CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag VOWE 20 april 2023.docx

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 1 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen46.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De wethouder verwijst naar de bijlage waarin deze zijn opgenomen. Er is samen met het CVAH en Asra gekeken naar de verschillende criteria die zijn genoemd in de commissie. Veel criteria vallen af omdat ze economisch ordenend zijn. Het is ons niet toegestaan om concurrentie te voorkomen. Ook vallen criteria af omdat ze subjectief zijn. Ze moeten te toetsen en te handhaven zijn. Het CDA vraagt of er meer criteria zijn. Daarvan is volgens de wethouder een uitgebreide lijst gemaakt. Er werd o.a. kwaliteit en gezondheid genoemd. De wethouder geeft aan kwaliteit een criterium is dat lastig objectief te maken is. Het punt bij gezond voedsel is dat daar niet altijd beleid op is en dat dit ook lastig is om objectief te maken. Zo vindt het rijk het lastig om groenten en fruit te definiëren. Er zou eventueel kunnen worden aangesloten bij de NVWA, maar het gaat bijvoorbeeld de vraag oproepen of kaas wel zo gezond is, om maar niet te spreken van oliebollen. De wethouder raadt het toepassen van dit criterium dan ook niet aan. De heer Stellinga (CDA) heeft contact gehad met verschillende standplaatshouders. Die zijn niet bang voor kwaliteitscriteria. Volgens het CDA zijn deze zeker objectiveerbaar. Zij verzoeken de wethouder om het verder uit te diepen dan nu is gedaan.

35

40

45

50

Wethouder Schilderman zegt dat dit criterium expliciet is bekeken en ook besproken met de vertegenwoordiging van de branche. Dit is wat daar is uitgekomen, waarmee de wethouder tot de conclusie komt dat het niet verstandig is om dit criterium op te nemen. De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat het te objectiveren is en dat er dringende redenen van algemeen belang zijn. Daarbij kijkt hij niet alleen naar volksgezondheid, maar ook naar consumentenbelangen. Als de wethouder niet bereid blijkt om hier nader onderzoek te doen betreurt het CDA dat zeer. Wethouder Schilderman gaat verder met de beantwoording van de gestelde vragen. Over de vraag van de CU over de 12 jaar is zij al ingegaan. Zij geeft aan dat ze van D66, CU en PvdA heeft vernomen dat ze voor het uitgeven van een vergunning van 12 jaar zijn. Zij gokt erop dat de andere partijen die wens ook hebben, maar vraagt om een uitspraak daarover in de tweede termijn. Verder vraagt de CU naar branchering, waar de wethouder al op in is gegaan. Ook vraagt de CU naar de manieren van brancheren en wie daarbij zou kunnen helpen. De wethouder noemt in dat kader het CVAH, de Kamer van Koophandel en andere partijen in Nederland die ondersteuning zouden kunnen bieden. De CU vraagt welke criteria de meeste kans van slagen hebben. Dat zijn de criteria die op dit moment in de brief staan.

Verder roept de CU op om het oog voor de ondernemers voorop te hebben in dit proces. Die oproep deelt het college. 51

5

10

15

20

De Partij voor de Dieren gaat in op de diverse criteria. De wethouder constateert dat er geen meerderheid is voor het duurzaamheidscriterium. Hetzelfde geldt voor dierenwelzijn. De wethouder geeft aan dat er gezocht wordt naar een balans tussen criteria zodat er geselecteerd kan worden, en aan de andere kant het opleggen van niet teveel eisen aan ondernemers. De Partij voor de Dieren vroeg verder terughoudend te zijn in het brancheren met de ruimte voor verkoop van dierlijke producten. De wethouder geeft aan dat naar de branches wordt gekeken en niet zozeer naar de producten. Zij ziet geen meerderheid ontstaan om dierlijke producten uit te sluiten. Zij heeft juist een vurig pleidooi voor de kaasboer gehoord, en heeft dus niet het idee dat dat hier op een groot draagvlak kan rekenen. De Partij voor de Dieren vraagt ook naar de termijn. Daarover heeft de wethouder al uitspraken gedaan. Er wordt verder gevraagd of er in de gedoogtermijn extra criteria kunnen worden gesteld. Dat kan volgens de wethouder niet, maar wel in de vergunning voor de periode daarna. In de gedoogperiode wordt er namelijk niet handhavend opgetreden. De PvdA vraagt naar de gedoogtermijn, specifiek naar de ruimte die ontstaat voor een ondernemingsplan. De wethouder heeft tot op heden nog geen wens gezien om het ondernemingsplan op te nemen in de criteria.

Als dat zo is kan ze zich voorstellen dat daar een periode voor nodig zal zijn. Zij heeft eerder een aantal partijen genoemd die daarbij kunnen hepen. De heer Talhaoui (PvdA) zegt dat ook voor het opstellen van een wijkplan tijd nodig zal zijn. Hij vraagt welke termijn de wethouder daarvoor redelijk acht. Wethouder Schilderman verwacht dat daarvoor ook enkele maanden nodig zal zijn. Zij geeft aan dat de criteria die door de raad worden opgesteld een drempel vormen voor ondernemers. Daarom heeft zij dit eerder niet opgesteld, maar als de raad dat wil dan kan dat.

25

30

De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of de wethouder denkt dat die drempel kan worden weggenomen door de hulp die de gemeente of de branchevereniging kan bieden. Wethouder Schilderman vindt het lastig in te schatten in hoeverre de branchevereniging daarbij zou kunnen helpen, gezien hun beschikbare capaciteit. Het is ook moeilijk in te schatten hoeveel hulp ondernemers daar precies bij nodig hebben. Zij geeft mee dat hoe meer criteria er worden meegegeven, hoe meer werk er bij de ondernemers komt. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt op welke manier de gemeente de ondernemers zou kunnen helpen bij het opstellen van de wijkplannen.

35

40

45

50

Wethouder Schilderman zegt dat die plannen uiteindelijk moeten worden beoordeeld door de gemeente. Er zou dan sprake zijn van de slager die zijn eigen vlees keurt. Het zou goed zijn om de ondernemers zoveel mogelijk te helpen. Het is mooi dat de branchevereniging daarbij een stap naar voren zet. De wethouder vraagt zich af of er juist wordt gehandeld als er een criterium wordt geformuleerd waarbij de ondernemer de gemeente nodig heeft om een plan te maken. Ze gaat verder met de beantwoording van de vraag van EenUtrecht of verbinding in de wijk of buurt een mooie oplossing zou kunnen zijn. In de raadsbrief was opgenomen dat invulling aan dat criterium was gegeven, maar dat moet verder worden uitgewerkt. Criteria moeten wel objectief, toetsbaar en redelijk te maken zijn. Voor de relatie met de wijk ziet de wethouder een meerderheid ontstaan. Op de vraag of standplaatshouders ook een pitch kunnen doen antwoordt de wethouder dat ze dat niet op voorhand wil uitsluiten. Ze wil er wel voor oppassen om er een beautycontest van te maken. De wijze van presenteren moet niet bepalen of er daarna een goede standplaatshouder uitkomt. Het vormt wel een oplossing voor een mondelinge toelichting. Student & Starter vraagt naar de gedoogperiode. Daar is de wethouder op ingegaan. Stadsbelang Utrecht vraagt naar het geen-limietenstelsel.

Het CDA heeft hierover al opgemerkt dat er sprake is van een schaarse openbare ruimte. Als de beleidsmatige schaarste wordt losgelaten kan iedereen overal staan, dat is niet wenselijk. Naast de beleidsmatige schaarste is er ook fysieke schaarste. Er zijn plekken waar heel veel mensen langs komen, die heel druk zijn. Daarvoor zal een eerlijke verdeling gevonden moeten worden. Ook vroeg Stadsbelang Utrecht naar de mening van het college, dit alles gehoord hebbende. De 52

wethouder geeft aan dat zij voorstelt dat de raad het voorstel aanhoudt en dat zij binnenkort met een nieuw raadsvoorstel zal komen.

5

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij met het voorstel voor het geenlimietenstelsel geen chaos wilde veroorzaken. Hij neemt aan dat het college dan wel voorwaarden bepaalt. Dat zou het aantal aanvragers beperken. Het is dan ook meer een juridische kwestie dan een inhoudelijke. De inhoudelijke bepaalt de gemeente zelf door de voorwaarden te stellen. Als dat goed gebeurt komt het best voor elkaar en komt niet de hele stad vol met kraampjes te staan. Wethouder Schilderman antwoordt dat er niet alleen schaarste in juridische zin is, maar ook in fysieke zin doordat de ruimte beperkt is.

10

Zij vervolgt de beantwoording met de vraag van DENK. De gedachte voor het gelijke speelveld is een argument dat tien jaar geleden ook een rol speelde. Dat is de reden dat het college voor een beleidsarme verdeelsystematiek is gegaan. De wethouder heeft gehoord dat een meerderheid van de raad een andere wens heeft. De voorzitter vraagt of er gemiste vragen zijn. Hij geeft het woord aan de PVV.

15

20

25

De heer Bosch (PVV) vraagt waarom de raad tussen 2013 en nu nooit is geconsulteerd om tot uitgangspunten te komen, en waarom het college in dat kader geen participatietraject heeft opgezet om met de ondernemers tot een uitgangspunt te komen. Het lijkt alsof dat nu pas gaat gebeuren. Wethouder Schilderman zegt dat ze heeft aangegeven waarom dit niet eerder tot stand is gekomen. Ze heeft ook aangegeven dat het beter was geweest als dat wel was gebeurd. Zij heeft corona benoemd en een gebrek aan capaciteit. Zij heeft aangegeven dat er eerder pogingen zijn gedaan om de brancheorganisatie daar in te betrekken. Daarin had de gemeente volhardender kunnen zijn. Zij ziet nu dat er veel betrokkenheid is en dat het steeds beter lukt om hier in gezamenlijkheid over te spreken. Zo is ook de brief tot stand gekomen. De wethouder begon eerder vandaag dan ook met een dankwoord aan hoe daaraan is bijgedragen door de branchevereniging. De voorzitter geeft aan dat de eerste termijn nu is afgerond en wordt overgegaan tot de tweede termijn. Hij verzoekt de fracties om aan te geven wat hun standpunt is op de punten die de wethouder heeft benoemd, en of de intrekking van het raadsvoorstel wordt gesteund.

30

35

40

45

50

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) kondigt aan dat de VVD een motie zal indienen, aangezien er geen toezegging is gedaan over een overgangstermijn. De VVD wil het raadsvoorstel aanhouden of terugsturen. Het eerstvolgende raadsvoorstel dat door het college wordt gestuurd wil de VVD eerst in de commissie behandelen, voordat het in de raad wordt behandeld. Verder komt de VVD met een motie over de bevoegdheid van de raad. Zij willen echt dat de raad aan het stuur zit wat dit onderwerp betreft, en wat de aanwijzingsbevoegdheid en het stellen van nadere regels betreft. De VVD is blij dat er een toezegging is over de communicatieverplichting. De VVD is daar benieuwd naar want er zijn mensen die hebben aangegeven niet te kunnen lezen en schrijven. De VVD heeft een jaarlijkse periodiek aangegeven, de wethouder twijfelde daarover. De VVD gaat daar kritisch naar kijken. Verder is de VVD geen voorstander van een tussentijdse wijziging als er tien extra standplaatsen komen. Zij willen nu een selectiemethode bedenken die past bij de ondernemers en dan pas tien extra standplaatsen toevoegen zodat er één lijn kan worden getrokken in de stad. Ook willen zij van de wethouder horen hoe zij gaat regelen dat vergunningen niet zomaar voor enorme prijzen onderling verkocht worden. Dat is tot nu toe gebeurd en dat is ook de reden dat enorme frustratie heerst.

Ondernemers die dachten een vergunning over te kunnen kopen of bij te schrijven zien nu dat hun investering bijna voor niets is geweest. Daarbij willen zij van de wethouder horen hoe zij meer tijdsblokken of dagen kan toevoegen per standplaats, zodat deze misschien door meerdere standplaatshouders gebruikt kan worden. Mevrouw Al-Saqaff verwijst naar het landelijk gedoogbeleid voor drugs voor onbepaalde tijd, en vraagt of hiermee een vergelijking kan worden gemaakt om het voor bepaalde tijd te gedogen. Waarom moeten hiervoor dan extra regels komen voor strengere uitwerkingen? De VVD snapt niet waarom de wethouder met zo’n korte termijn komt. Verder spreekt de VVD zich uit voor een selectiecommissie in plaats van een knock-out-systeem. Zij vragen de wethouder tenslotte om 53

terug te komen op het emissievrije voor de nieuwe vergunningen. Het is niet duidelijk waarom er nu een probleem is met het vergunnen voor tien jaar omdat er iets met een emissievrije stad zou zijn. 5

10

15

De heer Bosch (PVV) ziet graag een ander voorstel omdat het huidige voorstel niet voldoet. De PVV wil het nieuwe voorstel wel weer in de commissie zien. Zij zullen aansluiten bij enkele moties die de VVD net aankondigde. Voor de PVV blijft staan dat waar een wil is, is een weg. Het is hen niet duidelijk dat het juridisch gezien niet kan. De heer Bosch verwijst naar De Meern waar drie standplaatsen zijn waar op enkele dagen vergunninghouders staan. Op Vleuten idem. Er zijn nog veel plaatsen waar nieuwe ondernemers een kans kunnen krijgen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) hoort dat andere partijen het opnemen van duurzaamheid als criterium steunen. GroenLinks sluit zich daarbij aan. Zij zijn ook voorstander van de vergunning voor twaalf jaar en het intrekken van het voorstel. De heer Bosch (PVV) zegt dat GroenLinks een andere toon heeft dan net. Toen werd gezegd dat ze de ondernemers niet teveel willen belasten met criteria. Nu wordt toch aangesloten bij het toevoegen van een duurzaamheidscriterium. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat zij nog steeds aan het zoeken zijn naar hoe het de ondernemers zo eenvoudig mogelijk gemaakt kan worden. Tegelijkertijd wordt hiervoor steun gehoord, en is door GroenLinks besloten om daarin mee te gaan.

20

Er volgt een discussie tussen de voorzitter en de heer Bosch over het aantal toegestane interrupties. De voorzitter geeft aan dat er al vijf uur wordt gedebatteerd waarvan de heer Bosch een groot deel aan het woord is geweest. Hij staat geen interrupties meer toe. De heer Bosch is het daar niet mee eens. Er volgt een schorsing van vijf minuten. - Schorsing –

25

De voorzitter laat weten dat de heer Bosch één interruptie gaat doen en accepteert dat de voorzitter de volgorde bepaalt en de tijd in de gaten houdt. Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) is net als de PVV verrast dat GroenLinks nu een ander standpunt heeft over het duurzaamheidscriterium dan in de eerste termijn, maar is daar wel blij mee. Zij vraagt de wethouder of daarmee wel een meerderheid is voor het duurzaamheidscriterium.

30

35

40

De heer Stam (Volt) verbaast zich over het feit dat er nu wordt gesproken over een gedoogperiode, terwijl is aangegeven dat dat direct wordt aangevochten door de branchevereniging. Volgens hen is een gedoogperiode minder houdbaar dan een overgangstermijn. Volt roept alle partijen dan ook op om daar terughoudend in te zijn en vraagt hierover een reactie van de wethouder. Volt steunt de volgende criteria: verbinding met de wijk, een ondernemersplan met aandacht voor hygiënefactoren zoals aanwezigheid van stromend water en propere afvalverwerking, sociaal ondernemen als dat een mogelijkheid is. Voor wat betreft duurzaamheid stelt Volt voor om dat bij een volgende inschrijvingsronde te hanteren, maar nu nog niet. Verder is Volt voorstander van een selectiecommissie en een vergunningsduur van twaalf jaar. Volt heeft in een eerdere inbreng al gevraagd of het raadsvoorstel ingetrokken kon worden. De heer Peters (D66) geeft aan dat hij in een eerdere termijn ook al ad aangestuurd om het aanhouden van dit raadsvoorstel. Hij heeft het over criteria en branchering gehad. D66 was in de veronderstelling dat het de voorkeur van de branche had om via ingangsvereisten te werken en niet via een selectiecommissie. Daar staat D66 nog steeds achter.

45

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) laat weten dat zij voor intrekken van het raadsvoorstel zijn. Verder sluiten zij zich aan bij alle voorstellen die de VVD heeft gedaan en bij alle moties die zij gaan indienen. Utrecht Solidair gaat vechten voor overgangsrecht samen met de standplaatshouders. Zij kondigen dan ook een rechtszaak aan. Verder gaan zij zich met de 54

standplaatshouders beraden op meer manieren om het grote onrecht dat deze mensen wordt aangedaan ongedaan te maken.

5

10

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) zegt dat wat haar partij betreft intrekken van het raadsvoorstel akkoord is. Zij overweegt een motie over het duurzaamheidscriterium, maar wacht af of er al een meerderheid voor is. Eventueel zal bij de raadsvergadering een amendement worden ingediend. De heer Talhaoui (PvdA) vindt het belangrijk dat de gedoogtermijn zoveel mogelijk opgerekt wordt. De PvdA is het eens met de vergunningstermijn van twaalf jaar, en met het intrekken van het raadsvoorstel. Verder ondersteunen zij alle drie de criteria: het opstellen van een ondernemersplan, een plan voor het versterken van de wijk en een gezonde leefomgeving. De heer Otto (EenUtrecht) sluit zich bijna volledig aan bij de PvdA. Zijn partij zal wellicht op een later stadium amenderen als het gaat om de rol van bewoners in een selectiecommissie.

15

De heer Stevens (Student & Starter) meldt dat zij zich eveneens kunnen vinden in alle drie de selectiecriteria: ondernemersplan, versterking van de wijk en duurzaamheid. Zij zien graag dat dit wordt beoordeeld door een selectiecommissie. Zij kunnen zich ook vinden in de twaalfjarige termijn en in het intrekken van het voorstel. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt om een reactie op de ideeën die zij in de vorige vergadering hebben ingebracht. Voor wat betreft de vraag van vanmiddag zouden zij graag een onderbouwde reactie van het college willen, waarbij de hulp van het CDA niet nodig is.

20

25

30

De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat het CDA heeft gehamerd op kwaliteit als selectiecriterium, te beoordelen door een terzake deskundige commissie. Deze zijn wel degelijk objectiveerbaar en hoeven niet te leiden tot discriminatie. De redelijke eisen van welstand van gebouwen zijn ook een kwestie van smaak, en die objectiveren we ook. Geef de bestaande standplaatshouders perspectief. Zij krijgen de kans om op kwaliteit te concurreren en uit contacten met hen blijkt dat ze daar niet bang voor zijn. Daarnaast doet het recht aan de belangen van toetreders die ook daarop kunnen concurreren. De wethouder is zelfs niet bereid om dit nader te onderzoeken ondanks het feit dat het CDA op juridische gronden op zijn minst twijfel heeft gezaaid over de houdbaarheid van het collegestandpunt hierover. Vandaar dat het CDA een motie zal indienen om de kwaliteitscriteria nader te onderzoeken. De Europese regels bieden meer ruimte dan wordt gesuggereerd. Verder steunt het CDA de twaalfjarige termijn en zullen zij, afhankelijk van de formulering, aansluiten bij de moties die de VVD gaat indienen. De voorzitter constateert dat de CU en DENK geen gebruik willen maken van de tweede termijn.

35

40

45

50

Wethouder Schilderman geeft vooraf aan dat er uitgebreid is ingegaan op dingen die ambtenaren en experts eerder hebben gezegd, over dat ze mensen weg willen hebben. Zij vindt het lastig dat dit zo besproken wordt en hoopt dat de mensen die voor de gemeente werken en als expert worden geraadpleegd heel gelaten kunnen worden. Zij geeft aan dat zij niemand weg willen hebben en dat dat ook niet zo bedoeld is. Zij wil het beeld dat daarover is ontstaan dan ook bestrijden. Als het gaat om consumentenbescherming dan gaat het met name om het voorkomen dat consumenten fysieke, psychologische of economische schade ondervinden van door hen geconsumeerde producten of diensten. Dat is een andere categorie dan een die wat zegt over de geliefde kraam. Dit is aangehaald als mogelijke optie, maar de consumentenbescherming waaraan gerefereerd wordt gaat over het beschermen tegen de negatieve effecten van een product of dienst. Die gaat niet zozeer over of er een wens is. Dit is eerder onderzocht, en daarom staat het in de bijlage. Er is geconstateerd dat het lastig te onderbouwen en daarmee kwetsbaar is, maar ook dat het niet is aan te raden als het over gezondheid gaat. Dat zou betekenen dat er een rigoureus ander aanbod op sommige vlakken moet komen dan er nu is.

De heer Stellinga (CDA) vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het feit dat de Dienstenrichtlijn erkent dat de dringende redenen nog in ontwikkeling zijn, en er dus nog bij kunnen komen. De dringende redenen die er nu liggen staan dus nog niet precies qua inhoud vast. 55

Wethouder Schilderman antwoordt dat zij iets heeft gezegd over de juridische houdbaarheid en de wenselijkheid. Ze constateert ook dat ze er nog geen meerderheid voor heeft gezien. Zij zal het dan ook niet opnemen in het raadsvoorstel. 5

10

15

20

25

Zij gaat verder met de andere punten. Over de motie over de bevoegdheden van de raad adviseert de wethouder om met elkaar te kijken over welke punten het precies gaat. Het is wel haar bedoeling geweest om in de eerste termijn aan te geven dat de keuze voor de selectiemethode een bevoegdheid van de raad is, en geen onnodige hobbels te laten ontstaan in de dingen die uitwerking vereisen. Verder heeft de VVD gevraagd om in de communicatie rekening te houden met mensen die niet kunnen lezen of schrijven. De wethouder geeft aan dat dat gebeurt, ook in het verleden is dat gedaan. Er zijn tussendoor vaak gesprekke geweest met mensen over het aflopen van hun vergunning. Daardoor zijn sommige vergunningen ook niet overgedragen, omdat ze nog maar een beperkt aantal jaren zouden lopen. Over het verkopen van vergunningen tegen hoge bedragen zegt de wethouder dat in het voorgestelde beleid staat dat vergunningen alleen overgedragen kunnen worden aan directe familie. Verder werd gevraagd naar het toevoegen van meer dagen en tijden. Daar is naar gekeken. De huidige bezetting heeft vaak een reden. Er wordt gezocht naar de tien extra plaatsen. De wethouder kan zich voorstellen dat in die zoektocht ook wordt gekeken naar termijnen die toegevoegd kunnen worden. Over de gedoogtermijn heeft de wethouder al aangegeven dat die onderbouwd moet worden.

Hoe lang die termijn kan duren is afhankelijk daarvan. Verder werd naar de emissievrije vergunning gevraagd en waarom dat een probleem is. De emissieloosheid is niet zozeer betrokken in deze vergunningverlening, maar het is een algemene eis die gaat gelden voor de binnenstad. Dat betekent dat ook standplaatshouders in de binnenstad daar aan zullen moeten voldoen. Dat zal in veel gevallen een investering betekenen. De heer Peters (D66) vraagt hoe het werkt als de gedoogperiode na 2025 is en er ook een emissievrije zone is. Wordt dat dan ook gedoogd?

30

35

40

45

50

55

Wethouder Schilderman geeft aan dat dat verder uitgewerkt moet worden, maar dat dat wel in de rede zal liggen. Het zou anders een vreemde situatie opleveren, maar het staat wel op gespannen voet met de ambities om naar emissieloos te gaan. Zij gaat verder met de vragen over het aanvechten van de gedoogperiode. Daar staan geen rechtsmiddelen tegen open. Het college geeft dan aan dat ze niet zullen optreden tegen een illegale situatie. Het CVAH heeft aangegeven in ieder geval beroep aan te tekenen tegen een besluit waarin een kortere looptijd in naar voren komt. Omdat tegen een gedoogverklaring geen rechtsmiddelen openstaan werkt dat beter dan een overgangstermijn. De wet schrijft namelijk nu al voor dat aan de zittende ondernemers geen voordeel geboden mag worden. Op het moment dat het CVAH een haak ziet om te procederen kan die ongetwijfeld gevonden worden. De wethouder geeft aan dat zij eerder dit voorstel hebben gedaan, om geen extra eisen op te leggen aan ondernemers om een houdbaar en snel proces te doorlopen. De commissie heeft aangegeven dat zij liever een ander proces voor zich ziet. Het college zal op basis van wat de meerderheid aangeeft een nieuw voorstel zullen opstellen. De wethouder concludeert dat de commissie het akkoord vindt dat het huidige voorstel wordt ingetrokken. Zij zegt toe dat er een nieuw raadsvoorstel al worden voorgelegd.

Daarin zal worden ingegaan op branchering. Over de wijze van beoordeling van de criteria heeft zij een meerderheid gehoord over een commissie. Dat zal in het voorstel terugkomen. De criteria die een meerderheid hebben gekregen zijn de binding met de wijk en de duurzame leefomgeving. Die zullen ook onderdeel worden van het voorstel. Zij geeft aan dat het de partijen vrij staat om amenderingen aan te brengen voor andere voorstellen. Verder geeft zij aan dat zij een meerderheid voor een nieuwe vergunningtermijn van twaalf jaar heeft gehoord. Tenslotte laat zij weten dat er wordt gewerkt aan een onderbouwing van de tijd die het gaat kosten om deze zaken uit te werken. Dat leidt ertoe dat zij verwacht dat er sprake zal zijn van een gedoogtermijn. De heer Stellinga (CDA) meldt dat er inderdaad niet tegen een gedoogbeschikking geprocedeerd kan worden, maar er kan wel een verzoek om handhaving worden gedaan, uitlokken dat dat wordt afgewezen op basis van de gedoogbeschikking en vervolgens daartegen procederen. 56

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat zijn vragen voor de derde keer op rij niet worden beantwoord door de wethouder. Hij verzoekt om beantwoording, het liefst schriftelijk. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat zij vroeg naar een vergelijking met het gedoogbeleid rondom drugs. Waarom kan dat wel en heeft het hier allerlei onderbouwing nodig? 5

De wethouder antwoordt dat het gedoogbeleid rondom drugs een landelijk gedoogbeleid is. Het is lastig om daar als gemeente individueel in te zitten. Als er een landelijke gedoogtermijn komt zou ze de landelijke overheid eerder aanraden om de Dienstenwet aan te passen. Betreffende de vraag van Stadsbelang Utrecht geeft de wethouder aan dat ze in de tweede termijn een vurig pleidooi maar geen vragen heeft gehoord. Daarom zijn deze niet beantwoord.

10

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt toch om een korte reactie. De wethouder antwoordt dat er zowel in juridische zin sprake is van schaarste als in praktische, economische zin.

15

De voorzitter geeft aan dat er in de raad nog allerlei middelen zijn om vragen te stellen. Hij dankt de wethouder voor de beantwoording en de fracties voor hun bijdrage daarin. Hij constateert dat vrijwel alle fracties hun steun hebben uitgesproken voor intrekken van het voorstel, waarbij dat ook zal gelden voor de twee fracties die hun steun niet hebben uitgesproken. Het voorstel is bij deze ingetrokken. LIJST MET TOEZEGGINGEN:

20

De voorzitter constateert dat de wethouder één toezegging heeft gedaan: •

25

De raad ontvangt voor de zomer een brief over de planning van het Standplaatsenbeleid, waarin wordt gemeld wanneer het raadsvoorstel daadwerkelijk komt.

Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat dit debat 300 minuten heeft geduurd in plaats van 180. Dat betekent dat het debat over de bibliotheek onder druk komt te staan. Dat is vervelend. Zij vraagt aan de commissie om daar scherp op te blijven. De heer Bosch (PVV) vindt dat dit soort onderwerpen te kort worden ingepland. De voorzitter merkt op dat het debat voor 2 uur was ingepland, wat nu 3 uur is geworden. Hij vindt de oproep van mevrouw Van der Wilt dan ook prettig. Hij schorst vervolgens de vergadering.

30

- Schorsing –

Voorzitter Ingeborg Hornsveld heropent de vergadering.

8. Raadsvoorstel Technische aanpassingen Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht 35

De voorzitter meldt dat er een behandeltijd van 30 minuten voor dit onderwerp is gereserveerd. Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat ze not amused is dat dit onderwerp, dat in eerste instantie voor het standplaatsendebat was geagendeerd, zomaar is verwisseld zonder overleg met de woordvoerders. De voorzitter geeft aan dat het goed is dat ze dit meldt. 57

Het college stelt met dit voorstel een aantal beleidsarme aanpassingen in de bestaande verordening voor onderwijshuisvesting voor. Het vaststellen hiervan is een bevoegdheid van de raad. Het college stelt voor deze wijziging met terugwerkende kracht per 1 maart te laten ingaan. e wijziging heeft geen financiële gevolgen. 5

10

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat niet alle schoolbesturen altijd aanwezig zijn. Met name de grote schoolbesturen sluiten altijd aan en zijn actief betrokken. GroenLinks vraagt zich af hoe ook de kleinere besturen wat makkelijker kunnen aansluiten, ook in de koers richting 2040. Zij vragen hoe de wethouder hierop wil sturen. Verder vinden zij onderwijshuisvesting heel belangrijk en kijken zij uit naar de wat meer inhoudelijke verordening die er nog aan gaat komen. Zij hebben begrepen dat ze die in Q3 kunnen verwachten. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA.

15

Mevrouw Assen (PvdA) wil als raad nog spreken over de verrijking van de verordening en de mogelijke keuze daarin. Nu is nog twijfelend geformuleerd of dat een raadsvoorstel wordt. Dat wil zij graag toegezegd krijgen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.

20

Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat ze het fijn vindt dat er een verslag is van de bestuurders van de scholen. Daarin viel op dat er vertragingen zijn opgelopen bij de uitbetaling aan de scholen. Kan de wethouder toelichten of die vertragingen zijn ingelopen en of dat echt verholpen is? Verder wil zij weten welke mogelijkheden er zijn voor aanspraak op middelen in de Voorjaarsnota. Mevrouw Ramaker geeft aan dat het antwoord op de vraag over de betalingen aan de schoolbesturen ook later mag worden gegeven. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder.

25

30

35

Wethouder Eerenberg licht toe dat kleine schoolbesturen vaak aangeven dat er veel overleggen zijn, niet alleen met de gemeente maar ook met elkaar, en soms in de regio. Er wordt geprobeerd daarop te sturen door een aantal overleggen te combineren zodat er een rollende agenda ontstaat waarbij verschillende onderwerpen aan bod komen. Dat werkt nog niet altijd heel goed omdat grotere schoolbesturen dan niet altijd de juiste portefeuillehouder aan tafel hebben, terwijl dat voor kleine schoolbesturen wel heel fijn is. Bij majeure besluiten worden de kleine schoolbesturen nadrukkelijk uitgenodigd. Dan wordt een belronde vooraf gedaan, of grotere schoolbesturen worden gemandateerd door de kleinere. Over de verrijking geeft de wethouder aan dat er inderdaad een raadsvoorstel zal komen over de inhoudelijke wijziging. Voor wat betreft de Voorjaarsnota geeft de wethouder aan dat hij daar geen uitspraak over kan doen, aangezien de Voorjaarsnota er nog niet is. Hij meldt wel alvast dat de Voorjaarsnota er niet florissant uitziet. Dat betekent dat ambities en wensen in een ingewikkeld daglicht komen te staan, en dat geldt ook voor onderwijshuisvesting. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft in de kwartaalbrief gezien dat er een aantal overschrijdingen zijn. Zij vraagt of die allemaal binnen het programma kunnen worden opgelost.

40

Wethouder Eerenberg antwoordt dat voor verplichtingen die al zijn aangegaan overschrijdingen een negatief resultaat vormen in de jaarrekening. Extra ambities, nieuwe ambities of oude ambities waar nog geen geld voor was geregeld staan in de Voorjaarsnota onder druk. De grootste overschrijdingen hebben te maken met de bouwkosten en de materiaaltekorten, waardoor projecten uitlopen.

45

De voorzitter informeert of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Die zijn er niet. Zij gaat door naar de tweede termijn. Daar heeft geen van de partijen behoefte aan.

58

LIJST MET TOEZEGGINGEN: •

5

De wethouder laat weten of de vertragingen bij de uitbetaling aan scholen is ingelopen en of dat echt verholpen is.

De voorzitter informeert of er moties of amendementen over dit onderwerp gepland zijn. Die zijn er niet. Zij concludeert dat het als een A-punt naar de raad kan. De commissie is daarmee akkoord. De voorzitter sluit die onderwerp af.

10. Raadsbrief Aanbieden rapporten met betrekking tot Bibliotheek Utrecht 10

15

20

25

30

35

40

De voorzitter zegt dat de fracties van CDA, D66, PvdA, Student & Starter, GroenLinks, Volt, EenUtrecht, CU en VVD willen in debat over de toekomst van de bibliotheek. Met de geschetste scenario’s in de hand willen zij suggesties doen voor de verdere uitwerking van concreet beleid voor de bibliotheek en richting besluitvorming richting de Voorjaarsnota. Het onderwerp wordt in één termijn besproken in 90 minuten. Dat betekent tot uiterlijk half 12. De voorzitter meldt verder dat men tijd moet overhouden als men bij het debat over Ondernemers Centraal zou willen spreken. De heer Van den Broek (CDA) geeft aan dat bibliotheken een belangrijke functie in de Utrechtse wijken vormen. Die functie wordt de komende jaren alleen nog maar belangrijker. Het aantal inwoners van de stad neemt toe, net als het aantal verantwoordelijkheden van de bibliotheek. Het is logisch dat daar extra kosten bij komen kijken. Zo is de bibliotheek sinds 2015 medeverantwoordelijk voor een grote verscheidenheid aan een groot aantal maatschappelijke opgaven die vanzelfsprekend ook extra kosten met zich meebrengen. Daarnaast kampen we in Nederland, en zeker ook in Utrecht, met een afnemende leesvaardigheid onder jongeren. Nu al is 25% van de Nederlandse jongeren functioneel analfabeet. Dit is bij uitstek een probleem waarbij de bibliotheek een belangrijk deel van de oplossing kan zijn.

Maar dan moet zij daar wel de financiële mogelijkheden voor hebben. Het zou dan ook vreemd zijn om nu de bibliotheek, die grotendeels door meer verantwoordelijkheden en inflatie meer geld nodig heeft, dit te ontzeggen. Daar kan de bibliotheek immers weinig aan doen en als stichting die grotendeels drijft op subsidie, kan zij niet eenvoudig haar prijzen verhogen om het tekort op te vangen. Een correcte indexering van de subsidie lijkt het CDA hier dan ook op zijn plaats. Wel hebben zij wat vragen over de gestegen kosten. Zij zouden van de wethouder willen weten hoe het kan dat zowel de bibliotheek zelf als de gemeente niet eerder hebben zien aankomen dat er een tekort dreigde. Ook is het CDA benieuwd of het tekort nog verder oploopt. Nu is bekend dat het tekort in 2026 verder is opgelopen tot 1,9 miljoen, maar wat is nu het waarschijnlijke scenario daarna? Lopen de kosten nog verder op of wordt er een plafond bereikt? En wat zijn de gevolgen van de kosten van de verschillende scenario’s na 2026? Want als de huidige subsidie onvoldoende is voor de taakstelling van de bibliotheek kan nu wel een aantal locaties worden gesloten, maar dan moet over een paar jaar dezelfde discussie worden gevoerd. et CDA wil het college dan ook oproepen om te denken aan de lange termijn. De ambities voor Utrecht zijn groot. Zo is er het doel van de 10-minuten-stad binnen de RSU.

Dat halen we qua bibliotheken nu redelijk maar als bijna de helft wordt gesloten raakt dit doel uit beeld. Hoe kijkt het college hier naar? Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe het eerste deel van het betoog van het CDA zich verhoudt met het feit dat de bibliotheek verzelfstandigd is. De heer Van den Broek (CDA) geeft aan dat hij daar later op terugkomt.

45

50

Hij vervolgt zijn bijdrage door te melden dat we te maken hebben met de rijksoverheid die er een handje van heeft om verantwoordelijkheden over de schutting te kieperen bij lagere overheden en semi-private instanties, en dus ook bij bibliotheken. Gelukkig staat daar ook een rijkssubsidie tegenover maar dan moet de bibliotheek wel aan de wettelijke vereisten voldoen om voor deze subsidies in aanmerking te komen. En het is nog maar de vraag of de bibliotheek dat kan als de gemeente de bieb aan haar lot overlaat. Daarnaast zou de bibliotheek laten bungelen en locaties 59

sluiten een besluit kunnen zijn dat we over een aantal jaren zeer betreuren, en dat toch tot de conclusie komen dat er meer locaties nodig zijn om te voldoen aan onze eigen ambities en de wettelijke verplichting. 5

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of het CDA ook het gevoel heeft dat de gemeente de bieb laat bungelen. De heer Van den Broek (CDA) antwoordt dat dat afhankelijk is van het besluit dat uiteindelijk wordt genomen, en of er wel of niet akkoord wordt gegaan met het toezeggen van de extra subsidie

10

15

20

Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat meerdere bibliotheken in de grote steden de afgelopen jaren slachtoffer zijn geworden van zogenaamd jojo-beleid vanuit de gemeenten. Het CDA roept op om ervoor te zorgen dat dit lot de bibliotheek in Utrecht bespaard blijft door nu te investeren in een toekomstbestendige bibliotheek. Daarbij moet echter wel een verbeterslag worden gemaakt in de governance-structuur en moet de gemeente de bibliotheek duidelijke kaders en prestatie-factoren meegeven. Ook moet de bieb met een duidelijk plan komen, geholpen door de gemeente, over hoe een nieuw tekort in de toekomst voorkomen kan worden. Hierbij is het wel belangrij dat de gemeente de bibliotheek de ruimte geeft om haat eigen keuzes te maken. Het lijkt het CDA niet de bedoeling dat de gemeente op de stoel van de directie van de bibliotheek gaat zitten. Er is immers een reden dat besloten is tot verzelfstandiging van de bieb. Het lijkt het CDA dan ook een goed idee om de bibliotheek een aantal prestatie-indicatoren mee te geven zoals ook het geval is bij andere bibliotheken in de G5. Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd naar het antwoord op haar eerdere vraag. Aan de ene kant moet de governance-structuur volgens het CDA verstevigd worden, wat klinkt als op de stoel gaan zitten van. Even later zegt het CDA dat toch niet.

Zij vraagt waar dan de verantwoordelijkheid ligt en hoe dat zich verhoudt tot de verzelfstandiging.

25

30

De heer Van den Broek (CDA) antwoordt dat de bibliotheek over haar eigen beslissingen gaat. In de rapporten valt wel te lezen dat er nu erg weinig duidelijkheid is gegeven vanuit de gemeente. Het CDA zegt dat er meer duidelijkheid voor de bibliotheek moet komen en goede kaders worden geschetst. Binnen die kaders moet de bibliotheek vrij zijn om haar eigen keuzes te maken. Mevrouw Assen (PvdA) verwijst naar het debat over het faillissement van het UCK, waarbij het CDA een heel andere positie innam over verzelfstandigde organisaties. De oorzaken van het tekort zijn deels extern en deels intern te vinden. Mevrouw Assen vraagt of daar niet een gevolg uit moet voortvloeien. De heer Van den Broek (CDA) vraagt of er een gevolg uit de interne of uit de externe factoren zou moeten komen.

35

40

Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat niemand bestrijdt dat een van de oorzaken bijvoorbeeld achterstallig onderhoud was. Dat is niet meer de verantwoordelijkheid van de gemeente, wat niet betekent dat we er niet van zijn of over gaan. Het CDA legt die verantwoordelijkheid daar nu wel. Voor dat achterstallig onderhoud zou dan geen verantwoordelijkheid hoeven te worden gedragen. De heer Van den Broek (CDA) antwoordt dat het goed is dat er verantwoordelijkheid wordt genomen. Tegelijkertijd is het CDA van mening dat die verantwoordelijkheid niet ten koste moet gaan van de functie die de bieb heeft. Daar moet kritisch naar worden gekeken, hoe dat in de toekomst kan worden voorkomen. Daarom vraagt het CDA de wethouder hoe dit heeft kunnen gebeuren dat noch de bieb noch de gemeente in de gaten heeft gehad dat dit een probleem was. De voorzitter geeft het woord aan D66.

45

Mevrouw Van der Wilt (D66) dankt het college en de bibliotheek voor alle documenten. Met name het rapport over de financiële situatie gaf meer inzicht in de vragen die ook vorig jaar voor D66 echt speelden. Het bevestigt dat het goed is dat we de bieb en de gemeente meer tijd hebben gegeven om de dingen op een rijtje te krijgen. Op dit moment is een deel van de puzzel in zicht en we blikken vooruit naar de integrale afweging 60

5

10

15

20

25

30

35

40

van de Voorjaarsnota. Dat betekent dat we op dit thema nog niet hele harde keuzes maken maar wel richting geven. D66 doet dat graag aan de hand van twee hoog-over punten, namelijk de realiteit en de droom. Voor wat betreft de realiteit kijkt D66 met name naar het rapport van EY, maar ook naar die van AEF. In het rapport wordt duidelijk aangegeven hoe de financiële situatie van de bieb tot stand is gekomen, hoe het zich verhoudt tot andere gemeenten en aan welke knoppen kan worden gedraaid om hiermee om te gaan. In de brief die hierover is gestuurd leest D66 dat de financiële situatie en de toekomstschetsen van AEF nog verder uitgewerkt moeten worden voor er echt stappen worden gezet. In de brief wordt al wel genoemd dat hiervoor een tijdelijke overbrugging of een bedrag nodig is. Het is D66 niet duidelijk of dit bedrag er al is of dat het onderdeel wordt van de integrale afweging tijdens de Voorjaarsnota. Zij vraagt of de wethouder helderheid kan geven of dit besluit al is genomen of dat er nog naar ruimte wordt gezocht. D66 denkt ook dat het niet goed is om nu hele grote besluiten te nemen, maar zien naar aanleiding van de benchmark dat er best mogelijkheden zijn om op een aantal punten kritisch te zijn naar waar kosten liggen. Zo is duidelijk te zien dat in andere gemeenten de gemiddelde subsidie per inwoner wel wat lager ligt dan bij ons.

Dat kan met een heleboel dingen samenhangen, die in het rapport vermeld zijn. D66 ziet in deze data een heleboel aanknopingspunten om het gesprek met de bibliotheek aan te gaan. In de bedrijfsvoering zit ruimte om het anders te organiseren, ook naar voorbeeld van andere gemeenten. D66 is benieuwd in hoeverre het besluit van de gemeente om wat extra tijd te nemen gepaard gaat met juist dit gesprek met de bibliotheek. Zij vraagt of de wethouder daar wat meer over kan toelichten. Concreet ziet D66 wel kansen om te kijken naar locaties waar de exploitatiekosten de komende tijd stijgen. Misschien zijn er mogelijkheden om de bibliotheek voor andere betalende gebruikers beschikbaar te maken, bijvoorbeeld de universiteit of startende ondernemers in de culturele sector. D66 vraagt zich af of dat realistisch is en of dat zou kunnen helpen. Verder bespreekt mevrouw Van der Wilt de landelijke ontwikkelingen. D66 is benieuwd op welke manier het college in gesprek is met het rijk over deze middelen, de eisen die worden gesteld aan de gemeente en wat dit betekent voor de toekomstige keuzes die nu in de scenario’s voorliggen.

Dat is niet helemaal duidelijk, maar D66 kan zich voorstellen dat de focus op de volwaardige bibliotheek wel iets doet met de manier waarop de bieb en de gemeente samen kijken naar de scenario’s, bijvoorbeeld dat een kaal uitleenpunt minder passend is dan een bieb met veel meer functies en een grote rol. D66 is benieuwd of die aanname klopt of dat dat nog helemaal niet het gesprek is wat het rijk met gemeenten heeft. Betreffende de ontwikkelscenario’s kan D66 zich voorstellen dat er niet een keus uit de voorgestelde scenario’s moet worden gemaakt, maar dat er meerdere tinten bibliotheek mogelijk zijn. D66 vindt het belangrijk dat er op de korte termijn geen grote sluitingen worden ingezet die onherroepelijk zijn. Dat leest D66 ook terug in de brief van het college. Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat sluitingen van een bieb supergevoelig liggen. Tegelijkertijd is het belangrijk om daar in sommige situaties wel het gesprek over te voeren zonder dat daar een taboe op ligt. Zij vraagt hoe D66 dat ziet. Mevrouw Van der Wilt (D66) komt daar aan toe in haar betoog.

45

50

55

Zij gaat verder door aan te geven dat D66 vindt dat er, naar aanleiding van het benchmarkonderzoek en de gesprekken met de bibliotheek zelf, best wat kritischer mag worden gekeken naar de hoeveelheid biebs en wanneer die wel of niet zou sluiten. Niet persé minder vanuit bezuinigingen maar vooral waar spreiding logisch of niet logisch lijkt, en waar potentie ligt om een grote groep Utrechters te bereiken. Dus juist als kans om het beter te organiseren. Hoe moet worden omgegaan met deze realiteit hangt ook samen met de stip op de horizon. D66 wil deze droom sneller concreet maken. Mevrouw van der Wilt wil een aantal punten meegeven voor de integrale afweging bij de Voorjaarsnota. Zij vraagt zich af hoe de toekomst van de bibliotheek samen met de ontwikkelingen in de RSU. Er is aangegeven dat we voldoende faciliteiten willen in iedere wijk, maar als het gaat om ontmoetingsplekken gaat het vooral over buurtcentra en helemaal niet zo over de bibliotheek. D66 is benieuwd hoe het college dit ziet. Zij zouden graag zien dat de bibliotheek wordt onderkend als een essentiële voorziening in de stad die niet buiten de gemeentelijke plannen mag vallen. Daarnaast zou D66 willen zien dat de gemeente en de bibliotheek veel mee samen optrekken om te kijken hoe meer ingezet kan worden op functiemenging.

Waarom een aparte bibliotheek, een apart buurthuis, een aparte locatie voor cultuur als dit ook samen in één gebouw kan? Zo worden wellicht schaalvoordelen 61

5

10

15

behaald voor zowel de bibliotheek als de gemeente. D66 is benieuwd of de wethouder dit ook zo ziet en of hij dit expliciet wil laten terugkomen in de afwegingen van de Voorjaarsnota. Mevrouw Van der Wilt geeft aan dat er niet alleen dromen zijn maar ook een bittere noodzaak is. Er is niet voor niets recent een debat geweest over groeiende taalachterstanden bij kinderen en bij volwassenen. Bij beide was de conclusie dat daar een been bijgezet moet worden. We willen dat iedereen in Utrecht mee kan doen, en daarbij is taal en lezen erg belangrijk. De rol die de bibliotheek daarin kan hebben moet worden benut. D66 vraagt om te kijken hoe de bieb op school en in het leesoffensief een veel duidelijker positie kan krijgen, en hoe de middelen die er zijn voor taal beter benut kunnen worden. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen deze ambitie mee te nemen in hoeverre wordt gekeken naar de prestatie-indicatoren die nu worden gehanteerd, de keuze voor de toekomst en wat er van de bibliotheek en de gemeente samen mag worden verwacht.

Zij roept op om uit te gaan van de droom in hoe we nu omgaan met de realiteit, maak daarom geen besluiten waar we later spijt van krijgen maar pak zeker de kansen in slimmer organiseren, wees eerlijk kritisch op waar het wat goedkoper of efficiënter kan en stel samen absoluut gedurfde doelen in de strijd tegen laaggeletterdheid en het werken aan verbinding in onze stad. De voorzitter vraagt of mevrouw Van der Wilt kan toelichten wat de afkorting NSU betekent. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt dat dat Ruimtelijke Strategie Utrecht betekent. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA.

20

25

30

35

40

45

Mevrouw Assen (PvdA) dankt voor alle informatie die aan de commissie is toegestuurd. Het is geen leuke situatie waarin de bieb nu verkeert. En daarmee ook de gemeente, want ondanks het feit dat de bieb elf jaar geleden is verzelfstandigd is de bieb er voor de hele stad en gaat dus ook de gemeente erover. Die handschoen is ook opgepakt toen vorig jaar de financiën zijn vrijgemaakt om dit jaar alle feiten op een rij te krijgen en tijd te kopen om oplossingen te vinden. We zien nu ook de keerzijdes van verzelfstandiging. De bieb is nooit een organisatie waar je als gemeente de handen van af trekt wanneer zwaar financieel weer speelt. De aanbevelingen van EY over de aansturing van de bieb zijn stevig. De conclusie is dat de bieb op te grote afstand is gekomen. De PvdA vraagt of de wethouder dat deelt, en of hij de ruimte en het draagvlak ziet om met prestatieindicatoren die aanbevelingen over te nemen en het samen op te pakken. Tijdens de technische sessie was de conclusie van de PvdA dat de in 2013 gemaakte afspraken te vaag waren. Wat vloeit daar dan nu uit voort. Voor het ontstane tekort worden drie oorzaken aangewezen waarvan een extern, namelijk marktontwikkelingen, en twee intern, namelijk achterstallig onderhoud en professionalisering.

Hoe kijkt de wethouder naar deze oorzaken en in welke mate waren deze te voorkomen geweest? In het geval van professionalisering kan het een wenselijke ontwikkeling zijn, namelijk de veranderende rol van de bieb die we steeds meer voor ons zien. Wat willen we dat een vestiging van de bieb biedt? Het is vervelend dat die vraag pas wordt gesteld als die wordt ingegeven door een financiële noodzaak, maar wat de PvdA betreft is dat we de vraag die nu op tafel moet liggen. Die rol en functie zou wat de PvdA betreft anders moeten zijn dan van oudsher en moet passen bij de ontwikkelingen die de bieb de laatste jaren heeft ingezet, meer richting de wijken. Wat de PvdA betreft horen daarbij lezen, taalontwikkeling, een plek voor alle Utrechters, ontmoeting, ruime openingstijden, toegankelijkheid, breed bijdragen aan kansengelijkheid, een multifunctionele accommodatie met bijvoorbeeld ook jeugdgezondheid, een gemixt gebouw waar één en één drie is. Verder wil de PvdA verkend zien welke kosten bespaard kunnen worden wanneer op andere gebieden, bijvoorbeeld door de gezamenlijke huisvesting, winst wordt geboekt. Verder wil de PvdA van de wethouder een toezegging in hoe kijken naar ongelijk investeren voor gelijke kansen centraal staat. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de PvdA hier een concrete invulling bij heeft.

50

Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat de bieb niet voor iedereen eenzelfde functie kan vervullen. Op het gebied van laaggeletterdheid ziet zij voor de bieb een hele grote en zware rol. Dat valt al onder ongelijk investeren voor gelijke kansen. Als er meer wordt gefocust op die doelgroep dan wordt van andere inwoners gevraagd dat ze iets meer moeite moeten doen om naar een vestiging van een bieb te komen dan voor inwoners die in een wijk wonen waar veel laaggeletterdheid is.

62

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de PvdA de bieb op school ook als een kans ziet in dit verhaal.

5

Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat ze dat zeker zo ziet. Zij heeft begrepen dat Utrecht achterloopt in de mate waarin de bieb op school plaatsvindt in verhouding tot andere gemeenten, dus dat kan ze zich zeker voorstellen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat het klinkt als dat de bieb wordt weggehaald bij mensen die wat beter kunnen lezen, en wordt toegevoegd bij mensen die laaggeletterd zijn. Hoort zij dat goed?

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat dat wat gechargeerd is. Zij zegt dat er kritisch naar alle vestigingen moet worden gekeken. Er zijn best wat wijkvestigingen dicht bij bewoners waarbij de bewoners er toch voor kiezen om naar de vestiging op de Neude te gaan. Voor hen is het afleggen van de afstand naar de Neude geen drempel. Op die manier moet kritisch worden gekeken naar alle vestigingen van de bieb in wat ze nu bieden en voor welke inwoners, en daarbij moet alles open op tafel liggen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat als bewoners van een bepaalde wijk geen gebruik maken van een bieb dan kan dat gesprek inderdaad wel worden gevoerd. Maar wat doen we als we zien dat er toch gebruik van wordt gemaakt ik bepaalde wijken? Zegt de PvdA dan dat er toch moet worden geïnvesteerd in een andere wijk of laten ze de bieb dan zoals die is? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat de situatie op dit moment niet kan blijven zoals die is. Daarom moet naar alles kritisch worden gekeken. De PvdA vindt het waardevoller om geld te besteden aan het bestrijden van laaggeletterdheid, en misschien iets meer te vragen aan een inwoner met een hoger inkomen die best iets meer kan betalen om een boek te lenen of er iets verder voor wil fietsen, die de bieb toch wel weet te vinden.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat iedereen toegang moet hebben tot de bieb, of je een grote portemonnee hebt of een kleine, of je zeer geletterd of laaggeletterd bent. Zij is kritisch op wat mevrouw Assen zegt want het klinkt bijna alsof mensen die wel goed kunnen lezen worden gestraft Mevrouw Assen (PvdA) reageert door te zeggen dat dat onzin is. Zij is van mening dat er mensen zijn die voor de service die de bieb biedt graag iets meer zouden willen betalen als dat betekent dat de bieb in Utrecht de functie kan houden die hij heeft en soms wat meer kan bieden. Dit is wat de PvdA betreft wat ongelijk investeren behelst, dat er kritisch wordt gekeken waar het het hardst nodig is en van wie iets meer kan worden gevraagd. Zij gaat verder met haar bijdrage door aan te geven dat er aan de inkomstenkant wat meer mogelijk is. Nog niet alles is verkend. Dat mag van de PvdA de toegankelijkheid van de bieb nooit schaden. Zij vraagt of dat de komende maanden nog gebeurt. Zij kaart vervolgens boetevrije bibliotheken aan. Het college heeft laten weten dat dat haalbaar zou moeten zijn. De PvdA vraagt hoe zich dat verhoudt tot de huidige situatie waarin de bieb verkeert. Leidt dat per definitie tot inkomstenderving of niet persé. Verder kaart zij de scenario’s aan. Natuurlijk zijn er meer smaken dan deze drie.

Het spreekt voor zich dat scenario 2 het meest aantrekkelijk is, maar ook daarbij is er nog steeds sprake van één of meerdere sluitingen of een andere inrichting met bijvoorbeeld een uitgiftepunt. Hoe wordt daarop geanticipeerd? De PvdA ziet daarin een gezamenlijke rol van de gemeente en de bibliotheek om de stad daarin mee te nemen. Om hen te informeren maar ook te benutten, door hen te vragen hoe zij de bieb zien, wat ze missen en wat ze heel erg waarderen. Want de bieb heeft niet alleen een grote feitelijke waarde, maar ook een grote symbolische waarde. Sluitingen liggen altijd gevoelig. Daarbij verwijst mevrouw Assen naar de sluiting van de vestiging in Ondiep. Het lijkt de PvdA waardevol om samen met de bieb open het gesprek aan te gaan met de stad over waar we staan en waar we naar toe willen en daarbij de geesten rijp te maken voor dat er iets gaat veranderen. Dit ook om onrust te voorkomen wanneer er nieuws komt dat mensen niet blij maakt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat de opdracht is die de PvdA aan het college of de bieb meegeeft als ze het heeft over het ‘inmasseren’ dat er iets gaat gebeuren. 63

Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat het een combinatie is van allebei, waar bij het goed zou zijn als de gemeente en de bieb daarin samen optrekken. Dit omdat er ook altijd naar de gemeente wordt gekeken als het gaat om een bibliotheek. Labyrint heeft een goed onderzoek gedaan maar het is nog breder mogelijk om daarin de stad te bereiken. 5

Zij vervolgt haar bijdrage door te zeggen dat bovenal de waarde van de bieb voorop moet staan. Daarbij moet volgens de PvdA open bekeken worden naar wat voor type vestigingen wenselijk zijn, wat die bieden, hoe die zich verhouden tot de buurt waar ze staan en hoe ze samenwerken met andere maatschappelijke partners. Die waarde staat voorop en vanuit daar moet worden beredeneerd wat haalbaar is.

10

De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter.

15

20

Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat de situatie van de bibliotheek complex is. De onderzoeken geven daarin veel verheldering. De waarde van de bibliotheek is enorm en gelukkig delen we dat allemaal. Helaas ligt er toch een complexe situatie met scenario’s waarvan er eigenlijk geen een wenselijk is. Want in een ideale situatie hadden we juist willen plussen op onze bibliotheken in plaats van een situatie waarin we moeten bezuinigen. Vandaag gaan we nog geen uitspraak doen over de scenario’s. Wel wil Student & Starter wijzen op de wenselijkheid om zoveel mogelijk te kijken naar creatieve oplossingen zoals het combineren van buurtcentra met een bibliotheek of juist in combinatie met onderwijsinstellingen studieplekken voor studenten te realiseren, maar ook om bijvoorbeeld participatiegesprekken op de bibliotheek te laten plaatsvinden. Verder sluit Student & Starter zich aan bij wat is gezegd door PvdA en D66, en doet daarbij een hartenkreet voor het ongelijk investeren voor gelijke kansen. We gaan niet in een ideale situatie komen, er moeten moeilijke beslissingen worden genomen. Het is vooral belangrijk dat de kansenongelijkheid die er al heerst zo min mogelijk wordt vergroot. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks.

25

30

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat zij veel waarde hechten aan de bibliotheek en met name dat die laagdrempelig en toegankelijk is voor alle Utrechters. GroenLinks kijkt daarom naar een structurele oplossing voor de bibliotheek zodat dit niet elk jaar opnieuw moet worden bekeken. Zij zien ook dat er hard wordt gewerkt aan het ontwikkelen en verbeteren van de organisatie. Tegelijkertijd moet er wel verandering komen en zijn er stevige afspraken nodig want de tekorten zijn er ook. Allereerst is het belangrijk dat er met betere KPI’s wordt gewerkt, oftewel hele duidelijke afspraken en indicatoren. Die sturing is voor de gemeente, de bibliotheek en voor de inwoners goed. GroenLinks vraagt de wethouder om zulke afspraken te maken waarbij aandacht is voor multifunctioneel gebruik, aandacht voor doelgroepen en aandacht voor het bereik.

35

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waar de indicatoren volgens GroenLinks over zouden moeten gaan. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat dat gaat over multifunctioneel gebruik, over welke doelgroepen worden bediend en welk bereik je wilt hebben.

40

45

50

Zij vervolgt haar inbreng door aan te geven dat GroenLinks graag zou zien dat er meer sprake is van multifunctioneel gebruik. Daarbij kan gedacht worden aan gemeentelijke organisaties, buurtorganisaties maar ook bijvoorbeeld de universiteit. Met deze wens wordt al langer geëxperimenteerd. Volgens GroenLinks is er ook winst te behalen, zowel financieel als in de schaarste van gebouwen in de stad, de bekendheid en verbinding. Zij vraagt de wethouder waarom dit ingewikkeld is en hoe dit beter kan worden georganiseerd. Vervolgens geeft mevrouw Kleinrensink aan dat bij de Voorjaarsnota een afweging gemaakt moet worden over hoe we verder gaan en wat er financieel kan. Ongeacht het scenario waar uiteindelijk voor wordt gekozen is het belangrijk om rekening te houden met een groep die niet vanzelf bij de bibliotheek komt, bijvoorbeeld omdat de afstand heel belangrijk is, of een groep die er extra bij gebaat is bijvoorbeeld omdat ze hulp nodig hebben bij basisvaardigheden. Wat GroenLinks betreft wordt in dat kader gekozen voor ongelijk investeren in gelijke kansen. Dat geldt zowel voor programmering als voor vestigingen. Daarbij sluit zij aan bij de opmerkingen die eerder gemaakt zijn als er keuzes in gemaakt moeten worden. Ook de verduurzaming die in het plan staat is een aandachtspunt 64

5

10

15

20

25

30

35

waar GroenLinks graag verder naar kijkt. Verder willen zij de wethouder vragen om bij de verdere uitwerking ook te kijken naar wat er gaat gebeuren met de SPUK-gelden, de rijksbijdrage en de andere invullingen rondom de accommodaties, en ook de hoge personeelskosten. Die zijn hoger dan andere bibliotheken in het land. Daarbij heeft zij de vraag aan de wethouder wat er wordt gedaan als de bibliotheek niet in staat is om te voldoen aan die voorwaarden bij die subsidie. Tenslotte kaart zij de terugbetalingssuppletie aan. Er zijn afspraken gemaakt dat de bibliotheek af en toe wat terugbetaalt aan de gemeente. In het rapport worden hier risico’s over genoemd. GroenLinks denkt dat dat niet zomaar moet worden aangepast maar dat meer moet worden gekeken naar de inkomsten, de samenwerkingskant en kritisch naar het personeel en de locatie. De heer Van den Broek (CDA) hoort alle coalitiepartijen praten over het samenvoegen van functionaliteiten en of er met scholen samengewerkt kan worden. Hoewel dat mooie voorstellen zijn wil de heer Van den Broek weten of GroenLinks bereid is om, als de situatie daarom vraagt, bibliotheken te sluiten. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat die afweging bij de Voorjaarsnota moet worden gemaakt.

Tegelijkertijd ziet zij ook kansen voor vestigingen die heel goed worden gebruikt, die nodig zijn omdat daar inwoners zijn die niet naar de Neude kunnen fietsen. Er zijn ook inhoudelijke kansen aan multifunctioneel gebruik, omdat dan mensen naar de bibliotheek worden gelokt die er anders misschien niet zouden komen. Er zijn dus ook inhoudelijke kansen ook al zijn die soms ingegeven door een tijd van crisis. De voorzitter geeft het woord aan Volt. De heer Stam (Volt) geeft aan dat er al veel is gezegd over de waarde van de bieb. Hij wil een paar opmerkingen maken over de vlakken waar Volt die waarde ziet. Dan gaat het vooral over de richting voor de visie die de gemeente hierover zou moeten uitwerken. Ten eerste zien zij een grote rol voor de bieb in het bevorderen van digitaal burgerschap. Het is belangrijk dat er in die visie voldoende aandacht voor komt. De heer Stam heeft in deze commissie al vaker gerefereerd aan de snelle vooruitgang die wordt gezien in kunstmatige intelligentie, in de afhankelijkheid van digitale communicatie en het belang dat iedereen in Utrecht daarin kan meekomen. Hij ziet ook een grote rol in het bevorderen van taal en geletterdheid, wat dat betreft sluit hij zich aan bij wat daarover al is gezegd. Hij wil verder het belang aangeven van het ontmoeten van mensen uit verschillende bubbels.

De bieb is een plek waar iedereen welkom is en die plekken worden schaarser in onze maatschappij. Dat betekent dat de bieb moeite moet doen om al die mensen te trekken. Daarbij verschilt Volt van mening met de fracties die oproepen tot ongelijk investeren. Er moet worden gegarandeerd dat de bieb een aanbod heeft van Jip en Jannekes tot uitgebreide verhandelingen over kunstgeschiedenis. Die metafoor kan worden doorgetrokken naar alle andere vlakken waarop de bieb een aanbod heeft. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat de vragen die zij krijgt over ongelijk investeren zit vaak de aanname dat de bieb nu iedereen bereikt. Maar dat is niet zo. Voor sommige groepen Utrechters is de bieb nu ook al te hoogdrempelig. Heeft Volt de indruk dat die gelijke toegang er nu altijd is?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c7a66124-b1ed-45c9-b269-fade734c4122