CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 4 april 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen40.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Geen ter plaatse en vers bereide etenswaren (dus geen afhaalzaakfunctie).

De winkelruimte is uitsluitend bereikbaar via de ingang van het horecabedrijf. Een hoekje met

tafels en stoelen mag. Een aparte ingang mag niet.

Het winkelgedeelte in het horecabedrijf moet een aaneengesloten gedeelte zijn. Fragmentatie,

waarbij het winkelgedeelte is opgedeeld in verschillende hoekjes, is niet toegestaan. Er mag geen reclame voor het winkelgedeelte worden gemaakt.

Afhaalzaken

Afhaalzaken – zonder horeca - zijn een bijzondere vorm van detailhandel. In die zin vallen ze buiten

de scoop van het horecakader. Door gebleken kans op hinder zoals afval en parkeerproblemen – is hier wel een exploitatievergunning voor nodig. Van de in de lijst opgenomen horecacategorieën

kennen alleen snelle horeca (C) en lichte horeca (D2) afhaalmogelijkheden. Vanwege de kans op overlast zoals afval, zijn gevelbankjes bij afhaalzaken niet toegestaan.

4

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

57

5 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2017 heeft de gemeenteraad, na het initiatief van buurtbewoners voor een 'Fris Alternatief', besloten over de aan te leggen Westelijke Stadsboulevard (WSB), waardoor de Thomas à Kempisweg buiten gebruik gesteld kan worden. Hierdoor kan de Thomas à Kempisweg een groene inrichting krijgen. Dit raadsbesluit is voor Woonin (voorheen Mitros) en Portaal een kans om de locatie Thomas à Kempisplantsoen te herontwikkelen. Door sloop-nieuwbouw op deze locatie en de vergroening van de Thomas à Kempisweg is verdichting op deze plek ruimtelijk inpasbaar. Door het aantal woningen op deze locatie te laten toenemen, kunnen er meer sociale- en middenhuurwoningen aan de stad worden toegevoegd.

1.2

Doelstelling

De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de nieuwbouw van maximaal 349 woningen mogelijk maken en de vergroening van de Thomas à Kempisweg, die buiten gebruik wordt genomen, planologisch te regelen. Hiermee levert dit plan een bijdrage aan het vergroten van de voorraad sociale– en middenhuurwoningen. Daarnaast wordt met dit plan de stedenbouwkundige en landschappelijke opzet van dit gebied verbeterd. Ook voorziet het plan in het mogelijk maken van een kantoorfunctie op de begane grond van het noordgebouw en de eerste verdieping van het zuidgebouw van in totaal maximaal 179 m2 brutovloeroppervlakte (BVO). In het zuidgebouw wordt op de begane grond ook nog daghoreca (horeca in de categorie D2) ter grootte van circa 116 m2 BVO mogelijk gemaakt en een buurthuis van circa 84 m2 BVO. Daarnaast krijgen 12 woningen (op de eerste verdieping) in het zuidgebouw naast de functie Wonen de aanduiding 'zorginstelling'. In het plan zijn de wijzigingen in de wet- en regelgeving en het beleid van de verschillende overheden op het gebied van de ruimtelijke ordening, die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan, verwerkt. Met dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij recent tot stand gekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, om de uniformiteit van bestemmingen en regelgeving te bevorderen.

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, die de Wet ruimtelijke ordening vervangt. Doordat het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2024 terinzage heeft gelegen geldt voor dit bestemmingsplan nog de Wet ruimtelijke ordening. Als voorbereiding op de Omgevingswet brengt de gemeente eenheid in de algemene regels van bestemmingsplannen. Dat zijn regels die niet speciaal voor één functie (bestemming) gelden. Ze zijn meestal in de hoofdstukken 3 en 4 van bestemmingsplannen te vinden. In het bestemmingsplan Algemene regels Utrecht dat voor vrijwel de hele gemeente gaat gelden, staan nieuwe algemene regels die in de plaats komen van algemene regels die per bestemmingsplan gelden. De regels van het bestemmingsplan Algemene regels Utrecht zijn ook aan dit bestemmingsplan toegevoegd.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het Thomas à Kempisplantsoen ligt in Utrecht West. Het plangebied van dit plan wordt begrensd door de Vleutenseweg in het Zuidwesten, de ventweg evenwijdig aan de Thomas à Kempisweg in het Oosten en de weg Thomas à Kempisplantsoen in het Noorden. Het plangebied aan de zuidzijde is zodanig gekozen, dat het aangepaste fietspad dat over de huidige ventweg aan de Thomas à Kempisweg wordt aangelegd binnen het plangebied valt.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

59

Het plangebied en de omgeving

1.4

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Vastgesteld door Raad Lombok e.o. 4 december 2008 Cartesiusweg e.o. 12 september 2013 Cartesiusweg e.o., 1 e herziening 18 juni 2020

Onherroepelijk 20 augustus 2009 18 februari 2015 4 september 2020

Chw Algemene regels over bouwen en gebruik Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht

30 november 2017

31 oktober 2018

2 februari 2023

nog niet onherroepelijk

Voor het plangebied, waar de bouwblokken gelegen zijn, geldt bestemmingsplan 'Cartesiusweg e.o.' inclusief de 1 e herziening. De bouwblokken hebben de bestemming 'Wonen' (W). Bij de bouwblokken die dwars op de Vleutenseweg staan zijn maximaal 3 bouwlagen toegestaan. Bij de bouwblokken die evenwijdig aan de Thomas à Kempisweg staan, zijn maximaal 4 bouwlagen toegestaan. Het bouwblok dat aan de kopse kant van de Vleutenseweg gelegen is mag maximaal 5 bouwlagen hoog zijn en hier geldt de functieaanduiding 'gemengd'. Dit houdt in dat hier op de begane grond uitsluitend dienstverlening, detailhandel en bedrijven in een categorie A of B1 uit de Lijst van Bedrijven Functiemenging mogelijk is. De hoogte van een bouwlaag bedraagt maximaal 3,5 meter (artikel 12 lid 12.2.1 sub d van de planregels). Daarnaast mogen de hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De bestemmingen 'Verkeer-Verblijfsgebied', 'Groen' en 'Verkeer' komen ook in het plangebied voor. De Thomas à Kempisweg ligt deels binnen bestemmingsplan 'Cartesiusweg e.o.' (bestemming 'Verkeer' (V)) en deels binnen bestemmingsplan 'Lombok e.o.' (bestemming 'Verkeersdoeleinden' (V)). De ventweg evenwijdig aan de Thomas à Kempisweg heeft de bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden (VV) in bestemmingsplan 'Lombok e.o.'.

6 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

Het grootste deel van het plangebied ligt binnen bestemmingsplan 'Cartesiusweg e.o., inclusief de 1 e herziening'. Een deel van de Thomas à Kempisweg ligt in het bestemmingsplan 'Lombok e.o.', net als de evenwijdig liggende ventweg (bron: SPvE)

Van belang is dat voor het overgrote deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone-industrie' geldt. Ter plaatse van deze aanduiding ligt een rond het industrieterrein gelegen zone zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting afkomstig van het industrieterrein mag buiten deze zone de waarde van 50 dB(A) niet overschrijden. Wanneer de geluidsbelasting ter plaatse van woningen of andere gevoelige bestemmingen binnen de zone niet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voldoen, bestaat de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing (hogere waarde besluit). Met de 1 e herziening van bestemmingsplan 'Cartesiusweg e.o.' wordt verboden om het gebruik van de gronden en bouwwerken, binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' van dit bestemmingsplan te wijzigen, voor zover het gebruik betrekking heeft op het bedrijfsmatig verhuren of laten verhuren van parkeervoorzieningen. Aanleiding voor deze herziening is om te voorkomen dat bewoners van het gebied Cartesiusdriehoek (zodra dit gebied (deels) is herontwikkeld) niet kunnen parkeren op afstand, op het bedrijventerrein Cartesiusdriehoek. In bestemmingsplan 'Algemene regels bouwen en gebruik' staan onder andere regels over woningvorming en omzetting en parkeren. De huidige bouwblokken worden gesloopt en de twee nieuwe bouwvlakken passen niet binnen de huidige bouwvlakken van de woningen.

Daarnaast voorziet de herontwikkeling van dit plangebied erin dat de Thomas à Kempisweg buiten gebruik wordt gesteld. Hierdoor is het wenselijk dat aan de huidige weg de functie 'Groen' wordt toegekend, waardoor de weg op grond van dit nieuwe plan ook niet meer terug kan keren. De aanvullende functies kantoor, buurthuis, zorginstelling, onzelfstandige woonruimten en horeca in de categorie D2 zijn ook in strijd met de huidige bestemmingsplannen.

1.5

Bestemmingsplanmethodiek

Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (hierna: Besluit uChw) is met ingang van 28 oktober 2016 gewijzigd. Sinds die datum beschikt de gemeente Utrecht juridisch gezien over één bestemmingsplan voor het hele grondgebied, verder 'het bestemmingsplan van Utrecht' genoemd. Dat bestemmingsplan kan in zijn geheel of gedeeltelijk gewijzigd worden. De gemeente Utrecht is opgenomen in artikel 7g van het Besluit uChw. Daardoor mag de gemeente de experimenteerbepalingen uit artikel 7g van dat besluit gebruiken. Op grond van artikel 7c van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

61

Besluit uChw kunnen onder andere regels in het bestemmingsplan worden opgenomen over het behouden of maken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. In de vakliteratuur spreekt men van 'een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte'. Met 'verbreed' wordt dan bedoeld: niet alleen 'een goede ruimtelijke ordening' (op grond van de Wet ruimtelijke ordening), maar ook andere aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder bijvoorbeeld gezondheid en duurzaamheidsaspecten (net zoals op grond van de Omgevingswet, die vanaf 1 januari 2024 geldt). In dit bestemmingsplan zijn daarom regels opgenomen over het kappen van bomen en archeologie.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. Daarnaast horen zowel bij de toelichting als bij de regels diverse bijlagen.

6 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

63

1.

2.

3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied Een opgave in de NOVI is om aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om ter plaatse meer woningen te realiseren. Doordat de Thomas à Kempisweg verdwijnt wordt voor de nieuwe bewoners en bestaande bewoners een groenere en zeker aan de zijde van de Thomas à Kempisweg betere leefomgevingskwaliteit gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten bij meerdere nationale belangen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk.

Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. Plangebied Het plangebied ligt in een radarverstoringsgebied van radarstation Soesterberg (nationaal belang van defensie). In dit gebied gelden beperkingen voor bestemmingsplannen voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen, bouwwerken en windturbines. Dit bestemmingsplan heeft gelet op de gestelde maximale bouwhoogtes in de regels van het bestemmingsplan, geen invloed op het functioneren van de radar. Voor het overige is het plangebied niet gelegen in een van de gebieden waarvoor het Barro regels stelt. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.

Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst 6 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Plangebied Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening). Utrecht groeit binnen enkele decennia naar 410.000 inwoners in 2030. Op 1 januari 2023 telde Utrecht 367.984 inwoners. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 staat dat Utrecht zich ontwikkelt door binnenstedelijk te verdichten.

De ruimte in de stad wordt optimaal benut voor deze groei en Utrecht kiest voor inbreiding. Daarmee worden de waardevolle landschappen rondom de stad gespaard. De nieuwbouw leidt tot een optimale benutting van de ruimte in bestaand stedelijk gebied. Met dit bestemmingsplan worden op de locatie maximaal 349 huurwoningen mogelijk gemaakt, waarvan 278 sociale huur en de rest wordt middenhuur. In de bestaande situatie bevinden zich 178 (gestapelde) sociale huurwoningen in het plangebied. Er is veel vraag naar sociale huurwoningen en middenhuurwoningen. De behoefte aan extra sociale- en middenhuurwoningen is dan ook groot. In de gemeentelijke woonvisie uit 2015 is het tekort aan sociale huurwoningen berekend op bijna 4.000 woningen. Daarnaast streven we er naar om in 2040 een woningvoorraad te hebben die voor 35% bestaat uit sociale huurwoningen en 25% woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop) (Woonvisie 2019, Utrecht beter in balans). Het plangebied van dit bestemmingsplan is gelegen in de subwijk Thomas à Kempisplantsoen in Utrecht West. In West is het aandeel van sociale huur van woningcorporaties (22% in 2023) lager dan voor Utrecht in zijn geheel (29% in 2022). Het aandeel middenhuur is met 15% in 2022 iets hoger dan in Utrecht gemiddeld (14% in 2022).

Binnen Utrecht West is op basis van de Woonvisie de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad dat het aandeel sociale huur sterk toeneemt, middenhuur licht toeneemt en betaalbare koop gelijk blijft. Woningbouwcorporaties Woonin en Portaal hebben als taak om vooral sociale huurwoningen te realiseren en het aantal binnen het plangebied neemt ten opzichte van de bestaande situatie met 100 sociale huurwoningen toe. Daarnaast worden maximaal 71 middenhuur woningen aan het plangebied toegevoegd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad voor Utrecht West. Er is sprake van een grote behoefte aan woonruimte voor de beoogde doelgroepen. Daarnaast worden de woningen kwalitatief goed en duurzaam gebouwd. De gemeente Utrecht heeft de Woondeal regio Utrecht op 24 juni 2019 ondertekend samen met minister Ollogren (BZK), de provincie Utrecht en 15 andere gemeenten. Hierin wordt ook belang gehecht aan het vergroten van het aanbod van sociale en middeldure huur in de regio. Daarnaast is er behoefte aan de kleinschalige voorzieningen die in de plinten mogelijk worden gemaakt. Het gaat hierbij om maximaal 179 m2 brutovloeroppervlakte (BVO) kantoorruimte in het noordgebouw en zuidgebouw, die door Portaal en/of Woonin in gebruik genomen zal worden.

Een buurthuis in de plint van het zuidgebouw van circa 84 m2 BVO wordt primair gerealiseerd voor de bewoners aan het Thomas à Kempisplantsoen (waaronder vanuit het sociaal woonconcept) en daarnaast zal het een brede buurtfunctie vervullen. Vanuit de bestaande situatie blijkt dat er behoefte is aan een dergelijke functie. Ook kan er in de plint van het zuidgebouw daghoreca (in de categorie D2) ter grootte van circa 116 m2 BVO worden gerealiseerd. Horeca in de wijk kan een belangrijke rol spelen om de sociale cohesie en de buurtfunctie te versterken. Gezien de ligging aan het park, waar plekken komen om te spelen, waar mensen kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten, is de verwachting dat op deze locatie behoefte naar daghoreca zal zijn. Bovendien waren in het verleden in de plint poolcentrum/poolcafé Shouf Shouf (Thomas à Kempisplantsoen 7) en café Yollarbasi (Thomas à Kempisplantsoen 4 en 5) gevestigd, die in een horecafunctie voorzagen. Deze horecafuncties verdwijnen binnen het plangebied en hier komt daghoreca (horeca D2) voor in de plaats. De plinten mogen overigens ook voor het wonen gebruikt worden. Mochten de plinten onverhoopt niet ingevuld worden, dan kunnen de ruimten voor de woonfunctie worden gebruikt. Conclusie bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

65

Er is behoefte aan zowel woningen als de overige functies. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de systematiek van de ladder.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen en zal naar verwachting in maart 2022 vastgesteld worden. De Omgevingsverordening is gelijk met de Omgevingswet in werking getreden op 1 januari 2024. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels.

Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol

6 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

7.

erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied De Provincie Utrecht wil graag dat nieuwe ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Daarnaast zijn er een groot aantal nieuwe woningen nodig. De beoogde ontwikkeling betreft woningbouw binnen de bebouwde kom. Daarnaast wordt het gebied vergroend en dit leidt tot een prettige leefomgeving en de ruimtelijke inrichting draagt bij aan sociale cohesie.

De locatie is goed bereikbaar met de bus en de fiets. Het Centraal Station bevindt zich op fietsafstand van het plangebied. Zodoende is het plan in overeenstemming met de omgevingsvisie. 2.2.2

Waterkoers 2016-2021

Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft haar ambities en visies vastgelegd in de Waterkoers 2016-2021. De koers is een omslag in denken, waarbij het waterschap zich flexibel opstelt en daarbij ruimte laat voor initiatieven uit de samenleving. Andere onderwerpen die in de Waterkoers aan de orde komen zijn waterveiligheid, voldoende water, gezond water, gezuiverd afvalwater en genieten van water. Plangebied Voor het plan is een watertoets (zie paragraaf 5.12) doorlopen, waarbij aandacht is besteed aan het wateraspect. Hieruit komen geen belemmeringen naar voren voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'

Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: • Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. • Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. •

De kracht van iedereen

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

67

Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen. Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn.

Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen: in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal. We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw; (kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd. Plangebied Aan het plangebied worden extra sociale huurwoningen en middenhuurwoningen toegevoegd, waar veel vraag naar is. Doordat de Thomas à Kempisweg verdwijnt komt er een openbaar groen park op de plek van de huidige Thomas à Kempisweg, waardoor er een prettige leefomgeving ontstaat. In het coalitieakkoord wordt aangegeven dat bij nieuwe projecten een prijsklasseverdeling wordt gehanteerd van 40% sociale huurwoningen, 35% woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop) en 25% vrije sector. Binnen het plangebied worden alleen sociale huurwoningen en middenhuur woningen gerealiseerd, omdat woningcorporaties Woonin en Portaal de initiatiefnemers zijn en deze partijen zich uitsluitend op deze markt richten. Ondanks dat wordt afgeweken van voorgenoemde verdeling kan gesteld worden dat er behoefte is aan de beoogde woningen.

Woonin en Portaal hebben als taak om vooral sociale huurwoningen te realiseren. De behoefte aan sociale huurwoningen en woningen uit de middencategorie is groot. Binnen dit plangebied wordt eigen autogebruik ontmoedigd door o.a. het invoeren van betaald parkeren en het gebruik van fiets, deelauto, openbaar vervoer en wandelen gestimuleerd. Er wordt voor de warmteen koude levering een WKO gerealiseerd. Daarnaast worden er goed geïsoleerde woningen teruggebouwd. 2.3.2

Omgevingsvisie Utrecht

In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.

2.

De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 455.000 inwoners in 2040. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden.

6 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

3.

Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt. In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.

De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht. 2.3.2.1 De koers Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 juli 2022 in het omgevingsplan zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad tot 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad.

Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht, de tien-minutenstad. Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt. Er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen.

Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. Ook in de binnenstad, het stationsgebied, het Utrecht Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp is ruimte voor extra woningen, winkels en bedrijven. En voor cultuur en maatschappelijke instellingen. Omdat er met de met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt. Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.2.2.6. Plangebied Deze ontwikkeling draagt bij aan het aanbieden van woonruimte, met name sociale huurwoningen, in onze groeiende stad.

Aan het Thomas à Kempisplantsoen gaat de toename van het aantal woningen hand in hand met de vergroening van het gebied doordat de Thomas à Kempisweg buiten gebruik gesteld wordt. Hierdoor wordt de stedenbouwkundige- en landschappelijke opzet van het gebied verbeterd. De uitgebruikname van de Thomas à Kempisweg leidt wel tot meer verkeer op de weg Thomas à Kempisplantsoen aan de noordzijde van het plangebied. Bij de uitwerking van het plan worden hier maatregelen voor getroffen (zoals voor geluid). Door de herontwikkeling ontstaat een aantrekkelijke, groene, klimaatadaptieve en verbonden woonomgeving voor nieuwe en bestaande bewoners. De locatie wordt beter verbonden met de omgeving, wat ook een positief effect zal hebben op de omliggende buurten. Er komt meer ruimte voor groen, voetgangers, fietsers en verblijf en minder ruimte voor de auto. De oudere woningen worden vervangen voor kwalitatieve en duurzame woningen. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

69

2.3.2.2

Thematisch beleid

2.3.2.2.1 Wonen Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de punten van het collegeakkoord verwerkt. Daarin streven we naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. Onze ambities vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt die we volgen en zo nodig tussentijds bijstellen. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We benutten de groei van onze stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werken we naar streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. Doorstroming; Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alles (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien.

Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema's als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Plangebied Met dit bestemmingsplan worden binnen het plangebied maximaal 349 huurwoningen mogelijk gemaakt. Er worden 278 sociale huurwoningen gerealiseerd en de rest van de woningen wordt middenhuur (dit worden er maximaal 71). Er is veel vraag naar sociale huur en middenhuur woningen. Met de Woonvisie wordt gestreefd naar een woningvoorraad die in 2040 bestaat uit 35% uit sociale huurwoningen en 25% woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop). Doordat er verdichting op deze locatie plaatsvindt (in de bestaande situatie staan in het plangebied 178 sociale huurwoningen die gesloopt worden), levert dit bestemmingsplan een bijdrage aan deze ambities. Binnen Utrecht West is op basis van de Woonvisie de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad dat het aandeel sociale huur sterk toeneemt, middenhuur licht toeneemt en betaalbare koop gelijk blijft. Woningcorporaties Woonin en Portaal hebben als taak om vooral sociale huurwoningen te realiseren en het aantal binnen het plangebied neemt ten opzichte van de bestaande situatie met 100 sociale huurwoningen toe. Daarnaast worden maximaal 71 middenhuur woningen aan het plangebied toegevoegd.

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad voor Utrecht West. Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2023 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de 'Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht'. Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de Huisvestingsverordening wederom de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen. Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn met het bestemmingsplan 'Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen: Bouwbesluit), waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad.

De 'Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht' ziet onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. In de nadere regel zijn eisen opgenomen over de minimale omvang van woningen en is de verplichting opgenomen om de gevolgen van extra woningen of bewoners voor de bestaande situatie in beeld te brengen. De bestemmingsregeling kan 7 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in de nadere regel. Plangebied Met dit bestemmingsplan worden maximaal vijf onzelfstandige woningen (zoals friendswoningen) mogelijk gemaakt. Daarnaast is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen over woningvorming en omzetting. Dit is verder alleen onder voorwaarden en via een binnenplanse afwijking mogelijk. Beleidskader Particuliere Vakantieverhuur (2018) Op 8 maart 2018 heeft de gemeenteraad voor het tijdelijk verhuren van een woning aan toeristen het beleidskader Particuliere Vakantieverhuur vastgesteld. Het faciliteren van de groeiende behoefte aan tijdelijk verblijf van toeristen en andere doelgroepen in Utrecht is goed voor de Utrechtse economie en werkgelegenheid en past binnen de visie die we in de Ruimtelijke Strategie Utrecht hebben vastgelegd. Wel is het belangrijk dat hier grenzen aan worden gesteld om te voorkomen dat door de toename van de vraag naar en het aanbod van tijdelijk verblijf in Utrecht andere belangen onder druk komen te staan. Ten behoeve van de kleinschaligheid, veiligheid, gelijk speelveld en het voorkomen van klachten wordt de verhuur van een woning aan toeristen alleen onder voorwaarden toegestaan. Deze staan in de beleidsregels Particuliere Vakantieverhuur.

Plangebied De algemene regels over particuliere vakantieverhuur zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. 2.3.2.2.2 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld.

De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden. Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Plangebied Een deel aan de noordzijde van het Thomas à Kempisplantsoen en delen van de bermen van de Thomas à Kempisweg zijn onderdeel van de stedelijke groenstructuur. De groenstructuur wordt versterkt door de toekomstige groene inrichting van de gronden die nu door de Thomas à Kempisweg in gebruik zijn. In paragraaf 5.10 wordt hier nader op ingegaan.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

71

Uitsnede huidige plangebied en legenda van Groenstructuurplan

Bomenbeleid Utrecht (2009) aangevuld september 2018 De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Hierop is een aanvulling gedaan op 27 september 2018 voor een herplantplicht. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen.

Plangebied De bomen langs de Thomas à Kempisweg maken onderdeel uit van de 'stadslanen'. De bomen begeleiden de huidige verkeersweg. Aan de bomen die onderdeel uitmaken van de bomenstructuur wordt bij ontwikkelingen extra aandacht besteed. In paragraaf 5.11 wordt uitgebreid ingegaan op de bomen binnen het plangebied.

7 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

Uitsnede bomenstructuurkaart Utrecht Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen. Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan. Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken. Plangebied In het plangebied is potentieel geschikt leefgebied/groeiplaats aanwezig voor soorten van de Utrechtse soortenlijst. Hier wordt in paragraaf 5.11 nader op ingegaan. 2.3.2.2.3 Bouwen Hoogbouwvisie 'Waar wel en waar niet hoog bouwen in Utrecht' (2005) De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsingskader voor hoogbouwplannen, door ten eerste na te gaan wat de mogelijke bijdrage is die hoogbouw kan leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en ten tweede door het geven van een visie op de meest (on)wenselijke locaties voor hoogbouw.

Voor de hoogbouwvisie is gewerkt met de volgende vaststaande uitgangspunten: hoogbouw wordt altijd in verhouding gezien met de omgeving; behoud van het kleinschalige karakter van stadswijken; de zichtlijnen op de Dom moeten behouden blijven; hoogbouw als middel om de stad beter zichtbaar en herkenbaar te maken. Utrecht wordt één stad met twee centra: het huidige centrum met stationsgebied en het toekomstige Centrum Leidsche Rijn. De kloof tussen de twee stadsdelen wordt in de toekomst gedicht door de zogeheten Centrale Zone, die ruwweg parallel loopt aan de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het Wensbeeld 2030 is de stad opgedeeld in een drietal categorieën: a.

b.

c.

De Binnentuinen: deze categorie bevat een subcategorie “laag” met een basis van 9 meter en een subcategorie “hoog” met een basis van 15 meter, beiden met de mogelijkheid tot incidentele accenten tot (in principe) het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte; De Centrale Zone: de basismaat bedraagt in dit gebied 15 of 30 meter. Er zijn accenten tot in het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte mogelijk. In een beperkt zoekgebied, kunnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter worden geplaatst; De Brandpunten: de maximale bouwhoogte bedraagt 90 meter, respectievelijk een niet gemaximaliseerde hoogte (Stationsgebied respectievelijk centrum Leidsche Rijn).

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

73

Plangebied Het plangebied valt binnen de categorie 'De Binnentuinen', subcategorie “hoog”. Voor deze ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het twee keer zo hoog bouwen als de bestaande omliggende bebouwingshoogte, aangezien de woningen aan de Thomas à Kempisweg bestaan uit twee bouwlagen met een kap en de nieuwbouw zes bouwlagen hoog wordt en de kopgevel van het zuidgebouw zeven bouwlagen. In de bestaande situatie bestaat de bebouwing langs de Thomas à Kempisweg uit 4,5 bouwlagen met een kap. Het verdwijnen van de Thomas à Kempisweg en de omvorming hiervan tot een park rechtvaardigt de extra hoogte. Aan de zijde van de Vleutenseweg en de weg Thomas à Kempisplantsoen zorgen de blokken van zes bouwlagen voor voldoende tegenwicht tegen de maat en schaal van de verkeersinfrastructuur aan deze zijdes van het plangebied. In de hoogbouwparagraaf van de RSU valt het Thomas à Kempisplantsoen in de zone dat maximaal twee keer de gemiddelde bouwhoogte van de wijk is toegestaan. Ook hieraan voldoen de maximale bouwhoogtes. Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden.

Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied In de Welstandsnota is over het Thomas à Kempisplantsoen het volgende opgenomen: Aan de westzijde van de Thomas à Kempisweg werd in de jaren vijftig een wijkje met etagewoningen gerealiseerd met een typische jaren vijftig strokenverkaveling.

Dit wijkje en het buurtje ten zuiden hiervan kunnen als erg introvert worden beschouwd, begrensd – en daarmee afgezonderd van de rest van de wijk – door grote infrastructurele verbindingen zoals de Ringweg, het Merwedekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Thomas à Kempisplantsoen is aangeduid met het beleidsniveau 'open' en evenwijdig aan de Thomas à Kempisweg met het aandachtsgebied 'stimulans'. Voor het beleidsniveau 'open' geldt dat verandering of handhaving van het bebouwingsbeeld beide mogelijk is, zowel naar structuur als architectuur, maar met behoud van landschappelijke waarden. Dit betekent: 1. 2. 3.

een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld; er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving.

Voor het aandachtsgebied 'stimulans' geldt in het geval van nieuwe ontwikkelingen dat er vanwege het bijzondere of markante karakter in het kader van welstand om extra aandacht voor versterking en stimulering van het beeld wordt gevraagd.

7 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen" (vastgesteld)

Utrecht

Het Thomas à Kempisplantsoen met de bijbehorende beleidsniveaus

2.3.2.2.4 Erfgoed en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een gebiedsaanduiding voor archeologie op te nemen in het bestemmingsplan Chw Algemene regels Utrecht en in de daarop volgende Chw bestemmingsplannen. In deze gebiedsaanduiding is opgenomen dat de voor archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Hiermee wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met regels in het bestemmingsplan. Met de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Plangebied Binnen het plangebied zijn geen archeologische rijksmonumenten aanwezig. Het plangebied bevindt zich op de archeologische waardenkaart grotendeels in een gebied met lage archeologische verwachting (WA6) en deels in een gebied met hoge archeologische verwachting (WA4). In paragraaf 5.13 van dit plan wordt verder ingegaan op de archeologie in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=2aab4c00-2a0b-4a9d-83d3-2031af25b7fd