Conceptverslag Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 11 mei 2023.docx
Tekst van het document
Mevrouw Alblas hoopt dat de wethouder haar gerust kan stellen, maar wat kan de wethouder doen om de CU gerust te stellen? Mevrouw Alblas (CU) meent dat de wethouder natuurlijk niet kan zeggen of het wel of niet gaat gebeuren, maar zij kan zeggen dat er meer ruimte is dan haar fractie op dit moment denkt. Mevrouw Zwinkels (CDA) weet dat er volgende week nieuwe informatie zou kunnen komen. Doelt mevrouw Alblas daar op? Zij snapt het niet helemaal.
50
Mevrouw Alblas (CU) excuseert zich, als wat zij zegt niet duidelijk is. Zij bedoelt gewoon te zeggen dat het Rijk nog steeds heel graag deze verbreding wil en dat er hier lokaal en provinciaal een duidelijk tegengeluid te horen is. Haar fractie weet dat het Rijk op sommige momenten zegt dat het iets toch wil. Dan is de kans groot dat dat hier gaat gebeuren.
55
De voorzitter vindt het een interessant debat, maar wijst erop dat de commissieleden hier niet in de Tweede Kamer zitten. De CU kan vragen of de wethouder iets weet. Als de wethouder iets weet of niet, dan vertelt zij dat en dan hoort de CU dat. Anders is het een vraag die hier niet kan worden beatwoord. Hij wijst erop dat de commissie hiermee over tien minuten klaar moet zijn.
60
De heer Van den Enk (Student & Starter) meldt dat net als vele andere fracties Student & Starter fel tegen verbreding van de A27 is. De manier waarop de gemeente en de provincie Utrecht de Pagina 16 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
handen ineen slaan om een alternatief op te stellen vindt zijn fractie goed. Een plan om aan de knoppen te draaien om te kijken of er een andere manier is om de A27 te ontzien vindt zijn fractie een goede weg om daarmee Amelisweerd te ontlasten. In het algemeen kan zijn fractie zich tamelijk goed vinden in deze aanpak. Door een panel van hoogleraren om dit plan te testen voelt Student & Starter zich gesterkt in dit alternatief. De specifieke zorgen van zijn fractie liggen bij het maximaal benutten van het netwerk. In het stuk staat ook dat onderzoek zal worden gedaan naar het effect op de leefbaarheid van de keuze. Andere fracties hebben hier ook al over gesproken. Hoe hard is de indicator leefbaarheid in dit plan voor de wethouder? Kan de wethouder aangeven in welke mate de leefbaarheid mag afnemen, als daarmee de verbreding van de A27 kan worden voorkomen? De heer Dekkers (GL) wijst erop dat GL zich altijd heeft verzet tegen het Tracébesluit. Dat besluit past in een achterhaald beeld waarin bereikbaarheid wordt beperkt tot individuele fossiele automobilisten. Asfaltverslaving is geen oplossing voor files, maar oorzaak van nieuwe files. Verbreding leidt tot zinloze vernieling van kostbare natuur met grote risico’s door beschadiging van de folie onder de weg.
Hij wijst op de positieve rol van de organisaties die zich tegen het Tracébesluit hebben verzet (Vrienden van Amelisweerd, Kerngroep Utrecht en Kracht van Utrecht). Hun ideeën vormen nu ook de kern van het mobiliteitsbeleid van de stad en zij hebben al een stevige mobiliteitstransitie opgeleverd. Zij komen ook met voorstellen voor alternatieven binnen de bak. Dat is een bijdrage aan het alternatief. Het is goed dat een alternatief wordt uitgewerkt op basis van de drie pijlers. Volgens GL moet de nadruk liggen op maatregelen die bijdragen aan de mobiliteitstransitie. Zonder mobiliteitstransitie is het risico dat het beter benutten van andere wegen neerkomt op het verplaatsen van overlast. Dat ziet GL niet zitten. Daarom vraagt zijn fractie aan de wethouder of zij kan garanderen dat de maatregelen in de pijler ‘Andere wegen beter benutten’ kritisch gevolgd worden op de gevolgen voor de leefbaarheid van omliggende buurten en op het niet aantrekken van extra autoverkeer. In de onderbouwing van het alternatief ligt de nadruk op een onderbouwing die overtuigend is voor Rijkswaterstaat en voor het kabinet. Dat begrijpt GL ook wel. Het is immers belangrijk dat Rijkswaterstaat en het kabinet onderschrijven dat het alternatief gelijkwaardig is aan en zelfs beter is dan het Tracébesluit. De gemeente mag echter wel meer benadrukken dat Utrecht verder wil dan het bestaande rijksbeleid.
Dat kan worden gepresenteerd in een pluspakket dat benadrukt dat het beleid van Utrecht wordt gemotiveerd door een actuele visie op klimaat en bijvoorbeeld de aanpak van de stikstofcrisis. Er zijn positieve ontwikkelingen in het landelijk denken over mobiliteit waarop Utrecht met het regionaal alternatief kan aansluiten. Maar bij Rijkswaterstaat en het Ministerie van I. en W. overheersen nog steeds oude manieren van denken. Daarop moet Utrecht niet aansluiten. In het alternatief wordt terecht de discussie aangegaan over b.v. fysiek ontvlechten, noodzaak van vluchtstroken binnen de bak en breedte van rijstroken in combinatie met snelheidsverlaging. Steeds meer blijkt uit onderzoek dat het beperken van de maximumsnelheid tot 80 km/u, zeker in de nabijheid van steden, tot capaciteitsvergroting en betere doorstroming leidt. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het met de heer Dekkers eens dat er sprake is van een ontwikkeling in de mobiliteit. Maar waarom benadrukt hij zo dat het ministerie zo oud denkt en dat Utrecht wel met pluspakketten kan komen? Dan raken partijen nog meer van elkaar verwijderd, terwijl zij juist toenadering tot elkaar zouden moeten zoeken om te zien hoe zij die verschillende inzichten samen kunnen brengen. De heer Dekkers (GL) benadrukt dat Utrecht een alternatief moet aandragen dat als gelijkwaardig wordt beoordeeld door het Rijk.
De gemeente zal dus moeten aansluiten bij de ontwikkelingen die daar ook wel aanwezig zijn. Maar hij ziet daar nog wel een hardnekkig oud denken over mobiliteit. De gemeente moet zich dus niet laten opsluiten door het oude denken, maar ook op nieuwe ontwikkelingen inspelen. De voorzitter vraagt het kort te houden. Hij wil om 16.00 uur beginnen met de beantwoording.
55
60
De heer Dekkers (GL) noemt als belangrijkste beoordelingscriteria voor GL: het bevorderen van de mobiliteitstransitie, het versterken en beschermen van de natuur, het verbeteren van de verbinding tussen de stad en de omliggende natuur, het bevorderen van de leefbaarheid en de bereikbaarheid van woon-, werk- en studiegebieden, zeker in de gebieden langs de wegen, een bijdrage aan de aanpak van de klimaat- en stikstofcrisis en het bevorderen van mobiliteitsgelijkheid. Hij vraagt het college of het lukt om deze beoordelingscriteria ook concreet uit Pagina 17 van 36
te werken om de voorstellen aan de hand daarvan te kunnen beoordelen. Tenslotte vraagt hij de wethouder zich ervoor in te zetten dat de actiegroepen in de stad en de regiogemeenten goed aangehaakt blijven bij het proces. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer De Pagter (VVD) vraagt wat GL vindt van onderdeel 3, het meer gebruik maken van binnenstedelijke wegen. De heer Dekkers (GL) herhaalt dat de gemeente moet inzetten op die mobiliteitstransitie zodat het zo min mogelijk nodig is om de Waterlinieweg, de NRU en andere wegen extra te belasten. GL vindt dat die pijler kritisch moet worden beoordeeld op gevolgen voor de leefbaarheid. De barrièrewerking van de NRU moet niet vergroot worden. Zeker moet de raad oppassen voor maatregelen die alleen maar auto’s aantrekken. Voor de NRU denkt hij niet aan de oude ideeën voor het opwaarderen van de NRU. In spoor 2 is er een aantal maatregelen die bij kunnen dragen aan verbetering van die weg zonder de leefbaarheid te verpesten. Daar is vraagbeïnvloeding ook belangrijk. De heer De Pagter (VVD) hoort de heer Dekkers spreken over het niet vergroten van het aantal auto’s. Maar zelfs in het alternatief staat dat het autoverkeer toe zal nemen. Wat kan het college hier dan nog meer doen? De heer Dekkers (GL) zegt dat dat klopt. Daarin moet de gemeente reëel zijn, maar het is zeker niet nodig om de capaciteit te vergroten conform het NOVO-scenario. Met vergroting van de wegcapaciteit in de bak en andere maatregelen kan de gemeente een behoorlijk deel van de autobewegingen verminderen. De voorzitter verzoekt de commissieleden dringend om na te denken of een interruptie nog nodig is.
Anders begint de commissie vanavond pas met de beantwoording bij dit onderwerp. Dan komen de ander twee onderwerpen niet aan de orde. Dat is niet zoals het gepland was. De heer Usta (DENK) geeft aan dat DENK de eerste pijler, het bieden van een alternatief voor het gebruik van de auto, als een goede toevoeging ziet naast de eigen mobiliteit. Zo wordt de automobilist niet geplaagd. Er zijn opties en de keuze is aan de persoon zelf. Zijn fractie steunt de tweede pijler, het volledig benutten van de bak. Voor DENK mag het van vier naar zes rijstroken in zuidelijke richting. Het verlagen van de maximumsnelheid naar 80 km/u steunt zijn fractie niet. Zij is er niet van overtuigd dat hierdoor de veiligheid verbetert en zij voorziet vertragingen. Verder is DENK benieuwd naar de resultaten van het onderzoek naar de ontvlechting. Zijn fractie is voor de derde pijler, het maximaal benutten van de capaciteit van het netwerk. De genoemde suggesties, zoals bebording reisinformatie, etc., zullen effectief zijn. DENK geeft mee dat hierbij met de gemeentelijke wegen rekening moet worden gehouden. Als wegen b.v. worden versmald, kan dat leiden tot overlast in de toekomst. DENK is benieuwd naar de bevindingen van het college. De voorzitter gaat over tot de beantwoording door het college. De vergadering moet om 16.45 uur stipt stoppen in verband met het vragenuur.
45
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk beantwoordt eerst de vele inhoudelijke punten waarvoor zij de commissieleden bedankt. Daarna gaat zij in op verschillende aspecten, zoals verkeerscijfers en milieukwaliteit en ten slotte op het proces. Bij de agendering van dit onderwerp heeft het college al gezegd dat het op deze datum net te vroeg is om resultaten te laten zien. Zij antwoordt dus met de informatie die er nu is. De meeste leden, onder andere die van VOLT en GL, hechten heel veel belang aan de pijler vermindering van de piek. De PvdD gaat het niet alleen om de piek, maar ook om minder auto’s. Bij een aantal fracties proeft zij de drive om er een fantastisch pakket van te maken. Voor het college is het wel zoeken naar wat een alternatief is waar de gemeente zelf ja tegen zegt en dat ook de instemming van Den Haag kan krijgen. Dat betekent dat voor sommigen soms de handrem er op moet en dat niet alle dromen in zo’n pakket kunnen worden verwerkt, omdat het streven is er met elkaar uit te komen. De heer Van Heuven en zij zouden er samen wel uit komen, maar er zijn nog een paar mensen nodig. Dat is de wedstrijd die zij probeert te winnen. Volgens de heer Bosch werkt beter OV niet. BIJ1 vraagt hoe het OV in het alternatief zit. Het college heeft nu nog geen lijntjes voor een oplossing op de kaart getrokken en heeft ook nog geen getallen, maar het is wel Pagina 18 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
onderdeel van het pakket. Tegen onder andere VOLT zegt zij dat het college wel probeert een pakket te maken dat in ieder geval niet duurder is dan wat er was. Een spoorlijn Almere-UtrechtBreda b.v. zou zij fantastisch vinden, maar dat is iets van een heel andere orde. Het college zoekt het in de haalbare dingen die in de regio kunnen. Zij geeft de heer Bosch half gelijk. Er is geen eindeloze uitwisseling tussen OV-reizigers en automobilisten. Maar in Utrecht is b.v. wel degelijk te zien dat in de afgelopen tien jaar het gebruik van de trein en de fiets gestegen is. De toegenomen bereikbaarheid van met name Utrecht CS, de tien minutendiensten en de vestiging van grote werkgevers in en bij stationsgebieden hebben daaraan bijgedragen. Het is ook een kwestie van ruimtelijke ordening. Dit is geen wensdenken. In de cijfers is terug te zien dat het werkt en dat het onderdeel is van de oplossing. Het is zeker niet de enige of dominante oplossing. De PvdD en de PvdA stelden vragen over het benaderen van werkgevers. Zij kan niet preciezer worden dan het college in de brieven is geweest. Het huidige beleid voor de aanpak van werkgevers heeft echter wel zijn vruchten afgeworpen. Dat merkt de commissie niet, maar het levert winst op door het voorkomen van auto’s. Tuinstad is een goed voorbeeld van wat wel kan omdat er daar één grondeigenaar is, de universiteit.
Ook de internationale school is een goed voorbeeld. Daar heeft de gemeente stevige voorwaarden gesteld voor de vestiging. Dat is de richting waarin het college het zoekt. Zij weet dat werkgevers daarin geïnteresseerd zijn. De PvdD vraagt ook nog om een stevig prijsbeleid. Het college heeft in het pakket het prijsbeleid verwerkt dat het kabinet zich heeft voorgenomen. Het college ziet ook wel kansen voor meer differentiatie qua tijd, maar dat doet het college dan als een soort extra, zoals de heer Dekkers suggereerde. Het komt niet in het basispakket omdat het college weet dat dat niet het beleid van het Rijk is. Mevrouw Zwinkels suggereerde vooral het verkeer op de korte afstanden aan te pakken. Dat is inderdaad de benadering omdat daar de alternatieven wat meer voorhanden zijn en de gemeente daar meer over gaat. De snelweg heeft een functie voor mensen die grotere afstanden rijden. De heer Van der Zweth vindt de reductie met 10% wel fors. Dat is het ook. Er moet nu worden berekend wat het allemaal oplevert. Dat wordt gedaan door externe bureaus die ook voor het Rijk werken. Voor de heer De Pagter heeft dit geen prioriteit omdat hij er niet zo in gelooft. Volgens het college is het echter en-en. Het verminderen van de piek en het organiseren van meer capaciteit binnen de bak zijn de belangrijkste pijlers.
Tegen de heer Bosch zegt zij dat een verlaging van 100 km/u naar 80 km/u een bijdrage aan de doorstroming oplevert en leidt tot een vergroting van de capaciteit. De heer Dekkers vroeg daar ook naar. Natuurlijk zal het college de positie van bovenliggende en onderliggende wegen in de gaten houden. De voorzitter wenst de heer Bosch die de vergadering verlaat een goede reis op de A27. De heer De Pagter (VVD) vraagt hoe de wethouder ervoor zorgt dat de gemeente geen dingen uit het verleden gaat overdoen. Zijn al die onderzoeken uit het verleden ook doorzocht door die onderzoekers? Wethouder Van Hooijdonk merkt dat de heer De Pagter zich daarover ongelofelijk veel zorgen maakt. Zij heeft die zorgen minder. De gemeente, de regio en de provincie hebben nu onverwacht de mogelijkheid gekregen om een alternatief aan te leveren. Dat doen zij met heel veel inzet, maar dan moeten zij wel zelf achter het stuur zitten van dat alternatief en de verschillende ingrediënten van dat alternatief. Spreekster weet niet of het zo’n tijdsbesparing oplevert om een oud rapport uit 2008 uit de kast te halen. Het college probeert anno nu met een goed verhaal te komen waarin alle elementen op dezelfde manier zijn bekeken, met dezelfde gegevens en zichtjaren en ook met de huidige inzichten. Een aantal leden heeft ook gezegd dat er nogal wat is gebeurd in de afgelopen tijd.
De heer De Pagter (VVD) hoopt dat die rapportages in elk geval bekeken zijn en dat is nagegaan wat anders kan worden gedaan in deze tijd. Volgens wethouder Van Hooijdonk is dat de kern. Anders had het college iets van de plank getrokken en dat ingeleverd. Dat heeft het college dus niet gedaan. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) was op 1 februari 2023 in het provinciehuis bij de presentatie bij de technische commissie. Hij heeft daar geluisterd naar drie hooggeleerde heren uit Nijmegen, Delft en Leiden. Hij heeft nog nooit drie hooggeleerde heren zo tegenstrijdig horen vertellen hoe het in de toekomst moet. Nu, drie maanden verder, is zijn vraag of de wethouder zijn zorg kan wegnemen. Pagina 19 van 36
5
10
15
20
Wethouder Van Hooijdonk heeft daar niet alle drie hoogleraren plenair gehoord. Zij heeft hen wel op andere momenten gesproken en toen klonken hun meningen niet erg tegengesteld. Het is een expertpanel dat het college wijzer moet maken en helpen om nog slimmere dingen op te schrijven. Uiteindelijk gaan de regio, de provincie en de stad over wat wordt opgeschreven en niet die drie heren. Zij moet wel zeggen dat zij tot nu toe heel waardevolle inzichten hebben geleverd. Zij is wel redelijk uni sono in haar beleving. Over de derde pijler is natuurlijk niet iedereen het helemaal met elkaar eens. Zij merkt dat een aantal leden zich hier wel zorgen over maakt en zich afvraagt wat het betekent, als verkeer wordt afgewenteld op het onderliggende wegennet. Zij kan alleen maar zeggen dat zij dat wil. De andere twee knoppen moeten voorop staan, dit is voor als het niet anders kan en dan wel met bij voorkeur bestemmingsverkeer. Bij de NRU zou b.v. kunnen worden gekeken of er nog wat meer verkeer is dat naar de bedrijventerreinen moet. Ook de deskundigen/adviseurs zeggen dat snelwegverkeer eigenlijk niet op een onderliggend wegennet terecht moet komen. Zij deelt die zorgen en het college probeert dit zoveel mogelijk weg te duwen. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het fijn dat de wethouder dit zegt. Hij las de verkenning namelijk zo dat die drie pijlers gelijkwaardig waren.
Komt er in het echte plan van de regio wel een soort hiërarchie?
30
Wethouder Van Hooijdonk heeft nog geen template gezien van hoe dat eruit gaat zien. Zij kan dat dus nog niet precies zeggen. Zij heeft wel een van de externe deskundigen die de gemeente hierbij helpt horen zeggen dat dit verkeer daar niet hoort. Zij wil dit dus zoveel mogelijk voorkomen. Het moet lukken om dat in de tekst uit te stralen. Zij wijst erop dat, als de gemeente iets anders gaat doen dan het Tracébesluit, los van de vraag of zij deze pijler wil, opnieuw moet worden doorgerekend wat dit voor het hele wegennet betekent. Zonder dat het een beleidsinzet is moet worden bekeken wat het verkeer in dit geval doet en of de gemeente daarop wil bijsturen. De heer Bosch zei iets over 80 km/u en over een andere weg. Dan moet het college kijken of dat het effect heeft dat dat naar het onderliggende wegennet gaat. Dat wil de gemeente niet, dus moet dan weer worden nagegaan hoe dat wordt tegengegaan met verkeersmanagement. In alle gevallen moet dus deze diagnose worden gemaakt en moet worden bekeken of dit acceptabel is.
35
De heer Vasters (D66) begrijpt de wethouder heel goed. De meeste fracties zijn het erover eens dat pijler 3 de laagste prioriteit heeft. D66 vindt dat in elk geval wel. Hij vraagt wel wat moet gebeuren, als de pijlers 1 en 2 niet voldoende zijn om de bereikbaarheid van de stad te waarborgen. Dan is pijler 3 mogelijk wel nodig. Hij vraagt wat de reactie van de wethouder is.
25
40
45
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk vindt dit een ‘wat als’-vraag die altijd gevaarlijk is in de politiek. Pijler 3 is wel als ingrediënt genoemd. Niet voor niets reageren mensen hierop. Maar zij zegt wel dat pijler 3 beleidsmatig niet gewenst is. Volgens het coalitieakkoord wil Utrecht eigenlijk geen doorgaand verkeer op de NRU hebben. Dat is het uitgangspunt. Bekeken zal moeten worden wat de restopgave is, als de andere twee pijlers open zijn gezet, en wat er dan nog te kiezen valt. De heer Vasters (D66) vraagt wat dan de inschatting van de wethouder is dat de pijlers 1 en 2 voldoende zijn om een volwaardig alternatief voor het Tracébesluit neer te zetten richting Rijk. Wethouder Van Hooijdonk meent dat de heer Vasters haar dan enigszins overvraagt. Zij heeft nog geen doorrekening gezien. Het is net te vroeg om dat te vragen. Duidelijk is waar zij op hoopt. Mevrouw Passier vroeg hoeveel ruimte er is om dit te doen. Dat sluit aan op de vraag van de heer Vasters. Spreekster vindt dit lastig. Commissie en college zijn niet alleen bezig elkaar te overtuigen, het college probeert ook mensen in Den Haag te overtuigen. Die zullen dus ook willen zien dat Utrecht het verkeer dat er is echt kan accommoderen. Hier past realisme. De vraag van de heer Van Enk hoeveel de leefbaarheid mag afnemen is niet zo digitaal te beantwoorden. De gemeente zal moeten zien wat er uit die onderzoeken komt.
Als dat pijnlijk of ingewikkeld is, dan wordt daarover hier gedebatteerd. Zij heeft nog één opmerking over de NRU. Het college was, los van dit alternatief, met die sporen 1 en 2 bezig. In spoor 1 ging het over veranderingen in het aanbod. In spoor 2 ging het niet alleen over het draaien aan de aanbodknop, maar ook aan de vraagknop. Aanleiding voor het verkennen van spoor 2 was dat de gemeente het geld niet had voor spoor 1. Maar ook ontstond het inzicht dat spoor 1 meer verkeer aantrok dan verwacht, hetgeen niet wenselijk was, en dat eigenlijk ook vraagbeleid nodig was omdat het anders gewoon niet lukt. Dit is een mooie parallel met het Tracébesluit. De doorrekeningen over het Tracébesluit Pagina 20 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
geven aan dat er ook na het uitgeven van 1,6 miljard euro – het kabinet erkent dat het meer gaat kosten – nog heel veel problematiek blijft. Eigenlijk is er dus alle reden om naar de vraagkant te kijken. Dat zegt het college bij de NRU en bij het alternatief en het probeert die twee benaderingen op elkaar aan te laten sluiten zodat het een passend plaatje is. Dat is misschien ook een reactie op de heer De Pagter. Het college denkt niet per se aan een enorme opwaardering van de NRU. Het college zegt wel dat het bij elkaar moet passen en dat het een toekomstbestendig verkeerssysteem moet zijn. Spreekster beantwoordt een aantal andere vragen die niet met die pijlers samenhangen. De heer De Pagter vroeg of het college nog nadenkt over de knooppunten. Dat is het geval. Het college komt met een compleet verhaal. Daarin wordt soms het Tracébesluit ongemoeid gelaten en soms gaat het college iets anders doen, maar daar heeft het dan een reden voor. Het college gaat zeker geen hekje om de bak heen zetten. In antwoord op de vraag van de PvdD over het geluid en de A12 geeft zij aan dat zij daarover in het derde kwartaal waarschijnlijk meer kan vertellen. Er lopen gesprekken. Het lastige daarbij is dat in een situatie die niet permanent is een heel grote ingreep zou moeten worden gedaan. Dat is juridisch, financieel en ruimtelijk ingewikkeld. Het ligt dus nog niet op een presenteerblaadje.
De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de wethouder wel hoop heeft dat het gaat lukken. Wethouder Van Hooijdonk durft dat echt nog niet te zeggen. Dan zou zij misschien dingen beloven die tegenvallen. Zij weet heel goed dat mensen dit willen. Zij is pas nog aangesproken door een bewoner. Zij ziet de noodzaak. Volgens haar had die situatie allang moeten worden gesaneerd. Tegelijkertijd is zij in gesprek met Rijkswaterstaat. Zij zegt toe er in het derde kwartaal op terug te komen. Zij heeft al iets gezegd over het pluspakket van de heer Dekkers. Het college ziet dat in elk geval voor het prijsbeleid. Het zou kunnen dat dit ook voor andere dingen geldt. Tegelijkertijd probeert het college snel verder te gaan. Het aantal ballen in de kerstboom moet dus wat beperkt zijn. De heer Van der Zweth vroeg naar de nood- en hulpdiensten en de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid zit er sowieso in. Het wordt extern getoetst, het is erg belangrijk. Ook voor het Rijk zal het heel belangrijk zijn om ernaar te kijken. Nood- en hulpdiensten horen daar natuurlijk bij. De heer Vasters vroeg of het college nog andere kansrijke alternatieven ziet. Zij vreest dat de gemeente het nu even moet doen met wat aan die pijlers hangt. Zij hoopt de raad binnenkort wijzer te maken over waar hij dan aan moet denken. BIJ1 kwam met de suggestie om het dynamisch verkeersmanagement ook in te zetten voor het OV.
In de stad doet de gemeente dat al door b.v. bussen voorrang te geven. Het college houdt zich hier niet in, als dat behulpzaam is. Spreekster gaat in op een aantal aspecten. De heer Bosch vroeg waarom de plannen uit 2006 niet meer van deze tijd zouden zijn. Dat heeft met stikstof, klimaat en thuiswerken te maken. Het Rijk heeft inmiddels ook wel zijn beleid bijgestuurd in vergelijking met de tijd dat dit project startte. Naar aanleiding van de vraag van BIJ1 over de betekenis van de bouwstop als gevolg van de stikstofcrisis geeft zij aan dat het Tracébesluit nu nog onder de rechter is. Onlangs is er wel een belangrijke uitspraak van de rechter geweest die een deel van de stikstofoplossing van het kabinet heeft goedgekeurd. Afgewacht moet nu worden of voor de rechter de stikstofonderbouwing voor het Tracébesluit voldoende is. Als de rechter zegt dat het zo kan, is er geen bouwstop meer. Dan zou het kabinet aan de slag kunnen. Als dat niet zo is, is de bouwstop er nog wel en dan zal moeten worden bekeken hoe het met het alternatief zit. Het college vertrouwt er immers op dat daarvoor minder stikstofruimte nodig is, maar het zal niet nul zijn. De heer Dekkers had het over het toetsen op meer dan de oorspronkelijke indicatoren, zoals dingen die samenhangen met de brede welvaart. Dat gaat het college doen. Ook het expertpanel heeft dit het college aangereikt.
Alles wat de heer Dekkers heeft genoemd zit daar eigenlijk wel in. Zij is heel benieuwd wat dat oplevert en of Utrecht daarmee een trend kan zetten. Daarnaast worden ook de traditionele zaken, zoals stikstof en bereikbaarheid, opgenomen. Mevrouw Zwinkels vroeg een reflectie over leefbaarheid. Spreekster denkt dat door te toetsen op brede welvaart dat veel beter uit de verf komt. Mevrouw Passier vroeg of het college al inzicht had in de effecten. Daarvoor is het nu dus net iets te vroeg. Mevrouw Passier vroeg ook of de prognoses niet aan de hoge kant zijn. Daarover zijn er verschillende visies. Er zijn mensen die zeggen dat in alle verkeersmodellen van de rijksoverheid te lage autokosten zitten waardoor in alle modellen die getallen zo omhoog schieten. Anderen zullen zeggen dat de regio Utrecht vaak aan de bovenkant zit gezien de onstuimige groei hier. Het college probeert beide visies door te rekenen. De planbureaus hebben Pagina 21 van 36
scenario’s vastgesteld. Het college neemt hoog zowel als laag. Het wordt dus een soort bandbreedte. Het blijft natuurlijk een modelwerkelijkheid. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Tenslotte gaat spreekster in op het proces. Zij deelt het ongeduld van de leden die vragen of het niet sneller kan. Zij zou ook morgen klaar willen zijn. Zij moet echter zeggen dat het voor het college toch een beetje uit de blauwe hemel kwam vallen. Het moest worden georganiseerd, ook in samenwerking met de provincie. Het college heeft ook geprobeerd om dat in samenwerking met het ministerie en Rijkswaterstaat te doen. Dat was niet gemakkelijk omdat zij ook verrast werden door deze move van de onderhandelaars. Ook heeft het college experts moeten aantrekken. Het heeft doorlooptijd nodig gehad, maar nu wordt er behoorlijk geproduceerd. Rijkswaterstaat heeft er meer dan tien jaar over gedaan, Utrecht kan niet in een achternamiddag een tracé-besluit in elkaar knutselen. Wil de gemeente serieus voor de dag komen, dan zal er toch gerekend moeten worden. Op de vraag van de heer Vasters of het helpt om snel te zijn is het antwoord op zich ja, maar er zit een soort ‘trade off’ in tussen hoever het uitgewerkt is en snelheid. Anders dan bij de normale MIRT-verkenning met vaste procedures en spelregels zijn betrokkenen hier bezig iets nieuws te improviseren. Zij weten allemaal niet hoe het werkt. De regio maakt nu een voorstel voor iets dat van het Rijk is. Dat kent geen precedent.
Wanneer is dit voldoende uitgewerkt zodat het Rijk het kan beoordelen? In het overleg met het Rijk moet worden afgetast wat een gunstige manier en wat een gunstig moment is om dit met elkaar te doen. Zij kan er nu niets over zeggen Binnenkort proberen betrokkenen er weer gesprekken over te voeren. Mevrouw Alblas vroeg hoe het kabinet heeft gereageerd op de brief van 1 februari 2023. Het kabinet heeft het stuk voor kennisgeving aangenomen, maar er niet inhoudelijk op gereageerd. De heer Vasters vroeg ook wat de raad kan doen. Zij denkt dat dit uiteindelijk ook een politiek proces is. In het regeerakkoord staat dat het gelijkwaardig moet zijn. De vraag is dan wanneer het gelijkwaardig is. Dat zal een politieke vaststelling zijn. Zij denkt dat iedereen in de raad die vrienden heeft in de Tweede Kamer wat kan helpen. Als de heer De Pagter en de heer Van Heuven er met elkaar uitkomen, dan is de raad een heel eind. Dat is het spel dat raad en college met elkaar moeten spelen. Waar is de ‘common ground’ waar de verschillende kleuren in Den Haag en ook hier mee kunnen leven? Mevrouw Alblas vroeg spreekster of zij haar gerust kan stellen. Dat kan zij eigenlijk nog niet. Het is nog geen gelopen race. In laatste instantie beslist het Rijk of het dit alternatief aanvaardt.
Op de vraag van de heer Dekkers over het erbij betrekken van de bewonersgroepen is het antwoord dat het college dat doet. Er is regelmatig contact mee. Zij zegt er wel bij dat het college niet de meest radicale dromen gaat opschrijven. De heer De Pagter vroeg naar de koppeling tussen Rijnenburg en het alternatief. Ook hier is het de zoektocht naar overlappende belangen en naar het pakket waar iedereen wat mee kan. In het regeerakkoord zijn die twee onderwerpen in één zin genoemd. Betrokkenen hebben apart voor Utrecht met elkaar aan tafel gezeten over zaken die specifiek over Utrecht gingen: het alternatief, Rijnenburg en de Merwedelijn. Daar is verkend wat het pakket is waar iedereen mee thuis kan komen. Dat is er nu nog niet, maar die samenhang wordt zowel in De Haag als aan deze kant gezien. Bij het zoeken naar een pakket waar iemand mee thuis kan komen heeft Utrecht wel gezegd dat dit betekent dat er ook samenhang is tussen die ingrediënten. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat in die afspraak in BO-MS staat dat het in samenhang wordt bezien. Maar er staat niet in dat is afgesproken dat er geen tijdelijk wonen in Rijnenburg komt, voordat er een besluit ligt over de A27. Zijn vraag was waar dat nu precies vandaan komt. Wethouder Van Hooijdonk meent dat dit wel in dezelfde sfeer zit. Die elementen liggen met elkaar op tafel.
Het is niet zo dat de een zijn dromen al kan materialiseren en de ander nog niet. Betrokkenen zitten in een onderhandeling en proberen een pakket te maken waar voor iedereen iets inzit. De heer De Pagter (VVD) meent dat dat taboe op tijdelijk wonen wel eenrichtingsverkeer is. Er staat: “voor ons is dat onbespreekbaar”. Dat is echt iets anders dan een afspraak maken. Waar komt die afspraak vandaan? Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat het college altijd heeft gezegd dat ze het een ingewikkelde locatie vindt die zeker niet op kort termijn inzetbaar is. Haar collega Eerenberg heeft dat onlangs nog in een commissie besproken. Het college denkt dat dit niet gemakkelijk is. Dat is het gesprek dat wordt gevoerd.
Pagina 22 van 36
Volgens de heer De Pagter (VVD) gaat dat over permanent wonen in Rijnenburg. Hij heeft het nu over tijdelijk wonen. Het is nog steeds niet duidelijk waar dat taboe vandaan komt. Hij concludeert dat het een politiek compromis is. 5
10
15
20
Wethouder Van Hooijdonk merkt op dat het ook over tijdelijk wonen gaat. De heer De Pagter heeft ook een vraag gesteld over de Mytylbrug. Volgende week komt het MTB. De meest recente raming voor deze brug laat grosso modo een verdubbeling van de kosten zien. Het college ziet niet de ruimte om dat voor elkaar te krijgen. Daarom wil zij in het MTB voorstellen het bedrag dat hiervoor stond te blijven reserveren, maar dat er wel een tekort is en dat dit project dus niet morgen gerealiseerd kan worden. Spreekster hoopt dat zij alle vragen beantwoord heeft. De voorzitter vraagt of leden nog interrupties hebben op wat nu beantwoord is. Vervolgens zal hij vragen of er fracties zijn die gemiste vragen hebben. Die haalt hij dan op. De beantwoording gebeurt dan in één keer en dan komen de interrupties daarop. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft nog één interruptie, maar zij sluit zich wel aan bij de verontwaardiging van de VVD over het tijdelijk wonen in Rijnenburg. Zij is wel benieuwd hoe de commissie een terugkoppeling krijgt van het college over hoe dit soort politieke compromissen worden gemaakt in dit proces. Haar fractie zou het jammer vinden, als zoiets als tijdelijk wonen in Rijnenburg op korte termijn onmogelijk wordt gemaakt omdat dit soort gesprekken over Amelisweerd nog lopen.
25
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat het college probeert de raad zo goed mogelijk te informeren voor en na bestuurlijk overleg. Zij hoopt dat de commissie ook begrijpt dat dit een onderhandelingsproces is dat zich er niet voor leent om de kamer open te zetten. Vandaar de zin over de samenhang. Die is bedoeld om aan te geven dat wordt gedacht in pakketten van dossiers die in deze regio spelen.
30
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat, als de gemeente van plan is dit echt conditioneel te stellen in de onderhandelingen, dit vooraf vertrouwelijk aan de raad wordt meegedeeld, zodat die weet wat de inzet is van de gemeente richting Rijk.
35
Wethouder Van Hooijdonk herhaalt dat het college probeert de raad daarin echt mee te nemen. Maar niet alles leent zich voor vertaling in keiharde stukken. Zo gaat het in onderhandelingen. Het is ook het zoeken naar een ‘common ground’. Zij probeert de raad daarin zo goed mogelijk mee te nemen.
40
De heer Van Heuven wil vanuit de interruptie opmerken dat verschillende fracties zeiden dat er haast moet worden gemaakt. Maar hij heeft geen datum gehoord waarop de regio dit plan af wil hebben. Hij is benieuwd naar de planning van de wethouder en van de regio.
45
Wethouder Van Hooijdonk heeft geprobeerd deze door de heer Vasters gestelde vraag te beantwoorden door te zeggen dat het college dat niet weet. Er is namelijk nergens vastgesteld waaraan het product moet voldoen. Utrecht zit in een dialoog met de minister over wat een goed moment is, wat een goed product is en wat een goed niveau van uitwerking is om het Rijk een uitspraak te laten doen over die gelijkwaardigheid, het liefst op een moment waarop en in een vorm waarin het Rijk er ja op zegt. Het is ook aftasten wanneer het loket open gaat. Het is moeilijk om een tijd te noemen.
50
De voorzitter vraagt nogmaals of er gemiste vragen zijn.
55
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) had een vraag over het busvervoer. Zij was benieuwd hoe de wethouder meer druk zet op de provincie om te bereiken dat dat alternatief van de bus vanuit de provincie ook op tafel komt. De heer Dekkers (GL) heeft gevraagd of de maatregelen in de pijler het netwerk beter benutten ook worden beoordeeld op het niet extra aantrekken van automobiliteit. Wethouder Van Hooijdonk vindt de woorden ‘extra aantrekken’ in de vraag van de heer Dekkers lastig. Wat wordt daarmee bedoeld? Is dat ten opzichte van nu of ten opzichte van het Pagina 23 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
Tracébesluit? Het college kijkt welke restopgave er is, wanneer de eerste twee pijlers worden uitgevoerd en hoe de dingen zich dan gaan zetten. Het kan zijn dat door verschillende maatregelen het verkeer zich anders over het netwerk gaat verdelen. Dan moeten raad en college met elkaar bedenken of dat een goede ontwikkeling is en, als dat niet zo is, of raad en college daar iets aan willen doen. Dit debat is er bij de NRU ook wel eens geweest. Aan de ene kant probeert het college iets te accommoderen omdat, als het ergens anders rijdt, het overlast veroorzaakt. Aan de andere kant heeft het blote feit dat iets doorrijdt een aantrekkende werking. Dit is een aandachtspunt. Het college wil het verkeer niet als een soort waterbed verdelen, maar het zal niet helemaal te voorkomen zijn. Ook de vraag van mevrouw Zwinkels is lastig. In de rekensommen zal blijken waar er een schepje bij moet bij het regionale OV. Dat zal dus ook wel in het pakket zitten. Het is niet alleen een gesprek met de provincie, maar ook met het Rijk over hoe het OV gefinancierd wordt en of er überhaupt ruimte voor is. Dit zit al jaren niet goed in elkaar. Daarom scoort het regionale OV in Nederland ook niet zo goed. Er is ook een grens aan wat de gemeente van de provincie kan vragen omdat het ook een decentrale overheid is die het moet doen met het bestaande financieringsmodel.
Maar in het alternatief zal duidelijk moeten zijn wat het regionale OV nodig heeft om de mobiliteitsbehoefte te accommoderen. Dat is voor haar dan het uitgangspunt voor het gesprek met de provincie. Mevrouw Zwinkels (CDA) is dan wel benieuwd hoe er in het proces mee wordt omgegaan, als de gemeente tegen een belemmering aanloopt en er een extra vraag om financiering komt. Wordt dat dan onderdeel van de globale raming voor het alternatief of komt er een apart traject? Zij zou het aardig vinden, als de commissie in een raadsbrief de informatie zou krijgen over hoe zo’n paralleltraject eruit ziet. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het, als het over investeringsbedragen gaat, duidelijk is dat dat gewoon in het pakket zit. Het pakket gaat niet alleen over de weg, maar ook over de alternatieven. Het gesprek wordt ingewikkeld, als het over de exploitatie gaat. Dan gaat het over een exploitatiebegroting. Bij de provincie komt dat uit een ander potje. Het is een goed punt. Zij houdt dit in de gaten om hierop terug te komen in de stukken die nog zullen worden geproduceerd om aan te geven hoe op termijn niet alleen de investering, maar ook de exploitatie moet worden gefinancierd. De voorzitter sluit de beantwoording door het college.
Er is één toezegging: de wethouder zegt toe dat de raad in Q3 2023 middels een raadsbrief wordt geïnformeerd over de stand van zaken bij de motie ‘Alles uit de kast voor aanpak geluidshinder A12’. Deze komt in de toezeggingenlijst. Hij vraagt de commissie of zij met dit agendapunt nu al naar de raad wil of dat zij daarmee wacht tot de stukken van het BO-MIRT of komende raadsvoorstellen. De heer De Pagter (VVD) vindt het nuttig om te wachten op een meer uitgewerkt alternatief. De voorzitter ziet dat er geen fracties zijn die er anders over denken. Dit punt hoeft dus niet naar de raad.
45
De heer De Pagter (VVD) heeft een punt van orde. Hij vraagt of het mogelijk is vanavond een kwartier eerder te beginnen. Dan wint de commissie het kwartier dat zij door het vragenuur mist.
50
De voorzitter kan dat niet toezeggen omdat hij niet de voorzitter van vanavond is. Hij kan niet antwoorden voor degene die vanavond voorzitter is. De vergadering begint gewoon om 20.00 uur, zoals afgesproken. Als alle leden zich aan de afgesproken spreektijden houden en kortere interrupties plaatsen, kan de commissie die twee onderwerpen vast voor 23.00 uur afronden. De voorzitter schorst de vergadering om 16.45 uur.
55
Lijst van toezeggingen Agendapunt 7 Raadsbrief Stand van zaken Alternatief voor Tracébesluit Ring Utrecht Wethouder Van Hooijdonk zegt toe: in Q3/2023 informatie naar raad over stand van zaken motie ‘Älles uit de kast voor aanpak geluidhinder A12’
60 Pagina 24 van 36
Verslag openbare avondvergadering Commissie Mobiliteit, Groen en 5 Openbare Ruimte 10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
11 mei 2023 Raadzaal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
15
De voorzitter, mevrouw L. Snippe, de wethouders, mevrouw Van Hooijdonk, mevrouw Schilderman en de heer De Vries, de leden, mw. K. Alblas (CU), mw. H. Assen (PvdA), dhr. F. Dekkers (GL), dhr. R. v.d. Enk (Student&Starter), mw. I. Hornsveld (GL), dhr. M. de Koning (D66), dhr. M. de Pagter (VVD), mw. C. Passier (VOLT), mw. N. Stylianou (D66), dhr. M. Usta (DENK), mw. J. Zwinkels (CDA)
Afwezigen
Dhr. D. Bosch (PVV), EenUtrecht
20
Verslag vergadering commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 1. Opening.................................................................................................................................25 8. Raadsbrief Voortgang verkeersveiligheid ...................................................................................25 9. Raadsbrief Verblijfsplekken voor jongeren..................................................................................32 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................36
25
1.
Opening
De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom.
30
35
8. Raadsbrief Voortgang verkeersveiligheid De voorzitter geeft een inleiding en zegt dat dit punt in een termijn zal worden behandeld. De fractie van de heer De Pagter (VVD) heeft dit punt twee maanden geleden aangevraagd, maar kort daarna hebben er, in een maand tijd, drie dodelijke ongevallen met vier doden waaronder twee kinderen plaatsgevonden. Zijn fractie betreurt dit zeer. Het onderzoek loopt nog, maar het Pagina 25 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
valt hem op dat geen van de drie locaties, Vleutenseweg, Marnedreef en Biltse Rading, waar onlangs de dodelijke ongelukken zijn gebeurd, op de lijst staat met locaties waar maatregelen nodig zijn. Hij vraagt zich af hoe dit kan, omdat omwonenden hebben aangegeven hier al heel lang bang voor te zijn en ook meldingen hebben gedaan en hun zorg hebben geuit. Hij vraagt de wethouder hoe meldingen nadrukkelijker terug kunnen komen in de rapportages, hoe de verkeersveiligheid gemeten kan worden en waar de raad kan terugvinden waar actie op moet worden ondernomen en wil hierop graag een reactie, hetzij mondeling of schriftelijk. Zijn fractie is van mening dat Utrecht hier beter mee moet omgaan; wellicht kan er dan met omwonenden gekomen worden tot eenvoudige oplossingen. Met betrekking tot handhaving zegt hij dat deze al langere tijd wordt verbeterd en dat de proef met de handhaving goed loopt. Hij vraagt de wethouder naar het succes daarvan en is benieuwd naar het besluit van de minister dat later dit jaar wordt verwacht. Hij hoopt dat ook terug te zien in het beleid in Utrecht. Hij is ook blij dat er schot komt in het plaatsen van mobiele flitspalen, waar zijn fractie twee jaar geleden al om heeft gevraagd. Landelijk komen er 150 flitspalen en er is inmiddels overleg over de locaties.
Hij hoopt dat de raad en de bewoners daarin ook sturing kunnen geven en vraagt of de gemeente zelf wellicht ook camera’s kan aanschaffen. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of hij ook denkt aan het plaatsen van waarschuwingsborden, zegt hij dat ook een optie te vinden, maar dat handhaving essentieel is en daarom vindt hij mobiele flitspalen plaatsen een goede zaak. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) naar de volgorde en of hij het een goed idee vindt om eerst waarschuwingsborden en later flitspalen te plaatsen, zegt hij dat dat zeker een optie is en hij is benieuwd naar wat de wethouder hierover zegt. Op een vraag van mevrouw Passier (VOLT) over hoe het zit met handhaving van de 30 kilometerzones zegt hij dat die zones daar echt op moeten worden ingericht en dat daarna handhaving nodig is. Op een vraag van mevrouw Passier (VOLT) of hij vindt dat bij de planning voor herinrichting ook rekening gehouden moet worden met de KRO-maatregelen, antwoordt hij bevestigend en zegt dat zijn fractie daar in het verleden ook aandacht voor heeft gevraagd. Op de fietspaden rijden steeds meer soorten fietsen met verschillende snelheden en hij vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt en of zij fietsers ook op hun snelheid wil wijzen.
Op een vraag van mevrouw Assen (PvdA) of spreker ook wil dat de maximumsnelheid voor zowel auto’s als op de fietspaden teruggebracht wordt naar 30 km/h, zegt hij dat er op fietspaden vaak erg hard wordt gereden. Op een vraag van de heer Van den Enk (Student&Starter) hoe de VVD de snelheid wil verlagen, zegt hij dat dat lastig is, omdat fietsen geen kenteken hebben. Hij zou graag zien dat er met bezorgdiensten afspraken worden gemaakt over verkeersveiligheid, maar vraagt zich wel af wanneer hierop actie wordt ondernomen. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de heer De Pagter over de recente ongevallen. Zij vindt dat bij herinrichting de verkeersveiligheid op nummer 1 moet staan en stelt voor om vaker zebrapaden aan te leggen. Zij wijst op gevaarlijke situaties zoals aan de Platenlaan waar fietsers elkaar moeten kruisen bij het passeren wat om problemen vraagt. Zij denkt dat bij het aanleggen van racebanen, zoals zij de plannen voor de Maliebaan en de Weerdsingel noemt, onvoldoende aandacht is voor de verkeersveiligheid. Zij vraagt naar de plannen op het industrieterrein van Lage Weide en wijst op de gevaarlijke T-splitsing bij het Centraal Station en vraagt waarom deze niet veiliger is ingericht. Zij wijst ook op het gedrag in het steeds drukker wordende verkeer en merkt op dat mensen vaak schelden en toeteren.
Ze maakt zich zorgen om dit gedrag en ook om de mate waarin mensen met elkaar rekening houden. Zij zou graag zien dat er handhaving komt voor fietsers die harder gaan dan 26 km/h en dat er regels worden opgesteld voor de snelheid op fietspaden. Ze roept op om signalen van inwoners serieus te nemen, omdat daarvoor te weinig aandacht in de plannen van de gemeente is. Zij wijst op de situatie bij de Johan Wagenaarkade waar een ontsluitingsweg is weggehaald, terwijl de buurt dat niet wilde. De verkeerssituatie op ‘t Goylaan zorgt al jaren voor grote zorgen bij buurtbewoners. Er zijn weliswaar investeringen gedaan, maar op deze plek zijn nog nooit zo veel ongelukken geweest als in 2022. Het wordt wel de meest onveilige plek in de stad genoemd en daarom zal daar opnieuw een verkeersonderzoek worden gehouden. Op een vraag van de heer De Koning (D66) of zij het met hem eens is dat het bij ‘t Goylaan niet alleen om de rotonde, maar om de hele straat gaat, antwoordt zij bevestigend, maar zij maakt zich zorgen, omdat het principe van het nieuwe kruispunt nu ook elders wordt toegepast en zij vindt dat geen goed idee. Ook maakt zij zich zorgen om drukke tweerichtingsfietspaden waar met grote snelheid wordt gereden en zij denkt dat dat niet werkt.
Zij vraagt de wethouder of deze niet tot de conclusie moet komen dat het experiment met het verkeersplan ten koste is gegaan van de verkeersveiligheid in Hoograven.
Pagina 26 van 36
De heer De Pagter (VVD) meldt dat de heer Bosch van de PVV zich voor vanavond heeft afgemeld vanwege een bruiloft. 5
Mevrouw Alblas (CU) is het eens met de heer De Pagter over de ongevallen. Het valt op dat in het hele land de ongevallen toenemen. Zij denkt dat dit twee oorzaken heeft, namelijk te hoge snelheid en het gedrag en zij denkt dat daar interventies op gepleegd dienen te worden en vraagt of de wethouder dat wil toezeggen.
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het verlagen van de snelheid goed, maar ook de inrichting van de weg draagt bij aan de verkeersveiligheid. Ze vraagt of de ChristenUnie het met haar eens is dat dit in de afgelopen jaren te mager is uitgevoerd.
15
Mevrouw Alblas (CU) is het met haar eens dat de inrichting van de straat op de maximumsnelheid belangrijk is, maar ze vindt het lastig om het tweede deel van de vraag te beantwoorden, omdat zij pas sinds vandaag portefeuillehouder van dit onderwerp is en zich eerst nog meer hierin wil verdiepen. De voorzitter meldt dat er van de fractie van EenUtrecht ook een afmelding is binnengekomen.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Assen (PvdA) vervangt vanavond haar collega. Zij betreurt de dodelijke ongelukken en zegt dat de impact groot is. Het punt over de verkeersveiligheid leeft in de stad en de oorzaken van de ongevallen worden onderzocht. Ze vindt het belangrijk dat dat gebeurt en dat er maatregelen getroffen worden. Met betrekking tot de Vleutenseweg vraagt zij wanneer er iets wordt teruggekoppeld aan de indieners van de petitie. Zij vraagt de wethouder hoe het zit met hulpdiensten en het niet kunnen plaatsen van drempels op de hoofdroutes. Zij vraagt ook hoe het mogelijk is dat de plekken waar de dodelijke ongelukken gebeurd zijn niet op de lijst met 15 toplocaties staan en wil weten hoe flexibel de plannen zijn en of er ad hoc maatregelen genomen kunnen worden. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of zij ook vindt dat er een lijst moet komen van bijna-ongelukken, zegt zij het daarmee eens te zijn en ze vraagt de wethouder of dat mogelijk is. Het valt haar op dat jongeren tussen 15 en 21 jaar vaak slachtoffer zijn van een verkeersongeval. Zij vraagt wat het specifieke beleid voor deze jonge deelnemers is en of het onderwijs erbij betrokken kan worden. In woonwijken wordt vaak hard gereden en vaak zijn er ongevallen met bromfietsen met bestuurders van 16-19 jaar. Zij vraagt welke maatregelen daarvoor genomen kunnen worden.
Zij constateert dat het inwoneraantal in Utrecht groeit en verzoekt daarom ook om aandacht voor de voetgangers; vaak zijn er, daar waar wel fietspaden liggen, geen voetpaden en ze vraagt wat de ambitie voor de voetgangersnetwerken is en hoe het zit met de oversteekbaarheid. Zij wil ook weten of verkeersveiligheid bij herinrichting prioriteit heeft en of er wellicht een campagne kan worden opgestart over de toenemende verkeersonveiligheid op fietspaden. Zij zou graag zien dat er op fietspaden een maximumsnelheid van 30 km/h geldt en vraagt of de maximumsnelheid op specifieke plekken ook beperkt kan worden. Zij denkt dat veel bijna-ongelukken ook belangrijk zijn voor het veiligheidsgevoel en ze roept het college op om actief op zoek te gaan naar andere maatregelen. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) of zij het een goed idee vindt om het advies van de ANWB voor een maximumsnelheid van 25 km/h op fietspaden onder de aandacht te brengen in Den Haag, antwoordt zij bevestigend. Zij wijst erop dat dit niet alleen in Utrecht speelt. Zij vraagt de wethouder wanneer mobiele flitspalen wellicht een optie zijn. De heer Van den Enk (Student&Starter) staat stil bij de drie ongelukken met dodelijke afloop en betuigt zijn medeleven aan de nabestaanden. Er wordt hard gewerkt aan de verkeersveiligheid in Utrecht, maar dit blijft een lange en hobbelige weg.
Er liggen weliswaar rapportages van de politie en er is een gevarenanalyse opgesteld, maar hij denkt dat de cijfers van de politie maar een gedeeltelijk beeld schetsen, omdat hij de bijna-ongevallen mist. Hij vraagt hoe deze gemonitord worden en of de wethouder het met hem eens is dat monitoring door de politie niet geheel dekkend is voor de verkeersveiligheid in Utrecht. Hij vraagt hoe monitoring nog accurater kan verlopen en zou ook graag zien dat het laagdrempeliger wordt om meldingen te maken van gevaarlijke verkeersomstandigheden. Hij refereert aan de kruisingen op de ‘t Goylaan en de Marnixlaan waar rotondes de situatie zouden moeten verbeteren; het verkeer loopt daar echter niet soepel en er is een hoog risico op ongevallen, omdat de regels daar afwijken en gebruikers de verkeerssituatie vaak onduidelijk vinden. Hij vraagt de wethouder wat de functie van de rotondes is, of deze effect sorteren en of ze de situatie veiliger maken. Pagina 27 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer De Koning (D66) zegt dat de cijfers in Utrecht een wisselend beeld geven. In de afgelopen jaren was er een daling van het aantal ongevallen met gewonden, maar de materiële schade was juist toegenomen en inmiddels zijn er ook enkele dodelijke slachtoffers te betreuren. Zijn fractie ontvangt regelmatig berichten van inwoners over onveilige verkeerssituaties. Zijn fractie steunt het college in de aanpak dat daar waar verkeersongevallen plaatsvonden, die plekken ook worden aangepakt. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) hoe D66 wil voorkomen dat men achter de feiten aanloopt, als er niet geluisterd wordt naar signalen van inwoners over het zich veilig voelen, zegt hij dat daarom de onderzoeksresultaten zo belangrijk zijn. De infrastructuren en de drukte veranderen en dat levert nieuwe inzichten op en die moeten worden toegevoegd. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of D66 bereid is om de kennis uit de buurt ook mee te nemen, antwoordt hij bevestigend. Hij sluit zich aan bij het verzoek van de heer Van den Enk om meldingen centraal te registreren. Op een vraag van mevrouw Passier (VOLT) wat hij vindt van nieuwe plannen waarbij de buurt zegt dat het gevaarlijker wordt, zegt hij dat het college haar oor te luisteren moet leggen en participatie goed moet toepassen. De raad kan daar heel kritisch op zijn.
Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) wat D66 nu precies vindt, zegt spreker dat meldingen betrekken bij onderzoeken waardevol is, maar dat het beleid gevoerd moet worden op feitelijke onveiligheid. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) op welke onderzoeken hij doelt, zegt hij dat het moeilijk is om in een onderzoek duidelijk te krijgen wanneer het bijna misgaat en daarom moet Utrecht varen op de expertise van professionals en het college. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) of spreker ook camera’s daarbij zou willen inzetten, zegt hij dat dat op sommige locaties kan helpen. Hij vervangt echter zijn collega en heeft op dit punt onvoldoende parate kennis. Hij vindt het belangrijk dat er in Utrecht ook om het centrum heen gefietst kan worden en zijn fractie is blij dat het college een snelheidsbeperking van 30 km/h wil invoeren en hij hoopt dat dat daar waar mogelijk kan worden versneld. Zijn fractie staat ook achter een verlaging van de snelheid in woonwijken van 50 naar 30 km/h en vindt dat 30 km/h daar de norm moet zijn. Hij vraagt of er nog laaghangend fruit is als het gaat om het verlagen van de snelheid naar 30 km/h in bepaalde buurten en denkt daarbij aan Hoograven en het gebied ten zuiden van ‘t Goylaan, omdat daar slechts enkele toegangswegen zijn waar dan wellicht drempels kunnen komen. Hij vraagt wat de wethouder daarvan vindt.
Het valt hem op dat er niets in het stuk staat over het verlagen van de snelheid van 30 km/h en 15 km/h in woonerven. Hij vraagt de wethouder welke aanpak het college heeft als buurten dit willen aanvragen en dat geldt ook als men de buurt groener en aantrekkelijker wil maken. Hij zou graag zien dat op wegen waar nu nog 70 km/h mag worden gereden de snelheid verlaagd wordt naar 50 km/h en wijst daarbij op de Biltse Rading/kardinaal De Jongweg richting A27 waar onlangs een dodelijk ongeval plaatsvond. Hij zou graag op het hele traject van 500 m daar de snelheid willen verlagen. Dit geldt overigens ook voor de Martin Luther Kinglaan en het 24 Oktoberplein richting afrit A2. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of zij ook vindt dat, conform signalen uit de buurt, de inrichting daar dan moet worden aangepast en de oversteekplaatsen verlegd, zegt hij dat daar onderzoek naar wordt gedaan en dat de resultaten daarvan afgewacht dienen te worden. Hij vraagt naar de mening van de wethouder. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of hij ook een aanpak op korte termijn wil, antwoordt hij bevestigend. Hij vraagt of de wethouder snelheidsverlaging van 70 naar 50 km/h daar wil onderzoeken. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) hoe D66 dat voor zich ziet, stelt hij voor te beginnen met normering en daarna te kijken wat er verder nodig is en of mensen zich daaraan gaan houden.
Hij begrijpt dat de VVD zich zorgen maakt en zijn fractie doet dat ook en daarom wil zijn fractie dat daarnaar gekeken wordt. Hij verwijst naar de gerealiseerde Schoolstraat aan de Wijnesteinlaan en vraagt de wethouder wat haar plannen op dit gebied zijn als de resultaten van de pilot positief zijn. Hij zou graag zien dat dit ook bij de andere drie scholen in Tuindorp wordt gerealiseerd en dat dat, bij positieve resultaten, ook elders wordt uitgerold. Mevrouw Passier (VOLT) sluit zich aan bij de woorden van PvdA en CDA over de ongelukken. Zij vindt verkeersveiligheid heel belangrijk en ziet als doelen minder verkeersslachtoffers en een betere beleving van de verkeersveiligheid. Na de coronacrisis is het weer veel drukker op straat en het aantal ongelukken neemt toe. Ze vraagt de wethouder of daar een causaal verband tussen bestaat. Het college zet in op verdichting van de stad, maar de kans op ongelukken neemt daardoor ook toe en ze vraagt de wethouder hoe deze dat ziet en hoe de verwachte drukte meegenomen wordt in de plannen. Zij verwijst naar het verkeersplein bij ‘t Goylaan en denkt dat de kruising onoverzichtelijker is geworden waardoor er meer gevaarlijke situaties ontstaan. Hoewel het kruispunt na inspraak van bewoners en onderzoek is aangepast, is het nog steeds niet Pagina 28 van 36
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
veilig, maar dit concept wordt nu wel meegenomen als voorbeeld voor andere verkeerspleinen zoals bij de Marnixlaan. Zij vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt. Utrecht wil dan er meer mensen op de fiets gaan rijden, maar sommige fietspaden zijn al heel druk. De bewoners van de Weerdsingel maken zich daarover zorgen en er is een proef bij de Croeselaan om het fietsverkeer af te remmen. Ze vraagt de wethouder in hoeverre dit meegenomen wordt bij plannen voor de toekomst en hoe ervoor gezorgd wordt dat de snelheid omlaag gaat. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of VOLT vindt dat het college er tot nu toe is geslaagd in de snelheidsverlaging, zegt zij dat niet zo goed te vinden. Ze roept op om met elkaar na te denken op welke fietspaden mensen rustiger moeten fietsen en wijst op de Voorstraat, waar het, richting de stad, steeds drukker wordt. Op een vraag van de heer Van den Enk (Student&Starter) of spreekster weet dat de Voorstraat juist veel veiliger is geworden, antwoordt zij dat zij de afgelopen week daar fietste en het erg druk vond. Op een vraag van de heer Van den Enk (Student&Starter) of zij ook vindt dat geprobeerd moet worden om fietsers te verleiden om niet via de Voorstraat te gaan, zegt zij dat dat het verplaatsen van een probleem is. De heer Dekkers (GL) noemt de verkeersongelukken zeer ingrijpend.
Hij is het eens met de gestelde vragen, juist ook omdat de plekken waar deze ongevallen zijn gebeurd in het verleden ook al als onveilig zijn aangeduid. Hij hoopt dat daar op kort termijn maatregelen getroffen kunnen worden. Sinds de coronacrisis is het aantal gereden kilometers toegenomen, maar op de lange termijn neemt het aantal verkeersongelukken af. Hij zou graag zien dat het gedrag van specifieke doelgroepen wordt beïnvloed en vraagt wanneer er nieuwe normen komen, want hij vindt de landelijke ontwikkelingen te langzaam gaan. Met betrekking tot de beleving van veiligheid is hij blij dat er wordt gewerkt aan een standaardmethode en hij vraagt de wethouder wat haar eerste indruk is, waar men aan moet denken en of er ook anderen bij worden betrokken. Zijn fractie vraagt al langer om snelheidsbeperkingen bij wijkontsluitingswegen. Hij wijst op de landelijke discussie over de normen en hij hoopt dat dit Utrecht helpt. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) over welke wegen het gaat, zegt hij dat het hem om wegen in een buurt gaat. Hij constateert dat er veel verkeersslachtoffers tussen de 16 en 21 jaar zijn die op een snorfiets rijden en hij vraagt de wethouder wat de effecten van de invoering van de helmplicht per 1 januari 2023 zijn. Hij wil weten welke gedragsveranderingsacties er voor deze doelgroep zijn.
Hij denkt dat de verschillende snelheden die er op fietspaden worden gereden een belangrijk oorzaak van het probleem zijn. Zijn fractie ondersteunt het pleidooi om lichte voertuigen een plek op de rijbaan te geven en om een snelheidsbeperking op fietspaden in te stellen en hij vraagt de wethouder naar resultaten. Hij zou graag zien dat er uitbreiding komt van het fietsnetwerk met alternatieve routes, dat de voetganger, qua verkeersveiligheid, op nummer 1 wordt gezet en hij vraagt de wethouder wanneer er een overzicht komt van zaken die aangepakt worden zoals een betere oversteekbaarheid en of de wethouder bereid is om te kijken naar normen, zodat er meer gekozen wordt voor zebrapaden en verhoging van de verkeersveiligheid. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of spreker ook vindt dat er meer geld moet komen voor verkeersveiligheid zegt spreker dat dit wellicht duur is en stelt voor om te proberen om bij werkzaamheden zaken te combineren. Hij betreurt het dat er een beperkt budget is. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of spreker tevreden is met de racebanen die in de afgelopen tijd zijn aangelegd, zegt spreker deze opmerking verre van zich te werpen. Hij denkt dat de snelheid van de auto’s in de afgelopen jaren is afgenomen en hoopt dat er door meer alternatieve routes te maken, ruimte kan worden geboden aan fietsers.
Vorige week heeft hij met buitenlanders door Utrecht gefietst en zij waren verbaasd over de verbeteringen van de verkeersveiligheid. Hij zegt dat bij herinrichting er systematisch wordt gezorgd voor vermindering van snelheid. Met de vraag van mevrouw Assen (PvdA) naar de westelijke Stadsboulevard waar nog steeds, ook na herinrichting, nog te hard gereden wordt en de vraag of GroenLinks ook de resultaten van de inrichting wil monitoren en eventueel bijsturen, is hij het helemaal eens. Hij zou ook graag zien dat de snelheid van bussen wordt beperkt bij gevaarlijke oversteekplaatsen. De heer Usta (DENK) zegt dat voor zijn fractie veiligheid boven alles gaat en hij is blij dat er maatregelen komen ter bevordering van de verkeersveiligheid. Hij vraagt zich wel af in hoeverre het gedrag van bestuurders betrokken wordt bij de invoering van een snelheid van 30 km/h, want hij vreest dat dit kan bijdragen aan onveilig gedrag. Op een vraag van de heer Van den Enk (Student&Starter) waar die gedachtegang vandaan komt, zegt hij dat, als mensen zich ergeren aan het verlagen van snelheid, zij gefrustreerd kunnen raken. Op een vraag van de heer De Koning (D66) of spreker erkent dat de kans op fataal letsel bij 30 km/h veel lager is dan bij een hogere snelheid, zegt hij het niet over de kans op letsel te hebben, maar over de kans op Pagina 29 van 36