Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen
Tekst van het document
2.3.2.2.5 Verkeer en mobiliteit Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (2021) De gemeenteraad heeft op 25 november 2021 de Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto, die 1 februari 2022 in werking zijn getreden, bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. In de parkeervisie wordt een viertal doelen gesteld, ten behoeve van een gezonde, leefbare en bereikbare stad, die daarnaast ook verkeersveilig is en waar een goede luchtkwaliteit is. Deze doelen zijn: 1. 2. 3. 4.
Bereikbaarheid van en binnen de stad; Kwaliteitsslag openbare ruimte; Stimuleren duurzame(re) vormen van mobiliteit; Rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte.
De gemeente zet in op groei binnen de bestaande stad. Daardoor groeit ook de mobiliteit in de stad. Om leefbaarheid en bereikbaarheid te waarborgen, wil de gemeente het fietsgebruik stimuleren en het autogebruik niet verder laten toenemen. Om dit te kunnen bereiken is een gebiedsoverstijgende aanpak en een stadsbrede sturing nodig en moet gekeken worden naar een (her)verdeling en verspreiding van de bestaande parkeercapaciteit over de gehele stad. Dit is nieuw in de gemeentelijke aanpak, omdat tot nu toe met name buurtgericht, wijkgericht of ontwikkelingsgericht werd gekeken. De nieuwe parkeervisie gaat in op de maatregelen die nodig zijn in de verschillende buurten in Utrecht en geeft aan wat nodig is om de stad bereikbaar te houden, fietsen te stimuleren en het autoverkeer, ondanks de groei van de stad, niet verder te laten toenemen. In het beleid wordt gestuurd op het aanwenden van andere mobiliteit (anders dan de auto), onder andere door het beperken van de mogelijkheid tot aanleg van reguliere particuliere parkeerplaatsen in betaald parkeergebied. In zes modules, behorende bij de parkeervisie, werkt de gemeente de uitvoering van de parkeervisie verder uit. Op dit moment zijn twee van de zes modules vastgesteld: 'Parkeernormen' en 'Aanpak bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
75
betaald parkeren'. De modules 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en 'Parkeren en toegankelijkheid' worden op dit moment uitgewerkt. De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'parkeernormen'. Utrecht wordt in de parkeervisie opgedeeld in verschillende parkeerzones. De parkeerzones verschillen van elkaar in bijvoorbeeld de hoogte van parkeernormen voor fiets en auto, de gehanteerde tarieven bij betaald parkeren of voorwaarden voor de uitgifte van parkeervergunningen. De gebiedsindeling wordt per zone (A, B of C) met de daarbij behorende normen op een kaart aangegeven. In de module 'parkeernormen' wordt aangegeven hoe omgegaan moet worden met fiets- en autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Hierbij wordt ingegaan op: de aantallen parkeervoorzieningen die nodig zijn bij ontwikkelingen; de eisen voor de plek en kwaliteit; de mogelijke alternatieven voor parkeren bij ontwikkelingen e n het meebetalen aan alternatieve vervoersmiddelen via een nieuw bereikbaarheidsfonds. Daarnaast wordt aangegeven hoe ervoor gezorgd wordt dat de parkeervoorzieningen worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld.
Plangebied Op 3 februari 2022, tegelijk met het vaststellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE), is het Thomas à Kempisplantsoen aangewezen als maatwerkgebied als bedoeld in artikel 8 en 9 lid 2 onder b van de Beleidsregels parkeernormen auto 2021 parkeren, waarbij is uitgegaan van de invoering van betaald parkeren (B1 gebied). In een maatwerkgebied kan met een extra onderbouwing worden afgeweken van de standaardafwijkingsmogelijkheden. Dit is in voorliggende situatie het geval. Daarnaast wordt verwezen naar paragraaf 4.2.2. Mobiliteitsplan 2040 (2021) Het Mobiliteitsplan Utrecht 2040 (vastgesteld op 15 juli 2021) vervangt het mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (uit 2016). Met het Mobiliteitsplan blijven we prioriteit geven aan duurzame vormen van vervoer: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit om de groei van het autoverkeer in de stad te voorkomen, en met als belangrijkste uitgangspunten: Slim bestemmen: door de uitwerking van de verstedelijkingsopgave en de mobiliteitsopgave nauw met elkaar te verbinden, zorgen we o.a.
voor meer nabijheid, minder reisbewegingen, minder verkeershinder en minder vertraging; Anders reizen: door het stimuleren van thuiswerken en het reizen buiten de spits en het gebruik van deelmobiliteit verminderen we de drukte op het wegennet, op Utrecht Centraal en in het openbaar vervoer of spreiden we deze beter over de dag; Netwerken op orde (voetganger): door bij de (her)inrichting van gebieden en de (re)constructie van infrastructuur prioriteit te geven aan de voetganger in de A-zone, rondom knopen en de belangrijke bestemmingen, zorgen we ervoor dat lopen aantrekkelijk wordt en verblijven aangenaam; Netwerken op orde (fiets): met het Fietsnetwerk bieden we fietsers de keuze om hun bestemming via verschillende routes te bereiken.
Zo zorgen we ervoor dat we de groei van het aantal fietsers faciliteren en de drukte spreiden en dat het voor iedereen aantrekkelijk is om te (blijven) fietsen; Netwerken op orde (OV): met het concept 'Wiel met Spaken' als ruggengraat van het OV-netwerk, met allereerst een tramverbinding op de Waterlinielijn, de Merwedelijn en richting Papendorp, zorgen we ervoor dat de OV-bereikbaarheid van stad en regio verbetert en Utrecht CS en de routes naar dit station worden ontlast; Netwerken op orde (auto): met enkele aanpassingen in het Autonetwerk voor 2040 zorgen we ervoor dat noodzakelijk autoverkeer overal kan komen, maar dat de auto voor zo min mogelijk overlast in de wijken zorgt.
We hanteren als principe: alle wegen 30 km/uur tenzij; voor verbindingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/u; Netwerken op orde (multimodale reis): door een reeks P+R-locaties in de regio aan te bieden, zorgen we ervoor dat je gemakkelijk kunt overstappen op andere vormen van vervoer en de multimodale reis een onderdeel van het mobiliteitssysteem wordt; Slim parkeren: door bij ontwikkelingen beperkt parkeercapaciteit toe te voegen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte minder gedomineerd wordt door geparkeerde auto's en dat minder rijdende auto's het stedelijk wegennet belasten; Slim sturen: door het toepassen van de prioritering bij de inrichting van kruisingen en de afstelling van verkeerslichten, het verkeersmanagement en waar nodig het weren van één of meerdere vervoerwijzen op een kruising, zorgen we voor een aantrekkelijke openbare ruimte en maken we groei van schone vervoermiddelen mogelijk die zo min mogelijk ruimte innemen; Slim sturen: door het weren van doorgaand autoverkeer met maatregelen ter plekke van de Catharijnesingel, het Ledig erf en het Utrecht Science Park bieden we meer ruimte voor langzaam 7 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
verkeer en verbeteren we de kwaliteit om te verblijven. Daarnaast verleiden we automobilisten om zo lang mogelijk over de Ring te rijden, in plaats van binnendoor. Plangebied Bij deze ontwikkeling wordt ingezet op deelmobiliteit en het beperken van de ruimte voor auto's in het openbaar gebied. Hierdoor blijft er meer ruimte over voor voetgangers en fietsers. De ligging op het kruispunt van hoofdfietsroutes maakt dat het plangebied goed bereikbaar is en ook dat het centrum van de binnenstad en Leidsche Rijn ruim binnen fietsafstand liggen. Dit wordt versterkt doordat binnen het deelmobiliteitsconcept elektrische fietsen worden aangeboden. Door de nieuwe inrichting van de Westelijke Stadsboulevard wordt de fietsroute richting het centrum van de stad extra aantrekkelijk en veilig. Fietsers die via de Cremerstraat naar de stad willen fietsen, hoeven straks niet meer de Thomas à Kempisweg over te steken. Daarnaast bevinden zich op korte afstand van het plangebied (aan de Vleutenseweg) bushaltes, waar veel buslijnen rijden. 2.3.2.2.6 Gezond stedelijk leven Nota Gezondheid voor iedereen – VolksgezondheidsbeleidUtrecht 2019-2023 De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven.
Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. In de nota is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie is een gezonde leefomgeving voor elke Utrechter die zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. Gezond leven is gemakkelijk De openbare ruimte wordt zo ontworpen dat deze voor iedereen bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten. De voetganger en de fietser krijgen vaker voorrang dan de auto en krijgen meer ruimte. Het openbaar vervoer wordt een aantrekkelijk alternatief door betere bus-, tram- en treinverbindingen. Nieuwe woonwijken worden zo ontworpen dat de auto minder nodig is. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Er wordt toegewerkt naar een omgeving waar Utrechters gemakkelijk voedselkeuzes kunnen maken die gezond zijn voor mens, dier en milieu. De druk op de gezondheid is zo laag mogelijk Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren.
Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 motorvoertuigen per etmaal), met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, wordt onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen. Er worden hogere lokale ambitiewaarden voor geluid gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden namelijk 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook worden stille plekken beschermd.
In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water en is er ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat er voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad. Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
77
principe. Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. Plangebied De Thomas à Kempisweg is een drukke binnenstedelijke weg met meer dan 10.000 motorvoertuigen per dag, waar 50 km/per uur wordt gereden. Doordat deze weg vanwege de aanleg van de Westelijke Stadsboulevard buiten gebruik wordt genomen ontstaat er voor de woningen aan het Thomas à Kempisplantsoen ook een meer rustige zijde. Door het uit gebruik nemen van de Thomas à Kempisweg worden de wegen Thomas à Kempisplantsoen en Vleutenseweg drukker. Ook het spoor en de Jacobs Douwe Egberts fabriek zorgen voor een relatief hoge geluidsbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen. Daarom zullen er geluidreducerende maatregelen getroffen worden aan de woningen. Alle woningen krijgen een geluidluwe zijde. Het park dat ontstaat door de uitgebruikname van de Thomas à Kempisweg biedt ruimte om te ontmoeten, te bewegen en te spelen. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op de luchtkwaliteit en in paragraaf 5.16 op gezond stedelijk leven. 2.3.2.2.7 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld.
De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017–2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan.
In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark.
Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; 7 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen); Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied De bodem vormt geen belemmering om dit bestemmingsplan vast te stellen. In paragraaf 5.9 wordt het thema bodem nader behandeld. Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016) Het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer beschrijft de invulling voor het verbeteren en beschermen van de grondwaterkwaliteit en het zorgvuldig benutten van de ondergrond voor bijvoorbeeld bodemenergie. Een groot gedeelte van de stad, met omvangrijke verontreinigingen in het grondwater, is aangewezen als grondwaterbeheergebied. In het beheergebied hoeft niet voor alle werkzaamheden waarbij grondwater onttrokken wordt een apart saneringsplan te worden gemaakt. Er kan worden deelgenomen aan het gebiedsplan, met een gebruikersbijdrage of een afkoopsom. Door te werken met het gebiedsplan kan de gemeente het grondwater in het omliggende schone gebied beter beschermen, want dat water wordt gebruikt voor drinkwater. Plangebied Het gebied ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer.
In paragraaf 5.12 wordt hier nader op ingegaan. Visie Water en Riolering en visie Klimaatadaptatie (2022) De gemeenteraad heeft in februari 2022 de 'Visie Water en Riolering' en de visie 'Klimaatadaptatie' vastgesteld. De visie 'Water en Riolering' bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie voor het thema water en riolering. De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De 'Visie Klimaatadaptatie' geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden.
We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de inrichting van de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen maar ook bijvoorbeeld een gescheiden rioleringssysteem in de ondergrond. Met de Visie Klimaatadaptatie worden beleidsdoelen vastgesteld voor het omgaan met wateroverlast door extreme neerslag, het omgaan met droogte en het omgaan met hittestress. Hiervoor zijn geen landelijke beleidsdoelen. De gemeente heeft de volgende lokale beleidsdoelen vastgesteld: Lopen en fietsen in de schaduw is in elke straat mogelijk, door 30-40 % schaduw te creëren. Binnen 200 meter van een gebouw/woning heeft iedereen een koele groene verblijfsplek in de openbare ruimte van minimaal 200 m2. Er is een minimale hoeveelheid groen in buurten van 40% in het horizontale vlak. Hiermee beperken we het hitte-eiland effect in de stad.
Om gevolgen van extreme droogte en wateroverlast te voorkomen, zorgen we dat buien tot aan 80mm per uur geen schade aanrichten in panden en niet voor onbegaanbare wegen zorgen. We gebruiken de bodem als spons en houden minimaal 90% neerslag vast op de plek waar het valt. We vangen zoveel mogelijk water op in de bodem (bufferen), zodat er in droge periodes nog water beschikbaar is. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
79
Utrecht voldoet hiermee aan de doelstelling uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de afspraken in het Bestuursakkoord Ruimtelijke Adaptatie om uiterlijk in 2021 een strategie en uitvoeringsagenda bestuurlijk te hebben vastgelegd. De doelen zijn ook overeenkomstig de gestelde doelen in de RSU 2040. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied In paragraaf 5.12 is op de watersituatie van het plangebied ingegaan. 2.3.2.2.8 Energie Visie op de warmtevoorziening (2017), Transitievisie Warmte (2021) en Regionale Energiestrategie (2021) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld.
De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd en worden gemeenten verplicht om een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen.
De gemeente Utrecht heeft in 2021 een tweedelige Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) vastgesteld. Deel 1 van de TVW bevat de strategie en visie over hoe de bestaande huizen en gebouwen in Utrecht geleidelijk, buurt-voor-buurt, over kunnen gaan naar nieuwe vormen van verwarmen en koken. Hierin is ook vastgelegd dat de schaarse capaciteit van het hoge-temperatuur stadswarmtenet niet voor nieuwbouw ingezet mag worden. Deel II van de Transitievisie Warmte geeft aan wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen, hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt en welke duurzame warmtebronnen gebruikt kunnen worden om buurten aardgasvrij te maken. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. Plangebied Er wordt een WKO t.b.v. de warmte- en koude levering gerealiseerd.
8 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
2.3.2.2.9 Horeca Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting.
Plangebied In het zuidgebouw wordt op een hoek circa 116 m2 brutovloeroppervlakte (BVO) aan daghoreca (horeca categorie D2) mogelijk gemaakt, inclusief een horecaterras. Op grond van het Ontwikkelkader Horeca Utrecht 2018 valt deze horeca onder 'horeca in de wijk'. Hierdoor worden nieuwe vestigingen van lichtere vormen van horeca in de wijken buiten de binnenstad mogelijk gemaakt. Horecavoorzieningen kunnen juist in de wijken een belangrijke rol spelen om de sociale cohesie en buurtfunctie te versterken. Het grootste gedeelte van de gasten komt dan ook uit de wijk. Horeca in de categorie D2 betekent horeca die zich richt op het verstrekken van eten en drinken gedurende de dag en/of avond (met de openingstijden die gelden voor detailhandel, in lijn met de Winkeltijdenwet) en daarmee weinig overlast veroorzaakt. Daarnaast is additionele horeca, die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, toegestaan bij het buurthuis. 2.3.2.3 Gebied specifiek beleid Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Thomas à Kempisplantsoen Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad het SPvE over het Thomas à Kempisplantsoen vastgesteld. De herontwikkeling kent primair twee doelstellingen: bijdragen aan de vergroting van de voorraad sociale woningbouw en het kwalitatief verbeteren van de stedenbouwkundige en landschappelijke opzet van het gebied.
Het SPvE beschrijft de ruimtelijke en kwalitatieve uitgangspunten om de ontwikkeling mogelijk te maken en om de doelstellingen te bereiken. Het SPvE vormt daarnaast het kader voor dit bestemmingsplan. Bij de behandeling van het SPvE in de gemeenteraad zijn de volgende moties en amendementen aangenomen: Amendement A11: Ouderen woningen in het Thomas à Kempisplantsoen Hiermee is aan het SPvE de mogelijkheid toegevoegd om Woonin een pilot te laten starten met een nieuw woonconcept voor (alleenstaande) ouderen. Hiermee wordt het mogelijk dat ongeveer zes appartementen aan één gang met zelfstandig wonende ouderen een aantal gemeenschappelijke faciliteiten krijgt, zoals een gezamenlijke ruimte. Ook kunnen de ouderen (net als de andere bewoners) gebruik maken van de gemeenschappelijke binnentuin. Amendement A13: Friendswoningen Hiermee is het SPvE aangevuld met dat in de woonvoorraad van het Thomas à Kempisplantsoen minstens vijf woningen als friendswoningen worden gelabeld om te voorzien in de diverse woonbehoeften van de beoogde doelgroepen. Aan deze motie wordt tegemoet gekomen door in de planregels (artikel 5 lid 5.1) aan te geven dat maximaal 5 woningen mogen bestaan uit onzelfstandige woonruimten (friendswoningen zijn onzelfstandige woonruimten).
Hierbij merken wij op dat het mogelijk is om meer dan vijf onzelfstandige woonruimten te realiseren, mits er niet meer dan 3 personen (zonder familiare band) in een zelfstandige woning gaan wonen (op grond van artikel 13 lid 13.2 sub 5a van de planregels). Amendement A14: Betaalbare deelmobiliteit Met dit amendement is in het SPvE de zin “We hebben extra aandacht voor de beschikbaarheid, de locaties en voor gemakkelijk gebruik” gewijzigd in “We hebben extra aandacht voor de betaalbaarheid, beschikbaarheid, de locaties en voor gemakkelijk gebruik”. Voor deelmobiliteit wordt ruimte in het openbaar gebied gereserveerd, zodat dit bereikbaar is voor de verschillende doelgroepen en daarmee ook voor de huurders. Daarnaast wordt het amendement in de verdere uitwerking van de deelmobiliteit meegenomen. Motie M41: Vergeet de egels uit het Thomas à Kempisplantsoen niet Hiermee is het college opgedragen om in het ecologisch werkprotocol onderzoek naar en maatregelen voor álle dieren op te (laten) nemen, maar met name voor egels. Woonin en Portaal bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
81
laten een ecologisch werkprotocol opstellen door een ecologisch adviesbureau. Het ecologisch protocol richt zich op de Wet natuurbescherming soorten en de Utrechtse soorten (inclusief de egel) die op basis van de quickscan en het ecologisch onderzoek binnen het plangebied te verwachten zijn. Het ecologisch werkprotocol wordt getoetst door een ecoloog van de gemeente Utrecht. Als het ecologisch werkprotocol is goedgekeurd moet het aanwezig zijn op de bouwplaats en moet er naar gehandeld worden. Motie M43: Woontoren niet groter dan nodig Met deze motie wordt het college opgedragen om bij de verdere uitwerking van het plan Thomas à Kempisplantsoen uit te gaan van het realiseren van minimaal hetzelfde aantal sociale- en middenhuurwoningen zoals genoemd in het SPvE, maar dit in beginsel te doen zonder toren (hoogteacccent) en dus overal een maximale bouwhoogte van zes verdiepingen. En om hiertoe de 'hapjes' te benutten (dus zes bouwlagen in de noordwesthoeken in plaats van vier ter compensatie van de 12 middenhuurwoningen die nu in het hoogteaccent zijn bedacht). Als dit niet leidt tot volledige compensatie van de 12 middenhuurwoningen, dan moet er in overleg met buurtbewoners gezocht worden naar een meer bescheiden en beter passend hoogteaccent voor het aantal woningen dat niet kan worden gecompenseerd.
Aan deze motie is invulling gegeven door overal zes bouwlagen toe te staan met uitzondering van de 'kop' van het zuidgebouw, waar een zevende bouwlaag wordt toegestaan. Naast dat in deze deels zevende bouwlaag vier woningen kunnen komen is deze 'kop' stedenbouwkundig van belang, omdat het in combinatie met een verbijzondering in de architectuur zich goed verhoudt tot haar omgeving en hiermee de hoek wordt gemarkeerd. De bescheiden zevende bouwlaag heeft geen schaduw tot gevolg in het park of de buurt en vormt in de hoogte geen concurrentie met de Majellakerk. Op 27 juni 2022 hebben Woonin en Portaal aan de bewoners van de Thomas à Kempisweg, de leden van het bewonerscomité Fris Alternatief en vertegenwoordigers van de Majellakerk de nieuwe opzet toegelicht. De aanwezigen waren tevreden met de nieuwe opzet en het architectonisch accent. De raad is per brief van 7 oktober 2022 (met kenmerk 10509662) geïnformeerd over op welke wijze er uitvoering aan de motie is gegeven. Integraal Programma van Eisen (IPvE)/Functioneel Ontwerp (FO) Openbare Ruimte Thomas à Kempisplantsoen Op 20 december 2022 heeft het College van burgemeester en wethouders het IPvE/FO vastgesteld. In het SPvE zijn ruimtelijke uitgangspunten beschreven. De verdere uitwerking van deze uitgangspunten voor de openbare ruimte vindt plaats in het IPvE.
Het IPvE/FO gaan met name over functionele aspecten, maatvoering en (technische) eisen van de openbare ruimte. Daarnaast is dit in een tekening uitgewerkt in het bijbehorende Functioneel Ontwerp. De vormgeving van bijvoorbeeld groen of paden vindt bij de uitwerking van het Voorlopig Ontwerp (VO) en het Definitief Ontwerp (DO) plaats. 2.3.3
Overig gemeentelijk beleid
Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 (deze geldt nog steeds) is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied Voor de herontwikkeling van het gebied is een hogere waarde besluit benodigd. Hierbij wordt rekening gehouden met de eisen van het gemeentelijk geluidbeleid. Het thema geluid wordt in paragraaf 5.4 uitgebreid behandeld. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, die in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente 8 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de herontwikkeling van het gebied. Hier wordt in paragraaf 5.7 nader op ingegaan.
2.4
Conclusie
Voor het plangebied kan de conclusie worden getrokken dat de ontwikkeling past binnen de beschreven beleidskaders.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
83
8 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in en nabij het plangebied en analyseert het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht.
Het plangebied in haar omgeving
3.2
Beschrijving van het plangebied
3.2.1
Historische ontwikkeling
Het Thomas à Kempisplantsoen lag, voordat hier woningbouw werd gerealiseerd, in het buitengebied van Utrecht. De herkenbare driehoekige contour van het Thomas à Kempisplantsoen, die gevormd is door de situering van belangrijke verkeersroutes, werd pas in de loop der tijd gevormd en zichtbaar. Als eerste werd het Merwedekanaal aangelegd en later werd het Amsterdam-Rijnkanaal hier aan toegevoegd als scheepvaartroute tussen Amsterdam en Utrecht. De Vleutenseweg werd door de aanleg van een vaste brug over het Merwedekanaal in de jaren dertig verlegd in een s-vormige bocht. Hiermee kreeg het gebied langzaam een nieuwe invulling.
Het gebied ten westen van de Thomas à Kempisweg was tot 1937 gereserveerd voor industrie langs het Merwedekanaal. Hier vestigden bijvoorbeeld Douwe Egberts en de energiecentrale zich. Het terrein langs de industriehaven werd gekocht door houthandel Jongeneel wat tot gevolg had dat er bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
85
een restruimte overbleef die niet gunstig was voor de vestiging van fabrieken. Vanwege de grote vraag naar woningbouw en het tekort aan bebouwbare grond binnen de gemeentegrenzen lag het voor de hand om deze restruime voor woningbouw te bestemmen. In 1937 werd hiervoor een uitbreidingsplan gemaakt.
In 1948, na de oorlog, ging de planvorming voor woningbouw verder. Deze plannen kwamen alleen (gedeeltelijk) niet tot uitvoering. In 1951 werd een nieuw ontwerp gepresenteerd dat uiteindelijk wel werd gerealiseerd. Het Thomas à Kempisplantsoen was dus een bescheiden uitbreidingsplan dat kort na de oorlog is gerealiseerd. Het Majellapark en het Spinozaplantsoen werden rond dezelfde tijd gerealiseerd. De gebieden samen markeerden de toenmalige stadsrand van Utrecht. Voor het Spinozaplantsoen was er een aantrekkelijk woonmilieu ontwikkeld door de typologie strokenbouw toe te passen. Dit werd in het Thomas à Kempisplantsoen herhaald. Hiermee vormden het Spinozaplantsoen en het Thomas à Kempisplantsoen het begin van de strokenbouw in Utrecht. Het plaatsen van bouwblokken in een open verkaveling waar het openbaar groen als element doorheen liep, werd als het gewenste karakter gezien. Door de open bebouwingstypologie in het plangebied is er relatief veel oppervlakte aan groen aanwezig, bestaande uit de voor- en achtertuinen en het openbaar groen. In deze ruimtelijke structuur vormt de Majellakerk een accent door zijn vrije ligging. Tussen de industrie en het Thomas à Kempisplantsoen werd een groenstrook ontworpen die als 'buffer' diende.
3.2.2
Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie
Aan de Thomas à Kempisweg 3, dit ligt net buiten het plangebied, is de H. Gerardus Majellakerk gelegen. De Majellakerk is in 1934 gebouwd, naar een ontwerp van H.C. van de Leur, en aangewezen als gemeentelijk monument. Het karakter van de kerk wordt bepaald door materiaalgebruik in de traditie van Berlage en de ruimteconceptie van het interieur naar de ideeën van Kropholler. Met name het interieur toont een monumentale baksteenarchitectuur met gordelbogen en kruisgewelven. In de toren hangt een uit 1955 daterend 35 klokken carillon van hoge kwaliteit, van de klokkengieterij Petit en Fritsen te Aarle Rixtel. De kerk is architectuurhistorisch van belang vanwege het exterieur en interieur. De kerk is tevens van belang vanwege het carillon. 8 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
3.2.3
Structuurbepalende elementen
Voor 1855 is de spoorlijn ten noorden van het plangebied aangelegd. In 1881 werd door de Nederlandse staat besloten om een kanaal aan te leggen van Amsterdam naar de grote rivieren, als handelsverbinding met Duitsland. De stad Utrecht was erop gebrand dat dit kanaal langs Utrecht zou worden aangelegd, wat een enorme verbetering van de economische positie van de stad zou betekenen. De aanleg van dit Merwedekanaal duurde van 1882 tot 1891. Dit kanaal had een enorme aantrekkingskracht op bedrijven, zoals Douwe Egberts, waardoor het gebied zich op grote schaal economisch ging ontwikkelen. Dat het kanaal al snel te smal zou zijn had niemand voorzien. Schepen werden al snel veel breder, maar met de verbreding van het Merwedekanaal was bij de plannen geen rekening gehouden. Na zestig jaar moest dan ook een nieuwe omleiding worden aangelegd in een brede bocht ten westen van Utrecht: het Amsterdam-Rijnkanaal. In dit nieuwe kanaal zonder sluizen konden grote internationale schepen doorvaren zonder al te veel snelheid te verliezen. Met de voltooiing van het Amsterdam-Rijnkanaal in 1955 werd het industriegebied fors uitgebreid.
3.3
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
Het Thomas à Kempisplantsoen bestaat uit 178 sociale huurwoningen van Woonin en Portaal en negen commerciële ruimtes en een garage voor opslag van Woonin. De commerciële ruimtes worden momenteel tijdelijk verhuurd (antikraak). Voorheen waren hierin een boekhouder, rijschool, poolcentrum/poolcafé (hiervoor is op 11 juni 2007 een vrijstelling verleend) en café (hiervoor is op 13 maart 1992 vrijstelling verleend) gevestigd. De 112 gestapelde woningen van Woonin worden op dit moment beheerd door HOD leegstandsbeheer en zijn aan het einde van hun levensduur. Omdat de planvorming van de herontwikkeling van het plangebied tijd in beslag neemt, is er door Woonin in 2020 aanvullend onderhoud uitgevoerd in de trant van “veiligheid”. Dit om de woningen veilig en voor de tijdelijke verhuur (met tijdelijke contracten) beschikbaar te houden. De 66 gestapelde woningen van Portaal zijn in 2015 opgeknapt voor de duur van tien jaar. Binnen de woningen van Portaal is Majella Wonen gevestigd. Dit is een woongroep van vragende en dragende bewoners die zich de afgelopen jaren heeft bewezen als een succesvol concept. Portaal heeft ook nog zes opslagruimtes in bezit. Het Thomas à Kempisplantsoen is een naoorlogse wijk bestaande uit strokenbouw met portiekwoningen van vier en vijf lagen hoog. De bouwblokken liggen in een open verkaveling in een groen plantsoen.
De randbebouwing aan de Thomas à Kempisweg zorgt voor een dichte wand, waardoor er een luwe groene binnenzijde ontstaat, die is afgekeerd van de Thomas à Kempisweg. Vanaf de Vleutenseweg en het Thomas à Kempisplantsoen is het groen wel beleefbaar. De randbebouwing aan de Thomas à Kempisweg draagt bij aan de continuïteit van de ruimtelijke structuur van de stad. In deze ruimtelijke structuur vormt de Majellakerk een accent door zijn vrije ligging. Het Thomas à Kempisplantsoen bevindt zich op een markante locatie aan de noordwest zijde van Utrecht. Het vormt een schakel tussen Leidsche Rijn en de bestaande stad en is daarmee de entree vanaf de Hogeweidebrug/Gele brug naar het centrum van de stad. Ondanks deze prominente locatie is het Thomas à Kempisplantsoen naar binnen gekeerd en heeft het altijd geïsoleerd gelegen, doordat het wordt afgesneden van zijn omgeving door de Vleutenseweg en de Thomas à Kempisweg. In combinatie met het spoor ten noorden van de locatie leidt dit tot een enclave met minimale interactie met de omgeving. Dit wordt mede versterkt door de dichte randbebouwing richting de wijk Nieuw-Engeland.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
87
Het plangebied, gezien vanaf de weg Thomas à Kempisplantsoen (bron: SPvE)
3.4
Verkeer en parkeren
De bouwblokken in het Thomas à Kempisplantsoen zijn omringd door 50 km/per uur wegen: de Vleutenseweg (hier bevinden zich ook busbanen), de Thomas à Kempisweg en het Thomas à Kempisplantsoen. De straten tussen de bouwblokken zijn ingericht als 30 km/per uur wegen. Het gebied heeft een goede bereikbaarheid voor de fiets. Aan alle zijden van het gebied zijn fietspaden in twee richtingen aanwezig. Aan de westzijde, langs de Vleutenseweg, gaat het fietspad over in een ventweg voor gemengd verkeer. De auto ontsluiting van het Thomas à Kempisplantsoen loopt via de noordzijde van het plangebied. Parkeren vindt plaats langs de straten in het plangebied. In het gebied zijn weinig formele parkeerplaatsen aanwezig. Doordat in het gebied nog geen betaald parkeren is ingevoerd, is de parkeerdruk hoog door het parkeren van auto's die een andere bestemming dan het Thomas à Kempisplantsoen hebben.
Een straat, waar geparkeerd wordt, in het plangebied (bron: SPvE)
8 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
3.5
Openbare ruimte
Het plangebied bestaat grotendeels uit groen rondom de bouwblokken van Woonin, waarvan een groot deel openbaar toegankelijk is. Er zijn geen doorgaande verkeerswegen in het gebied en het parkeren gebeurt vooral langs de straten. In verhouding tot het aantal woningen zijn er relatief weinig formele parkeerplaatsen aanwezig. De parkeerdruk is hoog, mede door het parkeren van auto's die een andere bestemming hebben dan het Thomas à Kempisplantsoen. Binnen het plangebied geldt namelijk nog geen betaald parkeren. De openbare ruimte is verouderd en niet klimaatadaptief ingericht. Het gebied nodigt niet echt uit tot verblijven in de buitenruimte en tot een bezoek door de barrière-werking van de omliggende verkeerswegen en de daarmee geïsoleerde ligging van het gebied. In het gebied is een speelplek aanwezig die qua afmetingen voor de grootte van de buurt passend is. De speelplek is echter toe aan een opknapbeurt. Momenteel heeft de speelplek een stenige en niet uitnodigende uitstraling. Daarnaast kan er ook op straat gespeeld worden, omdat er geen doorgaande routes door het gebied lopen en er dus voornamelijk bestemmingsverkeer komt. De speeldruk in het gebied is laag, doordat er inmiddels voornamelijk studenten in het gebied wonen.
De speelplek in het plangebied
3.6
Conclusie
Het Thomas à Kempisplantsoen ligt vanwege de situering tussen Leidsche Rijn en de bestaande stad op een markante locatie. De huidige bebouwing heeft echter niet de juiste oriëntatie en stedelijke uitstraling om de schakelverbinding tussen Leidsche Rijn en de bestaande stad vorm te geven. Door de verschillende wegen rondom het Thomas à Kempisplantsoen is het gebied een soort enclave geworden, wat vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk is. Daarnaast wordt er veel geparkeerd, mede doordat binnen het plangebied nog geen betaald parkeren is ingevoerd. De herontwikkeling van dit gebied biedt kansen om van dit gebied een entree naar de bestaande stad te maken. Daarnaast zorgt de verwijdering van de Thomas à Kempisweg ervoor dat de barrière richting de wijk Nieuw-Engeland wordt opgeheven. Hierdoor kan de locatie door een parkachtige inrichting worden vergroend en klimaatadaptief worden ingericht. Deze vergroening biedt de mogelijkheid om in het gebied meer woningen terug te laten komen (verdichting). Door het invoeren van betaald parkeren wordt het enkel parkeren binnen het plangebied (zonder hier te hoeven zijn) ontmoedigd.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
89
9 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
4.1.1
Programma
Planbeschrijving
Met dit plan worden maximaal 349 woningen mogelijk gemaakt. Er worden minimaal 278 sociale huurwoningen gerealiseerd en maximaal 71 middenhuur woningen. Er komen diverse woningtypen met twee-, drie- en vierkamerwoningen met een oppervlakte van tussen de 49 en 80 m2 gebruiksvloeroppervlakte (GBO). Ook komen er enkele woningen tot circa 100 m2 GBO. Minimaal 50% van de sociale huurwoningen wordt gerealiseerd als SH2-huurwoning (dit is een woning met een huur lager dan de Eerste dan wel Tweede aftoppingsgrens). Daarnaast wordt ruimte geboden aan een sociaal woonconcept waarin vragers-dragers samenwonen (vergelijkbaar met Majella wonen) en worden vijf woningen als friendswoningen (onzelfstandige woonruimten) bestemd. Op de eerste verdieping van het zuidgebouw krijgen 12 woningen, naast de functie 'wonen', de functie 'zorginstelling', waardoor hier meerdere woon- en zorgvormen mogelijk zijn. Binnen het Thomas à Kempisplantsoen wordt dan ook in een gedifferentieerd woonmilieu voorzien, waarin diverse woningtypen, doelgroepen en huurcategorieën samen komen in verschillende groottes. Daarnaast kunnen in het zuidgebouw een buurthuis (van circa 84 m2 brutovloeroppervlakte (BVO)) en daghoreca (van circa 116 m2 BVO) worden gevestigd.
Het buurthuis wordt primair gerealiseerd voor de bewoners aan het Thomas à Kempisplantsoen (waaronder vanuit het sociaal woonconcept) en daarnaast zal het een brede buurtfunctie vervullen. Horeca in de wijk kan een belangrijke rol spelen om de sociale cohesie en de buurtfunctie te versterken. In het noordgebouw en zuidgebouw kan een kantoorfunctie komen (van 179 m2 BVO in totaal), die door Portaal en/of Woonin in gebruik genomen zal worden. Deze functies kunnen alleen op de begane grond gerealiseerd worden, met uitzondering van de kantoorfunctie in het zuidgebouw (die mag alleen op de eerste verdieping ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling' komen en met een maximale omvang van 60 m2 BVO). 4.1.2
Stedenbouwkundig plan
Zoals uit het vorige hoofdstuk naar voren komt biedt de herontwikkeling van het Thomas à Kempisplantsoen de kans om op deze locatie een schakel te maken tussen Leidsche Rijn en de bestaande stad. Hiermee wordt dit gebied de entree van de stad. Hierdoor is het van belang dat het gebied een passende korrelgrootte krijgt en de 'kopgevel' van het zuidgebouw gelegen aan de Vleutenseweg wordt benadrukt door een accent in de architectuur, waardoor het gebied zich meer opent naar haar omgeving. De hoogte van zes lagen zorgt voor een goede aansluiting op de woningen aan de Thomas à Kempisweg. De bouwblokken staan deels in dezelfde rooilijn als de huidige bebouwing en hebben een geringe extra hoogte als de huidige bebouwing die bestaat uit vier, vijf lagen en een kap. De breedte van de Thomas à Kempisweg die wordt omgevormd tot een park rechtvaardigt deze hoogte. Aan de zijde van de Vleutenseweg en het Thomas à Kempisplantsoen zorgen de blokken van zes bouwlagen voor voldoende tegenwicht tegen de maat en schaal van de verkeersinfrastructuur aan die zijde van het plangebied. De afgeronde hoeken zorgen voor een zachtere overgang tussen gebouwen en de openbare ruimte. Door het plangebied uit twee blokken te laten bestaan is er sprake van doorwaadbaarheid van het gebied en kan er een betere aansluiting met de omgeving worden gemaakt.
De bebouwing aan de Vleutenseweg maakt een doorgang richting het Merwedekanaal in de toekomst niet onmogelijk zodat een verbinding kan ontstaan met de omgeving en met de nieuwe bushalte aan de Vleutenseweg (ter hoogte van Jacobs Douwe Egberts). Door het gebied niet als één ondoordringbaar bouwveld te beschouwen is er sprake van een groene dooradering van het plangebied. 4.1.3
Het noord- en zuidgebouw en toekomstige derde gebouw
Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een noordelijk- en zuidelijk bouwblok. In de toekomst is het gewenst dat er aan de noordwest zijde een derde gebouw wordt gebouwd. Aangezien op dit moment nog onvoldoende duidelijk is wat hier kan komen, wordt dit derde bouwblok op grond van dit bestemmingsplan nog niet mogelijk gemaakt. Wel wordt met dit bestemmingsplan al op dit derde gebouw geanticipeerd en is hier bij het bepalen van de ruimtelijke uitgangspunten voor het noord- en zuidgebouw rekening mee gehouden. Door het mogelijk maken van een noord- en zuidgebouw en op termijn een derde gebouw aan de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
91
noordwestzijde wordt de Westelijke Stadsboulevard (WSB) begeleidt door gevels die een levendige en welkome uitstraling hebben. Hierdoor draagt het bij aan de transformatie van een drukke verkeersweg naar een aantrekkelijke en goed oversteekbare stadsboulevard. De bouwblokken vormen aan de Vleutenseweg en aan de weg Thomas à Kempisplantsoen grotendeels gesloten wanden, zodat deze bescherming bieden tegen geluid van verkeer en industrie.
Impressies van het noordgebouw
9 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
Utrecht
Impressies van het zuidgebouw (op de onderste afbeeldingen is de 'kopgevel' te zien) 4.1.4
Het park
Door het verwijderen van de Thomas à Kempisweg zal het Thomas à Kempisplantsoen minder geïsoleerd liggen, waardoor het een betere verbinding krijgt naar het aangrenzende Nieuw-Engeland. Bovendien kan hierdoor een park aangelegd worden, die een verbinding vormt met het groene binnengebied (om de bouwblokken heen) van het Thomas à Kempisplantsoen en wordt aangesloten op de stedelijke groenstructuur. De buitenruimte wordt integraal ontworpen, waardoor de openbare ruimte kwalitatief verbetert en recreatief en ecologisch aantrekkelijk wordt. Hierdoor komen de nieuw te bouwen woningen in en aan het groen te liggen en kijken de bestaande woningen aan de westzijde van de Thomas à Kempisweg uit over een groen park. In het park komt voldoende afwisseling voor bewoners, omwonenden en andere gebruikers. Zo komen er plekken om te spelen, waar men elkaar kan ontmoeten, kan bewegen, sporten en kan verblijven. In het park wisselen levendigheid en rust zich af. Er komen verschillende voetgangersroutes door het gebied, die aansluiten op de entrees van de gebouwen, bestaande routes in omliggende straten en de Vleutenseweg. Daarnaast wordt het park klimaatadaptief ingericht: plantvakken worden verlaagd en ingericht voor waterberging. Het park biedt verkoeling op warme dagen door groen en bomen. Er is ook aandacht voor de ecologische kwaliteit van het park.
Hierbij kan gedacht worden aan stilteplekken voor dieren en plekken waar dieren voedsel en dekking kunnen vinden (zoals de egel, gierzwaluw, huismus, vlinders en vleermuizen).
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Bereikbaarheid
Auto Het plangebied Thomas à Kempisplantsoen wordt omgeven door de gebiedsontsluitende 50 km/uur wegen Vleutenseweg en het Thomas à Kempisplantsoen. Ook de Thomas à Kempisweg (ventweg) ligt als 30 km/uur straat aan de rand van het plangebied. Deze straat zal door autoverkeer minder gebruikt gaan worden, doordat de aansluiting ter hoogte van de Majellakerk verdwijnt. Vanuit het plangebied is in de bestaande situatie één directe auto ontsluiting naar de naastgelegen gebiedsontsluitingweg Thomas à Kempisplantsoen. Deze in- en uitrit wordt op deze plek behouden, aangezien dit de enige mogelijke locatie is rondom het plangebied om een ontsluiting te maken. Aan de overige zijdes zijn namelijk een (toekomstig) park en een busbaan gelegen. Op het terrein zal alleen bestemmingsverkeer komen, omdat het een doodlopende straat is waaraan alleen parkeervakken zijn gelegen en een bovengrondse parkeergarage voor bewoners. In het park is geen autoverkeer toegestaan. Openbaar Vervoer Het gebied is goed met openbaar vervoer bereikbaar. Aan de zijde van de Vleutenseweg wordt ter hoogte van Jacobs Douwe Egberts een bushalte gerealiseerd, waardoor de maximale loopafstand naar een bushalte 150 meter is. De buslijnen die hier halteren gaan bijna allemaal van en naar het Centraal Station.
De treinstations Utrecht Leidsche Rijn en Utrecht Centraal liggen beide op 1 tot 2 kilometer afstand van het plangebied. Station Utrecht Zuilen is op minder dan 1 kilometer gelegen. Het plangebied ligt dus zeer centraal tussen diverse stations in. Fiets en voetganger Het Thomas à Kempisplantsoen is een belangrijke schakel in het netwerk van langzaam verkeersroutes. Het gebruik van duurzame en gezonde vervoerswijzen wordt gestimuleerd door aantrekkelijke en directe fiets- en looproutes van, naar en door het gebied. Door de realisatie van een park op de Thomas à Kempisweg wordt lopen zeer gestimuleerd, zowel voor recreatie als voor het lopen naar een bestemming. Door een fijnmazig netwerk te maken door het park zijn er veel verschillende routes mogelijk. Fietsers mogen in principe geen gebruik maken van de paden in het park, tenzij anders is aangegeven. Voor de fietsers zijn er diverse routes rondom het plangebied. Aan de noordzijde ligt het fietspad in het verlengde van de fietsstraat Cremerstraat, welke wordt gezien als belangrijke fietsroute door de stad. Aan de westzijde kan men fietsen door het plangebied en aan de oostzijde kan gefietst worden over de Thomas à Kempisweg (ventweg). Deze straat zal worden ingericht als fietsstraat. De fietsintensiteiten liggen ruim boven de intensiteiten van het gemotoriseerde verkeer.
Allen zijn belangrijke noord-zuid of oost-west verbindingen, waardoor het goed faciliteren van de fietser op deze locatie zeer belangrijk is. Door het realiseren van groen rondom de fietsroutes worden deze aantrekkelijker om te gebruiken. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)
93
4.2.2
Parkeren
Autoparkeren Voor deze ontwikkeling wordt in Utrecht getoetst aan de Parkeervisie 2021 'Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht' inclusief onderliggende 'module Parkeernormen' en de 'beleidsregel parkeernormen fiets 2021' en 'beleidsregel parkeernormen auto 2021'. Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad besloten om het Thomas à Kempisplantsoen aan te wijzen als maatwerkgebied als bedoeld in artikel 8 en 9 van de 'Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht' (hierna: de beleidsregel) en om uit te gaan van invoering betaald parkeren (B1). Gezien de centrale ligging van het plan in de stad zijn hier de normen voor gebied B1 van toepassing. Het Thomas à Kempisplantsoen wordt waarschijnlijk toegevoegd aan het huidige rayon aan de westzijde van Nieuw-Engeland. De hoogte van de parkeernormen verschilt per locatie en per functie. In centrumgebieden, waar goede OV-voorzieningen zijn en een hoge mate van functiemenging is, is minder behoefte aan autoparkeerplaatsen en zijn de normen voor autoparkeren lager dan in gebieden aan de rand van de stad waar je minder makkelijk komt met OV, en waar minder verschillende functies zijn. En voor functies die meer bezoekers trekken, zijn de normen voor zowel fiets als auto hoger dan voor voorzieningen waar weinig mensen op af komen.
Parkeereis nieuwe situatie Bij het Thomas à Kempisplantsoen wordt de parkeereis voornamelijk bepaald door de hoeveelheid en type woningen die gerealiseerd worden. In het plangebied worden maximaal 349 sociale- en midden huurwoningen gerealiseerd. De woningen worden verdeeld over twee gebouwen, het noordelijke- en het zuidelijke gebouw. De woningen variëren in de groottes, wat betekent dat er verschillende parkeernormen zijn gebruikt voor het berekenen van de parkeervraag. Het gaat om 203 woningen tussen de 55 en 80 m2 brutovloeroppervlak (BVO) en 146 woningen tussen de 80 en 130 m2 BVO. Het brutovloeroppervlak van de woning wordt achter de voordeur gemeten volgens de meetmethoden van NEN2580. In afwijking van de NEN-norm vormt de parkeerruimte geen onderdeel van het BVO. Daarnaast hebben de overige functies die in de gebouwen worden gevestigd vastgestelde parkeernormen. Op de locatie met de aanduiding 'zorginstelling' zijn op de eerste verdieping (naast reguliere woningen) ook 12 zelfstandige en/of onzelfstandige zorgwoningen toegestaan en bijbehorende ruimten voor het leveren van zorg. Voor de parkeerbalans is uitgegaan van reguliere woningen, omdat dit de 'worst case' parkeernorm is. Daarnaast worden een kantoor, buurthuis en daghoreca mogelijk gemaakt, die in de parkeerbalans zijn meegenomen.
9 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)