Conceptverslag PB VBF 24 oktober 2023
Tekst van het document
Sommige domeinen hebben bijvoorbeeld al een groter tekort dan elders. Sport bijvoorbeeld. Dus hoe wegen we dat dan wanneer daar iets moet sneuvelen? Naar aanleiding van het advies dat de raad kreeg van de accountant wil de PvdA ook dat wordt gekeken welke gelden er nog binnen de grondexploitaties binnenstedelijk en Leidsche Rijn zitten. Graag een reactie van de wethouder daarop. Mevrouw Ramaker (VVD) geeft voor de duidelijkheid alleen maar aan dat de VVD graag realistisch wil begroten en de Partij voor de Dieren, het CDA en GroenLinks zeiden ook dat het belangrijk is dat de raad daar met z’n allen over gaat, dus dat dat debat in de raad plaatsvindt en dat er ook bepaalde politieke keuzes worden zijn gemaakt. Mevrouw Assen (PvdA) is het daarmee eens want de volgende zin was dat de raad op tijd aan het stuur staat voor de moeilijke keuzes die moeten worden gemaakt, zowel waar het gaat om keuzes die als gevolg van bezuinigingen zouden moeten worden gemaakt als bijvoorbeeld over welke investeringen of ambities gepauseerd of niet direct uitgevoerd worden. Dat bleek net ook al uit het debatje met het CDA daarover en het uitgangspunt van de PvdA is altijd daarbij dat de meest kwetsbare Utrechters koste wat kost worden ontzien. Daarin dient de raad keuzes te maken als die voorliggen. Daarom vraagt de PvdA om een moment tussen nu en de voorjaarsnota waar de raad
daarop kan steunen, al dan niet bij de door de wethouder toegezegde scenario’s, ook in lijn met het advies van de adviescommissie Financiën zoals dat net gegeven is. De fractie is benieuwd naar de tegenbegrotingen van de oppositiefracties. Dit werd nu alleen aangekondigd door het CDA want er worden heel veel dingen gehoord die zij niet willen of willen terugdraaien en de fractie is dan erg benieuwd naar wat ze dan niet gaan doen of hoe dat gedekt wordt. De heer Snijder (Student & Starter) doet het goed om te zien dat Utrecht er over het algemeen goed voor staat. De schuldquote is lager en er zijn aanzienlijke reserves beschikbaar. De meeste cijfers kleuren groen en de realisatie biedt uiteindelijk meer ruimte dan verwacht. De leesbaarheid is ook zeker verbeterd en het is best goed te begrijpen voor iemand die net begonnen is. Dus dank daarvoor. Een punt dat moet worden overwogen is of we scherper aan de wind kunnen begroten. Zou dit niet meer ruimte opleveren voor structurele uitgaven? We hebben de mogelijkheid om incidenteel geld mee te nemen maar het is geen jaarlijks terugkerende opbrengst. De gemeente lijkt zich veel te richten op het zogeheten ravijnjaar in 2026 en bouwt grote reserves op om het hoofd te kunnen bieden aan financiële tegenvallers. Dit zorgt echter voor incidentele ruimte in plaats van ruimte die we structureel kunnen uitbesteden.
Student & Starter merkt op dat er veel reserves beschikbaar zijn die verstandig kunnen worden geïnvesteerd om de mooie dingen die we in Utrecht doen te kunnen blijven doen en niet in de weg gaan zitten. Kan de wethouder daarom toezeggen om een scenario uit te werken waarin jaarlijks minder geld wordt toegevoegd aan de reserves door onderrealisatie om deze vervolgens uit te besteden aan de 4 terreinen van het coalitieakkoord? Laten we niet vergeten dat we in een tijd van economische tegenwind verkeren en dat er aanzienlijke investeringen wachten. We maken scherpe keuzes door de financieel lastige positie maar tegelijkertijd hopen de problemen zich op. De heer Claasen (GroenLinks) vraagt of goed wordt begrepen dat Student & Starter zegt ga scherper aan de wind begroten en vervolgens geef het geld uit aan de prioriteiten van de begroting. De heer Snijder (Student & Starter) dankt voor de vraag. Het is inderdaad minder scherp aan de wind. De heer Vasters (D66) begrijpt dat Student & Starter aangeeft dat er misschien minder in de reserves kan worden gestopt. Die reserves hebben echter ook een functie. Zijn er specifieke reserves waar Student & Starter aan denkt waar de gemeente dan minder aan zou kunnen uitgeven of zou kunnen stoppen? Mevrouw Kendir (Student & Starter) is vooral benieuwd naar een scenario vanuit de wethouder want de fractie ziet hierin kansen.
Dit is ook door de accountant als een belangrijk aandachtspunt meegegeven en vooral in de tijd waarin we nu leven van een economisch lastige positie is het belangrijk dat dit wordt uitgezocht maar de fractie heeft niet al het besef van deze reserve moet zo aangepakt worden. De fractie is vooral benieuwd naar het scenario. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of de wethouder kans ziet in anticyclisch begroten wat juist de stad kan helpen om door deze economische tegenwind te komen. Wat opviel in de programmabegroting is dat de algemene dekkingsreserve in de komende jaren daalt en zelfs de komende jaren bijna verdwijnt. Dit vond de fractie opvallend en daarom is in de programmabegroting gezocht of dit kon worden teruggevonden maar dat bleek niet het geval. Mevrouw Ramaker (VVD) vindt het interessant wat Student & Starter onder anticyclisch begroten verstaat. De heer Snijder (Student & Starter) bedoelt investeren op een moment dat het financieel wat minder goed gaat.
Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt dat als het heel goed gaat met de gemeente omdat er heel veel geld op de plank ligt en elke keer miljoenen overblijven er zou moeten worden bezuinigd. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat dit inderdaad de definitie is van anticyclisch begroten. Op het moment dat het goed gaat moet de gemeente inderdaad kijken of er niet voor kan worden gezorgd dat dan juist de investeringen worden gedaan om financieel gezond te blijven. De gemeente doet dit in periodes waar het goed gaat en de gemeente doet het dus al heel goed. Dat is ook de reden waarom elk jaar van de accountant wordt gehoord dat de gemeente financieel gezond is. De heer Snijder (Student & Starter) memoreert dat de fractie er schriftelijke vragen over heeft gesteld maar de antwoorden konden eigenlijk niet worden gevonden. Dat de algemene dekkingsreserve de komende jaren lager is hoeft niet per se iets zorgwekkend te zijn. Wel is het van belang om te weten waar het mee te maken heeft en daarom wil de fractie graag verduidelijking van de wethouder. Tot slot. De fractie heeft eerder gezegd dat de nationale overheid verantwoordelijk is voor financiële steun. De huidige situatie met te weinig geld en onzekerheid vanuit de nationale overheid is niet houdbaar.
Niet kan worden toegestaan dat de gemeente niet genoeg zorg kan bieden aan de inwoners en daarom vraagt Student & Starter wederom opnieuw aan de nationale overheid om dit serieus te nemen en met passende maatregelen te komen. De gemeente werkt al hard om dit probleem aan te kaarten maar het werk moet doorgaan. De fractie steunt deze inspanning. De raad kent baat bij het belang van duidelijkheid, correctheid en effectiviteit in de begroting in het raadsvoorstel. In het kader daarvan wil de fractie de volgende punten aanstippen. Allereerst vindt Student & Starter het belangrijk om zaken bij te houden en te sturen op beleid. Het raadsvoorstel mist een aantal indicatoren wat het moeilijk maakt om de voortgang en effectiviteit van het beleid te meten. Daarom zal de fractie ook indicatoren gaan voorstellen en aandragen in de andere commissiedebatten en hij moedigt daarom ook de andere partijen, ook de partijen die hier niet zijn, aan om met suggesties te komen zodat beter beleid effectiever kan worden gestuurd. Daarnaast, de nota Reserves Utrecht uit 2019 vermeldt dat reserves moeten worden ingesteld met specifieke informatie, namelijk het doel, de aard en het stortingsplan. Deze informatie ontbreekt in het raadsvoorstel. Het is van belang dat het raadsvoorstel vereiste informatie over reserves bevat. Graag daarom ook hierover een reflectie van de wethouder.
Er wordt opgemerkt dat de nota Reserves 2019 aangeeft dat een reserve moet worden opgeheven als er gedurende 4 jaar geen mutaties plaatsvinden. Voorgesteld wordt om een overzicht van reserves toe te voegen om deze situatie te verhelderen en ook hier graag een toezegging van de wethouder. Volgens de verordening Financieel beeld moet het raadsvoorstel voorzien in de actueel geraamde kosten en opbrengsten van diensten die door de gemeente worden verstrekt. In het huidige raadsvoorstel wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen maar deze informatie ontbreekt met betrekking tot afvalstoffen wat in strijd is met de verordening. Het is essentieel dat de raad de kosten voor leges en heffingen kan vaststellen en hiervoor actuele ramingen kan raadplegen omdat dit van cruciaal belang is voor het maken van weloverwogen beslissingen. Momenteel wordt verwezen naar de paragrafen maar deze informatie is niet te vinden in de paragraaf Lokale heffingen. De fractie heeft dit vervolgens uitgevraagd en deze informatie bleek beschikbaar in de bijlage. Dit gebrek aan duidelijkheid geeft aan de raad wordt belemmerd in het vervullen van zijn rol omdat via 4 verschillende stappen uiteindelijk bij de juiste informatie terecht is gekomen. De fractie zou daarom graag meer transparantie willen en ook hier graag een toezegging van de wethouder op.
Al met al, de gemeente moet niet alleen scherper begroten en zich voorbereiden op financiële tegenvallers maar moet ook realistisch blijven, geen overschatting van middelen creëren en naar creatieve oplossingen kijken. De begroting moet in het belang zijn van de gehele samenleving en de gemeente moet ernaar streven om de begroting doeltreffend te maken door doordachte
investeringen te doen en een brede discussie te voeren over hoe Utrecht gezond kan worden gehouden. De heer Simşek (DENK) memoreert dat er recent al een debat is geweest over afvalbelasting maar spreker kan zich aansluiten bij het punt dat de VVD hierover maakt op deze avond. Daarnaast is het waarschijnlijk ook wel duidelijk wat de fractie vindt van betaald parkeren. Daar hoeft dus verder nu niet op te worden ingegaan. DENK is nog altijd van mening dat mensen met een krappe portemonnee geen kosten moeten hebben aan het aanvragen van verplichte identiteitsdocumenten. Daarom roept de fractie het college op om minimaal een gratis paspoort of identiteitskaart te verstrekken. Graag een toezegging van de wethouder hierover. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat het soms heel dubbel voelt om in de commissie over een begroting te gaan praten in een wereld waar zoveel leed gaande is. Hij wil deze begrotingsbehandeling van de komende dagen dan ook beginnen met stilstaan bij de verschrikkelijke gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Israël en Hamas zijn hier een oorlog begonnen met enorm veel impact op zoveel levens. De fractie wil haar medeleven betuigen aan alle nabestaanden en bidden voor een spoedig einde van deze verschrikkelijke oorlog. Laat er vrede komen. In Nederland en dichtbij in Utrecht worden ook signalen van hoop gezien.
Partijen die elkaar opzoeken, luisteren naar elkaars pijn, in gesprek blijven en elkaar vasthouden en op die manier zoeken naar vrede en veiligheid. Laten we al die signalen ver weg en dichtbij omarmen en stimuleren. De begroting van de gemeente Utrecht ziet er niet rooskleurig uit. De tekorten lopen alsmaar hoger op en de gemeente dreigt in de komende jaren echt ten onder te gaan in taken en verantwoordelijkheden zonder dat daar budget voor is en voldoende daarvoor wordt gecompenseerd. De val van het kabinet zorgt ervoor dat veel in de toekomst helaas nog lang onzeker zal blijven. Tegelijkertijd kan dat ook een kans zijn om juist deze zorgelijke situatie die in de gemeente speelt onder de aandacht te brengen, nu in de campagne maar straks ook tijdens de formatie. Welke stappen zet het college hiertoe, al dan niet samen met andere gemeenten? De ChristenUnie kan zich aansluiten bij opmerkingen die al breed in de raad zijn gemaakt vanavond over de leesbaarheid van de begroting. Er zijn grote stappen gezet maar één ding viel nog wel op en dat is het aantal indicatoren wat soms ontbreekt of niet helemaal volledig lijkt te zijn ingevuld. Soms zijn ze half. Soms is het ineens 0% en waar dat dan vandaan komt? Hierop zal in de behandeling verder specifiek worden ingegaan maar nu al de vraag aan de wethouder waar dit vandaan komt en of daar een verklaring voor is.
Het weerstandsvermogen wordt op 1 gehouden maar heeft de wethouder ook overwogen om het weerstandsvermogen te verhogen zodat de gemeente klaar staat om grote risico’s in de toekomst op te vangen? In de begroting wordt uitgebreid opgesomd wat de top 10 risico’s zijn die op dit moment spelen in de stad en die ook impact hebben op het weerstandsvermogen en daarmee op het geld wat kan worden uitgegeven en beschikbaar is. De fractie kan de risico’s niet altijd goed volgen. Bijvoorbeeld het risico wat de gemeente nu loopt in het stationsgebied, de nummer 1, is onverminderd hoog terwijl het project in een vergevorderd stadium is. Op welke manier wordt geprobeerd om de risico’s te verkleinen? Daar zal verder in de inhoudelijke behandeling op worden teruggekomen maar de fractie is wel benieuwd wat hier ook de rol van Financiën in is want dit project is bijna afgerond en nog steeds is er sprake van een groot risico, bijvoorbeeld voor tijdelijke maatregelen terwijl het project in een vergevorderd stadium is. Daarnaast wordt er ook een geheim risico genoemd waar later in de commissiebehandeling nog op terug zal worden gekomen. De heer Vasters (D66) begrijpt dat de ChristenUnie een vraag stelt over het weerstandsvermogen. In het verleden lag dat ook wel eens onder de 1 en begrepen is dat de verhouding van 1 betrekkelijk
veilig is, dat je daarmee goed zit qua risico. Waarom dan nu gaan kijken, terwijl het al zo lastig is om de begroting rond te draaien, om dan het weerstandsvermogen te verhogen? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) hoort hier breed in de raad discussies over hoe ervoor kan worden gezorgd dat de gemeente goed is voorbereid op risico’s. D66 heeft het zelfs over de polycrisis maar de ChristenUnie vraagt zich af of niet nu in tijden dat het kan en wanneer ook naar de risico’s wordt gekeken. Is er een gedachte geweest om het nu te verhogen zodat op een later moment als de gemeente het echt nodig heeft om die polycrisis te lijf te gaan en de gemeente specifieke maatregelen wil treffen daar gebruik van kan worden gemaakt? Dan enkele wijzigingsvoorstellen die in de Tweede Bestuursrapportage worden gedaan. Er wordt bijvoorbeeld 8 ton extra uitgegeven aan de realisatie van ommetjes wat op zich hartstikke goed is. Inhoudelijk komt dit straks in de verdere behandeling maar waarom nu zo laat nog die wijziging want de ChristenUnie had al twijfels, en dat werd ook breder in de raad genoemd, of de gemeente het geld op tijd krijgt uitgegeven. Nu zo laat in de tijd wordt nog deze wijziging doorgevoerd.
Hoe denkt de wethouder dan dat dat nog dit jaar kan worden besteed of zijn daar concrete plannen voor? In de Tweede Bestuursrapportage wordt ook het voorstel gedaan om met een reserve voor het Gemeentefonds te gaan werken. Het is goed dat op deze manier geld wordt gereserveerd voor een later moment en dan aan het doel kan worden geoormerkt maar tegelijkertijd vraagt de fractie zich af waarom komt dit nu. Andere gemeenten werken hier al tientallen jaren mee. Heeft de gemeente eerder op een andere manier gewerkt en waarom is het nu het moment om dit te gaan doen? Dan over de verbonden partijen. Uitgebreid worden bijvoorbeeld beschreven de BGHU en de RUD maar op andere plekken in deze commissie ook aandacht hiervoor. De kosten stijgen daar. Dat betekent dat strenger en strakker moet worden gestuurd op de samenwerking met deze organisaties. Doet de wethouder dat ook en op welke manier is zij dat van plan? De ChristenUnie miste de klimaatparagraaf in de begroting. Bij de voorjaarsnota riep de fractie op om een klimaatbegroting te maken waarin de gemeente duidelijk laat zien op welke manier Utrecht werk maakt van de vermindering van de CO2-uitstoot. De wethouder heeft uitgebreid in een brief belicht hoe de gemeente met deze verschillende instrumenten kan gaan werken en de wethouder geeft aan om dit te laten landen in de klimaatvisie.
De fractie kan dit beleid volgen maar juist de CO2 is zo belangrijk om van dichtbij periodiek te kunnen blijven volgen. De provincie Utrecht maakt bijvoorbeeld wel deze duidelijke keuze door dit in de begroting te doen en er een paragraaf aan toe te voegen. Is de wethouder bereid om na de behandeling van de klimaatvisie alsnog te kijken hoe de monitoring een plek kan krijgen in de begroting en om daarin ook naar het voorbeeld van de provincie te kijken? Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de ChristenUnie ook niet denkt dat het ommetje al gemaakt is en dat het nu even gemeld wordt aan de raad. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat dan het geld in ieder geval is uitgegeven en dan is die zorg weg maar dat zou alsnog slordig zijn. Daarom is de fractie wel benieuwd waarom dat dan is en welk ommetje het hier om gaat en waarom het op deze manier gebeurt. Dus het is goed om daar in ieder geval een uitleg over te horen. De voorzitter schorst de vergadering. De voorzitter heropent de vergadering. Wethouder Schilderman heeft een reden om te blozen voor de mooie complimenten die vanuit heel veel verschillende fracties kwamen, ook over de stappen die het college heeft gezet voor de leesbaarheid van de begroting. Een compliment dat zij ook zeker zal doorgeven aan de ambtenaren want er is ook ontzettend hard aan gewerkt. Het is namelijk ook best moeilijk geweest om deze stap
te zetten maar spreker ziet dit ook als een aanmoediging om volgende stappen te blijven zetten. De meerjarenprogramma’s, daar werd door sommigen aan gerefereerd, is echt een plek waar met elkaar nog een stap op te zetten is en deze complimenten zijn dus een mooie aanmoediging om daar ook verder op door te gaan. Er zijn een aantal heel verschillende vragen gehoord en daar wordt nu verder op ingegaan. Een van de thema’s die bij meerdere partijen voorbijkwam maar waar ook vanuit de adviescommissie specifieke aandacht voor werd gevraagd is, is alles ook uitvoerbaar en hoe wordt er nou omgegaan met bijvoorbeeld het planningsoptimisme. Zij gaat daar zo meteen iets over toezeggen maar er zal alvast iets over worden toegelicht, namelijk dat het college realistisch begroot en het indammen van het planningsoptimisme ook nu al een uitgangspunt is. In de afgelopen periode is dat ook steeds een belangrijker uitgangspunt geworden. De aanleiding daarvoor is dat de uitvoeringscapaciteit ook onder druk is komen te staan. Het beperken van de doorschuif van budgetten komt bijvoorbeeld doordat er aan het einde van het jaar budgetten komen, ook vanuit het Rijk. Dat zal de gemeente nog een paar keer tegengekomen.
De gemeente kan heel hard werken aan het planningsoptimisme maar op dit moment wordt gezien dat het Rijk toch ook best vaak, bijvoorbeeld in december ineens met middelen komt wat natuurlijk in een maand vrij lastig is uit te geven. Dat stuk wordt met een versterkte inzet specifieker begroot en planningsmechanisme wordt niet allemaal in één keer opgelost. Dat neemt niet weg dat het college wel het idee heeft dat er al meer gedaan kan worden. De reden bijvoorbeeld dat bij de kapitaallasten al rekening is gehouden met een onderuitputting van 20%. Dat is bij deze begroting en bij meer investeringsprogramma’s gedaan omdat dat ook vorig jaar is gedaan. Dus ook hier is al een stap op gezet maar zij deelt met de adviescommissie en veel fracties dat dit beter met elkaar inzichtelijk moet worden gemaakt. Daar is eerder ook al over gesproken, ook met de adviescommissie, en toen is aangegeven dat bij de voorjaarsnota een nadere analyse hiervan zal worden gemaakt. Dus dat zegt zij bij deze nogmaals toe. Er wordt een analyse gemaakt van in hoeverre het scherp in beeld is en er wordt gekeken of er nog maatregelen zijn die kunnen worden genomen om het planningsmechanisme beter in de grip te krijgen. Dus dat zegt spreker in ieder geval toe.
Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat dit wellicht allemaal is onderzocht en in kaart gebracht maar zijn er niet gemeenten die hierin vooroplopen op Utrecht? Wethouder Schilderman legt uit dat veel van dit soort ontwikkelingen bij heel veel gemeenten wordt gezien. Bijvoorbeeld de onzekere inkomsten van het Rijk zijn heel problematisch voor alle gemeenten en dat is bij sommige gemeenten nog sterker dan bij andere maar ongeveer driekwart van de gemeentebegroting is afhankelijk van de rijksbegroting en daarmee zijn veranderingen bij het Rijk ook altijd het grootste risico voor de gemeentebegroting. Om dat bijvoorbeeld te illustreren is gezocht naar in hoeverre wisselt dat nou. Dat wordt gedaan vanaf de begroting 2021. Door veranderingen in uitkeringen van het Rijk veranderde de uitkering ten opzichte van de raming met 250 miljoen. Dat is een enorm bedrag waarop ook de gemeentebegroting wijzigt. Daarin zie je dus eigenlijk dat alle gemeenten worstelen met als er zoveel kan veranderen met de inkomsten het ook wel erg lastig is om daar strak op te begroten. De gemeente heeft daar stappen in gezet en er kunnen nog meer stappen in worden gezet.
Daarom zegt zij ook die analyse toe om dat nog verder te doen maar het is niet alleen dat er in de gemeentelijke organisatie te optimistisch naar projecten gekeken wordt en dat ieder jaar van alles niet wordt gehaald en dat er daardoor geld overblijft want dat is geen correcte weergave van zaken. Mevrouw Ramaker (VVD) vindt het hartstikke goed dat die analyse komt maar komt die bij de voorjaarsnota? Wethouder Schilderman antwoordt bevestigend. Dan een onderwerp dat ook geraakt werd door de adviescommissie waar meerdere fracties het over hebben gehad, namelijk hoe wordt omgegaan met het gat van 2026 want waar de inkomsten van het Rijk altijd al wat wisselen zijn de bezuinigingen die
het Rijk doorvoert op het Gemeentefonds vanaf 2026 problematisch en dat is de reden dat het college dit laat zien als een gat. Dat sluit aan bij het advies van de VNG om dat ook als een gat te laten zien en het sluit ook aan bij de wens die de raad vorig jaar bij de programmabegroting heeft uitgesproken om meer risico te nemen en om jaren niet te sluiten. Dus dat wordt ook gedaan. Toch heeft het college gemerkt, zeker met het gevallen kabinet, dat het wel spannend is of het Rijk tijdig over de brug komt en dat is de reden dat is gezegd dat daar scenario’s voor worden gemaakt. Dan kun je enerzijds laten zien van wat doen die bezuinigingen bij het Rijk nou en anderzijds kan je voorbereid zijn. Hier is met de raad over gesproken tijdens de voorjaarsnota en het was een vraag van mevrouw Kendir aan haar hoe die scenario’s eruit gaan zien. Die scenario’s zijn meerdere opties die een weergave kunnen zijn van hoe dat eruit moet komen te zien. Dat is de aanleiding dat het is toegezegd zodat de raad daarin kan kiezen. Dus stel dat de raad scenario A niet wil, dan is er misschien ook scenario B of scenario C of scenario D. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat de raad opties heeft om aan het stuur te zitten. Daarmee wordt aan de vraag van de adviescommissie en meerdere fracties in de raad tegemoetgekomen want de raad kan dan bij de voorjaarsnota kiezen uit de verschillende scenario’s.
Er wordt dus naar gestreefd van hoe kan het wat groter en wat meer en wat extra worden gemaakt. Zij kan zich wel voorstellen dat het een uitgebreid gesprek wordt en misschien zou het goed zijn om daarover met elkaar van gedachten te wisselen, zowel met de adviescommissie als met de griffie van hoe kan daar ruimte aan worden gegeven dat dat gesprek echt de aandacht krijgt die het verdient zodat de raad geïnformeerd kan zeggen van dit is hoe we kijken naar die scenario’s en dit is het scenario dat we willen of ik wil een stukje van scenario A en een stukje van scenario B. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt wat het vertrekpunt is voor een scenario want nu komt het over dat het vertrekpunt is het gat in 2026. Is dat het vertrekpunt voor het opstellen van de scenario’s? Wethouder Schilderman geeft aan dat dat het vertrekpunt is voor het opstellen van de scenario’s maar het idee is dat die scenario’s meer ombuigingsopties bevatten dan het totale gat want op die manier heeft de raad ook iets te kiezen. Als het alleen maar wordt beperkt tot de omvang van het gat is het tekenen bij het kruisje en dat is juist niet wat het college gaat voorstellen. Er komen meerdere opties zodat de raad ook kan kiezen.
Mevrouw Ramaker (VVD) geeft de wethouder mee dat behalve dat de gemeente voor zijn inkomsten afhankelijk is van het Rijk voor ongeveer 52% van de begroting met die 48% ook in de scenario’s rekening moet worden gehouden. Dus dat dat ook een vertrekpunt is. Is de wethouder het daarmee eens? Als het Rijk aan de knoppen gaat draaien qua uitgaven zijn er ook nog andere inkomsten waar deze gemeente mee te dealen heeft. Worden die ook meegenomen als vertrekpunt? Wethouder Schilderman legt uit dat het dan zou gaan om het verhogen van de lasten. Dat zou dan een optie kunnen zijn maar dat is niet wat deze coalitie met elkaar heeft afgesproken. Die heeft gezegd aan het begin van deze periode wordt er gekeken naar de lasten en dat gaan we straks niet opnieuw doen. Dat staat ook in het akkoord, dus daarmee wordt echt gekeken naar als het Rijk niet over de brug komt met deze middelen, dan gaan we ter waarde van dat tekort kijken naar wat zijn dan opties om daar een oplossing voor te verzinnen en in principe gaat dat niet over lastenverhogingen want daar heeft de coalitie een uitspraak over gedaan en daar houdt het college zich natuurlijk aan. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat het tot nu toe in Nederland nog niet zo is dat gemeenten zoveel ruimte krijgen voor het heffen van lokale belastingen.
Het is aanvullend als inkomsten en naast die lokale lasten zijn er nog meer inkomsten als EU-fondsen en andere fondsen. De vraag is wat als het Rijk draait aan die knop, daarop worden de scenario’s gebaseerd en de VVD wil dat breder trekken, dat er dus nog meer vertrekpunten zijn en of die ook kunnen worden betrokken in de scenario’s. Wethouder Schilderman begrijpt dat de VVD niet bedoelt de lokale lasten verhogen. De VVD bedoelt om te kijken naar het verhogen van opbrengsten die niet van het Rijk zijn en niet belastingen
verhogen. Dat is eigenlijk de vraag van de VVD? Als dit de vraag is van de VVD zal het college daar ook naar kijken en als dat niet zo blijkt te zijn hoort zij dat graag. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) begrijpt dat de scenario’s bij de voorjaarsnota worden gepresenteerd en de wethouder zei dat die dan ook met de adviescommissie en de griffie worden besproken. Het zou prettig zijn om juist het debat wat breder en goed te kunnen voeren dat er een stuk richting commissie VBF komt zodat het daar goed kan worden besproken want als het een onderdeel wordt van de voorjaarsnota valt het daar weg en je hebt sowieso verschil tussen coalitie en oppositie. Dus het zou een soort op zichzelf staand stuk moeten worden. Kan de wethouder zoiets toezeggen? Wethouder Schilderman kan zich daar iets bij voorstellen maar zij probeerde zonet al te zeggen dat het proces hoe het kan worden besproken met de griffie en de adviescommissie zou kunnen worden besproken. Zij kan zich best wat voorstellen bij een separate behandeling, maar daar gaat de raad zelf ook over, maar zij kan zich daar wat bij voorstellen. Mevrouw Assen (PvdA) had begrepen dat die scenario’s wel voor de voorjaarsnota zullen komen. Wethouder Schilderman geeft aan bij de voorjaarsnota.
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat wanneer de raad die scenario’s bij de voorjaarsnota krijgt, dan worden ze ook besproken bij de voorjaarsnota en is er geen andere keuze meer. Het verzoek is, en dat wordt ook breder gehoord, dat het er wel iets voor zit en dat dit ook nog op een andere manier in de commissie VBF kan worden geagendeerd. Dat debat kan dan worden meegenomen in de besluitvorming over de voorjaarsnota. Wethouder Schilderman legt uit dat de voorjaarsnota meestal enkele maanden bij de raad ligt voordat er over besloten wordt. Het is goed om te bespreken met elkaar op welk moment je dat zou kunnen bespreken met elkaar. Het college wil goede scenario’s waarin de raad echt wat te kiezen heeft en dan behoort het naar voren halen niet tot de mogelijkheden. Het kan gelijktijdig worden gestuurd en als de raad het separaat wil behandelen heeft zij het volste vertrouwen dat daarvoor een oplossing wordt gevonden maar misschien is het goed dat de griffie en de adviescommissie en zij er samen over spreken maar ze kan zich daar wat bij voorstellen en het college helpt de raad hier graag in. Dan de vraag over de indicatoren. Blijven we daar op letten met elkaar. Zij deelt met de raad dat dit heel belangrijk is. Daarom is dat ook expliciet onderdeel geworden van de standaard voor de beleidsnota.
Sinds het vaststellen hiervan wordt er hard aan gewerkt van hoe kunnen we dat strakker doen met elkaar maar spreker ziet dit als een aanmoediging om daar heel hard aan te blijven werken met elkaar en hopelijk zal de raad ook daar altijd kritisch in blijven, dat als er een beleidsnota voorligt waarvan de raad zegt dat ze deze indicator niet wil. Dan moet met elkaar het gesprek worden gevoerd over een ander want dat is dan echt het moment om dat te doen met elkaar. Vanuit de adviescommissie ging het nog over grip op de investeringen en daar is inderdaad in de zomersessie met de adviescommissie uitgebreid over gesproken van wat is er nou voor nodig om dit te versterken zoals het voldoende zicht hebben op de jaarvolumes en de ontwikkeling van de kapitaallasten. Er zijn een aantal ideeën gepresenteerd waar de adviescommissie ook positief over was, tenminste zo hoorde zij dit in ieder geval, en dit betekent dat dit ook in het MPR een grote aandacht gaat hebben en dat is hoe sturen en verantwoorden ingevuld is zodat het stuk waar nog een stap op gezet moest worden, dat zijn die meerjarenprogramma’s en dit komt dus aankomende keer. De VVD vraagt naar de lokale lasten en vraagt eigenlijk om een visie daarop. Het hele strakke antwoord is dat de visie in het coalitieakkoord staat, namelijk dat er veel ambities zijn die zowel deze raad als deze coalitie hebben.
Die zijn ook vastgelegd daarin en het wordt reëel gezien om daar een lastenverhoging tegenover te zetten. Dat is een wat grotere lastenverhoging geweest op het gebied
van de ozb en daarin is afgesproken om te zeggen van dit is nu de lastenverhoging maar in principe betekent dat niet dan nog een vervolglastenverhoging. Dat is wat daarin is vastgelegd maar de VVD vraagt hier waarschijnlijk ook naar om er misschien iets meer van te weten van wat is de redenering die erachter zat. Daar kunnen de raadsleden elkaar ook allemaal op bevragen maar bijvoorbeeld een redenering die heel logisch past bij wel meer doen op het gebied van de ozb is dat mensen die een woning bezitten en daarmee vermogen hebben worden belast. Een vermogen wordt in Nederland relatief weinig belast en de eigen woning wordt zelfs gesubsidieerd in tegenstelling tot de huurwoning in het vrije segment. Dus een aanleiding om te zeggen dat er gekeken wordt naar die lokale last is bijvoorbeeld in het kader van vermogensgelijkheid maar dit lijkt echt een debat waar de raadsleden met elkaar over moeten spreken maar dit is in ieder geval de aanleiding om hiernaar te kijken. De keuzes hiervoor zijn gemaakt in het coalitieakkoord en dat is dan ook het kader. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat er geen visie is op de ozb-waarden om dat vrij te besteden. Je hebt de WOZ-waarde en dan het tweede deel en dan kan het college zeggen daar doen we een extra indexering op.
Daardoor zie je dus dat dat enorm kan fluctueren en wat de VVD bedoelt is in hoeverre zit daar een soort constante in? Er zijn gemeenten die daar een verhaal bij hebben en dan gaat het echt om de ozb. Nu wordt het veel breder getrokken. Eigenlijk wordt gezegd we gebruiken dit als lapmiddel voor onze eigen ambities maar als dit het antwoord is van de wethouder zal de VVD daar iets anders voor moeten inbrengen. Wethouder Schilderman heeft een samenvatting gehoord die zij niet helemaal deelt. De VVD vroeg naar de eerlijke verdeling van de afvalstoffenheffing en waarom dat eigenlijk eerlijk is. Daar is net het debat over gevoerd in de commissie maar dit is een voorstel gebaseerd op de motie die is aangenomen in de gemeenteraad en de gemeenteraad heeft dat als eerlijk betiteld en volgende week wordt hierover weer gesproken in de raad en vrijdag komt daar ook nog een brief over. Dan gaat de VVD ook in op de reserves en een aantal andere partijen gaan daar ook verder op in. Eigenlijk verandert er in dit voorstel één ding op het gebied van reserves. Er zijn een heel aantal dingen die hetzelfde zijn. Er zijn altijd toevoegingen en onttrekkingen. Daarin is het hetzelfde maar op dit moment wordt er alleen voor een systeemreserve een nieuwe afspraak voorgesteld. Dat heeft te maken met de analyse die daar ook over gemaakt is, bijvoorbeeld door de rekenkamer.
Namelijk dat er specifiek gekeken wordt naar het Gemeentefonds. Vrij laat in het jaar zijn er nog verschuivingen in de inkomsten vanuit het Rijk. Dus bijvoorbeeld in de septembercirculaire komen daar nog vaak verder middelen in vrij en die zijn dan bedoeld om de komende jaren specifiek aan een doel te besteden. Alleen door de Utrechtse systematiek zien het er dan meteen uit als een overschot terwijl het natuurlijk op geen enkele reële wijze kon worden uitgegeven. Daar is die reserve voor en dat is ook de enige wijziging die erin zit. De andere zijn gewoon de automatische verwerkingen die daar altijd in verder naar voren komen. Dus op zich op het gebied van reserves geen grote wijzigingen op dat vlak. Voor de rest ging het er over of er heel veel geld op de plank blijft liggen. Op dit moment, in de Tweede Bestuursrapportage en als de raad ook de brief over de septembercirculaire heeft gezien, is het niet de verwachting dat er aan het eind van dit jaar geld overblijft maar de ervaring leert wel dat het Rijk vaak aan het eind van het jaar toch soms nog komt met iets.
Voor projecten die binnen de gemeente spelen wordt er natuurlijk zo lang mogelijk in het jaar nog geprobeerd om het toch te realiseren en die tegenvaller komt vaak aan het einde van het jaar, dat resulteert in dat er wat geld over is maar op dit moment is de prognose dat er geld tekort is aan het einde van het jaar en dat er dus niet iets op de plank ligt. Mevrouw Assen (PvdA) begrijpt dat op een bepaald moment de organisatie weet dat er nog geld komt van het Rijk aan het einde van het jaar. Is daar dan helemaal niets in te voorspellen? Wethouder Schilderman legt uit dat daar die reserve voor is gemaakt zodat de gemeente daar minder afhankelijk van is. Het geld van het Rijk fluctueert echter wel. Dus in de brief over de septembercirculaire staat voor dit jaar een bedrag van 15 miljoen negatief vanuit het Rijk die opeens
met minder komt dan eerder was ingeschat. Er zijn een heel aantal jaren geweest waarin er aan het einde van het jaar geld kwam maar dat is geen garantie voor andere jaren werd weer gezien bij de septembercirculaire. Dus er altijd vanuit gaan dat er nog geld komt is niet passend. Het fluctueert gewoon. Mevrouw Assen (PvdA) vindt het tweede punt wat de wethouder noemde een beetje klinken als wensdenken. Als er gedurende het jaar gehoopt wordt van we hopen dit toch te realiseren en aan het eind van het jaar blijkt dit niet zo te zijn. Zit daar dan niet iets in waar het college realistischer in moet zijn? Wethouder Schilderman deelt met de PvdA dat het college daar realistischer in moet zijn. Dat is ook de aanleiding om dit jaar weer meer te doen aan het planningsoptimisme dan het voorgaande jaar maar ook wordt gedeeld de mening van de adviescommissie en meerdere partijen in de raad dat de organisatie dit beter in beeld kan krijgen en daarom doet spreker ook de toezegging voor bij de voorjaarsnota. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft ingebracht, en het CDA kwam daar ook later op terug, dat ze graag een toezegging wil over een visie of een actueel beeld over de vorming van reserves en voorzieningen. Wethouder Schilderman geeft aan dat op het gebied van de reserves op deze reserve na er geen grote verandering is. Dus dit is de verandering die voorgesteld wordt.
Dat is uitgelegd en het staat in de stukken ook verder toegelicht. Er is een nota Reserves uit 2019 maar dat is niet erg oud. Begrepen wordt dat het misschien een wens is om iets te veranderen aan die nota maar dan is niet helder wat de wens is van de verschillende partijen hierin. Dus daarom zegt zij daar nu niets over toe. GroenLinks stelde een vraag over wat er gaat gebeuren om de 9 miljoen voor wonen toch structureel in te zetten voor de wooncrisis. Dat lijkt echt een vraag voor bij Wonen. Dan vroeg GroenLinks ook nog naar vertraging bij projecten. Spreker heeft in het algemeen iets over planningsoptimisme gezegd en dat geldt hier natuurlijk ook maar de suggestie die eigenlijk gedaan wordt is om te kijken of projecten beter in elkaar kunnen worden geschoven en kan daarin dus niet worden overgepland. Dat kan en dat gebeurt nu de facto ook. Dat geldt niet voor alle projecten want sommige projecten zijn echt volgordelijk met elkaar en niet alles is zo maar naar voren te halen want veel projecten vragen veel werk van te voren zoals bijvoorbeeld wegen en riolering. Maar dit lijkt wel bij uitstek een suggestie om mee te nemen in hoe kijken we naar het planningsoptimisme en zijn er nog kansen om bijvoorbeeld een soort flexibele lijst van projecten te hebben die je misschien een beetje naar voren zou kunnen trekken.
Daar zal naar worden gekeken maar spreker heeft nog niet echt een verwachting hoe dat eruit gaat zien. Dan vroeg GroenLinks naar de SPUK’s, of daar geld op de plank blijft liggen vanwege het capaciteitsgebrek. SPUK’s gaan vooral gepaard met allerlei voorwaarden. Er zit veel werk in het aanvragen maar er worden ook veel eisen over de monitoring gesteld. Het verantwoorden is intensief. Dus iedere SPUK zorgt er wel voor dat de gemeente veel meer tijd kwijt is met verantwoorden, tijd die niet kan worden besteed aan gewoon je werk doen. Dat is de reden dat het college ook uitgebreid lobbyt om het aantal SPUK’s te verminderen omdat het enorm is toegenomen de afgelopen jaren. Dat wordt breed gedeeld door bijna alle gemeenten in Nederland. Dit is een van de meest frustrerende en ergerlijke dingen in de VNG-commissie Financiën en het is een onderwerp dat ook bij het Rijk op de agenda staat maar nu het systeem er eenmaal is wordt gedacht van ik kan toch meer richting meegeven en zelf ook iets meer politiek bedrijven naarmate er steeds meer taken naar de gemeenten zijn gebracht. Dit is niet ideaal. De gemeente doet zijn best om zoveel mogelijk gebruik te maken van de SPUK’s voor waar het kan maar de gemeente kan daar niet altijd flexibel in zijn omdat de eisen vaak best wel rigide zijn. Misschien is het te overwegen om incidenteel en
structureel geld tegenover elkaar uit te ruilen maar eigenlijk is dit van een gedrocht een nog groter gedrocht maken. Hopelijk gaat het Rijk dus af van de SPUK’s en naar meer structurele financiering. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat de fractie van wat de wethouder net schetst heel veel terugkrijgt vanuit de stad, van subsidie ontvangende organisaties, dat de verantwoording zoveel tijd en capaciteit kost. Wellicht kan de gemeente dit ook zelf in het achterhoofd houden bij alles wat de gemeente vraagt van mensen die van de gemeente een subsidie ontvangen. Wethouder Schilderman geeft aan dat daar vrij recentelijk in een commissie over is gesproken of de gemeente daarin minder eisen kan hanteren. Het college kijkt daar inderdaad naar maar als het Rijk die eisen aan de gemeente stelt en de gemeente gaat met dat geld andere zaken subsidiëren dit een op een doorgaat maar als er kansen voor zijn zullen die zeker worden gebruikt. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat als de gemeente geen SPUK aanvraagt er ook geen werk aan is. Wethouder Schilderman zegt dat dit inderdaad een optie is en misschien een optie die ook wat actiever met de raad zou moeten worden besproken om dat niet te doen. Echter, vaak is de dynamiek in de raad dat als er een kans is om meer te doen eigenlijk altijd de wens is om meer te doen.
Zij wil het best bekijken maar heeft tot op heden nooit het gevoel gehad dat dit op veel steun kan rekenen in de raad. Mevrouw Ramaker (VVD) kent de SPUK in deze raad alleen maar uit de begroting en de jaarrekening want in de raadsvoorstellen staat nooit in de financiële paragraaf dat dit mede wordt gefinancierd door het Rijk via een SPUK. Misschien kan de wethouder daar ook meer op sturen? Wethouder Schilderman herkent dat beeld helemaal niet want er staat heel vaak in de financiële paragraaf dat iets komt vanwege rijksfinanciering en dat is ook vaak de uitleg waarom een maatregel incidenteel is en niet structureel omdat het geld van het Rijk heel vaak incidenteel is. Dus er staan altijd een paar regels in en meestal wordt dan de afkorting niet gebruikt wat misschien voor deze commissie ook beter zou zijn. Een specifieke uitkering of geld vanuit het Rijk staat er dan in en dat is ook een stukje leesbaarder maar geprobeerd zal worden om dit te doen. Dank daarvoor. GroenLinks vroeg hoe wordt gekeken naar ongelijk investeren en hoe ervoor kan worden gezorgd dat dit niet verkokerd wordt gedaan en of dit op meer plekken kan worden gedaan dan alleen binnen het domein maar ook tussen domeinen. Het is inderdaad belangrijk om meer dan alleen per domein te kijken.
Collega-wethouder Eerenberg heeft ook nog dit jaar een brief toegezegd want er is eerder gevraagd naar een soort uitvoeringsprogramma daarvan. Die brief ontvangt de raad dus nog. Dan vraagt GroenLinks kunnen we ook met de bril van impact kijken naar de bezuinigingen straks en hoe zorgen we ervoor dat kwetsbare inwoners niet te veel geraakt worden. De maatschappelijke effecten van voorgestelde bezuinigingen zullen in generieke zin in beeld worden gebracht en op basis daarvan kan de raad een afweging maken of dit een keuze is die de raad wil maken. Het college kijkt er dus met die bril naar en daar zal de raad uiteindelijk een uitspraak over moeten doen. De heer Claasen (GroenLinks) vraagt of de raad dan kan zien wat de samenloop bij een individueel huishouden doet want de kans is aanzienlijk dat wanneer je het generiek bekijkt niet in beeld is wat het doet bij een concreet huishouden. Dat zou de raad wel moeten wegen. Wethouder Schilderman denkt dat dat te veel gevraagd is. Hoe het met een individueel huishouden gaat op het gebied van inkomen, dat is geen informatie die de gemeente heeft. Dat is informatie van het Rijk. Dus het idee dat de gemeente dat op die manier in beeld kan brengen kan niet worden geleverd.
De heer Claasen (GroenLinks) vraagt of de gemeente zich een beeld kan vormen van individuele huishoudens waar verschillende geldstromen vanuit de gemeente, verschillende subsidies, verschillende hulpverleners die hierbij gaan bezuinigen over de vloer komen en dat straks niet meer doen. Dat zou GroenLinks heel graag willen zien.
Wethouder Schilderman geeft aan dat dit altijd interacteert met landelijke regelingen. De gemeente kan dat dus sowieso niet laten zien. Daarbij wordt er ook van uitgegaan dat de gemeente weet welk individueel gezin waarvan gebruik maakt en dat heeft de gemeente helaas niet op gezinsniveau beschikbaar. Dan de vraag van GroenLinks over hoe wordt omgegaan met het amendement rondom het sociaal domein. Dat zal het college doen conform het amendement. In eerste instantie is dat bij het schrijven van de begroting niet helemaal goed gegaan. Dat is niet omdat het college iets anders van plan is maar het komt omdat er een verkeerde tekstkopie is gehanteerd. Dat is nu ook hersteld maar de insteek van het college is nog steeds om dat conform dat amendement te doen. Hoe dat er precies verder uit gaat zien. Daarvan is aangegeven dat er een uitgangspuntennotitie komt aan het einde van het jaar. Dus daar zit de verdere informatie in en in de begroting ziet de raad grotendeels dezelfde informatie als bij de voorjaarsnota. Het CDA vroeg naar planningsoptimisme en specifiek om daar de schuldquote in mee te nemen en de consequenties van de rentestijging. Dat zijn inderdaad goede onderwerpen om mee te nemen. Dat is ook de worsteling die het college had bij de opstelling van de begroting want in de schuldquote is het planningsoptimisme niet meegenomen.
Daar zie je dus een enorme oploop terwijl die oploop waarschijnlijk een stuk langzamer zal gaan maar de wens van het CDA wordt heel goed begrepen om daar meer inzicht in te hebben en dit wordt bij de voorjaarsnota meegenomen. Het CDA vroeg naar de toevoeging bij de parkeerreserve. De storting rondom deze reserve is de reguliere werkwijze. Het CDA vroeg ook naar de bouwleges. Daarvoor is de risicoafweging. Er wordt een enorme piek aan aanvragen gezien in de bouwleges vanwege de komende Omgevingswet en dat is de aanleiding om dat in ieder geval te doen. Dat maakt dat wordt ingeschat dat de gemeente volgend jaar minder inkomsten aan vergunningen zal hebben omdat die allemaal een stukje naar voren zijn gekomen. Dan vroeg het CDA waarom het resultaat niet realistischer zou kunnen zijn, waarom dat wordt gedaan via de bestuursrapportage en moet dan niet een beter gesprek worden gevoerd over de reserves. De raad maakte vaker een punt over het rekeningresultaat. Spreker deelt dat maar daarbij moet ook worden aangegeven welke zaken impact hebben op het rekeningresultaat, bijvoorbeeld de wisselende inkomsten van het Rijk is daar een heel belangrijke in. Daarna is het de vraag hoe het college een zuiver rekeningresultaat kan laten zien. Dat is eigenlijk pas te zien na de bestedings- en dekkingsvoorstellen. In de jaarstukken van vorig jaar waren dat er meer dan 100.
Daarom is een nieuw voorstel gedaan zodat een zuiverder jaarresultaat kan worden gepresenteerd omdat veel zaken in het jaarresultaat specifiek gekoppeld zijn aan verschillende onderwerpen. De raad ziet dat terug in de bestedings- en dekkingsvoorstellen en daardoor lijkt het bedrag enorm. Een van de dingen die daarbij helpt is de specifieke reserve die spreker eerder heeft genoemd. Dat is dus de aanleiding om die reserve te maken. De heer Van Steeg (CDA) kan zich daar iets bij voorstellen want de fractie wil een resultaat zien dat overeenkomt met wat er in een jaar gebeurd is. De vraag was echter specifiek waarom daar het raadsvoorstel voor de Tweede Bestuursrapportage voor gebruikt wordt. Is dat echt puur om in 2023 zo’n resultaat te laten zien? Dan moet daar eerder een discussie over worden gevoerd en daarin meenemen de nota Reserves omdat ook de rekenkamer daar een aantal dingen over heeft gezegd want er zijn daadwerkelijk wel een aantal dingen om over te praten, mede in het licht van de investeringen die beoogd zijn voor de komende jaren. Wethouder Schilderman legt uit dat dit erin is gezet omdat het college dit een uitwerking vond van vragen die de raad vaak eerder heeft gesteld. Vervolgens is dit uitgewerkt in het gehele voorstel. De heer Van Steeg (CDA) mist dan de onderbouwing want dit is puur een opsomming van 16 posten met het Gemeentefonds.
Waarom komt dat aan de behoefte van de raad tegemoet en waarom zijn
juist deze posten daarvoor beoogd? De vraag blijft waarom hiervoor de Tweede Bestuursrapportage is gebruikt en niet eerder de begroting. Eigenlijk zou eerst nog een meer fundamentele discussie moeten worden gevoerd over hoe met reserves moet worden omgegaan. Wethouder Schilderman geeft aan dat de enige waarschuwing die het college doet deze reserve is. Alle andere onderdelen zijn conform de reguliere systematiek en er is één nieuwe reserve. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat dit dus een wijziging is in de systematiek en het is gek om dat in deze bestuursrapportage te doen. Die reserves gaan de komende jaren oplopen want er komen enorm veel investeringen of in ieder geval gaat er veel meer in gewijzigd worden dan de jaren hiervoor. Dat is ook een reden om daar nog eens goed naar te kijken en de opmerking die de rekenkamer heeft gedaan over de toelichting in de reserves, hoe die worden gebruikt en waarom die worden gebruikt. Dat zijn 3 goede redenen om nog eens te kijken naar de nota Reserves die 4 jaar oud is en ook bij de vorige nota Reserves is na 4 jaar gezegd laten we daar nog eens naar kijken. Toen stond het jaartal gewoon vast en nu staat het open. Dat zijn voldoende redenen om de nota Reserves tegen het licht te houden of om in ieder geval een fundamentele discussie in de raad te voeren over hoe met reserves wordt omgegaan.
Wethouder Schilderman begrijpt dat er bij het CDA een sterke behoefte is om een algemene discussie over de reserves te voeren. Als de fractie daar informatie bij nodig heeft helpt spreker daar graag bij. Het college heeft het idee dat de nota Reserves conform wens werkt. Er is hier een ambitie gezien, ook op basis van vragen die gesteld zijn, en op basis daarvan heeft het college dit voorstel gedaan. Als het CDA aangeeft dat zij daar meer informatie bij nodig heeft want er zijn specifieke onderwerpen waarom we die nota tegen het licht willen houden, dan wordt de fractie daarbij geholpen. Dat kan worden besproken met elkaar. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft niet zozeer behoefte aan informatie maar wil een actualisatie van de reserves en voorzieningen. Wethouder Schilderman legt uit dat financieel de reserves altijd al worden aangepast conform de werkwijze. Op het moment dat partijen een aanpassing van de nota zouden willen hoort zij graag op welke wijze die dan zou moeten worden aangepast want dan kan daar een voorstel over worden gedaan. Het college heeft tot nu toe het idee dat het goed werkt en in de opmerkingen die gemaakt zijn vanuit de rekenkamer wordt ook heel veel ondersteuning gezien in de werkwijze en vooral heel veel toelichting. Daar is de afgelopen weken ook uitgebreider over gesproken.
Mevrouw Assen (PvdA) constateert dat de wethouder de conclusies van de rekenkamer aanhaalt maar wat de accountant de raad heeft meegegeven is niet helemaal in lijn met hoe de wethouder nu reageert. Kan zij daar dan ook op ingaan? Wethouder Schilderman zegt dat hier dan in de tweede termijn ook op moet worden teruggekomen want spreker heeft het idee dat alles redelijk volgens de reguliere werkwijze wordt gedaan. Als daar toch licht tussen zit zal ze kijken of iemand daar nog een beeld bij kan vormen. D66 stelde een vraag over de investeringsagenda. Die is groter de komende jaren en hoe gaat dat ook in relatie tot de wereld buiten. De groei van de stad leidt ook tot een groei van het investeringsprogramma maar zeker de inzet van SPUK’s en de groei van taken vanuit het Rijk leidt ook tot een heel grote toename en er zijn inderdaad risico’s van schaarste aan personeel en hogere bouwkosten en de stijgende rente. Dat is de aanleiding dat dit verder tegen het licht wordt gehouden. In de regeling Risicovolle projecten is dat ook juist een van de onderwerpen die bij de grote projecten ook benoemd zijn. De Partij voor de Dieren vroeg naar de algemene dekkingsreserve en of dit beter kan worden ingezet. De algemene dekkingsreserve is resultaten tussen jaren schuiven en in principe komt die altijd uit op nul want het ene jaar wisselt ten opzichte van het andere jaar.
De Partij voor de Dieren vroeg naar de ambitie over groen. Past dat nou helder genoeg en in hoeverre is de post extra groen afdoende om dit te realiseren. Dat is een vraag die zal worden doorgeleid. De Partij voor de Dieren vroeg naar de rioolheffing, of dat onderzoek niet sneller kan. Spreker snapt het ongeduld van die fractie. Daar is ook over gesproken in het debat over de afvalstoffenheffing. Daar komt vrijdag nog een brief over, als het goed gaat, en dat is ook toegezegd. Daar staat ongeveer in dat het college de raad daarover in het eerste kwartaal 2024 meer over zal informeren en dat ernaar wordt gestreefd om dat onderzoek al volgend jaar uit te voeren en af te ronden. Dat kan dan wellicht aanleiding zijn voor de raad om verder mee te geven wat het college mee kan nemen in het onderzoek. De Partij voor de Dieren ging in op het budgetrecht van de raad en of het ook een budgetrecht van de raad is. Toen werd ingegaan op een meevaller waarover bij de voorjaarsnota is gesproken. Inderdaad is het budgetrecht een recht van de raad. Spreker geeft altijd een oordeel over de haalbaarheid van een motie of amendement en dat doet zij in brede zin financieel, juridisch en beleidsmatig. Daarbij houdt zij zich aan de financiële spelregels die de raad heeft vastgesteld.
Een van die spelregels is dat meevallers en tegenvallers integraal bij de voorjaarsnota worden afgewogen en het voorstel wat daar eerder in zat, ook vanuit de Partij voor de Dieren, van waarom heeft het college daar niet positief over geadviseerd. Dit was namelijk in tegenspraak met de financiële spelregel die de raad aan het college heeft meegegeven. Als de raad die financiële spelregel niet zou geven, iedere meevaller klinkt dan erg leuk want dan is er ruimte om iets extra’s te doen en iedere tegenvaller is een probleem maar daar wordt nooit lopende het jaar een oplossing voor gevonden. Daarom heeft de raad ook vastgesteld dat dit bij de voorjaarsnota wordt gedaan want dan kunnen eerst de mee- en tegenvallers tegen elkaar worden weggestreept om daarnaar te kijken hoeveel ruimte er nog is voor nieuwe en aanvullende wensen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat er toen werd gesproken over de voorjaarsnota. Er was toen een meevaller die niet besteed werd en toen kon de raad zelf beslissen van geven we het nu uit of gaan we het doorschuiven naar de volgende voorjaarsnota. Dus die spelregel van het moet automatisch doorschuiven snapt spreker niet want het was nog niet bestemd in die voorjaarsnota.
Wethouder Schilderman legt uit dat een meevaller in het lopende jaar altijd terugkomt bij de voorjaarsnota van het volgende jaar, ook als die zich bijvoorbeeld in februari voor het uitkomen van de voorjaarsnota van dat jaar heeft voorgedaan want dan heeft die zich voorgedaan in het lopende begrotingsjaar en dat speelde in dit geval ook. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vraagt waar deze spelregel staat. Wethouder Schilderman geeft aan dat deze spelregel sowieso in het coalitieakkoord heeft gestaan maar het is ook een spelregel, en die is ook aangenomen per motie, die eigenlijk altijd gehanteerd wordt. Wat wel wordt gesnapt van de Partij voor de Dieren is kan je dat allemaal bijhouden als het op verschillende plekken staat. Daarom is het misschien verstandig om te kijken of dit nog wat duidelijker kan worden uitgeschreven met elkaar. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt het fijn dat de spelregels gaan worden beschreven want met het feit dat het in het coalitieakkoord staat neemt zijn fractie geen genoegen. Dat is in ieder geval een spelregel waar hij niet mee instemt.
Wethouder Schilderman geeft aan dat alles waar de raad in meerderheid mee instemt het beleid is waar het college zich aan te houden heeft en natuurlijk kunnen individuen daar anders over denken maar het beleid van de meerderheid van de raad is het kader waar zij zich aan te houden heeft en dat is het kader waarop zij adviseert. In de adviescommissie was ook het idee om te kijken of de verordening ook nog passend is. Daarom zal in de volgende adviescommissie met elkaar worden gesproken over op welke vlakken er allemaal onduidelijkheid is en hoeveel werk dat vraagt om dat
verder uit te schrijven met elkaar en er wordt in ieder geval voor die tijd zoveel mogelijk op papier gezet. De PvdA vroeg hoe de sociale basis geland is op het stadskantoor. Het is echt heel serieus opgepakt en er bestaat ook geen onduidelijkheid over wat er bedoeld is met dat amendement, namelijk dat de eerste vier gewoon staan en dat op het moment dat je bij de vijfde aankomt dan inderdaad anders gaat kijken en dat zijn ook de principes waar later dit jaar in de uitwerking op teruggekomen wordt. De PvdA vroeg naar het ravijnjaar 2026, namelijk of er al iets meer kon worden gezegd over wat de gevolgen daarvan zijn. Dat is een soort afweging van in hoeverre wil je daarop vooruitlopen. Conform het advies van de VNG en de wens van de raad laat de gemeente een tekort zien. Spreker gaat er niet op vooruitlopen of alvast extra moet worden bezuinigd want welke prikkel is er dan nog voor het Rijk om het probleem dat zij gecreëerd heeft op te lossen. Er zat ook gedeeltelijk de vraag in of dit is bemoeilijkt omdat het kabinet is gevallen. Dat is inderdaad het geval. Met een nieuw kabinet zal het gesprek opnieuw weer vormgegeven moeten worden en dit zal de gemeente dus ongetwijfeld raken. Aan de andere kant, als alle partijen hier een politiek onderwerp van maken bij hun eigen landelijke partij, voor zover daar sprake van is, helpt dat wellicht straks.
Strijd ervoor, voor zover u dat nog niet gedaan heeft, om het in het programma te krijgen en stuur je nieuwe Tweede Kamer-fractie ook op pad met de boodschap dat dit opgelost moet worden is haar oproep. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat de minister in het recente debat er wel op is ingegaan maar zorgt dit voor iets meer duidelijkheid richting gemeente? Wethouder Schilderman antwoordt ontkennend want door de Kamer is de hele systematiek vanaf 2026 controversieel verklaard. Daardoor gaat er op dit moment vrij weinig gebeuren. Dat is een vooren een nadeel. Het voordeel is hoe het erbij stond was niet helemaal geweldig maar het nadeel is ook dat er dus nog langer onzekerheid is. De PvdA vroeg naar hoe maken we keuzes in Groei in balans en wat doen we nou als daar iets sneuvelt. Ook binnen Groei in balans vindt die overprogrammering plaats. Dus als er iets sneuvelt wordt dat opgevangen door een ander project binnen hetzelfde beleidsterrein maar er wordt niet tussen de verschillende beleidsbudgetten geschoven want als er bijvoorbeeld een overschot is op groen wordt dit niet ingezet voor mobiliteit en andersom. Het college denkt dat wanneer dat zou gebeuren wellicht geld efficiënter kan worden besteed maar dan wordt het budgetrecht van de raad geraakt en dat doet het college dus ook niet.
De PvdA vroeg of nog moet worden gekeken naar de grondexploitaties in Leidsche Rijn en in het stationsgebied. In de scenario’s die eraan komen zal worden gekeken of daar nog verdere ruimte is maar de winsten die daarin zitten worden tussentijds afgerond en jaarlijks betrokken bij de voorjaarsnota. Het is ook heel goed om daar bij de komende voorjaarsnota naar aanleiding van dit signaal weer naar te kijken van moeten we daar nog iets extra’s in doen. In principe zit dat in de werkwijze maar er zal nog een keer extra met het boze oog naar worden gekeken. Dan vroeg Student & Starter of er minder reserves kunnen worden gemaakt en dat meer besteden aan de doelstelling van het coalitieakkoord en of daar een scenario voor kan worden gemaakt. Bij de voorjaarsnota zou misschien kunnen worden gekeken of er nog ergens een kans zit in een van de reserves. De reguliere werkwijze wordt gehanteerd en er is niet per se aanleiding om te denken dat er iets in zit maar op het moment dat er iets in zit zal het college dat zeker niet achterwege laten. Op dit moment wordt ook breed binnen de hele organisatie geïnventariseerd wat alle kansen zijn die er zijn. Het ligt dus in de reden om ook daarnaar te kijken. Student & Starter vroeg of het de gemeente zou helpen om anticyclisch te begroten in de stad.
Vanuit de economische theorie denkt spreker daar heel veel over maar het gaat erom in welke mate is de gemeente in staat om anticyclisch te begroten gezien het feit dat de gemeente in zulke mate afhankelijk is van middelen die vanuit het Rijk komen. De gemeente slaagt daar dus alleen in als het Rijk ook anticyclisch gaat begroten. Tenzij het Rijk dat doet ziet zij daar dus niet veel kans in tenzij de
raad zou zeggen dat er heel veel gefluctueerd moet worden met de lasten want dan zou je het wellicht op die manier kunnen doen maar dat staat weer op gespannen voet met het coalitieakkoord. Dus dat zal het college dit niet voorstellen. Dan vraagt Student & Starter naar waarom de algemene dekkingsreserve daalt. Daar zijn 2 oorzaken voor. Het rekeningresultaat wordt toegevoegd en conform de bestemmings- en dekkingsvoorstellen weer uitgegeven. Daarnaast worden de saldi over de jaren geëgaliseerd en het is dus geen doelstelling om de extra middelen in te houden met het idee dat het uiteindelijk juist over de jaren gelijk is. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of de wethouder zou kunnen toezeggen dat er in het vervolg meer duidelijkheid wordt gegeven over de dekkingsreserve. Wethouder Schilderman zal kijken of daar de volgende keer meer tekst aan kan worden toegevoegd maar in principe is het gewoon de werkwijze om te egaliseren over de jaren heen. Student & Starter gaat op een aantal vlakken komen met indicatoren. Zij is daar heel erg benieuwd naar, ook om te zien waar verbetering nodig is, maar juist is gezegd dat die indicatoren moeten volgen uit het beleid. Dat is gezegd bij de beleidstandaard, namelijk bij het beleid kijk je welke indicator hoort daarbij zodat er vervolgens een duidelijke verbinding is tussen de beleidscyclus en de begrotingscyclus.