CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

concept verslag PB 2023 Cie EDW 22.10.20.docx

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen commissies Programmabegroting 202324.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag openbare middagvergadering Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

20 oktober 2022 Stadhuisbrug 1, Utrecht Katy Boesten (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen De voorzitter, de heer Bos, de wethouders, mevrouw Van Hooijdonk, mevrouw Oosters, mevrouw Scheulderman, mevrouw Voortman en de heer De Vries, de leden, de heer Van der Zweth (PvdA), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer G. Dijkstra (EénUtrecht), de heer I. El Abassi (DENK), mevrouw R. Heijne (GroenLinks), de heer Zwanenberg (GroenLinks), de heer G.J. Te Hoonte (VVD), mevrouw Meerding (VVD) mevrouw A. Oudejans (Student & Starter), de heer R. Peters (D66), , mevrouw A. Sasbrink (Partij voor de Dieren), de heer Van Heuven (Partij voor de Dieren), mevrouw Passier (Volt), en mevrouw J. Zwinkels (CDA)

Verslag middagvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen Programmabegroting 1. Opening en mededelingen...................................................................................15 2. Raadsvoorstel programmabegroting 2023-2026 .................................................16 Lijst met toezeggingen................................................................................................58

1. Opening en mededelingen De voorzitter, de heer Bos, opent de vergadering om 15.00 uur en heet alle aanwezigen en de kijkers thuis van harte welkom. Hij meldt dat vandaag de programmabegroting van 2023, de bijbehorende raadsvoorstellen en enkele verordeningen worden besproken. In dit blok wordt een debat gevoerd over onderwerpen uit de commissie Energie (transitie), Duurzaamheid en Wonen. De raad besluit tijdens de raadsvergadering van 10 november over de begroting en de bijbehorende raadsvoorstellen. Er zijn geen mededelingen. Mevrouw Heijne merkt op dat het onderwerp afval in de Programmabegroting stond bij Openbare Ruimte. Zij vraagt of dit punt behandeld wordt bij Openbare ruimte of bij Circulaire Economie. Zij zal deze vragen stellen aan wethouder Scheulderman.

2. Raadsvoorstel programmabegroting 2023-2026 De voorzitter meldt dat het debat gevoerd zal worden in twee termijnen. Voor de behandeling van de Programmabegroting geldt een spreektijd. Als een fractie door de totale spreektijd heen is krijgt hij nog één interruptie en is de consequentie dat de fractie daarna het woord niet meer mag voeren. De raad heeft uitgesproken dat er geen technisch-informatieve vragen meer worden gesteld tijdens de commissiebehandeling. Er zijn maximaal drie interrupties toegestaan per onderwerp, per fractie. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Meerding (VVD) Mevrouw Meerding (VVD) meldt dat het woningtekort een van de grootste problemen is van deze tijd dat dringend om oplossingen vraagt. Gelukkig ziet het college dat ook zo. Over de wijze waarop het college de woningcrisis wil oplossen verschillen echter de meningen. De VVD zet vooral in op het bouwen van veel extra woningen in voornamelijk het middensegment, ook buiten de bestaande stad. De VVD kijkt tevens naar sturende maatregelen, zoals de zelfbewoningplicht en het opkoopverbod, wanneer dit echt noodzakelijk is. Het college grijpt echter naar andere maatregelen Bijvoorbeeld door voor te stellen het percentage sociale huur te verhogen naar 40% in alle nieuwbouwprojecten. Dit kan absoluut niet op de steun van de VVD rekenen.

De VVD is ervan overtuigd dat juist mensen met een middeninkomen er niet tussen komen op de woningmarkt en dat er voor hen flink bijgebouwd zou moeten worden. Zij kunnen geen beroep doen op de sociale huur en zijn hiermee niet geholpen. Zij vraagt de wethouder waarom er toch gekozen wordt voor 40% sociale huur in nieuwbouwprojecten. Het is niet zo dat 40% van de inwoners een inkomen heeft dat binnen de sociale huurgrens valt. De heer Zwanenberg (GroenLinks) geeft aan dat de wachtlijsten voor sociale huur in Utrecht heel groot zijn. GroenLinks vraagt zich af of de VVD in het trickle-down principe gelooft; dat wanneer men genoeg dure woningen bouwt het vanzelf goedkomt voor de mensen die weinig geld hebben. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat zij niet in dit principe gelooft. Zij gelooft wel in het principe dat een totaal tekort aan woningen alleen opgelost kan worden door heel veel bij te bouwen. Dit is waar de VVD op wil inzetten. Hierbij moet sociale huur gebouwd worden en dit mag best 35% zijn, maar 40% gaat de VVD te ver omdat dan de prioriteiten verkeerd liggen. De heer El Abassi (DENK) vraagt mevrouw Meerding of zij weet wat de inkomensverdeling is in Utrecht over de buurten. Mevrouw Meerding (VVD) heeft hier wel een idee van, maar zij vraagt eigenlijk aan de wethouder of 40% van de inwoners binnen de sociale huurgrens vallen.

De heer El Abassi (DENK) is juist bang van bepaalde aannames. In de cijfers die hij op internet ziet valt te zien dat 66% van alle Utrechters onder de € 32.000 verdient. Deze groep komt in ieder geval in aanmerking voor een sociale huurwoning. De cijfers zijn terug te vinden via www.allecijfers.nl

Hij adviseert de VVD om deze cijfers te bekijken en hier eventueel op terug te komen. Mevrouw Meerding (VVD) wilde deze vraag stellen aan de wethouder. Zij adviseert om hier bij de beantwoording op terug te komen. De heer El Abassi (DENK) geeft aan dat het geen vraag is maar een constatering dat 66% in ieder geval in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Hij vraagt de VVD of het percentage sociale huur daarom zou moeten worden vergroot van 40% naar 66%. Mevrouw Meerding (VVD) denkt van niet en geeft aan dat de cijfers aan bod komen als de wethouder de vragen gaat beantwoorden. Zelfs als men binnen de grenzen van sociale huur valt kan het nog zo zijn dat men andere woonwensen heeft die niet binnen de sociale huur worden vervuld. Het zou ideaal zijn om buiten de sociale huurgrens een huis te kunnen kopen in de vrije markt dat ook nog betaalbaar is. Dat laatste is nu niet het geval en daarom zegt de VVD dat er op de vrije markt eveneens voldoende betaalbaar aanbod moet zijn dat inspeelt op de woonwensen. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de VVD het met de PvdA eens is dat de woningen het afgelopen jaar heel duur zijn geworden en dat daardoor vanzelf minder mensen met een laag inkomen zijn komen wonen in de stad, aangezien zij geen betaalbaar huis meer kunnen vinden. Mevrouw Meerding (VVD) deelt dat dit zeker van invloed is. Omgekeerd geldt dit echter ook.

Wanneer de stad 40% van de woningvoorraad sociale huur laat zijn doet dit ook iets met de inkomensverdeling in de stad. Haar punt is vooral om niet alleen aan de knop van de percentages te draaien maar gezamenlijk te zeggen dat men meer woningen wil bijbouwen. Volgens haar zit daar de echte oplossing. Ook wanneer men met de huidige woningaantallen 40% sociale huur heeft is er nog steeds een tekort, want er is een totaaltekort aan woningen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat groepen in de verdringing raken wanneer men de redenering van de VVD volgt en gewoon bijbouwt, maakt niet uit hoe duur. Wanneer men doet wat mevrouw Meerding zegt gaat men minder bouwen omdat er minder vraag is aangezien de woningen te duur zijn. Vervolgens wordt alles nog duurder in de stad en hoeft men nog minder te bouwen. Hij vraagt of mevrouw Meerding het met de PvdA eens is dat men stevig moet sturen op de percentages wanneer men ook voor de lage inkomens wil bouwen. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat zij niet gezegd heeft dat er helemaal niet gestuurd moet worden. Zij heeft gezegd dat zij 40% te veel vindt en dat de VVD momenteel met 35% kan leven gezien de problemen. Hiermee zou Utrecht het huidige percentage vasthouden en sociale huurwoningen bijbouwen. Het percentage ophogen naar 40% gaat de VVD echt te ver.

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat men dan bijbouwt om het getal gelijk te houden. Men ziet nu al dat heel veel mensen geen plek meer in Utrecht hebben. De redenering van de VVD is om dit zo te laten omdat het hen niet uitmaakt.

Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de heer Van der Zweth een samenvatting geeft met allemaal woorden die zij niet heeft gebruikt. Hij hoopt waarschijnlijk dat de VVD dit denkt, maar dat is niet zo. Zij heeft net gezegd dat de VVD nog steeds een percentage sociale huur wil bijbouwen. Dat mag zelfs 35% zijn. De VVD trekt echter een grens omdat mensen die niet in de sociale huur vallen ook een kans verdienen op de woningmarkt. Mevrouw Meerding (VVD) vervolgt haar betoog: - In de begroting wordt duidelijk dat het bijbouwen nog niet erg snel gaat. In 2022 start Utrecht met de bouw van slechts 1000 woningen in totaal. Dat is een forse terugval in het beoogde aantal van 3000. Dit heeft meerdere oorzaken waar zij nu verder niet op in gaat omdat dit bij ruimtelijke ordening al is besproken. Zij wil wel een brug slaan naar een motie (voorkom een bouwstop) die zij in het voorjaar heeft ingediend. Deze motie is door de wethouder overgenomen. De motie riep op om met ontwikkelaars in gesprek te gaan omdat zij aangaven dat zij door de hoeveelheid aan gemeentelijke eisen niet meer rendabel huizen kunnen bouwen en dat zij voor een bouwstop vreesden. Zij is benieuwd hoe met de motie gaat en of de wethouder inmiddels in gesprek is geweest met de ontwikkelaars. - De VVD is blij dat het woningdelen gemakkelijker wordt gemaakt en dat men met drie personen vergunningsvrij kan gaan wonen.

De VVD is benieuwd naar de motie met de oproep om woningdelers die nu al met drieën wonen niet hun huis uit te zetten zolang de gemeente bezig is het beleid te veranderen. Zij vraagt de wethouder hoe het daar mee gaat. -

Naar Samen voor Overvecht gaat in 2023 wederom € 200.000. Ook wordt er in de Programmabegroting gesproken over het uitbreiden van deze aanpak naar andere wijken in de vorm van gebiedsakkoorden, bijvoorbeeld in Kanaleneiland, Noord-west en Leidsche Rijn. Zij vraagt wat de wethouder het succes vindt van Samen voor Overvecht. De VVD vindt de hoeveelheid geld die hiernaar toegaat zonder evaluatie voorbarig. De VVD heeft al eerder om een evaluatie gevraagd.

Mevrouw Zwinkels (CDA) deelt de opmerking van mevrouw Meerding. Zij vraagt zich af of men op de evaluatie zou moeten wachten en of de VVD het met het CDA eens is dat de gemeente gewoon moet starten in Kanaleneiland aangezien er genoeg goede maatregelen zijn die men sowieso zou kunnen doen. Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de VVD niet nu al wil starten omdat er twijfels zijn over de effectiviteit van de aanpak van Samen voor Overvecht. Daarom vindt de VVD een evaluatie naar de effecten van de aanpak belangrijk voordat dit wordt uitgebreid naar andere wijken. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het CDA de noodzaak ziet om niet langer te wachten als het gaat om thema’s als sociale veiligheid, leefbaarheid, afval in de wijk et cetera. Dit zijn zaken waarvoor de VVD zich eerder ook voor heeft ingezet. Zij vraagt waarom men niet met een onderdeel al zou kunnen starten. Mevrouw Meerding (VVD) denkt dat er al concrete acties worden ondernomen, zoals het tegengaan van zwerfafval of het bieden van ondersteuning aan jongerenwerk. De

VVD is kritisch op de aanpak van Samen voor Overvecht en vraagt zich af of men dit moet uitrollen naar andere wijken. De voorzitter geeft het woord aan de heer Te Hoonte (VVD) De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de aanpak van de problemen omtrent energie gedekt zijn in deze begroting. Hij heeft een aantal vragen hierover: - Hij ziet in de begroting dat het stadswarmtenet op 55% zit. Dit blijft in 2023 gelijk en hij vraagt waarom dit niet omhoog gaat. Hij vindt dit niet ambitieus. - Bij Overvecht van het gas af ziet men dat de doelstellingen evenmin hard oplopen. Waarom staan hier geen hogere targets? Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt hoe de VVD deze targets omhoog wil doen. Zij leest dat de gemeente de wijkuitvoeringsplannen moet maken en dat mensen nog acht jaar de tijd krijgen om van het gas af te gaan. Zij vraagt of de VVD wil dat mensen minder tijd krijgen. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het belangrijk dat mensen de tijd hebben, maar men moet niet vergeten dat zaken zich ook buiten de stad autonoom ontwikkelen. De mogelijkheid om een warmtepomp aan te schaffen met subsidie zal betekenen dat er meer warmtepompen komen. Gecombineerd met zonnepanelen kan men dit aardgasvrij maken. Dit betekent dat men niet alleen afhankelijk is van de wijkuitvoeringsplannen maar dat er ook een autonome ontwikkeling is.

Zijn vraag is of de gemeente dit in de ambitie voldoende in kaart heeft.

De heer Te Hoonte (VVD) vervolgt zijn betoog: - In de Nota Volksgezondheid is besloten dat de gemeente een geluidsniveau van maximaal 63 dB hanteert voor nieuwbouwontwikkelingen. Dit is bovenwettelijk. Tegelijkertijd ziet hij vaak bestemmingsplannen met een besluit om af te wijken van de wettelijke verplichting. Hij vraagt hoe realistisch dit is en of dit gecoördineerd is tussen de twee beleidsvelden. - Met betrekking tot emissieloos vervoer zoekt de VVD wat onder de Portefeuille Emissieloos Vervoer valt. Er staat laadpalen in het programma, maar snellaadpalen staat bij het Programma Mobiliteit. Hij vraagt wat specifiek het programma is en waar de scheiding ligt. - Met betrekking tot het Programma Duurzaamheid zit houtstook in het programma Bereikbaarheid. Hij vraagt of dit duidelijker gegroepeerd kan worden onder het juiste programma en de juiste wethouder. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Heijne (GroenLinks) Mevrouw Heijne (GroenLinks) start haar betoog: - De aanpak van de klimaatverandering is een van de pijlers van het coalitieakkoord. Dit doet men volgens de drie lijnen: besparen, opwekken en van het gas af; met extra aandacht voor mensen die hard geraak worden door de energiecrisis. Zij sluit zich aan bij de vraag van de VVD of de financiën

-

-

gedekt zijn en of er extra middelen zijn van het Rijk en de provincie, zodat de gemeente mensen kan helpen bij bijvoorbeeld isolatie. In de programmabegroting ziet men duidelijke indicatoren voor duurzame elektriciteitsopwekking. Voor zonne-energie is dit opgesplitst naar grote- en kleine daken. GroenLinks ziet graag dat de gemeente dit ook voor wind gaat doen om zicht te hebben wat men zelf kan opwekken aan wind in de stad. GroenLinks zag dit graag terugkomen in de Klimaatvisie. Zij vraagt of de wethouder dit kan toezeggen. In het Coalitieakkoord gaat men actief aan de slag met aquathermie en geothermie. Dit is essentieel voor de warmtetransitie. In 2025 komt er een volgend warmteplan waarin vooruitgekeken wordt naar 2035. In de brief waarin wordt aangegeven hoe het Coalitieakkoord wordt uitgevoerd komt zij aquathermie en geothermie niet tegen. Zij vraagt wat er van 2025 tot 2035 gebeurt. GroenLinks wil de toezegging dat hier tussentijds informatie over wordt gegeven.

De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de indicator klimaatneutraal nog steeds in de programmabegroting staat terwijl de ambitie daartoe is vervallen. Hij vraagt wat mevrouw Heijne hiervan vindt. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks nog steeds zo snel mogelijk klimaatneutraal wil worden. Zij leest in het coalitieakkoord veel concrete doelstellingen. Volgens haar is dit een mooie manier om concreet aan te geven hoe men aan de slag gaat met de klimaatverandering. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de indicator klimaatneutraal zo snel mogelijk opgeheven zou moeten worden, net zoals de bijbehorende ambitie, omdat hier kennelijk niet meer op wordt gestuurd. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks liever stuurt op de concrete doelstellingen. De vraag overvalt haar en zij vraagt of de PvdD de ambitie klimaatneutraal in 2030 eveneens heeft losgelaten. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat dit niet het geval is. Hij heeft met de wethouder Duurzaamheid en mevrouw Heijne talloze debatten gevoerd over de ambitie klimaatneutraal en hij vindt het consequent dat, wanneer de coalitie deze ambitie laat vervallen, deze ambitie tevens te verwijderen uit de Programmabegroting en de Voorjaarsnota. Mevrouw Heijne (GroenLinks0 antwoordt dat zij hier niet zo aan hecht.

De ambitie klimaatneutraliteit mag wat haar betreft in de Programmabegroting blijven staan omdat er nog steeds mooie stappen worden gezet naar klimaatneutraal. De echte klimaatneutraliteit gaat men echter niet halen. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat GroenLinks wederom in het openbaar zegt dat de klimaatneutraliteit een wassen neus is die men niet gaat halen. GroenLinks denkt hierin wezenlijk anders dan de PvdD. Hij vraagt wat deze indicator dan nog zegt.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat klimaatneutraliteit al heel vaak is besproken. Dit kan men in Utrecht niet realiseren omdat er onvoldoende ruimte is om genoeg elektriciteit op te wekken. De PvdD en GroenLinks blijven het hierover oneens. Mevrouw Passier (Volt) denkt dat het klopt dat Utrecht klimaatneutraal niet gaat halen gezien de hoeveelheid mensen op het aantal vierkante meters. Zij vraagt of mevrouw Heijne het eens is dat men een haalbaar doel in de begroting moet zetten waar men naartoe gaat werken. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat zij net aangaf dat de haalbare doelstellingen al in de begroting staan. Volgens haar is het belangrijk dat er concrete doelstellingen worden gezet op het zetten van grote stappen om de klimaatverandering aan te pakken en dat de gemeente hier de komende periode op gaat sturen. De heer Peters (D66) merkt op dat de suggestie wordt gewekt dat GroenLinks de ambitie laat vallen op het gebeid van duurzaamheid, maar volgens hem is dit niet het geval. Er worden alleen betere en concretere ambities gesteld door GroenLinks op het gebied van het opwekken van duurzame energie en het van het gas afgaan. Hij vraagt GroenLinks of zij aan ambitie inleveren. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat de heer Peters heel mooi heeft herhaald wat zij heeft gezegd. De ambitie bij GroenLinks is torenhoog en wordt alleen maar hoger.

Volgens GroenLinks is het belangrijk om op concrete doelstellingen in te gaan zetten en daarop te sturen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vervolgt haar betoog: - Het bepalen van de publieke rol in warmtenetten is heel belangrijk en staat in de uitvoering van het coalitieakkoord. GroenLinks vraagt hierbij aandacht voor de rol van bewonerscorporaties en –organisaties. Zij heeft graag de toezegging dat er bij de uitwerking van de publieke rol van warmtenetwerken aandacht wordt geschonken aan de rol van de bewonerscorporaties. - De Nota Geluid staat al heel lang op de planning en heet formeel een Omgevingsvisie Geluid en Trillingen. De huidige geluidsnota stamt uit 2014 en zou vernieuwd moeten worden vanwege de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingswet wordt echter opnieuw uitgesteld. GroenLinks vindt het onwenselijk dat de Nota Geluid hiermee ook weer uitgesteld zou worden. Aangezien gemeenten nu al in de geest van de Omgevingswet kunnen handelen ziet GroenLinks graag dat de nota conform planning in Q1 van 2023 naar de raad gestuurd wordt. Zij vraagt of de wethouder dit kan toezeggen. - Een vergelijkbaar punt heeft zij rondom externe veiligheid. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het CDA vaak aandacht heeft gevraagd voor trillingen bij nieuwbouwprojecten en bestaande situaties. Zij vraagt of mevrouw Heijne het eens is dat de nieuwe nota ook dat onderdeel moet bevatten.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) beaamt dit. Wat vroeger de Nota Geluid was staat nu op de rol als Omgevingsvisie Geluid en Trillingen. Deze nota zou zij graag zien in Q1 van 2023.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vervolgt haar betoog: - Voor externe veiligheid heeft zij hetzelfde punt. Deze nota stamt uit 2007 waardoor de urgentie nog groter is. Zij verzoekt om dit niet te laten liggen en in Q1 van 2023 naar de raad te sturen. - Zij zag in de uitvoering de Visie Utrecht Circulair 2050. Dit zou eind 2023 komen. In de visie die men nu uitwerkt wil men eerste leren en daarna versnellen en opschalen, waarna uiteindelijk de laatste slag wordt gemaakt. Volgens haar is de tussenstap waarin men versnelt om in 2030, 50% circulair te zijn essentieel. Zij wil vragen of die tussenstap, in het uitvoeringsplan of visie, in 2023 naar de raad komt. - Met betrekking tot luchtkwaliteit komen in de Voorjaarsnota nieuwe indicatoren die gebaseerd zijn op de WHO-advieswaarde van 2021. Momenteel hanteert men nog de oude waarden uit 2005. Dit kan alleen als de nieuwe visie luchtkwaliteit door de raad is vastgesteld. Dit betekent dat de raad dit uiterlijk Q1 2023 moet vaststellen. Zij vraagt of de wethouder dit kan toezeggen. Mevrouw Zwinkels (CDA) is van mening dat GroenLinks een opsomming heeft van vragen wanneer de stukken komen die zijn toegezegd. Zij vraagt wat zij hiervan moet vinden. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat zij niet weet wat het CDA hiervan vindt maar zij vreest dat door het uitstel van de Omgevingswet de stukken weer naar achteren worden geschoven.

Dat vindt GroenLinks niet wenselijk en wil dit daarom hier aangeven. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vervolgt haar betoog: - Uit de beantwoording van haar technische vragen bleek dat het ook mogelijk is om emissies van houtstook te monitoren. GroenLinks zou graag zien dat hiervoor indicatoren worden opgesteld. Zij vraagt of het college dit kan toezeggen. - Met betrekking tot afval meldt zij dat de tevredenheid over de afvalinzameling een gemiddelde heeft van 6,6. Dit is niet slecht, maar het is niet het streefcijfer van 7. Op sommige plekken is de beoordeling aanmerkelijk minder positief. Bijvoorbeeld bij Kanaleneiland-Transwijk liggen nog veel afvalcontainers. Mensen geven aan dat dit een groot probleem is en dat melden niet helpt. Zij vraagt of het college kan toezeggen dat niet alleen naar het gemiddelde van de cijfers wordt gekeken maar ook naar uitschieters aan de onderkant en dat hier extra op kan worden ingezet. De heer Dijkstra (EénUtrecht) geeft aan dat EénUtrecht hier voorstander van is aangezien op veel plaatsen vaak een nietszeggend gemiddelde wordt genoemd. Hij vraagt of men beter zou kunnen zeggen dat het in alle buurten minimaal 6,5 moet zijn, met een streefcijfer over de hele stad van 7,5 of 8. Mevrouw Heijne (GroenLinks) zou inderdaad liever hebben dat dit in alle wijken voldoende is.

Daarom vraagt zij om extra inzet op de uitschieters in de cijfers aan de onderkant.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vervolgt haar betoog: - Omtrent de hoeveelheid afval per persoon per jaar is nog veel te doen. Momenteel zit men op 229 kilo. De doelstelling voor 2023 is 203 kilo per persoon per jaar. Zij las dat de AVR stopt met het scheiden van de drankkartons. Dit is geen goed nieuws en het college is met partijen in gesprek om dit zo snel mogelijk weer in gang te zetten. Nedvang verwacht begin 2023 de drankkartons weer te kunnen scheiden. Zij vraagt of het college kan toezeggen dat er in Q1 2023 informatie komt hoe het hiermee staat, welke acties zijn ondernomen en wat de resultaten zijn. De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat de raad pas zes weken nadat het college hiervan op de hoogte werd gebracht hierover werd ingelicht. Hij vraagt hoe het gaat met de recycling van plastic nu dit nagescheiden wordt. Mevrouw Heijne (GroenLinks) is hier eveneens zeer benieuwd naar. De heer Van Heuven (PvdD) stelt voor om aan het college te vragen dit inzichtelijk te maken. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt dit een prima idee. De voorzitter geeft het woord aan de heer Zwanenberg (GroenLinks) De heer Zwanenberg (GroenLinks) vervolgt het betoog over het onderdeel wonen: - Wonen is een recht en dit begint eindelijk door te dringen tot Den Haag nadat ze decennialang de sociale woningbouw hebben verkwanseld aan de markt.

Utrecht probeert al jarenlang zoveel mogelijk tegen de markt in te gaan. GroenLinks is dan ook in zijn nopjes met het Coalitieakkoord waarin glashelder staat dat men van woningmarkt naar volkshuisvesting gaat. De afgelopen jaren zijn hierin belangrijke stappen gezet, zoals het actieplan middenhuur, opkoopbescherming en zelfbewoningsplicht. Er wordt nu goed doorgepakt met een leegstandsverordening. Dit zijn zaken die noodzakelijk zijn om Utrecht te beschermen tegen de uitwassen van de vrije markt. Daarnaast is GroenLinks blij dat van alle nieuwbouwwoningen 75% betaalbaar wordt en vindt GroenLinks 40% sociaal nastrevenswaardig. Eindelijk komt er een stop op de verkoop van sociale woningbouw. Het is belangrijk om dit goed te regelen. - Helaas blijft het ingewikkeld voor ontwikkelaars en corporaties om aan de sluiten bij de diversiteit van mensen en de verschillende woonwensen. Het Initiatiefvoorstel omtrent wooncorporaties van GroenLinks en de ChristenUnie vorig jaar was absoluut een duw in de goede richting, maar er wordt nog steeds gewacht op het steunpunt dat zou komen en de mogelijke financieringsconstructie. Hij hoopt dit eind dit jaar te ontvangen. GroenLinks denkt dat er op dit gebied nog meer mogelijk is. - Hij vindt het bijzonder spijtig dat een gemeenschap als Buurland volgend jaar ophoudt te bestaan en dat er geen zicht is op een nieuwe plek voor deze mensen.

Intussen hoort GroenLinks vaak van mensen goede en diverse plannen voor bijzondere woonconcepten in de stad. Vaak strandt dit vanwege de kosten en/of de locatie. Er is een kwartiermaker bijzondere woonconcepten

-

maar de laatste brief hiervan is 1,5 jaar oud. In de Programmabegroting wordt dit überhaupt niet genoemd en hij vraagt waarom. Locatie is vaak een belangrijke bottleneck en het lijkt GroenLinks goed om bij een bouwlocatie zo’n initiatief te laten landen. Hij vraagt hoe de wethouder hiertegenover staat. In Utrecht zijn veel mensen die graag in hun huis willen blijven wonen maar ruimte tekortkomen en hun huis willen uitbreiden. Wat GroenLinks betreft moet niet alles altijd mogelijk zijn, maar het is van belang dat er een heldere beleidslijn komt wanneer het mogelijk is om een dakopbouw of dakkapel te realiseren. Dit is momenteel niet uitlegbaar. Hij vraagt welke actie er komt en op welke termijn er een nieuwe beleidsregel is.

De heer Bakker (D66) vraagt of GroenLinks het met D66 eens is dat tevens veel vragen gaan over de uitleg van de informatie vanuit de gemeente, zoals de vraag waarom een vergunning wordt afgewezen. De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks deze mening deelt. Mensen hebben vaak het idee dat ze tegen een muur aanpraten. Zij hebben behoefte aan meer uitleg en persoonlijk contact om te bespreken wat wel/niet mogelijk is. De heer Dijkstra (EénUtrecht) vraagt of GroenLinks bedoelt dat het in de beleidsregel voor de dakopbouw vooral zou moeten gaan om meer helderheid in de communicatie, of over het afschaffen van een aantal regels. De heer Zwanenberg (GroenLinks) bedoelde dat het helder en uitlegbaar moet zijn waarom men wel/niet zoiets mag doen. De communicatie vloeit hieruit voort. Momenteel is het niet uitlegbaar waarom iemand een afwijzing krijgt. Wat GroenLinks betreft mag een dakopbouw of dakkapel niet overal. Het stadsaanzicht kan een prima reden zijn om dit niet toe te staan. De heer Dijkstra (EénUtrecht) vraagt of dit betekent dat in de nieuwe beleidsregel zaken beter omschreven moeten worden, maar niet dat regels worden geschrapt of vereenvoudigd. De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat het niet zit in het schrappen van regels maar in het helder en uitlegbaar maken van het beleid.

De heer Zwanenberg (GroenLinks) vervolgt zijn betoog: - Vorig jaar heeft GroenLinks vragen gesteld over het verplicht kaal opleveren van een corporatiewoning. Dit is niet circulair want goede spullen moeten standaard uit een sociale huurwoning worden gesloopt. Hij vraagt of de wethouder bereid is om dit mee te nemen bij de komende prestatieafspraken. Tevens vraagt hij hoe het met de prestatieafspraken gaat. - In het Coalitieakkoord wordt opnieuw geld uitgetrokken voor Samen voor Overvecht. GroenLinks vindt dat een goede zaak maar wil wel scherp hebben waar dit geld aan uitgegeven gaat worden. In de voortgangsrapportage wordt alleen teruggekeken en niet vooruit. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de raad op korte termijn geïnformeerd wordt hoe deze middelen worden ingezet.

De heer Dijkstra (EénUtrecht) weet dat de heer Zwanenberg zich heeft ingezet voor het realiseren van een leegstandsverordening. Dit zal diep in 2023 naar de raad komen voor goedkeuring. Hij vraagt of de heer zwanenberg dit op tijd vindt. De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat hij heel blij is dat de leegstandverordening gaat komen. Snelheid is fantastisch maar zorgvuldigheid is ook belangrijk. Hij wil echt dat de gemeente straks eigenaren of verhuurders van panden kan aanpakken en dat dit juridisch stand houdt. Hij kan niet wachten tot dit in gang wordt gezet en wanneer men dit goed doet heeft de gemeente straks een instrument waarmee hij de stad en zijn bewoners een dienst kan bewijzen. De heer Dijkstra (EénUtrecht) geeft aan dat sommige gemeenten dit al hebben. Wat belet Utrecht om de best practises te kopiëren? De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat dit kan maar dat men hier niet zit voor kopieerwerk. Men moet kijken wat van belang is en wat Utrecht nodig heeft. Er zitten grote verschillen in de leegstandsverordeningen en wat hem betreft mag het strenger dan in een aantal andere plaatsen. Hij vindt zorgvuldigheid hierin leidend. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Zwinkels (CDA).

Mevrouw Zwinkels (CDA)start haar betoog: Wonen: - Over de stop op de verkoop van sociale huurwoningen is het CDA minder enthousiast omdat het om een kostenpost gaat van € 6 miljoen waarmee een gat ontstaat in de begroting. Het college beschrijft dit als een autonome ontwikkeling terwijl het in feite een beleidskeuze is. Het CDA kan zich vinden in de vragen die Stadsbelang Utrecht hierover heeft gesteld. Het CDA vindt het vreemd te lezen dat het college hierover met de woningbouwcorporaties in gesprek gaat met prestatieafspraken. Hierdoor gaat tevens veel minder geld naar het Fonds voor Betaalbaar Wonen waar juist het middensegment uit gefinancierd kan worden. Er komt weliswaar een Fonds Betaalbare Koop maar dit is een soort sigaar uit eigen doos omdat dit slechts € 3 miljoen is, terwijl er € 4 miljoen stond voor het Fonds Betaalbaar Wonen. Het CDA wil graag opheldering van de wethouder. - Het CDA is evenmin voorstander van de leegstandsverordening maar is wel voorstander van het pakket van maatregelen (opkoopbescherming, goed verhuurschap). De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat het enorm woekeren is met de ruimte. Woonruimte is schaars en er staat redelijk wat leeg omdat panden meer waard worden over de tijd. Hij vraagt waarom het CDA hier niets aan wil doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat deze panden eigendom zijn van mensen.

Het CDA vindt dat men hier niet zomaar aan moet zitten. Zij heeft liever dat men zoekt naar doorstromingsmaatregelen en kijkt naar het gemeentelijk vastgoed. De gemeente heeft zelf ook veel leegstand en moet eerst zelf het goede voorbeeld geven. Er staat veel leeg. De opbrengsten komen in de reserve en hiervan is geen

bedrag gealloceerd. Zij vindt dit onder de maat en vindt dat de gemeente eerst daar moet beginnen. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat de gemeente eveneens het goede voorbeeld moet geven. Er zijn ontzettend veel woningzoekenden in Utrecht en met het tegengaan van leegstand kan men hier een grote stap in zetten. Waarom laat men woningzoekenden in de steek (vanwege eigendom) terwijl het pand niet gebruikt wordt? Mevrouw Zwinkels (CDA) denkt dat het CDA hier anders in staat qua overtuiging hoe men daarmee omgaat. Het CDA wil woningzoekenden niet in de steek laten maar denkt dat andere maatregelen effectiever kunnen zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het jammer om te horen dat het CDA dit laag liggen. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat het CDA tegen speculaties is maar dit heeft wat hen betreft niet zozeer met de leegstand te maken. Het CDA is blij dat er sinds 1 juli 2022 middelen voor opkoopbescherming zijn. De heer Zwanenberg (GroenLinks) vindt het ongelooflijk dat het CDA niet tegen leegstand wil optreden. Er staan tevens veel winkelpanden leeg omdat eigenaren te veel huur vragen. Met een leegstandsverordening kan men hiertegen optreden en eisen dat er een marktconforme prijs wordt gevraagd. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt de leegstand van winkelpanden anders. Hier ontstaan andere mechanismen met beleggers.

Het CDA heeft al vaker gevraagd om middelen voor vitale winkelgebieden. Er zijn praktische oplossingen voor leegstaande winkelpanden die de gemeente momenteel deels nog nalaat. Wat haar betreft gaat de gemeente hierop inzetten. De heer Zwanenberg (GroenLinks) geeft aan dat er een leegstandverordening nodig is om dit echt goed aan te pakken, met eventueel een boete als iemand van kwade wil is. Mevrouw Zwinkels (CDA)vervolgt haar betoog: - Het CDA is benieuwd naar de evaluatie van de Buurtbinding Ouderen, de pilot die is geweest, en die in Q1 van 2023 komt. Tevens is zij benieuwd naar andere doorverhuisinstrumenten die aan bod kwamen. - Zij leest dat een aantal wooninitiatieven wederom uitgesteld worden en zij sluit zich aan bij de opmerkingen van GroenLinks. Hetzelfde geldt voor de heldere regels omtrent de uitbouw van bestaande huizen. - Het CDA vindt de pilot handhaving en goed verhuurschap mooi. Regionale samenwerking met huurteams is belangrijk. - Op een later moment zal zij terugkomen op de WOZ, de OZB en de kwijtschelding hiervan. Het CDA heeft hier met D66 vragen over gesteld en ziet nu een aantal bijzondere keuzes in de raadsbrief voorbijkomen. Energie: - De stad is verantwoordelijk voor energietransitie en duurzaamheid, allereerst door met het eigen vastgoed het goede voorbeeld te geven

-

-

-

Zij heeft in het vorige debat gevraagd naar de tariefverhogingen voor stadsverwarming per 1 januari 2023. Wat het CDA betreft is dit een topprioriteit voor het college. Zij vraagt of hier een aparte Tasforce voor zou moeten komen die hier samen met de Rijksoverheid in zou kunnen optrekken. De regeling voor een warmtefonds voor het huis is beëindigd. Het CDA vraagt de wethouder of dit opnieuw kan worden opengezet voor nieuwe aanvragen. De opschaling van de pilot samen Isoleren. Het lijkt het CDA mooi wanneer bewonersinitiatieven, vrijwilligers en organisaties als de Beroepentuin hieraan kunnen bijdragen. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen volgend jaar terug te komen op wat wordt gedaan om mensen enthousiast te maken, zoals trainingen om de extra opschaling een impuls te geven. De Groene Verantwoordingsdag is overgenomen door het college en het CDA wil graag weten wat men hiervan kan verwachten.

De heer Peters (D66) vraagt wat mevrouw Zwinkels concreet wil dat gaat gebeuren op de pilot Samen Isoleren. Mevrouw Winkels (CDA) antwoordt dat zij in het vorige debat had voorgesteld om de pilot op te schalen met goede ideeën van bewoners. Het lijkt haar goed als mensen met een training of andere middelen in staat worden gesteld een bijdrage te leveren. Mevrouw Passier (Volt) wil aanhaken op de opmerking dat vrijwilligers andere mensen kunnen helpen bij het isoleren van hun huis. Volt heeft met een aantal van dit soort organisaties gesproken. Veel vrijwilligersorganisaties geven aan dat zij geld krijgen voor projecten maar daartussenin niets hebben, terwijl zij iemand nodig hebben die de boel aanstuurt bij tussenprojecten. Zij vraagt hoe mevrouw Zwinkels hierover denkt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit een terechte vraag. Het CDA heeft al vaker gevraagd om vaste aanspreekpunten vanuit de gemeente voor organisatorische versterking. Zij is benieuwd waar de wethouder mee kan komen. De gemeente heeft een Klimaatloket, een VVE-loket en een Ondernemersloket. Het CDA wil graag een verenigingscoördinator maar laat de ruimte aan het college om te kijken hoe men een vereniging kan ondersteunen buiten een projectaanvraag. De voorzitter geeft het woord aan de heer Peters (D66).

De heer Peters (D66) meldt dat de burgemeester onlangs terecht aanhaalde dat de steden een belangrijke schakel zijn bij het oplossen van de klimaatcrisis. D66 is het hier hartstochtelijk mee eens en is blij met de internationale aandacht die voor schone mobiliteit, duurzame gebouwen en vergroening van de energietransitie wordt gevraagd. Dit zijn echter alleen nog maar woorden. Er komt momenteel nog te weinig van de grond. Daarom ziet D66 graag dat er vaart wordt gemaakt met de locaties in Utrecht waar men hernieuwbare energie kan opwekken. Hij vraagt de wethouder wanneer de raad voorstellen hieromtrent kan verwachten en of hier een tijdlijn voor geschetst kan worden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit technische vragen en vraagt wanneer D66 dit wil, en of D66 ook vindt dat de raad hier eerst fatsoenlijke ruimtelijke besluitvorming over moet doen.

De heer Peters (D66) wil graag vaart maken en zo snel mogelijk een tijdspad om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met de projecten. Natuurlijk moet hiervoor het nette traject worden gevolgd. De heer Te Hoonte heeft het beeld dat de wethouder en het college hiermee bezig zijn maar kennelijk denkt D66 dat dit niet zo is. De heer Peters (D66) wil graag de beantwoording van de wethouder afwachten. De heer Peters (D66) vervolgt zijn betoog: - In een crisis is het van belang dat men ondanks moeilijke keuzes draagvlak creëert en behoudt. Tegelijkertijd worden af en toe keuzes gemaakt die niet iedereen bevallen, maar die wel ten goede komen aan het maatschappelijke belang. Bij energie en duurzaamheid is dit zeker het geval. Om dit draagvlak te creëren wil D66 dat de burgers van Utrecht mee kunnen beslissen over de energietransitie. In de Programmabegroting staat € 50.000 begroot voor een doorlopend klimaatpanel. Tegelijkertijd ziet D66 de meerwaarde in van een burgerberaad en denkt dat een klimaatgerelateerd onderwerp zich hier heel goed voor leent. D66 vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat in het Coalitieakkoord een klimaatberaad staat aangekondigd met bijbehorende goede budgetten. Waarom vraagt D66 extra opheldering? De heer Peters (D66) antwoordt dat er regelmatig discussie is over wat een klimaatberaad en een doorlopend burgerpanel zijn.

Dit wordt soms door elkaar gebruikt. Het college gaat aan de slag met een doorlopend klimaatpanel en hiervoor is € 50.000 begroot. Er is echter nog niets begroot voor een klimaatberaad. Het verschil zit erin dat het ene projectmatig is en het andere doorlopend. De heer Van Heuven (PvdD) is het eens met een klimaatberaad. Hij zou het initiatief willen nemen om met een motie te komen voor een extra klimaatberaad. Hij stelt voor om de handen ineen te slaan en een klimaatberaad te organiseren. De heer Peters (D66) antwoordt dat dit volledig aansluit bij zijn inbreng. Hij wil hier zeker over doorpraten. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de VVD aan de zijde van D66 staat als het gaat om het versnellen van het aanleggen van zonnepanelen. Hij weet niet welke structuur (klimaatberaad, klimaatpanel) kan leiden tot het sneller aanleggen van zonnepanelen en hij vraagt om een uitleg. De heer Peters antwoordt dat de energietransitie is gebaat bij snelheid en draagvlak. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt die niet iedereen leuk vindt. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bewoners mee kunnen beslissen over de vormgeving van de transitie. De vraag is hoe men draagvlak creëert als er bijvoorbeeld ergens een windmolen mag komen. Hij wil juist dat jongeren heel erg betrokken worden.

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat hele trajecten zijn bedacht over de plekken waar windmolens zouden komen. Hier kwam uit dat mensen vooral kleinere windmolens wilden; en het liefst geen windmolens maar zonnepanelen. Er ligt nu een voorstel vanuit het college voor de grootst mogelijke windmolens zonder zonnepanelen. Wat doet dit met de betrouwbaarheid? Het is beter om alle klimaatberaden te laten en beter te luisteren naar mensen als ze iets inbrengen. De heer Peters (D66) legt uit dat een klimaatberaad wezenlijk anders is. Het zorgt via loting dat mensen mogen meebeslissen uit de hele stad om te bekijken hoe men hier invulling aan gaat geven. In de huidige trajecten mogen vooral belanghebbenden input geven. Het gaat bij een klimaatberaad om het bredere maatschappelijke belang. De heer Te Hoonte (D66) geeft aan dat dit al gedaan is in 2017. Men zit nu aan het einde van het traject en het is de vraag of serieus is gekeken naar zaken waar mensen hun inspraak over hebben gedaan en een bijdrage aan hebben geleverd. Het antwoord hierop is nee. Het is daarom niet opportuun om mensen opnieuw te vragen om via een loting deel te nemen, zonder hen alvorens te vertellen wat er met hun input wordt gedaan. De heer Peters (D66) kan zich grotendeels vinden in hetgeen de heer Te Hoonte zegt. Het klimaatberaad hoeft wat D66 betreft niet per se over windmolens te gaan.

Het kan ook gaan over duurzame warmtevoorzieningen in de wijken. Hij adviseert gebruik te maken van de kennis en energie die in de stad zit. De heer Peters (D66) vervolgt zijn betoog: - Hij vraagt of een klimaatberaad als suggestie een rol zou kunnen krijgen bij de Rest 2.0. Het is tevens van belang om de goede regels te handhaven. Hij vraagt of de wethouder kan kijken of binnen de bestaande capaciteit van de Omgevingsdienst extra aandacht gevestigd kan worden op de handhaving van kantoren die verplicht energielabel C moeten hanteren en dit nu nog niet doen. - D66 is blij met de campagne over de collectieve inkoopactie van zonnepanelen, isolatie en warmtepomp. Hij vraagt of de campagne verlengd kan worden, of dat er een nieuwe actie kan worden opgezet omdat veel huishoudens afgelopen zomer met het energieadvies aan de slag zijn gegaan, maar pas in het najaar of december aan de buurt zijn voor een energieadvies vanwege de lange wachtlijsten. - Met betrekking tot circulariteit vraagt D66 meer aandacht voor de verplichting om gft gescheiden in te zamelen. Hij vraagt hoeveel gft momenteel gescheiden wordt ingezameld in de stad en wat dit betekent voor het percentage restafval dat naar de verbrandingsoven gaat. Tevens vraagt hij welke stappen het college gaat nemen om beter gft in te zamelen.

De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat in Utrecht hele buurten zijn waar gft inzamelen niet gefaciliteerd wordt. Wat vindt de heer Peters hiervan? De heer Peters (D66) vindt dit niet goed. De stad heeft een wettelijke verplichting om gft gescheiden in te zamelen, zeker wanneer men kijkt hoeveel CO2-winst er te halen valt bij goed gescheiden inzamelen. Uit gft kan men groen gas halen. Gft blijft

plakken aan het plastic bij nascheiden en zorgt ervoor dat een grotere fractie van het plastic verbrand moet worden. Het is voor iedereen beter als er meer aandacht naar gft gaat. De heer Van Heuven (PvdD) hoopt dat het college bereid is om het aantal plekken met gft-inzameling inde stad te vergroten. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Peters het hele proces van gftinzameling tegen het licht wil houden om te kijken of de aanpak goed is. De heer Peters (D66) wil goed bekijken hoe men gft het best gescheiden kan inzamelen. Waarschijnlijk hebben in de tussentijd veel innovaties plaatsgevonden en hij adviseert om te leren van andere (grote) steden. De heer Te Hoonte (VVD) staat hier eveneens voor open en de VVD sluit zich hier graag bij aan. Toentertijd (eind 2017) was vanuit D66 de strekking dat men een bruine bak voor de deur kreeg waar de gft in moest omdat men anders te ver moest lopen naar de restafvalbak. Volgens hem constateert D66 nu dat deze filosofie niet meer klopt en dat men op zoek moet naar meer oplossingen. De heer Peters (D66) antwoordt dat de raad niet als gft-expert moet optreden. Hij legt deze kennis over de uitvoering neer bij het college.

De heer Bakker (D66) neemt het woord over het onderwerp wonen: - Geen dak boven je hoofd hebben, nog bij je ouders wonen terwijl je de deur uit wil of vanwege de geboorte van een kindje op zoek moeten naar iets groters. Er is sprake van een wooncrisis in Utrecht en de bewoners voelen dat. D66 is daarom blij met de acties die in het coalitieakkoord en de Programmabegroting genomen worden. Wat D66 betreft is het toevoegen van meer betaalbare woningen een prioriteit. Tevens heeft het voor D66 prioriteit om te blijven kijken naar het middensegment van betaalbare koop en –huur als men net boven de sociale grens zit. Hij moedigt de wethouder aan om hier werk van te blijven maken. Mevrouw Zwinkels (CDA) was blij met het middensegment maar leest nu 40% sociaal. Het Fonds Betaalbare Koop heeft ten opzichte van het Fonds Betaalbaar Wonen een besparing van € 1 miljoen. Hoe ziet de heer Bakker deze prioriteit terug in de begroting? De heer Bakker (D66) ziet dit in de afgesproken percentages. In de nieuwe projecten blijft het een absolute prioriteit. Hij blijft graag met het CDA zoeken wat er nog meer mogelijk is. De € 3 miljoen in het Fonds Betaalbare Koop is voor het bevorderen van het middensegment van betaalbare koop. Hij is hier blij mee.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe de heer bakker kijkt naar de € 4 miljoen die men straks niet meer heeft om de reserve betaalbaar wonen aan te vullen en waarmee men juist het middensegment kon financieren.

De heer Bakker (D66) antwoordt dat het in het Coalitieakkoord en kwestie is van geven en nemen. Bepaalde afspraken kosten geld. Er is € 3 miljoen beschikbaar voor betaalbare koop. Dit wordt de komende jaren hopelijk verder uitgebouwd. De heer Zwinkels (CDA) hoort vaak dat mensen vanuit een sociale huurwoning een koopwoning willen. Soms willen zij graag hun eigen woning van de woningcorporatie kopen. Zij vraagt of dit voor D66 nog steeds een mogelijkheid moet zijn. De heer Bakker (D66) antwoordt dat er een aantal afspraken in het coalitieakkoord zitten. In deze situatie stelt hij voor de sociale huurwoningen niet meer te verkopen, maar een aanbod te hebben van huur in de middensector, of ervoor zorgen dat er genoeg betaalbare woningen te koop zijn. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat er in de Programmabegroting een enorme tegenvaller zit die vooraf niet was voorzien: Namelijk dat het stoppen van de verkoop van sociale huurwoningen € 6 miljoen kost. Veel van dit geld wordt uit het Fonds voor Betaalbaar Wonen gehaald. Zij vraagt of men hiermee niet aan het kortste eind trekt. De heer Bakker (D66) antwoordt dat er nu eenmaal afspraken in het coalitieakkoord zitten die geld kosten. Bepaalde afspraken zijn niet gratis en dat is niet erg wanneer men investeert in een goede solide Utrechtse woningsituatie.

D66 vindt het belangrijk dat er € 3 miljoen is voor betaalbare koop en kijkt uit naar het actieplan. Mevrouw Meerding (VVD) vindt dit geen antwoord op haar vraag. In de programmabegroting is een tegenvaller van € 6 miljoen die ergens vandaan gehaald moet worden. Als dit deels uit het Fonds voor Betaalbaar Wonen komt denkt zij dat D66 hier niet blij mee is. De heer Bakker (D66) beaamt dat D66 uiteraard niet blij was met deze onvoorziene tegenvaller. Men heeft hier echter mee te dealen. De heer Bakker (D66) vervolgt zijn betoog: - Over functiemenging zal een motie worden ingediend bij het slotdebat. D66 zal hierbij zeker kijken naar de rol van woningcorporaties. - D66 juicht het nieuwe instrumentarium (zoals de opkoopbescherming) toe. D66 mist echter een vinger aan de pols en vraagt of de wethouder kan toezeggen dat hij hier frequent op evalueert en dit met de raad deelt. Het kan dat bepaalde instrumenten wellicht averechts werken. Hij vraagt hoe de wethouder hierop wil acteren. Mevrouw Passier (Volt) is benieuwd wat de heer Bakker vindt van het Rekenkamerrapport in relatie tot wat het toetsen of de maatregelen die genomen worden de juiste doelen bereiken. In het Rekenkamerrapport staat dat er onvoldoende doelen zijn en dat de doelen niet smart zijn en daardoor niet goed te controleren. De heer Bakker (D66) antwoordt dat het volgens hem niet over een Rekenkamerrapport gaat.

De rekenkamer heeft net voor de debatten een brief gestuurd naar aanleiding van een motie over een Uitvoeringagenda door het college.

De punten die de Rekenkamer maakt zijn valide. Een van de onderdelen is om af en toe te checken of de ingezette maatregelen en instrumenten werken. Mevrouw Passier (Volt) vraagt of de heer Bakker vindt dat de huidige doelen voldoende meetbaar zijn om te kunnen kijken of de doelen zijn bereikt. De heer Bakker (D66) antwoordt dat er twee kanten aan zitten. Kijkend naar de motie over de Uitvoeringsagenda is hij heel blij met de lijst van hetgeen in de pijplijn zit. Wanneer men kijkt naar de helderheid in de doelstellingen en een goede sturing vanuit de raad dan is hier een extra stap nodig. Dit is nog in ontwikkeling en wordt bij de volgende Voorjaarsnota opgepakt. De heer Bakker (D66) vervolgt zijn betoog: - Veel vragen en onderwerpen gaan vaak over huurdersparticipatie. D66 heeft eveneens veel met bewoners gesproken. Er zit veel irritatie en negatieve energie en dit kan leiden tot verdeeldheid. Hij heeft het idee dat dit vanuit de woningcorporaties beter moet kunnen. Hij vraagt de wethouder of hij deze handschoen oppakt richting de prestatieafspraken om over dit onderwerp betere afspraken en standaarden te gaan maken. - Er zijn private partijen die van hun vastgoed af willen en dit, ook bij woningcorporaties, te koop aanbieden. Is de wethouder het met D66 eens dat dit een kansrijke tijd is voor woningcorporaties om een stabiele positie in het middensegment op te gaan bouwen.

Hoe ziet de wethouder dit en welke kansen zijn er? - Over tijdelijke woningen wordt op 3 november verder gepraat. - Over woonvormen is in het debat van 2 juni aandacht gevraagd. Er waren mooie voorbeelden uit andere steden. Hierop is de toezegging gekomen dat dit verder opgepakt zou worden. Hij sluit zich aan bij de vragen hierover. - Het Actieplan Studentenhuisvesting wordt in de Programmabegroting genoemd. D66 onderstreept dat hij het belangrijk vindt dat de stad inzet op gedeelde studentenhuizen. Hij moedigt de wethouder aan om dit in het actieplan op te pakken. - Hij vraagt wat de nieuwe focus uit het akkoord concreet betekent voor de inzet van de financiële middelen binnen Samen voor Overvecht. Stoppen er bepaalde onderdelen van het programma en op welke manier gaat de gemeente de effectiviteit van het programma meten? Hoe wordt de raad op de hoogte gehouden van de uitkomsten? D66 ziet graag dat de uitkomsten worden meegenomen in de nog te ontwikkelen gebiedsakkoorden en vraagt hierop een toezegging van het college. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of bij Woonboulevard Kanaleneiland gekeken kan worden of dit specifiek kan worden toegewezen aan mbo’ers en vraagt hoe D66 dit ziet. De heer Bakker (D66) kent de details niet. Het klinkt logisch en D66 denkt graag mee. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van Heuven (PvdD) De heer Van Heuven (PvdD) start zijn betoog:

-

-

-

-

De PvdD heeft eveneens een voorkeur voor een klimaatberaad. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat dit er gaat komen op basis van loting, met goede budgetten om de ingelote bewoners een kleine vergoeding te kunnen geven. De doelstelling klimaatneutraal is afgeschaft door het college, maar komt wel terug in de begroting tot en met 2025, achter het punt percentage minder CO2-reductie. Hij vindt dit raar. Als men de ene doelstelling schrapt maar de andere laat staan moet men iets doen. Hij is benieuwd of het college met een andere indicator gaat komen, of dat er een ambitie voor klimaatneutraal terug gaat komen. Vanaf 1 januari 2023 geldt de wettelijke verplichting dat kantoren minimaal energielabel C moeten hebben. Kantoren die dit niet hebben zouden dicht moeten. De fractie van Volt heeft hier schriftelijke vragen over gesteld en de PvdD is benieuwd naar de beantwoording. Hij vraagt of het college deze vragen snel kan beantwoorden. Wellicht kan de wethouder hier iets over zeggen. De wethouder Duurzaamheid vraagt momenteel aan ondernemers of zij energieverspilling willen voorkomen door terrasverwarming uit te zetten of deuren dicht te houden. Dit gebeurt momenteel alleen in de binnenstad want het kost veel tijd. Amsterdam zoekt juridische mogelijkheden om terrasverwarming te verbieden en winkeldeuren verplicht te laten sluiten als de klimaatbeheersing aan staat.

Is de wethouder bereid om dit te onderzoeken voor de Utrechtse situatie?

De heer Peters (D66) vraagt of de heer Van Heuven weet dat zo’n pilot in Amsterdam leidde tot weerstand bij de Raad van State. De heer Van Heuven (PvdD) heeft begrepen dat Amsterdam terrasverwarming wilde gaan verbieden. De Raad van state heeft dit overruled, maar onlangs is er weer een nieuwe uitspraak geweest in Amsterdam dat er alsnog een tweede onderzoek komt naar de mogelijkheid om, om de oudere Raad van State uitspraak heen te gaan. De heer Peters (D66) steunt het onderzoek hiernaar. Dit duurt echter lang. Hij vraagt of de heer Van Heuven het eens is dat tevens moet worden gekeken of men ondernemers kan stimuleren om van de fossiele terrasverwarmers af te gaan en een slag naar verduurzaming te maken. Wellicht kunnen hier middelen voor vrijgemaakt worden vanuit het overgebleven OZB-fonds De heer Van Heuven (PvdA) meldt dat de uitspraak van de Raad van State tien jaar geleden was. Wellicht zijn er nieuwe juridische kaders mogelijk. In de commissie Economie is voorgesteld om ondernemers duurzaam te belonen om iets tegen onduurzame terrasverwarming te doen. Het college is niet happig hier iets mee te doen terwijl de PvdD dit heel graag wil. De heer Peters (D66) merkt op dat de belastingconstructie hiermee heel ingewikkeld wordt. Hij vraagt of de heer Van Heuven het idee voor subsidie voor vervanging van de terrasverwarming steunt.

De heer Van Heuven (PvdD) vindt dit een goed idee aangezien financiële prikkels altijd werken. Hij is bereid om hiernaar te kijken.

De heer Van Heuven (PvdD) vervolgt zijn betoog: - Utrecht is zich internationaal aan het profileren als een duurzame stad. In alle uitingen hieromtrent is er een Utrechts geluid dat niet aan het licht komt: Utrecht wordt niet klimaatneutraal. Het energieneutraal maken van het eigen vastgoed mislukt. Het energielandschap bij Rijnenburg wordt veel kleiner dan gehoopt. De PvdD bespeurt veel groene woorden maar grijze daden. Hij hoort dit tevens van de achterban; zeker gezien de burgemeester in zijn rol als klimaatgezant volop aan het vliegen is. De PvdD wordt hier moedeloos van en vraagt of het college deze kant van de medaille ook ziet. De heer Peters (D66) is het met de heer Van Heuven eens dat het altijd beter kan. Op het gebied van vastgoed heeft D66 hier al aandacht voor gevraagd en ideeën voor geopperd. Hij vraagt zich wel af of de heer Van Heuven een te grote diskwalificatie richting het college maakt over de ambities op duurzaamheid. Volgens hem liggen die heel hoog en hij zag graag dat de heer Van Heuven dit tegelijkertijd zou erkennen. Het gaat momenteel al heel goed. De heer Van Heuven (D66) vindt niet dat het goed gaat. GroenLinks zei net dat Utrecht niet klimaatneutraal wordt. Op het gebied van vastgoed heeft de gemeente een tik op de vingers gehad van de Rekenkamer en het beleid wordt niet aangescherpt want in 2040 wordt het vastgoed niet energieneutraal.

Zo zijn er veel voorbeelden van zaken die niet goed gaan. De heer Peters (D66) vindt dit gemakkelijk om te zeggen. De PvdD is niet met concrete ideeën gekomen waardoor het beter had kunnen gaan. De heer Van Heuven (PvdD) meldt dat de PvdD vorig jaar een motie (klimaatneutraal doe je zo) heeft ingediend met vijftien tot twintig voorstellen over hoe Utrecht klimaatneutraal zou kunnen worden. Deze motie is ook door D66 weggestemd. De PvdD doet wel degelijk voorstellen om met een goed klimaatbeleid te komen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat de PvdD op klimaatneutraal blijft hameren. De motie kan zij zich herinneren en zij vraagt of de heer Van Heuven gelooft dat men met deze maatregelen klimaatneutraal kan worden. Zij wil graag een voorstel zien omtrent hetgeen nodig is om op eigen grond klimaatneutraal te worden. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat in de motie zaken staan die Utrecht zo kan uitvoeren. Een gemeente kan bijvoorbeeld ervoor zorgen dat mensen minder vlees gaan eten. Bij Rijnenburg zijn elf windmolens aangekondigd en 260 hectare aan zonnevelden maar hier is niet veel van over. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks eveneens de ambities rondom Rijnenburg graag groter ziet. Zij vraagt wat de heer Van Heuven voorstelt om de gigawatts daar omhoog te krijgen.

De heer Van Heuven (PvdD) vermoedt dat in de coalitie iets speelde waardoor het van elf windmolens naar acht moest. Hij was hier niet bij. Hij heeft voorgesteld om het aantal weer naar elf te krijgen maar GroenLinks heeft hier ook tegen gestemd.

Als de gemeenteraad meer eensgezindheid had uitgestraald naar de buitenwereld over de toekomstbestendigheid van de polder en de windmolens dan was het gemakkelijker gegaan. Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks eveneens grote ambities heeft voor Rijnenburg, maar ook met elf windmolens heeft men de stad niet klimaatneutraal. Hoe wil de heer Van Heuven dit realiseren? De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat de PvdD in de motie van vorig jaar heeft voorgesteld om energiebesparing een onderdeel te maken van het opwekken van energie. De PvdD is met een Actieplan Besparing gekomen. Wat men daar bespaart kan toegevoegd worden aan hetgeen fossiel wordt opgewekt en hiermee kan men klimaatneutraal worden. Mevrouw Passier (Volt) wil terug naar het eerste punt over de communicatie. Volt ziet hetzelfde probleem en gelooft dat communicatie belangrijk is. Om de boel in beweging te krijgen moet het voor bewoners, organisaties et cetera heel duidelijk zijn dat zij echt wat moeten gaan doen. Zij vraagt hoe de heer Van Heuven hierover denkt. De heer Van Heuven (PvdD) is het hiermee eens. Mensen worden moedeloos van het feit dat gepropageerd wordt dat het in Utrecht goed gaat, terwijl ondernemers en bewoners tegen regelgeving aanlopen. Een positieve vibe uitstralen en uitleggen waarom men gezamenlijk door de klimaatcrisis heen moet is belangrijk.

De heer Te Hoonte (VVD) vindt de opmerkingen van de heer Van Heuven een beetje flauw. Bij het energielandschap maakte de PvdD zich het meeste druk over het bodemleven daaronder en dat men daarom niet te veel zonnepanelen moest neerleggen. Hij vindt dit tegenstrijdig. Als allen meteen voor zonnepanelen hadden gekozen was er de meeste energieopwekking geleverd. Voor eigen energieopwekking moet men alles in de eigen gemeente doen, terwijl dit niet kan. Wanneer de PvdD het heeft over vlees eten dan rekent hij deze energiebesparing ook toe aan de gemeente Utrecht. Hij vermoedt dat niet alle koeien voor de gemeente Utrecht in de gemeente Utrecht staan. De voorzitter geeft aan dat de heer Te Hoonte een leuke twist geeft aan de discussie. Dit punt had hij nog niet gehoord. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat een opmerking had gemaakt over vlees eten. De PvdD vond de hoeveelheid zonnepanelen bij Rijnenburg ingewikkeld voor de weidevogels maar heeft hier uiteindelijk mee ingestemd. Wat de heer Te Hoonte zegt over vlees eten klopt omdat het vlees uiteindelijk ergens anders wordt geproduceerd. Dit gebeurt echter wel op aanvraag van inwoners, de horeca of de gemeente Utrecht. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat men met deze redenatie ook een stuk energie elders mag opwekken in plaats van in de gemeente.

De heer Van Heuven (PvdD) adviseert om zo snel mogelijk op zoveel mogelijk plaatsen duurzame energie te gaan opwekken, maar dit ook zo snel en veel mogelijk

in Utrecht te gaan doen. Hij gelooft dat er nog meer in Utrecht kan dan dat er nu gebeurt. De heer Te Hoonte (VVD) is het ermee eens dat er meer kan dan er nu gebeurt. De verhouding tussen de opgewekte energie en de bevolkingsdichtheid van de gemeente is een complicerende factor waar men rekenschap aan moet geven. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat de discussie over klimaatneutraal in 2030 al heel lang terugkomt. Hij vraagt hoe de PvdD dit wil gaan doen vanaf nu. Deelt de PvdD dat men er met alleen neerzetten van windmolens niet is? De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat er essentiële tijd is verloren. In Rijnenburg loopt men drie jaar achter op de planning. De discussie over klimaatneutraal was vorig jaar en hij wil dit niet overdoen. Hij wilde zeggen dat inwoners moedeloos worden van het groene verhaal dat alles goed gaat. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de PvdD opnieuw voorstelde de indicator te laten staan of door te trekken naar 2030. De PvdD zei dat men dit kan halen. Zijn vraag is of men dit in 2030 haalt met de windmolens. De heer Van Heuven (PvdD) denkt niet dat de gemeente het nog zou kunnen halen. In de Programmabegroting staat echter nog steeds de doelstelling klimaatneutraal 2025. De heer Van der Zweth (PvdA) hoorde duidelijk dat de PvdD zei dat de gemeente dit nu niet meer gaat halen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=861fc703-f641-4a18-a3d3-6bdce858ea94