CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag MGOR 8 juni 2023

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 14 september 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen22.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De wethouder noemt het idee van de PvdD over om meer klimop toe te passen goed. Klimop blijkt inderdaad veel fijnstof te vervangen. Soms kan het de constructie aanpassen, dus het is wel altijd even zoeken of het kan. Op het nieuwe schoolgebouw in Rijnvliet komt een groen dak en er is een groene gevel aan het buurtgebouw in Sterrenwijk gepland. 5

Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of de wethouder wat concreter kan aangeven wat met de boomspiegels gaat gebeuren. Wethouder Voortman antwoordt dat vergroten ervan al steeds meer gebeurt. Ze zegt toe dat in de brief die in Q4 wordt verstuurd de concrete acties zullen worden aangegeven.

10

15

20

25

30

Zij vervolgt de beantwoording door in te gaan op het weghalen van de epoxylaag bij bestaande boomspiegels. Op zichzelf heeft epoxy geen negatieve milieu impact als het eenmaal uitgehard is, maar het houdt wel de groei van groen tegen. Weghalen kost echter tijd en geld, en legt een groot beslag op het ambtelijk apparaat. Gezien alle opgaven en ambities die er nu zijn stelt de wethouder voor om dat nu niet te doen. Dat is eerder door het college aangegeven in de beantwoording van schriftelijke vragen in november 2021. Voor wat betreft het stellen van strengere groennormen bij nieuwbouwprojecten zegt de wethouder dat het in de RSU gaat over gelijke tred en meer groen. Dat wordt ook van de ontwikkelaars geëist, waarbij wordt gestart met minimaal klimaatadaptief. Als het gaat om gaten in de groenstructuur door het weghalen van bomen zegt de wethouder dat het in de meeste gevallen al lukt om in het eerst mogelijke plantseizoen de bomen te herplanten. Verder is er gevraagd naar de toegezegde uitvoering van moties en brieven. De wethouder zegt dat er binnenkort een Bomenbrief naar de raadsleden gaat. Daarin wordt ingegaan op de moties en brieven waar de PvdD naar vraagt. Op de oproep van de VVD om aan de slag te gaan met het planten van bomen reageert de wethouder door aan te geven dat ze daar snel mee wil starten.

Tegelijkertijd zijn er wel beperkingen in de stad, zoals de ondergrond, de bovengrond en andere eisen voor ruimte. Het is dus ook niet altijd mogelijk. In de brief worden meerdere scenario’s aangegeven die zullen worden benut, om te zorgen dat de bomen wel zo snel mogelijk kunnen worden geplant. De wethouder vindt de roep duidelijk, en zij voelt het ook. Dat is de reden dat er in veel plannen al extra bomen worden toegevoegd, bijvoorbeeld bij herontwikkelingen, schoolpleinen, heringerichte straten en de 900-bomen-actie in het kader van 900 jaar Utrecht. De heer De Pagter (VVD) vraagt hoe het college concreet het tempo in het planten van bomen gaat brengen. Hij verwijst naar de vragen die in het verleden zijn ingediend, over Van Banen Naar Lanen en de motie met allerlei concrete plekken. Van Banen Naar Lanen is een jaar of drie geleden gesteld, maar deze bomen zijn nog steeds niet geplant.

35

40

45

Wethouder Voortman zegt dat de motie Van Banen Naar Lanen nog werd ingevuld terwijl zij al was begonnen met de beantwoording. Zij verwacht dat ze daar later in de beantwoording op terugkomt. Ze heeft net de complicaties van het planten van bomen aangegeven. Stoepen liggen vaak vol met kabels en leidingen. De ruimte is vaak eerder te vinden bij parkeerplaatsen. Daarom wordt er expliciet gekeken naar de ruimte die vrijkomt als er parkeerplaatsen worden opgeheven. Verder gaf de VVD aan dat zie niet voor elk nieuw huis, maar voor elke nieuwe inwoner een boom zouden willen planten. Dat is een enorme aanscherping van meer bomen. De wethouder is dan ook benieuwd naar de tegenbegroting van de VVD-fractie. Het college is van mening dat ze nu al een stevige ambitie hebben. De heer De Pagter (VVD) verwijst naar hun laatste tegenbegroting voor de verkiezingen, waarin hierover al wat was opgenomen. Wellicht kan de wethouder daaruit ideeën opdoen. Wethouder Voortman zegt dat ze wel benieuwd is waar dat geld dan vandaan kwam. Daar zal bij de Voorjaarsnota-commissie over worden gesproken.

50

Voor wat betreft de motie Van Banen naar Lanen zegt de wethouder dat een van de kansen van extra bomen in het aanvullen van lanen een opgave is die wordt uitgezocht voor meer bomen. De motie Snel Meer Bomen wordt beantwoord in de brief die er aan komt. Volgens Volt kiest het college te vaak voor rood in plaats van groen. De wethouder vindt dat te gechargeerd. De afweging voor inrichting gaat over meer ambities, ook voor verblijven of 17

verplaatsen. Er wordt ook steeds meer ruimte voor groen gemaakt. Bij mobiliteitsonderwerpen bijvoorbeeld worden ook kansen voor vergroening meegenomen. Op de vraag ‘Wanneer begint de toekomst?’ antwoordt de wethouder dat de toekomst al is begonnen, maar dat het verankeren van die zaken ook nodig is. 5

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat er onlangs een technische sessie is geweest waarbij besproken is hoe ‘groen, tenzij’ op parkeerplekken kan worden toegepast. Daar is gezegd dat voor de herinrichting de in het handboek openbare ruimte voorgeschreven materialen worden gebruikt. In de compacte stad worden gebakken klinkers gebruikt voor parkeervakken. Volt vraagt of er wel ruimte is om ‘groen, tenzij’ toe te passen.

10

Wethouder Voortman zegt dat ze dat doen waar dat kan. In het huidige ontwerp van de openbare ruimte worden die principes nu toegepast. Die ontwerpen worden vaak pas na een paar jaar buiten gerealiseerd. Daarom hebben we nu ook te maken met ontwerpen die eerder goedgekeurd zijn. Volt vroeg verder of de actieve groepen uit de RIB een bijdragen zouden kunnen leveren in de grote groenprojecten. De wethouder zegt dat ze met hen in gesprek is. Bij de Moreelse Tuinen is er recent een eerste asfaltbaan tussenuit gehaald waardoor een eerste tuin kan worden aangelegd. Veel groepen worden betrokken via BuurtNatuur030 en zij worden actief uitgenodigd voor participatie, onder andere bij Moreelse. Betreffende het verminderen van bureaucratie voor ondernemers die hun eigen gebied willen vergroenen zegt de wethouder dat haar onbekend is welke bureaucratie daarmee wordt bedoeld. Als dat op eigen terrein is dan kunnen ondernemers zelf vergroenen.

15

20

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat de ondernemersvereniging van Hooch Boulandt de ruimte wilde vergroenen. Daarbij ging het niet om eigen terrein maar om openbare ruimte. 25

30

35

40

45

50

Wethouder Voortman zegt dat bij het vergroenen van openbare ruimte moet worden uitgezocht waar die ruimte voor wordt gebruikt, wat er in de ondergrond zit en allerlei andere factoren. Ze stelt voor om de gegevens uit te wisselen van die specifieke locatie. Met de oproep van D66 om te laten zien dat er wordt vergroend is de wethouder het eens. De versnelling wordt nu ook ingezet met de integrale en icoonprojecten, en allerlei initiatieven om met bewoners te vergroenen. Voor wat betreft de kansen op particulier terrein zegt de wethouder dat het idee om een gratis boom te verstrekken als er tegels worden opgehaald een goed idee is dat verder kan worden verkend. Het sluit mooi aan op de acties waarbij bomen worden weggegeven. Voor zover de wethouder weet zijn er geen gemeentelijke belemmeringen bij het vergroenen van tuinen en andere particuliere ruimte, tenzij er bewoners zijn die een extra claim op de openbare ruimte leggen door bijvoorbeeld meer op straat dan op eigen terrein te parkeren. Betreffende de prioriteiten bij herontwikkeling zegt de wethouder dat groen één van de prioriteiten is, naast andere ambities zoals de energietransitie, verkeersveiligheid et cetera. Over Oudenoord zegt de wethouder dat dat een paar maanden geleden is aangepast. Het kruispunt van de Kaatstraat is deels gereconstrueerd.

Het is vanwege de verkeersdrukte nog niet mogelijk om meer verkeersregelinstallaties op rijstroken te verwijderen. De wethouder zegt verder dat het vervangen van stoplichten door bomen al wordt gedaan waar dat kan en waar ze echt weg kunnen. Er moet wel rekening worden gehouden met verkeersveiligheid. Er zijn al eerder op diverse kruispunten installaties uitgezet, zoals op de Langerakbaan. Momenteel wordt onderzocht of verkeerslichten op drie kruispunten nog nodig zijn. Als ze wegkunnen, dan kunnen rijstroken worden weggehaald en groen worden toegevoegd. Dit moet wel zorgvuldig gebeuren. Over de ondergrond en de bodemsoort zegt de wethouder dat deze altijd onderdeel zijn van de plannen. Met de assortimentskeuze wordt naar de juiste soort op de juiste plek gezocht. Herplant naar waarde komt aan bod in de Bomenbrief die binnenkort wordt verstuurd. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt of de ondergrond ook aangepast kan worden naar de gewenste boomsoort. Wethouder Voortman antwoordt dat er veel bij komt kijken. Het is niet zo simpel. 18

5

10

15

20

25

Ze vervolgt haar beantwoording door aan te geven dat ze het eens is met D66 om niet te veel in wijken te denken. Dat sluit helemaal aan bij de schaalsprong waar de groene verbindingen en de scheggen juist voor bedoeld zijn. Op de oproep van GroenLinks om de zaailingen in de Bomenbrief op te nemen antwoordt de wethouder dat ze daarvoor zal zorgen. Het is inderdaad belangrijk om niet alleen bomen toe te voegen maar ook te behouden. In de nota over de ondergrond die in de maak is krijgt ook de biodiversiteit in de bodem veel meer aandacht dan tot nu toe. Dat is belangrijk voor goede bomen en voor klimaatadaptatie om het water goed te benutten. Als bewoners een parkeerplaats willen opheffen, wil de gemeente dat via het loket faciliteren. In het derde kwartaal wordt er een brief gestuurd over hoe het loket zal functioneren. In die brief staat ook hoe het college de ambitie voor het opheffen van parkeerplaatsen wil realiseren. Het loket draagt bij aan de ambitie voor het opheffen van een half tot een heel procent van de parkeerplaatsen, maar dat is niet genoeg om de gehele ambitie te realiseren. Bij het loket gaat het om het vrijwillig opheffen van parkeerplaatsen. Op de vraag van GroenLinks of dit ook kan met wat minder draagvlak antwoordt de wethouder dat draagvlak voor het Initiatievenfonds een randvoorwaarde is. Bij andere projecten wordt ook bekeken wat verantwoord is.

Daarbij wordt gekeken naar noodzaak, impact en draagvlak. Het is wel een dilemma. Er moeten keuzes worden gemaakt in waarmee de stad het meest wordt bediend. Er wordt dan ook naar een omgekeerde aanpak gekeken, dus inspraak over hoe het groen eruit zou moeten zien en niet waar het komt. Dit is wel een moeilijke discussie. In Noordwest is een straat helemaal versteend. Eén van de bewoners wilde graag vergroenen, maar de andere bewoners wilden dat niet. Dit zorgt voor continu terugkerende dilemma’s. Daarover zou de wethouder graag wat uitgebreider het debat willen voeren. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het plaatsen van zo’n mobiele plek als middel voor de draagvlakmeting, zodat mensen het ook kunnen ervaren. Wethouder Voortman antwoordt vindt het plaatsen van tijdelijk groen een interessant idee dat ze verder wil verkennen. Ze komt daar op terug in de brief die in het vierde kwartaal komt.

30

35

40

De wethouder gaat verder met de beantwoording van de vraag over het Rondje Singel. Op verzoek van het college is al eerder in het Mobiliteitsplan opgenomen dat voetgangersnetwerken op lokaal niveau worden uitgewerkt, en op stedelijk niveau op hoofdroutes worden uitgewerkt. Dat wordt samen met de Schaalsprong Groen onderdeel van de tienminutenstad, waarbij het groen al bij de voordeur begint. Voor wat betreft ‘groen, tenzij’ zegt de wethouder dat dat bij interne en externe partijen wel om een omslag vraagt. Die is inmiddels echt in gang gezet. De wethouder verwacht dat dat binnen enkele jaren buiten in de realisatie goed zichtbaar zal zijn. Voor wat betreft de groenloketten zegt de wethouder dat wordt ingezet op één digitaal loket voor vergroenen en het opheffen van parkeerplaatsen. Voor het overige wordt ingezet op de bestaande klantcontactpunten, zoals de wijkbureaus. Buitenruimte hoeft inderdaad niet aangeharkt te zijn. De wethouder wil waarschuwen voor een wildgroei aan bordjes in de openbare ruimte. Ze gelooft meer in de aantrekkingskracht van mooi bloeiende bermen en boomspiegels. Ze besteedt het geld liever daaraan dan aan bordjes. Er worden wel tegels geplaatst als boomspiegels of een stuk openbare ruimte door bewoners wordt beheerd.

45

De heer Usta (DENK) vraagt of er een specifieke reden is voor parkeervlakken. Is dat wel handig gezien de toename van het aantal inwoners? Deelt het college deze zorgen?

50

Wethouder Voortman antwoordt groen, mobiliteit en wonen tegen elkaar worden afgewogen. De mobiliteitsopgave wordt flink meevergroend, zoals bij de Westelijke Stadsboulevard. Het wandelnetwerk wordt vanuit beide opgaven opgepakt. Voor wat betreft parkeren geeft de wethouder aan dat het een keuze betreft: waar besteed je je openbare ruimte aan? Dat besteedt DENK graag aan parkeren, het college vindt het ook belangrijk dat er wordt vergroend. De wethouder gaat verder met de beantwoording van de vraag over verticaal groen. Dat is gedaan in Sterrenwijk en er zijn groene daken aangelegd in Rijnvliet. Ook in de advisering over natuurinclusief bouwen wordt dit opgenomen. Over het kappen van gezonde bomen en herplant van lagere kwaliteit zegt de wethouder dat 19

5

10

15

20

herplant naar waarde onderdeel is van de brief die binnenkort wordt verstuurd. In het coalitieakkoord is als spoor opgenomen dat groen als eerste naar de meest versteende wijken moet, naast wijken waarin vaak vanuit ongelijkheid wordt geïnvesteerd. Maar de gemeente blijft ook werk met werk maken op locaties waar ze al aan de slag is. Het geld kan maar één keer worden uitgegeven. Het moet ook financieel en ruimtelijk kunnen. Alle kansen worden opgezocht maar in de ene wijk is het makkelijker dan in de andere wijk. Zo is de binnenstad ook erg versteend. Toch wordt de voorkeur gegeven aan vergroenen van Rivierenwijk omdat dat voor die inwoners meer impact heeft. Verder zegt de wethouder dat niet kappen maar verplaatsen al jarenlang het beleid is. Als een boom verplantbaar is wordt dat gedaan. Over het meenemen van volkstuinen en andere verenigingen die proberen te vergroenen zegt de wethouder dat zij in de schaalsprong worden meegenomen om beter te integreren in het netwerk. Zij kunnen als bron voor biodiversiteit gelden, bovendien zit daar veel deskundigheid. Over het regionaal bomendepot wordt meer informatie gegeven in de Bomenbrief. Het vergroenen van speeltuinen is onderdeel van het speelbeleid. Met de Struikrovers is de gemeente in gesprek, en er is ook al een klein project mee uitgevoerd.

Tenslotte zegt de wethouder dat hoe speeltuinen worden ingericht in de vorig jaar vastgestelde Speelvisie-beleid staat. Groen hoort daarbij. In de Speelvisie staat letterlijk: “Bij de inrichting en renovatie van speelplekken is het uitgangspunt ‘groen, tenzij’ en het toepassen van groene inrichting ten behoeve van onder andere klimaat, ecologie en gezondheid.” De voorzitter vraagt of er gemiste vragen zijn.

25

Mevrouw Passier (Volt) vraagt of er financieel kan worden bespaard door samenwerkingen aan te gaan met groepen die zich bezighouden met groene projecten. Ook vraagt zij of de wethouder kan onderzoeken of het bureaucratisch proces bij het vergroenen door ondernemersverenigingen gemakkelijker kan. De heer Van den Enk (Student & Starter) hoort graag hoe kinderen kunnen worden meegenomen in de participatie bij het vergroenen van speeltuinen.

30

35

Wethouder Voortman zegt dat in de Speelvisie expliciet is opgenomen dat het voornemen is om het ontwerp van speeltuinen samen met kinderen te doen. Verder zegt zij dat het heel mooi zou zijn als het inzetten van bewonersgroepen tot besparingen leidt. Misschien is dat iets te optimistisch geredeneerd. Juist het grote werk vergt apparatuur en deskundigheid. De wethouder zou dat niet als bezuinigingsdoel willen zien. Voor wat betreft het verminderen van bureaucratie gaf de wethouder al aan dat ze niet weet om welke bureaucratie het gaat. Mevrouw Passier (Volt) zegt dat ze daar later op terug komt. De voorzitter vraagt of er behoefte is om dit onderwerp te agenderen voor een raadsbespreking, zodat er moties ingediend kunnen worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat het CDA ten aanzien van deze brief niet met moties zal komen, maar wel andere dingen heeft aangekondigd, bijvoorbeeld bij de Voorjaarsnota.

40 Lijst met toezeggingen De voorzitter concludeert dat er drie toezeggingen zijn: • 45

•

In Q4 2023 volgt een raadsbrief met de verdere uitwerking met daarin onder andere opgenomen boomspiegels en verkenning vergroenen. In Q3 2023 volgt een raadsbrief over het functioneren van het loket.

De voorzitter sluit dit agendapunt af. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of al duidelijk is wanneer agendapunt 10 wordt besproken. 20

De voorzitter verwacht dat dit in de avondvergadering zal zijn. Hij schorst de vergadering voor enkele minuten. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering. 5

9 Raadsbrief Uitkomst draagvlakonderzoek Valetonlaan De voorzitter vermeldt dat hij gezien de tijd geen inleiding geeft, maar direct overgaat naar de behandeling van dit agendapunt. Het onderwerp raakt aan mobiliteit, daarom wordt het in deze commissie besproken. De wethouder komt uit RO. De bespreking vindt plaats in één termijn en er is dertig minuten voor gereserveerd.

10

15

20

25

30

35

Hij geeft het woord aan het CDA voor hun inbreng. De heer Stellinga (CDA) gelooft dat de uitkomsten van het draagvlakonderzoek aangeven dat de rijrichting op de Valetonlaan moeten worden omgekeerd. Het CDA acht het waarschijnlijk dat, ondanks alles dat er in het proces is misgegaan, de resultaten van het draagvlakonderzoek opleveren dat de meerderheid van de buurt hier voor is. Het CDA blijft dan ook bij haar eerder ingebrachte standpunt dat de plannen daarop moeten worden gericht. Dit laat echter onverlet de reden dat zij het antwoord op de schriftelijke vragen hebben geagendeerd. Er is namelijk het een en ander fout gelopen. Stempassen zijn bij sommige bewoners niet aangekomen, bewoners kregen de mededeling dat ze al gestemd hadden, bewoners moesten meermaals nabellen, kregen uiteenlopende antwoorden vanuit de gemeente op dezelfde vraag en soms zelfs een boze reactie. Het CDA stelde vervolgens schriftelijk de vraag of het college erkent dat er fouten zijn gemaakt in dit proces. Die vraag is niet beantwoord, vandaar dat hij nog een keer wordt gesteld: erkent het college dat er fouten zijn gemaakt in dit proces? Het college verschuilt zich in zijn antwoorden achter I&O Research. Deze instantie functioneert echter in opdracht van, en dus onder verantwoordelijkheid van het college.

Hoe reflecteert de wethouder daarop? En is de wethouder van mening dat I&O Research, onder verantwoordelijkheid van het college, fouten heeft gemaakt? Er zijn 1900 wijkberichten verstuurd en uit iedere aangeschreven straat zijn stemmen binnengekomen. Dat betekent toch niet automatisch dat het goed is gegaan? Hoe verklaart het college de vele klachten die zijn binnengekomen? Kan de gemeente daarnaast erkennen dat er binnen de gemeentelijke organisatie iets goed mis zit als er verschillende antwoorden worden gegeven op bijvoorbeeld de vraag of er sprake is van een steekproef of niet? Tenslotte vraagt het CDA zich af of door of namens de gemeente op enig moment aan het wijkplatform is gevraagd hoe hun draagvlak in de buurt is. Is getoetst namens wie zij praten? En hoe gaat het college om met de spanning die nu ontstaat tussen voor- en tegenstanders van de omdraaiing van de rijrichting? Er wordt gezegd dat er altijd voor- en tegenstanders zijn, maar is het misschien een idee om partijen samen aan tafel te krijgen en als gemeente een bemiddelende rol te spelen hierin? De heer Vasters (D66) vraagt of het CDA de indruk heeft dat I&O Research een grote fout heeft gemaakt in de opzet van deze draagvlakmeting.

40

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat de buurt uitlatingen heeft gedaan die er niet om liegen. Het was niet mogelijk om te stemmen, stemdingen werkten niet de gemeente gaf verschillende antwoorden op dezelfde vraag dus het hing er maar van af wie je sprak. Dat er een aantal dingen mis is gelopen in dit onderzoek staat voor het CDA als een paal boven water. Dat zal D66 vast ook gelezen en gezien hebben. De voorzitter geeft het woord aan Volt voor hun bijdrage.

45

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat, als ze de raadsbrief over de uitkomst van het draagvlakonderzoek leest, gelooft dat het goed is gegaan en dat het nu ook representatief is. Toch valt het hen op dat het college spreekt van een professionele procedure en dat bewoners een heel slordige procedure hebben ervaren vol met fouten. Zij vraagt de wethouder om met de bewoners in gesprek te gaan om te kijken waar dit verschil in beleving vandaan komt, hopelijk de lucht te 21

klaren, vooral ook te leren van dit proces en de ervaringen mee te nemen naar volgende participatieprocessen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD voor hun bijdrage. 5

10

Mevrouw Meerding (VVD) sluit zich grotendeels aan bij de vorige sprekers. Ook de VVD trekt de uitkomst van het draagvlakonderzoek niet in twijfel, zij geloven dat die representatief is. Maar als wordt gekeken naar de schriftelijke vragen die de VVD mede heeft ingediend verbaast het haar dat er een totaal ander beeld wordt geschetst dan wat de VVD van de bewoners hoort. Er wordt een beeld geschetst van een heel professioneel opgezette meting waar eigenlijk niets fout zou zijn gegaan, terwijl bewoners iets heel anders hebben ervaren. Daar ziet de VVD een hele grote discrepantie en zij vraagt de wethouder hoe deze daarop reflecteert. Had het college het anders moeten doen, en hadden zij iets kritischer naar I&O Research moeten zijn? De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter voor hun bijdrage.

15

20

25

De heer Van den Enk (Student & Starter) zegt dat de situatie bij de Valetonlaan een klare zaak is. Uit de draagvlakmeting komt naar voren dat de meerderheid voor het omdraaien van de rijrichting is. Het democratisch recht moet dan ook zegevieren en deze keuze moet worden doorgevoerd. In de voorbereiding op dit debat heeft Student & Starter met het wijkplatform Noordoost gesproken. Ook zij vinden dat de draagvlakmeting een gegronde reden is om de rijrichting om te draaien. Zij zien dat er weliswaar ruis in ontstaan in het proces door een vertraagde opstart door een technisch mankement. Zowel voor- als tegenstemmers hebben hier last van gehad. Wel geeft het wijkplatform aan dat het voor de volgende keer goed zou zijn als er een buurtbijeenkomst wordt georganiseerd voor de stemming zodat alles helder kan worden uitgelegd en systematiek vooraf getest en gecheckt kan worden. Student & Starter vraagt dan ook of de wethouder kan toezeggen dat er in het vervolg bij een dergelijke draagvlakmeting een dergelijke bijeenkomst wordt georganiseerd op een centrale plek in de buurt, zodat ook minder digitaal vaardige mensen beter kunnen worden meegenomen in het democratisch proces. De voorzitter geeft het woord aan GL voor hun bijdrage.

30

35

40

45

50

De heer Dekkers (GL) zegt dat ook voor GL de uitkomst van deze draagvlakmeting niet ter discussie staat. Wel zijn zij kritisch op de rol die het wijkplatform heeft gespeeld in dit proces. Het is op zich goed dat het wijkplatform bewoners ondersteunt bij het ontwikkelen van een eigen plan, maar het is niet slim dat het wijkplatform ervoor heeft gekozen om bij een draagvlakmeting over een onderwerp, waarbij het duidelijk is dat er heel verschillend over wordt gedacht in de buurt, heel sterk voor één voorstel te lobbyen. Het was beter geweest als het wijkplatform zich had geconcentreerd op het goed organiseren van het gesprek. Aan het college wordt gevraagd of zij deze opvatting deelt en het wijkplatform hierover heeft gesproken. Mevrouw Meerding (VVD) hoort GL zeggen dat de wethouder in gesprek moet met het wijkplatform over hoe zij zich zou moeten gedragen. Het wijkplatform heeft echter een op zichzelf staande taak, namelijk het geven van hun mening over hoe de gemeente het doet. Zij vraagt of het dan niet een rare opdracht is die aan de wethouder wordt meegegeven. De heer Dekkers (GL) antwoordt dat het wijkplatform een zelfstandig orgaan is, dat eigen opvattingen heeft en eigen onderwerpen kan kiezen. Tegelijkertijd is er een samenwerking tussen de gemeente en de wijkplatforms over het goed organiseren van participatie.

Wat GL betreft hoort daar ook een gesprek bij over wat handig en onhandig is bij zo’n proces. GL vindt dat de wijkplatforms zeker niet alleen een procesrol hebben maar ook inhoudelijke standpunten mogen innemen, en tot taak hebben om het gesprek in de wijk te organiseren. De heer Stellinga (CDA) vraagt of GL het met het CDA eens is dat het nu niet de bedoeling is om het wijkplatform te controleren, maar om het college te controleren in zijn opstelling richting het wijkplatform, bijvoorbeeld over de vraag waarom niet gecontroleerd is wat het draagvlak van het wijkplatform eigenlijk is geweest. De heer Dekkers (GL) antwoordt dat hij aan het college heeft gevraagd of zij in gesprek gaan, of geweest zijn, met het wijkplatform. In die zin is het een vraag aan het college. 22

5

De heer Stellinga (CDA) zegt dat de raad over het college gaat, maar het college gaat toch niet over het wijkplatform? Dat is een verzameling mensen die een warm hart hebben voor hun buurt en zich daarvoor inzetten. Daar kan alleen maar waardering voor bestaan. Het college heeft niet gecontroleerd of er draagvlak is voor die mensen, maar het is toch niet aan het college of aan de raad om dat wijkplatform te vertellen hoe ze daar vorm aan moeten geven? De heer Dekkers (GL) zegt dat hij de inzet van de mensen in de wijkplatforms waardeert en steunt. Tegelijkertijd zijn dat clubs die we graag goed zien functioneren als partner in de stad. Met alle partners in de stad kunnen we het gesprek hebben over hoe het het beste gaat. Het gaat niet over controleren, het gaat over wat verstandig en handig is.

10

De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun bijdrage. De heer Vasters (D66) zegt dat D66 achter het uiteindelijke voorstel van het college op basis van de draagvlakmeting staat. Zij herkennen ook dat het participatieproces zorgvuldiger had kunnen verlopen, maar niet de strekking van het CDA dat het vooral door het onderzoek verkeerd is gegaan. D66 is wel benieuwd hoe het college terugblikt op de samenwerking met het wijkplatform.

15

De voorzitter geeft het woord aan de PvdA voor hun bijdrage.

20

De heer Stam (PvdA) zegt dat de PvdA aansluit bij de inbrengen van D66, Student & Starter en GL, en dat hij veel punten herkent die gemaakt zijn door andere sprekers. Hij merkt op dat het feit dat er werd gestemd per huishouden erg negentiende -eeuws was, waarin de pater familias stemrecht had. Hij vraagt aan de wethouder of er niet per persoon van boven de achttien jaar kan worden gestemd. De voorzitter geeft het woord aan de CU voor hun inbreng.

25

Mevrouw Alblas (CU) zegt dat voor de CU vast staat dat er een meerderheid voorstander is van het omdraaien van de rijrichting. Laten we dat dan ook uitvoeren. Zij is het eens met de opvatting dat het proces niet heel netjes is verlopen en is benieuwd naar de reflectie van de wethouder daarop. De voorzitter geeft het woord aan DENK voor hu inbreng. De heer Usta (DENK) sluit zich daarbij aan. De voorzitter constateert dat alle aanwezige partijen daarmee een inbreng hebben gegeven. Hij geef het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen.

30

35

40

45

Wethouder Eerenberg zegt dat hij als wethouder RO aanwezig is, en niet de wethouder Mobiliteit, omdat het gaat over de herontwikkeling van De Gaard. Onderdeel van de plannen uit 2014 was het omdraaien van de rijrichting. Zolang deze discussie niet is afgerond is ook het project herontwikkeling De Gaard niet afgerond. Het feit dat er een draagvlakmeting is gedaan is omdat de raad daar zelf om heeft gevraagd. In de oorspronkelijke plannen van het college was de rijrichting zoals die nu is. Daar was toen een groep buurtbewoners om moverende redenen tegen. De raad heeft toen verzocht om een onafhankelijke peiling naar die wens, en dat is uitgevoerd. Er zijn gesprekken gevoerd, onder andere met het wijkplatform want zij hebben veel meer plannen met de verkeerssituatie in dat gebied. De motie ging expliciet over een peiling over het omdraaien de rijrichting, dus dat is wat is uitgevoerd. Het gesprek met het wijkplatform over alle plannen die zij met de buurt hebben wordt doorgezet naar ofwel de wethouder Mobiliteit of de wijkwethouder. Om te voorkomen dat er discussie zou ontstaan over of het allemaal wel goed een eerlijk is gegaan is een zeer gerenommeerd en onafhankelijk onderzoeksbureau ingeschakeld.

Zij hebben de opdracht gekregen om een peiling uit te voeren naar de standaard die je van een bureau als I&O Research mag verwachten, zodat de conclusies die eruit volgen voor het college valide zijn om daar naar te handelen. I&O Research doet dat vaker in Utrecht, en ze hebben dezelfde methodiek gebruikt als bij bijvoorbeeld betaald parkeren. In die zin heeft de wethouder geen aanleiding om te stellen dat er op grote schaal iets mis was met het onderzoek. Er zijn dingen misgegaan, dat heeft de wethouder erkend in mondelinge vragen. Zo is eerst het gebied te klein 23

5

10

15

20

25

30

35

40

geweest, want het omdraaien van de rijrichting heeft veel effecten. Er moeten allerlei kruisingen worden aangepast. Het ontwerp van één van die kruisingen was gemaakt door de verkeersdeskundigen van de gemeente, en niet het ontwerp wat op draagvlak van het wijkplatform kon rekenen. Daar heeft de wethouder in mondelinge vragen excuses richting het wijkplatform voor aangeboden. Dat is aangepast en er is een herstelbericht verstuurd. Het wijkplatform heeft zich ingespannen om, behalve het wijkbericht dat naar 1900 adressen is gegaan, iedereen te attenderen op de peiling. Het CDA heeft gelijk in de zin dat het college aan het onderzoeksbureau heeft gevraagd of er op grote schaal dingen mis zijn gegaan en dat mensen brieven niet hebben ontvangen. Het college heeft geen aanleiding om dat aan te nemen. De wethouder kan niet bewijzen dat de pas overal is bezorgd maar het omgekeerde, dat de pas per ongeluk bij het oud papier is geraakt, kan ook niet worden bewezen. Dat soort fouten kunnen in zo’n proces plaatsvinden. Het onderzoeksbureau zegt dat het feit dat uit alle straten en van alle huisnummers reacties kwamen betekent dat de pas naar alle 1900 adressen is gestuurd. Er is heel fijnmazig door de buurt gestemd. Er is nagevraagd hoe het kwam dat mensen met hun code niet konden stemmen. Dat is een enkele keer gebeurd.

Er is een enkele keer gebruik gemaakt van de hulplijn, waarna die mensen alsnog hun stem konden uitbrengen. Het kan zijn dat men de code niet kon gebruiken maar niet de hulplijn heeft gebeld. De wethouder heeft de informatie niet dat er veel mensen niet konden stemmen door een verkeerd code, en heeft ook geen aanleiding om dat te denken. Over de wisselende antwoorden die door de gemeente zijn gegeven zegt de wethouder dat er inderdaad contacten zijn geweest. Het zou kunnen dat in een individueel geval iemand van het klantcontactcentrum net niet scherp heeft verteld of het een steekproef is of niet. In de gevallen dat men heeft gesproken met een ambtenaar van het project of met I&O Research dan is er zeker een correct antwoord gegeven. De wethouder is het eens met Student & Starter dat het goed was geweest om bij de start van het project een informatieavond te organiseren. In die fase is er te veel van uit gegaan dat het wijkplatform, waarmee werd gesproken, dat voor de hele buurt deed en dat de hele buurt voldoende betrokken was. Overigens hebben veel raadsleden het college juist aangemoedigd om het wijkplatform hierin een positie te geven. Over het wijkplatform zegt de wethouder dat het een zeer volwassen platform is, waarin mensen zitten die veel tijd steken in hun wijk en als professional vaak veel weten van de materie.

De wethouder vindt het ingewikkeld om daar een oordeel over te vellen. Hij constateert dat ze te goeder trouw zijn. Het onderwerp zorgt er echter voor dat met het omdraaien van de verkeersrichting de verkeersproblemen ook naar de andere kant van de wijk worden verschoven. Dit onderwerp splitst de wijk letterlijk in tweeën en dat is voor het wijkplatform ook erg ingewikkeld. Zij hebben te goeder trouw een voorstel gedaan waar naar hun oordeel de meeste mensen zich in konden vinden. Kijkend naar de peiling klopt dat ook, maar het is geen 90-10 uitslag. Het is een verdeelde wijk. In de raadsbrief is vermeld dat er een informatieavond wordt gehouden over wat dit betekent. Die avond zal worden gericht op ontmoeten, begrip, hoe is het nu verlopen en hoe kunnen we vooruit met elkaar. Op het moment dat er plaatjes kunnen worden getoond zal zo’n avond worden georganiseerd. De voorzitter vraagt of er onbeantwoorde vragen zijn.

45

50

De heer Stellinga (CDA) constateert dat de wethouder erkent dat er een aantal dingen beter gedaan hadden moeten worden. Hij mist nog een antwoord op de vraag over het toetsen van het draagvlak van het wijkplatform en hoe het college een rol kan spelen in het wegnemen van de spanningen die zijn ontstaan door dit best wel rommelige proces tussen de voor- en tegenstanders van de omdraaiing. De voorzitter zegt dat een van die vragen is beantwoord: wat het college wil doen om het weer beter te krijgen in de wijk, namelijk het organiseren van een informatiebijeenkomst. De heer Stellinga (CDA) concludeert dat daar dan ook een bemiddelende rol zal worden ingenomen. De voorzitter vraagt naar andere gemiste vragen.

24

De heer Stellinga (CDA) vraagt of door het college is getoetst welk draagvlak het wijkplatform had. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor het beantwoorden van de openstaande vragen. 5

10

Wethouder Eerenberg beantwoordt de vraag van de PvdA over de stempas per huishouden in plaats van per inwoner. Hij zegt dat dit standaard op deze manier wordt gedaan. Qua onderzoeksmethodologie schijnt er een reden achter te zitten dan één pas per huishouden de beste representatie van de wijk oplevert. Wat zou er anders moeten gebeuren met dat studentenhuis waar niemand een auto heeft maar waar acht mensen een stem zouden hebben? Op de vraag van het CDA antwoordt de wethouder dat het college de politieke opdracht heeft gekregen om te beginnen met het voorstel van het wijkplatform, en daarvoor een draagvlakmeting in de wijk te doen. Dat is een raadsmotie geweest. De voorzitter besluit daarmee dit agendapunt. Hij informeert of dit nog behandeling in de raad behoeft. Dat hoeft niet. Er zijn geen toezeggingen.

15

20

25

30

35 25

Verslag openbare avondvergadering commissie Mobiliteit, groen en 5 openbare ruimte 10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

8 juni 2023 Stadhuishal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

15

De voorzitter, mevrouw L. Snippe, de wethouders, mevrouw Van Hooijdonk, de heer Eerenberg, de leden, mw. K. Alblas (CU), dhr. F. Dekkers (GL), dhr. R. v.d. Enk (Student&Starter), mw. W. Hoenkamp (PvdD), dhr. G.J. te Hoonte (VVD), dhr. M. de Pagter (VVD), mw. C. Passier (VOLT), dhr. T. Stam (PvdA), dhr. M. Usta (DENK), de heer J. Vasters (D66), mw. L. de Vries (PvdD), mw. J. Zwinkels (CDA)

Afwezigen Verslag commissie Mobiliteit, groen en openbare ruimte 20

25

Verslag openbare avondvergadering commissie Mobiliteit, groen en openbare ruimte ...................1 1. Opening.........................................................................................................................................1 10. Raadsbrief Inzet Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 ..........................................................1 11. Raadsbrief Vaststelling IPvE/FO Doorfietsroute Utrecht -Amersfoort .........................................6 12. Raadsbrief OV-bereikbaarheid stadion Galgenwaard.................................................................8 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................10

1. 30

Opening

De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom.

10. Raadsbrief Inzet Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 De voorzitter geeft een inleiding op dit agendapunt en zegt dat dit in een termijn zal worden behandeld. 26

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Vasters (D66) volgt het college en wil graag extra investeringen in groen en openbare ruimte om de leefbaarheid in Utrecht op peil te houden. Hij vraagt aan welke voorzieningen en investeringen wordt gedacht. Vorige maand is in deze commissie gesproken over een alternatieve Ring Utrecht en zijn fractie vindt het zinnig om te kijken wat een opwaardering van de NRU zou kunnen betekenen, ook als dit extra autoverkeer daar zou betekenen. Hij benadrukt dat de leefbaarheid van groot belang is. Op een vraag van mevrouw De Vries (PvdD) of D66 extra autoverkeer ook geen goed idee vindt, zegt hij het daarmee wel eens te zijn, maar voor zijn fractie is het heel belangrijk dat de verbreding van de A27 niet doorgaat. Dan is wel de NRU nodig om het verkeer op te vangen en dat vindt zijn fractie een goede zaak. Op een vraag van mevrouw De Vries (PvdD) of beide zaken niet samen kunnen gaan, zegt spreker dat er drie pijlers zijn voor de Ring Utrecht en eentje daarvan is het beter kijken naar het netwerk dat er is. Utrecht heeft het beleid om zoveel mogelijk verkeer door de stad te voorkomen en daarom is er een ring nodig waarop dan wellicht extra verkeer komt.

Op een vraag van de heer Dekkers (GL) of D66 ook vindt dat vooral gekeken moet worden naar de mogelijkheden die in tweede instantie zijn bekeken, zegt spreker dat de heer Dekkers dat vorige maand ook al vroeg en dat zijn fractie het daarmee eens is. Verbreding van de A27 moet voorkomen worden, maar hij maakt zich wel zorgen dat de derde pijler weinig gaat opleveren. Hij kijkt daarom naar het breder maken en eventueel naar andere zaken met de NRU. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of D66 het met hem eens is dat er al eerder een slag had moeten worden geslagen en of hij vindt dat het college hier wel aandacht voor heeft, zegt spreker dat hij het daarmee eens is. De NRU kan een belangrijke schakel worden en daarom moet er goed naar gekeken worden. Hij heeft gelezen dat er een onderzoek loopt en verwacht dat daar de komende maanden nog mogelijkheden komen om hiernaar te kijken. Hij vindt dat de mogelijkheid voor tijdelijk wonen in Rijnenburg goed bekeken moet worden en vraagt de wethouder naar de uitkomsten van het onderzoek dat daarover loopt. Met betrekking tot het programma NOVEX Utrecht-Amersfoort vraagt hij zich af waarom er nu weer nieuwe beleidsstukken gemaakt moeten worden, terwijl Utrecht al uitgebreide programma’s heeft liggen. Hij vraagt de wethouder hoe dit zit. Mevrouw De Vries (PvdD) is blij dat er ingezet wordt op groen.

Haar fractie vindt dat het niet alleen om huizen en wegen gaat, maar ook om groen en de bestaande leefomgeving voor dieren en mensen. Zij hoopt volgende week een duw in de goede richting te krijgen. Zij verzoekt de wethouder om een versnelling op de groene leefomgeving en de biodiversiteit. Met betrekking tot tijdelijk wonen in Rijnenburg zegt zij dat de raad daarover nog geen beslissing heeft genomen en ze vraagt zich af of het niet te voorbarig is om hier volgende week al over te praten. Daarom zou ze graag zien dat dat punt volgende week van de agenda wordt gehaald. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) waarom de Partij voor de Dieren doet alsof dat punt nu voor de eerste keer op tafel ligt, terwijl het al diverse keren besproken is, zegt zij dat het weliswaar eerder besproken is, maar dat er nog geen besluit over genomen is. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of de Partij voor de Dieren ook vindt dat dit een taak van het college is, omdat Rijnenburg onderdeel is van de RSU 2040, zegt zij dat de plannen voor definitief wonen in Rijnenburg vanaf 2030 inderdaad zijn vastgesteld, maar dat er geen beslissing voor de korte termijn is genomen.

Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of dit dan niet op een andere manier had gemoeten, omdat de afspraak was dat dit onderzocht zou worden en dat er in deze periode een terugrapportage zou komen, zegt zij dat onderzoek iets anders is dan een proces in gang zetten wat volgende week gaat gebeuren. Met betrekking tot de A27 hoopt zij dat er een alternatief plan komt in plaats van verbreding en het zou nog beter zijn als er een strategische heroriëntatie kwam. Zij wil bepaalde verbredingen stoppen of uitstellen en verzoekt de wethouder dat mee te nemen. De heer Te Hoonte (VVD) is niet blij met deze manier van terugkoppeling, omdat bepaalde zaken die hier nu als inzet staan hetzelfde zijn als de afspraken van BO MIRT van vorig jaar. Hij had graag bij de inzet zien staan wat er nodig is om het mogelijk te maken en met name wat nodig is in de polder Rijnenburg om er tijdelijk te kunnen wonen en dat mist hij nu. Tevens mist hij een terugkoppeling op de belofte uit de BO MIRT over de 25.500 woningen die gerealiseerd moeten worden in Groot Merwede en hij vraagt de wethouder wat deze daarmee wil. Hij vraagt zich af of het Rijk geïnformeerd wordt over de tegenvallende voortgang op dat gebied, maar ook hoe dat ingehaald wordt. Straks komen er, conform een afspraak in de BO Leefomgeving, jaarlijks 5.000 woningen bij in Groot Merwede.

Dat lijkt hem ambitieus en hij vraagt wat het college daarmee wil. In de BO Leefomgeving 2023 staat dat het Rijk aangeeft dat er dekking beschikbaar is over het 27

overnemen van het Merwedekanaal, maar hij vindt daar nu niets over terug. Hij zou graag zien dat in een volgende terugkoppeling ook de gemaakte afspraken terugkomen met daarbij de voortgangsrapportage. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich vinden in de brief van het college en ziet deze vooral als het bestendigen van eerdere afspraken. M.b.t. de A27 snapt zij dat het college goed voorbereid wil zijn, maar ze roept op ervoor te zorgen dat zaken niet worden vertraagd. Met betrekking tot de NRU sluit zij aan bij het standpunt van D66. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of zij het met hem eens is dat er nog niet besloten is over het alternatief en dat er daarom niet op voorgesorteerd kan worden, antwoordt zij bevestigend en ze vindt het belangrijk dat de raad weet wat de verwachtingen zijn. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of zij ook vindt dat er in deze brief beter al vooruitgelopen had kunnen worden op het overleg over compenserende maatregelen, zegt zij dat dat in de volgende fase komt. Haar fractie is kritisch op het niet laten doorgaan van de verbreding van de A27 en het mogelijk maken van tijdelijk wonen in Rijnenburg. In deze brief staat dat het college meer naar de samenhang wil kijken in plaats van het een rand voorwaardelijk te laten zijn aan het ander. Zij vraagt naar de stand van zaken omtrent station Lunetten-Koningsweg en de Merwedelijn en verzoekt dit laatste punt mee te nemen in de besprekingen. Mevrouw Passier (VOLT) heeft de brief met interesse gelezen en vindt dat jaarlijks overleg erg belangrijk is.

Zij vraagt wat de inzet van het college voor het bestuurlijk overleg is en voor de rest van het proces, welke opgaven het meeste lood in de schoenen veroorzaken, welke ambities het college als eerste loslaat, hoe Utrecht betrokken is bij de NOVEX-overleggen en bij de NRU en hoe Utrecht kan sturen, wat de implicaties van de woningbouw in Utrecht zijn als er niet in de infrastructuur wordt geïnvesteerd, of station Lunetten-Koningsweg van de baan is, of het Rijk worden opgeroepen om goede huizen te bouwen voor de lange termijn zodat woningen klimaat adaptief gebouwd worden en er aandacht is voor natuur en milieu en of er ingezet blijft worden op Rijnenburg, zowel voor tijdelijke als permanente woningen. De heer Dekkers (GL) zegt dat de BO Leefomgeving belangrijk is voor de balans in de stad. Hij vindt de brief goed en hoopt dat het gevraagde zal worden binnengehaald. Zijn fractie is voorstander van tijdelijk wonen in Rijnenburg voor kwetsbare groepen, maar daar is dan wel ondersteuning voor nodig en die is daar niet. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) wat GroenLinks vindt als wonen in Rijnenburg voor bredere doelgroepen zou zijn, zegt hij dat tijdelijk wonen bedoeld is voor de kwetsbare groepen.

Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of hij wellicht had verwacht dat, als er aanpassingen aan de bereikbaarheid nodig zouden zijn voor die 2500 woningen, dat wel in de brief zou staan, zegt hij dat hij niet dacht dat dat een alternatief was voor het tracébesluit. Zijn fractie is van mening dat tijdelijk wonen beter in de stad kan worden georganiseerd, omdat daar de noodzakelijke voorzieningen zijn. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of spreker ook denkt dat, als gemeente en de provincie Utrecht tijdelijk wonen in Rijnenburg belangrijk vinden er dan ook een lijstje met voorzieningen zou zijn, zegt hij dat in de brief gesproken wordt over de resultaten van het onderzoek die er nu nog niet zijn. Hij vindt ook dat het alternatief in samenhang zou moeten worden besproken. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) waarom GroenLinks nu ineens met het argument van kwetsbare doelgroepen komt, zegt hij dat in Rijnenburg geen ondersteuning voor die doelgroepen aanwezig is en in de stad wel. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of spreker bedrijventerreinen en andere plekken waar het ook niet makkelijk is voor kwetsbare doelgroepen dan beter vindt, zegt spreker dat er niet altijd aan alle voorwaarden voldaan kan worden.

Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of GroenLinks op voorhand al de conclusie trekt dat tijdelijk wonen in Rijnenburg niet kan en ook niet onderzocht behoeft te worden, meldt hij dat hij dat niet heeft gezegd, maar dat dit niet in samenhang dient te worden besproken. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde en constateert dat de heer Dekkers tweemaal heeft gezegd dat het punt niet in samenhang bekeken moet worden, maar dat dat volgens hem niet correct is. De heer Dekkers (GL) zegt dat er al eerder is gesproken over een alternatief voor het tracébesluit en het terughoudend zijn met betrekking tot de NRU en de A27 en dat gaat hij nu niet herhalen.

28

5

De heer Stam (PvdA) steunt de brief van het college. Ook hij zou graag zien dat uitbreiding van de A27 wordt voorkomen. Het Rijk maakt een koppeling met betrekking tot de noodzaak van tijdelijk wonen in Utrecht en hij verzoekt het college om haast te maken met beide problemen. Met betrekking tot het doortrekken van OV naar Rijnenburg vraagt hij hoe de Merwedelijn versterkt kan worden door bussen en andere OV-lijnen.

10

De heer Van den Enk (Student&Starter) is het eens met D66 dat de inzet niet concreet genoeg is. Hij sluit aan bij de uitkomsten van BO Leefomgeving. Over woningbouw en mobiliteit heeft hij weinig vragen. Hij verzoekt de wethouder in te zetten op de vraag over welke vorm van vergroening wordt gedacht en vraagt of sport ook tot de mogelijkheden behoort.

15

De heer Usta (DENK) vindt het goed dat er geïnvesteerd wordt om te groeien in balans. Utrecht zal veel moeten bouwen en daarom is er meer infrastructuur nodig. Hij is benieuwd naar de mogelijkheden van tijdelijk wonen in Rijnenburg en zou graag een transparant overzicht van de voortgang willen hebben.

20

Mevrouw Alblas (CU) sluit zich aan bij de woorden van D66 over concretiseren van de inzet en het waarborgen van de leefbaarheid, het niet weer opnieuw maken van nieuwe beleidsstukken en tevens bij het standpunt van Partij voor de Dieren over de biodiversiteit en een sterk alternatief om verbreding van de A27 te voorkomen.

25

30

35

40

45

50

Wethouder Van Hooijdonk zegt dat er een cyclus zit in de besprekingen met het Rijk. In het voorjaar wordt meestal de BO Leefomgeving besproken en in het najaar de BO MIRT. Dan worden vaak ook de zwaardere besluiten genomen. Het kabinet had 7,5 miljard euro te verdelen en dat is inmiddels gebeurd. De komende jaren gaat het dus vooral om het vervolgproces. Op het gebied van mobiliteit en heroriëntatie van I&W zijn er grote tegenvallers met betrekking tot beheer en instandhouding en daarom moet daar geld en middelen in gestopt worden, ook al vanwege de veiligheid. De gemeente is daar al een aantal keren over bijgepraat en het beeld is nu dat de projecten uit de 7,5 miljard euro, ook projecten zijn die al ver in het proces zijn en aan de veilige kant zitten. Bij andere projecten wordt echter gekeken naar bezuinigingen. Zij denkt niet dat dit een kans voor de ring is. Het besluit ligt bij de rechter en zij denkt niet dat dat geschrapt zal worden. Met betrekking tot de effecten op de woningbouw zegt zij dat het lastig is om daar iets over te zeggen vanwege de fase waarin men nu zit, namelijk dat men niet weet welke projecten getroffen zullen worden. Als dat duidelijker is, dan moet een en ander worden doorgerekend. Ook zal er dan gesproken worden over een set alternatieven.

Met betrekking tot het alternatief ontvangt zij geen signalen dat Utrecht te langzaam gaat, maar zij benadrukt dat er ook geen spelregels voor zijn. Zij wil graag procesafspraken maken over hoe men nu met elkaar verder gaat. Met betrekking tot de NRU als alternatief zegt zij dat deze deels een oplossing voor de stad is, maar dat spoor 1 meer verkeer trok dan gedacht en dat was niet gewenst. De bedoeling is dat eerst de eerste twee pijlers worden gedaan en dat er zoveel mogelijk alternatieven komen. Als er dan nog iets nodig is, dan wordt er gekeken naar de rest van het wegennet. De onderzoeken wijzen uit hoe ver men daarin komt. Met betrekking tot station Lunetten-Koningsweg zegt zij dat dit niet van de baan is. Dit is een kansrijk station, hoewel de cijfers niet zo hard waren, maar de trein moet dan wel vaker stoppen en omdat die lijn niet alleen door Utrechters wordt gebruikt, zal de regio extra onderzoek naar doen wat vervolgens ingebracht wordt in de lopende corridorstudie. Met betrekking tot de Merwedelijn /Papendorp/IRT Rijnenburg zegt zij dat in het pakket van verkenningen de Papendorplijn is onderzocht. Dat wordt in de verkenning verder onderbouwd en is relatief concreet. Tevens is afgesproken dat er onderzoek gedaan zal worden naar Rijnenburg, wat er gebeurt als dit ontwikkeld wordt en welk netwerk daarbij hoort.

Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of dit laatste punt exclusiever in de brief kan worden vermeld, zegt zij dat dat wel kan, maar dat dit onderwerp niet zo expliciet op tafel ligt. Dit komt later in de tijd terug. De voorzitter constateert dat er geen gemiste vragen zijn.

55

60

Wethouder Eerenberg is van mening dat het overleg met het Rijk in het voorjaar, wanneer de BO Leefomgeving besproken wordt, erg belangrijk is, omdat het dan over ruimtelijke ontwikkelingen gaat. De inzet van het college is hoe een leefomgeving eigenlijk werkt. Het overleg met het Rijk duurt een uur en daarbij zitten ook vertegenwoordigers van diverse gemeentes, provincies en regionale samenwerkingsverbanden. Hij vindt het een sport om dan op het goede moment heel beknopt in te stappen. Op de agenda zijn er voor hem twee belangrijke momenten namelijk als er 29

5

10

15

20

25

30

gesproken wordt over NOVEX Utrecht Amersfoort en als er gesproken wordt over het gebiedsbudget. Met betrekking tot NOVEX Utrecht Amersfoort zal adaptief programmeren zijn kapstok zijn. Het gaat dan over tegenslagen in de bouw, de impact van deze opgave en de positie van raden en Staten. Tot nu toe zijn er vooral ontwikkelperspectieven besproken, maar er moeten ook afspraken worden gemaakt met raden, Staten en de Tweede Kamer. Op het gebied van het gebiedsbudget zegt hij dat Utrecht een aanvraag heeft gedaan met betrekking tot kosten deelgebied 6 en sport en hij wil hierbij kijken of er een zo groot mogelijk deel van het gebiedsbudget binnen te halen valt. Utrecht heeft een mooi gemengd pakket aan woningen met randvoorwaarden en voorzieningen. Het college denkt op het gebied van voorzieningen aan groen, openbare ruimte en sportvoorzieningen, dus ook aan de openbare ruimte op Kanaleneiland en in Transwijk. Met betrekking tot groene biodiversiteit zegt hij dat het om een gebalanceerd verhaal gaat. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) welke projecten Utrecht inbrengt als het gaat om voorzieningen Kanaleneiland zegt hij dat hij een inschatting maakt op wat er in die bijeenkomst binnengehaald kan worden. Hij schat in dat het helpt als er een verband is met de Merwedekanaalzone en probeert daar een pakketje van te maken.

Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of de raad in de toekomst hierover alvast in het geheim kan worden ingelicht, zegt hij dat de Merwedekanaalzone doorgeschoven wordt naar de BO MIRT, omdat de gesprekken met het Rijk hierover vertraagd zijn in verband met personeelswisselingen binnen het Rijk. Met betrekking tot actief programmeren zegt hij dat de wereld er heel anders uitziet dan twee à drie jaar geleden, maar dat vraagt juist om investeren. De inzet van Utrecht bij de BO Leefomgeving is dat de grootste pijn in de marktomstandigheden zit en dat er grote zorgen zijn rond netcongestie. M.b.t. de NOVEX zegt hij dat dit een samenvoeging is van Utrecht en Amersfoort die gericht is op uitvoering en wordt aangestuurd via de programmaraad op U-net. Dit zal ook meegenomen worden in de BO Leefomgeving. Met betrekking tot tijdelijk wonen op Rijnenburg gaat het om onderhandelingen. In de BO MIRT heeft Utrecht huiswerk meegekregen om te kijken naar tijdelijk wonen in Rijnenburg. Als men dat wil, dan loop je tegen een heel aantal zaken aan zoals infrastructuurafspraken met buurgemeentes en dergelijke. Deze worden nu boven tafel gehaald en er wordt gekeken naar de omvang en de hobbels.

Op een vraag van mevrouw De Vries (PvdD) of de wethouder wellicht beter kan kijken hoe de natuurbijdrage versterkt kan worden en hoe het energielandschap kan worden versneld, zegt hij dat hij het huiswerk dat hij meekreeg moet maken. Dit kost tijd, want het gaat om ingewikkelde dilemma’s. De onderzoeken lopen inmiddels en dat is in de brief aangekondigd.

35

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de raad wel geïnformeerd is over de alternatieven van de ring, maar niet over tijdelijk wonen en daarom verzoekt hij de wethouder de raad hier nog over te informeren.

40

Wethouder Eerenberg zegt dat hij op dat vlak nog niets met het Rijk heeft gedeeld. Utrecht loopt hier tegen een dilemma aan dat het product nog niet af is en veel mensen die hiervoor nodig zijn heeft hij nog niet gesproken. Hij zou de raad wel onder geheimhouding kunnen informeren, maar doet dat eigenlijk liever niet, omdat hij eerst een en ander wil afmaken en dan het hele pakket aan de raad wil sturen.

45

De heer Te Hoonte (VVD) heeft hier begrip voor en vindt het zinniger dat daarmee gewacht wordt tot er alternatieven zijn.

50

Wethouder Eerenberg zegt dat het om technieken en infrastructuur gaat. Er wordt met het Rijk onderhandeld en onderdeel daarvan zijn de zaken die op tafel liggen. Hij wil graag in een keer afspraken maken over het totaal. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het alternatief al in de krant stond en daarom denkt hij dat een en ander wel gedeeld kan worden zodat de onderhandelingspositie versterkt wordt.

55

Wethouder Eerenberg wil nog terughoudend zijn met de informatie daarover, maar op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of de raad, in verband met de procedure, zo spoedig mogelijk de informatie onder geheimhouding kan ontvangen reageert hij positief. Hij hoopt dat het overleg volgende week kan bijdragen aan een aantal mooie projecten in de stad.

60

De heer Vasters (D66) wil nog antwoord hebben op zijn vraag waarom er nieuwe beleidsstukken gemaakt dienen te worden. 30

5

10

15

20

25

Wethouder Eerenberg zegt dat mevrouw Van Hooijdonk en hij diezelfde vraag hadden, maar dat het Rijk wil harmoniseren en dezelfde documenten voor alle NOVEX wil hebben. Utrecht heeft zeer nadrukkelijk ingebracht dat er op dat gebied al veel ligt en dat men liever niet allemaal nieuwe documenten wil maken. Mevrouw Passier (VOLT) antwoordt op haar vraag over het loslaten van de ambities, waardoor dat wordt beïnvloed, wat de gevolgen voor de woningbouw zijn als er niet wordt ingezet op infrastructuur en wat er gebeurt als het Rijk ingrijpt als Utrecht de woningbouwambities niet haalt. Wethouder Eerenberg zegt dat het loslaten van ambities een heel theoretisch verhaal is en dat hij dat niet kan beantwoorden, omdat dat nu niet aan de orde is. Hij zou liever de ambities over het tempo willen bijstellen. Het risico dat het Rijk ingrijpt in de woningbouw lijkt hem niet realistisch. Hij denkt dat er ingegrepen wordt als het gaat om situaties van onwil en daarom maakt hij zich daarover niet zoveel zorgen. De vraag over de infrastructuur is al beantwoord. De voorzitter vraagt of dit agendapunt behandeld moet worden in de raadsvergadering van 22 juni a.s. en constateert dat dat niet het geval is. Zij schorst de vergadering voor enkele minuten. De voorzitter heropent de vergadering en zegt dat tijdens de schorsing met wethouder Eerenberg is afgesproken dat op 15 juni a.s.

in het overleg leefomgeving de uitkomsten van het overleg gedeeld zullen worden en dat er dan ook geheime informatie zal worden gegeven.

11. Raadsbrief Vaststelling IPvE/FO Doorfietsroute Utrecht Amersfoort De voorzitter geeft een inleiding en zegt dat dit punt in een termijn zal worden behandeld.

30

35

40

45

Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft gesproken heeft met bewoners en de situatie bekeken. Zij begrijpt hun zorgen ten aanzien van de verkeersveiligheid en onoverzichtelijkheid. Zij vraagt de wethouder of de uitkomsten van het onderzoek dat is gedaan door adviesbureau Goudappel Coffeng meegenomen zijn bij het ontwerp. Zij oppert dat daar misschien beter eenrichtingsverkeer kan worden ingesteld, zodat het groen behouden kan blijven. Het gaat om belangrijke ecologische verbindingen. Juist vanwege de snelle fietsen wordt dit punt heel gevaarlijk. Ook over de situatie op de Jan van Galenstraat zijn grote zorgen over hoe verschillende fietsroutes daar bijeenkomen en daar is dan ook nog veel vrachtverkeer. Zij vraagt de wethouder hoe deze de zorgen van de buurtbewoners ziet. Op een vraag van de heer Vasters (D66) waarom het CDA zo stellig is, terwijl gebleken is dat het effect op de ecologie van het voetpad maar beperkt is, zegt zij dat het om een smalle groenstrook gaat. In dit gebied zitten ijsvogels en egels en het zou jammer zijn om dat te verstoren. Haar fractie wil graag groene verbindingen. Daarnaast gaat het haar om de verkeersveiligheid, omdat mensen die moeten uitwijken op het voetpad terechtkomen. Zij zou graag het groen willen behouden. De heer Vasters (D66) zegt dat een deel van die straat al door voetgangers gebruikt wordt.

Het zou dus slechts om het formaliseren van de huidige situatie gaan, maar het CDA wil het anders vanwege de ecologie.

50

Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd welke andere opties er zijn, maar de voorliggende plannen lijken haar niet wenselijk. Op een vraag van de heer Van den Enk (Student&Starter) of, als het voetpad verwijderd wordt, voetgangers op het fietspad gaan lopen, zegt zij dat het daar om een smalle straat gaat en het lijkt haar niet veilig als mensen in de berm gaan lopen.

55

De heer De Pagter (VVD) vraagt zich af of het misschien beter is als er wel een voetpad wordt aangelegd. Hij wijst erop dat er ook een verzorgingstehuis dichtbij is en denkt dat een voetpad aanleggen juist goed is als het geen ecologische schade veroorzaakt. 31

Mevrouw Zwinkels (CDA) verwijst naar de normen voor voetpaden en snelfietsroutes en zegt dat het niet lijkt te passen, zeker niet als er tweerichtingsverkeer is. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer De Pagter (VVD) zegt dat er afgelopen dinsdagavond in de technische sessie heldere antwoorden kwamen. Toen is ook gebleken dat het eigenlijk maar om een klein deel gaat en hij vraagt de wethouder of zij het met hem eens is dat er niet voor het hele traject een plan opgesteld hoeft te worden, maar slechts voor een klein stukje en dat er op die manier wellicht plan kosten bespaard zouden kunnen worden. Hij zou het een goede zaak vinden als gaat zien dat parkeerplaatsen voortaan groen worden tenzij en dat geldt zeker voor parkeerplaatsen die al in het groen liggen. Met betrekking tot de Biltse Rading en het onderzoek naar het dodelijk ongeluk vraagt hij of de wethouder kan toezeggen om met maatregelen te wachten totdat dat onderzoek is afgerond, zodat alles in een keer kan worden aangepast. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) of hij vindt dat verbeteringen in verband met de verkeersveiligheid snel moeten worden aangepast, zegt hij dat hij de samenhang van de maatregelen belangrijk vindt. De heer Van den Enk (Student&Starter) is blij met de facilitering en stimulering van de fietsroutes en geeft als suggestie mee dat Utrecht wellicht zou kunnen inzetten op innovatieve technieken die energiebesparend zijn. Hij noemt daarbij bioluminescentie waarbij gebruik wordt gemaakt van lichtgevende natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f91c6bb4-de04-4e6c-b067-1a83ff021030