CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Papendorp_Toelichting (maart 2024)

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 4 april 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Papendorp44.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen.

Plangebied In paragraaf 5.10 Bodem en ondergrond is op de bodem- en ondergrondsituatie van het plangebied ingegaan. Visie Water en Riolering (2022) en de Visie Klimaatadaptatie (2022) De gemeenteraad heeft in februari 2022 de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. De visie 'Water en Riolering' bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie voor het thema water en riolering. De visie vormt samen met het programma water 3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De Visie Klimaatadaptatie geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. De visie klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering, omdat de verwerking en het beheer van hemel-, riool-, oppervlakte- en grondwater een belangrijke bijdrage levert aan het geschikt maken van Utrecht tegen de veranderende omstandigheden. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptatie een onderdeel van is. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden.

We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven.

Wateroverlast Uitgangspunten in de Visie Water en Riolering zijn: Vuil water en schoon regenwater worden zoveel mogelijk gescheiden en bestrating en dakvlakken worden zoveel mogelijk aangesloten op een regenwatersysteem. Regenwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de plek waar het valt en wordt zichtbaar over het oppervlak afgevoerd i.p.v. ondergronds. Buien tot 20 mm per uur kunnen verwerkt worden zonder dat er water op straat blijft staan. Zelfs bij zeer extreme regenbuien van 80 mm in een uur mag geen schade ontstaan aan gebouwen en nutsvoorzieningen en worden veiligheidsrisico's voorkomen. Wegen, parkeerplaatsen, pleinen en groenvoorzieningen kunnen bijdragen aan tijdelijke waterberging bij extreme regenval. Aandachtspunten hierbij zijn de profilering van het terrein en hoogteliggingen. Er moet dus gezorgd worden voor voldoende hoogteverschil tussen vloer- en wegpeilen. Regenwater mag niet langer dan 3 uur op straat staan. Voorkeursvolgorde Voor het verwerken van regenwater wordt in Utrecht een voorkeursvolgorde aangehouden. Allereerst wordt water zoveel mogelijk vastgehouden om her te gebruiken. Pas daarna stroomt regenwater oppervlakkig af naar bovengrondse bergingsvoorzieningen t.b.v. infiltratie. Als dat niet kan wordt water geborgen en geïnfiltreerd in ondergrondse voorzieningen.

Pas als het regenwater ook niet afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater wordt het afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Droogte Om droogteschade te voorkomen moet de sponswerking van de bodem vergroot worden. Hiervoor moet zoveel mogelijk regenwater vastgehouden en geïnfiltreerd worden. Uitgangspunten daarvoor zijn: Minimaal 90% van het regenwater wordt in het gebied opgevangen en verwerkt zonder afwenteling op het oppervlaktewater. Hiervoor moet 15 mm regenwater per m2 verharding (incl. dakvlakken) vastgehouden kunnen worden in daarvoor bestemde infiltratievoorzieningen. Deze voorzieningen moeten in minimaal 10 en maximaal 48 uur leeg kunnen lopen. Om zoveel mogelijk water vast te kunnen houden is voor het ontwerp en inrichting van de openbare ruimte “groen, tenzij” het leidende principe. Verharding voegen we alleen toe als het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

39

nodig is om het gewenste gebruik en beheer te faciliteren. Daken en gevels zijn zo groen mogelijk ingericht volgens het principe “geen dak of gevel onbenut”. Daarbij worden bij voorkeur zonnepanelen gecombineerd met groen. Met name daken waarop zicht is vanuit woningen, worden groen uitgevoerd. Hitte Hittestress wordt vooral bepaald door de gevoelstemperatuur. Dit is, naast luchttemperatuur, gebaseerd op factoren zoals luchtvochtigheid, de aanwezigheid van wind en de straling van de zon en omliggende gebouwen. In steden is het, door de aanwezigheid van verharding en gebouwen, extra warm. Hier kan het ongeveer 7 tot 10 graden warmer aanvoelen dan het landelijke gebied. Dit noemen we het 'hitte eiland effect': steden nemen overdag meer warmte op en stoten deze 's nachts langzaam af, waardoor het vooral 's nachts warm blijft in de stad. Voor Utrecht streven we naar een stad waarin het hitte-eiland effect beperkt is tot een verschil in gevoelstemperatuur van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI de Bilt). De Gemeente Utrecht heeft in de klimaatadaptatievisie de volgende uitgangspunten opgesteld om hittestress te verminderen: Op de belangrijkste looproutes moet er op het heetst van de dag 40% schaduw aanwezig zijn en in overige loopgebieden is er op het heetst van de dag 30% schaduw.

De minimale afstand tot een koelteplek is 200 meter; Er is minimaal 40 % groen per wijk. Plangebied In paragraaf 5.13 Water en klimaatadaptatie is op de water- en de klimaatadaptatie situatie in het plangebied ingegaan. 2.3.2.2.9 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.

Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 30% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Sinds het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' uit 2018 zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied In paragraaf 5.21 Energie is aangegeven hoe de energieambities in het plan worden ingevuld. Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment 4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd.

In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied In paragraaf 5.21 Energie is aangegeven hoe de energieambities in het plan worden ingevuld. 2.3.2.2.10 Sport, recreatie en toerisme A room with a view, Beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020 (2010) en bijstelling hotels (2019) Op 19 december 2019 is de beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020 bijgesteld. In de nota wordt de verwachting uitgesproken dat in de periode 2019-2021, 1.500-1.800 nieuwe hotelkamers worden gerealiseerd bovenop het bestaande aantal van ongeveer 2.000 hotelkamers. Voor Utrecht betekent dit een inhaalslag in kwantiteit en kwaliteit van hotelconcepten.

Vanwege deze relatief grote toevoeging in een korte tijd is het nodig om tijdelijk een pas op de plaats te maken en eerst het effect van deze toename af te wachten voordat er eventueel meer nieuwe hotels toegevoegd worden. Dit betekent dat, totdat het beleid wordt herijkt, er in principe geen nieuwe hotels worden toegestaan met bestemmingsplanwijzigingen. Voor aanvullende bijzondere concepthotels met maximaal 50 kamers of bijzondere doelgroephotels kan onder voorwaarden (over locatie, kwaliteit initiatiefnemers, segmentatie en duurzaamheid) een uitzondering worden gemaakt. Uitbreidingen van bestaande hotels met een kwaliteitsdoel blijven ook beperkt mogelijk. Plangebied In het plangebied is een bestaand hotel aanwezig. Dit hotel is positief bestemd in dit nieuwe bestemmingsplan Papendorp. Het geldende bestemmingsplan voor Papendorp staat verder op de bedrijfs- en kantorenlocaties de nieuwvestiging van hotels toe. Voor de meeste locaties zijn er echter geen plannen om hotels te realiseren en het hotelbeleid is er op gericht om slechts in beperkte mate ruimte te bieden voor nieuwe hotels in Utrecht. Op het Taatsenplein is er wel een hotel voorzien in de plannen. In het geldende bestemmingsplan is voor deze locatie specifiek aangegeven dat het een hotel mag zijn met maximaal 200 hotelkamers. Die mogelijkheid is overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp.

Hieraan wordt in dit bestemmingsplan de optie toegevoegd om deze mogelijkheid voor een hotel deels of geheel te realiseren in het deelgebied Mobiliteitshub XL. Door een goede ontsluiting en de ligging bij de entree van Papendorp, leent deze locatie zich goed voor een nieuw hotel. Aan het Taatsenplein én in het deelgebied Mobiliteitshub XL maakt het nieuwe bestemmingsplan Papendorp dus hotels mogelijk, als het totaal aantal kamers op beide locaties niet meer is dan het geldende maximum van 200 kamers. Het toevoegen van de mogelijkheid om hier een hotel te realiseren, is passend binnen het Utrechtse hotelbeleid, omdat het gaat om een verdeling van maximaal 200 kamers tussen de locatie op het Taatsenplein en de locatie in het deelgebied Mobiliteitshub XL. Per saldo vindt er dus op deze locaties samen geen uitbreiding plaats van het aantal toegestane hotelkamers, omdat op het Taatsenplein al een mogelijkheid bestaat om 200 hotelkamers te realiseren. Tevens wordt in dit verband opgemerkt dat de latente ruimte die het geldende bestemmingsplan Papendorp biedt, wordt wegbestemd om in de ontwikkeling van Papendorp aan te sluiten op de visie op nieuwe hotels in Utrecht zoals vastgelegd in het Utrechtse hotelbeleid. Beleid tijdelijk verblijf (short stay) Op 19 december 2019 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

41

Het aantal short stay-accommodaties in Utrecht is de laatste jaren gegroeid. Een toenemende mobiliteit van werknemers en internationale studenten zorgt voor een stijgende vraag naar deze accommodaties. De huisvesting van tijdelijke (internationale) werknemers of studenten mag echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid en van de beschikbaarheid van voldoende permanente woonruimte voor verschillende doelgroepen in de stad. Om deze belangen op een goede manier te kunnen wegen zijn uitgangspunten opgesteld. Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden. Dit gebruik valt onder de bestemming hotel met aanduiding logies voor tijdelijk verblijf. Dit gebruik is niet toegestaan in een woonbestemming. De regels voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijk verblijf zijn vastgelegd in de Beleidsregels tijdelijk verblijf (short stay). Plangebied In het plangebied zijn er op dit moment geen concreet uitgewerkte planinitatieven voor short stay. Het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp voorziet dan ook niet in nieuwe short stay functies.

Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting.

Plangebied In het plangebied worden de horeca-categorieën D1, D2 en D3 mogelijk gemaakt. Sportnota 2017-2020 'Utrecht Sportief en gezond' (2016) De sportnota 'Utrecht Sportief en gezond' is in 2016 vastgesteld. Met een optimaal sport- en beweegklimaat in de stad wil de gemeente Utrecht bijdragen aan een gezonde leefstijl en daarmee aan een gezonde toekomst voor al haar bewoners. De Sportnota bevat zestien ambities, op het gebied van sportstimulering, sportaccommodaties, topsport en talentontwikkeling en sportevenementen. Sportstimulering: Door sportstimulering wordt ervoor gezorgd dat nog meer mensen in de stad gaan sporten en bewegen. Het accent wordt gelegd op de buurten met de grootste achterstand in de gezondheid en in sportdeelname. De gemeente werkt hieraan door onder andere de samenwerking tussen sport en andere sectoren zoals gezondheid, welzijn, jeugd, onderwijs en werk en inkomen te versterken. Sportaccommodaties: Een goede sportinfrastructuur vormt de basis voor een goed sportklimaat. Het aantal sportaccommodaties zal mee moeten groeien met de groei van de stad en het aantal inwoners. Hierbij wordt gestreefd naar een efficiënter gebruik van de accommodaties. Topsport en talentonwikkeling: Utrecht ambieert een goed topsportklimaat, met aandacht voor ondersteuning van topsportverenigingen en talentontwikkeling.

Hiervoor werkt de gemeente samen met sportverenigingen, sportorganisaties, onderwijs en het bedrijfsleven. Sportevenementen: Topsport- en breedtesportevenementen wordt als middel gebruikt om zoveel mogelijk Utrechters kennis te laten maken met sporten en bewegen. Evenementen bieden een podium waarop talenten zich kunnen meten met de (inter)nationale top. Plangebied Er zijn goed bereikbare sportvoorzieningen in de omgeving van het plangebied aanwezig, zoals sportpark Rijnvliet (voetbal, hockey, tennis, rugby, paardensport). De bewoners en overige gebruikers van Papendorp kunnen ook gebruik maken van de sportcomplexen Papendorp en Den Hommel (zwembad, tennis Domstad). Voor indoorsport is het de bedoeling om sportfaciliteiten in de Mobiliteitshub XL te realiseren. In de openbare ruimte kan op veel plekken gesport worden, zoals hardlopen en bootcamp. De openbare ruimte van Papendorp is en wordt zodanig ingericht dat deze geschikt is om in te spelen, wandelen, 4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

sporten, ontspannen en te ontmoeten. Pleintjes en groenzones zijn zo ontworpen dat deze functioneren als ontmoetingsplekken. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid van de Omgevingsvisie Utrecht passend binnen een specifiek gebied. Voor het plangebied is geen recent gebiedsbeleid opgesteld. In het verleden is het Masterplan Leidsche Rijn (1995) en de Ontwikkelingsvisie Leidsche Rijn (1997) opgesteld. Het Masterplan Leidsche Rijn vormde in 1995 het ruimtelijke en programmatische startpunt voor de ontwikkeling en de realisatie van de plannen voor Leidsche Rijn. Het Masterplan is er op gericht Leidsche Rijn te ontwikkelen tot een stedelijk gebied met als doel een bijdrage te leveren aan de oplossing van de woningnood in de regio Utrecht en gaat uit van de realisering van in totaal 30.000 woningen binnen Leidsche Rijn. In de visie die aan het Masterplan Leidsche Rijn ten grondslag ligt, nemen drie begrippen een centrale plaats in: compactheid, duurzaamheid en identiteit. Bij compactheid gaat het niet zozeer om een hoge dichtheid, maar vooral om een sterke verbondenheid met bestaande concentraties van bebouwing. Met duurzaamheid wordt gedoeld op het streven naar een evenwicht in ecologische en economische aspecten. Identiteit heeft ten slotte te maken met karakter.

Behoud van identiteit dient onder meer te worden nagestreefd door rekening te houden met de onderling sterk verschillende karakters van de stad Utrecht enerzijds en de kernen Vleuten en De Meern anderzijds. In het Masterplan zijn de hoofdlijnen van de stedenbouwkundige ontwikkeling vastgelegd. In de Ontwikkelingsvisie Leidsche Rijn zijn de programmatische en stedenbouwkundige randvoorwaarden en kwalitatieve eisen gegeven voor de deelgebieden. De Ontwikkelingsvisie vormt een integraal programma van eisen met als doel het creëren van overzichtelijke projecten en heldere uitgangspunten voor de volgende fasen van de planontwikkeling. De Ontwikkelingsvisie zorgt er verder voor dat bij de opdeling in deelplannen en -projecten de samenhang niet verloren zal gaan. In het Masterplan Leidsche Rijn is al aangegeven dat Papendorp als woon- en werklocatie ontwikkeld kan worden. 2.3.3

Overig gemeentelijk beleid

Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied In paragraaf 5.4 is ingegaan op de geluidssituatie in het plangebied. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, die in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

43

afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied In paragraaf 5.8 is ingegaan op de externe veiligheid in het plangebied.

2.4

Conclusie

De conclusie voor het plangebied uit het relevante beleid is dat deze ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders op rijks- provinciaal en gemeentelijk niveau.

4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

In Papendorp is sprake van een tussenstand. In een deel is de kantorenlocatie gerealiseerd, een ander deel ligt braak en in een ander deel zijn bedrijven aanwezig die op termijn gaan vertrekken.

3.2

Beschrijving van het plangebied

3.2.1

Historische ontwikkeling

Rond 1900 was de Papendorp een polder aan de rand van Utrecht en werd van de stad gescheiden door het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat is in de jaren daarna nauwelijks veranderd. De Polder Papendorp werd door de komst van de Rijkswegen A2 en A12 verder geïsoleerd. Papendorp was een polder met een landelijke uitstraling. Het gebied was in gebruik als grasland, dat werd doorsneden door sloten en dijken, met soms knotwilgen. Slechts de noordelijke punt ontwikkelde zich tot bedrijventerrein, met een asfaltcentrale. Ook realiseerde Rijkswaterstaat er een beheerlocatie. In de jaren 90 van de vorige eeuw stak Utrecht het Amsterdam-Rijnkanaal over met VINEX-locatie Leidsche Rijn. In het Masterplan Leidsche Rijn uit 1995 is het gebied, naast werklocatie, aangegeven als woningbouwlocatie. De aanwezigheid van een asfaltcentrale heeft tot op heden de realisatie tegengehouden. Sinds 1999 onderging een groot deel van Papendorp een transformatie van agrarische gronden (met enkele bedrijfsfuncties) naar een bedrijven- en kantorengebied. Kantorenpark Papendorp werd voor een groot deel gerealiseerd. 3.2.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

In het plangebied zijn geen monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig. In het plangebied is ook geen beschermd religieus erfgoed aanwezig, zoals beschreven in de Utrechtse visie religieus erfgoed (2019). In zijn huidige staat herbergt het plangebied weinig zichtbare cultuurhistorische sporen die die een betekenisvolle verwijzing vormen naar de geschiedenis van dit gebied. Het voornaamste relict is het oude tracé van de Taatsendijk, met zijn westelijke bermsloot (waarvan de noordelijke voorzetting nog bewaard is op de grens van de plandelen Groenewoud-Noord) en de eventueel zichtbaar te maken resten van de verdwenen Taatse of Galekopper molen. Het gaat om een karakteristiek stukje infrastructuur van het historische Nederlandse polderlandschap, bestaande uit een kade met ernaast gelegen wetering en wipwatermolen, tezamen verantwoordelijk voor de waterhuishouding van de polder Papendorp die het plangebied zijn naam gaf. 3.2.3

Structuurbepalende elementen

Papendorp wordt ingeklemd tussen twee grote woongebieden. Aan de oostzijde ligt de stad Utrecht, met de wijk Kanaleneiland. Aan de westzijde ligt de woonwijk Leidsche Rijn. Daarnaast wordt het plangebied ingeklemd door de grote infrastructurele lijnen Rijkswegen A2 en A12, de Ds. Martin Luther Kinglaan en het Amsterdam-Rijnkanaal. Door de breedte van deze vervoersassen ligt het gebied enigszins geïsoleerd. De structuur van Papendorp wordt gekenmerkt door de lange lijnen in het plangebied. De sloten en de dijken die voor de polder zo kenmerkend zijn, zijn in het stedenbouwkundig plan overgenomen. De Groenewoudsedijk is, ook na de ontwikkelingen, voor een deel blijven liggen. Ook de Taatsendijk is een belangrijk structurerend element in Papendorp. De lange noord-zuidlijnen die van oudsher in het gebied aanwezig zijn, blijven ook na ontwikkeling zichtbaar in het gebied.

3.3

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

De basis voor het huidige Papendorp is bepaald in de stedenbouwkundige Plannen voor Papendorp Noord en Papendorp Zuid. Papendorp is nu vooral een centraal gelegen en hoogwaardige kantorenlocatie. Via de A2 en de A12 is het landelijk goed bereikbaar. Via de Bevrijdingslaan en de Orteliuslaan heeft het directe bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

45

verbindingen met de stad en het OV-netwerk van de stad. De planstructuur bestaat uit een centrale zone, de Taats, met een glooiend landschap er omheen. Los in het omliggende landschap staan strak geregisseerde kantoorpanden die het parkeren verbergen onder de bebouwing en groene glooiingen. Door de auto's uit het zicht te halen is in Papendorp een groene, landschappelijke inrichting gerealiseerd met lange doorzichten. Bijzonder is de combinatie van de kantoorvilla's dichtbij het kanaal met de volkstuinen en de sportterreinen. In de stedenbouwkundige plannen vormt de centrale zone in het gebied, de Taats, de ruggengraat van het gebied. Het is daarbij opgedeeld in een noordelijk deel en een zuidelijk deel. In het zuidelijke deel is kantoorontwikkeling voorzien. In de Taats Noord is ook ruimte gezien voor woningen, afhankelijk van de milieu-invloeden van omliggende functies. Het Taatsenplein verbindt de Taats Noord en Zuid, en vormt met de mogelijkheid tot voorzieningen en een hotel het hart van Papendorp. In de tussentijd is De Taats Zuid ontwikkeld met kantoren. In de Taats Noord is 1 kantoorpand gerealiseerd. De andere kavels liggen braak. Ook het Taatsenplein is nog niet ontwikkeld. Ten noorden en noordoosten van de Taats liggen enkele bedrijven. Het gaat om een asfaltcentrale van KWS, die voor een klein deel in het plangebied van dit bestemmingsplan valt.

Ten noorden daarvan huurt een bedrijf dat metaal en papier recyclet hallen van de gemeente Utrecht. De huurovereenkomst is inmiddels opgezegd en ontruiming is aangezegd. De hallen naast dit bedrijf zijn recent gesloopt.

Foto van De Taats Zuid en de volkstuinen met kantoorvilla's en sportvelden

4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Foto van De Taats Zuid

Foto van De Taats Zuid en de kantoren en bedrijven in het parklandschap (westkant Papendorp)

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

47

Foto van de kantoren en bedrijven in het parklandschap aan de zuidkant van Papendorp

Foto van de kantoren en bedrijven in het parklandschap aan de zuidkant van Papendorp

3.4

Conclusie

Papendorp is een centraal gelegen, binnenstedelijke en goed ontsloten locatie waarvan de potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijk woon- en leefgebied nog niet ten volle is benut. De centrale ligging en goede ontsluiting maken dat richting een mooie eindsituatie gewerkt kan worden; een volwaardige woon- en werklocatie.

4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

Voor Papendorp zijn meerdere stedenbouwkundige plannen gemaakt en in ontwikkeling. Voor het zuidelijk deel van Papendorp is het Stedenbouwkundig Plan Papendorp Zuid (januari 1999) van toepassing. Voor het noordelijk deel van Papendorp geldt het Stedenbouwkundig Plan Papendorp Noord (april 2001). De twee Stedenbouwkundige plannen zijn gewijzigd in 2010. De wijziging betrof een aanvulling met betrekking tot de stedenbouwkundige structuur van De Taats. De beide stedenbouwkundige plannen beschrijven samen één samenhangend gebied, het kantoren en bedrijvenpark Papendorp. Op 3 februari 2022 is een nieuw plan, het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Papendorp Noord door de gemeenteraad vastgesteld. Het plangebied van dit laatste stedenbouwkundig plan overlapt deels met het plangebied van het Stedenbouwkundig Plan Papendorp Noord uit april 2001, en beslaat deels een gebied dat daar geen onderdeel van is. Voor de delen van het stedenbouwkundig plan die gewijzigd zijn, geldt dat daarbij het oorspronkelijke concept uit 2001 zoveel mogelijk is gerespecteerd. Ook het Taatsenplein Zuid, onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan Papendorp Zuid, is meegenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord. In de beschrijving hieronder worden de verschillende deelgebieden binnen Papendorp beschreven, ongeacht welk stedenbouwkundig plan daaraan ten grondslag ligt.

4.2

Groenewoud Noord

4.2.1

Typering en functies deelgebied

Groenewoud Noord ligt aan de noordkant van Papendorp. Hier komen woningen in een groen en stedelijk milieu, twee parken en bedrijven. Het gebied wordt ontsloten via de Verlengde Mercatorlaan en de Taatsendijk. Groenewoud Noord grenst aan de nieuw te ontwikkelen woonwijk Groenewoud, buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Kenmerkend voor de woonbuurt in Groenewoud Noord is de hoge stedelijke wand met woningen langs de Verlengde Mercatorlaan. Deels onder de wand en deels aansluitend aan deze wand wordt het parkeren voor de bewoners van de woonbuurt opgelost. Dit gebeurt in overdekte parkeerterreinen. De stedelijke wand zorgt voor een geluidsluw en autovrij binnengebied. Dit middengebied loopt door tot het Amsterdam-Rijnkanaal. Vanuit dit binnengebied worden verbindingen gelegd naar Groenewoud, en het taludpark, het groene park op het flauw hellende talud van de A2 en de Dominee Martin Luther Kinglaan. Door dit taludpark loopt een langzaam verkeer verbinding die de Mobiliteitshub kruisingsvrij met De Meernbrug verbindt. Aan de voet van het park, aan de Verlengde Mercatorlaan is er ruimte voor bedrijven. 4.2.2

Programma

Wonen: 700 woningen. Een deel van woningen kan worden ingericht als woon/werk woningen. Kansen daarvoor liggen vooral langs de Verlengde Mercatorlaan. Kantoor: 7.000 m2 bvo (langs de afslag 8a van de A2) Bedrijfsruimte: 7.000 m2 bvo in deelgebied Mercat. De bedrijfsruimte kan gebruikt worden voor diverse soorten bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.1. 4.2.3

Verkeer en parkeren

In Groenewoud Noord ligt het primaat bij langzaam verkeer. De auto blijft op afstand. Hierdoor ontstaat er een fijne en veilige leefomgeving, ook voor kwetsbare doelgroepen. De langzaam verkeers verbindingen zijn zoveel mogelijk gecombineerd met groen en water, zodat ze aantrekkelijk zijn om te gebruiken. 4.2.3.1 Langzaam verkeer Groenewoud Noord is goed bereikbaar voor langzaam verkeer. De snelfietsroute langs het Amsterdam-Rijnkanaal wordt doorgetrokken en er wordt een nieuwe fietsroute gemaakt tussen de Mobiliteitshub en het centrum van Utrecht door het Taludpark naar de Meernbrug. De woonbuurt krijgt een autovrij binnengebied. De verschillende woonblokken staan rond pleintjes bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

49

waar ontmoeting wordt gestimuleerd. De pleintjes worden onderling verbonden met langzaam verkeersverbindingen. Op deze manier zijn ook diverse speelplekken in de buurt kruisingsvrij te bereiken. Tevens lopen er paden die het binnengebied verbinden met de omgeving. Het tweerichtingen fietspad en voetpad langs de Mercatorlaan wordt doorgezet langs de Verlengde Mercatorlaan. Deze zorgt voor een goede verbinding met de Mobiliteitshub en de voorzieningen daar. 4.2.3.2 Autoverkeer De belangrijkste ontsluitingsweg voor de auto is de Verlengde Mercatorlaan. Vanuit deze weg worden de parkeerruimtes voor deze buurt ontsloten. Bewoners van Groenewoud Noord parkeren hun auto aan de rand van de buurt, onder de stedelijke wand (de woningen langs de Verlengde Mercatorlaan). Indien nodig kunnen ze met hun auto op de ontsluitende pleintjes komen, bijvoorbeeld om iemand op te halen of af te zetten of voor laden en lossen. Op deze pleintjes staan ook deelauto's. 4.2.3.3 Parkeren Bewoners parkeren in de parkeerruimtes onder en aansluitend op de stedelijke wand. De bezoekers parkeren in de Mobiliteitshub. Voor de bedrijven is het parkeren voorzien onder het gebouw, eventueel deels onder het taludpark.

4.3

Mobiliteitshub XL

4.3.1

Typering en functies deelgebied

In het deelgebied Mobiliteitshub XL zijn meerdere functie voorzien: parkeren, wonen en commerciële voorzieningen. De mobiliteitshub is bedoeld voor parkeren op afstand. Vanaf de mobiliteitshub reis je verder met de fiets, scooter, het ov of te voet naar je bestemming. Er is ruimte voor circa 2000 auto's (inclusief deelauto's) en circa 1700 fietsen. De mobiliteitshub kent de volgende doelgroepen: De eerste doelgroep: Toekomstige bewoners van Zuidwest Utrecht met behoefte aan parkeren op afstand en hun bezoekers en bewoners en werknemers van Papendorp Noord en Groenewoud. De tweede doelgroep: Bewoners en bezoekers van bestaande omliggende wijken. De derde doelgroep: Werknemers van de Jaarbeurs, P+R-gebruikers en werknemers van Papendorp. Voor de tertiaire doelgroep wordt op regionaal niveau gezocht naar locaties voor passende transferia welke op middellange termijn de parkeerbehoefte van de derde doelgroep kan ondervangen. Het parkeren beslaat de helft van het blok. In de andere helft is ruimte voor voorzieningen als een supermarkt, detailhandel, horeca en woningen. Samen met het parkeren vormen ze een gesloten bouwblok met een groen binnenterrein. Het parkeerdeel sluit met een plein aan op de HOV halte. Gebruikers van de parkeerplaatsen in de Mobiliteitshub kunnen zo zonder autoverkeer van en naar de HOV halte lopen. Dwars door het bouwblok loopt de Hubloper.

Deze vormt een verbinding voor voetgangers en fietsers van de parkeervoorziening en de HOV halte naar de Mercatorlaan. Het parkeerdeel van de Mobiliteitshub krijgt in afwijking van het SPvE twee entrees voor auto's, aan de beide koppen een in- en uitgang. Hierdoor wordt het verkeer in Papendorp beter gespreid en de aansluiting Orteliuslaan/Marinus van Tyruslaan ontlast. Ook de verplaatsing van de P+R functie van de huidige plek naar de Mobiliteitshub draagt hier aan bij. Om te voorkomen dat het autoverkeer gelijkvloers de belangrijke voetgangersroute kruist bij de zuidelijk entree, wordt hier een voetgangersbrug gemaakt, die het blok van de Mobiliteitshub XL verbindt met de blokken van de Taats. 4.3.2

Programma

2000 auto parkeerplaatsen voor de Mobiliteitshub (en ruimtereservering in het plangebied van dit bestemmingsplan voor 1000 parkeerplaatsen van een mogelijke fase 2 van de mobiliteitshub) en 1700 fietsparkeerplekken circa 1.500 m2 BVO reguliere supermarkt circa 300 m2 BVO overig dagelijks (in de plint aan de Mercatorlaan/aan de Hubloper) circa 125 m2 BVO niet dagelijks frequent (in de plint aan de Mercatorlaan/aan de Huploper) 100 m2- 700 m2 BVO horeca (in de plint aan de Mercatorlaan/aan de Huploper) circa 300 m2 BVO diensten (in het parkeerdeel) circa 800 - 1.000 m2 BVO sport (in het parkeerdeel/aan de HOV halte) 5 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

circa 320 woningen maximaal circa 37.000 m2 BVO kantoren in de tweede fase (de grootte van dit programma dat hier gerealiseerd kan worden, is afhankelijk van realisatie en de grootte van de tweede fase HUB) De omvang van het bovenstaande voorzieningenprogramma is vergelijkbaar met het programma dat staat in de Visie voorzieningen (zie Bijlage 3) en de Oplegger visie voorzieningen (zie Bijlage 4) van Bureau Stedelijke Planning. In het overzicht hierboven is het programma omgezet van winkelvloeroppervlakte (wvo) naar bruto vloeroppervlakte (bvo).

4.4

De Taats

4.4.1

Typering en functies deelgebied

De Taats is een langgerekt stedelijk blok dat de ruggengraat vormt van Papendorp. Deze wordt aan weerszijden begrensd door de Orteliuslaan en de Mercatorlaan. De Taats wordt doorsneden door het Taatsenplein. Dit is de entree vanuit het centrum van Utrecht. Deze plek wordt benadrukt door gebouwen aan weerszijden van het Taatsenplein met een hoogte van maximaal 65 meter. Aan het Taatsenplein is ruimte voor diverse voorzieningen in de plint van de gebouwen. De Taats bestaat uit 3 delen, De Taats Zuid, De Taats Noord en het Taatsenplein . 4.4.2

De Taats Zuid

De Taats Zuid ligt ten zuiden van het Taatsenplein, tussen de Orteliuslaan en de Mercatorlaan. Het programma voor De Taats Zuid bestaat voornamelijk uit kantoren. Direct aansluitend op het deel Taatsenplein is een gemengd programma met ook woningen toegestaan. Binnen de bouwblokken is het mogelijk om groene ruimtes te creëren in de vorm van binnentuinen of atria. Binnen de bouwblokken moet het parkeren worden opgelost. Hiervoor is het mogelijk om dit in twee lagen verdiept en/of halfverdiept in een parkeergarage, danwel deels gebouwd op maaiveld op te lossen. De bebouwingshoogte is bepaald op 30 en 36 meter (8-9 bouwlagen). De begane grond laag heeft een minimum hoogte van 4,60 m. De rooilijn van de bouwblokken ligt aan de Orteliuslaan en Mercatorlaan 3 meter terug ten opzichte van de uitgiftegrens. Daarmee krijgt elk gebouw de ruimte voor een eigen stoep, die verbreed wordt bij de terugliggende gevelwanden. Deze private stoep wordt overdekt door een individuele luifel die samen met de luifels van de aanliggende bebouwing een aaneengesloten beschutte route vormt rond De Taats Zuid. 4.4.3

De Taats Noord

De Taats Noord wordt ingevuld met overwegend woonprogramma. Er is ruimte voor een gemengd programma in de plint. Daarnaast is er op twee plekken ruimte voor kantoren, aan de Orteliuslaan waar al een bestaand kantoorgebouw staat en aan de noordkant van de Taats Noord, tegenover de Mobiliteitshub. De nieuwe woningen en kantoren in De Taats Noord parkeren in de Mobiliteitshub. De Taats in door middel van een loopbrug voor voetgangers verbonden met de Mobiliteitshub. Deze burg sluit aan op een openbaar toegankelijke voetgangersroute door de blokken van de Taats Noord. Het uitgangspunt voor de Taats Noord is een logische doorzetting van De Taats Zuid. Het beeld van stedelijke bouwblokken als ruggengraad van Papendorp blijft hier overeind. De begane grond laag met een minimum hoogte van 4,60 m en de 3 meter terugliggende rooilijn zoals in de Taats Zuid wordt langs de Orteliuslaan doorgezet. De bouwhoogte is hier bepaald op 30 meter. Aan de Mercatorlaan wordt een meer afwisselend beeld beoogd, in aansluiting op de woningbouwontwikkeling Groenewoud aan de overzijde van de Mercatorlaan. De bouwhoogte is hier bepaald op minimaal 19 meter en maximaal 30 meter. Er is meer variatie mogelijk in de rooilijn en ook de luifel is hier niet verplicht. De blokken worden gesneden door dwarsstraten tussen de Mercatorlaan en Orteliuslaan.

Twee van de drie dwarsstraten in De Taats Noord zijn uitsluitend bedoeld voor langzaam verkeer. De derde, achter de bebouwing aan het Taatsenplein, is ook voor auto's toegankelijk.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

51

4.4.4

Taatsenplein

Het Taatsenplein is een verbijzondering in De Taats. Hier komt de ontsluitingsweg aan vanaf de Prins Clausbrug. Om deze entree te markeren wordt er rondom het Taatsenplein is een grotere bouwhoogte van 65 meter toegestaan. Op deze manier kan de bebouwing hier dienen als baken voor het centrum van Papendorp. Het programma voor het Taatsenplein bestaat uit kantoren en woningen. Tevens is er op het Taatsenplein een hotel met maximaal 200 kamers en bijbehorende voorzieningen mogelijk. Ook zijn er aan commerciële functies aan het Taatsenplein voorzien, zodat het Taatsenplein het kloppend hart wordt van Papendorp.

4.5

Nieuwerijn I, II en III

4.5.1

Typering en functies deelgebied

Aan de westzijde van De Taats bevindt zich het gebied Nieuwerijn. Nieuwerijn is een park waarin bedrijfs- en kantoorgebouwen in het groen liggen. De inrichting van de openbare ruimte én de inrichting van het aansluitende uitgegeven parkgebied is samenhangend en over het gehele gebied van hoge kwaliteit. De hoogte van de bebouwing in Nieuwerijn bedraagt maximaal 15 meter en 22 meter grenzend aan het Taatsenplein. De kavels die liggen aan de Rijksweg A2 zijn groter, en hebben een maximale bouwhoogte tussen de 26 en de 44 meter. Nieuwerijn bestaat uit 3 delen: 4.5.2

Nieuwerijn I

In dit deel van Nieuwerijn worden hoogwaardige bedrijven gehuisvest, waarvan een relatief groot deel van de gebouwomvang (50% tot 70%) kantooroppervlakte is. Er wordt een beeld nagestreefd van bedrijfsgebouwen op uitgespaarde ruimtes in een bos: de gebouwen goed zichtbaar vanaf de omringende wegen tegen een achtergrond van dicht op elkaar staande bomen. Ook tussen de gebouwen staan veel vrij geplaatste bomen. De bedrijven hebben geen buitenopslag en de gebouwen hebben alzijdig gevels met een representatief karakter. 4.5.3

Nieuwerijn II

Nieuwerijn II is de voortzetting van het deelgebied Nieuwerijn I. Er wordt een beeld nagestreefd van kantoren en hoogwaardige bedrijven (met een kantooroppervlakte van 50% tot 70% van de gebouwomvang) in een park in een orthogonaal patroon. Dit patroon sluit aan bij de richting van De Taats en de Orteliuslaan. De gebouwen zijn zodanig gesitueerd dat zij fungeren als begeleiding van de Orteliuslaan. De gebouwen in Nieuwerijn II zijn groter qua omvang dan de gebouwen in Nieuwerijn I. 4.5.4

Nieuwerijn III

Nieuwerijn III is een park waarin bedrijfs- en kantoorgebouwen op een campusachtige wijze in het groen liggen verspreid. Voor een deel van de bedrijfsgebouwen geldt dat een relatief groot deel van de gebouwomvang (50% tot 70%) kantooroppervlakte is. Tevens is er in dit deelgebied een hotel gevestigd. De inrichting van de openbare ruimte én de inrichting van het aansluitende uitgegeven parkgebied is samenhangend en over het gehele gebied van hoge kwaliteit. Nieuwerijn III heeft een verkavelingsrichting en clustering van gebouwen die telkens ruime doorzichten biedt vanuit verschillende ooghoeken. Deze afwijkende bebouwingsrichting zorgt er tevens voor dat het deelgebied De Taats zich nog duidelijker onderscheidt. Ook de Van Deventerlaan en de waterpartij in Nieuwerijn -hebben een vorm gekregen die zich losmaakt van de strakke rechthoekigheid van De Taats en omringende lanen. De hoogte van de gebouwen is zodanig gekozen dat vanaf de snelweg het overheersende beeld van De Taats goed zichtbaar blijft. De bouwhoogte loopt af van 44 meter aan de A2 tot 15 meter aan de Orteliuslaan.

5 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

4.6

De Cope

4.6.1

Typering en functies deelgebied

Het deelgebied De Cope ligt aan weerszijden van de Papendorpseweg, nabij de afrit van Rijksweg A12. Het bestaat uit twee locaties, Noord en Zuid. In De Cope is sprake van een landschappelijke situatie waarin gebouwen uit elkaar staan met veel groen daartussen, een opzet die verwijst naar de opbouw van een campus. De Cope presenteert zich als een park met kantoorgebouwen, verstrooide bomengroepen in bloemenweides en gazon. Vanaf de toevoerwegen zijn verre doorzichten mogelijk en op de kop presenteren bedrijven zich aan de bezoeker en automobilist. In De Cope zijn alle kavels gerealiseerd. De bebouwing in De Cope Noord is tussen 25 en 30 meter hoog, met uitzondering van het gebouw in de zichtas die een hoogte heeft van circa 55 meter. Het bebouwingspercentage is 33%, hierbij is de parkeergarage niet meegenomen, omdat deze niet als bebouwing zichtbaar is. De Cope Zuid wordt doorsneden door het tracé van een watertransportleiding die over een breedte van 20 meter niet mag worden bebouwd. Ook heeft De Cope Zuid eenzelfde opstelling van gebouwen in het park. Hierbij zijn de gebouwen met de hoofdrichting evenwijdig aan elkaar opgesteld, zodat lange zichtlijnen door Papendorp ontstaan. De gebouwen in De Cope hebben een bouwhoogte van circa 18 tot 36 meter.

4.7

Terrein Rijkswaterstaat

4.7.1

Typering en functies deelgebied

In de 'oksel' van de afslag van de Rijksweg A12 naar Nieuwegein en Papendorp ligt een terrein van Rijkswaterstaat ter grootte van 4 ha. Op dit terrein zijn het regiokantoor, de regionale wegsignalering, het Traffic Informatie Centrum, algemene opslagfaciliteiten en zoutopslag gevestigd van Rijkswaterstaat.

4.8

Vier Seizoenentuin

4.8.1

Typering en functies deelgebied

De Vier Seizoenentuin is een park, waarin de wisselingen van de seizoenen in beeld wordt gebracht. Het gebied markeert de zuidelijke afsluiting van De Taats en benadrukt de entree van het kantorenen bedrijventerrein Papendorp. De tuin is op een dusdanige manier ingevuld dat de kopgevel van De Taats zichtbaar blijft vanaf de Papendorpseweg.

4.9

Recreatiepark Groenewoud

4.9.1

Typering en functies deelgebied

Het programma van recreatiepark Groenewoud is divers: een voetbalvereniging, tennisvereniging, kinderdagverblijf, kantoorvilla's en een volkstuinenpark. Door het niet ophogen van dit gedeelte van Papendorp heeft dit zijn karakteristieke polderslootjes met knotwilgen behouden. Recreatiepark Groenewoud heeft een kleinschalige opzet met tussen de volkstuintjes kleine kantoorvilla's. Het parkeren voor de sportfaciliteiten en het tuinenpark vindt hoofdzakelijk op openbaar terrein plaats. In recreatiepark Groenewoud zijn alle kavels voor kantoorvilla's gerealiseerd.

4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Visie Het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht is erop gericht om wandelen, fietsen en openbaar vervoer te stimuleren en het autogebruik in de stad te beperken. Eén van de manieren om dit te bereiken is door parkeren op grotere afstand van de woning aan te bieden in plaats van voor de huisdeur. Een andere manier is mogelijkheden bieden voor deelmobiliteit. Bij dit beleid geldt dat steeds meer gebruik moet worden gemaakt van elektrische auto's. Dit beleid heeft ook zijn uitwerking gekregen in de plannen voor Papendorp en Groenewoud. Papendorp is ook aangewezen als maatwerkgebied. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

53

Hier kunnen, onder andere, grotere loopafstanden tot parkeervoorzieningen worden gehanteerd, dan de CROW-normen als richtlijn aangeven. 4.10.2 Uitgevoerde onderzoeken Voor het bestemmingsplan Papendorp zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: 1.

2.

3.

Notitie onderbouwing kruispuntmaatregelen Papendorp Noord (SWECO, d.d. 12 januari 2023 (zie Bijlage 7). In dit rapport worden de benodigde kruispuntmaatregelen (en de inpassing daarvan) onderbouwd, voor een veilige en robuuste verkeersafwikkeling op de wegenstructuur binnen het plangebied. In het onderzoek is speciale aandacht geschonken aan de ontsluiting van de Mobiliteitshub XL. Rapportage verkeersgeneratie Papendorp en Groenewoud (Gemeente Utrecht, d.d. 20 december 2022 (zie Bijlage 8). Dit rapport geeft inzicht in de gevolgen van de ontwikkeling van de bestemmingsplannen Papendorp en Groenewoud. Dat inzicht wordt geboden op basis van een doorrekening met het gemeentelijke verkeersmodel VRU 3.4, met speciale aandacht voor de gevolgen voor de wegenstructuur buiten het plangebied. De berekende verkeersintensiteiten in de nieuwe situatie staan in Bijlage 30 van de plantoelichting. Parkeerbalans, waarin het benodigd aantal parkeerplaatsen in Papendorp is berekend op basis van de parkeervisie gemeente Utrecht (2021) (zie Bijlage 9).

Bij deze onderzoeken zijn (in afwijking van het SPvE) twee in plaats van één in/uitgangen van de Mobiliteitshub het uitgangspunt om het verkeer in Papendorp beter te kunnen spreiden en de aansluiting Orteliuslaan/Marinus van Tyruslaan zo veel mogelijk te ontlasten. Uit deze onderzoeken blijkt dat de verkeersafwikkeling in Papendorp op een goede manier kan plaatsvinden. 4.10.3 Fiets en voetganger Voor het nog te ontwikkelen deel van Papendorp wordt ingezet op het versterken en uitbreiden van de langzaam verkeersroutes binnen het plangebied en de aanleg van extra fietsroutes van en naar Papendorp. De Orteliuslaan en Mercatorlaan zijn al voorzien van vrijliggende fietspaden en ook de (nog aan te leggen) Verlengde Mercatorlaan krijgt vrijliggende fietspaden. Met de routes voor fiets en voetgangers kunnen op een duurzame wijze groen en functies, binnen en buiten het plangebied, worden bereikt. Een belangrijk doel bij het uitwerken van de voetgangersroutes voor voetgangers is het creëren van een mooi groen 'rondje' door Papendorp. Voor voetgangers wordenin Papendorp routes gemaakt langs de Orteliuslaan (drooglooproute), door de binnenterreinen van De Taats naar de Mobiliteitshub XL (groene route) en langs de Mercatorlaan (route door het woongebied). Deze routes sluiten aan op de voetpaden in het bestaande Kantorenpark Papendorp en op nieuw aan te leggen voetpaden in Groenewoud.

5 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding: voetgangers in Papendorp en Groenewoud Door de aanleg van een nieuwe fietsverbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidzijde van de De Meernbrug komt er een snelle fietsverbinding tussen de Mobiliteitshub XL en het Beurskwartier. Deze nieuwe fietsverbinding zorgt ook voor een betere aansluiting van Papendorp, Groenewoud, Rijnvliet (sportpark en woongebied), Strijkviertel en delen van De Meern op Utrecht Zuidwest en het centrum van de stad.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

55

Afbeelding: fietsroutes in Papendorp 4.10.4 Openbaar vervoer Papendorp en Groenewoud zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Over de Bevrijdingslaan, de Orteliuslaan en het Marinus van Tyrusviaduct (over de A2) ligt een HOV-baan in de vorm van een vrijliggende busbaan. Deze maakt onderdeel uit van de HOV-zuidradiaal en verbindt de plangebieden met station Vleuten (via De Meern) en Utrecht Centraal (via Kanaleneiland). De Orteliuslaan maakt ook onderdeel uit van de Westtangent, een busverbinding tussen Nieuwegein, station Leidsche Rijn en Maarssen. Deze bushalte bevindt zich bij het Taatsenplein.

5 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Het na 2030 vertrammen van de huidige vrijliggende busbaan tussen Utrecht Centraal tot aan de Mobiliteitshub XL is momenteel in onderzoek. Hier wordt bij het ontwerp van de Mobiliteitshub XL en omgeving rekening mee gehouden. Rekening gehouden wordt met de mogelijkheid om een OV-halte te realiseren die geschikt is als halte voor zowel tram als bus. Aanvullend wordt ook nog gestudeerd op het doortrekken van de verbinding met het Centraal Station richting Leidsche Rijn. Indien besloten wordt tot woningbouw in de polder Rijnenburg dan is het doortrekken van deze verbinding naar Rijnenburg een optie. Ook wordt in het kader van de “Verbetering 0V Breda/Gorinchem/Utrecht” de mogelijkheid onderzocht om een aantal regionale bussen vanaf de A2 via het Marinus van Tyrusviaduct te laten halteren bij de Mobiliteitshub XL.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

57

Afbeelding: HOV in Papendorp 4.10.5 Auto Papendorp en Groenewoud worden onderdeel van een gebied, waar een groot deel van de infrastructuur al aanwezig is. Papendorp heeft een directe aansluiting op de rijksweg A12. Vanaf de A2 is er vanuit de richtingen Den Haag en Den Bosch een directe afrit naar Papendorp. Via Hooggelegen, de Stadsbaan en de Marinus van Tyruslaan is ook de aansluiting op de A2 vanuit alle richtingen beschikbaar. Via de Stadsbaan en Bevrijdingslaan is er een verbinding met respectievelijk Leidsche Rijn en de stad Utrecht. De hoofddragers van Papendorp zijn de Mercatorlaan en de Orteliuslaan. De Orteliuslaan is een hoofdontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50 km/uur. Voor de Mercatorlaan ten noorden van het Taatsenplein wordt, samen met de planontwikkeling in Papendorp Noord, het snelheidsregime verlaagd van 50 naar 30 km/uur. In de huidige situatie zorgt de Taatsendijk voor de ontsluiting van Nedal. In de nieuwe situatie verdwijnt de Taatsendijk. De ontsluiting van Nedal gaat dan via de nieuw te realiseren Verlengde Mercatorlaan lopen. Op de Verlengde Mercatorlaan wordt ook de afrit 8a vanaf de A2 aangesloten. De Dwarsstraat, ten zuiden van de Mobiliteitshub XL, is hierbij de nieuwe (en verlegde) verbindingsweg tussen de (Verlengde) Mercatorlaan en de Orteliuslaan. Papendorp is in november 2021 door de gemeenteraad aangewezen als maatwerklocatie.

Het mobiliteitsconcept voor Papendorp Noord gaat op basis van artikel 8.2.f. van de Beleidsregels Autoparkeren 2021 uit van een optimale benutting van de Mobiliteitshub XL aan de rand van het gebied nabij een stedelijke invalsweg voor het opvangen van de parkeerbehoefte uit het gebied. De woningbouwontwikkelingen van Papendorp en Groenewoud worden voor het gemotoriseerd verkeer ontsloten via de (Verlengde) Mercatorlaan en de Taatsendijk. Alle bezoekers van Papendorp Noord parkeren in de Mobiliteitshub XL. In de parkeerbalans (zie Bijlage 9) is rekening gehouden met 15% minder autoverkeer omdat extra fietsparkeermogelijkheden voor bezoekers worden gemaakt. Ook is rekening gehouden met een reductie van 10% op de parkeernorm voor bewoners vanwege de realisatie van voorzieningen voor deelmobiliteit in de openbare ruimte en in de Mobiliteitshub XL. Alle bewoners van De Taats Noord parkeren in de Mobiliteitshub XL of zijn voor het gebruik van de auto aangewezen op deelmobiliteit. Rond het Taatsenplein wordt parkeergelegenheid gerealiseerd voor de functies rond dat plein (kantoren, hotel en commerciële functies). Dit zorgt voor een aandeel in de vervoersbewegingen met de auto op de Orteliuslaan, de Mercatorlaan en de Bevrijdingslaan. De bewoners van Groenewoud Noord hebben parkeergelegenheid op eigen terrein, in een parkeergarage, of kunnen gebruik maken van deelmobiliteit.

In dat deelgebied is alleen sprake van bestemmingsverkeer voor de bewoners. In Groenewoud wordt 25% van de parkeergelegenheid voor auto's gereduceerd door de beschikbaarheid van maximaal 250 parkeerplaatsen in de Mobiliteitshub XL, deelmobiliteit en extra fietsparkeren. Daarmee is er binnen het plangebied sprake van aanzienlijk meer vervoersbewegingen (bewoners en bezoekers) dan in Papendorp. Buiten het plangebied van Groenewoud worden die bewegingen afgewikkeld via het plangebied van Papendorp. De verkeersstructuur in Groenewoud, in de Pyloonbuurt, de Dijkbuurt en de Mercatorbuurt is met twee lussen zodanig ontworpen dat automobilisten altijd kunnen kiezen voor de kortste weg van en naar de Mercatorlaan. De nieuwe KWS-buurt in Groenewoud heeft een aansluiting op de Taatsendijk. De Mobiliteitshub XL kent twee aansluitpunten op de wegenstructuur van Papendorp, namelijk op de Dwarsstraat en op de Marinus van Tyruslaan.

5 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding: autowegen in Papendorp en Groenewoud 4.10.6 Parkeren Papendorp Noord (en ook Groenewoud) zijn in het gemeentelijke parkeerbeleid aangewezen als maatwerkgebied met een parkeerregime B. In Papendorp Noord worden geen openbare autoparkeerplaatsen aangelegd met uitzondering van voorzieningen voor mindervaliden, deelauto's en laden en lossen. In de huidige situatie is er een tijdelijke Park en Ride voorziening aanwezig. Bij realisatie van de Mobiliteitshub XL wordt deze tijdelijke P+R overbodig. De P+R wordt dan opgeheven. Voor parkeren wordt onderscheid gemaakt in bewoners en bezoekers: bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

59

Bezoekersparkeren voor de woningen vindt plaats in de Mobiliteitshub XL. Parkeren voor de niet-woonfuncties rond het Taatsenplein en het bewonersparkeren in Groenewoud Noord worden gerealiseerd op eigen terrein, uit het zicht, onder de bouwblokken. Bewonersparkeren en/of parkeren voor de voorzieningen in deelgebied Taats Noord en deelgebied Mobiliteitshub XL worden in de Mobiliteitshub XL opgenomen. Voor de toegankelijkheid worden in de deelgebieden wel parkeerplaatsen gerealiseerd voor bewoners en/of bezoekers die aangewezen zijn op een parkeerplaats nabij de functie. Het benodigd aantal parkeerplaatsen in Papendorp Noord is berekend op basis van de parkeervisie gemeente Utrecht (2021), zie de berekening van het aantal parkeerplaatsen in Bijlage 9. Daarbij is uitgegaan van betaald parkeren conform parkeerregime B1. Op basis van het maximale programma is in Papendorp Noord het aantal benodigde parkeerplaatsen 2048. Hiervan zijn er 1510 ten behoeve van de nieuwe bewoners en hun bezoekers. Per deelontwikkeling wordt bij de uitgifte van de kavels afspraken gemaakt met de ontwikkelende partijen over de inzet van deelmobiliteit. Doel hierbij is om duurzame mobiliteit te stimuleren en het aantal parkeerplaatsen te beperken. Voor bewoners worden 111 autoparkeerplaatsen vervangen door 28 plaatsen voor deelmobiliteit binnen Papendorp Noord, waarvan een deel in de Mobiliteitshub XL.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f0726319-2d6d-467d-baad-b2620a202296