CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 4 juli 2024

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 5 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen32.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

30

35

40

45

50

55

De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat het prima is om kleine woningen te bouwen. De regel van gemiddeld 46 m2 voorziet er juist in dat een deel kleiner is en een deel groter. Sommige mensen wonen alleen, anderen met zijn zevenen. Voor allebei de samenstellingen van huishoudens moet de gemeente bouwen. Het woord kippenhokken wordt toch ook gewoon gebruikt in plannen waar het aan de lopende band kleine woningen zijn die bijna niet groter zijn dan 60 m2 ? Dat doet wat met samenhang in de buurt die daar wordt gecreëerd. Als mensen een kind krijgen, kunnen zij daar niet blijven wonen, zij verhuizen. Er is een constante doorstroming, mensen worden passanten in plats van bewoners. Dan vindt hij kippenhokken best een leuke term. Mevrouw Bode (VOLT) hoort de PvdA zeggen dat niet vooraf moet worden afgedaan aan de eisen en dat het fijn is dat de Utrechtse aanpak er is om waar nodig in te springen. Vindt de PvdA niet dat de Utrechtse aanpak wel vaak nodig is? De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat die enorm vaak nodig is. Maar dat komt doordat Utrecht plannen heeft van voor de tijd met een inflatie van 10% en de uitvoering plaatsvindt in een periode met een inflatie van 10%. Zelfs bij corporaties die toch vaak in de positie zijn om goed te kunnen doorbouwen is er niets aan te doen. Dat is de tijd van nu. Dan vindt de PvdA dat de gemeente moet blijven bouwen.

Anders ontstaat weer het rampzalige tekort aan woningen dat er na de financiële crisis was. Helaas is dit nodig. Zijn fractie wil dat dit alleen met open boeken gebeurt, dat niet het rendement wordt gefinancierd en dat niets aan de voorkant wordt weggegeven. De heer Snijder (Student & Starter) hoort een bekend verhaal, met de kippenhokken. Hij vraagt zich echt af wat de PvdA dan zegt tegen alle starters en alle woningzoekenden die nog steeds geen plek hebben in deze stad. Dat is een gigantisch grote groep. Er wordt alleen maar gesproken over gezinswoningen. Volgens hem ligt de prioriteit echt bij de starters in deze stad. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat een starter op een bepaald moment geen starter meer is. Die starter vindt soms iemand anders en dan komen er heel kleine mensen bij die later ook weer starter kunnen worden, mar die in elk geval de eerste achttien jaar daar wonen. Het punt dat zijn fractie schetst is dat er te veel woningen worden gebouwd waarin mensen heel goed alleen of met zijn tweeën kunnen wonen, maar dat zij zodra er een kind komt in de knel komen te zitten. Zij verhuizen naar buiten de gemeente, maar nog belangrijker is dat per saldo mensen in die wijken niet langer dan vier of vijf jaar wonen. Hij herhaalt dat mensen dan geen bewoners Pagina 15 van 44

worden, maar passanten. Dat doet iets met de sociale binding in die wijk en daarom moet er worden gediversifieerd. Er is een gemiddeld aantal vierkante meters dat daar prima in voorziet. 5

10

15

De heer Snijder (Student & Starter) weet heel goed hoe gezinsopbouw werkt, dat heeft hij thuis en op school geleerd. Hij begrijpt heel goed dat de heer Van der Zweth aandacht vraagt voor de grotere woningen waar mensen naar toe kunnen verhuizen, maar hij weet ook dat er mensen zijn die, ook met een kind, echt tevreden zijn met een kleinere woning. Daaraan gaat de PvdA volledig voorbij in haar betoog. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het fijn dat het goed zit met de biologie. Er moeten ook kleine woningen worden gebouwd voor studenten, starters, voor mensen die alleen wonen en voor ouderen die gelijkvloers alleen gaan wonen. Maar er is een gemiddelde aan beide kanten waarvan moet worden gebouwd. Zijn fractie ziet een soort reflex om dat gemiddelde zo laag mogelijk te krijgen. Dan worden mensen de stad uitgejaagd en dat doet ook weer iets met de stad, de wijk en de buurt en dat moet worden voorkomen. De voorzitter verzoekt echt nieuwe vragen te stellen. In de beantwoording hoort hij namelijk steeds dezelfde punten terugkomen.

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Paalman (Horizon) hoort dat de PvdA doorstroming als een soort vies woord gebruikt. Erkent de PvdA dat het vieze woord doorstroming een van de mogelijkheden is om de wooncrisis op te lossen? De heer Van der Zweth (PvdA) erkent dat zeker. Maar als er alleen maar woningen voor starters worden gebouwd, dan gaat daar een starter in. Dat is maar één verhuisbeweging. Er moet zo worden gebouwd dat mensen kunnen doorstromen naar verschillende woningen zodat werkelijk doorstroming ontstaat. Als de gemeente nu focust op studenten en starters – en daar gaat zij nu voor - , dan ontstaat de minste doorstroming. Hij is het er helemaal mee eens met de heer Paalman. De heer Usta (DENK) vraagt of de PvdA het met DENK eens is dat soms dermate kleine woningen worden gebouwd dat het niet terecht is om die kippenhokken te noemen, maar dat ze eigenlijk caviakooien moeten worden genoemd. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat zijn fractie meegaat met de heer Usta. De heer Bosch (UtrechtNu!) dacht niet zozeer aan kippenhokken, maar meer aan legbatterijen. Het ging om de glijdende schaal, als geen ondergrens wordt aangegeven. Dat werd vorige week ook duidelijk bij studentenhuisvesting. Als er geen ondergrens wordt aangegeven, dan zitten mensen straks echt in woningen van 5 m2. Hij neemt aan dat de heer Van der Zweth daar vooral op doelt.

De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat het lastig is om daar generiek op te sturen. Hij vond het gemiddelde juist een mooie vorm. Als mensen werkelijk woninkjes zouden willen bouwen van 15 m2, dan kan dat bijna niet met dat gemiddelde omdat er zo grote woningen naast moeten worden gezet dat het niet uitkomt. Het idee is dat dat hiermee wordt behaald, een grote zorg is dat die 65 m2 constant een kop van Jut is in deze zaal in de aanloop naar plannen. Volgens hem is het draagvlak voor wat grotere woningen van fatsoenlijk formaat heel groot. Dat vindt hij ingewikkeld en daar blijft hij op wijzen. De voorzitter ziet dat heel veel tijd wordt besteed aan de vierkante meters die volgens hem bij Wonen thuishoren. Hij hoopt dat het nu beperkt kan blijven tot de vragen van de heren De Koning en Te Hoonte. Volgens de heer Koning (D66) gaat het natuurlijk over een kwaliteit in de portefeuille Wonen, maar het gaat ook over doorbouwen en daarvoor zit de commissie nu hier. In de recente brief over onder meer het woonwensenonderzoek onderstreept het college dat het tekort aan woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en middelhuur verreweg het grootst is. Die brief impliceert ook dat dat de focus wordt van de nieuwe nota Wonen. In die brief staat ook dat ook ons Pagina 16 van 44

bovenwettelijk kader, waar het om gaat bij die eis, ervoor zorgt dat er nu onvoldoende van die woningen gebouwd kunnen worden. Wat vindt de PvdA daar dan van? 5

De heer Van der Zweth (PvdA) reageert op de opmerking van de voorzitter. Hij heeft dit genoemd in dit debat omdat het onderdeel is van de Utrechtse aanpak. Het gebeurt heel vaak en het wordt nu zelfs in bouwplannen aan de voorkant aangegeven. Hij begrijpt dat het debat zich op het grensvlak bevindt.

10

De voorzitter laat het debat ook toe. Hij geeft alleen aan dat specifiek vierkante meters bij Wonen horen.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Volgens de heer Van der Zweth (PvdA) klopt wat de voorzitter zegt, maar dat was de reden waarom hij het hier noemde. De heer Koning concludeert even dat de grootste behoefte bij middelhuur zit. De wachtrij voor sociale huur is gewoon twaalf jaar. Het is dus een boude stelling die hij niet kan staven. Als de heer Koning zegt dat het enkel en alleen gaat om blijven bouwen, dan deelt hij die opvatting niet. Het moeten betaalbare en goede woningen zijn, het moet meer dan een beetje duurzaam zijn, het moet toekomstgericht zijn en het moeten buurten wijken zijn waar mensen elkaar ontmoeten en waar wat sociale binding is. Dat moet worden gebouwd, het staat er immers voor honderd jaar. Zijn fractie gaat voor dat tempo, maar niet ten koste van alles. Alles moet met elkaar in balans zijn. De heer Koning (D66) begrijpt echt wel waar dit bij de PvdA vandaan komt. De afspraak van die 65 m2 is inderdaad gemaakt, maar D66 wil wel dat die woningen worden gebouwd. Hij gaat dan terug naar de kern van het debat en waarover het begon. Het gaat erom dat de PvdA s zei dat de gemeente verderop in het proces kan komen tot het bijstellen van eisen, als die knellen. D66 denkt echter dat, als de gemeente aan de tekentafel en aan de voorkant van het proces constateert dat het gewoon knelt, dat het legitieme moment is om eisen ter discussie te stellen.

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat dit voor hem de kern is. Die opvatting deelt hij totaal niet. Als het niet gaat en de gemeente moet kijken hoe zij zo’n plan verder kan helpen, dan moet dat gebeuren met open boeken. Dan zegt zijn fractie dat de gemeente die rendementen niet gaat financieren. Dan moet dat gemiddelde misschien net iets omlaag, dan gaat zo’n plan door en dan komen er heel veel mooie woningen. Dan gebeurt er iets dat alle betrokkenen kunnen uitleggen. Als de gemeente het aan de voorkant doet, is zij met een plan bezig dat pas over zes jaar tot uitvoering komt, wanneer de rendementen misschien weer door het dak gaan. Dan kunnen de ontwikkelaars zeggen dat dat mooi is en dat zij via de heer Koning in plaats van 65 50 m2 hebben gekregen. De opvolgers in de volgende gemeenteraden kunnen daar niet op bijsturen. De gemeente moet dit niet doen: niet aan de voorkant, niet benoemen. De kaders zijn de kaders en de gemeente stuurt bij, als zij een start kan forceren via de Utrechtse aanpak. De heer Koning (D66) gaat op een detail in. Als de gemeente zou zeggen dat ontwikkelaars geen rendement mogen maken, wordt er gewoon geen huis meer gebouwd in deze stad. Dat wil hij toch even neerzetten. Hij denkt dat de PvdA hier soms te gemakkelijk over denkt. Het is niet zo dat het Utrecht allemaal aan komt waaien.

Hij denkt dat de raadsleden daar eerlijk in moeten zijn, dat zij zich in hun handen mogen knijpen dat er wordt gebouwd in de stad, dat ontwikkelaars dat doen en de raadsleden zich daar ook rekenschap van moeten geven. Volgens de heer Van der Zweth (PvdA) mogen ontwikkelaars ook blij zijn dat zij iets mogen realiseren in zo’n mooie stad. Hij denkt helemaal niet dat het Utrecht allemaal aan komt waaien. Hij is het eens met mevrouw Bode dat er in de Utrechtse aanpak heel veel bezwaren langs komen. Helaas is dat nodig. Hij is zich daarvan terdege berust, maar bezweert zijn collega’s om niet vooraf iets weg te geven. Dat wordt een trend waar de raad spijt van krijgt. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat PvdA en GL het verkiezingsprogramma voor de volgende verkiezingen ook buiten deze raadszaal kunnen schrijven. Dan kunnen zijn ook de discussie voeren over de vraag of zij kippenhokken willen of tiny houses. Hij ziet dat heel veel PvdA-ers enthousiast zijn over tiny houses, misschien komt dat woord beter uit. Hij wenst die fracties daar veel plezier mee.

Pagina 17 van 44

5

10

Maar met de heer Koning zegt hij dat de gemeente dit niet aan het einde kan doen, als een project helemaal uitgetekend is en er een definitief ontwerp is waar jaren aan is gewerkt. Daar zitten heel veel verloren plankosten in. Als de gemeente aan het einde zegt dat zij het aantal vierkante meters terugdraait, werkt dat gewoon niet. Dan is er nog maar één mogelijkheid, dat is dat de gemeente geld bijstort. En dat is nu juist wat de gemeente niet wil, want dat geld heeft zij niet. Hij denkt dat het toch goed is dat gemeente en ontwikkelaar in de voorfase snel bepalen of het hier wel of niet gaat lukken met deze 65 m2 en of er dan enige ruimte is om daarvan af te wijken. Dan kan het misschien 62 m2 worden. Maar de gemeente kan dit niet aan het einde doen. dan moet er opnieuw worden getekend en dat kost weer miljoenen en er wordt geen woning voor gebouwd. De voorzitter vraagt de heer Te Hoonte wat zijn vraag is.

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waarom de heer Van der Zweth dit toch niet herkent. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de heer Te Hoonte zich geen zorgen hoeft te maken over de opvattingen van GL en PvdA over dit onderwerp. Hij kent GL als een partij die aan wil sturen op het goede formaat woningen. Hij voert de hoogste toon en dat doet hij expres omdat hij dan veel debat krijgt en dat is gelukt. Wat de heer Te Hoonte zegt klopt gewoon niet. In de Utrechtse aanpak heeft de raad al een aantal keren gekeken naar die vierkante meters om toch de start van de bouw te forceren. Dan moet er een beetje worden gewijzigd in het plan, maar dat is gelukt en dan gaat het gewoon verder. De bewijzen zijn er. Helaas moest het, maar dan is er de start van de bouw en dat is op dit moment ook belangrijk. De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat, als de wethouder heel eerlijk is hij zal bevestigen dat het heel waarschijnlijk is dat in zo’n project voordat het in de raad komt al heel lang kleinere woningen zijn ingetekend zodat het wel klopt. Aan het einde wordt het dan bij de raad neergelegd als resultaat van de Utrechtse aanpak. Het is echt niet zo dat na dat besluit ineens die tekeningen opnieuw zijn gemaakt en dat die een week later klaar waren. Zo werkt het niet, dat kan iedereen navragen bij iemand die wel eens aan een woning werkt.

Als het aan de voorkant niet goed wordt gedaan en er aan het einde iets moet worden gecorrigeerd, dan is die wijziging veel duurder. Dat moet de PvdA toch aanspreken. Voor het geld dat de gemeente zo verliest kan een woning worden gebouwd. Dat is wat de PvdA wil, ga daar dan voor! De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat de wethouder straks mag vertellen dat hij stiekem zit te doen wat hij al lang van plan was. Dat is wat de heer Te Hoonte insinueert. Volgens hem heeft de raad de bewijzen dat niet klopt wat de heer Te Hoonte zegt. Hij zegt daarbij dat hij er tot nu toe aan was gewend dat de VVD aan de kant van zijn fractie stond, als het gaat om bouwen voor gezinnen zodat mensen binnen deze wijken ook kunnen doorstromen. Dat mist hij nu wel. Hij ziet nu een andere VVD die hij ook wel kent. Die zegt: “draai nu alsjeblieft, als de ontwikkelaars dat vragen”. Maar hij hoopt toch ook wat van die eerste VVD te merken. De heer Te Hoonte (VVD) brengt naar voren dat zijn fractie heel erg voor woningen voor gezinnen is. Maar uitkomen op een gemiddelde van 65 m2 met de hoeveelheid woningen voor eenpersoonshuishoudingen die in deze stad worden gebouwd is echt wel een aanzienlijke eis. Als de gemeente voor gezinnen wil bouwen, dan is 100 m2 toch wel fijn, met drie slaapkamers. Maar daar moet dan wel iets tegenover staan, die ruimte moet er zijn.

Een project als de Merwedekanaalzone is erg gestapeld, daar gaan niet zoveel gezinnen wonen. Daar is wel ruimte en zijn fractie wil wel gewone woningen, maar het is geen ‘no go’ om af en toe naar die ruimte te kijken. De heer Van der Zweth (PvdA) wil hierop reageren.

55

De voorzitter meent dat de heer Van der Zweth niet op deze opmerking hoeft te reageren, maar krijgt de ruimte voor een korte reactie. De heer Van der Zweth (PvdA) hoort gelukkig dat de VVD wel voor gezinnen is, maar net een beetje meer voor de ontwikkelaar. Dat is ook een helder verhaal.

Pagina 18 van 44

De voorzitter wil echt verder gaan, maar de heer Bosch krijgt nog de gelegenheid één additionele vraag te stellen. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Bosch (UtrechtNu!) volgt de heer Van de Zweth op zich wel, maar hij heeft het steeds over sociaal versus middelhuur. De middelhuur kwam bij de heer Koning aan bod. Is de heer Van der Zweth het met hem eens dat, als er niet voldoende middelhuur wordt gebouwd, de doorstroming in de sociale huur stil blijft staan? Er wonen immers ontzettend veel mensen in sociale huurwoningen die eigenlijk naar middelhuur woningen zouden moeten verhuizen. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat eigenlijk niet. De heer Bosch zegt ‘zouden moeten’, maar mensen bepalen dit zelf. Waarom zou iemand die in een prima woning zit voor een prijs van 600 tot 700 euro per maand verhuizen? Het alternatief is een middelhuurwoning van 1100 euro die ook nog kleiner is. Er is ook geen onderbouwing voor verhuizen. Hij begrijpt dat iemand in een ideale wereld gaat zitten puzzelen, maar mensen wonen ergens en, als zij dat niet doen vanwege de prijs en de kwaliteit van de woning, dan doen ze dat omdat het al vijftien jaar hun buurt is en ze helemaal niet willen verhuizen. Spreker begrijpt het wel, maar hij ziet het niet. De voorzitter gaat echt verder met het betoog. De heer Bosch heeft er een interruptie bijgekregen. Spreker ziet dat de heer Bosch het er niet mee eens is. Misschien krijgt hij nog een mogelijkheid om zijn vraag te stellen. De heer Van der Zweth kan verder gaan met zijn inbreng.

De heer Van der Zweth (PvdA) had verwacht dat zijn bijdrage snel door zou gaan, maar hij dankt de collega’s. Hij roept het college op om corporaties in projecten te laten instappen, als het stopt of als het anders niet lukt. De PvdA heeft dat al eerder gedaan met een motie die is overgenomen. Corporaties hebben hun financiering op een andere manier geregeld en kunnen dat vaak goed doen. Die motie is overgenomen en het college wil het ook. Wanneer ziet de raad de eerste resultaten of kan de wethouder een moment noemen waarop de raad wordt meegenomen in wat anders is dan eerst het plan was? Dan stappen de corporaties in en dan forceert de gemeente het. Met start bouw is de rechterhelft van de raad meer dan gelukkig en de rest ook. Maar het is ook sociaal en betaalbaar en daarmee is de linkerhelft meer dan gelukkig en de rest ook. De Vechtclub hoort uiteindelijk bij ROG. De verlenging van het huurcontract duurt echt wel lang. Die gesprekken lopen al sinds 2023. Dit zou begin van dit jaar al geregeld worden, maar dat lijkt steeds te verschuiven. Kan wethouder Eerenberg toezeggen dat het per 1 augustus 2024 geregeld is en dat er duidelijkheid komt? Sprekers laatste punt is grondzaken. Het nieuwe grondbeleid komt eraan en hij kijkt uit naar het inhoudelijke debat daarover. Het is te lang niet een onderdeel geweest van het gemeentelijk beleid.

Bij de Voorjaarsnota heeft zijn fractie wel het aandachtspunt van capaciteit en kennis van de organisatie. Het grondbeleid is heel lang anders geweest dan de gemeente het nu wil doen. Hij vraagt aan de wethouder of er financieel genoeg ruimte is om op een goede manier te doen wat er in die nota staat en of er voldoende capaciteit is om daar invulling aan te geven. Of krijgt de raad inzicht in wat er nog meer nodig is om dat op een goede manier te doen? Het s belangrijk dat het gaat gebeuren. De heer Van Straalen (CU) vond het mooi dat de PvdA vroeg hoe ervoor wordt gezorgd dat bewoners niet alleen passanten zijn en dat zij een gemeenschap met elkaar vormen. De heer Van der Zweth bleef een beetje bij die vierkante meter eis, maar voor de CU gaat dat iets verder. Het is ook belangrijk dat die groei met kwaliteit ook betekent dat maatschappelijke voorzieningen, zoals ruimtes om elkaar te ontmoeten, meegroeien. Deelt de PvdA die mening?

55

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dit zeker zo is. In deze commissie is er altijd een wedstrijdje ver plassen wie het meeste bouwt. Dat vindt hij heel wonderlijk. Er zit immers een vertraging in van acht jaar ten opzichte van een besluit van een ander. En toch is er die wedstrijd. Zijn fractie zegt: “Blijf bouwen, bouw betaalbaar en goed” en daar horen voorzieningen bij. Die zijn nodig om een gemeenschap en een fijne buurt te creëren. Daar doet de gemeente het voor, uiteindelijk staat er iets voor honderd jaar. Dan moet het goed worden gedaan.

60

Mevrouw Bode (VOLT) gaat in op de Utrechtse barcode. Een barcode is een afbeelding van elkaar opvolgende zwarte en witte streepjes die met een laserscan kan worden afgelezen. Zij Pagina 19 van 44

5

10

15

heeft een beetje moeite met dat aflezen. In de Voorjaarsnota gaat het eerst over het belang van die barcode en daar is VOLT het helemaal mee eens. Het gaat niet allen om bouwen, daar horen voorzieningen, groen, bereikbaarheid en een goede mobiliteit bij. Maar daarna wordt gesteld dat de gemeente zich richt op het bouwen van woningen, maar niet op de rest. Dan weet zij niet meer hoe zij die barcode moet lezen. Dan is de balans weg en het gaat ten koste van alles wat bijdraagt aan de leefbaarheid. Zij vraagt aan de wethouder hoe de gemeente die barcode gaat toepassen zodat die groei in balans is. De heer Paalman (Horizon) is het er in principe mee eens dat iemand die ergens gaat wonen er graag groen bij heeft. Maar hij kan zich voorstellen dat de wooncrisis op dit moment zo groot is dat mensen ook wel bereid zijn om in Utrecht te gaan wonen, als het park iets verder weg is gelopen. Hoe reflecteert VOLT daarop? Mevrouw Bode (VOLT) ziet dat het plan is om heel veel woningen te bouwen. Zij hoorde daarnet iets over een wedstrijd ver plassen voor wie de meeste woningen wil gaan bouwen. Het gaat niet over een park dat iets verder ligt. Het gaat erover dat er veel minder sportfaciliteiten zijn, dat de plek waar iemand woont minder goed bereikbaar is. Dat zijn essentiële dingen die horen bij het leven op een plek waar iemands huis staat.

20

De heer Paalman (Horizon) is het er mee een dat een woning ontsloten moet zijn. Iemand moet natuurlijk wel thuis kunnen komen. Maar ziet VOLT in dat de wooncrisis op dit moment zodanig is dat mensen best bereid zijn om iets verder te fietsen naar groen, supermarkt, sportveld en sportclub?

25

Mevrouw Bode (VOLT) antwoordt dat er de hele tijd wordt gesproken over een wooncrisis, maar die is ontstaan door politieke keuzes. Zij vindt dat de samenleving de andere dingen die nodig zijn voor een net leven niet moet laten varen door er alleen maar voor te zorgen dat mensen vooral kunnen wonen en onduidelijk is wanneer de rest komt. De gemeente heeft een Utrechtse barcode. Haar punt is dat die dan ook echt moet worden toegepast.

30

35

De heer Paalman (Horizon) merkt op dat het niet kunnen wonen nooit een keuze is. Mensen zitten nu in een crisis en die kan niet terug worden gedraaid. Het is wel mogelijk om die te fixen en een van de manieren daarvoor is bouwen. Klopt zijn conclusie dat VOLT zegt dat het de voorkeur heeft ervoor te zorgen dat de woningen die Utrecht gaat bouwen parkjes, voorzieningen en clubs in de buurt hebben in plaats van dat de gemeente heel veel gaat bouwen zodat mensen ergens kunnen wonen?

45

Mevrouw Bode (VOLT) zou het niet zo cru zeggen. Maar zij zegt wel dat, als deze gemeente een barcode heeft omdat deze gemeente erkent dat groei in balans moet gebeuren, zij zich daaraan moet houden. Niet voor niets vindt de gemeente dat belangrijk. Nu wordt de rekening doorgeschoven naar de toekomst. Uiteindelijk gaan mensen er immers last van hebben. Zij hebben b.v. een auto nodig, maar waar zetten zij die neer? Als iemand een vergunning heeft, wordt die duurder en duurder, hoe gaat hij dat betalen? Hoe kunnen mensen op bezoek komen? Het zijn allemaal gevolgen van keuzes die nu worden gemaakt. Daarover moeten mensen nadenken, anders krijgen zij er in de toekomst last van.

50

De heer Claasen (GL) is het er echt mee eens met de mening van VOLT dat de gemeente die balans in de gaten moet houden. In zijn eigen inbreng heeft hij naar voren gebracht dat GL iets wil doen om ervoor te zorgen dat het punt groen meer in balans gaat komen. Is VOLT van plan zijn fractie daarin te gaan steunen?

40

55

60

Mevrouw Bode (VOLT) antwoordt dat dat eraan ligt, in de kern waarschijnlijk wel. Zij heeft het bij GL een aantal keren meegemaakt dat natuur dan wordt omgezet in parken. Dan wordt het groen voor bewoners. Dat vindt zij een stap te ver. De heer Claasen (GL) begrijpt dat VOLT en zijn fractie wel in gesprek kunnen gaan met elkaar over de manier waarop er in het MPR voor gezorgd wordt dat het groen wordt gerepareerd. VOLT heeft dan alleen de specifieke wens over hoe dat groen eruit moet zien. Mevrouw Bode (VOLT) antwoordt dat het altijd mogelijk is met elkaar in gesprek te gaan. Pagina 20 van 44

De heer Koning (D66) had eigenlijk een andere vraag, maar hij hoort VOLT nu zeggen dat groen niet voor bewoners moet zijn. 5

Mevrouw Bode (VOLT) zegt dat niet. Zij geeft aan dat zij het een paar keer heeft meegemaakt met GL dat natuur wordt omgezet in een park omdat het dan groen voor bewoners wordt. Natuurlijk is haar fractie voor groen voor bewoners, maar daarvoor moet geen natuur worden omgezet.

10

De heer Koning (D66) gaat dan over naar zijn andere interruptie. Gisteren vond VOLT dat er relatief veel op het sociale stuk wordt bezuinigd. Maar hij ziet dat er op ruimte waar het vandaag over gaat, tot 2040 in totaal 115 miljoen euro minder beschikbaar is voor ruimtelijke investeringen. Dat vindt zijn fractie heel veel geld. VOLT zegt dat het op sociaal gebied een onsje minder zou moeten. De consequentie zou dan moeten zijn dat er op ruimte wel wat meer mag worden bezuinigd. Maar dan hoort hij VOLT hier zeggen dat dat natuurlijk ook niet kan omdat het dan te koste van voorzieningen gaat. Wat is het nu?

15

20

Volgens mevrouw Bode denkt de heer Koning dat alle ruimte groen is. Dat is niet per se zo. VOLT wil best kijken naar ruimtelijke projecten. Dan kijkt haar fractie naar asfaltering, naar de herinrichting van bepaalde delen van de stad waar de gemeente de bewoners zacht gezegd niet aan haar zijde heeft. Dit zal ook in de volgende commissievergaderingen uitgebreid aan bod komen.

25

De heer Koning (D66) vreest dan toch dat VOLT onder de streep zegt dat, als de gemeente hetzelfde wil blijven doen aan voorzieningen, VOLT meent dat er veel minder woningen moeten worden gebouwd. Dat zijn communicerende vaten. Hij is benieuwd of VOLT dat zo ziet of dat die fractie gewoon door zou willen gaan met het bouwen van betaalbare woningen.

30

Mevrouw Bode (VOLT) geeft aan dat VOLT wel wil doorbouwen, maar in balans. Daar gaat het om.

35

40

45

50

55

De heer Van Straalen (CU) kan VOLT goed volgen in wat die fractie zegt over groei in balans en met kwaliteit. Voor de CU betekent dat ook dat de ruimte voor levensbeschouwing moet meegroeien. Dat zijn juist de plekken die zorgen voor cohesie en sociale verbinding en die opstaan in tijden waarin de overheid misschien taken laat liggen. Is dat voor VOLT ook een belangrijk aspect van die groei in balans en met kwaliteit? Mevrouw Bode (VOLT) vindt dat een lastige vraag. Wat het levensbeschouwelijke betreft, haar fractie vindt het belangrijk dat er plekken zijn voor ontmoeting en dergelijke. Tot hier. Spreekster is blij dat de Utrechtse aanpak er is. VOLT ziet het als een vangnet. Het is een uiterste oplossing, als het echt niet anders kan. Dit is iets dat de gemeente incidenteel moet toepassen. VOLT vindt de manier waarop het gebeurt, met vertrouwen en open boeken zodat er geen misbruik van wordt gemaakt en het echt goed wordt benut, belangrijk. Maar het gaat maar door. Het project dat de commissie het ene moment bespreekt komt het volgende moment terug in de Utrechtse aanpak omdat het toch niet haalbaar is. Zij wil een toezegging van de wethouder dat de lessen worden vertaald in aangepaste eisen zodat in de toekomst problemen aan de voorkant worden voorkomen. Zij wil het niet hebben over vierkante meters, maar geeft een voorbeeld van aspecten die lastig zijn.

Het realiseren van parkeerplekken kost meer geld dan het oplevert en heeft daarmee een grote invloed op de financiële haalbaarheid. Dit komt regelmatig terug. Kan daar aan de voorkant iets mee worden gedaan? Het was bekend dat er een actief grondbeleid komt. Net als de PvdA kijkt haar fractie uit naar het debat over de nota in september 2024. Ook sluit VOLT zich aan bij de vraag van de PvdA over de uitvoerbaarheid van de plannen in de nota. De heer Snijder (Student & Starter) hoort een mooi verhaal over groei in balans, maar hij vraagt waar de starters dan moeten wonen. Een groot aantal van hen kan in deze stad nog steeds geen plek vinden. Mevrouw Bode (VOLT) zegt niet dat er niet gebouwd gaat worden. Er wordt nog gebouwd, maar in balans. Starters willen ok wel eens ergens een drankje drinken, zij willen boodschappen doen, Pagina 21 van 44

zij willen een keer echt sporten, misschien willen zij picknicken in het park en mensen op bezoek krijgen die hen echt kunnen bereiken. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Snijder (Student & Starter) concludeert dat VOLT liever een extra voetbalveld ziet dan dat de gemeente een persoon helpt met een nieuw huis. Klopt dat? Mevrouw Bode (VOLT) hoort dat Student & Starter het nu heeft over woningen. Op een ander moment gaat het erover dat mensen niet kunnen sporten en dat dat ook heel belangrijk is. Zij zegt niet dat dit ten koste van bepaalde dingen moet gaan, het gaat erom dat het in balans moet zijn. Met het een is ook het ander nodig. Zij verwacht toch wel dat Student & Starter daarin aan de zijde van VOLT staat. De heer Dekkers (GL) heeft een vraag over de door mevrouw Bode genoemde parkeerplekken. Volgens hem maakt de gemeente nu ook al aan de voorkant al ruimte voor minder parkeerplekken. Dat is zowel afhankelijk van de nabijheid van OV als van de bereidheid van de ontwikkelaar om ervoor te zorgen dat die parkeerplekken niet nodig zijn door mobiliteitsvoorzieningen. Hopelijk is VOLT het met hem eens dat aan die voorwaarden voldaan moet zijn om ervoor te zorgen dat die parkeerplekken niet nodig zijn. Mevrouw Bode (VOLT) vindt dat inderdaad belangrijk. Maar wat zij met de Utrechtse aanpak tot nu toe ziet is dat het meer mag. Het zijn communicerende vaten: als de mobiliteit op andere vlakken niet op orde is, blijven mensen afhankelijk van een auto en daarmee van een parkeerplek.

Daar moet dus wel meer in worden geïnvesteerd zodat bij ontwikkeling die parkeerplekken niet nodig zijn. Volgens de heer Dekkers (GL) doet de gemeente dat op dit moment aan de voorkant, niet aan de achterkant. VOLT wil toch niet dat in de Utrechtse aanpak gezegd wort dat mensen hun auto maar gewoon in de openbare ruimte moeten zetten? Mevrouw Bode (VOLT) heeft liever dat de Utrechtse aanpak minder wordt toegepast doordat er aan de voorkant voor wordt gezorgd dat de parkeereisen minder vaak middels een Utrechtse aanpak moeten worden bijgesteld. De heer Usta (DENK) hoort VOLT zeggen dat eigen mobiliteit essentieel blijft. Dat gaat gepaard met die parkeervlakken. Wil VOLT daarmee zeggen dat een alternatief kan zijn dat parkeerplaatsen onder de woningen worden aangelegd? Wat is het concrete voorstel van VOLT? Mevrouw Bode (VOLT) wil minder parkeerplaatsen omdat mensen de auto niet nodig hebben. Zij hebben een fiets, zij hebben OV in de buurt of zij kunnen ergens naartoe lopen. Daar gaat het om. De heer Usta (DENK) hoorde daarnet van VOLT dat de alternatieven niet op orde zijn en dat mensen genoodzaakt zijn met eigen vervoer ergens te komen. Hij denkt dat daardoor die parkeervlakken echt wel nodig zijn. Hoe wil VOLT dat oplossen? Mevrouw Bode (VOLT) antwoordt dat zij aangaf dat het communicerende vaten zijn. Als het ene niet op orde is, blijft iemand afhankelijk van eigen vervoer.

Daarom is het belangrijk om te blijven investeren juist in het andere. Dat haalde zij aan in haar betoog over de barcode, het gaat om groei in balans. Als er woningen worden gebouwd, moet er ook voor worden gezorgd dat de bereikbaarheid op orde is. De heer Usta (DENK) hoort VOLT ook zeggen dat die alternatieven nog niet op orde zijn en dat daarin moet worden geïnvesteerd. Dat betekent dat, totdat de alternatieven op orde zijn, de gemeente er wel voor moet zorgen dat de nieuwe bestemmingsplannen wel voorzien in voldoende parkeervlakken. Mevrouw Bode (VOLT) hoopt dat dat met een beetje goed plannen hand in hand kan gaan. Als er woningen worden gebouwd met parkeerplekken daaronder of op eigen grond, maakt dat een businesscase onaantrekkelijk. Een gebouw staat er ook heel lang. Dat is niet wat haar fractie ambieert. Pagina 22 van 44

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Paalman (Horizon) hoort VOLT pleiten voor die fiets voor de deur en het OV voor de deur. VOLT staat ook een beetje bekend als jongrenpartij. Dan vindt hij het wonderbaarlijk dat de conclusie lijkt te zijn dat woningen belangrijk zijn, maar dat die supermarkt, dat grasveld en die sportvereniging er ook moeten zijn en dat anders geen extra woningen kunnen worden gerealiseerd. Dat vindt hij lastig te begrijpen. VOLT zegt: de fiets staat voor de deur en het OV staat voor de deur, dan neemt hij die toch gewoon. Zelf fietst hij elke dag naar die stomme supermarkt in twaalf minuten. De voorzitter vraagt de heer Paalman tot een vraag te komen. De heer Paalman (Horizon) kan zich goed voorstellen dat de jongeren die op VOLT stemmen dat ook niet zo erg vinden. Hoe kan VOLT dn nog steeds zo vasthouden aan die barcode, terwijl jongeren die ook op VOLT stemmen gewoon ergens willen wonen? Mevrouw Bode (VOLT) zet uiteen dat VOLT een partij is voor iedereen. Er zijn ook heel veel ouderen die op haar partij stemmen. Zij plaatst zichzelf daar maar even tussenin. In die zin is VOLT geen jongerenpartij. Het is een partij met het oog gericht op de toekomst. Met dat oog kijkt haar fractie naar wat verstandige besluiten zijn zodat de samenleving in de toekomst niet in haar eigen staart bijt.

Als de heer Paalman (Horizon) kijkt naar de demografische gegevens van de VOLT-stemmers, dan ziet hij heel veel jongeren. Dan is hij benieuwd wat de conclusie is die VOLT wat dit punt betreft heeft voor de jonge kiezers die op VOLT hebben gestemd. Zij zeggen dat zij ergens willen wonen en VOLT zegt dat er een supermarkt komt. Mevrouw Bode (VOLT) zou hen zeggen vooral op VOLT te blijven stemmen omdat het ook fijn is om ergens te kunnen blijven wonen en om niet continu te hoeven verhuizen door dingen in de omgeving die het prettig wonen maken. De voorzitter schorst de vergadering om 11.48 uur en heropent deze om 11.55 uur. De heer Snijder (Student & Starter) brengt naar voren dat het tekort aan studentenhuisvesting een groot probleem blijft in Utrecht. In een jaar is het aantal ontbrekende studentenkamers gestegen van 5.300 naar 6.000. In de brief over de voortgang van de studentenhuisvesting las zijn fractie dat studenten gemiddeld 5 maanden moeten zoeken naar woonruimte. Vijf jaar geleden was dat 3,5 maanden. Zijn fractie begrijpt dat niet en herkent het totaal niet: studenten moeten gemiddeld drie jaar wachten op een kamer. Zijn fractie is nog meer geschrokken van de prognose voor 2030. Die voorspelt dat Utrecht een tekort zal hebben van 10.000 kamers. Het bouwen van alleen maar studio’s moet echt gaan stoppen.

Zijn fractie erkent de lobbyinspanning, de Utrechtse aanpak en de toewijding van de wethouder, maar waardering alleen brengt studenten niet bij wat zij nodig hebben. Sinds 2020 zijn ongeveer 400 kamers en maar liefst 2.300 studio’s opgeleverd. Het is hoog tijd dat hierin verandering komt. Opnieuw vraagt Student & Starter aan de wethouder hoe hij de wildgroei van studio’s tegengaat en hoe Utrecht echt studentenkamers gaat bouwen. Het is een raadsuitspraak en zijn fractie wil daar echt actie op zien. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wat toch die obsessie van Student & Starter is met het idee dat alle studenten in Utrecht kunnen wonen. Waarom niet een regionale aanpak? Studenten kunne toch prima wonen in Nieuwegein of in andere plaatsen? De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat dat zeker kan, maar hij vraagt aan de heer Bosch of deze echt denkt dat partijen daarop in zullen spelen. Anders was het toch al lang gebeurd?

55

De voorzitter wijst erop dat het niet de bedoeling om vragen terug te stellen. Voor deze keer laat hij het toe.

60

Volgens de heer Bosch (UtrechtNu!) is dat de vraag. Is die regionale aanpak ooit bekeken en is daarop gestuurd? Hij denkt dat Student & Starter heel erg het idee heeft dat iedereen in Utrecht kan wonen. Maar dat kan niet, er moeten keuzes worden gemaakt. Ook studenten zullen soms elders moeten worden gehuisvest. Wat de heer Snijder wil kan: gewoon met de tram naar Utrecht. Pagina 23 van 44

5

10

15

20

25

30

35

De heer Paalman (Horizon) is het ermee eens dat het met de studentenhuisvesting de afgelopen jaren niet bepaald de goede kant op is gegaan, zeker ook gezien het debacle van het afgelopen najaar met het UDB-verhaal (Utrecht Development Board). Maar de afgelopen twee jaar heeft Student & Starter wel in het college gezeten. Nu is de conclusie dat het de verkeerde kant opgaat omdat er geen resultaat is bereikt. Wat is er dan in die twee jaar in het college vanuit Student & Starter gedaan? De heer Snijder (Student & Starter) bedankt voor deze vraag. Hij ziet wel dat het college en de wethouder keihard hun best doen om nieuwe studentenwoningen te realiseren. Er is een gigantisch lastige markt en met een gigantische druk op de woningbouw. Dan is het heel moeilijk om de ruimte te krijgen om het goed voor elkaar te krijgen. Het gesprek gaat nu hoe dat verder door te ontwikkelen. De context is gewoon heel moeilijk. De heer Paalman (Horizon) vraagt of dan na twee jaar Student & Starter in het college de conclusie qua studentenhuisvesting is dat zij heel erg hun best doen, maar dat het gewoon niet lukt. De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat de heer Paalman hem dat niet zal horen zeggen. Er gebeurt echt wel iets, maar wat zijn fractie betreft kan het nog meer zijn. Spreker gaat verder met zijn betoog, misschien beantwoordt dat ook de vraag.

Zijn fractie juicht het toe dat bij elke nieuwe gebiedsontwikkeling wordt gekeken naar mogelijkheden voor studentenhuisvesting in de hele stad waartoe Student & Starter in eerdere moties heeft opgeroepen. Maar intenties alleen zijn niet genoeg, Utrecht moet daadwerkelijk gaan bouwen. Steeds vaker hoort zijn fractie dat SSH (Stichting Studenten Huisvesting) projecten niet kan uitvoeren of dat zij vertraagd zijn, bijvoorbeeld in Papendorp en bij IBB (Ina Boudier-Bakkerlaan). Moet de gemeente niet meer gaan samenwerken met corporaties die wel in staat zijn om dit te realiseren? Spreker wijst op steden als Groningen, Rotterdam en Amsterdam waar dit wel succesvol gebeurt. Zijn fractie wil graag een toezegging van de wethouder dat hij actief op zoek gaat naar andere corporaties die kunnen bijdragen aan studentenhuisvesting en de ruimtelijke ontwikkeling in deze stad. De heer Paalman (Horizon) is het daarmee eens. Maar hij herinnert zich uit een vorig debat dat de wethouder toen heeft aangegeven dat het college dat probeert, maar dat het fungeren als corporatie voor studenten een soort wetenschap is waar SSH erg goed in is. Ook gaf de wethouder aan dat vanuit de gemeente eigenlijk niet de wens bestaat om andere corporaties te zoeken omdat de expertise ontbreekt bij de normale corporaties. Spreker is benieuwd naar de reflectie daarop.

55

De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat er wel degelijk andere studentenhuisvesters zijn in deze stad. Daarom noemde hij de andere steden als voorbeeld. In Groningen zijn er verscheidene corporaties die goed samenwerken, ook corporaties die niet alleen gericht zijn op studentenhuisvesting. Zijn fractie denkt dat het zeker mogelijk is om met hen in gesprek te gaan en te kijken hoe zij dit voor elkaar kunnen krijgen. Het is jammer dat de wethouder die het Utrecht Science Park in zijn portefeuille heeft niet aanwezig is, maar spreker begrijpt dat de andere wethouder het overneemt. In het coalitieakkoord hebben de deelnemende fracties de ambitie uitgesproken het Utrecht Science Park te transformeren tot en volwaardige wijk met alle nodige voorzieningen., zoals supermarkten, horeca en sportfaciliteiten. Het zal de commissie niet verbazen dat zijn fractie wil dat het daar gaat bruisen. Tot heden ziet zijn fractie echter nog weinig concrete stappen. Uit het MPR blijkt dat er vanuit de Universiteit Utrecht nog weinig bereidheid is om financieel bij te dragen aan de doorontwikkeling van het Utrecht Science Park. Student & Starter heeft gesproken met de universiteit, zij is zeker bereid om mee te werken aan die ambities.

Ook de universiteit wil het USP groener maken en zij heeft ook mooie plannen, zoals het nieuwe park naast de botanische tuinen en de ecologische verbindingszones. Maar ook de universiteit heeft beperkte middelen, zeker nu er 600 miljoen euro op de universiteiten moet worden bezuinigd door het komende kabinet. Ook de universiteit zal keuzes moeten maken.

60

De heer Paalman (Horizon) hoorde iets over het groener maken van het Utrecht Science Park. Maar het USP is toch al buitengewoon groen? Er zijn de botanische tuinen, er is het grasveld met de schapen, overal is groen. Welk groen ontbreekt volgens Student & Starter op het Utrecht Science Park?

40

45

50

Pagina 24 van 44

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Snijder (Student & Starter) begrijpt oprecht de vraag helemaal niet. Hij had het erover dat Utrecht Science Park bezig is met ambities. Een van die ambities is het aanleggen van ecologische verbindingszones. Hij begrijpt niet waar de vraag vandaan komt. De heer Paalman (Horizon) denkt dat groenaanleg niet de hoogste prioriteit heeft op Utrecht Science Park. Hij vindt het leuk dat er initiatieven zijn omdat extra groen extra leuk is, maar het groen lijkt hem daar niet het grootste probleem. De heer Te Hoonte (VVD) had het idee dat deze twee fracties vanuit hetzelfde verkiezingsprogramma waren vertrokken, maar wat stond daar dan in over groen op De Uithof? Kan de heer Snijder dat nog een keer toelichten? De heer Snijder (Student & Starter) wilde het punt maken dat de gemeente scherp moet gaan kijken naar de ambities op De Uithof. Hij komt daar nog aan toe in zijn beantwoording. Hij vraagt de ruimte om daar op terug te komen. De heer Te Hoonte (VVD) wil het toch graag even specifiek horen. Wat staat er in het verkiezingsprogramma van Student & Starter over groen op De Uithof waarop het mandaat van de heren Snijder en Paalman gebaseerd is? De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat zijn fractie groen ziet al een onderdeel van de leefomgeving.

Zijn fractie vindt dat het moet gaan bruisen; dan moet ook worden gedacht aan culturele voorzieningen, aan horeca en eventueel een evenementenlocatie. In die richting denkt Student & Starter. Groen hoort daar zeker bij. Er wordt minder geld beschikbaar gesteld voor de universiteit. Zij zal dus ook keuzes moeten maken. Dan komt bij zijn fractie de vraag op of de ambities van de gemeente dan nog realistisch genoeg zijn, zeker als de gemeente die wil laten dragen door de partijen die op het USP zitten. Dat is vooralsnog de strategie. Het lijkt erop dat de gemeente voor 2 euro aan tafel zit en voor 200 euro wil meebeslissen. Het is begrijpelijk dat Utrecht niet al het geld heeft, maar bijdragen om iets moois te maken is misschien wel nodig. Is de houding van de gemeente om vast te houden aan de ambities, zeker zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie, met weinig flexibiliteit nog wel de juiste? Misschien moeten betrokkenen samen kijken naar welke belangrijke ambities zij kunnen realiseren met de beschikbare middelen van hen allen. Hij vraagt een reflectie van de wethouder. Tenslotte concludeert zijn fractie dat de verslaglegging in het MPR haar enigszins eenzijdig lijkt. Student & Starter is blij met de Omgevingsvisie en de ambities, maar het wordt nu echt tijd voor actie. Wanneer gaat de gemeente echt werk maken van deze stadswijken? Hij vraagt om een reflectie.

De heer Usta (DENK) zal zich in deze commissie aansluiten bij een paar punten van anderen om meer spreektijd te hebben in andere commissies. Hij sluit zich aan bij het punt dat processen geoptimaliseerd moeten worden, bij het punt dat de raad vroegtijdig bewust moet worden gemaakt van ontwikkelingen waardoor bijsturen en ingrijpen mogelijk is en bij het punt dat er een balans moet zijn in aard en kwaliteit van woningen. De heer Van Straalen (CU) wijst erop dat bezuinigingen de hele stad en alle domeinen raken en dus ook de ruimtelijke investeringen. Het is goed dat de woningbouw toch wel doorgaat. Dat is immers hard nodig. De CU ziet echter ook dat het op gang houden van de woningbouwproductie uitdagen en lastig is. In het afgelopen jaar zijn geen 3.000, maar 2.156 woningen toegevoegd. Ook voor dit jaar wordt een lager aantal verwacht. Projecten staan onder druk, juist in een tijd waarin kwetsbare groepen, spoedzoekers en starters steeds moeilijker aan een woning komen. De gemeente moet niet alleen huizen, maar ook gemeenschappen bouwen, juist nu mensen ouder worden, maar vooral omdat steeds meer mensen alleen wonen. Dan is het heel belangrijk dat er ook ruimte is om elkaar te ontmoeten. Daarmee moet rekening worden gehouden bij het bouwen. Ontmoeting met de ander is nodig in een samenleving waarin mensen niet langs elkaar, maar met elkaar leven.

Daarom is het belangrijk te groeien in balans en met kwaliteit. Het college geeft aan dat de maatschappelijke voorzieningen meegroeien met de woningbouw. Het noemt daarbij scholen, sport, buurtcentra, culturele voorzieningen en speelruimte. Maar daar hoort ook ruimte voor levensbeschouwing bij. Kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen zijn belangrijk en nodig. Dit soort organisaties zorgt voor sociale cohesie, welzijn en maatschappelijk rendement. Juist in tijden waarin de overheid zelf minder kan doen staan zij op, maar hiervoor Pagina 25 van 44

moeten zij wel letterlijk ruimte krijgen en in hun kracht worden gezet. Ziet de wethouder dit ook zo en wordt dit expliciet meegenomen in de ruimtelijke plannen en in het groeien in balans en met kwaliteit? 5

10

15

20

25

De heer Koning (D66) vindt dit een mooi betoog, zoals hij dat van de CU kent. D66 is het er ook mee eens dat levensbeschouwelijke organisaties ruimte nodig hebben. Maar zijn fractie is kritisch ten aanzien van de wijze van vormgeven. Ruimte is immers schaars. Veel kerken worden soms ‘s avonds gebruikt voor kleinschalige bijeenkomsten, maar zij worden één keer per week gebruikt voor een grote groep mensen. Zijn fractie vindt wel dat bij dit soort voorzieningen moet worden gekeken naar gemengd gebruik. Dat maakt het ook voor kerkgenootschappen goedkoper en maakt het in stand houden van kerkgenootschappen ook beter betaalbaar. Is de CU het daarmee eens? De heer Van Straalen (CU) is het daar ten dele mee eens. Op zich is hij voor het delen van gebouwen. Maar het gaat mis doordat nu vaak de behoefte niet goed genoeg in kaart wordt gebracht. Er wordt gezegd dat het wordt meegenomen in de vierkante meters maatschappelijk, maar die zijn lang niet altijd geschikt voor religieuze groepen of levensbeschouwelijke organisaties. Hij geeft de heer Koning mee dat dit soort organisaties en instellingen lang niet altijd alleen een viering heeft op zondag of een andere dag. Zij dragen bij aan armoedebestrijding, huiswerkbegeleiding, ruimte voor ontmoeting in de wijk en zoveel andere dingen. Daarvoor moet de gemeente hen wel de ruimte geven en hen in kracht zetten.

De heer Koning (D66) is het hier geheel mee eens. Hij wijst echter op de gebedsruimten in het stadhuis en de stadskantoren die eigenlijk een stilteruimte zouden moeten zijn omdat dan verschillende levensbeschouwingen daar een plek zouden kunnen krijgen. Dat zou ook kunnen gebeuren bij de grotere levensbeschouwelijke gemeenschappen in deze stad, juist om het voor hen betaalbaar te maken. Ziet de CU dat ook?

35

De heer Van Straalen (CU) denkt dat het goed is om inzicht te krijgen in wat dan de kerkgenootschappen zijn die hun gebouw zouden kunnen delen en wat de kerkgenootschappen zijn die nu in nood op een tijdelijk contract in een sporthal samenkomen. Kunnen die aan elkaar worden gekoppeld? Maar hij benadrukt dat het veel meer is dan een viering of een stilte-uurtje. Het is vaak ook een plek waar de wijk samenkomt en die de wijk vorm geeft en die in die wijk investeert. Juist in een tijd waarin de gemeente taken misschien niet meer kan uitvoeren geven zij aan dat zij daar best in willen stappen, maar dan vragen zij wel de ruimte daarvoor.

40

De heer Koning (D66) merkt op dat zijn fractie dit principe eerst ‘mixen maar!’ heeft genoemd. Anderhalf jaar geleden is ook een motie hierover ingediend. Hij vraagt via de heer Van Straalen aan het college om dat principe overeind te houden en te blijven mixen met verschillende functies, waaronder levensbeschouwelijke.

30

45

50

55

60

De heer Van Straalen (CU) zou de behoefte daaraan in kaart willen brengen. Spreker gaat in op het MPR. De CU vindt het zorgelijk dat daarin staat dat de gemeente op dit moment niet finaal kan voorzien wat de consequenties zijn van netcongestie. Het is ook een grote bedreiging voor het bouwen van die gemeenschappen. Hij vraagt de wethouder, wanneer dit wel in kaart zal zijn gebracht en of er al wordt gewerkt aan verschillende scenario’s waarbij de woningbouw toch zoveel mogelijk aan de gang blijft. Hij leest ook dat het doel is om 1.100 tijdelijke woningen in 2024 en in 2025 te realiseren. Er staat bij dat dat aantal alleen kan worden gehaald, als alles meezit. Maar die aantallen moet de gemeente halen om die 3.000 woningen per jaar te realiseren. Toch leest hij in deze formulering al een behoorlijke winstwaarschuwing. Kan de wethouder meer duidelijkheid over deze verwachting scheppen? Tenslotte gaat hij in op het punt dat al door onder andere GL is genoemd. Er wordt hard gewerkt aan het UPP. Op deze manier probeert de gemeente bij de ruimtelijke plannen tot een kortere doorlooptijd te komen. Dat is goed voor de woningbouw, maar spreker is ook benieuwd naar het effect op de kosten. Zijn fractie kan zich voorstellen dat een kortere doorlooptijd ook minder plankosten betekent. Hij vraagt een reactie van de wethouder.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het eens met de bijdrage van de VVD, behalve het stukje over de eisen. Zijn fractie is het vooral eens met de wens van minder beleidsnota’s en gebiedsplannen. Het gaat hier om 40% van de ambtelijke inzet. Op jaarbasis is dat 100 miljoen euro. Het is goed Pagina 26 van 44

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

daarnaar te kijken. Spreker vraagt een reactie van de wethouder. Het is leuk dat VOLT inging op de barcode. In het eerste jaar hebben de raadsleden regelmatig geklaagd over de barcode. Die was onleesbaar, enz. Uiteindelijk is de raad daarmee gestopt. Dat moet zijn opgevallen, want de wethouder gaf eerlijk toe dat die niet werd gehanteerd. De ontwikkelaars moeten zich er wel aan houden sport, spel en groen), maar op het eigen gebied doet de gemeente dat niet. Hij is heel benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. Hij bedankt VOLT. Het UPP verkorten is prima, maar er moet in fase 0.1 wel worden gezorgd voor een duidelijke positie van de burgers. Dat gebeurt niet, die positie wordt uitgehold. Anders gaat het niet werken en dan wordt het een groot risico. Daarnet was er hierover al een kort debat. Hij vraagt hier toch even een reflectie van de wethouder vanuit het perspectief en het belang van de ruimtelijke ordening. Zijn vraag is of de wethouder een risico ziet dat de gemeente daar straks tegen de lamp loopt omdat zij heel erg is gaan verkorten in het UPP en dat bouwprojecten moeten worden uitgesteld omdat de gemeente de bewoners tegen zich in het harnas jaagt. Reëel ramen is prima, maar er moet ook reëel gepland worden. Dat gebeurt helemaal niet. Zijn fractie heeft schriftelijk aan het college gevraagd of wordt vastgehouden aan minimaal 3.000 woningen conform de RSU.

Het college zegt ja. Maar zijn fractie heeft ook de vraag gesteld of er een serieuze analyse is gemaakt voor een alternatief plan B. Dan zegt het college dat er geen serieuze analyse is gemaakt. Zijn fractie vindt een plan B met een groeiprognose van bijvoorbeeld 2.000 woningen erbij, dus voldoende voor de woningnood van de Utrechters, niet voor half Nederland. Het heeft drie voordelen. Het kan de enorme lastendruk op de bestaande stad ernstig verminderen. In de tweede plaats kan het zorgen voor veel lagere personeelskosten. De afdeling Ruimte groeit momenteel explosief. In de laatste zeven jaar is het aantal ambtenaren per 1.000 inwoners toegenomen van 12 tot 17.In de derde plaats kan plan B zorgen voor een groei die wel in balans is. Dat is nu niet zo. De groei die nu wordt gepland zal niet zorgen voor voldoende buurtvoorzieningen, groen, enz. Spreker wijst op het verhaal van VOLT over de barcode. Hij heeft dus drie vragen aan het college: - waarom is niet op zijn minst een dergelijk plan B bekeken? - is het college alsnog bereid dat wel te doen, dus op het niveau van een ruwe schets? - is het college op zijn minst bereid om minimaal voor- en nadelen van zo’n plan B op te stellen? Hij vraagt om een reactie. De heer Dekkers (GL) hoort dat EenUtrecht een overzicht geeft van voor- en nadelen. Maar één nadeel is niet heel duidelijk.

De heer Dijkstra zegt dat de gemeente de ambitie zo moet bijstellen dat de gemeente geen rekening moet houden met die toekomstige Utrechters. Is het niet een heel groot nadeel dat Utrecht al die mensen in de kou laat staan? Of ziet de heer Dijkstra dat niet zo? De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat er altijd zo wordt geframed in de raad. Dat mag natuurlijk, maar dit klopt gewoon niet. Het is onzin wat GL hier verkoopt. Zijn fractie zet in op 2000 nieuwe woningen minimaal. Zij denkt dat er veel meer kan worden gehaald uit de bestaande bouw. Het aantal mensen per woning zakt langzaam, maar zeker. Als dat aantal met 0.1 persoon per woning omhoog zou kunnen worden getrokken, dan betekent dat dat duizenden mensen meer een woonplek kunnen vinden in deze stad. Daarvoor wil zijn fractie veel meer aandacht. Het plan B van zijn fractie kan, als het goed wordt gedaan, echt voorzien in woningen voor Utrechters die hier wonen, werken, studeren en een veilige plek zoeken. Punt. De heer Dekkers (GL) reageert gewoon op de woorden van EenUtrecht zelf: “we moeten niet bouwen voor al die andere mensen uit het land”. De heer Dijkstra zet zelf ook een punt achter de Utrechters die hier wonen. Hij zet dus een punt voor die mensen van buiten de stad. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat, als er geen 3.000, maar 2.000 woningen worden gebouwd, Utrecht iets miskomt.

Maar dat geeft ook druk om woningen meer te spreiden in dit land. Utrecht bouwt voor een groot deel voor mensen die geld genoeg hebben en die hier wonen omdat Utrecht zo heerlijk centraal ligt. Maar zij werken hier niet, zij studeren niet en zij zoeken geen veilige plek. De gemeente moet zich afvragen of zij dat wil. Als zij dat al wil doen, dan moet zij dat vooral doen op Groot Rijnenburg, maar niet in al die binnenstedelijke plannen. Hij zegt niet dat die mensen hier niet kunnen wonen. Hij denkt dat er andere plannen voor moeten worden gemaakt.

Pagina 27 van 44

De heer Dekkers (GL) heeft nog een laatste vraag. Is het niet een mooie ontwikkeling dat onder meer door het meer bouwen en het laten wonen van meer mensen in Utrecht het aantal forenzen dat naar Utrecht komt om hier te werken relatief is afgenomen? 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat het omgekeerde het geval is. Als de gemeente vooral bouwt voor de mensen die hier al wonen, werken en studeren, dan neemt het woon-werkverkeer inderdaad af. Maar Utrecht bouwt ook heel veel voor mensen die gewoon heerlijk centraal in Utrecht willen wonen om dat het zo’n leuke stad is. Dat is prima, maar dat zorgt ook weer voor extra woon-werkverkeer. Hij denkt dat het in het plan B van zijn fractie, ook als het gaat om woonwerkverkeer, wel eens beter uit kan komen dan het nu gebeurt. Spreker heeft nog twee punten. Zijn fractie heeft nog een zorg. De vraag is of het ruimtelijke ordenings- en grondbeleid misschien nog steeds leidt tot een verdere prijsopdrijving op de woningmarkt. Als de gemeente consistent vasthoudt aan het supervroeg benoemen van de eisen, vooral de woonprogramma-eisen, dan kan het volgens zijn fractie de prijzen ook drukken. Zijn fractie vindt het buitengewoon belangrijk dat de gemeente in al die woningbouwprojecten strakke en strenge eisen stelt. Dan voorkomt zij prijsopdrijving van woningen. Daarom vraagt hij een reflectie van de wethouder op de vraag of de gemeente nu echt alles doet om een prijsopdrijvend effect voor woningen te voorkomen of dat zij daarin toch nog iets laat liggen. In het verleden is dat wel eens gebeurd. Utrecht heeft tientallen miljoenen euro’s verloren. Er zijn heel veel woningen, b.v.

in Merwede, die nu fiks duurder worden gebouwd met hoge prijzen. Dat is mede de schuld van de gemeente. Maakt het college nu niet dezelfde fouten en is dit geanalyseerd? Zijn tweede vraag is of het college dit heeft geanalyseerd. Zijn derde en laatste vraag is: zo ja, kan die analyse dan worden gedeeld met de raad? In de begroting staat een post Strategie en ruimte brede kosten. Op die post wordt 450.000 euro per jaar uitgegeven. Dat geld wordt vooral besteed aan het DNU (Development Network Utrecht), een wat schimmig overleg tussen projectontwikkelaars en de gemeente. Er wordt niet op bezuinigd. Er wordt meer in geïnvesteerd dan in het hele project ‘Samen stad maken’, waar wel op wordt bezuinigd. Spreker vraagt aan de wethouder waarom hier niet op wordt bezuinigd. Hij kan niet nalaten te reageren op een opmerking van D66. D66 stelde dat het zorgelijk zou zijn, als 115 miljoen euro minder wordt geïnvesteerd tot 2040 op ruimtelijk gebied. Voor de goede orde wijst hij er op dat tot 2040 op het sociaal domein 560 miljoen euro wordt bezuinigd. Dat is vijf keer meer. Hij wil dit genoteerd hebben voor de notulen. De heer Bosch (UtrechtNu!) heeft geen tekst voorbereid omdat hij zijn tijd nodig heeft voor de rest van de dag. Maar GL zei dat het allemaal zo’n feest was sinds die fractie in 2006 in het college kwam. Hij denkt dat heel veel mensen dat beeld totaal niet herkennen.

Hij denkt dat de ‘fretten’ een keer de roze bril moeten afzetten en eens een reality tour door Utrecht moeten maken om te zien waar de puinhopen van GL zich opstapelen. Die stapels worden grote en groter en de kuilen worden dieper en dieper. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij weet dat het niet zo is bedoeld van de heer Bosch, maar volgens hem moet de heer Bosch twee collega’s niet aanspreken als de beide fretten. De Voorzitter vindt dit wel een goede opmerking. Misschien was hij er als voorzitter mee gestart. Hij stelt voor dat de heer Bosch verder gaat met zijn betoog. De heer Bosch (UtrechtNu!) gaat reageren omdat hij hierop wordt aangesproken. In de eerste plaats zitten de betrokken personen hier in de zaal. In de tweede plaats heten zij gewoon Fred, dus fretten is heel normaal, hij heeft het niet over de dieren. De voorzitter wijst erop dat de afspraak hier is dat leden elkaar met de achternaam aanspreken. In die zin kan hij zich wel vinden in wat de heer Dijkstra zegt. Hij stelt voor dat de heer Bosch verder gaat. De heer Bosch (UtrechtNu!) dankt de heer Vasters. Zijn punt was eigenlijk al duidelijk. GL moet een keer een reality tour door de stad maken en de puinhopen en de diepe kuilen en het gebrek aan participatie eens tot zich nemen en zich dan wat minder hard op de borst slaan.

Hij dankt de voorzitter, die zal hem de rest van de dag niet meer horen.

Pagina 28 van 44

5

10

15

20

25

De heer Paalman (Horizon) opent zijn inbreng met een vraag. Heeft Utrecht zoveel Utrecht nodig om Utrecht te zijn? Niet elke dag gebeurt het dat Horizon zich grotendeels kan vinden in de bijdrage van de VVD, maar er worden zeer terechte punten opgebracht. Visie volgt op visie en beleid op beleid. Ontwikkelaars melden zijn fractie dat het, ondanks de wil om mee te werken, lastig is om in Utrecht te ontwikkelen. Als zelfs ontwikkelaars met het hart op de juiste plek, om het zo maar te zeggen, klagen, dan moet de gemeente kritisch naar zichzelf kijken, ook nu zij in een tijd van besparingen zit. Voor elke vierkante meter zijn er vijf visies en voor elke boom zijn er drie beleidsdocumenten. Het kost de ambtelijke organisatie tijd en geld om alles te schrijven, het kost de raad tijd om het te controleren en het frustreert ontwikkelaars in een tijd van een wooncrisis. Herkent de wethouder zich in dit beeld? Mevrouw Krul (PvdD) vraagt aan de heer Paalman of Horizon echt gelooft dat alle projectontwikkelaars het hart op de juiste plek hebben voor Utrecht of dat zij misschien meer geïnteresseerd zijn in kapitalistisch winstbejag. De heer Paalman (Horizon) merkt op dat dat niet is wat hij zei. Hij zei dat zelfs ontwikkelaars die wel het hart op de goede plaats hebben zitten klagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=af8cfbe2-d1b4-4558-9f62-ac804f3702c8