CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 23 maart 2023.docx

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 20 april 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen44.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

17

Mevrouw Chirino (CU) sluit zich aan bij wat het CDA aangeeft en heeft kan zich voorstellen dat een informatiebijeenkomst handig kan zijn omdat ze het idee heeft dat bepaalde termen anders geïnterpreteerd worden. 5

De voorzitter merkt op dat het de vraag is of daar een hele informatieavond voor nodig is. Dat kan ook onderling worden afgestemd. Ze sluit aan bij de opmerking dat er al veel extra avonden zijn en stelt voor om deze te beperken tot wat echt belangrijk is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt voor om het besluit hierover te laten wachten tot het procedurele deel van deze commissie.

10

De heer Talhaoui (PvdA) ziet ook meer in een technische sessie, helemaal als er straks twee soorten winkelcentra zijn is het belangrijk om dat goed uitgezocht te hebben en om te bepalen wat de raad er aan wil en kan veranderen. De heer Peters (D66) stelt voor dat het CDA, de PvdA en de CU eerst bekijken of er sprake is van een misverstand in woorden. Als dat zo is zou er op een later moment een technische sessie over gepland kunnen worden.

15

De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en meldt dat er om 13:30 uur wordt verder gegaan met het debat over standplaatsen.

18

Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, 5 Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door 10

15

20

23 maart 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter Rick van der Zweth, wethouder Susanne Schilderman, de leden Mariam Al-Saqaff (VVD), David Bosch (PVV), Tijmen Compagnie (ChristenUnie), Mahaar Fattal (GroenLinks), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), Maarten van Heuven (Partij voor de Dieren), Esma Kendir (Student & Starter), Chris Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Juriaan Otto (EenUtrecht), Ralph Peters (D66), Anton Stam (Volt), Hessel Stellinga (CDA), Mahmut Sungur (DENK), Mohamed Talhaoui (PvdA), de commissiegriffier Willemien Kok

Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 8 Debat Standplaatsenbeleid ..........................................................................................................19 8.1 Raadsbrief Vernieuwing Standplaatsenbeleid .......................................................................19

25

30

Voorzitter Van der Zweth hervat de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom, met name de mensen op de publieke tribune. Hij geeft aan dat er de afgelopen weken veel mails zijn ontvangen, waarvoor hij hen bedankt. Het debat van vandaag kan veel emoties oproepen. Het is dan ook goed dat de raad hier het debat over voert. Hij geeft aan dat het tijdens de vergadering niet mogelijk is om vanaf de publieke tribune iets te zeggen. Verder merkt hij op dat de vergadering wordt uitgezonden, en dat men dus in beeld kan komen.

8 Debat Standplaatsenbeleid 8.1 Raadsbrief Vernieuwing Standplaatsenbeleid 35

De voorzitter meldt dat het debat over dit onderwerp is geagendeerd door de VVD, CDA, PVV, UtrechtSolidair, D66, PvdA, GroenLinks, Volt, Student & Starter en de CU. Verder is onlangs een petitie in ontvangst genomen over het standplaatsenbeleid en zijn er al politieke vragen gesteld. Het raadsvoorstel dat onlangs is ontvangen wordt in die vorm vandaag nog niet besproken. Die wordt geagendeerd voor een komende commissievergadering. Aan het einde van dit debat bekijkt de voorzitter met de commissie in welke vorm dat zal plaatsvinden. 19

De voorzitter geeft het woord aan de VVD.

5

10

15

20

25

30

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil eerst illustreren over wie het debat eigenlijk gaat: over standplaatshouders, over Berrie die een bloemenkraam heeft in Overvecht. Berrie maakt al 19 jaar lang het lief en leed mee van zijn klanten en is een steun in moeilijke tijden. Zijn bloemen fleuren de dag van vele inwoners in Overvecht. En dat doet hij niet alleen. Ook de moeder van Berrie draagt een steentje bij. En het debat gaat ook over Imre, die al tien jaar met groente en fruit in Oog en Al staat. Wie in Oog en Al gezond wil zijn weet Imre te vinden. De vriendelijke lach en het goede gesprek krijg je gratis mee. Ook bekommert hij zich om ouderen door aan hen te bezorgen, en zet hij zich in voor de winkeliersvereniging. En het debat gaat over Romana, die in haar familiebedrijf Venetia werkt. Venetia maakt al bijna honderd jaar Utrechters blij met een verkoelende ijsco op een hete zomerdag. Zij allen, daar gaat het debat over. Standplaatshouders zijn ondernemers die al hun tijd en geld stoppen in hun bedrijf, klandizie opbouwen en een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de wijk, buurt en stad. Deze standplaatshouders zagen tijdens de bijeenkomst op 16 maart hun levenswerk in één klap verdwijnen. De reden daarvoor is dat de wethouder van plan is om op basis van loten de toekomst van deze standplaatshouders te bepalen.

Het college is van plan om met een dobbelsteen te gooien en zo over het lot van deze ondernemers te beslissen. De VVD vraagt waarom dit zo moet, op basis van kansen die niet gelijk zijn want inzicht in wie zich op welke standplaats inschrijft wordt niet gegeven. De VVD vindt dit een onrechtvaardige handelswijze. Sinds 2016, zeven jaar lang, heeft het college de tijd gehad om een transparante, eerlijke en rechtvaardige aanpak te regelen. En nu, vijf voor twaalf, moet het gebeuren ten koste van de ondernemers, ten koste van hun klanten n ten koste van de wijken en buurten. En ook ten koste van het imago van deze raad want volgens de VVD is dit geen behoorlijk bestuur. En om nou te zeggen dat het college het niet op het netvlies had en dringend met andere zaken bezig zou zijn, dat ziet de VVD niet. Meerdere raadsleden hebben meermaals aangedrongen op actie en deze deadline naar voren gebracht. De VVD is boos en teleurgesteld over dit proces. Zo’n belangrijke beslissing mag niet zomaar afgeraffeld worden. Maar de Europese Dienstenrichtlijn, vertaald in de Nederlandse Dienstenwet, is wel dwingend. Het doel daarvan is mededinging en transparantie te garanderen bij schaarse vergunningen, zoals die van de standplaatshouders. Maar loten is wat de VVD betreft geen optie. De VVD ziet een andere oplossing, namelijk branchering. Daarmee kan het college kaderbepalend sturen.

Het college kan dan plaatsen aanwijzen die zich al decennialang bewezen hebben als de plek om bijvoorbeeld een bloemetje te halen. De VVD kan zich niet voorstellen dat het wenselijk is om naast de begraafplaats, waar eerst een bloemenkraam stond, opeens een loempiakraam te zien. De VVD vindt het verstandig om de behoefte van de inwoners centraal te stellen en de oorspronkelijkheid van de standplaats te waarborgen. De heer Peters (D66) vindt branchering ook een sympathiek idee, maar vraagt zich af wat een oplossing zou kunnen zijn in het geval zich meerdere bloemenzaken melden voor de plek bij de begraafplaats.

40

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat het inderdaad zou kunnen gebeuren dat zich drie bloemisten melden voor dezelfde standplaats. Als eerste zou dan een gesprek moeten worden aangegaan, want er zijn best veel standplaatsen en er zijn ook dagen die onbenut zijn. VVD staat open voor het toepassen van selectiecriteria, maar vindt het gesprek het meest belangrijk. De heer Sungur (DENK) hoopt iets meer beeld te krijgen bij wat er gebeurt als er meerdere belangstellenden zijn en een gesprek niet voldoende oplossing biedt.

45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoopt dat er met het goede gesprek en met de standplaatsen die beschikbaar zijn, met de extra plekken die beschikbaar komen en met de extra dagen de beschikbaar zijn tot een goede verdeling is te komen. Mocht dat niet zo zijn dan kan er gekeken worden naar oplossingen als selectiecriteria. De VVD hoopt dat het niet hoeft op die manier. De heer Sungur (DENK) vraagt of de VVD in dat geval ook open staat voor loting.

50

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) gaat dan liever in gesprek met de standplaatshouders over een oplossing. Het gaat er om dat er niet goed is gesproken met de standplaatshouders. De VVD wil dat eerst voordat er een beslissing wordt genomen. 20

5

Ze vervolgt haar betoog door te pleiten voor het aanhouden van de huidige branchering van standplaatsen. Verder pleit de VVD voor effectieve inzet van de standplaatsen. Daardoor kunnen standplaatsen door wisselende standplaatshouders op verschillende dagen bezet worden. Niet elke standplaats is momenteel elke dag van de week bezet. Dat is een gemiste kans. De VVD ziet heil in de oplossing van het college om dat toe te voegen. Ook op deze dagen is dan sprake van branchering. De VVD roept de raad op om de standplaatshouders te beschermen tegen willekeur. Loting doet geen recht aan al het harde werk van de ondernemers. De heer Peters (D66) zegt dat D66 het idee om extra slots te creëren ondersteunt. Hij vraagt vervolgens hoe de VVD aankijkt tegen het creëren van extra fysieke plekken.

10

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) laat weten dat ze dat een goed idee vindt. Dat neemt niet weg dat branchering ook belangrijk is. De heer Peters (D66) geeft aan dat fysieke plekken in Utrecht wel beperkt zijn. Hij vraagt of de VVD bereid is om parkeerplaatsen vrij te maken voor standplaatsen op bepaalde tijden.

15

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af of D66 het debat wel serieus neemt, nu het opeens over een parkeerdiscussie gaat. Ze stelt voor om daar waar ruimte ontstaat die te nemen. Het debat over parkeren kan een andere keer worden gevoerd. De heer Peters (D66) laat weten dat het niet zijn intentie was. Hij probeert samen met andere raadsfracties te bekijken hoe en waar extra plekken gecreëerd kunnen worden. Dan is het ook goed om te weten waar dat niet kan.

20

25

30

Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het met de VVD eens dat branchering een goed idee is, maar niet alles kan met branchering worden opgelost. Er zal toch een keuze moeten worden gemaakt over hoe de vergunningen verleend gaan worden. Ze vraagt wat de VVD daarin wil. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ze heeft begrepen dat er straks partijen selectie zullen voorstellen. Daar staat de VVD voor open. Ze wil eerst het gesprek voeren om te proberen er uit te komen zonder extra eisen, maar als dat niet lukt zou er gekeken kunnen worden naar selectiecriteria. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de Europese richtlijn spreekt over vergunningen die schaars zijn. Het begrip ‘schaars’ is een economisch begrip, waarbij aanbod is en vraag. Stadsbelang Utrecht vraagt of door het college is onderzocht of er sprake is van schaarste. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft begrepen dat er een maximum is gezet op het aantal vergunningen en dat ze in die zin schaars zijn. Of dat nou klopt of niet, de VVD heeft het gevoel voor voldongen feiten te zijn gesteld en dat daar geen discussie meer over gevoerd hoeft te worden.

35

40

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat als er geen sprake is van schaarste, de hele discussie overbodig zou zijn. Als het niet is onderzocht stelt hij voor dat eerst dit huiswerk wordt gedaan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft begrepen dat er ondernemers zijn die een standplaats zouden willen hebben. In dat opzicht zijn er meer standplaatsen gewild dan dat er nu beschikbaar zijn. Daarom roept de VVD op om het aantal standplaatsen uit te breiden daar waar het kan. De heer Stam (Volt) kan zich grotendeels vinden in de visie van de VVD, maar vindt wel dat men blijft hangen in het idee dat het gesprek tot een uitkomst gaat leiden. Volt verwacht dat er dingen zijn die in een gesprek niet opgelost kunnen worden, en vraagt hoe de VVD de vervolgstappen voor zich ziet om tot een betere invulling te komen.

45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoopt er uit te komen via het goede gesprek en staat open voor ideeën. De VVD staat welwillend tegenover het toepassen van selectie en is benieuwd hoe andere raadsleden dat voor zich zien. 21

De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe de VVD reflecteert op het landelijk beleid en verwijst naar de uitspraak van de VVD-minister hierover. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt om een specificatie van deze uitspraak. 5

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat op Kamervragen door de VVD-minister is geantwoord dat zij zich volledig kan vinden in het besluit van dit college. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft dat er niet uit gehaald, maar wel dat het aan de gemeente is om zelf te bepalen hoe zij omgaan met de Dienstenwet. Het is nu de wethouder die met het idee van loting komt. De VVD komt met andere ideeën en geeft aan dat loting en het gooien met dobbelstenen niet hoeft.

10

De heer Talhaoui (PvdA) vraagt nogmaals of de VVD kan reflecteren op de VVD-minister die aangeeft dat dit de regels zijn voor heel het land. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat zij zojuist antwoord heeft gegeven op die vraag. De minister heeft gezegd dat het aan de gemeenten zelf is om de bekijken hoe zij de Dienstenwet invullen. De VVD stelt daarvoor branchering voor.

15

20

De heer Talhaoui (PvdA) constateert dat de VVD zich houdt aan het beleid van de minister, en het dus eens is met het besluit van het college op dit moment. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het jammer dat hier een politiek verhaal van wordt gemaakt. Zij richt zich tot de PvdA en vraagt hen om even normaal te doen. Er wordt hier gesproken over een lokaal probleem, over loten, en nu brengt de PvdA het debat opeens over het kabinetsbeleid. Dat gaat de VVD te ver. De voorzitter geeft het woord aan het CDA.

25

30

35

De heer Stellinga (CDA) zegt dat het nieuwe Standplaatsenbeleid veel heeft losgemaakt bij de standplaatshouders in Utrecht en Vleuten-De Meern. Een petitie voor het behoud van kaashandel Veldhuijzen in Vleuten is drieduizend keer ondertekend. De afgelopen dagen is de mailbox van raadsleden ontploft met mails van bezorgde standplaatshouders en hun klanten. Het CDA begrijpt die onrust. Het gaat vaak om ondernemers die die standplaats vaak al jaren innemen, hebben geïnvesteerd in kwaliteit van producten en van hun wagen, en die een klantenbestand hebben opgebouwd. Ze dreigen hun broodwinning kwijt te raken. Ook de reacties van hun klanten, die dreigen hun kaas- of vishandel kwijt te raken, vinden wij begrijpelijk. Het college kiest ervoor om de standplaatsvergunningen per 1 januari 2024 te verdelen via loting en in de toekomst via selectie. Het CDA wil deze selectie ook, maar nu meteen. Het liefst zou het CDA de mogelijkheden van verlenging onderzoeken of in gesprek gaan, maar het CDA verwacht niet dat dat zin heeft en kiest dus voor selectie. De heer Bosch (PVV) zegt dat dat in andere gemeenten, zoals Spakenburg, wel kan en vraagt hoe het CDA dat duidt. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat er vaak gemeenten zijn die dingen doen die niet kunnen. De heer Bosch (PVV) vraagt wat de consequentie dan is.

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat deze gemeenten kunnen worden teruggefloten door de rechter.

40

45

Hij gaat verder met zijn betoog door aan te geven dat het CDA loting gemakzuchtig en onterecht vindt. Loten geeft iedereen een gelijke kans maar het heet niet voor niets gunnen. Met een selectie van standplaatshouders is niets mis. Sterker, het college wil dat ook als het gaat m duurzaamheid en circulariteit. De Centrale Vereniging van Ambulante Handel, die niet door de gemeente is betrokken bij dit proces, wijst loting eveneens van de hand. Al tien jaar is bekend dat dit moment zou komen. Er is dus genoeg tijd geweest om een goede selectieprocedure op te starten. Gelet op de grote belangen die in het geding zijn is de gemeente verplicht om op zijn 22

minst een deugdelijk proces te bieden voor de verdeling van deze vergunningen. Het CDA roept op om te kijken naar criteria als kwaliteit, lokale binding en klantenbestand. Het CDA overweegt om hierover een motie in te dienen en vraagt om een reactie van de wethouder hierop. 5

De heer Sungur (DENK) vraagt hoe een nieuwe ondernemer aanspraak kan maken op criteria als lokale binding en klantenbestand. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat ook een nieuwe ondernemer klantenbinding kan opbouwen. Er wordt een onderscheid gemaakt, maar elk onderscheid kan op verschillende manieren worden bekeken. De heer Sungur (DENK) vraagt hoe een startende ondernemer klanten kan hebben opgebouwd.

10

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat hij dat niet weet, maar geeft aan dat verschillende criteria op verschillende manieren kunnen worden gewogen. De heer Peters (D66) geeft aan dat hij de methode van selectiecriteria best sympathiek vindt klinken, maar vraagt zich tegelijk af hoe de selectie plaats kan vinden en hoe dat handhaafbaar is.

15

20

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat hij daarover graag in debat zou willen met deze raad. Welke criteria worden gesteld en wat is belangrijk. Hierbij moeten de belangen van de ondernemers en van de klanten in het oog gehouden worden. Dit moet zo eerlijk mogelijk gebeuren, hoewel absolute eerlijkheid in dit verband niet bestaat. Het CDA wil hierover in gesprek, maar dat gesprek vindt volgens dit lotingsvoorstel niet plaats. De heer Peters (D66) is het eens met het CDA en probeert het gesprek dan ook aan te gaan. Hij haalt het criterium kwaliteit aan en vraagt hoe dit objectief kan worden beoordeeld. De heer Stellinga (CDA) wil daarover in gesprek en oppert om een commissie in te stellen voor wat gewenst is qua vis, qua kaas enzovoort. Hij stelt voor om daarover na te denken en het niet zo willekeurig te maken als loting.

25

De heer Peters (D66) vindt dat het CDA een punt heeft. In dit twee uur durende debat kunnen al die selectiecriteria niet worden samengesteld. Hij zal in zijn inbreng een idee naar voren brengen om dit op te tuigen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat als selectiecriteria worden toegepast iedereen, ook van buiten Nederland, kan meedingen. Ze vraagt hoe het CDA daar tegenover staat.

30

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat dat het gevolg is van het vrije verkeer van goederen en diensten van de Europese Unie. Met selectiecriteria kunnen er wel eisen worden gesteld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe het CDA aankijkt tegen branchering, want op die manier worden de branches die er al zijn behouden. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA daar voor is.

35

De heer Stam (Volt) zegt dat de regels van de Europese Unie aangeven dat een criterium voor lokale binding in strijd is met de non-discriminatie-eis. Er mag dus niet gesteld worden dat iemand uit Utrecht voorrang heeft. Hij vraagt hoe het CDA daarnaar kijkt. De heer Stellinga (CDA) vindt dat dat niet voldoende is onderzocht. Ook wat jurisprudentie betreft is dat nog niet uitgekristalliseerd. Dit zou beter moeten worden onderzocht. In deze raadsbrief staan alleen de juridische onmogelijkheden.

40

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of het CDA wel voor de regel op zich is omdat we gebonden zijn aan de Europese regels. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA zowel het vrije speelveld als de selectiecriteria wil toepassen. 23

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) stelt dat het het CDA dus niet gaat om de bescherming van de standplaatshouders die er nu zijn. Er mag ook een andere bloemenkraam komen aan de Oudegracht. 5

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het daar wel om gaat. De standplaatshouders moeten een eerlijke kans krijgen om hun standplaats te behouden. Er is al duidelijk gemaakt dat verlenging van die standplaatsen per 1 januari niet mogelijk is. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meldt dat de gemeenteraad de wetgevende bevoegdheid heeft, en het aan de raad is om goed uit te zoeken wat er mogelijk is. Volgens Utrecht Solidair is dit wel mogelijk.

10

15

20

25

30

35

De heer Stellinga (CDA) vindt dat die mogelijkheden niet goed zijn uitgezocht door het college en wil dat dat alsnog gebeurt. De regels moeten echter wel gevolgd worden, en die regels schrijven voor dat de standplaatsen niet verlengd kunnen worden. Het CDA zou dat wel graag willen. Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat het CDA kennis heeft genomen van het juridisch advies van VBK en van de raadsbrief. Het is opgevallen dat beide stukken zich met name richten op wat juridisch gezien allemaal niet kan, en niet op wat wel mogelijk is. Het CDA vraagt het college niet om de Europese regels aan de laars te lappen, maar wel dat ten bate van deze ondernemers moet worden onderzocht waar de grenzen liggen van wat juridisch haalbaar is. Hier is dat niet gebeurd en het CDA wil van de wethouder weten of dat een politieke keuze is. Het advies van VBK geeft aan dat bij beleidsmatig schaarse vergunningen, zoals bij deze standplaatsvergunningen, de eisen van een onpartijdige en transparante selectieprocedure gelden. Het CDA stelt voor om zo’n procedure dan op te tuigen. Het college wil dat ook, voor circulariteit en duurzaamheid. Het CDA stelt voor om dan ook te onderzoeken of andere selectiecriteria kunnen worden gehanteerd. VBK geeft aan dat bij toepassing van een selectieprocedure enige ruimte bestaat tot het stellen van nadere criteria in de APV.

Wat die ruimte is wordt alleen uitgewerkt bij branchering. Het CDA is voor branchering, maar vraagt zich af waar de verdere ruimte in zit. In zoverre vinden zij het advies van VBK niet volledig. Daar wil het CDA graag een reactie op. In de raadsbrief wordt aangekondigd dat het aantal standplaatsen de komende jaren wordt uitgebreid en dat gezocht wordt naar criteria voor uitgifte die bijdragen aan de doelen van circulariteit en duurzaamheid, binnen wat wettelijk mogelijk is. Dit omdat deze doelen in het coalitieakkoord staan. Dat vindt het CDA prima, maar de partij roept op om ook te kijken naar andere criteria. In zoverre vindt het CDA de raadsbrief tendentieus: wat het college wil kan juridisch wel, maar wat de ondernemers willen, namelijk gunnen op basis van kwaliteit, lokale binding en klantenbestand, is in strijd met de Europese regels. Wees dan eerlijk en onderzoek de mogelijkheden goed voor alle criteria. Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks ook voor selectie is. Selecteren op duurzaamheid en circulariteit is echter makkelijker dan selecteren op lokale binding. Dat is waarom het volgens de Europese regelgeving moeilijker is. Er is volgens GroenLinks meer mogelijk dan gedacht. Zij vraagt hoe het CDA daarop reflecteert.

40

45

De heer Stellinga (CDA) is blij met deze interruptie, want in het beleid staat dat selecteren op kwaliteit en lokale binding helemaal niet kan. Het CDA wil niet alleen naar makkelijke dingen kijken, maar liever naar mogelijke en niet-mogelijke dingen. Wat dat betreft is de raadsbrief niet voldoende duidelijk. Verder vraagt het CDA om de standplaatshouders de mogelijkheid te geven om voor te sorteren op de criteria van duurzaamheid en circulariteit, als dat selectiecriteria worden. De heer Bosch (PVV) hoort het CDA vooral onmogelijkheden noemen, en vraagt wat het CDA eigenlijk wil. De heer Stellinga (CDA) vraagt om verheldering van de vraag.

50

De heer Bosch (PVV) wil graag horen dat het CDA vraagt waarom wel op duurzaamheid wordt geselecteerd maar niet op binding. 24

5

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA ziet dat de standplaatsen niet verlengd kunnen worden. Het CDA wil de bestaande standplaatshouders een eerlijke kans bieden om hun standplaats te behouden. Daarom wil het CDA dat op bepaalde criteria wordt geselecteerd, die volgens het college juridisch niet mogelijk zijn. Het CDA wil dat dat beter wordt onderzocht en dat er naar de mogelijkheden wordt gekeken, en niet naar de onmogelijkheden. Daarnaast moet loting absoluut van tafel en moet er alsnog een deugdelijke selectieprocedure komen. De voorzitter geeft het woord aan de PVV.

10

De heer Bosch (PVV) laat weten dat de PVV de laatste tijd veel heeft gesproken met ondernemers die een standplaats hebben in Utrecht. En vaak staan ze met de tranen in de ogen te vertellen dat ze vrezen voor hun toekomst en dat van hun personeel. Het is ongekend wat hier staat te gebeuren. De PVV begrijpt het ook echt niet. Ook de bijeenkomst van afgelopen donderdag laat zien dat het college het niet serieus genoeg neemt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt de PVV om te delen wat hun afdronk van die bijeenkomst was.

15

De heer Bosch (PVV) heeft vernomen dat de dagspreker als een clown rondliep, die grappen maakte en begon te zingen. Het college neemt dit onderwerp niet serieus door zo iemand uit te nodigen. Dit voelt als kleineren en zo hebben veel mensen het ook ervaren. De PVV vraagt het college om daarop te reageren. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) laat weten dat ze bij die bijeenkomst was en zich herkent in deze afdronk.

20

25

30

De heer Bosch (PVV) vervolgt zijn betoog met het noemen van de historische verkiezingsuitslag van vorige week. Achter deze uitslag schuilt veel meer, namelijk dat het vertrouwen in de overheid is verdwenen. De overheid moet in essentie in dienst van de burger staan. Die essentie is de afgelopen decennia verdwenen. Met deze plannen duwt het college weer een hele bevolkingsgroep de kant op van het ongenoegen. Dit college hangt alles op aan Europese regels, wat zou moeten leiden tot een lotingssysteem. Dat is voor de PVV schandalig en kiezen voor de makkelijke weg. Waarom zou je ook gewoon niets kunnen doen? In België, Denemarken en Frankrijk hoort de PVV dit helemaal niet. De PVV vraagt zich af wat er gebeurt als de gemeente helemaal niets doet en het laat zoals het is. Komt Guy Verhofstadt dan hoogstpersoonlijk orde op zaken stellen? Dat denkt de PVV niet. Mevrouw Fattal (GroenLinks) vraagt of de PVV zich bewust is van het feit dat als er tegen de wet in vergunningen worden verleend, die ongeldig worden verklaard door een rechter. Daarmee zijn de ondernemers niet geholpen. De heer Bosch (PVV) vraagt wie dat zegt.

35

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat alle rechterlijke uitspraken van de afgelopen jaren dat zeggen. De heer Bosch (PVV) vergelijkt dit met het negeren van het kraakverbod door GroenLinks. Er zijn allerlei wetten in Nederland waar GroenLinks ook van zegt dat ze het er niet zo nauw mee nemen. Dat kan in dit geval ook prima.

40

45

Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks absoluut niet tegen het opzoeken van de randjes van de wet is. Het verschil met het kraakverbod is dat de gemeente daarbij kan sturen op handhaving en toezicht, terwijl die vergunningen zelfstandig getoetst kunnen worden door een rechter. Dat is ook gebeurd. Zelfs als de gemeente er niets mee zou doen, dan zouden die vergunningen ongeldig worden verklaard. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat er best andere dingen gedaan kunnen worden dan dat men wil dat gedaan wordt. Of de rechter het ongeldig gaat verklaren is nog te bezien. De PVV heeft het in andere landen nog niet gezien en er ook weinig over gehoord.

25

De heer Peters (D66) concludeert dat de PVV oproept om de Europese regels te negeren, maar vraagt of dit wel een goed idee is als de ondernemers daar niet mee geholpen zijn.

5

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat het de PVV gaat om een oplossing. Dat kan ook niets doen zijn. Wat het allerbelangrijkst is dat de mensen die nu een standplaats hebben, daar straks gewoon kunnen blijven. Het vasthouden aan de Europese regels is wat de PVV akkoord als er maar een oplossing komt voor die mensen. De heer Peters (D66) geeft aan dat de oplossing van de PVV wel de allerlaatste is. Ertussen zijn ook nog veel mogelijkheden. Hij vraagt of de PVV daar ook ideeën voor heeft. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat hij die in zijn betoog naar voren zal brengen.

10

15

De heer Stam (Volt) zegt dat de genoemde rechtszaken op meerdere plekken in het land spelen, bijvoorbeeld in Amsterdam. Daar worden de vergunningen voor rederijen per loting verdeeld, waarbij de rederijen eindeloos procederen tegen de gemeente over de manier waarop dat gaat. Als de lijn van de PVV wordt gekozen staat de gemeente Utrecht binnenkort ook bij de Raad van State en worden alle vergunningen ongeldig verklaard. Volt vraagt hoe de PVV de ondernemers op de tribune daarmee helpt. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat helemaal niet duidelijk is dat die rechtszaken er gaan komen. Rederijen zijn iets anders dan ondernemers met een kraam hier in Utrecht. Het gaat de PVV om een oplossing. Zij willen dat graag van de wethouder vernemen.

20

25

De heer Stam (Volt) concludeert dat de PVV willens en wetens een weg kiest die juridisch niet houdbaar is, en bereid is het lot van de ondernemers af te laten hangen van of iemand anders een rechtszaak start. Dat is heel gevoelig. Hij vraagt hoe de PVV hier tegenaan kijkt. De heer Bosch (PVV) vindt het ook heel gevoelig wat hier gebeurt. Zij hebben adviezen gehad van de branchevereniging en van een advocaat die achter een oliebollenkraam staat. Zij zeggen heel andere dingen. De PVV is dan ook benieuwd hoe het juridisch zit en wil daar zeker verder op doorgaan. Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat ze het lastig vindt hoe het debat momenteel wordt gevoerd. De vraag van Volt vindt zij terecht: op het moment dat tegen de wet in wordt gegaan en vergunningen worden ingetrokken dan wordt er niet voor gezorgd dat de mensen op de tribune worden geholpen. Zij vraagt hoe de PVV vindt dat dat de mensen op de tribune helpt.

30

35

40

45

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat er verschillende juridische adviezen zijn gekomen. De meerderheid van de raad gaat met hangende pootjes achter de adviezen van het college aan. De PVV heeft ook andere adviezen gezien en per mail ontvangen. Hij adviseert de andere commissieleden om die beter te lezen en wellicht via de raad een second opinion aan te vragen. Hij vervolgt zijn betoog met de vraag of de wethouder hierover contact op kan nemen met haar Deense collega, om informatie uit te wisselen en om te weten wat zij doen om de Deense ondernemers toekomst te bieden. In andere gemeenten krijgen ondernemers nog gewoon vergunningen voor tien of vijftien jaar. Hij roept op om dan tenminste met een duidelijke overgangsregeling te komen. De PVV heeft in de schriftelijke vragen nog een ander pijnpunt geraakt, namelijk de kruistocht van dit college tegen ongezond eten en leven. Het college gaat ontkennend te werk bij het beantwoorden van de vragen van de PVV. De heer Bosch citeert uit de raadsbrief van 15 maart: “Selectie zien wij voor de toekomst als een potentieel waardevol middel om meer te kunnen inzetten op bijvoorbeeld duurzaamheid en circulariteit”. Het zit dus toch in het gereedschapskistje van dit college, maar het college houdt het voorlopig in dit kistje omdat ze eerst willen proberen om deze ondernemers kapot te maken via loting.

Mevrouw Kendir (Student & Starter) wil de feiten benoemen. De reden dat het college dat heeft aangegeven is omdat de criteria van duurzaamheid en circulariteit de huidige standplaatshouders niet zal helpen. Zij vraagt hoe de PVV daarnaar kijkt. 26

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat het college wel met die criteria komt. Duurzaamheid en circulariteit zijn manieren om jouw manier van leven op te leggen aan een ander. Daar neemt de PVV afstand van. 5

Mevrouw Fattal (GroenLinks) meldt dat nu wordt gesproken over eten en drinken, maar dat is niet waar het college het over heeft waar het gaat om duurzaamheid en circulariteit. Daar gaat het dus niet over. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat vaak is aangegeven dat het daar niet over ging, terwijl het er achteraf wel over ging. Hij neemt dit ter kennisgeving aan.

10

15

20

Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat men in de toekomst naar een situatie van selectie op basis van criteria wil. Hij concludeert dat het college eerst de ondernemers kapot wil maken met lotingsregels, en na een tijdje opeens met criteria komen. Als die wil er echt nog niet is dan wil PVV beginnen over het puntensysteem. Criteria stellen is dus mogelijk. Het is, anders dan het CDA zegt, dus ook mogelijk om te zeggen welke criteria dat zijn. De minister gaf als antwoord op Kamervragen aan dat de gemeenten is hoe zij de toewijzing willen vormgeven. De PVV vindt dat ondernemers die binding met de plek hebben voorrang moeten krijgen. Het college zegt dat zittende vergunninghouders geen enkele voorrangspositie mogen krijgen bij de toebedeling. Volgens de PVV zijn er altijd manieren om het anders in te kleden, als met het maar wil. Dat kan dus bijvoorbeeld door het op te nemen in de criteria. Er zijn ook verschillende juridische adviezen, bijvoorbeeld van de KCVA. De heer Peters (D66) vraagt hoe die binding wordt gemeten en of dat niet een te subjectief begrip is. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat de binding spreekt uit de hoeveelheid steunbetuigingen die de ondernemers hebben gekregen.

25

De heer Peters (D66) vindt dit een logisch voorstel en is benieuwd hoe het college her tegenaan kijkt. De heer Otto (EenUtrecht) stelt een criterium voor dat bepaalt dat de ondernemer aantoonbaar de sociale cohesie in de buurt verhoogt. Hij vraagt of zo’n criterium de juridische toets wel doorstaat.

30

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat dat een criterium zou kunnen zijn. Hij verwacht dat alle ondernemers op de tribune voorzien in sociale cohesie in de buurt. De PVV denkt dat dat ook is wat de mensen willen. Daarom hebben zoveel mensen moeite met het idee dat dat zal verdwijnen. Het is niet zomaar iets dat je zomaar aan de kant schuift. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of de PVV er voor open staat om dat criterium leidend te laten zijn en andere criteria volgend.

35

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat het ook binding genoemd kan worden als een standplaatshouder al 25 jaar op dezelfde plek staat. De PVV wil dat soort dingen dan ook mee laten tellen. De heer Otto (EenUtrecht) stelt voor om het woord ‘binding’ vanwege de mogelijk juridische gevoeligheid te laten vervallen en te vervangen door ‘verhogen van aantoonbare sociale cohesie’.

40

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat hij liever van een jurist hoort hoe het juridisch genoemd zou moeten worden. De PVV staat open voor een andere formulering als dat beter is.

45

De heer Sungur (DENK) laat weten dat ‘lokale binding’ geen ingewikkelde definitie is, omdat daar al gebruik van wordt gemaakt in de nota Inkoop en aanbestedingen. Hij vraagt de wethouder of dat criterium ook hier kan gelden. Verder vraagt DENK aan de PVV hoe een lokale ondernemer die nieuw start aanspraak maken op een standplaats waarbij steunbetuigingen uit een buurt of van klanten nodig zijn.

27

De heer Bosch (PVV) antwoordt dat er altijd criteria zijn waarop meer of minder gescoord kan worden. Hij oppert verder dat toch ook niet gezegd wordt dat de Albert Heijn al 50 jaar in Vleuten zit en er daardoor geen nieuwe supermarkt kan komen. 5

10

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat een Albert Heijn zich niet in een pand van de gemeente vestigt, en wordt hier gesproken over de openbare ruimte. Dat zijn twee verschillende dingen. Het gaat DENK om gelijke kansen. Als wordt getoetst op het hebben van klandizie en de kwaliteit van het product, dan lijkt het alsof het voor startende ondernemers een onmogelijke opgave is om aanspraak te maken op een standplaats. DENK vraagt hoe de gemeente aan de ene kant rekening kan houden met de mensen die dit al doen, en aan de andere kant ook degenen die dit werk in de toekomst willen doen wel de kansen bieden die er nu niet zijn. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat dat de criteria zijn die worden opgelegd en op basis waarvan keuzes worden gemaakt. Er zijn overigens wel gemeentelijke panden die worden verhuurd, bijvoorbeeld aan culturele ondernemers. Misschien wordt het tijd om die ook te laten weten dat hun tijd is geweest en dat ze wat anders moeten gaan doen.

15

De heer Sungur (DENK) verwijst naar het Didam-arrest dat voorschrift dat één-op-één gunnen niet zomaar meer kan. Er moet in principe worden uitgegaan van een aanbesteding. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat het juist door die criteria komt dat er aan de overkant een literair museum komt in plaats van een ondernemer. Dat is dus ook geen eerlijk speelveld.

20

25

30

35

Hij vervolgt zijn bijdrage door de wethouder te vragen om te reageren op de verschillen in de juridische adviezen, bijvoorbeeld van de KCVA. Hij vraagt het college waarom het niet zijn stinkende best doet om een oplossing te vinden in de regels, zodat deze ondernemers wel een perspectief geboden kan worden. Wees niet het braafste jongentje van de klas. Soms kan je ook gewoon een beetje stout zijn. Het gaat om de stad die we willen zijn en om de toekomst van veel hardwerkende mensen, die zoveel meer betekenen voor de stad dan een inwisselbare verkoper. Klanten hebben een binding met de verkoper. De producten kunnen ook gewoon bij een supermarkt worden gekocht, maar men gaat juist naar de standplaatshouder omdat die er al jaren staat. Dat is een deel van de beleving die belangrijk is en die PVV koestert. Daarom zegt PVV “kom er voor op en ga ervoor”. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat de selectiecriteria ook een enorme rompslomp kunnen betekenen, als men moet aantonen dat men wel of niet ergens voor in aanmerking komt. Zij vraagt of de PVV het met de VVD eens is dat de selectiecriteria pas aan de orde zijn als er geen andere manieren gevonden kunnen worden die makkelijker zijn. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat het voor de PVV een ‘als, dan’-verhaal is. Wat de PVV betreft worden de vergunningen weer onderhands verlengd voor tien, vijftien jaar.

Als dat niet mogelijk is, ook niet met een overgangsregeling, dan moeten er criteria worden toegepast. Die moeten zo simpel en lean mogelijk zijn, met zo min mogelijk rompslomp. De voorzitter bedankt de publieke tribune voor de rust en wijst hen er op dat er nu 3 van de 15 fracties aan bod zijn geweest. Hij geeft het woord aan Utrecht Solidair.

40

45

50

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) verbaast zich over de klakkeloosheid waarmee de Europese regels, rechtspraak en het Didam-arrest worden aangehaald. Zij wijst op de brief van het juridisch loket van de branchevereniging waarin is uitgewerkt hoe groot de kans is om deze standplaatshouders op hun plek te laten. In 2013 verviel de verordening en kwamen er regels. Het Utrechtse beleid voor standplaatsen blijkt niet meer van deze tijd te zijn. Het kan simpeler en doeltreffender. Het voorstel is afschaffen van de standplaatsverordening met als voordelen minder administratieve lasten en meer zekerheid voor ondernemers. De voordelen voor de standplaatshouders zijn een exclusief recht op een locatie, een langere zekerheid want de vergunning geldt voor een langere periode, de ondernemers kunnen met meer zekerheid investeringen doen in hun verkoopwagens waardoor ze kunnen innoveren en zich kunnen onderscheiden. Daar hebben alle ondernemers tien jaar geleden voor getekend. Zij konden er dus van uit gaan dat er een verlenging zou komen. Er was 28

5

wel vermeld dat de gunning iets anders kon zijn maar waarschijnlijk op anciënniteit. Dat ging namelijk al 30, 40, 50 jaar zo. Rond 2017 komen de schaarse vergunningen wegens jurisprudentie om de hoek kijken. Het college beweert nu dat de vergunningen die tien jaar geleden werden vergeven een overgangsrecht waren. Dat kan niet, want er was nog geen nieuw recht. Het college kan de zittende ondernemers nu een overgangstermijn aanbieden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) vraagt naar een nadere uitleg. Er is inderdaad iets veranderd in hoe de vergunningen werken maar de basis van de jurisprudentie, de wetgeving, was er al. Dat is de Dienstenwet die in 2009 is ingevoerd. Zij vraagt aan Utrecht Solidair om uit te leggen waarom er nu pas overgangsrecht zou zijn.

10

15

20

25

30

35

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) licht toe dat de Dienstenrichtlijn er inderdaad in 2006 was, maar het was totaal niet duidelijk dat die ook voor detailhandel gold. Vandaar dat er in 2017 al door de VVD vragen aan de wethouder zijn gesteld over de gevolgen van de nieuwe uitspraken. Dat was namelijk helemaal nieuw in de juridische wereld. Zij vervolgt haar bijdrage door te herhalen dat het college de zittende ondernemers een overgangstermijn kan aanbieden. Dat is niet in strijd met de Dienstenrichtlijn, er mag een uitzondering worden gemaakt. Utrecht Solidair vindt de wijze van aanpak naar de standplaatshouders toe schokkend. De ondernemers kregen oktober vorig jaar een brief waarin stond dat het voor ze ophield. Iedereen was in paniek, maar wanneer er werd gebeld werd gezegd dat nog niets bekend was en dat zij dat nog zouden horen. Een medewerker van een belangenorganisatie werd in oktober gevraagd om mee te praten. Hij zou nog bericht krijgen maar heeft nooit meer iets vernomen. Steeds meer schrijnende verhalen kwamen in het nieuws. Er waren vragen van gemeenteraadsleden. Alles bleef onbeantwoord. Pas in maart 2023 kwam er een uitnodiging van de wethouder aan de ondernemers, voor een voorlichtingsbijeenkomst. De avond voor die bijeenkomst ontvingen zij de nieuwe regelgeving.

Niet in een persoonlijke brief met een uitleg erbij, maar in de vorm van raadsstukken die voor een leek niet te lezen zijn. Deze doelgroep is meestal niet in het bezit van een hbo-diploma. De wethouder huurde een spreker in die volledig de mist ingaat met “applaus voor jezelf”. Daarna worden de ondernemers in groepjes verdeeld om in de rij te gaan staan om een vraag te mogen stellen. Vragen werden niet beantwoord of konden niet beantwoord worden. De kleindochter van de beroemde Lorenzo, de eerste ijsmaker van Nederland, kreeg te horen dat haar kraam sowieso zou verdwijnen. Zo kun je niet met mensen omgaan, niet met je eigen burgers voor wie je de belangen behartigt. Deze wethouder kan haar taak in de ogen van Utrecht Solidair niet aan, anders hoeft er geen spreker te worden ingehuurd. Ze communiceert op onbegrijpelijke wijze met de doelgroep. Dit is geen integere, zorgvuldige en betrouwbare vertegenwoordiger van de gemeente Utrecht. De hele handelswijze in deze zaak getuigt van een EQ van nul. Deze wethouder kan in de leer bij de standplaatshouders, die gemiddeld een heel hoog EQ hebben. Utrecht Solidair beraadt zich op een motie van wantrouwen door deze handelswijze. De voorzitter geeft het woord aan D66.

40

45

50

55

De heer Peters (D66) bekent dat hij het best spannend vindt om hier te zitten. Er zitten standplaatshouders in de zaal, maar eigenlijk zijn dat geen standplaatshouders maar mensen. Het is voor hem voor het eerst sinds twee jaar als raadslid dat echt te zien is over wie het gaat. Hij vindt het fijn dat zij aanwezig zijn, en hij vindt het fijn dat als raad gezocht wordt naar oplossingen voor hen als mens en als standplaatshouder. De overheid hoort beleid en regels te maken om de wereld een stukje beter te maken, of om een probleem op te lossen wanneer dat zich voor doet. Het onderwerp dat vandaag aan de orde is lijkt precies het tegenovergestelde teweeg te brengen. Nieuw beleid zorgt juist voor een probleem. De nieuwe Europese regelgeving moet ervoor zorgen dat de markt toegankelijk wordt voor nieuwe ondernemers met als doel dat iedereen een gelijke kans krijgt. Een nobel en goed bedoeld streven. Alleen lijkt nu het tegenovergestelde van die eerlijke kans bereikt voor de huidige lokale ondernemers. En hoewel het evident is dat we ons aan regels hebben te houden kan en mag het niet zo zijn dat Europese regelgeving, hoe goed die ook is bedoeld, lokale ondernemers in de weg zit in plaats van dat het ze helpt. Dat kan niet in Utrecht zo zijn, maar ook niet in Parijs of welke willekeurige Europese stad dan ook.

D66 begrijpt de emotie en de zorgen van de huidige standplaatshouder dan ook heel goed. Al jaren en soms generaties lang baten zij hun 29

5

10

15

20

onderneming naar eer en geweten uit. Nu leven ze in onzekerheid omdat ze niet weten of ze volgend jaar nog een standplaats hebben. Deze ondernemers vervullen een belangrijke sociale functie in onze stad. Het is dé plek in de wijk waar buurtbewoners bij elkaar komen en een kort praatje maken. Het is dé plek waar op zaterdag een kibbelingetje wordt gegeten of waar menig Utrechter wekelijks zijn bosje bloemen of blokje kaas haalt. Des te schrijnender is het dus dat het nieuwe beleid voorkomt dat de huidige standplaatshouders voordeel verleend kan worden op basis van de gedeelde geschiedenis met onze stad. Deze ondernemers vrezen nu voor hun bestaanszekerheid. D66 snapt echter dat de wethouder geen keus heeft en gebonden is aan weten regelgeving. Er kan geen uitzondering op worden gemaakt. D66 wil toch een poging wagen, en roept het college op om voor deze ondernemers in de bres te springen. De ongewenste effecten van deze regelgeving zouden landelijk aangekaart moeten worden. D66 vraagt de wethouder of zij daartoe bereid is, en of zij met een zo breed mogelijke coalitie van andere wethouders van andere gemeenten deze noodklok kan luiden in Den Haag. De heer Bosch (PVV) vraagt of D66 zich neerlegt bij de onmogelijkheid om een uitzondering op de regels toe te passen.

Hij wijst op de brief van de branchevereniging en van de verenigde oliebollenkramen, waar een andere juridische duiding bijzit. Hij vraagt of D66 dat niet via een second opinion via de raad zou willen laten uitzoeken. De heer Peters (D66) vindt het sowieso goed om daar een reactie van het college op te krijgen. Wij leven in een rechtsstaat en in de Europese Unie, die allerlei goede dingen voor ons doen. Dat doet het ook vaak op economisch vlak, maar nu niet. We hebben ons te houden aan d regels die we met zijn allen hebben opgesteld, ook als blijkt dat dat af en toe niet heel goed uitpakt. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat hij niet alleen een reactie van het college wil, maar ook heil ziet in een second juridische opinion. Hij vraagt hoe D66 dat ziet.

25

De heer Peters (D66) antwoordt dat het hem niet helemaal duidelijk is waarop die second juridisch opinio dan betrekking moet hebben. Of er een Europese richtlijn uitgevoerd moet worden is voor D66 vrij helder. D66 wil graag uitzoeken hoe er binnen de juridische kaders invulling kan worden gegeven aan het beleid. De heer Bosch (PVV) laat weten dat er verschillende juridische berichten ontvangen worden. Het is helemaal niet zo eenduidig. Hij vraagt of D66 dat eerst duidelijk wil hebben.

30

De heer Peters (D66) antwoordt dat die berichten vooral gaan over de manier van selecteren van standplaatshouders. Dat gaat niet over de vraag of de Europese richtlijn uitgevoerd moet worden.

35

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of D66 zich ervan bewust is dat dit gemeentebeleid is. Groningen heeft onlangs weer een vergunning afgegeven voor 15 jaar, Hilversum geeft vergunningen af voor 15 jaar. Ze maken van vergunningen voor onbepaalde tijd vergunningen voor bepaalde tijd.

40

De heer Peters (D66) antwoordt dat dit geen lokale kwestie is. Dit is Europees beleid dat lokaal wordt uitgevoerd. Daartussen zit de landelijke overheid die invulling moet geven aan die richtlijn. D66 kan zich voorstellen dat toen die richtlijn is bedacht geen rekening is gehouden met de Utrechtse situatie, en ook dat er vergelijkbare Utrechtse situaties zijn. Daarom roept D66 de wethouder op om dit landelijk aan te kaarten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of D66 zich ervan bewust is dit al in 2016 bekend was, dat het college dus zeven jaar de tijd had om met een goed plan te komen, dat er nu van alles afgeraffeld lijkt te worden en dat de communicatie totaal niet geschikt is.

45

De heer Peters (D66) geeft toe dat het geen nieuwe richtlijn betreft. Het is wel het kabinet van D66 en de VVD dat daar invulling aan heeft gegeven. Ook de raad heeft niet eerder de noodklok geluid. D66 had het liever eerder gezien, maar wijst erop dat nu bekeken kan worden wat er voor de ondernemers kan worden gedaan.

30

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat hierover in 2017 de eerste vragen van de VVD al werden gesteld. Zij vraagt of D66 nu dan maar wil loten, omdat de raad het niet eerder ter sprake heeft gebracht. 5

De heer Peters (D66) vindt het jammer dat nu een politiek spelletje wordt gespeeld. Hij is liever bezig met het bedenken van een gezamenlijke oplossing. Over loten en selectie zal hij in zijn inbreng verder terugkomen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraag of D66 akkoord is met loten. De heer Peters (D66) geeft aan dat hij daar in zijn betoog op terugkomt.

10

15

20

25

Hij gaat verder door te zeggen dat hij de aanwezige standplaatshouders geen valse hoop wil geven. Het is echt een laatste strohalm, D66 hoopt op een brede steun daarvoor in deze raad. Er moet aan wet- en regelgeving gehouden worden. Het is ook in ieders belang om pragmatisch te zijn en om te bekijken hoe er in deze nare situatie het beste van gemaakt kan worden. Hoe ondernemers zo goed mogelijk kunnen worden ondersteund. Daarom heeft D66 een aantal vragen aan de wethouder: hoe groot is het probleem precies, hoe groot is het verschil in vraag en aanbod van standplaatsen? Er zijn momenteel 81 standplaatsen verleend. D66 vraagt of de wethouder heeft geïnventariseerd hoeveel geïnteresseerden er zijn voor nieuwe plaatsen, en of het probleem niet opgelost kan worden door nieuwe plaatsen erbij te creëren. Verder vraagt D66 of de wethouder een plan heeft voor het tegemoetkomen aan de standplaatshouders die buiten de boot vallen, bijvoorbeeld door extra vergunningen. Op welke termijn kan dat, en kan er nu al nagedacht worden over het maximum aantal vergunningen dat gecreëerd kan worden? Verder vraagt D66 of het mogelijk is om parkeerplekken op te heffen zodat er extra standplaatsen bijkomen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat het creëren van extra standplaatsen mooi klinkt, maar dat er door de groei van de stad steeds minder plek is. Hij vraagt hoe D66 daarover denkt.

De heer Peters (D66) antwoordt dat hij daarom voorstelt om daar parkeerplekken voor te gebruiken. De stad groeit, en daarmee groeit ook het aantal plekken waar wellicht een standplaats kan komen. Hij denkt dat er veel potentie is en is ook benieuwd naar andere voorstellen.

30

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt dit ook een vorm van valse hoop bieden, aangezien het al veel moeite kost om plekken voor bomen, speelplekken, scholen of maatschappelijke voorzieningen te vinden. Hij vraagt D66 hoe de plekken gevonden kunnen worden. De heer Peters (D66) antwoordt dat het de opdracht van het college is om die plekken te zoeken.

35

De heer Bosch (PVV) geeft aan dat het weghalen van parkeerplaatsen een keer ophoudt, en vraagt of D66 het daarmee eens is. De heer Peters (D66) antwoordt dat dit heel pragmatisch zou moeten worden bekeken, zoekend naar een oplossing voor deze ondernemers en hopend dat daar een meerderheid van de raad voor is.

40

De heer Bosch (PVV) stelt dat het gebrek aan ruimte een gevolg is van het feit dat D66 alles vol bouwt. De heer Peters (D66) antwoordt dat dat een gevolg is van het feit dat mensen heel graag in Utrecht willen wonen. De heer Bosch (PVV) concludeert dat niet iedereen in Utrecht kan wonen.

45

De heer Stam (Volt) is op zich gecharmeerd van het idee van nieuwe standplaatsen. De standplaatsen die er al zijn zijn extra waardevol omdat mensen weten dat ze er zijn. Hij vraagt 31

D66 hoe happig de nieuwe standplaatshouders zullen zijn op de plekken die er op dit moment nog niet zijn.

5

10

15

20

25

De heer Peters (D66) antwoordt dat al werd gevraagd naar de sociale binding, en dat is op de nieuwe plekken nog niet het geval. D66 wil tegelijkertijd ook een eerlijke kans bieden aan nieuwe ondernemers, zoals DENK aangaf. Op de nieuwe plekken zouden nieuwe standplaatshouders een plek kunnen krijgen, zodat deze niet geplaatst worden op een plek waar al 50 jaar dezelfde ondernemer zit. Hij gaat verder met zijn bijdrage en vraagt of ondernemers op meerdere dagen een standplaats kunnen innemen, en of met tijdsloten gewerkt kan worden zodat meerdere ondernemers op dezelfde plaats kunnen staan. Verder geeft hij aan dat de stad groeiende is, en dat het aantal standplaatsen mee kan groeien. Daar zouden de nieuwe standplaatshouders een eerlijke kans kunnen krijgen. Vervolgens vraagt D66 of het mogelijk is om een overgangstermijn in het leven te roepen voor de plekken en de ondernemers die al lang op dezelfde plaats zitten. Immers, als je lang bij een bedrijf werkt wordt daar ook rekening mee gehouden. De heer Peters sluit af met de opmerking dat ondernemers vooral geholpen zijn door snel duidelijkheid te hebben. De ideeën van het CDA en de VVD klinken veelbelovend. Tegelijkertijd moet het ook behapbaar en simpel blijven. Er moet snel duidelijkheid komen, want het moet niet zo zijn dat pas in de winter duidelijk wordt of iemand in januari nog op zijn standplaats mag staan.

Dat mag echt niet. D66 roept de wethouder op om per direct een taskforce in het leven te roepen die de komende tijd volledig toegewijd aan de slag gaat om een selectie- en brancheringsbeleid vorm te geven. Dat moet zo simpel en makkelijk mogelijk zijn met oog voor onze standplaatshouders. Daarbij moet nadrukkelijk in het achterhoofd worden gehouden dat de bestaanszekerheid van de huidige ondernemers niet in het gedrang komt. De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 een motie om niet te loten maar om een selectieprocedure te hanteren zou steunen. De heer Peters (D66) antwoordt dat D66 op zoek is naar een zo breed mogelijk gedragen oplossingsrichting die aan de wethouder kan worden meegegeven. Als dat niet loten inhoudt, dan is D66 het daar volledig mee eens.

30

De heer Stellinga (CDA) concludeert dat D66 ook tegen loting is. De heer Peters (D66) antwoordt dat hij eerst van andere partijen de argumenten voor loting wil horen. Op basis daarvan lijkt het hem goed om met elkaar een afweging te maken.

35

De heer Stellinga (CDA) zegt dat de enige reden waarom er geloot moet worden is omdat er geen tijd meer is, omdat het college het heeft laten versloffen. Hij vraagt of D66 daarop kan reflecteren. De heer Peters (D66) antwoordt dat door iedereen gevoeld wordt dat er geen tijd meer is. Daarom stelt hij een taskforce voor, om zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren.

40

45

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat hij nog steeds zoekende is naar wat die selectiecriteria dan zouden kunnen zijn. Hij heeft tot nu toe nog geen goed criterium gehoord als goed alternatief voor het loten. Hij vraagt aan D66 waar zij aan denkt als er voor selectie wordt gekozen, rekening houdend met het eerlijke speelveld voor al die nieuwe standplaatshouders. De heer Peters (D66) antwoordt dat hij ook zoekende is. Als het zo makkelijk was had deze bijeenkomst veel korter geduurd. Hij vraagt zich af of de selectiecriteria onderdeel moeten zijn van een politiek debat, of samen met mensen van de branche en van het Stadskantoor uitgezocht kunnen worden. De heer Sungur (DENK) stelt voor om eerlijk te zijn en te zeggen dat er op dit moment geen alternatief is voor het loten, in plaats van het wegschuiven van de verantwoordelijkheid naar de wethouder en het college. 32

De heer Peters (D66) antwoordt dat één van die dingen kan zijn dat op de nieuwe standplaatsen de nieuwe ondernemers worden geplaatst. Ook branchering vindt hij een goed idee. Het is aan het college en de wethouder om dat verder uit te werken. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA. 5

10

15

20

25

30

De heer Talhaoui (PvdA) heeft in de afgelopen weken gezien hoeveel ophef er is ontstaan over de loting van deze standplaatsen. De PvdA begrijpt de onzekerheid onder de huidige standplaatshouders erg goed, evenals de boosheid onder de ondernemers maar ook onder de bezoekers. Het overgrote deel van deze mensen bestaat uit kleine, zelfstandige ondernemingen, vaak familiebedrijven met vast personeel. Ook die mensen zitten nu in onzekerheid over hun baan, zelfs over hun toekomst. De mails die zijn ontvangen en de gesprekken die PvdA heeft gehad met standplaatshouders zijn echt schrijnend. Het is moeilijk te begrijpen dat deze mensen zo in de kou worden gezet. Van de gemeente mag worden verwacht dat ze zo zorgvuldig mogelijk met alle belangen omgaat en risico’s zoveel mogelijk beperkt. De PvdA vindt het dan ook jammer dat ondernemers tussentijds niet voldoende zijn geïnformeerd over de aflopende vergunning en hoe daarmee om te gaan. Sommigen hebben tot voor kort veel geld geïnvesteerd die ze nu niet meer kunnen terugverdienen. Dat is bijzonder wrang en had voorkomen kunnen worden. De PvdA vraagt wat de reden is dat het college niet eerder met een nieuwe aanpak kon komen, en of de wethouder deelt dat de gemeente steken heeft laten vallen in de tussentijdse communicatie. De PvdA wil niet alleen haar verontwaardiging uiten maar ook een constructieve oplossing zoeken.

Zij zien dat in andere gemeenten en in andere landen een afwijkende interpretatie is van deze Europese regels. In sommige Duitse steden is geloot, waarbij een zwaardere weging is gegeven aan lokale ondernemers. De PvdA vraagt de wethouder om aan te geven hoe dat in andere gemeenten wel lijkt te kunnen en hoe dat in Utrecht ook zou kunnen. Het college kiest voor loting als verdeelsleutel. De PvdA vindt de argumenten daarvoor niet sterk. Het college geeft aan dat loting het laagste risico op juridische procedures geeft en minder vertraging in de vergunningverlening. Volgens de PvdA is loting een middel dat geen recht doet aan deze situatie. De PvdA kiest, net als de VVD, voor branchering en aansluitend selectiecriteria als lokaal ondernemerschap, cultureel erfgoed maar ook economische factoren als vraag in de markt. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de PvdA het ermee eens is om nu het overgangsrecht te activeren en in die tijd als raad te bekijken welke oplossing gewenst is. De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat dat precies is wat PvdA wil, als dat zou kunnen. Dat wil hij aan de wethouder vragen. De heer Sungur (DENK) vraagt wat cultureel erfgoed en economische factoren precies inhouden.

35

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat bijvoorbeeld in Amsterdam voorrang is gegeven aan gezichtsbepalende standplaatshouders. Om dat te bepalen is een commissie ingesteld die dat heeft onderzocht. De criteria moeten goed worden uitgewerkt en dat maakt deze procedure ook zo bewerkelijk. De heer Sungur (DENK) vraagt hoe een nieuwe ondernemer aanspraak kan maken op een standplaats in zo’n geval.

40

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat er in de selectiecriteria altijd ruimte moet blijven voor het toetreden van nieuwe partijen.

45

Hij gaat verder met zijn betoog door aan te geven dat de gemeente helemaal geen vergunning meer wil afgeven voor Venezia ijs en Broodje Ben aan de Oudegracht, hoewel dit bij uitstel iconische plaatsen in Utrecht zijn. Daarmee worden deze standplaatshouders in een nog grotere onzekerheid gezet. Argumenten daarvoor zijn vooral de doorstroming van het voetgangersverkeer en het voorkomen van onveilige verkeerssituaties. De PvdA is er nog niet van overtuigd dat deze twee plekken daarvoor moeten verdwijnen en vraagt de wethouder om een toelichting. De heer Stellinga (CDA) vraagt of de PvdA een motie voor afwijzing van loting zou steunen.

33

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat hij daarop niet wil vooruit lopen, maar geeft aan dat zijn partij niet voor loting is. De heer Stellinga (CDA) vraagt waarom de PvdA daarover twijfelt. 5

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat de PvdA niet voor loting is, maar de motie eerst wil zien voordat wordt besloten om er in mee te gaan. De heer Bosch (PVV) stelt voor om eens wat aan de bergen fietsen op de Oudegracht te doen zodat de doorstroming niet wordt belemmerd. Hij vraagt of de PvdA het daarmee eens is. De voorzitter waarschuwt dat dit geen mobiliteitsdebat is.

10

De heer Talhaoui (PvdA) antwoordt dat het zeker goed is om te kijken naar andere mogelijkheden om de ruimte daar te vergroten zodat de huidige standplaatsen daar kunnen blijven. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks.

15

20

25

Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat standplaatshouders precies het soort economie is dat in Utrecht gestimuleerd zou moeten worden. Lokaal, kleinschalig en met een sociale functie voor de stad. En dat maakt dit zo jammer. Want standplaatshouders overwegen om naar een andere stad te gaan of om ermee op te houden omdat de stress van de situatie en het beperkte perspectief op de toekomst ze teveel wordt. Dat is zonde omdat het juist vaak ondernemers zijn die de buurt kennen, die zich inzetten voor de stad, die binding hebben met Utrecht en willen investeren in Utrecht. Als zoveel standplaatshouders verbaasd en overweldigd zijn, dan is dat een signaal. Dit proces had beter gemoeten. GroenLinks vraagt de wethouder of er bij de standplaatshouders sinds 2013 wel is gecheckt of ze al aan het nadenken waren over wat ze na het verloop van de vergunning zouden gaan doen. Is bij hen opgehaald wat ze zelf willen voor nieuw beleid? Waarom komt het plan nu pas terwijl het per 2024 in gaat? Het is een feit dat de Europese regelgeving het onmogelijk maakt om voorrang te geven aan ondernemers die er al jaren zitten. Bij elke standplaats die vrijkomt moet de wedstrijd weer helemaal open gegooid worden zodat het, vanuit een liberaal perspectief, eerlijk blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b79f5150-3edf-47c0-9276-29c50fc79962