Conceptverslag VOWE 20 april 2023.docx
Tekst van het document
40
45
50
De heer Stam (Volt) antwoordt dat zij die indruk niet hebben. Als Volt dacht dat dit in kannen en kruiken was dan had hij het niet als zodanig benoemd. Volt denkt dat er in alle groepen van de samenleving drempels worden ervaren om de bieb in te stappen, en dat die verschillen per doelgroep. Het is belangrijk om niet alleen aan de kwetsbaarste doelgroepen aandacht te geven, maar dat iedereen die de bieb gebruikt er baat bij heeft als die bieb door een diverse groep mensen wordt gebruikt. Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat dat juist een pleidooi is voor ongelijk investeren voor gelijke kansen, want dan zou je dat meer bereiken. De heer Stam (Volt) antwoordt dat bij ongelijk investeren altijd wordt gesproken over mensen die laaggeletterd zijn en over kwetsbare doelgroepen. Het gaat dan niet over een verrijkend en verdiepend aanbod. Dat zijn termen die zelden worden gehoord als het gaat over ongelijk investeren. Natuurlijk moet ervoor worden gezorgd dat er voor elke doelgroep een aanbod is dat aanspreekt, en dat is een divers aanbod, maar Volt vindt het belangrijk dat al die groepen 65
belangrijk en welkom zijn. Dat betekent dat er niet moet worden gestuurd op vestigingslocaties op basis van de sociaal-economische status van de wijk.
5
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt aan Volt of de sociaal-economische status of de mate waarin drempels worden ervaren en bijvoorbeeld afstand een rol speelt, dan geen factor speelt om te bepalen waar we schaarse middelen aan uitgeven.
10
De heer Stam (Volt) reageert met het citaat “the services for the poor are poor services”. Dit betekent zoveel als wanneer een voorziening wordt ingericht voor de kwetsbaren, dan wordt et ook een kwetsbare voorziening. Volt roept op om te investeren in een aanbod dat aantrekkelijk is voor iedereen, want als er alleen aandacht wordt gegeven aan de mensen waar mevrouw Assen over spreekt dan is Volt bang dat dat de kwaliteit van de bieb niet ten goede komt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of Volt het met haar eens is dat het, los van waar de plekken zitten, ook gaat of groepen ergens naar toe getrokken worden en welke inzet wordt gepleegd om te zorgen dat die groepen daar ook komen.
15
20
25
30
De heer Stam (Volt) is het daarmee eens. Hij heeft verschillende fracties gehoord over het belang van een aantrekkelijk aanbod voor laaggeletterden en nieuwkomers, maar hij heeft nog niet een lans horen breken voor een verdiepend en verrijkend aanbod voor mensen die uitdaging zoeken. Hij wil benadrukken dat hij dat een doel van de bieb vindt waar ook aandacht voor moet zijn. Hij gaat verder met zijn bijdrage door te melden dat hij aansluit bij de oproep om te zoeken naar gezamenlijke huisvesting, het verduurzamen van het vastgoed en het vergroten van het aanbod van studieplekken. Van studenten is vernomen dat ze daar een tekort aan ervaren. Het zou mooi zijn als het aantal studieplekken bij de bieb meer worden, als ze zichtbaarder worden en helemaal als er een samenwerking kan worden gevonden met onderwijsinstellingen zeker als dat op een financieel gebied kan leiden tot een bijdrage aan de bibliotheek. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of Volt het met haar eens is dat de universiteit zelf verantwoordelijkheid heeft voor het faciliteren van studieplekken en uitbreiding daarvan bij de universiteitsbieb. De heer Stam (Volt) antwoordt dat het in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de universiteit zelf. Tegelijk merkt hij dat er een schaarste is, dat de bieb zelf al van plan is het aantal studieplekken te vergroten.
Als die er toch komen adviseert Volt om de samenwerking op te zoeken en ervoor te zorgen dat de studenten die een studieplek zoeken, die ook in de bieb kunnen vinden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat ze het daarmee eens is, maar vindt dat de universiteit primair verantwoordelijk is voor het vinden van plekken voor studenten. De heer Stam (Volt) is het daarmee eens.
35
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of Volt het dan ook niet rechtvaardig vindt dat de universiteit daarvoor een bijdrage levert aan de bieb. De heer Stam (Volt) geeft aan dat mevrouw Assen de ideeën van Volt herhaalt in haar interruptie. Hij is het daarmee dus eens.
40
45
Hij vervolgt zijn bijdrage door aan te geven dat hij de scenario’s in het rapport van AEF niet heel geschikt vindt om een keuze uit te maken omdat er eigenlijk maar één een aantrekkelijk scenario is. De andere twee zijn eigenlijk amper opties omdat er dan zoveel vestigingen dichtgaan dat Volt daar niet enthousiast over is. De keuzes zijn gemaakt in het kader van huisvesting, maar het sluiten van vestigingen is een niet heel effectieve oplossing als vijftig procent van het geld naar één vestiging vloeit. Als de kleine vestigingen worden gesloten ben je lang bezig voordat het begrotingstekort is gedicht. Het is daarom goed als de gemeente kritisch is op de financiën. We zien in de benchmark dat onze bibliotheek het heel goed doet, maar wel tegen hele hoge kosten. Specifiek de personeelskosten zijn op dit moment al veruit het hoogst en de bieb laat ons weten dat die nog met vijftien procent gaan stijgen in de komende jaren. De gemeente moet daar kritisch 66
5
in zijn en meedenken over een oplossing daarvoor. Misschien zijn er mogelijkheden dat mensen van de bieb een plek kunnen krijgen in de gemeentelijke organisatie waar meer doorgroeimogelijkheden zijn en waar een capaciteitstekort is. De heer Stam vat samen dat Volt van de gemeente een kritische blik verwacht, geen blanco cheque, duidelijker sturing, KPI’s en doelen. Volt heeft er alle vertrouwen in dat de wethouder daar met zijn team werk van gaat maken. Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat de heer Stam iets zei over de verdeling van de huisvestingskosten van de bieb op de Neude in vergelijking met de andere vestigingen. Zij vraagt of daar wat Volt betreft een implicatie aan zit.
10
15
De heer Stam (Volt) antwoordt dat Volt daar nog niet helemaal uit is. Zij zien zeker het belang van een verdiepende hub in het midden van de stad. Volt vindt het interessant om daarover in gesprek te gaan, maar gaat er vandaag geen concrete uitspraken over doen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat het helemaal niet de lijn is waar de PvdA zelf op zit. Zij zegt dat die bieb het tegenovergestelde is van service for the poor. In relatie tot het debat over ongelijk investeren vindt zij de visie van Volt interessant. De heer Stam (Volt) reageert door te zeggen dat als er een bieb in de stad is waar het ideaal van ontmoeting verwezenlijkt wordt, dan is het de bieb op de Neude. Aan de ene kant schrikt Volt van hoe hoog de kosten zijn, aan de andere kant vinden ze het een prachtig mooi gebouw waar prachtig mooie dingen gebeuren.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat zij heeft voorgesteld om op die locatie te bekijken of met anderen kan worden samengewerkt, ook in kosten. Zij vraagt of Volt dit steunt. De heer Stam (Volt) steunt dat zeker, en het is goed dat er ook commerciële bedrijven in het pand zitten om dat mede te bekostigen. Ook verduurzaming is voor de locatie op de Neude belangrijk. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht.
25
30
35
De heer Otto (EenUtrecht) laat weten dat dit een van de dossiers was toen hij een jaar geleden plaatsnam in deze commissie. Het is hem opgevallen dat de tekorten vooral zijn ontstaan in de bedrijfsvoering. Dat is precies het punt waarop de gemeente eigenlijk niet kan sturen. EenUtrecht vraagt zich af of de verzelfstandiging wel zo’n goed idee is geweest. Die keuze is nou eenmaal gemaakt. Hij vraagt de wethouder of het scenario dat de verzelfstandiging wordt teruggedraaid überhaupt is besproken. Stel dat de kosten van de bedrijfsvoering de komende jaren toch niet terug kunnen worden gebracht en de inkomsten niet stijgen, is het dan een scenario dat in de toekomst besproken zou kunnen worden? Als er andere scenario’s worden besproken, dan hecht EenUtrecht er wel aan dat de primaire taak van de bibliotheek is om mensen te helpen die van huis uit niet ondersteund worden op het vlak van laaggeletterdheid en digitale vaardigheden. Mochten er harde keuzes worden gemaakt, dan vindt EenUtrecht dat de kwetsbaarsten van Utrecht toch voorrang krijgen. Mevrouw Assen (PvdA) is van mening dat de bieb zich meer dan eerder richt op het bereiken van die doelgroepen. De inbreng van EenUtrecht klinkt anders.
40
De heer Otto (EenUtrecht) denkt dat zij wel op één lijn zitten. Het standpunt van EenUtrecht is dat als er harde keuzes gemaakt moeten worden, de mensen uit de sterkere wijken en buurten daar de prijs voor moeten betalen. Er moet worden teruggegaan naar de essentie, en worden ingezet op digitale vaardigheid en ervoor zorgen dat mensen naar de bieb toegaan in kwetsbare wijken waar dat nu te weinig gebeurt. De voorzitter geeft het woord aan de ChristenUnie.
45
De heer Van Bergen (CU) geeft aan dat de bibliotheek van groot maatschappelijk belang is in deze stad. Het is zoveel meer dan een verzameling boeken voor mensen die wel eens wat lezen. Het is de woonkamer van de wijk en het is bij uitstek de plek die belangrijk is voor kansengelijkheid en de strijd tegen laaggeletterdheid. De komende Voorjaarsnota gaat geen vrolijk 67
5
10
15
20
25
debat worden. Er zijn tekorten en er zal bezuinigd moeten worden. Maar deze voorziening is voor zoveel mensen van zo’n ongelofelijk belang dat CU vreest voor de maatschappelijke schade op de lange termijn als de bibliotheek moet afschalen en locaties moet sluiten. Wij verliezen dan een deel van onze wortels in de wijk. Iets dat wij later slechts tegen een zeer hoge prijs terug zullen krijgen. De bibliotheek is wat de CU betreft de investering dan ook meer dan waard. Tegenover die investering staan maatschappelijke baten waarvan de heer Van Bergen er zojuist al een aantal noemde. We zien de afgelopen jaren dat de functies van de bibliotheek steeds verder verbreed zijn. Het is een onvervangbaar instituut geworden in de wijken. Van de bibliotheek mag gevraagd worden dat zij bezuinigen waar zij kunnen. Zelf spreekt zij van mogelijkheden voor bezuiniging op marketing, de collectie en innovatie, en mogelijke nieuwe inkomsten door zaalverhuur. Maar daarna is de CU van mening dat de gemeente ook aan zet is. De CU sluit zich aan bij de vragen van de PvdA over functiemenging, over boetevrije bibliotheken en over de voorgelegde scenario’s. Verder sluit de CU zich aan bij de oproep om een zoektocht naar structurele oplossingen. Tot slot benadrukt de heer Van Bergen het punt over ongelijk investeren in gelijke kansen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het ontzettend belangrijk dat de bibliotheek goed functioneert en dat het financieel gezond is. De bibliotheek vormt het hart van de stad waar mensen leren, samenkomen en ondernemen. Iedereen moet toegang hebben tot de bieb. Daarom de vraag of de wethouder het met de VVD eens is dat er altijd gekeken moet worden naar hoe ondernemers betrokken kunnen worden bij het openen van een nieuwe vestiging of bij bestaande vestigingen, zoals door het toevoegen van een horecafunctie, om daarmee de financiële basis wat te versterken. Een groot deel van de volwassen bezoekers die nu gebruik maakt van de ruimte en diensten van de bieb is geen lid. Is de wethouder het met de VVD eens dat in het meerjarenplan, of de plannen die nu gaan komen, meer gekeken moet worden naar hoe gebruikers van de bieb lid gemaakt kunnen worden? Elke kleine bijdrage kan immers het verschil maken. Afspraken met onderwijsinstellingen lijken de VVD een mooie start maar andere manieren zijn uiteraard ook te bedenken. Daarbij vindt de VVD het zeer van belang dat er een integratie van de bieb is in andere beleidsterreinen.
30
De heer Van Bergen (CU) vraagt of de VVD het onwenselijk vindt dat er mensen naar de bieb komen die geen lid zijn.
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ze zich kan voorstellen dat er mensen naar de bieb komen die het lidmaatschap niet kunne betalen. Nu is echter te zien dat een enorm aantal geen lidmaatschap heeft. Misschien kan er naar vormen van lidmaatschap worden gekeken of toch hoe mensen ertoe kunnen worden aangezet om wel lid te worden. Elk klein beetje helpt. Het is geen maatregel om het te doen maar om te kijken hoe je het kunt vergroten.
40
45
50
55
Zij vervolgt haar bijdrage door aan te geven dat als de subsidie omhoog gaat er wat de VVD betreft prestatie-afspraken gemaakt moeten worden. Dat is de enige voorwaarde. Sturen op afspraken over wat de bieb bereikt moet hebben aan het eind van het jaar, maar ook op bedrijfsvoeringseisen. Vorige keer kwamen nagenoeg alle risico’s die werden voorspeld uit. Nu wil de VVD duidelijke risico’s maar vooral ook duidelijke mitigerende maatregelen (maatregelen over hoe je die risico’s beheerst), en op een gegeven moment een structurele oplossing, en niet incidenteel. Achtergesteld onderhoud moet vroeg of laat toch wel. Houd daar dus rekening mee, anders worden we straks toch ingehaald door de realiteit. Voor wat betreft de scenario’s geeft mevrouw Al-Saqaff aan dat scenario 2 de meest logische stap lijkt. Daarop wil ze graag een reflectie van de wethouder. Maar het moge duidelijk zijn dat de VVD geen voorstander is van het zomaar sluiten van vestigingen. Vandaar de vraag aan de wethouder over hoe de wethouder aankijkt tegen het fuseren van voorgestelde locaties. Is het mogelijk om subsidie niet alleen mee te laten groeien met het inwonersaantal van hee Utrecht, maar ook per wijk? De stad groeit flink.
Kan inzichtelijk worden gemaakt waar welke behoeftes zijn aan bibliotheekfuncties? Ook heft de VVD begrepen dat de bieb elk jaar een verantwoording aan het college geeft over wat er is gebeurd, maar dat dat niet wordt teruggelegd aan de raad. De VVD pleit ervoor dat verslag ook te ontvangen, zodat de raad kan monitoren of het allemaal gaat zoals was bedacht. In hoeverre houdt het college nu al rekening met de aangekondigde gelden van het rijk? Zijn daar al plannen op gemaakt, welke ideeën leven daarover? Ongelijk investeren in gelijke kansen betekent voor de VVD niet dat het wordt weggehaald bij de mensen die het ‘beter’ hebben en geven aan degenen 68
die het ‘minder’ hebben. Het betekent een grotere focus op mensen die laaggeletterd zijn en meer aandacht nodig hebben. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat als dat dan geld kost? 5
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat alles nu geld gaat kosten, want het gaat al niet goed. Zij heeft een aantal voorstellen gedaan voor het verhogen van de inkomsten: ondernemers betrekken, horecafunctie, kijken naar (gedeeltelijk) lidmaatschap. Daar kunnen gelden uit komen. Voor wat betreft ongelijk investeren in gelijke kansen kan gezegd worden dat er een bieb wordt weggehaald of functies worden verminderd. Je kunt ook kiezen voor het niets toevoegen op plekken waar mensen het iets minder goed hebben. Mevrouw Assen (PvdA) kan dat volgen als er geld genoeg zou zijn. Overigens heeft niemand het over het weghalen van vestigingen. zij vraagt of de VVD deelt dat mensen die het beter hebben qua inkomen van een uitgegeven euro iets minder nodig hebben dan laaggeletterde Utrechters. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of mevrouw Assen bedoelt dat we een euro eerder aan de een spenderen dan aan de ander.
15
Mevrouw Assen (PvdA) anwoordt dat ze dat inderdaad bedoelt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat, zolang de status quo zo blijft voor de mensen die het ‘beter’ hebben kunnen we een euro wel extra spenderen aan mensen die het iets minder goed hebben.
20
De heer Şimşek (DENK) vraagt wat de VVD bedoelt met de focus meer leggen op laaggeletterden of mensen die het minder goed hebben. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat als je gaat kijken naar de hele stad en ongelijk wilt investeren in gelijke kansen, dan zeg je niet “ik trek geld bij de ene plek weg en stop het bij de ander”. Je zegt “ik heb een bepaald bedrag te spenderen, misschien spendeer ik het wat meer bij de een dan bij de ander”. Dus niet wegtrekken, maar eerder toevoegen.
25
30
35
40
45
De voorzitter merkt op dat alle agenderende fracties aan het woord zijn geweest en vraagt of er andere fracties zijn die een bijdrage willen leveren. Ze geeft het woord aan de Partij voor de Dieren. Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) wil zich aansluiten bij de mooie woorden van de andere fracties over de belangrijke en essentiële rol van de bibliotheek voor de inwoners van deze stad. Het is fijn dat er dit jaar incidentele financiering is gekomen om ademruimte te geven om verder te werken aan een structurele oplossing. De Partij voor de Dieren heeft vertrouwen in de samenwerking tussen de bieb en de gemeente, maar ziet ook dat er veel meer duidelijkheid moet komen over de governance. Hoe ziet het college die rolverdeling voor zich? Het is duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. De Voorjaarsnota is daarin het moment van een integrale afweging, waarbij nog onduidelijkheden zijn over de rijksbijdrage. Vanuit de bibliotheek wordt tegelijk ook het duidelijke signaal ontvangen dat de tijd dringt en dat het lastig is om nog veel langer af te wachten. Mevrouw de Vries hoopt vanuit het college een blik vooruit te kunnen ontlokken. Welke richting gaat het wat betreft de wethouder op, en hoe zit hij de komende jaren van de bieb voor zich? Het lijkt de Partij voor de Dieren niet wenselijk om in te zetten op plannen waarin locaties zouden worden wegbezuinigd.
Die moeten blijven bestaan om een goed functionerende bibliotheek te hebben in de stad. Wat de Partij voor de Dieren betreft moet worden vermeden dat nu keuzes worden gemaakt die over een aantal jaren weer teruggedraaid moeten worden omdat er dan toch weer uitgebreid moet worden. Dat is zonde van de middelen en van de tijd, en zeker ook van het aanbod voor de inwoners. Zij kunnen zich verder aansluiten bij de vragen over deelgebruik en verduurzaming. Tenslotte roepen zij op om in te zetten op een goede, toegankelijke en goed functionerende bibliotheek met een breed aanbod echt voor iedereen. De voorzitter vraagt of er nog fracties zijn die iets willen toevoegen, aanvullen of vragen. Die zijn er niet. Zij informeert bij de wethouder. 69
Wethouder Eerenberg geeft aan dat er 67 vragen zijn gesteld, waarvan ook van het type “of het college wil reflecteren op”. Die vragen kosten wat meer tijd om te beantwoorden. Mevrouw Assen (PvdA) stelt voor om de vragen schriftelijk te laten beantwoorden, gezien het feit dat sommige commissieleden al de hele dag aan het debatteren zijn. 5
De heer Van Bergen (CU) laat weten dat hij nog wel even door wil om het onderwerp af te maken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat ze zelf debet was aan het uitlopen van het vorige debat. Ze zit hier al wel vanaf tien uur, en dus stelt ze beantwoording de volgende keer op prijs.
10
Mevrouw Kendir (Student & Starter) snapt dat het een lastige puzzel gaat worden omdat er al een agendapunt is doorgeschoven, maar zij sluit zich wel aan bij mevrouw Al-Saqaff. De heer Stam (Volt) stelt een schriftelijke beantwoording voor. De heer Şimşek (DENK) twijfelt, en roept op tot het voortaan vaststellen van een realistische agenda.
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) is tegen de suggestie om de vragen schriftelijk te beantwoorden. Dat zorgt voor heel veel werk. Zij stelt voor om de beantwoording terug te laten komen op de volgende agenda. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) steunt een latere beantwoording van de vragen, of dat nu schriftelijk is of tijdens een volgende vergadering.
20
De voorzitter laat weten dat er drie voorstellen zijn. Ten eerste een korte schorsing en dan doorgaan, ten tweede een schriftelijke beantwoording en ten derde doorschuiven naar de volgende keer. Zij vraagt wie er voor het eerste voorstel is en ziet daarvoor geen meerderheid. Zij vraagt wie er voor het tweede voorstel is. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hierop de reactie van het college.
25
Wethouder Eerenberg laat weten dat hij geen brief kan sturen zonder collegeberaad. Het produceren van de brief zal een week of zes kosten. Een schriftelijke beantwoording kost ook veel tijd van veel mensen. Hij stelt voor om de vragen mondeling te beantwoorden. Mevrouw Assen (PvdA) laat weten dat zij dan wel liever wil doorgaan omdat de volgende commissievergadering pas over een tijd plaatsvindt. De andere commissieleden zijn natuurlijk vrij om naar huis te gaan.
30
De voorzitter beaamt dat de commissieleden vrij zijn om naar huis te gaan. Zij vraagt of men doorgaan akkoord vindt. Er volgt een stemming, waaruit volgt dat er wordt doorgegaan. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten. - Schorsing De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder.
35
40
Wethouder Eerenberg geeft aan dat er veel vragen zijn gesteld. Het antwoord op veel van die vragen hangt van de Voorjaarsnota af. Die is er nog niet. De wethouder zal de vragen geclusterd antwoorden. Voor wat betreft de governance geeft de wethouder aan het eens te zijn met EY. Zij geven aan dat bij het op afstand zetten van de biblioheek duidelijke kaders hadden moeten worden meegegeven. Die kaders hadden heel ruim kunnen zijn, maar dan hadden ook alle uitkomsten van de kaders geaccepteerd moeten worden. Of de gemeente had strenger moeten zijn in de opdrachtverstrekking. Dat gaat gebeuren. De gemeente is, samen met Ecorys, aan de slag gegaan om strenger voor zichzelf te zijn met het doel om de opdracht voor de bibliotheek SMART te maken, en om dat te verankeren met elkaar. Momenteel worden hierover interviews 70
afgenomen, waarna Ecorys met een advies zal komen. Het advies zal met de raad worden gedeeld. Het college heeft zich gecommitteerd aan de uitkomsten van het onderzoek. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of bekend is wanneer de uitkomsten van het onderzoek er zullen zijn. 5
10
Wethouder Eerenberg antwoordt dat met Ecorys is afgesproken dat zij het onderzoek op 1 juni moeten opleveren. Voor de zomer zal het rapport dus worden verstrekt. Hij gaat verder met het bespreken van de governance. Daar hoort ook rolvastheid bij. Daarover wordt ook met de bibliotheek gesproken. De directie vraagt zich af wat dat voor hen betekent, want als er strakkere afspraken met de gemeente worden gemaakt wordt minder duidelijk wie op welke stoel zit. Een van de opdrachten van Ecorys is dan ook om met een scherpe rolverdeling te komen om dit grijze gebied te vermijden. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of het mogelijk is om eerder zicht te hebben op de uitkomsten van het onderzoek, om goede keuzes te kunnen maken in de Voorjaarsnota.
15
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder Eerenberg antwoordt dat dat niet realistisch is. Het is nog maar twee weken tot juni na afloop van het meireces. Met Ecorys is afgesproken dat zij de afspraken die worden gemaakt in de Voorjaarsnota in hun rapportage kunnen inpluggen. De wethouder gaat vervolgens in op de vraag hoe dit zo heeft kunnen komen. Er zijn veel verschillende oorzaken voor het tekort. Dat komt aan de ene kant door externe factoren als inflatie, hogere energieprijzen, factoren die niet beïnvloedbaar zijn. Aan de andere kant heeft het tekort te maken de krapte op de arbeidsmarkt waardoor vacatures moeilijk invulbaar zijn. Het heeft ook te maken met achterstallig onderhoud van vastgoed en ICT. Tenslotte heeft het tekort van de bibliotheek te maken met professionalisering en het maken van een transitie naar een bibliotheek die meer met programma’s en maatschappelijke doelstellingen bezig is. Dat is overigens ook de opdracht van de bibliotheek. Op de vraag of we dat eerder aan hadden kunnen zien komen antwoordt de wethouder dat dat, op basis van de informatie die hij heeft, niet had gekund. Dat heeft ook met de governance te maken. Omdat er een grijs gebied was kwam niet alles scherp op tafel in het verleden. Pas in december 2021 was het eerste feitelijke tekort bij de bibliotheek.
Het leert de wethouder vooral dat de bibliotheek als waardevolle en essentiële voorziening in Utrecht zo dicht bij de doelstellingen van de gemeente staat dat er, met respect voor rollen en afspraken, dichter op elkaar moet worden gezeten. Hij geeft aan dat er inmiddels elke zes weken een bestuurlijk overleg is tussen de wethouder en het team van de bibliotheek. Daardoor spreken zij elkaar gaandeweg de rit over de ontwikkelingen en de dilemma’s, en niet alleen bij de jaarstukken. De wethouder geeft tenslotte aan dat de bibliotheek altijd iets extra’s heeft willen doen voor het budget dat aan de bibliotheek werd verstrekt, zoals zorgen voor goede locaties, goede programma’s en veel contact met scholen over ‘De bibliotheek op school’. Vervolgens gaat de wethouder in op het programma ‘De bibliotheek op school’. Hij geeft aan dat hij het een fantastisch instrument vindt. Het is een laagdrempelige voorziening op precies de plek waar je het wilt hebben. Het is een hele goede manier om fijnmazig in de stad te zitten en om het aanbod op scholen te verrijken. Maar ook om kinderen die het Nederlands nog niet machtig zijn toch zin in lezen, zin in ontdekken en zin in talentontwikkeling te geven. Utrecht loopt achter ten opzichte van de koplopers van andere steden.
Vaak heeft dat ermee te maken dat de koplopers een transitie hebben doorgemaakt, waarbij zij ervoor hebben gekozen om vestigingen te sluiten of de subsidie te verlagen en dat in te zetten voor ‘De bibliotheek op school’. Daar heeft Utrecht nooit voor gekozen, in Utrecht is het er altijd bij gekomen. Betreffende de vraag hoe Utrecht met het rijk praat zegt de wethouder dat hij het dan heeft over het doorontwikkelen van de bibliotheek, waarbij niet alleen naar de klassieke functies wordt gekeken maar ook naar functies als ‘De bibliotheek op school’. Omdat bekend is dat kinderen in de coronatijd minder zijn gaan lezen is ook een aanvraag gedaan voor een bijdrage uit het programma ‘Herstel en veerkracht’. De wethouder geeft aan dat hij het dossier Bibliotheken beheert als commissielid van de VNG. Aan het Ministerie van OCW is aangeboden om actief mee te denken met de nieuwe regeling en de toekomstige financiering vanaf 2025. Dan komt er een zorgplicht voor bibliotheken met een spiegelbeeldige financieringsconstructie. Gisteren was de directeur van OVW, die over bibliotheken gaat, op bezoek in Utrecht. Er heeft een gesprek plaatsgevonden met de directeur van de bibliotheek, met een uitgebreide tour. Bovendien staat de 71
5
SPUK-regeling nu open. Er is afgesproken dat daarvoor een maximale aanvraag zal worden ingediend. Als dat wordt geaccordeerd kan er een bedrag van bijna een miljoen euro worden opgehaald. Dat wordt dan niet in het financieel tekort, maar in de doorontwikkeling van de bibliotheek gestopt. Voor wat betreft de taak van de bibliotheek zegt de wethouder dat het bevorderen van digitaal burgerschap één van de grote rollen is. Ook de bibliotheek als plek voor ontmoeting is belangrijk. Dat is het college zeker wat waard.
10
Mevrouw Van der Wilt (D66) hoorde de wethouder zeggen dat de locatie waar een bieb zit kan nog steeds een grote drempel vormen. Het zit ‘m dus niet alleen in de plek maar ook hoe mensen er kunnen komen. ‘De bieb op school’ kan daar misschien bij helpen. Zij vraagt of de wethouder dat ook meeneemt in de afwegingen, en niet te rigoureus kan zeggen dat plek ook altijd bereik betekent.
15
Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij dat eens is met D66. Plek en functie zijn niet altijd hetzelfde. Soms kan niet elke functie op elke plek, maar het kan ook niet helemaal uit elkaar worden getrokken. Als het gaat om het sluiten van locaties kan het oplossen van het ene probleem een nieuw probleem introduceren, bijvoorbeeld als die locatie in gemeentelijk vastgoed zit.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat haar vraag eigenlijk meer een verzoek om een reflectie was op de opmerking dat los van waar de locatie zit, de drempel van een kilometer kan al te ver zijn voor een kind om naar de bibliotheek te gaan. Dus het zit ‘m ook in van hoe krijg je kinderen naar de bibliotheek. Hoe ziet de wethouder dat gegeven? Hoe je mensen naar de bibliotheek krijgt is misschien wel belangrijker dan alleen de locatie op zich. Wethouder Eerenberg antwoordt nogmaals dat hij dat eens is met D66. De locatie is niet zaligmakend maar wel helpend.
25
30
35
Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat ook openingstijden belangrijk zijn. Neemt de wethouder dat ook mee in het vergroten van de toegankelijkheid en voor welke doelgroepen de bibliotheek toegankelijk moet zijn? Wethouder Eerenberg antwoordt dat dat onderdeel van het gesprek is. De bibliotheek gaat over de openingstijden van de locaties. Die zijn heel bepalend voor het bereik. Het gaat niet dan alleen over formele openingstijden maar ook over mogelijkheden om de bibliotheek buiten die formele tijden te betreden, bijvoorbeeld met een pasje. Daarover zijn nog geen besluiten genomen want dat heeft te maken met de toekenning van de SPUK-gelden en met de Voorjaarsnota. De wethouder is het met de PvdA eens dat een beperking van de openingstijden een manier kan zijn om het financieel tekort in te lopen, maar wat wel een stuk drastischer is dan het sluiten van een vestiging. Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat het nadeel hiervan is dat het in eerste instantie meer geld kost, maar misschien wel op andere vlakken doelen worden behaald die ook gesteld zijn. Er werd door de commissie ook gevraagd of er naar andere gelden binnen het sociaal domein kan worden gekeken, waarmee ook doelen behaald kunnen worden door de toegankelijkheid te vergroten.
40
45
Wethouder Eerenberg antwoordt dat de bibliotheek, waar collectivisering in het DNA zit, heel interessant is in het kader van een aantal bewegingen in het sociaal domein. Maar er is ook geen onbesteed geld in het sociaal domein beschikbaar. Er moet dan worden besproken of er bereidheid is om dat te doen, ten nadele van andere budgetten in het sociaal domein. Dat de bibliotheek een plek is waar het fysiek zou kunnen en wat past bij het DNA, die visie deelt de wethouder. Maar het laten werken vraagt wat aan de kant van het sociaal domein.
50
Hij gaat verder met de vraag hoe het college kijkt naar studenten in de bibliotheek. Daarvan is hij een groot voorstander. De kans om de universiteit daarvoor te laten betalen acht de wethouder heel erg klein. Er zijn wel eens verkennende gesprekken over geweest maar er is geen formele titel om dat te doen. Van de universiteit hoeft het niet, zij hebben allerlei andere faciliteiten en hebben geen geld over. 72
5
Mevrouw Van der Wilt (D66) snapt wat de wethouder zegt, maar vraagt zich af of de bibliotheek daarin niet te lief is. Uit haar gesprekken met de Studentenraad blijkt dat er weinig studieplekken op de universiteit zijn, en zij dus wel gebruik moeten maken van de bibliotheek. De studenten worden dus een probleem omdat ze niet meer op de Drift terecht kunnen. Ze zijn welkom bij de bieb maar maken dan gratis gebruik van een voorziening die eigenlijk nog niet goed is geregeld. Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij best nogmaals een poging wil doen, en ook met meer stevigheid. Zijn inschatting is echter dat de universiteit er niet heel happig op zal zijn. Dan resteert de vraag of de studenten dan geweerd moeten worden, maar dat is weer ingewikkeld met de andere doelen, zoals de plek voor ontmoeting.
10
15
20
25
30
35
Hij vervolgt de beantwoording door aan te geven dat het college positief kijkt naar mixen. Dat kan ook financiële voordelen hebben, hoewel ook daar niet makkelijk geld te vinden zal zijn. Medegebruik, zoals in de multifunctionele accommodaties, brengt ook ingewikkeldheden met zich mee. Zo moeten er goede afspraken over het gebruik worden gemaakt. Over boetevrije bibliotheken zegt de wethouder dat er samen met de bibliotheek wordt gewerkt aan een analyse om te onderzoeken wat dat betekent en of het kan. Er zijn landelijk voorbeelden waaruit blijkt dat het tot extra leden kan leiden, maar leden tot 18 jaar zijn al gratis dus het levert in financiële zin weinig op. De raad krijgt daar binnenkort een brief over. Vervolgens gaat de wethouder in op de vraag hoe nu verder. De commissie geeft duidelijk aan dat met de bibliotheek een stevig gesprek moet worden gevoerd over efficiency. Dat gesprek is in de afgelopen tijd gevoerd, en daarvan is het een en ander in de rapporten te lezen. De wethouder wil ook hier de verwachtingen temperen. Als er bijvoorbeeld sprake is van meer vrijwilligers wat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen, dan vindt de politiek er wat van. En dat kan ook niet zomaar. Er is echt al gekeken naar versobering op een aantal punten, maar de wethouder zegt toe er opnieuw naar te zullen kijken.
Een aantal fracties geeft aan dat ze sluiting van vestigingen ingewikkeld vindt, maar als het moet dan is het bespreekbaar. Dat is ook de houding van het college. Als het dan moet, doe het dan via ongelijk investeren in gelijke kansen. Dat kan op verschillende manieren, dat betekent niet altijd alles brengen naar de plek waar de meest kwetsbare mensen zitten. Dan zou je de ontmoeting namelijk kwijt raken. Het zal altijd een mengvorm zijn tussen een collectieve basis voor iedereen en een gerichte extra. De wethouder zegt ook dat men zich niet moeten laten leiden door gemiddeldes. Soms is een wijk of plek gemiddeld beter dan andere plekken, maar zijn de gebruikers van de bibliotheek op die plek nog steeds mensen die heel veel baat hebben bij het gebruik op die plek. Dus ook hier weer een tamelijk genuanceerd antwoord van het college. De wethouder verwacht dat dit gesprek vervolgd wordt bij of na de Voorjaarsnota. Dan zal duidelijk zijn hoe groot het financiële probleem nog is. De frisse tegenzin die de wethouder in de commissie hoort, en bij het CDA en de CU zelfs überhaupt niet, die voelt de wethouder ook. Maar wat het college betreft is dit niet onbespreekbaar. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt om verheldering: ging dit nog over ongelijk investeren?
40
45
De wethouder antwoordt dat hij probeerde de mening van de commissie over sluiting van bibliotheken samen te vatten. Hij koos echter voor een samenvatting waar het CDA en de CU buiten vielen. Hij vond het netjes om dat even te expliciteren. Hij gaat vervolgens in op de vraag van het CDA over indexatie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd. Er zit soms een gat tussen wat de gemeente indexeert en wat de feitelijke kosten zijn. Als dat probleem zich voordoet dan doet zich dat ook voor bij andere maatschappelijke instellingen. Er is echter geen mechanisme om de groei van de stad te vertalen naar de groei van de bibliotheek. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt wat het college in brede zin doet aan het verschil tussen de indexering en de werkelijke kostenstijging.
50
De wethouder antwoordt dat daar veel discussies over zijn. Er staat een regeling open om dat verschil aan te kunnen vragen. Voor de culturele sector is er een instelling, waar het heel acuut was, tussentijds geholpen. De wethouder verzoekt dit onderwerp vast te houden tot bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Dan zal de nieuwe index te zien zijn en dan zal duidelijk worden welke keuze het college daarin maakt. 73
5
10
De wethouder vervolgt met de oproep van het CDA om de bibliotheken niet te laten bungelen in verband met de zorgplicht vanaf 2025. Daar is de wethouder het mee eens. De strategie van het college is dan ook om in 2024 een sluitende begroting te hebben en daarmee voldoet aan alles wat er aan zorgplicht aan zit te komen. Op de vraag van D66 naar de tijdelijke overbrugging antwoordt de wethouder dat nog even volgehouden moet worden, maar de inzet van het college is dat er wel iets moet worden gedaan in de Voorjaarsnota. De wethouder beaamt de opmerking dat moet worden opgepast met kale uitleenpunten, omdat die niet aan de nieuwe rijkseisen zullen voldoen. De Utrechtse locaties zijn dat gelukkig nauwelijks. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat er in het rapport van AEF wel scenario’s zijn die daaraan raken. D66 wil er niet voor pleiten dat dat een ‘go to’ wordt.
15
Wethouder Eerenberg is dat met D66 eens. Het paard wordt achter de wagen gespannen als locaties dermate versoberd worden dat ze uiteindelijk, behalve weinig aan de stad toevoegen, ook nog eens voor een tekort op de rijksuitkering gaan zorgen. Betreffende de scenario’s geeft de wethouder aan dat het college nog geen standpunt heeft ingenomen over een keuze. De uiteindelijke keuze hangt af van de beschikbaarheid van financiële middelen, en dat weet de wethouder nog niet.
20
25
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of dat ook betekent dat er niet alleen gevaren wordt op die drie scenario’s waarbij de huisvesting zo centraal staat als knop om aan te draaien. Wethouder Eerenberg antwoordt dat de snelste manier om veel geld in de bibliotheekbegroting vrij te spelen is via de locaties. Andere oplossingen zijn óf niet snel, óf leveren niet veel geld op. Vandaar dat dit de knoppen zijn. De wethouder is het met de PvdA eens dat de uiteindelijke oplossing niet beperkt mag zijn tot deze drie scenario’s. Het staat ons vrij om met andere oplossingen te komen, mits de gemeente daar over gaat en er passende afspraken met de bibliotheek over gemaakt worden. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of die andere oplossingen nog worden verkend.
30
35
40
Wethouder Eerenberg antwoordt dat de strategie is om in deze Voorjaarsnota nog een keer tijd te kopen zodat duidelijk wordt hoe de regelingen van het rijk eruit gaan zien. Daarna wordt de uiteindelijke keuze gemaakt. De suggestie om daarbij de stad te betrekken omarmt de wethouder. Hij vervolgt door op te merken dat de oproep om te beginnen met redeneren vanuit de waarde van de bibliotheek uit zijn hart is gegrepen. De vraag van EenUtrecht of de verzelfstandiging wel zo slim is geweest vindt de wethouder een moeilijke vraag. Het heeft ook goede dingen gebracht. De afdronk voor de wethouder is dat het niet slecht is om te verzelfstandigen, maar als je het doet moet je scherper en beter sturen dan de gemeente in het verleden heeft gedaan. Dat betekent duidelijker prestatieafspraken, duidelijker KPI’s en duidelijker overleggen met de bibliotheek daarover. Het kan theoretisch teruggedraaid worden, maar de wethouder zegt dat hij het de gemeente zou gunnen om dat niet te doen om de praktische reden dat het gesprek dan niet meer over doorontwikkelen en kansen gaat maar over harmonisatie, de verschillen in de cao’s, wie gaat er mee en wie gaat er niet mee. De wethouder concludeert dat hij daarmee de vragen heeft behandeld. De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn.
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of er nog iets tegenover de overbrugging gesteld kan worden, zoals de opdracht om openingstijden, functiemenging en andere dingen die normaal misschien wat lastiger zouden zijn om te bespreken. De wethouder antwoordt dat dat momenteel wordt voorbereid. Als uit het Voorjaarsnotadebat een overbruggingsperiode komt dan zullen daar voorwaarden aan gesteld worden, die met het proces om naar de structurele oplossing te gaan te maken hebben en met de inregeling van de nieuwe 74
governance. Als de raad daar suggesties voor heeft kunnen die worden besproken. Aan de andere kant zou de wethouder het reëel vinden als de bibliotheek bij nieuwe wensen en opdrachten vraagt wat daar dan extra tegenover staat. 5
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft het gevoel dat daaraan in dit commissiedebat wel wat richting is gegeven. Zij vraagt of het college daar nu voldoende sturing op heeft.
10
De wethouder antwoordt dat hij een heel aantal punten heeft langsgelopen waarvan hij denkt dat de commissie zich in een meerderheid heeft uitgesproken. Dat betreft het onderzoeken van functiemenging en efficiency, het zuinig zijn met locaties, het fiksen van de governance en het kiezen van een scenario waarmee in een keer voor de lange termijn de oplossing wordt gevonden. Dat is wat de commissie in grote meerderheid heeft gezegd. Mevrouw Assen (PvdA) voegt toe dat de waarde van een locatie in combinatie met de functie, al dan niet gemengd, nog voorkomt dat alle vestigingen zoals ze nu zijn niet gesloten moeten worden. De wethouder antwoordt dat hij dat door gebruik van het woord ‘zuinig’ heeft willen aangeven.
15
Mevrouw Assen (PvdA) hoort de wethouder niet ongelijk investeren voor gelijke kansen zeggen. Hij heeft aangegeven dat dat op verschillende manieren kan, maar dat speelt dus ook wel een rol. De wethouder beaamt dit.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat ze de wethouder niet hoort over de sterke wens om de beleidsterreinen aan elkaar te verbinden. Ze hoopt dat, als het gaat over governance en kansen pakken, dat een punt is waarover in de Voorjaarsnota een discussie kan plaatsvinden. De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Die zijn er niet.
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties met deze bespreking hun doel hebben bereikt en of zij behandeling in de raad wenselijk vinden. Zij concludeert dat dat niet gewenst wordt. 25
De voorzitter dankt de aanwezigen en sluit de vergadering om iets na middernacht.
30
35
75
LIJST MET TOEZEGGINGEN:
5
Agendapunt 9 Raadsvoorstel Wijzigingsbesluit APV Utrecht 2010, standplaatsen Wethouder Schilderman Economische Zaken •
10
15
Voor de zomer ontvangt de raad een brief over de planning van het standplaatsenbeleid
Agendapunt 10 Raadsbrief Aanbieden rapporten met betrekking tot Bibliotheek Utrecht Wethouder Eerenberg Onderwijs • •
De raad ontvangt voor de zomer 2023 het advies van Ecorys aan het college. De gemeente werkt met de bibliotheek aan een analyse over wat het principe ‘boetevrij’ zou betekenen. De raad ontvangt in Q2 2023 hierover een brief.
76