Conceptverslag Begrotingscommissies VBF, ZWCS en OWE d.d. 27 oktober 2021
Tekst van het document
En (2) ervoor te zorgen dat professionals weten hoe zij aanvullende ondersteuning en maatwerk kunnen bieden aan mensen die het echt nodig hebben. Hij vraagt of de wethouder bereid is contact op te nemen met organisaties die zich hierin specialiseren om de mogelijkheden op dit gebied voor Utrecht in kaart te brengen. Hij krijgt hierop graag een toezegging. In het kader van sport merkt hij op dat in de jeugdmonitor op bladzijde 268 in de begroting blijkt dat kinderen in de groepen 7 en 8 wonend in de wijken Overvecht en ZuidWest, met de nadruk op de buurt Kanaleneiland, minder vaak lid zijn van een sportvereniging. Het gaat in beide wijken om ongeveer 60%, terwijl het percentage in andere wijken beduidend hoger ligt. Hij vraagt de wethouder om gerichte acties voor deze groep kinderen. Kan de wethouder toezeggen de raad te voorzien van een terugkoppeling daarover?
1630
1640
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) gaat allereerst in op een aantal punten over Gezondheidszorg en Welzijn, dan op Sport en tenslotte zal ze ingaan op Cultuur. Als het gaat om de animo voor de cursus Preventie en Mental Health First Aid attendeert zij het stadsbestuur op de hoge kosten; 325 euro per cursist. Zij vraagt of de wethouder bereid is met partners en onderwijsinstellingen om de tafel te gaan over hoe deze drempel weg te nemen. Met betrekking tot praktijkondersteuners en studentpsychologen krijgt haar fractie graag meer inzicht in de wachttijden door dat te monitoren. Zij ontvangt nog altijd signalen dat veel POH’s druk bezet zijn. Vaak duurt het wel vier weken voordat mensen terecht kunnen. Dan zal er vaak nog 10 weken gewacht moeten worden voordat iemand terecht kan bij een studentpsycholoog of een andere therapeut. Datzelfde geldt ook voor de studentpsychologen. Zij vraagt de wethouder om samen met koepelorganisaties na te gaan of er een meer geclusterd aanbod mogelijk is; een betere aanpak voor de overbrugging van de tussenperiode dan te zeggen dat er wandelmaatjes zijn. Zij vraagt of de wethouder dit kan toezeggen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of mevrouw Sturkenboom dit nu alleen voor studenten vraagt. Dit lijkt haar ook gelden voor andere jongeren die net niet in de studentenleeftijd zitten.
Pagina 34 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021 1650
1660
1670
1680
1690
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) doelt op jonge Utrechters en alle personen die er recht op hebben; iedereen die te maken heeft met een te lange wachttijd en die een tussenperiode moet overbruggen totdat een traject start. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn. In de coronatijd heeft haar fractie samen met de PvdA zich hard gemaakt voor een vrije toegang tot de abortusklinieken. Het is eng, vervelend en emotioneel beladen genoeg om alleen al naar een kliniek toe te moeten, maar vooral om na afloop een dergelijke ingreep te verwerken. Op dit moment bestaat er nog geen nazorgtraject of zijn er nog geen concrete handvatten hiermee om te gaan. Haar fractie is benieuwd hoe de wethouder hiertegen aankijkt en of hij bereid is om met verschillende partners in dit veld bijvoorbeeld abortusklinieken maar ook de GGD, na te gaan of een dergelijk nazorgtraject te ontwikkelen is. Haar fractie heeft meermalen iets gezegd over seksuele gezondheid. Haar fractie is ook dankbaar voor de antwoorden die zijn gekomen op de schriftelijke vragen. Haar fractie ziet dat er nu hard gewerkt wordt. Nog steeds schrikt zij van antwoorden als dat 60-100% van de telefoontjes per dag met een vraag voor een consult wordt afgewezen. Zij moedigt de wethouder aan door te gaan. Zij vraagt hem om een update van hoe het gaat met de AZG-gelden.
Zij vraagt de wethouder ook of hij met de GGD en de huisartsen kan nagaan of opnieuw een actie is op te zetten om gratis een zelftest toe te sturen naar Utrechters. Dit pilot is ook heel succesvol geweest in 2016. In het kader van Sport dankt zij de wethouder en de ambtenaren voor de beantwoording van de motie van haar fractie: Laat Helpen Sporthelden Ontstaan. Haar fractie is benieuwd of de wethouder t.z.t. een update kan geven over de bloktest die momenteel wordt uitgevoerd. In de brief las zij dat er nog een en ander verkend wordt om Sport en Onderwijs meer bij elkaar te brengen; zij vraagt wat dat concreet betekent. Vorig jaar maakte haar fractie zich met D66 hard om sportplekken te overdekken zo dat ook buiten gesport kan blijven worden; haar fractie is benieuwd met de gure wintermaanden die nakende zijn en volgende week weer een thuisconfererentie of het bestuur voortvarend aan de slag kan om zo meer sportcapaciteit te realiseren en een aantal sportplekken te overdekken. In het kader van cultuur ziet hij niet een bepaalde lijn en zij merkt op dat het Wijkbureau verschilt als het gaat om de vormgeving en inzet van cultuurmakelaars. Haar fractie zou graag cultuurmakelaars inzetten bij Buurtteams. Ze wil graag weten hoe de wethouder hiertegen aankijkt.
De heer Wiegant (SP) merkt op enkele schriftelijke vragen te hebben uitstaan over onderwerpen waaraan de PvdA al refereerde. Hij laat die voor zich. Hij sluit zich aan bij de inbreng van de VVD over de Machinerie. Hij is benieuwd naar de antwoorden over SAVE en op de door de toeslagenaffaire uit huis geplaatste kinderen. De voorzitter deelt mee dat de fracties van Stadsbelang en de PVV niet aanwezig zijn en dat daarmee de commissie nu aan het woord is geweest. Beantwoording Wethouder Klein beantwoordt de vragen over cultuur.
Pagina 35 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1700
1710
1720
1730
1740
Zij gaat in op de vragen van de VVD over de Machinerie. Zij deelt mee dat gisteren een meer algemene brief is uitgegaan over de stijging van de bouwkosten. Daarbij gaat het om wereldwijde prijsstijgingen, en in de breedte. Zij heeft in die brief ook onderwijs benoemd, vastgoed, mobiliteit en cultuur. Die hogere bouwkosten treffen ook de Machinerie. Zij kan zich voorstellen dat niet iedereen die brief tot in de volle details tot zich heeft kunnen nemen. In het kader van de aangenomen motie heeft zij goed gekeken naar wat te versoberen is en zij attendeert op de partijen waarmee de gemeente samenwerkt. Er zit voor ruim 300.000 euro versobering in. Het overgrote deel van de stijging van de kosten komt terecht bij erfgoed Werkspoor Utrecht; het gaat om ongeveer 985.000 euro. En in de brief is toegelicht dat het college voor 300.000 euro vanuit de rijksmiddelen voor cultuur en het gemeentelijk afwikkelingskader wil inzetten. In de richting van de fractie van de VVD zegt de wethouder dat het rijksgeld over meer dan alleen noodsteun gaat; dat gaat namelijk ook over herstel. Dat is ook het geval bij het gemeentelijk afwegingskader “Herstel en Innovatie”. De heer Gilissen (VVD) merkt op dat daaronder een raadsbesluit ligt, in 2019 genomen. Hij vraagt zich af of dat niet de reden is voor de raad zich hierover uit te spreken.
Hij vraagt of de wethouder bereid is om die aanpassingen expliciet aan de raad voor te leggen. Wethouder Klein licht toe dat wat hier vóórligt, niet een aanpassing is van het raadsbesluit. Het gaat om een incidentele subsidie: de 300.000 euro vanuit de coronamiddelen van het Rijk. Dit is niet zomaar een bouwproject; het gaat om een vernieuwende locatie voor film en beeldcultuur. Daarop zijn sectoranalyses uitgevoerd waaruit bleek dat daaraan behoefte is. Het gaat om zowel bestaande partijen uit de culturele infrastructuur als ook om nieuwe. Dit is een plek die belangrijk is voor de lokale infrastructuur. Dat is precies waarvoor het rijksgeld bedoeld is. Daarom past dit ook binnen het kader, zowel van het Rijk als van de gemeente. De heer Gilissen (VVD) ziet dat anders. Het raadsbesluit is expliciet een investeringsbijdrage waarin een maximum budget is opgenomen dat deze raad in 2019 aan deze ontwikkeling zou willen meegeven. Het geld dat de wethouder nu aanhaalt, is geld dat de gemeente Utrecht niet aan andere culturele instellingen kan uitgeven. Hij vindt dat de raad hier in positie moet worden gebracht door die afweging expliciet aan de raad voor te leggen. Wethouder Klein zet uiteen dat dit de reden is waarom zij een brief stuurt met heel veel informatie daarover. Zij herhaalt en benadrukt dat dit niet raakt aan een investeringsbeslissing.
Zij herhaalt dat het hier gaat om een incidentele subsidie. Dat is binnen de kaders die afgesproken zijn in deze gemeenteraad. Zij heeft dat uitgebreider toegelicht in haar brief. Zij vervolgt met in te gaan op de vraag van de fractie van GroenLinks over dat het college gezegd heeft dat het belangrijk is om in muziekstudio's samen gedeeld te investeren. Dat kan ook een ander fonds zijn. Het hoeft niet per se te gaan om eigen kapitaal. Dat kan ook een lening zijn. Dat is de reden waarom zij niet ziet hoe zij dat 100% vanuit de gemeente zou willen doen om meerdere mensen te kunnen helpen. Dat helpt wanneer dat gedaan wordt in gezamenlijkheid. Wanneer het gaat om kleinere investeringen, is de eigen inbreng ook kleiner. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) begrijpt dat het mogelijk is om een lening te vragen. Zij merkt op dat deze groep in een kwetsbare positie zit. De mensen zijn door de corona achteruit gegaan. Zij verneemt dat het voor velen van hen moeilijk is om 50% bij te dragen. Dan hoeft het niet 100% te worden. Zij legt de vraag voor hoe
Pagina 36 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1750
1760
1770
1780
1790
het kan zijn dat de gemeente nagaat hoe kapitaalkrachtig de makers zijn om daarop aanpassingen te doen en maatwerk te leveren. Wethouder Klein antwoordt absoluut er begrip voor te hebben dat niet iedereen op dit moment ook daartoe in staat is. Het is een nieuwe manier van samenwerken voor meer muziekstudio’s. Wanneer de gemeente een maximale bijdrage doet van 50%, zorgt zij er ook voor op die manier meer mensen te kunnen helpen. De wethouder denkt dat het altijd goed is op enig moment te evalueren wat het tot nu toe heeft opgeleverd en of dit helpt en functioneert en wat de gemeente daaraan eventueel zou willen doen in vervolgstappen. Zij zou niet nu al dit percentage willen aanpassen. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) concludeert dat de gemeente dan wel meer mensen helpt, maar dat het dan wel allemaal kapitaalkrachtigen zijn. Zij betreurt dat. Wethouder Klein bestrijdt dat. Heel veel talenten krijgen ondersteuning ook op andere manieren. Het gaat er dan vooral om dat niet de volledige studio door de gemeente Utrecht wordt betaald. Die route wil het college opgaan. Zij denkt dat het goed is dit te blijven monitoren en in de gaten te houden. Zij heeft niet de indruk dat er niemand is die dit kan. Zij wil eerst de resultaten nagaan van deze voorgestelde regeling.
De fractie van GroenLinks vroeg aandacht voor hoe ervoor te zorgen dat iedereen die betrokken is binnen cultuur en de mensen in de adviescommissies zich goed bewust zijn van diversiteit. Zij is het daar zeer mee eens, en zij weet ook dat het bestuur van de stad daarvoor veel aandacht heeft, zowel in het eigen team maar ook in die adviescommissies, zowel als het gaat om de samenstelling, als om bewustzijn. Zij merkt op dat het dan ook gaat om daarover gewoon te kunnen spreken en het gezamenlijk in praktijk te brengen. Zij benadrukt dat die zaken ook op de radar staan van het college. Met betrekking tot Fair Practice doet het college onderzoek. Zij heeft ook gezegd dat op te leveren zo vroeg mogelijk in het eerste kwartaal. Zij denkt dat het januari zal zijn. Zij zal daarbij haar duiding geven. De echte keuzes zullen gemaakt moeten worden bij een nieuw Coalitieakkoord. Dan is in ieder geval alle informatie beschikbaar om daarin keuzes te kunnen maken. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de wethouder kan garanderen dat de raad dat rapport begin Q1 zal krijgen. Zij meent dat de eerdere toezegging dit jaar was. Wethouder Klein antwoordt bevestigend in die zin dat het januari wordt. De afspraak is dat het college aan het eind van december niet veel stukken meer mag sturen. Zij vervolgt met in te gaan op de inbreng van de fractie van D66 die naar het rapport UNS UNS UNS vroeg.
Zij bevestigt dat het college in het raadsvoorstel Culturele Huisvesting aandacht zal besteden aan het uitbreiden van plekken op het gebied van muziek en ook Underground, waaronder de Nachtcultuur te scharen is. Het college houdt rekening met het ontwikkelkader Horeca dat ook bestaat en wat randvoorwaarden geeft. Het college voert daarover gesprekken ook met mogelijkheden die het daar ziet. De gemeente Utrecht heeft heel veel delen waarin nog van alles kan. D66 vroeg ook naar de nieuwe internationale kant aan cultuur. De wethouder benadrukt dat het college ook in zijn cultuurnota Kunst Kleurt de Stad de internationale kwaliteit van de Utrechtse sector heeft benadrukt. Dat is in deze coronatijd erg lastig, juist omdat de uitwisselingen ontbreken. Het college is vanaf de zomer gestart met onderzoekende gesprekken ook met de genoemde instituten die ook D66 aandraagt: Le Quess Who, Bak, en Dries Pagina 37 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1800
1810
1820
1830
1840
Verhoeven. Het college wil een schets maken van wat de internationalisering precies inhoudt in het werk van de culturele instellingen in Utrecht, en wat ook het stadsbestuur zou moeten willen en kunnen doen, passend bij zijn ambities. Zij doet hiermee een toezegging voor Q1 2022, mogelijk in februari. De fracties van het CDA en de SP stelden vragen over de Machinerie; ter geruststelling richting het CDA zet de wethouder uiteen dat het college juist veel aandacht heeft voor de betrokkenheid van jongeren uit de wijk (West, Noordwest, Zuilen) en betrokkenheid vanuit buurtorganisaties in de prestatieafspraken die gemaakt zijn en die in de opdracht staan vanuit de raad. Dit gaat om een stedelijke voorziening buiten de binnenstad. In die zin denkt de wethouder dat er heel veel interessante aspecten zitten die de moeite waard zijn voor een diepere verkenning. De wethouder moet nog even het antwoord schuldig blijven op de vragen over de cultuurmakelaars bij de Buurtteams. Zij zal daar in de tweede termijn op reageren. Gemiste antwoorden op gestelde vragen De voorzitter constateert dat de commissie geen antwoorden heeft gemist op gestelde vragen. Zij geeft het woord aan wethouder Eerenberg.
Wethouder Eerenberg vindt het terecht dat een aantal raadsleden zegt dat er iets groots aan de hand is; de coronacijfers lopen op, kijkend naar zowel het aantal testen het aantal positief getesten, de zorg binnen en buiten de IC en de vragen die dat oplevert in de verdeling tussen gevaccineeren en niet-gevaccineerden. Dat laatste is buitengewoon taaie kost. De gemeente heeft daar beperkte invloed op. Hij prijst zich gelukkig met de slimme mensen in Den Haag als het gaat om de maatregelen die genomen moeten worden. Hij maakt zich met de commissie zorgen over het draagvlak voor maatregelen. Dat draagvlak is veranderd sinds een jaar geleden. De wethouder schat in dat dat zowel geldt voor maatregelen die collectief zijn ten opzichte van mensen die zeggen een goede bijdrage te hebben geleverd even zozeer als maatregelen die misschien gericht zijn op specifieke groepen waarbij het soms ook groepen zijn die het bestuur op allerlei plekken bij de samenleving wil betrekken. Dat moeilijk maken levert dilemma’s op. Hij benadrukt dat dit vraagstuk taai is. Hij kijkt met spanning uit naar de persconferentie van aanstaande dinsdag. De knop waaraan niet te draaien is, is de beschikbare intensive care capaciteit. Vanuit het landelijk beleid wordt daarop dominant gestuurd.
Wanneer het lukt om daarin flexibiliteit te bouwen verwacht de wethouder meer ruimte als het gaat om de beheersing van de pandemie. De wethouder is het ermee eens wanneer de commissie zegt alles op alles te zetten om de vaccinatiegraad te verhogen. Ook dat is taaie kost. Enkele suggesties die de VVD deed waarbij een aantal partijen zich aansloot, zijn zijns inziens goed om te doen: opnieuw een oproep van het college in de persoon van de burgemeester, aandacht voor de communicatie in de taal van de adressant. Hij refereert aan de activiteiten op dat vlak en een filmpje in zeven talen die via social media is verspreid. De wethouder vindt het belangrijk dit te doen. Hij heeft ernstige twijfels over het voorstel om huis aan huis te gaan met een vaccinatiekoffer. Hij vraagt zich af of dat de mensen die nog niet overtuigd zijn van het vaccin, echt gaat helpen. Het is bovendien heel erg direct. De ervaring leert dat een zorgvuldig proces nodig is om mensen die nog niet overtuigd zijn, te overtuigen. De wethouder schat hetzelfde in als het gaat om met een geluidswagen door de stad te rijden met de oproep aan mensen zich te laten vaccineren. Dat kan ook het omgekeerde effect hebben. Pagina 38 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1850
1860
1870
1880
1890
De voorzitter verzoekt de wethouder iets bondiger te zijn in zijn beantwoording met begrip voor de vraag uit de commissie te reflecteren. De heer Gilissen (VVD) vindt het fijn dat de wethouder uitgebreid inging op zijn suggesties. Hij is er blij mee dat de priklocaties veel meer in de wijk aanwezig zijn. Zijn algemene vraag is welke mogelijkheden de wethouder wel ziet om uitreikend in de wijken aanwezig te zijn in de wetenschap in welke wijken de vaccinatiegraad laag is. Het omhoog brengen van de vaccinatiegraad is pure winst voor het verloop van de pandemie. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat in deze collegeperiode ingezet is op de verhoging van de vaccinatiegraad onder kinderen; zij doelt hier op de reguliere vaccinaties. Zij vraagt of daaruit lessen te trekken zijn die nu te gebruiken zijn. Wethouder Eerenberg antwoordt dat college en raad het daarover eens zijn: het bestuur moet een fijnmazige strategie voeren. De GGD doet dat ook. Daarom zit de GGD in Overvecht en in Kanaleneiland en is er gekeken bij onderwijsinstellingen. Dat wordt verder uitgewerkt. De volgende stap is focusgesprekken te voeren met een aantal van de groepen waarin de vaccinatiebereidheid achterloopt om te vernemen wat nog mogelijk is te doen. Hij kan de raad over de uitkomsten daarvan informeren in de reguliere coronabrief. De wethouder heeft het meeste geloof in groepen met twijfel.
Samen met de GGD moet ingezet blijven worden op de fijnmazigheid. De wethouder weet dat gekeken wordt naar nog meer locaties om nog meer flexibel te zijn. In antwoord op de vraag van mevrouw Assen bevestigt de wethouder dat het dan gaat om vaccinatiekoffers die ook ingezet zijn gericht tegen corona. Hij zou het omgekeerd willen zien. Hij denkt dat het bestuur de bestrijding van corona veel meer leert van de fijnmazige infrastructuur die het bestuur niet leert van andere campagnes zoals bij het consultatiebureau. De GGD heeft wel alles uit de vaccinatiekoffer ingezet bij de coronabestrijding nu. Gevraagd is naar de stand van zaken in het verbetertraject van SAVE. De wethouder zet uiteen dat (1) SAVE van ver komt en dat er grote stappen worden gezet. Hij noemt de reflectiegroepen. (2) Tegelijkertijd ziet hij nog heel veel kwetsbaarheid, vooral in het justitiële gedeelte van de jeugdzorg. Daar speelt niet alleen SAVE of Veilig Thuis een rol. Dan gaat het ook over de Raad van de Kinderbescherming met lange wachtlijsten. Dan gaat het ook over de samenwerking in een estafettemodel in plaats van een teammodel. Dat gaat ook over arbeidsmarktproblematiek bij kinderrechters. Zij ervaren grote druk. In de hele keten en de rechtsbescherming die daarbij hoort en de waarheidsvinding moeten nog grote stappen gezet worden. Daarbij heeft de gemeente Utrecht de landelijke politiek hard nodig.
SAVE werkt hard aan open en transparant verbeteren. Dat gaat niet van vandaag op morgen. De wethouder is positief over de ingezette beweging. Hij deelt desalniettemin het ongeduld dat hij ook hoorde vanuit de commissie. Dit is annex aan de arbeidsmarkt in de jeugdhulp. Het moet ook een fijne plek zijn om te werken. Goede gemotiveerde mensen zijn nodig. Ook dat ziet hij als een collectieve verantwoordelijkheid. Hij deelt de zorg uit de commissie van de VVD over het onverstandige van teveel mensen die net afkomstig zijn van de hogeschool die te maken krijgen met kwetsbare groepen in de jeugdzorg. Hij stelt dat er een goede balans moet zijn tussen ervaren – onervaren, et cetera. Dan is er nog veel werk te verzetten in de hele arbeidsmarkt. Richting mevrouw Assen zet de wethouder uiteen dat de raad over het actieplan meer informatie ontvangt in het eerste kwartaal van 2022. Daarover lopen inmiddels de gesprekken, met Koos, met Spoor met de BuurtPagina 39 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1900
1910
1920
1930
1940
teams, met Samen Veilig Midden Nederland. Daar komt van alles op tafel: saliëring, concurrentie (gebruik maken van elkaars personeel), et cetera. Uiteindelijk gaat het om investeren in deskundigheid, in vakmanschap en in het bestendigen van dat mensen in deze sector willen (blijven) werken. Hiermee rondt de wethouder beantwoording van de grote onderwerpen af. De heer Gilissen (VVD) dankt de wethouder voor de beantwoording. Hij zou het op prijs stellen wanneer het college tegen Q1 volgend jaar iets meer kan zeggen over wat eventueel de keerzijde is van het gebrek aan medewerkers of aan enthousiasme voor de sector. Dat kan zich vertalen in de kwaliteit van de hulpverlening. De VVD krijgt die signalen ook nog wel over handelingsverlegenheid bij mensen die net van de hogeschool komen en die niet altijd de juiste keuzes maken. Hij vraagt of de wethouder bereid is de raad deelgenoot te maken van zijn visie daarop. Wethouder Eerenberg antwoordt bevestigend. Utrecht heeft subsidie verstrekt aan Samen Veilig om de caseload te verminderen en voor betere begeleiding, juist om dit probleem te tackelen. De voorzitter vraagt naar de betekenis van zijn bevestigende antwoord. Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij dit meeneemt in zijn al toegezegde brief. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de wethouder uit zijn informatie begin Q1 zijn toegezegde informatie te geven.
Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij zijn uiterste best zal doen. Hij begrijpt dat de raad er niets aan heeft wanneer de brief medio maart komt. De voorzitter concludeert dat de wethouder begin Q1 deze informatie zal geven. De wethouder antwoordt bevestigend. Hij vervolgt zijn beantwoording. Hij gaat in op de uithuisplaatsing van kinderen. Hij denkt dat de schrik hierover collectief is: 1115 kinderen die landelijk uit huis geplaatst zijn. Daarvan zegt het CBS dat niet is aangetoond dat de relatie met de toeslagenaffaire niet bekend is. De vraag is waar naar gekeken wordt. Soms spelen er ook andere dingen in de gezinnen die getroffen zijn. Dat moet allemaal meegewogen worden. Hij benadrukt dat de uithuisplaatsing ingrijpend is en in zijn woorden “verschrikkelijk”. “Dit is het allerergste wat mensen kan overkomen”. Er zijn geen Utrechtse cijfers. Het lukt hem niet om die vóór het slotdebat op tafel te leggen. Er zijn onder meer ingewikkeldheden over de privacy. De wethouder gaat met het CBS in gesprek naar aanleiding van deze vraag uit de commissie over of toch iets te zeggen is over Utrecht. De wethouder zal nagaan of hij dat kan voor de begrotingsbehandeling. Hij zal de commissie hierover een brief schrijven vóór de begrotingsbehandeling ook wanneer het niet lukt; in dat geval over waarom het niet lukt.
Dan zal hij de commissie ook informeren over wat de gemeente voor deze gezinnen kan doen. Hij mag inmiddels ook landelijk over dit thema meepraten. Het allerbelangrijkste is dat iets voor deze gezinnen georganiseerd wordt. Dat deze gezinnen perspectief geboden wordt, dat er een plek geregeld wordt waar zij zich kunnen melden voor een warm en menselijk oor. Dan kan het gaan over heel veel verschillende dingen: het gesprek met de gezinsvoogd, in welke mate de toeslagenaffaire een rol heeft gespeeld, over herbeoordeling van de zaak die in sommige gevallen via de rechter zal moeten. Dat kan de gemeente niet op zichzelf. De wethouder vindt dat het Rijk over de brug moet komen om dit te helpen organiseren. Daarover zal het gesprek ook gaan met het Rijk. Bij de gemeente zullen de Buurtteams de aangewezen plek zijn, ook omdat die al een hele goede rol spelen in de aanpak van de schulden. Hij vervolgt met een aantal kleinere onderwerpen. Gevraagd is naar extra geld voor Jeugd. Het geld is er maar is nog incidenteel. Hij neemt de aanmoediging aan om dat geld structureel te maken. Hij kan niet toezegPagina 40 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
1950
1960
1970
1980
1990
gen dat al dat geld voor Jeugd altijd en eeuwig bij Jeugd zal blijven. In de begroting is te zien dat het college daarvoor een voorstel doet en dat het college nog een deel achter de hand houdt met daarbij de basishouding dat het voor Jeugd bedoeld is. De wethouder merkt op dat hij niet wil intreden in het begrotingsrecht van de raad. Wanneer de raad de begroting vaststelt is het zijn intentie dat er geld bij Jeugd blijft. Uiteindelijk gaat de raad erover in de raadsbehandeling van de begroting. Gevraagd is wat het college gaat doen met het geld. Het gaat om het aanpakken van wachttijden en wachtlijsten, het aantrekkelijk maken van het werk, het vereenvoudigen van de jeugdbeschermingketen, inzetten op de sociale basis zoals praktische begeleiding in gezinnen (BSO+ bijvoorbeeld), en extra inzet op onderaannemers in de aanvullende zorg om ervoor te zorgen dat mensen geholpen gaan worden. Dit is een bloemlezing van zaken die het college in gang zet. Hij gaat in op de vragen over de gang van zaken in de POH Jeugd. Inmiddels zit het college op 42% van de huisartsen. Dat was voor de zomer 25% ten tijde van de vraag van mevrouw Assen. De verwachting is dat het einde van het jaar de gemeente op 60% zit. Huisartsen zijn altijd blij met ondersteuning in de praktijk. Gemiddeld genomen krijgt hij positieve signalen.
Daar waar dat niet het geval is, is er sprake van een korte lijn met huisartsen om na te gaan wat er aan de hand is en hoe dat beter is in te regelen. Het college spreekt nog met huisartsen over hoe naar de 100% toe te kunnen. Dat gesprek loopt en dan wil het college het structureel maken; dat vraagt een financiële beslissing. Dit gaat richting de volgende Voorjaarsnota. Mevrouw Assen (PvdA) heeft er behoefte aan hierover geïnformeerd te worden vóór het kerstreces. Wethouder Eerenberg antwoordt dat het ingewikkeld is; hij refereert aan de afspraak dat het college in december geen brieven meer stuurt. Dat betekent dat de wethouder de brief over drie weken gereed moet hebben. Dat is te vroeg om iets te zeggen over de 60%. Hij zegt toe: direct na het kerstreces in de mailbox. De voorzitter merkt op dat de afspraak gemaakt is omdat de raad niet overspoeld wilde worden in deze periode. Wanneer de raad er zelf om vraagt is dat een andere zaak en heeft zij er minder problemen mee. Mevrouw Assen (PvdA) heeft daarmee ook geen problemen. De heer Vonk (GroenLinks) sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Assen. Een paar brieven moet zijns inziens mogelijk zijn in december. De voorzitter concludeert dat de boodschap is dat het college niet teveel zelf nog moet bedenken in deze periode van december en dat deze brieven wat haar betreft nog verstuurd mogen worden in december.
Zij legt die vraag voor bij de wethouder. Wethouder Eerenberg ziet non-verbaal het mandaat deze brief in de laatste week te sturen. Dan moet er wel overeenstemming zijn over wat dit betekent. De voorzitter beschouwt dat als een goed punt voor het DB of het presidium. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn beantwoording. In het kader van de volksgezondheid zijn ook onderwerpen aan de orde komen als leefstijl en preventie. De wethouder noemt in dit verband richting de ChristenUnie het Gezondheidspact. Dat gaat over gezond gewicht, bewegen en actief zijn. Hij zal nagaan of het stimuleren van de rookvrije generatie in het kader van de roadmap, juridisch mogelijk is. De raad kan hierover iets tegemoet zien vóór het slotdebat zodat de raad daarin zijn afweging kan maken. De wethouder vindt de suggestie een sympathieke. Met betrekking tot de toegang tot de zorg en de taalbarrière zoals gevraagd door DENK zet de wethouder uiteen dat het college daarop geen lokaal zicht heeft. De wethouder denkt dat de landelijke cijfers ook van toepassing zijn op Utrecht. Hij bevestigt dat dat niet goed is. Het college is nagegaan waarom de mensen de Pagina 41 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2000
2010
2020
2030
afgelopen tijd geen zorg hebben gebruikt en concludeerde dat de angst voor besmetting met corona en de kosten belangrijke factoren zijn. Het aanbieden van een tolk is of dit geregeld in de zorgverzekeringswet. Het college spreekt regelmatig met het Zilveren Kruis bij monde van zijn collega wethouder Van Ooijen en hij. In het volgend overleg zal hij het Zilveren Kruis hierop attent maken. Hij is het er over eens dat dat van toegevoegde waarde kan zijn in Utrecht. In het kader van de seksuele gezondheid zijn vragen gesteld; de wethouder bevestigt dat hierover goede gesprekken lopen met het ministerie van VWS over iets dat zich incidenteel heeft voorgedaan op het gebied van seksuele gezondheid. Structureel zal het aan het nieuwe kabinet zijn. Het college en de raad zijn het erover eens dat Utrecht te weinig geld krijgt voor een hele belangrijke taak. Meer betrokken instanties zijn het daarover eens. Het gaat om actuele problematiek. Hij zal de raad een update sturen vóór het slotdebat. Ook in zijn brief zal hij informatie schrijven over de stand van zaken in de zelftesten bij seksueel overdraagbare aandoeningen en hoe dat is gedaan in 2016. Dit moet door iemand betaald worden. Met die informatie kan de raad dat wegen in het slotdebat. Met betrekking tot de nazorg bij abortus is dat in beginsel iets dat de abortuskliniek zelf organiseert.
Dit hoort ook niet bij de publieke gezondheid. Ook huisartsen spelen hierin een rol. De vraag is wat de raad in dezen van het college verlangt en of het stadsbestuur daarmee niet op de verkeerde stoel gaat zitten. Wat hem betreft zal de abortuskliniek ook de psychosociale zorg op een goede manier moeten oppakken nadat de abortus is uitgevoerd Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) kan die suggestie wel doen. De gemeente heeft altijd een rol als het gaat om partijen bij elkaar brengen of om iets aan te zwengelen. Zij noemt als voorbeeld het Gezondheidspact zoals door de wethouder zelf genoemd. Op dit moment hebben abortusklinieken niet iets van beleid als het gaat om nazorg. Het wrange is dat iemand op zaal uitslaapt en te horen krijgt naar huis te mogen. Het is bekend dat het heel druk is bij de abortusklinieken en dat voor nazorg niet alle tijd is. Daarom doet zij de oproep vanuit de gemeente de bemiddelende rol te spelen. Wethouder Eerenberg zou het bevreemden wanneer een abortuskliniek op deze manier te werk gaat. Hij zegt toe met de kliniek in gesprek te zullen gaan over dit signaal. Hij kan zich niet voorstellen dat een abortuskliniek geen oog heeft voor de betekenis van een abortus voor een vrouw. Desgevraagd door de voorzitter bevestigt de wethouder dat hij een terugkoppeling zal geven. Dat zal hem niet lukken voor de behandeling van het slotdebat.
Hij stelt Q1 2022 voor. Hij gaat in op de Mental Health Care. Het college houdt in Q1 2022 een evaluatie samen met Student & Zorg. Over dat gesprek zal hij een terugkoppeling geven. In die evaluatie in Q2 2022 zal hij reflecteren op de vraag in hoeverre het bedrag een probleem is en wiens probleem dat is. In die zin loopt hierop een actie. Hiermee rondt hij zijn beantwoording af. Gemiste antwoorden op gestelde vragen De heer Vonk (GroenLinks) had een vraag gesteld over subsidies en preventie. Mevrouw Assen (PvdA) had een vraag gesteld over of de wethouder van mening is dat het stadsbestuur voldoende effectief is in het bestrijden van de gezondheidsverschillen. Pagina 42 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021 2040
2050
2060
2070
2080
Wethouder Eerenberg vindt de suggstie goed van GroenLinks om in de subsidieverstrekking alles dat te maken heeft met gezondheid zoals de experimenten van zijn collega wethouder Klein met Utrecht 900 stevig te verankeren. Hij zegt toe daarover ook iets op te nemen in de door hem al toegezegde brief: hoe dat werkt en waar het college het kansrijk vindt en aan welke knop de raad kan draaien. De vraag of het college voldoende doet aan het verminderen van gezondheidsverschillen, beantwoordt de wethouder negatief. Er zijn gezondheidsverschillen in Utrecht. Daaraan is nooit genoeg te doen. Landelijk is Utrecht een van de gemeenten die daaraan veel doen. Hij noemt in dit kader het Gezondheidspact, het verankeren van preventie. Hij ziet nog heel veel kansen om dat te verbeteren. Hij noemt een voorbeeld: de 1000 Dagen Aanpak, de kansrijke start. De impact is gigantisch die de gemeente kan hebben op een jong kind en een jong gezin, soms nog op de ongeboren vrucht. Kijkend naar hoe landelijk het geld wordt verdeeld en dus ook bij de gemeente, gaat er heel veel geld naar de indicatie. Maar als het gaat om preventie, als het gaat om het ongeboren kind, of over overgewicht, is nog een hele grote stap te zetten. Wethouder Van Ooijen gaat in op de vraag over tekorten in de middelen in de onderwijsroute in het kader van asiel en integratie.
Het Rijk heeft een zeer kwetsbare keuze gemaakt door een te laag budget beschikbaar te stellen voor deze route. Dat te lage budget is nadrukkelijk aangegeven door het veld. Momenteel zit de gemeentelijke organisatie midden in een aanbesteding. Om die reden is over de actualiteit in Utrecht niet veel te zeggen. De wethouder zegt de commissie toe de commissie zo spoedig mogelijk te informeren over de consequenties voor het Utrechtse zodra het college daartoe in staat is en de aanbesteding is afgerond. De wethouder verwacht dat dat nog voor het einde van het jaar zal zijn. Vragen zijn gesteld over het in gebruik nemen van een flexibele regionale opvanglocatie vanwege de hoge druk in de asielketen. Eerder zegde de wethouder toe dat het college in het eerste kwartaal 2022 het scenario zal leveren over hoe in Utrecht de toekomstige asielopvang in te vullen zou zijn. De wethouder denkt bij die scenario's dat de raad zich er op kan bezinnen. Die scenario’s hebben ook gevolgen voor de Haydnlaan, voor de regio en voor wat verder is te realiseren in de stad. Nadrukkelijk en wat de wethouder betreft zeer terecht, is een vraag gesteld over de aanpak van de huisvesting van statushouders. Ook in Utrecht is de druk heel hoog. Dat heeft alles te maken met de problematiek rond de woningmarkt.
In Utrecht is een specifiek team ingericht om te onderzoeken of op tijdelijke basis locaties beschikbaar zijn om na te gaan of daar ook nog op korte termijn versnelling is te realiseren. De raad zal worden geïnformeerd over wanneer die locaties er komen. Het college doet zijn uiterste best om hierin een versnelling aan te brengen. De ChristenUnie stelde een vraag over de opvang van zeer kwetsbare groepen waaronder Oosteuropese die hier werken en die op straat zijn beland; of de opvang open blijft voor die groepen. Wanneer sprake is van een humanitair schrijnende situatie, zal het college altijd kiezen voor bescherming en dus voor opvang. De wethouder is gebonden aan de rijksregels voor de opvang in algemene zin. De regel luidt dat de generieke opvang zoals die tijdens de lockdown gold er nu niet is en dus ook niet voor deze groep. Mevrouw Admiraal (ChristenUnie) had ook gevraagd of opvang gerealiseerd kan worden voor kwetsbare gezinnen en mensen die vallen onder de LHBTIQplusgroep, Pagina 43 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2090
2100
2110
2120
2130
juist vanuit de corona-steunpakketten. Juist door corona is de vraag naar opvang groter geworden. Dat valt buiten de groep Oost-Europeanen waarover de wethouder zojuist sprak. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat wanneer sprake is van een noodsituatie en van reguliere rechthebbende daklozen, het college zeker in actie zal komen. Het college zal dan specifiek en acuut maatregelen treffen. De wethouder begrijpt heel goed de brandbrief over de maatschappelijke opvang die gestuurd is door de belangenbehartigers. De druk is op dit moment heel erg hoog. Hij beantwoordt heel graag de schriftelijke vragen. Hij zal zijn uiterste best doen om die te beantwoorden vóór het slotdebat. De raad zal daarin zien wat het college doet om de acute druk op te lossen. Er zijn een aantal zaken opgenomen in de brandbrief waarover de wethouder van mening is dat die genuanceerd moeten worden. GroenLinks stelde een vraag over het zoeken van een nieuwe locatie en of het stadsbestuur nu al in actie moet komen om een locatie te hebben voor extra daklozenopvang. De wethouder is daarop kritisch. Zijn visie is dat dakloosheid uiteindelijk moet worden opgelost door huisvesting en niet door extra opvang. Hoezeer hij de druk ziet, en hoezeer hij vindt dat het stadsbestuur daaraan tegemoet moet komen, vindt hij dat het bestuur heel erg moet oppassen met het realiseren van extra opvangbedden.
Uiteindelijk begint het herstel met een huis. Hij zou dit alleen willen doen wanneer echt geen andere mogelijkheid meer gezien wordt en volgens een absoluut noodscenario. De heer Vonk (GroenLinks) ontving de brandbrief. Hij staat volledig achter de woorden van de wethouder: een huis is de eerste stap naar herstel. De situatie bestaat dat in het komend jaar Utrecht niet zoveel zal bijbouwen voor deze doelgroep. De verwachtingen zijn onbekend over het jaar daarop. Bekend is dat de vraag naar opvang op dit moment toeneemt en dat er een ambitie is om naar 24 uursopvang te gaan met zo min mogelijk slaapzalen. Om daaraan te voldoen is het zijns inziens nuttig om ook een nieuwe ruimte te creëren waarin dit is te doen om de tussentijdse periode waarin de woningen er niet zijn een zo thuis mogelijk onderkomen te kunnen bieden. Hij vraagt of de wethouder het daarover eens is met hem. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) begrijpt dat voorkomen beter is dan genezen. Wanneer het al zo lang Code Rood is en de stad bovendien gegroeid is, vindt zij het niet meer dan terecht dat gezocht wordt naar meer opvangplekken. Een dak boven het hoofd hebben is een allereerste levensbehoefte. “De genezing” is nu heel erg nodig in plaats van “het voorkómen”. Zij hoopt dat de wethouder dat ziet en daarvan werk wil maken. Wethouder Van Ooijen vraagt hem niet verkeerd te begrijpen. Hij ziet de urgentie zeker.
Hij zette ook niet per se in op “voorkómen”. De vraag is nu welk genezingsproces te kiezen, welke medicatie. Alle ervaringsdeskundigen zeggen dat mensen van de opvang niet beter worden. Mensen worden pas beter wanneer ze een thuis hebben. Daar ligt zijn allereerste prioriteit: meer woonplekken voor deze groep. Het voorkómen is een andere vraag. Hij zegt met GroenLinks mee dat het inderdaad nodig kan zijn. Hij sluit dat niet uit. Misschien is dat ook noodzakelijk op korte termijn wanneer de druk zo hoog blijft. Wanneer dat het geval is, zal het college zijn verantwoordelijkheid nemen, zoals het college dat altijd nam. Dat is iets anders dan het veranderen van het model. Voor dat laatste wil hij waken. Het CDA vroeg specifiek naar het Living Lab en de middelen die zijn overgeheveld naar volgend jaar. De wethouder zet uiteen dat dit een van de zeer kansrijke Pagina 44 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2140
2150
2160
2170
2180
mogelijkheden is die vanuit het Rijk geboden zijn om dakloosheid aan te pakken. Grosso modo is 25 miljoen naar Utrecht gehaald om in dat Living Lab 150 woonplekken te creëren. Hij vindt de eerste resultaten buitengewoon hoopgevend met hoge welzijns- en activeringspercentages. Dit is een voorbeeld van een effectieve methode. Niet alle plekken zijn gerealiseerd. Daarom is een deel van de middelen meegenomen naar volgend jaar. De PvdA vroeg naar de koudweerregeling en of de opvang de hele winter open kan blijven. De wethouder deelt mee dat de G4 hierin gezamenlijk optrekken. Hij heeft begrepen dat vooral Den Haag een besluit heeft genomen de hele winter de koudweerregeling open te houden. Het college gaat met de G4 in gesprek over of dit consequenties heeft voor alle grote gemeenten. Het college zal daarover terugkomen bij de raad. Hij is ook benieuwd hoe Den Haag dit precies wil inrichten, onder welke voorwaarden en met welke criteria. De voorzitter vraagt hoe en wanneer het college hierover terugkomt bij de raad. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat hij zo snel mogelijk hierover terugkomt. Het gaat over deze winter. Hij kan hieraan op dit moment niets concreets koppelen. Hij gaat er vanuit dat de commissie Q4 te laat zal vinden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft begrepen dat de winteropvang in Den Haag 4 november al opengaat.
Wanneer dit mogelijk is voor het slotdebat, ziet zij dat heel graag. Wethouder Van Ooijen antwoordt bevestigend: vóór het slotdebat. Hij vervolgt met in te gaan op de inbreng en vragen over toegankelijkheid. De VVD vroeg wat nodig is om het toegankelijkheidsakkoord te realiseren. Het belangrijkste wat nodig is, is dat het bestuur in het proces dat het maakt tot beleid van meet af aan toegankelijkheid daarin precieser en concreter mee te nemen. Wanneer het bestuur het aan het begin goed doet, zullen de financiële effecten vaak wel meevallen om uiteindelijk tot een aanpak te komen waarin toegankelijkheid gerealiseerd wordt. Dat geldt voor een breed scala aan onderwerpen of het nu gaat om een woningbouwproject of om de herinrichting van openbare ruimte, of het nu gaat om de Speelvisie (zoals ingebracht door D66). Het stadsbestuur zal veel meer moeten leren om helemaal aan het begin van die beleidstrajecten ervaringsdeskundigheid onderdeel te maken van de uitwerking. Dat is wat hem betreft het belangrijkste dat nodig is. D66 vroeg ook nog naar een toezegging van de wethouder van een koppeling tussen de Omgevingswet en het toegankelijkheidsakkoord. De wethouder vindt dat die koppeling er zeker moet komen en zal die maken. Het college zal dat organiseren. Hoe en waar is in het hele bouwwerk van de Omgevingswet een uitwerkingsvraag.
Daarop kan hij niet nauwkeuriger ingaan op dit moment. De wethouder vindt de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bijna een voorwaarde om succesvol toegankelijke ruimte in Utrecht te creëren. De wethouder vervolgt met in te gaan op de inbreng over sport en allereerst in specifieke zin over het zwemwater en het zwembad in Leidsche Rijn. De wethouder deelt mee dat daarin een planning geldt. Die planning is gegrond op 2025. In 2022 zal het college kijken naar het in kaart brengen van de technische ontwikkeling ten aanzien van duurzaamheid in het Programma van Eisen. In 2023 zal een ontwerpteam aan de slag gaan. De aanbesteding van de bouw en de realisatie is gepland in 2024/2025. Dat is conform het eerder gedane haalbaarheidsonderzoek en het onderzoek naar zwemwater in Utrecht zoals de raad dat onderzoek ook heeft ontvangen.
Pagina 45 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2190
2200
2210
2220
2230
Vragen zijn gesteld over zwemvaardighei, in het bijzonder de vragen van de VVD over de indicator om het zwemdiploma van de leeftijd van 10/11 naar 6/7 te krijgen. In Utrecht heeft het college de belofte dat kinderen mogen worden ingeschreven vanaf het moment dat zij 5 jaar zijn en dat zij kunnen starten met zwemlessen voordat zij 6 jaar oud zijn. Dat zegt nog niet zoveel over het aantal kinderen dat dan een zwemdiploma heeft gehaald. Uit landelijke cijfers blijkt dat gemiddeld tussen de 45 en 50 lesuren nodig zijn voor een diploma voor kinderen. Wanneer daarbij de vakantieperiode wordt opgeteld, is al een jaar verstreken. Het kan ook zijn dat kinderen worden ingeschreven na hun 6-de of 7-de levensjaar. Daarom koos het college uiteindelijk voor die 10 en 11 jaar als indicator. Een indicator van 6/7 zegt eigenlijk te weinig om het beleid op te kunnen aanpassen. Daarom adviseert hij de raad het bij deze indicator te houden. Een extra argument zou zijn dat het bestuur eigenlijk indicatoren langjarig zou willen volgen om het effect te kunnen zien. Wanneer de indicator wordt gewijzigd, zal een aantal jaren nodig zijn voordat meerjarige beleidsconclusies zijn te trekken. De heer Van Dalen (VVD) begrijpt dat een kind met zijn zevende een zwemdiploma zou moeten kunnen hebben. Dat kind hoeft dan niet veel ouder zijn. Hij vindt indicator vreemd.
Hij vraagt nogmaals of de wethouder bereid is die indicator aan te passen. Wethouder Van Ooijen herhaalt zijn antwoord. De heer Van Dalen (VVD) licht toe dat dat de reden is waarom de stad het wil meten. Daarom zegt deze indicator niets. Hij vindt het antwoord niet zinnig. De voorzitter begrijpt dat het raadslid en de wethouder het niet eens zullen worden en dat het raadslid weet welk instrument tot zijn beschikking is om hieraan iets te veranderen. De wethouder vervolgt zijn beantwoording met in te gaan op de vraag van de PvdA over zwemles met betrekking tot het signaal dat assertieve ouders hun kind op veel plekken inschrijven, zowel particulier als bij de gemeentelijke zwemlessen en daardoor het systeem onder druk zetten. De wethouder bevestigt dit signaal. Dit is de praktijk in Utrecht. Het college is zeer alert na te gaan of binnen de bestaande mogelijkheden uiteindelijk elk kind zwemles biedt. Het op meer plekken inschrijven blijkt vaak bij het aanbieden van de gemeentelijke zwemles. Dit is een praktijk die niet wenselijk is. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt in dit geval nog niet het ergste dat mensen zich op meerdere plekken inschrijven. Bij gemeentelijke zwembaden zijn kinderen vanaf vier jaar in te schrijven en dat ze vanaf 5 jaar zwemles volgen. Er is een bepaalde groep ouders die hun kind op hun vierde inschrijven en die de routes kennen.
Het is haar te doen om de eerlijkheid. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat er heel breed aandacht is voor het halen van het zwemdiploma door alle kinderen. De inzet van het college is een zo hoog mogelijke zwemvaardigheid te creëren bij 10 jarigen. Utrecht bereikt ook hele hoge percentages. Dat het uiteindelijk in het proces tot verschil leidt wie snel en minder snel het zwemdiploma haalt, vindt de wethouder minder belangrijk dan of de kinderen leren zwemmen. Op dit laatste focust het college momenteel. De wethouder vervolgt met in te gaan op vragen over sportevenementen zoals de VUELTA. Of het college dit sportevenement zal doorzetten. Hij zet uiteen dat die gekoppeld is aan Economische Zaken. Hij beantwoordt deze vraag vanuit het perspectief van Sport. Het college heeft al andere evenementen ingezet, te denken valt aan Life Goals. Nagedacht wordt of daaraan een vervolg te geven is of als Pagina 46 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2240
2250
2260
2270
2280
stepping stone voor andere evenementen. In dat opzicht denkt het college na over grote evenementen die de sport verder stimuleert. Breed is aandacht gevraagd voor het gesprek met de verenigingen over post corona: wat is aan hulp nodig en hoe staat het met de financiële situatie. De concrete vraag van de ChristenUnie betreft de herhaling van het vitaliteitonderzoek. De wethouder kan dat toezeggen. Hij vindt dat een verstandige suggestie. De wethouder zegt hierbij dat hij nog maar matig aanvragen ziet binnenkomen voor de subsidie om duurzaam uit de crisis te komen. Dat kan enerzijds te maken met dat uit de vitaliteitsscan blijkt dat verenigingen het net redden; hen de ruimte geven door te gaan. Het zou ook kunnen dat de regelingen van de gemeente te strak zijn afgesteld. Het college zal daar goed naar kijken. Hij roept de verenigingen op een aanvraag te doen wanneer zij dit links- of rechtsom te horen krijgen. Ook als die aanvraag net niet past binnen de regels, heeft het college het liefst concreet zicht op wat er speelt en hoe de financiële situatie ervoor staat. Het college gaat er zelf ook naar kijken om de sportclubs post corona een goede toekomst te bieden. De voorzitter vraagt wanneer de raad dit kan verwachten. Wethouder Van Ooijen antwoordt medio 2022. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of het mogelijk is om bij de scan de discussie over capaciteit mee te nemen.
Nu zijn er problemen met kunstgrasvelden en met de kosten die dat met zich meebrengt. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat dit niet meegenomen moet worden met de vitaliteitsscan. Het college werkt voor het voorjaar volgend jaar aan een volgende update van het Mulieronderzoek, de afronding van het capaciteitsonderzoek naar sportbehoefte. Hij verwacht dat dan ook de bereikbaarheid daarvan naar voren zal komen. Dan neemt het college die vraag daarin mee. GroenLinks stelde een vraag over het stimuleren van sport bij kinderen juist bij hen bij wie de sportdeelname achterloopt. Voorgesteld is om kennismakingslessen te organiseren op het VO en op het Speciaal Onderwijs. Dit gebéurt al tot zijn opluchting. Het college is met Sport Utrecht in gesprek om na te gaan of dit is te intensiveren. Er zijn middelen geweest uit het landelijk Sportakkoord die specifiek zijn ingezet voor de buurtsportcoaches. Het is mogelijk om met hen in gesprek te gaan over of op dat punt extra te investeren is. Gevraagd is naar inclusieve talentontwikkeling en via die weg topsport te bevorderen juist voor mensen met een beperking. De wethouder vindt de suggestie mooi en terecht. Daarvoor zal het lokale Sportakkoord bediend moeten worden. Daar zijn mogelijkheden om aanvragen in te dienen. Clubs kunnen daarmee concreet aan de slag.
Zij kunnen terecht bij Sport Utrecht en bij de gemeente via het Sportakkoord om na te gaan of ze daarin een volgende stap willen zetten. De wethouder zou graag willen toezeggen om bij het koersgesprek dat is afgesproken in de Sportagenda op dit specifieke punt terug te komen. Richting D66 die een mooi voorbeeld gaf uit Den Bosch stelt hij voor telefonisch in contact te treden met zijn collega's in Den Bosch; mogelijk kan het een goede aanvulling zijn bij de sportcontainers zoals aangegeven door Student & Starter. Hij zal de suggestie onderzoeken om na te gaan of dit in Utrecht van toegevoegde waarde kan zijn. In het kader van de vragen over Sportpark Overvecht Noord zet de wethouder uiteen dat het college momenteel de alternatieven onderzoekt en nagaat of een verbeterde situatie voor alle betrokkenen te realiseren is. Hij kan niet zeggen of daaraan finan-
Pagina 47 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
ciële consequenties verbonden zijn. Zover is het college niet met het onderzoek. Hij weet dat ook niet voor het slotdebat. De brief over het onderzoek naar flora en fauna zal de commissie spoedig ontvangen. In die brief zal de raad de uitkomsten daarvan zien. Hij noemt het vleermuisonderzoek in dit verband. De ChristenUnie ging in op de vraag naar de stand van zaken van motie 125 over buurtsportcoaches. De wethouder attendeert de fractie op de raadsbrief 12 oktober. 2290
2300
2310
2320
De Partij voor de Dieren ging in op het kunstgras en gif over noninfil en op of dat kan worden toegezegd. Het belangrijkste discussiepunt daar is dat op dit moment de KNVB volledige infil nog niet goedkeurt. Het college is volop bezig met die ontwikkeling. Daarop vinden innovaties plaats. Het hele land kijkt mee hoe Utrecht het doet. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) vraagt hoe het met hockey zit. Staat de hockybond dit wel toe? Wethouder Van Ooijen begrijpt dat mevrouw Snippe dan vooral spreekt over velden met waterkoeling. Die hebben als algemeen doel om in 2022 volledig te worden beheerd zonder inzet van biocide. De andere sportvelden worden al zoveel mogelijk op die manier beheerd. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) vraagt of de hockeybond toestaat om op noninfil wedstrijden te spelen. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat volgens hem de noninfil vooral gaat over de velden voor het voetbal. Hij kan nagaan of er Noninfil gebruikt wordt bij het hockey. Voor wat hij weet is die innovatie daar er nog niet. De commissie krijgt hierop een reactie. DENK ging in op sportdeelname in KANALENEILAND en Overvecht. Tot zijn vreugde is er weer een vereniging op Papendorp, SV Utrecht United. Het college is met die vereniging intensief in gesprek om de sportdeelname te bevorderen. Sport Utrecht heeft specifiek aandacht voor juist deze wijken.
Gevraagd is naar de overkappingen: buitensporten in coronatijd. Dat was vooral noodzakelijk ten tijde van dat binnen niet gesport mocht worden. Als het gaat om het resultaat van die overkappingen is er enige teleurstelling. Het bleek veel complexer dan vooraf gedacht om die overkappingen te realiseren op de korte termijn. Dit heeft ook een langere doorlooptijd gehad dan voorzien. Een aantal plekken bleek daarvoor niet geschikt. Hij hoopt dat de sporthallen en -zalen gewoon openblijven. Dan hoeft het college zich niet te wenden tot dit soort noodtoestanden. Hij beantwoordt de overige vragen. GroenLinks vroeg of voor het slotdebat informatie te verkrijgen is over de 135% van het sociale minimum (voor de vrijstelling van de eigen bijdrage). Wethouder Van Ooijen antwoordt bevestigend. De raad krijgt deze informatie voor het slotdebat. De wethouder heeft over het betrekken van de inwoners bij de aanbesteding van hulpmiddelen een brief geschreven en naar de raad gestuurd. Hij bevestigt de PvdA dat het opnieuw een aanbesteding is geworden. Hij heeft daarover het nodige uit de doeken gedaan in zijn brief van juni conform de gevraagde toezegging waarom dat hier noodzakelijk was. Ervaringsdeskundigheid is opgenomen als een van de manieren waarop het college invulling geeft aan deze aanbesteding.
De wethouder antwoordt bevestigend dat bewoners betrokken worden bij tussentijdse evaluaties van de subsidietenders. De bewoners zullen een cruciale rol krijgen.
2330
Pagina 48 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021
2340
2350
D66 ging in op de duurzame ondersteuning van de ouderen (De LHBTIQplus aanpak voor ouderen). Hij zal aanstaande vrijdag daarbij aanwezig zijn. Hij zal met de betrokkenen bespreken wat zij nodig hebben aan duurzame ondersteuning en nagaan of dat mogelijk is. Het CDA ging in op de aanpak tegen eenzaamheid. De wethouder refereert aan de raadsbrief waarin het college de methodiek uit de doeken doet hoe te meten of het effectief is. Wanneer de raad van mening is dat dat onvoldoende is of wanneer de raad dat op een andere manier wil meten met andere indicatoren, verneemt hij dat heel graag. Het college meet vooral via het onafhankelijk onderzoek van Movisie. De heer Van Steeg (CDA) overweegt een afzonderlijk debat daarover. Hij denkt dat dit scherper kan. Wethouder Van Ooijen vindt dit helder en denkt dat het goed is om hierover afzonderlijk terug te komen bij de commissie. Hij vervolgt met in te gaan op de maatschappelijke stage en de maatschappelijke diensttijd. De wethouder bevestigt dat dit prachtige projecten zijn in Utrecht. Hij stelt voor gezamenlijk langs de missie 030 te gaan. Daar doen ze geweldige dingen. Een nieuwe aanvraag van deze partijen is momenteel gaande. Het enthousiasme van deze jongeren om hier iets moois van te maken is geweldig groot. Hij gelooft dat dit de mooiste MDT-projecten zijn in Nederland, zo zegt de wethouder met onverholen trots.
Hij denkt dat deze jongeren Utrecht based dingen neerzet. Het college ondersteunt hun nieuwe subsidieaanvraag. DENK vroeg naar informatie voor mensen die de weg niet weten. Zijn collega heeft hierover al iets gezegd. Het zorgstelsel zou volgens DENK vereenvoudigd moeten worden. De wethouder deelt die ambitie. Het is veel te vaak enorm complex waardoor mensen niet weten waar ze terecht moeten. Hij stelt voor die ambitie te verwezenlijken. De voorzitter stelt de niet beantwoorde vragen aan de orde.
2360
2370
Mevrouw Raaijmakers (PbvdA) had vragen gesteld over hulp bij het huishouden. Wetrhouder Van Ooijen antwoordt dat de commissie daarover schriftelijk geïnformeerd zal worden. De beantwoording van de schriftelijke vragen staat zo goed als klaar om naar de raad gestuurd te worden. Hij stelt voor het debat op een ander moment te voeren. Desgevraagd door de voorzitter antwoordt de wethouder dat de brief vóór het slotdebat de raad zal hebben bereikt. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) had een toezegging gevraagd van een update naar aanleiding van de resultaten tot nu toe over de motie van haar fractie Laat Helden Ontstaan. Zij refereert aan de bloktest en de verkenningen die nog gaande zijn naar hoe sport en onderwijs beter op elkaar aan te sluiten. Wethouder Van Ooijen stelt voor de raad op de hoogte te houden van de informatie in de brief die hij al toezegde en na te gaan zodra daarvan meer uitwerkingen zijn, het college de raad zal informeren over die stand van zaken. Hij neemt dit mee in de verzamelbrief. De voorzitter stelt de nog niet beantwoorde vraag aan wethouder Klein aan de orde. Wethouder Klein gaat in op de vraag van Student & Starter over de cultuurcoach bij de Buurtteams en de desbetreffende samenwerking. De wethouder zet uiteen dat de inzet van de cultuurcoach terugkomt in de kadernota Cultuurparticipatie waaraan nu Pagina 49 van 80
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens en Samenleving d.d. 27 oktober 2021 2380
gewerkt wordt. Daar zal in te herkennen zijn dat die inzet verspreid moet zijn over de hele stad en dat het ook gaat om verbinders die veel contact hebben met de Welzijnsprofessionals zoals ook de Buurtteams. Dat komt op een goede manier daarin terug. Tweede termijn De voorzitter constateert dat de commissie daaraan geen behoefte heeft. Zij recapituleert de gedane toezeggingen. Alles wat is toegezegd vóór de programmabegroting, wordt niet genoteerd als toezegging.
2390
TOEZEGGINGEN: Wethouder Klein zal in het kader van cultuur in Q1 2022 een raadsbrief naar de raad sturen over de verkennende gesprekken met een aantal partijen in de stad over internationalisering van cultuur, een schets van wat internationalisering is en wat de gemeente daaraan kan doen. 2400
2410
Wethouder Eerenberg zal In het kader van jeugd In begin van Q1 2022 een brief naar de raad sturen naar aanleiding van het actieplan Utrecht Zorgt; die brief zal gaan over personeelstekorten. Daarbij gaat de wethouder onder meer in op salariëring, beloning en concurrentie. In Q4 2021 bij de raad terugkomen met een brief over de POH Jeugd en de stand van zaken daarin als het gaat om het streven naar de 60%. Wethouder Eerenberg zal In het kader van volksgezondheid In Q1 van 2022 een brief naar de raad sturen over de uitkomsten van het gesprek met de abortuskliniek over wat de kliniek doet aan nazorg. In Q2 2022 een terugkoppeling geven over Mental Health Care en de bijbehorende financiën. Wethouder Van Ooijen zal In het kader van asiel en integratie In Q4 van 2021 via een raadsbrief de raad informeren over de uitkomsten van de aanbesteding van de leerroutes.
2420
Wethouder Van Ooijen zal In het kader van Sport - De vitaliteitsscan van de sportverenigingen herhalen en de raad informeren over de uitkomsten in Q3 van 2022. in het voorjaar van 2022 (Q3) een update toesturen naar de raad over de uitkomsten van het capaciteitsonderzoek sportbehoeften. De voorzitter schorst om 18.20 uur de vergadering tot 20.00 uur.