Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 30 mei 2024
Tekst van het document
Pagina 18 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
880
890
900
910
920
besluit een dorp de thuiszorg niet zelf te gaan doen, maar dat van de gemeente te vragen. Dan ligt in dat geval het initiatief toch bij de gemeenschap. Hij ziet een denkfout in de opzet van de gemeente Utrecht: in de optie Samen aan Zet wordt gesuggereerd dat de gemeente en de gemeenschap gezamenlijk eigenaar zijn. In de markt wordt dat model gekend: de publiek private samenwerking. Daarbij is het van belang dat beide partijen goed weten waarvan ze zelf eigenaar zijn om op basis daarvan de samenwerking te zoeken. Dat blijkt hier verstopt te zijn. Hij schaart dat onder cocreatie en coproduceren. Hij roept het college op dat op te schrijven. Hij waakt voor een model waarbij niemand eigenaar is. Hij vraagt de toezegging van de wethouder dit zo aan te passen. Een belangrijk deel van de beleidsnota gaat over de leidende principes voor houding en gedrag. Hij vindt de desbetreffende tekst goed. Daarna gaat de nota in op hoe mensen kunnen participeren. Hij pleit ervoor dit van buiten naar binnen te redeneren en dit om te draaien en te beginnen bij wat mensen nodig hebben, hoe zij te versterken zijn in de zeggenschap. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op in het kader van houding en gedrag en de opmerkingen van de heer Dijkstra daarover dat de aanbevelingen in de nota niet alleen gaan over ambtenaren; die gaan ook over hoe raadsleden zich gedragen. Zij vraagt hoe de heer Dijkstra dat ziet.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) bevestigt dat de opmerking van mevrouw Meerding juist is. Mevrouw Meerding (VVD) is benieuwd te vernemen van de heer Dijkstra of hij van mening is dat de drie verschillende groepen verschillende rollen hebben in het participatieproces en dat het wellicht niet helemaal passend is om een set van leidende principes voor te schrijven. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het daarover ook eens. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt hoe het heer Dijkstra zijn eigen gedrag ziet als consequentie van deze nota. De heer Dijkstra (EenUtrecht) refereert aan het begin van zijn betoog: heel veel mooie tekst. Hij complimenteert het college daarmee. Het leest geweldig. De nota biedt alleen geen zekerheden, geen vaste ankerpunten. Na deze beleidsnota kan geen Utrechters zeggen waarop hij/zij recht heeft. Hij mist dat enorm. Hij vindt dat Utrecht een stap vooruit moet maken en niet met een mooi verhaal iets moet toedekken wat misschien beter moet. Hij vervolgt zijn inbreng. Hij vindt dat een zevende principe ontbreekt en verzoekt het college dat toe te voegen; de erkenning dat op een aantal vlakken de Utrechter eigenaar is. Hij vraagt de reflectie van de wethouder. Hij hoopt dat de wethouder dit kan toevoegen als zevende principe. Wanneer al deze toezeggingen gedaan worden, zijn er wat hem betreft geen moties nodig.
In financieel opzicht leest hij dat de gemeente 149.000 euro zal bezuinigen op Samen Stad Maken; hij merkt op dat dit 36% minder is. Hij vraagt de reflectie van de wethouder; hoe is het dan mogelijk om al deze mooie verhalen te implementeren? Op deze manier zal niets geïnvesteerd worden in Samen Stad Maken; hij had een dubbel budget verwacht; hij vraagt uitleg. Zijn fractie heeft er weinig vertrouwen in dat deze nota hard gaat zijn en zekerheden gaat bieden. De wethouder kondigt een participatieverordening aan. Hij bevestigt dat dat hard nodig is. Zijn fractie zal met een eigen initiatiefvoorstel komen om dit ook te Pagina 19 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
930
940
950
960
970
willen; om de zekerheden beter in te bedden in een verordening zo dat de Utrechter wel een stap vooruit maakt als het gaat om participatie. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of de rol van de raad gaat veranderen in participatievraagstukken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) houdt het voor mogelijk dat zijn houding iets verandert; hij ziet geen wezenlijke stap vooruit; hij vreest dat zijn toon kritischer en feller gaat worden vanaf nu. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat best veel positieve zaken in deze nota staan. Ziet de heer Dijkstra niets in de stukken die mogelijk kunnen verbeteren? De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoopt het vertrouwen in mensen uit te stralen. Het enige dat hij nu inbrengt is dat wat er in totaal is opgeschreven niet voldoende is. Hij vreest dat straks alleen gepeild gaat worden. De heer Van Vliet (D66) vraagt naar de reden voor de heer Dijkstra een nog kritischer houding te hebben dan hij al had. De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt: vanwege de neiging vanuit het college om alleen te peilen. Van de zes wensen van bewoners is geen enkele gehonoreerd in het voorstel over het Utrechts planproces. Daarover maakt hij zich ernstig zorgen; deze bewoners zijn voor een groot deel ook afgehaakt. Hij ziet dat in deze nota herhaald worden. Hij ziet kleine stapjes gemaakt maar geen wezenlijke.
De heer Van Vliet (D66) vraagt of de heer Dijkstra in vervolg dan ook kritischer gaat zijn op plannen en participatieprocessen waarbij de woningzoekende niet wordt meegenomen, maar wel de omwonenden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat een van de beginselen was vertrouwen te hebben in de participatie, er vertrouwen in te hebben dat omwonenden ook mee kunnen denken met woningzoekenden. Het is vreselijk moeilijk om de woningzoekenden een stem te geven. De heer Van Vliet (D66) vertrouwt erop dat EenUtrecht vanuit dit vertrouwen de plannen in het vervolg gaat bekijken. Hij laat de oorzaak van de kritischer houding nu dan even links liggen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat een vreemd frame. Hij heeft er vertrouwen in dat mensen oprecht participeren en met goede bedoelingen. Hij is kritisch op het college en kritisch op veel partijen in de raad; daarbij speelt zijn vraag een rol of het college en veel partijen in de raad daadwerkelijk meer participatie wensen en meer ruimte willen geven aan Utrechters dan wat er nu gebeurt. Hij heeft geen vertrouwen in wat er nu gebeurt. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het goed dat er een nieuwe beleidsnota Samen Stad Maken voorligt. Hij had gedacht dat er geen nieuw beleid gemaakt zou worden maar dat het beter gedaan ging worden. Toch vindt hij dit goed. Eerder waren er twee actieprogramma's voor participatie en initiatief.
Met één nota waardeert het bestuur beter dat er een scala van vormen van samenwerking tussen Utrechters, markt en overheid is om de maatschappelijke uitdagingen van Utrecht aan te pakken. Met de nota wordt gewerkt aan meer betrokkenheid, eigenaarschap en zeggenschap van Utrechters en een betere belangenafweging door het college en raad in besluitvorming; en hij hoopt ook door andere initiatiefnemers die besluiten nemen.
Pagina 20 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
980
990
1000
1010
1020
Zijn fractie is positief over de leidende principes voor houding en gedrag; ze komen sterk overeen met de leidende principes die door de adviescommissie participatie van de raad zijn geformuleerd. Hij is ook positief over het gegeven dat Samen Stad Maken verantwoordelijk is voor de hele organisatie en niet alleen voor een paar medewerkers die hiermee bezig zijn. Over de uitwerking van de verantwoording, het reflectieteam en de indicatoren en over de uitwerking van de positie van de wijkplatforms maakt hij de volgende opmerkingen bij de leidende principes: pro actief wordt gezorgd voor inclusieve diversiteit. De nota legt een relatie naar de beleidsnota Inclusiviteit en Diversiteit. De vragen rondom diversiteit en participatie, zijn niet helemaal dezelfde als bij het diversiteitbeleid. Bij participatie gaat het erom dat het bestuur voortdurend op zoek is naar diversiteit in belangen en in gezichtspunten rondom het onderwerp waarom het gaat, met de nadruk op de ongehoorde stem en dat het bestuur kritisch is op die manieren van participatie die niet iedereen goed bereiken en waarmee het bestuur niet met diverse betrokkenen in gesprek gaat op de manier die bij hen past. Bij Samen Stad Maken 1 is daarover uitgebreid gesproken en vrij precies benoemd welke groepen daarbij extra aandacht vragen. Hij herkent dat niet en dit moet terug in deze nota.
Hij noemt als voorbeeld de drukke jonge gezinnen die rond de tijd waarop vergaderd wordt, geen tijd hebben om daarbij aanwezig te zijn. Hij vraagt de reflectie van het college op hoe de diverse groepen precies benoemd zijn. Zijn fractie is blij met het begrip proactief in de leidende principes. Bij het eerste actieprogramma Samen Stad Maken is afgesproken dat bij het begin of bij een nieuwe fase van een project een participatieplan gemaakt zal worden op basis van inclusieve stakeholder analyse. Zijn fractie heeft al eerder aangekaart dat die plannen er vaak niet zijn of niet vindbaar of niet inzichtelijk. Dat is wel nodig, zowel om helder te zijn naar de betrokkenen over wat zij wel of niet te vertellen hebben, alsook voor de controlerende taak van de raad. GroenLinks mist een harde afspraak over het echt maken van deze plannen en dat ze openbaar en gemakkelijk vindbaar zijn. Hij vraagt of het college dat alsnog toe te voegen aan de nota. GroenLinks is ook blij met het leidende principe proactief op zetten op duurzame relaties; dat is zowel van belang voor wijkplatforms als voor duurzame relaties met sleutelpersonen bij bepaalde onderwerpen of gebieden. Zij merken te vaak dat nieuwe projectleiders de geschiedenis niet goed kennen en dat het helemaal weer opnieuw moet beginnen.
Het Kompas voor Zeggenschap geeft handvatten om te kiezen hoe wel of niet meer eigenaarschap en zeggenschap te geven is aan Utrecht en aan Utrechters en wat dat betekent voor verschillende samenwerkingsvormen tussen Utrecht en de gemeente. Hij heeft twee problemen met dit Kompas. Ten onrechte wordt zijns inziens het gewenste participatieniveau (consulteren, adviseren of co creëren) gekoppeld aan de vraag wie eigenaar is van het initiatief: Utrechters, gemeente of gezamenlijk. De verschillende samenwerkingsvormen betekenen verschil in eigenschap en in verantwoordelijkheid voor de participatie en dus ook waar het gaat om het verschil in de rol van de gemeente, maar ook als het eigenaarschap bij Utrechters ligt. Dat kunnen zowel bewoners als grote organisaties zijn zoals woningcorporaties of projectontwikkelaars. Dan is de verantwoordelijkheid van de gemeente vooral er zorg voor te dragen dat deze initiatiefnemers zorgvuldig participatie organiseren. Hij mist die rol in de nota voor de gemeente bij dergelijke driehoeksverhoudingen. Hij is zeer teleurgesteld over dat de uitgangspunten voor Pagina 21 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1030
1040
1050
1060
1070
participatie van de initiatiefnemers in het kader van de Omgevingswet en de aanpassing van het Utrechts planproces nog niet zijn uitgewerkt; het is zelfs nog onduidelijk wanneer die uitwerking er komt. Hij krijgt graag de reflectie van de wethouder en een toezegging wanneer de raad de uitwerking kan verwachten van participatie in relatie tot het UPP. Het niveau van participatie moet niet afhankelijk zijn van het eigenaarschap, maar van de ruimte voor beïnvloeding en de diversiteit van gezichtspunten en belangen bij het onderwerp dat aan de orde is. Hij vraagt of de uitkomst helemaal vaststaat en of er nog ruimte is voor keuzes in de uitwerking. Hoe complex is het onderwerp? Zijn er lastige dilemma's, botsing van visies of belangen, lukt het de diverse betrokkenen om zichzelf op een inclusieve manier te betrekken bij de besluitvorming? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt toelichting op de frase waar de heer Dekkers zegt dat het niveau van participatie niet afhangt van wie eigenaar is. Wanneer de Gemeenschap eigenaar is, is er sprake van overheidsparticipatie; hij gaat ervan uit dat dit relevant is om te weten aan de voorkant: waar het primaat van eigenaarschap ligt. De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat dat juist is; eigenaarschap is belangrijk voor de vraag of er overheidsparticipatie is, of burgerparticipatie of een mengvorm daarvan.
Maar eigenaarschap is niet relevant voor de vraag of advies gevraagd gaat worden of co creatie plaatsvindt - het niveau van participatie. Wanneer de gemeente eigenaar is, kan er sprake zijn van dat de gemeente alleen vraagt wat de bewoners ervan vinden of kan er gekozen worden om gezamenlijk om de tafel te gaan over hoe het moet worden. Dat geldt ook wanneer een ontwikkelaar aan de slag is. Het niveau van participatie hangt meer samen met het antwoord op de vraag wat de beïnvloedingsruimte is en in hoeverre er meningsverschillen en dilemma’s zijn dan van wie eigenaar is. Hij wijst de nota af op het punt dat die twee zaken op één hoop gegooid zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dit nu beter te begrijpen. De vraag wie eigenaar is, staat er niet. De eerste vraag is wie betaalt. Dan komt alles in die hoek terecht. Hij vraagt of GroenLinks met zijn fractie deelt dat het juist heel relevant is om die eerste vraag te stellen (wie is hier eigenaar); dan is te zien dat in veel meer gevallen de gemeenschap als eigenaar wordt gezien; dan ontstaat in principe een andere soort benadering van participatie, anders dan nu het geval is. De heer Dekkers (GroenLinks) is dat niet geheel eens met heer Dijkstra. Het kan zijn dat bewoners een initiatief nemen waarvan de gemeente zegt dat de bewoners dat kunnen doen. Dan is daar geen uitgebreide participatie nodig.
Het kan heel goed zijn dat er andersom er een enkele verantwoordelijkheid voor de gemeente is, terwijl er heel veel ruimte is voor beïnvloeding. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Hij vindt het niet slim af te zien van de niveaus van participatie. Hij heeft grote twijfels over de stelling dat meer gepeild moet worden en dat de integrale afweging meer moet liggen bij het college en de raad. Een van de grote problemen met participatie in het verleden was juist dat afzonderlijke betrokkenen gevraagd werden om hun wensen en bezwaren en dat diverse betrokkenen te weinig met elkaar in contact gebracht werden om elkaars gezichtspunten en belangen goed te begrijpen en gezamenlijk te praten over lastige dilemma's en keuzes en te zoeken naar oplossingen die recht doen aan diverse visies en belangen. In de frase over peilen leest hij wel iets over mensen met elkaar in gesprek brengen maar de nadruk ligt wel heel erg op de afzonderlijke individuen. Hij krijgt hierop graag de reflectie van het college. Hij legt de vraag voor of zijn zorg over peilen begrepen Pagina 22 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1080
1090
1100
1110
wordt. Hij vraagt of het adviseren en co creëren nog steeds mogelijk is wanneer de gemeente eigenaar is van een onderwerp of als een grote ontwikkelaar eigenaar is; hoe wordt gegarandeerd dat de gemeente niet alleen luistert naar verschillende betrokkenen, maar dat de gemeente de verschillende betrokkenen in gesprek brengt met elkaar over hun belangen en gezichtspunten. Hoe wordt gegarandeerd dat peilen divers en inclusief blijft en niet te snel teruggevallen wordt op digitaal peilen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks het risico ook ziet dat wanneer peilen opgenomen wordt als een aparte optie heel veel gekozen zal worden voor die optie en dat daarmee het gemeentebestuur heel veel laat liggen. De heer Dekkers (GroenLinks) licht toe dat dit zijn betoog is. Hij schrikt van de frase “we moeten meer gaan peilen”. Wat hem betreft is de krachtigste manier van participatie de combinatie van meer divers peilen en ook in gesprek gaan met diverse betrokkenen; wat hem betreft moet het stadsbestuur meer in die richting. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij dat te horen. Dan delen GroenLinks en EenUtrecht de zorg over het wegzakken in peilen en dat men daarvoor gaat kiezen.
Hij vraagt of het dan wellicht beter is om dat onderscheid los te laten; sec alleen peilen zal bijna nooit een oplossing zijn; hij pleit ervoor het breed te houden en te spreken over dat er sprake is van burgerparticipatie met onder andere een peiling. Hij vraagt of GroenLinks die opvatting deelt. De heer Dekkers (GroenLinks) heeft verschillende malen gepleit voor het onderscheid tussen burgerparticipatie, overheidsparticipatie en het gezamenlijk doen. Hij pleit ervoor los daarvan onderscheid te maken welke vorm of niveau van participatie gedaan wordt: consulteren, adviseren of co creëren. Hij vervolgt zijn inbreng. Zijn fractie maakt zich zorgen over of Samen Stad Maken sterk genoeg gepositioneerd is in de organisaties. Enerzijds vindt zijn fractie het heel belangrijk dat Samen Stad Maken door de hele organisatie gedragen wordt. Tegelijkertijd is een stevige positie nodig. De raad gaat niet meer alleen over de actieplannen. Hij vraagt het college wanneer de raad geïnformeerd wordt over wat er nu concreet gaat gebeuren en hoe het college ervoor zorgt dat er voldoende uitvoeringskracht en capaciteit is. Hij vraagt of de wethouder het eens is met zijn wens voor een stevige positionering van de programmadirecteur. Uitgebreide participatie heeft plaatsgevonden over de beleidsnota. Hij dankt het college voor het participatieverslag.
Hij ziet in de afgelopen tijd steeds meer goede participatieverslagen; hij mist in deze nota bestaande uitgangspunten dat de gemeente of een initiatiefnemer die verantwoordelijk is voor participatie altijd aan Utrechters die deelgenomen hebben aan participatie, terugkoppelt wat gedaan is of gedaan zal worden met de inbreng in de participatie. De rapportage is ook heel belangrijk voor de besluitvorming en de controlerende rol van de raad. Hij vraagt de wethouder of hij hier overheen gelezen heeft of dat zij bereid is dit toe te voegen. Hij denkt dat de raad bij het maken van deze nota te weinig betrokken is en dat daaruit voortkomt dat de raad allerlei punten gaat inbrengen; hij stelt in ieder geval voor dat de raad betrokken wordt bij de reflectiegroep. Hij vindt de reflectiegroep een goed initiatief. De heer Van Vliet (D66) hoort een pleidooi voor divers en representatief zeggenschap en de vraag aan het college hoe de peilingen te gaan doen; hij vraagt hoe GroenLinks dit denkt te gaan doen. De heer Dekkers (GroenLinks) benadrukt (1) dat het gemeentebestuur het idee van inclusieve stakeholders analyse niet voor niets heeft voorgesteld; denk na over de betrokkenen aan het begin van het proces met extra oog voor de ongehoorde stem. Pagina 23 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1120
1130
1140
1150
1160
Hoe de diversiteit te waarborgen? En (2) zorg ervoor wanneer gekozen wordt voor peilen dat er steeds rekening mee gehouden wordt dat niet iedereen op dezelfde manier benaderd moet worden; sommigen kunnen prima digitaal benaderd worden en voor anderen moet gekozen worden voor een koffietafel of een winkelcentrum (zoek de diversiteit van vormen) en (3) onderzoek hoe de verschillende mensen bij elkaar te brengen zijn. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat heer Dekkers kritisch is op deze nota. Hij kan zich dat voorstellen zeker wanneer het gaat om de uitvoering. Maar de nota ambieert wel het participatiebeleid opnieuw vorm te geven. Hij vraagt of de heer Dekkers wel enthousiast is over de intentie die het college in deze nota uitspreekt. De heer Dekkers (GroenLinks) staat nadrukkelijk achter de intentie meer zeggenschap en meer eigenaarschap te realiseren en achter de intentie de diversiteit te benaderen. Hij ziet nog wel verbeteringsmogelijkheden. Die heeft de heer Van Steeg hem horen noemen. De heer Maas (VOLT) vindt het voorliggende een mooi stuk. Hij is kritisch. Hij realiseert zich dat de stad van ver komt. Om te komen tot doelstellingen wordt uitgelegd dat deze bedoeld zijn om Utrechters meer zeggenschap te geven. Daarmee wordt bedoeld dat zij meer invloed uit gaan oefenen.
De vraag is dan wel waarop eigenaarschap, zeggenschap gebaseerd is? Wat wordt precies bedoeld en hoe ver gaat dat dan en hoe wordt dat ingevuld? Hij krijgt hierop graag een toelichting. De doelstellingen zijn gericht op eigenaarschap en op de bredere afweging door college en raad. De heer Van Vliet (D66) is benieuwd wat VOLT denkt over de betekenis van zeggenschap en eigenaarschap. De heer Maas (VOLT) heeft daarover ideeën. Hij vraagt zich af of dat in deze context belangrijk is. Hij ziet in de nota een Kompas waarin dat duidelijk wordt. In de Raadsinformatiebijeenkomst is nog gesproken over de vormgeving van eigenaarschap. Daarin ziet hij een goede vorm. In de aanloop naar de doelstellingen worden zaken door elkaar gehaald. Dan ontstaat bij hem verwarring over wat precies zeggenschap is en wat eigenaarschap. Hij vraagt in die zin om een toelichting op de nota. De heer Van Vliet (D66) merkt op dat wanneer dit een relevante vraag is voor het college, de vraag ook relevant is voor VOLT. Hij is benieuwd te vernemen hoe vanuit de biologie van VOLT te kijken naar eigenaarschap en zeggenschap. De heer Maas (VOLT) merkt op dat eigenaarschap goed beschreven is in de notitie van Peel en Maas. Daarbij zijn de inwoners aan zet omdat zij eigenaar zijn van hun eigen proces. Zeggenschap wordt vaak op een andere manier ingevuld.
In zijn beleving kan zeggenschap van alles betekenen; ook de keuze wie er in de raad zit. Dat is veel breder in te vullen dan eigenaarschap. Hij sprak over de doelstellingen; naast de twee genoemde doelstellingen is er ook nog een procesdoel als betrouwbare partner. De bijbehorende indicatoren doen volgens zijn fractie wat mager aan. Ze zijn veelvuldig op ervaring gericht; dat is op zich prima. Hij ziet ook graag wat hardere indicatoren als het aantal bijeenkomsten, het aantal participanten, de hoeveelheid gemaakte keuzes uit het Kompas, et cetera. Hij weet dat het niet zo bedoeld is in de nota, maar het wekt de indruk dat de indicatoren gemakkelijk te halen zijn; hij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Zijn fractie ziet in dat opzicht graag aanpassingen.
Pagina 24 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1170
1180
1190
1200
1210
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of er geen koppeling moet zijn tussen wat gemeten wordt en welke indicator dan nodig is. De heer Maas (VOLT) is het daarover eens. Zijn streven is meer indicatoren te hebben dan alleen ervaringsindicatoren; hij wil ook graag weten hoe geparticipeerd is en wat de gevolgen zijn van participatie voor de te nemen besluiten. Hij begrijpt dat het stadsbestuur meer gaat peilen. Dat doet het stadsbestuur budgetneutraal waardoor er minder ruimte ontstaat voor burgerparticipatie; hij vraagt of dat betekent dat het stadsbestuur beter gaat luisteren of dat dit gedaan zal worden zoals tot nu toe altijd gedaan is. Naast dat zijn fractie benieuwd is hoe die budgettaire rekensom gemaakt is, krijgt hij graag daarover meer inzicht van de wethouder. Zijn fractie vraagt zich af of dit ook echt leidt tot het doel van meer eigenaarschap wanneer de ruimte in het Kompas van Samen aan Zet en Utrecht aan Zet afneemt; hij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Hij vindt het Kompas op zich helder hoewel daarover ook kritische opmerkingen zijn gemaakt.
Hij sluit zich ook aan bij eerder gestelde vragen over hoe dit in de praktijk gaat uitpakken; welke vormen van participatie zullen worden toegepast en hoe kan de raad daarin sturen? Hoe ziet de wethouder de positie van de raad in het maken van keuzes hierin? De heer Maas sluit zich aan bij de vraag van EenUtrecht over de financiën; hoe gaan de bezuinigingen terugkomen in deze nota? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt de woorden van de heer Maas redelijk mild klinken als het gaat om de effecten van deze beleidsnota. Tegelijkertijd signaleert hij ook dat het de teneur heeft van “meer peilen”. Hij legt de vraag voor aan de heer Maas of diens oordeel daarom dan niet kritischer zou moeten zijn. Meer peilen betekent niet een verschuiving naar meer zeggenschap. Hij vraagt of de heer Maas dat met hem deelt. De heer Maas (VOLT) antwoordt bevestigend. Hij vindt die vraag helder gesteld. Hij wil graag weten of dat de praktijk is. Hij vraagt of dat ten koste gaat van de andere vormen van participatie. Dan zou zijn fractie het daarmee niet eens zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Maas zijn analyse deelt dat in de afgelopen 10 jaren de gemeente Utrechters steeds minder liet participeren; dat de gemeente steeds minder ruimte gaf aan Utrechters om challenges te doen, publieke taken over te nemen in plaats van meer.
Het zou in deze nota een keerpunt moeten zijn, dat juist om te buigen. Dat gaat met deze nota niet lukken; hij vraagt of de heer Maas dat met hem deelt. De heer Maas (VOLT) deelt de visie dat het afgelopen jaar minder ging en dat dat beter moet. Hij hoopt ook dat deze nota daarmee een start gaat maken; ondanks zijn kritiek hoopt hij dat het stadsbestuur hiermee iets gaat bereiken. De heer Van Steeg (CDA) complimenteert de wethouder met de mooiste titel Geen Utrecht zonder U. Dit betreft ook de intentie om een verandering teweeg te brengen op het gebied van participatie. Zijn fractie onderschrijft die van harte. In de nota staan goede teksten. Dat neemt niet weg dat hij kritisch is op de nota als zodanig. Het moet concreter. Hij deelt de mening van de heer Dijkstra over de intentie. Hij hoopt dat het mogelijk wordt Utrechters meer verantwoordelijk te maken en gezamenlijk verantwoordelijk te zijn voor de stad die Utrecht is. Dat heeft hij in de afgelopen jaren gemist. Hij vindt het van belang dat het hele college die verantwoordelijkheid neemt. Hij hoopt dat dit wordt uitgedragen door het hele college en dat de Pagina 25 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1220
1230
1240
1250
1260
wethouder dat ook ziet en dat zij dat op die manier heeft besproken in het college. Hij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. Hij vindt dat heer Dijkstra een aantal terechte punten heeft gemaakt over de financiering. Hij noemt de korting op het Initiatievenfonds in dat perspectief. Op heel veel vlakken wordt er minder geld besteed aan participatiebeleid. Dan is de uitgesproken ambitie in deze nota riskant zonder dat duidelijk wordt waar het naar toe gaat. Het gevaar bestaat dat het participatiebeleid minder gezamenlijk vormgegeven gaat worden. Hij vraagt hoe de wethouder dit ziet en hoe het stadsbestuur verder gaat met de uitwerking van deze nota. Wat hem betreft moet de uitwerking van de nota snel komen, zeker als het gaat om de mentaliteitsverandering op het stadskantoor en de drie onderwerpen die het college daarbij noemt. Hij vindt dat goede onderwerpen. Zijn fractie staat daar achter. Hij legt de vraag voor wat de bezuinigingen betekenen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat er geen nota meer hoeft te komen. Hij vraagt of het CDA zijn mening deelt dat er nu een keiharde verordening moet komen waarin de garanties en zekerheden moeten staan wanneer er geparticipeerd kan worden. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat wat hem betreft de uitwerking concreter moet worden.
Hij is het er over eens dat het gemeentebestuur de bewoners het initiatief zou moeten geven en dat concreet moet maken en voor welke onderwerpen dat geldt. Dat hoeft voor hem niet in de verordening; dat zit volgens hem in deze nota wanneer daaraan op een goede manier richting wordt gegeven; maar dan moet het wel concreter worden. Hij bevestigt dat het risico van alleen peilen gaat ontstaan, zeker gegeven het geldgebrek. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Van Steeg met hem deelt dat het goed zou zijn wanneer er een lijst zou staan in welke richting de zekerheden zijn in te bouwen; wat tijdigheid betekent, dat mensen daarvoor eigen middelen moeten hebben, dat eigenaarschap de eerste vraag moet zijn. Hij mist die lijst. De heer Van Steeg (CDA) wilde daarop ingaan in zijn inbreng. Hij is het daarover eens. Hij noemt in dit verband de Right to Challenge of het bewonersbod. Daarover is al vaker een motie ingediend. Dat gaat wat hem betreft juist over de concrete onderwerpen waarbij het gemeentebestuur de buurt aan zet moet laten zijn. Dat wordt langzamerhand een beetje weggemoffeld. Hij vraagt de wethouder hoe dat verder wordt uitgewerkt. Het staat er wel in maar krijgt weinig ruimte. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Van Steeg met hem deelt dat de beslisboom een andere suggestie wekt.
Wanneer daarin de sporthal gestopt wordt, wordt als eerste vraag beantwoord of er geld nodig is van de gemeente. Daarna mag de burger participeren. Hij vindt het niet het juiste begin. De heer Van Steeg (CDA) vindt de beslisboom op zich goed. In de mogelijkheden moet wat hem betreft wel goed staan en duidelijk worden dat de bewoners het zelf kunnen vormgeven. Wanneer dat onvoldoende erin zit, moet het stadsbestuur daar naar kijken. Daaruit volgt wel dat keuzes helder worden gemaakt, ook naar de raad toe. Hij pleit ervoor de raad duidelijk te maken waarom de keuze is gemaakt voor een bepaald participatietraject en dat die keuze ook echt expliciet wordt gemaakt zo dat de raad daarin een keuze of een besluit kan nemen. Ingezet wordt op meer wijkgericht werken; daarvoor gelden bezuinigingen. Hij benadrukt behoefte te hebben aan een extra uitwerking. Op welke manier worden de drie uitgangspunten concreet? En hij wil graag een concretisering in vooral raadsvoorstellen hoe dit Kompas uit te werken in de onderwerpen die behandeld worden.
Pagina 26 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1270
1280
1290
1300
1310
De heer Van Vliet (D66) merkt op dat met een extra nota, een nadere uitwerking, het gemeentebestuur dit nog steeds niet uitvoert. Hij legt de vraag voor hoe ervoor te kunnen zorgen hiermee concreet aan de slag te gaan. Hij legt de vraag voor hoe te voorkomen dat dit verzandt in een papierwinkel. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat dit kan door zo snel mogelijk heel concreet aan de slag te gaan met de genoemde uitgangspunten waaraan richting wordt gegeven; in 2026 zal dit geëvalueerd worden. Dit is zeker nodig omdat er minder geld is. Hij noemt in dit verband de korting op het Initiatievenfonds, de aandacht voor de Wijkbureaus. Hij legt de vraag voor wat er dan terecht komt van alle ambities die hij steunt. Hij herhaalt en benadrukt zijn wens voor concretisering. De heer Van Vliet (D66) begrijpt dat het CDA de vinger aan de pols wil houden om na te gaan of het lukt en niet zozeer zaken wil concretiseren. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het stadsbestuur heel helder moet zijn in wat er wel en wat niet kan en wat het betekent voor alle zaken die in deze nota zijn opgeschreven. Het stadsbestuur zal die niet allemaal waarmaken met het beperkte geld dat voorhanden is. Wanneer de heer Van Vliet dat bedoelt, wil hij de vinger aan de pols houden als het gaat om de vraag wat wel en wat niet gaat lukken.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het helpt dat dit een soort actieprogramma is waarin staat wat gedaan gaat worden in de loop van de tijd. De heer Van Steeg (CDA) hoort het debat en denkt dat het goed is om de nota iets verder uit te werken als het gaat om de betekenis van het Kompas, wat dat betekent voor participatietrajecten, maar zeker ook als het gaat om de cultuurverandering op het stadskantoor, als het gaat om hoe de stad te benaderen. Wat is op dit moment nog haalbaar? Hiermee rondt hij zijn inbreng af. De heer Van Vliet (D66) vindt dat dit voorstel een duidelijke stap in de goede richting is. Het gaat om meer zeggenschap voor alle burgers. In een tijd waarin sommige groepen veel betere toegang hebben tot democratische instrumenten dan andere burgers vindt hij dit van groot belang voor het voortbestaan van de lokale democratie. Dat niet alle burgers een goede toegang hebben tot democratische instrumenten, voedt het wantrouwen in de politiek. Hij vindt dat het stadsbestuur aan de slag moet met het verbeteren van de representatieve democratie en dus ook met het verbeteren van de relatie tussen, bewoner, ambtenaren, college en raad. Wat hem betreft moet iedereen aan de slag met het handelingsperspectief en de houding die wordt genoemd in het voorstel.
Belangrijk voor iedereen is dat het stadsbestuur goed de vinger aan de pols houdt en blijft controleren of ten eerste de ideeën van Samen Stad Maken blijvend landen in zowel raad, college als ambtelijke organisatie en dus uiteindelijk ook bij de bewoner. Wanneer meer zeggenschap voor alle burgers het doel is, vraagt hij zich wel af hoe die mate van meer zeggenschap nu uiteindelijk te borgen is en uiteindelijk daadwerkelijk te meten is. Hij ziet hierin een belangrijke rol weggelegd voor de in de stukken genoemde reflectie groep als een soort van eerste initiatiefnemer. De heer Maas (VOLT) vraagt hoe D66 de zeggenschap ziet. De heer Van Vliet (D66) licht toe dat zeggenschap betekent mede invloed hebben en mede kan nadenken en mede vorm kan geven. Iemand die stemrecht heeft, heeft meer zeggenschap dan iemand die geen stemrecht heeft. Iemand die kan meedenken en invloed kan hebben op een ruimtelijke ordeningsproces heeft meer zeggenschap dan iemand die niet mag meedenken. De heer Maas (VOLT) is benieuwd naar het vervolg over hoe dat te gaan meten. Pagina 27 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1320
1330
1340
1350
1360
De heer Van Vliet (D66) vindt dat de belangrijkste vraag; hij sluit zich in dat opzicht aan bij eerdere sprekers over dat het concreter kan. Ook hij is daarin zoekende. Het gaat uiteindelijk om dat de inwoners van Utrecht halverwege deze exercitie kunnen zeggen dat zij meer zeggenschap hebben. Dat is voor hem de belangrijkste graadmeter. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de heer Van Vliet sprak over de verbetering van de representatieve democratie. Hij legt de vraag voor of het hier juist niet gaat om de het versterken van de directe democratie en de deliberatieve democratie samen met Utrechters. De heer Van Vliet (D66) wijzigt op deze terugkoppeling zijn inbreng in het versterken van de democratie. Hij vervolgt zijn inbreng. De heer Dijkstra (EenUtrecht) legt de vraag voor of peilen ook zeggenschap is. De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat dit niet in directe zin zo is. Maar peilen kan wel meer zeggenschap geven in sommige gevallen. Met peilen is ook de stem van de woningzoekende mee te nemen. Dan komt er in die zin indirect meer zeggenschap. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt peilen geen zeggenschap. Het is mogelijk iets te zeggen en zeggenschap te hebben. Hij vindt dat die begrippen te onderscheiden zijn. De heer Van Vliet (D66) repliceert dat zeggenschap gaat over het hebben van invloed. Mensen die een peiling invullen, kunnen zijns inziens zeggenschap hebben.
Hij vervolgt zijn inbreng met zijn vragen aan de wethouder. Hij vraagt of het juist is dat het doel van de implementatie van de Reflectiegroep, het verhaal over Samen Stad Maken en de continue doorontwikkeling maakt dat alle burgers meer zeggenschap krijgen. Zo ja vraagt hij hoe het college dat wil meten. Hij vraagt of het college het met zijn fractie eens is dat de reflectiegroep een belangrijk instrument is om ten eerste heel vroeg in het proces te bepalen hoe het gemeentebestuur de burgers meer zeggenschap zou kunnen geven en of dat lukt tijdens het ermee bezig zijn. Hij vraagt extra aandacht voor alle burgers. Hij wil dat de burgers die in participatieprocessen buiten de boot vallen en die de weg niet weten te vinden naar de democratische instrumenten zoals die nu gekend worden evenveel zeggenschap krijgen als andere burgers die die wegen wel weten te vinden. Hij vraagt de reactie van de wethouder op zijn vraag hoe het college dat gaat realiseren. Als het gaat om de participatieprocessen bij ruimtelijke ontwikkelingen, vindt hij het goed dat al die processen weer onder de loep genomen gaan worden in het kader van Samen Stad Maken. Wat hem betreft zal het stadsbestuur gaan werken aan het vergroten van de zeggenschap in die processen, maar het gaat ook in heel belangrijke mate om de zeggenschap van diegenen die nog een huis aan het zoeken zijn.
Wanneer gesproken wordt over een tweedeling tussen diegenen die een huis hebben en zij die geen huis hebben, zou te zeggen zijn dat het belang van degenen die geen huis hebben zwaarder weegt en dat het stadsbestuur vooral daarop moet inzetten om de zeggenschap van hen te vergroten. Hij vraagt of het college daarmee eens is. Hij vraagt of het college bereid is in die lijn ook die participatieprocessen bij ruimtelijke processen onder de loep te nemen en expliciet de stem van woningzoekenden mee te nemen. Hij krijgt hierop graag een toezegging. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) vindt het goed om te zien dat in de nota aandacht is voor het dichten van de kloof tussen de overheid en de burger.
Pagina 28 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1370
1380
1390
1400
Hij hoopt dat het inzetten van participatie ertoe leidt dat mensen zich gehoord gaan voelen en dat op den duur het vertrouwen in de politiek vergroot wordt. Zijn fractie vindt het een mooie nota waaraan hard gewerkt is. Zijn partij vindt de nota wel heel erg mensgericht; wat hem betreft wordt dit niet alleen gedaan voor de mensen. Naast dat zijn fractie ermee eens is dat plannen en uitvoering beter moeten aansluiten op mensen, vindt zijn fractie het ook belangrijk dat plannen en uitvoering aansluiten op de dieren en natuur. Die hebben geen stem. Hij vraagt of de wethouder het daarmee eens is; dat de belangen van dier en natuur en milieu onderdeel moeten uitmaken van Samen Stad Maken. Hij doet de suggestie van de natuur een rechtspersoon te maken. Hij noemt als voorbeeld de gemeente Eysden-Margraten in Limburg. Die gemeente heeft hiervan de primeur in Nederland. De gemeenteraad daar heeft aangekondigd de natuur rechtspersoonlijkheid te willen verlenen. Een aangestelde voogd kan dan de belangen van de natuur behartigen. Hij vraagt of de wethouder hiermee bekend is. Is zij bereid om de natuur op deze wijze een stem te geven in ook Utrecht? Zo nee, waarom niet? Via de adviescommissie Participatie waarbij ook de wethouder en de betrokken ambtenaar zijn aangeschoven, kreeg zijn fractie een goed beeld van onder andere het stuk dat nu voorligt.
Momenteel wordt het advies uit die commissie afgerond. Tot zijn spijt kan dat advies vandaag niet besproken worden. Hij kijkt uit naar de reactie van de Raad wanneer dat wel zover is. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat in de nota het veel gaat over hoe ongehoord geluid breder is te trekken. Hij vraagt of dat tegemoet kan komen aan de vraag van de Partij voor de Dieren over de natuur en milieu. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) bevestigt dat dit zo bedoeld zou kunnen zijn; hij ziet het dan graag verwoord in de nota. Op dit moment komt het woord dier of natuur niet voor. Het is dan ook onduidelijk wat en hoe hieraan iets te doen is. Dit is wat hem betreft nog niet genoeg. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wat hij zich moet voorstellen in de praktijk wanneer de natuur een rechtspersoon is; wat moet hij zich voorstellen als het gaat om een proces van participatie. Wat doet het college of een gemeente anders dan nu. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) licht toe dat hieraan nog gewerkt wordt in Nederland. Ook Amsterdam is bezig met een initiatiefvoorstel op dit terrein. Hij doet de suggestie ook daar naar te kijken. Individuele mensen komen als woordvoerder dan op voor de belangen van de natuur. Dat kan dan meegenomen worden in het participatieproces. . De heer Snijder (Student & Starter) vindt het fijn dat de stad werk maakt van participatie.
Het zorgt voor inclusieve besluitvorming, versterkt de sociale samenhang, bevordert transparantie en maakt dat het beleid beter aansluit bij de behoeften van de Utrechtse inwoners. Zijn fractie vindt de voorliggende nota een goede start. Hij dankt de betrokkenen bij de totstandkoming daarvan. Zijn fractie vindt het essentieel jongeren vanaf jonge leeftijd te betrekken bij participatie in Utrecht. Samen Stad Maken vindt ook plaats met hen. Door hen aan te moedigen mee te doen aan lokale participatie en besluitvormingsprocessen, leren zij veel en krijgen zij echt de kans hun stem te laten horen. Tot zijn spijt zijn jongeren nog ondervertegenwoordigd in deze processen; en dat terwijl hun stem cruciaal is voor de toekomst van de stad Utrecht.
Pagina 29 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1410
1420
1430
1440
1450
Hij vindt het opvallend dat bekende gezichten uit de stad de weg weten te vinden naar participatie. Dit benadrukt waarom het stadsbestuur moet luisteren naar het jonge geluid en dat het bestuur hun stem moet meenemen in de besluitvorming. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt waarom Student & Starter nu alleen jongeren eruit licht. Er zijn nog heel veel meer groepen met minstens even grote afstand tot het stadsbestuur. De heer Snijder (Student & Starter) vindt dat de heer Van der Zweth daarmee een punt heeft: er zijn veel meer groepen. Wat zijn fractie betreft zijn jongeren extra van belang. Om die reden licht hij die groep eruit. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat ook wanneer jongeren vaak gezien worden het bestuur er nog steeds niet is. Hij vindt dat de heer Snijder een versmalling aanbrengt in het doel als het gaat om inclusiviteit en diversiteit. De heer Snijder (Student & Starter) benadrukt dat over de hele breedte jongeren ondervertegenwoordigd blijven. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Hij vindt de aandacht op het gebied van jongeren nog beperkt. Er wordt slechts gemeld dat wordt voortgebouwd op het bestaande kapitaal van vreedzame scholen en wijken. Hij had gehoopt op meer expliciete aandacht voor jongeren in deze context.
Hij vraagt of de wethouder kan verduidelijken op welke manier specifiek aandacht wordt besteed aan jongeren in participatieprocessen en hoe dit in de toekomst gaat zijn, ook in dit stuk. Wat wordt precies bedoeld met de door hem genoemde term. Hij vindt dat er weinig aandacht is besteed aan het ongehoorde geluid. Daarnaast werd in augustus 2021 de participatielijn gelanceerd als onderdeel van Samen Stad Maken op de Utrechtse manier. Hij las dat dit brede aandacht krijgt binnen de organisatie en bij partners. Het nieuwe beleid vereist een herziening. Dat wordt hen binnenkort verteld met een nieuwe boodschap; kan de wethouder de raad daarover meer vertellen? Is dat dan getoetst, besproken met partners en organisaties? Hij vraagt nadere toelichting. Hij las in het stuk weinig over de wisselwerking tussen Samen Stad Maken en het UPG. Hij vraagt of de wethouder daarover iets meer kan zeggen en hoe de wisselwerking er in de toekomst uit gaat zien. Zijn fractie sluit zich aan bij de inbreng van D66 over woningzoekenden. Met betrekking tot de bezuiniging leest hij in de Voorjaarsnota dat het extra budget voor Samen Stad Maken wordt ingetrokken. Een deel daarvan was bedoeld voor online participatie. Hij ziet dat online participatie heel belangrijk is om jongeren te betrekken. Dat blijkt ook uit de cijfers. Zijn fractie maakt zich daarover zorgen.
Hij vraagt de wethouder daarop in te gaan en in te gaan op de haalbaarheid van de doelstellingen specifiek voor jongeren. Hij zou het betreuren wanneer de stem van jongeren verloren gaat in de participatie. Mevrouw Meerding (VVD) licht toe dat het onderliggende document Samen Stad Maken ingaat op hoe het gemeentebestuur burgerparticipatie vormgeeft in Utrecht. De aanleiding om dit nieuwe beleid te maken, was het kritisch Rekenkamerrapport waaruit bleek dat Utrechters zich onvoldoende gehoord voelen. De VVD had hoog gespannen verwachtingen van deze nota. De VVD houdt een andere afdronk over. Zij leest veel mooie woorden, weinig zaken waarmee zij het oneens kan zijn. Zij legt de vraag voor wat dit concreet betekent voor de participatie in Utrecht; wat gaat het concreet veranderen door deze nota? Dat is voor de VVD nu nog onduidelijk.
Pagina 30 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1460
1470
1480
1490
1500
Zij gaat in op de inhoud van de nota loopt die door. De beleidsnota gaat vooral over de leidende principes voor houding en gedrag en over het Kompas van zeggenschap. Zij begint bij de leidende principes. De nota geeft aan dat het voor goede participatie nodig is dat er een verandering komt van houding en gedrag van ambtenaren, college, en raadsleden. Haar fractie ondersteunt de principes die genoemd worden zoals open en eerlijk, vertrouwen, leren en verbeteren. Het zijn mooie woorden die om een cultuuromslag vragen. Haar fractie vraagt zich af hoe dit in de praktijk terug te zien en hoe dit in de praktijk te meten. Ondanks de mooie woorden vindt zij de leidende principes ook een beetje ongemakkelijk; ongemakkelijk omdat ook raadsleden als groep worden benoemd in een nota die is opgesteld door het college en door ambtenaren. Raadsleden zijn niet degenen die de participatie organiseren en begeleiden. De raad stelt de kaders vast. Dat is een andere rol, in ieder geval in de ogen van de VVD. Daarom zouden de raadsleden in deze nota niet genoemd moeten worden; zij vraagt hoe de wethouder dat ziet. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Meerding met hem deelt dat het heel helder moet zijn aan de voorkant waarover mensen al of niet kunnen meepraten of meebeslissen, als belangrijk aandeel van de participatie. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat ze dat deelt.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Meerding ook deelt dat wanneer in de raad al een besluit is genomen, het raadslid daar buiten ook een ander doel kan hebben omdat het lid het niet eens is met de beslissing, het raadslid verantwoordelijkheid draagt in de percipiëring waarop bewoners nog invloed hebben of niet. Mevrouw Meerding (VVD) deelt dat ook. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Meerding met hem deelt dat in dat opzicht het heel logisch is dat gesproken wordt over de rol van de raad; dat gezamenlijk er een overeenstemming moet zijn dat hierover helderheid verschaft moet worden. Anders creëren partijen elkaars weerstand en doen zij valse beloftes terwijl bekend is wat hier al is besloten. Mevrouw Meerding (VVD) is van mening dat het stadsbestuur bewoners/insprekers altijd goed moet voorlichten. Het is nooit wenselijk hen een beeld voor te houden wanneer intussen ergens echt is besloten. Een verkeerd beeld schetsen heeft geen zin. Zij vindt dat de raadsleden daarover in gesprek moeten gaan met elkaar. Zij vindt dat de heer Van der Zweth dat in die zin goed verwoord heeft. Zij zal in haar betoog er op terugkomen hoe zij dat voor zich ziet. De heer Dekkers (GroenLinks) kan zich voorstellen dat het ongemakkelijk voelt wanneer iemand anders houding en gedrag voorschrijft.
Raadsleden hebben in de Adviescommissie uitgebreid gesproken over uitgangspunten voor houding en gedrag; hij vraagt of die uitgangspunten in belangrijke mate overeenkomen met de principes die hierin genoemd zijn, of mist mevrouw Meerding belangrijke dingen? Hij koppelt dit aan de vraag of het toch belangrijk is dat ook de raad de stad laat weten welke uitgangspunten er zijn voor houding en gedrag bij participatie. Mevrouw Meerding (VVD) kan niet vooruitlopen op het advies; dat advies moet nog gepresenteerd worden. Zij denkt dat er veel raakpunten in zitten. Haar principiële punt is dat zij het goed vindt dat raadsleden daarover onderling spreken in bijvoorbeeld een Adviescommissie. Daarmee is zij ook heel blij. Dat is voor haar principieel iets anders dan wanneer het college met behulp van ambtenaren in deze beleidsnota opschrijven waar de raadsleden zich aan moeten houden. Zij vindt dat principieel niet juist. Zij benadrukt dat de discussie thuishoort in de Adviescommissie Participatie. Pagina 31 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1510
1520
1530
1540
1550
De waarden die nu genoemd worden, kunnen op meerdere manieren uitgelegd worden. Daarom is de concrete invulling die het straks gaat krijgen erg belangrijk en ook een beetje spannend. Open en duidelijk zijn over de kaders van participatie, is haars inziens een belangrijke waarde. Wanneer enkel participatietrajecten worden georganiseerd waarbij bewoners een heel vast kader meekrijgen en waar de participatie vooraf helemaal is dichtgetimmerd, of dat het zo voelt, helpt niet voor de doelstelling dat bewoners zich meer gehoord voelen. In principe is de VVD eens met vooraf duidelijke kaders meegeven; zij vraagt hierop wel te letten bij de concrete uitvoering op dit aspect. Zij voorziet dat het daar spannend kan worden. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of mevrouw Meerding het ermee eens is dat wanneer iets vastgelegd wordt, er juist ruimte ontstaat. Mevrouw Meerding (VVD) bevestigt dat wanneer iets is besloten, voorafgaand aan een participatietraject, dat duidelijk gemaakt moet worden; dan moet niet gedaan worden alsof het anders is. De VVD zal scherp zijn op de uitvoering. Zij waakt voor dichtgetimmerde participatietrajecten. Zij is benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Met betrekking tot het Kompas voor Zeggenschap vindt zij het op zich goed om een paar hoofdvormen te onderscheiden en aan het begin van het participatietraject duidelijk één vorm aan te wijzen.
Maar ook bij dit Kompas is het de VVD niet duidelijk wat de bewoners op dit moment daarvoor concreet kopen. Zij vraagt of er nog een actieplan komt. Komt er nog een verdere uitwerking van deze nota? Dat kan wat haar betreft ook in een participatieverordening. Ook daarop hoort zij graag de reflectie van de wethouder. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat de raad zich heeft uitgesproken te gaan oefenen, te gaan proberen, te evalueren en te leren en dat dit een startpunt is. Hij vraagt hoe de VVD dat ziet. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op nog heel veel vraagtekens te hebben. Zij ziet alleen enkele algemene waarden staan, zij ziet de vijf vormen van het Kompas. Zij kan nu op basis daarvan niet zeggen hoe de participatie in Utrecht gaat veranderen als gevolg van deze beleidsnota. Zij verwacht dat het werken met deze nota veel debat in de raad zal oproepen. Zij kan zich deels aansluiten bij de inbreng van VOLT over de indicatoren. Zij zou het fijn vinden wanneer naast het houden van bijvoorbeeld enquêtes nagedacht wordt over indicatoren waarbij er meer objectiveerbare cijfers zijn. Zij vraagt de wethouder daarover ook na te denken. Zij spreekt in dit verband over objectiveerbare indicatoren. Die indicatoren moeten beter worden uitgewerkt om de raad in de gelegenheid te stellen te toetsen of dit goed functioneert. Zij geeft dit de wethouder mee.
Over financiën is al het een en ander gezegd; het is maar zeer de vraag of deze nota goed uitgevoerd kan worden. Er is een bezuiniging aangekondigd. De VVD zou het betreuren wanneer de bezuiniging ertoe gaat leiden dat het vooral peilen gaat worden en dat er veel minder ruimte gaat zijn om echt samen met de stad te participeren. Zij is benieuwd wat de wethouder daarover kan zeggen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD het risico ziet dat op basis van deze nota ambtelijk steeds meer gekozen gaat worden voor peilen. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat zij verwacht dat dat niet per se op basis van deze nota zal gaan. Zij refereert aan haar eerdere kritische noot: wat wordt er nu gekozen? Zij heeft geen zekerheid dat dit niet gaat gebeuren.
Pagina 32 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1560
1570
1580
1590
1600
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD ziet dat deze nota ervoor gaat zorgen dat er meer gekozen gaat worden voor overheidsparticipatie of een vergaande burgerparticipatie. Mevrouw Meerding (VVD) komt uit op hetzelfde antwoord; in haar beleving geeft deze nota nog geen duidelijkheid over meer of minder kiezen voor een bepaalde vorm. Zij ziet vooral vijf vormen waartussen te kiezen is. Zij ziet ook heel veel algemene dingen. Wat dit in de praktijk gaat doen, durft zij niet te zeggen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD de opvatting van zijn fractie deelt dat deze nota niet helpt in het sterker maken van zeggenschap in de stad. Mevrouw Meerding (VVD) moet dat gaan zien. Zij denkt dat heer Dijkstra en zij elkaar wel kunnen vinden in een stukje van zijn betoog waarin hij zei dat hij niet weet wat bewoners hiervoor kunnen kopen en dat er geen zekerheden in staan. Daarop vinden de VVD en EenUtrecht elkaar. Dit is het nadeel van vage bewoordingen. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat iedereen in deze stad mee moet kunnen doen; democratie en participatie is van iedereen. Het blijft een belangrijk onderwerp in een tijd waarin dit onder druk staat. De opkomstcijfers bij verkiezingen zakken in een ongelooflijk tempo. Er zijn hele grote groepen Utrechters afgehaakt. Specifieke wijken vallen daarin op waar mensen helemaal niet meer meedoen.
Participatie gaat in die zin ergens over. De heer Maas (VOLT) vraagt hoe de PvdA aankijkt tegen de relatie tussen de opkomst bij verkiezingen, waarvan de heer Van der Zweth terecht zegt dat die laag is, en de mate waarin burgers meedoen in deze stad. De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe dat het gaat om vertrouwen in de overheid; daarmee hangt het samen. Mensen kunnen afhaken wanneer ze het gevoel hebben dat er over hen besloten wordt; dat heeft dan ook weer invloed op de verkiezingscijfers. Hij vindt dat de kanarie in de kolenmijn op dit moment. Daar heeft de participatie ook een rol te pakken. Het gaat wat hem betreft wel om meer dan dat. Hij had gedacht dat er weinig beleidsstukken zouden komen en dat er meer gedaan zou worden. En dat er hooguit voortgangsrapportages naar de raad gestuurd zouden worden. Hij zat niet te wachten op een nieuw raadsvoorstel of een nieuwe nota. Hij vindt de nota goed. Hij is het eens met heer Van Steeg over de leuke titel. Hij vindt dat er in de nota belangrijke frasen staan. Dat vond hij van de vorige twee nota’s ook. Ook die vond hij goed. Hij zoekt naar het vervolg. Hoe gaat het stadsbestuur laten zien dat het steeds beter wordt? Voor zijn fractie is het belangrijk is dat het vooraf glashelder is waarover de burgers gaan en waarover niet. Dat zit in het stuk. En dat zat ook in de in te trekken voorgaande stukken.
In de Raadsinformatiebijeenkomst kwam dit duidelijk naar voren; dit moet waargemaakt worden door de hele organisatie, ook bij Ruimte, ook bij Mobiliteit. Daar gaat het vaak fout. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de heer Van der Zweth zegt dat het in de nota staat dat het begin glashelder moet zijn. Hij legt de vraag voor of dat inderdaad wel zo is. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt bevestigend. Het Kompas dient ervoor om het goede participatiemiddel erbij te vinden. Wat hem betreft moet het gewoon gedaan worden. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de heer Van der Zweth wellicht heldere afspraken mist dat er van dat soort participatieplannen gemaakt worden die voor iedereen inzichtelijk en controleerbaar zijn. Pagina 33 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1610
1620
1630
1640
1650
De heer Van der Zweth (PvdA) denkt dat het een goede vorm kan zijn bij grote projecten. Mogelijk niet wanneer ze heel klein zijn. Hij vond de suggestie van de heer Van Steeg goed om heel duidelijk te maken in de raadsvoorstellen welke participatievorm is gekozen en hoe dat eruit ziet. Dat geeft het inzicht voor de gemeenteraad. Het blijven teksten. Hij zoekt naar de volgende stap. De heer Dekkers (GroenLinks) leest in de nota ook dat ervoor gezorgd moet worden dat de besluiten goed zijn. Het probleem is dat er besluiten genomen worden na afloop van het participatieproces en dat dit in het begin vastgelegd moet worden. Hij vraagt of de heer Van der Zweth dat ook ziet. De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat dit de helderheid is vooraf. De heer Van Steeg (CDA) heeft de indruk dat iedereen in de raad daar naar zoekt: aan de ene kant de helderheid vooraf en daarvoor is een nieuwe nota nodig omdat het anders vormgegeven gaat worden. En aan de andere kant zegt de heer Van der Zweth het te gaan doen; hij vraagt hoe hij dit ziet in het licht van de bezuinigingen die aanstaande zijn. Geeft dit voldoende duidelijkheid over wat er in de komende jaren staat te gebeuren? De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat dit uitgangspunt ook in de vorige nota’s zat. Daar stond niet dat dit niet helder hoeft te zijn. Daarvoor was geen nieuwe nota nodig.
Hij vindt het een goede vraag hoe de bezuinigingen van invloed gaan zijn; dat wordt zijns inziens ook het debat met de Voorjaarsnota, maar hij is ook benieuwd naar het antwoord van de wethouder nu. Wat hem betreft kan de gemeente hiermee prima aan de slag. Hij hoort de dingen al heel vaak terugkomen in deze raad: de right to challenge, de buurtbudgetten, het burgerberaad, het Wijkplatform. Die moeten beter gedaan worden. De heer Van Steeg (CDA) is het daarmee op zich eens. Toch is in deze nota en in het Kompas de focus anders; die maken een andere helderheid dan de vorige nota's. De helderheid is dat geld gecreëerd moet worden, ook in wat de overheid kan doen. Hoe ziet de heer Van der Zweth dat? De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat die helderheid nodig is; die helderheid zou ook mogelijk geweest zijn bij de vorige nota's. Hij vraagt zich af of voor die helderheid een hele nieuwe nota nodig is. De heer Snijder (Student & Starter) bevestigt en benadrukt dat er afhakers zijn. Er is ook gebrek aan aanhakers. In beide groepen zitten erg veel jongeren. Hij vraagt wat de PvdA te zeggen heeft over deze groep mensen die niet betrokken worden of afgehaakt zijn. Wat vindt de PvdA daarvan? En wat zou de PvdA daaraan willen doen? De heer Van der Zweth (PvdA) wilde vijf punten noemen en doet dat nu. Diversiteit is belangrijk in de breedte.
Zijn fractie ziet daar ook de toekomst van het vinden van aansluiting bij het onderwijs, bij burgerschapsonderwijs; hij pleit ervoor jongeren te leren wat burgerschap inhoudt, wanneer ze jonger zijn dan ze mogen stemmen. Daarbij hoort ook participatie. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat de PvdA nu net doet alsof onderwijs het enige middel is om mensen iets bij te brengen over participatie. Er is ook een hele grote groep mensen die niet de luxe hebben gehad om hierop zaken bijgebracht te krijgen via onderwijs. Hij vraagt of het belangrijk is om in te zetten op participatie nu, voor de mensen die het nu niet gemakkelijk kunnen doen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op niet te hebben gezegd dat dit het enige is wat gedaan moet worden. Hij ziet een rol voor het stadsbestuur dit terug te laten komen in het onderwijs, om de jongste Utrechters of toekomstige Utrechters daarin Pagina 34 van 99
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 30 mei 2024
1660
1670
1680
1690
1700
mee te nemen zo dat zij hun rol oppakken in een democratie en ook in participatieprocessen. Hij vervolgt zijn inbreng met de punten waarover hij vindt dat het gemeentebestuur ermee aan de slag moet gaan. Hij vindt het heel goed dat de cultuuromslag zo wordt aangezet; hij vindt dat een verrijking ten opzichte van vorige nota's. Dit een plek geven in de HR-gesprekken vindt hij supergoed. Samen Stad Maken is een klein team binnen de organisatie van de gemeente. De vraag is hoe dat groter te maken; hij vindt dit een hele mooie vorm. Daarmee is hij blij en hij hoopt richting de wethouder dat de raad periodiek hierover iets mee gaat krijgen. Hij hoorde in de Raadsinformatiebijeenkomst dat de Tekentafel in de Wijk er is; dat letterlijk met de bewoners getekend wordt om de plannen vorm te geven. Hij vindt het heel goed. De boodschap is het stadskantoor uit te gaan. Hij oppert de suggestie richting de medewerkers van Ruimte een paar dagen per week uit het stadskantoor te gaan. Te gaan werken in de wijk bij het Wijkbureau waarvoor plannen gemaakt worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Van der Zweth echt gelooft dat dit gaat gebeuren terwijl er minder geld is voor Samen Stad Maken, met een advies in het UPG om meer en meer te gaan peilen. De heer Van der Zweth (PvdA) repliceert dat die budgetten daarmee in die zin niets te maken hebben.