Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-10 FYSIEK.pdf
Tekst van het document
15
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder Verschuure antwoordt dat hierover een extra zin opgenomen kan worden in de zienswijze. Het CDA vroeg of de IRP een voortzetting is van de Regionaal Economische Koers (REK). De wethouder geeft aan dat dit zo is. Vervolgens de vraag hoe het IRP staat ten opzichte van de POVI. Er is samengewerkt en veel onderzoeken die gedaan zijn voor het IRP, zijn ook gebruikt voor als input voor de POVI. Het IRP gaat op sommige punten wel iets verder en deze is iets concreter. Belangrijk is in ieder geval dat het IRP en de POVI niet in tegenspraak zijn met elkaar. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt welk document leidend is als er onverhoopt toch een verschil ontstaat. Wethouder Verschuure antwoordt dat de POVI dan het IRP ‘overruled’ omdat dit een wettelijk instrument is zoals de omgevingsvisie. Dan de motie over de winkelgebieden. Deze is het college ontschoten. Deze wordt meegenomen in de zienswijzen. Met betrekking tot de doelgroepen zal in de zienswijze ook aandacht worden gevraagd. Vervolgens vraagt hij of mevrouw Zwinkels haar vraag over startende ondernemers wil herhalen. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat bij de REP een motie is ingediend over het verbinden van grote bedrijven aan kleine startende ondernemers.
Kan een en ander iets breder getrokken worden dan alleen de pilot voor startups? Wethouder Verschuure geeft aan dit onderwerp te willen verbinden aan de Regionaal Economische Agenda (REA). Vervolgens gaat hij in op de klimaatcrisis. Er wordt verwezen naar het klimaatakkoord en de noodzaak voor het aanpakken van hittestress en klimaatadaptatie. Indien nodig kan hier in de zienswijze aandacht voor worden gevraagd. De opmerking van de PvdD over ‘donuteconomie’ kan worden meegenomen. Het maximaal faciliteren van groei herkent de wethouder niet helemaal. Er wordt juist geprobeerd om opgaven op basis van de behoefte te faciliteren. Met betrekking tot de systeemverandering rondom natuur inclusief en landbouw merkt hij op, dat de raad hier eerder een motie over heeft aangenomen. Verder dient ‘iedereen’ in de tekst vervangen te worden door ‘mens en dier’. Dit is een prima suggestie. Met betrekking tot het scherper en concreter stellen van de ambities, vindt de wethouder het lastig hoe die verwerkt moeten worden. Wellicht kan hier een motie voor komen. Voorts maakt het college graag werk van het regionaal stadsakkoord wonen. In fase 4 zal in 2022 met de programmering worden gekomen. Dan de zelfbewoningsplicht. Het is goed om een en ander hieromtrent mee te geven aan wethouder Diepeveen.
Met betrekking tot bereikbaarheid en duurzaam openbaar vervoer merkt hij op dat deze zaken belangrijk zijn en in de uitvoering zitten. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt het tegengaan van grondspeculatie bij het regionaal akkoord wonen te betrekken.
55 Wethouder Verschuure antwoordt dat er een fonds bovenwijkse voorzieningen ingevoerd zal worden. In regionaal verband moet eens verder over het onderwerp worden gesproken. Dit zal opgenomen worden in de zienswijze. Vervolgens gaat de wethouder in op het perspectief voor de ondergrond. Een en ander hieromtrent zal overgenomen worden. Ten aanzien van recreatie merkt Pagina 30 van 46
hij op, dat hier doelen voor zijn genoemd. Voor evenementenlocaties en sportvoorzieningen gaat het meer om uitwerkingen. Misschien hoeft dit niet heel diep uitgewerkt in het IRP. 5
Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) merkt op dat fiets- en wandelwegen wel in het IRP staan. Waarom evenementenlocaties dan niet?
10
Wethouder Verschuure antwoordt dat er aandacht voor gevraagd kan worden in de brief. Dan de 70.000 arbeidsplaatsen. De reden dat deze vooral zullen landen in de stad is, omdat de meeste kantoor- en werklocaties zich in Utrecht bevinden. Er wordt met de regio wel gesproken over de ruimtelijk meer intensieve bedrijventerreinen. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft gevraagd naar de ruimtelijke complicaties van bovenlokale voorzieningen ten aanzien van onder andere sport en onderwijs.
15
Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt of sportvoorzieningen en een roeibaan meegenomen kunnen worden. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er een fase 3 adaptief pad is, 2025-2040. Hoe verhoudt het antwoord van de wethouder over de A12-zone en Rijnenburg zich tot dit pad?
20 Wethouder Verschuure begrijpt de vraag niet.
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) verduidelijkt dat op pagina 153 van het IRP het adaptieve pad staat. Hier staat uitgelegd dat onderzocht wordt of een bypass van de A12 nodig is. Elders in de tekst staat ook dat deze fysiek gereserveerd wordt maar op de kaart komt die niet terug. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? Wethouder Verschuure zegt dat de vraag is, of de bypass nodig is. Het onderzoek hiernaar loopt nu. Zolang niet helder is of deze nodig is, dient er ruimtelijk een reservering te worden gedaan. Het is alleen niet helder waar de reservering genomen moet worden. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of er een kaart gemaakt kan worden die hoort bij fase 3 het adaptieve pad 2025-2040 zoals benoemd op pagina 153 van het IRP.
35
40
Wethouder Verschuure antwoordt dat hij daar niet toe bereid is. Wellicht kan er een motie worden ingediend. Dan de ruimtelijke complicaties voor bovenlokale voorzieningen met name voor onderwijs en sport. In de RSU is een en ander met betrekking tot onderwijs opgelost. In de RSU is een en ander met betrekking tot sport niet volledig opgelost. Met de regio moet in gesprek worden gegaan over waar wat zou kunnen landen. Rijnenburg zou hier in de toekomst een rol in kunnen spelen. Voor de roeibaan bevindt de zoeklocatie zich op dit moment in Rijnenburg. De financiën zijn hier alleen nog niet voor gevonden. De voorzitter constateert dat de tweede termijn ingaat.
45
50
55
De heer Van Heuven (PvdD) dankt de wethouder voor zijn toezeggingen. Verder denkt de fractie na over het aanscherpen van moties en een groeiscenario en eventueel een tweede groeiscenario. Mevrouw Schilderman (D66) kijkt uit naar de strekt ter vervanging. Wellicht komt de fractie in de raad terug op de weging en plusregio. Verder zal de fractie denken over een activiteit die samen met andere raden georganiseerd zou kunnen worden om de groene verbindingen onder de aandacht te brengen. Tot slot hoopt D66 dat de wethouder opschrijft hoe belangrijk de P+R’s zijn. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt of erover de evenementenlocaties een brief komt of dat die opgenomen worden in de zienswijze. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat de fractie benieuwd is naar wat erin de strekt ter vervanging komt over grondspeculatie en het regionaal akkoord wonen. Richting de raad kijkt de fractie nog naar betaalbaar wonen.
60 Pagina 31 van 46
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de fractie met diverse moties zal komen.
5
Wethouder Verschuure ziet de moties met belangstelling tegemoet. Er zal er een strekt ter vervanging komen. Als mevrouw Schilderman een mooi regionaal evenement wil organiseren dan loopt de wethouder graag mee. Over de P+R’s zal iets opgeschreven worden en over de evenementenlocaties zal ook een zin gewijd worden in de zienswijze. De voorzitter inventariseert of een half uur bespreektijd in de raad voldoende is. Na bespreking concludeert zij dat een half uur bespreektijd uitgetrokken zal worden.
10 De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er minimaal zes moties ingediend worden. Hij denkt dat bespreking hiervan niet lukt in een half uur. De heer Van Heuven (PvdD) steunt de oproep van de VVD. 15 Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt welke moties de VVD wil indienen.
20
De heer Te Hoonte (VVD) weet nog niet precies op welke punten de fracties moties gaat indienen. Eerst dient de strekt ter vervanging te komen. De fractie wil iets met fase 3, met de kaarten, Rijnenburg en nog andere punten. De voorzitter concludeert dat driekwartier uitgetrokken zal worden voor de bespreking. Dit agendapunt zal als B-punt naar de raad gaan. Zij herhaalt de toezegging en schorst de vergadering om 16.40 uur.
25
30
LIJST VAN TOEZEGGINGEN Wethouder Verschuure zal met betrekking tot agendapunt 7, Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief: • de commissie een strekt ter vervanging sturen.
Pagina 32 van 46
Verslag openbare avondvergadering commissie Stad & Ruimte 5 Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
10 juni 2021 Raadzaal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)
10
Aanwezigen
15
De voorzitter, dhr. G. te Hoonte, de wethouders, mw. L. van Hooijdonk, de heer K. Verschuure, de leden, dhr. M. de Pagter (VVD), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. M. van Heuven (PvdD), mw. S. Schilderman (D66), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), dhr. B. Işik (PvdA), dhr. T. Weistra (GroenLinks), dhr. D. Bosch (PVV), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), mw. E. Oosters (Student&Starter), dhr. M. Sungur (DENK), dhr. R. Wiegaard (SP)
Afwezigen -
Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte, avond 20
25
1. Opening en mededelingen ......................................................................................................... 33 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten ............................................ 33 3. Verslagen ................................................................................................................................... 33 8. Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040 ........................................................................................... 34 LIJST VAN TOEZEGGINGEN ........................................................................................................ 46
1.
Opening en mededelingen
De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur en heet de aanwezigen van harte welkom.
2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten De voorzitter meldt dat het vanavond alleen gaat over het raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040. 30
3. Verslagen N.v.t.
Pagina 33 van 46
8. Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040 5
10
15
20
25
De voorzitter constateert dat het vanavond over het Mobiliteitsplan 2040 gaat. Dit is een kader stellend koersdocument voor de ontwikkeling van de mobiliteit. De samenhang met verstedelijking (RSU 2040) is versterkt en aangescherpt om gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk te maken. Vijf stappen die daarmee samenhangen zijn Slim bestemmen, Anders Reizen, Netwerken op orde, Slim parkeren en Slim sturen. De heer Weistra (GL) zegt dat zijn fractie zich kan vinden in de hoofdkeuzes. Met betrekking tot anders en minder reizen is zijn fractie blij met de inzet van het college. In de coronacrisis heeft men geleerd dat reizen anders kan, maar het is de vraag hoe het college dit gaat doen en of het prestatieafspraken kan maken met grote werkgevers over bijvoorbeeld minimaal twee dagen per week thuiswerken. Wellicht kan er ook een lokale pilot worden gestart met reizen op andere tijdstippen. Hij vraagt zich af hoe men in bestaande wijken omgaat met de auto’s. Deelmobiliteit is voor mensen met lage inkomens vaak lastig en wellicht kan er een korting worden gegeven via de U-Pas. Met betrekking tot het bundelen van het goederenvervoer is er een revolutie nodig, omdat dat de duurzaamheid en de verkeersveiligheid niet bevordert. Hij is blij met de plannen voor de fiets. Een groot punt van zorg is voor hem het geld dat nodig is voor tunnels en bruggen en dat niet toereikend is.
Op een vraag van mevrouw Oosters (Student & Starter) of spreker de ambities in het plan op het gebied van pakketten afleveren nog verder wil aanscherpen, zegt spreker dat de ambities nog erg vrijblijvend zijn en hij is benieuwd naar wat het college als mogelijkheden ziet. Op een vraag van de heer Sungur (DENK) welke oplossingen spreker ziet, zegt hij dat pakketten aan de rand van de stad verzameld kunnen worden en per fiets de stad in vervoerd. Wellicht kan dat dwingender worden neergezet en hij vraagt de wethouder welke mogelijkheden er zijn. Weliswaar krijgt de voetganger in het plan een prominente rol, maar er wordt weinig gezegd over de voetganger die minder goed ter been is en hij verzoekt dit onderdeel nog mee te nemen. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD), omdat fietsen vaak zo geparkeerd worden dat deze de voetganger hinderen en of er meer gebruik kan worden gemaakt van de fietsenstallingen, zegt spreker dat fietsen die op gevaarlijke plekken staan weggehaald kunnen worden, maar hij ziet verder niet veel in dwingende maatregelen op dat gebied.
30 Mevrouw Oosters (Student&Starter) vraagt de heer De Pagter of hij het met haar eens is dat, nu de fietsgarages leegstaan, het foutparkeren van fietsen niet aan de handhaving ligt, maar aan het feit dat het aantrekkelijker moet worden om een fiets in een fietsenstalling te zetten en dat dat een verantwoordelijkheid van de gemeente is. 35 De heer De Pagter (VVD) zegt dat dat geen excuus mag zijn om je fiets op een blindengeleidestrook te parkeren. Er is in de buurt een fietsenstalling en ook nog bebording daarheen en daarom denkt hij dat er in dergelijke gevallen gehandhaafd moet worden. 40
45
50
55
60
De heer Sungur (DENK) is het eens met de VVD en zegt dat hij ook zijn auto niet op de stoep zet en dat geldt ook voor zijn fiets. De heer Weistra (GL) maakt zich m.b.t. het OV zorgen over de tracés van toekomstige tramlijnen. Dit wordt met dit plan nog niet vastgelegd, maar hij wil wel graag barrières in stedelijke gebieden voorkomen en daarnaast maakt hij zich ook zorgen om het waardevolle groen en hij vraagt of dat ook meeweegt bij het zoeken naar tracés. Hij hoopt dat de onzinnige verbreding van de A27 niet doorgaat en vraagt of het plan ook gemaakt kan worden voor een A27 die niet onzinnig verbreed wordt. Zijn fractie heeft landelijk het initiatief genomen om als norm de verkeerssnelheid terug te brengen naar 30 km/h en hij is blij dat dit in het mobiliteitsplan staat, maar hij zou graag in straten waar kinderen wonen dat zelfs terugbrengen tot 15 km/h. Hij vraagt of daartoe een pilot mogelijk is. Op een vraag van de heer Işik (PvdA) waar hij het geld voor maatregelen vandaan wil halen, een vraag van de heer De Pagter (VVD) of het niet beter is om eerst maar eens naar 30 km/h terug te gaan in plaats van direct naar 15 km/h en een vraag van de heer Van Steeg (CDA) of consequent 30 km/h niet minder gevaarlijk is dan overal wisselende snelheden, zegt spreker dat hij het daar niet mee eens is.
Het Mobiliteitsplan loopt tot 2040 en hij denkt dat een pilot van 15 km/h handig zal zijn, omdat dat de norm moet worden in het belang van de bewoners. Op een vraag van de heer Van der Graaf (CU) of een dergelijke pilot in vakantiestraten en leefstraten kan worden gedaan, zegt spreker dat dit een goede suggestie is en hij vraagt de wethouder of dit mogelijk is. Hij zou graag zien dat met betrekking tot P+R dit ook wordt ingezet voor deelauto en deelfiets. Hij noemt het teruggaan in parkeerplaatsen met gemiddeld ½%-1% weinig ambitieus en Pagina 34 van 46
5
10
15
zou graag zien dat dit minimaal 1% is. Hij verzoekt het college hiertoe een concreet voorstel neer te leggen en met bewoners in gesprek te gaan over meer ruimte in hun straat. Met betrekking tot Zuidpoort zegt hij dat op de raadsinformatiebijeenkomst de ondernemersvereniging een pleidooi hield voor hun variant en hij kon zich daar goed in vinden. Het is een unieke kans om dit gedeelte van de stad te verbinden met de binnenstad, maar er zijn ook veel bezwaren tegen de variant, omdat mensen ver moeten omrijden om de buurt te bereiken. Wellicht is het mogelijk om een intelligente toegang voor buurtbewoners te creëren en hij vraagt de wethouder wat haar plannen zijn. Er zullen ook straten zijn waar het drukker wordt en de wethouder wil inzetten op veilige routes met zo min mogelijk verkeer. Op de regionale route op de Westerkade komt geen rood asfalt en hij denkt dat dit in strijd is met de fietsambities. Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) wat spreker vindt van de participatie, zegt deze dat een aantal mensen niet tevreden is over de uitkomst, maar dat de participatiemogelijkheden wel benut zijn. Het overgrote deel van de bewoners vindt dat er iets moet gebeuren en 50% vindt zelfs dat er geen doorgaand verkeer meer moet zijn. Het voorstel van het college doet daar recht aan, maar hij maakt zich ook zorgen over deze variant.
De heer Van Steeg (CDA) maakt zich zorgen dat het door de maatregelen erg druk wordt op ’t Goylaan.
20
25
30
De heer De Pagter (VVD) zegt dat er meerdere vormen van participatie zijn. De klankbordgroep van zeven bewoners had voorkeur voor variant 1 en niet voor 4 of 4a en daarom vraagt hij wat GroenLinks vindt wat er tegen bewoners moet worden gezegd. De heer Işik (PvdA) vraagt zich af waarom het college diverse varianten heeft voorgelegd, maar daar nu geen daarvan kiest. De heer Weistra (GL) zegt dat de suggestie dat de meerderheid voor variant 1 is niet terecht is; dit was hooguit 33%. Het gaat hier dus niet om een referendum, maar om varianten die de inspraak in zijn gegaan en daar is naar geluisterd. De variant die nu gekozen wordt, is de variant die de ondernemersvereniging en bewoners hebben bedacht; er is dus zeker iets gedaan met de inbreng vanuit de participatie. De heer Van Steeg (CDA) denkt niet dat de keuze voor variant 4 betekent dat er naar bewoners is geluisterd.
35
40
De heer De Pagter (VVD) vindt dat bij participatie duidelijke opties en verwachtingen moeten worden geschetst. Als je een optie voorlegt, moet je ook bereid zijn om die uit te voeren. Het college zegt dat optie 1 weliswaar veel stemmen heeft, maar ook veel nadelen en daarom wordt deze niet uitgevoerd. Dat is de reden dat bewoners zich afvragen waarom die optie dan is voorgelegd en hij vraagt wat GroenLinks hiervan vindt. De heer Işik (PvdA) vindt dat de uitkomst geaccepteerd moet worden en dat het college geen eigen weg moet kiezen.
45
De heer Weistra (GL) zegt dat de voorkeurvariant vanuit bewoners en ondernemers is gekomen en daarom is gekozen. Het is niet zo dat, als er een variant wordt voorgelegd, die ook moet worden uitgevoerd. Er zijn suggesties gegeven die zijn meegenomen en uiteindelijk moet de volksvertegenwoordiging een beslissing nemen.
50
De heer Van der Graaf (CU) is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Hij heeft met bewoners gesproken en geconstateerd dat deze de ambitie hebben dat de auto uit de wijk moet worden verdreven en dat er betere wandelroutes moeten komen.
55
60
De heer Sungur (DENK) vraagt zich af wat GroenLinks uit de enquête hoopt te halen. Het gaat hier om een kwantitatief onderzoek. Hij denkt dat, als uiteindelijk voor een andere variant wordt gekozen, het vertrouwen van de burger in de politiek wordt ondermijnd en vraagt wat de heer Weistra (GL) daarvan vindt. De heer Weistra (GL) zegt dat er naast kwantitatief ook kwalitatief onderzoek is gedaan. Uiteindelijk moet in dit gremium verantwoording worden afgelegd en dat is openbaar en door Pagina 35 van 46
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
iedereen te volgen. Op een vraag van de heer Sungur (DENK) wat de uitspraken van bewoners voor meerwaarde hebben als je voor een ander alternatief kiest, zegt spreker dat er veel informatie opgehaald is uit de kwantitatieve stemming. Naar aanleiding daarvan is de variant aangepast en vanuit de participatie is, op verzoek van onder meer de ondernemersvereniging, er een nieuwe variant gemaakt die daardoor heel waardevol is. De meerderheid kiest voor helemaal geen doorgaand verkeer, maar niet iedereen is enthousiast over de voorliggende variant. Uiteindelijk moet de politiek de afweging maken. Op een opmerking van de heer Bosch (PVV) dat de participatie een soort fopneus is, zegt spreker dat variant 1 de variant is die de meeste bewoners willen, maar hij denkt dat dit selectief shoppen is. Met betrekking tot het klimaat mist hij hoe het voorstel een concrete en maatschappelijk bijdrage levert aan de klimaatdoelstellingen. Hij mist ook het ‘Werken met werk’ en in de raadsinformatiebijeenkomst kwam naar voren dat er weinig effect is van beleid. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af hoe betrouwbaar de enquêtes waren. Hij wil weten waarom de enquête voor iedereen toegankelijk was, zelfs voor mensen uit Japan, en waarom er niet gekozen is voor een alternatief vote systeem.
Op een opmerking van mevrouw Oosters (Student & Starter) dat het juist een goed idee is dat met een enquête die voor iedereen toegankelijk was niet alleen bewoners, maar ook gebruikers hun mening konden geven, zegt hij zich te kunnen voorstellen dat er mensen zijn die die de enquête invullen, maar niet met het gebied in kwestie iets te maken hebben. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) of in deze tijd niet goed moet worden nagedacht hoe een enquête is beveiligd, omdat het anders niet eerlijk is en van mevrouw Oosters (Student & Starter) wat het probleem is nu veel Utrechters en mensen die de straat gebruiken de enquête hebben ingevuld en de meerderheid voor voorstel 1 was, zegt spreker dat zijn fractie vreest dat mensen met een bepaalde politieke kleur de enquête gaan invullen. Hij vraagt zich af wanneer mensen dan legitiem zo’n enquête invullen. Op een opmerking van mevrouw Oosters (Student & Starter) dat zij wellicht meer vertrouwen in de mensheid heeft dan spreker, vervolgt spreker zijn vragen en wil weten waarom optie 4a als tevoren voorkeursvariant voorligt, waarom niet alle vragen zijn gecommuniceerd naar bewoners en bezoekers en waarom er sturende woorden als “vlot “zijn gebruikt wat de beantwoording van de vragen heeft beïnvloed. Uit signalen van bewoners op de raadsinformatiebijeenkomst is gebleken dat de participatie te wensen overlaat.
Er bleek veel onduidelijkheid te zijn en bewoners vrezen dat de voorkeursvariant, ondanks hun inbreng, toch doorgedrukt wordt. Hij denkt daarom dat de participatie niet goed is verlopen. Op een vraag van mevrouw Schilderman (D66) waarom spreker denkt dat de participatie niet geslaagd is, zegt hij dat 70% van de sprekers op de raadsinformatiebijeenkomst heeft aangegeven het participatietraject niet als positief te hebben ervaren. Hij denkt dat de uitkomst van de enquête duidelijk was, namelijk dat variant 1 de voorkeur had en hij vraagt zich af waarom de wethouder andere varianten bij elkaar optelt. Zijn fractie is voor het compartimenteren van Utrecht, maar hij is niet tevreden met de doorvoer van optie 4a en zal daarom met een amendement komen. Hij noemt het mobiliteitsplan mooi, maar zijn fractie wil graag inzetten op dubbel grondgebruik, de keuzevrijheid van de Utrechter en het compartimenteren van de hele stad. Zijn fractie zal een amendement indienen voor variant 1 met nieuwe uitgangspunten. De heer Van der Graaf (CU) vindt het belangrijk dat er een mobiliteitssysteem voor iedereen komt, maar constateert dat geen van de tien doelen daarover gaat. Hij vraagt de wethouder waarom dat niet in de visie is opgenomen.
Vorige week werd in de raadsinformatiebijeenkomst gesproken over de vertraagde stad vanwege meer ruimte voor de voetgangers en hij verzoekt om in alle gebieden de voetgangers op nummer 1 te zetten en dan pas ruimte te maken voor andere mobiliteiten. Hij verzoekt in dat kader om een toezegging. Hij vraagt hoe de wethouder terugkijkt op de evaluatie van het actieplan en of hij dit vaker wil doen en hij zou graag standaard een voetgangerstoets willen toevoegen aan de verkeersmaatregelen. Hij wil weten of de voetgangersnetwerken in de Utrechtse wijken opnieuw beoordeeld zijn en of de wethouder bereid is om in de omgeving van verzorgingshuizen een slag te maken, zodat de ouderen veilig hun rondjes kunnen maken. Hij vraagt hoe men wil omgaan met nieuwe barrières in de binnenstad. Hij vraagt, in het kader van de pilot deelmobiliteit, of er plannen zijn om dat in de stad toe te staan en hoe deelmobiliteit toegankelijk wordt gemaakt. Hij zou graag zien dat dit aan de visie wordt toegevoegd. Over Anders Reizen vraagt hij of daar prestatiedoelstellingen aan te koppelen zijn en hoe dit gaat na de coronacrisis. Met betrekking tot monitoring mist hij concrete doelstellingen en hij zou die graag willen toevoegen aan de eerste mobiliteitsmonitor. Voor Zuidpoort heeft zijn fractie ambities om dat autoluw te maken. Bewoners willen dat namelijk ook. Hij zou graag een Pagina 36 van 46
5
10
15
20
25
30
goede en veilige wandelroute naar de stad willen creëren. Hij maakt zich zorgen over de participatie en vraagt hoe de wethouder daarop terugkijkt en welke argumenten deze heeft om voor variant 4a te kiezen. Op een vraag van de heer Işik (PvdA) welke variant spreker dan zou kiezen, kan hij geen antwoord geven. Op een vraag van de heer Sungur (DENK) of de ChristenUnie een andere visie heeft dan het college op het gebied van autoluw maken, zegt spreker dat de auto verbannen volgens hem geen goede optie is. Mensen die daarvan afhankelijk zijn, moeten wel op die plek kunnen komen, maar wellicht kan er gebruik worden gemaakt van een intelligent toegangssysteem. In een aantal straten zal het autoverkeer in de toekomst toenemen en hij is benieuwd of de wethouder bereid is om de effecten op omliggende straten te monitoren en bij te sturen als dat nodig is en dit met de bewoners op te pakken. De heer Bosch (PVV) zegt dat zijn fractie het mobiliteitsplan niet ziet zitten vanwege het wegpesten van de auto en de wijze waarop. Bewoners zien de leefbaarheid verminderen, want bereikbaarheid is ook leefbaarheid. Hij denkt dat bewoners bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 kunnen aangeven welk beleid deze voor Utrecht willen.
Hij maakt zich zorgen over de situatie bij 30 km/h, omdat dan mensen wellicht weer de kortste route nemen als er overal dezelfde snelheid geldt en verwijst naar de brief van de politie over handhaving die niet geschiedt als bij de wegindeling de COW-voorschriften niet worden gevolgd. Hij vraagt wat de wethouder doet aan handhaving op dergelijke wegen en wil ook weten op welke verbindingswegen er 50 km/h gereden mag worden. Utrecht heeft grote ambities met het openbaar vervoer, maar hij vraagt zich af wat de gevolgen voor het mobiliteitsplan zijn als de tramlijn er niet komt en verzoekt het college ook uit te werken wat er gebeurt als bepaalde zaken niet doorgaan. Het parkeren zit hem niet lekker, maar dit komt terug bij de bespreking van de parkeervisie. Met betrekking tot de Zuidpoort zegt hij dat bewoners teleurgesteld zijn en hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat het college zes varianten voorlegt, maar geen daarvan kiest. Hij denkt dat variant 1 de meeste stemmen had, maar dat het college nu toch kiest voor variant 4+. Hij vraagt zich af waarom iets dergelijks aan bewoners gevraagd wordt als het college toch al weet welke variant het wil uitvoeren. Hij is geen voorstander van een knip bij de Vondelbrug, omdat straten eromheen dan onevenredig druk zullen worden.
Hij zegt dat het college helemaal niet heeft gekeken naar het effect op straten als de Hunzestraat en de IJsselstraat en verzoekt het college dat alsnog te doen; anders zal hij hierover een motie indienen. Hij vraagt welke straten stedelijke verbindingswegen zijn. Hij constateert dat omrijden de situatie niet leefbaar maakt en dat dit niet wenselijk is. Hij vreest dat het college niet zal kiezen voor variant 1 of 1+ en daarom verwijst hij de bewoners naar de verkiezingen in maart 2022.
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Schilderman (D66) denkt dat een maximumsnelheid van 30 km/h de stad verkeersveiliger maakt en vindt het goed dat de nadruk in dit plan op bewoners en fietsers ligt. Op een vraag van de heer Weistra (GL) wat D66 vindt van een pilot van 15 km/h, zegt zij dat dat weliswaar meer leefbaarheid oplevert, maar dat de timing niet passend is. Op veel plekken moet er namelijk zelfs nog van 50 km/h naar 30 km/h gegaan worden, maar teruggaan naar 15 km/h zou natuurlijk wel mooi zijn. Op een vraag van de heer Işik (PvdA) of D66 ook wil dat op de Sweder van Zuylenweg, waar veel ongelukken gebeuren, een maximumsnelheid van 30 km/h komt, is zij het met hem eens, maar vindt ook dat 15 km/h wellicht erg laag is. De heer Bosch (PVV) merkt op dat bij 15 km/h er een woonerf ontstaat en dat daar andere eisen voor gelden. Mevrouw Schilderman (D66) zegt dat er in het mobiliteitsplan een grote ambitie is voor groei van de stad, omdat er een tweede Intercitystation komt. Daarom moet opnieuw gekeken worden naar de mobiliteit en naar het OV als alternatief voor de auto. Zij vraagt zich af of de wethouder echt een busbaan wil neerleggen in plaats van een lightrail. Haar fractie vindt de ambities voor het OV een kwalitatieve verbetering.
Ze vraagt de wethouder of het doel van het mobiliteitsplan is om dit mee te nemen bij de onderhandelingen met de provincie over vervoersplannen, zodat de verbinding tussen de wijken verbetert. Zij is blij met de ambities voor de fiets, maar vraagt zich af of deze wel voldoende zijn. Met betrekking tot de studie naar tunnels en bruggen denkt zij dat veel nog niet gerealiseerd kan worden en zij verzoekt de wethouder periodiek een overzicht te verstrekken hoe de inzet wordt op tunnels en bruggen, zodat de raadsleden dat beter kunnen volgen. Zij zou de rode loper voor de fiets op drukke routes graag breder willen trekken, omdat er ook meer verschillende fietsers zijn en daarom is er behoefte aan meer ruimte. Op een vraag van de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) of spreekster ook opsplitsingen in een strook voor de Pagina 37 van 46
5
10
15
20
recreatieve fietsers en forenzen wil, zegt zij dat dat afhankelijk is van de plek. Zij vraagt hoe het staat met het Fonds voor kleine knelpunten op fietsroutes. Zij ziet het weghalen van parkeerplaatsen als een kans en wil daarom graag een uitgebreid voorstel en zij vraagt hoe inwoners ideeën kunnen aandragen. Op een vraag van de heer Bosch (PVV) of zij het over de voorkeursvariant heeft of dit echt participatie is, zegt zij dat een goede afweging belangrijk is. Op een vraag van de heer Bosch (PVV) wat zij denkt van draagvlakmetingen op dit soort punten, zegt zij dat dat goed kan werken, maar dat ze nu erg eenzijdig zijn. Met betrekking tot parkeren verwijst zij naar het actieplan ‘de mooiste P+R van Nederland’ en zij verzoekt het college met relevante partijen hiervoor een plan te maken. Met betrekking tot thuiswerken denkt zij meer aan een akkoord, zodat ideeën van beide kanten kunnen worden ingebracht en zij verzoekt de wethouder daarmee aan de slag te gaan. Op een vraag van mevrouw Oosters (Student&Starter) of zij iets ziet in opties om mensen op verschillende tijden te laten werken, zegt zij dat dat een mooi voorstel is, maar dat dat niet in een keer zal gebeuren. Zij ervaart nu al dat er in bedrijven steeds minder bureaus staan waardoor er problemen ontstaan en zij roept op goede afspraken te maken in het belang van de werknemers.
Op een vraag van de heer Van Steeg (PvdA) of zij iets ziet in betere afspraken ten behoeve van betere spreiding, denkt zij dat er afspraken gemaakt kunnen worden met onderwijsinstellingen. De heer Bosch (PVV) verzoekt mevrouw Schilderman en de heer Weistra (GL) hun landelijke partijen te vragen om op te komen voor het recht van de werknemer om thuis te werken. Mevrouw Schilderman vindt dat een goed idee, maar vreest dat een recht om op kantoor te werken in de toekomst belangrijker wordt.
25
30
35
40
45
50
De heer Weistra (GL) zegt dat zijn fractie bezig is met een initiatief voor een wet op thuiswerken. Mevrouw Schilderman zou graag zien dat het college een mobiliteitsmakelaar inschakelt om inwoners te helpen. Zij vraagt zich af of het zin heeft om te gaan werken met eenrichtingsverkeer en waarom daarvoor gekozen is. Wat de bereikbaarheid van werklocaties betreft zegt zij dat er veel aandacht is voor de fiets en het OV, maar zij is sceptisch over het idee om het aantal arbeidsplaatsen te relateren aan het aantal parkeerplaatsen. Zij vraagt of er een plan B is gemaakt. De parkeernormen vindt zij ambitieus, maar bij het gebruik van de fiets moet men vaak wel drie deuren door om de fiets in de berging te kunnen zetten en ze vraagt of de wethouder daar in de parkeernota nog op terugkomt. Wat de Zuidpoort betreft is haar fractie niet overtuigd van de variant 4a, omdat daar niet veel draagvlak voor is en ook vanwege de extra druk die ontstaat in de Rivierenwijk en Hoograven. Zij vraagt de wethouder waarom hier dan toch voor gekozen wordt en hoe het college naar de extra druk in die straten kijkt. Op een vraag van de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) wanneer zij vindt dat participatie gelukt is, zegt zij dat, als mensen het er niet mee eens zijn, er al snel wordt gezegd dat de participatie niet goed is gegaan.
Er is echter ook sprake van belangenafweging en zij ziet niet veel draagvlak voor de variant die het college voorstelt, maar dat betekent nog niet dat de participatie niet geslaagd is. Mensen zijn wel degelijk gehoord. Op een vraag van de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) of zij denkt dat alle mensen die bij de raadinformatiebijeenkomst waren, aangaven dat de participatie niet goed was gegaan dat zeggen omdat hun variant niet gekozen is, zegt zij dat mensen weliswaar toen aangaven dat hun variant niet gekozen was, maar dat het proces wel goed was. Zij vraagt waarom het college voor deze variant kiest en zij verzoekt de wethouder om naast variant 4a ook variant 1 uit de werken, omdat deze meer draagvlak heeft. Wellicht komt haar fractie nog met een amendement. Op een vraag van de heer Weistra (GL) of zij ook vindt dat in variant 1 de fietsstraten wel erg uitdagend zijn, is zij het eens. Zij denkt dat nog bekeken kan worden welke variaties in variant 1 passen. Er kan vast wel iets bedacht worden zonder dat het autoverkeer daar helemaal weg gaat. Met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit stelt zij voor om de Ooster- en de Westerkade beter in te richten, omdat daar wel erg veel parkeerplaatsen zijn. Langs de wandelroute vanaf het station zijn nog wel parkeerplaatsen en zij begrijpt dat niet. Zij vraagt de wethouder of deze daar weggehaald kunnen worden.
55
60
Mevrouw Oosters (Student&Starter) zegt dat het erom gaat een vorm van vervoer te kiezen die minder ruimte inneemt. Zij vindt het goed dat de auto verdwijnt en dat er een fietssnelweg komt. Zij sluit zich grotendeels aan bij de ambities uit het mobiliteitsplan. Het is van groot belang dat werkgevers en onderwijsinstellingen op andere tijden gaan werken en studeren om drukte op de weg te verminderen. Zij vindt de hubs waar men kan overstappen van OV naar fiets van Pagina 38 van 46
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
essentieel belang voor het slagen van het concept, maar vraagt zich af of er voldoende ruimte is rondom de hubs om voor alle mobiliteitsvormen te kiezen. Met betrekking tot mobility service heeft haar fractie al eerder vragen gesteld over een stadsabonnement. Zij vraagt of de wethouder ook bedoelt dat er een stadsbrede applicatie moet komen die het de Utrechter makkelijker maakt om gebruik te maken van het netwerk. Haar fractie heeft al langere tijd de ambitie om het Janskerkhof autovrij te maken. Hiertoe wordt weliswaar een eerste aanzet gedaan, maar zij mist een concrete uitwerking daarvan. Op een vraag van de heer Van der Graaf (CU) of zij het met hem eens is dat de overheid moet instappen om maatschappelijke doelen te bereiken, zegt zij het daarmee eens te zijn, omdat je het niet alleen aan de markt kunt overlaten. Hoewel er nog een parkeernota komt, is het Janskerkhof belangrijk voor haar fractie en zij zou graag zien dat er parkeergarages worden ingezet voor deelmobiliteit, zowel voor deelauto’s als voor scooters. Met betrekking tot de Zuidpoort zou ze graag zien dat er realistische scenario’s aan de bewoners worden voorgelegd, zodat deze niet teleurgesteld zullen worden. Op de Oostelijke en Westelijke Kade zou zij graag meer ontmoetingsplekken willen en zij maakt zich zorgen om het waterbedeffect in de omgeving.
Zij vraagt de wethouder hoe ervoor gezorgd kan worden dat dat gebied niet overladen wordt met auto’s. Haar ideaal is meer gezelligheid en minder auto’s. Op een vraag van de heer Van der Graaf (CU) welke variant van de Zuidpoortstudie zij goed vindt, zegt zij optie 4a te verkiezen boven de andere opties, omdat daar naar verbeteringen is gekeken. De heer De Pagter (VVD) vindt het belangrijk dat alle vormen van mobiliteit goed gefaciliteerd worden en dat er vrijheid is om te kiezen voor het vervoer dat men nodig heeft. Met betrekking tot de voetgangers zou hij graag willen inzetten op prettiger en beter toegankelijke voetpaden en op permanente uitbreiding daarvan. Ook wandelroutes moeten verbeterd worden. Hij vraagt wat het college doet om de route van en naar Leidsche Rijn over de gele brug te verbeteren, waar allemaal obstakels staan. Hij vindt het vervelend dat er veel fietsen op de stoep worden neergezet en pleit daarom voor beter gebruik van de fietsenstallingen in de binnenstad. Als dit niet gebeurt, dan moet daarop gehandhaafd worden. Hij vraagt het college welke maatregelen dit in het plan wil opnemen. Hij vindt het goed dat het fietsverkeer, dat fors groeit, gefaciliteerd wordt, maar dit moet niet ten koste gaan van alles. Hij vraagt naar de status van alle extra tunnels en sluizen in het plan.
Er zijn inspraakreacties gekomen tegen allerlei bruggen en daarom zal zijn fractie met een amendement komen, omdat deze een aantal bruggen niet ziet zitten. Hij verzoekt het college om een toezegging dat voor elke tunnel die wordt aangelegd een raadsvoorstel naar de raad komt. Hij vraagt waarom de wethouder scherper wil inzetten op de hoofdfietsroute aan de Weerdsluis. Hij zou die graag willen schrappen, zodat de Abstederbrug niet nodig is. Hij denkt dat andere routes beter gemarkeerd kunnen worden en heeft de indruk dat het college een oude tekst heeft gebruikt, omdat de Voorstraat inmiddels is opgeleverd. Hij constateert dat in Leidsche Rijn veel fietsbebording naar de binnenstad leidt, maar dat er nauwelijks borden naar de lokale winkelcentra zijn en hij verzoekt de wethouder dat aan te passen. Hij constateert dat er ook geen ringlijn in de plannen staat en dat, als men van Leidsche Rijn naar Utrecht Science Park wil reizen onderweg moet overstappen. Hij verzoekt daarom om een verbinding vanaf Leidsche Rijn en Utrecht Science Park met eventueel een aftakking naar Zeist. Op een opmerking van de heer Bosch (PVV) om zijn wens neer te leggen bij zijn fractie in de provincie, zegt hij dat in het mobiliteitsplan al wordt vastgelegd wat de wensen van de fractie zijn.
Het lijkt erop dat de auto verboden wordt, terwijl een grote meerderheid van de bewoners in Utrecht meer dan één auto heeft. Hij constateert dat het autogebruik en -bezit toenemen en roept daarom op realistisch zijn. Het college denkt dat het autoverkeer gaat afnemen, maar dat is een sprookje. Op een opmerking van de heer Weistra (GL) dat in de raadsinformatiebijeenkomst een expert heeft aangegeven dat dit realistisch is, zegt spreker dat de expert toen antwoord gaf op de vraag of 100% streven realistisch is. Hij begrijpt dat de gemeente erop wil sturen dat het autoverkeer niet toeneemt, maar een afname is naar zijn idee niet realistisch. Het CBS ziet een heel andere trend en daarom snapt hij niet waar de gemeente Utrecht deze cijfers vandaan haalt. Hij mist in het plan de verkeerskaarten en vraagt zich af waarom er geen kaart met de verwachte knelpunten in 2040 is opgenomen; hij verzoekt deze alsnog op te nemen. Hij wil graag prioriteit geven aan het verkeer op de noordelijke Randweg dat heel belangrijk is en is niet voor het autoluw maken van wijken, omdat dit zorgt voor een verplaatsing van het verkeer. Met betrekking tot de Zuidpoort kiest zijn fractie voor variant 1, omdat deze zorgt voor een mooie Leeg Erf en er dan ook geen maatregelen nodig zijn. In omliggende wijken kan dan ingezet worden op 30 km-wegen.
Hij vindt overigens wel dat de participatie anders had moeten zijn. Hij vraagt waarom het college zes varianten heeft voorgelegd en niet twee en waarom de voorkeursvariant niet wordt overgenomen. 56% van de bewoners vindt de voorkeursvariant 4 onwenselijk en hij benadrukt dat variant 1 de voorkeur heeft van een Pagina 39 van 46
meerderheid van de bewoners. Daarom heeft het mobiliteitsplan niet de instemming van zijn fractie en komt hij wellicht met amendementen. De voorzitter meldt dat de vergadering tot 23.30 uur mag duren. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Işik (PvdA) zegt dat het mobiliteitsplan 2040 het mobiliteitsplan Slimme routes uit 2016 vervangt en vraagt wat dit heeft opgeleverd. Zijn fractie onderschrijft de stimulans om thuis te werken en wil graag concrete afspraken daarover maken met bedrijven en de werknemers daarin de vrije keus laten. Zijn fractie onderschrijft ook het fietsnetwerk, maar vreest wel dat de fietsveiligheid in gevaar komt door de grote toename van het fietsverkeer. Hij vraagt hoe het college dit wil oplossen. Met betrekking tot het OV onderschrijft zijn fractie het ontlasten van het Centraal Station, maar vraagt wat de aanpak van het college is bij het OV tussen de wijken. Hij vraagt of er voldoende middelen zijn om de netwerken op orde te krijgen en hoe men omgaat met het veiligheidsvraagstuk. Hij constateert dat nergens in het raadsvoorstel iets staat over de toegankelijkheid van mensen met een beperking of ouderen en vraagt hoe het college ervoor zorgt dat de vervoersbehoefte van deze doelgroepen gewaarborgd wordt. Op een opmerking van mevrouw Oosters (Student & Starter) dat er 16 pagina’s gewijd zijn aan toegankelijkheid, zegt hij dat het hem vooral om de behoefte van de doelgroep gaat. Hij vraagt zich af of er goed is nagedacht over de toegankelijkheid van ouderen en gehandicapten en vreest dat dat niet zo is, omdat er nog steeds geen voor iedereen toegankelijke bushaltes zijn.
Op een suggestie van de heer Van der Graaf (CU) om daarvoor een aparte doelstelling op te nemen in het mobiliteitsplan, antwoordt hij enthousiast en hij verzoekt het college dat op te pakken. Zijn fractie heeft grote moeite met het onderdeel Slim sturen. Hij denkt dat uitgangspunt is dat de automobilist de ringweg moet nemen, maar dat gebeurt niet en hij vermoedt dat de ambitie van het college op andere gebieden ook niet zal lukken. Als het om mobiliteit gaat, dan moet er gesproken worden over verkeersveiligheid en hij zou graag zien dat daar in het plan een apart onderdeel aan gewijd wordt. Hij denkt dat de participatie niet goed gaat en hij vraagt wat de wethouder wil doen om deze te verbeteren. Het gaat hem dan met name om de houding van het college daarbij. Met betrekking tot de Zuidpoort is zijn fractie voorstander van variant 1. Hij constateert dat het financiële verschil tussen 2,5 miljard euro en 4 miljard euro wel erg groot is en verzoekt om een toelichting daarop. Over mobiliteit zegt hij dat er veel projecten begroot worden, maar dat de werkelijke uitvoering peanuts is en hij vraagt hoe dat kan. De heer Wiegaard (SP) kan zich vinden in de opmerkingen over herwaardering van de voetgangers van de ChristenUnie en de oproep van de PvdA voor verkeersveiligheid.
Wat Zuidpoort betreft vraagt hij waarom er voor deze optie is gekozen en welke garantie de wethouder geeft voor de bewoners van straten die drukker worden. Hij wijst erop dat andere steden al een visie hebben op deelmobiliteit en vraagt of Utrecht die ook heeft en zo niet, waarom niet. Hij wijst op de stad Barcelona waar een en ander heeft geleid tot goede resultaten. Hij constateert dat het OV verschraalt en zou daarom graag zien dat dit in eigen hand wordt genomen, zodat er op het totale OV gestuurd kan worden in plaats van dat dit aan marktpartijen wordt overgelaten. Zijn fractie is tegen de aanleg van een nieuwe tramlijn vanwege de kosten en de verstoring van het groen. Hij vraagt welke noodzaak er is voor de Vechtbrug. Hij vraagt het college wat er gebeurt als het plan financieel niet haalbaar blijkt te zijn en vreest dat er te veel aan wensdenken wordt gedaan. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat het niet goed gaat met de bereikbaarheid van de auto en vraagt hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Zijn fractie is voorstander van een snelheid van maximaal 30 km/h in de wijken en wil daartoe graag een goede balans met andere snelheden. Bij de Zuidpoort vindt hij dat het college te veel de mening doordrukt om te kiezen voor variant 4a. Hij denkt dat de participatie niet goed is gegaan en dat variant 1 beter aansluit bij de wensen die er zijn.
Hij vraagt de wethouder hoe ervoor gezorgd kan worden dat het verkeer in Zuidpoort vermindert, want juist daar zijn de inwoners niet gelukkig over het beleid van het autogebruik in de wijk. In het mobiliteitsplan staat iets over rekeningrijden in Utrecht, maar hij vindt dat geen goed idee. Hij roept op landelijk beleid af te wachten en, mocht rekeningrijden ingevoerd worden, om dat dan met landelijke partners te doen. Zijn fractie is geen fan van stadsboulevards en zou graag zien dat er meer gefocust wordt op de plannen die nu belangrijk zijn. Je kunt beter een paar dingen goed doen, dan op veel plaatsen minder goed. Het fietsgebruik is belangrijk, omdat er steeds meer fietsers komen. Daarom zijn regulering, snelheidsbeperking en fietsenstalling belangrijke onderwerpen en hij verzoekt om een betere facilitering. Hij vindt het jammer dat Pagina 40 van 46
5
10
15
20
innovatie onvoldoende terugkomt in de tien uitgangspunten en verzoekt de wethouder dat alsnog te doen, omdat hij anders een amendement overweegt. Op een vraag van mevrouw Oosters (Student & Starter) of hij gezien heeft dat innovatie in het deel mobiliteit concept staat, zegt hij dat dat daar erg voorzichtig in staat. De mobiliteitstransitie gaat snel en hij vindt het vreemd dat dat niet in de uitgangspunten staat. Hij zou graag positiever naar de auto willen kijken en naar de plekken waar geparkeerd kan worden en dat mist hij in de uitgangspunten. Hij vindt de hubs een interessant idee en vraagt welke doelgroepen van de hubs gebruik kunnen maken. Met betrekking tot de financiën zegt hij dat er een keuze gemaakt moet worden voor een aantal projecten en dat deze goed gedaan moeten worden. Hij vindt het belangrijk dat de gemeente een betrouwbare partner is voor het Rijk en provincie. De heer Sungur (DENK) zegt dat zijn fractie niet kan instemmen met het mobiliteitsplan, omdat dit slechts over een type Utrechter gaat en niet over grote gezinnen of mensen met een auto die blijkbaar niet meer welkom zijn in Utrecht. Hij vindt de plannen niet duurzaam, want duurzame mobiliteit betekent niet dat iedereen het OV of de fiets moet pakken, maar dat er respect is voor autonomie.
Het huidige plan stuurt aan op het uitbannen van de auto en hij mist daarin ook een visie om de bevolkingsgroei in de stad in goede banen te leiden. Het college wil tot 2040 de problemen oplossen met ouderwetse vervoersmaatregelen en hij vraagt in dat kader waarom er niet gekozen wordt voor vervoer door de lucht, bijvoorbeeld met een monorail. Over Ledig Erf zegt hij dat het belachelijk is dat dit proces tot een eind gekomen is. Hij vindt dat bewoners niets moet worden gevraagd als het college toch niet van plan is om daar iets mee te doen. Het fietsen wordt nu door de strot van de Utrechter geduwd en het wordt nog een grotere puinhoop op ‘t Goylaan. Dit plan heeft geen draagvlak in de stad en daarom zal zijn fractie met moties en amendementen komen.
25
30
35
40
45
De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat zijn fractie voorkeur heeft voor voetgangers, fietsen en deelmobiliteit. Het mobiliteitsplan gaat uit van de maximale groei van de stad, maar dat zorgt ook voor problemen. Hij zou daarom graag een tweede scenario willen hebben met een minder sterke groei van de stad en hij mist ook het budget. Hij wijst erop dat in verband met schaalvergroting nieuwe fietspaden en tramlijnen ook de ruimte nodig hebben en hij verzoekt de wethouder om te bevestigen dat het uitgangspunt is dat er geen bomen en natuur hiervoor zullen sneuvelen. Met betrekking tot de fietssnelweg de rode loper vraagt hij of het mogelijk is om bij nieuwe fietsverbindingen te kiezen voor een onverharde weg, bijvoorbeeld met klinkers, en voor kleine monumentale bruggen. Zijn fractie is geen voorstander van de verbreding van de A27 en vraagt of de wethouder wil stoppen met het aanleggen van meer asfalt. Hij zal nog terugkomen op het onderwerp parkeren bij de parkeernota. Hij vraagt of dit plan bijdraagt aan de ambitie tot het klimaatneutraal worden en hoe het college de crisissen wil oplossen en welke doelstellingen er zijn. Hij vraagt om doelstellingen en een onderbouwing. Zijn fractie wil graag een autovrije binnenstad en autovrije grachten, gekoppeld aan de wervenproblematiek.
Hij vraagt wat de wethouder vindt van het vergroenen van de buurten door het plaatsen van bloembakken en bomen en het vergroten van de biodiversiteit in de buurt. Met betrekking tot Zuidpoort vindt hij het een goed idee als de Tolsteegbarrière ook een echte barrière wordt en hij maakt zich zorgen om het autoverkeer in de stad. Hij vraagt hoe de wethouder dit ziet. De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn voor wethouder Verschuure en wenst hem nog een fijne avond. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten.
50
De voorzitter heropent de vergadering.
55
Wethouder Van Hooijdonk zegt over het onderwerp Anders Reizen dat het niet mogelijk is om dwingende afspraken met werkgevers te maken, maar de minister denkt daar wel over na in het kader van het klimaatakkoord. Zij spreekt regelmatig de tafels rondom de gebieden USPRijnsweerd, het stationsgebied, Lageweide en Papendorp en deze gesprekken zijn steeds gericht op transitie. Zij kijkt hoever men kan komen met het maken van afspraken en zegt toe om in de tweede helft van dit jaar de commissieleden te zullen informeren over de stand van zaken. Het college wil met het mobiliteitsplan niet te enthousiast zijn en reële aannames doen, maar als er meer in het vat zit dan zal dat zeker gestimuleerd worden.
60 Pagina 41 van 46
De heer Weistra (GL) oppert om in dat kader een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren met een aantal partijen zoals de Rabobank en ASR etc. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk zegt dat het de bedoeling is dat mobiliteitsdiensten ook in bestaande wijken zullen komen. Er is al een hub in parkeergarage De Grifthoek en het college wil deze uitbreiden en tot meerdere hubs komen. GroenLinks vroeg naar de U-pas voor ouderen en daar wordt nog over nagedacht. Het is de bedoeling dat met behulp van een stadspas of iets dergelijks het gebruik van het systeem betaalbaar wordt gemaakt. Daarmee wordt al geoefend in de Leidsche Rijn. Op een opmerking van mevrouw Oosters (Student&Starter) dat het haar ook gaat om de rol van de overheid bij het aanbieden van deelmobiliteit en de sturing daarbij, zegt zij dat dat een interessante kwestie is. Zij heeft hierover gesproken met de minister en het ministerie en zij denkt ook dat dat moet gebeuren. Met betrekking tot de toename van het autogebruik zegt zij dat daar wellicht nationaal en in Europees verband op moet worden ingezet. Bij gebiedsontwikkelingen voert de gemeente wel de regie. Onlangs is in de raad beleid vastgesteld voor alle vormen van deelmobiliteit, maar niet voor de auto; dat zal nog gebeuren. Binnenkort zal zij de commissie informeren over de hele staalkaart.
Op een opmerking van de heer Van der Graaf (CU) dat hij in het mobiliteitsplan bij de tien doelen het doel mist dat mobiliteit voor iedereen en inclusief moet zijn, terwijl dat wel in de raad is uitgesproken, zegt zij dat dat door het hele plan heen zit en dat is ook zeker de bedoeling. Met betrekking tot de hub zegt zij dat die compatible moet zijn en dat men hierbij de inclusiviteitsbril moet opzetten. Over de mobiliteitsmakelaar zegt zij dat dergelijke mensen al in dienst zijn bijvoorbeeld ter ondersteuning van de hubs in de Leidsche Rijn. Rekeningrijden kan niet worden ingevoerd, zolang dat nationaal niet is ingevoerd, maar als dat gebeurt, dan zou ze graag zien dat er gekozen wordt voor een vorm die ook het mobiliteitssysteem helpt. Met betrekking tot de werklocaties zegt zij dat geprobeerd wordt zaken te berekenen, maar dat dit ook gemonitord moet worden. Er is op dit moment nog geen plan B, maar de gemeente zal wel flexibel reageren. Op een opmerking van mevrouw Schilderman (D66) dat het voor haar fractie belangrijk is dat, als het niet lukt, er niet gesneden wordt in arbeidsplaatsen, zegt de wethouder dat dat niet zal gebeuren, maar dat de winst voor partijen erin zit dat er bedrijven toegevoegd kunnen worden. Zij is blij met het enthousiasme van de raad over de plannen voor de voetgangers en Utrecht is al veel langer een trotse fietsstad.
Utrecht wil nog dit jaar of begin volgend jaar een stadsbreed netwerk op hoofdlijnen ontwikkelen en daarna kan dit fijnmazig worden. Dit moet echter wel worden gefinancierd en er moeten wel wat barrières opgeheven worden. De heer Van der Graaf (CU) bedankt de wethouder voor de toezegging. Hij wijst erop dat in het actieplan staat dat er geïnventariseerd wordt welke verbeteringen er mogelijk zijn. Dit is in de afgelopen vijf jaar ook gebeurd en hij vraagt zich af wat het verschil is geweest. Wethouder Van Hooijdonk zegt dat het netwerk gedefinieerd zal worden; dat is in de afgelopen tijd niet gebeurd. Met betrekking tot de capaciteiten en de middelen valt er niet veel extra’s te doen. Er komt een plan voor een stadsbreed netwerk en men wil ook de groene inzet verbeteren. Met betrekking tot de toegangsroutes zal er een nieuw handboek openbare ruimte komen en daar staat dit goed in. De normen staan erin en ook het beleid, maar men loopt soms wel tegen dilemma’s aan. Tramlijnen kunnen inderdaad barrières zijn en dat is een worsteling. Beter OV moet niet tussen de auto’s rijden, maar als het geen infrastructuur heeft, dan wordt het een barrière die je eigenlijk niet wilt hebben. Er wordt bekeken hoe dit zo optimaal mogelijk kan worden uitgevoerd.
Met betrekking tot de fiets staat er in Slimme routes al veel over de ambitie, namelijk het spreiden, overlast verminderen en comfort behouden. In dit plan is er een verschuiving, omdat een aantal fietsers overstapt op het OV. Het is niet mogelijk om vanwege de drukte op fietspaden extra maatregelen te nemen, want de maximale snelheid op een fietspad is nu eenmaal 30 km/h. Er wordt wel geprobeerd om bredere fietspaden te maken, maar de gemeente moet ook woekeren met de ruimte. Wel wordt geprobeerd om de fiets meer hoofdgebruiker van de rijbaan te maken en fietspaden zo breed als kan te maken. Met betrekking tot tunnels en bruggen vindt zij het idee om daarover te rapporteren goed, maar zij wil dat dan wel in het mobiliteitsplan doen. Zij wijst erop dat de raad altijd betrokken is bij aanleg van tunnels en bruggen vanwege het budgetrecht van de raad, maar een dergelijk voorstel zal ook bijna altijd een raadsvoorstel zijn, omdat het een stevige ingreep is op de infrastructuur. Met betrekking tot de Vechtbrug, die een verbinding vormt tussen Overvecht en Zuilen, zegt zij dat deze beter ontsloten moet worden voor openbaar vervoer en fiets. Zij komt voor de zomer nog terug op de opmerkingen over de Weerdsingel en ook de Singelroute komt nog langs voor een debat. Het Pagina 42 van 46
5
10
15
20
verzoek om geen asfalt maar klinkers neer te leggen kan zij niet honoreren, omdat dat niet in de lijn van de plannen ligt. Het college vindt het comfort van asfalt juist heel belangrijk en dat is het uitgangspunt voor het mobiliteitsplan. Uit de cijfers blijkt niet dat het fietsen onveiliger wordt, want in de afgelopen zeven jaar is het aantal slachtoffers in Utrecht gehalveerd. Wel wordt het drukker in de stad. Het Fonds kleine knelpunten is benut waar het voor bedoeld was en zij verwijst daartoe naar de jaarstukken. Op de vraag over de fietsbebording zal zij nog schriftelijk terugkomen. Met betrekking tot het openbaar vervoer zullen de commissieleden binnenkort een brief ontvangen met de tussenstand van de studies die met provincie en de regio gedaan zijn om het Wiel met Spaken uit te voeren. De Merwedelijn is erg vol en er moet uitgezocht worden hoe het tram waardig kan worden gemaakt door in het programma daar ook rekening mee te houden. De ambitie is natuurlijk wel om het uit te voeren, maar dat moet dan wel kunnen. Zij merkt naar aanleiding van de vraag van de heer Pagter op dat in studies bekeken wordt wat de beste mogelijkheden zijn, maar het is wel belangrijk dat een en ander ook zo min mogelijk barrières oplevert.
Op een vraag van de heer De Pagter (VVD) waarom de verbinding van Leidsche Rijn naar Utrecht Science Park niet staat ingetekend, dacht zij dat dat het wel zo was en zij vult aan dat, hoe hoogwaardiger het vervoer, des te beter dat is, maar er moeten wel genoeg reizigers zijn. Dit is dus nog wel ingewikkeld. Met betrekking tot de overstap van fiets naar OV zegt zij dat er de laatste jaren een doorbraak is in het multimodaal denken. Het moet inderdaad mogelijk zijn dat mensen kiezen, maar het gaat hier om een ontwerpopgave. Op de vraag wat mensen ervan gaan merken, verwijst zij naar de piramide die een tijd geleden is behandeld. Het is de bedoeling om deze zo goed mogelijk te maken en daarover wordt overlegd met de provincie. Antwoord geven op de vraag of de gemeente niet beter het OV in eigen hand kan nemen om het goed te kunnen organiseren, vindt zij lastig, omdat het altijd om een financiële afweging gaat. Die afweging ligt nu bij de provincie.
25 De heer Wiegaard (SP) denkt dat winst een deel is van de afweging bij private bedrijven en dat speelt bij publieke organisaties niet. 30
Wethouder Van Hooijdonk zegt dat de provincie steeds een financiële afweging moet maken, maar eist ook van de concessieverlener dat zij gaan afschalen. Daar zit de gemeente Utrecht niet op te wachten, maar dat is wel de realiteit. De gemeente Utrecht heeft een beeld van wat zij willen en er wordt onderzocht hoe deze daar dichterbij kan komen. Het is nog onduidelijk wat het alternatief is als er geen tram komt. Zij verwacht niet dat er een monorail komt, want dat is duur en zij vindt dat ook lelijk.
35 De heer Sungur wijst op de veiligheid en op twee tramongelukken in de afgelopen tijd. Hij denkt daarom dat de monorail een goede keus zou zijn en verzoekt die optie onderzoeken. 40
45
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk zegt dat dit onderzocht wordt en binnenkort ontvangen de commissieleden de tussenstand en na de zomer de eindstand. Dit gaat ook over inpassing. Op een vraag van de heer Sungur (DENK) om dan ook de monorail mee te nemen, antwoordt zij dat dat vermoedelijk ook gebeurt en dat ook bekeken wordt of er ondergronds iets mogelijk is. De tracékeuzes moeten nog worden gemaakt, maar de bewoners van Lunetten willen geen tram in het park en de gemeente wil dat eigenlijk ook niet. Zij deelt de wens van de heer Van Heuven om geen bomen en struiken te laten sneuvelen, maar weet ook dat je daar soms niet aan ontkomt. Over het netwerk van 30 km/h wegen zegt zij dat dat voorzichtig moet gebeuren en dat de COWnormen voor de gemeente heel belangrijk zijn. Op een vraag van de heer Bosch (PVV) of de gemeente het dan maar voor lief neemt dat de politie niet handhaaft op 30 km/h, zegt zij dat de politie sowieso weinig aan handhaving kan doen, omdat deze onderbemand is, maar zij zal dit bij de politie ter sprake brengen. Zij wijst de PVV op pagina 99 waar een en ander over verbindingswegen staat vermeld. Op dergelijke wegen is de snelheid 50 km/h, maar richting centrum kan dat af en toe 30 km/h zijn. Zij denkt dat een maximumsnelheid van 15 km/h op veel plekken niet mogelijk is, maar dit komt in een eerstvolgende verkeersveiligheidsrapportage terug.
Overigens is het wel goed om te weten dat dit in het instrumentarium zit. Met betrekking tot de vraag over eenrichtingsverkeer zegt zij dat dat ook in de gereedschapskist zit. Als je in een straat eenrichtingsverkeer invoert, dan krijg je het effect dat er ook verkeer naar elders gaat. Dat maakt de discussie ingewikkeld. Dit instrument wordt dus weleens gebruikt, maar in de praktijk is het vaak ingewikkelder dan men hoopt. Zij meldt de PvdD dat de gemeente inderdaad probeert om het aantal asfaltkilometers te verminderen. In de RSU is het verkeer een belangrijke leverancier van groen en daardoor is de wens van de heer Van Heuven eigenlijk vervuld. Pagina 43 van 46
De heer Bosch (PVV) merkt op dat op pagina 99-102 inderdaad een kaart staat, maar zonder straatnamen en hij verzoekt deze nog toe te voegen. 5