Conceptverslag VOWE 6 februari 2025
Tekst van het document
30
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) hoort dat de wethouder zegt dat het klimaat onderdeel is van het hotelbeleid. Dat is voor hem geen antwoord op de vraag hoe het college de hotelstop rijmt met het doel om met stevige maatregelen een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis en of klimaat nog een van de drie doelstellingen is.
35
Volgens de voorzitter was het ingaan op het punt van de Partij voor de Dieren meer een interruptie dan een gemiste vraag. Toch vraagt hij de wethouder te reageren.
40
45
Wethouder Oosters probeert dat. Klimaat is nog steeds een van de drie prioriteiten van het college en in de balans van de dingen die de gemeente in de stad organiseert is toerisme er ook een. Het college vindt dat het daar de regie over moet houden. Het college wil niet voor massatoerisme gaan, maar wil juist bekijken hoe het een beperkte groei kan faciliteren dat ook toerisme van kwaliteit oplevert. In die zoektocht kijkt het college ook heel erg naar de duurzame kant van het toerisme en kijkt het naar hoe het op die manier mensen die dichtbij Utrecht wonen als toeristen naar de stad kan trekken. Dat is de inzet en het college houdt daarover de regie. Klimaat is dus nog steeds een van de drie prioriteiten en het hotel- en toerismebeleid sluit daarbij aan. De voorzitter gaat in op de toezeggingen.
50
Mevrouw Kok heeft genoteerd dat in de gesprekken met de hotels de suggestie wordt meegenomen om samen dingen met de stad te doen en kans te geven aan studenten van mboopleidingen en dat dit in de brief terugkomt.
55
De voorzitter concludeert dat er geen toezeggingen zijn gemist. Hij sluit dit debat af. Zo dadelijk volgt een debat met een andere wethouder. Hij vergeet echter een belangrijk punt. Dat is de vraag aan de agenderende partijen of zij met dit commissiedebat hun doel hebben bereikt en of dit onderwerp terug moet komen in de raad.
60
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) heeft al aangekondigd dat zijn fractie met een motie zal komen over het niet beëindigen van de hotelstop. Pagina 15 van 73
De heer Van den Broek (CDA) deelt mee dat zijn fractie overweegt om met een motie te komen over de regeldruk. 5
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) geeft aan dat de ChristenUnie misschien ook met iets komt, maar haar fractie wil wachten op de actualisatie van de beleidsregel in Q4. Dan kijkt haar fractie verder. Zij roept de andere fracties op om dat ook te doen.
10
Volgens de voorzitter is dit een oproep. Er is in elk geval één motie aangekondigd en er wordt één motie overwogen. Agendering voor een kwartier zou voldoende moeten zijn. De commissie gaat hier niet over, maar hij wil dit als suggestie meegeven aan het Dagelijks Bestuur. Hij stelt vast dat de commissie hiermee instemt. De voorzitter schorst vergadering om 11.24 uur en heropent deze om 11.28 uur.
15
8. Uitdagingen rondom een uitvaart Dit agendapunt is vervallen.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
9. Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen “Een zeker bestaan, samen aan de slag’ De voorzitter stelt dat nu een ander onderwerp met een andere wethouder aan de orde is. De behandeling van het vorige onderwerp verliep vlot. Hij stelt voor daar een voorbeeld aan te nemen, dan is er een lange middagpauze. Voor dit onderwerp staat een behandeltijd van 30 minuten. Het is geagendeerd door GroenLinks, PvdA, CDA, D66, Partij voor de Dieren, Volt, Student & Starter, VVD, BIJ1, ChristenUnie en DENK. In december 2024 ontving de raad het uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen. De fracties willen in debat om inhoudelijke accenten en wensen mee te geven voor de verdere uitvoering van dit programma. Spreker corrigeert de behandeltijd, die is 90 minuten. Het punt wordt in één termijn behandeld. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) hoopte dat alle mooie ambities uit de beleidsnota wat concreter zijn geworden. Wat GroenLinks betreft is dat goed gelukt. Het is een heel uitgebreid programma met allerlei concrete maatregelen. Haar fractie is natuurlijk blij met onder andere de zorgkostenregeling naar aanleiding van haar motie, het vereenvoudigen van de aanvragen en de uitbreiding van de jongerentoeslag. In het kader van de dingen waar GroenLinks blij mee is noemt zij ook de Actie Bestaansbalans, de crowdfundingsactie die samen met Collectief Kapitaal is opgezet en die ontzettend succesvol is.
GroenLinks is blij dat de wethouder dit initiatief heeft genomen. Hiermee kan mensen wat financiële rust worden geboden. Zij heeft natuurlijk nog wel een aantal aandachtspunten. GroenLinks is blij met de zorgkostenregeling, maar zij begrijpt dat die nu voorliggend is gemaakt op de bijzondere bijstand, terwijl iemand die bijzondere bijstand vooraf moet aanvragen. Dat betekent dat iemand dan eerst de zorgkostenregeling moet aanvragen, maar als dat niet voldoende is, komt hij niet meer in aanmerking voor de bijzondere bijstand. Het is een wat ingewikkeld verhaal, zij hoopt dat het zo helder is. Het lijkt GroenLinks niet helemaal logisch. Zij vraagt dus aan de wethouder of hier nog eens goed naar gekeken kan worden. Het werken vanuit vertrouwen is een belangrijk principe in het Utrechtse beleid en GroenLinks is daar heel blij mee. Alleen komt in het uitvoeringsprogramma daarvan niet heel veel terecht. Het gaat haar met name om de vraag hoe dit vorm krijgt in de dienstverlening. Worden mensen hierop getraind en worden zij ook ondersteund? Het is immers soms best ingewikkeld om dit goed te kunnen doen. Zij wil graag een reactie van de wethouder. Hetzelfde geldt voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. Ook dit komt eigenlijk nauwelijks aan bod in het uitvoeringsprogramma, terwijl het volgens GroenLinks daarin wel een plek moet hebben.
Volgens haar is de wethouder dit wel met haar eens. Kan de wethouder toezeggen dat dit wordt gemonitord? Dan zijn er nog twee punten die wel uitgebreid terugkomen in het programma, maar die nog niet zo heel concreet zijn. Het eerste is de schuldenaanpak. Zij vindt het lastig om inzicht te krijgen in hoe het nu eigenlijk gaat. Ook vindt zij het vrij abstract. Misschien is het een goed idee om daar in de volgende dashboardbrief uitgebreider op in te gaan, met name op het meten en op het monitoren hoe het nu gaat. Ook voor de werkdienstverlening moet nog veel worden uitgewerkt. Zij vraagt wanneer de raad hier iets over hoort en of de wethouder kan toezeggen hierbij ook aandacht te hebben voor mensen die wel een beperking hebben, maar niet in het doelgroepenregister staan. Dat is altijd een wat vergeten en ingewikkelde groep die niet altijd de Pagina 16 van 73
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
juiste dienstverlening krijgt. Zij vraagt de wethouder hier aandacht voor te hebben. Tenslotte gaat zij in op het bouwdepot. GroenLinks heeft daar in twee jaar verscheidene keren om gevraagd. De conclusie is nu dat het ingewikkeld is. Dat vindt GroenLinks natuurlijk erg jammer. Zij denkt dat dit initiatief heel goed past in Utrecht. Het past bij het principe ‘Ongelijk investeren in gelijke kansen’, het past bij de inzet op kwetsbare jongeren, wat GroenLinks ook belangrijk vindt, en het past ook bij de strijd van deze wethouder om de Participatiewet. Is de wethouder dit met haar eens? Het bouwdepot werkt in sommige gemeenten alleen met fondsen en dan kost het de gemeente nauwelijks iets om dit te gaan doen. Dan is het misschien een kans om extra geld binnen te halen voor een groep die GroenLinks ook belangrijk vindt. Ziet de wethouder deze kans ook en is zij bereid dit initiatief een kans te geven? Het is een mooi uitvoeringsprogramma en zij kijkt uit naar de uitwerking ervan. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meldt dat haar fractie blij is dat het uitvoeringsprogramma er ligt. Zij leest dat er ontzettend veel acties zijn ondernomen om ervoor te zorgen dat Utrechters kunnen rondkomen en kunnen meekomen. Dat heeft zij de laatste tijd kunnen zien. Zij wilde ook de Actie Betaalbalans noemen, haar voorganger heeft er al iets over gezegd.
Ook het voornemen om inwoners sneller en eenvoudiger te helpen bij bijvoorbeeld het aanvragen van een bijstandsuitkering is belangrijk. Op papier ziet het er goed uit, maar veel hangt af van de uitvoering. Dat is best spannend in deze tijd van financiële druk en personeelstekort. De praktijk is weerbarstig, zij hoort bijvoorbeeld dat het aanvragen van de bijstand vaak veel langer duurt. Zij leest in het uitvoeringsprogramma dat nog veel moet worden uitgewerkt. Maar zij vraagt toch aan de wethouder of zij daarop kan reflecteren en kan ingaan op de haalbaarheid en op de vraag hoe de raad wordt geïnformeerd, als ambities toch worden bijgesteld. De PvdA wil het college een paar aandachtspunten meegeven. Zoals bekend is de PvdA blij met de focus op kinderen, al blijft het pleisters plakken. Bij een werkbezoek aan Overvecht hoorde zij hoeveel er eigenlijk nog meer nodig is om kinderen echt volwaardig mee te kunnen laten doen. Het Rijk zal echt bestaanszekerheid meer serieus moeten nemen. Een specifiek aandachtspunt hier zijn de subsidies voor de fondsen. Een aantal jaren heeft zij dat al gedaan en ook nu weer komt zij met het punt dat deze fondsen zo laat uitsluitsel krijgen over hun subsidie. Ook nu is dat weer het geval, terwijl beide partijen willen werken aan hetzelfde doel, het bereiken van kinderen die in armoede opgroeien en hen zo goed mogelijk ondersteunen.
Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard: als mensen kinderen langer moeten laten wachten, dan heeft dat echt een schadelijk effect en dat is doodzonde. Met elkaar hebben partijen immers iets goeds opgebouwd. Zij vraagt weer of er snel uitsluitsel kan komen en of, nu deze nota er is, dit probleem vanaf 2026 kan worden voorkomen. Haar fractie heeft eerder aandacht gevraagd voor één loket voor kinderen zodat het voor scholen en ouders gemakkelijker wordt een aanvraag te doen. Haar fractie leest nu iets over een sociaal partnerportaal bij de U-pas, maar de gemeente heeft ook geconcludeerd dat fondsen juist een doelgroep bereiken die de U-pas niet bereikt. Voor de PvdA wil dat zeggen dat niet alles via de U-pas moet, maar zo leest het nu wel. Zij vraagt om toelichting hierop van de wethouder. Wat de zorgkosten betreft kan zij zich aansluiten bij de woorden van haar voorganger. Ook de PvdA heeft die zorgen gehoord van sociale raadslieden. Zij vraagt of ook eigen risico kan worden teruggevraagd via de regeling die is opgetuigd. Eerder is toegezegd dat het niet alleen gaat om het ruimer maken van de bijzondere bijstand voor het vragen van vergoedingen, maar ook dat de indieningstermijn ruimer wordt. Zij vraagt of dat nu is gebeurd. In het uitvoeringsprogramma staat best veel over begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De PvdA kijkt uit naar de scenario’s van UW die eraan komen. Daar zal ongetwijfeld lang over worden gesproken. Spreekster was onlangs op bezoek bij UW en bij het sociaal ontwikkelbedrijf van Den Bosch. Daar is alles onder één dak, zowel het aanvragen van de bijstand als het begeleiden van mensen naar werk. Een van de dingen die dit bedrijf heel goed doet is het inzetten op loonkostensubsidie. Dat doet Den Bosch vele malen beter dan Utrecht. In het uitvoeringsprogramma leest zij dat Utrecht dat instrument meer wil gaan inzetten. Dan is haar vraag of de gemeente dan bij andere gemeenten zoals Den Bosch te rade kan gaan. Een punt van aandacht is ook het begeleiden van werkgevers. Zij heeft eerder gezegd dat de gemeente niet alleen mensen klaar moet maken voor de arbeidsmarkt, maar ook de arbeidsmarkt klaar maken voor deze mensen. Zij leest dat de gemeente meer werkgevers zal benaderen, maar blijft de gemeente ook hun aanspreekpunt nadat mensen daar geplaatst zijn? Haar laatste punt is het erbij betrekken van de doelgroep. Zij heeft vaak haar partijgenoot Sjonnies aangehaald die pleit voor meer ervaringskennis in beleid. Herkent de gemeente de mensen waarvoor zij het beleid maakt? Dat is onvoldoende zichtbaar in dit plan. De wethouder heeft onlangs een Manifest Ervaringsdeskundigheid ontvangen. Wat is daarmee gebeurd? Pagina 17 van 73
5
10
15
20
25
30
35
Mevrouw Barelds (CDA) brengt naar voren dat het CDA gelooft in een samenleving waarin mensen omzien naar elkaar en waarin overheid, maatschappelijke organisaties en individuen samen verantwoordelijkheid dragen voor bestaanszekerheid. Dit gaat verder dan alleen financiële steun. Het vraagt om maatwerk, saamhorigheid en sociale cohesie zodat het beleid niet alleen dient om te steunen, maar ook mensen in staat stelt volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Grotendeels leest het CDA dit terug in het uitvoeringsprogramma en daar is haar fractie blij mee. Haar fractie leest dat er wordt gezocht naar een beleid op mensenmaat. Haar fractie vindt het echter jammer dat dit stuk met name inzoomt op het helpen van het individu. Waar worden buurt en gemeenschappen uitgedaagd en ingezet om bestaanszekerheid te vergroten? Waarom staat er niets in over vrijwilligerswerk? Het is wel de ambitie van de wethouder bij de hervormingen van de brede sociale basis, waarom komt dat hier niet terug? Zij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Verder vraagt zij hoe de gemeente mensen uit de bijstand naar een baan krijgt. Is het beleid hiervoor genoeg activerend? Een punt dat haar fractie zorgen baart is de uitvoering van motie 315 van het CDA over extra geld naar gezinnen voor sport en cultuur.
Nu is ervoor gekozen om 600.000 euro in de U-pas te stoppen, terwijl haar fractie van fondsen als de Stichting Leergeld en het Jeugdeducatiefonds begrijpt dat de U-pas daar nog niet goed werkt. Ouders moeten namelijk zelf uitzoeken hoe zij hun recht op ondersteuning kunnen verzilveren, terwijl deze fondsen juist de kennis en de infrastructuur hebben om hen effectief te begeleiden. Daarnaast is de U-pas er niet voor sport en cultuur alleen. Is de U-pas dus wel het middel om de sport- en cultuurmogelijkheden van bijvoorbeeld kinderen in armoede te vergroten? Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoort het CDA zeggen dat het ingewikkeld zou zijn met de U-pas, maar de U-pas is wel een budget dat iemand meteen kan inzetten voor contributie, bijvoorbeeld voor sport. Wat is daar dan ingewikkeld aan? Mevrouw Barelds (CDA) denkt dat er twee soorten ingewikkeldheid zijn. In de eerste plaats werd in een werkstuk waar mevrouw Raaijmakers zelf aan refereerde aangegeven dat het soms lastig is voor de ouders om zelf die aanvraag te doen. Misschien kan zo’n loket als mevrouw Raaijmakers noemt hier helpen. Juist fondsen kunnen daar helpen. In de tweede plaats zijn nog niet alle sportverenigingen aangesloten bij de U-pas. Daarom stelt zij de vraag of de U-pas het middel is om alle kinderen te bereiken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) deelt het laatste punt.
In het uitvoeringsprogramma staat ook dat het college wil dat meer sportverenigingen en cultuurorganisaties zich aansluiten bij de U-pas. Het eerste punt van het CDA heeft natuurlijk ook met het budget te maken. Het budget staat op de Upas, maar kan uitgeput raken of niet voldoende zijn. Zit voor het CDA het probleem dan niet meer daarin?
40
Mevrouw Barelds (CDA) zou dat los willen trekken. Zij is het er helemaal mee eens dat de sportverenigingen zoveel mogelijk de U-pas moeten accepteren. Wat betreft het budget dat voor de U-pas beschikbaar is vraagt zij zich af of die 600.000 euro niet te veel is en of het niet beter is om dat bijvoorbeeld ook aan de fondsen te geven.
45
Mevrouw Bode (Volt) vraagt of zij goed begrijpt dat het CDA meer geld aan de fondsen wil geven zodat de fondsen ertussen tussen kunnen gaan zitten bij mensen die geld willen besteden aan sport en cultuur.
50
Mevrouw Barelds (CDA) weet dat het klinkt alsof het omslachtig is. Maar haar fractie krijgt berichten dat niet alle ouders de juiste wegen weten, terwijl fondsen die wel kennen. Zij zegt dat dus inderdaad.
55
Mevrouw Bode (Volt) denkt dat de raad toch wil dat de mensen meer zelfredzaam zijn en zelf de regie hebben. Dan is toch de U-pas en het daarvoor gevormde budget beter dan tegen de ouders te zeggen dat er een aantal fondsen is dat hen verder kan helpen?
60
Mevrouw Barelds (CDA) is het daarmee eens. Zij sluit het niet helemaal uit. Zij vraagt zich af of de 600.000 euro goed besteed wordt en of dat bedrag naar de U-pas moet. Maar zij zegt niet: doe het een of het ander. Zij is het helemaal eens met de zelfredzaamheid. De overheid moet het ook niet allemaal uit handen willen nemen. Pagina 18 van 73
5
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) brengt naar voren dat die U-pas juist autonomie geeft aan ouders die hulp moeten vragen. Dat stukje autonomie gunt zij hen heel erg. Is het niet zo dat het CDA eigenlijk naar een oplossing zoekt voor een probleem waarbij de oplossing elders ligt? De sportclubs moeten beter aangehaakt worden en het moet gemakkelijker en vindbaar worden. Is het CDA het met haar eens dat de fondsen niet de oplossing hoeven te zijn en dat de gemeente juist de kern van het probleem moet aanpakken?
10
Mevrouw Barelds (CDA) is het daarmee eens, maar zij zoekt nog naar wat volgens D66 de kern van het probleem zou zijn. De voorzitter meent dat het niet aangaat vragen terug te kaatsen. De interruptie was al uitgebreid. Er komt of een echt nieuwe vraag of mevrouw Barelds gaat door met haar betoog.
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Dada-Anthonij (D66)zal het heel kort verduidelijken. Zij ontkent dat er een probleem kan zijn. Zij vindt die autonomie heel belangrijk naar die ouders toe. Dus als de gemeente de oplossing in die fondsen zoekt, dan creëert zij eigenlijk weer een nieuw probleem. Moet er dan niet elders worden gekeken naar de oplossing van dat probleem in plaats van direct naar de fondsen te gaan? Mevrouw Barelds (CDA) antwoordt dat haar fractie de autonomie ook heel belangrijk vindt en denkt dus niet dat het geld alleen naar de fondsen moet. Zij gaat verder met haar betoog. Zij vraagt of de wethouder kan garanderen dat door de nu gekozen uitvoering meer kinderen toegang krijgen tot sport en cultuur. Dat is immers het doel. In achtgenomen dat de fondsen juist minder geld krijgen vanwege bezuinigingen, hoe ziet de wethouder deze positie met betrekking tot sport en cultuur? Tenslotte vraagt het CDA zich af of het partnerportaal hier de juiste oplossing voor is. Het CDA begrijpt dat ook hierover niet alle partijen enthousiast zijn. Hoe reflecteert de wethouder hierop? Mevrouw Dada-Anthonij (D66) brengt naar voren dat het uitvoeringsprogramma mooie doelstellingen baseert op de ambitie dat iedereen in deze stad moet kunnen rondkomen, meedoen en vrij moet zijn van schuldzorgen. Met het oog op het laatste stelde D66 enige weken geleden vragen over het kwijtschelden van schulden.
D66 is ervan overtuigd dat alleen het kwijtschelden van schulden niet altijd de meest duurzame oplossing is en vindt een duurzame oplossing van problemen cruciaal. Het college geeft aan dat aanvullende begeleiding in veel gevallen wel wordt geboden, hoewel het geen verplichting is. Dat is heel mooi. De regeling loopt nog geen jaar, er is dus nog niet veel bekend over eventueel terugvallen in schulden in Utrecht. Kan het college toezeggen bij te houden of en hoeveel cliënten aanvullende hulp krijgen, inclusief aanbeveling over vervolg, en kan het vanuit die cijfers en inzichten aangeven in hoeveel gevallen terugval zich voordoet naarmate de regeling langer loopt? Kan de wethouder de raad daarover informeren door middel van de dashboardbrief?
45
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft in dit debat vragen gehoord die haar verbaasd hebben. De antwoorden hebben laten zien wat goed bij Utrecht past. Bij het helpen van mensen die stressensitief zijn is in haar ogen het kwijtschelden van schulden een goed instrument. Hoe ziet D66 dat?
50
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) antwoordt dat D66 het daarmee eens is. Tegelijkertijd vindt haar fractie dat, als die schulden worden kwijtgescholden, daar structureel hulp of begeleiding bij nodig is om terugval te voorkomen. D66 trekt niet het kwijtschelden van schulden in twijfel, maar dan wel met de garantie dat er op lange termijn begeleiding is zodat er geen terugval is. Dat biedt immer ook weer nieuwe stress.
55
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de antwoorden op die vragen dan bij D66 zorgen hebben gewekt. Zij kan zich dat bijna niet voorstellen.
60
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat, toen zij zag dat dit gebeurde, zij dat heel mooi vond omdat het een heleboel zorgen wegneemt, maar tegelijkertijd weet zij dat een heleboel mensen terugvallen in schulden doordat hun gedrag niet wordt aangepast. Dat wil haar fractie juist voorkomen. Vandaar dat zij meent dat, als zij kijkt naar de antwoorden op die vragen, er nog niet Pagina 19 van 73
veel duidelijkheid is of dat gebeurt. Als dat gebeurt, lijkt het haar goed om dat scherp in de gaten te houden en toch wat steviger te zijn op de nazorg bij kwijtschelding. 5
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) denkt dat dat de vraag is. Zij vraagt of D66 dan niet ziet dat hierin al heel snel de ondertoon van het veroordelen van schulden zit. Dat las zij ook echt in die vragen. Dat helpt niet om mensen uit schulden te helpen.
10
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) denkt dat mevrouw Raaijmakers dan de verkeerde conclusie trekt. D66 heeft namelijk gezegd dat het kwijtschelden alleen niet duurzaam is. Haar fractie trekt het kwijtschelden niet in twijfel, maar wil wel dat het een duurzame oplossing wordt.
15
Mevrouw Bode (Volt) hoort D66 zeggen dat het alleen kwijtschelden niet duurzaam is. Daar is zij het helemaal mee eens, maar zij hoort D66 ook zeggen dat het wil dat er begeleiding is zodat mensen niet terugvallen in het oude gedrag. Kan zij daaruit concluderen dat D66 vindt dat deze schuld eigen schuld is?
20
25
30
35
40
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) antwoordt dat D66 dat zeker niet vindt. Heel veel mensen komen in schulden door overmacht, zoals het overlijden van een partner of een scheiding. Dat zijn allemaal levensveranderende situaties waar D66 oog voor heeft. Tegelijkertijd is haar fractie wel zo nuchter om te weten dat mensen soms niet hebben geleerd of meegekregen om met geld om te gaan op een manier dat zij niet in schulden komen. Deze week heeft iedereen ook de discussie in Klarna en de winkelstraat gehoord. Die mensen gunt zij juist dat zij die begeleiding krijgen wanneer dat nodig is om te voorkomen dat zij in de oude situatie terugvallen die inderdaad veel stress oplevert. Mevrouw Bode (Volt) hoort dan toch wel dat het bij een groot deel van de mensen met een schuld, schuld door eigen gedrag is. Is D66 het met haar eens dat veel schulden ontstaan doordat de inkomsten onvoldoende zijn om te voorzien in basisbehoeften zoals huur en boodschappen? Mevrouw Dada-Anthonij (D66) meent dat ook mevrouw Bode een conclusie trekt uit iets dat spreekster helemaal niet zegt. Er zijn levensveranderende omstandigheden die ten grondslag liggen aan schulden. Tegelijkertijd is er een groep mensen waarvan zij niet weet hoe groot die is die door keuzes die zij zelf maken in de schulden komen.
Zij zegt niet dat zij daaraan schuld hebben omdat zij er ook oog voor heeft dat die mensen misschien de manier om uit de schulden te blijven in het leven niet hebben meegekregen. Juist die mensen gunt zij de begeleiding zodat zij niet meer in een stressvolle situatie met schulden komen. Het valt de voorzitter op dat een aantal interrupties en de beantwoording daarvan behoorlijk lang zijn en dat er herhalingen in de vragen en de antwoorden zitten. Het spaart tijd, als de leden dat niet doen. Mevrouw Bode (Volt) hoeft niet meer een derde interruptie te plaatsen.
45
50
55
60
De heer Şimşek (DENK) ziet dat de naam op het scherm niet klopt. De voorzitter constateert dat er vandaag van alles misgaat met de bordjes. De heer Şimşek (DENK) geeft aan dat zijn naam Şimşek is en niet Sungur. Het zou wel mooi zijn, als hij fractievoorzitter zou worden. De voorzitter merkt op dat het nog steeds misgaat met de bordjes. Als de heer Şimşek zijn vraag heeft gesteld, wordt er iets aan gedaan. De commissie heeft echter de naam van de spreker gehoord. De heer Şimşek vraagt of D66 niet vindt dat meer moet worden ingezet op preventie van schulden. Preventie is belangrijk, of het nu gaat om mensen die in het verleden schuld hebben gehad en nu uit de schuld zijn geholpen of mensen die nog nooit in de schulden hebben gezeten, maar waarvan bekend is dat zij moeilijk rondkomen en bij wij moet worden voorkomen dat zij überhaupt in de schulden komen te zitten. Wat vindt D66 van de wijze waarop het college daarop inzet? Pagina 20 van 73
5
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) is het daar voor honderd procent mee eens. Zij denkt ook dat het college er alles aan doet dat binnen zijn vermogen ligt. Toch ontkomt de samenleving er niet aan dat mensen in schulden raken. De raad moet die balans wel goed in het oog houden, maar zij is voor inzetten op preventie en zij denkt dat het college dat ook probeert. De voorzitter merkt op dat het wel weer een lang antwoord was.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) zal proberen het anders te doen. Werk is voor hen die daartoe in staat zijn de beste manier om bestaanszekerheid te waarborgen. Het is niet alleen de sleutel tot financiële stabiliteit, maar biedt ook toekomstperspectief en het draagt bij aan eigenwaarde en aan sociale binding. Jongeren verdienen een toekomst waarin zij kunnen dromen en kansen krijgen. Dat komt ook terug in het uitvoeringsprogramma. Toch kampen veel jongeren met obstakels zoals schulden, mentale problematiek of gebrek aan netwerk en opleiding. Deze problemen versterken elkaar en beperken de mogelijkheden om te participeren in de maatschappij en dragen bij aan de prestatiedruk die jongeren ervaren. In het uitvoeringsprogramma is te zien dat er veel wordt gedaan om jongeren te helpen de weg naar werk te vinden. Toch is voor bepaalde groepen meer nodig en is dat eerder nodig. Hoe kijkt het college naar zorgen over bestaanszekerheid in de toekomst als grondoorzaak van prestatiedruk? Welke mogelijkheden ziet het college om al in een eerder stadium en misschien met meer uren in te zetten op het kansrijker maken van de overstap naar het werkende leven? Leerlingen in het vmbo moeten al jong richting kiezen en zij hebben niet altijd in beeld wat hun mogelijkheden zijn.
Daarnaast heerst nog steeds de gedachte dat werken met handen minder zou zijn dan en minder zou opleveren dan een baan waarvoor een theoretische opleiding nodig is. Met personeelstekorten en een veranderende arbeidsmarkt is dat zeer onterecht. Kan de wethouder toezeggen met vmbo-scholen in gesprek te gaan om samen tot een plan te komen voor een betere begeleiding van vmbo-leerlingen en het algehele beeld van praktisch geschoold werk bij te stellen? Het verlagen van drempels en het vereenvoudigen van regelingen heeft een plek in het uitvoeringsprogramma. D66 juicht dat toe. Zo worden deze regelingen toegankelijker voor iedereen. In dit kader vraagt D66 de wethouder of er inmiddels vooruitgang is geboekt bij het ontwikkelen van het virtuele inkomensloket. Het zou mooi zijn, wanneer dit voor het einde van deze raadsperiode klaar zou zijn voor gebruik. Daarnaast hoort D66 graag of de wethouder andere digitale ontwikkelingen in beeld heeft om regelingen toegankelijker te maken en de efficiëntie te optimaliseren. Haar laatste punt gaat over de risico’s in het uitvoeringsprogramma. Dat raakt ook aan wat de PvdA eerder zei. De hervormingsopgave sociaal domein en de invulling van de gemeente-brede structurele tekorten vanaf 2026 kunnen ertoe leiden dat er minder middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van de doelstellingen in dit programma.
In het uitvoeringsplan wordt aangegeven dat, wanneer nodig, de werkdienstregeling en/of de armoederegeling versoberd kunnen worden. Wat D66 betreft is dat geen wenselijke ontwikkeling,. Daarover is iedereen hier het waarschijnlijk wel eens. Kan de wethouder inzicht geven in welke regelingen dit specifiek betreft, wellicht ook al in welke volgorde en wat de uitwerking daarvan is in de stad? De heer Snijder (Student & Starter) meent dat D66 terechte opmerkingen maakt, zeker over die groep jongeren die wat praktischer zijn opgeleid. Er is natuurlijk die hervormingsopgave voor de gemeente. Hij hoort een aantal zaken dat ook meespeelt, zoals mentale gezondheid en woonstress. Waar ziet D66 de mogelijkheid om hier integraal naar te kijken, in relatie tot het voorliggende werk- en inkomensstuk? Mevrouw Dada-Anthonij (D66) antwoordt dat haar fractie heel erg kijkt naar oplossingen die meer de grondoorzaken aanpakken. Op het moment dat een jongere b.v. op het vmbo een beter toekomstperspectief heeft doordat de reputatie van met de handen werken verbetert en er een besef is dat dit heel veel kan opleveren voor iemand die dat werk doet, voelt hij zich op school ook beter. Dat neemt stress weg en daardoor presteert hij beter. Zo kijkt D66 daarnaar. De heer Snijder (Student & Starter) meent dat de vraag terecht is. Die wordt nu neergelegd bij de wethouder Werk en Inkomen.
Maar het is ook zo dat dit bij verschillende beleidsterreinen speelt. Zelf zoekt hij hoe dat probleem dan kan worden opgelost, ook in het kader van de bezuinigingen. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) begrijpt de vraag. Zij wil ook niet in de schoenen van het college gaan staan. Het is meer een aansporing richting wethouder. Zij denkt dat de wethouder sowieso al Pagina 21 van 73
met haar collega’s moet kijken naar dit soort problemen en naar hoe zij daar samen de schouders onder kunnen zetten. 5
10
15
20
25
30
35
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) vindt het goed om te zien waaraan de gemeente gaat werken wat betreft werk en inkomen. Hij sluit zich aan bij het punt van de PvdA over het erbij betrekken van de werkgevers. Zijn eerste vraag sluit hier ook op aan. Het college wil ondersteuning bieden aan werkgevers door middel van informatievoorziening en door de kansen te noemen van inburgeraars om de werkgevers te motiveren inburgeraars aan te nemen. Kan het college toezeggen in deze informatievoorziening ook aandacht te besteden aan goed werkgeverschap en goede arbeidsvoorwaarden zodat deze inburgeraars onder goede omstandigheden kunnen gaan werken? Zijn tweede vraag gaat over de zelfredzaamheidsroute voor inburgeraars om ze voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Kan het college toezeggen hierin ook aandacht te besteden aan de rechten van de inburgeraars, aan wat de werkomstandigheden zijn en aan wat werknemers van werkgevers mogen verwachten? Misschien gebeurt dit al. Zo niet, dan zou de Partij voor de Dieren dit er graag bij zien. Deze twee focuspunten zijn volgens zijn fractie een goede begin om de arbeidsrechten van inburgeraars beter te beschermen. Mevrouw Bode (Volt) dankt in de eerste plaats de wethouder voor dit uitvoeringsprogramma.
Het is immers geschreven vanuit een groot hart voor de mensen die het nodig hebben en ook vanuit een positief mensbeeld omdat er wordt uitgegaan van wat mensen kunnen, en vooral wat zij zelf kunnen. Het is bekend dat Volt voor geld geven is zodat mensen zelf bepalen. Dat blijft haar fractie herhalen. Volt is natuurlijk ook realistisch. Volt weet immers dat de U-pas tot dat moment eigenlijk een noodzakelijk iets is. Daarom is haar fractie voor een zo hoog mogelijk budget en een zo breed mogelijk gebruik met zo min mogelijk voorwaarden. De insteek van Volt is dus: zolang geld geven niet mogelijk is, dan zoveel mogelijk via de U-pas. Dan is haar fractie dus blij met de stappen die in dit uitvoeringsprogramma worden gezet. Het budget wordt immers verhoogd, aanbieders van cultuur en sport worden aangemoedigd om zich aan te sluiten en mensen kunnen nu ook sportspullen aanschaffen. Dat is superfijn. Er zij twee dingen die Volt graag wil realiseren. In de eerste plaats wil haar fractie dat het budget op de U-pas langer beschikbaar blijft. Dat vervalt nu na één jaar, terwijl een uitgave net wat groter kan zijn of over een jaar heengaat. Dan is het fijn dat het budget dat nog resteert daarvoor kan worden gebruikt. Het tweede punt is dat in de raadsbrief staat dat er 300.000 euro naar de partners gaat voor besteding aan sport en cultuur. Volt wil dat dit budget ook naar de U-pas gaat.
Dat scheelt een loket, het geeft mensen meer regie om zelf te bepalen hoe ze dat willen uitgeven. Tenslotte gaat zij in op de meetbaarheid en effectiviteit van alle acties. Volt wil namelijk graag weten wat iets kost. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of Volt ook ziet dat door minder geld aan de fondsen te geven minder kinderen in Utrecht worden bereikt.
40
45
50
Mevrouw Bode (Volt) ziet dit niet. Har fractie zet namelijk in op een beter bereik van alle regelingen en ook van de U-pas voor alle mensen. Volt gelooft dat het geld zo duidelijker direct daar terechtkomt waar het nodig is. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat mevrouw Bode ook bij het werkbezoek was. Spreekster gelooft dat de fracties vanuit het stadhuis het hierover kunnen hebben, maar dat de praktijk weerbarstiger is. Kinderen worden op verschillende manieren bereikt, dat kan ook via de scholen of de vindplekken waar kinderen zijn. Dat is niet altijd een plek waar de U-pas er is of bij het stadskantoor van de gemeente. Hoe wil Volt die kinderen dan wel bereiken?
55
Mevrouw Bode (Volt) denkt dat dat via het contact op de scholen kan. Maar zij wil daar geen fondsen tussen zetten omdat dat het heel complex maakt. De fondsen geven aan dat zij het kind centraal stellen, mar ondertussen moet er via ieder fonds iets ander worden geregeld. Als moeder van twee kinderen zou het voor haar een dagtaak zijn om hier een sportveld, daar een abonnement en daar nog een uitje te kunnen regelen. Zet het op de U-pas, dan heeft iemand het in eigen hand.
60
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat Volt heel erg uitgaat van eigen regie, terwijl mensen die in hoge geldnood zitten niet altijd de regie kunnen voeren. Professionals zeggen dat ook. Een kind mag daar niet de dupe van zijn. Fondsen brengen ook nog extra geld mee, zij zou het dus doodzonde vinden, als en het geld en de kinderen straks niet meer bereikt kunnen worden. Pagina 22 van 73
Spreekster vraagt Volt na te denken over wat scholen zeggen over hoe kinderen het beste kunnen worden geholpen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Bode (Volt) geeft aan dat er nu 300.000 euro is gereserveerd voor fondsen om uit te geven aan sport en cultuur, terwijl juist op de U-pas de mogelijkheden daarvoor zoveel worden verruimd. Dan vindt Volt het zonde om te zeggen dat het geld naar de fondsen gaat, terwijl het ook aan de U-pas kan worden besteed. De voorzitter ziet dat het CDA niet meer wil interrumperen. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) denkt dat Volt en haar fractie elkaar kunnen vinden op het punt autonomie van mensen met schulden. Tegelijkertijd merkt zij ook dat die fondsen echt een rol hebben in de stad. Zij zou er heel graag naartoe willen dat die autonomie volledig is en dat het geld daarnaartoe gaat. Maar is Volt het niet met haar eens dat het nu niet de tijd daarvoor is en dat daarnaartoe gewerkt moet worden? Dit gaat wel heel snel waardoor de gemeente mogelijk een groep uit het oog verliest die niet meer wordt bereikt. Hoe ziet Volt dat? Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat Volt vindt dat het niet snel gaat en meent dat er nu een kans is om een volgende stap te zetten. De fondsen zijn immers nog steeds op heel veel andere plekken beschikbaar. Bij het werkbezoek vorige week werd gesproken over een wasmachine die moest worden vervangen, een laptop en een matras. De gemeente moet het voor mensen eenvoudiger maken.
Als iemand onvoldoende eigen inkomen heeft, moeten er zo min mogelijk extra regelingen zijn en moet het zoveel mogelijk worden geconcentreerd om het eenvoudiger te maken. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) stelt dat mevrouw Bode en zij elkaar vinden op het laatste punt. Maar zij is ook benieuwd hoe Volt kijkt naar de groep die de gemeente door dit heel snel te doen gewoon uit het oog verliest en die dan helemaal geen hulp meer krijgt omdat zij om wat voor reden, wantrouwen of iets anders, de U-pas niet gebruiken. Die mensen vallen buiten het beeld en worden niet meer geholpen met alle gevolgen daarvan. Hoe kijkt Volt daarnaar? Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat de commissie het hier heeft over een budget dat bestemd is voor sport en cultuur. Als het niet naar de fondsen gaat, dan kunnen de fondsen kinderen inderdaad niet helpen op het terrein sport en cultuur. Maar daarvoor verruimt de gemeente juist de U-pas. Het is niet zo dat heel veel kinderen en gezinnen in acute nood komen omdat die fondsen er niet zijn. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) wijst erop dat D66 sport en cultuur uitermate belangrijk vindt gezien de sociaal-emotionele uitwerking die het heeft, de positieve impact. Nogmaals vraagt zij of Volt dan over de mensen die buitenboord vallen zegt: “Laat maar zitten”. Mevrouw Bode (Volt) beantwoordt die vraag met nee. Het kan met de U-pas. Zij gaat verder met haar laatste punt.
Dat gaat over meetbaarheid en effectiviteit van alle acties. Haar fractie wil namelijk weten wat alles kost en wanneer een actie als succesvol wordt gezien. Wanneer zou de wethouder dit inzicht kunnen verschaffen? Terecht wordt in het uitvoeringsprogramma gesteld dat de daarin opgenomen acties onder voorbehoud zijn omdat mogelijk een lager budget zal dwingen tot versobering van het beleid. Daarom vraagt zij aan de wethouder wat de prioritering is van de acties. Wat zou de gemeente als eerste niet doen, als er minder financiële middelen zijn en wat blijft de gemeente sowieso wel doen? De heer Snijder (Student & Starter) neemt dit debat over van zijn collega Van Rooij. Hij vindt het leuk dat hij een keer het debat over werk en inkomen mag doen. Zijn fractie spreekt haar dank uit voor dit uitvoeringsprogramma aan het college en de ambtenaren die het hebben opgesteld. Hij richt zich hierbij specifiek tot mevrouw Voortman. De speerpunten waar de twee komende jaren op wordt gefocust ondersteunt Student & Starter van harte. In Utrecht zijn er goede regelingen voor financiële ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Maar het is belangrijk dat de gemeente erop inzet dat mensen ook gebruik maken van die regelingen. Mensen moeten weten waar zij terechtkunnen en waar zij recht op hebben en zij moeten ook in staat worden gesteld om de aanvraag te doen.
Hij leest dat er op dit punt al mooie stappen worden gezet. In het uitvoeringsprogramma is er ook speciale aandacht voor doelgroepen, waaronder jongeren. Zoals Pagina 23 van 73
5
10
15
20
25
30
35
bekend kampt deze groep met financiële problemen, mede veroorzaakt door het leenstelsel en de woningmarkt waar studenten de hoofdprijs betalen voor een kamer. Het is dan ook zeer positief dat Utrecht de studietoeslag uitbreidt. Ook is zijn fractie positief over de voorgenomen plannen om de dienstverlening beter aan te laten sluiten op jongeren, met aandacht voor individuele begeleiding waar dat nodig is. In het uitvoeringsprogramma is er ook aandacht voor het meer bekend maken van het aanbod op het gebied van armoede en schulden voor jongeren die nu nog onvoldoende worden bereikt. Uiteraard vindt zijn fractie dit een heel goed idee maar zij vindt dat de beoogde aanpak te summier is. Er zal worden gewerkt met influencers om regelingen meer bekendheid te geven onder jongeren. Kan de wethouder dit nader toelichten en aangeven hoe het inzetten van influencers concreet vorm gaat krijgen? Welke stappen staan er in de planning en op welke termijn? Zijn laatste punt is dat hij leest dat de gemeente met samenwerkingspartners en jongeren zelf gaat onderzoeken hoe zij meer jongeren kan bereiken en ondersteunen. Uiteraard juicht Student & Starter dit altijd toe. Zijn fractie hoort graag van de wethouder hoe dit er concreet uit zal zien en op welke termijn dit zal plaatsvinden.
Uiteraard wil zijn fractie dat de campagne zo snel mogelijk van de grond komt, maar de gemeente moet het wel goed doen. Kan de wethouder toezeggen dat zij de raad zo snel mogelijk zal informeren over dit participatieproces en de uitkomst ervan? Mevrouw Zijdenbos (VVD) neemt dit debat waar voor haar collega Mariam Al-Saqaff. De VVD wil dat iedereen mee kan doen, zijn eigen geluk kan nastreven en kan voorzien in zijn of haar levensonderhoud. Werk staat aan de basis daarvan. Op het werk maakt iemand sociale contacten, ontplooit hij zichzelf en verdient hij geld waardoor hij voor zichzelf en zijn eventuele gezin kan zorgen. Haar fractie vindt het dan ook belangrijk dat de gemeente zich blijft inzetten voor het aan het werk krijgen van iedereen. Daarom heeft de VVD de volgende opmerkingen over het uitvoeringsprogramma. In het overzicht waarin de dienstverlening in drie categorieën wordt verdeeld ziet de VVD iets apart staan. Waarom zijn de lijnen ‘Ik heb behoefte aan inkomen’ en ‘Ik zoek werk’ aparte lijnen? Het toekennen van een uitkering hoort volgens de VVD altijd gepaard te gaan met op zoek gaan naar werk. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) is benieuwd of de VVD ook beseft dat sommige mensen echt niet in staat zijn om te gaan werken en dat door de door de VVD voorgestelde aanpak deze mensen compleet aan de zijlijn worden gezet.
Is de VVD dat met haar eens? Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat haar fractie wil dat mensen hun best doen om aan het werk te gaan. Daarbij wil de VVD graag de steun van de gemeente zien. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt hoe de VVD dan aankijkt tegen mensen die daar echt niet toe in staat zijn.
40
45
50
Mevrouw Zijdenbos (VVD) houdt die vraag nog even tegoed. Zoals bekend neemt zij het debat over. De VVD wil graag dat iedereen op zoek gaat naar werk omdat er dan sprake is van echte financiële zelfredzaamheid. Zij wil graag een reactie van het college. Daarnaast vindt de VVD het jammer dat het college de gegevens van werkzoekenden in de bijstand niet inzichtelijk wil maken voor werkgevers. Op dit moment bekijkt de gemeente of zij een CV wel of niet aanbiedt aan een werkgever. Maar werkgevers geven bij haar fractie aan dat zij zelf wellicht de potentie zien in iemand of een connectie zouden maken die de gemeente niet direct zou zien. Welke kansen ziet het college om de werkgevers meer inzicht te bieden? ‘Iedereen aan het werk’ betekent iedereen aan het werk zetten en alles in gang zetten om dit mogelijk te maken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft in haar inbreng al gezegd dat de gemeente mensen klaarmaakt voor de arbeidsmarkt, maar dat werkgevers ook wel klaar mogen worden gemaakt voor deze mensen. Ziet de VVD dat ook zo?
55
Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat het altijd een wisselwerking is. De gemeente moet beginnen met inzichtelijk te maken wie er openstaat voor de arbeidsmarkt.
60
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoort hier nog steeds in dat het vooral bij de werknemer ligt. Maar de gemeente mag ook wel wat verwachten van de werkgevers, zeker in deze tijd van grote personele krapte. Werkgevers zitten te popelen om arbeidskrachten. Mag er dan niet meer worden verwacht van de werkgevers? Pagina 24 van 73
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Zijdenbos (VVD) meent dat er sowieso een match moet zijn tussen werkgever en werknemer. Die connectie moet er gewoon zijn. Daarom vraagt haar fractie aan de wethouder welke kansen het college ziet om meer inzicht te geven in zulke connecties tussen werkgever en werknemer. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) dankt de wethouder voor de raadsbrief en het uitvoeringsprogramma. Het is een heel initiatief om de inwoners van deze stad te helpen en de ChristenUnie is er blij mee. Ondanks de financiële uitdagingen is de gemeente er voor de kwetsbare inwoners in deze stad. De ChristenUnie is positief over de doelgroepen aan wie in het programma prioriteit wordt gegeven. Zij heeft een aantal vragen aan de wethouder. In de eerste plaats is haar fractie benieuwd hoe de wethouder op het gebied van de studietoeslag denkt dat zij wel binnen het budget van 1 miljoen euro van het Rijk kan blijven met de genoemde gerichte acties. Of wordt het weer een overschrijding? Kan de wethouder terugkoppelen wat zij gaat doen, als de werkelijke kosten te hoog blijven? In de tweede plaats sluit de ChristenUnie zich aan bij de zorgen die zijn geuit door andere fracties over de invloed van de hervormingsopgave sociaal domein en het financiële tekort van 2026. Ook de ChristenUnie vraagt de wethouder de raad hierin goed mee te nemen.
Haar derde punt is dat de wethouder in een brief terugkomt op een toezegging over de begeleiding van mannelijke en vrouwelijke inburgeraars naar werk. Hierin staat dat er trainingen zijn voor het vergroten van het zelfvertrouwen en het versterken van de mentale gezondheid bij vrouwen. De ChristenUnie vraagt zich af of daaraan ook behoefte is bij mannen. Vindt de wethouder dat er hier een hulpvraag ligt? Haar laatste punt is dat de ChristenUnie zich zorgen maakt over de ICT-ontwikkelcapaciteit. Het staat aangegeven bij de risico’s en in het uitvoeringsprogramma staat zelfs dat er een groot risico is dat de gemeente onvoldoende capaciteit heeft voor de ontwikkeling van een klantvolgsysteem en het ontsluiten van data. De gemeente kan dan niet genoeg sturen. De huidige situatie is volgens de ChristenUnie niet houdbaar omdat het te veel risico met zich meebrengt. Haar fractie hoort graag van de wethouder wat het college daar, eventueel met meedenken van de raad, aan kan doen. De heer Şimşek (DENK) dankt in de eerste plaats de wethouder en de ambtenaren die aan dit document hebben gewerkt voor het maken van deze actieagenda. Het is fijn om één overzichtelijk document te hebben waarin de acties van de verschillende beleidsnota’s worden benoemd. Voor DENK zijn gelijke kansen altijd een speerpunt geweest en bestaanszekerheid is daar een onderdeel van.
In de actieagenda staan veel punten waar zijn fractie blij mee is, maar zijn fractie heeft ook een aantal punten van zorg. DENK is blij dat het college het aanvragen van een bijstandsuitkering gemakkelijker wil maken. DENK heeft altijd gepleit voor een uitgangspunt van vertrouwen in plaats van wantrouwen in de burger. Zijn fractie is blij dat het college dit uitgangspunt heeft overgenomen. De praktijk leert echter dat veel mensen toch wantrouwen vanuit de overheid ervaren en het proces voor het aanvragen van de uitkering lastig vinden. Hij heeft nog geen beeld van hoe het nieuwe proces eruit gaat zien. Daarom vraagt hij aan het college om enerzijds constant te evalueren hoe burgers dit nieuwe proces ervaren en anderzijds om de raad op de hoogte te stellen van hoe deze versimpeling eruit ziet. Hij vraagt een toezegging om daarop bij de raad terug te komen, als dat al niet is gedaan. (Spreker is een tijdje weggeweest.) De raad heeft het al jaren over het bereik van de armoederegelingen. Veel burgers in de stad weten gewoon niet hoe zij bepaalde hulpvragen kunnen doen. Zijn fractie heeft hier van het begin af op gehamerd en is blij dat het college hierop blijft inzetten. Zijn fractie wil graag per brief op de hoogte worden gehouden van de effecten van de campagne ‘Weet waar je recht op hebt’ zodat de raad constant kan leren wat wel en wat niet werkt.
Het is van essentieel belang dat ook de doelgroep zelf en belangrijke aanspreekpunten in de wijk hierover mee kunnen praten, omdat de ervaring leert dat de ervaring van bewoners lang niet altijd overeenkomt met wat mooi op papier wordt gezet. Spreker hoort graag van de wethouder hoe de raad hierover wordt geïnformeerd en ook hoe de stem van de inwoners hierin meegenomen kan worden. Ook is DENK blij dat het college inzet op het verduidelijken van de rechten en plichten, maar vooral ook van het erkennen van het recht tot het maken van een menselijke vergissing. Iedereen weet nog goed hoe het ging met de toeslagenmisdaad. Zijn fractie wil voorkomen dat dit soort dingen zich ooit herhalen. Graag verneemt zijn fractie per brief hoe het college dit precies wenst te doen en wat hierin de stappen zijn. Welk proces kan hij verwachten, als er een menselijke vergissing is? Ook wil zijn fractie dat burgers wat meer de mogelijkheid krijgen om hierover zelf hun feedback te geven en hun ervaringen te delen zodat de raad die mee kan nemen. Ook hier vraagt hij een toezegging. Pagina 25 van 73
5
10
15
De heer Otto (EenUtrecht) ziet op pagina 12 van het uitvoeringsprogramma dat de bijzondere bijstand te complex is of niet goed vindbaar is en dat Utrechters er daardoor te weinig gebruik van maken. In Q2 van 2025 wordt dit aangepakt. Zijn fractie ontvangt echter verschillende signalen dat het in 2024 een stuk gemakkelijker was om aanvraag te doen en dat dit in 2025 veel moeilijker is geworden. De al zwaarbelaste ervaringsdeskundigen die jaarlijks talloze mensen helpen met de aanvragen zijn sinds 1 januari 2025 weer een stuk langer bezig. Herkent het college de signalen dat de nieuwe handelwijze in2025 stress veroorzaakt bij bijstandsgerechtigden en dat dit mogelijk leidt tot nog hogere drempels? Is het college bereid om terug te gaan naar de handelswijze tot en met 2024, dit in afwachting van de nieuwe aanpak die volgens het uitvoeringsprogramma moet starten vanaf Q2 van dit jaar? Hoe gaat het college ervaringsdeskundigen meer en beter betrekken bij het opstellen van een nieuwe laagdrempelige aanpak? Verder begreep EenUtrecht dat de gemeente afscheid heeft genomen van Hallo Werk en nu gebruik maakt van de diensten van Competensys omdat het college daarbij hogere verwachtingen heeft.
Kan de wethouder toelichten waarom Competensys zich positief onderscheidt van Hallo Werk? Tenslotte sluit zijn fractie zich graag aan bij de vraag van de VVD over werkgevers die misschien meer in gelegenheid moeten worden gesteld om direct in contact te komen met werkzoekenden.
20
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) had eerst het heilige voornemen om over dit onderwerp niets te zeggen omdat hij altijd een beetje en verkeerd gevoel krijgt bij oprechte pogingen van mensen om andere mensen naar een beter niveau te tillen, terwijl degene die opgetild moet worden daarin niet zoveel interesse heeft. Natuurlijk wil zijn fractie ook dat mensen schuldenvrij zijn en zonder de belasting van schuld, aflossing, etc. verder kunnen in de maatschappij.
25
De heer Şimşek (DENK) hoort de heer Nyqvist zeggen dat mensen die de gemeente wil helpen eigenlijk niet willen worden geholpen. Hij vroeg zich af waar de heer Nyqvist dat op baseert.
30
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) heeft nog niets gezegd, dus het is duidelijk dat hij nergens iets op heeft gebaseerd. Hij heeft alleen een kleine schets willen geven over een beeld dat hij op zijn leeftijd mag schetsen dat in verschillende tranches mensen voor problemen komen te staan die in de tijd elke keer weer verschillen, ook door de omstandigheden in de maatschappij. Hij mag niet klagen, hij komt uit een redelijk gezin, zoals dat heet, maar zijn klasgenoten gingen in de zomervakantie het land op om bonen te plukken of gingen in een fabriek werken omdat daarmee de boeken voor het volgende schooljaar konden worden betaald.
35
De voorzitter begrijpt dat de heer Nyqvist zijn betoog vervolgt.
50
De heer Nyqvist geeft aan dat men vond dat dat een verplichting was zonder dat die ergens was opgeschreven. Bovendien deed men geen beroep op derden. Die mensen zijn allemaal groot geworden. Hij is er zelf een redelijk voorbeeld van. Zijn punt is dat men, als het niet nodig is, mensen nooit het etiket ‘zielig’ moet opplakken. Als dat gebeurt, raken zij er bijna nooit meer van af omdat in de bestaande systematiek en in de huidige maatschappij de structuren ertoe leiden dat mensen met dat etiket blijven rondlopen, ook als dat niet meer nodig is. Met andere woorden, alle mensen die maatregelen die worden voorgesteld om mensen te helpen willen ontlopen zijn bij zijn fractie welkom. Maar er moet ook worden gekeken naar de andere kant van de medaille. Er zijn ook heel veel managers in deze stad die denken dat, als het zo gemakkelijk is om zoveel geld los te peuteren, zij zich ook wel melden. Waar blijft de scheidslijn tussen noodzaak, nood en oprechte hulp? Dat mist hij een beetje in het hele patroon omdat het altijd weer gaat over budgetten en het wel of niet overschrijden daarvan. Hij zegt: “Je doet het of je doet het niet”. En als de raad het wel doet, moet de raad het college de ruimte geven die het eventueel wil hanteren, wanneer het nodig is.
55
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) heeft een punt van orde. De voorzitter sprak haar terecht aan op een uitgebreide beantwoording van uitgebreide vragen. Maar de commissie heeft nu al twee voorbeelden gehad van fracties die niet mee hebben geagendeerd en die een vrij fikse inbreng hebben. Voor haar gevoel ligt het een beetje uit verhouding.
40
45
Volgens de heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) is dat toch helemaal niet belangrijk het gaat om de inhoud van de boodschap. 60
De voorzitter is van mening dat mensen het recht hebben om ordepunten te maken. Pagina 26 van 73
5
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) zegt ook niet dat D66 het recht niet heeft, maar het is niet relevant voor de discussie. Het gaat om de inhoud. De inhoud wordt bepaald door de gemeenteraad aan de hand van voorstellen van het college en in die voorstel zit een aantal lacunes. De voorzitter verzoekt de heer Nyqvist door te gaan met zijn inbreng en die kort te houden.
10
Mevrouw Bode (Volt) heeft een interruptie. Als Stadsbelang dit een belangrijk onderwerp vindt, waarom zat Stadsbelang dan niet bij de agenderende fracties?
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat Stadsbelang natuurlijk een geweldige partij die barst van de zetels in de raad. Zijn fractie heeft ondersteuning van heel betrokken mensen, maar af en toe gaat er iets fout in de organisatie omdat zijn fractie niet meer capaciteit heeft dan zij heeft. De voorzitter geeft aan dat dit antwoord voldoende is. Hij vraagt of er nog andere leden zijn die willen interrumperen of een orde punt willen maken.
20
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft een punt van orde. Zij vindt het niet respectvol om zo op collega’s te reageren. Het is aan de voorzitter om te zeggen of een punt van orde terecht is of niet en er wordt gesproken via de voorzitter. Via de microfoon direct commentaar geven op collega’s is iets dat commissieleden niet doen.
25
De voorzitter verzoekt de heer Nyqvist hier niet op in te gaan. Hij zegt dit heel nadrukkelijk.
30
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) meent dat hij dat wel mag. In feite wordt hem gezegd dat hij alleen iets mag zeggen, wanneer anderen vinden dat hij iets mag zeggen. Dat heeft hij zijn hele leven niet gedaan en hij was niet van plan om dat te gaan doen. De essentie is dat iemand hier moet praten over de inhoud en over de essentie van wat de gemeente kan doen en van wat zij niet kan doen. In de voorstellen van het college staan vele dingen die de gemeente kan doen. Daar is zijn fractie het grotendeels mee eens. Aan de andere kant wordt in de voorstellen een soort pretentie uitgesproken dat de gemeente meer kan doen dan zij kan doen.
35
De voorzitter constateert dat de heer Nyqvist een zeer lange reactie geeft en dat hij niet reageert op de oproep. Hij kan zeggen wat hij wil, maar dan wel met respect voor de andere commissieleden. Hij verzoekt de heer Nyqvist nadrukkelijk hier niet op in te gaan en zijn betoog af te ronden.
40
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het woord respect het meest misbruikte woord is dat in de maatschappij voorkomt. Als het iemand niet uitkomt, dan heeft men geen respect en als het wel uitkomt, dan barst men van het respect. De essentie is voor hem dat in de voorstellen die voorliggen bepaalde dingen mogelijk worden gemaakt en andere dingen niet. Het is helemaal niet zo moeilijk om elke keer te interrumperen en ordevoorstellen te doen. Als de voorzitter dat aan hem vraagt, dan is hij om twaalf uur vanavond nog bezig. De essentie is dat hij wil dat het college duidelijk aangeeft wat het denkt te kunnen doen, wat het wil doen en waar de gemeente waarschijnlijk in gebreke zal blijven naar de stad en naar de mensen. Die hebben daar recht op.
45
50
55
60
De voorzitter verzoekt de heer Nyqvist nadrukkelijk om zijn betoog af te ronden. Als hij daar herhaaldelijk niet op reageert, moet hij als voorzitter hem het spreken onmogelijk maken. Dat doet hij liever niet omdat hij graag diens bijdrage hoort. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) is blij dat de voorzitter hem graag hoort praten. De essentie is dat hij alleen maar zegt dat deze duidelijke vraagstelling ook een duidelijk antwoord verwacht. De voorzitter stelt vast dat iedereen zijn inbreng heeft geleverd. De wethouder heft even tijd nodig. Pagina 27 van 73
De voorzitter schorst de vergadering om 12.25 uur en heropent deze om 12.29 uur.
5
10
15
20
De voorzitter gaat over tot de beantwoording door de wethouder. Zij heeft een antwoord op alle vragen. Wethouder Voortman gaat daar in elk geval haar best voor doen. Zij dankt de commissieleden voor de gestelde vragen. Zij beschouwt ze voor een groot deel als ondersteunend. De raad heeft twee beleidsnota’s vastgesteld. Daaronder ligt het uitvoeringsprogramma met informatie. Zij begrijpt dat de commissie grosso modo vindt dat de beleidsnota’s goed vertaald zijn, al zijn er natuurlijk nog veel vragen gesteld. Zij gaat in op de specifieke vragen. GroenLinks heeft gevraagd hoe het zit met de zorgkostenregeling en de bijzondere bijstand. Spreekster is blij met deze vraag omdat het goed is hierover specifiek duidelijkheid te geven. Die nieuwe zorgkostenregeling biedt een eenvoudige mogelijkheid om bepaalde medische kosten te vergoeden. Voor kosten die binnen deze regeling niet voor vergoeding in aanmerking komen kan gewoon individuele bijzondere bijstand worden aangevraagd. Voor die kosten is de nieuwe regeling dus niet voorliggend. Ook als de kosten hoger zijn dan 200 euro, kan individuele bijzondere bijstand worden aangevraagd.
25
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) geeft aan dat het inderdaad specifiek om die tweede groep gaat waarbij kosten worden gemaakt die niet helemaal worden gedekt door de zorgkostenregeling. Dan zou iemand daarna nog bijzondere bijstand kunnen aanvragen voor bijzonder kosten. Alleen moet iemand bijzondere bijstand altijd aanvragen voordat hij de kosten maakt. Dat kan dus niet meer, als hij de zorgkostenregeling al heeft aangevraagd. Daar klopt iets niet helemaal.
30
Wethouder Voortman zet uiteen dat iemand inderdaad voor die laatste categorie gewoon kan aanvragen. Dat hoeft dus niet van tevoren. Bij individuele bijzondere bijstand met medische kosten gaat aanvragen altijd vooraf, maar die nieuwe regeling is een eenvoudige declaratieregeling waarbij de kosten al gemaakt moeten zijn. In die zin hoeft dat dan niet vooraf.
35
40
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt ter controle of dat dan ook geldt voor de bijzondere bijstand die iemand daarna nog aanvraagt. Iemand vraagt dus eerst de zorgkostenregeling aan, die is niet voldoende. Daarna vraagt hij bijzondere bijstand aan. Kan dat dan nog? Wethouder Voortman meent dat dat wel kan. Het gaat dan om kosten die meer zijn dan 200 euro. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meent dat de wethouder toch kan toezeggen om hierover te informeren. Er zijn veel zorgen over die zorgkosten. Het is nieuw, het geldt vanaf 1 januari 2025. Dit moet wel duidelijk zijn. Zij hoort dan graag wat de raad teruggekoppeld krijgt. Wethouder Voortman zal proberen om in de eerstvolgende dashboardbrief of anders in die daarna dit goed te verduidelijken. Ook zij wil hierover geen misverstanden laten bestaan.
45
50
55
60
Bijna alle commissieleden, misschien alle, hebben gevraagd hoe dat wekken van vertrouwen verankerd kan worden en hebben gewezen op het belang van ervaringsdeskundigheid. Het college werkt bij de nieuwe werkwijze voor de vereenvoudigde aanvraag voor levensonderhoud vanuit vertrouwen. Er worden in beginsel geen bewijsstukken gevraagd. Zij komt nog terug op het manifest waar de heer Otto en mevrouw Raaijmakers naar gevraagd hebben. Mevrouw Hellevoort vroeg of hier ook iets mee gedaan kan worden in de monitoring. Het college is en blijft structureel in gesprek met partijen als het Cliëntenplatform en de Armoedecoalitie. Zij hebben ook meegedacht bij de ontwikkeling van dit programma en zullen ook worden betrokken bij de uitvoering daarvan. Zij komt hierop terug bij het rapporteren over de voortgang. Zo kan de raad scherphouden of het college het goed genoeg doet. GroenLinks vroeg ook om in de dashboardbrief uitgebreider in te gaan op de schuldenaanpak. Zij zegt toe dat te doen in de eerstvolgende dashboard brief. Gevraagd wordt waar de werkdienstregeling concreter wordt. Het college gebruikt het jaar 2025 om de werkdienstregeling basis en de werkdienstregeling plus uit te werken. Begin 2026 wordt de raad op de hoogte gesteld van de voortgang.