aan de VVD. Mw. Ramaker (VVD) zegt dat de VVD zich zorgen maakt over het artsentekort in de forensische zorg. Hoe staat het daarmee? De fractie vraagt ook hoe bekend het Meld- en Adviespunt Bezorgd is en wat de gemeente gaat doen om het MAB goed in haar buurtteams in te bedden. De voorzitter geeft het woord aan het CDA. Mw. Barelds (CDA) vraagt waarom er geen rente wordt toegerekend aan het eigen vermogen. Een andere vraag is wat de personele verwachtingen van de GGD zijn voor 2026. Het CDA vindt het zowel praktisch als principieel zorgelijk dat er ook op de pandemische paraatheid wordt bezuinigd. Gezondheid wordt maatschappelijk gezien steeds vaker beschouwd als een absoluut recht waarvoor alles moet wijken, maar een maakbare gezonde samenleving is een illusie. Niettemin heeft de gemeente wat dit betreft een verantwoordelijkheid ten aanzien van haar inwoners en moet zij de GGD in staat stellen om te handelen bij toekomstige crises. Is het bekend wat de mogelijke consequenties zijn als de regio Utrecht niet crisisparaat is? Mw. Assen (PvdA) vraagt of het CDA vindt dat de gemeente onvoldoende doet om de GGD in staat te stellen de pandemische paraatheid te vergroten.
25
Mw. Barelds (CDA) zou dit niet zo zeggen. In de bijlage kwam naar voren dat dit belangrijk is. Mw. Assen (PvdA) stelt dat het dus niet zo is dat de gemeente de GGD daartoe in staat zou moeten stellen.
30
35
Mw. Barelds (CDA) zegt dat de gemeente hierop wel een visie moet hebben, een boodschap naar de inwoners, maar dat de GGD over de uitvoering gaat. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het CDA hier vooral op de communicatie naar de burgers doelt. Mw. Barelds (CDA) bevestigt dit. De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter.
40
45
Dhr. Van Rooij (Student & Starter) vraagt of het college Student & Starter gerust kan stellen dat de seksuele gezondheidszorg ook na de korting van tien procent overeind zal blijven en dat de overheveling naar het gemeentefonds niet tot verlaging van het budget zal leiden. Mw. Assen (PvdA) vraagt of Student & Starter hiermee bedoelt dat de gemeente de bezuiniging van het rijk zal bij moet passen. Dhr. Van Rooij (Student & Starter) wil dat de gemeente een uiterste inspanning zal leveren om de seksuele gezondheidszorg overeind te houden.
50
De voorzitter geeft het woord aan de PvdA.
55
Mw. Assen (PvdA) vraagt de wethouder wat de bezuinigingen van het rijk op de jeugdgezondheid betekenen? Hoe kan de gemeente zorgen dat dit niet ten koste gaat van de ambities voor gezond gewicht bij kinderen en het verkleinen van gezondheidsverschillen? En zou dit in de zienswijze kunnen worden opgenomen? De fractie heeft ook zorgen over de vaccinatiegraad, seksuele gezondheid en suïcidepreventie. Wat kan hiervan overeind blijven en wat staat nu al onder druk? De fractie is benieuwd naar het antwoord op de vraag van D66 naar de verkorte consulten bij de SOA-kliniek en kan zich over het Meld- en Adviespunt Bezorgd bij de VVD aansluiten.
60
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. Pagina 39 van 73
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Eerenberg prijst de heer Stam om zijn aanwezigheid als ‘raadsrapporteur’ bij het overleg met de GGD. De rode draad voor 2026 zijn de zorgen over de kabinetsbezuinigingen bij de GGD, met name over de ondermijning van de pandemische paraatheid. Er wordt inderdaad op alle spuks tien procent gekort. Dit heeft consequenties voor de GGD. Als het College moet bijpassen, dan moet de Raad hieraan meewerken. De wethouder kan de Raad niet geruststellen dat de gemeente niet op de GGD en de seksuele gezondheid zal bezuinigen. Hij is ook bezorgd over de dalende vaccinatiegraad. Volgens hem is de kans op een uitbraak heel groot. Hij noemt de mazelen als een voorbeeld van welke ernstige gevolgen dit kan hebben. Over de vraag of de corona- en de griepprik samen kunnen worden gegeven, moeten landelijke afspraken gemaakt worden, onder andere vanwege de verschillende financiering van huisartsen en de GGD. De dienstverlening bij het meldpunt, het MAB, wordt door wethouder Voortman bij de GGD ingekocht. Voor dat bedrag kan de GGD het niet meer doen. Wethouder Voortman is hierover in gesprek met de GGD. Wat daaruit komt, zal de wethouder laten weten. Wat betreft de seksuele gezondheid kan de wethouder melden dat de consulten ook in Utrecht korter zullen worden. Vanuit de scholen wordt er nog wel seksuele voorlichting gegeven. Staatssecretaris Paul blijft zich hiervoor inzetten. Mw.
Stylianou (D66) vraagt of zij goed begrijpt dat de seksuele voorlichting in Utrecht alleen door de scholen en vanuit de onderwijsbegroting gegeven zal worden. Wethouder Eerenberg zegt dat het niet gaat stoppen maar dat het wel minder gaat worden. In een volgende raadsbrief zal hij een overzicht geven van de diverse geldstromen. Mw. Stylianou (D66) ziet hier het risico dat de dekking per school zal gaan verschillen. Wethouder Eerenberg lijkt dit een vraag voor een vervolgdebat op basis van het beloofde overzicht. Hij zegt dat deze landelijke bezuinigingen sowieso een effect zullen hebben. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. De samenwerking tussen de gemeente en de GGD wordt reeds versterkt, onder andere door gezamenlijk inkopen. De transkliniek en de SOA-poli zijn niet exclusief voor Utrechters. Ook dit is solidariteit. Utrecht heeft anders dan andere gemeenten nog geen maatwerk bij de GGD stopgezet. De wethouder deelt met de VVD de zorg over het artsentekort in de forensische zorg. Mw. Ramaker (VVD) vraagt naar het effect van de gevoerde campagne. Wethouder Eerenberg antwoordt dat er vanuit Geneeskunde weinig animo is. Hij zegt dat de meeste meldingen bij het MAB via de politie lopen. De wethouder hoopt dat hij het antwoord op de vraag naar de rente op het eigen vermogen bij de ontwerpbegroting mag geven. Qua loonkosten is er begroot op de volledige bezetting.
De wethouder heeft al gezegd dat hij niet achter de Haagse bezuinigingen op pandemische paraatheid staat. In de huidige begroting bezuinigt Utrecht niet op de jeugdgezondheidszorg, maar in de volgende voorjaarsnota staat alles ter discussie. Mw. Ramaker (VVD) vraagt naar de zichtbaarheid van het meldpunt MAB dat door wethouder Voortman wordt ingekocht. Wethouder Eerenberg zegt dat het sociale domein niet onder wethouder Voortman maar onder wethouder Streefland valt. Het MAB is zichtbaar en kan door inwoners gebeld worden, eventueel via andere instanties zoals de politie. De wethouder beaamt dat de zichtbaarheid wel verbeterd kan worden. Mw. Ramaker (VVD) zegt dat het dus eigenlijk weer een loket is. Misschien kan de wethouder dit meenemen in de terugkoppeling over de hervorming van het sociale domein. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn. Mw. Assen (PvdA) had nog een vraag over de impact op Kind en gezond gewicht en het verkleinen van gezondheidsverschillen. Moet dat niet een plaats krijgen in deze zienswijze? Mw. Stylianou (D66) vraagt of de gemeente bij de VNG een zienswijze heeft ingediend over het ongeoormerkte geld. Pagina 40 van 73
5
10
Wethouder Eerenberg antwoordt de PvdA dat alle dingen die de gemeente zelf via de JGZ dienstverlening doet tot nu toe overeind zijn gebleven. Volgens de wethouder vindt de voorzitter van de VNG de tien procent korting op de spuks ook heel onverstandig. Mw. Stylianou (D66) preciseert haar vraag: is het geld via de spuk-regeling geoormerkt of ongeoormerkt? Wethouder Eerenberg antwoordt dat het kabinet al het geld voor de spuks ongelabeld naar de gemeenten overmaakt. Hij ziet wel een risico dat dit geld alsnog door individuele bewindslieden geoormerkt gaat worden. De voorzitter ziet geen inbreng voor een tweede termijn.
15
De commissiegriffier mw. Kok leest de toezeggingen voor. De voorzitter vraagt of er bij de behandeling nog nadere inbreng te verwachten valt.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mw. Stylianou (D66) denkt het een A-punt zal worden. De voorzitter concludeert dat dit als A-punt naar de Raad wordt doorgeleid, afgezien van de tekstuele aanpassingen. Mw. Vermeulen (GroenLinks) maakt zich wel echt zorgen over het meldpunt MAB. Wethouder Eerenberg belooft dat hij hierover een berichtje zal sturen.
11. Debat over Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010
De voorzitter heropent de vergadering na een korte schorsing. Hij zegt dat het College de Raad vraagt om de APV Utrecht 2010 te wijzen zodat de proeftuin voor sekswerk op kleinschalige locaties mogelijk wordt gemaakt. Het college wil ook de regelgeving met betrekking tot darkrooms vereenvoudigen en actualiseren. De voorzitter geeft als eerste het woord aan de fractie van Volt. Dhr. Stam (Volt) vindt het raadsvoorstel een grote stap vooruit. De grootste zorg is dat de gemeente ook daadwerkelijk locaties gaat openen. Hopelijk zal Paardenveld een geschikte locatie blijken. Volt roept de wethouder op om te blijven zoeken. Hij wil dit niet aan de markt overlaten. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt wat de toegevoegde waarde is als de gemeente zelf een locatie aanbiedt. Dhr. Stam (Volt) zegt dat de motie van Volt over dit onderwerp eerst uitgevoerd zou worden maar dat een paar maanden later werd gesteld dat ondernemers dat zouden doen. Volgens hem is de motie in de ijskast gezet. Intussen hebben ondernemers ook nog geen locatie gevonden. Dhr. Van Steeg (CDA) merkt op dat er in de stukken staat dat de ondernemers zich in staat achten om dit zelf te doen en dat er wel een businessmodel lijkt te zijn. Dhr. Stam (Volt) denkt dat het goed is als de gemeente hier actief in meekijkt. Dhr.
Van Steeg (CDA) vraagt of Volt wel een onderscheid maakt tussen actief meekijken of actief een pand ter beschikking stellen. Dhr. Stam (Volt) ziet dit onderscheid zeker maar is van beide een voorstander. Mw. Meerding (VVD) ziet helaas een schaduwzijde aan het sekswerk. Dat kan gepaard gaan het criminaliteit. Wordt het niet heel lastig als de gemeente dan een eigen pand ter beschikking stelt? Pagina 41 van 73
Dhr. Stam (Volt) antwoordt dat het niet de bedoeling is dat de gemeente zo’n locatie zelf gaat exploiteren. Gezien de noodzaak van zo’n locatie denkt hij dat de gemeente hier wel een extra stap in kan zetten. 5
10
Mw. Meerding (VVD) vraagt of Volt niet erkent dat er ook een bepaalde professionele afstand moet zijn tussen de gemeente en het sekswerk, zodat er objectief gecontroleerd kan worden. Dhr. Stam (Volt) erkent dit maar zegt dat je er ook bij een horeca onderneming op toeziet dat de regels daar worden nageleefd. Dat is bij een locatie voor sekswerk niet anders. Hij denkt dat de daarvoor benodigde afstand voldoende is gewaarborgd. De voorzitter vraagt of de interrupties en de antwoorden van de fracties korter kunnen.
15
Mw. Nolten (BIJ1) merkt op dat Volt heeft getekend voor het Belgische model waarbij de gemeente meer regie pakt. Zij vraagt of Volt hierin van mening is veranderd. Dhr. Stam (Volt) antwoordt dat de gemeente in Antwerpen niet als exploitant optreedt.
20
Mw. S. Nolten (BIJ1) zegt dat men daar in Antwerpen wel gezegd heeft dat de gemeente daar naartoe wil bewegen.
25
Dhr. Stam (Volt) heeft dat niet zo begrepen. Volgens hem wilde men ook in Antwerpen dat er altijd een partij tussen zat die op het functioneren kon worden aangesproken. Hij vervolgt zijn beantwoording met drie punten over de APV: de minimum leeftijd, de noodknop en het tegengaan van tussenpersonen. Volt vindt het teleurstellend dat de minimumleeftijd eenentwintig blijft, omdat dit een plek met sociale controle is. De fractie vindt dat de gemeente hier een legale mogelijkheid moet bieden. Zij zou, net als in Antwerpen, een verplichte noodknop in de werkruimte in de APV op willen nemen.
30
Dhr. Şimşek (DENK) vraagt of de heer Stam vindt dat er ook een noodknop voor omwonenden moet komen als die overlast ervaren. Dhr. Stam (Volt) vindt dit geen serieuze vraag.
35
40
45
50
55
Dhr. Şimşek (DENK) zegt dat de veiligheid en de overlast in de buurt telkens door de voorstanders van het sekswerk wordt genegeerd. Dhr. Stam (Volt) vindt Antwerpen hier een goed voorbeeld. Volgens hem is er op het type locaties dat deze APV mogelijk maakt nauwelijks kans op overlast. Dhr. Şimşek (DENK) zegt dat dit niet meer is dan een aanname. Is er een grens aan de overlast waarbij Volt zou besluiten om ermee te stoppen? Dhr. Stam (Volt) zegt dat dit geen aanname is maar een constatering. Hij is niet naïef. Als het op een locatie anders zou gaan, vindt hij dat het besluit moet worden teruggedraaid, maar hij verwacht niet dat dit zal gebeuren bij een kleine locatie zoals deze. Mw. Hessel (Utrecht Solidair) zegt dat Volt appels met peren vergelijkt, omdat de winkels bij La Cloche heel vroeg dichtgaan. Volgens haar is het een bekend gegeven dat prostitutie tot overlast leidt. Of wil hij dit ontkennen? Dhr. Stam (Volt) zegt dat er een groot verschil is tussen raamsekswerk en een discrete locatie waar klanten alleen op afspraak naar toe gaan. Daar is volgens hem de kans op overlast echt veel kleiner. Mw. Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of Volt vijftien werkplekken nog steeds een kleine locatie vindt.
Pagina 42 van 73
Dhr. Stam (Volt) zegt dat vijftien werkplekken vergeleken met het Nieuwe Zandpad klein is. Hij wil zich niet wagen aan schattingen. Volgens hem gaat het nu niet over de verkeersbewegingen in specifieke wijken maar over de APV-wijzigingen in algemene termen. 5
10
15
20
25
30
35
Mw. Hessel (Utrecht Solidair) vraagt waarom een wijk op Kanaleneiland straks zonder huisarts zit omdat de gemeente dat niet haar taak vindt terwijl zij wel moet zorgen voor locaties voor sekswerkers. Dhr. Stam (Volt) vindt dat de gemeente ook moet zorgen voor locaties voor huisartsen. Volgens hem is de gemeente verantwoordelijk voor locaties voor sekswerkers omdat zij ervoor heeft gezorgd dat er geen legale opties meer zijn. Hij vervolgt zijn betoog met betrekking tot het tegengaan van tussenpersonen. De exploitant moet altijd zelf aanspreekbaar zijn op de operatie van de inrichting. Volt vraagt of dit in de huidige APV voldoende gewaarborgd is. Volt overweegt de drie genoemde maatregelen in een amendement op het raadsdebat op te nemen. Het verbaast de fractie waarom bij het Leren evalueren weer het Verweij-Jonker Instituut geselecteerd is omdat haar eerdere bevindingen niet representatief waren. De fractie vraagt of de wethouder kwalitatief goede evaluaties kan beloven. De voorzitter geeft het woord aan de VVD. Mw. Meerding (VVD) zegt dat de VVD niet tegen sekswerk an sich is maar wel eisen stelt: het moet schoon, veilig en transparant zijn. Er mag geen excessieve overlast zijn. Dhr. Şimşek (DENK) vraagt of dat niet ‘geen overlast’ zou moeten zijn. Mw. Meerding (VVD) weet niet hoe haalbaar dat is.
De gemeente moet hierin net als bij allerlei evenementen een goede balans zien te vinden. Dhr. Şimşek (DENK) vraagt welke mate overlast voor de VVD acceptabel is. Mw. Meerding (VVD) antwoordt dat dit heel lastig te specificeren is. Net als DENK vindt de VVD meldingen van bewoners heel belangrijk. Zij wil graag horen hoe de bewoners van Paardenveld tegen dit plan aankijken. Dan kan er bepaald worden of dat een geschikte locatie is. Dhr. Şimşek (DENK) vraagt of het probleem niet is dat het College hier geen grenzen aan stelt. Mw. Meerding (VVD) vindt het te vroeg om dit nu al te concluderen.
40
Mw. Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de VVD de bewoners niet hoefde te horen omdat Wijk C de meest ongeschikte locatie van heel Utrecht is. Mw. Meerding (VVD) heeft hier gemengde gevoelens bij. Er zijn slechtere locaties.
45
50
55
60
Dhr. Van Steeg (CDA) merkt op dat de VVD zelf een motie heeft ingediend om maatschappelijke initiatieven in Paardenveld mogelijk te maken. Hij kan zich niet voorstellen dat zij daarbij aan een sekswerklocatie had gedacht. Mw. Meerding (VVD) zegt dat dit niet is wat de VVD bedoeld had. De fractie heeft ook kritiek op deze locatie. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt hoe dat dan tot een succesvolle plek kan leiden. Dat moet bij de inwoners helemaal rauw op hun dak zijn gevallen. Mw. Meerding (VVD) zegt dat de VVD de zorg van de inwoners deelt. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt wat de VVD van het huidige participatietraject verwacht. Mw. Meerding (VVD) zegt dat dit niet per se betekent dat de buurt hier tegen is en vindt dat het nu nog te vroeg is om dit te concluderen. Zij vervolgt haar inbreng. De APV-wijziging is op twee punten in strijd met de eerder vastgestelde kaders voor de proeftuinen. Eerder werd aangegeven Pagina 43 van 73
dat er naar twee kleinschalige werklocaties gezocht zou worden. De VVD vindt het onwenselijk dat er met de APV-wijziging ruimte komt voor vijf sekswerkbedrijven. Zij vraagt de wethouder of het niet mogelijk is om hierin iets meer specificatie aan te brengen. 5
10
Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt of de definitie van sekswerkbeleid niet wordt verruimd nu darkrooms nu niet meer als seksbedrijf worden gezien en hun vergunningen worden verruimd. Mw. Meerding (VVD) antwoordt dat de VVD hier ook kritisch op is en vervolgt haar beantwoording. Zij zegt dat het opvalt dat voor de vergunningen voor sekswerkbedrijven volgens de APV een looptijd van vijf jaar geldt, terwijl de looptijd van de proeftuinen drie jaar is. Dhr. Van Vliet (D66) vraagt of het kader van maximaal twee werklocaties niet heel iets anders is dan in de APV mogelijk maken dat er zes verschillende sekswerkbedrijven kunnen zijn.
15
Mw. Meerding (VVD) zegt dat dit inderdaad twee verschillende dingen zijn. Maar in theorie zouden alle vijf vergunningen voor kleinschalige locaties worden ingezet. Dan zou van de eerder gestelde kaders worden afgeweken.
20
Dhr. Van Vliet (D66) merkt op dat die kaders worden ingezet om in de praktijk tot maximaal twee kleinschalige locaties te komen. De APV is meer technisch.
25
Mw. Meerding (VVD) ziet wel degelijk een risico bij deze APV-wijzigingen omdat er nu geen specificatie is aangebracht. De VVD zou zich aan de eerder gestelde kaders willen houden. Zij vervolgt haar inbreng. De fractie vindt dat de looptijd van vergunningen voor vijf jaar uit de APV moet en dat dit drie jaar moet worden. Ook dit strookt niet met de eerder vastgestelde kaders. Mw. Fattal (GroenLinks) vraagt of de VVD zich ervan bewust is dat in het vorige debat is besloten dat de termijn voor de proeftuinen verlengd is.
30
35
40
45
Mw. Meerding (VVD) heeft dit in het raadsvoorstel niet teruggelezen. Wellicht is de motie niet goed verwerkt in de toelichting. Mw. Fattal (GroenLinks) zegt dat een proeftuin wordt gestaakt als het niet goed gaat. De looptijd maakt daarbij niet uit. Waarom zou je dan niet kunnen ingrijpen als er iets misgaat? Mw. Meerding (VVD) vindt dat de proeftuin van drie jaar en een vergunning voor vijf jaar niet met elkaar strookt. Volgens haar kun je in drie jaar wel zien of iets al dan niet werkt. Zij vervolgt haar inbreng. De VVD ziet ook een aantal kleinere wijzigingen die een verkapte versoepeling van eerder gemaakte afspraken inhouden. Zo wordt de minimale verhuurperiode van een ruimte voor sekswerk gewijzigd van vier weken naar verhuur per dagdeel. De fractie is bang dat dit tot heel veel wisselingen voor sekswerkers gaan leiden, dat het onrustig is voor de omgeving en dat de gemeente daarvoor minder zicht heeft op de sekswerkers zelf. Mw. Nolten (BIJ1) vraagt of de VVD zich ervan bewust is dat deze regeling ervoor moet zorgen dat sekswerkers laagdrempeliger en met meer eigen regie een ruimte kunnen huren. Mw. Meerding (VVD) denkt niet dat dit voor sekswerkers de enige mogelijkheid tot autonomie is. De VVD vindt het huren van een dagdeel veel te kort.
50
Mw. Nolten (BIJ1) merkt op dat sekswerkers een werkwijze moeten hebben die bij hen past. Mw. Meerding (VVD) zegt dat BIJ1 nu alleen kijkt naar het belang van sekswerkers maar niet naar de overlast. Dit is een enorme wijziging van het beleid.
55
Dhr. Stam (Volt) merkt op dat de vier weken nog uit de tijd van het Zandpad komt. Hij vraagt hoe de VVD naar de regeldruk voor ondernemers kijkt. Er moet immers een inrichting komen die uitgebaat kan worden door iemand die daar winst op maakt. Hij vergelijkt dit met een kapsalon.
Pagina 44 van 73
Mw. Meerding (VVD) antwoordt dat een kapsalon niet per dagdeel wordt gehuurd. Dat is alleen maar een wens van de sekswerkers maar gaat voorbij aan alle andere belangen, zoals toezicht door de zorg en de politie. 5
10
15
20
25
30
35
Dhr. Stam (Volt) vraagt of mevrouw Meerding hierover met de hulpverlening heeft gesproken. Hulpverleners zien dit niet als een belemmering. Mw. Meerding (VVD) zegt dat dit risico ook wordt genoemd bij de toelichting van het raadsvoorstel. Dhr. Stam (Volt) erkent dat er minder zicht is op de sekswerkers maar betwijfelt of het ook onvoldoende is. Maar vindt de VVD niet dat de gemeente een ondernemer de mogelijkheid moet bieden om met zo’n klein aantal ruimtes winst te maken? Mw. Meerding (VVD) vindt het niet onredelijk als de gemeente een ondernemer zo’n ruimte per dag zou laten huren. Dan wordt er niet constant in en uit gelopen. Mw. De Vries (Partij voor de Dieren) vraagt hoe de VVD het voor zich ziet dat een ondernemer op die manier een winstgevende onderneming kan realiseren. Mw. Meerding (VVD) vindt een huur per dag niet bezwaarlijk. Zij begrijpt dat een vergunning van vijf jaar fijn is voor een ondernemer als die wil investeren maar volgens haar is een pilot van vijf jaar niet tijdelijk. Mw. De Vries (Partij voor de Dieren) stelt dat de VVD hier feitelijk kiest voor een principieel punt en zegt dat deze ondernemingen niet haalbaar zijn. Mw. Meerding (VVD) zegt dat het principiële punt is dat haar fractie niet voor een pilot van vijf jaar wil kiezen. Zij denkt dat een onderneming ook in drie jaar haalbaar kan zijn. Mw.
De Vries (Partij voor de Dieren) vraagt of de VVD het onderzoek bij het raadsvoorstel heeft gelezen. Daarin wordt gezegd dat vijf jaar haalbaar zou kunnen zijn en dan nog niet eens voor alle ondernemingen. Mw. Meerding (VVD) heeft dit gelezen maar zegt dat hier ook belangen bij spelen. Zij vindt het raar dat de gemeente iets een proeftuin noemt en het dan voor vijf jaar gaat doen. Mw. Leever (PvdA) vraagt of de VVD sekswerkers wil verplichten om langer een ruimte te huren?
40
Mw. Meerding (VVD) zegt dat sekswerkers van dit College maximaal twaalf uur per dag mogen werken. Dat mag van de VVD best minder. Mw. Leever (PvdA) merkt op dat een dagdeel huren dan toch juist goed zou zijn.
45
Mw. Meerding (VVD) denkt dat je ook gewoon een ruimte voor een normale werkdag van acht uur kunt huren. Mw. Leever (PvdA) zegt dat sekswerk fysiek best zwaar is. Dan is dit wel heel hard werken.
50
55
60
Mw. Meerding (VVD) merkt op dat het College in dat geval een bepaling heeft opgenomen waar het niet achter staat. Dhr. Şimşek (DENK) vraagt of de VVD dit beleid zou steunen als het niet om een proeftuin zou gaan. Mw. Meerding (VVD) zegt dat de VVD tegen de motie heeft gestemd om de proeftuin te verlengen. Zij vervolgt haar inbreng. Zij vraagt hoe de wethouder tegen deze grote wisselingen aankijkt. Daarnaast staat er in de APV een verbod om een werkruimte meer dan twaalf uur per dag door een sekswerker te laten gebruiken. Zou dat niet minder moeten zijn? Ook aan de openingstijden wordt gemorreld. De VVD zou hierin terug willen naar zeven uur ’s ochtends. Pagina 45 van 73