Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 23 maart 2023.docx
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
23 maart 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter Ingeborg Hornsveld, wethouder Susanne Schilderman, de leden Mariam Al-Saqaff (VVD), David Bosch (PVV), Bina Chirino (ChristenUnie), Mahaar Fattal (GroenLinks), Esma Kendir (Student & Starter), Chris Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Juriaan Otto (EenUtrecht), Ralph Peters (D66), Anton Stam (Volt), Bert van Steeg (CDA), Mohamed Talhaoui (PvdA), Berdien van der Wilt (D66), de commissiegriffier Willemien Kok
Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20
25
30
1 Opening..........................................................................................................................................1 2 Vaststellen van de agenda van 23 maart 2023 ..............................................................................2 3 Vaststellen van ingekomen agenderingen .....................................................................................2 3.1 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven................................2 4 Verslagen .......................................................................................................................................7 5 Toezeggingen/moties .....................................................................................................................7 6 Lijst ingekomen stukken .................................................................................................................7 7 Debat Evaluatie Buurtconciërges en Winkelgebieden ...................................................................7 7.1 Raadsbrief Gebiedsmanagement en gemeentelijke inzet bij verbetering van winkelgebieden .......................................................................................................................................................7
1 Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en iedereen die meekijkt welkom.
35
Mevrouw Kendir (Student & Starter) laat weten dat haar partij wegens ziekte geen afvaardiging zal hebben bij het debat over Evaluatie Buurtconciërges en Winkelgebieden.
1
2 Vaststellen van de agenda van 23 maart 2023
5
De voorzitter geeft aan dat het debat over de buurconciërges wordt gevoerd met de resttijden van de vorige vergadering. Er stond toen 90 minuten voor, en hoewel er meer resttijd over was verzoekt ze de commissieleden om deze tijd in gedachten te houden. Vanaf het tweede debat wordt met nieuwe spreektijden gewerkt. In de appgroep is gesproken over de begintijd van het debat over standplaatsen. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Al-Saqaff om het voorstel toe te lichten
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat er bij dat debat een aantal standplaatshouders aanwezig wil zijn. Ze wil dan ook een indicatie van de starttijd van dat debat doorgeven en stelt voor om dit op 13:30 uur te zetten. De voorzitter geeft aan dat er in de appgroep een meerderheid voor dit voorstel was. Ze stelt dan ook voor om het debat over standplaatsenbeleid te beginnen om 13:30 uur. Er zijn geen bezwaren tegen dit voorstel dat daarmee is aangenomen.
15
20
Ze meldt verder dat, als het debat over buurtconciërges verloopt zoals gepland, er langer dan het gebruikelijke uur wordt geschorst. Als het debat langer duurt wordt de lunchtijd ingekort. Er is in ieder geval een half uur schorsing nodig voor de ondersteuning. Het debat over buurconciërges moet dan ook tussen 12:00 en 12:30 uur afgerond zijn. De griffie zal op social media melden dat het debat over standplaatsen om 13:30 uur begint. De voorzitter meldt verder dat de commissie heeft besloten dat de burgemeester vanavond niet aanwezig hoeft te zijn bij het debat over het herstelplan alcohol. Daardoor kan dit debat direct na het debat over het standplaatsendebat plaatsvinden, en hoeft niet te worden gewacht tot 20:00 uur. Ze vraagt of de commissie daarmee akkoord is. De heer Van Steeg (CDA) vermoedt dat het ingewikkeld wordt als dat debat midden op de dag start. Hij zal het debat zelf niet voeren en wil het eerst even checken.
25
De voorzitter stelt voor dat de heer Van Steeg dat checkt en vervolgens doorgeeft. Er zijn verder geen bezwaren tegen het direct doorgaan na het behandelen van het standplaatsenbeleid. Zodra de heer Van Steeg het heeft gecheckt geeft hij dat door aan de voorzitter. De voorzitter vraagt of de commissie instemt met de agenda, en stelt deze vervolgens vast.
3 Vaststellen van ingekomen agenderingen 30
3.1 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven
35
Mevrouw Chirino (CU) laat weten dat haar partij één van de agenderende partijen is van agendapunt 10 over gebeds- en stilteruimtes op scholen in Utrecht. Zij wil een kanttekening plaatsen bij het signaal dat leerlingen wordt verboden om te bidden, zoals dat in de agenderende tekst staat. Door een miscommunicatie is dit niet bij de agenderingen genoemd, en zal het bij de behandeling van het agendapunt worden genoemd.
40
De voorzitter verwijst naar de bijlage Agenderingen. Er zijn twee raadsvoorstellen ontvangen. Het raadsvoorstel Technische aanpassingen verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht vraagt om een behandeltijd van 30 minuten in de commissievergadering van 20 april. De commissie stemt hiermee in. Het tweede raadsvoorstel, Wijziging APV Utrecht 2010 Standplaatsen, vraagt om een behandeltijd van 150 minuten in de commissievergadering van 20 april. De heer Bosch (PVV) vermoedt dat 150 minuten aan de krappe kant is. Verder zou hij voor de behandeling van dit voorstel een RIB en een technische RIB willen.
45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil de uitkomst van het debat van vandaag afwachten, en vervolgens meedoen met de RIB of technische sessie. 2
Mevrouw Chirino (CU) steunt het voorstel van de PVV. De voorzitter vraagt of dan wordt gedacht aan 120 minuten. De heer Talhaoui (PvdA) steunt het voorstel van de PVV, als dat een RIB of technische sessie is. Beide lijkt hem niet nodig. 5
10
De heer Bosch (PVV) wil allebei, om in de technische sessie in te kunnen gaan op de technische vragen die zij hebben. Verder wil hij de ondernemers hierover horen en hen daarvoor voldoende tijd geven, zonder dit te vermengen met technische vragen. De heer Peters (D66) begrijpt het voorstel van PVV, maar pleit er tegelijkertijd voor om de tijd goed in de gaten te houden. Het is niet wenselijk dat de raadsbehandeling van het onderwerp hierdoor veel vertraging oploopt. Als het goed past binnen de termijnen steunt D66 het voorstel. De heer Bosch (PVV) zag dat de RIB-avond van 11 april nog leeg stond in de agenda. Er is dus nog voldoende tijd. De voorzitter geeft aan dat dit klopt.
15
De heer Van Steeg (CDA) steunt het voorstel van PVV maar vindt het wel wat vreemd om na het debat van vandaag nog een technische sessie te gaan doen. Als dat nodig is wordt dat door zijn fractie gesteund. De RIB is sowieso een goed idee.
20
De heer Stam (Volt) vindt het lastig om over deze agendering te spreken aangezien er vanmiddag een uitgebreid debat over dit onderwerp plaatsvindt. De uitkomst van dit debat zal impact hebben op de agendering. Als er een voorstel tot aanpassing volgt dan moet dat ook in het RV terugkomen, of er wordt een RV besproken waarvan al bekend is dat het niet gesteund wordt. Volt steunt het voorstel van PVV en geeft aan dat de RIB ook in mei mag plaatsvinden. Aan de andere kant begrijpt hij de urgentie die D66 uitspreekt. De voorzitter vraagt hoe de andere fracties over verplaatsing van de RIB naar mei denken.
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het belangrijk om de tijd te nemen om het goed uit te zoeken. Als er vertraging is, dan is dat maar zo. Ze steunt de PVV. Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft liever dat het debat wordt afgewacht voordat er termijnen worden besproken. Dat hangt van de uitkomst van het debat af. Ze vindt mei te laat. De heer Bosch (PVV) kan zich in beide vinden als het maar goed gebeurt. De heer Talaoui (PvdA) sluit zich aan bij het voorstel om de tijd te nemen. Mei is goed.
30
De heer Stam (Volt) vraagt of het mogelijk is om eerst het debat hierover te voeren, en daarna een beslissing te nemen over het moment van deze agendering. De voorzitter antwoordt dat het raadsvoorstel sowieso wordt besproken in de raad. De exacte tekst daarvan kan nog worden aangepast.
35
De heer Stam (Volt) begrijpt dat, maar het is de vraag wanneer het wordt geagendeerd. Er moet worden gekozen tussen april en mei. Daarover kan een beter besluit worden genomen na het debat van vanmiddag. De heer Peters (D66) vindt dat een goed idee. Hij stelt voor om bij het begin van het avonddeel een procedureel moment in te voegen waarin hierover wordt besloten.
40
De voorzitter merkt op dat er ‘s avonds vaak andere commissieleden zijn die het debat voeren. Dat zou betekenen dat commissieleden terug moeten komen voor alleen het procedureel moment. De heer Peters (D66) vraagt wat de voorzitter voorstelt. 3
De voorzitter zegt dat ze eerst de reacties wil inventariseren, en vervolgens een voorstel aan de orde wil stellen. De heer Bosch (PVV) stelt voor direct na het debat om over het moment van agendering van de RIB te besluiten. 5
De voorzitter laat weten dat dat ook het voorstel van de heer Stam is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) steunt dit voorstel. De voorzitter concludeert dat er een RIB en een technische sessie zal worden georganiseerd, en dat er na het debat besproken wordt wanneer deze worden geagendeerd. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat ze nog een andere agendering in wil brengen.
10
De voorzitter vraagt eerst om toestemming voor wat ze zojuist zei. Dit wordt beaamd. De heer Stam (Volt) merkt op dat hij zich aansluit bij de agendering van de RIB en vraagt of dat nu wordt geïnventariseerd of op een later moment.
15
De voorzitter inventariseert de instemming met het voorstel voor een RIB. PvdA, Volt, CU, GroenLinks, CDA, D66, EenUtrecht, PVV en Student & Starter stemmen hiermee in. De voorzitter vraagt of de RIB 60 minuten of langer moet duren. De heer Peters (D66) geeft aan dat als er ook een technische sessie komt, het stuk van het college niet meer tijdens de RIB behandeld hoeft te worden. Dan zou 60 à 75 minuten volstaan.
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat er eerder een informatiebijeenkomst met standplaatshouders was. Er waren toen veel van hen aanwezig. Ze stelt voor om 90 minuten te reserveren om goed naar hen te kunnen luisteren. Ze kijkt naar de heer Bosch, aangezien het zijn agendering is. De voorzitter laat weten dat ze ook voor goed luisteren is, maar van mening is dat niet alle standplaatshouders het woord hoeven te krijgen. Er zullen vast vertegenwoordigers zijn.
25
De heer Bosch (PVV) vindt dat zoveel mogelijk mensen hun zegje moeten kunnen doen. Hij is voor het reserveren van 90 minuten. Mevrouw Kendir (Student & Starter) sluit zich aan bij D66 en stelt 75 minuten voor. Mevrouw Chirino (CU) sluit zich daar ook bij aan. Mevrouw Fattal (GroenLinks) is ook voor 75 minuten.
30
De voorzitter concludeert dat er veel om 75 minuten wordt gevraagd omdat er ook een aparte technische sessie komt. De heer Van Steeg (CDA) wil niet te principieel doen over een kwartier. Hij kan zich voorstellen dat 90 minuten nodig zijn om mensen goed te kunnen horen, maar vindt het geen halszaak. De voorzitter wijst erop dat er tijdens het debat geen spreektijd is voor de standplaatshouders. Ze vraagt of dit nu moet worden besloten of na het debat.
35
40
De heer Stam (Volt) zegt dat de tijd voor een RIB normaliter erg belangrijk is omdat er na die tijd direct moet worden gestopt. In dit geval zijn het de enige twee onderwerpen op de agenda. Er zit dus minder tijdsdruk op. Wat hem betreft wordt er nu geen half uur gedebatteerd over of er een kwartiertje bijkomt. De voorzitter vindt dit een goed idee en gaat uit van 75 minuten en een technische sessie. Ze geeft mevrouw Van der Wilt het woord voor nieuwe agenderingen. 4
Mevrouw Van der Wilt (D66) wil een debat over het Actieplan MBO in samenhang met de Aanpak inclusieve stagemarkt agenderen. De Aanpak inclusieve stagemarkt is al ontvangen, het Actieplan MBO wordt aan het eind van deze maand aangeleverd. Ze stelt voor om deze voor de zomer te bespreken. Daarvoor is steun van GroenLinks, PvdA, CDA en Student & Starter. 5
De voorzitter constateert dat ook VVD, Volt en Bij1 dit voorstel steunen. Ze vraagt om een verdere inhoudelijke toelichting op de agendering.
10
Mevrouw Van der Wilt (D66) licht toe dat ze over beide documenten met de wethouder in gesprek wil over de ambities die in deze plannen staan en hoe deze in het licht staan van eerdere debatten die over dit onderwerp gevoerd zijn. Omdat het Actieplan nog niet is ontvangen kan ze nu niet meer dan deze globale omschrijving geven. Wethouder De Vries is wethouder MBO, de Aanpak inclusieve stagemarkt valt onder wethouder Voortman. Ze vraagt de commissie of alleen wethouder De Vries moet worden uitgenodigd of ook wethouder Voortman. Voor D66 is wethouder De Vries voldoende.
15
Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat er de vorige keer dat er een onderwijsdebat werd gevoerd dat MBO raakte een probleem in de beantwoording ontstond omdat de wethouder MBO er niet bij was. Ze stelt dan ook voor om beide wethouders uit te nodigen. De voorzitter concludeert dat zowel wethouder Voortman als De Vries worden uitgenodigd. De heer Otto (EenUtrecht) steunt het voorstel eveneens. De voorzitter vraagt naar de gewenste behandeltijd.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) stelt voor om hier 120 minuten voor te reserveren. De voorzitter vraagt of hier reacties op zijn. Er zijn geen reacties. De behandeltijd wordt vastgesteld op 120 minuten.
25
Mevrouw Van der Wilt (D66) meldt dat een aantal partijen, waaronder D66, behoefte heeft aan een technische sessie naar aanleiding van de brief over de situatie bij de bibliotheek. De RIBavonden van 11 en 18 april zouden daarvoor gebruikt kunnen worden. De voorzitter constateert dat CU, VVD, CDA, Volt, Student & Starter hiermee instemmen. De heer Van Steeg (CDA) sluit hier graag bij aan en kan zich voorstellen dat het onderwerp wordt geagendeerd voor de volgende commissie. De voorzitter vraagt aan mevrouw Van der Wilt of zij hiermee kan instemmen.
30
Mevrouw Van der Wilt (D66) twijfelt over de vraag of dit een apart debat moet worden, of dat dit meegenomen kan worden naar de Voorjaarsnota. De voorzitter vraagt naar de gewenste behandeltijd. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat een uur voldoende moet zijn voor deze technische sessie.
35
De voorzitter vraagt naar de behandeltijd van het debat. De heer Van Steeg (CDA) wil dit onderwerp nog voor de Voorjaarsnota behandelen en stelt voor om hier 90 minuten voor te reserveren.
40
De heer Stam (Volt) vraagt voor welke commissie dit wordt geagendeerd. 11 April is zojuist vol gepland dus dan wordt het 18 april. De commissie is twee dagen daarna en de volgende commissie is in juni.
5
Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort een voorkeur voor de technische sessie op 11 april en de week erop de behandeling in de commissie. De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat de technische sessie niet op een RIB-avond hoeft plaats te vinden. 5
De voorzitter bevestigd dat dat ook op een ander moment kan zijn. De heer Stam (Volt) constateert dat het dan gaat overlappen met de RIB’s die de PVV zojuist heeft geagendeerd over het standplaatsenbeleid. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil voorkomen dat andere dagen in de week worden volgepland met technische sessies. Ze stelt voor om eerst te kijken of er een dinsdag gevonden kan worden.
10
De voorzitter laat weten dat daarnaar gestreefd wordt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of geïnventariseerd kan worden wie mee-agendeert met het debat- en behandeltijdvoorstel van de heer Van Steeg. De voorzitter constateert instemming van Student & Starter, GroenLinks, Volt, D66, PvdA, EenUtrecht, CU en VVD. Ze vraagt naar de gewenste behandeltijd.
15
De heer Van Steeg (CDA) vroeg om 90 minuten, maar stelt voor om iets meer tijd te nemen gezien het aantal fracties dat mee-agendeert. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat 90 minuten inderdaad genoeg zou moeten zijn, ook gezien het feit dat een breder gesprek zal plaatsvinden bij de behandeling van de Voorjaarsnota. De voorzitter constateert instemming met 90 minuten.
20
Mevrouw Fattal (GroenLinks) stelt voor om na het zomerreces een RIB te organiseren over onderwijshuisvesting. D66 sluit hierbij aan. Ze vraagt of ook andere partijen hierbij aan willen sluiten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt waarom GroenLinks deze RIB voorstelt.
25
30
35
Mevrouw Fattal (GroenLinks) licht toe dat een groot deel van het onderwijsbudget wordt uitgegeven aan de huisvesting van scholen. Dit is vaak niet voldoende. Het huidige meerjarenperspectief loopt tot en met 2025. Er worden nu gesprekken gevoerd met schoolbesturen over een nieuwe meerjarenstrategie. Het zou goed zijn om meer informatie op te halen zodat het debat goed gevoerd kan worden. De voorzitter constateert dat Volt, CDA en EenUtrecht hierbij aansluiten. Ze stelt voor om prioriteiten te stellen, want er staan nu een heleboel agenderingen. Voor de commissie van 20 april staat een raadsbrief Stand van zaken ondernemers centraal geagendeerd. Wellicht kan die onderaan de prioriteitenlijst worden gezet. Ze geeft het woord aan de griffier. De griffier zegt dat bekeken moet worden of het allemaal op de agenda past. Het zou handig zijn als de commissie aangeeft welke onderwerpen in ieder geval behandeld moeten worden. Er was al een debat van 90 minuten over de raadsbrief Stand van zaken ondernemers centraal. Zojuist is het raadsvoorstel APV van 120 minuten besproken, het raadsvoorstel Verordening huisvesting scholen van 30 minuten, MBO 120 minuten en Bibliotheek van 90 minuten. Het zou de voorzitters en de griffie bij het opstellen van de agenda helpen om een prioritering te kennen. De voorzitter vraagt welke onderwerpen zeker aan bod moeten komen.
40
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat de bibliotheek, gezien de Voorjaarsnota, in ieder geval aan bod moet komen.
6
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de optie daarna de Veegcommissie is, of is er nog een optie tussen. MBO heeft geen haast, maar ze wil het wel graag voor de zomer behandelen.
5
De voorzitter laat weten dat de reguliere commissie op 1 juni plaatsvindt. Ze constateert dat de bibliotheek voorrang moet krijgen, en de standplaatsen ook hoewel die later verder besproken worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) vermoedt dat er wel draagvlak is om het MBO-onderwerp naar juni te verplaatsen. De voorzitter constateert dat daar instemming voor is.
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) laat weten dat de VVD mee-agendeert met de RIB over onderwijshuisvesting.
4 Verslagen De voorzitter laat weten dat er tekstuele opmerkingen zijn ontvangen van Volt. Die zijn verwerkt maar het aangepaste verslag is nog niet ontvangen. Het verslag wordt de volgende keer vastgesteld. 15
5 Toezeggingen/moties De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn over de lijst van toezeggingen en moties, en stelt de lijst vast.
20
De heer Stam (Volt) geeft aan dat opviel dat veel toezeggingen, die het afgelopen half jaar zijn afgedaan, nog steeds op de lijst staan. Hij vraagt om een lijst met actuele toezeggingen voor de volgende commissie. De griffier laat weten dat als de commissie akkoord is met alles wat door het college is aangemerkt als afgedaan, die onderwerpen van de lijst zullen worden afgevoerd. De heer Stam (Volt) merkt op dat dat altijd wordt besloten. Die onderwerpen hadden dus al verwijderd kunnen zijn.
25
De griffier antwoordt dat als het er de vorige keer ook zo op stond, dan hadden ze er inderdaad af kunnen zijn. Die onderwerpen zullen er nu worden afgehaald.
6 Lijst ingekomen stukken De voorzitter laat weten dat er geen ingekomen stukken zijn.
7 Debat Evaluatie Buurtconciërges en Winkelgebieden 30
7.1 Raadsbrief Gebiedsmanagement en gemeentelijke inzet bij verbetering van winkelgebieden
35
De voorzitter geeft aan dat de fracties van VVD, CU, CDA, Student & Starter, GroenLinks, EenUtrecht en PvdA een debat willen over inzet van de gemeente met betrekking tot de winkelgebieden, de betrokkenheid van ondernemers(verenigingen) hierbij en over de eventuele rol hierin door de buurtconciërges. Op verzoek van de raad heeft het college een aanvullende brief gestuurd. Deze brief van 14 maart over Gebiedsmanagement is aan de agenda toegevoegd. Dit onderwerp wordt in één termijn besproken, voor dit debat zijn de resttijden van de vorige vergadering beschikbaar en de beoogde behandeltijd is 90 minuten. De voorzitter geeft het woord aan de VVD. 7
5
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat men geniet van een fijn, mooi en schoon winkelgebied. Ook buurtconciërges dragen bij aan de leefbaarheid, gezelligheid en verbondenheid binnen een gebied. Daarvoor spreekt zij haar waardering uit. De VVD vraagt zich af wie bepaalt of een buurtconciërge operationeel, tactisch of strategisch opereert. Verder wordt gevraagd wat het college ervan vindt dat buurtconciërges taken op zich nemen die ook gemeentelijke taken zijn, zoals veiligheid. Daardoor gaat het budget van ondernemersverenigingen niet op aan dingen die zij eigenlijk belangrijk vinden voor hun eigen winkelgebied. Mevrouw Chirino (CU) stelt dat ondernemers hierdoor zelf kunnen bepalen wat zij belangrijk vinden en wat zij voorrang geven. Dat is juist fijn voor de ondernemers.
10
15
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ze de aanname begrijpt. Stel echter dat een ondernemersvereniging behoefte heeft aan meer veiligheid en de gemeente levert dat niet, dan moeten ze dat zelf gaan organiseren. De ondernemers moeten zich juist bezighouden met de uitstraling en het aantrekkelijker maken van het winkelgebied. Mevrouw Chirino (CU) stelt dat het gaat om éxtra inzet op veiligheid, naast de reguliere inzet. Als de ondernemers daar behoefte aan hebben, kunnen ze dat zelf regelen. Dat lijkt haar juist goed. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat zij hopen dat die extra inzet niet nodig is. Ze haalt het voorbeeld van het schoonhouden van stoepen aan: goed dat ondernemers zich hiervoor in willen zetten maar eigenlijk zou de gemeente de openbare ruimte schoon en netjes moeten houden. Ze vraagt wat de wethouder ervan vindt dat de ondernemers deze taak op zich nemen.
20
Mevrouw Chirino (CU) verbaast zich erover dat de VVD zegt dat de overheid dit beter moet doen. Ze vindt het juist mooi dat de ondernemers dit met elkaar oppakken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat sommige taken overheidstaken zijn. Het onderhouden van de openbare ruimte hoort daarbij. Dat moet goed gebeuren.
25
De heer Peters (D66) is eveneens verrast door de opmerking van de VVD en vraagt of horecaondernemers dan een gemeentelijke beveiliger voor de deur zouden moeten hebben. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat een beveiliger gaat over wat er binnen gebeurt. Ze pleit ervoor dat ondernemers zich bezig kunnen houden met ondernemen en het schoon, netjes en aantrekkelijk houden van hun eigen gebied.
30
De heer Peters (D66) mist de liberale gedachte. Een ondernemer moet zijn omgeving tot een straal van 25 meter schoonhouden. Hij vraagt of de VVD die verantwoordelijkheid ook wil wegschuiven. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) refereert aan het verwijderen van duivenpoep en kauwgom in de openbare ruimte. Daar gaat een ondernemer niet over. Die gaat over het aantrekkelijk houden van het hele winkelgebied.
35
40
45
De heer Peters (D66) is het daarmee eens. Het voorstel van de VVD is echter dat een ondernemer alleen zijn eigen afval opruimt en de openbare afval van duivenpoep en kauwgom laat liggen voor de gemeente. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ondernemers bezig moeten zijn met ondernemen. De gemeente moet zijn verantwoordelijkheid nemen voor de openbare ruimte. Ze vraagt zich af hoe de balans is, aangezien ze signalen ontvangt van ondernemers die aangeven veel taken te verrichten die ze van de gemeente hadden verwacht. De heer Van Steeg (CDA) deelt de analyse van de VVD dat er via de buurtconciërge veel op het bordje van de ondernemers komt te liggen. Hij vraagt of de VVD het eens is met de stelling dat er een striktere scheiding zou moeten liggen tussen de taken van de buurtconciërge en de gemeentelijke taken.
8
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat logisch. Buurtconciërges worden nu voor een groot deel door de ondernemers betaald. Zij mogen hun belangrijke rol zeker pakken, en dat mag gescheiden worden van de taken die zij zojuist als gemeentelijke taken heeft benoemd. 5
10
Zij vervolgt haar bijdrage door aan te geven dat het college op korte termijn komt met de invulling van de inzet voor 2023. Na dit jaar stopt de extra inzet. Aan de wethouder vraagt de VVD wat ervoor nodig is om de extra inzet voor kwetsbare gebieden structureel te borgen. De VVD vindt het van belang dat kwetsbare gebieden zich kunnen blijven ontwikkelen. Verder viel het de VVD op dat er een verschil is in de definitie van een buurtconciërge tussen het Ondernemersfonds Utrecht en de gemeente. Aan de wethouder wordt gevraagd of daar een lijn in kan worden getrokken om verwarring te voorkomen. De voorzitter geeft het woord aan de CU.
15
20
25
30
35
Mevrouw Chirino (CU) zegt dat de CU staat voor een economie voor mensen. Een sterke lokale en regionale economie is een randvoorwaarde en een middel om andere doelen te realiseren. De coronacrisis heeft voor veel inwoners duidelijk gemaakt hoe belangrijk deze lokale ondernemers zijn voor het straatbeeld. Het MKB is onmisbaar en de CU hecht nog steeds waarde aan de boodschap ‘Koop lokaal’. De CU is blij met de inzet op buurtconciërges en winkelgebieden. De CU vindt het goed om te zien dat ondernemers hebben ingezet op resultaten voor vitale winkelgebieden. In de raadsbrief staat een aantal lessen, aandachtspunten en vervolgacties. Daar wil de CU kort bij stilstaan. Ten eerste vraagt zij hoe het zit met de doorlooptijd van subsidieaanvragen en of die is gewijzigd. Dit gezien het achterblijven van de hoeveelheden en omvang van de aanvragen in 2022. Aan de wethouder wordt gevraagd waarom dit niet is gewijzigd en verzocht om dit wel te doen. Ten tweede stipt de CU het signaal aan dat ondernemers weinig interesse tonen in de verhuisregeling. Gezien het lage percentage vindt de CU dit helder en onderschrijven zij de beslissing van het college om die middelen in te zetten voor verbetering van de winkelgebieden. Maar met betrekking tot de overige maatregelen is in de financiële stand van zaken ook slechts 67% besteed.
Aan de wethouder wordt gevraagd of dit ook een beperkte interesse aantoont of dat er hulpvragen van ondernemers blijven liggen. Verder is in de brief geformuleerd dat het brede proces van vergunningverlening bij bouwplannen van wooneenheden boven winkelpanden niet optimaal verloopt, en zelfs ongewenst stagneert. De CU wil hier graag nader op ingaan bij de samenwerkingsaanpak MMM. Deze was verwacht in Q1. Er wordt gevraagd wanneer deze ter bespreking wordt aangeleverd. Overigens vindt de CU dat bij leegstand niet per definitie moet worden ingezet op woningen of kantoren, maar dat winkelgebieden vooral nieuw leven ingeblazen kunnen worden door te kijken naar welke bredere voorzieningen er nodig zijn in de wijken en daarop in te zetten. De heer Peters (D66) vraagt of de CU voor een goede mix van woningen, ondernemers en brede voorzieningen in winkelgebieden is. Mevrouw Chirino (CU) beaamt dit. In de vorige raadsbrief was vermeld dat er vooral werd ingezet op woningen, kantoren en supermarkten. De CU vond dit iets te nauw, kijkend naar wat wijken nodig hebben. Daarom wordt gevraagd om daar breder naar te kijken.
40
45
Ze vervolgt haar bijdrage met een vraag over de continuering en uitbreiding van de in de raadsbrief genoemde zes winkelgebieden. In eerdere oproepen van raadsleden zijn er ook andere gebieden genoemd. Een aantal daarvan wordt nu door het college opgepakt in de continuering, maar de redenatie vindt CU wat kort door de bocht. Voor de eerste zes is de argumentatie uitgebreid gedaan in de raadsbrief. De CU vraagt de wethouder nader te motiveren waarom het naar deze vier gebieden wordt uitgebreid. De voorzitter geeft het woord aan het CDA.
50
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de aanpak van winkelgebieden broodnodig blijft, zeker na klappen die zijn gevallen in de coronaperiode. Dit heeft veranderingen teweeg gebracht in consumentengedrag. Ook in de huidige economische omstandigheden zijn er enorme uitdagingen waardoor de lage marges erg onder druk staan. Winkelgebieden moeten aantrekkelijk blijven en plekken zijn waar mensen graag willen komen. Gezien de ontwikkelingen in de retail is het echt nodig dat de gemeente daarin een been bijtrekt, en gelukkig gebeurt dat ook. Van het CDA mag 9
5
10
dat nog wel iets meer. Zij hebben niet voor niets de motie ingediend over de TONK-gelden. Helaas gaat er ook nog een aantal dingen mis. Vandaag was in het nieuws dat veel ondernemers stoppen door de administratieve lastendruk. Het is zorgelijk dat dat juist een reden is waarom de verhuisregeling niet van de grond komt. Het CDA vraagt de wethouder wat zij kan doen om die administratieve last te verlagen, en de regelingen die er zijn daadwerkelijk terecht te laten komen bij de ondernemers. Ten tweede sluit het CDA aan bij de CU, en vraagt hoe de keuze voor de winkelgebieden is onderbouwd. Daarbij vraagt het CDA welke ruimte er nog is om daarin te investeren. Het CDA vindt de discussie over de buurtconciërges heel relevant om duidelijk te krijgen wie welke verantwoordelijkheid neemt. Zoals de VVD aangaf neemt de ondernemer nu taken over die eigenlijk bij de gemeente liggen. In veel winkelgebieden dreigt de buurtconciërge een soort manusje-van-alles te worden, en dat is niet de bedoeling. Mevrouw Fattal (GroenLinks) stelt dat er aan inwoners wordt gevraagd om bij te dragen aan de schoonheid en veiligheid van de stad. Ze vraagt het CDA waarom er een uitzondering moet worden gemaakt voor ondernemers.
15
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat er geen uitzondering voor ondernemers moet worden gemaakt, maar dat de basisdingen op dat vlak nog niet op orde zijn. Daar moet de gemeente zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is niet aan de buurtconciërges om dat op te lossen.
20
Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt de mening dat grote problematiek niet bij buurtconciërges kan liggen. Vaak leunt de gemeente echter op sleutelpersonen, zoals buurtconciërges, voor signalering van hulp bij de aanpak van problemen. Zij vraagt of het dan niet juist goed is dat zjj actief blijven op deze problematiek.
25
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat het voor signaleringen heel goed is. Wat er nu echter gebeurt is dat ondernemers betalen voor wat gemeentelijk beleid zou moeten zijn. Dat wil het CDA voorkomen. Door de richting die het college nu lijkt te kiezen, de verbreding van het concept ‘buurtconciërge’, lijkt het allemaal onder die buurtconciërge te vallen. Dat is niet wenselijk. De buurtconciërge moet, gefinancierd door en onder verantwoordelijkheid van de ondernemers, zorgen voor een aantrekkelijk winkelgebied. De gemeente moet het ‘schoon, heel en veilig’ garanderen. Die rol wordt nu niet altijd door de gemeente opgepakt.
30
Mevrouw Fattal (GroenLinks) constateert dat GroenLinks en het CDA anders kijken naar de rol die ondernemers in de stad spelen. Wat GroenLinks betreft moeten ondernemers financieel bijdragen als zij geld verdienen aan Utrecht.
35
De heer Van Steeg (CDA) hoopt dat GroenLinks het gevaar ziet dat door die rol van de buurtconciërges de rol van de gemeente wordt uitgekleed en er een grotere nadruk op de rol van de ondernemers wordt gelegd. Dat is juist in deze tijd onwenselijk. Dat betekent dat er een verdere verschraling van de winkelgebieden in Utrecht zal plaatsvinden, en dat moet worden voorkomen. De heer Peters (D66) vraagt of het CDA vindt dat de buurtconciërge korte lijnen met de gemeente moet hebben, zodat er snel kan worden gehandeld.
40
De heer Van Steeg (CDA) kan zich voorstellen dat de buurtconciërge uiteindelijk die rol speelt. Dat zou een goede invulling zijn. Wat er nu wordt geconstateerd is dat de buurtconciërge dingen gaat oplossen die eigenlijk op het bordje van de gemeente liggen. De buurtconciërge wordt in eerste instantie door de ondernemers gezamenlijk ingezet om te zorgen voor een aantrekkelijk winkelgebied. Als deze ook nog een signalerende functie kan hebben, is dat mooi. De heer Peters (D66) geeft aan dat hij de heer Van Steeg dan goed begrijpt.
45
De heer Van Steeg (CDA) hoopt dat D66 dan ook de mening deelt dat de richting die het college nu kiest de dreiging met zich meebrengt dat de buurtconciërge meer gaat doen dan de functie zoals hij die zojuist beschreef. Dat vindt het CDA onwenselijk. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt naar een concreet voorbeeld van activiteiten die de ondernemers moeten doen omdat de gemeente het laat liggen. 10
De heer Van Steeg (CDA) noemt de vergroening van Rotsoord en de behoefte aan branchedifferentiatie van de Amsterdamsestraatweg.
5
Hij beëindigt zijn bijdrage met de aanbeveling om ervoor te zorgen dat de rol van de buurtconciërge beperkt blijft. Als er extra dingen nodig zijn moet de gemeente die taken oppakken, niet door een bredere beschrijving van de rol van de buurtconciërge. Zorg dat de aansluiting met de ondernemers sneller geactiveerd kan worden. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks.
10
15
20
25
30
35
40
45
Mevrouw Fattal (GroenLinks) zegt dat haar partij erg blij is met de inzet op vitale winkelgebieden, want dit zijn veelal plekken waar de stad bruist. De samenwerking met ondernemers en tussen ondernemers onderling is wat GroenLinks betreft een mooi voorbeeld van zeggenschap en verantwoordelijkheid over de stad. Ondernemersverenigingen, ondernemersfonds en buurtconciërges zijn allemaal manieren waarop ondernemers zeggenschap uitoefenen over de eigen leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de stad. Het zijn allemaal manieren waarop de stad schoon en veilig blijft. In het kader van die zeggenschap vraagt GroenLinks of alle ondernemers die actief zijn in het gebied van de ondernemersvereniging even goed meekomen en kunnen meebeslissen. Zo niet, kan de gemeente er dan iets aan doen om te verzekeren dat de ondernemers die nu net zo goed meekomen wel gebruik kunnen maken van hun zeggenschap. Verder geef het college aan dat, zolang er nog middelen over zijn, het faciliteren van de buurtconciërges wordt gecontinueerd. GroenLinks vraagt zich af of dat logisch is aangezien ondernemersverenigingen zelf vaak uit het ondernemersfonds winkelgebiedmanagement financieren. Zij stelt voor om de resterende middelen voor iets anders in te zetten, bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe winkelgebieden of inzet op projectbasis.
Tenslotte sluit GroenLinks zich aan bij de vraag van de CU over het toevoegen van nieuwe gebieden. GroenLinks vraagt om een uitgebreidere onderbouwing daarvan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of GroenLinks het met de VVD eens is dat de ondernemers zelf al zware lasten hebben, het de afgelopen tijd zwaar hebben gehad, zelf al veel bijdragen maar niet alles kunnen oppakken en financieren. Zij vraagt of GroenLinks vindt dat de buurtconciërges een specifieke rol horen te hebben en dat de gemeente haar rol moet pakken. Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het daar zeker mee eens. Tegelijkertijd zijn zij, net als de inwoners van Utrecht, deel van de stad en moeten zij daar ook iets voor doen. Dat doen zij ook en GroenLinks vindt het mooi dat het college vertrouwen heeft in wat ondernemers zelf kunnen bijdragen aan hun buurt. Wat GroenLinks betreft is de balans nu okay. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat het een glijdende schaal lijkt te worden. De buurtconciërges zijn op operationeel en tactisch niveau actief en hun taken schijnen zich te verbreden. Zij vraagt of GroenLinks niet bang is dat straks alles op het bordje van de ondernemers valt, en dat er nu op de rem getrapt moet worden. Daar waar de gemeente aan zet is, zoals op het vlak van openbare ruimte en veiligheid, moet de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen. De rest kan bij de ondernemers gelaten worden via de buurtconciërges.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt de analyse van de glijdende schaal niet. Zoals zij al aangaf wordt van de inwoners veel gevraagd als bijdrage aan de stad. Er wordt met sleutelpersonen en buurvaders gewerkt – allemaal mensen die zich vrijwillig inzetten voor de veiligheid en leefbaarheid van de stad. Aan ondernemers moet ook worden gevraagd om dat te doen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat er al best veel aan de ondernemers wordt gevraagd. Tegelijkertijd doen zij al veel om de winkelgebieden aantrekkelijk te houden, bijvoorbeeld door het plaatsen van plantenbakken en sfeerverlichting. Er moet voor worden gewaakt dat niet alles bij hen wordt neergelegd. Bovendien moet worden voorkomen dat de gemeente grip hierop verliest. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht.
50
De heer Otto (EenUtrecht) geeft aan zijn partij in eerste instantie een ander beeld had bij buurtconciërges, namelijk mensen die via de gemeente gesubsidieerd inzetbaar zijn rondom ondernemers. Uit het gesprek met het OfU heeft EenUtrecht opgemaakt dat zij er trots op zijn dat 11
5
veel ondernemers vanuit hun eigen verenigingen heel wezenlijk werk doen. EenUtrecht kreeg niet de indruk dat ze ten onder gaan aan een zwaar takenpakket dat bij de overheid zou moeten liggen. Hij begreep dat het fonds oorspronkelijk is ontstaan vanuit de wens om meer aan veiligheid te doen. Dit laat onverlet dat de overheid bepaalde verantwoordelijkheden heeft. De heer Otto vraagt of er wat aan de benaming van ‘buurtconciërges’ kan worden gedaan. Hij benadrukt tenslotte dat wat in de raadsbrief staat eigenlijk te danken is aan de inzet van ondernemers en niet zozeer aan het beleid van de gemeente. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA.
10
15
20
25
30
De heer Talhaoui (PvdA) zegt dat de partij na jarenlange inzet voor leefbare winkelgebieden en betrokken buurtconciërges blij is met deze aanpak van de kwetsbare winkelgebieden. Hij constateert dat er in de raadsbrief veel zit wat er dankzij eerdere moties is gekomen, bijvoorbeeld de aanpak van het mooier maken van de binnenstad van Utrecht, intensieve inzet op winkelgebieden en de financiering daarvan met het BSSP, en nu de uitbreiding met vier winkelgebieden. De aanpak is belangrijk voor de werkgelegenheid, leefbaarheid en vitaliteit in die wijken. Bovendien worden op die manier de voorzieningen in de wijk behouden. De PvdA sluit aan bij de vragen van CU en CDA over de keuze voor deze winkelgebieden. Volgens de PvdA worden winkelcentrum Marco Pololaan of Rijnbaan gemist. Deze gebieden zijn minstens zo kwetsbaar. Er wordt daar ook onveiligheid en overlast ervaren, en een niet zo nette openbare ruimte. Aan de wethouder wordt gevraagd of de aanpak winkelgebieden zo veel mogelijk kan worden gecombineerd met de buurt- en wijkaanpak. Verder ziet de PvdA het liefst in de meest kwetsbare buurten een soort buurtconciërge die ook als ogen en oren in de wijk kunnen fungeren, en vraagt de wethouder hoe zij dit ziet. De PvdA sluit zich tenslotte aan bij de vraag van de VVD over verlenging van de inzet na dit jaar.
De heer Van Steeg (CDA) kan zich voorstellen dat de PvdA vraagt om een buurtconciërge in de meest kwetsbare winkelgebieden, maar het lastige daar is dat de ondernemers er vaak niet zelf mee komen. Hij vraagt of de PvdA het ermee eens is dat de ondernemers daar wel zelf een rol in moeten spelen en een investering zouden moeten doen. De heer Talhaoui (PvdA) is het hiermee eens, maar geeft tegelijkertijd aan dat in de genoemde winkelgebieden kwetsbare ondernemers zitten waarbij het de vraag is hoeveel er aan hen kan worden gevraagd. Met veel begeleiding zou dat van de grond kunnen worden gekregen. Dat zou heel mooi zijn. De voorzitter geeft het woord aan Stadsbelang Utrecht.
35
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat de relaties tussen de ondernemers en de buurtconciërges als positief worden ervaren. Dat is belangrijk want ze worden vanuit de ondernemers aangestuurd. Als gevolg van de stappen die nu gezet worden in de discussie vreest Stadsbelang Utrecht voor institutionalisering van conciërges en soortgelijke functies in de stad. Daarbij wordt de situatie omgekeerd: de gemeente krijgt de verantwoordelijkheid en de ondernemers trekken zich steeds meer terug. Stadsbelang Utrecht pleit voor het instandhouden van de bestaande relatie en het vermijden van institutionalisering.
40
De voorzitter geeft het woord aan D66.
45
De heer Peters (D66) is blij met het steunen van de kwetsbare winkelgebieden door het college. Het is goed te lezen dat er kritisch is gekeken naar de lessen zijn getrokken uit het subsidieprogramma. Het college geeft in de brief aan dat er begin 2023 met een samenwerkingsaanpak wordt gekomen, waarbij vastgoedeigenaren die hun winkelpand willen verbouwen naar meer woonruimte boven winkels niet tegen onnodige obstakels aanlopen bij vergunningsaanvragen. D66 is daar benieuwd naar en vraag wanneer die aanpak verwacht kan worden. Verder vindt D66 het goed om te zien dat de succesvolle aanpak wordt uitgebreid naar extra winkelgebieden.
50
De voorzitter vraagt of andere fracties een bijdrage willen leveren. Dat is niet het geval. De voorzitter schorst de vergadering voor 10 minuten. 12
- Schorsing De heer Van Steeg (CDA) laat weten dat het debat over het alcoholgebruik ook wat het CDA betreft direct na het debat over het standplaatsenbeleid kan plaatsvinden. 5
10
De voorzitter dankt de heer Van Steeg voor de terugkoppeling en geeft het woord aan wethouder Schilderman. De wethouder haakt als eerste in op de opmerking van EenUtrecht dat er enerzijds trots heerst over wat er gebeurt op veel plekken in de stad, maar ook dat het onduidelijk is wie hier nu over gaat. In de vorige periode heeft het college aangegeven dat de gemeente niet over de buurtconciërges gaat, omdat zij door de ondernemers worden gefinancierd. Vervolgens werd verzocht om er toch iets over te zeggen. Dat is de reden dat de raad hier nu over geïnformeerd wordt. Het is niet de bedoeling om te doen voorkomen alsof het college dit heeft gerealiseerd. Op de vraag van de VVD over wie bepaalt of de buurtconciërge operationeel of tactisch opereert antwoordt de wethouder dat de ondernemersvereniging dit bepaalt. De buurtconciërges worden met het OfU-budget of met de subsidie Vitale winkelgebieden ingehuurd.
15
20
25
30
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat ze graag wil weten wie nu, in dit bestand, heeft bepaald of het strategisch, tactisch of operationeel is. De wethouder antwoordt dat dat is bepaald op basis van wat er op dit moment gebeurt, en wat de ondernemersverenigingen hebben aangegeven. Zij gaat vervolgens in op de vraag welke taak bij de ondernemers en welke taak bij de gemeente ligt. De ondernemers moeten ervoor zorgen dat de omgeving van hun onderneming schoon blijft, bijvoorbeeld in het kader van zwerfvuilregeling. Volgens het college is het schoonhouden van de openbare ruimte in de directe omgeving van de ondernemer niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar volgens die richtlijn ook van ondernemers. Er is wel een grijs gebied, bijvoorbeeld als het gaat om groenvoorziening. Als de buurtconciërge hierin een rol neemt vanuit de opdracht van de ondernemers is dat een mooie aanvulling op hetgeen de gemeente doet. Op de vraag wat er nodig is om deze inzet structureel te borgen antwoordt de wethouder dat er dit jaar één ton beschikbaar is voor kwetsbare winkelgebieden en één ton voor MMM. Om dit voor meerdere jaren te doen is een structurele verlenging van het budget nodig. Om meer te kunnen doen is ongeveer € 30.000 per winkelgebied per jaar nodig. Voor de 36 winkelgebieden in de retail hoofdstructuur betekent dit 1 miljoen euro per jaar.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of daar ruimte voor is in het programma Economie. De wethouder antwoordt dat momenteel alleen de genoemde bedragen beschikbaar zijn. Een extra bijdrage kan via de Voorjaarsnota worden gevraagd.
35
40
45
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt of er vanuit de kant van het college enige noodzaak is om iets te doen, gezien de situatie die als positief wordt ervaren. De wethouder geeft aan dat dit een politieke vraag is, want het is afhankelijk van het kwaliteitsniveau dat in de winkelgebieden wordt nagestreefd. Het is bekend dat sommige plekken kwetsbaar zijn. In de binnenstad van Utrecht wordt, net als op andere plekken, opkomende leegstand gesignaleerd. Met MMM is er een vrij uitgebreide aanpak op geformuleerd. De vraag is hoe dit structureel kan worden opgelost. Het college acht het niet nodig om deze inzet in ieder winkelgebied te plegen. Op de vraag van de VVD naar de definitie van de buurtconciërges stelt de wethouder voor om hier geen één lijn in te trekken, zodat ondernemers zelf kunnen bepalen wat zij vragen van een buurtconciërge of een winkelstraatmanager. Het is aan de ondernemers, met de middelen die zij via OfU hebben, om zelf keuzes te maken over óf zij een buurtconciërge willen wel zo ja, welke taken deze zou moeten oppakken. In het ene gebied kan behoefte zijn aan iets anders dan in een ander gebied. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder herkent dat de ondernemers zeggen dat zij dan via de buurtconciërge toch dingen doen die eigenlijk op het bordje van de gemeente liggen. 13
De wethouder bevestigt dat de gemeente aan zet is op het gebied van het onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Met de raad wordt besproken welk onderhoudsniveau moet worden nagestreefd. Als de ondernemers een ander niveau nastreven is dat hun afweging. 5
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat op sommige punten van de gemeente een proactieve houding wordt verwacht.
10
De wethouder herkent niet dat de gemeente geen proactieve houding zou hebben. Dat is er op een heleboel vlakken wel, maar dat neemt niet weg dat op sommige plaatsen iets anders nagestreefd wordt. Zij haalt het voorbeeld van de bestrijding van plaagdieren aan, waarbij de raad heeft aangegeven dat het beleid moet zijn om voedselbronnen weg te nemen en de partijen die dat veroorzaken er op aan te spreken. De voorzitter vraagt of onder met plaagdieren muizen en ratten worden bedoeld, en of daar ook duiven onder kunnen worden verstaan. De wethouder antwoordt dat plaagdieren inderdaad ook duiven kunnen zijn.
15
Zij gaat vervolgens in op de vraag van de CU over de doorlooptijd van subsidieaanvragen. Dat is 13 weken, conform de algemene subsidieverordening. In de praktijk slaagt de gemeente er vaak in om dat sneller te doen. Mevrouw Chirino (CU) geeft aan dat in de brief stond dat dat vaak niet lukt, en dat daarom de aanvragen achter blijven. Ze vraagt of het dus niet langer kan duren dan die 13 weken.
20
25
30
De wethouder antwoordt dat het het ene moment beter lukt dan het andere moment, afhankelijk van de drukte bij het subsidiebureau. De behandeling van de aanvragen verliep in het begin vrij vlot, later liep dat wat vertraging op vanwege drukte door andere subsidieaanvragen. Zij gaat vervolgens in op de verhuisregeling. Er is inderdaad beperkte interesse. Er zijn extra campagnes gezet op het onder de aandacht brengen van deze regeling, o.a. via sociale media. Dat heeft niet tot meer gebruik geleid. Van de ondernemers is vernomen dat de grootste behoefte inderdaad niet op dit vlak zit. De wethouder bespreekt dan de samenwerkingsaanpak MMM. Die is tot op heden succesvol, maar heeft ook alleen nog maar een budget tot aan het einde van dit jaar. Om de aanpak door te zetten moet er allereerst budget zijn, maar ook bepaald welke aspecten er in moeten worden opgenomen. De uitdagingen hebben niet enkel met corona te maken, maar er is ook geen uniform beeld in de hele binnenstad. Er zijn specifieke plekken waar uitdagingen zijn. Mevrouw Chirino (CU) geeft aan dat bij de overige maatregelen ook maar tweederde van het budget was ingezet. Zij vraagt of daar ook minder interesse in was. Voor wat betreft MMM was de vraag wanneer de terugkoppeling van de wethouder kan worden verwacht.
35
40
De wethouder antwoordt dat de terugkoppeling in mei verwacht kan worden. Verder laat zij weten dat er een wisselend beeld is van waar behoefte aan is. Sommige zaken zijn erg complex, bijvoorbeeld wonen boven winkels. Daarbij is de regelgeving erg complex en is dit technisch gezien erg ingewikkeld. Volgens de wethouder zit daar de grootste uitdaging. Wonen boven winkels is erg gewenst, maar soms zijn de panden er niet geschikt voor, zijn er verschillende eigenaren of zijn de panden moeilijk bereikbaar. De complexiteit zit vaak daar voor wat betreft de binnenstad. Mevrouw Chirino (CU) vraagt wat de 67% betekent, aangezien dat niet was uitgelegd in de brief. De wethouder geeft aan dat ze het op puntniveau zal specificeren, en daar op het eind op zal terugkomen.
45
Zij gaat verder met de vraag naar de argumentatie van de vier extra winkelgebieden. Deze locaties zijn door de betreffende ondernemersverenigingen aangekaart. De gemeente ziet in deze gebieden inderdaad een bepaalde mate van verloedering, verstening van openbare ruimte, onvoldoende samenwerking tussen ondernemers en vastgoedeigenaren en een gebrek aan 14
5
10
15
20
25
organisatievermogen. Op basis daarvan is besloten deze gebieden toe te voegen. Op de vraag naar de mogelijkheden voor de verlaging van de administratieve lastendruk antwoordt de wethouder dat het probleem niet zozeer de lastendruk is, maar eerder de complexiteit van de opgave zelf. Voor wat betreft zeggenschap en de vraag of ondernemers allemaal goed meekomen in de ondernemersverenigingen zegt de wethouder dat ze zich kan voorstellen dat het voorkomt dat dat niet goed gebeurt. Aan de andere kant is het een verantwoordelijkheid van de ondernemersverenigingen. Er wordt gemerkt dat de organisatiegraad op sommige plekken wat te wensen over laat. Daar is OfU erg mee bezig en dit wordt later geëvalueerd. De wethouder merkt op dat het lastig is om aan te geven wat de betrokkenheid van de gemeente hierin moet zijn. Op de vraag van GroenLinks of het resterende budget kan worden besteed aan et toevoegen van nieuwe winkelgebieden antwoordt de wethouder dat daar dan meer budget voor vrijgemaakt zou moeten worden. Voor wat betreft de vraag van de PvdA waarom de Rijnbaan en Marco Pololaan niet in het geheel zitten geeft de wethouder aan deze winkelgebieden te klein zijn om deel uit te maken van de retail hoofdstructuur. Door het ontbreken van een moderne supermarkt van meer dan 1000 m² wordt verwacht dat deze winkelgebieden op termijn een ander soort uitdaging hebben.
Daarom zijn ze niet in de retail hoofdstructuur opgenomen. Mevrouw Chirino (CU) vraagt om een verduidelijking van de opmerking over het ontbreken van de moderne supermarkt. De wethouder antwoordt dat in de retail hoofdstructuur is vermeld wat daar onderdeel van uitmaakt. De aanpak van vitale winkelgebieden is gericht op de gebieden uit de retail hoofdstructuur. De genoemde gebieden, die geen deel uitmaken van de retail hoofdstructuur, hebben andere uitdagingen zoals hun toekomstperspectief gezien het feit dat ze weinig verkeer trekken en in de ruimtelijke strategie niet zijn vastgesteld als een van de plekken waar retail bij voorkeur plaatsvindt. Mevrouw Chirino (CU) constateert dat dit als een uitsterfbeleid klinkt en concludeert dat er geen toekomst is voor deze gebieden.
30
De wethouder antwoordt dat de raad deze gebieden geen onderdeel heeft gemaakt van de retail hoofdstructuur. Het is overigens geen actief beleid om deze gebieden weg te halen. De heer Talhaoui (PvdA) is van mening dat het wel om kwetsbare winkelgebieden gaat en zou willen dat daar aandacht aan wordt besteed.
35
De wethouder geeft aan dat er niet actief op beëindiging wordt aangestuurd. De raad heeft deze gebieden niet aangewezen als plekken waar op langere termijn de aandacht op moet worden gevestigd als winkelgebied. Daarom zijn deze gebieden geen onderdeel van deze aanpak. De heer Talhaoui (PvdA) zegt dat het hierbij om de meest kwetsbare winkelgebieden gaat. Deze zouden juist in aanmerking moeten komen. Hij vraagt hoe deze gebieden dan toch kunnen worden meegenomen.
40
45
50
De wethouder antwoordt dat er eerst een afweging gemaakt zou moeten worden of het verstandig is om ze mee te nemen in de retail hoofdstructuur, en vervolgens wat er voor nodig zou zijn om dat te doen. Als besloten wordt om ze er in mee te nemen en besloten wordt dat er op langere termijn een winkelgebied wordt gezien, dan moet er ook een verwachting zijn dat dat op langere termijn gaat werken. Dat is bij de gebieden de niet in de retail hoofdstructuur staan de vraag. Als de raad deze gebieden toch in de retail hoofdstructuur wil opnemen dan zijn er best veel stappen nodig om daarvoor te zorgen. Dan gaat het niet alleen om het schoonhouden en een bloembak neerzetten, maar ook om het zorgen voor aanloop van mensen. Dan zou er bijvoorbeeld een supermarkt toegevoegd moeten worden. De vraag is of dat gewenst is. Hierover zou de raad een weloverwogen besluit moeten nemen. De heer Talhaoui (PvdA) merkt op dat op beide locaties al een supermarkt aanwezig is. Misschien niet van 1000 m², maar wel druk bezocht. De PvdA wil dit de volgende keer agenderen 15
en deze gebieden toevoegen. De heer Talhaoui vraagt of alleen de gebieden uit te retail hoofdstructuur met de aanpak winkelgebieden mee kunnen doen. De voorzitter merkt op dat dit onderwerp dus nog terugkomt. 5
De wethouder geeft aan dat met dit budget niet op iedere plek zo’n aanpak kan plaatsvinden. Er is gekozen voor de gebieden die als meest kwetsbaar worden gezien, afgaand op signalen van ondernemers binnen de retail hoofdstructuur die de raad als onderdeel van de ruimtelijke strategie heeft vastgesteld. Als de raad de retail hoofdstructuur wil bespreken, dan kan dat. De heer Peters (D66) vraagt of er extra budget nodig is als de gebieden in de retail hoofdstructuur en daarmee ook de aanpak worden uitgebreid.
10
De wethouder antwoordt dat er op dit moment maar een beperkt aantal winkelgebieden binnen de retail hoofdstructuur het budget nodig heeft. Ze herhaalt dat er een miljoen nodig zou zijn om alle onderdelen van de retail hoofdstructuur op deze manier te gaan doen. Als de retail hoofdstructuur vervolgens nog wordt uitgebreid, dan zal het budget nog hoger zijn. Op dit moment is er twee ton beschikbaar.
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt in hoeverre er een relatie is tussen de gemeente en de partijen die het grootste economische belang hebben bij een positieve economische ontwikkeling in die gebieden. Dat zijn de grote retailers. Zij hebben de kennis en de visie naar de toekomst toe: als die negatief is trekken zij zich terug. Stadsbelang Utrecht vraagt of de gemeente in de contacten met die retailers gedachten uitwisselt waardoor de raad een goed beleid kan vaststellen.
20
De wethouder antwoordt dat er uitgebreid contact is met de ondernemers en met de koepels daarvan. Het is niet zo dat de gemeente wekelijks met iedere ondernemer uit ieder gebied spreekt. Het contact op zich is wel uitgebreid en de gemeente denkt dat dat afdoende is. Als er specifieke signalen zijn, dan zijn die van harte welkom. 25
30
35
40
45
Mevrouw Chirino (CU) vraagt of de ondernemers in die gebieden weten dat dit het beleid is en dat er misschien geen toekomst voor die plek is, en in hoeverre zo’n grote supermarkt een rol kan spelen om zo’n gebied wel te redden. De wethouder antwoordt dat de raad deze gebieden eerder heeft vastgesteld als gebieden waar de retail zich verder zal concentreren. Daarbinnen voert de raad discussie over de vraag of daar een grote supermarkt aan toegevoegd moet worden. De wethouder geeft aan dat ze een raar signaal zou afgeven als ze een gebied dat de raad niet eens als retail hoofdstructuur heeft benoemd, waarbinnen de raad twijfelt over de vraag of er een grote supermarkt moet komen, vervolgens naar een ander gebied zou gaan dat nog kleiner is waar wel een grote supermarkt moet komen. Dat staat volgens de wethouder haaks op het door de raad vastgestelde beleid. Op de vraag van de PvdA over het combineren van buurt- en wijkaanpak antwoordt de wethouder dat de samenwerking waar mogelijk wordt gezocht. Ze wil voorkomen dat er alleen een veiligheidsaanpak van wordt gemaakt, dat wordt vermengd met de winkelgebiedenaanpak. Veiligheid is een van de aspecten dat daar onderdeel van is, maar niet het enige. Voor wat betreft de suggestie om in alle kwetsbare gebieden een buurtconciërge aan te stellen geeft de wethouder aan dat dat aan het OfU is.
Verder vroeg de PvdA naar verlenging van de regeling. De wethouder geeft aan dat daarover bij de Voorjaarsnota het gesprek moet worden gevoerd. Betreffende de vrees voor institutionalisering van Stadsbelang Utrecht laat we wethouder weten dat de ondernemers op heel veel plekken die verantwoordelijkheid wel nemen. Op de vraag van D66 over MMM en wonen boven winkels heeft de wethouder al antwoord gegeven. Ze voegt toe dat het door de ondernemers en vastgoedeigenaren wel als kans wordt gezien en het ook oppakken. Het is zeker wel een uitdaging. De wethouder komt terug op de overige inzet die op 67% is blijven steken. Dat is niet omdat een aantal maatregelen onsuccesvol was, maar eerder door een gebrek aan gemeentelijke capaciteit.
16
De heer Peters (D66) vraagt naar de obstakels waar tegenaan wordt gelopen en de brief die daarover begin 2023 zou komen. De wethouder veronderstelde dat D66 vroeg naar de evaluatie van MMM. Ze vraagt welke obstakels D66 bedoelt. 5
10
De heer Peters (D66) zegt dat het breder dan alleen om MMM gaat, want dat is alleen op het centrum gericht. In de brief die vandaag geagendeerd is geeft het college aan dat met een samenwerkingsaanpak wordt gekomen, waarin wordt uitgewerkt hoe vastgoedeigenaren die een winkelpand willen verbouwen naar meer woonruimte boven winkels tegen obstakels aanlopen bij die vergunningsaanvragen. D66 is benieuwd naar die obstakels en hoe deze weggenomen kunnen worden. De wethouder antwoordt dat met MMM ervaring is opgedaan met wat er voor nodig is om wonen boven winkels mogelijk te maken. Daarbinnen komt het college terug op de obstakels die er zijn. De heer Peters (D66) vraagt of daar ook verbetervoorstellen in komen of alleen een beschrijving van de situatie.
15
20
De wethouder zal in ieder geval een beschrijving van de situatie aangeven. Het is afhankelijk van de wens van de raad om een aanpak te maken om die obstakels op te lossen. Er zullen ook enkele suggesties voor verbetering in worden opgenomen. Overigens is het niet zo dat de gemeente aan ieder obstakel iets kan doen. De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Die zijn er niet. Ze meldt dat er geen toezeggingen zijn gedaan. De wethouder geeft aan dat ze een toezegging uit de brief heeft gespecifieerd, namelijk om in mei terug te komen op MMM en de obstakels bij het wonen boven winkels. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) kondigt aan dat de VVD bij de behandeling van de Voorjaarsnota met een voorstel zal komen over het verlengen van de subsidie voor kwetsbare winkelgebieden.
25
30
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat het wellicht goed zou zijn om op een ander moment stil te staan bij de indruk dat op bepaalde winkelgebieden een uitsterfbeleid wordt gehanteerd, en kijkt naar de PvdA voor een agendering daarover. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat in de commissie RoG is vastgesteld wat die retail hoofdstructuur zou worden, als onderdeel van de ruimtelijke strategie. Om kruising van debatten te voorkomen zou hierover eerst met andere woordvoerders moeten worden overlegd. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe dit geagendeerd kan worden. De voorzitter antwoordt dat dat niet nu hoeft worden besloten. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het echt een economisch vraagstuk is dat in deze commissie moet worden besproken.
35
40
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) suggereert om met de commissie RoG mee te kijken, want daar is het al een keer behandeld. De wethouder stelt voor om hierover een informatieavond te organiseren. Verder wil ze bestrijden dat ze heeft gezegd dat er een uitsterfbeleid voor andere winkelgebieden wordt gehanteerd. Er is een actief aanmoedigingsbeleid op bepaalde plekken, en op de andere plekken is er geen sprake van een uitsterfbeleid. De voorzitter informeert of er behoefte is aan een informatieavond.