CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 5 september 2024

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 3 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen33.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat is er mis met dat systeem? Waarom zou dat moeten worden veranderd? Hij begrijpt dat eeuwigdurend afgekochte erfpacht wordt toegepast bij corporatiewoningen en andere functies waarbij sprake is van regulering zoals middensegmentwoningen en in de toekomst wellicht voor koopwoningen waarvoor de prijs wordt vastgezet, maar voor vrijesector is het niet nodig. De heer Claasen (GroenLinks) stelt dat men in de toekomst een gebied mogelijk wil herstructureren en men daarvoor positie wil hebben. Waarom wil D66 die positie wel hebben ten opzichte van goedkope (huur)woningen, maar niet ten opzichte van villa's. De heer Koning (D66) vindt dat een verkeerde voorstelling van zaken omdat daar een ander uitgangspunt onderligt. Het is logisch dat men bij corporaties de mogelijkheid wil hebben om op den duur aan herontwikkeling te doen, maar grondgebonden woningen worden niet gerealiseerd voor vijftig of tachtig jaar, maar moeten er over 150 of 200 jaar nog staan. Het is niet logisch om die grond onder erfpacht uit te geven en juridisch geen noodzaak toe. Mensen zijn blij als ze weten waar ze aan toe zijn en als ze vol eigendom hebben. De heer Claasen (GroenLinks) reageert dat als erfpacht het uitgangspunt is en iedereen mag deze op elk gewenst moment omzetten in bloot eigendom, dan is bloot eigendom eigenlijk het uitgangspunt, maar de eigenaar mag zelf bepalen wanneer.

Daarmee wordt dan toch de grondslag onder het beginsel dat erfpacht het uitgangspunt is onderuit gehaald? De heer Koning (D66) is van mening dat een particulier die mogelijkheid moet hebben. Als men de grond in bezit neemt tegen een vergoeding, levert dat de gemeente geld op. Dat is een eerlijk systeem. Mensen hadden dat recht in het verleden en moeten dat in de toekomst ook hebben. Pagina 33 van 54

5

10

15

20

25

30

35

De heer Van der Zweth (PvdA) hoort van de heer Koning dat in het debat ontkracht zou zijn dat de gemeente grip heeft op de lange termijn. De wereld kan enorm veranderen door klimaatverandering, technologie of innovaties. Als andere zaken gewenst zijn in specifieke wijken is het toch eenvoudiger als een overheid daar een positie in heeft of kan sturen? Dan maakt het nu toch niet uit wat voor soort woning erop staat, als de gemeente in de toekomst maar kan sturen op wat er staat? De heer Koning (D66) reageert dat het erom gaat dat de gemeente verwervingsmogelijkheden heeft. Er zijn diverse instrumenten om grond in bezit te krijgen, maar dat moet worden gedaan waar men maatschappelijke meerwaarde wil realiseren. Overal erfpacht toepassen, is met een kanon schieten op een mug. Dat is niet nodig. De instrumenten die het college ter beschikking staan, moeten worden ingezet om te verwerven waar dat nu een oplossing is voor problemen. De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat de gemeente nu moet verwerven omdat ze in die positie is gedwongen, maar dat kost tijd, budget, moeite en zorgt voor onzekerheid. Met erfpacht kan dat worden voorkomen. Het is geen schot hagel. Als de gemeente een positie heeft, kan ze erop sturen voor de écht lange termijn. Het is onbegrijpelijk dat de heer Koning aan dat punt voorbij gaat en gemakshalve concludeert dat grip houden geen zin heeft.

D66 wil de woningeigenaren tegemoet komen, maar in het coalitieakkoord is actief grondbeleid afgesproken en daar hoort dit bij. De heer Koning (D66) stelt dat het onzin is dat als de grond onder erfpacht is, de gemeente in een keer kan herontwikkelen en een opstal kan laten verwijderen. Dat vraagt een enorm verwervingsproces waarvoor andere instrumenten worden ingezet. Het is een illusie om te denken dat dat het proces versnelt of de kosten verlaagt. In de afgelopen jaren is al gebleken dat het niet per definitie sneller of goedkoper was om te herontwikkelen op locaties onder erfpacht of waar vol eigendom moest worden verworven. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt de heer Koning of het met of zonder steun van GroenLinks is omgezet naar volledig eigendom. De heer Koning (D66) memoreert dat zo een zeven/acht jaar geleden ook GroenLinks hier achter stond. Wethouder Voortman heeft de door het CDA genoemde fracties gehoord, maar heeft ook veel steun gehoord en komt niet met een strekt ter vervanging. Het is logisch om af te wachten hoe het in de raad ligt.

40

De heer Stellinga (CDA) bedankt de wethouder voor de duidelijkheid. CDA zal deze ook bieden.

45

Wethouder Voortman reageert op de vraag van D66 wat er mis ging. Dit betreft functiewijziging in de verre toekomst. Niemand weet hoe het er over veertig/vijftig/honderd jaar uitzie voorstaat. De heer Claasen sprak over het afromen van de waardestijging als het een woning blijft, maar dat is nu niet aan de orde. Als bij een functiewijziging sprake is van waardestijging is de vraag of dat ten goede moet komen aan de individuele eigenaar of aan de samenleving. Die hamvraag ligt voor en daarover moet de raad een besluit nemen.

50

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is van mening dat de waardestijging niet ten goede komt aan de samenleving, maar aan de overheid. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat een overheid nu al bezig is om over vijftig jaar al het grond te kunnen sturen. Dat is een bizarre eis.

55

Wethouder Voortman wijst erop dat een overheid is gekozen door de burgers en vervolgens kijkt wat voor die burgers het beste is voor de opgaves van dat moment. Het kan helpen als een overheid grip heeft op de inrichting van de stad. Daar hoort dit bij. Het coalitieakkoord spreekt van actief grondbeleid met oog voor risicobeheersing. Daaraan wordt hiermee invulling gegeven. Het is niet bekend welke risico's zich in de toekomst zullen voordoen.

60

De voorzitter stelt vast dat D66 met voorstellen en een amendement komt. Pagina 34 van 54

De heer Stellinga (CDA) kondigt voorstellen aan over erfpacht en mogelijk over WVG-besluiten.

5

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) begrijpt dat voor sommige zaken is verwezen naar actieplannen, maar daar wordt vaak terug verwezen naar het grondbeleid, dus het hangt met elkaar samen. Het is belangrijk zaken die het grondbeleid aangaan in de raad vast te stellen. De heer Van der Zweth (PvdA) overweegt een voorstel met betrekking tot het monitoren/evalueren.

10

De heer Te Hoonte (VVD) kondigt een voorstel aan om beslispunten over erfpacht te schrappen.

15

De voorzitter concludeert dat het DB wordt voorgesteld dit onderwerp voor 60 minuten te agenderen op de raadsagenda. Wethouder Voortman heeft een raadsbrief toegezegd naar aanleiding van het rijksonderzoek Grondprijzen Sociale huurwoningen, een kwartaal na het verschijnen van het onderzoek. Voorafgaande aan de raadsbehandeling verstrekt wethouder Voortman de raad een memo waarin voorbeelden van succesvol actief grondbeleid worden gegeven. Hij sluit de beraadslagingen en schorst de vergadering voor wisseling van woordvoerders en voorzitter.

20

- Schorsing -

7. Raadsvoorstel Wijziging Utrechts Planproces 25

30

35

40

45

50

55

De voorzitter memoreert dat voor het doorlopen van ruimtelijke procedures in het verleden het Utrechts Plan Proces is vastgesteld. In dit proces zijn afspraken gemaakt over de wijze waarlangs het proces loopt, welke documenten voor besluitvorming worden vastgesteld en of de raad of het college hierbij bevoegd is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) spreekt complimenten uit voor het compacte goed leesbare stuk, maar had graag een scherper voorstel gehad waarin burgerparticipatie bij nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen beter en met meer invloed voor Utrechters zou zijn vastgelegd. EenUtrecht ondersteunt het doel de voorbereidingstijd van bouwplannen te halveren, maar dit is ook een kans om burgerparticipatie te verbeteren. Waarom is dat niet expliciet als doelstelling opgenomen? Meerdere groepen Utrechters hebben meegedacht. In het verslag is gesteld dat het is meegenomen, maar volgens de deelnemers is geen van de zes wensen in de brief meegenomen. Waarom is de Utrechters niet gevraagd wat er is opgenomen? In het stuk staat dat in fase 0 en 1 sprake is van een voortdurend gesprek met de stad, maar dat was er al. Waarom wordt daar niet verwezen naar de drie vormen van participatie zoals is vastgelegd in Samen stad maken (peilen, burgerparticipatie en samen aan zet)? EenUtrecht stelt voor dat expliciet te benoemen en steeds na te gaan welke van deze van toepassing is.

Eind fase 1 is er ambtelijke besluitvorming over de plankosten waarin al behoorlijk wat zaken serieus worden vastgelegd. Voorafgaande daaraan is serieuze participatie gewenst. Bij fase 2 staat sec 'peilen'. Dat is een soort ophalen, terwijl dat voorheen 'ophalen en consulteren' was. Daarin wordt gezocht naar oplossingen van omwonenden en draagvlak onder Utrechters. EenUtrecht stelt voor in fase 2 in de basis minimaal te gaan voor burgerparticipatie en zo mogelijk voor Samen aan zet. Als er geen beleidsnota is, wordt eind fase 2 toegewerkt naar een Nota van Uitgangspunten. Dat is de eerste plek van bestuurlijke besluitvorming. Daaraan voorafgaand kunnen mensen meedenken, maar dat is nu verschoven van eind fase 1 naar eind fase 2. Eind fase 1 is nu gedelegeerd aan ambtenaren. Dat is geen verbetering qua participatie. EenUtrecht overweegt een voorstel om een extra artikel aan het besluit toe te voegen waarin wordt vastgelegd dat bij de Nota van Uitgangspunten of een deelgebiedbeleidsnota altijd expliciet wordt nagegaan wat de meerwaarde voor de omliggende buurt of omgeving is, dat de bewonersinbreng zwaarwegend zou moeten zijn, dat omwonenden ruimte krijgen een eigen plan in te dienen en daarin waar nodig worden ondersteund door de gemeente of anderen en dat in incidentele gevallen ruimte kan zijn voor onafhankelijke begeleiding en verslaglegging.

EenUtrecht hoort graag of de wethouder bereid is deze voorstellen over te nemen of hoe ze eventueel moeten worden aangepast zodat de wethouder ermee kan leven. Voor zover spreker bekend is het UPP nooit vastgesteld, maar ligt nu voor het eerst een voorstel voor. Wellicht moet dat worden aangepast. Als het UPP wordt vastgesteld gaat de raad veel Pagina 35 van 54

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

zaken aan het college delegeren. EenUtrecht stelt daar de voorwaarden aan dat de burgerparticipatie echt wordt versterkt en als Utrechters ernstige bezwaren hebben in de voorfasen een voorstel automatisch vroegtijdig terugkomt bij de raad. Als de wethouder dat niet steunt, komt EenUtrecht met een voorstel daartoe. Er is sprake van een Nota van Uitgangspunten en een beleidsnota voor een deelgebied. Wat staat erin? Wat is het doel? Aan welke criteria moeten die documenten voldoen zodat ze kwalitatief goed en sterk zijn? Kan de wethouder toezeggen het doel, de beoogde inhoud en kwaliteitscriteria in een voorstel aan de raad voor te leggen? Voor welke deelgebieden zoals bedoeld in dit voorstel, zijn er al beleidsnota's? De heer Snijder (Student & Starter) bedankt de ambtenaren, initiatiefnemers en Utrechters voor hun bijdragen aan dit raadsvoorstel en leest veel goede dingen. Het voorstel is sterk gericht op de relatie met de raad, maar dat is niet voldoende om de doorlooptijd te halveren. Hoe gaat de raad echt een stap terug doen als brieven over het proces nog steeds kunnen worden geagendeerd? De rol van de initiatiefnemer wordt beperkt. Als de gemeente te veel oplossingen bedenkt, kan dat ondernemerschap belemmeren. De gemeente zou de regie moeten nemen door ruimte te bieden binnen duidelijke kaders.

Ziet de wethouder mogelijkheden om samen met initiatiefnemers kansen te verkennen? Student & Starter is blij met de afschaffing van IDOC's en SPvE's, maar vraagt zich af wat de nieuwe Nota van Uitgangspunten gaat inhouden. Hoe wordt het detailniveau bepaald? Wat zijn randvoorwaarden? Wat is 'voldoende uitgewerkt'? Hoe blijft de raad op de hoogte van de start van projecten zonder dat er IDOC's zijn? Alleen Merwedekanaalzone en Kanaleneiland worden specifiek genoemd, maar er zijn meer vergevorderde projecten en deelgebieden. Hoe moet de omgevingsvisie dan worden gezien? Is dat niet ook al een soort Nota van Uitgangspunten? Waar ligt de grens? Hoe denkt de wethouder dat deze nieuwe aanpak de cultuur binnen het stadskantoor zal veranderen? Is er sprake van angst om zaken naar de raad te brengen? Schieten ambtenaren niet te veel in micromanagement als ze met samenwerkende partijen in gesprek gaan? Wellicht helpt het als initiatiefnemers of samenwerkingspartners ook hun verhaal aan de raad zouden kunnen doen. Hoe kunnen de deelgebieden beter van elkaar kunnen leren? Wordt niet te vaak per deelgebied door ruimtelijke regisseurs het wiel opnieuw uitgevonden? Nagegaan moet worden hoe goede ideeën beter kunnen worden benut en onderling gedeeld.

Hoe zorgt de wethouder effectief voor onderling leren en kennisdeling in het nieuwe voorstel en de uitwerking daarvan? Student & Starter verzoekt de wethouder voor de raadsvergadering in een brief in te gaan op een aantal van deze punten en op basis van de inbreng van andere partijen wellicht nog extra informatie te verschaffen. Student & Starter ziet graag een evaluatie op reguliere basis. De frequentie en het tijdstip kunnen nog worden bepaald. De heer Te Hoonte (VVD) had goede hoop op het verkorten van de doorlooptijd van projecten en hoopte op een grote reflectie op wat in het stadskantoor gebeurde en waarom het in Utrecht zo veel ingewikkelder is dan op andere plekken. Helaas stelt het stuk vooral de positie van de raad ter discussie en wordt de raad min of meer als schuldige aangewezen. Hij heeft in de door hem georganiseerde bijeenkomsten meerdere malen aan de aanwezige ambtenaren gemeld het gevoel te hebben dat ze al snel die afslag waren ingeslagen en dat dat niet de juiste afslag is. Dat komt niet terug in het participatieverslag, maar ook niet in de voorstellen. Hij onderschrijft dat het goed zou zijn als de raad ver voorin het traject kaders zou meegeven. Uit intern overleg in de raad bleek dat die kaders ook over het participatieproces zouden moeten gaan.

Dat is ingewikkeld als men pas wordt aangehaakt bij een Nota van Uitgangspunten waarvoor het participatieproces heeft plaatsgevonden. Dat is een onmogelijke weeffout. Als het goed gaat in ruimtelijke trajecten stuurt de raad bestemmingsplannen vaak als A-punt door zodat ze binnen zes weken zijn behandeld en vastgesteld kunnen zijn. Dat kan ook met omgevingsplanwijzigingen, maar vaak voldoen omgevingsplannen niet aan de eisen. Tot aan de hoogste (bestuurs)rechter is meermaals aangegeven dat deze raad zijn werk niet goed heeft gedaan. Dat is gedelegeerd. Het zou goed zijn als het op het stadskantoor beter gaat en alleen goede plannen aan de raad worden voorgelegd. Deze ochtend is de Meern-Noord als A-punt doorgeleid. Dat plan heeft meer dan een halfjaar vertraging vanwege vele ambtelijke wijzigingen Pagina 36 van 54

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

omdat het in eerste instantie niet klopte. In dat kader is hem niet duidelijk waarom het aan het college zou moeten worden gedelegeerd. Deze raad ontvangt veel raadsbrieven en weinig raadsvoorstellen. Met dit voorstel komen er minder raadsvoorstellen en nog meer raadsbrieven waardoor nog meer procedurediscussies in de raad worden gevoerd. Dat is niet de kant die moet worden opgegaan. VVD kan dit voorstel niet steunen. Hij ziet graag een voorstel tegemoet dat de raad aan de voor- én achterkant in positie houdt en hoopt dat de wethouder het voorliggende voorstel terugneemt. De heer Snijder (Student & Starter) wijst erop dat de raad vaak brieven agendeert en in het proces tussendoor komt. Welke rol zou de raad kunnen aannemen om de cultuur van om hoe met elkaar en met brieven wordt omgegaan, te verbeteren? De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat veel brieven worden geagendeerd omdat raadsleden het idee hebben geen gehoor te vinden bij de wethouder of de projectorganisatie. Vaak wordt geprobeerd dat aan de voorkant te doen. Vanmorgen is gesproken over Overvecht en de raad zit daar niet goed in het proces. De raad komt daar niet aan bod en wie iets anders wil dan het college voelt zich niet gehoord. Dat leidt tot agenderen. Dat zal in de toekomst ook het geval zijn. Door te zeggen dat het wel gaat versnellen, gaat men door zonder te luisteren.

De heer Snijder (Student & Starter) vraagt de heer Te Hoonte hoe het beter kan worden gedaan. Het was een langlopend proces waarover veel is gesproken. Er ligt een voorstel. De VVD wijst veel af, maar komt niet met een concreet verbeterplan. De heer Te Hoonte (VVD) heeft veel ideeën ingebracht in de sessies, maar ziet deze niet terug en heeft niet het idee dat er naar hem is geluisterd. De kaders moeten aan de voorkant worden vastgesteld. Dat kan iets eerder dan het nu gebeurt. Het ambtelijk apparaat moet binnen die kaders blijven en iets neerleggen wat binnen die kaders past zodat de raad snel kan beslissen. Dat zou voor veel versnelling zorgen in het proces. Het gaat fout als zaken worden gewijzigd. Bij Merwedekanaal wordt nu deel 2 voorgesteld, omdat deel 1 door het coalitieakkoord anders werd. Het masterplan voor Overvecht is door de raad aangenomen met zo veel aanbevelingen dat er een nieuw traject is gestart en met een nieuwe wethouder een nieuw voorstel. Die zaken leiden tot wijziging, maar zouden ook tot een nieuwe Nota van Uitgangspunten moeten leiden. Dichter bij kaders blijven, die vroeger worden vastgesteld, leidt tot snellere besluitvorming aan het eind, maar daarvoor hoeft de raad zijn bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen niet op te geven.

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) vindt het voorstel nogal verstrekkend en heeft er bezwaar tegen dat in het planproces, met name aan het eind, meer aan het college wordt gedelegeerd. Partij voor de Dieren is geen voorstander van het delegeren van omgevingsplannen aan het college, omdat de raad dan alleen aan het begin van het planproces invloed heeft. Gedurende het ontwikkelproces kan nog van alles gebeuren waardoor wijzigingen van de plannen nodig zijn. De afweging die dan moet worden gemaakt, is politiek. Waarom zou het college zich dan laten passeren bij die afweging? Voor Partij voor de Dieren zou bijvoorbeeld het biodiversiteitsbeleid zwaar wegen, maar voor het college is het een van de vele beleidsvelden waarmee ze rekening houden. Partij voor de Dieren blijft graag zelf aan zet in dat proces. Zelfs zonder grote wijzigingen in het proces wordt bij een definitief plan aan het eind beoordeeld of het is gelukt of dat een amendement gewenst is en opnieuw een politieke keuze moet worden gemaakt. Partij voor de Dieren maakt zich zorgen als de raad alleen aan het begin aan zet is. Volgens de heer Dijkstra (EenUtrecht) zijn allen het eens dat het helpt als iets kan worden versneld door te delegeren.

Wat moet in de Nota van Uitgangspunten staan om het aan het college over te laten? Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) denkt dat het per gebied verschilt wat wordt meegegeven. Partij voor de Dieren heeft op dit moment onvoldoende vertrouwen om het aan het college te delegeren, maar wil aan het eind kunnen controleren of gebeurt wat de raad in de Nota van Uitgangspunten vaststelt. Als na een aantal keren blijkt dat de Nota van Uitgangspunten tot een perfect omgevingsplan leidt dat direct als A-punt kan worden doorgeleid, kan de raad wellicht een stap terug zetten.

Pagina 37 van 54

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of Partij voor de Dieren het eens is dat het vreemd is dat de raad wordt gevraagd iets te mandateren zonder dat een expliciete doelbeschrijving of inhoudsopgave van een Nota van Uitgangspunten is opgenomen in dit voorstel. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Volgens mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) zou dat dan behoorlijk gedetailleerd moeten zijn. Het is de vraag of het wel mogelijk is om aan het begin zo veel zaken vast te leggen. Het had wel geholpen als er meer inzicht was geweest in zo een Nota van Uitgangspunten. De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat het college een indruk geeft van wat het dan geschikt vindt. Bij omgevingsvisie Kanaleneiland zegt het college dat het wel carte blanche kan krijgen, maar dat was een mager stuk met wat zones en sterretjes waar eventueel iets zou mogelijk zijn. Is mevrouw Sasbrink het eens dat dat niet het niveau dat een Nota van Uitgangspunten zou moeten hebben, maar dat het veel verder moet gaan? Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) bevestigt dat. In het voorbeeld van Kanaleneiland zitten groene punten die voor Partij voor de Dieren belangrijk zijn. Zij wil daarop kunnen controleren. Alle fracties zullen zaken hebben die zij extra willen controleren. In het aangehaalde voorbeeld zijn de uitgangspunten te mager. Als dit voorstel wordt aangenomen, is het gevolg wellicht dat alle brieven over de tussenstappen alsnog worden geagendeerd. Het is de vraag of dat niet tot dezelfde of nog meer vertraging leidt. In een snelle werkwijze zijn de belangen van dieren en natuur onvoldoende gewaarborgd.

Partij voor de Dieren was al tegen de Omgevingswet omdat onder meer de Wet natuurbescherming daarin werd afgeschaald. Dit uitvloeisel daarvan ziet Partij voor de Dieren daarom ook niet zitten. Met name beslispunt 1C is lastig omdat daardoor geen motie of amendement kan worden ingediend op een omgevingsplan. Als de raad een aantal goede uitwerkingen en Nota van Uitgangspunten heeft ontvangen, kan de raad er wellicht op een later moment over besluiten, maar op dit moment moet de raad ook aan het eind nog in positie zijn. De heer Claasen (GroenLinks) onderschrijft de opmerking van EenUtrecht over de leesbaarheid. Het is fijn om overzichtelijk in één oogopslag te zien wat wordt gevraagd. Feitelijk wordt van de raad gevraagd terughoudend te zijn of af te zien van het grootste deel van zijn rechten. Daar zou tegenover moeten staan dat voor de Nota van Uitgangspunten een uitstekend participatieproces is gevoerd. Als over de Nota van Uitgangspunten wordt gesproken, moet de raad aan de hand van deugdelijke en terugvindbare verslaglegging kunnen zien dat er een zinvolle dialoog is geweest. Niet slechts peilen, maar partijen die met elkaar om tafel hebben gezeten en de raad het vertrouwen kunnen geven te kunnen varen op wat in het participatieverslag staat.

Deze aanpassing leidt tot verkorting van de proceduretijd, maar niet tot een halvering van de tijd die het coalitieakkoord en de stad als ambitie hebben. Wat gaat het college nog meer doen? Wellicht kan het college voorbeelden geven van succesvolle processen elders. Op andere plekken in het land wordt met parallelle planprocessen gewerkt. Het ministerie heeft daar bijvoorbeeld proeven mee. Dat zou leiden tot substantiële verkorting van de proceduretijd. Is daarover nagedacht? Is het college bereid daarop aan te haken? De heer Dijkstra (EenUtrecht) deed drie voorstellen om de participatie te versterken. Kan GroenLinks daarin (deels) meegaan? De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks daar grotendeels in kan meegaan, maar de reactie van het college afwacht om de interpretatie te wegen. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het ingewikkeld dat de raad pas wordt aangehaakt nadat het participatietraject is doorlopen. De raad is dan niet betrokken bij het opstellen van het participatieproces en is het proces verder gevorderd dan bijvoorbeeld een IDOC en ligt er bijna een stedenbouwkundig plan. De Nota van Uitgangspunten zal daar ergens tussenin liggen. Het is de vraag of dat dan niet te laat is om als raad nog voldoende invloed aan de voorkant te kunnen hebben.

De heer Claasen (GroenLinks) reageert dat enerzijds versnelling gewenst is en inwoners voor in het proces de kans geven hun verhaal te doen en dat deel te laten zijn van de planvorming. Anderzijds wil de raad ook nog iets en dat moet ook een plek krijgen. Er zit een wisselwerking in Pagina 38 van 54

hoeveel ruimte ambtenaren kunnen hebben in een gecontroleerd en deugdelijk participatieproces. Naarmate dat beter is, wordt het voor de raad eenvoudiger zijn wensen aan te geven op basis van de Nota van Uitgangspunten. Dat hangt ook af van de kwaliteit van de participatie. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) geeft als voorbeeld dat ergens 3000 woningen worden gebouwd. Wat is dan al over een dergelijk gebied bekend als de raad een Nota van Uitgangspunten krijgt en vaststelt? De heer Claasen (GroenLinks) stelt dat het merendeel van de discussie in de raad gaat over gebieden die in de stad liggen en waarover al veel bekend is en waarvan bekend is over wie het gaat. Als wordt gesproken over polders als Papendorp verandert het karakter. De heer Te Hoonte (VVD) maakt daaruit op dat dan toch een UPP 1 en een UPP 2 moeten worden gehouden. Dat is dan een deel van de zoektocht. Mevrouw Bode (Volt) spreekt dank uit voor alle voorbereidingen. De raad is in werkgroepen betrokken geweest en door ambtenaren is veel werk verzet. Wat voorligt is geen goede reflectie van wat is besproken. De discussies van zojuist deden denken aan wat burgers terug geven over participatie: er wordt iets gezegd, maar dat is niet terug te zien. Een doel van het nieuwe proces is een kortere doorlooptijd met als uitkomst dat sneller wordt gebouwd of ontwikkeld. Volt onderschrijft deze wens. Het verkorten van de doorlooptijd kan door procedures te versimpelen en te versnellen en dat komt duidelijk terug in het voorstel. Een belangrijk onderdeel om te versnellen is draagvlak onder belanghebbenden.

Als het aan de voorkant niet goed en onduidelijk wordt geregeld, ontstaan aan de achterkant problemen. De participatie en invloed van inwoners en andere belanghebbenden moeten beter. Veel goede ideeën om plannen beter te maken, blijven liggen. Participatie is een wezenlijk onderdeel van het UPP, maar dat is niet geborgd in dit voorstel. De gemeente ontvangt vele mails van belangengroepen en inwoners met ideeën voor verbetering. Mensen willen meedenken en zijn vaak beter op de hoogte van de feitelijke situatie, maar voelen zich niet gehoord. Dit is een kans om het beter te doen, maar dat is niet goed geborgd in dit voorstel. Het vervangen van een reactienota door een participatieverslag is geen oplossing, maar een andere term voor georganiseerde afwijzing. Dat blijft een tegenreactie oproepen waardoor plannen vertragen door verzet. Dan kan het proces aan de voorkant worden ingekort, maar in zijn geheel wordt het daar niet sneller van. Ook de positie van de raad is onderdeel daarvan. Daarover is voldoende gezegd door VVD en Partij voor de Dieren. Volt wacht de reactie van het college daarop af. Volt concludeert dat dit voorstel geen wezenlijke verbetering is en derhalve niet rijp is voor besluitvorming. De heer Ait Daoua (D66) meldt dat D66 grotendeels blij is met dit initiatief. Het is broodnodig dat de woningbouw wordt versneld.

D66 heeft in het verleden gepleit voor aanpassing van het UPP en juist nu is een snelle afhandeling van bouwplannen nodig. Het UPP versnelt het bouwproces door het beslismoment aan de voorkant te plaatsen. De raad kan daarbij zijn kaderstellende rol innemen, wat kan helpen bij participatie. Hoe wordt gezorgd dat inwoners niet alleen vroegtijdig worden betrokken, maar ook daadwerkelijk worden geactiveerd (vroeg) in het proces voor dat beslismoment? Hoe wordt gezorgd dat het beslismoment voor inwoners duidelijk is, zodat zij daarop kunnen anticiperen? Voor de Commissie EDVW is bij tijdelijk wonen besloten dat voorstellen automatisch op de behandelvoorraad komen. Dat is nog niet doorgevoerd voor permanente woningbouw, terwijl het wel versnellend kan werken. Is dit wel overwogen? De heer Te Hoonte (VVD) zou het vreemd vinden als het college in deze brief over de werkwijze van de raad zou gaan. Het is aan de raad om te bepalen dat bestemmingsplannen automatisch worden geagendeerd. De heer Ait Daoua (D66) bevestigt dat. Hij vraagt de wethouder daarop te reflecteren, maar het is aan de raad om daarover te besluiten.

Pagina 39 van 54

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of D66 daarmee voorstelt dat de raad wel over het omgevingsplan blijft beslissen, maar dat het automatisch wordt geagendeerd zodat het zo snel mogelijk aan de orde komt. 5

De heer Ait Daoua (D66) bevestigt dat. De heer Te Hoonte (VVD) concludeert dat daarmee het voorstel voor delegatie uit dit raadsvoorstel verdwijnt.

10

De heer Ait Daoua (D66) vraagt op welke manier dat dan zou verdwijnen. De voorzitter staat het niet toe dat wordt geïnterrumpeerd op een interruptie en verzoekt de heer Ait Daoua zijn inbreng te vervolgen.

15

20

25

De heer Ait Daoua (D66) stelt dat dit plan het proces kan versnellen, maar dat dit afhankelijk is van hoe de raad daarmee omgaat. Het gaat dan vooral om het gebruikmaken van het beslismoment aan de voorkant en tijdens het proces terughoudender zijn met het stellen van extra eisen. Hij verwijst daarbij naar de eerder aangenomen motie 'Versneld eisen in de ijskast' en de tranche-aanpak. Kan een periodiek evaluatiemoment worden ingelast om te toetsen of de nieuwe aanpak daadwerkelijk leidt tot versnelling van het proces? Kan de raad daarover worden geïnformeerd en wanneer? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 onderkent dat een cruciale succesfactor is dat vroegtijdig wordt gezocht naar draagvlak onder omwonenden, belanghebbenden en Utrechters. De heer Ait Daoua (D66) bevestigt dat.

30

35

40

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 zich bewust is van het feit dat alle Utrechters die hebben meegedacht ervoor hebben gepleit dat het zoeken naar draagvlak meer moet zijn dan enkel peilen in fase 1 en 2. Ziet D66 ook dat dat niet is geborgd in dit voorstel? De heer Ait Daoua (D66) heeft in zijn inbreng gevraagd hoe inwoners daadwerkelijk worden geactiveerd om schijnparticipatie te voorkomen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is verbaasd dat D66 dan aangaf blij te zijn met dit voorstel. Is D66 het eens dat een aantal zaken echt moet worden aangepast en aangevuld om te zorgen dat de participatie beter wordt geborgd en dat duidelijk is wat wordt opgenomen in een Nota van Uitgangspunten voordat akkoord wordt gegaan met dit voorstel? De heer Ait Daoua (D66) gaf aan grotendeels blij te zijn met dit voorstel. Daarom pleit D66 voor een evaluatiemoment. Hij heeft specifiek gesproken over participatie en het eerder in het proces activeren en betrekken van inwoners.

45

De heer Te Hoonte (VVD) hoort D66 pleiten voor een evaluatiemoment, maar intussen wordt alles aan het college gedelegeerd. Kan dat niet beter worden omgedraaid zodanig dat de raad een jaar de omgevingsplannen vaststelt en over die delegatie te spreken als uit de evaluatie blijkt dat ze nooit besproken hoeven te worden omdat ze perfect zijn.

50

De heer Ait Daoua (D66) is het daar niet mee eens omdat daarmee het doel van het UPP om het proces te versnellen, niet behaald. Uit een evaluatie zal blijken of een dergelijke wijziging werkt en of moet worden teruggedraaid.

55

60

De heer Usta (DENK) memoreert dat Utrecht al lange tijd kampt met woningtekorten. DENK doet alles om zo veel mogelijk woningen te realiseren. De gemeente staat voor enorme uitdagingen en daarom moet het bouwtempo worden verhoogd. Het is essentieel dat alle kansen optimaal worden benut. Beweerd wordt dat het UPP de mogelijkheid biedt om procesmatig tijd te besparen, maar het blijft essentieel dat de raad in positie blijft om zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen. DENK vreest dat dit voorstel de rol van de raad niet ten goede komt en steunt dit voorstel niet. Pagina 40 van 54

DENK sluit zich aan bij de opmerkingen van andere partijen over onvoldoende participatie. De participatie moet beter. Hij wacht de reactie van de wethouder hierop af. 5

10

15

20

25

30

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat het doel is om de besluitvorming te versnellen, maar de raad moet ook goed grip houden opdat de stad groeit met betaalbaar, leefbaar en duurzaam. De processen moeten daar ondersteunend in zijn. Het duurt nu echt te lang. Wat PvdA betreft moet de raad vroeger aan het stuur en moet duidelijk zijn wat wordt vastgesteld. Bewoners moeten goed participeren en weten waar ze invloed op hebben. Dan is de uitwerking aan het college dat bij de raad terug moet komen als iets vastloopt of niet lukt. Het is goed dat in de nota terug te zien. Het moet glashelder zijn wat in de Nota van Uitgangspunten staat. Er moet instaan hoeveel procent sociaal ergens komt, hoe groot de woningen zijn of hoe voor duurzaamheid wordt gegaan. De raad kan alleen een stap terug zetten als dat helder is. Dat moet duidelijk worden verankerd, maar is nu nog niet terug te zien. Het biedt ook de mogelijkheid om met scenario's te werken. Kan de wethouder dat verhelderen? Mede namens ChristenUnie stelt hij vast dat de focus erg op de raad ligt, maar er is ook een ambtelijk proces en een proces in het stadskantoor. Is daar ook naar gekeken? Welke opties zijn ter tafel gekomen? Dit is de maximale winst die bij de raad kan worden behaald. De overige winst moet ambtelijk worden behaald.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij dat PvdA de zorg deelt dat onduidelijk is wat wel of niet in een Nota van Uitgangspunten staat, maar vraagt zich af of de heer Van der Zweth van mening is dat de participatie voldoende is omschreven. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat er vaak iets is te doen over participaties, maar vaak slaan bewoners te laat aan. Bewoners komen vaak pas in het gareel als het bestemmingsplan wordt vastgesteld en dan is de daadwerkelijke besluitvorming al geweest. Die momenten moeten beter op elkaar komen te liggen, zodat de raad van bewoners hoort als er daadwerkelijk over wordt besloten. Als de raad op een vroegtijdig moment aan het stuur is, kan erbij helpen om te zorgen dat bewoners op het juiste moment aanhaken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vroeg of nu voldoende is vastgelegd in dit voorstel dat de bewoners écht aan zet zijn en vroegtijdig kunnen komen op een belangrijke manier.

35

40

Volgens de heer Van der Zweth (PvdA) komt dat wel terug in het voorstel. Vaak gaat het erom wat het in de praktijk betekent. Het is goed om op te schrijven dat het zo moet, maar als bewoners er geen weet van hebben, loopt het nog steeds spaak. Mensen hebben vaak pas laat door dat er iets speelt. Om dat beter te gaan doen, ligt de bal echt bij het college en het stadskantoor. Dat de raad zich gaat concentreren op één moment waarop grote besluiten worden genomen en bewoners van zich kunnen laten horen, gaat helpend zijn. En dat staat er nu wel.

45

De heer Dijkstra (EenUtrecht) is verbaasd. PvdA profileert zich ook als een participatiepartij, maar dat is niet terug te horen. Utrechters die hebben meegedacht en veel tijd hebben geïnvesteerd in het voortraject, geven nu aan dat hun zes voorstellen op geen enkele manier goed terugkomen. Daar moet PvdA zich dan toch ook zorgen over maken? Dan is dit toch geen goed voorstel?

50

55

60

De heer Van der Zweth (PvdA) sprak over wanneer bewoners worden betrokken bij een ruimtelijk traject, maar de heer Dijkstra heeft het over hoe bewoners hebben gereageerd op het voorliggende voorstel. Uit de reactie van de bewoners hoort hij dezelfde zorgen, maar de stap naar een moment om dat vroeg te doen en daar helderheid te scheppen wanneer bewoners invloed kunnen hebben, helpt daarbij. Mevrouw Bode (Volt) hoort van de PvdA dat wat procesversnelling betreft alles wat mogelijk is bij de raad er nu uit is gehaald en dat mogelijk nog moet worden gekeken wat nog kan worden versneld op meer ambtelijke processen. Moet dat dan niet ook in dit voorstel? De heer Van der Zweth (PvdA) maakte dat punt, mede namens de heer Van der Graaf. Het stuk is erg gericht op de raad en niet op het ambtelijke waar ook winst is te behalen. Dat zou in dit voorstel moeten. Bij de raad is in tijd niet meer winst te behalen. Pagina 41 van 54

Mevrouw Bode (Volt) informeert hoe PvdA dit voorstel weegt nu dit er nog niet instaat.

5

De heer Van der Zweth (PvdA) wil helderheid over wat in de Nota van Uitgangspunten komt en dat dat voldoende zekerheid geeft over wat de raad heeft vastgesteld. Ook moet inzichtelijk zijn wat in het stadskantoor is bekeken en wat ambtelijk anders wordt gedaan. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het belangrijk dat de raad vroeg wordt betrokken. Hoe worden de wensen en moties van de raad verwerkt en hoe komt daar een terugkoppeling op?

10

De voorzitter schorst de vergadering zodat het college de beantwoording kan voorbereiden. - Schorsing -

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Eerenberg is geïnspireerd door een opmerking van de heer Te Hoonte tot dit voorstel, namelijk dat dit heel goed gaat bij Leidsche Rijn en dat de kaders daar behoorlijk zijn vastgezet. In Leidsche Rijn worden nog veel kavels uitgegeven en veel woningen gebouwd en er wordt hier nauwelijks over gesproken. Geprobeerd is dat mechanisme te bestendigen in dit voorstel: goede strakke kaders over een gebied en daarna door met de uitvoering. Dat is belangrijk omdat vele raadsfracties het college en elkaar aanmoedigen om tempo te maken met de woningbouw. En dat moet snel, want de woningnood is enorm. Het onderlinge samenspel is altijd spannend. Het college kan niet anders dan nederig daarin te zijn, want de raad gaat over zijn eigen bevoegdheden. Juist daarom wordt een goede strakke kaderstelling voorgesteld. Alles wat daar volledig binnen valt, mag doorgaan en anders moet het college terug naar de raad zoals nu met de Utrechtse Aanpak wordt gedaan. Een aantal woordvoerders geeft aan dat onduidelijk is wanneer de Nota van Uitgangspunten voldoende is. Het college wilde dat procesmatig oplossen door te zeggen dat het pas goed genoeg is als de raad hem heeft vastgesteld. Hij kan zich voorstellen dat de woordvoerders er meer gevoel bij willen krijgen.

Bij de stukken staat dat het gaat over het woonprogramma en een opsomming van de belangrijke elementen, maar de heer Dijkstra vindt dat te mager. Hij neemt dat mee als huiswerk en zegt toe in de bijlage van een brief gedetailleerder te schetsen hoe een goede kaderstelling in het ruimtelijke domein eruit ziet en wat de onderwerpen zijn die daarin moeten staan. Alleen alles wat daar 100% binnen past, kan die versnelling krijgen. Iets wat daar 98% binnen past, vraagt het onderlinge gesprek. Mevrouw Bode (Volt) hoort de wethouder spreken over een brief, maar zou zoiets juist in het voorstel verwachten. Wethouder Eerenberg zal de juiste vorm hiervoor nagaan. In het raadsvoorstel staan vijf punten die in de kaderstelling moeten staan. De heer Te Hoonte (VVD) nuanceert dat bij Leidsche Rijn dat de delegatie daar heeft plaatsgevonden via het vastgestelde bestemmingsplan. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, is de uitwerkingsbevoegdheid aan het college gegeven. Daarvoor zijn een masterplan en dergelijke vastgesteld. Wethouder Eerenberg reageert dat het wel degelijk voor inspiratie heeft gediend voor het voorliggende voorstel. Hij onderstreept dat dit de helft van de wedstrijd is. De versnelling ligt niet alleen bij de raad. Ook het college en het ambtenarenapparaat moeten versnellen. Inmiddels is een aantal trajecten in gang gezet.

De tienplus-cultuur werkt soms verlammend waardoor nergens een tien wordt gehaald. Het sneller kiezen is onderdeel ervan. Gekeken wordt of minder papier kan worden geproduceerd en minder vaak bij de Limes kan worden begonnen. In de toegezegde brief komt hij terug op alles in dit kader inclusief een aantal rudimentaire gedachten over bijvoorbeeld prioriteren, zodat duidelijk is dat meer wordt gedaan dan alleen dit gesprek met de raad. Dat de participatie beter moet, komt in veel bijdragen terug. Hij verwijst daarvoor naar Samen stad maken. De heer Dijkstra heeft gelijk dat dit voorstel niet moet worden gedaan voordat de raad 'Samen stad maken' in bezit heeft en heeft besproken. Het team van Samen stad maken heeft meegekeken om te zorgen dat alles wat daarin is besproken over kwaliteit en participatie is verwerkt in het voorliggende voorstel. Als daarin verbeteringen moeten worden aangebracht, Pagina 42 van 54

5

10

moeten goede moties worden ingediend die op hun merites worden beoordeeld. Soms moet het gesprek in de raadzaal worden gevoerd. Hij ziet de moties bij de raadsbehandeling tegemoet. Er is gesproken met de groep inwoners die actief meedenken over verbetering van de participatie. Al hun voorstellen hebben een plek gekregen in het voorliggende voorstel. Na afloop is hen gevraagd wat ze ervan vinden en uit dat gesprek komt een andere conclusie dan uit het gesprek met EenUtrecht. Er is meer vroegtijdige participatie en fase 0 is toegevoegd. Een aantal voorstellen is overgenomen en daarop is begripvol gereageerd. Meerdere woordvoerders hebben gevraagd om evaluatie. Het is goed als dit wordt geëvalueerd. Dat wordt met een termijn in de toegezegde brief opgenomen. Evaluatie kan pas na de implementatie. De heer Ait Daoua (D66) heeft gevraagd of een periodieke evaluatie mogelijk is, bijvoorbeeld eenmaal per kwartaal.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg vreest dat dat een te hoge frequentie is. Dit gaat alleen plannen versnellen waarvoor strakke kaders zijn gesteld en dat is nog niet op heel veel plekken gedaan. Een dergelijke wijziging mag niet tot ongelukken leiden. Hij stelt voor dat de raad met het voorstel instemt en tot de eerste evaluatie altijd de mogelijkheid heeft om het te agenderen en aan de noodrem kan trekken. Mevrouw Bode (Volt) merkte in de debatten dat partijen redelijk op een lijn zitten. Uit de reactie van de wethouder spreekt veel herkenning en erkenning is voor de gemaakte punten. Is het dan niet beter om met een aangepast/aangevuld voorstel te komen? Wethouder Eerenberg denkt van niet, omdat de kern van het voorstel een werkwijze is die hij overeind wil houden. De raad plaatst een aantal waarborgen rondom deze werkwijze: de kwaliteit van de kaderstelling, de kwaliteit van de participatie, de evaluatie en het 'geen ongelukken-model'. Omdat het opstellen van een raadsvoorstel behoorlijk veel werk is, wil hij een eerste aanzet doen voor hoe hij denkt dat die waarborgen van voldoende kwaliteit zijn. Dat kan bij het voorstel worden meegewogen. Het voorstel zal zijn: goede kaderstelling van waaruit delegatie aan het college en dus snellere uitvoering. Mevrouw Bode (Volt) merkt dat het erg versnipperd raakt doordat er een brief komt, andere voorwaarden en heldere kaderstelling.

Waarom past dat niet in een voorstel? Wethouder Eerenberg is van mening dat het allemaal in dit voorstel staat, maar minder gedetailleerd dan nu wordt gevraagd. Hij voegt liever een bijlage bij het voorstel, dan dat hij het raadsvoorstel terugneemt en met een nieuw raadsvoorstel moet komen, zeker met het oog op de gewenste versnelling. EenUtrecht doet een aantal voorstellen die sympathiek klinken, maar de details bepalen of het werkt of niet. Richting Student & Starter is reeds een brief toegezegd en is iets over de cultuur gezegd. Er zijn voorbeelden waar redelijk snel sprake was van goede besluitvorming, maar er zijn ook voorbeelden waar het langzaam gaat. VVD heeft een terecht punt over de kwaliteit. Er werken zeer goede gepassioneerde mensen bij de gemeente, maar het team is overbezet door de enorme vraag. Het team moet worden geholpen om te prioriteren. Partij voor de Dieren vroeg of het bespreken van visies niet net zo traag is als het bespreken van plannen. Als het gebied goed wordt gekozen en de kaders strak worden gezet, is er in dat gebied altijd meer dan één plan en dan is al sprake van versnelling. Het groen en de dieren moeten onderdeel zijn van de strakke kaders los van de wettelijke eisen daarvoor. GroenLinks vraagt een reflectie op de parallelle processen. Daar is naar gekeken. Er zijn gemeenten die meer processen gelijk schakelen.

Vaak is dan al veel kaderstelling geweest waardoor dat mogelijk is. De grootste versnelling zit in het eerder kiezen. Het college heeft geen opvatting over de werkwijze van de raad, maar creatieve voorstellen om plannen sneller te bespreken zullen altijd tot snellere besluitvorming leiden. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of in de brief ook wordt ingegaan op hoe kan worden versneld in de samenwerking en hoe door middel van effectief leren en een stappenplan voor kennisdeling een versnelling zou kunnen worden gerealiseerd. Pagina 43 van 54

Wethouder Eerenberg weet niet of het zo letterlijk zal zijn, maar zorgt dat reflectie hierop in de brief komt. 5

De voorzitter biedt ruimte voor het stellen van gemiste vragen.

10

De heer Snijder (Student & Starter) vroeg waarom specifiek de Merwedekanaalzone en Kanaleneiland zijn benoemd als al gedegenereerde gebieden en of er niet andere gebieden of projecten denkbaar zijn die daar onder zouden kunnen vallen. Als er meer worden benoemd, kan ook sneller worden gewerkt.

15

De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft gevraagd waarom het verbeteren van de participatie niet expliciet als doelstelling is opgenomen. Als blijkt dat Utrechters ernstig bezwaar hebben in een traject waarin een Nota van Aandachtspunten of een beleidsnota voor een deelgebied is vastgesteld, escaleert het college dan naar de raad? Kan de wethouder een lijst aanleveren van deelgebieden waarvoor al een beleidsnota is?

20

De heer Ait Daoua (D66) vroeg naar een reflectiegesprek met de ontwikkelaars die aan de sessies hebben deelgenomen.

25

30

35

40

45

Wethouder Eerenberg heeft geprobeerd terughoudend te zijn door gebieden aan te wijzen waar zo een visie voor bestaat en waarbij aan de eisen van de kaderstelling is voldaan. Als meer gebieden worden opgenomen, is dat lastig uit te leggen omdat de kaderstelling door de raad daar onvoldoende is geweest. Als blijkt dat in het document voor Kanaleneiland sprake is van onvoldoende kaderstelling, kan de raad het van de lijst afhalen. Het gaat om de bevoegdheden van de raad. De lijst waar EenUtrecht om vraagt, staat in het raadsvoorstel. De kwaliteit van de kaderstelling op de andere gebieden is nog onvoldoende. Gevraagd is participatie als doelstelling op te nemen, maar dat staat in het voorstel. Dat is de link met Samen stad maken en de andere manier van participeren door ook naar het participatieverslag te gaan. Waar wil de heer Dijkstra dat nog meer terug zien? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt het bewust omdat erop is aangedrongen. In het stuk staat niet dat het UPP wordt gewijzigd voor een betere participatie. Dat is een gemiste kans richting de Utrechters. Wethouder Eerenberg vindt het nog steeds en neemt het mee terug. Samen stad maken, het nieuwe beleidskader over participatie, gaat over meer en betere participatie. Dit is het eerste stuk waarin dat is gevolgd en waarbij kritisch is meegekeken of dit de werkwijze is.

Het college escaleert vanzelfsprekend als het maatschappelijke onrust ruikt. Collegeleden hebben hun actieve informatieplicht en hun Fingerspitzengefühl om de raad te informeren of betrekken. Ambtelijk zijn reflectiegesprekken met het Development Netwerk Utrecht gevoerd. De nieuwe voorzitter hiervan komt graag kennismaken met de commissie. Als de raad geïnteresseerd is in wat woningbouwcorporaties, ontwikkelaars en beleggers vinden van de werkwijze, kan de raad ze uitnodigen om het ze zelf te vragen.

50

De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Wethouder Eerenberg heeft toegezegd voorafgaand aan de raadsbehandeling van 26 september a.s. met een raadsbrief te komen met het beeld van een goede kaderstelling inclusief participatie en eventueel een strekt ter vervanging, inzet op processen verkorten in de ambtelijke organisatie en de termijn waarop een evaluatie gaat plaatsvinden Zij vraagt de woordvoerders hoe dit moet worden doorgeleid naar de raadsvergadering.

55

De heer Te Hoonte (VVD) overweegt meerdere moties en amendementen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoopte dat de wethouder het voorstel zou terugnemen. EenUtrecht overweegt meerdere amendementen en moties.

Pagina 44 van 54

De heer Claasen (GroenLinks) verwacht naar aanleiding van de brief met moties en amendementen te komen. 5

Mevrouw Bode (Volt) is voorstander van terugsturen van het voorstel, maar wacht de brief af om te beoordelen wat het vervolg is. De heer Snijder (Student & Starter) sluit zich aan bij de reactie van GroenLinks.

10

15

20

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) overweegt amendementen over wanneer de raad aan zet is en de twee plannen in beslispunt 2, maar dat overlapt met wat VVD wil. Wellicht is 60 minuten te lang. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) acht behandeling in 30 minuten voldoende en is benieuwd wanneer de raad de brief ontvangt. De voorzitter verwacht de brief een week voor de raadsbehandeling op 26 september a.s. Het DB wordt geadviseerd dit voorstel voor 30 minuten te agenderen. De voorzitter sluit het middagdeel en schorst de vergadering om 16.43 uur. - Schorsing -

Lijst van toezeggingen 25

30

Nota Grondbeleid (wethouder Voortman): • De wethouder bespreekt het rijksonderzoek Grondprijzen Sociale huurwoningen met de corporaties en zendt de raad een raadsbrief daarover in het kwartaal nadat het onderzoek is gepubliceerd. • De wethouder komt voor de raad van 26 september a.s. met een memo met voorbeelden van succesvol actief grondbeleid in de afgelopen jaren. • Raadsvoorstel Wijziging Utrechts Plan Proces (wethouder Eerenberg): • De wethouder zegt voorafgaand aan de raadsbehandeling van 26 september a.s. een raadsbrief toe met het beeld van een goede kaderstelling inclusief participatie en eventueel een strekt ter vervanging, inzet op processen verkorten in de ambtelijke organisatie en de termijn waarop een evaluatie gaat plaatsvinden.

35

Pagina 45 van 54

Verslag openbare avondvergadering commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, 5 Grondzaken en Vastgoed 10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

5 september 2024 Raadszaal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

De voorzitter, mw. M. Al-Saqaff, de wethouders, mw. L. van Hooijdonk, dhr. E. Eerenberg , de leden, dhr. A. Aït Daoua (D66), mw. L. Bode (VOLT), dhr. F. Dekkers (D66), , dhr. R. v.d. Graaf (CU), dhr. M. van Heuven (PvdD), dhr. G. te Hoonte (VVD), mw. A. Krul (PvdD), mw. T. Meerding (VVD), dhr. R. Snijder (Student&Starter), dhr. L. van Straalen (CU), dhr. J. Vasters (D66), dhr. M. Usta (DENK), dhr. R. v.d. Zweth (PvdA), dhr. P. Zwanenberg (GL) Afwezigen dhr. H. Stellinga (CDA)

20

25

30

Verslag vergadering commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed ..........................................................................................................46 Verslag openbare avondvergadering commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed .........................................................................................................................................46 Aanwezigen .....................................................................................................................................46 8. Raadsvoorstel vaststelling SPvE Matserterrein en Ondaatje aan de Croeselaan ......................47 10. Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Programma van Eisen Tussen de Rails ............................50 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................54 Wethouder Eerenberg .................................................................................................................54 Wethouder Van Hooijdonk .............................................................Error! Bookmark not defined.

Pagina 46 van 54

8. Raadsvoorstel vaststelling SPvE Matserterrein en Ondaatje aan de Croeselaan 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De voorzitter heropent om 20.00 uur de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Zij geeft een inleiding op het agendapunt. De heer Van der Zweth (PvdA) is positief over het plan Ondaatje en geeft de wethouder complimenten over de wijze waarop hij het heeft opgepakt om, samen met de bewoners, hiertoe te komen. Hij is ook positief over de verhoudingen bij de woningen op het gebied van sociale huur, middenhuur en overig. Hij zou graag zien dat de wethouder zorgt dat de woningen permanent sociaal blijven, dat de middenhuur ook via de corporaties loopt en dat de wethouder toezegt dat zo spoedig mogelijk wordt ingezet op ontwikkeling van het plan Ondaatje. Hij vraagt wat de wethouder op het gebied van parkeren doet voor mensen die slecht ter been zijn, zodat zij toch met hun auto bij hun woning kunnen komen. De heer Te Hoonte (VVD) sluit op het gebied van parkeren aan bij de vragen van de PvdA, omdat hij het vreemd vindt dat mensen verderop in de wijk moeten parkeren als de nieuwe woningen er zijn. Hij zou liever zien dat dit wordt opgelost in het plangebied. Hij heeft geconstateerd dat de meeste mensen tevreden zijn met het proces van de woningbouw, maar dat dat niet voor iedereen geld en verzoekt daarom om bemiddeling, zodat duidelijk wordt hoe dat komt. Tevens wil hij graag een evaluatie met het oog op toekomstige trajecten, zodat de gemeente hiervan kan leren.

Zijn fractie vindt het plan mooi en zal instemmen. De heer Dekkers (GL) is ook tevreden met het SPvE. Hij constateert dat het merendeel van de buurtbewoners positief is, maar heeft kritische geluiden gehoord over de planning en de participatie die hij serieus wil nemen. Op het gebied van parkeren sluit hij aan bij de gestelde vraag en wil weten of de wethouder ook een rol speelt in de gesprekken met de Rabobank en of er gehandicaptenparkeerplaatsen zijn in het plan Ondaatje. Hij vraagt wanneer het 30 km/h gebied wordt ingevoerd op de hele Croeselaan. Hij constateert dat de bewoners last hebben van een toename van centrum gerelateerde overlast en vraagt wat er wordt gedaan om dat aan te pakken. Hij zegt dat de Moreelsbrug niet geschikt is als fietsbrug en wil weten waarom het mengen van fietsers en voetgangers niet wenselijk is. Verder sluit hij aan bij de vragen van de PvdA. Zijn fractie vindt het een mooi plan. De heer Van Straalen (CU) noemt dit een mooie stap in de realisatie van het plan Ondaatje en de nieuwe woningen. De bewoners zijn tevreden, maar hij is wel benieuwd of het lukt om maatwerk te leveren. Ook vraagt hij zich af welke lessen er geleerd kunnen worden uit dit proces.

Met betrekking tot het fietsen zegt hij dat de Fietsersbond vraagt om een goede veilige inpandige fietsenstalling en hij wil weten of deze er komt en of er ook met de Rabobank over gesproken wordt. Hij sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen over parkeren, ontmoeting en sociale cohesie en vraagt of maatschappelijke voorzieningen ook een rol kunnen gaan spelen bij het plan Ondaatje De heer Vasters (D66) is blij met de woningen en de andere voorzieningen op deze A-locatie en is ook positief over de manier van samenwerken. Hij bedankt het college voor de inzet op dit dossier wat goed heeft gewerkt. Hij wil weten of er nog lessen te leren zijn uit het proces en maakt zich zorgen om de voortgang, omdat er nog geen 100% overeenstemming is met de Rabobank omtrent de aansluiting van plan Ondaatje op het Matserterrein. Hij heeft er wel vertrouwen in dat partijen er samen zullen uitkomen en verzoekt de wethouder om de raad op de hoogte te houden van de voortgang. Hij noemt de aanleg van warmtevoorzieningen een interessante testcase en vraagt of de wethouder dat ook zo ziet en of deze hierop kan reflecteren. De heer Snijder (Student&Starter) duikt in de geschiedenis van Ondaatje en zou graag zien dat er een huize Ondaatje in het gebied wordt gerealiseerd waarin ruimte is voor historische zaken.

Hij realiseert zich dat de huizen bestemd zijn voor bewoners van de Croeselaan, maar mocht er ruimte komen, dan zou hij het fijn vinden als huize Ondaatje gerealiseerd wordt. Hij verzoekt de wethouder om meer studenten en Friends woningen op het Matserterrein te realiseren. Hij sluit aan bij de eerder gemaakte opmerkingen over leren van het proces en bedankt de wethouder voor zijn inzet. Pagina 47 van 54

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Krul (PvdD) sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen van de andere fracties en vindt het belangrijk dat bij plan Ondaatje de huizen voor iedereen zijn. Er wordt een beeld geschetst van een groen en levendig plangebied waar natuur- en diervriendelijk zal worden gebouwd. Daar is zij blij mee, maar zij constateert dat in het SPvE staat dat er 40% groen moet zijn in Utrecht. Zij vindt het dan wel belangrijk dat, naast de kruinen van de bomen, ook juist het grondgebonden groen wordt meegenomen. Zij verzoekt de wethouder om een toezegging dat van de genoemde 40% groen er 50% grondgebonden groen is. De heer Usta (DENK) is blij met het plan, maar hij is er minder tevreden over dat er geen extra parkeerplaatsen komen. Hij constateert dat dit grote zorgen bij de bewoners veroorzaakt en verzoekt de wethouder om de automobiliteit in evenwicht te houden en rekening te houden met de behoefte aan parkeerplaatsen. Hij vraagt hoe de wethouder de zorgen van de buurtbewoners wil wegnemen en hen gerust wil stellen. Met betrekking tot de betaalbaarheid van de woningen zou hij graag zien dat de percentages sociale huur, middenhuur en anders gewijzigd worden in 40%, 40% en maximaal 20%. Hij verzoekt de wethouder om een toezegging. Wethouder Eerenberg is blij met de positieve geluiden over dit mooie plan.

De bewoners hebben van begin af aan meegedacht met de architect op het gebied van plan Ondaatje en ook de plannen voor het Matserterrein zijn goed. Hij denkt dat het plan ook bijdraagt tot vestiging van mooie bedrijven in de stad. Met betrekking tot de sociale huur zegt hij dat de corporaties de woningen zullen beheren, maar omdat de bewoners allemaal individueel hebben meegedacht over hun eigen woning, zijn de woningen heel divers geworden en dat is voor corporaties erg ingewikkeld, omdat er grote verschillen in beheerkosten zijn. Het is ook de bedoeling dat de midden huurwoningen door de corporaties worden verhuurd, maar daarover worden nog gesprekken gevoerd. Op een vraag van de heer Van der Zweth (PvdA) wanneer hierover duidelijkheid komt, zegt hij niet zeker te weten of dat voor de volgende raadsvergadering lukt. Hij is het eens met de PvdA dat de ontwikkelingen op het Matserterrein de ontwikkelingen bij plan Ondaatje niet mogen tegenhouden en daarom trekt hij samen op met de Rabobank. Mocht dit anders worden, dan blijft plan Ondaatje de bovenliggende partij. Met betrekking tot parkeren zegt hij dat bij medische indicatie het mogelijk is om gehandicaptenparkeerplaatsen aan te leggen, maar bij mensen die slecht ter been zijn zal het slechts mogelijk zijn om voor de deur uit te stappen; vervolgens dient de auto wel elders te worden geparkeerd.

Hij gaat graag in gesprek met de Rabobank en bewoners over parkeren om te kijken of er een win-winsituatie mogelijk is, want de mensen die er wonen zullen waarschijnlijk op andere momenten willen parkeren dan de werknemers van de Rabobank. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of de wethouder het initiatief wil nemen daarin, zegt hij daartoe bereid te zijn, maar eerst te willen weten wat de behoefte van de bewoners is. Daarna zal hij in gesprek gaan met de Rabobank. Het klopt dat niet iedereen blij is met plan Ondaatje en het college is met een aantal bewoners nog in gesprek. De meeste mensen zijn overigens wel heel tevreden met de woningen die zij zelf hebben mogen ontwerpen en er zijn er afspraken gemaakt over de huurprijzen, hoewel de huurprijs wel hoger is dan bij andere projecten in de stad. De bewoners hebben zelf een escalatieladder bedacht voor het geval een ontworpen woning niet voldoet, waarbij er dan een keer een nieuw aan bod komt. Mocht dat ook niet naar genoegen zijn, dan wordt er een derde partij ingeschakeld. Hij zegt dat zijn collega Van Hooijdonk in het gebied versneld een 30 km/h zone wil invoeren, maar hij waarschuwt ervoor dat als hier voorrang komt, er elders weer iets naar achteren in de tijd moet worden gezet.

Met betrekking tot overlast zegt hij dat er omgevingsmanagement is, maar dat dit gebied een centrumgebied is waar bepaalde problemen nu eenmaal bij horen. De Moreelsebrug ligt eigenlijk een beetje buiten het plangebied en hij wijst erop dat het forum bij Utrecht Centraal bewust alleen voor voetgangers is. Hij vindt daar fietsers toevoegen geen goed idee. Op een opmerking van de heer Dekkers (GL) dat het hem niet om het bestaande forum gaat, maar om het nieuwe forum bij de Rabobank zegt hij dat het forum voor langzaam verkeer door het stationsgebied is. Als er fietsverkeer wordt toegevoegd, dan zullen daar voorzieningen voor moeten komen en hij ziet dat niet zitten. De Moreelsebrug is bewust geen fietsverbinding, want voor fietsers is er de fietserstunnel. Hij is het dus niet eens met de heer Dekkers. Hij bevestigt dat er veilige inpandige fietsvoorzieningen bij zowel plan Ondaatje als bij de Rabobank zullen komen. Met betrekking tot de plint wordt er gesproken met de woningbouwcorporaties om daar iets sociaals in te zetten. Over het leren van lessen voor andere projecten zegt hij dat er geen middelen beschikbaar zijn om een evaluatie op te zetten, maar hij kan wel wat reflecties geven en zegt dat de hoofdles is om bewoners serieus te nemen, benaderbaar te zijn en bewoners Pagina 48 van 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=77ca87fe-372d-40ba-87f7-e52307d5c313