Conceptverslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 4 juli 2024
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en 5 Grondzaken 10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
4 juli 2024 Raadszaal, Stadhuisbrug 1, Utrecht dhr. C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
20
De voorzitter, dhr. J. Vasters (D66), de wethouders, dhr. E. Eerenberg, mw. L. van Hooijdonk, mw. L. Voortman, de commissiegriffier dhr. F. de Kok, de leden mw. L. Bode (VOLT), dhr. D. Bosch (UtrechtNu!), dhr. F. Claasen (GL), dhr. F. Dekkers (GL), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. G. te Hoonte (VVD), dhr. M. Koning (D66), mw. A. Krul (PvdD), dhr. V. Paalman (Horizon), dhr. R. Snijder (Student & Starter), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. L. van Straalen (CU) dhr. M. Usta (DENK), dhr. R. van der Zweth (PvdA)
Verslag openbare vergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken Aanwezigen………………………………………………………………………………………………..1
25
30
1.
Opening en mededelingen………………………………………………………………………..2
2.
Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste bestuursrapportage 2024………………………….2
3.
Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024…………………………………………….2
1. Opening en mededelingen 35
40
De voorzitter opent de vergadering om 10.01 uur en heet de aanwezigen on line en op de tribune, de wethouders en zijn collega’s in de zaal welkom. De commissie bespreekt vandaag de Voorjaarsnota 2024 en de bijbehorende raadsvoorstellen, zoals de eerste bestuursrapportage 2024. Voor dit blok bespreekt de commissie de onderwerpen op het terrein van ruimtelijke ordening en grondzaken. Daarnaast is het raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024 van belang. In de vergadering op 11 juli 2024 besluit de raad over de Voorjaarsnota en de bijbehorende raadsvoorstellen. Wethouder Eerenberg vervangt ook wethouder Schilderman voor dit deel van de vergadering. Zij is door VNG-verplichtingen verhinderd. Wethouder Van Hooijdonk komt om 11.30 uur en zal dan voor haar portefeuille reageren. Mogelijk kan wethouder Eerenberg al een deel van de onder haar portefeuille vallende vragen beantwoorden. Wethouder Van Pagina 1 van 44
5
Hooijdonk is tot 11.30 uur verhinderd, ook door VNG-verplichtingen, maar haar ambtelijke ondersteuning noteert in de eerste termijn de bijdragen van de fracties. Spreker gaat ervanuit dat de commissie op alle portefeuilles van de aanwezige wethouders een reactie verwacht. Als dat niet zo is, dan hoort hij dat graag. Hij vraagt of het nodig is dat wethouder Voortman hier aanwezig is voor vragen over het grondbeleid. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het belangrijk dat de wethouder voor grondbeleid aanwezig is bij de discussie over grondbeleid, financiën en ROG-zaken. Er komen zeker vragen.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De voorzitter stelt vast dat er geen mededelingen van het college en van de commissieleden zijn. Hij is niet van plan opmerkingen over het proces te maken. De meeste commissieleden zijn op de hoogte van hoe het proces verloopt. Hij merkt wel op dat bij het raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024 ook wat geheime bijlagen zitten. Hij vraagt of de commissie de behoefte heeft daarover in een besloten deel van de vergadering te spreken. Hij stelt vast dat dit niet het geval is.
2. 3.
Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste bestuursrapportage 2024 Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024
De voorzitter begint met de eerste termijn. Zoals gebruikelijk komt eerst de grootste oppositiefractie aan het woord, dan de grootste coalitiefractie en zo verder. De heer Te Hoonte (VVD) brengt naar voren dat meer doen met minder middelen de inzet is van de VVD voor het ruimtelijk domein. Zijn fractie wil terug naar waar de gemeente het ruimtelijk beleid voor voert: zorgen dat Utrecht voldoende woningen en voldoende bedrijfsterreinen heeft en dat mensen goed van de ene plek naar de andere kunnen komen. De VVD is ervan overtuigd dat dat soms kan met iets minder gemeentelijke inzet. Zijn fractie wil dat het college meer orde en structuur brengt in de Omgevingsvisie: minder stukken, meer structuur en duidelijkheid over waar iets staat. Vooral de gebiedsgerichte visies zijn zijn fractie een doorn in het oog. Zij kosten veel en leveren maar weinig extra inzichten op ten opzichte van de RSU 2011(Ruimtelijke Strategie Utrecht). Toch blijken er vaak keuzes in te zijn verstopt. Intussen zit de gemeente op duizenden pagina’s omgevingsvisie, zo is de wetgeving gewoon niet bedoeld. Voor raadsleden en dus ook voor de stad is het niet meer te overzien. Maar ook de Stedenbouwvisie brengt in de vorm tot nu toe weinig extra’s ten opzichte van de RSU 2040 zelf. De VVD gaat dan ook voorstellen om in dit deel van het ruimtelijk beleid extra te bezuinigen.
Vindt de wethouder ook dat hier een aanzienlijke besparing mogelijk is? Ook kan meer tempo worden gemaakt door minder te eisen. De heer Koning (D66) is benieuwd welke concrete ideeën de VVD dan heeft. De heer Te Hoonte (VVD) meent dat, sinds Utrecht met de Omgevingsvisie is begonnen, ongeveer jaarlijks een beleidsstuk wordt gemaakt waarvan iemand zich kan afvragen waarvoor dit wordt gedaan. Hij denkt aan de Omgevingsvisie Vleuten-De Meern, de Omgevingsvisie Lunetten en de Stedenbouwvisie. De Omgevingsvisie Overvecht heeft 1,4 miljoen euro meer gekost dan de eerste raming. Projectmanagement is hier misschien ook wel een aandachtspuntje. Als dit alles wordt opgeteld, denkt hij dat hier gemakkelijk, die 1,4 miljoen euro per jaar kan worden bespaard op het maken van beleid waar de gemeente eigenlijk niets mee doet. De heer Koning (D66) denkt dat de VVD en zijn fractie elkaar wel kunnen vinden in de mening dat de raad kritisch moet zijn en dat het echt doelmatig moet zijn. Maar hij hoort de VVD ook vaak zeggen dat buurten en wijken een eigen karakter hebben, zeker in Vleuten-De Meern. Dan is het logisch dat die ‘eigenheid’ ook een vertaling vindt in een omgevingsvisie? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat het daarom goed zou zijn geweest, als in de RSU 2040 per wijk of buurt een bladzijde was opgenomen over wat daar specifiek is.
Dat zit er niet in, dus hij kan zich voorstellen dat een of twee pagina’s worden toegevoegd. Maar nu worden voor elke buurt of wijk 100 tot 150 pagina’s toegevoegd. Het is echt een zoektocht. Het gaat over klinkers en dan komt er een antwoord dat er daarover iets staat in de Omgevingsvisie Binnenstad, terwijl het gebied waar het over gaat niet eens in de binnenstad ligt. Daar moet structuur in worden Pagina 2 van 44
aangebracht door het college en dubbel werk moet worden voorkomen. Er moet alleen worden aangevuld waar dat strikt noodzakelijk is, gezamenlijk wat kan. 5
10
15
20
De heer Koning (D66) vraagt ook hier of het concreet kan worden gemaakt. Zou in de visie Vleuten-De Meen dan niet moeten staan wat er nu in wordt gezet? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat het een grote vraag is wat erin staat. Dit was de eerste visie die de gemeente maakte. Informatie is daarbij zelfs op straat opgehaald. De Omgevingsvisie Binnenstad bevat echt heel veel extra beleid waarbij onduidelijk is wanneer de gemeente de RSU 2040 volgt en wanneer de omgevingsvisie. De gebiedsprofielen die eruit moeten komen zijn nog niet uitgewerkt. Het is gewoon beleid en nog eens beleid en intussen worden de problemen in de binnenstad niet opgelost. Ook kan meer tempo worden gemaakt door minder te eisen. De eisen moeten in de ijskast. Er kan bijvoorbeeld worden gestopt met het inbrengen van nieuwe eisen in lopende projecten. Dat houdt projecten aan de gang, voorkomt onnodige ambtelijke inzet op voorkeursrecht en voorbereidingsbesluiten en onnodige juridische procedures. Ook dit moet leiden tot aanzienlijke besparingen in de kosten van het realiseren van woningen in deze stad. Zijn fractie waardeert de inspanningen van het college om projecten aan de gang te houden, maar ziet ook hier de invulling van de eerdere VVD-wens.
Zijn fractie denkt dat het echt sneller gaat, als aan de voorkant minder eisen worden gesteld, meer creativiteit van de inwoners en de markt wordt toegelaten en als de gemeente zich houdt aan eerder gestelde eisen. Laat bijsturen in projecten kost gewoon geld. Is de wethouder het hiermee eens? De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt welke eisen de VVD aan de voorkant wil loslaten.
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) ziet allerlei aanpassingen voor b.v. meer sociale woningbouw en voor meer middelhuur. Dat zijn allemaal dingen waar deze raad achter staat, maar misschien moet de raad op projectniveau vaker de vraag stellen of dat nog moet worden ingevoegd. ‘Groen, tenzij’ is al heel lang een uitgangspunt, maar toch voldoen projecten daar eigenlijk helemaal niet aan. Het leidt er ook niet altijd toe dat de raad krijgt wat deze wil. Aan de voorkant worden goede lijstjes gemaakt van wat de raad wil en dat wil de raad dan gaan doen. Maar als de PvdA in het college komt, gaat de raad niet ineens allerlei andere dingen doen. Dat wordt dan gedaan bij nieuwe projecten.
35
De heer Van der Zweth (PvdA) had het niet over bijsturen bij projecten. Welk eisen wil de VVD bij nieuwe projecten aan de voorkant loslaten?
40
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er nu allerlei heel ingewikkelde mobiliteitseisen worden gesteld. De openbare ruimte wordt heel ingewikkeld. In het Beurskwartier wordt geëxperimenteerd met andere vormen van afvalinzameling en het verhakselen daarvan. Er wordt heel veel gedaan en in de markt is het algemene beeld dat de gemeente Utrecht zeer veeleisend is. Dat is ook te zien: op het moment dat het project in de problemen komt, dan kan de gemeente ineens wel kijken naar hoe het gereed moet komen.
45
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat die mobiliteitsconcepten vaak minder auto en minder parkeren en meer woningen inhouden. Als de gemeente dat anders gaat doen, komen er minder woningen. Verder hoort hij dat de VVD woningen gaat redden door afval anders op te halen. Spreker wenst de VVD veel succes. Maar daarmee is de gemeente er niet.
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) wil een beetje tempo houden in deze vergadering. Als hij zegt dat de gemeente af en toe wel eens een kleinere woning kan maken, dan gaat de woordvoerder van de PvdA gelijk door het lint. Daarom wil spreker het gezellig houden en beginnen met iets wat de PvdA kan accepteren. De VVD weet dat hij er anders over denkt, maar de gemeente kan echt meer tempo maken door minder PvdA-eisen aan de markt op te leggen. Dan kan het debat verder gaan. De voorzitter ziet dat de leerlingen van Academie Tien de zaal verlaten. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het heel fijn dat zij hier op bezoek zijn, de timing kan soms iets beter. Hij zet zijn betoog voort. Het is ook mogelijk minder vaak de gang naar de rechter te maken, maar zijn fractie heeft niet de illusie dat dat probleem direct kan worden opgelost. Het is wel Pagina 3 van 44
5
10
15
mogelijk meer realistisch te plannen en rekening te houden met het feit dat die gang naar de rechter er is en de projecten daarover beter te verdelen. Soms is het ook mogelijk om minder enthousiast te reageren op vragen uit de stad. Hij denkt dan aan het zoveelste plan voor de Jaarbeurs waar de gemeente dan op springt, er heel veel ambtenaren op zet en heel veel geld aan uitgeeft. Maar eigenlijk weet iedereen dat die daktuin niet kan. Soms is het echt nodig terughoudend te zijn. Het college wil ook nog kantoren gaan kopen om die om te bouwen. Dat moet zij gewoon aan de markt overlaten. Het is niet nodig om daar risicovol in te zitten en zeker niet, als de gemeente al krap bij kas is en krap in het personeel zit. Het college wil ook het overzetten van erfpacht naar blote eigendom schrappen. Die maatregel is nog niet zo heel oud. De VVD zou juist willen dat de aandacht wordt gericht op het helpen van de erfpachters die in de problemen zitten en ervoor te zorgen dat zij een eeuwig afgekochte canon krijgen zodat zij door kunnen met hun leven. Maar de focus lijkt toch weer te liggen op het maken van nieuwe plannetjes. Ook hier komt de VVD met een voorstel. Het valt op dat bij de grondexploitatie niet is gekeken naar bezuinigingen. Dezelfde functies zouden kunnen worden gerealiseerd, maar misschien net iets goedkoper. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wat dan zou kunnen.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) denkt aan het af en toe bestellen van iets goedkopere klinkers. Soms is het mogelijk iets niet verhard aan te leggen omdat daarover een ander beeld is ontstaan. Het is ook mogelijk materialen elders uit de stad te hergebruiken in plaats van alles nieuw te bestellen. Soms levert het ook geld op door een kleinere boommaat te bestellen, bomen hebben toch de neiging om te groeien. Het is allemaal te overwegen, maar hij constateert dat het nu niet is overwogen. De heer Bosch (UtrechtNu!) heeft begrepen dat hergebruik van materialen uit de stad staand beleid is. Vindt de heer Te Hoonte dat dat te weinig gebeurt? De heer Te Hoonte (VVD) woont midden in een gebied waar nog gebouwd wordt en hij ziet zelden dat materiaal uit de stad wordt hergebruikt. Hij ziet wel dat er flinke pallets met klinkers en natuursteen worden aangevoerd. In de stad worden overal geveltuintjes aangelegd, maar in Leidsche Rijn Centrum wordt bijvoorbeeld twee meter verharding in natuursteen vanuit de gevel aangelegd. Dan sluiten volgens hem beleid en uitvoering niet helemaal op elkaar aan. Daar is zeker iets te halen. Zeker als de gemeente de grondexploitatie nog eens tien jaar gaat verlengen, zal de gemeente daar toch een keer inhoudelijk iets mee moeten doen. De gemeente kan niet negeren dat dingen veranderen.
Volgens de Voorjaarsnota levert het knippen van het project Lombokplein geld op. Misschien kan het college echter in B2-taal uitleggen hoe het kan dat de gemeente hetzelfde uitgeeft en dan toch een voordeel heeft. De VVD vindt het lastig te volgen. Zijn fractie wil dat ook eens op deze manier wordt gekeken naar de grondexploitaties in Leidsche Rijn. Vele delen zijn gewoon af, maar blijven maar doorlopen. De VVD wil eigenlijk dat die voor de delen die af zijn worden afgesloten. Misschien kunnen dan de reserveringen op de negatieve grondexploitaties en de voorzieningen op de risico’s daardoor wegvallen. De VVD wil dat in kaart wordt gebracht of daar iets te doen is. De heer Koning (D66) vindt het een goed idee om daar nog eens kritisch naar te kijken. Zijn fractie heeft daar ook wel eens vragen over gesteld. Op een gegeven ogenblik zat er 80 miljoen euro in die pot, dat is allang niet meer zo. Maar is de VVD het met D66 eens dat het mooi zou zijn, als wat daarvan over zou kunnen blijven, ten goede zou komen aan nieuwe gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld in Rijnenburg? De heer Te Hoonte (VVD) is er absoluut niet voor om het geld dat daarin zit zomaar vrij te laten vallen. De gemeente moet zeker de extra investeringen in Rijnenburg doen. Als hier geld over is, dan kan dat zeker daarheen.
Maar nu ziet hij dat in plandelen van Leidsche Rijn waar nog een paar woningen moeten worden gerealiseerd de grondexploitatie maar open blijft staan. Als raadslid kan hij dan heel moeilijk uit alle reserveringen halen hoeveel dan precies voor dat gebied nog ergens is gereserveerd. Hij zou dit willen opschonen zodat de grondexploitatie wordt beëindigd voor Haarrijn en voor Papendorp en Groenewoud. Misschien blijft er nog een stukje in Leidsche Rijn Centrum. Voor de rest is het zo goed als klaar en zou dit gebied als bestaand gebied moeten worden behandeld. Voordeel is ook dat de raad er niet de hele tijd nog kleine dingetjes, zoals een P + R, in kan stoppen omdat er nog een potje is. Pagina 4 van 44
5
De heer Koning (D66) vindt opschonen prima, maar het stelt hem teleur dat de VVD niet zegt dat overblijvende middelen ten goede zouden moeten komen aan Rijnenburg. Volgens hem wil de VVD ook dat daar zo snel mogelijk wordt gestart. Daarover zijn afspraken gemaakt, maar daar moet wel voor worden gespaard.
10
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat hij dat wel zei. Hij heeft wat ambtelijke navraag laten doen, maar het is heel lastig om vast te stellen hoeveel precies aan die gebieden hangt. Wat nu in de reservering grondexploitaties zit is in principe voor onvoorziene risico’s op nog lopende grondexploitaties. Hij kan nu niet inschatten of daar ook dekking in zit voor risico’s in Hoge Weide, dat af is of dat die er alleen is voor Papendorp en Groenewoud. Dat inzicht wil hij eerst hebben en dan weet de raad ook waar hij het over heeft. Als er ruimte is, kan die worden ingezet voor projecten. Maar zijn fractie heeft nog wat andere wensen, dus hij moet even overleggen.
15
De heer Koning (D66) kan dit goed volgen. Hij dankt voor de duidelijkheid.
20
De heer Dekkers (GL) meent dat de heer Te Hoonte een goede vraag stelt over het Lombokplein. Is de heer Te Hoonte het eens met de vraag waarom de gemeente de besparing gelijk in de algemene middelen stopt en niet aanwendt voor andere problemen in hetzelfde Stationsgebied, bijvoorbeeld het Daalsepark?
25
30
35
De heer Te Hoonte (VVD) heeft vanochtend nog een vraag over het Stationsgebied uitgezet. Hij heeft daarop nog geen definitief antwoord gekregen, maar in de jaarstukken ziet hij bij de lijst van voorzieningen helemaal geen reservering voorziening negatieve grondexploitatie Stationsgebied. Misschien kan de wethouder straks die vraag beantwoorden. Hij kan zich voorstellen dat het college had gedaan wat de heer Dekkers zegt, maar het was het college van de heer Dekkers dat een andere keuze maakt. Als de raad dat nu niet volgt, moet weer ergens anders geld vandaan worden gehaald. Spreker meent dat de gemeente in het Stationsgebied moet overwegen of zij een project als Daalsepark met inbegrip van de overkant daarvan bij de parkeergarage in een tijd als deze nog moet gaan uitvoeren en daar heel veel geld aan moet uitgeven. Er ligt een prachtig grasveld en de mensen zijn er blij mee. Ook in het Stationsgebied kan de gemeente kijken naar de grondexploitatie en overwegen wat restrictiever te zijn. De heer Dekkers (GL) reageert op de stelling die hij dezer dagen vaker hoort van de VVD dat GL toch in het college zit. GL is eigenlijk best blij met die dualiteit. Zijn fractie steunt het college, maar blijft wel kritisch. De voorzitter vraagt de commissie de discussie tot vragen en antwoorden te beperken.
40
De heer Te Hoonte (VVD) kan over dualiteit een glas bier drinken met de heer Dekkers. Bij plannetjes zoals ’t Hoogt en de Bieb Plusplus gaat heel veel om en er zijn heel veel ideetjes, ook vanuit cultuur en vastgoed, waarvoor ruimtelijke inzet plaats moet vinden. Zijn fractie zou graag zien dat daar de vraag wordt gesteld of dit wel moet.
45
De voorzitter vraagt wie van de twee ‘Freds’ het woord voert namens GL.
50
55
De heer Claasen (GL) heeft vier korte punten. In de eerste plaats waardeert GL wat het college doet. GL kwam hier en Utrecht had woningnood en behoefte aan groen en voorzieningen. Die aanpak wil het college krachtig doorzetten en zijn fractie ziet dat het in de afgelopen jaren gelukt is gemiddeld zo’n drieduizend woningen te bouwen. Dat vroeg om wat ingrepen, maar met het resultaat op dat niveau is GL blij. De heer Stellinga (CDA) wordt getriggerd door de opmerking “Wij kwamen hier”. GL is er al een tijdje. Hij vraagt om een reactie. De heer Claasen (GL) antwoordt dat GL er gelukkig al een hele tijd is. Hij weet niet of de fusie van zijn partij eerder was dan die van het CDA.
Pagina 5 van 44
De heer Stellinga (CDA) had zich misschien iets duidelijker moeten uitdrukken met “We kwamen hier”. Hij werd getriggerd door die opmerking omdat hij wil zeggen dat GL al een tijdje aan de macht is in deze stad. Daarop vraagt hij een reactie. 5
10
De heer Claasen (GL) vindt het gelukkig dat GL al een tijdje aan de macht is in deze gemeente. Maar GL is voortdurend aan de macht in een coalitie. De beginstreep van deze coalitie is twee jaar geleden. Dat is het moment van waaraf hij telt. De heer Stellinga (CDA) merkt op dat GL in de coalitieperiode daarvoor twee coalitiepartners minder had. In principe zou GL dus in die periode meer invloed moeten kunnen hebben gehad. De heer Claasen (GL) merkt dat hij op het punt macht hebben nog wat te leren heeft van het CDA.
15
20
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) leest niet in de stukken dat de gemeente die 3000 woningen zo gemakkelijk haalt. Volgens hem gaat de gemeente helemaal onderuit. Het college rapporteert het ene jaar over vergunningen en het andere jaar over gerealiseerde woningen omdat dan drie jaar lang die 3000 woningen kunnen worden gebruikt. Maar er is een enorme dip, in één jaar zijn maar duizend woningen gebouwd. Dat is toch echt wel ‘on the watch’ van GL. De heer Claasen (GL) meent dat de heer Te Hoonte terecht zegt dat er op alle mogelijke manieren naar kan worden gekeken. Maar als hij ‘overall’ kijkt, dan ziet hij een trend waarbij Utrecht de 3000 woningen haalt, het ene jaar meer, het andere jaar minder, het ene jaar op opleveringsbasis, het andere op basis van verleende bouwvergunningen. Volgens de heer Te Hoonte (VVD) bevestigt de heer Claasen dat dit college shopt in de cijfers om aan te tonen dat het 3000 woningen haalt. Dat is trouwens een bijstelling van de 4500 woningen die wethouder Verschuure van D66 ooit wilde halen. Een kinderhand is gauw gevuld, maar de werkelijkheid is dat er een gigantisch woningtekort is en dat de huizenprijzen steeds verder oplopen en dat dit probleem niet wordt opgelost door dit college. De voorzitter hoort hier geen vraag.
35
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de vraag aan de heer Claasen is hoe deze daarop reflecteert.
40
De heer Claasen (GL) stelt dat naar het totaalbeeld moet worden gekeken dat uit de cijfers ontstaat. Hij vindt het juist shoppen in de cijfers, als iemand er één issue uithaalt om te zeggen dat er een ontzettende dip ontstaat. Op basis van de indicatoren in hun totaliteit vindt hij dat het college met een heel redelijke prestatie komt. In deze markt is dit heel netjes. Het college komt terecht voortdurend met de Utrechtse aanpak om dit gaande te houden. GL zal dat blijven steunen, afhankelijk van de inhoud.
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) gaat ervanuit dat dit het moment is waarop GL zich uitlaat over het groeitempo. De gemeente gaat reëel ramen, maar wordt het ook geen tijd om reëel te gaan plannen? De heer Claasen (GL) antwoordt dat het college dat doet.
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) maakt het preciezer. In antwoord op vragen van zijn fractie zegt het college dat het blijft vasthouden aan minimaal 3000 woningen per jaar, de RSU-doelstelling. Twee dagen geleden gaf wethouder Schilderman aan dat er in het college geen alternatieve planning is besproken of geanalyseerd. Maar zou het niet zo kunnen zijn dat, als er goed wordt gekeken naar alle omstandigheden, reëel plannen misschien betekent dat de gemeente uitkomt op 2500 woningen per jaar en dat het beter is om dat serieus te overwegen?
60
De heer Claasen (GL) stelt vast dat de gemeente, zoals zij nu plant, regelmatig via de Utrechtse aanpak een plan net haalbaar kan maken. Hij wil wel vasthouden aan die ambitie. Hij zou niet nu al tegen die woningzoekenden willen zeggen dat de gemeente denkt dat zij het niet zal halen en dat zij ook maar niet haar best gaat doen. Pagina 6 van 44
5
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan zich voorstellen dat GL wil vasthouden aan het ambitieuze plan en die 3000 woningen wil halen. Maar is het dan niet tijd om op zijn minst een plan B te besnuffelen en met elkaar te bekijken wat het betekent, als er reëel wordt gepland op 2500 woningen? Is GL er voor dat het college daar eens serieus naar kijkt? Tot nu toe is dat niet gebeurd. De heer Claasen (GL) zou er absoluut geen voorstander van zijn dat het college dat doet en al helemaal niet dat het dat in het openbaar doet zodat de markt daarop kan anticiperen. De voorzitter ziet dat dit allemaal interrupties oproept. Hij vraagt om interrupties aan te geven. Dan heeft hij het overzicht en hopelijk bespaart het ook tijd.
15
De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. Dit is gewoon het debat. Gisteren heeft de commissie JWCS (Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport) tot 16.00 uur vergaderd. Hij begrijpt dat er wat onrust is, maar deze commissie is pas begonnen en is pas bij de tweede spreker. Het mag wel even.
20
De voorzitter geeft aan dat het niet zozeer onrust is. Maar hij concludeerde dat er geen nieuwe informatie komt en dat er meer handen omhoog gaan.
25
30
35
40
45
50
55
De heer Usta (DENK) sluit zich aan bij wat de VVD zegt. Zijn interruptie vloeit voort uit eerdere interrupties. Daarom had hij zijn hand niet eerder opgestoken. Hij borduurt voort op de opmerkingen van de heer Dijkstra. Hij meent ook dat de ambities wat hoger mogen worden gelegd. Hij hoort GL ook zeggen dat de gemeente die niet los moet laten. Is het dan niet tijd om die ambities wat hoger te maken, zodat de gemeente, als het tegenvalt, wel op niveau zit? De heer Claasen (GL) stelt vast dat de ambities grotendeels worden gedeeld. Als DENK vraagt of er iets anders moet worden gedaan, dan denkt spreker dat GL eerder zou voorstellen om wat extra te steken in de uitvoeringskracht in de doorlooptijd van plannen zodat de staande ambitie kan worden gehaald. Maar hij is blij dat DENK en GL de ambitie delen. Zijn tweede punt is dat zijn fractie een groene woonomgeving tot stand wil brengen. De bezuinigingen in dit MPR (Meerjaren Perspectief Ruimte), bij elkaar 7,3 miljoen jaarlijks in de komende jaren, komen voor een substantieel deel terecht bij groen. Zij dragen niet bij aan de ambitie en zij zorgen er niet voor dat Utrecht de stad wordt die zijn fractie wil zijn. Zijn fractie ziet dat het al moeilijk is. Wat GL betreft is dat ongewenst. Dan komt natuurlijk de vraag waar GL het geld vandaan wil halen.
GL verwacht dat met het UPP (Utrechts planproces) plannen sneller gerealiseerd kunnen worden. Dat betekent ook minder ambtelijke inzet. Uit navraag bij ambtenaren blijkt hem dat een deel daarvan gewoon zal terechtkomen in de anterieure overeenkomsten, dus bij de ontwikkelaars voor een deel in de grondexploitatie en dus niet direct beschikbaar is. Hij weet dat het UPP nog niet is vastgesteld. Zijn fractie kan dus bij deze Voorjaarsnota nog niet vragen om daaruit al geld te laten vrijvallen. Afhankelijk van het antwoord van de wethouder gaat hij wel kijken of via een motie of op een andere manier of besparing op plankosten kan worden ingezet voor groen in de plannen. De heer Koning (D66) bedankt GL voor deze interessante denkrichting. Zijn fractie is echter wel wat minder optimistisch omdat ook, wanneer wordt gewerkt met anterieure overeenkomsten, er toch wel moet worden onderhandeld over maatschappelijke waarden en over de wijze waarop die worden vastgelegd. Dat valt niet weg, wanneer het juridisch wat anders wordt geborgd. Is de heer Claasen het daarmee eens? De heer Claasen (GL) had een andere stelling. Hij zei dat, als het UPP succesvol is en leidt tot kortere doorlooptijden van plannen, daardoor ook de plankosten aan de kant van de gemeente dalen. Een deel daarvan komt via anterieure overeenkomsten bij de ontwikkelaars die een deel van de plankosten betalen.
De ontwikkelaars gaan dan minder betalen. Voor een ander deel zijn dat kosten die in de gemeentelijke grondexploitatie terechtkomen. Spreker zou willen bekijken of dat deel van de besparing kan worden ingezet om het groen overeind te houden. De heer Koning (D66) begrijpt wat er wordt gezegd. Hij heeft de indruk dat deze beweging en ook de efficiëntie die met het nieuwe UPP zou kunnen worden bereikt voor een deel al in de Pagina 7 van 44
hervormingen zijn opgenomen. Dat is dan via de heer Claasen een vraag aan het college, maar het is ook een vraag aan de heer Claasen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Claasen (GL) kan op die vraag moeilijk een antwoord geven. Hij vindt het heel moeilijk om te doorgronden wat er precies in die hervormingen en bezuinigingen staat. Als de heer Koning hem toestaat die vraag bij het college neer te leggen, dan ligt hij waarschijnlijk op de goede plek. Hij komt bij het tweede deel van zijn tweede punt. Ontwikkelaars zijn jaren bezig met plannen. Dan is het belangrijk dat de gemeente voorspelbaar is. Voor GL bestaat die voorspelbaarheid ook uit het consequent vasthouden van de ambities, zodat iedereen al jaren van tevoren weet wat de ambitie van de gemeente is. De Utrechtse aanpak is bekend, maar de gemeente moet niet op de voorhand de indruk wekken dat alles onderhandelbaar is. Als iemand in de Utrechtse aanpak aankomt met open boeken, dan is dat in orde, maar in alle andere gevallen moet de gemeente langdurig en consistent vasthouden aan haar ambities. Dan is de kans het grootst dat de markt daar effectief op in kan spelen. Is de wethouder het met hem eens dat het consistent vasthouden het voor ontwikkelaars gemakkelijker maakt? Sprekers derde punt is dat vanaf 2026 de besparingen tamelijk abstract zijn. Zij zijn nog niet geprogrammeerd.
Is de wethouder toch in staat om met een paar voorbeelden enigszins een beeld te geven van waartoe de raad besluit, als deze instemt met deze besparingen? Voor spreker als eenvoudig raadslid blijft het ingewikkeld om te weten waar de raad toe besluit, behalve dan de abstractie van minder groen en minder transport. Zijn laatste punt is dat de gemeente inmiddels via de Utrechtse aanpak met een aantal ontwikkelaars afspraken heeft gemaakt. Daar hoorden ook open boeken bij. Als het aan het einde mee blijkt te vallen, dan zou dat geld toch weer teruggehaald worden? Hij herinnert zich niet de precieze bewoordingen van de wethouder die hierover een toezegging heeft gedaan, maar hij vraagt of de wethouder hierop terug kan komen en, misschien concreet, kan aangeven wanneer de raad op dat punt iets kan verwachten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt de opvatting van GL dat het verstandig is om processen te verkorten. Het UPP kan inderdaad aanzienlijk minder begeleidingskosten met zich meebrengen. En de besparingen kunnen in groen worden gestoken. Dat is een mooie gedachte die EenUtrecht van harte steunt. Zijn fractie ziet echter één groot risico: het kan wel eens verkeerd uit pakken in die zin dat de participatie er de dupe van is. De gemeente heeft baat bij een heel strikte participatieverordening waarin de garanties voor omwenden en belanghebbenden goed geregeld zijn. Die mist hij nu.
Vindt EenUtrecht GL aan haar zijde om ervoor te zorgen dat die participatieverordening bikkelhard is en garanties biedt voor bewoners? De heer Claasen (GL) antwoordt dat, als EenUtrecht daaronder verstaat dat in een vroeg stadium in het planproces voor- en tegenstanders in een dialoog de kans krijgen om hun verhaal te doen, die fractie GL aan haar zijde vindt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) was daar al een beetje bang voor. Nu staat in het concept-UPP dat er vele malen wordt gepeild. Dat wordt heel ingewikkeld. Wat is vroegtijdig? Als dat niet goed benoemd is, dan wordt het ook al glibberig. Hij vindt dat te weinig garanties. Als dit goed wordt geregeld in de stad, wordt ook voorkomen dat op papier snelle UPP’s worden gepland, maar de gemeente in de praktijk straks met ontzettend veel gedoe in de stad te maken krijgt. Dan heeft de gemeente nog niet wat zij wil en dan kost het meer geld in plaats van minder. De voorzitter herinnert de commissie eraan dat er nog een apart debat over het UPP gaat komen. Maar de heer Claasen krijgt wel de gelegenheid om de vraag te beantwoorden.
50
De heer Claasen (GL) was van plan te zeggen dat het goed is om dat met elkaar in het debat over ‘Samen stad maken’ of over het UPP te bespreken vanuit het beginsel dat EenUtrecht en GL het eens zijn over de grote lijn en het eens kunnen worden over hoe die nu precies moet worden gerealiseerd.
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GL het risico ziet. Dani er een gemeenschappelijke basis in de zin van dat er goed op moeten worden gelet dat dit niet de dupe wordt.
60
De heer Claasen (GL) merkt op dat het de heer Dijkstra misschien is ontgaan dat GL eerder opmerkingen heeft gemaakt over het peilen. GL had daar een expliciete opvatting over. Spreker ziet aan het gezicht van de heer Dijkstra dat hij zich dat herinnert. Pagina 8 van 44
5
10
15
20
25
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de versnelling van de versnelling alweer drie jaar duurt. Het plan Lombokplein wordt bijvoorbeeld nu weer gesplitst. De VVD was er nooit voorstander van dat de Graadt van Roggenweg daarin werd geveegd. Het duurt een eeuwigheid. Dec raad is zeker al zeven jaar bezig met planvorming, sinds hij afscheid heeft genomen van de tunnel op het Westplein. Het gaat nog jaren duren voordat buiten te zien zal zijn dat daar iets gebeurt. Dat moet toch korter kunnen. In de hele wereld worden bouwprojecten toch niet met deze snelheid gerealiseerd? De heer Claasen (GL) antwoordt dat dat zeker korter moet kunnen. Daarom is GL ook grosso modo voornemens om die aanpassing van het UPP te realiseren, met alle discussies die nog gevoerd zullen worden. Zijn fractie ziet het als een terechte en hopelijk succesvolle poging om er voor te zorgen dat planvorming korter gaat duren. Aan de andere kant ontstaat altijd de indruk dat vertraging bij de gemeente ligt, terwijl ook aan de kant van de ontwikkelaars heel vaak dingen gebeuren. Vaak vraagt een ontwikkelaar om op te schieten, als de bal bij de gemeente ligt, maar als de bal bij de ontwikkelaar ligt dan wordt er steeds iets verzonnen. Hij zegt dat de gemeente haar best moet doen, dat het UPP gaat helpen en dat de gemeente ook nog steeds te maken heeft met de markt die van tijd tot tijd aarzelend en traag is.
Dat beeld moet ook even indalen. De heer Te Hoonte (VVD) noemt daarom het Lombokplein, daar heeft immers geen enkele ontwikkelaar iets mee te maken. Daar organiseert de gemeente iets op gemeentelijke grond. Dat lukt gewoon niet. Het ligt ook niet aan de raad, die is vrij eensgezind over wat daar moet gebeuren. Het gaat misschien om het wel of niet omdraaien van de verkeersrichting op een weg, maar niet om de bouwblokken. De wethouders die hier zitten zijn verantwoordelijk voor de gemeentelijke organisatie die daar tempo moet maken. Het moet gewoon sneller in het Stadskantoor: minder mensen die meepraten en meer handelen. De voorzitter hoort niet direct een vraag, maar wel een betoog.
30
35
40
De heer Te Hoonte (VVD) maakt er dan een vraag van. Hij is benieuwd hoe GL de eigen toezichthoudende rol dan ziet. GL zou het college erop aan kunnen spreken dar dit allemaal zolang duurt. Waarom gebeurt dit? Waarom ziet de raad geen resultaten op het Westplein? De heer Claasen (GL) antwoordt dat GL, als het onderwerp aan de orde is, absoluut haar mening daarover zal geven. Maar in zijn algemeenheid oordelen op basis van één plan vindt hij niet juist. De heer Snijder (Student & Starter) meent dat GL ook staat voor de jonge stem en de jonge generatie. Maar in alle recente debatten en ook nu bij de Voorjaarsnota hoort hij weinig over wat GL concreet voor jongeren, studenten en starters, wil gaan doen. Het Utrechts planproces wordt al versneld, maar dat lijkt hem niet voldoende. Welke andere opties ziet GL om juist voor hen extra inzet te tonen?
45
De heer Claasen (GL) antwoordt dat GL vindt zij zich moet inzetten voor iedereen die het zwaar heeft op deze woningmarkt. Dat doet zijn fractie vooral door vast te houden en tempo te maken in het proces waarmee de gemeente bezig is. Juist dan ontstaat ook ruimte voor studenten. Als concreet in het UPP aan de orde is dat met maatregelen een project waar studentenhuisvesting in zit haalbaar kan worden gemaakt, dan doet GL dat graag.
50
De heer Stellinga (CDA) komt terug op het interruptiedebatje van daarnet. GL is, met een kleine onderbreking al sinds 2006 aan de macht in deze gemeente. Dit heeft niets met machtspolitiek te maken, maar ook als CDA-er zegt hij dat er dan een punt komt waarop iemand de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt in een stad niet meer kan ontlopen.
55
De heer Claasen (GL) vraagt of het CDA meent dat sinds 2006 deze stad enorm achteruit gekacheld is of dat het CDA zijn opvatting deelt dat sinds 2006 deze stad stap voor stap mooier en aantrekkelijker is geworden en dat de gemeente nu voor een deel te doen heeft met de gevolgen van die aantrekkelijkheid.
60
De heer Stelinga (CDA) vindt dit een te algemene vraag. Zijn fractie heeft heel veel problemen met GL, als het gaat om de stad op mensenmaat. Maar hij reageert wel omdat de opmerking die Pagina 9 van 44
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
hij maakte werd uitgelokt door een opmerking van de heer Claasen. Die zei namelijk: “Wij kwamen”. Dan zegt spreker nogmaals dat GL er al was. GL wekt de suggestie dat GL in 2022 kwam en de hele stad ging veranderen. Hij heeft geprobeerd dat recht te zetten. Daar gaat het om en nergens anders om. Het is niet mogelijk weg te lopen voor de verantwoordelijkheid, als iemand al achttien jaar aan de macht is. De heer Claasen (GL) vraagt of, als hij het CDA de vraag stelt of die fractie vindt dat sinds 2006 de stad is verbeterd, dat een weglopen is voor verantwoordelijkheid of juist een zich toe-eigenen van verantwoordelijkheid. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het een zichzelf op de borst slaan is over hoe de stad ervoor staat. Hij gaat mee met de heer Claasen in de mening dat er goede dingen zijn in de stad, maar er zijn ook aspecten die verbetering behoeven, zoals luisteren naar de stad en streven naar een stad op mensenmaat met niet overdreven verdichting. In al dat soort zaken schiet GL wat het CDA en de andere oppositiepartijen betreft te kort. Voor de dingen die goed gaan mag de heer Claasen absoluut krediet nemen, maar het ging zijn fractie om die opmerking: “Wij kwamen”. Nogmaals, GL was er al. In het kader van deze commissiebehandeling zal het CDA zicht louter richten op het MPR.
Het MPR is de laatste jaren sterk in ontwikkeling en het CDA ziet dat deze ontwikkeling zich richt op het steeds beter faciliteren van de controlerende rol van de raad. Hij uit zijn dank en waardering hiervoor met name in de richting van de ambtenaren die zich hiermee bezighouden. Het CDA Utrecht herhaalt samen met inmiddels voormalig minister Hugo de Jonge dat het vanzelfsprekend is dat een combinatie van buiten-stedelijk en binnenstedelijk bouwen deze productie aanzienlijk zal versnellen. Zijn fractie wacht niet tot 2035, maar die discussie is al gevoerd. Uitgaand van het tempo dat dit college voorstaat bij het bouwen in Rijnenburg gaat het CDA graag akkoord met het voorbereidingskrediet. Wel zou het CDA naar aanleiding van het raadsvoorstel graag vernemen wat maakt dat de uitgangspuntennotitie pas op zijn vroegst in Q3 2025 aan de raad kan worden voorgelegd. Het gaat immers maar om een uitgangspuntennotitie. Daarnaast zou deel 1, het thematisch vertrekpunt, nu ongeveer beschikbaar moeten komen. Wanneer is dit te verwachten? Het CDA kijkt hier reikhalzend naar uit. Het CDA constateert dat de verdeling van de harde plancapaciteit ten opzichte van 2023 vrijwel gelijk is gebleven. Spreker moest het staafdiagram van vorig jaar naast dat van dit jaar houden. Het betaalbare segment is in totaal maar 3% gestegen ten opzichte van de vrije sector.
Wanneer gaat de raad hierin een kentering zien? In dit tempo gaat het heel lang duren. Bij de stedelijke prognose woningbouw-start bouw is ten opzichte van vorig jaar duidelijk herstel zichtbaar door de Utrechtse aanpak en de subsidie van het Rijk. Het CDA is hier verheugd over. Voor de hoogbouwkavel Leidsche Rijn bijvoorbeeld is het bestemmingsplan onherroepelijk. Ook het Smakkelaarspark waarvoor zijn fractie aandacht heeft gevraagd lijkt nu vlot getrokken. Spreker ziet dat de bouw moet starten in 2024. Hij is er daarnet nog voorbij gefietst, maar hij ziet nog niets gebeuren. Wellicht kan daar even op worden gereageerd. Hij vraagt naar de stand van zaken bij de Galaxy Tower. Nadert er al een oplossing voor het conflict? In algemene zin wil het CDA de wethouder meegeven: “Ga zo voort, maar blijf aandacht geven aan leefbaarheid, middelhuur en een stad op mensenmaat en luister naar je burgers”. Verder heeft het CDA bij de behandeling van de jaarstukken aandacht gevraagd voor de bijlage Overzicht middelhuurprojecten die de raad voor het tweede jaar heeft ontvangen, ook daarvoor dank. Zijn fractie heeft de vraag gestel of zij ook een overzicht van de sociale huurprojecten mag ontvangen. Dan kan zij namelijk een zinvolle vergelijking maken tussen de initiatieven die richting beide betaalbare segmenten worden ontplooid.
Hij herhaalt die vraag hier nogmaals, in de wetenschap dat de wethouder een technische sessie hierover heeft toegezegd. Die wil het CDA wel afwachten. In de tussentijd heeft het CDA het overzicht middelhuurprojecten van 2024 naast dat van 2023 gelegd. In 2023 was sprake van 6.555 geprojecteerde middelhuurwoningen, dat zijn er nu nog maar 6.190. Dat is een afname van 365, een per dag. Wat verklaart deze afname en wat wordt daaraan gedaan? De heer Koning (D66) brengt naar voren dat het voor D66 essentieel is dat de woningbouw door kan gaan, ook in tijden waarin scherpe financiële keuzes moeten worden gemaakt. Der ziet zijn fractie natuurlijk terug in de Voorjaarsnota. Zijn fractie wil geen onnodige franje, maar de aanleg van doelmatige infrastructuur die nodig is om mensen per fiets, auto, deelvervoer of openbaar vervoer naar de plek van bestemming te krijgen. D66 vraagt het college aan te geven, wanneer ontsluiting en mobiliteit in het gedrang komen. Zijn fractie is er immers kritisch op dat huizen onvoldoende bereikbaar zijn. Pagina 10 van 44
De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. De VVD heeft ook kritische vragen over mobiliteit. Zijn fractie had dat eigenlijk voor de commissievergadering van vanavond bewaard. Misschien is het goed even af te spreken waar dit onderwerp wordt besproken. 5
10
15
20
25
30
35
40
De voorzitter die ook woordvoerder mobiliteit is kan aangeven dat het daar verder kan worden besproken. De heer Koning (D66) laat het graag over aan het college wanneer het hierop wil reageren. Hij begrijpt het punt van de heer Te Hoonte, maar hij kan er ook niet voor wegkijken dat het communicerende vaten zijn. Ook vraagt D66 of het college inzichtelijk maakt, wanneer woningbouw wel zou knellen omdat natuurlijk niemand gebaat is bij onbereikbare huizen of werkplekken. Dat moet gewoon in orde zijn. Zijn derde vraag is of het college kan bevestigen dat de raad, net als nu, in de toekomst ook weer snel wordt geïnformeerd, wanneer nieuwe projecten onverhoopt uit zouden lopen of wanneer vertraging dreigt. Dat is essentieel voor de controlerende functie van de raad. Zijn fractie wil ook tijdig weten, wanneer maatregelen nodig zijn, b.v. in het kader van de Utrechtse aanpak. Bij de bouw van nieuwe woonwijken, in het kader van de Merwedekanaalzone, de A12-zone of de toekomstige wijk Rijnenburg, is hoogwaardig en goed openbaar vervoer nodig. Met het voorbereidingskrediet zet de gemeente al geld klaar voor Rijnenburg, zoals de heer Stellinga al zei. Voor de investeringen die de gemeente klaarzet voor die gebieden is hulp van de provincie en van het Rijk keihard nodig. Anders kunnen die vele duizenden betaalbare woningen er gewoon niet komen.
Voor D66 worden de bezuinigingen op het pakket Groei in balans ook langs de lijn gelegd dat woningbouw niet in het gedrang mag komen. De icoonprojecten mogen wat minder worden, maar de aanleg van wegen die essentieel zijn voor de goede ontsluiting van nieuwe huizen moet doorgaan. Soms mag er ook wel iets worden uitgesteld, maar belangrijke voorzieningen moeten overeind blijven. Die zijn gewoon belangrijk voor de leefbaarheid en de kwaliteit van het leven in de stad, nu en in de toekomst. De heer Claasen (GL) hoort D66 zeggen dat de aanleg van wegen door moet gaan. Hij hoopt dat D66 daarmee de aanleg van wegen, van fietspaden, van wandelpaden bedoelt en ook de aanleg van openbaar vervoer. De heer Koning (D66) geeft aan dat dat zeker zo is. Hij zal het de aanleg van weginfrastructuur noemen, dan vallen ook de fietspaden eronder en ook de infrastructuur voor b.v. de bussen. Het is een terecht punt. De Utrechtse aanpak en de tranchemaatregelen van subsidies vanuit het Rijk helpen de gemeente om door te kunnen blijven bouwen. D66 staat ervoor open dat soms een bovenwettelijke eis in een project wordt geschrapt, mits het heel duidelijk is dat dit nodig is voor de haalbaarheid van het project. De heer Claasen heeft dit ook al naar voren gebracht. Doorbouwen, maar in balans met een stad met kwaliteit is tenslotte een belangrijk punt van het coalitieakkoord.
Verder wil D66 in de komende twee jaar resultaat zien op functies waarbij veel mensen vaak een hoog nimby-gehalte voelen. Sekswerk, evenementen en koffieshops horen gewoon bij een stad. De functies hebben ook recht op een plek in de stad en soms aan de rand van de stad. Zijn fractie wil zien dat het college er alles aan doet om dit soort functies niet uit de stad te laten drukken, maar er in de integrale gebiedsontwikkelingen ruimte voor t maken.
45
De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 meent dat de gemeente een actieve, faciliterende rol in de richting van sekswerk moet vervullen.
50
De heer Koning (D66) meent dat zeker. Zijn fractie heeft zich eerder in debatten daarover uitgesproken. D66 vindt dat sekswerk gewoon werk is. In de afgelopen tien jaar zijn verschrikkelijk veel sekswerklocaties in de stad opgedoekt, zoals de Hardebollenstraat, de tippelzone en natuurlijk de boten aan het Zandpad. Het is D66 een doorn in het oog dat er daarvoor nog geen plek is gekomen.
55
De heer Stellinga (CDA) wil het standpunt van D66 helder krijgen. D66 is dus van mening dat de gemeente een actieve rol moet nemen, b.v. bij de aanpassing van het omgevingsplan, om sekswerk op bepaalde plaatsen te faciliteren en mogelijk te maken?
60
De heer Koning (D66) antwoordt dat dit misschien een definitiekwestie is. De eerste vraag van de heer Stellinga ging over een faciliterende rol. De gemeente moet zeker een faciliterende rol vervullen, dus initiatiefnemers die iets willen moeten geholpen worden, ook in nieuwe Pagina 11 van 44
gebiedsontwikkelingen. Dat is niets nieuws, de gemeente heeft dit vastgesteld in haar beleid en de raad heeft daarvoor geld vrijgemaakt. 5
10
15
De heer Te Hoonte (VVD) heeft nogmaals een punt van orde. Hij heeft nu het idee dat hij in een debat over sekswerk zit. Hij weet dat dit ook in het omgevingsplan terugkomt, maar volgens hem heeft de gemeente hiervoor een commissie van specialisten. Die hebben het hier uitgebreid over gehad. Die hebben gisteren de mogelijkheid gehad om mogelijk andere onderwerpen te bespreken. Maar anders gaat hij nu even schorsen en gaat hij zijn medewerker sekswerk erbij halen en dan gaat het debat verder. Hij voelt hier weinig voor. De voorzitter denkt dat dit een terecht punt is. Hij zag eerder handen omhoog gaan bij dit punt. De heer Koning (D66) heeft ook een punt van orde. Hij meent dat aan sekswerk ook een planologische component zit. Dan hoort het in deze commissie terecht. Hij komt dan meteen op zijn vervolginterruptie. De voorzitter wil dit even afhandelen. De heer Stellinga heeft een reactie gegeven.
20
25
De heer Van der Zweth (PvdA) is het eens met de heer Te Hoonte. Er zijn heel veel voorzieningen waarvoor ruimtelijke processen nodig zijn. De commissie kan het dan b.v. ook over onderwijs hebben. Dat doet de raad in die losse commissie. Generiek iets voor voorzieningen regelen of dat benoemen zoals D66 doet is logisch, maar een debatje over een van die specifieke punten dat nu wordt aangezwengeld vindt hij niet logisch. Dan is hij het eens met wat de VVD zegt. De voorzitter herinnert eraan dat dit eerder in de raad aan de orde is geweest. De leden weten dat dit een van die onderwerpen is die veel reacties oproepen. Hij stelt voor verder te gaan, tenzij er nog specifieke vragen zijn over de ruimtelijke component hiervan.
30
De heer Stellinga (CDA) meent dat het niet toevallig is dat hij nog iets wil zeggen. De vraag die hij wilde stellen was of D66 inderdaad van plan was om op te roepen in omgevingsplannen de bestemming ‘sekswerk’ gewoon op te nemen en daar ook quota voor aan te houden. Dat heeft echt betrekking op het omgevingsplan.
35
De voorzitter beslist dat die vraag gesteld mag worden.
40
45
50
55
60
De heer Koning (D66) geeft aan dat zijn fractie dat juist een uitstekend idee vindt. De uitwerking laat zijn fractie over aan het college, maar dit is al ongeveer staand beleid. Dit debat toont ook aan dat er een sterk nimby-gevoel is in deze stad ten aanzien van dit soort functies. Daartegenin moet de gemeente gewoon doorbesturen. Deze functies behoren gewoon een plek te hebben in een stad. Het zijn gewoon grootstedelijke functies. Utrecht is een grote stad en mag dat ook hebben. De heer Te Hoonte (VVD) heeft nogmaals een punt va orde. De voorzitter laat het debat gewoon doorlopen en er komen verwijten over nimby-gedrag. In de Gemeentewet is hier een speciale bevoegdheid gegeven. Dat betekent dat het meestal een speciaal beleidsterrein is waarop er ook speciale woordvoerders zijn. Die zijn hier nu niet. Dan kan het debat niet worden gevoerd op het niveau waarop het hoort. De voorzitter is dat met de heer Te Hoonte eens. De vraag van de heer Stellinga die hij toeliet was een heel specifieke vraag, of er quota aan gekoppeld moesten worden en of dit in het omgevingsplan moet worden opgenomen. Hij vindt dat dit echt wel past binnen deze commissie. Hij begrijpt het punt van de heer Te Hoonte. De commissie moet er geen sekswerkdebat van maken. Hij vraagt alleen aan de commissie of er nog heel specifieke vragen zijn. De heer Te Hoonte (VVD) wil reageren.
De voorzitter stelt dit nu, maar deze heeft daarnet een debat afgekapt omdat het al bij het UPP wordt besproken. Ook dit zit al in de eerste wijziging van het omgevingsplan die voorligt. Deze commissie is daarover al gebriefd. De commissie heeft hier binnenkort gewoon een debat over. Dat hoeft dus niet op dit moment. De voorzitter kan hier op dezelfde wijze reageren nu het over dit onderwerp gaat. Pagina 12 van 44
5
De voorzitter stelt nogmaals de vraag of er heel specifieke vragen zijn die gerelateerd zijn aan deze commissie. Als dat het geval is, laat hij die vragen toe. Als het vragen zijn die in het debat over sekswerk plaats kunnen vinden, dan moeten die daar worden neergelegd. Dat is hij met de heren Te Hoonte en Van der Zweth eens. De heer Paalman (Horizon) vraagt of evenementen wel bij deze commissie horen. De voorzitter antwoordt dat dat zo is, als het gaat over de ruimtelijke component daarvan.
10
15
De heer Paalman (Horizon) hoort D66 spreken over ruim baan voor evenementen. Hij is het daar absoluut mee eens, maar onlangs heeft D66 voor een winterstop voor evenementen gestemd. Hij is dus benieuwd naar de reflectie daarop. De voorzitter meent dat dit echt wel een vraag is voor die specifieke commissie. Daar is hierover vrij recent een debat geweest. Daar had die vraag ook gesteld kunnen worden. De heer Koning (D66) merkt op dat D66 van mening is dat er een evenementenlocatie moet komen op Konijnenburg. Dat is het laatste dat hij hierover zegt.
20
25
30
35
40
De voorzitter heeft de heer Koning niet het woord gegeven. Deze vraag hoort hier niet thuis. Ook de heer Usta (DENK) voert liever niet het woord over onderwerpen waarvoor hij geen woordvoerder is. Hij voelt zich echter geroepen dat wel te doen omdat D66 zegt dat sekswerk en koffieshops goed moeten worden betrokken bij nieuwe ruimtelijke plannen en gewoon in woongebieden moeten worden gevestigd. Maar sekswerk en koffieshops roepen criminaliteit op. Vindt D66 het dan verstandig om deze activiteiten in een woonwijk te laten functioneren? Volgens de heer Koning (D66) is dit duidelijk een vraag binnen het ruimtelijke domein. D66 bestrijdt eigenlijk de stelling dat dit per definitie onveilige situaties oplevert. Er zijn best wel wat koffieshops in de stad waaromheen het rustig is. Door in- en uitloop brengen zij een stuk levendigheid in een gebied waar er gewoon controle is op de openbare ruimte. Het aantal incidenten is daar veel lager dan in andere delen van de stad waar er helemaal geen koffieshops zijn. Zijn fractie bestrijdt dus de stelling van DENK. De heer Usta (DENK) wijst erop dat toen op het Zandpad nog sekswerkers aanwezig waren de politie heeft laten weten dat er best wel criminaliteit was. Het heeft echt wel met de ruimtelijke component te maken. De voorzitter constateert dat de heer Usta het niet helemaal eens is met D66.
Het lijkt toch weer een sekswerkdebat te worden De heer Usta (DENK) vraagt D66 te reageren op een feitelijke constatering van DENK.
45
50
55
60
De heer Koning (D66) kan het heel kort houden. Anders ontstaat inderdaad een debat waarvan hij vindt dat de woordvoerder van zijn fractie dat moet kunnen voeren. Spreker is gereed met zijn inbreng en dankt het college alvast voor het beantwoorden van de vragen. Mevrouw Krul (PvdD) probeert zich te houden aan de onderwerpen waar deze commissie over gaat. Zij wil bij de bespreking van de Voorjaarsnota aandacht vragen voor het gebrek aan balans in groei in groen in Utrecht, de haven en het Deltapark. Er wordt veel gebouwd in Utrecht, maar haar fractie heeft al vaker gezegd dat een crisis niet kan worden bestreden door een andere te verergeren. De klimaatcrisis kan niet worden geparkeerd en het planten van groen is een van de beste manieren om deze te bestrijden. Het groen in Utrecht groeit niet snel genoeg mee met de bouw en er wordt niet nagedacht over de consequenties voor het ecosysteem van de stad, terwijl achterstelling van het groen leidt tot problemen. Hittestress neemt in versteende gebieden toe en de luchtkwaliteit gaat achteruit. In de commissie MGOR heeft zij vrijwel alle fracties horen zeggen hoe vreselijk dit is. Daarom vraagt zij wat het college kan doen om ervoor te zorgen dat dit wel weer in de pas gaat lopen in ruimtelijke bestemmingen door eerder meer groene gebieden te realiseren.
Verder vraagt zij of de wethouder kan toezeggen ervoor te zorgen dat dit echt altijd is geregeld voordat wordt begonnen met woningbouw. Naast het belang voor de stad zelf is er nog Pagina 13 van 44
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
een groep stadsbewoners die baat zou hebben bij een betere groenbalans in de stad, namelijk de dieren. De dieren komen in de knel, zoals is geconstateerd bij de hazen in Papendorp en Leeuwestein. Ook de provincie heeft gezien dat dit een probleem is, vandaar dat hazen, konijnen en kleine marterachtigen per 1 september 2024 een beschermde status krijgen en beter beschermd moeten worden bij bouwwerkzaamheden. Is de wethouder het ermee eens dat het intrekken van de vrijstelling voor deze dieren bij bouwwerkzaamheden een mooie aanleiding is om als gemeente te streven naar natuur-inclusief bouwen? Dat betekent dat de woningen zoveel mogelijk zijn ingepast in de bestaande of nieuw aan te leggen natuur en dat geen dieren verjaagd of vermoord worden voor de bouw. Ook vraagt zij om in de flora- en faunaparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen en omgevingsplannen voortaan te vermelden welke dieren in het gebied leven en hoe met hen rekening wordt gehouden. Ook vraagt haar fractie aandacht voor het Daalsepark. Het werd daarnet al even genoemd. Op dit stukje grond rust nog steeds een verdienopgave. Boekhoudkundig moet er 1 miljoen euro op dit gebied verdiend worden om de grondexploitatie van fase 1 van het Stationsgebied rond te krijgen, terwijl fase 2 nog volop in ontwikkeling is en dat bedrag misschien elders ook wel verdiend kan worden.
Sterker nog, doordat de plannen rond het Daalsepark nu weer vertraging oplopen maakt de PvdD zich zorgen of er hier überhaupt nog wat verdiend kan worden. Los van het verdienmodel lijkt het haar fractie verstandiger te kiezen voor meer groen in deze stenige omgeving. Daarom vraagt zij aan de wethouder of het college de zorgen van de PvdD deelt dat door deze vertraging en de al maar stijgende bouwkosten er niets meer verdiend zal worden aan bouwen in het Daalsepark. Kan de wethouder toezeggen om ook een scenario uit te werken om niet te bouwen, maar juist het groen een impuls te geven op deze plek? De heer Van der Zweth (PvdA) brengt naar voren dat de PvdA natuurlijk gaat voor betaalbaar bouwen. Daarvoor zijn er de percentages betaalbaar in deze stad. Zijn fractie ziet toch wel vaak projecten met minder dan honderd woningen, soms losse koppeltjes, waardoor die eis van betaalbaarheid en andere eisen niet gelden. De PvdA is bang dat het een soort trend kan worden om onder eisen uit te komen. Daarom vraagt hij aan de wethouder of er niet een plan moet komen om toch te kunnen sturen bij plannen met minder dan honderd woningen. Misschien kan dat met andere eisen. Er zijn bijvoorbeeld gemeenten waar dat mag worden afgekocht. Maar er moet op worden gestuurd dat mensen in die kleinere plannen wel op de een of andere manier een goede plek krijgen.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het omgekeerde ook geldt. Als die projecten van honderd woningen helemaal sociaal zijn, moeten dan ook middelhuur en koop ingevoegd worden? De heer Van der Zweth )PvdA) meent dat de gemeente dan een redenering moet hebben over wat er in dat gebied bijvoorbeeld aan middelhuur komt. Maar natuurlijk wil hij naar minimale percentages. Het gaat er echter om dat het nu vogelvrij lijkt onder de honderd en dat de gemeente daarboven terecht streng is. Het gaat erom een manier te vinden om als overheid mee te denken en mee te sturen. Het kan ook met geld, dat gebeurt in Nieuwegein. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het dan drie keer minimale percentages zijn of dat er alleen een minimaal percentage is voor het wensdeel van de PvdA. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het gaat om sturen op sociale huur en middelhuur. Er zijn projecten met 100% sociale huur, dat zijn een paar corporaties. Dan is het logisch om te bespreken waar in dat gebied de middelhuur terugkomt. Maar het gaat erom dat het niet allemaal vrije sector wordt. Die vrije sector komt er wel, dat is gebleken in de afgelopen tijd. De heer Te Hoonte (VVD) ziet in zijn eigen buurt dat de sociale huur er ook komt. Soms is het 100% vrije sector, soms is het 100% sociaal. Hij ziet nog niet helemaal een oplossing.
Hij is benieuwd of de heer Van der Zweth zelf een idee heeft over hoe hij dit zou willen oplossen. De heer Van der Zweth (PvdA) gaf al een suggestie mee. Hij begrijpt best dat de gemeente die eisen niet een op een kan plotten bij een plannetje van zestig woningen. Maar dan kan wel een afspraak worden gemaakt dat b.v. een afdracht plaatsvindt voor de reserve Betaalbaar wonen, als 0% sociaal wordt gerealiseerd. Dit geldt dan alleen voor plannen beneden de honderd. Spreker gaat verder. De bouw gaande houden is een goede zaak. Utrecht is daar nu steeds collectief mee bezig. Voor de PvdA staat voorop dat er meer betaalbare woningen moeten komen. Anders is het Pagina 14 van 44
5
10
het publieke geld gewoon niet waard. Daarom heeft hij hierover eerder een motie ingediend. Er moet worden gestuurd op die 40% en die 35% samen. Wat de Utrechtse aanpak betreft is hij het eens met wat GL heeft gezegd: dat moet heel duidelijk. aan de voorkant. Dan weten ontwikkelaars waar zij aan toe zijn. Spreker ziet nu soms plannen waarin in de plannen al wordt voorgesorteerd. Dan wordt de mogelijkheid geopperd dat die woningen naar een lagere middelhuur moeten gaan of dat die woningen wat kleiner kunnen. Dat is die hardnekkige neiging naar die kippenhokken in deze stad. De gemeente moet niets van tevoren weggeven. De gemeente heeft stevige eisen aan de voorkant, de Utrechtse aanpak betekent dat de gemeente kan afwijken. Dat moet elke keer de cadans zijn. De heer Claasen (GL) merkt op dat GL vindt dat woningen zo groot mogelijk moeten zijn, als dat kan. Maar de kwalificatie kippenhokken doet geen recht aan de soms fraaie woningen die worden gerealiseerd. Is de PvdA dat met hem eens?
15
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dat eraan ligt. In de plannen voor de Merdekanaalzone worden de woningen bijvoorbeeld echt heel klein. Als iemand jong en alleen is, is 45 m2 helemaal top, maar als een gezin daarop is aangewezen, is het dat gewoon niet. De gemeente moet bouwen voor al die huishoudsoorten.
20
De heer Claasen (GL) is het met de PvdA eens dat de gemeente voor al die huishoudens moet bouwen. Maar is de PvdA het ook met hem eens dat, als er kleine woningen worden gerealiseerd en als mensen daarin gelukkig zijn, die woningen niet moeten worden afgedaan met de kwalificatie kippenhokken? GL neemt in elk geval afstand van het op die manier betitelen van die woningen.