concept verslag PB 2023 Cie OWE 2022.10.19.docx
Tekst van het document
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dan het college te vragen of men zijn suggesties en wensen wil meenemen in de presentatie aan de raad. Wethouder Voortman zegt dat de genoemde punten al voor een groot deel al in het ondernemingsplan zitten. Als dat niet zo is dan is het goed om het gesprek daarover te voeren. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt met betrekking tot het ondernemingsplan niets op te leggen aan de 100%-deelnemingen. Hij gaat er vanuit dat het ondernemingsplan ook feitelijk van UW-bedrijven is. Hij zou echter graag weten hoe het was en hoe het gaat worden in de toekomst. Hij maakt zich op basis van de berichten die hij hoort ernstig zorgen over de situatie zoals die er nu is.
50
Wethouder Voortman beaamt dat het ondernemingsplan van UW is. De gemeente komt met een brief daarbij hoe de gemeente dat duidt. Maar sowieso geldt dat de doelen gelijk zijn, namelijk mensen aan het werk helpen. Het allerbelangrijkste in het plan is de verdergaande samenwerking. Ook vóór de behandeling van de Programmabegroting wordt nog teruggekomen op de resultaten beschut werk en banenafspraak.
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat financieel rondkomen niet altijd samenhangt met inkomen. Wat was de overweging om voor 150% te kiezen en niet zoals het Amsterdamse model, waar dat criterium wordt losgelaten en waar men kijkt wie er, ongeacht inkomen, problemen heeft. Wethouder Voortman zegt het Amsterdamse model zo niet te hebben begrepen. Ze gaat navragen hoe dat zit. In Utrecht geldt de energietoeslag tot 150% met daarbij een aanvullende Pagina 30 van 45
5
10
regeling tot 200% naar draagkracht. Je kunt niet voor iedereen alles oplossen. Het blijft armoedebeleid. Elke grens leidt tot nieuwe grensgevallen. De laatste vraag van Stadsbelang betreft het informatiepunt. Ouderen kunnen op veel verschillende plekken terecht. Zo is er het Buurtteam, maar ook bij De Geldzaak van U Centraal, ook het Servicepunt van de gemeente. De Servicepunten zitten op elk wijkbureau. Er wordt altijd voor gezorgd dat mensen altijd op de plek komen waar ze het antwoord kunnen krijgen. De wethouder stelt vast hiermee door alle vragen heen te zijn. De voorzitter stelt voor gezien de tijd om het blokje van wethouder Voortman eerst helemaal af te ronden. Hij vraagt of iemand een vraag heeft gemist. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt nog een vraag te hebben gesteld over startups en scale-ups.
15
20
25
De voorzitter geeft aan dat deze door een andere wethouder wordt beantwoord. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt nog een vraag te hebben gesteld over de statushouders en het probleem dat aan de oppervlakte kwam dat werken niet loont. Wethouder Voortman zegt de vraag over ‘werken niet loont’ vrij uitgebreid te hebben beantwoord. Wat betreft de statushouders gaat het om een optelsom van factoren: de eisen wanneer je van een AZC overgaat naar statushouder met inburgeringsverplichtingen, de participatiewet, een onzekere arbeidsmarkt met werk dat niet altijd goed betaald wordt. Het is een optelsom van factoren. Wethouder Streefland is daar vorige week al uitgebreid op ingegaan. Wat betreft een aantal van drie: daarover heeft haar collega een en ander gezegd. De wethouder ziet geen reden om daaraan te twijfelen. De voorzitter geeft een tweede termijn op de portefeuille van wethouder Voortman.
30
35
40
45
50
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat de VVD overweegt om bij de raad terug te komen op de pilot voor de extra uren en het preventief voorzien van dienstverlening door ondernemers. De voorzitter constateert dat er verder geen gebruik wordt gemaakt van de tweede termijn en hij bedankt wethouder Voortman voor de beantwoording van de vragen. Hij vat de toezeggingen van wethouder Voortman samen: • In Q1-2023 informeert de wethouder de raad over de dienstverlening van de gemeente aan mensen die werk zoeken. • In Q1-2023 ontvangt de raad het plan van aanpak basisbanen waarin ook de stand van de propositie richting het rijk terugkomt. • In Q2 of Q3 2023 informeert het college de raad over de kosten van uitvoering van armoede- en inkomensregelingen ook in relatie tot het geld dat daadwerkelijk de doelgroep bereikt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) herinnert aan de toezegging dat er voor de volgende raad wordt aangegeven waar de duurzaamheidsbonus naar toe is gegaan. De voorzitter zegt dat het gaat om toezeggingen die na het slotdebat zijn gedaan. Alles wat tussen het slotdebat in is toegezegd, of wat in een bestaande rapportage wordt gehangen, komt hier niet terug. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) concludeert dat er dus geen toezegging is betreffende de arbeidsparticipatie Oekraïners en statushouders. De voorzitter stelt dat dat juist is. Die komt in de volgende MER terug.
55
De voorzitter schorst de vergadering voor een uur. Om 20:00 uur gaat de vergadering verder met de beantwoording van de vragen door de wethouders De Vries, Oosters, Schilderman en Eerenberg.
60 Pagina 31 van 45
Beantwoording door wethouder De Vries 5
10
15
20
25
30
35
De voorzitter heropent de vergadering en geeft aan dat net als voor de schorsing ook nu in blokjes wordt gewerkt, zodat de wethouders zich daarna nog even terug kunnen trekken voordat de vergadering van de commissie VWF begint. De voorzitter vraagt de aanwezigen er rekening mee te houden dat er na deze vergadering nog een vergadering komt en te proberen met een uur klaar te zijn. Wethouder De Vries begint met een aantal vragen over het mbo. De VVD vraagt te investeren in betrokkenheid van ondernemers en vervolgens de samenwerking met mbo. De stad heeft een opgave om vakmensen beschikbaar te maken. Dat geldt zeker ook in de zorg. In de afgelopen drie jaar is daar ook op ingezet met het uitvoeringsplan. Vooral vanuit ambitie 4: Voorbereid op de toekomst. En ook in de nieuwe mbo-agenda in Q1 2023 wordt daar op ingezet, met name als het gaat om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Uiteraard in samenhang met de economische opgave van de stad. Vervolgens was er een vraag over bestuursfuncties bij studentenverenigingen. De wethouder zegt het fijn te vinden dat de VVD ook de emancipatie van de mbo-studenten bepleit. Bij de meeste studentenverenigingen kunnen mbo’ers geen bestuurder worden. Zeker ook niet bij studieverenigingen. Bij sportverenigingen zou dat wel kunnen, maar dat is afhankelijk van het beleid van de vereniging.
Zij mogen maar een beperkt mbo’ers lid laten zijn vanwege de 80/20 regeling van de Hogeschool Utrecht en Universiteit. Er zijn verenigingen die daar positief tegenover staan. Er is al eens een mbo-student geweest die voorzitter was van de Ultimate Frisbee vereniging. Maar ook bij algemene organisaties hangt het van hun eigen beleid af. Met organisaties wordt daarover wel het gesprek aangegaan. Er zijn ook organisaties die hier een open houding in hebben, maar het is nu lastig. Dat heeft te maken met een aantal zaken. Als mbo-student kun je niet zomaar je studie stop zetten, zoals je nog wel eens ziet bij hbo of wo. Ook het rooster van mbo-opleidingen is druk en het is lastig om daar een voorzitterschap flexibel om heen te plannen. Het zijn een aantal praktische zaken waar we tegenaan lopen. En het heeft ook te maken de financiering van bestuursactiviteiten. Die zijn beter geregeld voor het hbo en wo. De wethouder zegt hier bestuurlijk nog actief over in gesprek te gaan om te kijken wat er nog aan gedaan kan worden voordat het akkoord wordt gesloten. Het is overigens wel een landelijk akkoord. De wethouder zegt toe daarvoor landelijk te zullen lobbyen. De heer Stam (Volt) zegt blij te zijn met de vraag en met het antwoord van de wethouder. Het is goed te horen dat er al gesprekken lopen met de HU en Universiteit.
Kan de wethouder aangeven of daar al beweging in zit? Zijn zij bereid de financieringsregeling aan te passen? Wethouder De Vries antwoordt dat de gesprekken over financiering hier nog niet zijn gevoerd.
40
45
50
55
60
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat Bestuurlijk Actief een samenwerking is tussen de Hogeschool en de Universiteit. Dan hoef het dus niet naar het landelijke getrokken te worden. Wethouder De Vries zegt zich dan wellicht te vergissen of verkeerd te zijn geïnformeerd. Dat maakt het alleen maar gemakkelijker om daar te lobby op te voeren. Hij merkt wel op dat het niet direct morgen is opgelost. Maar er worden wel stappen gezet wat betreft de emancipatie van de mbo’ers. Juist het studentenleven is daarbij heel belangrijk. Dat komt ook terug in de actieagenda die in Q1 wordt gepresenteerd. Wat betreft de vraag over het aantal jongeren zonder startkwalificatie. Met het geld uit de begroting is de ambitie duizend jongeren te benaderen. In de praktijk zijn er in 2021 al meer jongeren benaderd. Het waren 1300 trajecten. Op dit moment zijn de jongeren binnen die doelgroep al in beeld. Het is lastig om de cijfers voor nu uit de systemen te halen. De wethouder zegt toe hier op terug te komen in Q1 van 2023. Wat betreft de vragen over het plan van aanpak stagediscriminatie zegt de wethouder dat dit in Q4 volgt. Het is iets wat gezamenlijk wordt aangepakt, ook met de mbo-instellingen. Dat maakt dat het enige vertraging heeft opgelopen. Er is nu al begonnen aan de uitvoering. De mbo’s verbeteren bijvoorbeeld het meldingsproces.
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of de wethouder in het plan van aanpak wil meenemen dat het zoeken van een stage, het regelen van een stage en het onderhouden van het contact, niet alleen bij de stagiaire ligt, maar ook bij de onderwijsinstelling. Pagina 32 van 45
5
10
Wethouder De Vries stelt voor eerst het plan van aanpak af te wachten en dan het debat erover te voeren. De mbo-instellingen hebben hier ook een eigen beleid op. Het is moeilijk om daar nu concrete toezeggingen op te doen. In antwoord op de vraag van de PvdA over terugkoppeling over het uitgaansleven en het incident waarbij mbo-studenten aan de deur zijn geweigerd, zegt de wethouder in het bijzijn van deze studenten en de eigenaar van de horecagelegenheid en de minister hierover een gesprek te hebben gevoerd. De horecaondernemer gaf aan altijd om een studentenkaart te vragen en dat hadden deze studenten op dat moment niet. Later bleek dat studenten niet op elke mbo een studentenkaart hebben. Met de studentenraad is een afspraak gemaakt dat de gemeente de mbo’s daar actief om kan vragen. Met de mbo-studentenvereniging is afgesproken dat zij hier een feest gaan organiseren.
15
De heer Stam (Volt) zegt verbaasd te zijn dat de verklaring voor het incident nu gewoon is dat de dame geen studentenkaart bij zich had. Het deurbeleid was toch dat mbo’ers niet naar binnen mochten. Zo is het ook in de media gezegd.
20
Wethouder De Vries geeft aan dat dit is wat de eigenaar zei in het gesprek. Volgens de eigenaar zijn er in zijn kroeg meestal hbo en wo studenten, maar dat betekent niet dat mbo-studenten niet welkom zijn. Het feit dat ze geen studentenkaart konden laten zien was vooral een praktisch probleem.
25
Mevrouw Van der Wilt (D66) komt nog even terug op de opmerking van de VVD over de focusaanpak. Ze zou nog graag even van de wethouder horen wat de toezegging van een brief in Q1 precies betekent. Is dat een bestaande brief of een nieuwe brief? Wethouder De Vries antwoordt dat dit een brief is die specifiek gaat over de aanpak van vroegtijdig schoolverlaten en daarin zullen ook de huidige aantallen worden benoemd.
30
De heer Talhaoui (PvdA) komt terug op het antwoord van de wethouder inzake het incident bij de horecaonderneming. In dat antwoord wordt toegespitst op die ene horecaonderneming, maar het zou om heel veel horecaondernemingen in de stad gaan die mbo-studenten structureel uitsluiten.
35
Wethouder De Vries verwijst naar wethouder Schilderman die daarover een gesprek heeft gehad met horeca Nederland. Daar geeft zij een terugkoppeling op.
40
De voorzitter inventariseert of er nog vragen zijn gemist, hetgeen niet het geval is. Ook wordt er geen gebruik gemaakt van de tweede termijn, waarna de voorzitter wethouder de toezeggingen van wethouder De Vries samenvat: • De mbo-agenda 2023-2026 komt in Q1-2023. • In Q1 komt de wethouder terug met de meest recente cijfers van het aantal vroegtijdige schoolverlaters. • In Q4-2022 ontvangt de raad het plan van aanpak stagediscriminatie.
45
Beantwoording door wethouder Oosters
50
55
60
Wethouder Oosters begint met twee open eindjes: de vraag van de CU over mbo studentensport. Vanochtend is al gezegd dat er nu een pilot wordt uitgevoerd en dat we liever even wachten op de resultaten van die pilot. Er zijn veel meer studenten die van het aanbod gebruik willen maken, dus die aanmoediging van de CU wordt daar zeker in meegenomen. Een tweede punt was een opmerking van GroenLinks over de bezorgers van goederen. Ze zegt daar morgen in de betreffende commissie op terug te zullen komen. Het gaat niet alleen over de pakketbezorgingbelasting, maar ook over het gebruik en het stimuleren van bijvoorbeeld de bezorghubs. Ze gaat verder met de locatieprofielen. De locatieprofielen zoals deze in januari 2020 voor inspraak aan de stad zijn aangeboden, zijn verouderd. De stad, de locaties, de flora en fauna en de inwoners zijn sinds die tijd veranderd. De locatieprofielen zijn dan ook niet meer bruikbaar. De participatie moet opnieuw plaatsvinden. De inspraakprocedure (destijds waren er ruim 250 reacties) is beëindigd zonder besluitvorming of inhoudelijke reactie aan de indieners. Dus ook de inspraak moet geheel opnieuw worden uitgevoerd. Door de coronapandemie kon er geen Pagina 33 van 45
5
10
15
20
25
30
35
afgewogen besluit worden genomen naar aanleiding van de inspraak en dus ook geen start van de pilot. De wethouder zegt vaart te willen maken met de locatieprofielen. Ze wil alvast in 2023 de 0,25 miljoen euro inzetten voor tien locatieprofielen en niet wachten op het geld voor de 39 profielen. Met deze eerste tien locaties kan een hele belangrijke stap worden gezet wat betreft spreiding en duidelijkheid voor zowel de organisatoren als de bewoners. Dit kwartaal ontvangt de raad de aanpak met de kaders, het tijdspad, de participatie en de locaties waarop wordt gefocust. De signalen van de raad over de binnenstad en de parken, de inrichting van de participatie en de spreiding worden daarin meegenomen. Het college vindt het belangrijk om de stad, de ondernemers, de bewoners en de organisatoren goed te betrekken bij het opstellen van de locatieprofielen. Het grootste deel van de kosten betreft de participatie en inspraak. De inschatting van die kosten is gebaseerd p ervaringen van 2018 en 2019. Veel bewoners en bedrijven en organisatoren zijn zeer betrokken bij dit onderwerp. Dit wordt dus niet als een hindernis gezien, maar het is wel heel relevant voor het tijdspad en de kosten. Nog niet toegezegd kan worden dat de profielen nog voor de zomer aan de raad kunnen worden voorgelegd.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of het feit dat er nog een brief komt betekent dat straks alle locatieprofielen in één keer komen. Of komen ze per keer? Wethouder Oosters antwoordt dat de brief een plan van aanpak is. De locaties worden wel in één keer aangeboden. De maatregelen om evenementen te verduurzamen, zoals de stroompunten en de watervoorzieningen die op locaties voor evenementen aanwezig zijn, zijn ook onderdeel van de locatieprofielen. Dat wordt dus ook in het plan van aanpak meegenomen. Bij de ontwikkeling of herinrichting van de locaties waar evenementen plaatsvinden wordt rekening gehouden met het gebruik door evenementen. Zo worden er op veel locaties stroomvoorzieningen aangelegd om het gebruik van dieselaggregaten te beperken. Op de vraag van de PvdD over plantaardig eten bij evenementen antwoordt de wethouder dat dat zeer gestimuleerd wordt, naast grondstof, energie, vervoer en toegankelijkheid. Ook de organisatoren zelf stimuleren dat. Dit komt altijd ter sprake bij de overleggen die met hen worden gevoerd. Op de vraag om subsidies voor evenementen met dieren stop te zetten zegt de wethouder dat er in de toekomst bij nieuwe nadere regels voor subsidie wordt beoordeeld of de activiteiten met dieren in aanmerking komen voor subsidieverlening. Dit staat ook in de raadsbrief van 13 september over dierenwelzijn.
De wethouder zegt toe bij het opstellen van een nadere regel over het evenementenfonds de voorwaarde op te nemen dat er geen dieren worden ingezet die daarvoor uit hun natuurlijke leefomgeving worden gehaald of überhaupt dat daarvoor dieren worden ingezet. Zodra de regel is vastgesteld wordt de raad daarover geïnformeerd. Dit is in lijn met het coalitieakkoord.
40
Mevrouw Snippa (PvdD) vraagt waar het nu precies om gaat: dat de dieren niet uit hun natuurlijke leefomgeving worden gehaald òf dat er überhaupt geen dieren worden ingezet.
45
Wethouder Oosters antwoordt dat in het coalitieakkoord staat dat we geen dieren op evenementen willen, dus dat wordt op die manier toegepast. In antwoord op de vraag van de VVD over de toegankelijkheid van sportevenementen zegt de wethouder dat vanochtend ook al is aangegeven dat er lering is getrokken uit de gang van zaken bij de Vuelta. Bij evenementen die de gemeente zelf organiseert moet dat beter worden gecontroleerd. In de voorbereiding van dit soort evenementen werkt de gemeente samen met belangenorganisaties om deze evenementen toegankelijk te laten zijn. Dat wordt bij de vergunningverlening en de veiligheidsvoorwaarden meegenomen.
50
55
60
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat die gesprekken ook nu waren gevoerd, maar toch waren de hekken te hoog op plekken waar mindervalide mensen moesten staan. Kan er van tevoren iemand toetsen of het klopt? Wethouder Oosters zegt aangegeven te hebben dat de toegankelijkheid al een voorwaarde voor evenementen is. Geprobeerd wordt dat te monitoren en we hebben er vertrouwen in dat de organisatoren dat op een goede manier doen. Het is niet mogelijk om bij elk evenement iemand een rondje te laten lopen om te controleren. Die capaciteit is er niet. Tot slot de vraag van de PvdD over het geld opleveren van evenementen voor de stad. De wethouder benadrukt dat er geen sprake is van misleiding. Er zijn mensen in dienst die niet Pagina 34 van 45
5
zomaar ontslagen worden als er geen vergunningaanvragen zijn. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2022 was er nog een lockdown, waardoor het aantal te verwachten evenementen moeilijk was in te schatten. Door de snellere beëindiging van de coronamaatregelen is er geen inkomstenderving op de vergunningverlening van de evenementen. Dit resulteerde in een voordeel van 261 miljoen euro. De wethouder stelt vast daarmee alle vragen te hebben beantwoord. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn.
10
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of er bij de minister aan de bel is getrokken om te zorgen dat de gemeenten wel de bevoegdheid krijgen om evenementen met dieren te verbieden? Daarnaast heeft ze nog de vraag gesteld in hoeverre er wordt samengewerkt in het beleid tussen dierenwelzijn en evenementen?
15
Wethouder Oosters antwoordt dat er met de G4 overleggen zijn over het verbieden van evenementen met dieren. Die gesprekken zullen worden hervat. De wethouder heeft zelf nog geen signaal aan de minister gegeven, Ze zal dit navragen bij wethouder Voortman. De vraag over de samenwerking tussen de afdelingen neemt de wethouder mee als een aanmoediging om die te verbeteren.
20
25
30
35
De voorzitter vraagt of er nog vragen voor de tweede termijn zijn. Dat is niet het geval. Hij bedankt wethouder Oosters.
Beantwoording door wethouder Schilderman Wethouder Schilderman merkt op dat zowel VVD als CDA hebben gevraagd hoe het gaat met de middelen rondom kwetsbare ondernemers. Een gedeelte van het geld van de TON middelen is naar het OZB fonds gegaan waarin compensatie kan worden aangevraagd voor OZB-verhoging. Op dit moment is er nog een onderbesteding op dat fonds. In oktober is een extra campagne gestart om het fonds verder onder de aandacht te brengen. Naar verwachting is er aan het eind van het jaar nog sprake van onderbesteding. Dat maakt dat gekeken wordt of het geld ook anders besteed kan worden, misschien meer richting energie. Het probleem is wel dat het geld voor dit jaar is bedoeld. Eerder werd wel voorgesteld om een deel van deze middelen over te hevelen naar volgend jaar. Daar wordt nog over gesproken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat de wethouder vindt van het idee voor een energieloket en een digitale vaardighedenloket.
45
Wethouder Schilderman zegt er vanuit de gaan dat de VVD Ondernemer Centraal bedoelt, want dat is de plek die hiervoor wordt gebruikt. Het zou goed zijn om erover na te denken wat de zinnige besteding hiervan zou zijn. Het bedrag is wel relatief laag. Als het gaat om een bedrag van €100 tot €500 krijgen we de ondernemers niet heel erg in de benen. Als gekeken wordt naar een andere besteding dan moet wel gezocht worden naar iets wat voldoende substantie heeft. Daarom wordt er nu gekeken of er een nieuw soort energieregeling in kan, die wat meer substantie heeft. Maar het is een uitdaging omdat het geld voor dit jaar is.
50
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt een nieuwe energietegemoetkoming prima. Het gaat haar erom dat het geld dat ervoor stond niet voortgezet wordt. Het moet worden overgeheveld naar volgend jaar, of het moet worden teruggegeven aan de ondernemers in de vorm van een loket waar ze terecht kunnen.
40
55
60
Wethouder Schilderman antwoordt dat voor Ondernemer Centraal besloten is om dat loket volgend jaar voort te zetten. En ook de bijbehorende dienstverlening. De indruk bestaat dat dat loket heel goed werkt. Daar wordt aan gewerkt zowel vanuit de kant van Werk & Inkomen als vanuit Economische Zaken. Wat er mist is bijvoorbeeld energiecompensatie of geld gericht op energiebesparingsmaatregelen. Het duurzaamheidsadviesgesprek zit er wel in. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt om een toezegging van de wethouder waarin duidelijk wordt waaraan het geld dan nu niet gespendeerd wordt en waaraan dan wel. Ze merkt nog op dat Ondernemer Centraal ook met 300.000 euro omlaag gaat. Pagina 35 van 45
5
10
15
20
25
Wethouder Schilderman zegt bereid te zijn dat inzichtelijk te maken voor de Programmabegroting, maar daarbij geldt wel dat er wordt gekeken naar het stuk van de energie. Het is echter niet duidelijk of dat nog voor dit jaar gaat lukken. De heer Dijkstra (CDA) wil van de wethouder weten hoe hoog de onderbesteding is. Wethouder Schilderman antwoordt dat er 66 vragen zijn binnengekomen, waarvan tot op heden 44 zijn toegekend voor 15.000 euro. Dat betekent op dit moment dat er misschien sprake zal zijn van een onderbesteding van 1 miljoen euro. Ze gaat verder met de beantwoording van de vragen. De VVD vroeg naar de verhoging van de leges van de horeca. De leges zijn voor 60% kostendekkend. De kostendekkendheid wordt gelijk gehouden, maar de kosten stijgen: het aantal horecabedrijven is toegenomen, het toezicht op de wettelijke registratie van leidinggevenden in de verleende vergunning en de aanwezigheidsplicht in het horecabedrijf is geïntensiveerd en er is een toename aan werkzaamheden rond beoordeling, begeleiding en toezicht. Ook wordt er steeds vaker gevraagd naar omgevingsfactoren als veiligheid, geluid en milieu. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt waarom de leges in Utrecht zoveel hoger zijn dan in de andere G4 gemeenten. Wethouder Schilderman zegt op dit moment niet op ieder onderdeel van de vergunning een vergelijking met de G4 te hebben.
Er is in ieder geval een hele sterke stijging geweest van horecagelegenheden (450 in 2010 en 650 in 2020). De stijging heeft ook te maken met bijschrijven van de leidinggevende. Daarvoor is eerder geld gereserveerd om dat dit jaar te bekostigen, maar dat verandert dus volgend jaar.
30
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat het nog steeds niet duidelijk is waarom het zoveel hoger moet zijn in Utrecht. Het idee dat in de toekomst de aanvragen gaan stijgen worden nu wel heel erg afgeremd door het college.
35
Wethouder Schilderman zegt niet te verwachten dat er hiermee wordt toegewerkt naar het omlaag brengen van de aanvragen. Dat was de afgelopen jaren ook niet zo. En als iemand dit kleine extra bedrag niet kan betalen bij het starten van een zaak dan is het de vraag of je überhaupt wel met een bedrijf moet starten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt er een punt van te maken dat er in crisistijden geen rekening wordt gehouden met ondernemers.
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman wijst erop dat de afspraak 60% kostendekkend ook in crisistijd geldt. Als de VVD daar meer wil bijleggen vanuit de algemene middelen wordt ieder dekkingsvoorstel graag tegemoet gezien. Op de vraag van de VVD hoe het economisch profiel past bij Utrecht antwoordt de wethouder dat er met Economic Board en andere partijen wordt gewerkt aan het economisch profiel op gezondheid in de brede zin. Dat is een stuk breder dan het Utrecht Science Park. Het gaat niet alleen over medische gezondheid maar ook over een gezonde leefomgeving. Voor de rest geeft het wel aan dat in Utrecht zo’n 25% van de economische activiteiten daadwerkelijk gerelateerd is aan gezondheid. Een positionering waar 100% van de activiteiten gerelateerd is aan die positionering is vrij lastig haalbaar. In dat geval is er niet meer een echte onderscheidende positionering, zeker in een stad als Utrecht. De vraag van GroenLinks over pakketbelasting zegt de wethouder heel goed te begrijpen, maar de gemeente mag niet zomaar extra belastingen heffen. Dat ligt vast in de gemeentewet. De enige oplossing om het verschil kleiner te maken zou kunnen zijn het tarief OZB niet-woningen te verlagen. Daarmee worden de lasten voor de lokale ondernemers verlaagd, maar ook daar is dekking voor nodig.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt zich voor te kunnen stellen dat het niet met een directe belasting kan, maar zijn er misschien andere mogelijkheden om te kijken of er paal en perk aan gesteld kan worden? Pagina 36 van 45
Wethouder Schilderman verwijst naar wethouder Oosters voor eventuele maatregelen als hubs. Andere methoden zou ze niet weten. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of het misschien mogelijk is iets terug te vragen voor het gebruik van de mobiliteit en de wegen in de stad door de pakketbezorgers. Wethouder Schilderman meent dat dit een onderwerp is om eens op een ander moment over van gedachten te wisselen. Wat de belastingheffende kant betreft is de gemeente beperkt door de gemeentewet. Ze gaat verder met de vraag van het CDA of er in de actieagenda aandacht is voor de kwaliteit van de bedrijvigheid en hoe zich dat verhoudt tot brede welvaart en de openbare ruimte. De wethouder zegt dat transities in het kader van toewerken naar meer brede welvaart, waar de totale breedte van de welvaar in terug komt, worden gestimuleerd. Daar hoort de openbare ruimte in principe ook bij. D66 vroeg of de circulaire economie een grote plek gaat krijgen in de actieagenda. De wethouder geeft aan dat Utrecht in 2050 een circulaire stad wil zijn. Circulaire economie krijgt daarmee een grote plek, ook in relatie tot het vestigingsklimaat en het investeringsklimaat. D66 vroeg of er vertrouwen is dat de combinatie economie en mbo de juiste prioriteit heeft. De wethouder heeft het idee dat dat zeker prioriteit heeft, zowel mbo, als economie, als de combinatie. De afgelopen periode is daar met het mbo-actieplan en het Fonds Mismatch ook al in geïnvesteerd. Er blijft nog veel te doen.
De tekortsectoren, die specifiek genoemd zijn, zijn met name mbo-banen. Met de Utrecht Talenalliantie wordt gekeken hoe mensen beter naar bepaalde tekortsectoren toegeleid kunnen worden. Dit heeft zeker prioriteit. De PvdD vroeg naar korting op de precariobelasting voor fossielvrije terrassen. Er is een stringent kader rond de gemeentebelastingen, waardoor er geen mogelijkheden zijn voor differentiatie in deze belasting en heffing. De belasting is niet bedoeld voor dit soort beleidsdoeleinden. Amsterdam heeft met zo’n verbod geëxperimenteerd en is in 2021 door de Raad van State teruggefloten. Het is wellicht beter om het beleidspad in dezen te doorlopen omdat ondernemers zelf ook heel anders nadenken over de terrasverwarmers. De PvdA vroeg in relatie tot flitsbezorgers of er voldoende capaciteit is voor de uitvoering. Op dit moment wordt gewerkt aan nadere beleidsregels inzake flitsbezorging. Binnen het huidige budget van Economie is dat op dit moment gedekt. De handhaving vindt breder en integraal plaats. De huidige handhaving op flitsbezorging komt vanuit Ruimtelijke Ordening, omdat het in meerdere gevallen niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
Wat betreft de capaciteit bij Economie geeft de wethouder aan dat er wel een intensivering is gedaan op het gebied van economie, maar als de afdeling Economie wordt vergeleken met die van andere steden is die nog steeds niet heel erg groot. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt de wethouder of ze met betrekking tot de fossielvrije terrassen naast het beleidspad nog andere mogelijkheden ziet om ondernemers zover te krijgen. In hoeverre is er nog iets mogelijk met het uitsterfbeleid? Wethouder Schilderman verwijst naar haar antwoord waarin ze aangaf dat Amsterdam was teruggefloten toen ze probeerden het te verbieden. Daarom ziet ze in een door de gemeente geregeld uitsterfbeleid weinig kans. In de hoek van de regelgeving is op dit moment niets. Ze is wel bereid om met de ondernemers het gesprek aan te gaan. De vraag van de PvdA inzake citymarketing: de wethouder geeft aan dat de raad in een brief is geïnformeerd over de voortgang. Het is opgenomen als onderdeel van een meerjarenovereenkomst. Het moet gebeuren in de looptijd van de meerjarenovereenkomst. Al eerder is toegezegd dat de raad wordt geïnformeerd over de evaluatie van de meerjarenovereenkomst. Dit staat voor Q1-2024. De vraag van Volt inzake het hotelbeleid: Er is toegezegd dat in Q4-2023 hierop teruggekomen wordt. Wat betreft de hotelcapaciteit was er door de Covid crisis een hele tijd een lagere bezetting dan gewoonlijk.
Inmiddels heeft de hotelmarkt zich weer redelijk hersteld. Het gaat vooral om vrijetijdsbezoekers. Het zakelijk bezoek blijft achter. Dat wil echter niet zeggen dat er nu leegstand is. De vraag van Volt inzake het ondernemersfonds over het mandaat dat ook kleinere verenigingen hebben. De VVD gaf al aan dat Utrecht een rijk verenigingsleven van ondernemers heeft. Deze regeling heeft dat juist aangemoedigd. Het ondernemersfonds van Utrecht is bij uitstek voor en door ondernemers. Er wordt gewerkt aan een evaluatie. Die wordt eind volgend jaar verwacht. Pagina 37 van 45
5
10
15
De vraag van Volt over CMU met betrekking tot bereikbaarheid. In het algemeen is de indruk niet dat CMU heel uitgebreid probeert om mensen meer met de auto naar Utrecht te halen. Ze gaan wel breed in op alle modaliteiten. Zij benoemen de auto ook als vervoermiddel, maar in hun communicatie stellen ze die niet boven de anderen. Af en toe is er wel een klein incident in dit kader, bijvoorbeeld rondom de Singelloop, maar dat wordt dan besproken. De wethouder zegt toe dat dit onderwerp bij het volgende gesprek met CMU zal worden besproken. De heer Stam (Volt) vraagt de wethouder of ze herkent dat er kleine ondernemersverenigingen zijn. Wat kan ze doen dat dat geld goed besteed wordt? Wethouder Schilderman herkent dat er kleine verenigingen zijn en dat er verschil is in het functioneren van de verschillende verenigingen. Het ondernemersfonds is daar zelf wel scherp op. Er wordt goed gecontroleerd of een aanvraag goed is en substantie heeft. Ze zegt toe in de evaluatie expliciet mee te nemen hoe het gaat met de besteding in de kleinere gebieden en of daarin de juiste schaal en het juiste effect wordt bereikt. De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder ook een rol voor de gemeente ziet wat betreft het toezien daar op.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman antwoordt dat dit bij OVU is belegd. Het is een fonds voor en door ondernemers dat goed functioneert. Er is geen aanleiding om te denken dat het nu niet heel goed functioneert. Dat zal in de evaluatie duidelijk worden. Als dat blijkt dat het niet goed functioneert zou de gemeente misschien een grotere rol daarin moeten hebben, maar niet a priori. De vraag van Student en Starter om start-ups niet alleen met subsidie te ondersteunen maar ook met bedrijfsruimte en als launching customer: De gemeente hecht er waarde aan om dat breed te doen. Dat was ook expliciet de insteek van de verdere subsidie die open is gezet. Want die richt zich met name op het ecosysteem daar omheen waar vaak huisvesting inclusief is. Wat nu open is gezet is geen directe subsidie aan individuele start-ups maar juist aan het ecosysteem rondom de start-up. En daar zit met name de huisvesting in. Voor de rest helpt de gemeente via het Utrecht City in Business programma. En als launching customer kan de gemeente daarin een belangrijke klant zijn. Binnen de gemeente helpen wij waar mogelijk met het vinden van de juiste contacten. De vraag van Student en Starter inzake gametechnologie: Het is waar dat Utrecht heel sterk is op het gebied van gaming, onder andere ook door de rol van de gemeente bij de Dutch Game Garden. In Utrecht wordt ook ingezet op gaming middels de ROM.
Daarin wordt ingezet op een gezonde samenleving waar serious gaming echt een onderdeel van kan zijn. Wel wordt er af en toe de vraag gesteld wanneer het nu heel erg gaming is en wanneer het gaming is die bijdraagt aan de gezonde samenleving. De vraag van Een Utrecht naar startups en scale-ups: Op 4 oktober is de raad met een raadsbrief geïnformeerd. Het college wil dat het startup ecosysteem bijdraagt aan de positionering als gezondheidsmetropool, werkgelegenheidsgroei en innovatie op het gebied van duurzaamheid, kansengelijkheid en gezondheid. Het is dus niet alleen op werkgelegenheid, maar ook op toekomstbestendige economie. Dus de focus op startups komt niet alleen vanuit de focus op werkgelegenheid, maar ook hoe je de transitie in de economie kunt maken die we graag willen. Wat betreft de vraag van EenUtrecht over verdere onderbouwing van de horecaleges geeft de wethouder aan al iets daarover gezegd te hebben. Ze heeft uitgelegd waar de kostenstijging vandaan komt. De specifieke bedragen staan in de begroting. Wat betreft het debatje over horeca en mbo eerder in deze vergadering: de wethouder heeft gesproken met Koninklijke Horeca Nederland. Zij delen breed dat iedereen welkom moet zijn. Zij hebben geen signalen gekregen dat mbo’ers grootschalig geweigerd worden. Het is wel een onderwerp waar we scherp op moeten zijn.
Als er nieuwe signalen zijn wordt dat weer besproken met de horeca. De wethouder veronderstelt hiermee alle vragen te hebben beantwoord. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt nog gevraagd te hebben wat de wethouder gaat doen om andere ondernemers in de stad ook bij het ondernemersprofiel te betrekken en het mbo. Wethouder Schilderman zegt als antwoord te hebben gegeven dat het juist helemaal niet iets is wat alleen over het Utrecht Science Park gaat. Het is veel breder aanwezig in Utrecht dan alleen Pagina 38 van 45
5
op die plek. Mbo is inderdaad nog geen antwoord op gegeven. Het ROC Midden Nederland is aangesloten bij de EBU die bij uitstek gaat over onze positionering. Zij dragen dit profiel dan ook actief uit. Denk bijvoorbeeld aan het vitaliteitslab, de techniekopleiding en de combinatie die het ROC zelf zoekt op het gebied van sport, welzijn en gezondheid. De thema’s gezondheid en duurzaamheid gaan op diverse plekken een steeds belangrijker rol spelen. De voorzitter vraagt of er nog vragen voor de tweede termijn zijn.
10
15
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat er in de Programmabegroting niet wordt ingegaan op de bruisende stadscentra, dus verspreid over de hele stad. Hoe gaat de wethouder dit alsnog stimuleren? De VVD dacht hierbij aan een programma dat lijkt op Morgen Mooier Maken. De VVD gaat nog een voorstel doen op de leges horeca en afhankelijk van de brief over het OZBfonds wordt gekeken wat daarmee in de raad wordt gedaan. De heer Talhaoui (PvdA) wijst erop dat de motie die is aangenomen het college opdraagt de naamswijziging door te voeren. Hij vraagt de wethouder te bevestigen dat dit gaat gebeuren in Q2024.
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) kondigt aan op 10 november met een motie te komen om de startups en scale-ups op een andere manier te bestemmen. Hij verzoekt de wethouder om ruim voor die tijd de onderbouwing van het besluit van 17 september inzake de half miljoen euro toe te sturen. Dit zal ook worden geagendeerd in de commissie OWE van 17 november.
25
De voorzitter wijst erop dat de commissie in het proceduredeel gaat over agenderingen in de commissie.
30
35
40
45
Wethouder Schilderman zegt in antwoord op de vraag van de VVD over de bruisende stadscentra dat er expliciet wordt gewerkt aan het laten groeien van horeca buiten de binnenstad. Bij herontwikkeling wordt gekeken of er groei van horeca of andere ontmoetingsplekken kan komen. De wethouder twijfelt over het voorstel om dat gelijk aan het programma Morgen Mooier Maken te doen. Dat programma ontstond omdat er leegstand was op bepaalde plekken en dat op een stabielere manier op te lossen. Dat heeft twee sporen: wonen boven winkels en bijvoorbeeld het maken van straatjes met winkels met eenzelfde soort profiel. Het is de vraag of dat de aanpak moet zijn bij bruisende stadscentra. Dus: ze deelt met de VVD dat het een zoektocht is naar verdere bruisende stadscentra, maar ze vraagt zich af of die aanpak daar daadwerkelijk toe gaat leiden. Mevrouw Al-Saqaff begrijpt die twijfel, maar hoe gaat het dan wel aangepakt worden en hoe gaat de wethouder de raad daarover informeren? Wethouder Schilderman zegt daarover al iets gezegd te hebben en zegt open te staan voor suggesties van de VVD. Ze gaat verder met de vraag van de PvdA over de naamswijziging. Ze wijst erop dat haar voorganger een brief heeft gestuurd dat dat moet gebeuren in de loop van de uitvoeringsovereenkomst die nog tot 2025 loopt. Ze heeft toegezegd in Q1-2024 een update te doen.
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt om een bevestiging dat de naamswijziging doorgaat.
50
55
60
Wethouder Schilderman zegt dat dat wel is afgesproken, maar ze wijst erop dat Utrecht Marketing wel een stichting is, en geen afdeling van de gemeente. Ze gaat er wel vanuit dat het gaat gebeuren. Tot slot gaat ze in op de vraag van EenUtrecht over de onderbouwing van de half miljoen rond startups en scale-ups. In de raadsbrief zijn de overwegingen daartoe aangegeven. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt graag een evaluatie te zien van de afgelopen vier jaar. EenUtrecht zou graag zien dat het hoofdcriterium wordt dat het open staat voor alle ondernemers. Dat hoofdcriterium zou dan kunnen zijn of je op een innovatieve manier zorgt voor meer werkgelegenheid. Pagina 39 van 45
Wethouder Schilderman zegt nogmaals te zullen nagaan welke informatie hierover is. Deze zal ze toesturen. Ze herhaalt dat de reden om het hele ecosysteem rond startups en scale-ups te ondersteunen niet alleen gericht is op werkgelegenheid. 5
10
De voorzitter vat de toezeggingen van wethouder Schilderman samen: 1. In Q1-2024 ontvangt de raad een update van het meerjarenovereenkomst met Utrecht Marketing. 2. Uiterlijk Q-2023 ontvangt de raad een evaluatie van het ondernemersfonds, waarin wordt gekeken of de omvang van de gebieden aansluit.
Beantwoording door wethouder Eerenberg 15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Eerenberg begint met drie onderwerpen in het algemeen waarmee, naar hij hoopt, een heleboel vragen worden beantwoord. Het leerlingenvervoer: In Utrecht zit men wat dit onderwerp betreft gelukkig aan de positieve kant, in het linker rijtje. Desondanks zijn er schrijnende gevallen. Als portefeuillehouder wil ook de wethouder daar bovenop zitten. Er wordt nu gewerkt aan een dashboard, waarin elke maand een peiling wordt gedaan op basis van de gegevens van de vervoerder en op basis van de klachtenadministratie. Elk kwartaal wordt er met scholen en ouders gesproken om te vragen hoe het gaat. De wethouder stelt voor dat op internet te publiceren in plaats van in een raadsbrief. Hij hoopt voor het eind van het jaar in een raadsbrief te verwijzen naar een link naar deze monitor. En een derde lijn betreft de inhoud. In september zijn ongeveer duizend ritjes voor niets geweest. Dat zijn ongeveer vier chauffeurs per dag. Daar moet iets mee gedaan worden. Verder wachten er nog veel chauffeurs op hun diploma bij het CBR. Daar is de wachttijd heel lang. In de coronatijd mocht men tien weken op de bus blijven rijden als ze in afwachting waren van hun diploma. Nu is dat nog vier weken. De wethouder probeert dat weer terug te krijgen op 10 weken. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de wethouder op basis waarvan is bepaald dat Utrecht in het linker rijtje staat.
Wethouder Eerenberg antwoordt dat die cijfers samen met het onderwijs zijn opgesteld. Mevrouw Assen (PvdA) zegt blij te zijn dat de wethouder er zo bovenop zit en zou er graag in de volgende commissie OWE verder over praten. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt nogmaals waarom het rapportcijfer omlaag moet van een 8 naar 7,5. Wethouder Eerenberg antwoordt dat er toch wel iets aan de hand is. Er is een enorm tekort aan chauffeurs, wat betekent dat het moeilijk is om aan je norm te voldoen. Dan is het redelijk om te verwachten dat het rapportcijfer zal dalen. Daarmee wordt niet gezegd dat het college minder ambitie heeft. Wat betreft de vragen over de Rijke Schooldag geeft de wethouder aan dat daar eigenlijk al mee wordt begonnen. Er zijn drie coalities met in totaal 33 scholen, waar nu al plannen mee worden gemaakt. Het gaat echt lukken om nog in dit schooljaar van start te gaan, ook in de praktijk. Mevrouw Van der Wilt (D66) informeert of het voorlopig alleen om primair onderwijs gaat of dat er ook scholen uit het voortgezet onderwijs meedoen.
50
55
60
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het over het primair onderwijs gaat. Maar als het zal gaan over bijvoorbeeld meer regie nemen op het taaloffensief dan wordt ook met het voortgezet onderwijs gesproken. Een van de krachtigste instrumenten die worden ingezet is de Bibliotheek op school. Dat is nu op 16 scholen en de ambitie is om dat te verdubbelen, waaronder ook één voschool. Ook wordt gekeken of dat bij de kinderopvangorganisaties kan. Ook waren er vragen over de schoolgebouwen. In Utrecht zijn er 90 basisscholen, 20 middelbare scholen en 9 scholen voor het voortgezet (speciaal) onderwijs. Binnen die portefeuille lopen er nu 70 projecten om te renoveren, uit te breiden of nieuw te bouwen. Dat is dus bijna 1 op de 3. In de huidige omstandigheden met stijgende bouwkosten en moeilijk te vinden aannemers wordt het dan ingewikkeld. Toch moet de ambitie hoog gehouden worden. Pagina 40 van 45
De heer Dijkstra (CDA) vraagt hoe dat dan bekostigd zou moeten worden.
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Eerenberg antwoordt dat in het MPOHV bij de begroting het college de ruimte heeft gekregen om investeringen te doen. Dus als deze begroting wordt goedgekeurd kan er weer verder worden gegaan met de plannen. Wat betreft de ventilatie zijn veel scholen reeds aangepakt. De wethouder verwijst in dezen naar de raadsbrief die hij daarover heeft gestuurd. Wat betreft de vraag van het CDA over het geld voor duurzaamheid dat op de plank blijft liggen, antwoordt de wethouder dat de reden daarvoor is dat het college energieneutrale gebouwen wil. In het bouwbesluit wordt gesproken over bijnaenergieneutrale gebouwen. Als de gemeente investeert in energieneutrale gebouwen hebben de scholen een voordeel. Daarom is de voorwaarde gesteld dat er van de schoolbesturen wordt verwacht dat ze daar geld bij leggen. In de praktijk willen de scholen dat niet. Daarom wordt er opnieuw naar die regeling gekeken. De wethouder zegt toe in Q1-2023 de raad te informeren over de aanpassing van de voorwaarden. Voor de groene schoolpleinen is een budget beschikbaar voor 12 schoolpleinen per jaar, terwijl er meer aanvragen zijn. De vrijwillige ouderbijdrage: de wethouder zegt het eens te zijn met de suggestie van de PvdA om een inspectieonderzoek toe te voegen. Het lerarentekort en de vraag of er een centrale plek kan komen voor zijinstromers: De wethouder antwoordt dat er een hybride plek komt.
Het gaat best goed met de zij-instromers. Er zijn er 80 terwijl aan 60 werd gedacht. De matching door schoolbesturen is effectief gebleken. Voor de zijinstromers die niet weten welk schoolbestuur ze moeten benaderen wordt een routekaart gemaakt om de mensen naar het juiste schoolbestuur te leiden. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de wethouder hoe voorkomen kan worden dat mensen zich bij een school aanmelden, te horen krijgen dat er geen plek is en dan afhaken. Wethouder Eerenberg antwoordt dat wanneer dat een individuele school betreft, dit teruggaat naar het schoolbestuur. Als het gaat om een éénpitter school, dan moet het terug naar de routekaart. De meeste zij-instromers zijn zeer gepassioneerd en zullen doorgaan met zoeken. Mevrouw Assen (PvdA) wijst erop dat er ook mensen zijn die hun eigen toelating tot zij-instromer zelf moeten betalen en dan mogelijk toch afhaken. Ze vraagt of er achter de hybride constructie extra mensen of uren zitten. Wethouder Eerenberg zegt daar verder in de beantwoording van de vragen op terug te zullen komen en gaat verder met de andere vragen. Het Jeugdeducatiefonds werkt als een achtervang, als alle andere regelingen niet meer werken. De wethouder is nog in gesprek met het JEF en zegt toe daar in een reguliere raadsbrief over onderwijs op terug te komen. De energielasten van de scholen: in Utrecht blijkt het mee te vallen.
De meeste scholen hebben een langjarig contract via Energie voor Scholen en hebben de komende winter geen probleem. Er zijn scholen die wel een probleem hebben, zoals de Vrije School die op stadsverwarming zit. Er wordt gekeken of het ministerie dit als casus kan gebruiken omdat dit elders in Nederland ook een probleem is. In november komt het ministerie met een oplossing. De wethouder zegt toe in een reguliere onderwijsbrief de raad hierover te informeren. De vraag van Volt inzake kansrijk adviseren: de wethouder is het ermee eens dat kansrijk adviseren ook een keerzijde kan hebben. Toch meent hij dat het wel goed is dat bij twijfel de leerlingen een dubbeladvies krijgen. Die adviezen moeten dan wel als gelijkwaardig worden gezien. Evaluatie van Utrecht Leert: de wethouder geeft aan dat dit ieder jaar wordt geëvalueerd. Dit wordt in Q1-2023 toegezonden. Het wordt zeker verlengd. Het parkeerbeleid bij scholen: daar wordt aan gewerkt door de collega’s van Mobiliteit. De wethouder heeft op dit moment geen overzicht van het aantal scholen dat er gebruik van wil maken, terwijl er wel eigen parkeergelegenheid is. Dit kan eventueel als technische vraag worden ingediend. De signalen over uithuwelijken: de wethouder zegt hierover navraag gedaan te hebben bij Jeugdgezondheidszorg en bij de collega’s vanuit Veiligheid. In Utrecht is een casus zoals in Rotterdam niet bekend.
Pagina 41 van 45
5
10
De vraag over stages op het hbo en wo van Student en Starter: het signaal is niet bekend bij de wethouder en ook niet bij zijn ambtelijke collega’s van Onderwijs. De wethouder zegt wel bij het eerstvolgende gesprek met het hoger onderwijs te zullen polsen in welke mate dit een probleem is en hoe zij dit herkennen. Hij komt daar op terug. De vraag over brugfunctionarissen van GroenLinks: dat is een zeer effectieve maatregel, de familieschool is geboren in Overvecht. Er wordt met veel scholen gekeken of dit breder ingevoerd kan worden. Daarbij wordt gekeken naar de NPO-middelen, wetende dat we dan weer iets structureels incidenteel gefinancierd hebben. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of de raad hier nog iets op terug hoort, of dat de wethouder dit gewoon gaat uitwerken. Wethouder Eerenberg zegt daarvoor de reguliere onderwijsbrieven te zullen gebruiken.
15
Mevrouw Kendir (Student en Starter) vraagt wanneer hier een update over komt.
20
Wethouder Eerenberg zegt afhankelijk te zijn van gesprekken met derden, maar noemt Q2-2023 als veilige datum. Mogelijk is het eerder. De vraag over de lerarenopleiding Nederlands bij de Hogeschool Utrecht: de wethouder geeft aan dat de signalen bekend zijn. Het is voor het college moeilijk om in te grijpen op de kwaliteit van de opleiding. Hij zegt wel het gesprek aan te gaan, omdat het beter kan en beter moet. Verder wijst hij ook naar Utrecht Leert. Daarin wil men de eigen PABO’s in de brede zin des woords een kwaliteitsimpuls geven. Daar zijn middelen aan verbonden.
25
De heer Simsek (Denk) zegt blij te zijn dat de wethouder de zorg deelt. Hij vraagt zich af wat de raad in dezen kan betekenen.
30
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het afgeven van signalen al heel krachtig is. Dat zet dingen in werking. Hij gaat in gesprek en zegt toe hier uiterlijk Q2-2023 over terug te koppelen, met een inspanning om voor Q1 te gaan.
35
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt te hopen dat de wethouder zich dan niet beperkt tot de lerarenopleiding, want ook op de economische vakken wordt er ondergepresteerd bij de Hogeschool Utrecht. Er zijn leerlingen die daarom naar Rotterdam of Amsterdam willen overstappen.
40
45
50
55
Wethouder Eerenberg zegt dat signaal niet te kennen. Hij zegt toe te zullen uitzoeken hoeveel mensen dat hebben aangegeven en het dan mee te nemen in het gesprek met de HU. De vraag over de wijkaanpak met betrekking tot onderwijshuisvesting: de wethouder geeft aan dat er bij de wijkaanpak wordt gekeken naar de behoefte in de wijk en dat er vervolgens wordt gekeken naar de gebouwen in die wijk. Het is heel lastig om dat op een goede manier te doen. Er wordt gewerkt aan een nieuw MPOHV voor 2025, met nieuwe uitgangspunten. Dit gaat in Q42024 naar de raad. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat het er bij haar om ging dat het afspraken zijn die je vóór het aanmelden op de basisschool kan maken om te voorkomen dat de ene school heel hard groeit en de andere krimpt. Wethouder Eerenberg antwoordt dat de wijkaanpak vooral gericht is op de huisvesting. Dat heeft ook te maken met de verwachte groei. En met het aanmeldbeleid is er een knop om an te zitten wat betreft de groei. Dus dat hangt allemaal met elkaar samen. Op de oproep van de PvdA dat alle scholen eigenlijk een gelijke tred moeten hebben in hun groei zegt de wethouder dat dat moet passen bij de demografie van de wijk. Dat is een goed uitgangspunt. Maar er is natuurlijk ook een populaire school en een minder populaire school en de concurrentie. Allemaal dingen die er eigenlijk voor zorgen dat we niet echt effectief zijn.
Mevrouw Assen (PvdA) wijst erop dat dit in Eindhoven heel goed werkt.
Pagina 42 van 45
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Eerenberg zegt tot slot dat veel crises in de samenleving ook samenkomen in het onderwijs. Armoede, energie, kansenongelijkheid, segregatie, inclusie, al die dingen komen samen in het onderwijs. Wij willen dat het onderwijs daar steeds actiever in wordt, een rol in pakt, en dat de gemeente daar de regisseur in is. Dat is heel zwaar voor de mensen bij Onderwijs. Daarom de hartenkreet van de wethouder: bij de voorjaarsnota komt hij daar op terug, maar hij denkt dat het verstandig is om de eigen kracht op dit thema te versterken. Dat past bij meer regie en meer actie. De voorzitter vraagt de commissie of er nog gemiste vragen zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) herhaalt de vraag of er binnen schooltijd meer gebruik gemaakt kan worden van sportvelden of sportfaciliteiten van particulieren in het kader van het bewegingsonderwijs. Mevrouw Van der Wilt (D66) mist haar vraag over de rol die de gemeente kan nemen bij taalachterstand en specifiek leesoffensief. En ook de vraag hoe de gemeente een voorbeeld als de Maaspleinschool ter inspiratie kan meenemen in het MPOHV. De heer Dijkstra (CDA) merkt op twee vragen te hebben gemist. De eerste was de 20 miljoen overschrijding op de bouwkosten van de internationale school. Aangegeven wordt dat gekeken wordt welke optimalisatieslagen nodig zijn om die kosten te drukken.
Wanneer krijgt de raad te horen welke optimalisatieslagen zijn? En de tweede vraag luidde waarom de grootschalige verbouwing gebouwen tijdelijke huisvesting niet is opgenomen in de rapportage. Mevrouw Assen (PvdA) laat weten dat haar vraag over de bibliotheek nog niet beantwoord is. Wethouder Eerenberg wijst erop dat hij een aantal dingen heeft samengenomen, onder andere het leesoffensief. De kern daarvan is de bibliotheek op school. Dat is een hele effectieve manier om dat te doen. Op de vraag of daar meer regie op kan, antwoordt de wethouder dat het zijn ambitie is om het te verdubbelen. En voor nog meer regie verwijst hij naar zijn hartenkreet en de capaciteit van de ambtelijke organisatie. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat het leesoffensief op een veel breder spectrum zit. Het zal ook andere collegeleden raken. Ze pleit ervoor om het dan ook zo breed op te pakken. Wethouder Eerenberg gaat verder met het beantwoorden van de vraag van het CDA over de internationale school. Op dit moment is de wethouder in gesprek met beide scholen om te kijken hoe het financiële tekort opgelost kan worden. Dat gesprek moet voor het eind van het jaar afgerond zijn. Als daarover duidelijkheid is krijgt de raad daar zo snel mogelijk bericht over. In antwoord op de vraag van de PvdA over de bibliotheek en de reorganisatie merkt de wethouder op dat haastige spoed zelden goed is.
Er is bestuurlijk overleg met de directeur/bestuurder van de bibliotheek. Eerst moet er gekeken worden waar het financiële tekort vandaan komt. Maar los daarvan is er ook de reorganisatie. Hij zegt toe de ontwikkelingen in een reguliere raadsbrief mee te nemen. Het is een zelfstandige stichting die verantwoording aflegt aan haar eigen toezicht over de continuïteit en de bedrijfsvoering. Alles wat te maken heeft met het tekort is even aan de kant gezet. De wethouder zegt deze week meer te horen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of, en in hoeverre, dat gevolgen heeft voor de gemeente. Is de gemeente genegen de bibliotheek te faciliteren voor een dergelijke operatie. Wethouder Eerenberg antwoordt dat dat niet aan hem is om dat wel of niet te faciliteren. Het is een eigenstandige bevoegdheid en een eigenstandige verantwoordelijkheid. Het moet alleen de keuze van de gemeente over het structurele tekort bij de bibliotheek niet in de weg zitten. Daarvan heeft de gemeente gezegd dat dat niet zo is. Dus daar heeft de gemeente de handen vrij om het gesprek over te doen. In antwoord op de vraag of er wordt gekeken naar particuliere sportinitiatieven in de buurt, zegt de wethouder dat dat zeker gebeurt, maar alleen als het anders niet lukt. De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid om onderwijsgebouwen met gymzalen te bouwen.
Voorts reageert de wethouder nog op het idee van D66 met betrekking tot de Maaspleinschool. De wethouder zegt graag met deze school in gesprek te gaan. Pagina 43 van 45
5
En tot slot de vraag van het CDA over tijdelijke huisvesting: de wethouder zegt de indruk te hebben dat ook in de MPOHV de raad wordt meegenomen over de tijdelijke huisvesting. Indien gewenst, is de wethouder bereid een overzicht te verstrekken van scholen die tijdelijk zijn gehuisvest, met de kosten et cetera.
15
De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Hij vat de toezeggingen van wethouder Eerenberg samen: 1. In Q1-2023 informeert het college de raad over het besteden van de BENG of de ENG gelden. 2. In de al toegezegde brief over de vrijwillige ouderbijdrage neemt het college het onderzoek van de inspectie mee. 3. In Q1-2023 komt de evaluatie Utrecht Leert. 4. In Q2-2023 komt het college terug op de uitkomst van de gesprekken met hbo en wo over stagediscriminatie. 5. In Q2-2023 komt het college terug op de uitkomst van het gesprek met de hogeschool over de signalen van studenten over de lerarenopleiding Nederlands.
20
De voorzitter stalt vast dat de OWE, net als ZWCS, vijf uur nodig had voor het debat. Als de commissie VBF dat ook doet, dan zijn ze om drie uur vannacht klaar….. Hij dringt er bij iedereen, ook bij zichzelf, op aan om hier in het vervolg beter op te letten. Hij schorst de vergadering voor tien minuten, waarna de commissie VBF verder gaat.
10
Pagina 44 van 45
LIJST VAN TOEZEGGINGEN 5
10
15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Voortman zal met betrekking tot de onderwerpen onderwijs, werk en economie: • Q1 2023 informeert de wethouder de raad over de dienstverlening van de gemeente voor mensen die werk zoeken. • Q1 2023 ontvangt de raad het plan van aanpak Basisbanen, waarin ook de stand van zaken van de propositie richting het Rijk terugkomt. • Q2 of Q3 2023 informeert het college de raad over de kosten van de uitvoering van armoede/inkomensregelingen, ook in relatie tot het geld dat daadwerkelijk de doelgroep bereikt. Wethouder De Vries zal met betrekking tot de onderwerpen onderwijs, werk en economie: • De MBO-agenda 2023-2026 komt in Q1 2023. • In Q1 komt de wethouder terug met de meest recente cijfers van het aantal vroegtijdig schoolverlaters. • In Q4 2022 ontvangt de raad het plan van aanpak stagediscriminatie. Wethouder Schilderman zal met betrekking tot de onderwerpen onderwijs, werk en economie: • In Q1 2024 ontvangt de raad een update van de meerjarenovereenkomst met Utrecht marketing. • In Q3 of Q4 2023 ontvangt de raad de evaluatie van het Ondernemersfonds. Wethouder Voortman zal met betrekking tot de onderwerpen onderwijs, werk en economie: • Q1 2023 informeert de wethouder de raad over de dienstverlening van de gemeente voor mensen die werk zoeken.
• Q1 2023 ontvangt de raad het plan van aanpak Basisbanen, waarin ook de stand van zaken van de propositie richting het Rijk terugkomt. • Q2 of Q3 2023 informeert het college de raad over de kosten van de uitvoering van armoede/inkomensregelingen, ook in relatie tot het geld dat daadwerkelijk de doelgroep bereikt. Wethouder Eerenberg zal met betrekking tot de onderwerpen onderwijs, werk en economie: • Q1 2023 informeert het college de raad over het besteden van BENG/ENG-gelden • In de al toegezegde brief over de vrijwillige ouderbijdrage, neemt het college het onderzoek van de Inspectie mee. • Q1 2023 komt de evaluatie Utrecht Leert! • Q2 2023 komt het college terug op de uitkomsten van gesprekken met hbo en wo over stagediscriminatie • Q2 2023 komt het college terug op de uitkomst van het gesprek met de hogeschool over signalen van studenten over de lerarenopleiding Nederlands.
Pagina 45 van 45