Concept Verslag commissie Mens en Samenleving, 2021-05-27.pdf
Tekst van het document
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
1690
1700
1710
1720
1730
Gevraagd wordt dat onderwerp op de agenda van de bestuurstafel te houden. Het college denkt daarover mee in regionaal verband. Op dit moment ziet het college voor de stad niet direct een aanleiding om het specifiek lokaal aan te pakken. Het college doet dit via het huidige brede huisvestingsbeleid. Arbeidsmigranten behoren niet tot de meest kwetsbare groepen. De signalen zijn in Utrecht klein in verhouding tot de signalen in regiogemeenten. Het college zal de raad op de hoogte houden van de uitkomsten van het onderzoek dat in U16 verband wordt gedaan. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de partners de gemeente kunnen vertellen waar woningen compleet gevuld worden, mensen kamertjes moeten delen en waar ze met z’n dertigen in een woning zitten. Hij gaat er vanuit dat de gemeente een rol kan pakken. Daar zou de gemeente terecht kunnen handelen. Hij vindt het zonde om te wachten op de regiotafels. Wethouder Voortman zet uiteen dat het college er op afgaat wanneer het meldingen krijgt over problemen. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat precies het probleem. Deze groep blijft buiten beeld. Die meldingen krijgt de gemeente niet. Hij dringt er daarom op aan actief contact op te nemen met de partners en van hen te horen welke partijen dat zijn en waar de huisvesting zit en daar actief de inspectie op af sturen. Hij dringt erop aan zelf de regie te pakken.
Wethouder Voortman bevestigt dat het college die contacten heeft met organisaties in de stad. Zij heeft niet de idee dat het college die signalen niet kan krijgen. Partijen kunnen elkaar vinden. Zij vraagt naar wat er op dit moment dan nog ontbreekt. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat door simpelweg contact op te nemen, gebleken is dat honderden mensen werkzaam zijn bij de onverbeterlijke schoonmaakbedrijfjes en daar ook met onfatsoenlijk huisvesting zitten. Hij licht toe dat de gemeente het verschil kan maken door de inspectie actief in te zetten. Die actieve houding ontbreekt op dit moment. Hij pleit ervoor dat op te pakken. Wethouder Voortman benadrukt dat wanneer het college signalen krijgt, het college die oppakt, binnen het kader van de aanpak huisjesmelkers. Het college doet volgens haar wat de heer Van der Zweth haar vraagt. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de wethouder bereid is om naar de mensen toe te gaan met het voorstel samen in beeld te krijgen welke adressen er zijn om dan vervolgens aan de slag te gaan met het Huisjesmelkersteam en met het Huurteam. Wethouder Voortman deelt mee dat momenteel de adressen op tafel komen. Zij kan de vraag stellen of adressen bekend zijn waar dit speelt. Zij zal de commissie informeren over hoe de contacten verlopen. Zij vervolgt.
EU-burgers die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, hebben recht op een voorziening en die worden beschouwd als Nederlanders. Dan wordt het staand beleid rond het postadres gevolgd. De mensen moeten zelf Wonen, werken, registratie en verzekerd zijn regelen. Met een postadres wordt een andere route gefaciliteerd dan de arbeidsmigranten wettelijk moeten doen. Dat is zeer onwenselijk omdat dan de vestigingsregels worden ondermijnd. Dan word registratie-spookbewoning gecreëerd. Maar ook zwarte verhuur kan via een postadres gelegaliseerd worden. De wethouder vindt dat onwenselijk. Wel is het mogelijk een enkele keer een uitzondering te maken bij medische omstandigheden via Barka en volksgezondheid. Het college doet dat ook. Wanneer dit standaard mogelijk gemaakt wordt, kan de gemeente illegale omstandigheden juist faciliteren. Dat lijkt de wethouder niet wenselijk.
Pagina 35 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
1740
1750
1760
1770
1780
De heer Dekkers (GroenLinks) spreekt niet over de mensen die ergens illegaal wonen, maar wel over de groep die op straat gekomen is, zonder adres en daardoor in de problemen. Die kunnen veel baat hebben bij een postadres. Wethouder Voortman geeft deze vraag door aan haar collega wethouder Van Ooijen. Zij vervolgt haar beantwoording. In Utrecht zijn vooral arbeidsmigranten verbonden aan de kennisinstituten, zoals de universiteit of hogeschool. De huisvesting van die personen ziet het college niet als een taak van de gemeente. In Utrecht zijn geen grote Polenhotels maar een paar werkgevers hebben wel woningen verkregen waar die doelgroep vervolgens blijft. Relatief weinig ongeschoolde arbeidsmigranten komen naar de gemeente Utrecht. Het college ziet dan ook niet de noodzaak tot het opstellen van een afzonderlijk lokaal arbeidsmigrantenbeleid zoals dat in sommige regio's wel gebeurt. Dan gaat het vooral om seizoensarbeid. Het college wil graag de huisvesting van arbeidsmigranten regelen binnen het reguliere huisvestingsbeleid. Daarop zet het college diverse instrumenten in die eraan bijdragen om problemen te signaleren en te ondervangen. In aantallen, wonen in Utrecht de meeste geregistreerde mensen uit de doelgroep in Overvecht en Zuidwest. Dan gaat het vaak om huurders van corporatiewoningen. In die wijken zijn ook de meeste sociale huurwoningen.
Vanuit de afdeling Wonen en ook vanuit Barka die samenwerkt met Buurtteams bij signalen, zijn er een beperkt aantal signalen over misstanden. Wanneer mensen huren van een corporatie, is huisvesting niet het vraagstuk. Met het regionale pilot goed Verhuurderschap komt het college arbeidsmigranten tegen. Dat is bijvoorbeeld het geval in Stichtse Vecht. Dat speelt vooral omdat daar de overlast ontstaat. Het is voor het Regionaal Huurteam niet gemakkelijk om daar binnen te komen. Maar het Huurteam komt ze soms tegen en kan ze dan zeker helpen. Vaak worden ze dan via via doorgestuurd door het Buurtteam of door andere mensen in de wijk. De bestaande instrumenten die ook van toepassing zijn op misstanden waarmee arbeidsmigranten te maken hebben, zijn bestuursrechterlijk, handhavend of via de reguliere handhavingsinstrumenten, bijvoorbeeld bij het constateren van overbewoning, brandonveilige situaties, achterstallig onderhoud of op basis van risicosignalen vanuit de landelijke aanpak adreskwaliteit en de landelijke stuurgroep Interventieteams. Binnen de gemeentelijke aanpak Huisjesmelkers richt het college zich op pandeigenaren die stelselmatig in overtreding zijn. Daarnaast verbreedt het college binnen het pilot groepsverhuurderschap deze aanpak naar de regio om een waterbedeffect tegen te gaan.
Op grond van het woonbeleid zorgt het college voor passende woningen van voldoende kwaliteit voor iedereen. Daarbij is aandacht voor alle kwetsbare bewoners, studenten, jongeren, zorgbehoevenden, ouderen en ook arbeidsmigranten. Eind 2019 heeft de raad het beleid vastgesteld voor tijdelijk verhuur van woningen en daarnaast is er ook beleid voor het splitsen en omzetten van woningen. In de APV zijn de plaatselijke regels over openbare orde en veiligheid. Het college heeft ook meer mogelijkheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. Zij noemt ook de mogelijkheid voor het invoeren van een verhuurdersvergunning. Die biedt in de toekomst meer mogelijkheden om schrijnende situaties met huisbazen die zich als slechte verhuurder blijven gedragen, aan te pakken zodat het college huurders kan beschermen. Dan ontbreekt daarvoor nu nog de juridische basis. Het college is al druk met de voorbereiding van de toekomstige eis. Op korte termijn wordt de raad hierover geïnformeerd. Dit zal ook meegaan in haar toegezegde brief over wonen. Bovendien is het college bezig met een lobby voor een bemiddelaarsPagina 36 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
1790
1800
1810
1820
1830
vergunning. Het college wil graag een landelijke generieke bemiddelingsvergunning voor verhuurbemiddelaars met daaraan gekoppeld een registratieplicht. Het VerweyJonker instituut adviseert ook om die in te voeren, zoals ook voor taxateurs geldt. Dat moet bij voorkeur landelijk worden ingevoerd omdat anders mogelijke verplaatsingseffecten optreden naar andere gemeenten. De voorzitter nodigt de wethouder uit haar beantwoording zo kort mogelijk te houden. Wethouder Voortman vervolgt met in te gaan op uitzendbureaus en werkgevers. Als het gaat om samenwerking met de arbeidsinspectie, de vakbond en anderen om toe te zien op werksituaties, is op beide punten vooral de commissie Roemer ingegaan en die heeft aangegeven dat dit vooral op rijksniveau ligt bij onder andere het ministerie van SZW. Daar ligt vooral de verantwoordelijkheid, niet bij de gemeente. De wethouder gaat in op het advies van de commissie Roemer. Het college steunt het uit elkaar halen van werk en huisvesting. Werkgevers die arbeidsmigranten in dienst nemen, maken vaak gebruik van specifieke uitzendbureaus waarmee de gemeente niet direct contact heeft. De uitzendbureaus waarmee de gemeente samenwerkt, zijn inderdaad vaak de andere uitzendbureaus. De wethouder heeft begrepen dat juist de heer Roemer zegt dat het weinig zin heeft dat de gemeente het zelf gaat doen. De gemeente kan lokaal het net niet sluiten.
De gemeente heeft de expertise er niet voor en niet de contacten; dit moet landelijk opgepakt worden. Mevrouw Podt (D66) kan een heel eind meegaan met de wethouder. Haar vraag ging vooral over of zeker is dat de uitzendbureaus en de werkgevers waarmee de gemeente werkt, zich niet begeven in dit soort praktijken. Zij vindt dat belangrijk om te onderzoeken. Wethouder Voortman herhaalt haar antwoord dat het vaak specifieke uitzendbureaus zijn waarmee de gemeente geen contacten heeft. Zij wil deze vraag wel terug leggen bij de ambtelijke ondersteuning: of dit zeker is. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het jammer dat de wethouder hierop niets wil doen. De wethouder zegt dat op lokaal niveau het net niet te sluiten is. Het is mogelijk om contact op te nemen met de arbeidsinspectie en de inspectie te vragen daarop gericht te acteren wanneer de gemeente deze signalen kan doorgeven. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder specifiek daarop en waarom Rotterdam dit wel zou kunnen. Wethouder Voortman antwoordt dat het niet een kwestie is van niet willen. Zij heeft gezegd dat het college goed geluisterd heeft naar de heer Roemer. Zij herhaalt de zojuist gegeven informatie. De heer Van der Zweth (PvdA) kreeg geen antwoord op de vraag waarom de gemeente de signalen niet kan doorgeven aan de arbeidsinspectie en ook geen antwoord op de vraag waarom Rotterdam het wel kan.
Hij heeft de indruk dat het college het niet wil. Wethouder Voortman antwoordt dat het college die signalen niet heeft. Dan zouden die signalen van andere partijen moeten komen. Die andere partijen kunnen ook contact leggen met de arbeidsinspectie. Zij weet uit ervaring dat bijvoorbeeld de FNV heel goed de weg weet te vinden naar de arbeidsinspectie. Zij zou het vreemd vinden wanneer dat via het college zou gaan. Een opmerking is gemaakt over kinderen die niet naar school gaan. Als het gaat om leerplicht heeft de gemeente wel een verantwoordelijkheid. Het college kent die signalen niet. Als er mensen zijn die kinderen kennen die niet naar school gaan, verneemt zij die informatie graag. Pagina 37 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
1840
1850
1860
1870
1880
Gemiste vragen De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de wethouder begon over de coördinerend wethouder. Die vraag heeft ze duidelijk beantwoord. Zijn fractie had een pleidooi voor een samenhangende aanpak. Die werd bij Wonen nog even genoemd. Zijn fractie vindt het voor Wonen niet nodig; zijn fractie bedoelde meer overkoepelend: meer coördinerend beleid op die groep. Ook al zitten er verschillende beleidsonderdelen bij verschillende wethouders en bij verschillende afdelingen. Hierop heeft hij nog geen reactie gehad. Wethouder Voortman antwoordt dat haar reactie in lijn is met het coördinerend wethouderschap, juist omdat het gaat om verschillende soorten problemen. Om die reden is die samenhang er vaak niet. Een arbeidsmigrant die woonproblemen heeft, heeft meer gemeen met een niet-arbeidsmigrant die te maken heeft met een malafide verhuurder, dan met een andere arbeidsmigrant die misschien problemen heeft op het gebied van zorg. Dan heeft het haars inziens weinig zin om daaromheen een apart schot te zetten. De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat dat juist wel samenhangt: wanneer ze hun werk verliezen, verliezen ze hun huis en verliezen ze hun zorgverzekering en zij verliezen het contact met de overheid omdat ze de taal niet spreken. Hij begrijpt uit het antwoord dat de wethouder er anders in staat dan de fractie van de PvdA.
Wethouder Van Ooijen gaat in op de vragen rondom zorg, dakloosheid en taal. Hij gaat eerst in op de maaltijdvoorziening in de opvang na 1 juni. Tot 2 juni zijn de maaltijden in de corona-opvang. Tot 1 augustus is voor de groep ongedocumenteerden opvang geregeld via de bus. Ook in onder meer de dagopvang zijn voor EUmigranten in de komende periode maaltijdvoorzieningen. Met betrekking tot zorg en zorgverzekering stelt GroenLinks de vraag hoe ervoor te zorgen dat de Buurtteamorganisaties goed zijn aangesloten op de leefwereld van deze groep. Er is momenteel een medisch spreekuur in de dagopvang. Dat helpt enorm om deze groep goed in beeld te krijgen, juist op dit punt. Wanneer mensen niet verzekerd zijn, is er een regeling die de noodzakelijke zorg financiert via de GGD en Volksgezondheid. Ook op dit punt ziet het college een aantal verbeteringen die noodzakelijk zijn, in lijn met wat de commissie Roemer daarover heeft gezegd. Het college neemt dat mee in de brief in Q4 die wethouder Voortman zojuist heeft genoemd. De wethouder zal nagaan of de Buurtteamorganisaties hierop beter geëquipeerd kunnen worden. Hij zal nagaan of daarover afspraken te maken zijn met de Buurtteamorganisaties en ook over hoe zij dit zien. Met betrekking tot de opvang, vooral voor de groep die afglijdt, zag het college daarover ook een motie.
Daarin is het ruimhartig geweest ook in de afgelopen raadsvergadering. De commissie noemde nog een aantal mogelijke invullingen. Hij hoorde de straatpsychiater genoemd worden, en toelatingscriteria, de wethouder gaf zelf ook een aantal kaders aan, vooral in combinatie met andere steden en de financiering vanuit VWS. Het college gaat hard aan de slag om na te gaan hoe ver het kan komen. Hij hoopt dat andere steden meedoen en dat betrokkenen tot een goed plan kunnen komen. Hij tekent hierbij aan geen garantie te hebben. Hij hoopt dat de raad hem daarop niet afrekent. Hij kan niet met een plan komen wanneer de kaders niet ingevuld zijn. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) merkt op dat het enerzijds gaat om waarom de motie van vorige week vroeg: doe dit breder, ook vanwege het waterbed, vanwege de aanzuigende werking, et cetera. In Utrecht ligt een andere invulling dan in Pagina 38 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
1890
1900
1910
1920
1930
Rotterdam of Amsterdam. Het gaat om ongeveer 70 mensen. Hij vraagt of de wethouder kan aangeven of er voor die groep een op-maat-oplossing te vinden is, zowel G4 als ook Utrecht. Wethouder Van Ooijen antwoordt dat het zeker niet de insteek is om een one size fits all oplossing te vinden. In die zin is hij het eens met mevrouw Streefland. In die zin is de LVV-aanpak een schaduw die te volgen is omdat tussen steden in dat opzicht ook duidelijke verschillen zijn. De aanpak in Rotterdam op ongedocumenteerden is van een andere snit dan die in Groningen of Utrecht en toch werken de steden met elkaar samen en ook met het ministerie van Justitie in dit geval. Hier geldt in die zin wel eenzelfde wenkend perspectief als partijen daartoe echt komen. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) dankt de wethouder voor zijn antwoord. Volgens haar zijn er nog voldoende instanties waarmee de wethouder veel samenwerkt in de stad die ook heel graag hierover meedenken. Zij vraagt of zij hierin een grote stem kunnen hebben. Wethouder Van Ooijen antwoordt bevestigend. Hij is van mening dat partijen elkaar ook goed moeten kunnen vinden. Hij weet dat er stijl- en ideeënverschillen zitten tussen bijvoorbeeld wat Barka voor ogen heeft en het Leger des Heils. De wethouder heeft ook hen gevraagd elkaar op te zoeken en met een integratie van ideeën te komen en daarin goed uit te wisselen.
Dat is nog niet allemaal uniform. Hij komt daarover terug bij de commissie op een geëigend moment. Hij vervolgt zijn beantwoording. De wethouder waarschuwt de commissie voor Een postadres voor de hele groep dakloze EU migranten; daarmee is iets te legitimeren dat het stadsbestuur juist wil voorkomen. Hij voegt hieraan toe dat het college zo nu en dan een uitzondering maakt, vooral voor de medisch kwetsbare daklozengroep. Die werkwijze zou het college willen vasthouden. Met een uitbreiding zou een te grote groep meegenomen worden. De wethouder gaat in op inburgering en taal voor deze groep. Hij zet uiteen dat voor deze groep geen wettelijke plicht is om in te burgeren. Ten tweede is er niet altijd de behoefte om in te burgeren. En ten derde heeft de gemeente geen financiering voor de inburgering. Redenen genoeg om hierover terughoudend te zijn. De wethouder weet dat er een aantal informele taalaanbieders is dat deze groep op de korrel heeft. Hij kan zich voorstellen dat het goed is om met hen het gesprek te voeren om na te gaan wanneer deze aanbieders deze groep zien, welke groep dat is en wat zij als de nodige behoefte zien en het taalaanbod. Deze vraag zal hij expliciet neerleggen bij de informele taalaanbieders die deze groep zo nu en dan tegenkomt. Eerder beloofde de wethouder bij de inburgeringaanpak om ook specifiek terug te komen op de Welkomst-Huizen.
Hij kan nagaan of deze huizen voor deze groep een oplossing kunnen zijn; mevrouw Podt suggereerde dat in haar bijdrage. De vraag is gesteld of de gemeente Barka een grotere financiering zou moeten geven omdat er op hun bordje zoveel taken liggen en om de groep beter in beeld te brengen. Zij kregen in de afgelopen periode wel iets meer financiering; dat ging vooral over Zuid-Europese arbeidsmigranten. Het college financiert Barka in combinatie met middelen vanuit Den Haag; dat is ongeveer een fifty-fifty-verdeling. Met een eventueel plusaanbod komt het college op de lobby uit. De wethouder zal nagaan of Barka naar behoefte kan uitvoeren wat ze aan taken hebben. Het reizen van stad tot stad en de lobby richting het Rijk zijn beide punten die zeer van toepassing zijn, vooral als het gaat om de opvang van de groep die echt tussen wal en schip beland is. In algemene zin is dat niet per se de realiteit. Het geldt vooral
Pagina 39 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
voor de groep die op straat terecht is gekomen en zonder rechten verblijft in Nederland. Gevraagd is hoe het staat met de vaccinatie. De gemeente is vandaag begonnen met de vaccinatie van ook deze specifieke groep. Maximaal wordt ingezet om dat te bereiken vóór het sluiten van de nachtopvang. In ieder geval zou voortzetting van de vaccinatie in de dagopvang ook een optie zijn. Daarvoor moet wel ruimte zijn. De bereidheid is tot nu toe hoger dan in eerste instantie werd aangenomen. Dat stemt de wethouder positief. 1940
Gemiste vragen Geen.
1950
1960
1970
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties hieraan nog een vervolg willen geven. De heer Van der Zweth (PvdA) dankt de wethouders voor hun beantwoording. Hij hoorde een paar mooie dingen over de registratie en over de zorg en de Buurtteams en de verbetering daarin. Hij heeft geen samenhangende aanpak horen toezeggen, op wonen en hij kreeg niet te horen wat hij wilde horen en idem dito geldt wat hem betreft voor Werk. Hij denkt aan een vervolg richting raad. Hij wil dat bespreken met zijn collega's in de fractie. De voorzitter recapituleert de gedane toezeggingen. Wethouder Voortman zal een brief sturen naar de raad in Q4.
Daarin zal een terugkoppeling komen op (1) wat is gekomen uit onderzoek tijdelijke verblijfplaats, (2) de uitkomst van de vergelijking van de bestanden NRI en UWV of er arbeidsmigranten zijn die hier langer verblijven dan vier maanden, (3) terugkoppeling / stand van zaken van de look and feel van de website IWCR in relatie tot de doelgroep arbeidsmigranten en het maken van een link naar de website Work in NL, (4) de terugkoppeling over de stand van zaken in de gesprekken met Barka en het Huis voor Vrede over wat er nog te verbeteren is voor de bestaande belangenbehartigers van de EU- arbeidsmigranten, (5) een toelichting op hoe de contacten met partners verlopen als het gaat om melding van misstanden van huisvesting, (6) terugkoppeling op de uitvraag over uitzendbureaus waar de gemeente mee samenwerkt over bijdrage aan eventuele misstanden, (7) terugkoppeling over verdere verbeteringen op het terrein van noodzakelijke zorg en equipering van de Buurtteamorganisaties, (8) terugkoppeling op de gesprekken met informele taal aanbieders over wat er nog ontbreekt voor deze groep, (9) terugkoppeling onderzoek regionale aanpak (als dit eerder kan dan Q4, komt de wethouder hier eerder richting de raad in een brief op terug). De heer Dekkers (GroenLinks) noemt nog een: terugkoppeling over het onderzoek en het gesprek over de regionale aanpak.
Wethouder Voortman deelt mee dat 9 juni dit besproken wordt in de U16; de wethouder kan geen datum noemen. Over de datum zal zij nog terugkomen bij de commissie. Als het eerder kan, levert het college het eerder en anders in diezelfde al toegezegde brief in Q4. De voorzitter schorst de vergadering om 16.30 uur tot 20.00 uur.
1980
Pagina 40 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
Verslag openbare avondvergadering commissie Mens & Samenleving Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag 1990
27 mei 2021 Hal, stadhuis mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen De voorzitter, dhr. J. Wijmenga en mw. C. van Dun, de wethouders, mw. A. Klein, dhr. M. van Ooijen, de leden, dhr. B. van Steeg (CDA), mw. H. Assen (PvdA), dhr. D. Gilissen (VVD), mw. E. Bijsterbosch (D66), dhr. F. Boudens (SP), dhr. P. Zwanenberg (GroenLinks), mw. T. Sturkenboom (Student&Starter), mw. L. de Vries (PvdD), dhr. J. Wijmenga (ChristenUnie), dhr. H. Bakker (D66), mw. J. Kleinrensink (GroenLinks), dhr. L. Bosse (PvdA), dhr. M. van Dalen (VVD), dhr. I. Simsek (DENK), dhr. N. Temming (Stadsbelang Utrecht)
Afwezigen Er zijn geen afwezigen gemeld. 2000
Verslag vergadering commissie Mens & Samenleving 1. Opening en mededelingen.............................................................................. 4- 41 8. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022-2025 Het Utrechts Archief 4- 41 9. Raadsvoorstel Utrechtse sportagenda .................................................................. 45 LIJST VAN TOEZEGGINGEN ................................................................................... 59
1. 2010
Opening en mededelingen
De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur en heet iedereen die meekijkt van harte welkom. Hij meldt dat er iets mis is gegaan met de spreektijden. De resterende spreektijden zijn niet geadministreerd. De voorzitter concludeert na bespreking, dat fracties vanavond hun spreektijd met twee minuten mogen overschrijden.
8. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 20222025 Het Utrechts Archief De voorzitter constateert dat het raadsvoorstel in de volgende raadsvergadering vastgesteld moet worden om ervoor te zorgen dat een en ander op tijd bij het bestuur is. De heer Gilissen (VVD) geeft aan dat hij de heer De Pagter vervangt. Allereerst wil de VVD-fractie waardering uitspreken voor het mooie en belangrijke werk dat het Pagina 41 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2020
2030
2040
Utrechts Archief uitvoert. De VVD heeft de zienswijze gelezen in het licht van de meest actuele ontwikkelingen bij het Utrechts Archief en die waren niet direct positief. Zo was er een groot informatiebeveiligingslek. De fractie ziet gelukkig in het stuk terug dat in het risicomodel rekening wordt gehouden met dit soort zaken. Het voorstel is nu om het weerstandsvermogen op 1,1 te houden. Dit is aan de ruime kant. Hoe kijkt de wethouder er tegenaan als het weerstandsvermogen op 1 gezet zou worden? Hiermee wordt incidenteel 50.000 tot 60.000 euro vrijgespeeld. Dit geld zou gebruikt kunnen worden om de grootste opgave die de VVD ziet namelijk het digitaliseren van de collectie en het op orde brengen van de informatiebeveiliging, te realiseren. Verder kan de fractie zich goed vinden in het voorstel van het college. Mevrouw Bijsterbosch (D66) constateert dat het Utrechts Archief goed aan de slag is gegaan sinds vorig jaar. De financiële impact en de risico’s van de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regeling, zijn meer inzichtelijk gemaakt. Graag hoort D66 van het college of de risico inschattingen als realistisch worden geacht. Als dit zo is, dan komt het weerstandsvermogen op 1,1. De vraag van de VVD hieromtrent vindt D66 interessant. Verder zou misschien ook kritisch gekeken kunnen worden naar de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan het Utrechts Archief.
Graag een reflectie van de wethouder. Tot slot deelt de fractie de complimenten van het college voor de ontwikkeling van de effectindicatoren. Tegelijkertijd doet D66 de oproep om deze minder vaag te maken. Wat wordt bijvoorbeeld bedoeld met ‘duurzaam digitaal beheer is going concern’? Fijn dat dit al aandacht krijgt in de zienswijzebrief. De heer Gilissen (VVD) geeft aan dat het ook fijn zou zijn als tussenstappen worden geformuleerd. De VVD wil dat de indicatoren ook scherper worden gemaakt door deze meer meetbaar te maken. Mevrouw Bijsterbosch (D66) zegt zich daarin te kunnen vinden.
2050
2060
2070
Mevrouw Assen (PvdA) constateert dat erdoor de eenzijdige uittreding van het Rijk zorgen zijn bij het Utrechts Archief en de gemeente. De PvdA deelt deze zorgen. Na een uitvoerig gesprek met het Utrechts Archief stelt de fractie de vraag, voor welk probleem dit nu een oplossing is. De partij verstaat de eenzijdige beslissing van het ministerie, zonder enige visie, niet onder goed bestuur. Deelt de wethouder dit en is dit doorgegeven aan het ministerie in de overleggen? Waaruit bestaan of bestonden acties richting het ministerie en welke resultaten hebben die gehad of wat voor resultaat wordt nog verwacht? Er bestaan ook zorgen over het tijdspad dat het ministerie wil volgen qua uittreding. Wordt er verwacht dat het tijdspad nog opgerekt kan worden? Dan het e-depot. Het voelt inefficiënt dat er is geïnvesteerd om dit regionaal vorm te geven en dat het nu weer wordt gecentraliseerd en regionale centra een en ander zelfstandig moeten gaan doen. Hierbij zou het funest zijn als dit ook in financieel opzicht een aderlating gaat zijn. Hoe ziet de wethouder dit en wat is hieraan te doen? Welke toekomstscenario’s zijn er en in welke mate wordt opgetrokken samen met de provincie? De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de CDA-fractie zich in grote lijnen kan vinden in wat erin de zienswijze staat. De fractie sluit zich bij de opmerking van D66 over de duidelijkheid van de effectindicatoren.
Een ruimer weerstandsvermogen is niet onverstandig gezien de onzekerheid die de toekomst biedt. Die onzekerheid is ook ontstaan door de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regeling. Verder vraagt het CDA of er een verschil van visie is tussen het ministerie en het Utrechts Archief. Mevrouw Bijsterbosch (D66) begrijpt dat het CDA vindt dat een ruimer weerstandsvermogen gewenst is. Hoe kijkt het CDA naar de risico inschattingen zoals het Utrechts Archief die heeft opgeschreven? Zijn die dan niet realistisch? Pagina 42 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat er stappen vooruit zijn gemaakt maar dat er ook veel onzekerheid is voor de toekomst. 2080
De heer Gilissen (VVD) merkt op dat de financiële risico’s die nu voorzien worden zijn afgedekt. Er moet wellicht gekeken worden of het risicomodel klopt. Binnen het model moet misschien meer gereserveerd worden voor de risico’s. De heer Van Steeg (CDA) vindt de interpretatie van de heer Gilissen juist. Hij vraagt aan de wethouder wat precies het risico is van de uittreding van het Rijk.
2090
2100
De heer Boudens (SP) geeft aan dat de SP de zienswijze in grote lijnen een aardige visie op de archiefbegroting vindt. Soms spreekt er wel wantrouwen uit de brief richting het archiefbestuur. De fractie heeft moeite met de zin ‘we vragen het Utrechtse Archief om deze verbetering door te zetten en toe te werken naar uitsluitend meetbare effectindicatoren’. De fractie heeft moeite met het woord ‘uitsluitend’. De zaken waarvoor het Utrechts Archief ter aarde is, laten zich moeilijk kwantitatief uitdrukken. Het archiefbestuur mag wat meer vertrouwen krijgen en zou ook moeten mogen werken met kwalitatieve effectindicatie. In de raadsbrief van 20 april staat dat onduidelijk is wat precies de financiële impact is op de regionale historische centra (RHC) van de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regeling. Het college stelt ook voor aan het Utrechts Archief te schrijven in de ontwerpbegroting beter rekening te houden met de consequenties van de uittreding. Hoe kan aan het archief iets gevraagd worden wat de gemeente zelf ook niet goed kan inschatten? Tot slot is het fijn als afkoringen in ambtelijke stukken tenminste een keer voluit geschreven worden. De heer Zwanenberg (GroenLinks) sluit aan bij de opmerking van de SP over de afkortingen. Daarnaast kan GroenLinks zich grotendeels vinden in de zienswijze. De partij heeft ook zorgen over de uittreding van het Rijk.
Het Utrechts Archief is verder een fantastische organisatie, een soort museum van de stad. Er zijn verstandige vragen gesteld maar GroenLinks sluit ook aan bij de opmerking van de SP over waarvoor het Utrechts Archief ter aarde is.
2110
2120
Wethouder Klein dankt voor de inbreng van de commissie. Zij wijst erop dat de brief niet van het college is maar van de raad. Vervolgens gaat zij in op de vraag van de VVD over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen komt nu uit op 1,1 terwijl de norm 1 is. Het gaat dan om 54.000 euro. Dit is niet heel veel geld waardoor het college ervoor kiest om het weerstandsvermogen zo te laten. Er is gevraagd of de structurele bijdrage verlaagd zou kunnen worden. Het is echter maar een keer dat het weerstandsvermogen op 1,1 uitkomt. Met betrekking tot de aangekondigde uittreding van het Rijk merkt zij op, dat toen dit voor het eerst werd benoemd, er niets helder was. Op dit moment wordt stap voor stap een en ander iets meer ingekaderd. Dit is de ook de reden waarom een en ander nog niet volledig in de risicoparagraaf is opgenomen. Voor de analoge collectie is inmiddels duidelijk dat het Rijk hierbij betrokken blijft en financieel zal blijven bijdragen. De heer Gilissen (VVD) constateert dat, rekening houdend met risicomanagement het archief nog net iets te ruim ‘in zijn jasje zit’. Ziet de wethouder dit ook? En kan in de zienswijze duiding gegeven worden aan die 0,1 extra? Mevrouw Bijsterbosch (D66) vraagt als het weerstandsvermogen op 1,1 blijft of de risico inschattingen realistisch zijn. Misschien kan de tekst hieromtrent in de zienswijze scherper worden geformuleerd.
2130
Wethouder Klein antwoordt op de vraag van de VVD, dat in de zienswijze opgenomen kan worden waar de raad het gedeelte dat boven de 1 uitkomt voor wil gebruiken. Tegen D66 zegt zij dat het realistische risico inschattingen zijn. Vervolgens gaat zij in op de effectindicatoren. Er zijn duidelijk herkenbare Pagina 43 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2140
verbeterslagen gedaan. In reactie op de SP zal zij verder nog iets zeggen. D66 heeft gezegd dat men er nog niet is wat de effectindicatoren betreft. In de zienswijze staat dat hierop gelet moet blijven worden. De PvdA vroeg hoe de aankondiging van uittreding van het Rijk wordt ervaren. Het heeft de wethouder verbaasd dat eerst een conclusie werd gecommuniceerd zonder dat daarbij een goede onderbouwing bij werd gegeven en zonder dat de consequenties werden aangegeven. Het kost ook moeite en tijd om deze zaken duidelijker te krijgen. Het Utrechts Archief heeft het standpunt ingenomen hier niet mee akkoord te zijn. Er wordt overigens samen met de provincie opgetrokken. Als het Rijk uit de gemeenschappelijke regeling stapt dan blijven de provincie en gemeente over in de regeling. De provincie en de gemeente willen weten wat mogelijke juridische en financiële consequenties zijn. Deze worden in kaart gebracht en vervolgens aan de raad gecommuniceerd. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de toets die wordt uitgevoerd, een juridische gang naar de rechter kan impliceren.
2150
2160
Wethouder Klein antwoordt dat zij in theorie denkt dat dit zo is maar zij heeft nog niet helemaal scherp hoe een en ander gaat. Het is vooral belangrijk om met elkaar te kijken naar met welk doel de gemeenschappelijke regeling is opgericht. Verder zijn er al dingen helder geworden over het analoge archief en dat is goed nieuws. De SP heeft aangegeven dat iets meer vertrouwen gegeven moet worden en dat niet alleen maar gestuurd moet worden op effectindicatoren. Vanuit de raad is het verzoek geweest om op deze manier te sturen. De wethouder hoopt dat dit terug herkend wordt. De oproep om afkortingen eerst voluit te schrijven neemt zij ter harte. De CDA-fractie vroeg hoe vanuit het ministerie en het Utrechts Archief naar een en ander wordt gekeken. Hier is zij al op in gegaan. Het is belangrijk dat het ministerie zich realiseert dat het een verantwoordelijkheid heeft. Tot slot dankt zij GroenLinks voor de steun voor de zienswijze. De voorzitter constateert dat de tweede termijn ingaat. De heer Gilissen (VVD) stelt voor in de zienswijze op te nemen dat het ruime weerstandsvermogen wordt gezien als extra verzekering voor risico’s die gepaard gaan met het terugtrekken van Rijk en de uitdagingen op het gebied van ICT en informatiebeveiliging.
2170
Mevrouw Bijsterbosch (D66) kan zich vinden in de woorden van de heer Gilissen. Daarnaast ziet D66 graag dat de aansporing wordt opgenomen, dat het Utrechts Archief het weerstandsvermogen terugbrengt naar 1 als de extra 0,1 niet meer nodig is voor risico’s zoals benoemd door de heer Gilissen. De heer Van Steeg (CDA) sluit ook aan bij de woorden van de heer Gilissen. Verder is het fijn dat de wethouder de commissie op de hoogte zal houden van de ontwikkelingen met het Rijk. 2180
Wethouder Klein geeft aan dat de zin die de heer Gilissen voorstelt in een strekt ter vervanging toegevoegd zal worden. De aansporing van D66 zal ook worden opgenomen. Tot slot zal zij in ieder geval voor het eind van het jaar de commissie informeren over hoe de zaken ervoor staan. De voorzitter concludeert dat dit agendapunt een B-punt wordt omdat er een strekt ter vervanging komt. Er zal een bespreektijd van vijf minuten worden gehanteerd. Hij herhaalt de toezegging. Wethouder Klein informeert de commissie, voor het eind van 2021, over de toets die plaatsvindt na de uittreding van het Rijk.
2190
De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten. Pagina 44 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
9. Raadsvoorstel Utrechtse sportagenda De voorzitter constateert dat het college met dit raadsvoorstel de raad vraagt om de ambitie en thema’s voor het sportbeleid in de stad vast te stellen. Het college vraagt ook om de bestaande sportnota te verlengen tot tenminste 2023. Verder is er vorige week een raadsinformatiebijeenkomst over dit onderwerp gehouden.
2200
2210
Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat voor de PvdD betaalbare en gevarieerde sportmogelijkheden ontzettend belangrijk zijn. In de sportagenda zijn mooie spelprincipes opgezet. De fractie wil een aantal zaken aanstippen. Er is ruimtegebrek in een groeiende stad als Utrecht. Samenwerking tussen sportverenigingen dient aangemoedigd te worden om zo, zo optimaal mogelijk gebruik te kunnen maken van de ruimte. Het slim gebruiken van multifunctionaliteit van ruimtes is daarnaast ook een mooi plan. Verder zouden kleinere, tijdelijke braakliggende terreinen gebruikt kunnen worden voor de functie sport. Graag reactie van de wethouder. Sporten in de openbare ruimte groeit. Het is mooi om te zien dat het college dit herkent en hierop inspeelt. De PvdD is hieromtrent wel alert want sport mag niet ten koste gaan van groen en ruimte voor dieren. De partij ziet in dit verband graag dat huidige sportfaciliteiten worden vergroend. Kan de wethouder toezeggen hier werk van te maken? De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt of nu sport of groen de voorkeur heeft van de PvdD.
2220
2230
Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat sport in de openbare ruimte een goed idee is. Sporten kan in het groen. Zij vervolgt haar bijdrage. Uit de raadsinformatiebijeenkomst bleek dat er nog gesprekken gevoerd gaan worden over de invulling van sport en bewegen in de openbare ruimte. Met wie worden deze gesprekken eigenlijk gevoerd en wordt er ook gesproken met deskundigen en belanghebbenden op het gebied van groen? En worden omwonenden ook betrokken bij het maken van deze plannen? Verder is het mooi om te zien dat het college onderzoekt hoe parkeerplekken omgetoverd kunnen worden tot sportfaciliteiten en dat het college inwoners stimuleert om de fiets te pakken. De partij is ook benieuwd naar de uitkomsten van onderzoek naar dubbel grondgebruik. Wanneer kan de raad deze uitkomsten verwachten? Vervolgens merkt de fractie op dat gezond stedelijk leven meer is dan sport. Voldoende groen en klimaatadaptatie zijn ook belangrijk net als de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van gezonde en duurzame voeding, ook in sportkantines. Kan de wethouder toezeggen dat in alle Utrechtse sportkantines gezond en duurzaam voedsel beschikbaar zal zijn? De PvdD vraagt zich af of het niet zinvoller is om geld dat in sport wordt gestoken, direct in breedtesport te steken en niet in prestigeprojecten en in evenementen voor topsport. Graag een reactie.
Tot slot vraagt de fractie de wethouder om een toezegging. Mochten er sportvelden toegevoegd moeten worden, kunnen er dan geen kunstgrasvelden worden aangelegd? Daarnaast moet op geen enkel bestaand kunstgrasveld gebruik gemaakt worden van rubbergranulaatkorrels of TPE. De heer Bakker (D66) merkt op dat topsport en breedtesport elkaar kunnen versterken.
2240
Mevrouw De Vries (PvdD) beaamt dat een topsportevenement jongeren en kinderen kan stimuleren om te sporten. De PvdD denkt dat dit ook op andere manieren kan. Het geld dat naar sport gaat, dient vooral naar sportfaciliteiten te gaan. De heer Wijmenga (ChristenUnie) zegt dat hij enthousiast wordt van de sportagenda. De ChristenUnie vraagt zich alleen wel af hoe nu de ‘vinger aan de pols’ wordt gehouden. Komen er indicatoren in de begroting? Verder is het de partij niet helemaal duidelijk hoe nu in de praktijk de verbinding wordt gelegd met het Pagina 45 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
programma gezondheid. Is er bijvoorbeeld samenwerking tussen de gemeentelijke programma’s Sport en Volksgezondheid? 2250
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt hoe de link is gelegd met het sociaal domein. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) merkt op dat tijdens de raadsinformatiebijeenkomst bleek dat verenigingen ook kritisch zijn over de sportagenda omdat het als visiestuk wordt gezien met niet concrete doelstellingen. Hoe duidt de heer Wijmenga dit en wat moet anders of meer worden gedaan om uiteindelijk tot meer capaciteit te komen in de stad om sport te beoefenen? 2260
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat verenigingen tijdens de raadsinformatiebijeenkomst hebben gezegd dat zij tegen problemen aanlopen en dat zij het delen van capaciteit lastig vinden. Hij denkt dat verenigingen geholpen moeten worden om een stap te zetten. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) zegt dat in de sportagenda wederom wordt gezocht naar gezamenlijke uitgangspunten. Dit station is op een gegeven moment gepasseerd. Het is tijd voor meer actie.
2270
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat in de komende voorjaarsnota behoorlijk wat middelen worden vrijgemaakt voor het toevoegen van capaciteit. Dit zijn toch concrete daden. De heer Bosse (PvdA) merkt op dat met betrekking tot het zwembad in de voorjaarsnota alleen procesgeld is opgenomen. Verder denkt de PvdA dat de gemeente ook met ruimtelijke plannen moet komen.
2280
De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan dat de ChristenUnie samen met de PvdA bij de vaststelling van de plannen voor het Beurskwartier een amendement of motie heeft ingediend over het gebrek aan sportcapaciteit in dat plan. De ChristenUnie is dus wel bereid om samen op te trekken en problemen op te lossen. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de ChristenUnie vindt dat als binnenstedelijk wordt gebouwd, dat dit automatisch ten koste gaat van sportcapaciteit en verenigingen. Zo ja, moet de gemeente zich dan niet meer sturend opstellen om oplossingen te bieden? De heer Wijmenga (ChristenUnie) antwoordt dat het geen ‘of-of-verhaal’ hoeft te zijn, het kan ook ‘en-en’ zijn. In Kanaleneiland ging de forse uitbreiding van de IKEA gepaard met de aanleg van twee sportvelden op het dak.
2290
De heer Van Steeg (CDA) meent dat het college een meer sturende rol zou moeten aannemen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) beaamt dat een consistente lijn van het stadsbestuur nodig is. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt of, om meer capaciteit te creëren, niet meer dan twee keer per jaar gerapporteerd moet gaan worden. 2300
De heer Wijmenga (ChristenUnie) denkt dat bekeken kan worden of alle sporten goed in beeld zijn. De heer Bosse (PvdA) zegt tegen de ChristenUnie dat het ook een keer tijd is voor actie. Er dient vanuit het stadsbestuur een duidelijke lijn te komen. Hij vervolgt met zijn bijdrage. In de sportagenda staan goede ambities die de PvdA ondersteunt. Het Pagina 46 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2310
is alleen wel belangrijk dat de ambities ook concreet worden. Wanneer is de agenda nu eigenlijk geslaagd? Daarnaast vraagt de partij hoe de wethouder gaat waarborgen dat sport betaalbaar wordt en toegankelijk voor mensen met een beperking. Welke verbindingen worden gelegd met andere beleidsterreinen? Graag verdere uitwerking hieromtrent. Verder holt sportdeelname achteruit door corona en dit vraagt om concrete actie. De verdichting in de stad is dan nog niet eens genoemd. Ondanks dat er nu al tekort is aan ruimte voor sport, verzuimt het college om sport bij te plannen in bijvoorbeeld het Beurskwartier of de Merwedekanaalzone. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of de heer Bosse al naar de voorjaarsnota en de concrete ambities daarin voor sport heeft gekeken.
2320
De heer Bosse (PvdA) heeft de investeringen gezien. Er zit een aantal goede investeringen in de voorjaarsnota maar het is wel jammer dat weer een proces in wordt gegaan om tot een zwembad te komen. Daarnaast heeft hij het gevoel dat sport steeds het onderspit delft en dat andere ruimtelijke zaken voorrang krijgen. Misschien niet zozeer in financieel opzicht maar wel in ruimtelijk opzicht. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of de heer Bosse zijn gevoel ergens op kan baseren. Zij wijst op de barcode bij ruimtelijke ontwikkelingen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat mevrouw Kleinrensink tijdens de raadsinformatiebijeenkomst ook heeft gehoord dat er problemen zijn en dat er geen oplossingen zijn. Hoe kijkt zij daarnaar?
2330
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) herkent dat er meer nodig is en dat sportverenigingen knelling ervaren. Het beeld wordt alleen geschetst dat er helemaal niets gebeurt, er geen stappen worden gezet en er geen normen zijn. Hier verzet zij zich tegen. Er wordt geïnvesteerd en er worden stappen gezet. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat wijzen op investeringen verenigingen niet helpt. Er is behoefte aan meer sturing en overleg. 2340
De heer Bosse (PvdA) sluit zich volledig aan bij het verhaal van het CDA. De acties die worden gedaan zijn te weinig. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) beaamt dat er wel degelijk iets gebeurt. Het gaat hierbij om normen. De vraag is alleen of die normen die gehanteerd worden in de barcode, voldoende zijn. De heer Bakker (D66) vraagt of de heer Bosse ook vindt dat naast bijbouwen ook gekeken moet worden naar de bestaande capaciteit en combinaties daarin.
2350
De heer Van Dalen (VVD) sluit aan bij Student&Starter, de PvdA en het CDA. Verder denkt hij dat de polder Rijnenburg uitkomst kan bieden. De heer Bosse (PvdA) denkt dat dubbelgebruik een goed idee is maar ook hierin heeft hij het idee dat sport een ondergeschoven kind is. Waarom niet eens een voetbalveld aanleggen dat ook als park gebruikt kan worden? Sport moet bovenaan worden gezet. Hij vervolgt zijn bijdrage. De capaciteit is een belangrijk punt en de PvdA zoekt naar meer creatieve oplossingen. Wil de wethouder komen tot een actieplan Sportcapaciteit waarin op een andere manier naar sportcapaciteit wordt gekeken? Sportcapaciteit dient prioriteit te krijgen en er dient een ambitie te komen om alles en iedereen aan het sporten te krijgen. Graag een reactie.
2360
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat erin dat actieplan moet staan.
Pagina 47 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
De heer Bosse (PvdA) antwoordt dat in dat actieplan ingegaan moet worden op vragen vanuit bijvoorbeeld de Merwedekanaalzone waar zichtbaar te weinig capaciteit wordt gepland. Ook zal ingegaan worden op vragen die gesteld worden door sportparken. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat de heer Bosse concreet wil. 2370
De heer Bosse (PvdA) denkt dat een en ander meer gezocht moet worden in het gemeentelijk vastgoed. De Utrechtse vastgoedorganisatie moet nauwer worden betrokken. De heer Bakker (D66) bemerkt bij de PvdA een fixatie op sportcapaciteit. Utrecht is echter ook goed in ongeorganiseerd sporten. Is de PvdA het ermee eens dat er meer nodig is om mensen aan het sporten te krijgen dan alleen een hal of een veld?
2380
De heer Bosse (PvdA) geeft aan dat hij de betaalbaarheid van sport en de link met de andere beleidsterreinen ook heeft genoemd in zijn inbreng. De inhoud van de sportagenda raakt wel degelijk de juiste snaren. De ambities zijn goed, al zijn er nog wel wat concretiseringspunten. De capaciteit is daarnaast een majeur sportprobleem in Utrecht. De heer Bakker (D66) denkt dat capaciteit belangrijk is maar dat het ook om meer gaat. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of D66 de urgentie rondom de sportcapaciteit wel deelt.
2390
2400
De heer Bakker (D66) antwoordt bevestigend. Het gaat alleen om meer dan het bouwen van de hardware. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat het lang heeft geduurd voordat de sportagenda er kwam. De VVD-fractie mist ook nu nog een concreet plan. Dit is een gemiste kans. Wanneer kan de commissie een concrete sportagenda ontvangen waarin staat wanneer, wat op welke locatie gedaan gaat worden? Graag een toezegging. De fractie ziet ook graag dat topsport, sport voor mindervaliden en proefsporten hierin worden verwerkt. Verder is ruimte voor roeien belangrijk. Vervolgens wordt er steeds meer gesport in de openbare ruimte. Parken leven hierdoor maar er moet wel voor gezorgd worden dat een en ander niet gaat knellen met andere gebruikers. Indien nodig dient extra ruimte te worden gecreëerd. Graag een toezegging. Tot slot mist de VVD ruimte voor sporten die men nu nog niet kent. De partij mist in de sportagenda ook een link met het hier en nu. De heer Bakker (D66) vraagt aan welke sporten de VVD ruimte zou willen bieden. De heer Van Dalen (VVD) denkt dat er wellicht nieuwe sporten gaan komen die nu nog niet bekend zijn. Squash was destijds bijvoorbeeld een nieuwe sport.
2410
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt het geen goed idee om nu al sporthallen te gaan bouwen voordat duidelijk is welke sport daarin gaat plaatsvinden. De heer Van Dalen (VVD) denkt dat geanticipeerd moet worden op nieuwe sporten. Dit betekent niet dat er lege zalen neergezet moeten worden.
2420
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat er een mooie sportagenda voor ligt met ambitie voor ruimte voor sport in een groeiende stad en sporten voor iedereen. Het is fijn, zeker na afgelopen jaar met corona, dat er expliciet aandacht is voor sporten in de openbare ruimte en een beweegvriendelijke omgeving. Het is ook fijn dat is opgenomen hoe de openbare ruimte door verschillende groepen, zoals meisjes Pagina 48 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2430
2440
en ouderen, gebruikt kan worden. Vervolgens vraagt GroenLinks hoe ervoor gezorgd wordt dat sport niet alleen op zichzelf staat maar juist ook bijdraagt aan de verschillende opgaven van het sociaal domein, de zorg en het onderwijs. Een tijdje geleden is er een mooie raadsinformatiebijeenkomst geweest over beweegonderwijs. Wat is er gedaan om stappen samen vorm te geven? Dan het inclusief sporten. In de agenda is veel aandacht voor hoe sport een onderdeel van de wijk is. GroenLinks is hierover te spreken juist ook omdat sporten heel laagdrempelig moet zijn. Complimenten daarvoor. Een onderdeel dat heel goed past bij sport voor iedereen is het inclusief sporten maar dit komt weinig terug in de agenda. Hoe wordt gezorgd voor voldoende sportaanbod voor mensen met een fysieke, psychische of verstandelijke beperking? Vervolgens de concrete stappen. Hoe verhoudt een en ander zich ten opzichte van sportakkoord en de sportnota? De fractie vraagt ook hoe per jaar gezien kan worden welke ambities worden gerealiseerd. In de voorjaarsnota zitten vaak hele duidelijke investeringen. Kunnen andere zaken hier ook in terugkomen zoals de koppeling met andere domeinen en het sporten voor iedereen? Is het college bereid om een keer per jaar een uitwerking te sturen in de voorjaarsnota of los? De heer Van Dalen (VVD) vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat het actieplan ontbreekt.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt het deels met de heer Van Dalen eens te zijn. In de voorjaarsnota is al goed terug te zien waar extra accommodaties worden aangelegd. De andere, sociale en zachtere ambities dienen ook een plek te krijgen. Zij vervolgt haar bijdrage. De provincie heeft ook een sportagenda opgesteld. Is er hieromtrent een samenwerking met de provincie zodat ambities op elkaar aansluiten? Dan de accommodaties. Bij de gebiedsontwikkeling zit een barcode. In hoeverre is de afdeling Sport vanaf het begin betrokken bij gebiedsontwikkelingen en in hoeverre kunnen sporters meepraten?
2450
De heer Bosse (PvdA) wil graag eens praten over de verschillende KPI’s die aan de sportagenda gehangen kunnen worden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) verduidelijkt dat een KPI een consultant is. GroenLinks wil graag meedenken over hoe we bewegen en sporten samen verder vormgeven. Zij vervolgt haar bijdrage. Het is fijn dat er in de sportagenda ruimte is voor de meer creatieve vormen, zoals blaashallen. GroenLinks is hier niet op tegen maar de plek van een blaashal is wel belangrijk vanwege de ecologische waarden. De fractie zal per keer kijken of iets mogelijk is of niet. 2460
De heer Van Dalen (VVD) mist de voorbeeldrol die topsporters kunnen spelen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) denkt dat topsporters een voorbeeldrol kunnen spelen. Op dit moment kiest GroenLinks wel voor de breedtesport omdat hier nu aandacht voor nodig is.
2470
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat hij enthousiast was geworden van de raadsinformatiebijeenkomst. Vervolgens geeft het CDA het college een compliment over de Vuelta die naar Utrecht komt. Dit is heel mooi en hier dient zoveel mogelijk uit gehaald te worden. Sportverenigingen dienen hierbij betrokken te worden. Met betrekking tot sportcapaciteit sluit de CDA-fractie aan bij de fracties van de PvdA en Student&Starter. Zaken hieromtrent gaan niet goed en het college heeft onvoldoende voeling met de verenigingen. Verder leidt binnenstedelijk bouwen tot krapte en druk op sportverenigingen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat het actieplan gaat behelzen.
Pagina 49 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2480
De heer Van Steeg (CDA) verbaast zich over het verschil in niveau waarop gepraat wordt. GroenLinks heeft het idee dat een en ander best goed gaat en het CDA hoort van de clubs dat de afstand enorm is. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt oprecht benieuwd te zijn wat erin het actieplan komt te staan.
2490
De heer Van Steeg (CDA) ziet in eerste instantie graag een gemeente die beter luistert naar verenigingen. Verder dient er op plekken waar een tekort aan capaciteit dreigt, eerder een plan te komen. Hij vervolgt zijn bijdrage. Het is jammer dat er geen budget zit bij de sportagenda. Het CDA roept de wethouder op de sportagenda meer concreet te maken. Dit geldt bijvoorbeeld voor talentontwikkeling. Ziet de wethouder hierin een rol van de gemeente? Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt wat het CDA zelf denkt rondom talentontwikkeling. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat de gemeente een faciliterende rol heeft naar de clubs.
2500
De heer Bosse (PvdA) vraagt of dit de focus is die het CDA wil leggen. Moet niet juist, zeker na het afgelopen jaar met corona, geprobeerd worden om iedereen aan het sporten te krijgen? Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vindt het niet goed dat breedtesport en topsport tegen elkaar uitgespeeld worden. Er dient een link gelegd te worden.
2510
2520
2530
De heer Van Steeg (CDA) gaat in op de digitalisering. Er zijn veel mogelijkheden om digitalisering en sport bij elkaar te brengen en jeugd meer te betrekken bij sport. Wat wil de wethouder doen hieromtrent? Tot slot de koppeling met datgene wat in wijken gebeurt. Verenigingen geven aan dat zij niet de hulp krijgen van gemeenten die zij willen hebben hieromtrent. Het gaat hier om de koppeling met het sociale domein. Kan gekeken worden of de sportverenigingen kunnen worden bijgestaan om oplossingen te vinden voor de sociale problematiek? De heer Bakker (D66) dankt iedereen die heeft meegewerkt aan de sportagenda. D66 kan zich goed vinden in de thema’s en spelprincipes. Bij een aantal thema’s kan een en ander nog beter of scherper. Allereerst de concreetheid van de agenda zelf. Deze kan beter en de fractie sluit hieromtrent aan bij hetgeen de heer Wijmenga hierover heeft gezegd. Ten tweede de rol van de gemeente. Deze kan scherper worden gemaakt. Dan de drie beleidsdocumenten sportnota, het sportakkoord en de sportagenda. Weten de medewerkers van de wethouder en de mensen bij sport Utrecht nu wat het beleid is? En kunnen deze drie documenten samengaan met elkaar en zo ja, welke is dan leidend? Graag een reactie. Vervolgens het punt van het vergroten van de sportdeelname. Uit onderzoek blijkt dat dit moeilijk van de grond komt.
Toch zou hier volgens D66 de focus van de sportagenda op moeten liggen. Graag een reactie van de wethouder. Dan het sporten in de openbare ruimte. Het is mooi dat hier veel aandacht voor is. D66 spreekt liever van een beweegstimulerende omgeving. Er mag wat meer lef en creativiteit worden getoond. Dan een vraag over de ‘urban sports’. Wie behartigt de belangen hieromtrent? Graag de toezegging dat ‘urban sporters’ en jongeren meedenken. Met betrekking tot de sportcapaciteit merkt de fractie op, dat hier al veel over is gezegd. Het bestaande aanbod dient slimmer, creatiever en flexibeler te worden ingezet. Er dient ook meer maatwerk te worden geleverd. Verder gaat het veel over het dak van de IKEA. Dit voorbeeld wordt wat sleets, D66 zoekt naar andere, nieuwe innovatieve voorbeelden. De heer Van Dalen (VVD) vraagt waar D66 voetbalvelden wil neerleggen. Pagina 50 van 60
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 27 mei 2021
2540
De heer Bakker (D66) antwoordt dat Academie 10 bij het Berlijnplein een mooi voorbeeld is. Hij vervolgt zijn bijdrage. De link met volksgezondheid, welzijn, preventie en sociaal domein mist D66. Waarom is deze link zo onderbelicht? Tot slot de sportevenementen. Dit onderwerp ontbreekt in de sportagenda. Wil het college een strategie voor of doorkijk maken naar, wat men inhoudelijk wil bereiken op sport, de breedte- maar ook topsport en evenementen? Graag een reactie. De heer Bosse (PvdA) vraagt op welke zaken de gemeente de leiding zou moeten nemen. De heer Bakker (D66) zegt dat D66 voor de sportwet is. Verder kan de gemeente iets doen aan de sportcapaciteit en het sporten in de openbare ruimte.
2550
2560
2570
2580
2590
Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) zegt dat de sportagenda heel prettig is. Een bepaalde mate van concreetheid mist wel. De sportcapaciteit blijft de grootste uitdaging. Dan het punt samen sportstad maken. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is aangegeven dat niet meer goed helder is wie het mandaat heeft als van koers wordt gewijzigd en dat ook niet helder is tot op welke hoogte organisaties mogen mee beslissen en inbreng leveren. Er dienen daarom heldere kaders te worden meegegeven. Student&Starter vraagt of er ook een onafhankelijk orgaan kan komen dat gevraagd en ongevraagd advies kan geven op de sportagenda. Vervolgens het punt ruimte voor sport in een groeiende stad. De fractie vraagt hoe sport vooraf meegenomen kan worden in ruimtelijke ontwikkelingsplannen. Verder dient het anders werken een plek te krijgen. Misschien kunnen er meer mogelijkheden komen om ook overdag te sporten. Voorts vraagt de fractie of de tweejaarlijkse rapportage voldoende is om de sportcapaciteit hierop te berekenen. Student&Starter denkt dat er een tandje bij moet om de norm bij te gaan stellen. De partij is wel positief over de multifunctionele alternatieven die in het stuk staan. Dan sport in de openbare ruimte. Komen er nog meer Atletic Skills Model velden en sportcontrainers bij? Verder is binnen openbare ruimte een nieuw fenomeen.
Kan dit worden meegenomen in het raadsvoorstel? Tot slot het onderwerp talentontwikkeling. Student&Starter ziet veel terug uit de motie van 2019. Voor de fractie gaat talentontwikkeling over de ontwikkeling van ieders talent. Door meer bewegen en sporten kunnen motorische vaardigheden worden vergroot en plezier in sport helpt daarbij. Kunnen deze zaken meer terugkomen in de sportagenda? Graag een toezegging. Tot slot dienen er helden te kunnen blijven ontstaan. Dit betekent dat de kaders van clubs, trainers, coaches en bestuur een gedegen opleiding moeten kunnen krijgen en dat er aansluiting is bij professionele clubs. De heer Simsek (DENK) zegt dat DENK de ambitie toejuicht om te werken naar een optimale sportinfrastructuur. De spelprincipes in het raadsvoorstel spreken aan. Naar aanleiding van het raadsvoorstel een aantal vragen aan de wethouder. Ten eerste vraagt DENK wat er wordt bedoeld met de term beweegvriendelijkheid en in hoeverre erbij dit doel rekening wordt gehouden met mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking. Graag een reactie. De gemeente heeft in de sportagenda aangegeven mensen aan te moedigen om met de fiets naar de sportvoorzieningen te komen. Hoe wil de gemeente dit doen? Verder hoort de fractie graag hoe wordt gecommuniceerd over tijdelijke beschikbaarheid dan wel niet beschikbaarheid van sportvoorzieningen.