CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

concept verslag PB 2023 Cie EDW 22.10.20.docx

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen commissies Programmabegroting 202324.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het zijn dus loze woorden van de PvdD dat dit alsnog zou kunnen. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat dit geen loze woorden zijn. Als de PvdD een plan zou moeten maken voor klimaatneutraal in 2030 zou het misschien haalbaar zijn maar dan moeten er andere keuzes worden gemaakt en veel geldstromen om worden gegooid. De heer Van Heuven (PvdD) vervolgt zijn betoog: - Bij de Programmabegroting van 2022 stelde de PvdD voor bedrijven verantwoordelijk te maken voor hun eigen zwerfafval in een straal van 150 meter, en om een soort zwerfafval award voor te stellen voor de meest vervuilende bedrijven en merken om hen publiekelijk te namen en shamen. De wethouder zou hiermee bezig gaan en hij vraagt hoe dit ervoor staat in het nieuwe college. Mevrouw Zwinkels (CDA) zou het beter vinden om hier een meer positieve draai aan te geven en een prijs uit te reiken aan een bedrijf dat een goed voorbeeld geeft in het schoonhouden van de openbare ruimte. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het meer confronterend is wanneer gezegd wordt welk bedrijf een supervervuiler is. Vorig jaar vond de toenmalige wethouder dit een goed idee. Als het positiever kan is dat leuk maar het is nog leuker om de grootvervuilers te laten zien dat ze grootvervuiler zijn.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit jammer om te horen. Zij vraagt of hij het ermee eens is dat veel bedrijven hun best doen maar afhankelijk zijn van hun klanten die dat vervuilende gedrag vertonen. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het daarom interessant is om beide zaken samen te doen: Bedrijven hun rommel op te laten ruimen. Als zij dit niet doen zwerft hun afval door de hele stad en kan men hen hier in het openbaar op aanspreken. De heer Peters (D66) vraagt of de heer Van Heuven weet dat er vanaf 1 januari 2023 een productverantwoordelijkheid op zwerfafval komt. Dit betekent dat de vervuiler en de producenten, gaan betalen voor alles wat er in het zwerfafval komt. De heer Van Heuven (PvdD) weet dit maar heeft hier niet veel positief vertrouwen in omdat de producenten ook heel lastig hebben gedaan over het invoeren van statiegeld op kleine verpakkingen. Het een sluit het ander niet uit en iemand die verkoopt is niet altijd de producent. Een fastfoodbedrijf heeft vaak zijn eigen verpakkingen niet gemaakt maar kan wel zijn rommel opruimen. De heer Peters (D66) vraagt of de heer Van Heuven wil dat er dubbel betaald gaat worden voor dingend die in het zwerfafval komen. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij het niet had over betalen maar over opruimen.

De PvdD zou graag willen dat het opruimen opgerekt wordt tot een straal van 150 meter in plaats van 25 meter zoals nu, zodat meer bedrijven hierop aangesproken kunnen worden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit een goed idee. Hij vraagt of het wellicht beter zou zijn om deze bedrijven verleiden om na te denken hoe zij kunnen opruimen, in plaats van met regelgeving te komen. Hij adviseert om de wethouder te vragen alle bedrijven digitaal op te roepen in de omgeving van hun bedrijf op te ruimen. De heer Van Hueven (PvdD) beaamt dat er veel zwerfafval ligt en is benieuwd naar de mogelijkheden dit op te lossen. Hij is voorstander van het invoeren van een regelgeving, maar over de invulling zou eerst een debat moeten worden gevoerd. Positief aanspreken helpt niet altijd. De heer Van Heuven (PvdD) vervolgt zijn betoog: - GroenLinks stelde goede vragen over de oude WAO-norm en de PvdD sluit zich hierbij aan. - Hij heeft al iets gezegd over de nascheiding van plastic in het debat met mevrouw Heijne en hij is benieuwd hoe het college hierop reageert. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van der Zweth (PvdA). De heer Van der Zweth (PvdA) start zijn betoog: - In het nieuwe coalitieakkoord staat betaalbaar wonen voorop. Geen woningmarkt maar volkshuisvesting en er komen vel goede voorstellen, zoals de verhuurdersvergunning.

Het is belangrijk om deze uitgangspunten goed te bespreken als het voorstel naar de raad komt. De PvdA roept de raad op om

-

-

-

dit goed invulling te geven. Het is beter om goed te zijn in plaats van snel, zodat de raad goed in positie staat. Bij de leegstandsverordening mag men best de randen opzoeken om alles op alles te zetten om speculanten tegen te gaan. De PvdA stelde eerder vragen over de kraakactie in de binnenstad en vraagt de wethouder of dit ook voor kantoorpanden gaat gelden. Als het aan de PvdA ligt wel. Na de technische vragen bleek dat de middelen die nog niet gebruikt waren in 2022 opgespaard worden en benut om een stevige goede start in 2023 te maken. De PvdA vindt dit positief. De opkoopbescherming is een belangrijke zaak. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de gemeente dit verder gaat uitbreiden. De PvdA vraagt de wethouder wanneer dit naar de raad komt. De prestatieafspraken worden dit jaar een belangrijke versie omdat men het gaat hebben over de stop van de verkoop van sociale huur en een gemiddeld woonoppervlak van 65 m2. Er komt een nieuw kader voor sloop nieuwbouw. Dit zijn belangrijke stappen vooruit en de PvdA is benieuwd naar de stand van zaken. Een belangrijk punt is het onderhoudsniveau van corporatiewoningen als gesproken wordt over sloop of renovatie. Uit de praktijk weet men dat dit niet altijd klopt. Er zijn schrijnende situaties omdat de woningen heel slecht zijn geworden.

De PvdA is benieuwd wat de wethouder wil gaan doen en denkt aan voorstellen om dit goed te regelen. De PvdA sluit zich aan bij het punt van het CDA over huurdersparticipatie.

Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat de PvdA veel vraagt aan de woningcorporaties en vraagt hoe dat pakket gaan wegen. Staan er dingen bovenaan hun lijstje? Wat gebeurt er als dingen niet doorgaan of op de lange baan worden geschoven? De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dit juist behoorlijk gebalanceerd is. Aan de ene kant wordt gevraagd om te stoppen met de verkoop van sociale huur, verduurzaming en onderhoud op goed niveau en aan de andere kant gaat de verhuurdersheffing er landelijk vanaf en zegt de gemeente dat sociale huur altijd corporatiehuur is. De gemeente gaat een actief grondbeleid voeren zodat men hier andere prijzen voor kan vragen. Dit is vanuit twee kanten. Het kost de corporatie wat, maar het brengt ze ook wat. Belangrijk voor de PvdA is dat ze een grotere positie in het grondbeleid van Utrecht krijgen. De heer Van der Zweth (PvdA) vervolgt zijn betoog: - De PvdA vindt het belangrijk om te zoeken naar bewoners die al een binding hebben met hun stad of wijk en hoe men hen hier een positie in kan geven. De PvdA heeft al vaker gevraagd of de inschrijving bij Woningnet vanaf 16 jaar kan ingaan. Dat betekent dat men al ingeschreven kan zijn als men in Utrecht woont. Dat kan mensen een kans geven die langdurig thuis wonen en in de buurt willen blijven wonen. - De wijkaanpak Samen voor Overvecht is het ultieme voorbeeld van een investering voor gelijke kansen.

Het is goed om door te gaan met Samen voor Overvecht. De positieve ontwikkeling is broos maar het is belangrijk om dit door te zetten. Nog meer van belang is dat de wijkaanpak iets van de

bewoners wordt en herkent en erkent wordt als nuttig. De PvdA is benieuwd naar de eerste stappen van de nieuwe wethouder hierop. De PvdA sluit zich aan bij de vragen van D66. Er komen gebiedsaanpakken voor andere wijken en de PvdA is hier verheugd worden. Hij adviseert om hiervan een plan van de wijk, voor de wijk te maken. Hij onderstreept het belang om de gebiedsakkoorden met de commissies te bespreken. De heer Van der Zweth (PvdA) vervolgt zijn betoog: - Er zijn veel regelingen en mogelijkheden maar veel bewoners weten hier niets van. Dit vraagt op sommige vlakken in sommige wijken en buurten een andere aanpak om deze mensen te bereiken. Uiteindelijk moet men meer langs de deuren gaan. De heer Peters (D66) deelt dit en adviseert om de regelingen voor lage inkomens in andere talen beschikbaar te stellen. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dit een goed idee maar volgens hem is men er dan nog niet. Daarom adviseert hij om langs de deur te gaan. De heer Van der Zweth (PvdA) vervolgt zijn betoog: - De PvdA vindt sociale verduurzaming heel belangrijk. De duurzame transitie lukt alleen als men iedereen hierin meekrijgt. De sociale duurzaamheidaanpak staat in het Coalitieakkoord maar de Programmabegroting mist doelstellingen en indicatoren daarover. Hij vraagt of het college bereid is dit toe te voegen, zodat men hierop kan sturen.

- De PvdA mist in de Programmabegroting het sociaal energiebesparingsoffensief. Dit staat wel duidelijk in het Coalitieakkoord. Het is belangrijk om iedereen hierin mee te krijgen. Hij vraagt het college welke inzet en middelen hiervoor beschikbaar worden gesteld en of de wijze waarop dit wordt ingezet explicieter kan worden gemaakt. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Passier (Volt) Mevrouw Passier (Volt) start haar betoog: - De haalbaarheid van klimaatneutraliteit is al besproken. Het klimaatneutraal maken van nieuwe projecten werd in de commissie Economie en Ruimte doorverwezen naar deze commissie. Zij vraagt of de wethouder het met Volt eens is dat Utrecht de ambitie klimaatneutraal integraal moet gaan aanpakken en dat dit niet alleen bij deze commissie hoort. - Er werd gezegd dat men klimaatneutraal Utrecht niet gaat halen. Zij vraagt wat men wel gaat halen, waar men nu staat en wat er nog moet gebeuren. Mevrouw Heijne (GroenLinks) is verrast dat Volt deelt dat klimaatneutraal lastig wordt op dit grondgebied. Er zijn veel concrete doelstellingen geformuleerd en zij vraagt wat Volt meer of anders willen dan dat er al benoemd is. Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat het in een aantal keuzes zit en waar geldstromen naartoe gaan. Een aantal zaken gaat Utrecht niet halen, maar men kan wel meer doen. Op het gebied van bouwprojecten kan men bijvoorbeeld

klimaatneutraal bouwen. Dit kost veel geld en Volt zou hier meer geld naartoe willen laten gaan om grotere stappen te kunnen zetten. Merouw Heijne (GroenLinks) concludeert dat Volt mooie woorden heeft maar weinig concreet kan zeggen. Wat er anders en beter gedaan moet worden. Mevrouw Passier (Volt) vervolgt haar betoog: - In de beantwoording van de technische schriftelijke vragen op de Programmabegroting staat dat in de Klimaatvisie doelstellingen opgenomen gaan worden voor de opwek van duurzame energie en dat dit niet in de Programmabegroting staat. In de Programmabegroting staat dat alle mogelijkheden van duurzame energieproductie zijn benut. Zij vraagt of de wethouder kan aangeven hoe zij weet dat er voldoende gereserveerd is om daadwerkelijk alle mogelijkheden over duurzame energieproductie te benutten en wat betekent dit? - Met betrekking tot burgerparticipatie is Volt blij dat er een klimaatberaad wordt georganiseerd. € 50.000 lijkt hiervoor wat weinig aangezien tijdens de stadsgesprekken over energie in 2015 € 500.000 werd begroot. Zij vraagt om een toelichting waarom € 50.000 genoeg is. De heer Peters (D66) merkt op dat D66 dezelfde vraag had. Dit is in de schriftelijke ronde voorbijgekomen. Hierbij werd aangegeven dat, wanneer dit meer kost dan € 50.000, er middelen gezocht kunnen worden uit het geld dat de gemeente krijgt uit het Klimaatakkoord.

Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat zij deze beantwoording niet heeft gezien. De heer Dijkstra (EénUtrecht) vraagt of Volt kan aangeven aan welke eisen het klimaatberaad zou moeten voldoen wil het een burgerberaadstatus hebben. Mevrouw Passier (Volt) wil dat er een grote groep mensen wordt uitgenodigd en dat van elke bevolkingsgroep deelnemers aanwezig zijn, het liefst ook experts om samen te kijken hoe de doelen behaald kunnen worden. De doelen moeten van tevoren worden aangegeven vanuit de gemeente. De toezegging dient te worden gedaan dat de gemeente de oplossingen die worden aangedragen probeert uit te voeren. Mevrouw Passier (Volt) vervolgt haar betoog: - Met betrekking tot energieneutraal vraagt zij welk doel wel haalbaar is. Hoever is men en wat moet er nog gebeuren? - In de Programmabegroting staat dat de productie van meer duurzame- en betaalbare sociale huurwoningen tot een verkorting van de wachttijd zal leiden. Zij vraagt welke wachttijd het doel is. - Volt is blij met de afgesproken percentages sociale huur en middenhuur maar heeft vragen bij de oppervlakte van de gerealiseerd huurwoningen omdat het een trend lijkt te zijn dat voor de maximale huurprijs minimale woonoppervlaktes worden gerealiseerd bij de betaalbare woningen. Zij vraagt wat de wethouder hiervan vindt en wat zijn verwachtingen zijn voor de toekomst.

De voorzitter geeft het woord aan Mevrouw Oudejans (Student en Starter). Mevrouw Oudejans (Student en Starter) start haar betoog: - Student en Starter blij is met de mooie kansen op het gebied van wonen. In de Programmabegroting staat Utrecht koers houdt in het toevoegen en behouden van betaalbare sociale huurwoningen. Laatst liep men in een debat tegen onbetaalbare sociale huurwoningen aan vanwege de hoge servicekosten. De wethouder gaf aan dat er aan de voorkant goede afspraken gemaakt moeten worden met projectontwikkelaars over de te hoge servicekosten, maar er zijn nog steeds nieuwbouwprojecten waar dit niet goed blijkt te gaan. In Q1 komt er een brief met de uitkomsten van het gesprek met Changes maar in de tussentijd lopen gesprekken met ontwikkelaars. Tussen nu en Q1 2023 moet de gemeente ervoor zorgen dat dit soort situaties niet meer voorkomen. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat er nu al een duidelijk signaal wordt gegeven aan de ontwikkelaars dat deze vorm van sociale huur of studentenhuisvesting niet wenselijk zijn in Utrecht? - Daarnaast ziet Student en Starter dat de ambitie op de wachttijden van sociale huur verlaagd is met een half jaar. Zij vraagt of de ambitie op 4,5 jaar wachttijd kan blijven. - Student & Starter sluit zich aan bij de vraag van D66 om blijvende aandacht te geven aan onzelfstandige studentenhuisvesting in het Actieplan Studentenhuisvesting.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt waar de 4,5 jaar wachttijd vandaan komt en hoe Student & Starter denkt dit te kunnen realiseren. Mevrouw Oudejans (Student en Starter) antwoordt dat dit in de Programmabegroting staat. Zij gelooft dat Utrecht al hard bezig is met het toevoegen van extra woningen. De ambitie van 4,5 jaar moet wat haar betreft gelijk blijven aan voorgaande jaren. Mevrouw Oudejans (Student en Starter) vervolgt haar betoog: - Met betrekking tot houtstook is het doel van Student & Starter om de emissie van PM3 te realiseren. Er wordt bij sociale huurwoningen gekeken naar het gebruik van houtstook. Maar nog niet genoeg aan gedaan. Zij sluit zich aan bij de vraag van GroenLinks omtrent indicatoren. - Student & Starter sluit zich aan bij de PvdA omtrent het informeren van bewoners om de verduurzaming te verbeteren, door bijvoorbeeld langs de deur te gaan. - Het is een uitdaging om de hoeveelheid afval zoveel mogelijk te verminderen of her te gebruiken maar men ziet spullen van verhuizende studenten in containers die naar de stort gaan, terwijl deze spullen nog prima een tweede of derde leven kunnen krijgen. Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen en de SSH over het recyclen of upcyclen van deze producten? Student & Starter gaat graag in gesprek om mee te denken over de invulling hiervan.

Dit sluit deels aan bij het punt van GroenLinks over het kaal opleveren van een woning. De voorzitter geeft het woord aan de heer Al Abassi (DENK). De heer Al Abassi (DENK) start zijn betoog:

-

Het college heeft de ambitie om 40% sociale huurwoningen, 35% middenhuur en 25% duurder segment te realiseren. DENK maakt zich zorgen over het percentage sociale huurwoningen, aangezien 66% van alle Utrechters minder verdient dan € 32.000 op jaarbasis. Bij de totale populatie die valt onder de sociale huurwoningen is dit percentage zelfs hoger. Dit betekent dat 66% van de Utrechters genoegen moet nemen met maximaal 40% van de koek. Daarnaast verdient slechts 5% van Nederland meer dan € 70.000 per jaar en heeft deze groep recht op 25% van de koek. Hij heeft een taartdiagram gedeeld waarin deze cijfers in beeld zijn gebracht. Bij die 40% kunnen nog allerlei groepen voorrang krijgen, zoals vluchtelingen met een vergunning, agenten, verpleegkundigen en leraren. DENK vraagt zich af of de huidige verdeling van de koek eerlijk is.

Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of het in het tartdiagram gaat om het inkomen per persoon of per huishouden. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat dit het percentage inkomen is, verdeeld over alle Utrechters. Hij neemt aan dat dit per persoon is. Mevrouw Meerding (VVD) geeft aan dat dit een relevant verschil maakt. Er zijn meerpersoonshuishoudens met meer- of 1,5 inkomen. Zij vraagt de heer Al Abassi of dit verschil kan maken in de cijfers. De heer Al Abassi (DENK) beaamt dit. DENK vindt dat er vanuit de burgers geredeneerd moet worden. Iedere burger moet vanuit zijn/haar inkomen kunnen komen tot een woning en niet afhankelijk zijn om aan te sluiten bij iemand anders. Mevrouw Meerding (VVD) is ermee eens dat dit de meest ideale situatie zou zijn en meldt dat dit is iets waar de VVD naar streeft. De realiteit is echter dat er veel mensen zijn die wel samenwonen, een gemeenschappelijk inkomen hebben en kosten delen. Hierdoor worden de cijfers van de heer Al Abassi anders en moeten deze in een andere context geplaatst worden. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat de cijfers worden gebracht zoals ze zijn. 66% van de inwoners verdient onder de € 30.000. De sociale huurgrens ligt op € 40.000. Hij kan verzekeren dat het percentage dat onder de sociale huurgrens zit meer is dan 40%. Hij vraagt waarom de VVD minder sociale huurwoningen wil in plaats van meer.

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat het taartdiagram gaat over het gemiddeld inkomen per buurt. Dit gemiddelde kan uit hele verschillende inkomens bestaan. Landelijk vallen 3,8 miljoen huishoudens in de doelgroep van sociale huur op 8,12 miljoen huishoudens in heel Nederland (45- tot 46%). Dit is een ander getal dan de heer Al Abassi oppert. Hij vraagt wat het punt is dat DENK wil maken. Is het percentage van 40% sociale huur niet goed genoeg? De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat de VVD begon met de aftrap dat er minder sociale huurwoningen moesten komen. Hij vroeg of de VVD heeft gekeken naar de verdeling van de inkomsten binnen Utrecht en hoe de VVD tot dit standpunt is gekomen. Het taartdiagram schetst een ander standpunt. De PvdA is ervan overtuigd

dat het aantal huishoudens dat recht heeft op sociale huur 46% is, maar ook dat sluit niet aan. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of DENK het eens is dat de 40% sociale huur een goede zaak is. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat DENK blij is dat dit percentage van 35% naar 40% is gegaan, maar hij probeert in zijn bijdrage duidelijk te maken dat hij kritisch is op 40%. De heer Van der Zweth gaf aan dat het percentage huishoudens dat in aanmerking komt voor sociale huur 46% is. Waarom sluit de gemeente niet aan bij een hoger percentage? DENK heeft in zijn programma 50% staan. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of DENK het eens is dat het vooral belangrijk is om scheefwonen tegen te gaan, ervoor te zorgen dat de juiste doelgroep in het juist segment zit en meer segmenten toe te voegen, zodat mensen juist kunnen doorstromen uit een sociale huurwoning; zodat daadwerkelijk de sociale huurwoningen voor mensen beschikbaar komen die dit nodig hebben. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat DENK voorstander is van het aanpakken van scheefwonen. Sommige groepen in Utrecht (Moslims) worden gedwongen om scheef te wonen omdat zij niet kunnen kopen vanuit het renteaspect. DENK heeft hierover een motie ingediend en hoopt dat met dit soort initiatieven scheefwonen tegen wordt gegaan. Wanneer het CDA moties indient om scheefwonen tegen te gaan staat DENK aan hun zijde.

De heer Al Abassi (DENK) vervolgt zijn betoog: - De Utrechters met een dikke portemonnee krijgen dus een veel groter deel van de koek. Het gaat hier niet over bezittingen maar over woningen, een grondwettelijk recht van allemaal. Als gekeken wordt naar de grootte van de woningen is het nog oneerlijker. De sociale huurwoningen worden steeds kleiner en de woningen in het duurdere segment zijn veel groter, waarmee er een enorme mismatch is in de verdeling van de woningen. Als naar het aantal vierkante meters wordt gekeken is het percentage dat de sociale huurgroep krijgt zelfs nog kleiner. De grootste problemen liggen vooral bij deze kwetsbare groep. Wat gaat het college doen om deze groep beter te helpen? DENK pleit voor 50% sociale huurwoningen waarbij ook rekening wordt gehouden met het aantal vierkante meters. Wat vindt het college hiervan? De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat het zoeken is hoe men sociale huurwoningen vergroot. In het coalitieakkoord is afgesproken dat gegaan wordt naar gemiddeld 65 m2. Hij vraagt of dit is wat DENK zoekt. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat de sociale huurwoningen per definitie kleiner zijn dan de middenhuur en de vrijesectorwoningen. DENK wil dat een woning duurder mag zijn omdat hij met duurder materiaal gebouwd is, of er mooier uitziet, maar niet omdat een woning groter of kleiner is.

Wanneer er een maximaal aantal vierkante meters wordt ingebouwd voor huurwoningen zou men dit ook moeten doen voor het duurdere segment, zodat alsnog het grondwettelijk recht eerlijk verdeeld wordt over alle Utrechters.

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat de sociale woningen hier niet betaalbaarder van worden, aangezien ze meer oppervlakte hebben. Hij vraagt wat DENK concreet voorstelt. De heer Al Abassi (DENK) snapt niet waar de heer Van der Zweth met zijn vraag naartoe wil. DENK wil aanhaken bij artikel 22 van de grondwet. Dat betekent dat de gemeente zijn uiterste best doet om iedereen te huisvesten en niet dat mensen met een dikkere portemonnee meerdere woningen hebben. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dit een andere discussie. DENK geeft aan zorgen te hebben dat veel sociale huurwoningen te klein zijn. Het is complex om dit op te lossen. Hij vraagt of DENK de afspraak in het Coalitieakkoord omtrent 65 m2 niet goed vindt, en wat DENK zelf voorstelt. Hij concludeert dat er geen alternatief wordt geboden. De heer Al Abassi (DENK) antwoordt dat er wel alternatieven zijn. De gemeente zou kunnen beginnen met het niet slopen van de sociale huurwoningen die er nu zijn. Als de sociale huurwoningen gesloopt zijn moet hetzelfde aantal vierkante meters worden teruggebouwd. DENK heeft hier destijds een motie over ingediend die niet door de PvdA werd gesteund. Betaalbaarheid draait om politieke keuzes. Utrecht kiest voor zaken waar hij het geld op wil inzetten en dit is een kwestie van prioritering.

De heer Al Abassi (DENK) vervolgt zijn betoog: - DENK vraagt of het college het eens is dat wonen een grondrecht is en dat Utrechters die het breed hebben in wezen niet meer en grotere woningen mogen hebben dan Utrechters met een minder dikke portemonnee. Wanneer de ene Utrechter geen woning heeft en de andere Utrechter meerdere- en grotere woningen bezit wordt afbreuk gedaan aan artikel 22 van de grondwet. DENK is voor betaalbare woningen voor iedereen, waarbij inkomen niet bepalend is. Er volgt een korte schorsing van enkele minuten. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Alblas (ChristenUnie) Mevrouw Alblas (ChristenUnie) start haar betoog: - De ChristenUnie is blij met het aardgasvrij maken van huizen omdat dit Utrecht een stap dichter naar een fossielvrije stad brengt. De ChristenUnie was ietwat teleurgesteld in de inleidende begrotingsteksten. Het waren mooie woorden maar het bleef onduidelijk wat er echt gaat gebeuren. De ChristenUnie is blij met de uitvoeringsbrief coalitieakkoord planning op hooflijnen omdat dit in elk geval deels een overzicht geeft van wat men komend jaar kan verwachten. Zij wacht met smart op de concrete plannen. - Het mag altijd ambitieuzer en zij wil de wethouder en ambtenaren uitdagen om steeds te kijken naar wat wel kan, juist omdat het moeilijk is om voldoende personeel te krijgen.

De ChristenUnie vraagt de wethouders of zij bereid zijn om werk te maken van minder plannen maken en zich meer te richten op de uitvoering.

-

-

Over energie liggen mooie ambities en concrete plannen die hopelijk waargemaakt kunnen worden. Duurzaam bezig zijn is belangrijk, maar Utrecht moet niet vergeten dat dit niet voor iedereen in de stad geldt. Bewustwording dient daarom steeds te worden meegenomen, ook in het beleid. Alles wat wordt gedaan rondom klimaat en beleid moet zichtbaar en gemakkelijk vindbaar zijn, zowel online als offline. Zij vraagt de wethouder om te zorgen voor laagdrempelige fysieke locaties waar mensen informatie kunnen inwinnen rondom de volledige breedte van duurzaamheid en klimaat. Zij denkt hierbij aan buurtcentra of winkelcentra. Zij vraagt of de wethouder bereid is om hiernaar te kijken en hier uitvoering aan te geven. Wellicht kunnen zaken gebundeld worden om dit zo efficiënt mogelijk te doen. De ChristenUnie vindt participatie vanaf het begin belangrijk, met duidelijke kaders zodat de verwachtingen helder zijn. Dit kan meer draagvlak creëren voor de groene plannen. Zonneschermen lijken uit het straatbeeld verdwenen, maar de ChristenUnie ziet ze graag terugkomen om voorbereid te zijn op de hitte in de stad. Zonneschermen zijn veel energiezuiniger dan een airco. Zij vraagt of al bestaande subsidies of potjes hiervoor kunnen worden ingezet, of worden toegevoegd. Een goede communicatie hierover is vervolgens belangrijk.

De heer Peters (D66) beaamt dat zonneschermen klimaattechnisch beter zijn dan airco. Bomen zijn echter nog beter en hij vraagt hoe de ChristenUnie dit ziet. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) beaamt dit maar bomen zijn niet overal haalbaar. De heer Te Hoonte (VVD) hoorde van winkeliers dat zij aan de buitenzijde geen zonneschermen mogen ophangen, en vooral geen uitvalzonneschermen. Blijkbaar is dit in het bestemmingsplan vastgelegd. Hij vraagt of de ChristenUnie het een goed idee vindt om te kijken naar plekken in de stad waar de gemeente zonneschermen verbiedt, en waar dit mogelijk zou zijn. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) wist niet dat dit op sommige locaties niet mocht. Zij vindt het een goed idee om hier door het college naar te laten kijken. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vervolgt haar betoog: - Flexplekken in het stadskantoor zijn vaak beschikbaar. Het lijkt haar een mooi idee om deze plekken aan te bieden als warme werkplekken. Zij vraagt of de wethouder bereid is dit idee over te nemen. De voorzitter twijfelt of dit de plek is om deze vragen te stellen maar wacht de reactie van het college af. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vervolgt haar betoog: - Klimaatadaptatie is belangrijk, maar klimaatmitigatie is nog belangrijker. Een circulaire economie draagt hier een belangrijk deel aan bij. De ChristenUnie is dan ook blij met de plannen die bijdragen aan een circulaire stad.

Op kleinere schaal wordt in sommige Nederlandse steden gewerkt met doneringen bij prullenbakken, en zij heeft vernomen dat Utrecht gesprekken voert om aan te

sluiten bij een pilot. Zij vraagt op welke schaal dit in Utrecht ingevoerd zou kunnen worden en of de wethouder hier een update van kan geven. De heer Peters (D66) heeft een vertegenwoordiger van de daklozen gevraagd hoe zij ertegen aan zouden kijken om op deze wijze een centje bij te verdienen. Zij gaven aan hier geen voorstander van te zijn. Hij vraagt of de ChristenUnie dan nog steeds voorstander is. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) denkt dat het goed is om dit bij een deel van de doelgroep te vragen. Dit hoeven niet alleen daklozen te zijn. Hier moet men gezamenlijk goed over nadenken. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vervolgt haar inbreng: - De ChristenUnie is blij met de aandacht voor kringloopwinkels en verheugt dat steeds meer mensen die weten te vinden. Men ziet regelmatig minibiebjes bij woningen en zij zou weggeefkastjes een mooie aanvulling vinden hierop. Zij vraagt de wethouder of hiervoor een actie gedaan kan worden om bewoners te stimuleren hun spullen een tweede leven te geven. - Met betrekking tot afval is de ChristenUnie het met GroenLinks eens om te kijken naar de verschillende wijken in plaats van naar het totaal, zodat men dit concreet kan gaan verbeteren. - Met betrekking tot wonen is de ChristenUnie het eens met GroenLinks dat het goed zou zijn om het terugbrengen van huurwoningen naar de originele staat uit de prestatieafspraken te halen.

- Met betrekking tot Samen voor Overvecht sluit de ChristenUnie zich aan bij GroenLinks en D66. Zij vraagt wat de concrete plannen zijn voor Samen voor Overvecht. De ChristenUnie vindt het belangrijk aan de voorkant te weten wat de plannen zijn en waar de middelen uit het Coalitieakkoord de komende jaren voor worden ingezet. De voorzitter geeft de heer Dijkstra (EénUtrecht) het woord voor zijn bijdrage. De heer Dijkstra (EénUtrecht) start zijn betoog: - Het Fonds Betaalbare Woningen is bedoeld voor middeninkomens en blijkbaar niet voor lage inkomens. Iemand met een laag inkomen heeft echter ook het recht om te kunnen kiezen voor huur of koop. Hij heeft hierover een aantal vragen en opmerkingen: Kan de wethouder het fonds openstellen voor investeringen waardoor Utrechters met een lager inkomen gemakkelijker een sociale koop kunnen doen? Is het actieplan al bij enkele projecten van toepassing verklaard? Zo nee, waarom dan niet? - Leegstandsaanpak is prima. Hier is substantieel geld voor. Het gaat om honderden woningen. De gemeente was supersnel met het regelen van woningen voor statushouders, maar het zou anderhalf jaar duren voor er een verordening komt om de woningen uit de leegstandsaanpak vrij te spelen. Dit schijnt te liggen aan een ambtenaar die geen tijd heeft. EénUtrecht vindt dit een verkeerd signaal. Het beschikbaar krijgen van de woningen is urgent. Hij

-

-

vraagt om op korte termijn een aantal belangrijke uitgangspunten vast te stellen zodat dit het maken van een passende verordening versneld. In de Programmabegroting staan geen opbrengsten geboekt. Klopt dat en hoe kan dat? Het klimaatberaad is een stap in de goede richting. Krijgt het burgerberaad een mandaat en valt er nog iets te kiezen? Hoe ziet de wethouder dit? Met betrekking tot windmolens gaat EénUtrecht ervan uit dat het gezonde verstand zal overwinnen in de stad en dat de bouw van windmolens op gebouwen niet door zal gaan. Heeft het college een alternatief plan klaarliggen en een schaduwbegroting mochten de windmolens de komende jaren gaan afvallen? Kan de wethouder een apart hoofdstuk in de prestatieafspraken laten opnemen over de leefbaarheidsinvestering? Wellicht kan een hoog streefcijfer huurdersparticipatie worden opgenomen in de prestatieafspraken. De zelfregeling is EénUtrecht een doorn in het oog. Kan de wethouder toezeggen dit afgeschaft te krijgen in de prestatieafspraken?

De voorzitter geeft het woord aan de wethouders voor de beantwoording van de vragen. Hij verzoekt de wethouders om het zo kort mogelijk te houden en bij een toezegging een concrete datum te noemen. Wethouder Oosters beantwoordt de vragen van de VVD: - Met betrekking tot de vraag over de geluidsnormen meldt zij dat de strengere ambitiewaarden van 63dB worden gehanteerd. Dat is 5dB strenger dan de wettelijke maximale grenswaarde. Deze waarden zijn in de praktijk niet altijd haalbaar maar vragen in voorkomende situaties wel om een stevige motivatie. De ontwikkelaars moeten afwijkingen goed kunnen onderbouwen. Zij geeft een inhoudelijke toelichting waarom dit soms niet wordt gehaald en voegt toe dat het niet halen van de norm geen reden is om de ambitie te verlagen. - Op de vraag wat er onder de portefeuille Emissieloos Vervoer hangt antwoordt zij dat zij graag met de heer Te Hoonte de lijst met specifieke dossiers wil langslopen. Het gaat om de duurzame stadlogistiek, tankstations in combinatie met luchtkwaliteitsmaatregelen. In de volgende Programmabegroting zal dit inzichtelijker worden gemaakt. - Hetzelfde geldt voor de vraag over houtstook.

Emissieloos vervoer en luchtkwaliteitsmaatregelen, zoals houtstook, vallen als meerjarige investerings- en uitvoeringsprogramma’s onder de MPR, dat onderdeel is van het meerjarenprogramma Bereikbaarheid, en de meerjarige budgetten kunnen hiermee beter worden ingezet. Dit is niet heel overzichtelijk en zal worden aangepast in het overzicht bij de volgende Programmabegroting. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit zeer verhelderend en vind het goed om scherp te krijgen wat het beleidsveld is. Met betrekking tot de 63dB vraagt hij of het de bedoeling is zo min mogelijk verklaringen af te geven dat hier overheen mag worden gegaan. Wethouder Oosters beaamt dat dit het streven is. Het is echter altijd een belangenafweging en er moet gekeken worden wat binnen de grenzen van de ambitie en mogelijkheden valt.

Wethouder Oosters beantwoordt de vragen van GroenLinks - Met de komst van de Omgevingswet worden voor het aspect geluid veel zaken wettelijk gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat het lokale geluidsbeleid herzien moet worden om dit in lijn te brengen met de Omgevingswet. Recent is vernomen dat dit wederom wordt uitgesteld tot 1 juli 2023 om het systeem te kunnen testen en oefenen. Minister De Jonge wil deze tijd benutten door te voorzien in meer ondersteuning van provincies en gemeenten. De gemeente Utrecht gaat volop door met de voorbereiding van de Visie Geluid en trillingen, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet. Het aspect trillingen is zeker onderdeel van deze visie. - Zij zegt toe dat het college voornemens is om door te gaan met de planning zoals voorzien. In Q1 van 2023 zal de raad de Nota Omgevingsveiligheid en de Nota Geluid en Trillingen ontvangen. Deze visies kunnen pas in werking treden als de Omgevingswet van kracht is. Mevrouw Heijne (GroenLinks) snapt dat de gemeente afhankelijk is van het Rijk maar zij ziet dat de raad elk half jaar een melding krijgt dat de Omgevingswet wordt uitgesteld. Zij adviseert het college zich alvast te beraden wat zij hiermee over een half jaar wil doen omdat zij voorziet dat er over een half jaar wederom een bericht over uitstel komt.

Wethouder Oosters herkent dit gevoel en antwoordt dat het college zich bij het maken van de plannen alvast beraadt wat te doen wanneer er weer uitstel komt. Wethouder Oosters vervolgt de beantwoording van de vragen van GroenLinks: - In Q2 2023 stuurt het college de Visie Luchtkwaliteit en zij begrijpt dat GroenLinks dit al eerder wil in verband met het opnemen van de indicatoren in de Voorjaarsnota van 2023. Dit is echter niet haalbaar. De wethouder zegt toe dat het college in de jaarstukken zal ingaan op waar de gemeente staat ten opzichte van de nieuwe WHO-advieswaarde van 2021. Wethouder Oosters beantwoordt de vragen over de houtstook: - Momenteel voorziet het college geen zinvolle indicatoren voor houtstook in de stad die iets toevoegt op gemeentelijk niveau. Wel kan het college de komende jaren het aantal verwijderde rookkanalen in Utrecht in beeld brengen en op die manier iets over de voortgang rapporteren. Wethouder Oosters beantwoordt de vragen van het CDA: - Het CDA heeft gelijk over de Groene Verantwoordingsdag. Zij wil dit graag samen met de raad oppakken. Allereerst zal er een gesprek met het CDA worden gepland over de specifieke wensen en invulling van zo’n dag. Zij doet de handreiking om hier snel een afspraak over te maken. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) vraagt of er een overzicht is welke rookkanalen nog niet verwijderd zijn.

Wethouder Oosters vindt dit ingewikkeld en meldt dat dit waarschijnlijk niet gaat lukken.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij met de beantwoording op haar vraag over de Groene Verantwoordingsdag. Het CDA gaat graag het gesprek aan over de invulling en vraagt op welke termijn. Het CDA staat open voor het aansluiten van andere partijen. Wethouder Oosters antwoordt dat het hier gaat om een handreiking voor het zo snel mogelijk maken van een afspraak, maar dat zij hierover niet gaat rapporteren. Zij zal met mevrouw Zwinkels bekijken welke andere partijen interesse hebben. Mevrouw Zwinkels (CDA) is nieuwsgierig of men dit al kan koppelen aan de Voorjaarsnota van 2023. De heer Peters (D66) adviseert om met de hele raad een Groene Verantwoordingsdag te maken. Dit is een open uitnodiging want er zijn meerdere partijen die hierover mee willen denken. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Streefland. Wethouder Streefland zal kort ingaan op Samen voor Overvecht. De vragen lijken bij verschillende partijen hetzelfde. In het coalitieakkoord is aangegeven dat de gemeente meer focus gaat aanbrengen en hierover meer inzichtelijk wil gaan verantwoorden. Het college is hier al mee bezig. Er gebeurt veel in Samen voor Overvecht en zij kan zich voorstellen dat het heel moeilijk is om dit te zien en hierop te sturen. Daarom is afgesproken om in Q4 2022, of Q1 2023 een sessie te doen in de wijk om beter te zien wat er gebeurt.

Met bewoners en professionals is in de wijk een verkenning bezig om te bekijken waar de focus zou moeten liggen op de vijf ambities. Het college zal dit aan de raad voorleggen, inclusief de verantwoording. De verantwoording vindt achteraf plaats waarbij steeds gekeken wordt wat men gaat financieren op de vijf ambities. Dat betekent dat er soms ruimte en flexibiliteit is waardoor momenteel meer geïnvesteerd kan worden op bijvoorbeeld armoede. Zij wil graag een handreiking doen om de raad hier steviger in mee te nemen zodat zij kunnen meedenken of de juiste focus wordt aangebracht. Bij Samen voor Overvecht probeert zij zoveel mogelijk een dag in de week in de wijk te zijn. Zij ziet een positieve trend in de wijk maar het is een lange adem. De aanpak voor de wijk moet duurzaam zijn en vergt veel inzet en tijd. Het bewonersoordeel is gestegen van 4,9 naar 5,7. Het oordeel over buurtaanpakken en de veiligheid zijn eveneens gestegen, maar is tevens wankel. Er zijn ruim 130 mensen, waar men voorheen niet achter de voordeur kwam, geholpen via het sociaal renoveren naar hulpverlening. Dit is een mooie manier om mensen te helpen en te vragen waar zij behoefte aan hebben. Er zijn 400 werkzoekenden aan het werk geholpen. Er is een instroom van 300 leerlingen in talentontwikkelingsprogramma’s van het bewonersinitiatief Durf te Dromen. Het duiden van de cijfers met de mensen is belangrijk.

De gemeente probeert steeds meer outreachend te werken, en dichterbij. Zij neemt de raad hier graag in mee. In Q1 2023 zal de rapportage inzichtelijker zijn op de aanscherping die de raad heeft. Momenteel is men met bewoners en professionals bezig met de herprioritering en de wethouder komt hierop zo snel mogelijk terug. Op de vraag van D66 hoe zich dit vertaalt naar de buurtaanpak van andere wijken antwoordt de wethouder dat er meerdere sessies met wijken geweest om de geleerde lessen van Samen voor Overvecht op wijkniveau en buurtaanpakniveau te delen. De focus ligt op maatwerk per buurt omdat hetgeen in de ene wijk werkt, wellicht niet werkt in de

andere wijk. De manager wijkaanpak van Samen voor Overvecht adviseert bij de ontwikkeling en uitvoering van de wijkaanpak in andere gebieden. Op de vraag van de PvdA meldt zij dat het klopt dat er een opgaande lijn is, maar dit is broos. Er zijn veertig vrijwillige wijkambassadeurs. Dit werkt goed maar vergt nabije begeleiding en contact. Ingewikkelde systemen moet men soms ombuigen en het is echt learning on the job. De oproep vanuit de raad is duidelijk en het college zal meer inzichtelijkheid en sturingsmogelijkheden in Q1 2023 bieden. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt waarom nu al wordt gestart met het uitrollen naar andere wijken als er nog geen eindevaluatie ligt van Samen voor Overvecht. Wethouder Streefland antwoordt dat er wel een evaluatie ligt omdat Samen voor Overvecht jaarlijks in mei uitgebreid wordt gemonitord. Dit wordt gebruikt voor de andere wijkaanpak waarbij erop wordt gelet dit niet direct te kopiëren naar andere wijken. Zij zal trachten deze rapportage leesbaarder te maken in de volgende versie. De voorzitter concludeert dat de raad in de tweede termijn zit en informeert of er nog vragen zijn voor wethouder Streefland. De heer Bakker (D66) vraagt of er uit de aanpak Samen voor Overvecht principes gehaald kunnen worden van zaken die wel/niet goed werken.

Wethouder Streefland antwoordt dat zij net de eerste analyse heeft ontvangen waarin dit punt aan de orde komt. Zij zal de eerste lessen hiervan delen in Q1 2023. De voorzitter geeft het woord aan wethouder De Vries Wethouder De Vries doorloopt de vragen: - Op de vraag waarom 40% sociale huur in nieuwbouwprojecten antwoordt hij dat het college wonen als een recht ziet. Tegelijkertijd is de situatie urgent. De vraag uit aandachtsgroepen wordt steeds groter en woningen worden altijd duurder. De gemeente wil daarom woningen aan de onderkant toevoegen. Het college ziet tevens dat er een vraag ligt in het middensegment en hier is een actieplan voor. Vanuit het Rijk komt hier een sterkere wet- en regelgeving op en de raad gaat zich bezinnen hoe hij dit aan kan scherpen. - Het percentage huishoudens is een technische vraag. Binnenkort komen de cijfers uit het Onderzoek Wonen 2021, waarin de woonvraag en de koppeling met het inkomen in beeld zijn. De raad zal hierover in Q1 2023 worden geïnformeerd. - Op de vraag omtrent het woningdelen antwoordt hij dat handhaven moet vanwege de geldende regelgeving; maar wanneer de gemeente een handhavingsverzoek krijgt kan bij drie personen een vergunning worden aangevraagd door de verhuurder. Dit heeft te maken met de lichte leefbaarheidstoets en hier zitten geen compensatiekosten aan vast.

De gemeente anticipeert op de situatie door een ruime begunstigingstermijn en ziet af van de bestuurlijke boete bij de verhuur aan drie personen. - Op de vraag over in gesprek gaan met ontwikkelaars antwoordt hij dat dit een RO-vraag is. Hij deelt deze zorg met de raad en komt hier nog op terug. - Op de vraag over woningcorporaties van GroenLinks antwoordt hij dat de raad binnenkort een brief ontvangt met een overzicht van de ambities die het

-

-

-

-

college heeft met informatie over de planning en de prioriteiten; onder andere het steunpunt en de verdere aanpak van woningcorporaties. Een verdere uitwerking van de financieringsconstructies van het fonds zal de raad ontvangen in Q2, 2023. Op de vraag over bijzondere woonconcepten antwoordt hij dat de rol van kwartiermaker binnen wonen inmiddels is opgenomen in de vaste formatie. Tegelijkertijd vindt hij het bij bijzondere woonconcepten belangrijk een winstwaarschuwing te geven en dit kritisch te bekijken. Op de vraag of er bij bouwlocaties aandacht kan zijn voor bijzondere woonconcepten antwoordt hij dat dit er is en dat hierin enkele initiatieven gerealiseerd zijn. Per locatie wordt gekeken wat mogelijk is. Wanneer de gemeente zelf de grond in eigendom heeft kan hij hier beter op sturen. Op de vraag of de regels rond dakkapellen en uitbouw helder gemaakt kunnen worden antwoordt hij dat hieraan gewerkt wordt. Begin 2023 wordt de raad via een Startnotitie Nieuw Beleid Dakopbouwen geïnformeerd over de doelen en de reikwijdte samenhangend met welstandsbeleid. Op de vraag over het kaal opleveren van de corporatiewoningen antwoordt hij dat dit in essentie de verantwoordelijkheid is van de corporatie. Dit valt niet onder het beleid van de corporaties, maar hij vindt dit een belangrijk punt en zegt toe dit mee te nemen in de gesprekken met de corporaties.

De heer Zwanenberg (GroenLinks) vermoedt dat het kaal opleveren nog steeds beleid is van de corporaties. Wethouder De Vries vindt dit een extra reden om hierop terug te komen bij de prestatieafspraken. Wethouder De Vries vervolgt de beantwoording van de vragen: - Omtrent de leegstandverordening is onlangs een raadsbrief verstrekt. Utrecht is toegevoegd aan het experiment zodat de gemeente bij de invoering sneller kan ingrijpen en een marktconforme huur kan voorstellen. Het gaat niet specifiek over de tekst van de verordening maar er moet ook nagedacht worden over de handhaving die veel extra werk met zich meebrengt. Het college zal bij de raad erop terugkomen hoe hij dit zo goed mogelijk gaat doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) constateert dat de wethouder zegt dat de leegstandsverordening niet de meeste urgentie wordt gegeven maar dat er naar de andere instrumenten wordt gekeken die effect hebben op de korte termijn. Wethouder De Vries antwoordt dat er veel ambities zijn in het coalitieakkoord. Hij heeft hier geen prioriteitenlijst van, maar de ene ambitie is veel omvattender dan de andere en dat zorgt voor meer tijd. Dit is bedoeld om de excessen op het gebied van wonen tegen te gaan. Mevrouw Zwinkels (CDA) ziet in andere programma’s vanwege de hoeveelheid van ambities vertraging optreden. Zij zoekt hoe men voorkomt dat straks alles vertraagd wordt vanwege onvoldoende capaciteit.

Wethouder De Vries vindt dit een goed punt. Er liggen veel ambities en het college voert hierover onderling kritische gesprekken. Er moet veel gebeuren en er zal het komende jaar veel op de raad afkomen. Hij stelt graag hoge realistische ambities en het is aan de raad om het college hierop te controleren. Wethouder De Vries vervolgt de beantwoording van de vragen van het CDA: - Op de vraag waarom de verkoop van sociale huur stopt en waarom de gesprekken met de corporaties pas na het Coalitieakkoord plaatsvinden antwoordt hij dat de gemeente de corporaties in positie brengt door het voeren van een actief grondbeleid. Dit doet de gemeente door te zeggen dat sociale huur via een corporatie loopt, en door te zeggen dat 40% sociale huur is. In de prestatieafspraken komt men gezamenlijk tot afspraken. De gemeente brengt corporaties in positie en mag tegelijkertijd iets terugvragen. Een belangrijk punt hierbij is het stoppen van de verkoop van sociale huurwoningen. De gemeente wil deze woningen in eigen bezit houden. - Op de vraag over de evaluatie buurtbinding voor ouderen antwoordt hij dat bij twee nieuwbouwprojecten van Mitros het afgelopen jaar is geëxperimenteerd met buurtvoorrang. Deze resultaten worden momenteel geïnventariseerd en geëvalueerd. In Q1 2023 zal dit worden gedeeld met de raad. - Op de vraag over Buurland antwoordt hij dat hier verschillende typen huurders wonen.

Naar aanleiding van de behandeling van het stedenbouwkundig programma van eisen, eind 2021 heeft Mitros aangegeven dat de huidige huurders kunnen blijven tot het moment van de sloop. De gemeente en Mitros zien de waarde van de community vorming die in Buurland is ontstaan en willen graag gebruik maken van de kennis van de betrokken bewoners. Mitros onderzoekt of deze specifieke mensen kunnen worden ingezet als groepjes bewoners in nieuwe projecten waar zij weer een community kunnen gaan opbouwen. Wethouder De Vries beantwoordt de vragen van D66: - Omtrent de verschillende instrumenten die men toepast is het goed dat er een evaluatie richting de raad wordt meegenomen. Er komt een nieuwe Huisvestingsverordening en de opkoopbescherming valt hieronder. Het college jaarlijks een update hierover geven aan de raad. - Omtrent het maken van afspraken bij de prestatieafspraken, met name het verbeteren van de huurdersparticipatie, herkent hij het probleem omdat bij huurdersparticipatie zaken soms niet zo lopen als men wil. De corporaties werken momenteel aan een verbetering van hun Algemeen Sociaal Plan. Dat Algemeen Sociaal Plan is kaderstellend voor het handelen van de corporaties richting huurders en regelt ook hun positie. Op dit moment wordt het nieuwe Algemeen Sociaal Plan juridisch beoordeeld.

Na deze toets zal hierover een afspraak worden gemaakt in de prestatieafspraken om zorgvuldig te kijken wat ieders rol hierin is en hoe men dit gezamenlijk kan borgen. - Op de vraag hoe gewerkt kan worden aan het middensegment antwoordt hij dat dit al is besproken. - Er was een klein debat tussen het CDA en D66 over woonruimte voor mbo’ers bij Woningboulevard Kanaleneiland. Dit is het project bij de Livingstonelaan. In januari heeft de raad een brief ontvangen over de uitgangspunten die momenteel worden uitgewerkt in de bouwenvelop. Uiteraard zal hierbij zal worden nagedacht hoe mbo-studenten voorrang kan worden gegeven. Begin

volgend jaar is de bouwenvelop gereed en zal zijn collega de heer Eerenberg de raad informeren. Wethouder De Vries beantwoordt de vragen van de PvdA: - Op de opmerking om de randen op te zoeken in de uitgangspunten van de verhuurdersvergunning antwoordt hij dat dit graag meeneemt. Er zal een raadsbrief komen in Q2 of Q3 2023 met de uitgangspunten, afhankelijk van de invoering van de wet. - Op de vraag of de leegstandsverordening kan worden ingezet op kantoorpanden antwoordt hij dat dit kan maar dat de kantoorpanden hun functie behouden. De handhaving hierbij moet bekeken worden en dat stuk is niet begroot. Wellicht kan men hier later op terugkomen. - Op de vraag over het onderhoud van de corporaties, specifiek bij sloop/nieuwbouw, antwoordt hij dat de gemeente het onacceptabel vindt als er sprake is van achterstallig onderhoud wanneer er plannen zijn voor sloop/nieuwbouw. Met corporaties zal hierover het gesprek worden aangegaan. Er wordt een kader gemaakt bij sloop/nieuwbouw dat tevens iets zegt over de rechten van huurders. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder kan bevestigen dat in het kader nee/tenzij over sloop ook iets staat over het onderhoud en op welk niveau dat moet zijn. Wethouder De Vries zegt dit toe.

Wethouder De Vries vervolgt de beantwoording van de vragen van de PvdA: - Op de vraag of inschrijven bij Woningnet al vanaf 16 jaar kan antwoordt hij dat momenteel de minimale inschrijfleeftijd 18 jaar is. Dit is vastgelegd in de Huisvestingsverordening. Bij SSH is dit anders en kan dit vanaf 16 jaar omdat SSH niet onder de Huisvestingsverordening valt. Volgend jaar komt er een nieuwe Huisvestingsverordening en hij zal dit idee hierin meenemen. - Op de vraag over de wijkaanpak antwoordt hij dat de uitgangspunten langs de raad komen omdat hij hier een gezamenlijk debat over wil aangaan. In de wijken zijn veel actieve bewoners en de gemeente gaat bekijken hoe dit samenvalt met de wijkaanpak. Wethouder De Vries beantwoordt de overige vragen: - De vraag van Volt over de wachttijd heeft hij al beantwoordt in de vorige commissie. - De vraag van Student en Starter ging specifiek over een eerder debat met Changeis. Eigenlijk heeft de gemeente constant te maken met zaken die in het verleden zijn afgesproken en die men op een andere manier wil gaan doen. Momenteel is er aandacht voor het maken van afspraken over bijvoorbeeld servicekosten in relatie tot de doelstelling en betaalbaarheid van sociale huur. - Student & Starter vroeg of corporaties langs de deuren kunnen om slecht geïsoleerde woningen te verduurzamen.

Als het goed is heeft wethouder Van Hooijdonk de raad geïnformeerd over het langs de deuren gaan met energieboxen en het aanbieden van plusboxen met extra artikelen. Tevens kunnen een aantal fixteams hierbij helpen. Vanuit Mitros is op twee complexen een deur-aan-deur actie gedaan. Portaal is hier eveneens mee bezig en met maatschappelijke organisaties als U Centraal worden momenteel afspraken

-

-

-

-

-

gemaakt om op bepaalde onderdelen vrijwilligers in te zetten zodat het tempo hoger kan worden. In november wordt de subsidieregeling voor corporaties opengesteld om versneld panden te kunnen isoleren. Hij vindt het betoog van DENK mooi en ideologisch maar het gaat ook om keuzes maken. In de ideale wereld is er een stad met wellicht meer sociale huur omdat betaalbaar wonen een recht is, maar in het hier en nu is dit niet altijd haalbaar. Dit zijn keuzes en betekent dat het college hier soms andere prioriteiten op stelt. De ChristenUnie had een vraag over het stadskantoor en het aanbieden van werkplekken. Dit is eerder in de raad besproken. In het stadskantoor kan al gewerkt worden. In de stad zijn tevens buurthuizen en bibliotheken waar men gebruik van kan maken. EénUtrecht vroeg of het Fonds Betaalbare Koop opengesteld kan worden zodat mensen met een lager inkomen hierop een beroep kunnen doen. In principe heeft het fonds geen ondergrens en alleen een bovengrens. Op de vraag over de leefbaarheidsinvestering en het afschaffen van de verhuurdersheffing antwoordt hij dat dit soort afspraken terugkomen in de prestatieafspraken. Hij zegt toe dat er een apart hoofdstuk over leefbaarheid aan de prestatieafspraken zal worden toegevoegd.

Op de vraag of de cijfers van de huurdersparticipatie kunnen worden meegenomen in de prestatieafspraken antwoordt hij dat hij gaat onderzoeken hoe de rol van huurders meegenomen kan worden in een monitoring; zoals het monitoren van een huurderstevredenheidsonderzoek. Op de vraag of de SAF-regeling kan worden afgeschaft zegt hij toe dat dit wordt meegenomen in de prestatieafspraken. Op de vraag of het actieplan betaalbare koop al van toepassing is op een aantal projecten antwoordt hij dat het actieplan sinds 2021 beleid is en van toepassing bij nieuwe projecten. Een aantal acties uit het actieplan, waaronder het Fonds Betaalbare Koop, dient nog nader uitgewerkt te worden en is daarom op dit moment nog niet toegepast.

De voorzitter informeert of er nog vragen zijn. De heer Bakker (D66) had gevraagd welke kansen er voor woningcorporaties zijn om hun middensegment uit te breiden nu private partijen hun vastgoed meer in de verkoop doen. Wethouder De Vries antwoordt dat dit zeker zal worden besproken met de woningcorporaties, met name omdat hij een kans ziet in het middensegment en de rol van de woningcorporaties. Dit is de afgelopen jaren opgebouwd en op dit moment werkt de gemeente samen met verschillende organisaties in het middensegment. Hij wil de corporaties hier zeker een rol in geven. Hij zegt toe dit mee te nemen in de prestatieafspraken maar benadrukt dat de woningcorporaties hierin hun eigen keuzes maken. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wanneer de uitbreiding van de opkoopbescherming komt. Wethouder De Vries antwoordt dat Utrecht dit samen doet met Amsterdam. Voortaan is het aan de gemeenten om op basis van de lokale situatie te onderbouwen tot

welke WOZ-waarde koopwoningen in het goedkope- en middensegment vallen. In Utrecht en Amsterdam is gekozen voor het beschermen van 60% van alle woonruimte. Per 1 juli 2022 is de grens vastgesteld op € 487.000. Bij het vaststellen van de Regeling Opkoopbescherming hebben de gemeenteraden van Utrecht en Amsterdam een motie aangenomen om te laten onderzoeken of die grens hoger kan worden, namelijk naar 80%. Een verhoging van 60% naar 80% zou op dit moment in Utrecht een WOZ-waardegrens van € 606.000 zijn. De gemeenten Amsterdam en Utrecht zijn bezig om dit onderzoek gezamenlijk uit te voeren. De verwachting is dat in de eerste helft van 2023 de resultaten aan de raad gepresenteerd kunnen worden. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat het onderzoek zich richt op wat kan en mag. Het Rijk laat in het midden wat kan en mag, en dit is het arbitraire van de 60%. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat Utrecht gaat proberen de randen op te zoeken en de grens probeert op te rekken, aangezien het Rijk hier niet duidelijk over is. Wethouder De Vries zegt toe dat onderzoek wordt gedaan naar de randen. In Q2 2023 komt hij hierop bij de raad terug. Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd of in het onderzoek een differentiatie naar wijk kan worden meegenomen. Wethouder De Vries zegt dit toe en zal hier bij de raad op terugkomen.

Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat de wethouder nog op het gesprek met de ontwikkelaars zou terugkomen. Wethouder De Vries antwoordt dat zijn collega, de heer Eerenberg, hiermee bezig is. Op dit moment wordt onderzocht of iemand aangesteld kan worden die veel contact heeft met de markt en tegelijkertijd de wereld van de politiek kent, om te kijken of deze persoon kan sturen bij het verbeteren van de samenwerking met de marktpartijen. Dit is in onderzoek en hij komt hier binnenkort in de raad op terug. De voorzitter wil naar de tweede termijn en informeert of partijen aanvullende vragen hebben. Mevrouw Meerding (VVD) meldt dat bij haar inbreng een debat ontstond over de cijfers. Er komt nog een onderzoek en zij kijkt hiernaar uit. De heer Van der Zweth (PvdA) was vergeten te zeggen dat hij zijn inbreng namens zijn collega’s voor wijkaanpak (de heer ....) en energie en duurzaamheid (de heer Biemans) heeft gedaan. Hij vraagt wanneer de wethouder zou terugkomen op de leegstandsverordening op kantoren. De wethouder gaf aan dat kantoren in de Begroting en Financiën zit, maar volgens hem zitten kantoren eigenlijk in Economie en zijn hier budgetten voor. De heer Bakker (D66) vraagt wanneer men de evaluatie van de instrumenten gaat terugzien. Het Algemeen Sociaal Plan klinkt goed maar hij hoopt niet dat dit gaat verzanden in de informatie over prestatieafspraken.

Kan de wethouder toezeggen dat de raad hier duidelijk over geïnformeerd wordt? Tot slot benadrukt hij dat de inzet op gedeelde studentenwoningen belangrijk is. Wethouder De Vries beantwoordt de vragen: - Van de Huisvestingsverordening is een jaarlijkse evaluatie.

-

Hij zegt toe in een brief op het Algemeen Sociaal Plan op terug te komen in Q1 2023. Het is een spanningsveld dat woningcorporaties hun eigen beleid maken en dat hij als wethouder hier iets van mag vinden. Onzelfstandige studentenhuisvesting is onderdeel van het Coalitieakkoord. In Q1 komt er een actieplan en volgende week volgt een raadsbrief waarin dit wordt benoemd. In het actieplan staan een aantal stimulerende maatregelen. De beantwoording van de vraag van de heer Van der Zweth laat hij over aan zijn collega van Economische Zaken.

De voorzitter geeft het woord aan wethouder Scheulderman. Wethouder Scheulderman beantwoordt de vragen: - GroenLinks adviseerde om te kijken naar 2030 als tussenstap op het gebied van circulair. In Q4 2023 komt zij met de visie voor Utrecht circulair en de plannen op het gebied van d uitvoering. 2030 zal een belangrijk jaar worden met een tussendoel dat expliciet zal worden benoemd. - GroenLinks vroeg naar het gemiddelde van 6,5 in de waardering en of men kijkt naar de uitschieters per wijk. De cijfers per wijk zijn terug te lezen op de Utrechtmonitor fysieke leefomgeving, milieu, duurzaamheid en afval. - Met de aanpak hotspot wordt ingezet op de plekken waar het meeste afval voorkomt. Dit komt overeen met de plekken waar de cijfers lager zijn en dit wordt meegenomen met de inzet op straat. - GroenLinks stelde vragen over de afvalscheidingsdoelstelling naar aanleiding van het slechte nieuws rondom Netvang. De wethouder zegt toe om in Q1 2023 met een raadsbrief te komen over nascheiding van drankkartons en is bereid om de informatie over plastic hierin mee te nemen. - Op de vraag van D66 hoeveel gft gescheiden wordt ingezameld en wat dit percentage betekent voor het restafval antwoordt zij dat in 2021 36 kilogram gft per inwoner werd verzameld. In totaal was er vorig jaar 220 kilogram restafval. Hierin zit 63 kilogram gft wat nog beter gescheiden zou kunnen worden.

Dat is veel, maar gft is relatief zwaar. Bij laagbouw wordt gft ingezameld met kliko’s. Bij hoogbouw kunnen inwoners een citybin aanvragen. De routes moeten gemaakt worden op plaatsen waar meerdere bins opgehaald kunnen worden. - Op de vraag of gekeken kan worden naar een inzamelsysteem zoals in Rotterdam antwoordt zij dat de markt op dit moment nog niet goed voorziet in zo’n inzamelmiddel. De gemeente probeert steeds naar nieuwe ontwikkelingen te kijken hoe hij dit innovatief kan doen. In nieuw te ontwikkelen wijken wordt bestudeerd hoe dit efficiënter kan. Mevrouw Heijne (GroenLinks) stelt voor om hier met de G4 versterkt aandacht aan te schenken. Wethouder Scheulderman vindt dit een goed idee. De heer Van Heuven (PvdD) is benieuwd naar de vraag vanuit de stad. Vanuit de binnenstad is behoefte aan het inzamelen van gft maar dit wordt niet aangeboden. Wethouder Scheulderman vermoedt dat het een zoektocht is hoe gft ingezameld kan worden op een wijze die aansluit bij wat haalbaar is op het gebied van ophalen. Zij deelt de wens om te kijken hoe de gemeente hier beter in kan faciliteren. Daarom wordt er met Rotterdam gewerkt aan een nieuw inzamelmiddel. Hierbij kijkt men naar wat zou passen, en niet naar wat aanwezig is in de markt. Wethouder Scheulderman vervolgt de beantwoording: - De PvdD stelde een zwerfvuil-award voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=861fc703-f641-4a18-a3d3-6bdce858ea94