Conceptverslag VOWE 6 februari 2025
Tekst van het document
5
10
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
6 februari 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
20
25
30
35
De voorzitter, dhr. F. Dekkers, de wethouders mw. E. Oosters en mw. L. Voortman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden mw. H. Assen (PvdA), mw. G. Barelds (CDA), dhr. S. van Bemmel (Partij voor de Dieren), mw. L. Bode (Volt), dhr. J. van den Broek (CDA), mw. B. Chirino (ChristenUnie), mw. V. Dada-Anthonij (D66), dhr. H. Geleijns (D66), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. Y. Raghib (DENK), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. R. Snijder (Student & Starter), dhr. A. Stam (Volt), dhr. M. Sungur (DENK), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. M. Zijdenbos (VVD)
Verslag ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Opening…………………………………………………………………………………………...1 Vaststellen van de agenda van 6 februari 2025……………………………………………...2 Vaststellen van ingekomen agenderingen…………………………………………………….2 Vaststellen verslagen…………………………………………………………………………....3 Toezeggingen/moties…………………………………………………………………………....3 Ingekomen stukken……………………………………………………………………………...4 Raadsbrief Evaluatie short stay en actualisatie hotelbeleid ………………………………..4 Uitdaging rondom een uitvaart…………………………………………………………………16 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen ‘Een zeker bestaan; samen aan de slag’……………………………………………………………………………………………….16
1. Opening 40
De voorzitter opent de vergadering om 10.02 uur en heet de mensen thuis en op de tribune, de wethouder en de commissieleden welkom. Hij verwelkomt in het bijzonder de nieuwe commissieleden, de heer Geleijns (D66), de heer Raghib (DENK) en mevrouw Zijdenbos (VVD). Hij wenst hen fijne debatten toe en herinnert de commissie eraan dat het de gewoonte is om Pagina 1 van 73
nieuwe leden tijdens hun eerste debatbijdrage niet te interrumperen, maar aan het einde van hun inbreng te reageren. Spreker vraagt of er mededelingen zijn. 5
De heer Snijder (Student & Starter) meldt dat mevrouw Kolenbrander en mevrouw Van Meerveld ziek zijn. De heer Van Rooij en hij zullen daarom vandaag de debatten in beide commissies doen. De voorzitter wenst hen sterkte, evenals de zieken. Hij stel vast dat de wethouder geen mededelingen heeft.
10
2. Vaststellen van de agenda van 6 februari 2025 De voorzitter begrijpt dat DENK het debat over uitdagingen rond een uitvaart van de agenda wil halen.
15
20
25
30
De heer Sungur (DENK) geeft aan dat zijn fractie verkent hoe zij dit onderwerp nog beter kan aankaarten in de raad. Het kan nu van de agenda. De voorzitter zag in de app dat veel fracties dit ondersteunen. Hij veronderstelt dus dat de commissie dat dan zo doet. Nu dit punt van de agenda af gaat is de inzet om de twee overblijvende punten voor 13.00 uur af te sluiten, zodat de woordvoerders niet voor een korte afsluiting na de lunch hoeven terug te komen. Spreker verwacht dat de commissie niet precies om 14.00 uur weer kan beginnen. Wethouder Eerenberg heeft dan namelijk nog een debat in de commissie EDVW (Energie-transitie, Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen). Hij verwacht dat de commissie om 14.30 uur kan starten met het debat. Als het anders loopt, worden de leden daarvan verwittigd in de commissie of in de app. Hij concludeert dat de agenda zo is vastgesteld. Als voorzitter stuurt spreker op de tijd en houdt hij de interrupties in de gaten. Hij vraagt de leden zich zoveel mogelijk bij elkaar aan te sluiten en zich te concentreren op het geagendeerde agendapunt.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Raadsvoorstel Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026--2041
35
De voorzitter stelt voor dit onderwerp te agenderen voor 13 maart 2025 met een behandeltijd van 120 minuten. Hij stelt vast dat de commissie instemt met voorgestelde datum en bespreektijd.
3.2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven 40
45
50
55
De voorzitter ziet de laatste tijd veel agenderingen die vrij algemeen zijn. Voor de lengte en de scherpte van het debat helpt het wel, als de commissieleden zo precies mogelijk aangeven wat het punt is dat zij willen inbrengen. Hij verzoekt de leden bij agendering kort toe te lichten wat het punt van de agendering is. De griffie ontvangt de agenderingeng graag zo snel mogelijk, het liefst binnen en week. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) geeft aan dat recent de vragen zijn beantwoord over ‘Hoog tijd voor een gesprek over het Ondernemersfonds Utrecht (OfU)’. De Partij voor de Dieren, de PvdA, EenUtrecht, DENK, VVD, Stadsbelang Utrecht, UtrechtNu!, CDA en Volt willen over dit onderwerp in gesprek. Dat zal gaan over de thema’s regelarmheid van het OfU, exponentiële groei van het budget, duurzaamheidsdoelen, ongelijk investeren en participatie. De VVD, Stadsbelang Utrecht en het CDA hebben al aangegeven met een aanvullende tekst te komen. Met negen agenderende fracties lijkt hem hiervoor 120 minuten nodig. De voorzitter verwacht wel discussie over dit onderwerp, maar vindt 120 minuten wel veel. Is 90 minuten voor dit onderwerp haalbaar? Hij ziet dat geen fractie voor 90 minuten is, een aantal is voor 120 minuten. Dan wordt het 120 minuten. Mevrouw Assen (PvdA) heeft een punt van orde. Op het televisiescherm heet de voorzitter Rick van der Zweth.
Pagina 2 van 73
De voorzitter ziet dat het systeem niet goed functioneert. De heer Van der Zweth is thuis en geniet van zijn pasgeboren kind. Spreker zit de hele dag de vergadering voor. 5
10
15
20
25
De heer Geleijns (D66) deelt mee dat zijn fractie graag mee agendeert. De voorzitter begrijpt dat D66 zich aansluit bij de agendering van het OFU en zo nodig een aangevulde tekst levert. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) heeft nog een vraag over de beleidsnota Onderwijshuisvesting. De griffie had immers gewezen op de tijd waarin de raad dit punt en het raadgevend referendum kan behandelen. Is dit iets wat de commissie nu moet bespreken of moet dat op het moment dat het voorstel op de agenda staat? Zoals zij het heeft begrepen moet er op basis van 1.4 van de verordening iets bij komen in het raadsvoorstel om het langer te kunnen behandelen, als dat nodig is. Dit in verband met de tijd die nodig is om een raadgevend referendum uit te schrijven. Mevrouw Kok merkt op dat de griffie dit ter informatie heeft meegedeeld op het moment dat de commissie zei dat zij het later wil behandelen. De commissie heeft echter daarnet besloten dat zij het onderwerp de volgende keer wil behandelen. Dat is eigenlijk de planning die het college ook voorstelt. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) begrijpt dat, als de commissie het onderwerp behandelt, het dus niet een raad later op de agenda kan komen. Mevrouw Kok meent dat mevrouw Chrino een verzoek daartoe dan in de commissie zou kunnen doen.
De voorzitter gaat er in eerste instantie van uit dat de commissie in die 120 minuten, best een behoorlijke tijd, dit debat moet kunnen afronden.
30
4. Vaststellen verslagen De voorzitter deelt mee dat er geen tekstuele opmerkingen zijn binnengekomen over het verslag van de openbare vergadering van de commissie van 9 januari 2025. Hij constateert dat de commissie ermee instemt dit verslag vast te stellen.
35
5. Toezeggingen/moties De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) vraagt of de commissie op de hoogte wordt gehouden van de voortgang bij toezegging 710, de pilot castreren, steriliseren en strippen
40
Wethouder Oosters vervangt haar collega, maar zij spreken met één mond. Zij doet haar best om zo snel mogelijk een antwoord te formuleren. Zij neemt aan dat de acties op de toezeggingen in de lijst gewoon lopen en dat het college de commissie zo snel mogelijk informeert over de voortgang daarvan.
45
Mevrouw Assen (PvdA) maakt de algemene opmerking dat veel toezeggingen niet zijn bijgewerkt. Deadlines zijn verstreken zonder dat daarover iets is ingevuld. Haar fractie vraagt het college dat voor de volgende keer wel te doen. Zij heeft vragen over twee moties. Gesteld wordt dat motie 129 over aanpakken van onderwijssegregatie is afgedaan via de UOA (Utrechtse Onderwijs Agenda). Volgens de PvdA is dat niet zo. Verder heeft haar fractie geen idee hoe het gaat met motie M-05 uit 2023 over een maximum voor de ouderbijdrage. Zij vraagt dus hoe het daarmee staat.
50
55
Wethouder Oosters wijst erop dat het college bezig is om de verschillende verstreken deadlines en de acties daarop aan te passen en de juiste informatie bij die toezeggingen toe te voegen. Het is goed dat mevrouw Assen dit aankaart, maar gelukkig loopt een actie hierop. Spreekster kan zich voorstellen dat de motie over onderwijssegregatie onderdeel is van het politieke debat. Als de commissie vindt dat het niet voldoende in de UOA is verwoord, dan kan zij dat met de wethouder Onderwijs bespreken. Wat betreft de motie M-05 is het college volop in gesprek met besturen over de inrichting van het fonds. Dit is echt een gezamenlijk proces. In Q2 weet het college meer. Pagina 3 van 73
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat de route is, wanneer haar fractie echt een andere lezing heeft over het afdoen van motie 129. Zij stelt de procedurele vraag of dat in het verslag kan komen. 5
10
De voorzitter denkt dat het inderdaad in het verslag kan worden opgenomen. Maar het debat over de onderwijsagenda heeft plaatsgehad. Het was handig geweest, als daarbij was gevraagd of iets wel of niet was afgedaan. Mevrouw Assen (PvdA) kan dit niet laten lopen. De commissie heeft hierover volop gedebatteerd. Zij heeft geenszins de indruk dat het daarmee is afgedaan. Maar haar fractie zal dit met de wethouder opnemen. De voorzitter zal dit in ieder geval doorgeven aan de wethouder.
15
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat naar aanleiding van het debat over segregatie deze motie is aangenomen. Het ging over een integrale aanpak om segregatie tegen te gaan, ook op het ruimtelijke terrein. Het was helemaal niet zo gericht op de UOA. Er is hier spraakverwarring ontstaan of er is iets anders aan de hand.
20
De voorzitter stelt voor dit punt op de lijst te laten staan. Dan heeft de commissie ook een aanleiding om het college om een nadere toelichting te vragen. Hij ziet dat de commissie instemt.
25
30
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of de moties over werk en inkomen waarover vandaag wordt gedebatteerd nog op de lijst kunnen blijven staan. De commissie kan dan na het debat kijken of alles is afgedaan. Wethouders Oosters heeft geen precies zicht op om welke toezeggingen het dan gaat. Er ligt een aantal dat ook al voor het debat afgedaan zou kunnen zijn. Zij kan zich echter goed voorstellen dat de commissie dat met de wethouder bespreekt in de commissievergadering van vanmiddag. De voorzitter vraagt of dit voldoende is voor mevrouw Chirino.
35
Voor mevrouw Chirino (ChristenUnie) is het voldoende, als de moties gewoon op de lijst blijven staan. In de brief die de commissie vanmiddag bespreekt worden zij duidelijk aangegeven. Dat weet de wethouder ook. Als de commissie ze er nu niet afhaalt, staan zij er de volgende commissievergadering gewoon nog op en dan kan de commissie ze als afgedaan beschouwen.
40
De voorzitter merkt op dat het feit dat ergens iets staat de raad niet altijd het idee geeft dat het is afgedaan. Na het debat kan de commissie dat wat steviger concluderen. Het blijft er op staan, maar hij hoopt dat het debat voldoende is om het eraf te halen. Het is goed dat de commissie hiernaar kijkt. De toezeggingen passeren nogal eens zonder dat iedereen naar die lijst kijkt.
6. Ingekomen stukken 45
Dit agendapunt is niet besproken.
7. Raadsbrief Evaluatie short stay en actualisatie hotelbeleid 50
55
60
De voorzitter vraagt zich af of er een korte pauze moet komen voor hen die weg willen gaan. Het kan echter ook wel zonder pauze. Hij licht het agendapunt toe. Op 8 januari 2025 verzond het college een raadsbrief over het hotelbeleid. De sector is op adem gekomen na een hotelstop en het college wil de komende jaren gedoseerd ruimte bieden aan nieuwe initiatieven. De agenderende fracties willen met elkaar en met het college in debat over de ruimte die het college geeft aan nieuwe hotelinitiatieven. De commissie bespreekt het voorstel in 60 minuten en in één termijn. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) stelt dat de raadsbrief over het hotelbeleid een tegenstrijdige conclusie heeft. Het college wil enerzijds wegblijven van massatoerisme en anderzijds de hotelstop beëindigen en toerisme faciliteren. Dat gaat niet samen. Pagina 4 van 73
De voorzitter wijst erop dat de klok op dit moment niet werkt. Op de achtergrond wordt wel tijd bijgehouden. Hij wil niet wachten tot het systeem weer werkt. 5
10
15
20
25
30
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) wijst erop dat Utrecht al meedoet aan de top van Nederland qua toerisme en hotelovernachtingen. Deze aantallen zullen zelfs zonder een einde aan de hotelstop nog veel verder toenemen. Ook blijkt het college de bijkomende vervuiling van het toerisme niet mee te nemen in de overwegingen. Het college heeft zich alleen gericht op het economische belang en de consequenties ervan ondergeschikt gemaakt. Er komen hotelkamers bij, terwijl Utrecht woningen nodig heeft. Op dit moment zijn er al 1,2 miljoen persoonsovernachtingen per jaar in Utrecht en het worden er nog meer. Er zijn nog lege bedden die gevuld zullen worden en er zijn ook heel veel kamers goedgekeurd die nog gebouwd moeten worden. Dat betekent dat Utrecht kan doorgroeien tot 2,26 miljoen persoonsovernachtingen, zonder B&B-gasten. Het college zegt dat er meer hotels bij mogen en noemt geen maximum voor nieuwe hotels. De impact op de stad zal enorm zijn. Van andere steden met massatoerisme is bekend dat de stad daar niet fijner van wordt. Waarom is 2,26 miljoen hotelgasten niet genoeg? Kan de wethouder toezeggen dat er in ieder geval een maximum aan die hotels in het beleid komt? Toerisme heeft niet alleen gevolgen voor de leefbaarheid van de stad, maar ook voor de leefbaarheid van de planeet. Vliegen naar een locatie is nog steeds gebruikelijk en buitengewoon vervuilend.
Honderdduizenden mensen pakken het vliegtuig om naar Utrecht te gaan. Zij komen veel van dichtbij, helaas blijft het erg gebruikelijk om vanuit Londen het vliegtuig naar Amsterdam te pakken. De kosten voor de aarde zijn enorm. Verder steekt Utrecht ver boven de rest uit wat betreft het aandeel zakelijke bezoekers. Dat is de groep die frequent korte reizen met het vliegtuig maakt. Het college lijkt hier alleen maar meer op te willen focussen. De Partij voor de Dieren wil dat er actief beleid wordt gemaakt om vliegbewegingen tegen te gaan. Dat doet de gemeente het beste door van het toerisme geen prioriteit te maken. Kan het college toezeggen in campagnes voor het toerisme uitsluitend te wijzen op het reizen per trein en het vliegveld niet meer te benoemen? Sprekers fractie is het spoor bijster wanneer het college dat de klimaatcrisis als een van de drie topprioriteiten heeft staan, die niet eens noemt in de overwegingen voor het beëindigen van de hotelstop. Het college neemt het niet voorkomen van klimaatschade niet serieus. Utrecht is een gemeente geworden die het meest bezuinigt op de klimaataanpak en het toerisme aanmoedigt. Hoe rijmt het college het beëindigen van de hotelstop en het inzetten op nog meer toerisme met het doel (citaat) “te kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis”?
35
De heer Snijder (Student & Starter) hoort van de Partij voor de Dieren dat de gemeente weinig doet aan de klimaataanpak in deze stad. Volgens hem investeert dit college echter veel meer in klimaataanpak en groen dan vorige colleges. Is de heer Van Bemmel dat met Student & Starter eens?
40
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) ziet met name in de programmabegroting waarin de gemeente moet kiezen tussen lastige bezuinigingen een recente trend waar het klimaatbeleid het meest de dupe van wordt. Tegelijkertijd wordt dit soort maatregelen genomen waardoor het nog meer de dupe wordt. Hij vindt dat dat niet samengaat.
45
De heer Snijder (Student & Starter) meent dat dit college nog steeds investeert in groen en klimaat. Dat staat in principe los van het hotelbeleid. Hij hoopt dat dat ook wordt erkend.
50
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) daagt dan Student & Starter graag uit om het probleem van de klimaatcrisis als een geheel te zien. Het heeft allemaal met elkaar te maken. Als de gemeente mensen hierheen laat vliegen, heeft dat ook impact op het klimaat. Dan draagt de gemeente ook bij aan de schade.
55
60
De voorzitter nodigt de heer Snijder uit om niet op het brede klimaatbeleid in te gaan. Hij ziet dat deze afziet van een derde interruptie. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) vraagt of de aanpak van de klimaatcrisis nog steeds een van de speerpunten is van het college of dat het daar intussen van is afgestapt. De Partij voor de Dieren zal het college in ieder geval een handje te helpen om de focus op het klimaat terug te krijgen door een motie in te dienen om de hotelstop in stand te houden. Pagina 5 van 73
5
10
15
20
25
De heer Stam (Volt) deelt op zich de zorg over massatoerisme, maar in de brief leest hij dat er ruimte komt voor kleinschalige hotelinitiatieven in een monumentaal pandje hier en daar. Dat klinkt voor hem niet als massatoerisme. Hij is benieuwd naar hoe de heer Van Bemmel de link legt tussen wat in de brief staat en het massatoerisme waar hij zo bang voor is. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) brengt naar voren dat het hier gaat om de mogelijkheid dat er ruim 2 miljoen toeristen naar Utrecht komen. Daarnaast is er een uitgroei tot vierduizend hotelkamers en daar moeten er nog meer bij komen. Hoeveel hotels dat er zijn is onbekend. In het rapport van het onderzoek is bijvoorbeeld te zien dat hotels tot vijftig kamers als kleinschalige hotels worden gedefinieerd. Het college zegt daar nog op terug te komen, maar voor hem is dat nog heel onduidelijk en heel breed. Hij heeft dus geen idee hoe groot het probleem zal worden, maar ruim 2 miljoen mensen is echt een heel groot aantal. Volgens de heer Stam (Volt) klinkt dat op zich logisch, maar dan denkt hij dat de zorgen van de Partij voor de Dieren meer gaan over de situatie die er al is en niet zozeer over de verandering die het college nu voorstelt. Dat lijkt spreker meer een heel kleine aanpassing met hier en daar een hotelkamertje.
Leest hij dat goed of moet de raad zich echt goed zorgen maken over die extra hotelkamers? De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) antwoordt dat zijn fractie zegt dat er op dit moment al heel veel toerisme is en dat dat een punt van zorg is. Er moet helemaal niet de keuze worden gemaakt om daaraan nog meer ruimte aan te bieden. De voorzitter geeft het woord aan de heer Talhaoui. De heer Talhaoui (PvdA) wil graag het woord voeren, maar hij heeft niet mee geagendeerd. De voorzitter krijgt het goede bestand niet op zijn scherm. Hij gaat naar het CDA.
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van den Broek CDA) geeft aan dat het CDA staat voor een stad op mensenmaat. Dat gaat niet samen met massatoerisme. Daarom is het CDA ook blij met het huidige hotelbeleid van de gemeente. Nu wordt echter toch gekozen voor een beperkte groei. Het is fijn dat deze beperkt blijft, maar spreker heeft daarover toch een aantal vragen. De planvoorraad is groot en de hotels, zeker die buiten het centrum, hebben het niet gemakkelijk. Daarnaast maken de hotels zich zorgen over de komende beleidsveranderingen, zoals de btw-verhoging, maar ook de verhoging van de toeristenbelasting door de gemeente zelf. Zijn fractie roept op om eerst te kijken naar wat de gevolgen zijn van het landelijke en van het gemeentelijke beleid voordat de gemeente toestaat verdere hotelvorming mogelijk te maken en te kijken of de bestaande hotels niet de dupe worden van het nu gevormde beleid. Zijn fractie heeft wel begrip voor de keuze om enige kleinschalige ontwikkeling mogelijk te maken, maar ook daar roept het CDA op om eerst de gevolgen van het beleid af te wachten. Het is een terechte keuze om niet te groeien in de short stay, ondanks het advies in het rapport. Het CDA wil eerst inzetten op woningbouw en bouwen voor Utrechters en daarna gaan kijken naar ruimte voor short stay. Het CDA kan zich dan ook geheel achter deze keuze van het college scharen.
Wel vindt het CDA het belangrijk dat het advies over de regeldruk wordt overgenomen door het college. Hij vraagt om een reactie. Het viel zijn fractie op dat de short stay eenheden voor studenten niet allemaal worden gebruikt. Hij vraagt waarom dit zo is, gezien de enorme druk voor internationale studenten om een woning te vinden in Utrecht. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) stelt dat Utrecht nu meemaakt wat andere grote steden in Europa, zoals Amsterdam, al achter zich hebben gelaten. Dat is berusten in het feit dat grote aantallen mensen worden aangetrokken door allerlei factoren die een stad te bieden heeft en die mensen de mogelijkheden te bieden om inzicht te krijgen in de ontstaansgeschiedenis van Utrecht en wat de mogelijkheden zijn. Daarenboven heeft Utrecht te maken met categorieën die voor kortere of langere termijn hun heil zoeken in Utrecht vanwege hun broodwinning en hun toekomstperspectief. Sprekers punt is nu in hoeverre dit serieus wordt afgewogen ten opzichte van de vraag die er is. Als de gemeente zelf niet precies weet wat short stay en andere dingen betekenen, hoe kan zij dan een hotelbeleid overlaten aan de burger en vooral de mensen die belang hebben bij een short stay of een long stay die daaraan deze invulling geven.
Zijn vraag aan het college is dus eigenlijk: heeft de gemeente, ondanks alle rapporten, wel een helder zicht op wat het beleid moet zijn ten opzichte van de hotels en de mogelijkheden daarvoor? Heeft de Pagina 6 van 73
gemeente zicht op de vraag, die op de stad afkomt en die zij wel of niet accepteert, wat betreft de bezetting van de kamers? 5
10
15
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) meent dat het goed is dat de gemeente de woningvoorraad beschermt en dat het college ervoor kiest dit voorop te zetten in de relatie tot hotels, particuliere vakantieverhuur en tijdelijk verblijf. Ook vindt de ChristenUnie het goed dat de gemeente gedoseerd ruimte biedt aan nieuwe initiatieven en duidelijkheid biedt aan alle betrokken partijen. Haar fractie is benieuwd naar de data rond de toeristische verhuur die in 2026 ingezien zullen kunnen worden om daarop te blijven sturen. Op het gebied van de short stay wil de ChristenUnie naar aanleiding van de evaluatie en in aanloop naar Q4 een aantal punten meegeven aan het college. Daarnaast is zij benieuwd hoe andere fracties hierover denken. Zij vraagt in de eerste plaats of het college de afbakening van de doelgroep qua internationale studenten en kenniswerkers kan heroverwegen en zo niet, waarom niet. Het is immers duidelijk dat handhaving hierop vaak onmogelijk en vaak onwenselijk wordt geacht door VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Dat viel haar fractie op. De heer Stam (Volt) vraagt of de ChristenUnie ook een beeld heeft in welke richting die doelgroep dan heroverwogen zou moeten worden. Wat moet het dan worden?
20
25
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) antwoordt dat het nu strak is gedefinieerd. Het zijn nu alleen maar internationale studenten en kenniswerkers. Partners geven aan dat zij dat niet kunnen controleren omdat er geen beleidsregel voor is. De universiteit maakt geen onderscheid tussen internationale studenten en Nederlandse studenten als het gaat om de woningvoorraad. Daarnaast geeft Handhaving aan dat zij het ook niet kan controleren, zij willen niet bij mensen langs gaan en vragen of die buitenlander zijn. Dat is een letterlijk citaat uit de evaluatie. De ChristenUnie is dus benieuwd hoe het college daartegenaan kijkt. Haar fractie vraagt zich af of dat niet anders kan of moet worden geformuleerd.
30
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt of mevrouw Chirino dan uitbreiding bedoelt. Het lijkt spreekster een risico, wanneer verscheidene doelgroepen voor short stay worden bestemd. Of is dat niet het idee?
35
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) begrijpt dat het in principe voor deze groep is bedoeld. Het blijkt alleen dat de gemeente het helemaal niet kan controleren. De gemeente kan niet handhaven en het zorgt voor veel onduidelijkheid bij de samenwerkingspartners en bij Handhaving. Zij hoort graag of het college met deze groepen in gesprek kan gaan naar aanleiding van de evaluatie en of er meer duidelijkheid kan komen waarom dit zo wordt gedaan.
40
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt of mevrouw Chirino het met haar eens is dat het dan verstandig is om een strengere afbakening toe te passen en niet een ruimere. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) is het daarmee eens, als het controleerbaar is. Zij hoort dan graag van GroenLinks hoe dat dan zou moeten. Nu geeft VTH aan dat het niet kan.
45
50
55
60
De voorzitter wijst erop dat het niet de bedoeling is wedervragen te stellen bij interrupties. De heer Snijder (Student & Starter) meent dat de ChristenUnie bekend is met het aantal studenten dat hoe dan ook, los van het short stay beleid en los van het hotelbeleid, toch naar deze stad blijft komen om hier te studeren. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) zegt zeker niet dat deze mensen niet welkom zijn of dat zij niet in deze woningen zouden moeten wonen. Het is alleen niet mogelijk hierop te sturen. Zij is erg benieuwd hoe het college aan kijkt tegen het sturen hierop, als er geen kaders zijn. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of de ChristenUnie het dan niet met zijn fractie eens is dat de mogelijkheid om strakker te sturen niet ten koste moet gaan van de broodnodige huisvesting die studenten wel nodig hebben. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) antwoordt dat wat de ChristenUnie betreft de studentenhuisvesting sowieso naar studenten gaat. Het gaat er niet om of het internationale of Pagina 7 van 73
5
10
15
andere studenten zijn. Het is alleen nu niet mogelijk te controleren of het internationale studenten zijn die daar zitten. VTH geeft ook aan dat het voor onwenselijke situaties zorgt en dat het heel onduidelijk is. Dat staat in de evaluatie. Spreekster vervolgt haar inbreng. Zij wil graag dat er meer duidelijkheid en bekendheid is over wat short stay inhoudt. Het is nog erg nieuw, maar duidelijke communicatie kan hopelijk helpen bij betere samenwerking en handhaving. De ChristenUnie ziet graag dat het college ook hierop terugkomt in Q4 bij het aanscherpen en actualiseren van de beleidsregel. Tenslotte is de ChristenUnie benieuwd hoe het college reflecteert op de positie van internationale studenten. Het klinkt erg goed dat er alleen op deze groep wordt ingezet, maar deze studenten verkeren nu juist niet in de positie om voor de short stay te betalen. Zij maken zelden gebruik van deze faciliteit. Daarnaast sluit de periode van zes maanden vaak niet aan op hun verblijf. De universiteit geeft aan dat deze studenten voor een jaar komen en er daarom geen gebruik van willen maken. De ChristenUnie ziet voor deze groep liever een inzet op verblijf bij een hospita. Ook dat komt in de evaluatie naar voren. Haar fractie onderschrijft de reactie van die respondent.
Kan het college ook hierop reageren en dat meenemen in de aanloop naar Q4? Zij krijgt graag een toezegging van het college dat in Q4 bij het actualiseren van de beleidsregel deze punten naar voren komen.
20
De heer Snijder (Student & Starter) wijst erop dat het onderzoek dat gedaan is niet veel laat zien over de personen en de studenten die er zelf komen wonen. (Dat staat ook in zijn eigen spreektekst.) Een groep gaat over het aanbod waaronder de SSH (Stichting Studenten Huisvesting). Die is geïnterviewd, maar internationale studentenorganisaties of internationale studenten zelf komen er niet in terug. Hoe leest de ChristenUnie dat dan?
25
De voorzitter meent dat dit wel een lange interruptie is. Refereren aan de spreektekst doet de commissie eigenlijk niet.
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) antwoordt dat de ChristenUnie ook wel een aantal hiaten ziet bij de evaluatie. Bedrijven kennen het beleid helemaal niet en kunnen er dus niet op reflecteren en er zijn meer dingen die anders hadden gekund. Maar het CDA zei al dat studenten weinig gebruik maken van short stay. De universiteit geeft aan dat dat helemaal niet kan omdat studenten dat helemaal niet kunnen betalen. Zij hoort graag van het college hoe dit probleem wordt opgelost. De heer Snijder (Student & Starter) neemt dit debat over van zijn collega Emma Kolenbrander. Zijn fractie is blij met dit voorstel van het college en toch kunnen duizenden studenten geen woning vinden. Ook veel internationale studenten weten niet waar zij kunnen wonen en belanden in schrijnende situaties. Zij betalen vaak de hoofdprijs of zijn niet goed geïnformeerd over hun huurrechten. Vandaag wil zijn fractie stilstaan bij de woonsituatie van de internationale studenten. Hun aantal groeit elk jaar en door de kamernood slapen sommigen in dure hostels of accepteren zij de eerste woning die zij tegen komen die vaak te duur en te slecht is. Dit gebeurt nog steeds, terwijl op Facebook staat: “Internationals are not welcome”. Zij blijven komen. Zijn fractie is daarom blij dat het short stay beleid is geëvalueerd. Dit onderzoek helpt om het verblijf en de huisvesting van de internationale student te verbeteren.
Toch heeft zijn fractie vragen over deze situatie en over de evaluatie. De evaluatie is gebaseerd op drie groepen betrokkenen. Een groep is de vraagkant van de short stay locaties. Hierbij zijn grote bedrijven met internationale medewerkers en organisaties als SSH geïnterviewd, maar nergens is de ervaring te zien van internationale studenten. Zoals hij in het interruptiedebatje met de ChristenUnie al heeft aangegeven, is met internationale studentenorganisaties als ESN (Erasmus Student Network) en Buddygodutch niet gesproken. Hierdoor ontbreken belangrijke inzichten over hun situatie, hun problemen en hun behoeftes. Het rapport vermeldt dat internationale studenten een kwetsbare groep zijn op de woningmarkt, maar de informatie komt vooral uit indirecte bronnen. Studentenorganisaties hadden een completer beeld kunnen geven. Daarom vraagt hij de wethouder om hier stevig op te reflecteren en goed te vertellen hoe de keuze en de motivatie van de respondenten naar voren zijn gekomen en dan specifiek die van de internationale studenten. Hoewel zijn fractie blij is met de ruimte voor nieuwe short stay eenheden voor internationale studenten, roept dit toch ook vragen op. De woningen voor kenniswerkers zijn allemaal al in ontwikkeling of zijn zelfs al opgeleverd. Voor studenten zijn er slechts plannen voor 200 van de maximaal 780 eenheden.
Hoe verklaart de wethouder dit verschil en hoe wordt ervoor gezorgd dat er op korte termijn voor de rest van de eenheden plannen worden gemaakt? Daarnaast sluit spreker zich aan bij het punt van het CDA over de bezetting. De internationale studenten blijven Pagina 8 van 73
komen. Dat blijkt ook uit gesprekken met de universiteit. De gemeente kan hier dus niet voor wegkijken. 5
10
15
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) hoort dat Student & Starter wil inzetten op internationale studenten in short stay. Maar zij kunnen het niet betalen en ontwikkelaars geven aan dat het niet lucratief is. Hoe kijkt Student & Starter aan tegen het meer inzetten op hospitaverhuur? De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat voor zijn fractie alle opties mogelijk zijn. Als er meer studenten kunnen worden gehuisvest, is het een goede zaak. Daarbij komt dat ze beter geïnformeerd kunnen worden. Zijn fractie blijft zich graag uiten over de voordelen van onzelfstandige woonruimte, ook voor internationale studenten, zoals De Sterren. Hij heeft met internationale studenten daar gesproken en die vinden het een grote plus. Daarom vraagt zijn fractie aan de wethouder of dit nog steeds mogelijk blijft in de toekomst in plaats van de studio’s waarover de gemeente al heel lang niet zo tevreden is. De voorzitter geeft het woord aan de heer Geleijns voor diens eerste bijdrage.
30
De heer Geleijns (D66) brengt naar voren dat er in Utrecht in vergelijking met andere grote steden echt heel weinig hotels zijn. D66 is daarom enorm blij dat de gemeente ruimte gaat geven aan kleinschalige en unieke hotelconcepten. Dat betekent ook veel voor de economie van de stad. Een nacht in deze stad betekent meer inkomsten voor de Utrechtse ondernemer en ook de werkgelegenheid zal meegroeien. Zijn fractie investeert daar graag in. Zijn fractie juicht al die kenniswerkers die gebruik maken van de short stay toe. D66 ziet dit als een verrijking van deze stad. Het is fijn dat de gemeente het beleid van 2020 gaat actualiseren. Gaat de wethouder bij het komende aanpassingstraject van de beleidsregels voor kort verblijf ook de ontwikkelaars/verhuurders al aan de voorkant meenemen in een soort participatie om zo de aanpassing van het geplande beleid ten aan zien van het kort verblijf nog beter te laten aansluiten op de praktijk? Verder vraagt hij of de wethouder bij de aanpassingen van de kort verblijfregels en het opstellen van hotelbeleidsregels ook de aanbevelingen meeneemt van het eigen evaluatieonderzoek en van het onderzoek van Sweco?
35
De heer Van den Broek (CDA) gaf in zijn bijdrage aan dat hoteleigenaren zich zorgen maken over de voorgenomen beleidsveranderingen. Nu hoort hij dat D66 blij is met het inzetten op nieuwe hotels. Deelt D66 dan niet de zorg van het CDA dat dit ten koste kan gaan van de bestaande hotels?
20
25
40
45
50
De heer Geleijns (D66) antwoordt dat D66 die zorg niet deelt. Zijn fractie ziet in de stukken dat daar zeker nog kansen liggen en dat dit niet ten koste gaat van anderen. Het gaat ook om kleinschalige hotels en andere hotelconcepten dan wellicht heel grote hotels. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) hoort van D66 dat Utrecht veel minder hotels zou hebben dan andere steden. Maar de evaluatie laat zien dat alleen Amsterdam hoger ligt. Ook heeft Utrecht een heel aantal kamers goedgekeurd. Hij begrijpt niet waar dit vandaan komt. De heer Geleijns (D66) geeft aan dat zijn fractie dit heeft gehaald uit de gegevens over de gemiddelde overnachtingen die hier plaatsvinden. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) heeft geen vraag, maar hij raadt D66 aan te kijken naar het aantal kamers per inwoner. Dat is een goed meetinstrument bij het vergelijken van het aantal hotels in steden. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Zijnebos, ook voor haar eerste bijdrage.
55
60
Mevrouw Zijdenbos (VVD) heeft in de commissie ROG al een debat gehad. Zij neemt dit debat over van haar collega mevrouw Al-Saqaff. Als er vragen zijn, zal zij proberen ze zo goed mogelijk te beantwoorden, anders komt zij er later op terug. De conclusies uit de evaluatie van het Utrechts hotel- en short stay beleid zijn redelijk positief. De VVD onderschrijft grotendeels de doelstellingen van het college, maar haar fractie wil het college een paar punten meegeven en haar fractie is het een en ander niet helemaal duidelijk. In de eerste plaats vindt de VVD het belangrijk om in te zetten op duurzaam zakelijk toerisme. De toeristenbelasting is met 10% verhoogd. Hoe ervaren Pagina 9 van 73
5
10
hoteleigenaren dat in gesprekken met de gemeente? Haar fractie heeft die 10% verhoging het liefste niet. De VVD pleit ervoor de effecten hiervan nauwkeurig te monitoren en, indien nodig, op lokaal niveau te bezien of er mogelijkheden zijn om de belastingdruk voor de sector te verlichten, zodat Utrecht ook op langere termijn een aantrekkelijke bestemming blijft voor bezoekers en ondernemers. In de nieuwe beleidsregel die in Q4 komt moet duidelijk zijn wat bedoeld wordt met passende hotelinitiatieven in de stad. Dat klinkt nu als zeer willekeurig. Het is een beetje alsof er iemand zit die denkt: “Doe me dit maar, want dat klinkt leuk”. Daarnaast moet duidelijk zijn aan welke eisen moet worden voldaan bij short stay. Zij wil graag een toezegging dat beide helder worden uitgewerkt in de beleidsregel. In een aantal gebiedsontwikkelingen is al opgenomen dat er grote hotels gaan komen. De VVD wil graag een toezegging dat er door dit beleid geen aanpassingen komen voor hotels in de gebiedsontwikkelingen.
15
De heer Talhaoui (PvdA) heeft een vraag over de passende hotelinitiatieven. Dat viel hem ook op. De VVD ziet dat als willekeurig. Hij heeft het opgevat als dat het nog goed in te kleuren is. Heeft de VVD daar al een idee over?
20
Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat ondernemers natuurlijk de ruimte moeten krijgen om een hotel neer te zetten. Maar het is wat lastig om een ondernemer in het diepe te laten graaien. Als de gemeente in een beleidsplan een passend hotelinitiatief neerzet, dan moet een ondernemer wel weten welke kant het op gaat. Er moet gewoon duidelijkheid zijn.
25
Volgens de heer Talhaoui (PvdA) gaat het erom dat er iets vernieuwends inzit en dat het bijvoorbeeld een concept is dat Utrecht nog niet heeft. Er zijn ook wat voorbeelden gegeven, zoals een familiehotel bij een ziekenhuis. Het gaat erom dat het vernieuwend is of iets in een mooi pand. Herkent de VVD zich daar ook in of heeft deze fractie hier een totaal ander beeld van? Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat haar fractie dat ook prima zou vinden.
30
35
40
45
De voorzitter vraagt of de fracties die niet hebben geagendeerd een korte bijdrage willen leveren. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks zich kan vinden in de door het college voorgestelde lijn. Zij heeft twee korte vragen. Short stay doet de gemeente nu alleen op plekken waar wonen niet mogelijk is. Volgens de evaluatie is het wel heel ingewikkeld om te bepalen wanneer dat zo is. Kan de wethouder toezeggen dat er daarvoor duidelijker criteria komen in de beleidsregel? Verder mist haar fractie in de evaluatie wat informatie over het illegaal gebruik van short stay. Dat lijkt regelmatig voor te komen. Wordt dit wel gemonitord en, zo ja, kan de wethouder de commissie wat meer over informeren op een later moment? De heer Stam (Volt) meldt dat ook Volt zich grotendeels kan vinden in de lijn van het college. Daarbij maakt hij wel een opmerking. Er zijn nu veel hotels, het aantal is in de afgelopen jaren gigantisch toegenomen. Zijn fractie wil het dus rustig aan doen. Het is prima, als er wat kleinschalige concepten bij komen, daar is zijn fractie niet tegen. Zij plaatst daarbij wel één kanttekening. Dat is de netcongestie. Voor Volt gaan woningen echt boven hotels, zeker als er wordt gestreden om stroom. Kan de wethouder toezeggen dat woningen voorrang blijven houden op nieuwe hotels, als dat van uit het oogpunt netcongestie noodzakelijk zou zijn?
50
De heer Otto (EenUtrecht) merkt op dat Utrecht heel populair is. Dat is al jaren te merken. Dat betekent dat er steeds meer toeristen naar deze stad toe komen. Zijn fractie vraagt zich wel met zorg af of de stad die verdere groei aankan. In eerdere debatten heeft zijn fractie al meegegeven dat het voor EenUtrecht volstrekt niet nodig is om nog reclame te maken voor de stad. De toeristen komen vanzelf wel. Hij neemt het risico dat hij de stukken niet goed heeft gelezen, maar hij vraagt de wethouder of er nog steeds geld gaat naar het hiernaartoe lokken van mensen. Dat vindt zijn fractie dus niet nodig.
55
Volgens de voorzitter gaat deze vraag enigszins buiten de scope van dit debat, maar de vraag is gesteld.
60
De heer Talhaoui (PvdA) brengt naar voren dat de PvdA blij is dat het college ervoor kiest om de eerdere doelstellingen voor short stay en hotels grotendeels te behouden. Zo houdt de gemeente ook grip op de groei van het toerisme en beschermt zij de woonvoorraad. Wonen gaat voor de Pagina 10 van 73
5
10
15
20
25
PvdA altijd voor tijdelijk verblijf. De tijdelijke hotelstop lijkt goed te hebben uitgepakt en de gemiddelde bezettingsgraad lijkt gezond. Het is goed om nu vast te leggen welke hotelinitiatieven passen bij Utrecht. Wat de PvdA betreft zijn dat altijd kleinschalige hotels. Zijn fractie is het ook eens met de wethouder dat de gemeente absoluut geen ruimte biedt voor massatoerisme. Daarom is er volgens zijn fractie geen plek voor nieuwe grootschalige hotels. De PvdA wil de wethouder meegeven dat bij nieuwe hotelinitiatieven niet alleen wordt gekeken naar de ruimtelijke inpassing, maar ook naar de bijdrage aan de lokale werkgelegenheid. Het is belangrijk dat de banen in de hotels ook toegankelijk zijn voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zijn fractie vraagt de wethouder in gesprek te gaan met de sector om ervoor te zorgen dat nieuwe hotels bijdragen aan eerlijke arbeidskansen voor Utrechters, bijvoorbeeld door samen te werken met de sociale werkvoorzieningen en de mbo-opleidingen. Kan de wethouder dit toezeggen en de commissie hierover informeren in de brief die in Q4 komt? De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) hoort dat de PvdA zegt dat de groei van het toerisme moet worden beperkt. Maar waarom moet het toerisme überhaupt groeien? Hier kan de keuze worden gemaakt om die groei te stoppen. De heer Talhaoui (PvdA) dankt voor deze vraag.
De PvdA is natuurlijk ook tegen massatoerisme. Die opvatting delen de twee fracties. Het gaat er ook om te kijken welke behoeften er zijn in de stad. Toerisme heeft bijvoorbeeld ook een goede invloed op cafés, restaurants, musea en culturele centra. Het is ook niet zo dat de stad er helemaal niets bij kan krijgen. De gemeente heeft een hotelstop ingevoerd die succesvol is geweest. Nu is het weer tijd om kleinschalige hotels langzaamaan weer toe te laten, met strenge voorwaarden. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) wijst erop dat er nog duizend extra kamers komen. De gemeente weet ook nog niet wat voor invloed dat op de stad zal hebben. Die kamers zijn al goedgekeurd. Waarom gaat de gemeente het dan nu hebben over nog meer kamers?
30
De heer Talhaoui (PvdA) meent dat er een verschil is tussen harde en zachte plannen. Gesteld dat er duizend kamers bij komen, al is dat volgens hem nog niet helemaal zeker, dan kan het zo zijn dat er meer hotels in een gebied passend zijn. Dan gaat het om verschillende concepten die Utrecht nog niet heeft die erbij kunnen komen. Het is niet gezegd dat die erbij moeten komen.
35
De voorzitter ziet dat er geen fracties zijn die nog iets willen inbrengen in de eerste termijn. De wethouder wil graag even schorsen. De voorzitter schorst de vergadering om 10.50 uur en heropent deze om 11.00 uur.
40
45
50
55
60
Wethouder Oosters dankt de commissie voor de bijdragen over dit onderwerp. Allereerst is het goed om te zeggen dat wat het college hier voorstelt erop gericht is om een kwalitatief en divers overnachtingsaanbod te verkrijgen. Natuurlijk zijn er vele voors en tegens te noemen van toerisme en meer hotels. Het is belangrijk met elkaar te zoeken naar die juiste balans. Het college denkt dat die met deze aanpak goed te beschermen is: geen massatoerisme, wel diversiteit in het aanbod. Om dat de onderbouwen gaat zij in haar beantwoording in op de thema’s: meer of minder hotels, meer of minder toeristen, short stay, studenten en samenwerking met de stad en monitoring. Zij begint met de vraag meer of minder hotels. De Partij voor de Dieren vroeg waarom de gemeente dan niet werkt met een maximum aantal kamers of overnachtingen. Het college werkt niet met een maximum aantal overnachtingen omdat het denkt door de nu gekozen aanpak de ruimte aan hotelinitiatieven te beperken en dus ook de groei van het toerisme. Het gaat om een ‘nee, tenzij’. Dat ‘nee, tenzij’ werkt met die kleine concepten zo uit dat er niet kan worden gesproken van groei naar massatoerisme. Het CDA vroeg of er niet kan worden gewacht op het effect van het beleid dat nu landelijk en lokaal wordt gevoerd, voordat wordt gekeken naar die beperkte groei.
Zij begrijpt die vraag, maar juist door de onzekerheid over de effecten van het beleid wil het college het hotelbeleid niet veranderen op dit moment. Er komen maar beperkt plekken bij. Het is een ‘okay’ met het beleid dat de gemeente nu voert dat niet een te grote bedreiging vormt voor de sector. De VVD vroeg wat die passende hotelconcepten dan betekenen. Dat is een begrijpelijke vraag en dit moet het college natuurlijk nog beter uitwerken. In de beleidsregel hotels maakt het college concreet wat die passende hotelinitiatieven zijn. Het college werkt de uitgangspunten uit in die beleidsregel. De commissie kan ervan op aan dat het college dit Pagina 11 van 73
5
10
15
20
25
beter zal specificeren. De VVD vroeg ook of het college dan geen aanpassingen voor hotels in de gebiedsontwikkelingen gaat aanbrengen. Dat is de harde planvoorraad die er nu al is. Het college wil het behouden van de planvoorraad die er nu al is voorstellen. Op basis daarvan is uiteindelijk in 2020 een pas op de plaats voorgesteld aan de raad. Hert college gaat zeker voor realisatie van de plannen die er op dat moment al waren. Volt vroeg wat de gemeente doet, als zich netcongestie voordoet en hoe hotels dan in die rangorde worden ogenomen. Die netcongestie doet zich nu al voor in Utrecht. Het college moet dat natuurlijk altijd met een bepaalde vorm van maatwerk bekijken, maar op dit moment is het inderdaad zo dat wonen bijvoorbeeld voor hotels gaat. De gemeente zal zich ook op een bepaalde manier hebben te verhouden tot hotels die te maken krijgen met netcongestie. Mocht het zo zijn dat een grote ontwikkeling door netcongestie niet door kan gaan of vertraging oploopt, dan zal het college de raad daarover uiteraard informeren. De PvdA vroeg om ook te kijken naar wat hotels kunnen bijdragen aan de lokale werkgelegenheid en of het mogelijk is met die sector in gesprek te gaan over hoe hotels mbo’ers of anderen mooie plekken zouden kunnen aanbieden. Het college heeft ook periodiek overleg met de hotels en spreekster vindt het een goed idee om dit thema daarin mee te nemen.
Zij denkt dat dit ook al in de haarvaten van de sector zit, maar het college zal dit agenderen. Ook in de brief in Q4 komt het college hierop terug. Spreekster gaat in op de vraag meer of minder toeristen. De Partij voor de Dieren vroeg waarom het huidige aantal niet genoeg is. Zij is het met de Partij voor de Dieren eens en het college zet dus ook in op een gedoseerde groei en houdt de regie. Dat is de belangrijkste boodschap waarop het college nu stuurt met die kleinschalige hotels met een eigen doelgroep en door niet in te zetten op dat massatoerisme. Toerisme kan los van spanning ook meerwaarde opleveren voor de stad, als het gaat om winkels, horeca en cultuur. Die ondernemingen profiteren echt wel van overnachtende gasten. Daarom is een beperkte groei voor het college een mooie ontwikkeling. De voorzitter deelt mee dat de wethouder een vraag van de Partij voor de Dieren krijgt.
30
De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) geeft aan dat die vraag intussen eigenlijk al beantwoord is.
45
Wethouder Oosters geeft aan dat de Partij voor de Dieren ook vroeg naar de rol van het klimaat in het beleid van het college en eigenlijk ook vroeg om een toezegging om te wijzen op het internationaal reizen per trein. Klimaat is onderdeel van het toerismebeleid van het college. In de opdracht aan Utrecht Marketing zet het college juist wel in op duurzaam bezoek en op bezoekers die met het openbaar vervoer komen. De helft van de bezoekers komt al uit Nederland en daarnaast zijn er bezoekers uit het buitenland die vooral met het openbaar vervoer komen. Het college kan dus voldoen aan de vraag van de Partij voor de Dieren op dit vlak en het zal dit ook voor de eigen congressen waarborgen. Dat vindt zij een mooie suggestie. Het lijkt haar goed om in de externe communicatie vanuit de gemeente over congressen het belang van die treinreis te onderstrepen. EenUtrecht vroeg of er nog steeds mensen naar Utrecht worden gelokt. Het korte antwoord is ja. Er gaat nog steeds geld naar Utrecht Marketing. Het gaat echter niet alleen om het aantrekken van meer toeristen, maar juist ook om het soort toerisme. Om daar regie op te houden is het ook belangrijk hoe de etalage van de stad eruit ziet. Daarom vindt het college het belangrijk om wel te blijven investeren in Utrecht Marketing.
50
De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of het type toerist waar de wethouder het over heeft überhaupt nog moet worden gewezen op het mooie wat Utrecht te bieden heeft. Sprekers moeder woont in Limburg en zij weet alles wat hier gebeurt. Hij heeft Spaanse vrienden die ook precies weten wat hier gebeurt. Is dat nog nodig?
35
40
55
60
Wethouder Oosters meent dat dat nodig is. Als Utrecht het soort toeristen dat van economische waarde is voor de stad wil behouden, moet de gemeente daar echt wel iets op inzetten. Zij kent de voorbeelden van de heer Otto natuurlijk ook Het college probeert echter niet alleen te sturen op die NS 1, maar het kijkt ook hoe het het kwalitatieve en zakelijke toerisme dat ook duurzaam naar Utrecht komt op een goede manier kan stimuleren. Spreekster gaat in op de vragen over de short stay. Het CDA komt met een advies aan het college over de regeldruk. Het college vindt dat de short stay echt regulering nodig heeft. Het is dermate aantrekkelijk om het te ontwikkelen dat het zonder regulering andere functies zoals wonen zou Pagina 12 van 73
kunnen verdringen. Daarom kan het college niet helemaal voldoen aan de wens die regeldruk te verminderen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Volgens de heer Van den Broek (CDA) spreekt het vanzelf dat enige vorm van regulering nodig is. Ook het CDA is daar een groot voorstander van. Maar in het rapport wordt ook gezegd dat de regeldruk nu echt te groot is. Kan er niet worden gekeken naar enige vermindering van de regeldruk, eventueel in samenwerking met deze verhuurders? Wethouder Oosters heeft al aangegeven dat het bij dit thema altijd zoeken is naar die balans. Het college denkt dat het bij dit thema echt belangrijk is om de teugels strak aan te blijven trekken. Zij begrijpt de vraag van de heer Van den Broek, maar het college blijft bij wat het aan de commissie heeft opgegeven. De ChristenUnie vroeg naar de afbakening van de doelgroep internationale studenten en medewerkers en ook of de handhaving bij short stay nu op de goede manier gebeurt. Na de invoerring van het registratiesysteem en van de meldplicht voor toeristische verhuur heeft de gemeente goed in beeld waar en op welke wijze toeristische verhuur plaatsvindt. Door middel van controles kan het college hier goed op sturen. Het college ziet een positieve ontwikkeling. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt zich dan toch af hoe het college hier goed op kan sturen, als VTH aangeeft dat zij het helemaal niet kan controleren. Wethouder Oosters wijst erop dat het natuurlijk ook gaat om het goed in beeld hebben aan de voorkant.
Zoals zij al toelichtte maakt de gemeente met zo’n registratiesysteem al een heel mooie slag. Het college doet wat het kan. Bij verschillende thema’s in de stad kijkt het college hoe het met de handhaving die het heeft het op een goede manier kan doen. Met het registratiesysteem heeft het college bij dit thema een mooie stap gezet. Stadsbelang Utrecht vraagt of het college duidelijk weet wat het beleid moet zijn. Zij zou die vraag met ja willen beantwoorden. Dat is ook de reden waarom het college de bewuste keuze heeft gemaakt om het beleid niet te veel aan te passen, maar te blijven bij de lijn die past bij de huidige situatie van de stad. Uit onderzoek blijkt ook dat bedrijven die internationale kenniswerkers in dienst hebben het aanbod aan short stay niet te beperkt vinden. Een beperkt aanbod maakt een zachte landing mogelijk en dat houdt de gemeente zo in stand. Wat het college betreft is de beleidskeuze die het hier maakt echt passend bij de huidige situatie van de stad. GroenLinks vroeg om duidelijke regels voor wanneer short stay niet kan. Het beleid van het college is dat wonen altijd voor tijdelijk verblijf gaat. Short stay mag alleen waar wonen niet mogelijk of niet wenselijk is. Steviger dan dat kan het college het niet opschrijven. Er is een heel stevige argumentatielijn nodig om daarvan af te wijken.
Het belang van wonen heeft de stad volgens haar heel duidelijk in het vizier. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) begrijpt wat de wethouder zegt, maar zij ziet in de evaluatie ook wel dat de wijze waarop hiermee wordt omgegaan door projectleiders heel wisselend is, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkelingen. Misschien is dat toch wel aanleiding om te zeggen dat het iets duidelijker en iets strenger moet worden. Wethouder Oosters meent dat er hier dan enig verschil van inzicht is. Zij denkt dat de gemeente door de stevige kaders die zij heeft en door de harde uitspraak dat wonen altijd boven tijdelijk verblijf gaat een stevig beleid heeft. Steviger dan dat kan zij het bijna niet formuleren. Het college probeert op die manier er echt stevig op te blijven sturen en dat doet het ook. Als de commissieleden het ergens verkeerd ziet gaan bij een gebiedsontwikkeling, dan hoort het college dat natuurlijk graag. Op dit moment ziet het college dat niet. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) hoort dat de wethouder zegt dat het niet steviger kan dan mogelijk of wenselijk is. Maar in de evaluatie komt terug dat mogelijk goed te sturen is, maar dat wenselijk vaag en zacht is. Is het college bereid te heroverwegen wat wenselijk is? Wethouder Oosters heeft geprobeerd uit te leggen dat het beleid van het college is dat wonen altijd gaat voor tijdelijk verblijf.
Zij herhaalt dat zij het niet steviger kan formuleren. Mocht er een zwaarwegende reden zijn om daarvan af te wijken, dan moet het college daarover in gesprek.
Pagina 13 van 73
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) meent dat het wel kan. Niet mogelijk is steviger dan niet wenselijk. Dat wordt ook in de evaluatie gezegd. Het is subjectief en het is zacht. De term wenselijk kan dus worden geschrapt. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Oosters denkt dat mevrouw Chirino en zij door herhaling niet uit deze cirkel komen. Zoals zij al zei heeft de stad het vizier heel duidelijk gericht op wonen. Raad en college zeggen ook dat tijdelijk verblijf nooit boven die vaste woonfunctie op een locatie gaat. Soms kan op een bepaalde plek in de stad maatwerk nodig zijn omdat misschien een bepaalde vorm van wonen niet mogelijk is en tijdelijk misschien wel en het daarom goed is daar dan short stay toe te staan. Die ruimte wil zij blijven behouden, maar steviger dan de uitspraak dat het vaste wonen altijd boven het tijdelijk verblijf gaat kan het volgens haar niet worden. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt afrondend op dat in de evaluatie het punt van kritiek terugkomt dat mensen zeggen dat wenselijkheid onduidelijk is, dat het niet aan de voorkant kan worden afgebakend en dat het niet te controleren is. Begrijpt zij goed dat het college met dat kritiekpunt dus niets gaat doen? Wethouder Oosters vindt de uitspraak dat het college hier niets mee gaat doen nogal hard. Het college is met alle gebiedsontwikkelingen hard bezig om zoveel mogelijk woonruimte te krijgen. Het zal nooit een eenvoudige keuze zijn om woonruimte op te laten snoepen door short stay. Dat is nu helemaal niet het uitgangspunt van het college en het wordt ook niet in het beleid voorgesteld.
Er zijn ook discussies met collega’s van mevrouw Chirino over de vraag of dat niet te stevig is en of de regeldruk niet minder zou moeten worden. Het college doet zijn uiterste best om een juiste balans te vinden en altijd te gaan voor wonen boven tijdelijk verblijf. Dat is een heel stevige lijn waar de commissie niet aan hoeft te twijfelen. GroenLinks vraagt om monitoring op de inzet van short stay. Op dit moment zij er 36 eenheden waar short stay wordt aangeboden volgens het nieuwe beleid. De komende jaren wordt dit aanbod nog iets uitgebreid. Het college blijft monitoren hoe dit wordt gebruikt en handhaaft natuurlijk bij illegaal gebruik. In het antwoord aan mevrouw Chirino heeft zij dit al aangegeven. Spreekster komt op het thema (internationale) studenten. CDA, ChristenUnie en Student & Starter vroegen eigenlijk gezamenlijk of, omdat de short stay voor studenten eigenlijk niet wordt gebruikt zoals in eerste instantie bedoeld, niet beter kan worden ingezet op een hospitaregeling. Het eerlijke antwoord is dat er best wat tijd voorbijgaat voordat een plan wordt omgezet in daadwerkelijke eenheden short stay. Er wordt inmiddels een plan voor het ontwikkelen van short stay locaties uitgewerkt, specifiek voor internationale studenten. Het stimuleren van hospitaregelingen is al een doelstelling van het woonbeleid. Het college stuurt hier dus zeker op.
Het zou een andere voorziening kunnen zijn dan de short stay. Het zijn geen gigantische aantallen en het college probeert met de regels die de raad heeft meegegeven, de juridische kaders en wel huurrecht, daarvoor zijn best te doen. Student & Starter vroeg nog specifiek waar de ervaring van studenten zelf in het beleid is meegenomen. In het marktonderzoek van de short stay is ook de ervaring van juist internationale studenten in kaart gebracht. Zij geven aan dat het vinden van een woning moeilijk is - dat is geen verrassing - en dat er behoefte is aan meer betaalbare opties. Dat is ook de richting waarin het college zoekt met die short stay. Ervaringen zijn nog niet te meten omdat die locaties nog niet zijn ontwikkeld. Dat is in zekere zin een kink in de kabel, maar het college zal dat zeker doen zodra deze eenheden zijn ontwikkeld. Spreekster gaat over op het thema samenwerking met de stad en de monitoring van dit beleid. D66 vroeg of het college de aanbieders goed meeneemt. Gelukkig heeft het college dat in 2023 al gedaan in diverse gesprekken met de sector en met de ontwikkelaars. Het college zal dat natuurlijk ook doen bij de verdere uitwerking. Op relevante momenten zal het college de commissie hiervan op de hoogte houden. D66 vroeg ook of het college de aanbevelingen van de diverse rapporten meeneemt. Ook dat zal het college zeker doen.
De VVD vroeg hoe de hoteleigenaren die verhoging van de toeristenbelasting ervaren en of er een mogelijkheid is om die lasten te verlichten. De commissie kan zich voorstellen dat zij met enige vrees naar die verhoging kijken. Dat wisten raad en college ook toen zij dit voorjaar beslisten over de verhoging van de toeristenbelasting. Het college probeert, ook in die gesprekken met de sector, de vinger aan de pols te houden, maar een lastenverlichting durft zij de commissie gezien de financiële toestand waarin de gemeente verkeert niet te beloven. Pagina 14 van 73
De heer Snijder (Student & Starter) dankt voor het duidelijke antwoord. Maar hij denkt dat het college toch nu al in gesprek zou kunnen gaan met de internationale studenten. 5
10
15
Wethouder Oosters antwoordt dat hij op zijn wenken wordt bediend. In het marktonderzoek over de short stay is er ook een gesprek met internationale studenten geweest over hun wensen. Die zijn niet verrassend: er is een tekort aan ruimte en zij zouden er graag betaalbare ruimte bij hebben. Wanneer de short stay is gerealiseerd, kan het college ook echt toetsen of die aan de vraag van de internationale studenten wel of niet voldoet. Op dit moment is dat moeilijk omdat die eenheden nog niet gerealiseerd zijn De heer Snijder (Student & Starter) begrijpt dit, maar tegelijkertijd hoort hij van verschillende studentenorganisaties dat zij er ook graag bij betrokken waren geweest. Kan de wethouder toezeggen dat mee te nemen, wanneer de gemeente daar verder onderzoek over gaat doen? Wethouder Oosters staat altijd open voor suggesties. Als Student & Starter suggesties heeft over organisaties die het college goed zou kunnen raadplegen om het netwerk van de internationale studenten beter te bereiken, dan staat het college daar zeker voor open.
20
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt op welke termijn hij kan verwachten dat deze plannen naar de raad komen.
25
Wethouder Oosters antwoordt dat aan de commissie een brief in Q4 is toegezegd. Daarin kan een aantal van deze thema’s terugkomen, maar zij denkt dat dat voor het specifieke thema internationale studenten nog niet helemaal aan de orde is. Het gaat erom dat eerst die locaties zijn gerealiseerd. Hiermee komt zij aan het einde van haar beantwoording. De voorzitter vraagt de leden of er vragen zijn die niet zijn beantwoord.