concept verslag PB 2023 Cie OWE 2022.10.19.docx
Tekst van het document
Het is een goede ontwikkeling dat er bij het verlenen van vergunningen aan flitsbezorgdiensten randvoorwaarden worden gesteld aan de bedrijfsvoering en overlast. De middelen worden gereserveerd. Aan de wethouder de vraag of hij kan aangeven of het budget dat nu naar economie gaat voldoende is in de uitvoering van het vast te stellen beleid. Een andere vraag betreft het evenementenbeleid. In het volgende kwartaal komt er een raadsbrief over de locatieprofielen. Daarvoor is een budget van 250.000 euro. Kan de wethouder aangeven of de eerste locatieprofielen nog voor de zomer nog in de raad worden besproken? Als laatste nog een vraag over citymarketing. Samen met de PvdD heeft de PvdA een motie ingediend (die ook is aangenomen) over de naamswijziging van Utrecht Marketing. Wanneer kunnen we die naamswijziging verwachten?
Inbreng Volt 30
35
40
45
50
De heer Stam (Volt) zegt eveneens te beginnen met het thema Werk en Inkomen. Zijn fractie maakt zich grote zorgen over stijgende armoede, ook in Utrecht. Hij is daarom blij met de initiatieven van het college. Toch heeft hij hierover nog een aantal vragen. De begroting blijft vaag over wat bedoelen wordt met het opzoeken van de randen van de participatiewet. Tijdens de bespreking van de Voorjaarsnota is daar ook al naar gevraagd. Hier dan nogmaals de vraag om daar meer duidelijkheid over te geven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of Volt het ermee eens is om voor de mensen met de laagste inkomens en mensen met een bijstandsuitkering belastingen kwijt te schelden en de kostendelersnorm helemaal niet meer toe te passen. De heer Stam (Volt) geeft aan dat dat inderdaad ook zaken zijn waar Volt over nadenkt. Hij zou daar positief tegenover staan. Hij vervolgt zijn betoog. Volt vindt het belangrijk dat de regelingen toegankelijk zijn. Dat het zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om aanspraak te maken op regelingen waar je recht op hebt en dat we flexibel gebruik maken van de middelen die beschikbaar zijn. En dat we zoveel mogelijk de angst voorkomen van Utrechters om als fraudeur bestempeld te worden. Regelingen zijn complex en men ervaart soms een soort angst om iets verkeerd te doen en dan door de mangel te worden gehaald.
Kan de wethouder inzichtelijk maken hoeveel geld er nu wordt besteed aan de uitvoering van de armoederegeling ten opzichte van het geld dat daadwerkelijk ten goede komt aan de mensen die het nodig hebben. Hij zegt te begrijpen dat de cijfers nu niet paraat zijn, maar vraagt de wethouder dan toe te zeggen dat inzicht later met de raad te delen.
55
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat het doel daar achter is. De heer Stam lijkt erop te wijzen dat mensen geen vertrouwen hebben in de overheid. Maar als je armoederegelingen hebt wil je ook dat ze uitgevoerd worden. Juist vanuit vertrouwen, wat betekent dat persoonlijke begeleiding soms nodig is. Ze vraag de heer Stam hoe men dat met elkaar rijmt. Ze ziet de koppeling niet helemaal.
60
De heer Stam (Volt) antwoordt dat de koppeling daar zit, dat armoedebeleid nu nogal complex wordt vormgegeven. De wereld is complex, de behoeften van de mensen in de stad zijn complex, Pagina 16 van 45
5
maar tegelijkertijd is het een feit dat de regelingen ook steeds complexer worden. Dat leidt tot hogere uitgaven aan uitvoering hetgeen weer leidt tot minder geld voor de mensen die het nodig hebben. Er is angst om er aanspraak op te maken omdat men de regelingen niet meer overziet, niet meer weet waar men recht op heeft. Die nadelen willen we bestrijden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt de uitgangspunten van de heer Stam te delen. Het is haar echter nog steeds niet duidelijk wat de heer Stam zegt over de koppeling tussen de hoogte van het bedrag voor de uitvoering en wat er nu wordt gezegd.
10
De heer Stam (Volt) verduidelijkt dat het goed is te blijven nadenken over het simpeler maken van de regeling in de uitvoering. De complexiteit zorgt ervoor dat de uitgaven aan uitvoering heel hoog zijn. We kunnen twee vliegen in één klap slaan door te blijven zoeken naar manieren om die regelingen simpeler te maken. Dat is zowel kostenbesparend als effectiviteit verhogend.
15
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt het nog steeds niet te begrijpen. Ook zij is er voor om het simpeler te maken, maar tegelijkertijd vraagt dat juist ook om uitvoering. Het is de vraag of de geschetste tegenstelling terecht is.
20
25
30
De heer Stam (Volt) zegt blij te zijn dat beide partijen vóór simpele regelingen zijn. Hij kijkt uit naar het antwoord van de wethouder om met elkaar te kunnen zoeken naar de beste balans in dit dilemma. Hij gaat verder met zijn betoog. Economie: In de uitvoeringsbrief van het coalitieakkoord is een update beloofd over het hotelbeleid voor het eind van volgend jaar. Hij zou graag de huidige stand van zaken horen. Vanuit Utrecht Marketing wordt gezegd dat de hotels in Utrecht vrijwel leeg zijn en aan de andere kant dat er een tekort is aan hotelcapaciteit. Hoe kijkt het college daar naar? Wil de gemeente de hotelcapaciteit in de stad uitbreiden? Uit het ondernemersfonds worden veel goede initiatieven betaald voor de stad, maar er is geen controle op waar het geld aan wordt uitgegeven. Sommige ondernemersverenigingen zijn klein en inactief, hetgeen zorgelijk is. Toen het ondernemersfonds in 2011 werd opgericht was ook één van de zorgen dat het ondernemersverenigingen minder actief zou maken. Spreker hoort graag van het college hoeveel mandaat zo’n kleine ondernemersvereniging heeft om het fondsengeld te besteden. Hoe denkt de wethouder erover om eisen te stellen aan zo’n vereniging, bijvoorbeeld een minimum ledenaantal of een minimum niveau van activiteit.
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat juist sinds het ondernemersfonds is opgericht de ondernemersverenigingen actief zijn geworden. Het gaat niet om leden, maar om het aantal ondernemers dat in het gebied woont. Het lijkt nu net of Volt het ondernemersfonds geen goed idee vindt en denkt dat er geen goede controle op uitgevoerd wordt.
40
De heer Stam (Volt) denkt dat het ondernemersfonds de stad veel voordelen heeft gebracht. Daar zijn legio voorbeelden van. Maar er zijn wel een paar kritische vragen over de werkwijze van het fonds. Er zijn wel verenigingen in de stad die een stuk actiever zijn geworden, maar er zijn ook voorbeelden van verenigingen die klein en inactief zijn. Er wordt wel geld uitgegeven waar de ondernemers verplicht aan moeten bijdragen.
45
50
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat het dan gaat om drie à vier verenigingen van de 70. Gekeken kan worden hoe die actiever kunnen worden. Dus ook dat er bijvoorbeeld op industrieterreinen niet zoveel ondernemers zijn die mee kunnen doen. Daar moet ook rekening mee worden gehouden. De heer Dijkstra (Een Utrecht) wil weten of Volt nu wel of niet voorstander is om het ondernemersfonds eerder te versterken en uit te bouwen.
55
De heer Stam (Volt) legt uit dat hij over het ondernemersfonds is begonnen omdat hij vindt dat de uitvoering heel belangrijk is. Van de ondernemers wordt een verplichte bijdrage gevraagd via de verhoging van de OZB niet-woningen. Hiervoor had de ondernemersvereniging een vrijwillig karakter. Daarom is het goed dat de gemeente actiever gaat toezien op de besteding van het geld.
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat het ondernemersfonds een soort participatiefonds voor ondernemers is en vindt het een prachtig initiatief. Ook is men voorstander van een Pagina 17 van 45
bewonersfonds. Ziet Volt ook de parallel dat hier eigenlijk sprake is van een stukje belastinggeld dat de gemeente int en deels weer teruggeeft aan een groep om zelf te besteden? Dat is een vorm van eigenaarschap en participatie. 5
De heer Stam (Volt) antwoordt dat zeker te zien. Maar hiervoor was het inleggen op zo’n lokale vereniging op vrijwillige basis. Nu gaat dat via de OZB, dat is niet vrijwillig. Ondernemers moeten bijdragen aan dat fonds of ze nou willen of niet. Daarom is het ook wel goed dat er enig toezicht is op de manier waarop die verenigingen dat geld uitgeven.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat OZB zowel bij bewoners als bij ondernemers wordt geheven. Zou Volt dan ook willen meedenken hoe je de OZB voor bewoners ook in een soort participatiefonds zou kunnen storten?
15
20
25
30
35
40
45
50
De heer Stam (Volt) vindt dat de heer Dijkstra nu een heel andere vraag stelt dan waar hij het over wil hebben, namelijk het ondernemersfonds voor ondernemers. Hij zegt daar graag met de heer Dijkstra over te willen brainstormen maar dit is niet het juiste moment. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het ondernemersfonds al heel lang bestaat. Het is gewoon een fonds voor ondernemers en geen fonds waar de gemeente beschikking over heeft. Waar haalt de heer Stam het vandaan? De heer Stam (Volt) wijst op de online bronnen waar de oprichting van het ondernemersfonds wordt vermeld. Het is destijds opgericht op verzoek van de ondernemers, maar de huidige inleg in het fonds heeft geen vrijwillig karakter meer en dat is waar hij bij zijn inbreng op doelde. Hij vervolgt zijn betoog. Volt krijgt signalen van ondernemersverenigingen in de stad waar lokale ondernemers ontevreden zijn over de manier waarop het geld wordt besteed. Zij kunnen natuurlijk in zo’n situatie natuurlijk actiever participeren in hun lokale ondernemersvereniging, maar hoe kijkt het college hier tegenaan? Welke mogelijkheden zien zij voor ondernemers, wat kunnen die in zo’n situatie doen? Verder een laatste vraag over dit onderwerp: Centrummanagement Utrecht heeft een aantal factoren waar ze op sturen, zoals de bereikbaarheid met de auto vanaf de ring.
Dat is nogal in contrast met het mobiliteitsbeleid van de gemeente. Hoe kijkt het college daar tegenaan? Waarom moeten Utrechtse centrumondernemers meebetalen aan de doelen van het CMU over bereikbaarheid met de auto. Onderwijs: Volt hoort signalen van middelbare scholen dat kansrijk adviseren voor hen nogal een keerzijde heeft. Leerlingen stromen in met een iets lager niveau in rekenen en taal en de middelbare school probeert de leerling dan mee te krijgen op het niveau waarop ze zijn ingestroomd. Dat vraagt dan een extra inspanning. En als dat niet lukt dan worden ze daar door de onderwijsinspectie op afgerekend. En als het wel lukt krijgen ze daarvoor geen erkenning. Herkent de wethouder deze signalen en hoe ziet hij die? Zoals D66 al noemde is er in Utrecht een tekort aan praktisch geschoolde mensen. Kansrijk adviseren betekent ook dat mensen gepusht worden om op een theoretischer niveau het onderwijs te volgen. Hoe ziet de wethouder in dat licht de effecten van kansrijk adviseren. Er mag niet meer gesproken worden over hoger en lager opleidingsniveau, maar als er wordt gezegd dat havo kansrijker is dan vmbo, dan slaan we de plank mis.
Als we willen inzetten op een hogere waardering van praktisch geschoolde mensen in deze stad, waarom gebruiken we dan de term kansrijk adviseren? Mevrouw Chirino (CU) is van mening dat het goed is jongeren een kans te geven om op een bepaald niveau mee te doen in het onderwijs. Is Volt dan tegenstander van kansrijk adviseren? De heer Stam (Volt) zegt dat mensen zeker kansen moeten krijgen in het leven, maar in het geval van kansrijker betekent dit theoretischer. Dat is een tegenstelling waar hij zich zorgen over maakt.
55
60
Mevrouw Chirino (CU) zegt het niet eens te zijn met de conclusie van Volt. Kansrijker betekent dat je mensen überhaupt een kans geeft. Waarom dat waardeoordeel? De heer Stam (Volt) antwoordt dat het een constatering is van de wijze waarop die term in de praktijk wordt gebruikt. Als het gaat over kansrijk adviseren dan gaat het vaak over een leerling die havo gaat doen in plaats van vmbo en niet andersom. Pagina 18 van 45
Mevrouw Assen (PvdA) is van mening dat het een misvatting is dat theoretisch hoger is. Bij kansrijk adviseren gaat om de best passende plek. Deelt Volt die opvatting? 5
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Stam (Volt) zegt dat dat inderdaad zo zou moeten zijn, maar in de praktijk is dat niet altijd zo. Mevrouw Assen (PvdA) is van mening dat er dan naar gestreefd moet worden dat dat zo is. En niet kansrijk adviseren wegzetten als iets verkeerds. De heer Stam (Volt) is het daar mee eens. Daarin kan Volt optrekken met de PvdA. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst erop dat dit een leuke discussie is in de raad, maar in de praktijk wordt de discussie gevoerd aan de keukentafel. Daar zeggen de mensen van wie een kind vmbo-advies heeft gekregen dat ze het gesprek willen aangaan om het kind op havo-niveau te krijgen. Hij vraagt zich af wat de raad of het stadsbestuur kan doen om de mindset van de ouders te veranderen. Hoe staat Volt daar in? De heer Stam (Volt) zegt deze vraag eveneens te stellen. De taal is daarbij belangrijk en daarom stelt hij deze vraag ook. Hij gaat verder met zijn betoog. Het lerarentekort: Het plan Utrecht Leert had een looptijd tot 2022. Het is goed te evalueren hoe effectief Utrecht Leert is geweest. Welke evaluatie is daarvoor gepland? Voorts verwijst spreker naar de motie over parkeervergunningen voor leraren die enige tijd geleden is aangenomen. Hij wil weten of dat al in werking is getreden en welke scholen daar gebruik van maken. Er is een aantal scholen dat al voldoende parkeergelegenheid heeft.
Heeft de wethouder er zicht op of die gebruik maken van die parkeervergunningen? Tot slot zegt de heer Stam signalen uit Rotterdam te kennen dat er meisjes zijn in het vijfde jaar van de middelbare school, met een achtergrond uit Pakistan, die naar Pakistan vertrekken en niet meer terugkeren. Het vermoeden bestaat dat ze daar tegen hun zin worden uitgehuwelijkt. Dat is zeer zorgelijk. Kent de wethouder daarover ook signalen in Utrecht? Als dat hier ook gebeurt, wat kunnen scholen dan doen om dat te signaleren en mogelijk te voorkomen? Is dat iets waar we zicht op hebben en waar we op dit moment iets aan kunnen doen? De heer Dijkstra (CDA) vraagt de heer Stam of hij het niet een beetje vreemd vindt om er van uit te gaan dat scholen een parkeervergunning zouden aanvragen terwijl ze genoeg plek hebben. De heer Stam (Volt) zegt dat hij gewoon wil weten of het zo is en of daar op wordt gelet bij de uitvoering. De voorzitter schorst de vergadering voor een paar minuten. Hij wijst erop dat het tempo wat omhoog moet als het doel is om half 7 of uiterlijk 7 uur af te kunnen ronden.
Inbreng Student en Starter
50
Mevrouw Kendir (Student en Starter) start haar bijdrage met het onderwerp Onderwijs. In de Programmabegroting viel het op dat de punten over voldoende stageplekken alleen over mbostudenten gaat. Ook voor hbo en in mindere mate ook wo geldt dat het belangrijk is dat er voldoende stageplekken gecreëerd worden. Kan de wethouder toezeggen dat het inzetten op meer stageplekken, ook buiten de gemeente, breder wordt getrokken naar hbo en wo?
55
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) meent dat stageplekken ook daar heel belangrijk zijn, maar er moet wel gekeken worden waar de inzet op wordt gepleegd. Ze vraagt of mevrouw Kendir het met haar eens is dat juist in het mbo het tekort het meest nijpend is, zodat daar het hardst op moet worden ingezet.
60
Mevrouw Kendir (Student en Starter) beaamt dat de nood hoog is bij het mbo en dat daar zeker inzet moet worden gepleegd, maar ook op het hbo en wo kunnen studenten in de knel komen. Het moet niet of/of zijn. De best practises bij het mbo kunnen worden meegenomen naar hbo en wo. Pagina 19 van 45
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat een stage bij het mbo vaak verplicht is en bij het wo vaak niet. Bij het mbo zijn al grote tekorten, dus het verschil is veel groter. Dit is een voorbeeld van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Hoe weegt Student en Starter dat? 5
10
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Kendir (Student en Starter) wijst erop dat ze heeft aangegeven dat het in mindere mate voor wo geldt, maar ook daar is het soms verplicht. En op het hbo is het ook verplicht. Daar zijn ook problemen. Ze vervolgt haar betoog: bestaanszekerheid. Er is een belangrijke opgave voor de gemeente om kinderarmoede uit de stad te krijgen. Het is goed dat daarvoor structureel 19.000 euro voor beschikbaar wordt gesteld en dat er in de Programmabegroting concrete dingen staan. Bijvoorbeeld het zorgen voor sport en culturele activiteiten voor kinderen in armoede. In de Programmabegroting staat dat het nieuwe armoedebeleid nog verder ontwikkeld wordt. Student en Starter wil daar richting aan geven. Vandaar de vraag of de wethouder kan toezeggen om in het armoedebeleid te kijken naar meer ruimte voor het aanvullen van het jeugdeducatiefonds, zodat meer scholen via dat fonds gefinancierd kunnen worden. Kan de wethouder kijken naar de realisatie van brugfunctionarissen op basisscholen, zoals GroenLinks dat ook net aangaf? Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) meent dat het mooie punten zijn, maar GroenLinks heeft juist gevraagd of dit vanuit de NPO middelen kan, omdat de armoedegelden ook heel hard nodig zijn om andere regelingen op te hogen. Hoe ziet mevrouw Kendir dit? Mevrouw Kendir (Student en Starter) geeft aan dat de vraag vooral is of er meer ruimte is om dit te gaan financieren.
Het is mooi als dat uit de NPO-gelden kan. Nu is eraan gerefereerd omdat er sowieso al een potje is voor kinderarmoede en dit een belangrijke maatregel is. Ze gaat verder met haar betoog. Economische zaken: het is goed dat er ingezet wordt op het binnenhalen van meer start-ups en het stimuleren van innovatie. Zo investeert de gemeente in een vliegende start en een doorstart van jonge ondernemers. We vragen de wethouder om startups niet alleen te ondersteunen met subsidie maar ook met bedrijfsruimte en als launching customer. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt het ermee eens te zijn dat startups en startende ondernemers ondersteund dienen te worden. Ze vraagt wat Student en Starter er dan vindt dat startende horecaondernemers het nu wel heel lastig gaan hebben. Mevrouw Kendir (Student en Starter) merkt op dat dit debatje ook al is gevoerd tussen VVD en D66. Ze sluit zich aan bij wat de heer Peters hierover heeft gezegd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) constateert dat Student en Starter er dus wel is voor alle startende ondernemers, behalve de horecaondernemers.
45
Mevrouw Kendir (Student en Starter) zegt het daar niet mee eens te zijn, maar omwille van de tijd hier niet verder op in te gaan. In Utrecht hebben we met de game-technologie en designtalent van de onderwijsinstellingen talent in huis. Groei stimuleren in deze sector is goed voor de economie en zet Utrecht op de kaart. Studen en Starter wil dat Utrecht dè gamehoofdstad van Nederland wordt. Dit kan door initiatieven zoals Utrecht Ins, GIM en de Dutch Game Garden ondersteuning te bieden en eSportevenementen en conventies naar de stad te halen door het verbeteren van het vestigingsklimaat voor deze sector. Graag een reactie van de wethouder.
50
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt op welke manier Student en Starter het vestigingsklimaat voor gamers specifiek zou willen verbeteren.
55
Mevrouw Kendir (Student en Starter) zegt al concrete dingen te hebben genoemd, zoals het bieden van ondersteuning aan initiatieven als Utrecht INS, GIM, de Dutch Game Garden en het organiseren van evenementen. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of mevrouw Kendir bedoelt dat de gemeente speciaal voor gamebedrijven evenementen moet organiseren.
60
Mevrouw Kendir (Student en Starter) zegt bedoeld te hebben faciliteren, niet organiseren. Pagina 20 van 45
Mevrouw Chirino (CU) vraagt of het faciliteren van eSportevenementen dan vanuit het evenementenbudget gedaan moet worden. 5
Mevrouw Kendir (Student en Starter) antwoordt dat het valt onder Economische zaken.
10
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat een aantal jaren geleden ook al is geprobeerd om van Utrecht dè gamestad te maken. Daar is echter qua werkgelegenheid weinig spinoff van gekomen. Zodra een startup een scale-up wordt vertrekken ze uit Utrecht. Hoe vindt Student en Starter dat de gemeente om moet gaan met die ambitie? Mevrouw Kendir (Student en Starter) antwoordt dat het vestigingsklimaat zodanig moet worden gemaakt dat het niet alleen aantrekkelijk is om je hier te vestigen maar ook om er te blijven.
15
20
De heer Penders (CDA) vraagt of Student en Starter met een iGametoernooi ook een link ziet met Utrecht gezondheidsstad. Past dat bij dezelfde ambitie? Mevrouw Kendir (Student en Starter) antwoordt dat ze dit bij Economische Zaken inbrengt en niet bij sport. Het is geen vervanging van sport.
Inbreng DENK 25
30
35
40
De heer Simsek (DENK) zegt al eerder iets gezegd te hebben over de gestegen horecaleges. Hij sluit zich volledig aan bij de mening van de VVD. Er zijn zorgelijke berichten over de lerarenopleiding Nederlands op de Hogeschool Utrecht. In een artikel las hij dat inhoud, toetsing, maar ook de sfeer te wensen overlaat, hetgeen zou leiden tot groeiende uitstroom. Daarnaast heeft hij ook persoonlijk contact gehad met een leerling die de lerarenopleiding Nederlands heeft verlaten om deze redenen. In een tijd van lerarentekort is dit zorgelijk en onwenselijk. Hij vraagt hij de wethouder of deze op de hoogte is van deze signalen en wat de wethouder wil doen om bijvoorbeeld in samenwerking met de Hogeschool Utrecht deze problemen aan te kaarten. Verder heeft hij nog een aantal punten, waarvoor hij zich, gezien de tijd, aansluit bij eerdere sprekers. Het punt van GroenLinks wat betreft de mbo-stagediscriminatie merkt hij op dat er nog geen plan van aanpak is, terwijl mbo-studenten al veel te lang wachten op dit plan. Wanneer kunnen we dit verwachten? Verder sluit hij zich aan bij het punt van de PvdA over gelijke behandeling van mbo-studenten en bij het punt van D66 over de Rijke Schooldag. Ook is DENK het eens met de PvdD over het punt van evenementen met dieren.
En tot slot sluit DENK zich aan bij het punt van de PvdA en GroenLinks over de klanttevredenheid met betrekking tot het leerlingenvervoer. Er moet echt naar een 8 worden gestreefd.
Inbreng ChristenUnie 45
50
55
Mevrouw Chirino (CU) zegt haar bijdrage kort te zullen houden en op een groot aantal thema’s aan te kunnen sluiten bij eerdere sprekers. Ze sluit zich aan bij eerder gestelde vragen over locatieprofielen. De vragen aan het college over de totale kosten en of die binnen of buiten deze collegeperiode vallen zijn gisteravond al gesteld. De CU hoort graag van de wethouder hoe zij aankijkt tegen de integrale afweging, bijvoorbeeld met het oog op spreiding. Graag een reflectie op hoe ze het zou willen uitwerken. Daarnaast haakt ze aan bij de vragen van GroenLinks over de mbo-agenda. Niet alleen wanneer die naar de raad komt, maar ook wanneer de wethouder verwacht te starten met de uitvoering. Verder sluit de CU aan bij de mooie woorden en steun voor initiatieven in het kader van de brede welvaart, circulaire donut economie. Ook kijkt de CU uit naar het bespreken van het nieuwe armoedebeleid in een goed debat en overleg met het college. De oproep voor een breder aanbod van een gebruiksvriendelijke voedselbank en groene alternatieven daarvoor worden ook gesteund. Dat geldt ook voor internet en ID voor U-pashouders, als voorschot op het nieuwe armoedebeleid waar het college aan werkt. Tot slot heeft spreekster nog een specifieke vraag over bijstand.
Het college verwacht een daling van het bijstandsbestand, maar in de schriftelijke vragen kwam daar al een correctie op, verwijzend naar de dashboardbrief Werk en Inkomen. In hoeverre heeft dit nog invloed op de begroting? Pagina 21 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil weten of de CU ook onderkent dat er armoede is bij ondernemers. Vindt de CU het dan niet lastig dat nu het preventief helpen van ondernemers om niet failliet te gaan wordt afgebouwd van 900.000 naar 600.000 euro. Mevrouw Chirino (CU) is van mening dat de VVD hier een interessante combinatie maakt. Bij het armoedebeleid hebben we ook mensen die ondernemen, dat is terecht. Maar wat betreft de vraag over de leges sluit ze aan bij het antwoord van onder andere D66. De voorzitter wijst erop dat er nu veel herhalingen zijn. Veel dezelfde vragen en dezelfde debatjes. Op deze manier wordt de afgesproken eindtijd niet gehaald. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat haar vraag daar niet over ging. Haar vraag betrof de subsidie voor het preventief helpen van ondernemers om niet failliet te gaan. Mevrouw Chirino (CU) veronderstelt dat mevrouw Al-Saqaff de subsidie in het kader van corona bedoelt. Het is goed dat de ondernemers zijn gesteund. Maar het is begrijpelijk dat dat op een gegeven moment wordt afgebouwd.
Inbreng EenUtrecht De heer Dijkstra (EenUtrecht) noemt als eerste punt de uitgaven op Werk en Inkomen tot 2023 maar ook tot verdere jaren. Deze dalen relatief fors meer dan bij andere programma’s in de begroting. Hoe verklaart de wethouder dit? Zijn tweede punt betreft de ervaringsdeskundigen. Het gaat om zes ervaringsdeskundigen op een totaal van 4659 ambtenaren. Gaat de wethouder actiever beleid maken op het meer en beter inzetten van ervaringsdeskundigen bij de gemeente zelf en bij organisaties die hoofdzakelijk werkzaam zijn voor de gemeente, zoals DOCK en Buurtteam. Heeft dat dan ook als doel aanzienlijk meer inzet dan nu? Het derde punt betreft de startups en scale-ups. Het is belangrijk dat het gaat om werkgelegenheid in plaats van mensen die toevallig even binnenkomen en binnen een jaar misschien weer weg zijn. Is de wethouder bereid de onderbouwing schriftelijk toe te sturen op basis waarvan in het college op 27 september 0,5 miljoen euro jaarlijks is goedgekeurd voor het vernieuwde programma Startups & Scale-ups. De raad zou hier toch een besluit over moet nemen. Dat zou nog in december kunnen. Graag de onderbouwing, zodat we ons kunnen voorbereiden voor de bespreking in december.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de heer Dijkstra het eens is met de fractie van Stadsbelang Utrecht dat de subsidie aan startups en scale-ups moet worden beoordeeld naar het potentieel aan toekomstig te verkrijgen werkgelegenheid. De heer Dijkstra (Een Utrecht) zegt het daar helemaal mee eens te zijn. Hij vervolgt zijn betoog. Het ging eerder al over basisbanen (volgens de PvdA), maatschappelijke banen (volgens de wethouder) en buurtbanen (als het aan EenUtrecht ligt). In de Programmabegroting staat dat er maar liefst 100.000 euro voor is gereserveerd. Spreker vraagt de wethouder hoeveel banen dat dan zijn en of het college kan toezeggen dat deze regeling ook zal openstaan voor buurt- en burgerorganisaties. Dus dat het niet uitsluitend commerciële bedrijven betreft. Tot slot herhaalt hij de vraag die hij gisteravond ook stelde: of de wethouder overleg heeft gehad met de horeca sector over de draagkracht en de impact van de legesverhoging. Mevrouw Kendir (Student en Starter) heeft een punt van orde. Ze is het er niet mee eens dat het laatste punt van de heer Dijkstra vanuit de eigen spreektijd ging zoals de voorzitter aangaf. Gisteren is er gezegd dat dat te maken heeft met het niet aanwezig zijn van de wethouders. Om dan twee keer de spreektijd verloren te laten gaan als fractie is niet heel bevorderlijk.
De voorzitter wijst erop dat gisteren is gezegd dat de wethouders er niet altijd zijn omdat iets op een ander beleidsterrein zit en dat wordt dan op andere momenten besproken. Dan kan het kort even herhaald worden. De vragen zijn meer in detail doorgegeven. Er is daar niet gezegd of het wel of niet uit de spreektijd kwam. Hij vraagt of het debat nu voortgezet kan worden. De heer Pagina 22 van 45
Dijkstra heeft heel effectief zijn vraag gesteld, het ging om 15 seconden. Hij geeft de heer Bos het woord. 5
10
15
Inbreng Stadsbelang Utrecht De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat veel inwoners hebben het zwaar hebben. De lasten stijgen, hoge energiekosten, hogere OZB, inflatie, etc. Maar een grote groep inwoners heeft geen recht op toeslagen, op gratis voorzieningen of op compensaties. Voor deze groep, alle ouderen, vraagt Stadsbelang aandacht. Momenteel loopt er provinciaal een pilot waarin senioren met een inkomen lager dan 17.770 euro gratis mogen reizen met het openbaar vervoer. Een typisch voorbeeld van inkomenspolitiek, volgens de heer Bos. Alsof ouderen met een inkomen van 18.000 euro geen moeite hebben met hun financiën en aan het eind van de maand geen moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. Met een inkomen van wellicht een paar honderd of misschien duizend euro meer heb je geen recht meer op compensaties, voorzieningen of toeslagen. Stadsbelang Utrecht stelt dat deze inwoners in veel gevallen minder te besteden hebben dan inwoners die wel recht hebben op de regelingen. Dit is een onwenselijke situatie, die de armoedeval steeds verder vergroot. Dit bevordert niet de participatie van ouderen in onze samenleving.
20
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt de heer Bos waar hij dit op baseert. De Minima Effect Rapportage van het NIBUD laat zien dat 130% wordt geraakt. Daar worden allerlei regelingen voor opgezet. Maar daarboven valt het wel mee. De armoedeval waar de heer Bos het over heeft is in de rapportages niet terug te zien.
25
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat het erop neer komt dat iemand die meer dan 2680 euro bruto per maand verdient bijvoorbeeld geen recht meer heeft op de regeling waarbij je subsidie krijgt voor de energielasten. Met een middeninkomen heb je geen recht op allerlei inkomensondersteunende maatregelen vanuit het rijk en de gemeente, die voor de mensen met een inkomen tot twee keer het bestaansminimum wel beschikbaar zijn.
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat de rapportage over een grotere groep gaat dan alleen bijstandsgerechtigden. Dus er wordt juist gekeken naar de groep die net daar boven valt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft nogmaals voorbeelden van alle stijgende kosten waardoor de mensen die geen gebruik kunnen maken van allerlei regelingen het heel erg moeilijk krijgen. Hij is van mening dat het erop lijkt dat er in de raad geen besef is wat de huidige tijd doet met mensen die net even iets meer verdienen dan het sociaal minimum of twee keer het sociaal minimum. Hij vervolgt zijn betoog. De participatie van ouderen in de samenleving wordt niet bevorderd. Daarom doet Stadsbelang Utrecht een appèl, ook op omliggende gemeenten en provinciale staten, om samen op te trekken om gratis openbaar vervoer voor alle ouderen te realiseren. Niet ongelijk investeren voor gelijke kansen, maar gelijk investeren voor gelijke kansen. Want alle ouderen kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Deelt de wethouder deze mening? En wil de wethouder bij de provincie en andere gemeenten pleiten voor uitbreiding van deze pilot? Mevrouw Chirino (CU) meent dat er al veel wordt gedaan voor ouderen. Het is niet de groep die gemiddeld het meest te lijden heeft onder de armoede. Er is al een hele goede pilot bezig voor ouderen wat openbaar vervoer betreft.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat die pilot moet worden opengesteld voor alle ouderen. Hij vervolgt zijn betoog. Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Al eerder is gevraagd om een centraal informatiepunt per wijk waar ouderen terecht kunnen met vragen over hun inkomen en allerlei regelingen. De wethouder liet weten dat de inwoners al elders terecht kunnen, maar de heer Bos zegt dat ouderen niet weten waar ze het Buurtteam moeten zoeken als ze vragen hebben over toeslagen. Daarom moet er echt een centraal informatiepunt per wijk komen. Pagina 23 van 45
Mevrouw Chirino (CU) vraagt wat volgens Stadsbelang het verschil is tussen een informatiepunt en het Buurtteam waar veel informatie wordt verstrekt. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) adviseert mevrouw Chirino maar eens in contact te treden met het Buurtteam. Hij voorspelt dat ze dan het verschil zal zien en vervolgt zijn betoog. Wat Stadsbelang betreft zorgt een centraal informatiepunt in de wijk veel meer dan de alternatieven voor gelijke kansen bij de inwoners. Zodat iedereen dezelfde informatie heeft over de mogelijkheden en daar dus naar kan handelen. De participatiewet, die in 2015 de wet Werk en Bijstand, Wajong en WSW verving, is een prima wet als overheden deze gewoon uitvoert. Als er met de regels wordt gemarchandeerd, als de wet niet wordt nageleefd en er niet wordt gehandeld naar de letter van de wet dan werkt de participatiewet niet meer. Een goed voorbeeld hiervan is het gebruik van de bijstand als hangmat voor velen. Het college werkt hieraan mee en praat dit goed, bagatelliseert het probleem of maakt de gevolgen heel klein terwijl ze heel groot zijn. Als voorbeeld noemt de heer Bos het downplayen van het aantal statushouders dat liever een uitkering krijgt dan bij McDonalds gaat werken. Aanvankelijk zou het gaan om tientallen, maar uiteindelijk zou het om drie gaan met een zomerbaantje. De betreffende ondernemer is boos. De heer Bos vraagt de wethouder of ze vast houdt aan het aantal van drie met een zomerbaantje of dat het er toch meer waren.
De voorzitter constateert dat de heer Bos nu een vraag stelt op een ander terrein (Asiel en Integratie). De betreffende wethouder is er nu niet, dus die vraag zal niet worden beantwoord. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) tekent daartegen bezwaar aan. De participatiewet valt onder Werk. Vanuit dat perspectief wordt deze vraag gesteld. De voorzitter zegt dat alle informatie over het beleidsterrein Asiel en Integratie de afgelopen weken en maanden is verstrekt. Hij wijst de heer Bos er op dat zowel zijn interrupties als zijn inbreng bijzonder lang duren, waardoor de vergadering behoorlijk uitloopt. Hij vraagt de heer Bos zijn inbreng (eigen tijd) af te maken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) maakt een punt van orde. Hij zegt over de participatiewet te spreken onder de noemer Onderwijs, Werk en Economie. Als dat niet mag en hem de mond wordt gesnoerd, dan is er een heel groot probleem. De voorzitter: waarvan akte. Hij vraagt de heer Bos verder te gaan met zijn betoog. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt de wethouder of ze vast blijft houden aan het aantal van drie met een zomerbaantje. Hij veronderstelt dat de wethouder heeft gelogen. Hij vraagt de wethouder of met dit voorbeeld niet een veel groter probleem aan de oppervlakte is gekomen, namelijk het probleem dat werken niet loont in Nederland.
Dat het inkomensverschil tussen bijstandsgerechtigden en mensen die 2500 euro bruto verdienen nihil is. Wil het college bevestigen dat het netto inkomensverschil tussen de bijstand met regelingen en een inkomen uit arbeid als net beschreven feitelijk niet of maar zeer beperkt aanwezig is? De inzet van dit college door niets voor de middeninkomens te doen, versterkt het verschijnsel van vandaag dat werken niet loont. Dat is ongelijk investeren voor gelijke kansen. Het is niet zo dat Stadsbelang Utrecht altijd voorstander is van compensaties, want dat ontslaat mensen van het doen van een inspanning om meer inkomen te genereren. Maar juist de mensen met een hoger inkomen verarmen zowel relatief als absoluut meer dan de ondergroep. Ziet het college dit ook en zo ja, waarom kiest het college dan alleen maar voor om de lagere inkomens te bevoordelen. Terug naar de participatiewet: de banenafspraak en beschut werk. Utrecht faalt al jaren in zijn deel van de banenafspraak wat betreft het verzorgen van beschut werk voor de kwetsbare Utrechters. De heer Bos rekent dit het college echt aan. Het gaat niet goed bij UW bedrijven met 100 procent deelneming van gemeente Utrecht. Dit bedrijf, de voormalige sociale werkplaats, is bij uitstek waar echt gewerkt kan worden aan de invulling van de banenafspraak en voorziet in beschut werk.
Maar op dit moment zien we dat men de doelgroep liever ontslaat of tijdelijke contracten niet verlengt en mainstream mensen aanneemt. Daarnaast horen wij dat de afdeling Werk en Inkomen zelden doelgroepkandidaten doorgeleidt naar UW-bedrijven. Vraag aan het college: wat is de exacte situatie, hoeveel mensen uit de banenafspraak voor beschut werk zijn aan het werk bij UW-bedrijven? Welk personeelsbestand is dat? Hoe gaan wij ervoor zorgen dat Werk en Inkomen Pagina 24 van 45
geschikte kandidaten gaat doorgeleiden en wat gaat de wethouder doen om echt werk te maken van de banenafspraak? 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter geeft aan dat alle fracties aan de beurt zijn geweest. Na enig overleg met de commissieleden wordt besloten in ieder geval tot 19:00 uur door te gaan met het beantwoorden van de vragen. Te beginnen met wethouder Voortman.
Beantwoording door wethouder Voortman Wethouder Voortman geeft aan een blok Werk en Integratie te hebben waarin ook een aantal vragen van de heer Bos zitten. Aan die vragen wordt nog gewerkt, dus die zullen aan het eind worden beantwoord. De PvdA vroeg naar de uitstroom uit de bijstand. De gemeente stuurt ook op duurzame uitstroom. Een goede match tussen werkzoekende en een werkplek geeft de grootste kans op duurzaamheid. Daarom is het uitgangspunt dat banen moeten aansluiten op de wensen en mogelijkheden van inwoners. Indien nodig worden er ook instrumenten als opleiding of job coaching ingezet om de kans op de match te vergroten. In gesprekken met werkgevers is ook aandacht voor het aanpassen van vacatures zodat ze beter passen. Via het dashboard kan de raad volgen hoeveel mensen binnen zes maanden weer een bijstandsuitkering ontvangen. De reden van terugstroom in de bijstand is dat mensen niet meer werken. Daarbij wordt aangegeven hoe dat zit. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) constateert dat er dus niet gekeken wordt wat er daarna nog met deze mensen gebeurt. Wethouder Voortman legt uit dat de mensen maar tot een bepaalde tijd gevolgd mensen kunnen worden. Als mensen eenmaal uitgestroomd zijn, zijn er geen gegevens meer. Dat mag ook niet, na die zes maanden. Wat betreft de duurzaamheidsbonus zegt de wethouder een evaluatie gedaan te hebben van de werkgeversinstrumenten.
Er is met werkgevers over gesproken, waaruit bleek dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de duurzaamheidsbonus. Er was te weinig behoefte aan. Met de huidige conjunctuur heeft een werkgever ook weinig prikkels nodig om mensen in dienst te nemen. De werkgevers zeggen meer behoefte te hebben aan een bredere toepassing van de werkgeverscheque om een goede plaatsing aan de voorkant mogelijk te maken. Die verruiming is mogelijk gemaakt. Gisteren is daarvoor een voorstel aan het college gedaan. Juist naar aanleiding van gesprekken met werkgevers is gekeken naar de inzet van de verschillende instrumenten. Mevrouw Raaijmakers vroeg in een interruptie of er niet gekeken moet worden of de instrumenten nog werken en zo niet, of er dan een ander instrument zou moeten komen. De wethouder zegt in Q1 terug te komen met de dienstverlening voor mensen die werk zoeken. Daar zal ze dan verder op ingaan. Daarnaast worden werkgevers ook gefaciliteerd met loonkostensubsidie, jobcoaching, opleiding en taalondersteuning. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het geld dat gereserveerd was voor de duurzaamheidsbonus is overgezet naar de werkgeverscheque. Of welk deel daarvan naar de werkgeverscheque gaat. Wethouder Voortman zegt dit zo niet te weten. Ze denkt dat het niet één op één is overgezet. Ze zegt toe hier vóór de begrotingsraad op terug te komen als dit niet klopt.
Wat betreft de pilot ‘werken moet lonen’ kan de wethouder niet toezeggen daar een aparte pilot op te doen. Als het gaat om bijverdienen, dan is het bijverdienen voor jongeren al vooruitlopend op de wet verruimd. Er is overleg met het rijk over de versoepeling van de mogelijkheden om meer bij te verdienen, zodat werk ook financieel loont. In het coalitieakkoord van het kabinet staat daar ook iets over. We denken er over mee hoe dat zou kunnen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat haar vraag niet ging over bijverdienen, maar over het maken van extra uren voor dezelfde werkgever. Dat de werknemer daar een extra urenbonus voor zou krijgen, ook om de arbeidskrapte tegen te gaan. Wethouder Voortman wijst erop dat werkgevers mensen meer uren kunnen geven. Waarom zou daar nog een extra stimulans voor moeten komen? Pagina 25 van 45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op het voorbeeld van het lerarentekort. Als docenten extra zouden werken dan zou een deel van het lerarentekort al opgevangen kunnen worden. Dan zou een extra urenbonus vanuit de gemeente zinvol zijn. Dus voor banen die we essentieel vinden. 5
Wethouder Voortman zegt dat dit doet denken aan de discussie die ook landelijk wordt gevoerd over de voltijdsbonus. Dit kan ook ongewenste effecten teweeg brengen. Ze zegt zich terughoudend op te stellen. Als mensen meer willen werken in sectoren waar krapte is dan neem ik aan dat de werkgevers daar de mogelijkheid voor geven.
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat als je op bepaalde toeslagen geen recht meer hebt als je meer uren gaat werken en in de armoedeval terecht kan komen. En de extra urenbonus zou dat gat kunnen compenseren. De VVD zou graag zien dat daar een pilot voor zou komen.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Voortman antwoordt dat ook het opzetten van een pilot tijd en capaciteit kost die er nu eigenlijk niet is. Ze gaat verder met de discussie over statushouders en het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van Oekraïners. Ze denkt dat er misschien een misverstand is in de raad over de definitie van statushouder. Wellicht gaat het hier juist om asielzoekers. Als die nog geen beslissing hebben ontvangen mogen naar ze maanden betaald werk en maximaal 24 weken per jaar. Statushouders mogen gewoon werken net als iedereen. Oekraïners ontvangen geen bijstandsuitkering. Als zij willen werken kunnen ze terecht bij de regionale samenwerkingsorganisatie Midden-Utrecht Werkt Door. Voor al deze groepen wordt ingezet op een zo vroeg mogelijke kennismaking met werk. Een apart nieuw plan is nu niet aan de orde. Ze zegt toe via de dashboardbrieven de raad op de hoogte te houden. Verder vroeg mevrouw Kleinrensink naar Werkbeweging en de evaluatie daarvan. De eindrapportage Werkbeweging wordt nog deze week naar de raad gestuurd. In de begeleidende raadsbrief staat een vooruitblik over inzet van de middelen in het coalitieakkoord. Het is aan de raad of men dat wil agenderen of niet. Mevrouw Raaijmakers van de PvdA vroeg naar de stand van zaken rond de propositie richting het rijk betreffende basisbanen. In Q1 komt het college met een plan van aanpak basisbanen. Daarin staat o.a.
informatie over de stand van zaken van de propositie. De heer Dijkstra vroeg in dit verband ook naar de buurtorganisaties en UW. Daar gaat de wethouder zeker mee in gesprek, binnen de kaders die de raad heeft gesteld. De wethouder gaat verder met het blok Rondkomen. Het CDA vroeg naar de campagne om de regeling onder de aandacht te brengen. Die regeling is op 10 oktober gestart. Hij wijst Utrechters erop dat zij recht hebben op allerlei soorten ondersteuning van de gemeente om rond te kunnen komen. In twaalf maanden wordt er verteld over de acht belangrijkste regelingen, waarbij begonnen wordt met de energievergoeding. Hiervoor wordt niet alleen directe communicatie ingezet, maar dat gaat ook via sleutelfiguren, eerstelijns zorg, et cetera. Er wordt voortdurend gewerkt aan toegankelijkheid en eenvoudige regelingen, onder andere ook met het virtueel inkomensloket. De heer Penders vroeg naar de toegankelijkheidsvereisten. Op dit moment voldoet www.utrecht.nl voor het overgrote deel aan de toegankelijkheidseisen, met een score B. Om een A-score te krijgen is een grootschalige opschoning van PDF-bestanden noodzakelijk. De oudere PDFbestanden voldoen niet aan alle eisen. Alle nieuwe PDF’s zijn toegankelijk. Door beperkte capaciteit is het doel om in 2022 te starten met opschoning vertraagd. Ook op het digitaal loket zijn nog een paar aandachtspunten.
Volgend jaar zullen de oude PDF’s worden vervangen. Het heeft dus zeker de aandacht. De heer Penders gaf ook aan dat het acht weken duurt voordat je de energievergoeding krijgt. Dat klopt niet helemaal, het is vier tot zes weken. Gezien de omstandigheden (nieuwe regeling, aantallen, personeelstekort) is dit snel. De resterende 500 euro is net uitbetaald aan 19 duizend huishoudens. Wie na 1 oktober voor het eerst aanvraagt krijgt 1300 euro ineens. Voor het verwerken van deze aanvragen zijn ook mensen met een uitkering aangenomen. Het CDA en de CU vroegen naar mogelijkheden voor korting op het basisinternet vanuit de U-pas. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat er wordt gekeken naar de mogelijkheden. De gemeente is echter wel afhankelijk van grote internetaanbieders. Zij moeten de korting verlenen. Ook wil de wethouder kijken of dit samen met andere gemeenten die een stadspas hebben opgepakt kan worden. Dat wordt dan meegenomen in het nieuwe armoedebeleid. De heer Stam van Volt vroeg of de uitvoering van het armoedebeleid efficiënter vorm gegeven kan worden. De wethouder geeft aan dat de gemeente Utrecht zeer efficiënt is met de uitvoering van Pagina 26 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
financiële ondersteuning van inwoners. Ze wijst op het grote uitvoeringsvoordeel op de TOZO, waar een flink bedrag overbleef omdat dat heel efficiënt was gedaan. Elke kans die er is om regelingen te versimpelen of processen te automatiseren wordt gepakt. Ze wijst op de individuele inkomenstoeslag die automatisch wordt verstrekt, zodat mensen deze niet meer hoeven aan te vragen. En dat geldt nu ook voor de energietoeslag. Maar maatwerk blijft heel belangrijk, zoals rondkomengesprekken, schuldhulpverlening en dergelijke. Dat is ook uitvoering en kost veel geld. De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder bereid is om hierover cijfers te delen met de raad, misschien over enige tijd. Wethouder Voortman zegt toe dat in Q2 of Q3 uit te zullen zoeken. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het implementeren en uitvoeren van allerlei koopkrachtmaatregelen. Ze gaat verder met de vraag van de PvdA inzake de voedselbanken. De voedselbanken worden waar nodig ondersteund en de SVU is nog steeds in staat de pakketten te vullen, maar het aantal aanvragen stijgt snel. Met de SVU is afgesproken dat zij contact opnemen met de gemeente als het niet meer lukt voldoende pakketten te vullen. Op dat moment kan geholpen worden met financiering van voedselbonnen. De SVU heeft voor 2023 een hogere subsidieaanvraag gedaan en het college is voornemens een hogere subsidie te verstrekken.
Mevrouw Kendir van Student en Starter vroeg naar kinderarmoede, het jeugdeducatiefonds en de brugfunctionarissen. Op dit moment wordt de brugfunctionaris verkend. Het is de bedoeling om die zoveel mogelijk in te bedden in de bestaande structuur rondom scholen. Het jeugdeducatiefonds wil daarin een pilot doen. Er zijn op dit moment nog geen plannen voor meer subsidie voor dit fonds, maar als de nood hoog is wordt daar opnieuw naar gekeken, ook in combinatie met de update van de MER die in november naar de raad gaat. Wat betreft de vraag van mevrouw Kleinrensink inzake kwijtschelding van belasting zegt de wethouder vorige week een brief te hebben verstuurd inzake de nieuwe regeling kwijtschelding belastingen voor medeoverheden. De mogelijkheid bestaat de vermogensnorm bij kwijtschelding met maximaal 2000 euro te verhogen. Dan kunnen huishoudens met een laag inkomen beter sparen voor tegenvallers en daarmee schulden voorkomen, zonder dat dat de kwijtschelding in de weg staat. Dit moet verder nog worden uitgewerkt met de BghU en de andere gemeentes. Hier komt de wethouder binnenkort op terug. Mevrouw Kendir (Student en Starter) merkt op dat de wethouder aangaf dat, wanneer de nood hoog zou zijn, opnieuw gekeken zou worden naar de subsidie voor het jeugdeducatiefonds. Tijdens een werkbezoek ontstond het gevoel dat de nood nu erg hoog is.
Hoe kijkt de wethouder daar naar? Wethouder Voortman zegt korte lijntjes te hebben met het jeugdeducatiefonds. Er wordt naar gekeken, maar ook in combinatie met de MER die in november komt. Aan de hand daarvan is er weer contact met het Jeugdeducatiefonds. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt daar ook vragen over dit onderwerp gesteld te hebben. Ze wil weten hoe dit dan iets biedt voor die scholen die nu goed geholpen zouden kunnen worden door het Jeugdeducatiefonds. De voorzitter geeft, misschien ten overvloede, nog even aan dat interrupties uit eigen spreektijd gaan. Wethouder Voortman antwoordt dat de MER begin november komt. Dat is al snel. Ze zegt toe hier op heel korte termijn op terug te komen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat het nu vanuit de armoederegelingen wordt benaderd. GroenLinks wil juist dat het uit de NPO-middelen gaat.
55
60
Wethouder Voortman benadrukt dat het erom gaat dat de mensen geholpen worden. In die zin maakt het niet uit welk potje het geld komt. Ze vraagt nogmaals wat meer tijd om te kijken waar precies de nood zit en waar dat uit betaald wordt. Mevrouw Assen (PvdA) wil weten hoe uit de MER zou moeten blijken of kinderen op scholen wel of niet geholpen zijn door het Jeugdeducatiefonds. Pagina 27 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Voortman antwoordt dat in de MER ook de verschillende huishoudtypes in kaart worden gebracht. Als bijvoorbeeld duidelijk wordt dat gezinnen met kinderen in een bepaalde leeftijd nog extra tekort komen, dan kunnen daar middelen op ingezet worden. Bijvoorbeeld via het Jeugdeducatiefonds. Mevrouw Assen (PvdA) zegt dan te willen aansluiten bij de oproep van mevrouw Kleinrensink om dit te betalen uit de NPO-middelen. Die komen niet op, terwijl het wel voor een doelgroep is die ook door het Jeugdeducatiefonds geholpen wordt. Ze vraagt het college dit te bespreken. Wethouder Voortman meent dat de boodschap vanuit de raad duidelijk is. Het college zal daarover in overleg gaan. De ChristenUnie, GroenLinks en PvdA noemden de voedselpas. De wethouder is het ermee eens dat de een heel mooi initiatief is omdat het de inwoners meer keuze geeft. De pilot in Rotterdam is goed verlopen, maar er zitten ook nog wel wat kanttekeningen aan. Bijvoorbeeld dat bewoners met een hulpvraag minder in beeld zouden zijn bij hulpverleners. In Rotterdam wordt met maatschappelijke partners gekeken of die dat kunnen oppakken. Het kost veel geld om de pas te dekken, en ook grootwinkelbedrijven zouden zich er achter moeten scharen. In Utrecht is onlangs een gesprek geweest met de voedselbank en twee grootwinkelbedrijven.
Op dit moment is men vooral bezig met de hoge nood en de drukte bij de voedselbank. In Overvecht is net een sociale winkel uitgerold. Het is dus misschien niet logisch om hier nu meteen mee aan de slag te gaan, maar het is wel goed om met de SVU in gesprek te gaan om te kijken wat de behoefte is en of de voedselpas daar in zou passen. Maar het moet wel echt een maatschappelijk initiatief blijven. Op het gebied van voedselverstrekking zijn er sowieso allerlei verschillende initiatieven. Daar moet in het kader van het armoedebeleid ook nog eens goed naar gekeken worden. Dus om nu de voedselpas in te voeren is te kort door de bocht. Maar de wethouder wil wel hierover het gesprek aangaan met de SVU. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat dat heel fijn zou zijn. Men heeft zich hier al heel enthousiast over getoond. Het is nog wel zoeken hoe je het doet met de bestaande wachtlijsten. Het is goed om het gesprek aan te gaan met bedrijven, bijvoorbeeld met Albert Heijn die al enthousiast was. Wethouder Voortman zegt het daar helemaal mee te zijn. Vervolgens gaat ze in op de vraag over ID-kaarten voor minima. Er werd een aantal leges genoemd om dit uit te kunnen dekken. De leges voetbalwedstrijden heeft een kostendekkendheid van 65%, maar de totale kosten zijn slechts 11.000 euro. Dus dat levert dan maar 4000 euro op. Voor de milieuzone geldt iets soortgelijks.
Dat zou zo’n 7500 euro opleveren. Dus dat komt niet in de buurt van wat nodig is om de gederfde inkomsten te compenseren. Dat ging om een bedrag van iets van 224.000 euro. Leges horeca bieden wel de financiële ruimte, maar daarover ontstond begrijpelijkerwijs al een debat. Die worden al met 14,3% verhoogd. Ook binnen de armoedebegroting is hier geen ruimte voor. De wethouder zegt geen ruimte te zien voor de IDkaarten voor minima. D66 gaf aan dat de armoedeaanpak een bestaanszekerheidsaanpak zou moeten zijn. De wethouder is het daar zeer mee eens. Tegelijkertijd moet er wel focus zijn. De armoedeaanpak gaat zeker over bestaanszekerheid, maar als daar één breed plan van wordt gemaakt gaat het allemaal net zo lang duren als het traagste onderdeel. Het is wel goed om steeds te kijken bij armoedebeleid wat dat betekent in relatie tot andere velden. De PvdA vroeg hoe het staat met het minimumloon van 14 euro. Hiervoor wordt bij het rijk gelobbyd. Voor de eigen CAO en de inhuur wordt dat al gedaan. Wat betreft mensen die bijvoorbeeld via aanbestedingen voor de gemeente werken ligt het heel complex. In Q4 komt wethouder Streefland met een brief hierover. Wat betreft de vraag van de PvdA inzake het experiment in Breda rond financiële steun aan gezinnen zegt de wethouder toe haar collega in Breda hiernaar te zullen vragen.
Het zal geen vervanger zijn voor goede armoederegelingen, maar het kan het geheel wel verder versterken. Volt wilde weten wat bedoeld wordt met het opzoeken van de randen van de participatiewet. Kort gezegd gaat het om dingen die niet goed zijn voor de inwoners. Ze noemt als voorbeeld het feit dat de individuele inkomenstoeslag zelf aangevraagd moet worden, terwijl al bekend is om welke mensen het gaat. Daarom wordt die nu automatisch verstrekt terwijl dat volgens de wet eigenlijk Pagina 28 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
niet zou mogen. Of het schrappen van de zoektermijn voor jongeren. De wethouder zegt in dezen graag van de raad te horen als men meer voorbeelden heeft. EenUtrecht stelde de vraag of het college actiever beleid gaat maken op het inzetten van ervaringsdeskundigen. De zes die nu genoemd worden betreffen de ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede en schulden. Ze stelt voor dat ze hier breder op ingaat in haar beantwoording van de schriftelijk hierover gestelde vragen. Voor bepaalde functies kan ervaringsdeskundigheid zeker een pré zijn. D66 noemde financiering vanuit het rijk een risicofactor. Binnen het programma Werk en Inkomen is wat betreft de rijksfinanciering het BUIG budget het belangrijkste risico. Naast het nauwgezet monitoren van het budget en de uitgaven wordt dat risico ook beheerst door een lobby richting het rijk voor een goed verdeelmodel. En ook door het uitoefenen van invloed door deelname aan werkgroepen en onderzoek, al dan niet via de G4. Er wordt ook gestuurd op de uitgaven, zoals de inzet op re-integratie die echt gericht is op uitstroom naar werk en op het rechtmatig verstrekken van uitkeringen. Naast het BUIG budget gaat het binnen het programma Werk bijvoorbeeld ook om het budget voor de uitvoering van de WSW. De risicobeheersing is daar vergelijkbaar. In het gemeentebrede risicomodel zijn beide budgetten als risico opgenomen.
Als in de praktijk het rijksbudget ontoereikend is dan zijn de algemene middelen in eerste instantie de achtervang. En richting de toekomst een lobby richting het rijk voor verhoging van die bijdrage. Ook wordt dan gekeken of kosten verlaagd kunnen worden. Specifiek voor het BUIG budget geldt nog een landelijke vangnetregeling voor tekorten groter dan 7,5%. In antwoord op de vraag van de VVD waarom er een besparing is op de subsidie toekomstbestendige ondernemers zegt de wethouder dat dat geen besparing is. Het betreft een subsidieregeling vanuit Ondernemer Centraal. Daarvoor is vanuit het coronamaatregelenpakket nummer 3 in totaal incidenteel 1,5 miljoen euro beschikbaar. Voor 2022 is een subsidieplafond van 900.000 euro opgenomen en voor 2023 voor 600.000 euro. Een eventueel restant van 2022 zal in principe aan 2023 worden toegevoegd. Sowieso wordt in aanloop naar de voorjaarsnota beoordeeld of het subsidieplafond nog binnen de aanpak van Ondernemer Centraal moet en of dat kan worden bijgesteld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt zich dan zorgen te maken of er wel genoeg preventieve hulp wordt geboden aan ondernemers die dreigen om te vallen. Er zijn na de coronacrisis nu andere crises. Wethouder Voortman beaamt dat ondernemers een moeilijke tijd doormaken.
Dat is de reden waarom er in de aanloop naar de voorjaarsnota wordt gekeken of het subsidieplafond nog binnen de aanpak van Ondernemer Centraal moet of dat dat kan worden bijgesteld. Op dit moment zegt de wethouder niet te kunnen zeggen dat het per definitie omhoog moet. Er zijn ook verschillende regelingen als het gaat om het helpen van ondernemers. Maar bij de voorjaarsnota moet worden gekeken wat dit daarvoor betekent. Wat betreft de vraag of daling van het bijstandsbestand van invloed is op de begroting zegt de wethouder dat dit in principe wel het geval is, maar dat het per saldo normaal gesproken niet heel veel doet, doordat niet alleen de kosten dalen, maar ook de baten. Er is dan namelijk een dalende rijksbijdrage. De rijksbijdrage wordt in 2023 nog aangepast voor de macro-economische ontwikkelingen zoals de ontwikkelingen van de werkloosheid. Mevrouw Chirino (CU) zegt ook nog gevraagd te hebben in hoeverre de daling doorzet en of de prognose dus niet gewijzigd is. Wethouder Voortman zegt de laatste prognose niet te kennen. Er is nu wel sprake van een flinke daling van het bijstandsbestand. Het is wel zo dat mensen die nu nog bijstandsgerechtigd zijn vaak mensen zijn die extra moeilijk aan het werk te helpen zijn. Dus dat zou betekenen dat er weer extra geïnvesteerd moet worden in begeleiding.
EenUtrecht vroeg een verklaring voor het forse stijging van de uitgaven re-integratie. Dat staat in de toelichting op de begroting. In de toelichting op de financiële tabel van het programma Werk en Inkomen worden alle meerjarige mutaties op de doelstelling werk of participeren toegelicht. Kort gezegd komt het er op neer dat de daling vooral wordt veroorzaakt door de beschikbaarheid van incidentele budgetten in 2022 en een ieder jaar verder afnemende rijksbijdrage voor de WSW. Voor de basisbanen komt een plan van aanpak. Daarin is herhaald wat is gezegd over buurtorganisaties. Pagina 29 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Stadsbelang Utrecht vraagt om een pilot voor gratis OV voor ouderen. Dit is een vraag voor de wethouder Mobiliteit. Het lijkt wethouder Voortman echter beter eerst de pilot af te wachten voordat de provincie wordt gevraagd om aan te passen. Daarnaast is uit de MER bekend dat ouderen in zijn algemeenheid niet de eerste groep zijn waarop ingezet moet worden. Voorts vraagt Stadsbelang Utrecht de wethouder te bevestigen dat er geen netto inkomstenverschil is tussen bijstand en een salaris van 1950 euro. Dat is volgens de wethouder genuanceerder. Het is niet zo dat je helemaal geen toeslagen meer krijgt als je iets boven de bijstand zit. 1900 euro netto is ongeveer 80% van het sociaal minimum. Dan is er nog recht op toeslagen van het rijk en je kunt ook nog wel bijzondere bijstand van 800 euro krijgen voor de energierekening. Een andere vraag van de heer Bos is waarom er dan niet meer regelingen zijn bij 200%. De wethouder geeft aan dat het al heel bijzonder is dat er armoedebeleid. Ze kent geen enkele andere gemeente die dat doet. Daarmee worden dus ook de mensen met een modaal inkomen en hoge energielasten geholpen. De gemeente kan echter niet het volledige inkomensbeleid voeren. Dat is aan het rijk. Armoedebeleid is een taak van de gemeente. Dat is gericht op lagere inkomens en dat wordt nu al iets opgerekt met de verruiming van de energietoeslag naar 150%.
Ook daarin is Utrecht uniek. Wat betreft beschut werk en de banenafspraak zegt de wethouder vóór de behandeling van de Programmabegroting terug te komen op de resultaten van beschut werk en de banenafspraken. En ook op wat wordt gedaan om meer resultaten te behalen. In Q4 van 2022 krijgt de raad het nieuwe ondernemingsplan van UW. Daarin wordt aangegeven op welke manier de samenwerking tussen UW en Werk en Inkomen wordt vormgegeven. Ook in het belang van de werkzoekenden. Het is goed om daar dan een uitgebreid debat over te voeren. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dan toch graag wat meer zicht te willen hebben op UW als hét instituut waar werkgevers beschut werk en banenafspraakmensen kunnen huisvesten. Hij vraagt hoe het zit met het personeelsbestand, met het aannamebeleid en met de verhouding banenafspraak/beschut werk versus het complete personeelsbestand. Het is een 100%deelneming en de gemeente kan daar voor veel mensen het verschil maken. Wethouder Voortman is het er mee eens dat UW een belangrijke partij is als het gaat om het aan het werk helpen van mensen. Zeker als het gaat om banenafspraak en beschut werk, maar ook als het gaat om mensen die regulier vanuit de bijstand komen. Het nieuwe ondernemingsplan gaat juist daar over. Ze herhaalt dat dat in Q4 naar de raad gaat.