Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 30 mei 2024
Tekst van het document
Er zullen ruimtelijke plannen gemaakt blijven worden. Waar deze medewerkers gaan werken, heeft geen financiële repercussies. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat er een teneur is om projecten sneller af te handelen en daarbij zo min mogelijk last hebben van invloeden van buiten en van mensen die meedenken. Hij benadrukt en herhaalt dat er een tendens is naar meer peilen. Dat zit ook in deze nota. Hij vraagt of de heer Van der Zweth erkent dat dit risico er is. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt ontkennend. Hij herhaalt zijn inbreng over het naar buiten toe bewegen. Dat hoeft niet duurder te zijn. Dat hoeft ook niet langer te duren. Wanneer dit goed gedaan wordt, zit de medewerker in de haarvaten van de wijk en kan het die medewerker winst opleveren. Die hele mentaliteit moet anders. Hij zegt: “gewoon doen”. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt met de heer Van der Zweth dat wanneer dit goed gedaan wordt het ook geld kan opleveren. Hij deelt niet de perceptie als zou dit gaan gebeuren. De heer Van der Zweth (PvdA) hoopt dat de wethouder iets kan zeggen over de Tekentafel in de Wijk en misschien ook iets over collega’s van Ruimte één dag in de week op een andere plek late werken, niet thuis. Met betrekking tot het adviesrecht voor de wijkplatforms, merkt de heer Van der Zweth op dat de wijkplatforms er nu komen. Hij dankt de wethouder voor het uitwerken van de motie.
Dit valt of staat altijd met inhoudelijk reageren wanneer ze eenmaal advies uitbrengen. Met betrekking tot de buurtbudgetten verwacht de PvdA snel de nieuwe stappen: uitbreiden, maak het onderdeel van de Buurtagenda, ga het doen, gebruik het Keuzekompas. Geef de bewoners de budgetten en help ze met de ondersteuning. Hij roept andermaal ertoe op het te gaan doen. Zijn fractie presenteerde ooit het Participatieplan waarin ook heel veel van dit soort zaken stonden. Die vindt zijn fractie belangrijk. Hij ziet dat het college dat ook op die manier doet. Daarmee is hij heel blij. Zijn fractie vond de vorige nota’s goed. De huidige is ook goed. Hij vraagt de wethouder de raad op de hoogte te houden. Pagina 35 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1710
De heer Snijder (Student & Starter) refereert aan de inbreng van de heer Dijkstra zojuist. Juist om het zo toegankelijk en zo laagdrempelig mogelijk te maken wordt ingezet op digitale middelen. Dat gaat straks niet meer door. Hij vraagt of hij moet concluderen dat de PvdA het niet erg vindt om te bezuinigen op participatie. De heer Van der Zweth (PvdA) voerde geen bezuinigingsdebat. Op heel veel plekken moet bezuinigd worden waar hij dat niet wil. Zijn boodschap is dat heel veel in de manier van werken niets te maken heeft met de budgetten. Hij vindt dat de raad zich daardoor niet hoeft te laten beperken. Hij is ervan overtuigd dat de goede bewegingen die ingezet zijn niet hoeven te worden stopgezet omdat er bezuinigd moet worden. Het spijt hem dat het gaat om minder financiële middelen. De voorzitter neemt ervan kennis dat er geen fracties meer zijn die inbreng willen hebben. Hij schorst de vergadering voor 10 minuten ten behoeve van de voorbereiding van de beantwoording en heropent de vergadering.
1720
1730
1740
1750
De beantwoording Wethouder Oosters dankt de commissie voor de grote betrokkenheid bij deze nota en de waardering voor het werk. Zij hoorde veel suggesties van de raadsleden. Zij vindt het van belang dat dit stuk door de raad gedragen wordt en de acties in de nota ondersteund worden. Zij hecht groot belang bij de onderstreping van deze nota door de raad. Zij beantwoordt drie vragen in haar algemene inleiding. Daarna zal ze ingaan op de leidende principes, het Kompas voor zeggenschap, het stroomschema, de relatie met het UPG, de rol van de raad en de controle op de vorm van participatie, de meetbaarheid en indicatoren, de positionering van Samen Stad Maken, Financiën en overige vragen. Zij beantwoordt enkele algemene vragen. Waarom ligt hier de nota voor? Zij vindt het belangrijk het verschil te herkennen waar gekozen is voor het principe “verbeter de wereld en begin bij jezelf”. Wat kunnen de bestuurders zelf doen aan hun houding en gedrag om de samenwerking met stad te verbeteren? In dit opzicht is er een cruciaal verschil met vorige nota's. Het is belangrijk dat te erkennen. Juist doordat het Kompas er is, is het mogelijk nog meer duidelijkheid te geven aan de voorkant. Dat was nodig om de stap te zetten in de feedback die het college ook kreeg van de Rekenkamer.
Bij het begin van het maken van dit stukje beleid is gekeken naar waaraan bewoners echt behoefte hebben als het gaat om de samenwerking met de gemeente. Daar is het college ook echt begonnen; van buiten af. Daaruit bleek dat houding en gedrag hierin een grote rol spelen. Daarom de volgorde de nota, te beginnen met die leidende principes. EenUtrecht mist ook een principe: erken op een aantal vlakken dat Utrecht eigenaar is. Dat is precies waarom het college gegaan is voor de verschillende vormen in het Kompas en dus niet alleen voor overheids- of burgerparticipatie; Utrecht weer aan Zet is precies het voorstel van de heer Dijkstra. Dat wordt onderstreept door het principe van het vertrouwen geven aan bewoners en vice versa. De wethouder benadrukt dat de groepen niet veranderd zijn sinds de vorige nota's. Op bepaalde groepen zit nog steeds dezelfde focus. Het is goed om dat expliciet te noemen in dit debat. Het staat nu in het verslag. Student & Starter refereerde aan jonge bewoners; in de nota is aandacht geschonken aan jongeren onder de 18 jaar omdat zij nog geen formeel stemrecht hebben, maar veel besluiten zijn wel van belang voor hun toekomst. De wethouder Pagina 36 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1760
1770
1780
1790
geeft hiervan voorbeelden: het college wil jongeren betrekken bij de verbetering van online participatie tussen 2024/2025. Het burgerberaad is gedaan vanaf 14 jaar om hen meer inspraak te geven. De aandacht die gaat naar jongeren bij het Initiatievenfonds en het bekendmaken daarvan. Dit zijn voorbeelden waarmee het college aan de slag is om de positie te verbeteren. De heer Van Vliet (D66) merkt op dat de stem van de ongehoorde verder kan gaan dan de bewoner. Hij vraagt of de wethouder dat ook zo ziet. Wethouder Oosters antwoordt dat ze dat volledig onderstreept. Zij merkt op dat dit een van de belangrijkste doelen is in deze nota, namelijk een breder geluid ophalen dan dat het college tot nu toe heeft gedaan: meer de gebruikers horen dan alleen de bewoners. Onder de gebruiker verstaat zij ook de woningzoekenden. De heer Dekkers (GroenLinks) refereert aan de opmerking van de heer Van der Zweth ervoor te waken dat ieder zijn eigen groepje gaat benoemen. Hij vindt het antwoord van de wethouder onbevredigend dat het goed gehoord is en dat het nu in de notulen staat. Hij vraagt dit beter in de nota te verwerken; de andere nota's worden ingetrokken. Wethouder Oosters antwoordt dat het een goed initiatief zou kunnen zijn van de raad, te verwoorden hoe de raad dit verwoord wil hebben in de nota. Zij staat daarvoor open.
De VVD had een belangrijke vraag over de leidende principes, namelijk of het ongemakkelijk is dat ook de raad hierin genoemd wordt en welke rol de raad heeft bij de leidende principes van houding en gedrag. De wethouder bevestigt dat het college daarover heeft getwijfeld. Het gaat om de kaders die de raad stelt; dan is het ook belangrijk te horen van de raad, hoe de raad kijkt naar zijn rol binnen participatie en dus ook de raad te noemen in deze nota. Zij bevestigt dat de rol van de raad een andere is dan die van het college, maar de principes van houding en gedrag zijn vergelijkbaar. Zij hoorde dat terugkomen in de woorden van de heer Dekkers over het advies dat geschreven wordt met de Adviescommissie Participatie. Wanneer de raad daar anders in zit is de wethouder de laatste om te zeggen dat de raad daar geen gelijk in heeft; zij adviseert de raad goed te kijken naar hoe dit is verwoord in de nota en hoe de raad dat anders wil zien. Veel is gezegd over het Kompas voor Zeggenschap; de wethouder vindt het allereerst belangrijk met de raad te definiëren wat peilen betekent. Wat wordt daarmee bedoeld? Peilen gaat over het in kaart brengen van de verschillende belangen of vragen die bij een project spelen. Dat wordt gedaan door vooral vragen te stellen aan de verschillende betrokkenen. Bijvoorbeeld omwonenden, maar ook de gebruikers.
De geadresseerden worden gevraagd wat zij het college willen meegeven in de afwegingen. Dat wordt zowel gedaan on- als offline. Offline vinden dan gesprekken plaats. Daarbij zijn de buurttafels te gebruiken die genoemd zijn door de heer Van der Zweth. Ook de winkelcentra zijn te gebruiken. Dat wordt momenteel al gedaan. Dat is de manier om mensen te bereiken die het college nu niet gemakkelijk bereikt, bijvoorbeeld door het houden van straatinterviews. Bij verschillende trajecten is te zien dat die mooie resultaten opleveren. Ook gesprekken en bijeenkomsten kunnen onder peilen vallen zo lang het vragen stellen, ook tussen bewoners onderling, centraal staat en niet het samen maken centraal staat. Dat laatste gaat vooral over de burgerparticipatie. Met peilen wordt gepoogd het bredere geluid in de stad op te halen. Het college denkt dat dit een hele mooie vorm daarvoor is. EenUtrecht vroeg specifiek over hoe te ondervangen dat mensen niet alleen een enquête invullen maar ook hun ideeën kunnen aandragen. Het college is nog aan het Pagina 37 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1800
1810
1820
1830
1840
werk met peilen als vorm. Het college geeft dat ook aan in de nota; dat bewoners daarbij geen ideeën kunnen meegeven klopt niet. Deze manier kan bijdragen aan het ophalen van divers geluid. Daarover is het college het eens met heer Dekkers. Peilen kan aan de start van een traject plaatsvinden. Maar in een volgende fase van een traject kan er meer ruimte zijn voor andere vormen van het Kompas. Het kan zijn dat eerst gepeild wordt voordat er überhaupt een plan is geschreven door de gemeente, en dat op basis daarvan een eerste schets gemaakt wordt en vervolgens veel meer het samen aan zet gaan of misschien zelfs overheidsparticipatie. Daarin zit wat het college betreft speling. De wethouder benadrukt expliciet dat dit niet een stap terug is. Er wordt eerder gestart met samenwerken en ook met participatie waardoor de invloed van bewoners en dus ook zeggenschap een stuk groter is aan het begin van een traject. De heer Dekkers (GroenLinks) is blij met de woorden van de wethouder over dat peilen divers en inclusief kan zijn. Dat is de kracht daarvan. Wat hem betreft blijft peilen “wij vragen u en wij beslissen”. Hij vraagt of daarmee wellicht de vorm in het gedrang kan komen om als Utrechters over de verschillen te praten. Wethouder Oosters antwoordt dat het niet zo is dat steeds bij het begin gepeild moet worden en dat het nooit iets anders kan zijn.
Het is belangrijk om bij het begin van het participatietraject na te gaan welke vorm mogelijk is. Met dat stroomschema wordt gestuurd richting de vorm waarin zeggenschap groter is. Toch denkt zij dat met heel veel plannen die de gemeente maakt een groot hiaat zit tussen de belevingswereld van bewoners of gebruikers en wat de gemeente soms denkt; zij denkt dat peilen een waardevolle rol kan spelen in de integrale afweging in een eerste besluit van de gemeente. Zij ziet dat niet in gedrang komen. Zij staat ervoor open om hierover iets expliciet op te schrijven wanneer dat kan helpen. Zij beschouwt dat als een uitnodiging en niet als een toezegging. De vraag van GroenLinks over het Kompas of het slim is om af te zien van de niveaus van participatie met deze vorm vindt de wethouder een ingewikkelde. Het college heeft met deze vormen met het Kompas willen laten zien dat er niet een soort hiërarchie zit in die vormen; de ene vorm is niet goed of beter dan de andere. Er is een goede vorm voor ieder proces. Daarom zijn vanuit dat Kompas verschillende vormen te kiezen. Dat systeem van de niveaus past minder bij het beleid dat op deze manier is samengesteld. Zij denkt ook dat het verwarrend kan werken om alsnog de niveaus te zetten naast het Kompas. Daarom is het ook niet voorgesteld in de nota.
De vraag is gesteld hoe dat werkt bij driehoeksverhoudingen in het geval er andere partijen bij betrokken zijn en hoe te voorkomen is dat een en ander tussen wal en schip valt. De wethouder omschrijft dat aan de hand van het voorbeeld van de heer Dekkers: ook als een woningcorporatie iets gaat ondernemen, is er altijd een moment geweest waarop de gemeente een besluit moest nemen over de kaders waarmee de woningcorporatie werkt; dan komt dat Kompas goed in beeld. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat dat faciliterende deel niet is opgenomen in de nota. Het is nu nog niet duidelijk voor de raad wanneer de raad het UPP, de Omgevingswet en Participatie kunnen verwachten. Wethouder Oosters zal straks nog ingaan op het UPP en de Omgevingswet. Wellicht zal dat helpen bij het antwoord nu. Zij vervolgt haar beantwoording met in te gaan op de vragen over het stroomschema. EenUtrecht vroeg of het klopt dat er altijd een besluit nodig is en daardoor alleen burgerparticipatie mogelijk is en de relatie daartoe tot motie 423. Het college kiest Pagina 38 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1850
1860
1870
1880
1890
met dit beleid ervoor om dat wat Utrechters zelf kunnen doen, de gemeente hen ook zelf laat doen. Zij noemt dat als belangrijk uitgangspunt voor deze nota. Dan kan het gaan om taken die nu door de gemeente worden gedaan. Het Kompas stuurt ook in die richting. De gemeente is eigenaar als kaders, randvoorwaarden of doelen moeten worden vastgesteld. Daarbinnen stuurt het Kompas naar eigenaarschap. Dat is haars inziens de manier waarop dit beleid het kader geeft waar motie 423 naar vraagt. Het gaat om een zoektocht naar wat de gemeente kan overlaten aan de inwoners. EenUtrecht vindt het nodeloos ingewikkeld; de wethouder vindt het jammer dat te horen omdat dit een poging was om dit inzichtelijk te maken voor veel mensen en om het meer te doen overeenkomstig het model van Peel en Maas met alleen overheiden burgerparticipatie. Peel en Maas is voor het college een inspiratiebron geweest. Binnenkort gaat zij een bezoek brengen aan Peel en Maas met haar collega wethouder De Vries om extra te zien hoe die gemeente ermee werkt. Op basis van dit model heeft het college ook doorontwikkeld. Peel en Maas kiest bijvoorbeeld in haar systeem expliciet niet voor Samen aan Zet; een vorm die de gemeente Utrecht wel centraal heeft gesteld. Bij heel veel Utrechters heeft het college opgehaald dat juist Samen aan Zet een hele waardevolle vorm van samenwerking kan zijn.
Zij noemt als voorbeelden het Maximapark en het Wervenberaad. Het college plaatst niet in hokjes, maar geeft op deze manier meer sturing aan welke vorm van samenwerken goed past bij een project. Juist bij de vrije vorm die er eerder was bij de eerdere versies van Samen Stad Maken, was te zien dat bij de organisatie verschillend werd omgegaan met hoe de samenwerking bij een traject moest worden ingericht. Op deze manier wil het college met dit stroomschema oefenen in het kiezen van de goede vorm, ook samen met bewoners. De VVD vroeg het niet teveel dicht te timmeren; de wethouder onderstreept die wens. Zij benadrukt dat het de bedoeling is om te oefenen. Het is de bedoeling om ook voor bewoners inzichtelijk te maken hoe keuzes worden gemaakt en hoe de bewoners daarover kunnen terugpraten met het college en met de raad. Het kan gedurende het traject veranderen; ook daarin is het nog steeds ruimte. Met betrekking tot de relatie met het UPG vroeg GroenLinks wanneer de raad de uitwerking krijgt voor het UPP. 25 juni zal er een technische sessie plaatsvinden met deze commissie. In september 2024 komt besluitvorming over het UPP (Het Utrechts Planproces). Het nieuwe beleid rond Samen Stad Maken is daarin meegenomen. Daarop kan de raad toetsen of de raad dat voldoende geborgd vindt. Het college vindt dat die voldoende borging het geval is.
Dit is ook het antwoord op de vraag van Student & Starter: de wisselwerking tussen die twee trajecten is daarin beschreven. De VVD vroeg of dit in lijn is met Omgevingswet. De wethouder bevestigt dat het in lijn is. De Omgevingswet geeft extra mogelijkheden om met participatie om te gaan. Het college gaat nog na hoe daaraan invulling te geven en zal dat ook terugkoppelen aan de raad. GroenLinks maakte en duidelijk punt over de rol van de raad en de controle op de vorm van participatie die wordt gekozen aan de hand van dit beleid; “participatieplannen zijn daarbij onmisbaar”. Dat moet meer openbaar worden weergegeven. Daarmee is het college het eens. Het college gaat aan de slag met een format dat past bij deze nota. Dat format moet ook online beschikbaar zijn zo dat bewoners kunnen zien voor welke vorm gekozen is en waarom. Daarover is het college het eens met GroenLinks. Dit is een toezegging richting de heer Dekkers. Met betrekking tot de participatieverslagen bevestigt de wethouder dat het onderdeel is van de nota; dat zit in de leidende principes en is zeker belangrijk. In het leidende Pagina 39 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1900
1910
1920
1930
1940
principe benoemt het college altijd open en eerlijk terug te koppelen wat wel en niet gedaan is met de input die Utrechters hebben gegeven. Dat is onderdeel van het beleid. De heer Dekkers sprak over de betrokkenheid van de raad in dit proces. De wethouder vindt dat een helder signaal. Dat is naar zij hoopt meer goed te maken vanaf het moment waarop dit beleid is ingegaan. Zij noemt dan de rol van de raad bij het monitoren in de reflectiegroep. Zij ziet dat als belangrijke factor om na te gaan of dit beleid goed wordt ingevoerd. De wethouder staat er voor open om na te gaan hoe de rol van de raad steviger te maken. Bij veel fracties kwam het onderwerp meetbaarheid met de indicatoren aan de orde; de vraag werd gesteld hoe zeggenschap is te meten. De wethouder vindt dat een terechte vraag. Het is behoorlijk moeilijk om daarop echte vastigheid te geven en vooral aan de hand van kwantitatieve cijfers. De kritieke punten liggen wat haar betreft in de doelstellingen: meer zeggenschap voor Utrechters en het zijn van een betrouwbare samenwerkingspartner. Daarvoor maakt het college gebruik van bestaande indicatoren die over houding en gedrag gaan en van te ontwikkelen nieuwe indicatoren. Na vaststelling van het beleid maakt het college het plan voor monitoring nog verder concreet zo dat de raad daar goed op kan sturen.
VOLT en de VVD deden daarbij de suggestie de indicatoren harder te maken, met aantallen, bijvoorbeeld als het gaat om het aantal bijeenkomsten, of het aantal keuzes voor welke vorm gemaakt zijn binnen het Kompas. Daarover zegt zij in overleg met de afdeling Onderzoek van de gemeente dat het kwalitatieve onderzoek gezien werd als de beste manier. Daarom is gekozen voor deze vorm en deze indicatoren. Wanneer zij de vraag wil beantwoorden van mevrouw Meerding of dit werkt, is dat niet goed te meten aan de hand van het aantal bijeenkomsten dat georganiseerd is. De heer Maas (VOLT) worstelt ook met die indicatoren. De wethouder spreekt nu over kwalitatief onderzoek. Dat is in zijn beleving iets anders dan een meting van hoe mensen iets ervaren. Hij vraagt hierop een toelichting. Wethouder Oosters bevestigt dat dit de zoektocht is naar hoe te meten is. Dan gaat het om de vraag of mensen het gevoel hebben dat zij meer invloed hebben gehad op de gemeente. Zij denkt dat dit aan de hand kan van gesprekken en ook van vraaggesprekken, beter dan het tellen van het aantal bijeenkomsten. Dat wilde zij zeggen. De heer Maas (VOLT) is hiermee behoorlijk gerustgesteld. Hij begrijpt dat er dan interviews worden gehouden waarin mensen gevraagd wordt hoe zij het hebben gevonden en dat daaraan gestandaardiseerde input geleverd wordt en dat de raad achteraf verneemt hoeveel mensen gevraagd zijn.
Wethouder Oosters antwoordt bevestigend. Zij attendeert op de laatste pagina's van het beleid. Het college denkt ook nog na over andere indicatoren die daarbij kunnen helpen. Daarover zal het college de raad informeren in dezelfde toezegging die zij nog gaat doen. Mevrouw Meerding (VVD) hoort de wethouder in haar beantwoording duidelijk zeggen te denken dat kwalitatief onderzoek beter is en dat dat de hoofdvorm zou moeten zijn; haar oproep was nu juist dat te begrijpen, maar een combinatievorm te opperen. Zij wil voorkomen informatie te missen. Wethouder Oosters denkt dezelfde zoektocht te doen als die van de VVD. Het gaat om ervaringen. Dit is lastig in beeld te brengen met cijfers. Zij verwacht tot een goede vorm te kunnen komen met de huidige indicatoren. Zij staat open voor suggesties
Pagina 40 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1950
1960
1970
1980
1990
van mevrouw Meerding als het gaat om concrete aanwijzingen voor welke informatie zij niet wil missen. Zij vervolgt haar beantwoording met in te gaan op de inbreng van het CDA en de VVD over de verdere uitwerking van de nota, een concretisering en de vraag was of dat nodig was. De wethouder kiest dan de woorden van de PvdA: het is goed om nu aan de slag te gaan. Zij vraagt de kans om te bewijzen dat dit kan aanzetten tot de gewenste cultuurverandering in de organisatie. Aan de hand van de indicatoren die zijn gegeven, kan geprobeerd worden om dit te meten. Zij hoopt hierop meer grip te geven via de reflectie groep. Zij denkt niet dat nog meer papier genereren de oplossing is. Het college wil in Q1 2025 een brief sturen over een nulmeting van de indicatoren die nu bekend zijn. Daarbij zal het college nieuwe indicatoren introduceren. In dezelfde brief wil het college ook eerste ervaringen delen van het werken met het Kompas in plaats van 2026 zoals opgenomen is in de nota. De wethouder wil dan ook ingaan op het effect van de bezuinigingen op Samen Stad Maken. Op de desbetreffende vragen kan zij nog geen bevredigend antwoord geven. De heer Van Steeg (CDA) vindt Q1 2025 laat wanneer ze op dit moment nog niets kan zeggen over de bezuinigingen. Hij verwacht dat de impact van de bezuinigingen groot zal zijn. Zijn vraag is of de toegezegde brief eerder kan.
Wethouder Oosters zal dan eerst ingaan op de bezuinigingen en dan nagaan of dat voldoende is voor de heer Van Steeg. Zij gaat allereerst in op de vraag van GroenLinks over de positionering binnen de organisatie van Samen Stad Maken. Zij bevestigt dat een stevige positionering van belang is, vooral kijkend naar het willen bewerkstelligen van de cultuurverandering. Het kan zijn dat gezamenlijk besloten wordt dat Samen Stad Maken toch ergens anders in de organisatie een plek zou moeten krijgen. De wethouder wil de raad daarmee niet teveel belasten omdat dit een interne aangelegenheid is. Het is goed om aandacht te hebben of de nu gekozen positie de juiste is. Juist als het gaat om HR en om de vraag hoe personeel wordt opgeleid, zou het goed kunnen zijn dat een andere positie in de rede ligt. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het vooral belangrijk dat de positionering zodanig is dat het een stevige is ten opzichte van de inhoudelijke afdelingen. Wat hem betreft moet dit niet een onderdeel worden van faciliteren of PR. Wethouder Oosters neemt daarvan nota. Ook daarover is zij het eens met GroenLinks. Het streven is om binnen de verschillende afdelingen ambassadeurs te hebben; de vertegenwoordiging van het geluid van Samen Stad Maken die ook echt in de gaten houden of goed gewerkt wordt met het Kompas en of het stadsbestuur daarmee op een bepaalde manier kan helpen.
Zij bevestigt dat die positie verder verstevigd moet worden. Bijna alle fracties gingen in op de financiën. De bezuiniging op Samen Stad Maken vindt de wethouder ontzettend pijnlijk, zoals alle bezuinigingsvoorstellen ontzettend pijnlijk zijn. De bezuiniging houdt onder andere in dat het extra budget voor online participatie, niet meer structureel gemaakt wordt. Dat betekent dat in 2024 en 2025 extra geld is voor online participatie. Het college wil in deze jaren daarmee Denk Mee verbeteren. Daarvan profiteert de stad in ook de jaren daarna. Het heeft ook betrekking op überhaupt de plannen voor Samen Stad Maken; daar is voorgesteld 25% te bezuinigen op het structurele budget. Daarvoor heeft het college nog niet een structureel plan zo dat het effect ervan duidelijk is. De wethouder verwacht dat het pijn gaat doen. Hierover zal het college de raad informeren. De Pagina 41 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2000
2010
2020
2030
wethouder benadrukt dat het niet zo is dat de bezuiniging maakt dat dezelfde doelen niet te behalen zouden zijn. De wethouder denkt niet dat dit leidt tot alleen maar peilen. Het is vanuit de verschillende inhoudelijke afdelingen, de verschillende projecten de verantwoordelijkheid om de juiste samenwerkingsvorm te kiezen uit het Kompas; dat is niet per se afhankelijk van het budget dat nu bezuinigd is bij Samen Stad Maken, maar juist ook van de verantwoordelijkheid van de verschillende inhoudelijke afdelingen. De heer Maas (VOLT) dankt de wethouder voor deze geruststelling. Dat neemt niet weg dat hij zich ernstig zorgen maakt. Hoe kan de raad bijsturen wanneer gemerkt wordt dat het niet gaat lukken. Wethouder Oosters licht toe dat met haar toezegging die gelegenheid tot bijsturing wordt gegeven. De heer Maas (VOLT) concludeert dat in Q1 2025 het bestuur nogmaals zal spreken over hoe de bijstellingen te doen en hoe dat tot nu toe heeft uitgepakt en wat de raad nog meer wil bijstellen. Hij vraagt of dit de aard van de toezegging is. Wethouder Oosters bevestigt dat het gaat om een doorkijk waarmee zichtbaar wordt wat het effect is op de participatieplannen. De wethouder denkt dat de raad daaraan behoefte heeft.
Zij gaat in op de categorie overig en gaat in op de vraag van de Partij voor de Dieren met de vraag de dieren en de natuur een stem te geven en de natuur een rechtspersoonlijkheid te geven. De wethouder bevestigt dat het college dit bedoelt met het ongehoorde geluid; de objecten in de stad die niet een stem hebben, zoals bomen, planten en soms ook dieren. Zij kent het traject dat in Limburg is gelopen met betrekking tot de rechtspersoonlijkheid; het college wil dat eerst onderzoeken voordat het hierop een toezegging doet. De wethouder wil dit wel meenemen in de brief in Q1 2025; dan weet zij wat het effect is in Limburg. De PvdA sprak over buurtbudgetten, Wijkplatforms, de Buurttafels, punten die het college heel belangrijk vindt en die ook zijn benoemd in de nota. Hiermee wil het college ook werken. Zij zal zeker aan de slag gaan met het advies van het Wijkplatform en dus ook terugkoppelen waarom het college zaken wel of niet doet; zij beschouwt dat als onderdeel van het beleid. Het CDA noemde de Right to Challenge of het bewonersbod; de wethouder zet uiteen dat dit ook opgenomen is in het nieuwe beleid in de verschillende uitwerkingen die nog zullen volgen. Dit staat in de laatste pagina's van de beleidsnota. Het college heeft aangegeven hierop terug te zullen komen in de nieuwe Participatie- en Inspraakverordening; de raad zal die naar verwachting in Q4 ontvangen.
In de nota is Q3 aangegeven, de raad heeft besloten de wijziging van het UPP in september te bespreken, dan lijkt het haar beter die besluitvorming af te wachten en dat te verwerken in de nieuwe verordening. Daarin zit ook het Bewonersbod. De wethouder hoopt hiermee het grootste deel van de vragen te hebben beantwoord. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of in de nieuwe verordening ook de eisen komen te staan aan participatie vanuit de Omgevingswet. Voor de Omgevingswet is nog geen datum genoemd. Wethouder Oosters kan zich voorstellen dat de raad hierover uitvoerig zal spreken bij het UPP. Dat zal ook landen in de verordening. Het college zal dit zeker doen.
2040
Gemiste vragen?
Pagina 42 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wanneer de raad meer hoort over de uitbreiding van de buurtbudgetten; hij doet de suggestie dit terecht te laten komen in de toegezegde brief. Hij vraagt of dit gekoppeld wordt aan de Buurtagenda. Verder had hij de vraag gesteld over om van de Tekentafel de normale manier van werken te maken. Het is af te spreken dat medewerkers van afdelingen, bijvoorbeeld van Ruimte, ergens anders gaan werken, maar niet thuis. 2050
2060
2070
2080
2090
De heer Dijkstra (EenUtrecht) had een lijst gevraagd of een overzicht van taken die meer bij de gemeenschap liggen dan bij de gemeente; dat gaat verder dan een paar voorbeelden op pagina 19. Voor zijn fractie was de motie 423 nog niet afgedaan. Wethouder Oosters bevestigt richting de heer Van der Zweth dat hij meer informatie krijgt over hoe de buurtbudgetten worden ingezet. Daarvoor wil het college ook breed in de organisatie kijken. De Buurtagenda's kunnen daarvoor een mooie vorm zijn, maar bij bepaalde portefeuilles zou het zo maar kunnen dat het beter kan met een budget voor bewoners. Zij wil zich niet daartoe beperken. Zij bevestigt dat met de Buurttafels gewerkt wordt; een recente Buurttafel stond in Rivierenwijk. Dit wil het college ook breder in de organisatie uitrollen en als mooie vorm laten zien. Zij vindt het ook een idee om de collega's van alle afdelingen erop uit te sturen en een dag per week richting de stad te sturen. Zij had gehoopt dat de meeste dat al doen. Zij vindt dit een mooie concrete uitwerking van houding en gedrag. Zij zal nagaan of iedereen daartoe te bewegen is. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het de ambitie is van het college om van de Tekentafel in de Wijk de norm te gaan maken. Wethouder Oosters antwoordt dat er veel goede manieren zijn om te participeren met mensen in de wijk. Ze noemt enkele voorbeelden.
Zij zou niet bij voorbaat iets als de norm willen bestempelen als het gaat om de keuze van een vorm van peilen. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt dat met de wethouder. Hij merkt op dat het elkaar ook niet uitsluit. Hij herhaalt zijn vraag als het gaat om collega's van Ruimte en specifiek van ruimtelijke projecten die ergens over gaan, te vragen een dag in de week de stad in te gaan om te werken. Hij vraagt of de wethouder daar iets op kan toezeggen. Wethouder Oosters vindt dit een goed idee. Zij vindt het lastig om daarop iets toe te zeggen. Het gaat dan om de implementatie ervan in de organisatie; dat is haar zoektocht. De motivatie is er bij haar. Dit is als norm uit te zetten. Hoe dit te eisen van mensen is op dit moment niet toe te zeggen. De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe dat het hem gaat om de norm naast alle andere dingen. Hij verwacht dat hij daarvoor een voorstel gaat doen. Misschien kan de wethouder hem in de tussentijd informeren hoe dat goed richting te kunnen geven zodat dit ook de vertaling krijgt waarmee het college goed uit de voeten kan. Wethouder Oosters is benieuwd naar het voorstel van de heer Van der Zweth. Zij wil daar naar kijken. Het college zoekt uit hoe dit te kunnen verplichten; hoe dit bovenaan de prioriteitenlijst kan komen. De motivatie om dit als norm te stellen is er zeker bij haar.
Waar het gaat om motie 423 had de wethouder gedacht die al beantwoord te hebben, namelijk dat het hele beleid van het college zich richt op het meer sturen naar wat Utrechters zelf kunnen doen en dat hen ook te laten doen. Dat Kompas is de vertaling van motie 423. Dat gaat niet om het geven van een lijst, maar het gaat Pagina 43 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
juist om het idee dat dit überhaupt bij ieder traject de eerste vraag is die de organisatie zich stelt. Dat is de beantwoording op motie 423.
2100
2110
Tweede termijn De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het antwoord van de wethouder op zijn vragen over zeggenschap en eigenaarschap de onderschrijving van zijn betoog dat het niveau van participatie niet zomaar afgeleid moet worden van het eigenaarschap. Hij is het eens met de inbreng van de heer Van der Zweth waarmee ook de wethouder het eens is; het stadsbestuur moet het nu gewoon gaan doen. Hij zit niet te wachten op uitgebreide nota's. Hij zou iets als een werkprogramma fijn vinden waarbij iets duidelijker zichtbaar gemaakt wordt wat het college gaat doen. Hij krijgt graag een toezegging dat de raad zoiets krijgt. De wethouder heeft op een aantal punten een mogelijke aanscherping gevraagd van de raad; hij zal om die reden inbreng leveren over ongehoorde stemmen, over minder peilen, de verplichte participatie plannen en participatieverslagen, en hij doet graag mee met een uitspraak over de Tekentafel in de Wijk en meer werken in de wijk. De heer Van Steeg (CDA) heeft ondanks het uitvoerige debat niet het gevoel veel verder gekomen te zijn, en dit ondanks het enthousiasme van de wethouder. Hij moedigt de wethouder aan haar enthousiasme vast te houden. De intentie is goed maar de concretisering blijft achterwege.
Hij vindt het lang duren wanneer gewacht moet worden tot 1 januari 2025, zeker omdat de raad nu deze nota gaat vaststellen en waarmee ook een forse bezuiniging gemoeid is. Hij vraagt de wethouder na te gaan hoe sneller tot een concretisering is te komen zo dat de raad daarop meer greep krijgt. Daarnaast kijkt hij graag mee met wat de heer Van der Zweth gaat doen. Hij vindt het werken in de wijk heel belangrijk in dit licht, ook omdat daar minder budget zal zijn. Hij wil een poging doen tot de concretisering van het bewonersbod.
2120
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal terugkomen op motie 423; hij beschouwt die nog steeds als niet afgedaan. Hij zal in een scherpe formulering duiden wat zijn fractie daarmee bedoelt. Hij denkt ook nog een tweede poging te gaan doen op de andere motie om iets van kleur in die nota te krijgen. De heer Maas (VOLT) overweegt ook inbreng te leveren in de raad. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) kondigt intern beraad aan over een eventuele motie. 2130
Mevrouw Meerding (VVD) denkt na over of haar fractie gaat voorstellen de raadsleden uit het voorstel te halen. De heer Van der Zweth (PvdA) zal zich richten op het werken in de wijk en op de Tekentafel in de Wijk. Punt van orde
Pagina 44 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2140
2150
2160
2170
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of bij de technische sessie, de wethouder en de griffie over de impact van het Samen Stad Maken nader kunnen toelichten en bespreken. Wethouder Oosters antwoordt bevestigend. De beantwoording Wethouder Oosters gaat in op de constatering van de heer Dekkers dat het bestuur er nog niet helemaal uitkomt als het gaat om eigenaarschap, zeggenschap en de niveaus. Het college leidt het niveau van participatie niet af van eigenaarschap en het college stelt dat elke samenwerkingsvorm verschilt. Daarmee zit zij er net iets anders in. Wat haar betreft mag dat in de raad bestaan. Waar het gaat om de concretisering is het college ervan overtuigd dat de combinatie tussen de hoogste implementatie die in de nota zit, compleet is waar het gaat om hoe hiermee aan de slag te gaan om deze doelen te bereiken. De wethouder denkt dat het goed is om op de implementatie (in de toezegging die de wethouder al heeft gedaan) te reflecteren op hoe het college dat in de afgelopen periode tussentijds heeft gedaan zo dat de raad kan meten of de doelen op die manier gehaald worden; het lijkt haar niet behulpzaam om nog een document aan de raad voor te leggen voor een verdere concretisering. Het college heeft gezegd het bewonersbod terug te laten komen in de participatieverordening in Q4.
De Toezeggingen In Q1 2025 een brief met informatie over nulmeting van de benoemde indicatoren, de eerste ervaringen met het Kompas, het effect van de voorgenomen bezuinigingen, het stuk over de ongehoorde stemmen en de natuur als rechtspersoon overeenkomstig het voorbeeld van Margraten, en hoe dit tot mogelijke bijstellingen door de raad in het beleid kan leiden, de Omgevingswet en UPP een technische bijeenkomst in juni en in september besluitvorming dat landt in Q4 in de Participatieverordening. De voorzitter concludeert dat het voorstel met de B-status doorgaat naar de raad. Hij stelt voor 45 minuten te reserveren voor de bespreking in de raad. Hij constateert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Hij schorst de vergadering om 16.52 uur tot 20.00 uur. 11.
Raadsvoorstel Zienswijze financiële stukken VRU
Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid De VRU stuurt de voorlopige jaarstukken 2023, de resultaatbestemming 2023, de ontwerpbegroting 2025 en de geactualiseerde begroting 2024. Als raad wordt u in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen; deze moet uiteindelijk 24 juni kenbaar gemaakt worden aan het bestuur van de VRU.
2180
De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand van de annotatie bij de agenda (zie hierboven). De bespreking vindt plaats in twee termijnen. De commissie De heer Van Steeg (CDA) vindt het mooi dat er een keer geld over is bij de VRU. Hij vraagt de burgemeester naar de verdeling van de 4,5 miljoen euro die over is. Hij vraagt hoe de burgemeester aankijkt tegen het gegeven dat een deel hiervan aan de VRU wordt besteed, ook in het licht van de verdere ontwikkeling van de VRU.
Pagina 45 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2190
In de zienswijzebrief leest hij iets over de Handreiking Maatschappelijke Veerkracht, het versterken van de weerbare samenleving. Expliciet wordt een opmerking gemaakt over dat deze pijler nog niet terug te vinden is de begroting. Hij vraagt naar de achterliggende reden daarvan. In hoeverre heeft dit speciaal betrekking op wat er in Utrecht gebeurt en ziet de burgemeester ook dat dit belangrijk is voor de ontwikkeling in Utrecht. De heer Stam (PvdA) brengt in dat hij het nieuws vernam dat de verminderde aantallen bouwtoezichten van de VRU heeft geleid tot fouten in de bouw bij de parkeergarage in het Sint Antonius ziekenhuis in Nieuwegein. In algemene zin komen er vaker incidenten voor, merkt hij op.
2200
2210
De heer Koning (D66) vindt het evident dat er een sterke veiligheidsregio nodig is; hij noemt als voorbeeld de grote wateroverlast ook in de provincie; het probleem dat naar verwachting in de komende jaren groter wordt. Hij denkt daarbij ook aan de opvang van asielzoekers. Dat is een uitdaging die groter wordt doordat het kabinet in wording daarvan wegkijkt en het zich richt op maatregelen voor de bühne; maatregelen die onmogelijk zijn in internationale afspraken. De stukken die vandaag voorliggen, stemmen zijn fractie tevreden. Ze volgen logischerwijze uit de afspraken die ook stad Utrecht met de VRU heeft. Hij roept de mensen van de VRU op verder te gaan met hun belangrijke werk, efficiënt en effectief om te blijven gaan met het geld van inwoners. Hij roept hen ook op alert te blijven op dreigingen en nieuwe ontwikkelingen. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten ter voorbereiding van de beantwoording en zij heropent daartoe de vergadering.
2220
2230
De beantwoording Burgemeester Dijksma dankt de fracties voor de gestelde vragen. Zij bevestigt dat de begroting nu nog gunstig is; de gemeente geeft een deel van het geld terug aan de verbonden gemeenten naar rato van hun bijdragen. Een deel wordt gebruikt om vooruit te investeren in de kosten die het bestuur van de VRU verwacht te gaan maken en die anders wel in rekening gebracht zouden moeten worden. Dat lijkt haar verstandig. Ook zij ziet dat in toenemende mate de Veiligheidsregio taken op zich ziet afkomen. Zij noemt de term maatschappelijke veerkracht zoals die genoemd is door de heer Van Steeg met de vraag waarom die nog niet in de begroting is geland. Tegelijkertijd zal het VRU-bestuur de tering naar de nering moeten zetten omdat alle gemeenten gaan bezuinigen. Dat heeft te maken met minder middelen uit Den Haag. Dat neemt niet weg dat een deel van dat gat is overbrugd door goed te onderhandelen in de afgelopen periode. Op de vraag wat het stadsbestuur zich moet voorstellen bij de maatschappelijke veerkracht in dit verband zet de burgemeester uiteen dat die een handreiking is gericht op het voorkomen van een aantal problemen waarmee de samenleving steeds vaker te maken gaat krijgen. Zij noemt als voorbeeld de langdurige uitval van voorzieningen, zoals elektriciteit. De vraag is dan hoe ervoor te zorgen dat burgers daarop voorbereid zijn.
De netcongestie is een onderwerp waarmee de verbonden partijen te maken krijgen. Zo is er nog een aantal andere crisisachtige thema’s die
Pagina 46 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2240
2250
2260
lang ver weg leek maar die nu weer aan de orde is. Daarop bereidt ook de Veiligheidsregio zich voor. Richting de heer Stam spreekt de burgemeester haar vermoeden uit dat een aantal zaken door elkaar zijn gaan lopen. De burgemeester vindt het heel goed dat de Onderzoeksraad onderzoek gaat doen; dan zal ook blijken op welke wijze, welk type toezicht wel of niet adequaat was. In principe is het bouwtoezicht niet voor de VRU. De VRU kijkt vooral vanuit het perspectief van brandveiligheid naar de situatie van gebouwen. De burgemeester denkt dat de VRU en andere betrokken instellingen deel zullen nemen aan de evaluatie van wat heeft geleid tot het gebeuren in Nieuwegein. Zij vindt het niet wijs om daarop vooruit te lopen. Dit onderzoek moet nu eerst worden afgewacht. De stad Utrecht kon helpen op de avond van het gebeuren met het inzetten van gespecialiseerde diensten die konden nagaan of er mensen onder het puin lagen. Die hulp is geboden in samenwerking met Rotterdam. Ze dankt de heer Koning voor zijn mooie woorden en zij zal zijn boodschap op de medewerkers van de Veiligheidsregio graag overbrengen. De voorzitter constateert dat er geen gemiste vragen zijn en er geen behoefte is aan een tweede termijn. Haar voorstel is dit punt door te geleiden naar de raad met de Astatus. Daarmee gaat de commissie akkoord. Hiermee is dit agendapunt afgehandeld. 12.
Demonstraties en politie-inzet bij de Universiteit Utrecht De voorzitter leidt de bespreking van dit agendapunt als volgt in. De fracties van BIJ1, DENK, GroenLinks, Partij voor de Dieren, VVD, PvdA, VOLT, Student & Starter, Horizon, D66, EenUtrecht, ChristenUnie, en het CDA willen samen met de burgemeester in debat over de pro Palestina demonstraties en de politie inzet bij de Universiteit Utrecht van de afgelopen weken. Hierbij komt onder andere de totstandkoming en de uitvoering van de ontruimingsbesluiten aan bod. Verder willen de partijen de gevolgen voor het gemeentelijk demonstratiebeleid, de stad, en de universiteit bespreken. Daarnaast wil DENK de banden bespreken die verschillende instanties uit de stad hebben met Israël en wat er gedaan kan worden vanuit Utrecht als mensenrechtenstad tegen de genocide die gaande is in Palestina. Dit onderwerp wordt besproken in één termijn. Hiervoor is 180 minuten gereserveerd.
2270
Punt van orde De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat hij aanvankelijk niet genoemd was als agendeerder terwijl hij zich wel had aangemeld. Nu staat het CDA als laatste genoemd. Hij hoopt dat dit in de toekomst anders loopt. Hij vindt dit niet okay. De voorzitter neemt hiervan nota. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt waarop de heer Van Steeg doelt. De heer Van Steeg (CDA) herhaalt zijn punt. Hij stelt voor met het debat te beginnen. 2280
Vervolg van de inleiding op het debat De voorzitter noemt de volgorde van de sprekers voor hun inbreng. Zie hierboven. De commissie
Pagina 47 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2290
2300
2310
2320
2330
Mevrouw Nolten (BIJ1) licht toe dat zij een spoeddebat heeft geagendeerd. Ondanks dat dit de naam spoed draagt, komt dit debat wat haar betreft te laat. Zij zette zich in om dit debat twee weken geleden te voeren. Zij begrijpt niet dat de urgentie onvoldoende in de breedte van de raad gevoeld werd. Zij vindt het echt niet kunnen wat in de stad is gebeurd. Studenten, docenten en een bredere Community in Utrecht die solidair zijn met de Palestijnse zaak, waaronder Palestijnse inwoners van Utrecht, zijn middels vreedzaam demonstreren opgestaan voor vrede, voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, voor het verbreken van banden met Israël, voor mensenrechten en rechtvaardigheid. Mevrouw Nolten stelt dat dit niet op zichzelf staat. Er was een grotere beweging op andere universiteitscampussen, in Amsterdam, Nijmegen, Eindhoven, Maastricht en vele andere plekken in de wereld. De heer Van Steeg (CDA) brengt in dat het doel van de demonstratie niet relevant is voor de manier en het moment waarop de politie optrad. Mevrouw Nolten (BIJ1) zal daarop terugkomen in haar betoog. Zij doet de suggestie dat de heer Van Steeg zijn vraagt nog een keer kan stellen in het verloop van haar betoog; zij was nog maar net begonnen. Zij vervolgt haar betoog. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat mevrouw Nolten haar betoog op deze manier inleidt; zij spreekt over de Palestijnse zaak.
Wat hem betreft gaat dit debat over de vrijheid van demonstratie. Waarom begint mevrouw Nolten daar niet mee? Mevrouw Nolten (BIJ1) herhaalt haar antwoord. Historisch gezien staan dergelijke demonstraties haars inziens aan de juiste kant van de geschiedenis, bijvoorbeeld tijdens de apartheid in Zuid-Afrika en de Vietnamoorlog. Wat haar betreft is het een groot recht en van belang dat mensen die zich op deze manier uitspreken, beschermd worden door het demonstratierecht. Zij rekent op bijval van de meerderheid van deze raad, aangezien zij het Right to Protest manifest van Amnesty International hebben ondertekend. Mevrouw Meerding (VVD) hoort mevrouw Nolten haar opnieuw de link leggen: dat mensen die voor deze zaak demonstreren beschermd moeten worden. Zij hoopt dat mevrouw Nolten het demonstratierecht voor iedereen belangrijk vindt. Mevrouw Nolten (BIJ1) antwoordt bevestigend. Zij heeft niet voor niets de agendering van deze tekst ingeperkt. Zij komt hierop terug. Zij vervolgt haar betoog met te herhalen wat volgens het Demonstratierecht wordt beschermd: demonstraties moeten zo goed mogelijk gefaciliteerd worden door de gemeente, zowel vooraf aangemelde demonstraties als spontane. Dat betekent dat demonstranten ook zelf beschermd dienen te worden. Demonstraties mogen schuren en hinder veroorzaken voor bijstanders, en de openbare orde.
Blokkades en het bezetten van gebouwen mag, als deze onderdeel uitmaken van de reden van het protest. Ook als dit geen publieke gebouwen zijn. Demonstranten mogen te allen tijde anoniem protesteren en gezichtsbedekking dragen valt daar ook onder. Utrecht BIJ1 staat pal naast deze demonstranten, zowel als het gaat om de inhoudelijke boodschap als hun democratische rechten. Ongeacht wat men vindt van de inhoudelijke boodschap, is er een lijn ver overschreden. Zij vindt het zeer verwerpelijk dat het College van Bestuur van de universiteit, de Officier van Justitie en de burgemeester hebben besloten de rechten van de demonstranten te schenden en het vreedzame protest op te breken. Zij vindt het een schande dat er is gekozen om de mensen van de universiteit te faciliteren in plaats van voor de grondrechten van deze demonstranten.
Pagina 48 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2340
2350
2360
2370
2380
De heer Van Steeg (CDA) vindt dit grote woorden. Hij vraagt waar precies de rechten van demonstranten zijn geschonden. Mevrouw Nolten (BIJ1) brengt in dat dit vreedzame demonstraties waren tot drie keer toe. Volgens het demonstratierecht mogen de demonstranten een pand bezetten. Haar fractie vindt de beslissing om de demonstratie op te breken en ook met zoveel geweld zeer onterecht en daarmee is het demonstratierecht geschonden en zijn de democratische rechten ingeperkt. De heer Van Steeg (CDA) deelt mee dat hij gisteren op bezoek was bij de politie waarbij mevrouw Nolten niet aanwezig was en zijn collega’s wel; mevrouw Nolten had mee kunnen krijgen hoe de-escalerend en hoe prudent de politie optreedt tegen dit soort demonstraties. Hij stelt zijn vraag opnieuw; op welk moment was het demonstratierecht geschonden. Mevrouw Nolten (BIJ1) gaat daar zo op in. De heer Van Steeg (CDA) vindt het prima. Maar wanneer mevrouw Nolten zulke grote woorden gebruikt over de schending van het demonstratierecht, mag zij wat hem betreft direct antwoorden als het gaat over de vraag op welke momenten dat volgens haar is gebeurd. Mevrouw Nolten (BIJ1) antwoordt dat wanneer de heer Van Steeg haar niet steeds interrumpeert, zij daaraan toe kan komen. De heer Koning (D66) vindt dat ook deze protesten vol de ruimte moeten krijgen.
Hij merkt in het betoog dat mevrouw Nolten selectief shopt in de kaders die er zijn bij demonstraties. De suggestie werd gewekt als is bezetten altijd geoorloofd en nooit mag worden onderbroken. Er is niet zozeer sprake geweest van bezetting in de openbare ruimte, maar in een openbaar toegankelijke ruimte. Hij vraagt of mevrouw Nolten erkent dat daarin de nuance zit. Mevrouw Nolten (BIJ1) waardeert de vraag naar opheldering. Amnesty International heeft hierover een notitie geschreven over wat is toegestaan binnen niet-publieke gebouwen ook al zijn ze publiek toegankelijk. Wanneer ze vreedzaam demonstreren om hun punt te maken, mogen zij dat doen en dan moet daaraan ruimte gegeven worden. De heer Koning (D66) merkt op dat daaraan ruimte gegeven werd tot op een zeker moment waarop het universiteitsbestuur voor de keuze stond dat onderwijs en onderzoek ook doorgang moesten krijgen in die universiteit. Hij vraagt of mevrouw Nolten enig begrip heeft voor dat perspectief. Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat heer Koning net doet alsof dit twee uiteenlopende dingen zijn: of…of. Zij heeft ook in andere steden gezien waar minimaal politie inzet was en verbindend werd opgetreden, dat gekampeerd kon worden, studenten hun punt konden maken, poëzie werd voorgedragen, liederen werden gezongen, boeken werden uitgewisseld en lessen nog steeds konden doorgaan.
Zij bestrijdt dat dat niet had gekund. Bovendien waren de demonstraties in de avond en waren er geen lessen. De studenten wilden vreedzaam kamperen om hun punt te maken. Deze protesten kwamen ook niet uit het niets, maar waren al begonnen in 2020. De heer Koning (D66) is in ieder geval blij dat mevrouw Nolten erkent dat publiek toegankelijke ruimten andere kaders kennen dan publieke ruimten. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dit een bijzondere lezing van wat zij zojuist heeft gezegd. Zij is van mening dat zij duidelijk heeft gezegd wat zij ervan vindt. Mevrouw Meerding (VVD) wilde hetzelfde punt maken als de heer Koning. Zij hoort mevrouw Nolten verwijzen naar het rapport van Amnesty International. Vanuit de Pagina 49 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2390
2400
2410
2420
raadsbrief van de burgemeester kreeg de raad opheldering over het juridisch kader, ook bij de presentatie gisteren. Daar wordt gezegd dat bij een dergelijk gebouw de eigenaar kan zeggen dat hij wel wil dat wordt opgetreden. Er is in de eerste uren ruimte gegeven voor de demonstratie. Alleen voor de nacht is er ontruimd. Dat is volgens haar het kader. Zij hoopt dat mevrouw Nolten het met haar eens is. Mevrouw Nolten (BIJ1) brengt in dat het kader waarover mevrouw Meerding spreekt over een afweging gaat die gemaakt is met allerlei factoren. In die afweging speelt ook lokale wetgeving een rol, of de kaders van de gemeente en de grondrechten die wat haar betreft nog steeds staan. Wat haar betreft is daarin een afweging gemaakt waarmee zij het niet eens is. Daarover wil zij opheldering. Mogelijk verschillen mevrouw Meerding en zij daarover van mening. Mevrouw Meerding (VVD) bevestigt dat zij hierover met mevrouw Nolten van mening verschilt. Zij verwacht dat dit verschil later in het debat tot uiting zal komen. De heer Sungur (DENK) merkt op dat een aantal collega's slecht is in luisteren. Hij heeft mevrouw Nolten heel goed het onderscheid horen maken tussen een publiek toegankelijke ruimte en de kaders die daarbij gelden en ook heeft zij gewezen op het afbreken van een demonstratie op het binnenplein van de universiteitsbibliotheek waar geen onderwijs of onderzoek plaatsvindt.
Hij vraagt of mevrouw Nolten het met hem eens is dat zij dit wel goed heeft toegelicht, alleen dat een deel van de raad slecht aan het luisteren is. Mevrouw Nolten (BIJ1) dankt de heer Sungur voor diens bijval. Gezegd werd tegen haar dat zij selectief shopte, zij geeft dat terug aan haar opponenten. Zij vervolgt haar betoog met haar ooggetuigenverslag met uiteen te zetten dat deze demonstranten op de grond zaten met de handen in elkaar terwijl zij riepen “Wij zijn Vreedzaam, wat zijn jullie?” Amnesty International zegt dat er altijd uitgegaan dient te worden van de vreedzaamheid van demonstranten en hun intentie. Die is luid en duidelijk. De burgemeester had wat haar fractie betreft voor deze studenten moeten staan en zich moeten inspannen om de inzet van ME en de politie en ontruiming te voorkomen zodat de studenten en docenten de ruimte kregen om te protesteren tegen het beleid van de universiteit. Zij vindt het daarom extra schokkend dat vreedzame demonstranten met zoveel machtsvertoon en politiegeweld zijn aangepakt en dat de burgemeester daarvoor toestemming heeft gegeven. Daarvoor heeft BIJ1 een gesprek georganiseerd tussen studenten, docenten en raadsleden om hun ervaringen breder kenbaar te maken. En dat is nodig omdat de verklaring van het college haaks staat op de getuigenissen van de vreedzame demonstranten. Hun overgebleven letsel spreekt de waarheid.
Zij geeft een indruk van de ingestuurde getuigenissen en videomateriaal waarover BIJ1 Utrecht beschikt. Zeker 53 mensen zijn met de wapenstok geslagen, ook als zij op de grond lagen. Veel daarvan gebeurde bij de supportdemonstraties, ook wanneer zij vooraf niet waren gevorderd om te vertrekken. Tenminste twee demonstranten zijn buiten bewustzijn geknepen door hun slagaders dicht te knijpen. Deze techniek is ook toegepast bij een docent. Daarnaast is degene door de politie half uitgekleed en ontbloot. Geen van de flauwgevallen personen heeft medische hulp gehad toen zij bewusteloos waren. Zeker 25 mensen werden over de grond gesleept waaronder aan hun nek, hoofd en haren. Iemand is aan zijn sjaal weggesleept waardoor diegene geen adem kon krijgen en bijna flauw viel. Twee mensen zijn met ontblote rug door glas gesleept. Eén iemand is door de politieagenten aan armen en benen tegen een stapel stoelen aan gegooid. Minstens twee mensen zijn van de trap af geduwd en zijn daarbij op hun hoofd geslagen met Pagina 50 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2430
2440
2450
2460
2470
wapenstokken. Ook is er veel verbaal geweld en intimidatie toegepast. Zo zijn er dingen gezegd als “Ja deze, ik heb plannen met haar, zet haar aan de kant, ik heb special treatment, eigen schuld, wil je je tanden verliezen? Ga je een braaf meisje voor mij zijn? “ Er zijn mensen uitgescholden voor randdebiel en zeug. Er werden grappen gemaakt over mensen hun uiterlijk en genderidentiteit. Uit de getuigenissen wordt in de breedte bevestigd dat mensen van kleur harder zijn aanpakt. Naast meer seksueel getinte opmerkingen, zijn er zeker drie personen in hun borsten en kruis gegrepen. Haar fractie heeft daarom de volgende vragen aan de burgemeester. De heer Stam (PvdA) was ook bij het gesprek dat BIJ1 had georganiseerd. Hij heeft ook het rapport mogen lezen dat was opgesteld. Het ging hem niet in de koude kleren zitten. Het jammere is dat dat rapport alleen binnen de raad zelf blijft. Wanneer aangifte gedaan wordt, kunnen stappen gezet worden. In hoeverre wordt er opgeroepen aangifte te doen. Dan kan de raad er iets mee. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt deze vraag relevant. Het gaat haar ook niet in de koude kleren zitten; zij veronderstelt dat dat hoorbaar is. Zij heeft deze informatie verzameld om dit debat zo volledig mogelijk te kunnen voeren en zaken aan het licht te brengen.
Tegelijkertijd heeft zij niet de toestemming van de betrokkenen om dit te bundelen en als klacht voort te zetten. Daarin kan zij hen wel faciliteren nu de informatie eenmaal is verzameld, maar het is aan de betrokkenen zelf om op die manier te kiezen wat ze daarmee doen. Daarbij wil zij gezegd hebben dat zij het ingewikkeld kan vinden om hiermee een aangifte te doen. De aangifte wordt gedaan bij hetzelfde apparaat als waartegen zij klachten hebben. De heer Stam (PvdA) begrijpt dat. Tegelijkertijd is aangifte de mogelijkheid om het op het niveau te brengen waar de raad het zou willen hebben. Dat is dan te onderzoeken om dan de volgende stap te zetten. Dat lukt niet wanneer dit alleen in het debat gehouden wordt. Hij vraagt mevrouw Nolten of zij contact kan opnemen met degenen die de informatie hebben ingestuurd. Hij roept op de aangifte te doen; dan kan de politie er iets mee. Nu kan het stadsbestuur er niets mee. Mevrouw Nolten (BIJ1) wil zich daar zeker voor inspannen. Zij vindt het prettig te vernemen dat zij de heer Stam aan haar zijde heeft. Zij wil de wensen respecteren van degenen die de aanklacht hebben. Dat vindt zij leidend. Zij vervolgt haar betoog met de volgende vragen aan de burgemeester. In de media verkondigt de burgemeester dat het geweld noodzakelijk was en proportioneel.
Zij vraagt of de burgemeester daarbij blijft ook na het zien van alle beelden en de verhalen van demonstranten. Zij krijgt graag een kritische reflectie van de burgemeester. Zij vraagt of de burgemeester kan instemmen met het inzetten van de politie tegen burgers wier protest valt onder het demonstratierecht, inbreuk doet op hun democratische rechten en de rechtstaat ondermijnt. Kan de burgemeester toegeven dat dit veel verder gaat dan een korte inzet van de wapenstok of de zogeheten korte pijnprikkel zoals in de raadsbrieven en in de media verklaard is door de politie zelf. Tijdens de demonstratie zijn undercover agenten, ook wel romeo’s, uitgedost in Palestijnse sjaals en Palestijnse vlaggen de vreedzame menigte ingestuurd om hen van binnenuit te belagen. Tegelijkertijd wil de Utrechtse politie en de gemeente dat de politie voorspelbaar en verbindend handelt. Zij vraagt of de burgemeester met haar deelt dat het concept van romeo’s niet past in een stad als Utrecht. Is de burgemeester bereid om de inzet van romeo’s te stoppen? Zij vraagt of de burgemeester zich ook zorgen maakt over het gapende gat tussen enerzijds de verklaringen van demonstranten en anderzijds die van de gemeente en politie. En Pagina 51 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
2480
2490
2500
2510
2520
dat terwijl er genoeg beeldmateriaal is als onderbouwing van de verklaringen van demonstranten. Zij vraagt of de burgemeester begrijpt dat het problematisch is dat de politie afgaat op het uitblijven van klachten over hun optreden omdat in de realiteit mensen niet alleen een drempel voelen om hun klacht bij hetzelfde apparaat in te dienen als waartegen zij de klacht hebben, maar dat zij soms ook de politie niet meer vertrouwen. Ondanks dat de politie heeft gewaarschuwd en mensen de kans heeft gegeven vrijwillig te vertrekken, geeft dat geen vrijbrief om zoveel fysiek en verbaal geweld te gebruiken, juist vanwege het geweldmonopolie van de overheid. Daarvan zouden zij zich uiterst bewust moeten zijn van hoe en of zij geweld toepassen. Mevrouw Nolten benadrukt dat dit echt anders had gekund. Wat haar betreft had deescalerend gehandeld kunnen worden. Dan hadden de studenten net als op andere campussen kunnen blijven demonstreren en bezetten om hun punt te maken. Dat stond de universiteit vorig jaar nog wel toe bij klimaatdemonstraties. Mevrouw Meerding (VVD) gaat in op het de-escalerend optreden. Zij las in de brieven dat zowel eerst de universiteit zelf als later de politie meerdere keren heeft aangegeven dat zij wilden dat de demonstranten vertrokken.