CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag PB VBF 24 oktober 2023

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 30 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen24.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën inzake de Programmabegroting 2024 D.D. 24 oktober 2023 Datum verslag Locatie Verslag door Vaststelling verslag

27 oktober 2023 Stadhuis, raadzaal Hans Kammeraad (Kammeraad Tekstservice)

Aanwezigen: Avondvergadering De voorzitter, de heer R. Peters, en van het college de wethouder mevrouw S. Schilderman en voorts de leden: de heer F. Claasen (GroenLinks), de heer J. Vasters (D66), mevrouw H. Assen (PvdA), de heer J. Raaymakers (PvdA), mevrouw M. Ramaker (VVD), de heer J. Vintges (VVD), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), de heer R. Snijder (Student & Starter), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw J. Zwinkels (CDA), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren), de heer R. van de Graaf (ChristenUnie), de heer I. Simşek (DENK) en van de griffie de commissiegriffier mevrouw D. Rijnders en de commissiesecretaris. 1. Opening De voorzitter opent de vergadering om 20:00 uur en heet iedereen welkom. Vanavond wordt de programmabegroting 2024 en de bijbehorende raadsvoorstellen besproken. De gemeenteraad besluit tijdens de raadsvergadering van 9 november over de programmabegroting en de bijbehorende raadsvoorstellen. Mededelingen Mevrouw Assen (PvdA) deelt mee dat zij gedurende 1,5 week de heer Van der Zweth vervangt. De voorzitter zegt dat een afmelding is ontvangen van de PVV, BIJ1 en VOLT. Het college heeft geheime stukken meegestuurd maar er is geen verzoek ontvangen om de geheime stukken te bespreken. 2.a.

Raadsvoorstel Programmabegroting 2024

2.a.1

Raadsbrief Beantwoording raadsvragen en erratum Programmabegroting 2024 en Tweede Bestuursrapportage 2023

2.a.2

Raadsbrief Erratum Programmabegroting 2024

2.a.3

Raadsbrief Nazending Beantwoording schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2024 en Tweede Bestuursrapportage 2023

2.b.

Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2023

2.c

Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 2024

2.d

Raadsvoorstel Verordening begraafplaatsrechten 2024

2.e

Raadsvoorstel Verordening brug- schut - en havengelden 2024

2.f

Raadsvoorstel Verordening hondenbelasting 2024

2.g

Raadsvoorstel Verordening leges 2024

2.h

Raadsvoorstel Verordening leges omgevingsvergunning 2024

2.i

Raadsvoorstel Verordening marktgelden 2024

2.j

Raadsvoorstel Verordening Parkeerbelasting 2024

2.k

Raadsvoorstel Verordening Precariobelasting 2024

2.l

Raadsvoorstel Verordening Rioolheffing 2024

De voorzitter geeft aan dat vanavond de financiën van de begroting in 2 termijnen worden besproken. Daarbij wordt de gebruikelijke spreekvolgorde bij begrotingsdebatten gehanteerd. Hieraan voorafgaande geeft hij het woord aan de voorzitter van de Adviescommissie Controle en Financiën, mevrouw J. Zwinkels. Mevrouw Zwinkels wil allereerst namens de adviescommissie alle ambtenaren bedanken die zo hard aan de nieuwe opzet van de programmabegroting hebben gewerkt om de leesbaarheid te vergroten. Vanuit de adviescommissie wordt voor de volgende 3 onderwerpen aandacht gevraagd. Ten eerste wederom aandacht voor de realisatiekracht van de ambities in de begroting. Dit is een terugkerende discussie in de raad. Er wordt volgens de adviescommissie elk jaar veel geld vooruitgeschoven en in hoeverre is de begroting de komende jaren uitvoerbaar? Gaan alle gewenste investeringen wel worden uitgevoerd en hoe wordt voorkomen een stapeling van opgaven, ambities en taken en welke concrete stappen kunnen worden uitgevoerd om hier zicht op te krijgen? Ten tweede, bij de behandeling van de voorjaarsnota 2023 zijn scenario’s toegezegd voor de bezuinigingen in verband met het tekort vanaf het jaar 2026.

De adviescommissie vindt het belangrijk dat tussen nu en de voorjaarsnota van volgend jaar, 2024, het een goed moment is om de uitgangspunten te delen met de gemeenteraad zodat daar met elkaar over kan worden gesproken. Bij het raadsvoorstel Sturen en verantwoorden is dit ook gedaan en dit zou hier ook goed kunnen werken. Ten derde, de leesbaarheid van de programmabegroting. Die is sterk verbeterd en de invoering van het nieuwe beleidskader gaat nog verder bijdragen is de verwachting van de adviescommissie. De griffie zal na de raadsbehandeling een evaluatie uitzetten. Graag wordt nog aandacht gevraagd voor de volgende 2 punten ten aanzien van de leesbaarheid. Allereerst hoe worden met elkaar duidelijke indicatoren geformuleerd in de beleidsnota’s. Dat is namelijk niet heel makkelijk gebleken in het verleden en hoe gaat dit nu wel gerealiseerd worden? Tot slot, de investeringen en de bijbehorende kapitaallasten zijn een groot onderdeel van de programmabegroting. Tijdens de zomersessie is hier gesproken over het thema Grip op investeringen samen met de ambtelijke organisatie en de meerjarenplannen zoals de MPR kunnen nog echt qua leesbaarheid worden verbeterd naast bijvoorbeeld de spelregels bij de onderbesteding op de investeringen. Begrepen is dat aan verbetering wordt gewerkt en de adviescommissie onderschrijft dat dit de reden is van de thema’s.

Zij spreekt haar hartelijke dank uit aan mevrouw Rijnders die de adviescommissie weer heeft geholpen bij de voorbereidingen van deze reflectie. De voorzitter geeft aan dat de wethouder deze vragen zal beantwoorden in de eerste termijn. Mevrouw Ramaker (VVD) constateert dat de begroting voor 2024 minder pagina’s telt en meer inzicht biedt in wat vrije speelruimte is voor de gemeente en wat wettelijk of anderszins vastligt aan afspraken. Daar wil de VVD complimenten voor uitspreken. Het is ook fijn om te ervaren dat het college, en specifiek de wethouder Financiën, meedenkt met de raad en naar meer sturing en verantwoording. In de vorm van de begroting is zeker een slag gemaakt. Alleen, over de inhoud van de begroting maakt de VVD zich wat zorgen. Zorgen over het gegeven dat jaar in jaar uit meer begroot wordt dan gerealiseerd. Dus dat meer geld wordt bestemd voor ambities, projecten, opgaves, ontwikkelingen dan uiteindelijk concreet zichtbaar wordt. Dat werd net ook al door de voorzitter van de adviescommissie gezegd en zichtbaar en concreet voor de raad en voor de inwoners. Keer op keer blijft er veel te veel geld op de plank liggen en gezien worden jaarrekeningen met positieve saldo’s van enkele miljoenen. De VVD vindt dat het anders moet en zeker ook anders kan. Anders moet omdat het niet zo is dat de inwoner moet opdraaien voor zaken die eigenlijk helemaal niet hoeven.

Hoe draait de inwoner hiervoor op? Daarvoor verwijst zij naar pagina 220 van de begroting 2024. Daar staan de kengetallen en een van die kengetallen is de belastingcapaciteit woonlasten meerpersoonshuishoudens. De VVD schrikt echt van dit kengetal. Daar staat namelijk 119,6% en dat betekent dat inwoners met een koopwoning en bijvoorbeeld een gezin meer kwijt zijn aan lokale lasten dan gemiddeld in Nederland. Landelijk zit het percentage ongeveer op 103% maar de raad treft dit al jaren rond de 110% en nu met een uitschieter naar 119. Het gaat de VVD niet specifiek om die uitschieter in 2024 maar keer op keer de druk op de ozb-knop want de ozb-knop bestaat uit 2 waarden, namelijk de WOZ-waarde en de vrij in te vullen waarde. Daar zit de crux, in die vrij in te vullen waarde, want daar kan het college zeggen deze keer verhogen we het met zoveel procent, dat is ook zo gebeurd in 2021, of we gebruiken nu de inflatie en de VVD ziet dat lukraak extra op de ozb-knop drukken zonder een echte visie. Waarom wordt met die vrij in te vullen waarde zo omgegaan? Als je dat doorredeneert betaalt iedereen met een eigen woning mee terwijl jaar op jaar laat zien dat er eigenlijk genoeg geld is want er blijft geld op de plank liggen.

Daarom ook de vraag waarom blijven drukken op die lokale lastenknop? Wat is de visie van het college hierop en is de wethouder het met de VVD eens dat er echt een visie moet komen op het heffen van lokale belastingen en dan specifiek op die vrij in te vullen waarde? De heer Vasters (D66) hoort mevrouw Ramaker spreken over een visie op de ozb en in de breedte de belastingen. Wat is de visie van de VVD op die belastingen? Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat die heel simpel is, namelijk niet meer drukken op de ozb-knop. De heer Vasters (D66) hoort mevrouw Ramaker eerder in haar betoog zeggen dat het minder zou moeten zijn en de gemeente ook dingen minder moet gaan doen. Welke zaken zou mevrouw Ramaker voorstellen om in de begroting 2024 weg te halen om die belastingverlaging te kunnen laten gebeuren? Mevrouw Ramaker (VVD) stelt het helemaal niet te hebben gehad over iets minder doen. Zij heeft alleen maar aangegeven dat jaar in jaar uit geld op de plank blijft liggen maar dat tegelijkertijd de raad/de inwoner met een eigen koopwoning wordt gevraagd om bij te dragen omdat er bepaalde ambities moeten worden gehaald. De VVD vindt dat je eerst moet kijken van waarom heffen we de ozb, wat is onze visie daarachter, is dat lukraak de ene keer wel de andere keer niet? Dat kengetal staat ook op rood en dat betekent dat te ver is doorgedraaid.

De heer Vasters (D66) hoort de VVD zeggen van het wordt lukraak omhoog en omlaag gedaan maar het is heel duidelijk geweest dat er aan het begin van deze coalitieperiode een verhoging is geweest.

Daarbuiten is er geen verhoging van de ozb en ook niet in de plannen, behalve dan de inflatie. Is dat ook het beeld dat de VVD heeft? Mevrouw Ramaker (VVD) heeft het beeld dat er in 2024 fors is verhoogd, namelijk met 24%, omdat er een aantal ambities gerealiseerd moesten worden volgens het college. De VVD denkt dat het niet nodig was want er was blijkbaar geld, anders houd je geen geld over. De VVD heeft wat verder nagedacht over dit kengetal en dit ook laten uitzoeken maar sowieso wordt gezien dat het kengetal veel te hoog is. Die 119% is veel te hoog ten opzichte van de 103% wat het landelijk gemiddelde is maar ook wordt gezien dat bepaalde gemeenten veel consistenter zijn in wel of niet aan de ozb-knop draaien. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt waarom het landelijk gemiddelde zo heilig is voor de VVD. Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat het kengetallen zijn, indicaties van hoe gemeenten het landelijk doen. Het is vergelijkingsmateriaal en er wordt gezien dat de gemeente elk jaar te veel vraagt aan belastingcapaciteit voor meerpersoonshuishoudens. Mevrouw Assen (PvdA) is van mening dat het klopt dat de gemeente meer dan gemiddeld vraagt. Dat doet de gemeente wel op meer terreinen maar dit is ook een economisch welvarender regio in Nederland dan gemiddeld. Dus in die zin is het misschien ook positief om iets af te wijken van het gemiddelde maar daar doet de gemeente ook dingen mee.

Dus wat zegt de VVD dan, in aanvulling op de vraag van D66, wat de gemeente niet meer hoeft te doen? Mevrouw Ramaker (VVD) wil een onderbouwing van waarom per se aan de ozb-knop moet worden gedraaid terwijl de gemeente ook reserves heeft. Waarom gaat daar niet naar worden gekeken? Elk jaar wordt gemiddeld 40 miljoen overgehouden. Waarom gaat niet worden gekeken naar hoe kunnen we realistisch begroten? Mevrouw Assen (PvdA) vindt het laatste een prima vraag maar de VVD wil nog veel meer bezuinigen. Ook bij het debat over de voorjaarsnota die na 2026 gepland staat. De VVD is er voorstander van dat dit nu al allemaal wordt ingeboekt maar dan kan de VVD niet overeind houden dat er altijd geld over is en dat het dus allemaal niet nodig is. Mevrouw Ramaker (VVD) houdt zich aan de cijfers die er staan. Naast de inhoud waar de raadsleden de komende dagen ook met elkaar over in gesprek gaan als commissies ziet spreker hier vooral voor de financiële strategie, hoe je een financieel huishouden wilt runnen als gemeente en de inbreng van de VVD is: stop met het draaien aan de ozb-knop. Mevrouw Kendir (Student & Starter) hoort de VVD steeds spreken over een stijging met een percentage maar het is belangrijk dat de raadscommissie scherp heeft waar het over gaat. Het gaat om woningen waarvan de WOZ-waarde stijgt met een bedrag van ongeveer € 35 per maand.

Dat is voor een inwoner in Utrecht te overzien en de gemeente kan juist daarmee weer ambities realiseren die broodnodig zijn in de stad. Mevrouw Ramaker (VVD) houdt zich vooral bezig met het financiële huishouden, dus met de inkomsten en uitgaven die in de gemeente omgaan, en er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ook hoe de gemeente zijn inkomsten genereert en de VVD is er voorstander van dat als de gemeente geld op de plank heeft liggen en reserves heeft, dat daar ook kritisch naar moet worden gekeken. Mevrouw Kendir (Student & Starter) stelt dat er voor een gemeente maar beperkte knoppen zijn waaraan kan worden gedraaid. Natuurlijk moet de gemeente geen geld oppotten maar er zijn voldoende opgaven die gedaan kunnen worden. Het is een beetje lastig dat de VVD steeds praat over cijfers en percentages terwijl als het gaat om hoe het uiteindelijk de portemonnee van de inwoner raakt is dat nog te overzien. Mevrouw Ramaker (VVD) blijft van mening dat er relatief veel wordt gevraagd van de inwoner. Dat kengetal staat op rood, dat is een alarm van er wordt meer gevraagd van de inwoners dan het landelijk gemiddelde en is dat ook terecht? De VVD denkt van niet.

Zij wil nog even stilstaan bij de afvalstoffenheffing, ook een lokale belasting en de verdeling naar 4 klassen. Er wordt gesteld in de begroting dat het een eerlijke verdeling is van de lasten maar de vraag is waarom dat zo is want het is niet vanuit het perspectief van een meerpersoonshuishouden. Waarom moet het college per se aan inkomenspolitiek doen op deze heffing? Haar fractiegenoot zal nog inhoudelijk terugkomen op deze heffing. De heer Van Steeg (CDA) memoreert dat de VVD wees op pagina 220 maar dat rode nummer wordt voor een belangrijk deel verklaard door de gedifferentieerde afvalstoffenheffing en dat de gemeente dit op dit moment doet is heel onverstandig. Mevrouw Ramaker (VVD) is blij dat het CDA deze vraag stelt want dat had de VVD ook al geconstateerd en dat is de reden waarom nog een keer extra de knop wordt gebruikt. De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat in een eerdere commissie juist is gesproken over de gevarieerde afvalstoffenheffing. De raad heeft daar in meerderheid om verzocht omdat de raad dit eerlijker vond. Moet deze discussie hier nog een keer worden gevoerd? Mevrouw Ramaker (VVD) ging het meer om het zinnetje dat het eerlijk is en de VVD wil een punt maken dat het voor meerpersoonshuishoudens niet eerlijk is. De heer Claasen (GroenLinks) constateert dat het kan zijn dat de VVD en GroenLinks soms andere meningen hebben over wat eerlijk is.

De heer Vasters (D66) kent ook het kengetal waar mevrouw Ramaker het over had. Het kengetal voor meerpersoonshuishoudens gaat inderdaad omhoog maar als datzelfde kengetal op eenpersoonshuishoudens had geslagen was het naar beneden gegaan. Het is dus maar net waarnaar gekeken wordt wat bepaalt of dat kengetal omhoog of omlaaggaat. Mevrouw Ramaker (VVD) wil D66 in herinnering brengen dat zij zich heel hard heeft gemaakt bij de afvalstoffenheffing dat de VVD niet zo verheugd was over deze eerlijke verdeling. De ozb komt vooral terecht bij inwoners met een eigen huis, met een gezin of met meerdere mensen in een huis wonen. Die worden door de ozb extra getroffen. De heer Vasters (D66) stelt dat het op dit moment zo is dat een gezin met 4, 5 of 6 leden in een huishouden ongeveer 30% meer betaalt dan iemand die in zijn eentje woont. De VVD zegt dat dit eerlijker is dan een systeem met 4 tariefklassen. Waarom is dat zo eerlijk dat een gezin met 5 of 6 leden slechts 30% meer betaalt dan iemand in zijn eentje? Mevrouw Ramaker (VVD) vindt dat het woord eerlijk wordt omgedraaid. Zij geeft steeds aan dat de druk op de portemonnee van inwoners met een eigen huis groter is geworden en niet lager en dat de afvalstoffenheffing daar nog even een duwtje tegenaan heeft gegeven. De VVD vindt dat niet eerlijk. Geloofwaardigheid staat of valt bij realistisch begroten.

De VVD heeft ook net gesteld dat het eigenlijk niet voor de inwoners is te vatten dat keer op keer geld wordt overgehouden maar dat wel wordt gestuurd op een korting in de komende jaren. Er wordt nu ook in de begroting 2024 gezien dat het tekort voor 2026 en 2027 is begroot, dat was in de voorjaarsnota niet zo, en er worden nu ook enorme budgetten doorgeschoven, namelijk 26 miljoen reservemutaties naar volgende jaren. Die reservemutaties liggen allemaal vast en dat kan niet voor wat anders ingezet worden zoals onverwachte tegenvallers of risico’s die niet waren voorzien. De reserves zijn fors en voor de jaren 2023 en 2024 wordt er wel wat geld uitgehaald maar ze zijn nog steeds fors. De VVD vindt het zorgelijk dat alles wordt toegedekt met reserves en fondsen. Er is nu ook een voorstel voor het Gemeentefonds van het college maar dat gaat ten koste van de financiële wendbaarheid. Als er een forse tegenvaller komt moeten er allemaal ingewikkelde trucs worden uitgehaald door iets uit een reserve of een fonds te halen. Het ligt meer vast. Naast het eens kritisch kijken naar het verhogen van de lokale lasten van waarom willen we dat zo vindt de VVD dat ook kritisch gekeken moet worden naar het aantal reserves en het onttrekken daaruit, daar moet meer een visie, een beleid op komen.

De heer Claasen (GroenLinks) hoort dat mevrouw Ramaker zegt dat te veel reserves ten koste gaat van de financiële wendbaarheid maar juist als de gemeente reserves heeft kunnen tegenslagen worden opgevangen. Reserves helpen juist voor de wendbaarheid en in dat opzicht is het dus een goede begroting. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat dit zeker zou kunnen in een wereld vol zekerheden maar de wereld is vandaag de dag best onzeker. Er is bijvoorbeeld net een energiecrisis achter de rug en niet bekend is wat er nog meer gaat komen maar onverwachts komt er best veel op de gemeente af en als je dat allemaal gaat oormerken in reserves en fondsen legt je dat dus vast maar er zou ook kunnen worden gezegd dat er veel meer gebruik moet worden gemaakt van de algemene reserve. Dat is veel simpeler. De heer Van Steeg (CDA) is het wat betreft de reserves geheel eens met de VVD, zeker wat betreft de 26 miljoen die in de Tweede Bestuursrapportage staat. De rekenkamer heeft recent een rapport gestuurd over de reserves en de nota Reserves bestond al in 2019. Misschien zou daar nog eens naar worden gekeken van hoe reserves moet worden omgegaan, zeker in het licht van de fors oplopende investeringen in de komende jaren. Hoe ziet de VVD dat? Mevrouw Ramaker (VVD) gaat door met haar betoog want het CDA neemt haar de woorden uit de mond.

Aan de wethouder een vraag of er een visie of een actualisering kan komen op de vorming van reserves en voorzieningen en dat ook passend is bij realistisch begroten. De raad zou het daar breed over moeten kunnen hebben van hoe gaat het financiële huishouden zo worden georganiseerd dat de gemeente en wendbaarder is en realistischer. De heer Van Steeg (CDA) is het daar helemaal mee eens maar deelt de VVD dan ook zijn mening dat het besluit dat voorligt in de Tweede Bestuursrapportage om 15 reserves te gebruiken om de mutaties in op te vangen een beetje prematuur is en nogal ad hoc aandoet in het licht van de discussie over planningsoptimisme die de raad breed aan het voeren is? Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt bevestigend. Ambities en scherper prioriteren heeft de VVD keer op keer genoemd. Vooral de financiële wendbaarheid, de raad moet nadenken en kijken hoe die kan worden vergroot en daarnaast de balans tussen geld, capaciteit en taken. Het idee is dat er raadsbreed overeenstemming is dat dit gewenst is. Het college geeft aan met scenario’s te komen bij de voorjaarsnota 2024. De VVD vindt dat wel een beetje laat want dit gaat pas in voor 2025 en de raad wil eerder aan het stuur zitten.

De VVD zou daarom graag een toezegging willen krijgen dat begin volgend jaar met een uitgangspuntennotitie wordt gekomen zodat de raad mede aan het stuur kan zitten om hiervoor van tevoren de hoofdlijnen op te stellen. De heer Claasen (GroenLinks) is tevreden over de begroting maar is niet zonder zorgen. De zorgen richten zich niet zozeer op de begroting maar daarnaast. De tevredenheid geldt de leesbaarheid. Hij is echt een stuk beter leesbaar dan de vorige begroting en ook de Berenschot tool was inzichtelijk en nuttig en spreker bedankt hiervoor het college. GroenLinks is in grote lijnen tevreden met de inhoud. Ook wat betreft kansengelijkheid, een passende en betaalbare woning voor iedere Utrechter, tegengaan van de klimaatcrisis en het is gelukt om te zorgen voor een sluitende financiële positie en een sluitende begroting voor volgend jaar. Het is ook uitstekend dat het college laat zien aan het Rijk, samen met andere gemeenten, dat er een groot probleem aankomt. De rijksoverheid kan er nu nog iets aan doen. De zorgen van GroenLinks richten zich niet op de begroting zelf maar op 2 punten naast de begroting. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of GroenLinks ook de begroting voor 2024 als een soort lobbydocument ziet richting het Rijk.

De heer Claasen (GroenLinks) is van mening dat de begroting 2024 de plannen betreft die de gemeente het komende jaar gaat doen maar door de doorkijk naar 2026 laat de gemeente, met

andere gemeenten samen, zichtbaar worden dat het Rijk de gemeente met een groot probleem opzadelt en in die zin is het een document dat een problematiek zichtbaar maakt. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt hoe geloofwaardig het dan is dat de gemeente een paar maanden geleden een sluitende begroting heeft voor die 2 jaren en dat het nu in één keer in de rode cijfers wordt gezet terwijl het ook overduidelijk is dat de gemeente zijn ambities niet realiseert en dat er dus geld op de plank blijft liggen. De heer Claasen (GroenLinks) komt zo direct op de uitvoeringskracht. Het is geloofwaardig dat de gemeente een sluitende begroting laat zien voor het komende jaar en het is ook geloofwaardig dat wordt gezegd we gaan kijken naar scenario’s hoe we kunnen komen tot een besparing in de komende jaren. Het is ook buitengewoon verstandig dat de gemeente aan het Rijk laat zien van wat u nu van plan lijkt te gaan doen is een slechte zaak. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of het dan ook een scenario zou zijn voor GroenLinks waarin de gemeente onafhankelijk van het Rijk quitte kan draaien. De heer Claasen (GroenLinks) zou het heel mooi vinden als de gemeente een begroting kan maken onafhankelijk van het Rijk maar zelfs de Republiek Amsterdam heeft die ambitie niet en GroenLinks Utrecht ook niet. De 2 punten van zorg. De eerste zorg is de uitvoerbaarheid.

Er wordt 9 miljoen doorgeschoven beschikbaar voor wonen. Wat gaat het college dan doen om die miljoenen in 2024 te gebruiken voor structurele oplossingen voor de wooncrisis? GroenLinks maakt zich daarbij vooral zorgen om de mensen die geen huis hebben, meer dan over de woningeigenaren. Het gebrek aan uitvoeringskracht moet niet leiden tot minder ambitie maar tot slimmer inzetten van de middelen. Soms roept de ene vertraging de andere op. Als groen en mobiliteit zijn gekoppeld aan investeringen en het ene plan schuift op, dan moet het niet zo zijn dat het planten van bomen of het doen van mobiliteitsoplossingen mee opschuift. Ziet het college mogelijkheden om de koppeling waar mogelijk te ontkoppelen, zorgen dat projecten wat verder in de toekomst staan en ingeschoven kunnen worden als ergens vertraging optreedt? Het tweede punt van uitvoeringskracht vraagt een krachtige organisatie. De gemeente moet de begroting waar kunnen maken en dat vraagt het oplossen van personele problemen. Hier komt de fractie morgen bij de bedrijfsvoering op terug. Mevrouw Assen (PvdA) memoreert dat de accountant ook iets heeft gezegd over het ambitieniveau. Zegt GroenLinks nu dat per definitie niets aan de ambities moet worden gedaan? De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat ambities van GroenLinks voortkomen uit wat de fractie denkt wat nodig is voor de stad.

Als die ambities niet passen bij de uitvoeringskracht van de organisatie moeten de ambities niet naar beneden worden geschroefd maar dan moet worden geprobeerd om de uitvoeringskracht van de organisatie omhoog te krijgen. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft een vraag over de SPUK van het Rijk. Die specifieke uitkeringen blijven ook op de plank liggen omdat ze niet uitgevoerd kunnen worden vanwege capaciteitsgebrek. Hoe ziet GroenLinks dat in relatie tot richting het Rijk gaan? De heer Claasen (GroenLinks) stelt dat wanneer de raad dingen wil en de SPUK’s maken dat mogelijk moet de gemeente ervoor zorgen dat de mensen in huis worden gehaald, dat de capaciteit in huis wordt gehaald en dat het zo slim wordt aangevraagd dat de gemeente de ambitie kan uitvoeren en daarbij de SPUK’s benutten. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat dat ideaal niet de werkelijkheid is. Is het niet een optie om zakelijk met elkaar te kijken van laten we dat niet aanvragen en ons niet met al dat werk opzadelen maar keuzes maken, bijvoorbeeld door minder van de SPUK afhankelijk te zijn? De heer Claasen (GroenLinks) zou graag willen dat de gemeente minder van SPUK’s afhankelijk is en dat het Rijk meer dingen regelde en mogelijk maakte via de algemene uitkering zodat de gemeentelijke organisatie consequent kan worden toegesneden op wat er nodig is in plaats van keer

op keer maatwerk met verantwoordingen maar zo zit de wereld niet in elkaar en daarom zullen de ambities moeten worden gerealiseerd binnen de regels zoals die nu zijn gerealiseerd en daarbij hoort op een slimme manier gebruikmaken van SPUK’s en zorgvuldig omgaan met het inzetten van de mensen daarbij. Mevrouw Ramaker (VVD) is dan heel benieuwd wat slim is want GroenLinks legt dat nou bij de wethouder neer van kom met een oplossing maar zou een oplossing ook niet kunnen zijn dat veel meer in een programma wordt gewerkt en veel meer integraal met elkaar zodat een SPUK een aanvulling is, bijvoorbeeld in een mobiliteitsprogramma. Dat daar investeringen worden gedaan en tegelijkertijd de SPUK-middelen worden ingezet. Het probleem op dit moment is dat het allemaal veel te veel op eilandjes wordt uitgevoerd. Is GroenLinks het daarmee eens? De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat de fractie het met de VVD eens is dat het fijn zou zijn als de SPUK’s zouden kunnen worden ingepast in algemene programma’s als het niet op eilandjes kan. Daar zou de staf mee gebaat zijn. Zo’n manier van werken zou de uitvoeringskracht van de gemeente vergroten en GroenLinks is het dus eens met de VVD op dat punt. De begroting is het komend jaar sluitend omdat Utrecht nog geen harde keuzes heeft gemaakt. Daar is over gesproken bij de voorjaarsnota dat er stevige keuzes gemaakt moeten worden.

Voor GroenLinks staat het buiten discussie dat de gemeente daarbij oog moet hebben voor de meest kwetsbare inwoners van de stad. Regelingen en organisaties per domein werken maar mensen niet. Ga daarom niet in elk domein afzonderlijk afwegen hoe je ongelijk investeren inricht enzovoort maar weeg domeinen tegen elkaar af. Maak scherp wie je raakt. Je kiest vaak tussen kwetsbare groepen en juist dan is het van belang om te kijken naar het totaal. Graag de toezegging dat de wethouder ook goed gaat kijken naar ongelijk investeren voor gelijke kansen, niet alleen binnen de kokers maar ook tussen domeinen. Bezuinigingen uit verschillende domeinen komen vaak bij elkaar bij kwetsbare gezinnen, mensen die alleen overeind blijven door gebruik te maken van meerdere regelingen of met ondersteuning van hulpverleners.

Heeft het college er oog voor dat samenlopende bezuinigingen zwaar kunnen aanslaan bij kwetsbare mensen, bijvoorbeeld in multiprobleemgezinnen? Is het college bereid om met impactstudies of anderszins te laten zien hoe die samenloop doorwerkt bij individuele huishoudens zodat de raad weet welk leed straks ontstaat bij bezuinigingen? De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt het een mooi pleidooi om op te komen voor mensen die het zwaar hebben maar als er harde keuzes gemaakt moeten worden zou GroenLinks toch ook oog moeten hebben voor dieren, natuur, klimaat en die sporen die ook geld nodig hebben. Is de heer Claasen dat met hem eens? De heer Claasen (GroenLinks) is dat met de vorige spreker eens maar er is bij de voorjaarsnota een discussie gevoerd over de methodiek van keuzes maken in het sociaal domein en pas in stap 5 wordt er breder in de begroting gekeken. GroenLinks blijft even graag binnen de afspraken die tot nu toe zijn gemaakt maar in de basis is hij het met de heer Van Heuven eens. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat GroenLinks een goed pleidooi hield voor kwetsbare gezinnen maar ook een differentiatie van de afvalstoffenheffing kan daarin pijn doen.

De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat kwetsbare huishoudens niet alleen gezinnen zijn met kinderen, ook alleenstaanden kunnen kwetsbaar zijn en de differentiatie van de afvalstoffenheffing beoogde juist op dat punt voor meer eerlijkheid te zorgen en dat doet die nog steeds. Het amendement rond de voorjaarsnota vraagt om te kijken in het sociaal domein en pas als allerlaatste stap breder te kijken in de begroting. Gaat het college ook tijdig voorstellen ontwikkelen voor als de gemeente in een worst case scenario buiten het sociaal domein moet gaan kijken of moet de raad daarop wachten tot vlak voor de voorjaarsnota?

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de nieuwe begroting voor 2024 er op het eerste gezicht goed uitziet. Hij sluit in ieder geval maar als de septembercirculaire wordt meegeteld is er natuurlijk nog wel een gat. De begroting ziet er ook goed uit qua leesbaarheid. Ook van hieruit de complimenten. Het is veel beter leesbaar, dunner maar er is wel een klein risico dat een aantal programma’s wel heel dun worden. Bijvoorbeeld het programma Veiligheid, daar staat nu wel heel weinig in maar het is wel heel overzichtelijk over wat kunnen we beïnvloeden en wat gebeurt wel en wat gebeurt niet en dat is mooi maar dat is misschien iets om nog over na te denken voor de toekomst hoe dat in woorden iets scherper onderbouwd kan worden want er komen bijvoorbeeld een aantal zelfde alinea’s terug. Dat zou dus weer wat scherper kunnen. Dat terzijde, het ziet er goed uit en er is een mooie stap gezet met het college en de raad samen. Er werd al gewezen op de lastenverhogingen. Wat dat betreft sluit hij zich van harte aan bij de VVD. Dat is ook de reden, maar het CDA past enige voorzichtigheid wat dat betreft, waarom de fractie ook niet voor de gedifferentieerde afvalstoffenheffing of de uitwerking daarvan is.

Nu wordt in de begroting heel duidelijk gezien hoeveel pijn dat doet en dat is zeker in een stad waar de lasten heel hoog zijn, dan kun je zeggen dat is € 35 maar dat is steeds weer € 35 bovenop de verhoogde parkeerkosten en dat telt gewoon mee. In het licht van deze begroting is het belangrijk om de planning toch wat scherper te krijgen want planningsoptimisme is een probleem voor dit college en opvolgende colleges. Zeker in het licht van de toenemende investeringen want die worden 3 keer zo hoog als de afgelopen jaren. Dan is het risico heel groot dat als er straks ook nog een jaarrekeningresultaat komt dat 3 keer zo hoog wordt, dan wordt boven de 100 miljoen uitgekomen en dat is echt totaal onwenselijk. Dat betekent dat grote projecten niet door zullen gaan. De wethouder heeft al een brief toegezegd voor de voorjaarsnota maar kan de wethouder dit ook iets scherper meenemen? De schuldquote neemt enorm toe naar 120 en dat is ook risicovol. Als het zo doorgaat zal het wel meevallen zoals het de afgelopen jaren is gegaan, dan geeft de gemeente dat geld gewoon niet uit en hoeven we ons geen zorgen te maken maar er mogen geen resultaten komen zoals eerder genoemd.

Dus hoe gaat het college dat doen en misschien ook daarin meenemen de toename van de rente want de consequenties daarvan komen ook niet duidelijk uit de begroting? Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat dit een gigantische vraag is aan de wethouder. Heeft het CDA zelf een idee hoe dat zou moeten gebeuren? De heer Van Steeg (CDA) zegt dat dit lastig is en iets dat niet zomaar kan worden opgelost. Het is alleen wel te makkelijk door te zeggen van dit is geen politieke discussie. De raad moet veel scherper in kaart krijgen waar het geld aan wordt uitgegeven. De heer Claasen noemde net al verschillende projecten die aan elkaar gekoppeld zijn. De raad moet veel scherper krijgen van wat wordt er uitgegeven aan welke projecten en kunnen daarin politieke keuzes worden gemaakt want het is niet zo dat planningsoptimisme zomaar ontstaat. De ene partij kijkt anders tegen het project wat je wel of niet doet dan een andere partij. Dat politieke debat zou moeten worden gevoerd. Dus het moet scherper inzichtelijk worden gemaakt en dan nog een scherp politiek debat voeren want nu zeggen alle partijen van doe er iets aan en we willen dat het geld uitgegeven wordt, ook in het licht van de lastenverhoging die al eerder werd genoemd. Mevrouw Assen (PvdA) denkt ook dat het al veel breed gezegd is of nog gezegd gaat worden.

Tegelijkertijd vraagt de raad ook continu om meer ambitie op de terreinen die belangrijk worden gevonden. Hoe verhoudt zich dat dan tot elkaar want als de wethouder nog veel realistischer en gaat zeggen van deze projecten gaan die door, daar zal de raad dan ook weer kritisch op zijn. Hoe reflecteert het CDA daarop? De heer Van Steeg (CDA) zegt dat dat precies de politieke keuze is die moet worden gemaakt. Dat zit in een aantal projecten als bouwen en mobiliteit want daar zitten de grote bedragen. Misschien ook op andere projecten maar daar zitten de grote geldbedragen en dan kan de raad politieke keuzes

maken. Als dat eerder inzichtelijk is kan hierover een debat worden gevoerd en misschien zou het CDA dan van een aantal mobiliteitsprojecten zeggen van misschien dat niet maar bouwen juist wel, laten we vooral in het middensegment bouwen. Dus die keuzes kan de raad dan maken, los van dat partijen zeggen van geef het geld alstublieft uit. Mevrouw Ramaker (VVD) vond het een interessante opmerking van het CDA over een politiek debat over keuzes en projecten. Het idee is dat de PvdA daar ook wel oren naar heeft maar dat moet de PvdA zelf bevestigen. Zou bijvoorbeeld het Meerjarenprogramma ruimte een goed moment zijn dat de raad daarover dan een debat heeft en keuzes kan maken? De heer Van Steeg (CDA) denkt sowieso dat de brief komt bij de voorjaarsnota 2024 en dan het MPR, dat lijkt heel goed en dat er dan ook nog een wat inzichtelijker MPR komt. Dat zeiden de voorstanders in de adviescommissie al maar zeker als het gaat om de grondexploitaties en de robuuste posten met name. Het is heel lastig om daaruit te komen en het is ook moeilijk te lezen. Dus als de raad daar nog meer inzicht in krijgt, want daar zit ook heel veel geld, kan op termijn daar een veel beter en politieker debat over worden gevoerd. Wat betreft de septembercirculaire waarin de gelden van het Rijk worden verdeeld. Die ziet er niet goed uit want voor elk jaar wordt op een min uitgekomen.

Wat betreft de scenario’s kan worden aangesloten bij de VVD. Die moeten erin meegenomen worden en zo snel mogelijk maar ook voor dit jaar is er al een negatief resultaat van 15 miljoen en volgend jaar 4 miljoen. Ook in de bestuursrapportage, en dat is opvallend, zit nog een negatief resultaat van 4 miljoen. Dus voor 2023 zit de gemeente eigenlijk al op min 20 miljoen. Hiermee wordt wellicht een voorschot genomen op de projecten die niet worden uitgevoerd en straks misschien toch op nul of een positief resultaat wordt gekomen maar dat is opvallend, ook in het licht van de 26 miljoen die de VVD al noemde die ook wordt gestopt in de reserves en dan met name over de 4,2 miljoen overschot op parkeergelden die in de parkeerreserve wordt gestopt. Op de lange termijn zit er voldoende geld in de parkeerreserve en waarom wordt daar dan 4,2 miljoen in gestopt of is dat een vorm van doorschuiven van inkomsten naar de reserve zodat die niet in het resultaat hoeven te worden meegenomen? Dat geldt ook voor de bouwleges. Daar zit een stuk versneld vernieuwen in. Dat zijn min of meer coronagelden maar zijn dit geen gelden die eigenlijk in het resultaat zouden moeten worden meegenomen of die in die reserve worden gestopt zonder dat ze daadwerkelijk een bestemming hebben voor een langere termijn? Er worden 15 reserves genoemd.

Aan de raad wordt voorgelegd om die te gebruiken om het resultaat van de jaarrekening reëler te maken. Dat geldt eigenlijk ook voor de reserve Gemeentefonds. Het is opvallend dat dit bij de beslisrapportage gebeurt want er moet een discussie worden gevoerd over de reserves. Laten we nog een keer goed kijken naar de nota reserves want die is al 4 jaar oud en dat is een mooi moment om daar nog eens naar te kijken maar om in deze bestuursrapportage dan te zeggen stel die reserves in want dan kunnen we het resultaat over 2023 een beetje reëler maken voelt niet helemaal goed want waarom zouden we dat nu doen? Zou er niet eerst een goede discussie over moeten worden gevoerd met de nieuwe nota Reserves en dan pas die keuze maken want dit voelt als dat het heel snel gaat als een manier om het resultaat te verbeteren. Het CDA is daar niet tegen en snapt dat het college een reëel resultaat wil hebben maar vraagt zich wel af of dit het goede moment is. De heer Van Heuven (Partij van de Dieren) hoort de heer Van Steeg de ene keer zeggen van we moeten minder geld in de reserves hebben en uitgeven maar nou doet hij een pleidooi om toch even geld op de plank te houden.

Hoe ziet hij die spanning? De heer Van Steeg (CDA) wijst erop dat in de Tweede Bestuursrapportage wordt voorgesteld om 15 reserves te gebruiken om de grootste verschillen op jaarbasis meteen te storten in die reserves zonder dat het wordt meegenomen in het resultaat. Doe dat nou juist niet of niet op dit moment. Hij

is er wel voor om te kijken hoe een reëel resultaat mogelijk is maar daar moet dan eerst een goede discussie over worden gevoerd zonder dat de raad daar nu even snel een besluit voor dit jaar over neemt. Dus de vraag is een beetje van waar de haast? Misschien wil het college het resultaat voor dit jaar al optimaliseren maar beter is om daar eerst een goede discussie over te voeren. Graag een reactie van de wethouder. Het CDA gaat de komende dagen nieuwe voorstellen doen. Er wordt een nieuwe tegenbegroting gemaakt en bekeken wordt of de toeristenbelasting misschien iets kan worden verhoogd. Ook op andere punten zal de fractie voorstellen doen om toch iets anders te doen dan het college voorstelt. Daar zal het CDA de komende dagen voorstellen voor doen. De heer Vasters (D66) vraagt of het CDA wat betreft de toeristenbelasting daar een andere lastenverlaging tegenover zet of wil het CDA die gelden besteden aan iets nieuws? De heer Van Steeg (CDA) kijkt graag nog een keer of de ozb kan worden verlaagd. Dat voorstel heeft de fractie al eerder gedaan en ook de uitbreiding van het parkeren. Zeker als het over De Meern en Leidsche Rijn gaat zou gezegd kunnen worden dat dit niet hoeft te worden ingevoerd. Dus dat soort lastenverlichtingen ziet het CDA zeker. Daarnaast zal gekeken worden naar de overhead.

Bekend is de discussie over planningsoptimisme gekoppeld aan overhead, dus daar moet je voorzichtig in zijn, maar als je een heldere koppeling maakt tussen welke plannen niet en welke plannen wel, kun je daar een keuze in maken. Er zijn dus zeker mogelijkheden om de lasten te verlagen. De heer Vasters (D66) memoreert dat toen een jaar geleden over de begroting 2023 werd gesproken de fractie een hoop donkere wolken aan de hemel zag en feitelijk was het al aan het regenen. Door de hoge inflatie waren de kosten van de gemeente flink aan het stijgen en vorig jaar had de fractie het bijvoorbeeld over de torenhoge energieprijzen maar nu wordt gezien dat ook personeelslasten en zo beetje alle kostensoorten gestegen zijn en dat terwijl de belangrijkste uitdagingen waar de gemeente voor staat, de klimaatcrisis, de woningnood en kansenongelijkheid eigenlijk alleen maar groter zijn geworden. D66 is blij dat de gemeente met deze programmabegroting blijft investeren in die 3 grote opgaven en is ook blij te zien dat het college de inwoners niet met extra lastenverhogingen wil opzadelen. Daarnaast is de fractie blij met de voorgestelde aanpassing van de afvalstoffenheffing. Er komen daardoor 4 in plaats van 2 tariefklassen met tarieven die beter aansluiten op de hoeveelheid afval van huishoudens van verschillende omvang.

Daarmee wordt de heffing veel eerlijker voor de inwoners en het is meer in lijn met het principe de vervuiler betaalt. In de inbreng naar aanleiding van het betoog van de VVD zei spreker dat de lasten van de afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens 30% hoger zijn dan voor eenpersoonshuishoudens maar dat is feitelijk dit jaar maar 16%. Dus eenpersoonshuishoudens betalen € 314 en meerpersoonshuishoudens ongeacht het aantal mensen € 366. Hij begrijpt oprecht niet dat de VVD en het CDA dit eerlijker vinden dan het voorstel waar volgende week in de raad over gaat worden gesproken. Zoals gezegd is de fractie blij dat de lasten niet verder worden verhoogd maar daardoor zijn wel bijsturingen nodig in de kosten en dan vooral in de kosten van zorg voor jeugd en Wmo. De komende maanden zullen daar in andere commissies en hopelijk ook breder nog veel over worden gesproken maar dat de impact groot zal zijn is een zekerheid. Naast besparingen in bestaande kosten in het sociaal domein wordt ook voorgesteld om dit budget voor een aantal nieuwe ambities uit het coalitieakkoord te verlagen, bijvoorbeeld op het gebied van cultuur en economische zaken. Deze bezuinigingen zijn begrijpelijk maar doen ook pijn omdat hierdoor de oorspronkelijke ambities niet of pas later gaan worden behaald.

Het goede nieuws is wel dat de gemeente door die keuzes goed blijft scoren op de belangrijkste financiële indicatoren zoals het weerstandsvermogen en D66 hoopt dat de gemeente dit solide financiële beleid de komende jaren kan blijven voeren. Een belangrijk risico daarbij blijven de

inkomsten die van het Rijk worden ontvangen. Vanaf 2026 ontstaat een tekort van 21 miljoen euro ondanks de maatregelen die in de afgelopen voorjaarsnota zijn besproken en besloten. Dat tekort kan nog verder oplopen naar 35 miljoen euro als er geen reële compensatie van het Rijk komt. Er is nog steeds geen duidelijkheid over de korting op het Gemeentefonds vanaf 2026 en D66 Utrecht wil graag dat de regering spoedig helderheid geeft en ervoor zorgt dat de inkomsten die de gemeente van het Rijk ontvangt ook vanaf 2026 in balans zijn met de taken die de gemeente uitvoert. Mevrouw Ramaker (VVD) moet een beetje bijkomen van wat ze zo net hoorde want zij hoort steeds blij, blij, blij. In hoeverre denkt D66 dat de inwoner blij is met straks extra betalen voor parkeren, structureel extra meer dan gemiddeld in Nederland betalen van ozb enzovoort? De heer Vasters (D66) is blij dat er sprake is van een sluitende begroting in deze hele moeilijke tijden en dat is niet makkelijk geweest. De gemeente gaat daarvoor zelf kijken naar de eigen portemonnee, de lasten worden niet extra verhoogd dan al is afgesproken bij de programmabegroting vorig jaar. Dus de lastenverhogingen waar de VVD op doelt voor volgend jaar ziet hij eigenlijk niet.

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt in hoeverre de inwoner blij kan zijn als die erachter komt dat er heel veel geïnvesteerd wordt, dus heel veel geld wordt vrijgemaakt om zaken te realiseren terwijl het gewoon niet gebeurt. Er zijn heel veel mensen in deze stad die geen eigen woning kunnen kopen omdat er geen extra nieuwe woningen komen. Hoe legt D66 dat uit? De heer Vasters (D66) heeft zeker niet gezegd dat hij blij is met hoeveel woningen er op dit moment in de stad gerealiseerd gaan worden. Daar wil hij best het een en ander over zeggen want daar is hij inderdaad niet blij mee. De gemeente moet hard aan de slag en er moet ook geld vanuit de gemeente naartoe om ervoor te zorgen dat dat ook wordt gerealiseerd. Het is alleen maar een pleidooi om harder in te zetten op de realisatiekracht in plaats van als gemeente te zeggen wij doen helemaal niks meer en wij geven het geld met een belastingverlaging terug. Woningnood maar ook de andere zaken die hij noemde als kansengelijkheid en klimaatcrisis, daar moet met z’n allen hard aan worden gewerkt en de prioriteiten worden ook teruggezien in de programmabegroting. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat D66 blij is met een theorie, namelijk een sluitende begroting.

Dat klopt allemaal als een bus maar het probleem zit niet in schaarste aan geld of zo, het zit in schaarste aan arbeid en is dan D66 ook niet de mening toegedaan dat je daar moet kijken van hoe kunnen we het slimmer en innovatiever organiseren zodat meer wordt gerealiseerd met misschien wel minder geld? De heer Vasters (D66) staat altijd open voor voorstellen om meer te doen met minder geld. Dus die voorstellen worden graag tegemoet gezien en daar werkt D66 ook graag op samen met de VVD. Door de voorzitter van de adviescommissie is al een en ander gezegd over realisatiekracht. D66 ziet dat ook als een belangrijk probleem. Het is al vele jaren vaker benoemd. Het verschil met voorgaande jaren is wel dat ambities die de gemeente op dit moment heeft, ook als je kijkt naar een aantal getallen, echt een stuk hoger liggen dan in de voorgaande raadsperiodes. Een paar getallen uit de begroting: in de vijfjaarsperiode 2023 tot en met 2027 wordt 862 miljoen aan netto-investeringsuitgaven gezien. In de 5 jaar daarvoor van 2017-2022 was dit 261 miljoen. Dus de Investeringsagenda is de komende 5 jaar ruim 3 keer zo groot als de afgelopen 5 jaar en dat is toch echt significant. De fractie wil veel bereiken en begrijpt daarom die ambities maar er zijn wel zorgen als wordt gekeken naar de andere kant van de balans. De wereld buiten ziet er minder rooskleurig uit dan in het verleden.

De arbeidsmarkt is krapper dan ooit, de complexiteit van alle crises. In deze raad is al eens gesproken over een policrisis. Het is groter dan ooit, er zijn minder zekerheden. Burgers willen terecht meepraten over beslissingen. Er is best wel een grote complexiteit en D66 kan dan ook aansluiten bij de vragen van mevrouw Zwinkels aan de wethouder hierover. Tot slot deelt spreker een groot compliment uit aan alle ambtenaren die aan deze begroting hebben gewerkt. Zowel de pdf- als de webversie waren helder qua opbouw en structuur. Het beperkte zich in

het algemeen tot de belangrijkste cijfers en inzichten en het waren minder pagina’s dan de voorgaande jaren. Veel dank, ook namens de fractie van D66, hiervoor. Mevrouw Assen (PvdA) snapt de opmerking over het aantal pagina’s maar de heer Van Steeg noemde zonet ook dat sommige programma’s daardoor net te summier zijn. Heeft D66 meer graadmeters om te bepalen of de begroting nu goed in elkaar zit dan alleen de omvang? Daar moet je je niet op blindstaren. De heer Vasters (D66) is dat helemaal eens met de PvdA. De fractie ziet vooral dat de structuur heel helder is. Een duidelijke opbouw met indicatoren, met toelichting en de belangrijkste inzichten. Hij denkt persoonlijk dat het heel goed is om het beperkt te houden qua inhoud en er zijn natuurlijk mogelijkheden als schriftelijke vragen om meer de diepte in te gaan. Op alleen de pagina’s moet je je niet blindstaren. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de programmabegroting elk jaar weer een belangrijk document is en ook omvangrijk om te lezen en te doorgronden. Sommigen ervaren het als een klein rondje hardlopen maar persoonlijk vindt spreker het zelf elk jaar een dikke marathon en daarom complimenten voor de betere leesbaarheid in deze nieuwe opzet. Teksten en figuren zijn een stuk inzichtelijker, ook in het puur financiële deel van de begroting maar ook waar begrippen en instrumenten worden uitgelegd.

Natuurlijk zijn er ook open jargontaal en afkortingen maar daarvoor zijn er gelukkig allerlei zoekmachines. Uit het algemene beeld van de begroting is dat de gemeente Utrecht een steeds belangrijker overheid wordt blijkt ook wel weer hoe de begroting in omvang is toegenomen. De programmabegroting 2019, toen hij voor het eerst raadslid en woordvoerder Financiën was, was 1,4 miljard en nou is het al 2 miljard. Dat is een grote groei waarbij de druk om verstandig en transparant met al het geld om te gaan alleen maar is toegenomen. Dus ook daarom mooi dat de begroting helderder is geworden. Soms ook iets eerlijker. Er wordt terecht getoond dat de begroting ook niet meer sluitend gaat zijn als gevolg van lagere inkomsten uit het Gemeentefonds. Het lijkt ook een goede strategie om dat zichtbaar te maken en als dan moet worden gekozen in scenario’s hoe die klappen moeten worden opgevangen vindt de fractie ook dat de raad daarin tijdig moet worden meegenomen. De fractie ervaart de voorjaarsnota en ook de programmabegroting als documenten waar een college en coalitie financiële keuzes maken die dan voor de coalitie en de oppositie maar te slikken zijn maar bij het opvangen van dit soort scenario’s met bezuinigingen wil de fractie niet voor het blok gezet worden maar ook mee kunnen praten en mee kunnen beslissen. Dat is eerder gezegd en daar sluit hij zich bij aan.

Daarom ook niet alleen in de adviescommissie Financiën en Controle maar ook echt in de politieke arena zoals commissie VBF en raad. De algemene dekkingsreserve wordt gebruikt om een aantal actuele omstandigheden op te lossen voor bijvoorbeeld muziekstudio’s en dat vindt de fractie goed, net zoals het verlagen van het saldo van de algemene reserve. Te veel geld op de plank is gewoon niet goed en er blijft nu eenmaal veel geld op de plank liggen. Dat heeft de fractie vaak gezegd, bijvoorbeeld ook in het Groenprogramma waarin heel veel geld gewoon niet uitgegeven wordt. Soms denk de Partij voor de Dieren wel eens dit jaar worden de projecten vooruitgeschoven en we weten ook dat volgend jaar projecten worden vooruitgeschoven. Dan is er nu dus geld beschikbaar voor makkelijke kleine initiatieven. Er wordt namelijk standaard geld voort geschoven maar toch wordt te vaak terug gehoord nee dat gaat niet, nee dat kan niet want het zit nou eenmaal in de reserve en dat kunnen we niet uitgeven. De fractie hoopt dat hier meer beweging voor kan komen. Sommige passages zijn wel onhelder. De bekostiging schaalsprong groen bijvoorbeeld. De fractie krijgt geen grip of de ambitie van 60.000 extra bomen bij planten nu wel of niet doorgaat. Bij de voorjaarsnota werd die ambitie teruggeschaald vanwege onvoldoende budget en op een technische

vraag van de fractie blijkt dat deze ambitie toch niet van tafel is geweest en in de begroting staat wel budget voor meer groen, dat is goed en nodig, maar niet wordt gezien aan welk groen en hoe dat te relateren is aan de extra ambities van het collegeakkoord. Dus zo’n passage over de extra bomen, die 60.000, is niet helder en de vraag is dan ook in hoeverre die post extra groen voldoende is om de schaalsprong van 60.000 nieuwe bomen te gaan realiseren. Dan nog een aantal kleine inhoudelijke punten. Fijn dat de afvalstoffenheffing wordt aangepast naar de omvang van het huishouden. Dat is nog steeds niet dat de vervuiler betaalt maar het komt wel het meest in de buurt. De fractie was hier ook voor en de Partij voor de Dieren is er ook voorstander van dat de rioolheffing op deze manier wordt aangepast. Dat gaat gelukkig ook gebeuren maar het is wel vertraagd. Een onderzoek hiernaar wordt pas in 2025 afgerond en dat zou de fractie liever iets naar voren willen hebben. Bijvoorbeeld is het mogelijk dit te versnellen door te leren van de lessen van de hervorming afvalstoffenheffing? Gezien wordt wat voor werk daar is in gestopt. Dat is ook logisch. Dan is een deel van dat werk ook hiervoor te gebruiken zodat ook de rioolheffing kan worden gedifferentieerd. De paragraaf over leges.

Het is echt wel goed te zien, nu ook door deze nieuwe opzet, welke keuzes gemaakt worden wat betreft kostendekkendheid. Dat zijn niet onze keuzes dat leges voor evenementen en horeca bijvoorbeeld slechts voor de helft kostendekkend zijn, dat vinden wij subsidiëring van economische takken die wij niet willen subsidiëren. Zeker de aanvragen voor terrassen en voor grootschalige evenementen zijn echt wel kosten die ondernemers zelf kunnen dragen. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt wat betreft de lokale belasting en de rioolheffing of de Partij voor de Dieren het niet met de VVD eens is dat dat instrumenten zijn van beleid. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) is geneigd om ja te zeggen. Daar zijn raadsleden ook voor aangesteld om hier beleid te maken. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt deze vraag niet voor niets. Omdat er een bepaalde filosofie of zienswijze is over de vervuiler betaalt wordt dat instrument aangepast en niet andersom. Dat zou eigenlijk de volgorde moeten zijn. Dus de discussie zou ook bij de inhoudelijke commissie moeten plaatsvinden. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat dat zeker kan. Natuurlijk heeft de fractie het liefst dat degenen die het minst vervuilen ook het minste betalen.

Bij de afvalstoffenheffing zou de fractie daarom graag nog een stap verder willen gaan door een heel ander systeem in te voeren maar die discussie over de afvalstoffenheffing gaat volgende week plaatsvinden in de commissie VBF en dat is een goede plek om daar die regels te bespreken maar in dit soort commissies kan natuurlijk ook worden gepleit voor het aanpassen van de rioolheffing. Mevrouw Ramaker (VVD) geeft aan dat het ook op bepaalde aannames is gebaseerd van de vervuiler betaalt. Of dat nou wel of niet zo is bij de afvalstoffenheffing is echt beleid maar soms bekruipt de VVD het gevoel dat er een soort inkomenspolitiek wordt gevoerd. Dus dat je daarmee bepaalde groepen inwoners financieel mee zou ontlasten. Kan de Partij voor de Dieren zich dat ook indenken dat dat ook een vorm is? De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zou dat ook wel weer goed vinden. Bijvoorbeeld dat in Utrecht het systeem van Diftar is, dan kun je met pasjes meten hoeveel afval mensen weggooien. Dan kan je er dus voor zorgen dat mensen minder afval veroorzaken omdat ze daadwerkelijk minder afval weggooien. Daarmee kunnen mensen dus echt geld besparen maar je kunt er ook het milieu meer redden en dat is dubbele winst. Mevrouw Kendir (Student & Starter) heeft nog een vraag over het punt van de Partij voor de Dieren over leges.

Is de Partij voor de Dieren het niet met Student & Starter eens dat er een risico bestaat dat op het moment dat dit zou worden ingevoerd bepaalde evenementen waar de gemeenteraad veel waarde aan hecht, zoals bijvoorbeeld een Bevrijdingsfestival, gaat verdwijnen?

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) is van mening dat leges, met name door grootschalige evenementen, echt wel zelf betaald kunnen worden. Het Bevrijdingsfestival is een van de weinige een beetje idealistische grootschalige evenementen. De anderen zijn gewoon puur groot geld verdienen door slimme mensen die geld verdienen aan de hand van muziek. Die mogen ook wel meer betalen voor de leges. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt het wel heel makkelijk dat het op één hoop wordt gegooid want op deze manier zal de toegankelijkheid van evenementen in gevaar komen, dat bepaalde evenementen gewoon verdwijnen en dat bepaalde evenementen wel overleven terwijl het ook een hele grote culturele waarde voor de stad heeft. Hoe kijkt de Partij voor de Dieren daarnaar? De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat evenementen culturele waarde kunnen hebben maar er is een festivalisering gaande in Utrecht en het loont dus kennelijk om festivals te organiseren omdat het een verdienmodel is. Dus waarom zou de gemeente dan festivals moeten subsidiëren hierin als ze zelf hun broek overeind kunnen houden? De leges voor grootschalige evenementen zou naar 100% kunnen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) memoreert dat eerder een debat is gevoerd over de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

De heer Van Heuven zegt terecht dat aan de rioolheffing wordt gewerkt en er straks een onderzoek aan ten grondslag ligt voordat het wordt gewijzigd. Is de heer Van Heuven het met de ChristenUnie eens dat je dat eigenlijk een beetje mist bij de afvalstoffenheffing, dat dat puur gebaseerd is op hoe andere steden dat doen maar er verder geen onderzoek aan ten grondslag ligt? De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) wil graag tempo maken en vindt het eigenlijk wel goed dat er bij de afvalstoffenheffing een beweging is gekomen en hij zou graag willen dat de rioolheffing ook sneller zou gaan. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat tempo maken altijd goed is maar tegelijkertijd wil je dit ook goed doen. De Partij voor de Dieren wil ook betalen naar gebruik maar dat wordt hier juist niet gedaan. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) geeft aan dat dit bij de afvalstoffenheffing ook niet wordt gedaan maar daar was het ook reëel omdat de gemeente ook niet meet hoeveel mensen afval weggooien. De gemeenteraad heeft daar alleen maar stappen weg gezet van het hele Diftar-systeem. Er wordt nu misschien wel gemeten hoeveel water mensen verbruiken. Dat kan misschien wel mee in het onderzoek en het is een goed idee om dat mee te nemen maar dit moet vooral niet heel lang gaan duren.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat over het laatste volgende week in de raad kan worden gesproken. Laten we met elkaar kijken of dit inderdaad de manier is en onderzoeken of het echt zoveel afval scheelt, of het inderdaad betalen naar gebruik is. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) herhaalt dat de leges voor horeca en evenementen kostendekkend mogen worden. Bij de voorjaarsnota ging spreker strijdend ten onder in zijn mission impossible om geld dat niet besteed was te bestemmen voor dierenhulporganisaties en de fractie had een bedrag gevonden dat niet besteed was van € 650.000 in de Eerste Bestuursrapportage en spreker wilde daar graag 3 × € 100.000 gaan besteden voor dierenhulporganisaties die het in Utrecht heel erg zwaar hebben. Toen en ook bij de beantwoording van de technische vragen hierover bij de programmabegroting hield de wethouder de armen stijf op elkaar, het budget gaat gewoon zoals altijd door het college zelf weer bestemd worden bij de volgende voorjaarsnota. Erkent de wethouder dat het budgetrecht aan de raad is en dat als de fractie geld op deze manier wil bestemmen dat dat gewoon kan? Dat zij later misschien wel tegenvallers wil opvangen is natuurlijk haar keuze maar dat is geen vaste spelregel want de raad bestemt. Is de wethouder het daarmee eens en tenzij de wethouder nu de ideeën van de Partij voor de Dieren overneemt om die

dierenhulporganisaties met 3 × € 100.000 te financieren komt de fractie met een mooie motie of amendement bij het slotdebat hierover. De voorzitter schorst de vergadering. De voorzitter heropent de vergadering. Mevrouw Assen (PvdA) begint met een compliment dat vanavond al veel meer is gemaakt over de leesbaarheid en de indeling. Er zijn echt mooie stappen gezet waarvan de fractie denkt dat dit de raad helpt om de taak beter uit te voeren. Het eerste punt gaat over het aangenomen amendement bij de voorjaarsnota over de Utrechtse basis is een absoluut minimum bij bezuinigingen. Dit was nog niet overal doorvertaald. Dat is nu met een vervanging van de tekst aangepast maar hoe zit dit in de praktijk? Hoe is dit geland bij iedereen op het stadskantoor, mensen die hier dagelijks aan werken zodat het ook echt in de praktijk doorleefd wordt? Het is nog steeds moeilijk te verkroppen dat de enorme zekerheid voortduurt over het ravijnjaar 2026 en als gevolg van de val van het kabinet eigenlijk nog meer, al schijnt op 17 oktober in een debat in de Tweede Kamer er wel iets over gezegd te zijn dat daar voor de voorjaarsnota meer duidelijkheid over moet zijn vanuit dan wel een nieuw kabinet dan wel een demissionair kabinet.

Kan de wethouder misschien iets zeggen over hoe de gevolgen van dat debat al dan niet al doorwerken? Bij de opgaven waar de gemeente voor staat staan 3 prioriteiten uit het coalitieakkoord voor de PvdA voorop, namelijk de ongelijkheid in de stad bestrijden net als de wooncrisis en de klimaatcrisis. Daarbij moet de extra Utrechtse inzet overeind blijven en om dat te doen is het belangrijk dat de gemeente ongelijk investeert om ongelijke kansen te bieden want die gelijke kansen krijgt niet iedere Utrechter en als we die wel willen realiseren moeten we heel scherp kijken waar en voor wie meer inzet moet worden gepleegd en waar het anders, slimmer of iets minder kan. Daarom moet in relatie tot planningsoptimisme nog realistischer worden geraamd. Geen geld op de plank laten liggen maar realistisch begroten. Het zou uiteindelijk ook niet uit te leggen zijn als de gemeente onnodige bezuinigingen doorvoert die mensen hard raken terwijl de gemeente jaar in jaar uit bij lange na niet uitgeeft wat wordt gepland. Als zelfs de VVD vindt dat er te voorzichtig wordt begroot zegt dat toch wel wat. Dit geldt dus ook niet alleen voor de lopende begroting maar ook voor de Investeringsagenda en dat is tevens in navolging van het advies van de accountant. In relatie tot Groei en balans heeft de PvdA daarbij de vraag hoe maken we keuzes als daar iets sneuvelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f60c1ce7-abc1-4ffb-b277-9a1bcc93a5a8