conceptverslag openbare vergadering commissie VBF 8 september 2022.doc
Tekst van het document
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
840
850
860
870
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) blijft vasthouden aan de woorden van de onderzoekers en dat het belangrijk is dat het onderscheid gemaakt wordt. Dat ontkent het college allerminst; dat staat letterlijk in de brief van het college. De heer Dijkstra (EenUtrecht) herhaalt zijn vraag over de uitspraak van het college dat er geen institutioneel racisme is vastgesteld. Dat klopt zijn inziens niet met de conclusies van de onderzoekers; dat heeft de media ook opgepikt. Hij vraagt of dit niet onverstandig is. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat ook de onderzoekers stellen dat zij geen institutioneel racisme hebben geconstateerd; zij kregen aanwijzingen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) deelt de conclusie van mevrouw Raaijmakers. Institutioneel racisme gaat haars inziens niet over of de dader of over een individu of een collectief maar zit in het systeem, in het beleid en in de regels van de organisatie. Ook dat verschil maakten de onderzoekers. Zij vraagt of zij deze analyse deelt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) deelt die analyse. Zij vindt dat het onderzoek nodig is om breder te kijken of de aanwijzingen leiden tot verdergaande conclusies. Dat heeft dit onderzoek niet aangetoond. Mevrouw Nolten (Bij1) merkt op dat de onderzoekers spreken over “een structurele aard” van de individuele ervaringen. Hoe verklaart mevrouw Raaijmakers dat structurele. Dat is in deze analyse niet meegenomen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt nadere toelichting en de exacte woorden die hierover zijn geschreven. Mevrouw Nolten (Bij1) zet uiteen dat de heer Sungur eerder zei dat institutioneel racisme niet uitgesloten kon worden dat op meerdere terreinen institutioneel racisme kan plaatsvinden, ook door de methodiek, ook door de opzet van het onderzoek, ook omdat dit voor het eerst werd gedaan, maar dat er zeker wel ervaringen terugkwamen die van structurele aard lijken te zijn. Waar laat mevrouw Raaijmakers dat aspect in haar eigen analyse. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt dit wat is gedefinieerd als aanwijzingen; aanwijzingen betreffen meer dan een individuele ervaring. Zij benadrukt aanwijzingen ook erg te vinden. Zij benadrukt ook het verschil dat ze maakt met institutioneel racisme. Mevrouw Nolten (Bij1) merkt op dat Artikel 1 ook aangaf dat institutioneel racisme niet alleen zit en hoe het in beleid en in de protocollen is vormgegeven. Het zit juist ook in het impliciete; hoe het wordt uitgevoerd. Dat staat zelden op schrift. Hoe verwerkt mevrouw Raaijmakers dit in haar beschouwing. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zet uiteen dat dit in het tweeledige zit. Zij bevestigt dat het zelden direct op papier is terug te vinden al werd dit wel aangetoond bij de belastingdienst. De uitwerking en de ervaring kunnen wel degelijk ongelijk zijn.
Zij bevestigt dat institutioneel racisme er beide kunnen zijn. Mevrouw Nolten (Bij1) vraagt of mevrouw Raaijmakers dit niet ziet als iets structureels en dus als institutioneel racisme, met dezelfde tekst als is gelezen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) herhaalt haar argumentatie, haar stellingname in de woorden van de onderzoekers. De heer Dijkstra (EenUtrecht) doet een laatste poging richting zijn collega van de PvdA in het belang van de duiding. Had het college beter kunnen concluderen uit het rapport dat er misschien sprake is van institutioneel racisme in plaats van dat er geen sprake is van institutioneel racisme. Hij vraagt mevrouw Raaijmakers nog een keer het woord goed te kiezen en dat niet te ontkennen.
Pagina 18 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
880
890
900
910
920
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) houdt vast aan haar eerdere antwoorden. De heer Dijkstra mag wat haar betreft hierover in discussie gaan met het college. Het college onderschrijft de conclusie dat er aanwijzingen zijn. Het baart mevrouw Kendir (Student & Starter) zorgen dat er eerste aanwijzingen zijn van institutioneel racisme onder de BOA's. Zij somt de bevindingen van de onderzoekers op. Ook de ervaringen zijn opgedaan rond parkeren, vindt zij zorgelijk. Door meer te controleren in gebieden met veel migranten, worden daar meer overtredingen gevonden. Zij sluit zich aan bij de vragen van DENK om bij VTH met een aanpak te komen waarbij de punten die zij noemde worden meegenomen. Zij krijgt daarop graag de reactie van de wethouder. Op andere gebieden is er weliswaar geen institutioneel racisme vastgesteld zoals het onderzoek dat benoemt. Burgers die de ervaring hebben dat daarvan wel sprake is, spreken over de optelsom van ervaringen van henzelf en van mensen uit hun omgeving met ongelijke behandeling door ambtenaren van de gemeente en andere overheidsorganisaties. Daarnaast gaat het ook om de beleving van institutioneel racisme in de vorm van uitsluiting. Ongeacht of de raad concludeert dat ook in dat opzicht sprake daarvan is, is het zorgwekkend dat er Utrechters zijn die het op deze manier ervaren.
Uit het rapport kwam ook naar voren dat Utrechters met een islamitische achtergrond of met een bepaalde etnische afkomst een vertrouwensbreuk ervaren of zich in de steek gelaten voelen. Voor haar is het herkenbaar. Zij vertelt over haar ervaringen met migranten in haar poging ze te overtuigen naar de stembus te gaan. Zij beseft dat op grond van die ervaringen geen conclusies te trekken zijn. Zij vindt wel dat dergelijke ervaringen wel in beschouwing genomen moeten worden. Zij vraagt de wethouder of toe te zeggen is te werken aan het terugwinnen van het vertrouwen door in gesprek te gaan met deze groep en de zorgen serieus te nemen en acties voor te stellen. Daarnaast ziet zij de mogelijkheid dat de gemeente kan bijdragen aan een positieve beeldvorming van groepen met immigratie achtergrond. Dat kan wat haar betreft tegenwicht bieden aan mogelijke stigmatisering, bijvoorbeeld met een gebiedsgerichte aanpak in wijken zoals Overvecht, zoals dat ook benoemd is in het rapport. Zij vraagt de wethouder de beleving van burgers die wel institutioneel racisme ervaren mee te nemen en meer bewustwording, wederzijds begrip en vertrouwen te creëren, bijvoorbeeld door middel van de suggestie van Artikel 1 over vrijwilligerswerk door ambtenaren bij organisaties die gericht zijn op doelgroepen met een verhoogd risico op uitsluiting en discriminatie.
Zij vraagt hierop de reactie van de wethouder. Zoals het rapport zegt, is het erg van belang om met een gezamenlijke norm te komen op dit thema en daarbij ruimte te hebben voor training en dialoog voor individuele bewustwording. Het is belangrijk dat dit de insteek wordt; want als er sprake is van politiek correcte antwoorden of sociaal wenselijke antwoorden waardoor die niet overeenkomen met de handelswijze, zorgt dat voor schade en een vertrouwensbreuk bij de doelgroepen in de stad. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen dit te realiseren en de raad hierin mee te nemen. Daarnaast vindt zij het ook belangrijk om de processen te evalueren en de evaluatie ook echt te gebruiken als een feedbackmechanisme zodat die open ruimte er weer is en de veilige sfeer en uiteindelijk stappen te zetten zijn. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen daarmee aan de slag te gaan.
Pagina 19 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
930
940
950
960
970
Er is veel belang bij de versterking van de interne meldfunctie en het verkrijgen van meer bekendheid voor wat betreft de externe meldmogelijkheden. Alle gevallen van ervaring van discriminatie moeten wat haar betreft geregistreerd worden. Elke persoonlijke ervaring van racisme heeft in haar ogen bestaansrecht. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen daarvan werk te maken en er bekendheid aan te geven dat er ook bij Artikel 1 meldingen te doen zijn. Hiermee rondt zij haar bijdrage af. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of mevrouw Nolten het verzoek van DENK steunt naar een onafhankelijk vervolgonderzoek. Mevrouw Kendir (Student & Starter) merkt op dat in het rapport ook gesproken wordt over volgende onderzoeksmogelijkheden. Zij merkt op dat heel veel zaken al in kaart gebracht zijn. Zij schroomt bij een vervolgonderzoek vanwege een mogelijk uitstel van de aanpak dat daarmee gepaard kan gaan. Wanneer er een vervolgonderzoek komt, vindt zij dat het hand in hand moet gaan met een zo spoedig mogelijke aanpak. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of Student & Starter met de eventuele toezegging van de wethouder hierop het vervolgonderzoek zo spoedig mogelijk zou willen, ook omdat het onderzoek helend kan werken, het kan dingen blootleggen en bespreekbaar maken. Wanneer het die insteek heeft vraagt hij of Student & Starter het voorstel dan steunt.
Mevrouw Kendir (Student & Starter) antwoordt bevestigend zijn onder de voorwaarde dat het hand in hand gaat met de aanpak. Wat haar betreft moet veel meer ingezet worden op de uitvoering, in plaats van onderzoeken en beleid en visie maken. Zij is meer voorstander van de acties. Wanneer er dan onderzoek is, vindt zij het belangrijk dat de suggesties van de huidige onderzoekers worden meegenomen. De heer Sungur (DENK) is het eens met de actiemodus; hij is ook daarvan. Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers als het gaat om de drie beleidsterreinen, dat er vanuit de samenleving concrete signalen en ervaringen zijn, alleen dat ze op grond van deze opgehaalde ervaringen niet kunnen spreken over aanwijzingen omdat die ervaringen slechts afkomstig zijn van een beperkt aantal respondenten. Het was niet representatief. Dat is de reden waarom zij in wetenschappelijke zin niet spreken over institutioneel racisme. Dat geeft aanleiding voor hem om na te gaan of er meer nodig is. Hij vraagt of mevrouw Kendir dat met hem deelt. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zocht dit tegelijkertijd op in het rapport. Een van de suggesties die de onderzoekers doen, is dat een enquête van meerwaarde kan zijn om op grond daarvan meer ervaringen op te halen. Zij ziet in zulke zaken ook perspectief. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) is blij met de oproep van Student & Starter om te handelen.
Zij vraagt of mevrouw Kendir het nodig vindt dat meer ervaringen worden opgehaald om daaraan iets te doen. Voor de gemeente kan een aanwijzing al voldoende zijn om het aan te pakken. Mevrouw Kendir (Student & Starter) begrijpt dat haar oproep is overgekomen. De heer Van Steeg (CDA) vindt discriminatie en racisme belangrijke thema's in de raad en in de samenleving. Hij merkt dat bepaalde bevolkingsgroepen minder vertrouwen hebben in de overheid dan andere. Daaraan moet zijns inziens iets gedaan worden. Wat zijn fractie betreft, ligt er een gedegen onderzoek en geeft dat onderzoek voldoende aanwijzing daarmee aan de slag te gaan. Hij is het van harte eens met de fracties die zeggen van mening te zijn dat hiermee iets gedaan moet worden. Voor zijn fractie geldt vooral de normstelling. In dat opzicht is hij het eens Pagina 20 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
980
990
1000
1010
1020
met heer Sungur. Daarop mag wat hem betreft ook een strafmaat volgen en hij pleit ervoor het bespreekbaar te maken, zeker binnen de gemeente Utrecht. Hij roept ertoe op om desnoods bij het koffiezetapparaat met elkaar dit onderwerp te bespreken. Hij spreekt de hoop uit dat het college dit verder zal stimuleren. De hoofdconclusie is al besproken, hoewel daarover discussie is. De hoofdconclusie luidt dat er geen sprake is van institutioneel racisme op basis van wat nu voorligt. Er is wel een aantal risico’s benoemd, vooral als het gaat om handhaving. Daar gaan zaken niet goed en dat blijkt in de praktijk, dat blijkt ook uit het onderzoek. In een werkbezoek zag hij hoe belangrijk deze mensen zijn in de stad, en wat zij voor de stad doen. Hij spreekt zijn waardering voor hen uit. Het viel hem ook op dat open wordt gesproken over ervaringen die ze hebben in de handhaving. Blijkbaar is dat nog onvoldoende. Uit de rapportage blijkt dat niet altijd aan de leidinggevende wordt gemeld dat er sprake is van racisme. In dat opzicht moet er kennelijk iets gebeuren. Hij vraagt de wethouder wat daar nog te doen is. Hoe kan de gemeente die open houding creëren wanneer het gaat over dit soort onderwerpen? Blijkbaar gaat het daar nog niet goed genoeg. Een aantal andere punten die hij belangrijk vond in de rapportage betrof vooral de meldingsbereidheid.
Artikel 1 maakt onderscheid tussen in- en externe meldingsbereidheid. Met die interne meldingsbereidheid gaat het soms mis bij VTH. Wat is extra te doen om dat te verbeteren? Hoe is dat zichtbaar te maken? Misschien betreft dat de normstelling. Hij vindt het bespreekbaar maken van racisme erg belangrijk. Mevrouw Nolten (Bij1) hoort de heer Van Steeg zeggen dat deze mensen heel belangrijk werk doen. Zij vraagt of de heer Van Steeg van mening is dat het daarom juist heel belangrijk is dat racisme niet voorkomt. Of het werk belangrijk is staat hier niet ter discussie. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat het werk erg belangrijk is. Hij herhaalt dat er sprake is van een open cultuur en dat er open kan worden gesproken wanneer het gaat om dit onderwerp. Blijkbaar gaat niet altijd goed, de rapportage lezende. Mevrouw Nolten (Bij1) is benieuwd te vernemen vanwaaruit beredeneerd is dat het gaat om een open cultuur. Misschien is het in theorie gemakkelijk om over racisme te spreken. Het blijkt uit reflecties van heel veel mensen dat het lastig is om racisme aan te kaarten. Zij licht toe dat daardoor racisme in instituten sluipt en in de cultuur gaat zitten. Zij vraagt hoe heer Van Steeg dit ziet. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat een terechte analyse. Hij denkt dat het voor sommige mensen het nog heel moeilijk is omdat vanuit eigen ervaring binnen organisaties te bespreken.
Op plekken waar racisme wordt geconstateerd moet dat wat hem betreft serieus genomen worden en moet ervoor gezorgd worden dat racisme wel bespreekbaar wordt. Hij hoopt dat het college waar het kan het ook doet en dat ook VTH dit oppakt. Hij neemt aan dat VTH dit al heeft opgepakt. Hij vervolgt zijn inbreng met in te gaan op de versterking van de de externe meldfunctie. Artikel1 maakte daarover ook nog een belangrijke opmerking. Hij gelooft dat het zo kan zijn dat sommige mensen gemakkelijker melden bij de gemeente dan anderen. Juist dat is terug te zien in het vertrouwen in de overheid . Daar wringt zich dat de stem van de inwoners nog weinig is gehoord, ook bij dit onderzoek. Hij vraagt het college hoe dat te verbeteren; hoe ervoor te zorgen dat de meldingsbereidheid van juist die groep die niet meldt en hoe die mensen erbij te betrekken. Hij hoopt dat de wethouder hierop een antwoord kan geven. Het gevolg hiervan is dat de zichtbaarheid in de wijken wordt vergroot en dat dat ook gevolgen heeft voor de handhaving. Hij leest erover in de brief van het college waarPagina 21 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1030
1040
1050
1060
1070
mee hij het volledig eens is. Het is gemakkelijk gezegd; dat dat zou betekenen dat de gemeente extra handhavers moeten aantrekken en dat dat extra financiële middelen zou kosten. Hoe ziet het college dat? Het CDA is op zich hiervan voorstander. Zonder financiële consequenties is niet iets te zeggen over de zichtbaarheid in de wijk. Hij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. De heer Sungur (DENK) vond op dat onderdeel de brief heel zwak; het college geeft aan op dit moment niet eens te voldoen aan de bestaande afspraken. Hij legt de vraag voor hoe dit dan wel te realiseren, wanneer gezien wordt dat er juist meer nodig is. Hij citeert uit de brief en legt de vraag voor wat dat zegt over de gestelde prioriteiten. De heer Van Steeg (CDA) deelt met de heer Sungur dat hij diezelfde analyse maakte en dat dat niet zonder financiële middelen kan. Hij is er voorstander van die extra financiële middelen dan ook in te zetten. Mevrouw Nolten (Bij1) is benieuwd te vernemen hoe de heer Van Steeg het ziet. Gerichte surveillance wordt door inwoners in verband gebracht met meer vertrouwen; hoe koppelt de heer Van Steeg meer BOA's op straat aan meer vertrouwen? De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de boa's en handhavers een belangrijke rol spelen. Zij zijn de oren en ogen van de overheid. Die kunnen ook voor vertrouwen zorgen in wijken.
Wanneer mensen de handhaver kennen, zorgt dat over het algemeen voor een grotere meldingsbereidheid. Hij benadrukt het belang te werken aan de externe meldfunctie. Mevrouw Nolten (Bij1) vindt dat door alleen aanwezigheid vertrouwen niet opgebouwd wordt. Of denkt de heer Van Steeg van wel? De heer Van Steeg (CDA) denkt dat menselijk contact en het zoeken naar onderlinge communicatie een belangrijke basis is voor vertrouwen. Hij begrijpt wel dat er meerdere redenen zijn om weinig vertrouwen te hebben in de overheid. Dat kan ook te maken met het beleid op het gebied van diversiteit. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met in te gaan op de vraag wat met het onderzoek te doen. Hij vindt de brief van het college redelijk teleurstellend. Hij denkt niet dat er behoefte is aan een extra onderzoek. Wanneer dat gedaan wordt adviseert hij het college vooral te kijken naar gegevensverwerking. Daar gaat heel veel mis. Daar ziet hij een uitdaging voor de toekomst. Hij vindt dat het college zich er gemakkelijk van afmaakt door te zeggen dat het eigenlijk allemaal in de plannen staat die er zijn. Hij krijgt daarop graag de reactie van de wethouder. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het CDA erkent dat in het algemeen gesproken het niet correct is om te zeggen dat er geen sprake is van institutioneel racisme, gegeven het totaal van de tekst in het rapport.
De heer Van Steeg (CDA) herhaalt zijn stellingname dat op basis van het rapport dat de conclusie is. Hij bevestigt dat aan een aantal zaken hard gewerkt moet worden. Het is beide waar en hij spoort het college aan daarmee aan de slag te gaan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) herhaalt zijn metafoor over het kind dat beoordeeld wordt door de dokter op grond van wat uiterlijk zichtbaar is terwijl bij nader onderzoek blijkt dat het kind hoge koorts heeft. De vraag is dan of het kind ziek is of niet. De heer Van Steeg (CDA) herhaalt dat op een aantal punten werk aan de winkel is. De conclusie is wat hij is. Dat betekent dat de gemeente ermee aan de slag moet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Van Steeg zich kan voorstellen dat het kan helpen wanneer de overheid erkent wat mensen om zich heen zien. Ziet de heer Van Steeg de link naar steun in het gevoel dat heerst bij mensen, ook als het gaat om medewerkers van de gemeente Utrecht. Pagina 22 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1080
1090
1100
1110
1120
De heer Van Steeg (CDA) erkent dat. Hij herhaalt te hebben gezegd dat de signalen die er zijn serieus genomen moeten worden. Hij kan weinig veranderen aan de conclusies die zijn getrokken. Mevrouw Van der Wilt (D66) spreekt zich uit tegen iedere vorm van racisme en andere vormen van uitsluiting, zeker in een tijd van de nasleep van de toeslagenaffaire en waarin de tweedeling steeds concreter wordt. Dan moet juist de overheid alles op alles zetten die uitsluitig tegen te gaan. Haar fractie is blij dat er onderzoek is gedaan op initiatief van een aantal raadsleden. Bewustwording begint bij de betrokkenen zelf en de durf om in de spiegel te kijken. In de brief constateert het college dat formeel geen institutioneel racisme is geconstateerd. Dat betekent niet dat het bestuur nu achterover kan leunen. Institutioneel racisme laat zich niet vatten in formele regels en procedures, maar kan ook juist optreden in de uitwerking van het beleid in de realiteit, in informele werkwijzen en in de organisatiecultuur. Het rapport laat zien dat juist daar de eerste risico’s ontstaan op institutioneel racisme. Het bestuur moet daar niet van wegkijken of dit nuanceren. De heer Sungur (DENK) vraagt of het rapport alleen risico's laat zien. Of laat het rapport zien dat het om meer gaat dan risico's, namelijk aanwijzingen, zowel vanuit de stad als vanuit de werkvloer.
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat de vraag stellen in dit geval die ook beantwoorden is. Het rapport noemt inderdaad ook aanwijzingen. De heer Sungur (DENK) vraagt of D66 dit ziet als een vorm van institutioneel racisme, zoals ook in de definitie is geformuleerd. Of is D66 van mening dat dit geen institutioneel racisme is, maar dat het bestuur ermee aan de slag moet en dat het is zoals de onderzoekers het omschrijven zonder zelf daarover een duiding te hebben. Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt de vraag maar wil voorkomen het gesprek van zojuist te herhalen. De urgentie maakt dat het bestuur van de stad onderschrijft iets met dit rapport te moeten en die urgentie maakt dat de kern van het probleem zit in de vraag in hoeverre het al of niet een aanwijzing is; gaat het bestuur het kleiner maken of groter? Zij begrijpt de conclusie met betrekking tot het zien van aanwijzingen. Tegelijkertijd vraagt zij zich af of dit op deze manier goed te onderzoeken is of dat het bestuur er beter aan doet op een andere manier in de organisatie het gesprek aan te gaan over wat dat dan is. De heer Sungur (DENK) licht de reden toe waarom hij deze vraag stelt. Hij wil geen semantisch debat. Woorden doen ertoe.
Dit betekent iets voor hoe mensen dit debat volgen en hoe zijn partij hiermee omgaat; dat heeft ook zijn weerslag in het vertrouwen van mensen in de overheid, in de gemeenteraad, in de partij. Allereerst zal erkend moeten worden dat er sprake is van institutioneel racisme, voordat hiermee aan de slag te gaan is. Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt deze inbreng van de heer Sungur. Dit is een pleidooi dit thema vooral niet te bagatelliseren. Zo staat zij daarin ook. Zij refereert aan het begin van haar betoog. Zij ontkent niet dat het bestuur hiermee aan de slag moet. Wanneer burgers denken dat zij dit onderwerp niet serieus neemt, roept zij hen op om met haar in gesprek te gaan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt D66 of die fractie het met zijn fractie eens is dat het probleem allereerst goed geduid moet worden voordat overgegaan wordt tot het nemen van acties. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt bevestigend; zij zal aan het eind van haar betoog aangeven wat dat voor vervolgacties betekent. Pagina 23 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1130
1140
1150
Zij is blij dat het college aangeeft de aanbevelingen vanuit het rapport en die van Artikel 1 te willen opvolgen. Dat mag op een aantal punten steviger verwoord worden en ingezet wat haar betreft. Het college benoemt in zijn brief de ambitie te investeren in een organisatiecultuur waarin discriminatie, racisme en vooroordelen bespreekbaar gemaakt kunnen worden en te bestrijden zijn. Ook haar vielen de verkleinwoorden op in deze zin. Die desbetreffende formulering klinkt wat haar betreft te vrijblijvend. Haar fractie ziet liever dat het eerste advies van Artikel 1 hierbij leidend wordt, waarbij haar advies is om de continue sfeer te waarborgen waarin het onderwerp bespreekbaar is en wordt gewerkt aan de gemeenschappelijk gedragen interne norm. Zij sluit zich van harte aan bij het desbetreffende punt van het CDA en DENK. Zij verneemt graag of de wethouder deze analyse deelt en of zij het advies expliciet kan opnemen in de plannen. Ten tweede vindt zij het belangrijk dat naast voldoende aandacht voor de interne cultuur ook aandacht is voor het effect van het beleid. Het beleid geeft voor een groot deel richting aan de ruimte die uitvoerders hebben, maar kan ook onbewust een negatief effect hebben.
Haar fractie is daarbij wel kritisch op bijvoorbeeld het stimuleren van inwoners om meer te melden binnen de gebiedsgerichte aanpak, bijvoorbeeld bij een project als de Amsterdamsestraatweg. Zij verneemt graag op welke termijn het college dit uitwerkt en de raad dit kan bespreken. Daarbij zou wat haar betreft ook de burgemeester aanwezig moeten zijn. De gemeente geeft daarnaast aan voor te lopen met het onderzoek. Mevrouw Van der Wilt vindt het goed dat de gemeente dit heeft gedaan. Haar fractie waardeert het dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Haar fractie erkent ook de meer kritische reflecties van de andere fracties, dat een onderzoek zonder de input van de bewoners zelf geen volledig beeld geeft van de situatie. Ook is nu voornamelijk met stakeholders gesproken met een migratieachtergrond. Het lijkt haar fractie belangrijk ontwikkelingen rondom institutioneel racisme te blijven monitoren, ook nadat de normstelling heeft plaatsgevonden. Zij stelt voor bij dit vervolgonderzoek zeker ook met de inwoners te spreken, zowel met als zonder migratieachtergrond, zodat de signalen met betrekking tot behandeling te vergelijken zijn. Gezien het belang van dit thema verneemt haar fractie heel graag op welke wijze de gemeente als voorloper kan en zal werken aan een concreet plan waardoor institutioneel racisme in de toekomst beter is te monitoren en tegen te gaan is.
Haar fractie is benieuwd naar een eerste reactie op de mogelijke rol van de gemeentelijke ombudsman (als het gaat om de meldingen). Op welke wijze kan de wethouder de raad blijven betrekken en informeren over dit thema?
1160
1170
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) brengt in herinnering dat zij in 2020 samen met DENK een motie indiende die heeft geleid tot het onderzoek: het voorkomen en tegengaan van discriminatie en racisme is een van de speerpunten van haar partij. Haar fractie wil een Utrecht waarin alle mensen zich thuisvoelen, ongeacht waar hun wieg heeft gestaan, welke huidskleur zij hebben, van wie zij houden, welk geloof zij hebben, et cetera. Daarnaast is de aanpak van discriminatie en racisme voor haar persoonlijk als raadslid een belangrijk thema dat haar diep raakt. Zij weet maar al te goed wat het is om in de maatschappij tegen hardnekkige muren te moeten opboksen; muren van vooroordelen, van kansenongelijkheid, van witte overheersing oftewel white supremacy, en van systematische uitsluiting. Tot haar spijt zijn die muren er. Zij pleit Pagina 24 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1180
1190
1200
1210
1220
ervoor daar niet omheen te draaien. Dat wil niet zeggen dat die muren er bij iedereen en overal zijn. Die muren zijn vaak diepgeworteld in sommige delen van de samenleving; daardoor kunnen veel talenten niet verder komen op de maatschappelijke ladder, met alle gevolgen van dien. Voor al die Utrechters dient zij regelmatig voorstellen in voor de aanpak van racisme en discriminatie. In de afgelopen jaren zijn goede stappen gezet in de richting van een Utrecht voor iedereen. Ook als het gaat om het handelen van de gemeente is GroenLinks enorm kritisch. De motie is ingediend om te ontdekken hoe het binnen de organisatie gaat en wat beter kan. Naar aanleiding van de motie gingen de onderzoekers pionieren samen met de gemeente; zij leest dat in de stukken. De uitkomst is dat er eerste aanwijzingen zijn geconstateerd van ongelijke behandeling in de uitvoeringspraktijk. Verder zijn er risico's geconstateerd en daarop gebaseerd aanbevelingen gedaan. De signalen die het rapport boven water hebben gehaald neemt GroenLinks uitermate serieus. Haar fractie vindt dat stevige actie nodig is. Elke Utrechter die te maken krijgt met racisme en discriminatie is er wat haar betreft één teveel. Het college gaat naar aanleiding van het onderzoek met de aanbevelingen aan de slag om te werken aan meer inclusieve organisatie. GroenLinks wil meer.
Zij agendeert in dit verband drie punten: Haar fractie wil dat de raad nauw betrokken wordt bij de opvolging van de adviezen in het kader van een meer inclusieve gemeentelijke organisatie. Zij vraagt hoe de wethouder aan de wens wil voldoen om de raad structureel inzicht te geven in de opvolging van de adviezen. Hoe kan de raad betrokken worden bij de gesprekken met betrokkenen bij de Bibop? Wat leveren die gesprekken op? Wat gaat ermee gebeuren? Haar fractie wil graag dat vanaf nu gebruik gemaakt wordt van de mystery-guestmethodiek. Zij wil graag dat mystery guests worden ingezet om op die manier de muren te leren kennen. Ook dit zal opnieuw pionieren worden, net als het onderzoek. Zonder durf radicale acties in te zetten, zal die andere gemeentelijke organisatie er niet komen. Zij krijgt hierop graag de reflectie en de toezegging van de wethouder op dit punt. De onderzoekers zien risico’s op ongelijke behandeling in gebiedsgericht werken in de handhaving. Die aanwijzingen geven GroenLinks genoeg reden om daarvan werk te maken; zij vraagt welke kaders er zijn, welke kaders zijn verder te ontwikkelen? Dit om te verzekeren dat in deze gevallen geen sprake kan zijn van etnisch profileren. Zij zou het mooi vinden om hierop breder in te zoomen in een ander debat. Zij is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Hiermee rondt zij haar bijdrage af.
De heer Sungur (DENK) is benieuwd te vernemen of GroenLinks de conclusies van het rapport beschouwt als institutioneel racisme; en dat daarvan in ieder geval sprake is bij VTH. Of verbloemt GroenLinks dit zoals andere partijen met termen als “aanwijzing” en “risico's”. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) merkt op dat in het rapport feitelijk is geschreven dat onderzoekers op verschillende beleidsterreinen niet hebben kunnen vaststellen dat er sprake is van institutioneel racisme. Bij de handhaving zijn er aanwijzingen geconstateerd. Zij vindt dat het college in zijn brief te stellig zegt dat er geen sprake is van institutioneel racisme. Zij vindt dat het rapport pionierend en experimenteel is. Voor haar is het nog niet duidelijk. Om die reden wil zij graag doorpakken en om die reden wil zij data verzamelen via de mystery guests zodat er stevig bewijs in handen komt. Pagina 25 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1230
1240
1250
1260
De heer Sungur (DENK) merkt op dat de onderzoekers naar de formele termen kijken en naar de uitwerking ervan. In de praktijk is ongelijke behandeling geconstateerd. Juist op dat tweede aspect is te zien dat mensen in de stad zeggen dat er sprake is van ongelijke behandeling. Een deel van de medewerkers heeft zelf ook ongelijke behandeling zien gebeuren. Een kwart van de ondervraagden zegt dat ongelijke behandeling niet uit te sluiten is. Hij vraagt of dit niet voldoende is om te zeggen dat dit aan de definitie voldoet van institutioneel racisme. Moet de raad hierover niet eerlijk zijn naar de burgers? Hij pleit voor erkenning en gerichte acties. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) bevestigt die signalen ook uit de stad te krijgen. Het onderzoek zegt heel voorzichtig dat er sprake is van aanwijzingen naar institutioneel racisme. Zij deelt dat en daarom wil zij dat het bestuur daar stevig op doorpakt. Mevrouw Nolten (Bij1) hoort een aantal suggesties van mevrouw Deldjou Fard waarin zij zich kan vinden. Zij vraagt of mevrouw Deldjou Fard ook onderschrijft zoals DENK dat een vervolgonderzoek zeker kan helpen om beter in kaart te krijgen hoe de vork in de steel zit in de stad als het gaat om institutioneel racisme. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) merkt op dat zij en Bij1 in essentie hetzelfde willen. Het onderzoek zou een verschuiving opleveren.
Het onderzoek heeft al twee jaar op zich laten wachten om tot dit punt te komen. De aanwijzingen zijn voor GroenLinks al reden genoeg om de volgende stappen te zetten. Zij ziet mystery guests als een hierop volgend onderzoek. Daarmee zijn data harder boven boven tafel te krijgen. Zij zet daarop graag in. Mevrouw Nolten (Bij1) vindt dit verhelderend. Gezien is dat het college een andere conclusie trekt dan de onderzoekers. Zij vraagt of mevrouw Deldjou Fard dan niet bang is dat in die aanpak ook een zekere voorzichtigheid en terughoudendheid komt. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) is daarvoor niet bang. Zij refereert aan eerdere ervaringen met mystery guests. De voorzitter daagt de commissie uit in het vervolg zo kort en bondig mogelijk inbreng te leveren; dit ondanks de ernst en het belang van het onderwerp. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) gaat in op het systeem dat iemand tegenwerkt. Het gaat niet om de keuze van een individu, maar door het beleid van een collectief. Zij vindt het goed dat bij de gemeente Utrecht nu een eerste stap is gezet om dit in kaart te brengen. Zij dankt de initiatiefnemers en de onderzoekers hiervoor. Zij vindt het fijn dat er geen bewijs gevonden is van institutioneel racisme op basis van dit onderzoek. Zij vindt elk geval er één teveel. Zij ziet dit als verantwoordelijkheid van de leidinggevenden bij de gemeente, melding of niet.
Onder de verantwoordelijkheid van de gemeente valt ook het inclusieve karakter dat Utrecht nastreeft. Zij vindt de conclusie in de raadsbrief niet geruststellend. Risico's die in de brief op milde toon worden genoemd, maar in het onderzoek duidelijk naar voren komen, zijn wat haar betreft punten om alert op te zijn en op te handelen. Zij vraagt in hoeverre het duidelijk is dat de gemeente Utrecht racisme in welke vorm dan ook niet accepteert en dat de sancties die het college voor zich ziet om werkelijke verandering te bewerkstelligen. Zij krijgt hierop graag de reflectie van de wethouder. Haar fractie wil vooruit kijken, luisteren en daarvan leren. Zij vraagt wat de gemeente gaat doen om ervoor te zorgen dat de aanwijzingen en risico's zich niet ontwikkelen tot verdere problemen. Wat kunnen en zullen andere afdelingen hiervan leren? VTH is de meest diverse afdeling van de gemeente Utrecht. Uit het onderzoek komt geen Pagina 26 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1270
1280
1290
1300
1310
bewijsbaar probleem van institutioneel racisme boven, maar wel een interne cultuur waar ruimte is voor onderling racisme. Zij legt de vraag voor hoe de gemeente erop kan aansturen dat dit geen voorbode is van wat er gaat komen bij de rest van de organisatie, bij het najagen van streefcijfers die te behalen zijn op het gebied van diversiteit. Zij vraagt hoe de wethouder dit ziet. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt hoe de ChristenUnie in het licht van deze uitspraak naar de reflectie van Artikel 1 kijkt die normstelling boven een divers personeelsbestand plaatst omdat normstelling belangrijker is. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vindt deze vraag terecht. Zij vindt beide belangrijk. Zij vervolgt haar inbreng en vraagt op welk moment voorlichting zal plaatsvinden en medewerkers breed gedragen in de organisatie meer handvatten nodig hebben om aan het begin om melding te kunnen en te maken wanneer sprake is van pestgedrag of ongelijke behandeling op de werkvloer. Op welke manier kunnen medewerkers en inwoners het gevoel hebben dat zij worden gezien wanneer zij aangeven hiermee te worden geconfronteerd. Zij krijgt hierop graag de reflectie van het college. Zij vraagt hoe het staat met de diverse instroom bij werving en selectie; heeft de gemeente scherp dat er een verschil is tussen werving en inclusieve werving.
Wordt daarbij de interseksuele aanpak gehanteerd; wat diversiteit is niet binair. Ieder mens is anders. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat diversiteit en inclusie samen worden aangepakt, om een veilige werksfeer te garanderen voor divers talent. De ChristenUnie ziet het onderzoek als een begin ervan naar een stad toe waar mensen graag willen wonen en naar een gemeente waar mensen graag willen werken. Mevrouw Ramaker (VVD) voert het woord namens haar collega mevrouw Al Saqaff. Zij merkt op dat racisme bij de wet verboden is. Zij stelt dat ieder mens gelijkwaardig is. Tot haar geluk is aangetoond dat in principe geen sprake is institutioneel racisme binnen de gemeentelijke organisatie. De heer Sungur (DENK) vraagt waar mevrouw Ramaker gelezen heeft dat er geen sprake is van institutioneel racisme. Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat zij dat las in het rapport. Zij vervolgt haar inbreng met te benadrukken dat er in principe geen sprake is van institutioneel racisme binnen de gemeentelijke organisatie. Tot haar spijt vallen racisme en discriminatie niet uit te bannen. Dat toont het onderzoek ook aan. De heer Sungur (DENK) vraagt waar in het rapport staat dat er geen sprake is van institutioneel racisme bij de gemeente. Mevrouw Ramaker (VVD) verwijst naar haar collega mevrouw Al Saqaff voor de beantwoording van die vraag. Zij vervolgt haar inbreng.
Er wordt gewerkt met de doelgroepen en risicoprofielen omdat de regelgevingruimte biedt voor eigen invulling te geven en omdat op de werkvloer eigen codes en mores zijn van “zo doen wij dat altijd”. Het grootste deel van de boa's, beleidsmedewerkers en handhavers zijn in haar beleving welwillend. Die hebben geen discriminatie tot doel. De VVD ziet wel een aantal kritiekpunten waar mogelijk sprake is van ongelijke behandeling in de uitvoeringspraktijk bij Toezicht en Handhaving. De VVD denkt dat het belangrijk is om vooral in gesprek te blijven met elkaar binnen de organisatie en dat de uitnodiging om zich te uiten al gevoeld wordt bij de medewerkers. Zij hoorde gesproken worden over Uthiek en uit haar waardering daarvoor.
Pagina 27 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1320
1330
1340
1350
1360
Naast meldingen denkt haar fractie dat het informatiegestuurd moet worden gehandhaafd; waar regels worden overtreden moet worden gehandhaafd. Haar fractie beschouwt het bestrijden van discriminatie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid en de samenleving en van het college en de raad als gemeentebestuur. Mevrouw Nolten (Bij1) is benieuwd wat mevrouw Ramaker bedoelt met informatiegestuurd handhaven. Mevrouw Ramaker (VVD) vermoedt dat het gaat over de handhaving in de wijken en buurten op basis van meldingen aldaar. Mevrouw Nolten (Bij1) zag in het rapport dat informatie gekleurd kan zijn. Hoe lost dat institutioneel racisme op? Mevrouw Ramaker (VVD) nodigt mevrouw Nolten uit die vraag te stellen wanneer haar collega weer aanwezig is. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn met in te gaan op de gezamenlijke verantwoordelijkheid. De vraag is dan wat het gemeentebestuur van belang vindt. Zij pleit ervoor één keer in de zoveel tijd een herijking te doen plaatsvinden vanuit de vraag of andere wijken meer aandacht nodig hebben en dus meer kijken naar wat de meldingen doen in plaats van langs gaan. Haar fractie wil ook meer handhaving in Leidsche Rijn. Zij vraagt de wethouder dit mee te nemen. Zij pleit voor aandacht voor uitvoerders; de mensen die het gezicht zijn van de stad aan de balie, opo de vuilniswagen en op straat moeten het beleid ook kunnen uitvoeren.
Zij vraagt wat de wethouder van plan is als het gaat om de wisselwerking tussen beleid en uitvoering. Zij vraagt of het idee is een rondje meelopen in de handhaving als standaard onderdeel van het werk van een beleidsambtenaar te laten zijn. Dan ontstaat er zicht op of de keuzes die een beleidsambtenaar gelaten wordt, in de praktijk haalbaar zijn. Wat haar betreft moet daarover ook het gesprek gaan. Zij vraagt wat de wethouder van dat idee vindt. Het is ook belangrijk sancties te treffen als er over de grens wordt gegaan; duidelijk moet zijn wat kan en niet kan. Zij vraagt of de wethouder het daarmee eens is. Hiermee rondt zij haar bijdrage af. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) is blij met het onderzoek. Hij is trots op de pioniersrol van de gemeente Utrecht op de vier deelgebieden waarop de organisatie is doorgelicht. Hij complimenteert de onderzoekers met het uitvoerige rapport. De onderzoekers beschouwen dit rapport als slechts een eerste aanzet. Zijn fractie zag veel eyeopeners en haar vermoedens bevestigd. Hij vindt het geruststellend dat er geen formele uitingen van institutioneel racisme zijn aangetroffen. Informele uitingen zijn er wel degelijk, bijvoorbeeld in het onderling gedrag van VTH-medewerkers. Ook zijn fractie vindt dat schokkend en onacceptabel. Zijn fractie vraagt zich af of de wethouder daarvan is geschrokken.
Hij vindt de vraag van de PvdA interessant; wat is er gedaan in de organisatie sinds het verschijnen van het onderzoek. Het onderzoek werd slechts gedaan op een aantal specifieke beleidsterreinen; de constatering daar is ook al een aanwijzing dat institutioneel racisme op andere onderdelen van de gemeentelijke organisatie een probleem kan zijn. Hij vraagt hoe het college dat ziet. Hij vraagt hoeveel zicht er echt is op het informele racisme in de gehele organisatie. Kan het college daarom toezeggen met een meerjarig een integraal plan van aanpak te komen zoals ook Artikel 1 wil. Pagina 28 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1370
1380
1390
1400
1410
De heer Van Heuven merkt op dat papier en praktijk niet op één lijn liggen. De regels zijn keurig en inclusief. Toch kan iemand die de uitvoering ervaart dit als onprettig en discriminerend ervaren. Hij vindt het goed dat het college dat benoemt. De vraag is hoe het college hiervan werk gaat maken. Hoe gaat de gemeente aan de slag met het gegeven dat er geen duidelijkheid is over wie verantwoordelijk is voor dit soort racisme. Straffeloosheid vindt hij een risico. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van DENK: aanpassen van de norm vindt hij een goed idee. Meldingen en data en informatie vanuit andere instanties kunnen een risico vormen volgens de onderzoekers vanwege vervuilde data. Uit de raadsbrief blijkt dat over de gegevensuitwisseling op ambtelijk en bestuurlijk niveau overlegd wordt met ketenpartners, maar ook hier vraagt hij of institutioneel racisme steeds en stelselmatig wordt aangekaart. Speelt dit wel een duidelijke rol? Fracties die voor hem het woord voerden pleitten voor verdiepend aanvullend onderzoek. De Partij voor de Dieren begrijpt zeker wel dat er meer onderzoek nodig is om een volledig beeld te krijgen over hoe diep en breed het informele racisme is. Zijn fractie sluit aan bij die oproep.
Veel liever zet zijn fractie nu al stappen om die aanwijzingen van institutioneel racisme te voorkomen en weg te werken en dan niet alleen op de vier terreinen die nu onderzocht zijn. Hij ziet graag dat meer wordt ingezet op communicatie naar andere gemeenten en andere overheden, ook semi-overheden waarvoor Utrecht verantwoordelijk is; wat kunnen zij leren uit de lessen van dit onderzoek? Hiermee rondt hij zijn bijdrage af. De heer Dijkstra (EenUtrecht) complimenteert de raadsleden die ervoor gezorgd heben dat dit onderzoek gedaan is. Hij complimenteert de gemeente met het oppakken hiervan. Hij spreekt de hoop uit dat hierop wordt doorgepakt. Hij is zich er heel erg van bewust dat de honderden medewerkers bij de desbetreffende afdeling waarvan de meerderheid er goed inzit en niet heeft met racisme. En dat het hen heel veel waard is dat hier het bestuur een goede slag maakt. Er zullen ook heel veel medewerkers zijn die zich storen aan wat sommige collega's als gewoon zijn gaan beschouwen. Een pest- of discriminatiecultuur is moeilijk weg te krijgen. Daarom is het zo belangrijk het probleem correct te duiden. Daar zit een enorme teleurstelling voor zijn fractie en naar hij zich kan voorstellen ook voor een aantal andere partijen in de raad. Hij vindt het spijtig dat het college hier een ongelooflijk gemiste kans laat zitten.
Hij spreekt de hoop uit dat het college dat gaat repareren. Het college heeft de mogelijkheid gemist om naast de medewerkers te gaan staan en naast de bewoners en duidelijk te maken en dat ze niet willen bagatelliseren in geen enkele vorm. Hij attendeert op de pagina 143 waar hij leest dat op basis van uitsluitend de formele dingen die aangetroffen zijn, geen institutioneel racisme is vast te stellen. Op dit punt noemt hij nog een keer zijn metafoor. Hij vindt dat het college verkeerd citeert. De verkleining en de ontkenning is ook in de media gekomen. Daarmee laat het college alle mensen vallen die dit hebben gesignaleerd, geconcludeerd, en die dit voelen, et cetera. Hij hoopt dat de wethouder inziet dat ze in dit verband iets anders had moeten zeggen. De heer Sungur (DENK) merkt op dat de heer Dijkstra refereert aan pagina 143 waarin staat dat op basis van de verzamelde informatie over de formele regels, processen en procedures geen institutioneel racisme is geconstateerd. Daarmee doelen de onderzoekers op de eerste frase van de definitie en niet op de uitvoerPagina 29 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1420
1430
ingspraktijk. De alinea zin daarna gaat over de uitvoeringspraktijk. Hij nodigt iedereen uit het op die manier te lezen en de uitvoeringspraktijk te zien als een onderdeel van de definitie, zoals KJNS dat doet. Hij vraagt of heer Dijkstra dat met hem eens is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan het daarover helemaal eens zijn met de heer Sungur. Hij spreekt de hoop uit dat iedereen die passage goed leest en goed begrijpt wat daar staat. Hij hoopt dat de wethouder dat corrigeert. Zo mag het wat hem betreft niet in de kranten te komen. Hij vraagt of de wethouder dit publiekelijk recht wil zetten. Mevrouw Van der Wilt (D66) bestrijdt dat het college dit willens en wetens zo aan de pers heeft aangeleverd. Wat de pers daarvan maakt is één. Zij vraagt of de heer Dijkstra uit het onderzoek leest dat het college de signalen niet serieus neemt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft geen enkele reden te twijfelen aan de oprechtheid van het college. Hij vreest dat het college een te grote afstand heeft tot wat het ook is en de neiging heeft vertoond het niet te groot te willen maken. Hij zet daar tegenover de waarschuwing het niet te klein te maken. Daarmee gaat het college te weinig naast de mensen zelf staan.
Er was een ander krantenartikel beschreven wanneer de geschrokken reactie van het college was geweest dat er waarschijnlijk of misschien sprake is van institutioneel racisme, en dat daar iets aan gedaan moet worden. Dan was een andere beleving ontstaan in de stad, bij mensen in de buurt en bij medewerkers. Hij had dat veel beter gevonden. De voorzitter schorst de vergadering om 16.54 uur tot 20.00 uur.
1440
1450
1460
Avondvergadering; voortzetting van het debat De heer Dijkstra (EenUtrecht) vervolgt zijn inbreng van voor de dinerpauze. Hij vraagt (1) of het colege bereid is een aanvullend deel 2 te organiseren op het huidige onderzoek door burgers te interviewen. (2) Hij vraagt of het college bereid is een onafhankelijk vervolgonderzoek te faciliteren. (3) is de wethouder ermee eens om een andere cultuur te laten ontstaan waarin leidinggevenden voortdurend vragen naar aspecten die met institutioneel racisme te maken hebben. Zo ja, gaat de wethouder dat centraal stellen in de aanpak. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de heer Dijkstra dit onderzoek niet onafhankelijk vindt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan dat niet goed beoordelen; hij heeft die indruk. Daarover kan hij nog niet spreken. Hij heeft meer dan een indruk dat er tussentijds iets gewijzigd is in de conclusies in de loop van het onderzoek. Hij denkt dat het bestuur daarover nog komt te spreken. Hij vervolgt zijn betoog met (4) de oproep de klachten en bezwaarprocedures veilig, dus onafhankelijk. Het loopt bijna altijd slecht af met de klokkenluiders. Hij vraagt hoe het college dit gaat garanderen. Mevrouw Nolten (Bij1) merkt op dat wat haar fractie betreft niet ter discussie staat dat er sprake is van institutioneel racisme in Utrecht.
Zij is blij te zien dat in haar gemeente er een breed gedragen nota bestaat om meer zicht en grip te krijgen op institutioneel racisme en daartegen preventief op te treden. Zij dankt haar collega's van DENK, GroenLinks en de Partij voor de Dieren voor het indienen van de motie die geleid heeft tot dit onderzoek.
Pagina 30 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1470
1480
1490
1500
1510
Wat haar fractie betreft is de tijd van praten over definities voorbij. Racisme is in strijd met artikel 1van de grondwet. In de afgelopen jaren zijn in Nederland genoeg voorbeelden gezien van hoe diep institutioneel racisme geworteld is in in alle instituties en hoe dat dagelijks mensen in hun bestaan raakt. Institutioneel racisme is geen weeffout in het systeem. Het is de rode draad die overal dwars doorheen loopt; vanaf het Nederlands koloniaal verleden tot vandaag de dag. De gemeente staat slechts aan het begin van dat onder ogen zien. In de ogen van haar fractie is het onderzoek ontoereikend. De getrokken conclusies van het college zijn niet alleen voorzichtig, maar ook nadrukkelijk een onjuiste lezing van die van de onderzoekers, zoals aangegeven door de heer Sungur van DENK en de heer Dijkstra van Een Utrecht. Zij vindt het aangegevene kwalijk. Op een enkel vlak worden eerste aanwijzingen gevonden en op andere terreinen is institutioneel racisme uitgesloten. Dat rijmt niet met het aantal externe meldingen van discriminatie dat jaarlijks wordt ontvangen en het toenemende wantrouwen in de gemeente onder gemeenschappen van kleur. Haar fractie gelooft dat vervolgonderzoek zeker kan helpen om meer grip te krijgen op institutioneel racisme binnen de gemeente door het op alle niveaus te onderzoeken en gericht aan te pakken.
De onderzoekers gaven ook aan dat ze vanwege tijdgebrek minder konden doen dan ze wilden. Een vereiste is voor haar fractie dat de methode en de uitvoering van het onderzoek wordt bedacht in samenspraak met inwoners die discriminatie en racisme ervaren. Zij vraagt of het college met haar fractie deelt dat een uitgebreid vervolgonderzoek nodig is waarin de ervaring van deze inwoners centraal staat. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt zich af met betrekking tot de brief van het college of zij over dezelfde orde van grootte praat als het gaat om de aantallen meldingen. Mevrouw Nolten (Bij1) merkt op dat meldingen niet de hele werkelijkheid weergeven. Dat is ook niet het signaal dat haar fractie uit de stad hoort. Dat is een van de redenen waarom het bestuur nu bijeen is over dit onderwerp. Zij ziet het als topprioriteit; elke melding is er een teveel zoals eerder al gezegd. Zij vindt dat het bestuur ervan uit kan gaan dat dat het topje van de ijsberg is. Het wordt wat haar betreft tijd om dit onderwerp serieus te nemen. Mevrouw Van der Wilt (D66) leest ook dat er geen sprake lijkt te zijn van institutioneel racisme in beleid en protocollen. Dat verbaast haar fractie niet. Racistisch beleid staat zelden expliciet op papier; de belastingdienst daargelaten. Het houdt zich schuil in de voordelen van mensen die het werk doen.
Het zit in de dagelijkse uitwerking van gedrag, omgangsvormen en microagressies van mensen die het beleid uitvoeren. Het gaat zelden om het beleid zelf. Concluderen dat het racisme niet is aangetroffen in de protocollen, is wat haar fractie betreft een dooddoener en doet geen recht aan wat institutioneel racisme behelst. Hoewel het rapport wel meldt dat er weinig vertrouwen en meldingsbereidheid is, wordt niet het verband gelegd met het gebrek aan consequenties. Zij vindt het heel fijn wanneer gezamenlijk een norm gesteld wordt, dat het streven is naar meer inclusie en het gemakkelijker maken van melden, maar wanneer vervolgens niets met de klacht wordt gedaan, koopt niemand daar iets voor. De heer Sungur (DENK) is het eens met de dooddoener van mevrouw Nolten. Hij vraagt wat Bij1 ervan vindt dat het college dat aangrijpt om te zeggen dat er binnen de gemeente Utrecht geen sprake is van institutioneel racisme en dat maar liefst 3-4 keer in de brief laat terugkomen.
Pagina 31 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1520
Mevrouw Nolten (Bij1) deelt de analyse die de heer Sungur daarop eerder gaf. De pioniersrol van de onderzoekers en van degenen die de motie hebben opgesteld, is er zeker. Maar zij vindt de term pioniersrol een koloniale term; wat betekent dat nu eigenlijk? Utrecht is de eerste die dit gaat onderzoeken? Er zijn al zoveel mensen die het al zo lang aankaarten dat het hier gaat om een onderdeel van de samenleving, dat bij sommige mensen nu een belletje is gaan rinkelen dat dit inderdaad waar is, vindt zij niet per se iets om trots op te zijn. Zij pleit ervoor afstand te nemen van die term. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn. Wanneer mensen iets traumatiserend meemaken en zij doen er alle moeite voor om daarvan melding te maken en de betrokkenen zien dat hun melding slechts uitmondt in eindeloze gesprekken en dat de verantwoordelijken op een plek blijft zitten, denk een mensen vervolgens wel twee keer na voordat zij met hun ervaringen buiten komen. Meer ontmoediging is er niet te bedenken. Zij vraagt of het college onderschrijft dat de vergroting van de meldingsbereidheid sterk afhankelijk is van en of er ook acties worden ondernomen na de melding en indien het college daarop bevestigend antwoordt, vraagt zij of het college zich voorneemt zorgvuldige opvolging van klachten beter te waarborgen in de toekomst.
1530
1540
1550
Institutioneel racisme is alleen te bestrijden wanneer betrokkenen bereid zijn het te bestraffen. Racisme en discriminatie is in strijd met de grondwet en dus strafbaar. Discriminatie geldt wat Bij1 betreft als grond voor ontslag. Gemeenteambtenaren die discrimineren dienen na herhaaldelijke discriminatie ontslagen te worden. Hiervoor worden wat haar betreft dan duidelijke richtlijnen ingevoerd die van toepassing zijn op het gehele ambtelijke apparaat. Aansluitend op het verzoek van DENK om de toezegging verneemt zij graag hoe het college daarover denkt. Hierover is eindeloos door te spreken als partijen. Bij1 zal dat blijven doen. Tot haar geluk hoorde zij veel goede suggesties van andere partijen, waaronder het voorstel over mystery guests van mevrouw Deldjou Fard. Wat haar fractie betreft is het tijd voor aanpakken. Van praten over inclusie naar het uitroeien van racisme, van spreken over een pioniersrol van de gemeente, maar erkennen dat het bestuur nog lang niet in is geslaagd om institutioneel racisme bloot te leggen omdat de onderzoeksresultaten niet rijmen met de geluiden in de stad. Van met heel veel witte mensen uitspreken dat diversiteit belangrijk is, naar met elkaar erkennen dat het gaat om mensenrechtenschending en daarop passende maatregelen nemen die verder gaan dan het alleen volgen van een training.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de onderzoeksresultaten niet lijken te rijmen met de belevenis de stad. Hij vraagt of Bij1 erkent dat dat alles te maken heeft geen bewoners of ondernemers heeft kunnen interviewen die er zelf mee te maken hebben gehad waardoor alleen gesproken is met sleutelfiguren. Dat levert veel informatie op, maar dat is uit de “tweede hand”. Dan zijn voorzichtige conclusies te trekken. Wanneer er een deel 2 zou zijn op het onderzoek, racisme beter bloot komt te liggen en dat dat belangrijk is. Mevrouw Nolten (Bij1) beaamt dat. Zij weet dat het zeker zou helpen om de conclusies beter aan te scherpen en een betere weergave van de realiteit te geven. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn. Haar fractie zal ontzettend kritisch blijven naar wat het college in de komende jaren gaat doen om institutioneel racisme bij de wortel aan te pakken. Haar fractie wil pas
Pagina 32 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1560
spreken van succes als de stad vrij is van racisme. Haar fractie gelooft in de juiste intenties van de gemeente en dat dit mogelijk is. Hiermee rondt zij haar bijdrage af. De voorzitter stelt vast dat de PVV niet aanwezig is. Hij concludeert dat alle agenderende partijen het woord hebben gevoerd. Hij geeft gelegenheid voor een korte inbreng aan fracties die niet hebben geagendeerd.
1570
De heer Maas (VOLT) is blij dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden en dat het bestuur daarover vandaag heeft kunnen spreken. Zijn fractie is van mening dat racisme niet past in deze stad. Onafhankelijk van of er signalen hiervan zijn, moet wat zijn fractie betreft alles op alles gezet worden om racisme tegen te gaan. Zijn fractie dringt aan op een snel vervolg van het onderzoek en om direct te beginnen met het nemen van maatregelen om institutioneel racisme te beteugelen. Hij heeft veel goede ideeën gehoord, waaronder het aanscherpen van de definitie, gebruik maken van mystery guests en hij neemt aan dat de wethouder heeft neergeschreven en dat hij de verzoeken niet hoeft te herhalen.
1580
1590
1600
Beantwoording Wethouder Streefland stelt zich voor dat voor sommigen het gevoelsmatig wat laat is aangezien het onderzoek al eerder was aangekondigd. Zij denkt wel dat dit het goede moment is. Het goede debat is gevoerd. Zij is de verantwoordelijke als het gaat om P&O. Zij zal zo goed mogelijk antwoord geven. Ze zegt aan de voorkant dat mensen uiteenlopende redenen kunnen hebben om zich verbonden te voelen met dit thema. Het gaat over wat de heer Sungur zei of het mogelijk is om in de voeten van de ander te gaan staan, of het bestuur weet wat er leeft in de hoofden van de ander, in de wereld van de ander. Zij vindt met velen in de commissie dit onderwerp zeer relevant. Haar hart gaat uit naar mensen die het gevoel hebben mee te kunnen doen, dat zij een bijdrage kunnen leveren, dat ze gezien worden, dat ze talent hebben, dat soms interventies nodig zijn in de trant van “wij zijn er voor je”. Daar klopt haar hart sneller van. De wethouder weet desondanks niet of zij een bevredigend antwoord kan geven op alle vragen die gesteld zijn in de commissie. Zij zet zich daarvoor in. Zij gaat allereerst in op de uitkomst van het onderzoek en wat dat onderzoek heeft gedaan in de organisatie.
De wethouder bevestigt dat in dit onderzoek met deze gegevens naar voren komt op basis van de toegepaste methodologie en na de gesprekken met de mensen die er nu zijn en wat de onderzoekers hebben gezien in de processen, dat in dat opzicht niet bewezen is dat er sprake is van institutioneel racisme. Zij benadrukt dat taal ertoe doet, ook als het gaat om een onderzoek goed te lezen. Zij plaatst daarbij kanttekeningen. Wel zijn er aanwijzingen dat medewerkers dingen kunnen doen die onoorbaar zijn vanuit de vrijheden die ze hebben vanuit mogelijk verschillende (persoonlijke) motivaties. De heer Sungur (DENK) merkt op dat wat de wethouder zegt zijns inziens letterlijk niet klopt. Wanneer de wethouder ervan zou maken dat in formele zin (in de formele procedures en processen) geen institutioneel racisme is gevonden, zou het kloppen. De definitie van institutioneel racisme gaat verder dan alleen de formele procedures. Die gaat ook over de uitwerking. De zin in het rapport (bladzijde 143) na de alinea Pagina 33 van 53
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 8 september 2022
1610
1620
1630
1640
1650
waarin staat dat de onderzoekers institutioneel racisme niet hebben kunnen vinden in de formele processen, begint met dat zij de eerste aanwijzingen van institutioneel racisme hebben gevonden bij Toezicht en Handhaving in de openbare ruimte. Hij herhaalt zijn stelling dat de overheid, het college, zorgvuldiger moet zijn in wat hij leest. Wethouder Streefland vindt dat er geen enkel licht zit tussen wat de heer Sungur zojuist zei en wat zij inbracht. In formele zin zeggen zij precies hetzelfde. Zij bevestigt dat taal ertoe doet. Zij heeft ook gesproken over de eerste aanwijzingen binnen de afdeling VTH dat er in gedragingen die kunnen leiden tot patronen, die wat haar betreft absoluut niet kunnen. De heer Sungur (DENK) interpreteert de tekst in het rapport dat er wel sprake is van institutioneel racisme als het gaat om de uitvoeringspraktijk. De onderzoekers geven nadrukkelijk aan dat het niet kan gebeuren in gedragingen, maar dat het gebeurt en dat die ongelijke behandeling structureel is. Dat zeggen de onderzoekers niet alleen, maar ook medewerkers van de gemeente Utrecht zelf, van VTH zelf. Liefst een kwart van de geïnterviewde mensen geeft aan zich daarbij iets te kunnen voorstellen. Hij vindt het heel belangrijk ook dat de adresseren, ook in de woorden die het bestuur van de stad bezigt, ook in de uitlatingen van het bestuur, en ook vanuit het college.