CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 23 maart 2023.docx

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 20 april 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen44.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wijst op de uitgebreide juridische mail van de branchevereniging waarin staat dat er verlenging kan komen voor de bestaande ondernemers. Zij vraagt of GroenLinks dat steunt.

30

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat het geen kwestie is van steun. Utrecht Solidair heeft een vraag gesteld aan de wethouder, die kan dat beantwoorden. GroenLinks gokt dat het niet mogelijk is om nu nog te verlengen omdat de wetgeving op basis waarvan de jurisprudentie heeft plaatsgevonden al wel bestond. Nog een keer verlengen acht mevrouw Fattal onwaarschijnlijk, maar zij geeft aan dat zij geen expert is. Daarom vraagt zij het vooral aan de wethouder.

35

De heer Bosch (PVV) wijst op het verschil in juridische perceptie van het college en de branchevereniging en vraagt of GroenLinks dit dan niet boven water wil hebben.

40

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat zij de indruk heeft dat de partijen het eens zijn over het feit dat het vreselijk is wat er met de standplaatshouders gebeurt, en dat er moet worden gezocht naar wat er wel kan binnen de lijntjes van de wet. Men moet wel eerlijk zijn over wat er wel en niet kan, anders worden de standplaatshouders niet geholpen. Zij geeft aan te wachten op het antwoord van de wethouder op de vraag van de PVV over wat er juridisch mogelijk is. Het is bekend dat er Europese en nationale wetgeving is die het onmogelijk maakt om direct voordeel te geven aan ondernemers die er al zitten. Dat is de waarheid.

45

De heer Bosch (PVV) voelt niet de urgentie als verwezen wordt naar de reactie van het college, en vraagt of GroenLinks dit niet snel uitgezocht wil hebben.

34

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat zij die urgentie ontzettend sterk voelt. Zo sterk dat zij eerlijk wil zijn in wat wel en niet kan. GroenLinks wil zeker kijken naar wat mogelijk is binnen de randen van de wet. Maar opnieuw bekijken of die wet bestaat of niet is verspilling van ieders tijd. 5

10

Zij vervolgt haar betoog door te benoemen dat het een feit is dat dit dwingende Europese wetgeving betreft die ook nog eens vertaald is in Nederlandse, dwingende wetgeving. In 2009 heeft iedereen, met uitzondering van de Partij voor de Dieren, ingestemd met de Dienstenwet. Dat was met goede reden, namelijk met het geloof dat nieuwe ondernemers met een goed idee net zo goede kansen moesten hebben als ondernemers die er al langer zijn. Dit zijn de gevolgen van die wet, en daar is GroenLinks ook niet blij mee. Dat is echter de realiteit. Ook als er gezocht wordt naar manieren om te verachten, zoals de hele raad nu doet, gaat er heel veel veranderen. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of GroenLinks zich realiseert dat alles wat nu wordt beweerd van A tot Z onzin is. Mevrouw Fattal (GroenLinks) verzoekt om een specificatie van deze onzin.

15

20

25

30

35

40

45

50

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) geeft aan dat ze meerdere documenten kan laten zien waarin aan de mensen wordt gezegd dat de regels worden veranderd zodat de administratie eenvoudiger wordt en meer zekerheid wordt geboden. Er was toen nog geen sprake van dat de Europese dienstenrichtlijn invloed had op de standplaatshouders. Mevrouw Fattal (GroenLinks) wijst op het debat dat de raad in 2013 voerde waarin de effecten van de Europese dienstenrichtlijn en de Nederlandse Dienstenwet op dit vergunningenstelsel precies is besproken. Wat er is gecommuniceerd naar de standplaatshouders staat daar los van. Er is een brief naar hen verstuurd waarin is vermeld dat hun vergunning niet per definitie zou worden verlengd na tien jaar. GroenLinks vindt dat ook niet duidelijk genoeg. Maar wat zij zegt is de wet en dat is de waarheid. De heer Stellinga (CDA) wil verkennen of GroenLinks het met het CDA eens is dat ten bate van de mensen die in het publiek zitten de juridische mogelijkheden om ze tegemoet te komen onvoldoende door het college zijn verkend. Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat dat zojuist, in reactie op de PVV, ook is beantwoord. Het onderzoeken of de gemeente zich moet houden aan de Dienstenwet is verspilling van tijd.

Het juridisch onderzoeken van wat mogelijk is om door middel van selectie de mensen met binding in Utrecht te behouden, daar is GroenLinks groot voorstander van. Zij vervolgt haar betoog door te focussen op wat er wel mogelijk is. Kunnen de ondernemers die nu met de handen in het haar zitten wat meer ademruimte krijgen door de lex silencio positivo te gebruiken die in 2009 in de Dienstenwet is geamendeerd? Daarmee zou mogelijk, als er niet op tijd nieuwe vergunningen worden verleend, stilzwijgend de huidige vergunningen kunnen worden uitgesteld voor een heel korte tijd. In die tijd kan worden uitgezocht hoe het nieuwe stelsel kan worden vormgegeven. GroenLinks vraagt de wethouder of dat mogelijk is. Verder vraagt GroenLinks of er indirect kan worden getoetst op lokale gebondenheid. Direct toetsen op lokaal gebonden ondernemers kan niet, maar misschien wel door een voorkeur te geven aan cultureel erfgoed of het verkopen van lokale producten. GroenLinks begrijpt dat de selectie op inhoud lastig is, maar vraagt of het systeem door branchering zo dichtgetimmerd kan worden dat we wel controle houden op het soort ondernemers dat in Utrecht actief is. Wat GroenLinks betreft wordt niet voor een lotingssysteem gegaan, hoewel het college aangeeft dat dat misschien verzachtend werkt. Het is nu duidelijk dat dat niet het geval is.

Juist met selectie kan het kleine beetje controle dat de gemeente heeft in handen worden gehouden. GroenLinks sluit zich verder van harte aan bij het voorstel van D66 voor een taskforce. Dit graag per direct, want zo snel mogelijk duidelijkheid staat voorop. Het is ook niet meer dan logisch want bij schaarse vergunningen moet de stad zich zelf, met experts, uitspreken over hoe die vergunningen verdeeld worden. Het nieuwe systeem moet wat GroenLinks betreft sowieso worden vormgegeven met de standplaatshouders zelf. Over de twee standplaatsen op de Oudegracht verzoekt GroenLinks de wethouder in ieder geval in gesprek te gaan met Venezia en Broodje Ben over hoe nu verder nu die standplaatsen verloren 35

gaan. Hun situatie is een unieke. De wet is de wet, maar GroenLinks stelt voor om zoveel mogelijk de randjes daarvan op te zoeken. Dat is de Utrechtse manier. 5

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de taskforce aan de slag gaat met de oplossingen die de gemeenteraad aandraagt.

10

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat juridische experts binnen een taskforce bij uitstek degenen zijn die kunnen uitzoeken welke juridische mogelijkheden er zijn om de ondernemers toch nog in de stad te houden. Wat GroenLinks betreft moeten daar ook standplaatshouders zelf in zitten zodat zij kunnen meepraten over hoe dat beleid eruit moet zien. Dat moet in ieder geval op basis van selectie zijn, want er wordt nu geproefd dat de raad daar voorstander van is.

15

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt voor om de juristen van de gemeente en die van de standplaatshouders bij elkaar te zetten om er samen uit te komen. Bij de taskforce moet kracht gezet worden zodat er snel gehandeld kan worden en er snel duidelijkheid komt. Dat moet niet een gremium zijn dat maandenlang met elkaar gaat overleggen. Zij vraagt of GroenLinks het daarmee eens is. Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft de indruk dat de VVD precies hetzelfde als GroenLinks voor ogen heeft.

20

De heer Sungur (DENK) heeft GroenLinks gehoord over bepaalde selectiecriteria, maar nog niet over selectiecriteria voor nieuwe ondernemers. Hij vraagt welke ideeën GroenLinks daarover heeft. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat de wet voorkeur geeft aan een eerlijk speelveld voor zowel oude als nieuwe ondernemers. Deze oude ondernemers hebben al een stapje terug. Het lijkt GroenLinks logisch om nu de ondernemers die al heel lang in Utrecht zitten kunnen helpen. Het systeem is al ingericht op dat het juist voor nieuwe ondernemers eerlijk is.

25

30

35

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat als wordt afgestapt van loten en overgegaan op het toepassen van selectiecriteria, waarbij meer aandacht uitgaat naar dingen zoals klandizie en cultureel erfgoed, dan verdwijnt dat eerlijke speelveld enigszins. Hij vraagt GroenLinks hoe in de criteria wordt meegenomen dat nieuwe ondernemers toch nog kans maken om mee te doen. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat dat juist iets is dat zo’n groep juristen zou moeten uitzoeken. Zij vraagt zich af of klandizie een goed uitgangspunt is om mee te nemen in de selectiecriteria, want dat is voor nieuwe ondernemers inderdaad moeilijk aan te tonen. Dus dat is niet eerlijk. Het college noemt ook criteria als duurzaamheid en circulariteit. Dat past volgens GroenLinks bij Utrecht en dat zijn bij uitstek criteria waar iedereen evengoed aanspraak op kan maken. De heer Peters (D66) vraagt of de nieuwe standplaatshouders op de nieuwe standplaatsen zouden moeten komen, waarmee meteen een antwoord op de selectiecriteria wordt gegeven. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat dat kan, maar vraagt zich tegelijkertijd af of dat werkbaar is. Ze schuift de vraag door naar de wethouder. De voorzitter geeft het woord aan Volt.

40

De heer Stam (Volt) geeft aan dat hij vorige week op de informatieavond was. Die vond hij erg indringend. De gemeente heeft vorige week echt gefaald om haar menselijke kant te laten zien. Hier is beleid gemaakt over de stad zonder beleid te maken met de stad. Het voorbeeld van Venezia was het meest schrijnend, want zij hoorden over een individueel besluit tegelijk met de mensen in de zaal. Dat moet beter.

45

De heer Bosch (PVV) vraagt of het opleggen van de regels over de stad in plaats van met de stad niet juist een gevolg is van waar Volt zo dol op is: de Europese Unie. 36

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Stam (Volt) antwoordt dat het college meteen in gesprek had moeten gaan met de standplaatshouders. Dat is wat Volt bedoelt met beleid maken met de stad. Zij hoopten dat vorige week een gesprek met de standplaatshouders zou plaatsvinden over de vraag hoe om te gaan met de regels die op hen afkomen, en over de belangen en wensen van de standplaatshouders. In plaats daarvan werd er alleen gezonden. Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat er vier dingen moeten gebeuren in deze situatie: selectie, branchering, een vergunningsduur van twaalf jaar en een overgangsregeling. Dat betekent dat Volt zich grotendeels kan aansluiten bij de brief van de branchevereniging, waarin duidelijk staat dat loting geen goede verdelingsmethode is. Loting leidt tot willekeur e n is onrechtvaardig naar de standplaatshouders die hun levensonderhoud moeten laten afhangen van kop of munt. Volt vindt dat principieel onverteerbaar en stelt voor om daar niet mee in te stemmen. Volt steunt de motie van het CDA direct. Recent zijn er vergunningen verleend voor nieuwe foodtrucks op de Uithof. Die gaan in per 1 april en zijn het resultaat van stemming onder personeel en studenten van de universiteit en hogeschool. Volt vraagt zich af waarom dat op die manier mocht.

Golden daarvoor andere regels, waarom werd daarvoor niet geloot en waarom gelden de regels vanaf 1 januari en niet vanaf 1 april? Wat Volt betreft moeten goede en duidelijke selectiecriteria worden vastgesteld. Andere gemeenten pakken dit aan met een selectiecommissie die aan de hand van een puntensysteem met duidelijke omschrijvingen oordeelt. Daar moet onder andere duurzaamheid in staan, en worden aangevuld met criteria als sociaal ondernemen, het hebben van een goed businessplan, een goede uitstraling en het bieden van een aanbod dat een aanvulling is op wat er verder is in de wijk. Dat zijn objectieve criteria, en de mensen op de tribune zullen duidelijk hard kunnen maken dat ze daar goed op scoren. Het voorkomt tevens dat Jan-met-de-pet zich voor alle vergunningen inschrijft, zodat vergunningen kunnen worden doorverkocht. Dat is een risico op misbruik dat voorkomen moet worden. Branchering is ook belangrijk. Twaalf patatkramen aan de Oudegracht is niet wenselijk. Dat kan goed worden onderbouwd met redenen van algemeen belang. Het is opmerkelijk dat dat niet nu al in het voorstel zit. Ten derde stelt Volt een langere terugverdientermijn voor. Het eigen onderzoek waar de gemeente zich op baseert zegt dat een terugverdientermijn tot twaalf jaar nodig is.

Waarom wordt dan gekozen voor tien jaar? Bovendien zijn deze cijfers gebaseerd op de situatie voor de coronacrisis en zijn de inkomsten tegenwoordig teruggelopen. Volt vraagt de wethouder of dat klopt en of zij ook denkt dat in de huidige economische situatie een langere vergunningsduur nodig is voor een reële terugverdientermijn. Over de standplaats van Venezia en Broodje Ben ontbreekt ook voor Volt de onderbouwing. Het is niet duidelijk waarom deze standplaatsen moeten verdwijnen, zeker gezien de grote waarde die zij hebben voor de stad. Volt vraagt de wethouder om een nadere onderbouwing hiervoor. Tenslotte roept Volt het college op om een overgangsregeling aan te bieden. Voor ondernemers in 2013 was het zeker niet duidelijk dat dit stond te gebeuren. Die indruk wordt nu wel gewekt. Tijdens het commissiedebat van tien jaar geleden heeft de wethouder toegezegd iedereen over vijf jaar een brief te sturen met het bericht dat de vergunning zou worden verlengd. Als er toen in die termen werd gesproken, dan kunnen we nu niet pretenderen dat de standplaatshouders er al tien jaar rekening mee hebben kunnen houden. Daarom moet er voor worden gezorgd dat zij nu die overgangstermijn wel krijgen, zeker omdat het de gemeente is die heeft verzuimd zich goed voor te bereiden en meer tijd nodig heeft om tot een goede regeling te komen.

Volt wil deze mensen daar niet de dupe van laten worden. De voorzitter meldt dat het debat nu twee uur gaande is, de oorspronkelijk gereserveerde tijd voor het onderwerp. Het is echter nog lang niet ten einde. Hij stelt daarom voor om enkele minuten te schorsen. - Schorsing De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan Student & Starter.

55

Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat het goed dat zij vandaag bij elkaar zijn om het te hebben over standplaatsen. Ieder heeft de vele mails gezien met verhalen die raken. Naast het zijn van een kraam is een standplaats zoveel meer: al generaties een familiebedrijf, een sociale 37

5

10

15

20

samenkomstplek in de buurt, maar ook het beeld van de stad. Elke Utrechter kent bijvoorbeeld Broodje Ben of Venezia. Tegelijkertijd zit de gemeente vast aan nieuwe Europese wetgeving en dat is een feit dat niet genegeerd kan worden. Student & Starter geeft aan dat hoe erg het ons allemaal raakt en hoe graag we iets anders zouden willen, als gemeenteraad hebben we ons helaas te houden aan deze wetgeving. We zitten voor een groot deel met de handen op de rug. Student & Starter vindt het belangrijk om te kijken wat we wel kunnen doen om ervoor te zorgen dat de situatie voor onze Utrechtse standplaatshouders zoveel mogelijk wordt verzacht. Student & Starter wil ook vandaag met creatieve oplossingen komen, en stelt standplaatsen op het water voor. Daardoor kan een deel van de vergunningen op een andere manier worden uitgegeven. Zo zijn er ook andere creatieve oplossingen denkbaar. Student & Starter vraagt de wethouder of die creatieve oplossingen er zijn en of die ook uitvoerbaar zijn. Daarnaast ziet Student & Starter kansen bij het punt van D66 voor een lobby van alle wethouders richting het rijk. Student & Starter wil zich daarbij aansluiten en is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Het college komt met het voorstel tot loting. Student & Starter heeft voorkeur voor een model op basis van bepaalde selectiecriteria waaronder de sociale functie in de buurt.

Zo kan er toch worden gezorgd voor een plek voor ondernemers die een binding hebben met de stad of die bijdragen aan het bestrijden van eenzaamheid. Student & Starter heeft gekeken naar voorbeelden van andere gemeenten, en zag dat de gemeente Valkenswaard punten geeft voor betrokkenheid bij de gemeente en voor duurzaamheid. Maar ook aspecten als ruimtelijke kwaliteit en aanvullend karakter kunnen ook worden meegenomen. De wethouder wordt verzocht te reflecteren op of dit kan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of Student & Starter het met de VVD eens is dat branchering juist een mooie oplossing kan bieden voor de ondernemers.

25

Mevrouw Kendir (Student & Starter) antwoordt dat VVD en Student & Starter beiden zeggen dat aanvullend karakter een criterium is dat meegenomen kan worden bij de beoordeling. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat een piñata niet in de buurt wordt geleverd, maar dat die niet gewenst is op de plek van een kaasboer. Ze vraagt of Student & Starter dat anders ziet.

30

Mevrouw Kendir (Student & Starter) antwoordt dat ze het hypocriet vindt dat de VVD altijd zo’n voorstander is van vrije marktwerking en het nu lastig vindt dat piñata’s worden aangeboden op een standplaats. Ze is het wel met de VVD eens.

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) laat weten dat de VVD inderdaad voor marktwerking is maar niet als dat ten koste gaat van de ondernemers, die keihard hun best doen en al zoveel jaren hun bijdrage leveren. De VVD is niet voor het bij het grof vuil zetten van mensen en vindt het raar dat dat zo gesuggereerd wordt.

40

Mevrouw Kendir (Student & Starter) is het helemaal eens met de VVD maar de marktwerking heeft ook heel veel schadelijke gevolgen voor het onderwijs, voor de zorg et cetera. Dan is de VVD altijd de partij die zegt dat geprivatiseerd moet worden. In dit geval zegt de VVD opeens dat de marktwerking toch negatieve gevolgen heeft. Dat vindt Student & Starter wel een beetje hypocriet. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat het hier gaat over ondernemers wiens banen op de tocht staan, en niet over marktwerking in het onderwijs en in de zorg.

45

Mevrouw Kendir (Student & Starter) vervolgt haar betoog door aan te geven dat het belangrijk is om eerlijke kansen kunnen realiseren waarbij ook jonge ondernemers de kans krijgen om aan de slag te gaan. Daarom is de toevoeging aan het model dat Student & Starter zojuist voorstelde dat er bij standplaatsen die vrijkomen ongewogen loting plaatsvindt. Daarover wil Student & Starter graag een reactie van de wethouder. De heer Stellinga (CDA) vraagt of Student & Starter het met het CDA eens is dat de juridische mogelijkheden onvoldoende zijn uitgezocht in het beleid zoals dat nu op tafel ligt.

38

Mevrouw Kendir (Student & Starter) is vooral benieuwd naar de reactie van de wethouder op de juridische mogelijkheden en kansen die door de andere partijen zijn genoemd, en of die voldoende zijn onderzocht. 5

De heer Stellinga (CDA) vraagt of Student & Starter het op basis van de stukken die nu op tafel liggen met het CDA eens is dat het onvoldoende is uitgezocht. Mevrouw Kendir (Student & Starter) antwoordt nogmaals dat ze vooral benieuwd is naar de reactie van de wethouder. De voorzitter geeft het woord aan de ChristenUnie.

10

15

20

25

30

35

De heer Compagnie (CU) start met het uitspreken van erkenning van de zorgen die er leven. Als je al jaren met je kar of kraam op dezelfde plek staat, een band hebt opgebouwd met de buurt en de mensen dan is het pijnlijk om te vernemen dat het onzeker is of je je activiteiten daar kunt voortzetten. Voor de CU zijn standplaatshouders van enorme waarde voor de samenleving. Vaak is er binding met de klant, een gezellig sfeer, producten uit eigen land die vaak verser zijn dan in de supermarkt. Allereerst is het belangrijk om meteen kleur te bekennen. De CU geeft een voorkeur aan een selectiesysteem. Ondernemers kunnen wat doen om aan criteria te voldoen, maar loting overkomt je en dat is niet uit te leggen. Daarom kiest de CU voor een selectie via een commissie en criteria via een puntensysteem. Criteria zouden kunnen zijn branchering, grootte van het bedrijf en duurzaam geproduceerde producten. Mocht er daarna nog sprake zijn van een gelijk aantal punten, dan volgt een loting onder de gegadigden. CU vraagt de wethouder hierop te reageren. Hoewel al sinds 2013 bekend was dat de regels zouden kunnen veranderen en de toekomst onzeker was had de communicatie en participatie volgens de CU echt beter gekund. Standplaatshouders geven duidelijk aan niet tijdig te hebben begrepen dat er een nieuw systeem in werking zou treden en welke effecten dit zou hebben.

Ook had de gemeente meer input kunnen ophalen bij de standplaatshouders zelf. Dat is echt een gemiste kans. De CU vraagt hoe het college tegen de communicatie en participatie aankijkt. Er is echter ook iets voor de richtlijnen voor verdeling van ruimte in Utrecht te zeggen, en dat wil de CU vandaag niet ongemoeid laten. Op deze manier krijgen nieuwe ondernemers namelijk ook een kans en hebben standplaatshouders de mogelijkheid tot een van de schaarse plekken op een andere locatie. Het is CU ter ore gekomen dat de interesse, los van de bestaande standplaatshouders, gaat om ongeveer twintig plekken. Als er net zoveel vraag als aanbod zou zijn hoef je minder na te denken over selectie of loting. Er komen op korte termijn tien nieuwe plekken bij. Dat is een goede zaak, zeker gezien de groei van de stad. De CU vraagt het college in hoeverre dat aantal plekken is uit te breiden naar twintig. De heer Stam (Volt) vraagt wat de bron hiervan is. Volgens zijn gegevens zijn er veel meer geïnteresseerden. De heer Compagnie (CU) antwoordt dat hij dat ambtelijk heeft nagevraagd.

40

De heer Stam (Volt) laat weten dat hij de indruk heeft dat de gemeente geen goed zicht heeft op de animo voor de standplaatsen, aangezien er geen aanvragen binnenkomen als er geen plekken te verdelen zijn. Hij vraagt of CU het niet realistischer vindt dat er heel veel aanvragen gaan komen voor de plekken die nu populair zijn. De heer Compagnie (CU) is het met Volt eens dat dit beter onderzocht kan worden. De twintig geïnteresseerden zijn in ieder geval bekend, dus hij stelt voor om het aanbod in ieder geval met twintig plekken uit te breiden.

45

De heer Stam (Volt) vraagt of het CU het niet gevaarlijk vindt om erop te vertrouwen dat met die twintig plekken het probleem zou zijn opgelost. De heer Compagnie (CU) is het met Volt eens dat dat beter onderzocht zou moeten worden. Later kunnen altijd nog meer plekken toegevoegd worden.

39

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat het blijven toevoegen van plekken volgens de VVD niet de oplossing is. Er moet op de eerste plaats worden bekeken hoe de zittende ondernemers kunnen worden beschermd en op de tweede plaats voor de nieuwe ondernemers een manier te vinden om te selecteren of te brancheren. Zij vraagt of de CU het daarmee eens is. 5

10

De heer Compagnie (CU) antwoordt dat het naast elkaar kan bestaan. Er moet goed worden nagedacht over een combinatie van selectie en loting. Daarnaast moeten plekken worden toegevoegd in een groeiende stad. De CU geeft aan dat het niet wijs zou zijn om verschillende criteria te hanteren bij nieuwe en bij bestaande ondernemers. Het is ook niet duidelijk of dat kan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) laat weten dat er niet ongebreideld plekken kunnen toegevoegd. Dat is ook niet goed voor de concurrentiepositie van de ondernemers, als er nog vijf om de hoek staan. Ze vraagt wat de CU daarvan vindt. De heer Compagnie (CU) antwoordt dat hij niet heeft gezegd dat de CU ongebreideld plekken wil toevoegen. Aan de wethouder wordt gevraagd om goed te kijken waar plekken kunnen worden toegevoegd.

15

Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat de CU wil kijken naar wat er wel mogelijk is. Zij hebben nog twee aanvullende vragen: Waarom heeft het college niet gekozen voor twaalf jaar in plaats van een vergunningsduur van tien jaar? En verder staat het raadsvoorstel Standplaatsenbeleid in Q3 op de planning. Wat komt daar anders in te staan dan wat tot nu toe aan informatie is versterkt?

20

De voorzitter geeft aan dat het raadsvoorstel recent naar de raadsleden is verstuurd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat er wat verwarring is omdat er inderdaad een raadsvoorstel is ontvangen, maar in de brief staat dat er in Q3 een raadsvoorstel ontvangen zal worden.

25

30

35

40

45

De voorzitter geeft aan dat de wethouder daar straks op in zal gaan. Hij geeft Stadsbelang Utrecht het woord. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij niet zal meejammeren. Hij geeft aan dat de procedure niet deugt en dat het een puinhoop is. Die puinhoop is het college te verwijten. Loting is willekeur. Gedachtes die door andere partijen, zoals VVD en CDA, zijn geuit zijn op voorhand sympathieker dan willekeur. De Europese dienstenrichtlijn legt echter bepaalde verplichtingen op en de gemeente opdraagt om die uit te voeren. Vanmiddag is men bezig geweest om elkaar te vertellen hoe oneerlijk dat is en zijn er allemaal dingen bedacht om die wetgeving te ontlopen. Dat is niet gelukt, want de discussies gingen over randvoorwaarden en criteria. De normale procedure bij Europese zaken is dat je komt tot een aanbesteding op basis van een bestek en op basis van de voorwaarden die de partijen aangeven. Het grootste probleem is dan hoe de verschillende voorwaarden moeten worden gewaardeerd. Dat gebeurt tegenwoordig veelal via puntenstelsels. Daarvoor is een instantie nodig die op een bepaald moment een weging maakt. Als je niet kunt ontkomen aan het probleem dat we te maken hebben met een Dienstenrichtlijn en de verplichtingen van de gemeente, dan moet je zorgen dat de verplichtingen niet van toepassing zijn voor zover wij die hanteren.

De meest simpele oplossing is het vervangen van het woord ‘publiek’ door ‘privaat’. Volgens Stadsbelang Utrecht zijn de regels op dit moment van toepassing omdat standplaatsen publiek zijn. Het is een kleinigheid om een aparte vennootschap door de gemeente of door meer partijen op te richten die deze locaties in eigendom krijgt en de standplaatsen op deze locaties uitgeeft. De Dienstenrichtlijn is dan niet meer van toepassing, want die geldt alleen voor publieke situaties. Hierdoor zou een heel objectief systeem ontstaan. De heer Stellinga (CDA) vraagt of het de bedoeling is dat de openbare ruimte waar de standplaatsen zich bevinden wordt geprivatiseerd, zodat op die manier ontkomen kan worden aan Europese regels.

40

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat dat een oplossing zou kunnen zijn, maar dat ook andere juridische constructies bedacht kunnen worden waardoor het publieke karakter van de standplaats wordt vertaald naar privaat. 5

De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat dat wel de consequentie heeft dat het privaatrechtelijke eigendom van de gemeente in de openbare ruimte wordt opgegeven. Hij vraagt of dat is wat Stadsbelang Utrecht wil. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat dat niet hoeft als er sprake is van een NV waarvan de gemeente 100% aandeelhouder is.

10

De heer Stellinga (CDA) wijst erop dat het niet zo simpel is, omdat een publieke NV toch moet voldoen aan regels die voor publieke instanties gelden. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat het mogelijk is om elke keer te vertellen dat er nader onderzoek moet komen. Maar dit is de eerste keer vandaag dat er een alternatief wordt geboden dat een mogelijke oplossing is van een probleem waarbij alle partijen gediend zijn. De voorzitter geeft het woord aan Partij voor de Dieren.

15

20

25

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) is van mening dat dit, en ook het vorige college dit onderwerp veel te lang op de plank heeft laten liggen. De standplaatshouders zijn verontwaardigd en de communicatie is slecht en paniekerig is verlopen. Eigenlijk de hele raad spreekt een voorkeur uit voor selectiecriteria in plaats van loting. Als het college eerder had geschakeld dan was die voorkeur duidelijk geweest en had het proces beter ingeregeld kunnen worden. Aan de wethouder wordt gevraagd waarom dit zo lang op de plank is blijven liggen. De Partij voor de Dieren is ook niet voor loting. Het is oneerlijk voor standplaatshouders en hun klanten. Zij vinden ook dat Utrecht de kans moet krijgen om te sturen op wie wat verkoopt. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe kan worden vermeden dat er alleen standplaatshouders met telefoonhoesjes komen als er wordt geloot. Dat wil het college niet, dus dan gaat het college zelf ook al met criteria loten. Loten is wat dat betreft geen goed idee. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat telefoonhoesjes ook met branchering kunnen worden tegengehouden. Ze vraagt wat de Partij voor de Dieren daarvan vindt.

30

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) antwoordt dat branchering hem goed lijkt, en dat dat niet persé de huidige branchering hoeft te zijn. Er kan ook worden gewerkt met nieuw aanbod, dat nog niet bestaat. Er zijn best veel bloemenverkopers en die zijn ook nodig, maar er kunnen ook andere producten worden verkocht. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) concludeert dat ze voor wat dat laatste betreft van mening verschillen, want de VVD ziet waarde in elke standplaatshouder die er nu is. Maar op de plekken die er nu bij komen zou aanbod van iets anders ook kunnen.

35

40

45

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) geeft aan dat zij ook blij zijn met ondernemers die producten verkopen. Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat de Partij voor de Dieren voorstander is van weging met punten voor ondernemers die er nu al zitten. Het college geeft aan dat dat ingewikkeld is. De Partij voor de Dieren zou hier wat meer lef willen hebben en wat meer zoektocht om dit mogelijk te maken. Tegelijkertijd zijn zij ook voorstander van werken met criteria als duurzaamheid, circulariteit en ondernemers die dingen toevoegen aan het bestaande aanbod. Als het gaat over duurzaamheid zou de Partij voor de Dieren dat willen voor de werkwijze en voor de producten die verkocht gaan worden. Impact op het klimaat zien zij graag als selectiecriterium. Andere voorbeelden zij dierenwelzijn. De heer Bosch (PVV) vindt dat de Partij voor de Dieren dan selecteert op wat goed is voor mens of dier. Dat strookt niet helemaal met de vrijheid die eerst wordt omschreven.

41

5

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) antwoordt dat persoonlijke vrijheid ophoudt waar die van een ander beschadigd wordt. De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk om iets te doen tegen overconsumptie en tegen producten die een erg negatieve impact hebben op het klimaat op natuur, op milieu, op dierenwelzijn. Selectiecriteria voor standplaatshouders zouden hier rekening mee moeten houden en standplaatshouders zouden moeten worden geholpen om zo’n overgang te maken. De heer Bosch (PVV) vraagt of de Partij voor de Dieren dit meteen mee wil nemen in de oplossing voor de standplaatshouders die hier nu zitten, of vindt Partij voor de Dieren dat iets voor de lange termijn.

10

15

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) antwoordt dat zij zouden willen dat sturen op duurzaamheid en op klimaatimpact zo snel mogelijk wordt opgenomen. Tegelijk willen zij ook niet dat ondernemers nu massaal moeten stoppen. De Partij voor de Dieren wil ze niet verplichten om bepaalde producten wel of niet te verkopen, maar wel graag een overgang stimuleren. Hij vervolgt zijn betoog met een laatste observatie. Dat Venezia en Broodje Ben hun standplaats zouden verliezen vindt de Partij voor de Dieren zeker jammer voor de ondernemers en hun achterban maar ook wel logisch gezien het feit dat de gemeente stuurt op steeds meer winkels, steeds meer toerisme, steeds meer horeca. Het is gewoon echt heel druk. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij dit beeld deelt en hoe zij dit uitlegt aan deze ondernemers. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht.

20

25

30

35

40

45

De heer Otto (EenUtrecht) geeft aan dat er veel is gezegd en dat EenUtrecht zich bij veel daarvan aansluit. Hij slaat dit plat met de term “loten is klote” en sluit zich aan bij bijna alle partijen door te zeggen dat dat moet worden voorkomen. Gelukkig staat er in het stuk dat mogelijk op termijn wordt gekeken naar selectiecriteria. De heer Otto wil graag een voorbeeld noemen uit zijn eigen leven en vertelt dat hij in 1992 in Utrecht aan de Straatweg is komen wonen. Toen was er een braderie, en die is er nog steeds. In de jaren is die braderie veranderd en dat komt deels doordat de gemeente geen grip heeft op wie daar een kraampje huurt. Als je daar nu rondloopt is er geen cohesie meer, is er geen babbeltje meer met een Utrechtse ondernemer. De verkopers komen uit België, uit Amsterdam, Den Helder of Maastricht. Op geen enkel moment is er het gevoel dat je op een lokale, Utrechtse markt was. Vandaar het stadpunt over loten: als je dat doet weet je zeker dat je een heel aantal ondernemers het einde van hun onderneming injaagt. Voor wat betreft selectiecriteria stelt EenUtrecht voor om een criterium te hanteren voor het aantoonbaar verhogen van de sociale cohesie of verbinding met de wijk waar de standplaatshouder actief is. Dat geldt voor nieuwe ondernemers en voor zittende ondernemers.

De mensen die hier zijn hebben legio voorbeelden van hoe je op een goede manier kunt verbinden met de wijk. Als ondernemer kun je bijdragen aan een buurtfeest, of stageplekken voor jongeren uit de wijk beschikbaar stellen. Daar kan een puntensysteem aan opgehangen worden waarbij zittende ondernemers vanwege hun ervaring misschien een streepje voor hebben. Als een nieuwkomer met een goed verhaal komt kan hij daar toch hoog op scoren. Zo zou ook circulariteit kunnen worden meegenomen. Dat is juist een onderwerp waar je heel creatief in kunt zijn. Het laatste thema is duurzaamheid, waarvoor veel stimuleringsregelingen bestaan. EenUtrecht oppert om de 85 standplaatshouders ieder 5000 euro duurzaamheidssubsidie te geven, dan kost dat 435.000 euro. Dat geld is via stimuleringsregelingen vast te vinden. Er zijn volgens EenUtrecht meerdere criteria die uitgewerkt kunnen worden, waar voorbeelden bij bedacht kunnen worden die voor zittende ondernemers heel gunstig kunnen uitpakken. De heer Peters (D66) hoort EenUtrecht vooral heel veel eisen stellen. Hij geeft aan dat onderkend moet worden dat ondernemers vooral bezig zijn met ondernemen. Hoe rijmt EenUtrecht dat. De heer Otto (EenUtrecht) antwoordt dat het suggesties zijn. Er kunnen meerdere criteria worden verkend en uitgediept. Dat hoeft niet hier en nu te gebeuren.

50

Hij vervolgt zijn betoog met een aantal vragen aan de wethouder. Op de eerste plaats of een half jaar of jaar uitstel mogelijk is, en wat daar de juridische gevolgen van zijn. Verder wil EenUtrecht 42

weten of bewoners kunnen worden meegenomen in het selecteren en beoordelen van de aanvragen. De voorzitter geeft het woord aan DENK. 5

10

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat er al genoeg is gezegd over het proces en de communicatie. Daar sluit DENK zich bij aan. DENK is niet principieel tegen loting of selectiecriteria, maar vindt het wel belangrijk dat het selectiecriteria zijn waarbij ondernemers gelijke kansen hebben. In dat opzicht wil DENK de wethouder vragen waar het verschil zit met het inkoopbeleid, waarbij selectiecriteria worden toegepast bijvoorbeeld op het gebied van social return. De voorzitter meldt dat er veel vragen aan de wethouder zijn gesteld. Dat betekent dat de beantwoording sowieso ook vanavond door zal gaan. Hij stelt voor om vijf minuten te schorsen en vervolgens een aantal thema’s te behandelen. Wethouder Schilderman meldt dat ze een stuk of 90 vragen heeft staan. Ze wil na de schorsing de grootste punten alvast behandelen.

15

Mevrouw Kendir (Student & Starters) geeft aan dat dit wat haar partij betreft akkoord is, en vraagt om duidelijkheid over de rest van de agenda.

20

De voorzitter meldt dat er nog twee debatten staan in het avonddeel: over het Preventie- en handhavingsplan alcohol en over gebeds- en stilteruimtes op scholen. Hiervoor is beide keren 90 minuten gereserveerd. De voorzitter geeft aan dat als het debat over standplaatsen om 21:00 uur klaar is, de andere twee debatten pas om middennacht uur klaar zullen zijn. Hij verwacht niet dat het standplaatsenbeleid om 21:00 uur zal zijn afgerond en stelt voor om nu al te beslissen of dat laatste debat nog doorgaat vandaag. Hij geeft het woord aan DENK als agenderende partij van dat debat.

25

De heer Sungur (DENK) geeft aan dat dat afhangt van de beantwoording van de wethouder. Hij denkt niet dat er doorgeschoven hoeft te worden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) stelt voor om een deel van de beantwoording nu te doen, en de technische beantwoording in een brief aan de raad. De voorzitter stelt voor om dat bij de wethouder te laten.

30

De heer Talhaoui (PvdA) verwacht dat de beantwoording uit al lopen en is voor uitstel en verschuiving naar het eerstvolgende moment. Hij vraagt wanneer dat zal zijn. De voorzitter antwoordt dat dat wordt gecheckt. De heer Stam (Volt) verwacht dat het debat over het alcoholplan korter dan 90 minuten zal duren, en zou de agenda kunnen blijven staan. Hij stelt voor om te proberen om het debat over de gebedsruimtes op de agenda te laten staan.

35

De voorzitter concludeert dat er voor zijn voorstel om dat laatste debat op te schuiven geen meerderheid is in deze commissie. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) steunt het voorstel van de PvdA. De voorzitter vraagt wie er voorstander is van het opschuiven van het laatste debat. Daar zijn 6 partijen voor. Dat betekent dat het op de agenda blijft staan.

40

Mevrouw Kendir (Student & Starter) wijst de voorzitter erop dat niet alle partijen aanwezig zijn. Er moet worden bekeken welke partijen aanwezig zijn, en daarvan moet een meerderheid voor het voorstel zijn.

43

De voorzitter telt nogmaals de stemmen. Er zijn 8 stemmen voor het verschuiven van het laatste debat. Dat is een meerderheid. Dat betekent dat dit debat opschuift naar de eerstvolgende commissievergadering. 5

10

De heer Simsek (DENK) geeft aan dat hij begrijpt dat het agendatechnisch lastig is vandaag. Hij stelt voor om te kijken of het debat over alcoholmisbruik sneller kan zodat het debat over gebedsen stilteruimtes toch vandaag door kan gaan. De voorzitter geeft aan dat de commissie hierover gaat en heeft zich uitgesproken. Het komt op 20 april op de agenda en wordt dan het eerste agendapunt. Hij meldt nogmaals dat agendapunt 10 naar de volgende commissievergadering gaat en schorst de vergadering voor vijf minuten. - Schorsing – De voorzitter hervat de commissievergadering en geeft de wethouder het woord voor de beantwoording van de vragen.

15

20

25

30

35

40

45

50

Wethouder Schilderman richt zich tot de standplaatshouders op de publieke tribune. Ze zegt dat deze ondernemers vaak al jaren de stad kleuren, soms al meerdere generaties. Dat wordt teruggezien door hun betrokkenheid en door petities waarin duidelijk wordt hoe erg zij gewaardeerd worden. Zij zijn nu in een heel onzekere situatie terecht gekomen. Totdat er zekerheid geboden kan worden moet het proces worden afgelopen. De wethouder heeft een groot aantal standplaatshouders afgelopen donderdag gesproken, en daarin het onbegrip en de frustratie gehoord en gevoeld. Het is een moeilijke situatie want niemand hier ziet hen graag verdwijnen, ook de wethouder niet. Zij vindt het moeilijk om terug te kijken op een proces waarin de gemeente een heleboel dingen beter had kunnen doen. Ten eerste had de gemeente veel eerder moeten starten met de voorbereiding van dit nieuwe beleid. Het werd in de afgelopen tijd steeds duidelijker welke beperkingen de wet stelt. Dit heeft veel meer tijd gekost dan verwacht. Dat draagt bij aan de onzekerheden die de standplaatshouders nu ervaren. Volgens de wethouder had dit echt anders gemoeten. Ten tweede had er in de communicatie een aantal dingen beter gekund naar de standplaatshouders toe. Met name de twee ondernemers wiens standplaats straks verplaatst moet worden. Dat zij dat moesten horen op de informatiebijeenkomst was echt verkeerd.

Daarvoor biedt de wethouder opnieuw haar excuses aan. De wethouder komt op de inhoud van het beleid. De onzekere situatie kan zij niet wegnemen. De gemeente is gehouden aan de regels die voorschrijven dat de gemeente gelijke kansen moet bieden aan alle, dus ook nieuwe geïnteresseerde, ondernemers. De wethouder ziet wat er op het spel staat voor de huidige ondernemers, en dat heeft haar zeer geraakt. Zij hoopt van harte dat zij een nieuwe plek vinden in de stad. Daarom probeert zij zich in te zetten voor een zo eerlijk mogelijke verdeling. Vervolgens geeft de wethouder aan hoe het proces vanaf 2013 is verlopen. Voor 2013 werden standplaatsvergunningen meestal voor drie jaar verleend, en vervolgens steeds verlengd. In 2013 heeft de gemeenteraad besloten om dat beleid aan te passen. Destijds is er uitgebreid gedebatteerd en is er in meerdere informatiebijeenkomsten met ondernemers gesproken, ook over de noodzaak om iedere gegadigde een gelijke kans te bieden en de gevolgen voor zittende standplaatshouders. Toen is besloten tot die ruime overgangsregeling van tien jaar. Daarna zou er overgegaan worden op een nieuwe gunning. Daarover hebben de standplaatshouders in 2013 bericht ontvangen, waarop zij hebben gereageerd. In het bericht stond dat er na afloop van de contractduur niet automatisch recht zou zijn op verlenging.

Ook bij tussentijdse verlenging en bij het overschrijven van een vergunning is steeds aangegeven dat de vergunning zou lopen tot 1 januari 2024. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder zich ervan bewust is dat er ondernemers aanwezig zijn die ook in 2013 aanwezig waren. Dan weet zij namelijk ook dat er geen enkele keer naar de Dienstenrichtlijn verwezen is, alleen maar naar een makkelijker administratie en meer zekerheid voor de standplaatshouders. De wethouder antwoordt dat ze zich daarvan bewust is, en dat ze velen van hen vorige week heeft gesproken. Ze heeft ook gesproken met de ambtenaren die dit in 2013 hebben gedaan. De Dienstenrichtlijn bestond toen al wel, maar de uitspraak uit 2016 had toen nog niet 44

plaatsgevonden. Toen is wel afgesproken dat er een vergunning gemaakt zou worden voor expliciet tien jaar of twee keer vijf jaar. Dat heeft ook in de stukken gestaan. De gemeente had dit in de afgelopen jaren steeds opnieuw moeten communiceren. Dat was wellicht beter geweest. 5

10

Zij vervolgt haar beantwoording door aan te geven dat in mei vorig jaar is gestart met de voorbereiding van dit nieuwe gunningsbeleid met de intentie om zo min mogelijk te veranderen aan de bestaande situatie. De gemeente wilde zo min mogelijk van de huidige standplaatsen opheffen en zo min mogelijk extra regels opleggen, met het doel om de bestaande ondernemers zoveel mogelijk positie te geven. Helaas is lopende het proces steeds duidelijker geworden dat er geen mogelijkheden zijn om de zittende ondernemers daarin voorrang te geven. Uitgebreid onderzoek heeft bevestigd dat die optie er ook niet is voor zittende of lokaal gebonden ondernemers. Daarmee kan de gemeente niet anders dan alle standplaatsen opnieuw vergunnen en ook openstellen voor nieuwe toetreders. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meldt dat ze het onderzoeksrapport van vorig jaar graag zou ontvangen.

15

De wethouder geeft aan dat de resultaten van het onderzoek zijn terug te lezen in de raadsbrief, in het voorstel tot wijziging van de APV en in de juridische second opinion die bij de stukken zat. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder de brief van 8 maart bedoelt. De wethouder antwoordt dat dat een van de drie stukken is waar ze net naar verwees. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wil graag een kopie ontvangen van de brief van de advocaat.

20

De wethouder antwoordt dat dat aan de raadsleden gestuurd zal worden, hoewel de inhoud ervan al is verstrekt. De heer Stam (Volt) ziet in de stukken dat de toenmalige wethouder in 2013 de toezegging deed dat de vergunningen na vijf jaar verlengd zouden worden. Hij vraagt hoe die toezegging tot stand is gekomen als het proces is gegaan zoals de wethouder zegt.

25

30

35

40

De wethouder antwoordt dat het college destijds een voorstel deed om dat voor tien jaar te doen. Vanuit de raad is daar de optie van vijf jaar plus eenmalige verlenging van vijf jaar aan toegevoegd. Dat zijn de twee opties die toen aan de ondernemers geboden zijn. Zij vervolgt haar beantwoording door aan te geven dat in oktober is gestart met het informeren van de ondernemers over de nieuwe gunningsperiode en is aangegeven dat zij in het eerste kwartaal opnieuw zouden worden geïnformeerd. Die bijeenkomst is vorige week geweest. En nu wordt met de raad besproken hoe er zo snel mogelijk kan worden gestart met het geven van duidelijkheid aan de bestaande en eventueel geïnteresseerde nieuwe ondernemers. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat de VVD met een aantal andere partijen dit debat al had aangevraagd. Ze vraagt hoe het college de informatiebijeenkomst één week voor dit debat rijmt, waarin loten bijna als een feit gepresenteerd werd. De wethouder antwoordt dat in oktober is toegezegd dat deze informatiebijeenkomst zou plaatsvinden en dat met de ondernemers zou worden gesproken.

De reden dat deze bijeenkomst voor dit debat heeft plaatsgevonden is dat het college het van belang vond om de zittende ondernemers te spreken over dit onderwerp en hen te informeren voordat de raad hier richting op zou geven zodat zij zich daarover een mening kunnen vormen en de raad daarover kon informeren. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt keuze voor de datum, één week voor het debat, wel opvallend. Het college heeft de raad toen geen ruimte gegeven om erover te praten. Zoals het college kan zien heeft de raad een heel ander beeld over loting en een selectiemechanisme.

45

De wethouder constateert dit ook. Het was beter gewest als hier veel eerder zou zijn gestart, dan had dit gesprek beter gevoerd kunnen worden. 45

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt waarom er ook nog eens een raadsvoorstel overheen komt. Een voorstel dat gebaseerd zou moeten zijn op het gesprek dat uit dit debat komt.

5

De wethouder antwoordt dat dat voorstel al langer in voorbereiding was, ook voordat het debat was aangevraagd. Op he moment dat het voorstel door het college niet zou worden aangeboden kan de raad allereerst niet besluiten over dat voorstel, maar zou het proces ook nog langer duren. De heer Bosch (PVV) vraagt of het gesprek waar de wethouder op doelt de informatieavond van vorige week was, waarin de mensen nauwelijks iets mochten zeggen.

10

De wethouder antwoordt dat zij constateert dat die avond niet goed is verlopen. Er is geprobeerd om enerzijds informatie te geven en anderzijds het gesprek aan te gaan. De uitwerking is niet voldoende geweest. Dat heeft zij teruggekregen van meerdere standplaatshouders die daar waren. De heer Bosch (PVV) vraagt of de wethouder toezegt dat gesprek alsnog goed gevoerd gaat worden.

15

20

25

30

35

40

De wethouder antwoordt dat ze graag ingaat op de inhoud. Ze heeft eerder al aangegeven dat dit niet de laatste avond was met standplaatsondernemers. Zij vervolgt haar beantwoording door aan te geven dat er geen ruimte is voor een overgangstermijn. In de besluitvorming van tien jaar geleden is expliciet gesproken over een overgangsperiode. Dat staat ook in iedere brief die daar over gaat. Dat heeft ook te maken met de wetgeving, die aangeeft dat schaarse vergunningen na afloop van de looptijd opnieuw verdeeld moeten worden. Dan moeten ook nieuwkomers de gelegenheid krijgen om mee te dingen. Die verplichting tot openstelling kan alleen beperkt worden door een wettelijk voorschrift dat die ruimt geeft. In 2013 was duidelijk welke sectoren onder de Dienstenrichtlijn zouden gaan vallen, en daar verandert dit niks aan. Het juridisch advies hierover is ook helder. Over branchering geeft de wethouder aan dat vooral is gezegd dat het college alleen naar onmogelijkheden heeft gekeken. Dat wil de wethouder bestrijden. In het advies van VBK worden vragen hierover beantwoord. Wat branchering betreft geldt dat het moet voldoen aan drie beginselen: non-discriminatie, evenredigheid en dat branchering alleen kan bij dringende redenen van economisch belang. De gemeente mag niet vooraf economisch ordenen. Dat betekent dat er gelijke kansen moeten zijn, ook in gevallen van branchering.

Er is een mogelijkheid om een maximum te bepalen voor de gehele stad op basis van diversiteit van aanbod, bijvoorbeeld maximaal zoveel vishandels of zoveel bloemenzaken. De vraag is of we daar wat aan hebben. Het college ziet ook mogelijkheden in het kijken naar diversiteit van aanbod binnen een kleiner gebied. Dus bij een winkelcentrum kan er worden bekeken of er niet drie dezelfde winkels naast elkaar komen. Dat zijn de mogelijkheden die branchering biedt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is van mening dat branchering nog wat toegespitster kan. Zij verwijst naar het eerder gegeven voorbeeld van de bloemenkraam naast de begraafplaats. De wethouder antwoordt dat ze wil aangeven dat de mogelijkheden hiervoor beperkt zijn. Zo’n branchering moet ook heel specifiek worden onderbouwd voor de bepaalde plaats. Dus een kaart over de hele stad heen leggen en zeggen: “hier zat een kaasboer en we brancheren het zo dat er alleen een kaasboer terug kan komen” mag niet. De wethouder wil wel onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een dwingend verbod op een feestkraam voor de begraafplaats. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat verschillende juristen dus een verschillend verhaal hebben. In Appingedam kan brancheren wel degelijk, en ook op microniveau, omdat het ging over het economisch belang. Zij roept de wethouder op om dit verder te onderzoeken.

45

50

De wethouder gaat verder met haar beantwoording door te wijzen op het feit dat selectie door de raad van meerdere kanten is aangedragen als mogelijkheid, en daarbij zijn meerdere criteria genoemd. Sommigen zijn mogelijk, en sommigen niet. Daar heeft het college eerder extern advies over in gewonnen. Hierbij spelen belangrijke criteria: non-discriminatie en het selectiecriterium moet onderbouwd zijn op basis van dwingende redenen van economisch belang. Wat een dwingende reden van economisch belang is, dat is beperkt. Deze bieden heel weinig ruimte om 46

5

10

15

20

25

zittende ondernemers te bevoordelen. De gemeente mag niet economisch ordenen en de Dienstenrichtlijn is expliciet bedoeld om een gelijk speelveld te creëren tussen zittende en nieuwe ondernemers. Redenen van algemeen belang zijn bijvoorbeeld openbare orde, openbare veiligheid, staatsveiligheid, volksgezondheid, handhaving van financieel evenwicht van het sociaal zekeringsstelsel. De wethouder geeft aan dat ze deze op schrift terug zal laten komen. Verder gaat ze in op zaken die vanuit de raad zijn aangegeven en waarvan het college, op basis van juridische adviezen, kan aangeven dat ze niet kunnen. Bijvoorbeeld lokale ondernemers uit Utrecht voorrang geven. Dat gaat in tegen de non-discriminatieregel. Lokale binding gaat tegen het gelijke speelveld in dat de Dienstenrichtlijn voorstaat. En ook het klantenbestand gaat tegen het gelijke speelveld in. Er zijn andere criteria die wel zouden kunnen. Selectie is een instrument dat wel extra lasten oplegt aan de ondernemers. Er zij drie soorten criteria: criteria die wettelijk echt niet kunnen omdat ze economisch ordenen, criteria die wel kunnen op basis van de APV en huidig beleid, hoewel die beperkt zijn. Die hebben bijvoorbeeld betrekking op veiligheid en welstand. En dat zijn er criteria die niet discriminerend zijn en verankerd in het gemeentelijk beleid. Dat zijn boorbeeld criteria op het gebied van duurzaamheid.

De wethouder geeft aan dat ze hier veel over heeft gehoord en aan de vragen die de raad stelde bemerkte dat er onvoldoende zicht is op wat er wel en niet kan. Ze stelt voor om een brief te sturen wat een uitwerking is van een gesprek met branchevereniging CVAH, een externe jurist en juristen van de gemeente, en daarin van zoveel mogelijk criteria aangeven wat juridisch mogelijk is. De wethouder geeft aan dat daar in eerste instantie niet voor is gekozen omdat die criteria in geen geval een voordeel kunnen geven aan zittende ondernemers. Er zijn wel criteria waarop gescoord kan worden, maar daar zullen niet alle zittende ondernemers in dezelfde mate voordeel van hebben. Daardoor ontstaat onderscheid, nog los van de vraag of de criteria wel zullen opleveren wat de raad wil. Om zoveel mogelijk hetzelfde te houden in een tijd waarin zoveel verandert voor standplaatsondernemers, is het college tot loting gekomen. De heer Stellinga (CDA) betreurt dat de informatie die de wethouder geeft niet in de stukken zat. Hij vraagt de wethouder daarop te reflecteren en geeft tegelijk aan dat hij de raadsbrief die de wethouder toezegt met belangstelling tegemoet ziet.

30

De wethouder betreurt ook dat dat onvoldoende duidelijk is geweest. Zij bevestigt dat de informatie duidelijk in de brief zal worden beschreven die aan de raad zal worden gestuurd. De voorzitter vraagt wanneer de commissie deze brief kan verwachten. De wethouder zegt toe dat de brief voor de volgende commissievergadering gestuurd zal worden. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat dat dus niet voor een technische sessie of RIB zal zijn.

35

De voorzitter geeft aan dat dat na de pauze besproken zal worden. Hij vraagt of de commissie om 19:30 uur of om 20:00 uur wil starten. De heer Sungur (DENK) geeft aan dat 19:30 uur het voor de mensen die vasten erg ingewikkeld zou kunnen maken. De voorzitter vindt dit een goed punt en schorst de vergadering tot 20:00 uur.

40

47

Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5

10

15

20

25

Datum Locatie Verslag door

23 maart 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter Rick van der Zweth, wethouder Eelco Eerenberg, wethouder Susanne Schilderman de leden Mariam Al-Saqaff (VVD), Hester Assen (PvdA), Gineke Barelds (CDA), Derk van Bergen (ChristenUnie), David Bosch (PVV), Tijmen Compagnie (ChristenUnie), Mahaar Fattal (GroenLinks), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), Maarten van Heuven (Partij voor de Dieren), Esma Kendir (Student & Starter), Chris Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Juriaan Otto (EenUtrecht), Ralph Peters (D66), Margreet Ramaker (VVD), Anton Stam (Volt), Hessel Stellinga (CDA), Nadia Stylianou (D66), Mahmut Sungur (DENK), Mohamed Talhaoui (PvdA), Louise de Vries (Partij voor de Dieren), de commissiegriffier Willemien Kok

Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 8 Vervolg Debat Standplaatsenbeleid .............................................................................................48 Lijst met toezeggingen.................................................................................................................58 9 Raadsvoorstel Preventie- en handhavingsplan alcohol 2023-2027 .............................................61 9.1 Landelijke stukken .................................................................................................................61 9.2 Raadsbrief Herziening alcoholverbodsgebieden ...................................................................61 9.3 Raadsbrief stadsgesprek Alcohol en Drugs ..........................................................................61 Lijst met toezeggingen.................................................................................................................71

30

8 Vervolg Debat Standplaatsenbeleid De voorzitter heropent de vergadering en gaat verder met het debat over standplaatsen. Mevrouw Assen (PvdA) vermoedt dat er tijd moet worden overgehouden voor het debat dat doorgeschoven is.

48

De voorzitter bevestigt dat de tijd beschikbaar is voor het debat over standplaatsen en over alcoholbeleid, maar ook over bidplaatsen op scholen. Hij verzoekt de raad om daar rekening mee te houden. 5

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de wethouder in kan gaan op het vraagstuk dat ze met juristen, de standplaatshouders, de advocaten die advies hebben uitgebracht en haar eigen juristen om tafel kan gaan zitten. Wethouder Schilderman bevestigt dat ze in die drie-eenheid met hen om tafel gaan en met hen die mogelijke criteria zullen nalopen om te bekijken wat er kan en wat er wenselijk is. Daarover zal zij de raad informeren.

10

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) verzoekt om het gesprek breder te trekken dan alleen de criteria. De wethouder zegt dat het gesprek ook zal gaan over branchering en een selectiecommissie. Ze komt daar later op terug. De heer Peters (D66) vraagt hoe zich dat verhoudt tot de taskforce waarnaar hij heeft gevraagd. De voorzitter geeft aan dat dat in de beantwoording aan bod zal komen.

15

20

25

30

35

De wethouder gaat verder met haar beantwoording van de vragen. Als eerste gaat zij in op de vraag waarom het college loting heeft voorgesteld. Het is duidelijk, het is eenvoudig, transparant en het biedt aan iedereen een gelijke kans. Een selectie op basis van criteria als alternatief is gebonden aan regels, en niet alle criteria zijn toegestaan. In de toekomst wil de gemeente kijken of er meer aan criteria gedaan zou kunnen worden. Volgens het college is dat nu een te grote wijziging voor de standplaatshouders voor wie er nu al zoveel verandert. Bij criteria moet er gescoord worden op punten waar tot op heden nooit op gescoord is. Daarnaast is het binnen criteria niet mogelijk om een voordeel te geven aan zittende ondernemers. Die groep als geheel kan ook van criteria geen voordeel hebben. Er is ook naar andere systemen gekeken, veilen of volgorde van binnenkomst bijvoorbeeld. Bij veilen wordt gekozen voor degene die het meest betaald. Daar kiest het college niet voor omdat ze ook kleine ondernemers een kans willen geven. Omdat alle vergunningen tegelijkertijd aflopen wordt volgorde van binnenkomst een soort race van wie de snelste internetverbinding heeft. Dat leek het college ook geen goed idee. Daarom heeft het college voor loten gekozen, omdat het voor de zittende ondernemers de meeste kansen biedt in een situatie waarin er al zoveel verandert.

Het hanteren van criteria zal in elk geval niet leiden tot voordeel van alle zittende ondernemers. Er zijn wel criteria te bedenken die waar sommige ondernemers een punt op voor zouden kunnen hebben. Daarbij is het belangrijk dat die wettelijk mogelijk is, dat die een basis in het lokale beleid heeft en dat die vastgesteld en getoetst wordt. Bij criteria geldt dat degene met de meeste punten de plek krijgt. Als een ondernemer goed scoort op bepaalde punten is het niet zeker dat hij de plaats krijgt, dat is alleen het geval als hij de meeste punten heeft. In deze combinatie is het college gegaan voor loten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe loten transparant kan zijn. De standplaatshouders hebben zelf namelijk geen inzicht in wie zich op welke plek inschrijft. De wethouder antwoordt dat zij een openbare loting door een notaris voor zich ziet, waarin het ook duidelijk is wie op welke plaats inschrijft.

40

De heer Peters (D66) vraagt of het wettelijk mogelijk is dat een standplaatshouder zijn vergunning doorverkoopt. De wethouder antwoordt dat een standplaatsvergunning persoonlijk is, dus doorverkoop is niet mogelijk.

45

Zij gaat verder met de beantwoording van de vragen. Ze geeft aan dat er veel vragen over branchering zijn gesteld, en stelt voor om daar in de brief verder op terug te komen. De raad heeft al kunnen lezen welk onderzoek hiernaar al is gedaan. VBK heeft hierover aangegeven dat branchering mogelijk is, maar wettelijk stevig beperkt. Het moet worden onderbouwd op basis van een discriminatieverbod en een dwingende reden van algemeen belang. Dit algemeen belang is in 49

de Dienstenrichtlijn niet gedefinieerd als een privaat, specifiek belang van ondernemers. De wethouder geeft aan te willen zoeken naar mogelijkheden en zal daar op terug komen, maar de realiteit is dat de onmogelijkheden van brancheren expliciet gemaakt zijn om een gelijk speelveld te creëren. 5

De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder haar best gaat doen om branchering toe te voegen aan het beleid dat wordt voorgesteld. De wethouder antwoordt dat ze heeft laten weten wat het advies is dat het college heeft ontvangen en wat de beperkingen van branchering zijn. Verder heeft ze aangegeven dat ze hier op terugkomt.

10

15

20

Ze gaat verder met de beantwoording van de vragen door aan te geven dat het college wel enige mogelijkheden voor branchering ziet. Er kan waarschijnlijk wel worden voorkomen dat er drie kaasboeren naast elkaar komen te zitten. Dit zou onderbouwd kunnen worden als een belang van een gevarieerd aanbod. Wellicht is er een mogelijkheid om te kijken naar een maximum voor een bepaalde soort vergunning, maar dat zal dan ook onderbouwd moeten worden. Tegelijkertijd vraagt de wethouder zich af of een stedelijk maximum aan een specifieke branche de zittende ondernemers zal helpen. De wil dit wel meenemen in de brief zodat dat duidelijk is waar de grens ligt tussen de regeling die wel meegenomen kan worden en wanneer dit echt onmogelijk is. De mogelijkheid om voor een specifieke plek te bepalen dat er een kaasboer moet komen is vanuit algemeen belang heel lastig te onderbouwen. Het is niet uit te leggen in het kader van een gevarieerd aanbod. De heer Peters (D66) vraagt of de wethouder het niet gek vindt dat een stad als Utrecht, met wijken die zo groot zijn als een dorp, en een dorp zich aan hetzelfde maximum moeten houden. De wethouder kan zich voorstellen dat er geen ruimte is voor een verschil tussen een grote en een kleine plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b79f5150-3edf-47c0-9276-29c50fc79962