Chw bestemmingsplan Papendorp_Toelichting (maart 2024)
Tekst van het document
2.2.3.2 Plansituatie en conclusie Papendorp wordt een gemengd hoogstedelijke stadsdeel waar wonen en bedrijvigheid elkaar kunnen versterken. Het biedt daarmee een interessante vestigingsplaats voor creatieve bedrijvigheid en start ups en scale-ups. Dit zijn bedrijven die bijdragen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Ook worden met dit bestemmingsplan nieuwe vestigingsmogelijkheden geïntroduceerd voor bedrijven en instellingen. Het draagt dan ook bij aan het streven om voldoende vestigingsmogelijkheden in de stad te bieden.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
23
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Coalitieakkoord 'Investeren in Utrecht: Kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat' 2.3.1.1 Kader Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord gepresenteerd. In het coalitieakkoord staat aan welke onderwerpen de coalitiepartijen GroenLinks, D66, PvdA, Student&Starter en ChristenUnie de komende jaren in Utrecht willen werken. In Utrecht wordt gebouwd, gewerkt en geleefd. Het gaat goed met veel inwoners. Maar er zijn ook Utrechters die moeite hebben mee te komen in de maatschappij. De coalitiepartijen willen werken aan gelijke kansen, betaalbare woningen en het klimaat: De groeiende ongelijkheid in de stad De coalitiepartijen zetten een stap extra voor Utrechters die steun in de rug nodig hebben. De aandacht gaat vooral uit naar Utrechters bij wie het niet vanzelf goed gaat. Voor de doelen en maatregelen in het coalitieakkoord geldt het principe 'ongelijk investeren voor gelijke kansen'. Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hier hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan en (mentale) gezondheid zijn hierbij allemaal belangrijk. De grote woningnood Met een sociaal volkshuisvestingsbeleid willen de coalitiepartijen ervoor zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen.
De coalitiepartijen vinden het belangrijk dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft. Groei is geen doel op zich, het moet duurzaam in balans zijn. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel rust als reuring. Het houdt ook in dat woningen duurzaam, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn. En het betekent ook dat er genoeg voorzieningen in de wijken zijn. Het grote tekort aan betaalbare woningen vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Daarom grijpen de coalitiepartijen in bij grote ongelijkheid op de woningmarkt. Ook hier is extra aandacht voor groepen die niet automatisch de ruimte krijgen, zoals mensen met lage inkomens, studenten, daklozen, starters en ouderen. De klimaatcrisis De coalitiepartijen kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. De coalitiepartijen benutten alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen de Utrechtse gemeentegrenzen en gaan met bewoners en ondernemers ambitieus aan de slag met energiebesparing. Nieuwbouw is energiezuinig en klimaatadaptief en de coalitiepartijen gaan actief aan de slag met geothermie en aquathermie. De coalitiepartijen blijven investeren in lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden om de brandstofmotor uit de stad te laten verdwijnen en om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde klimaataanpak.
De coalitiepartijen geven groen in de stad een flinke impuls en maken de openbare ruimte zoveel mogelijk publiek toegankelijk. Rond de stad creëren de coalitiepartijen natuur en landschap van groter formaat met een combinatie van natuur, recreatie en energieproductie. Naast deze 3 grote opdrachten zien de coalitiepartijen ook veel kansen voor Utrecht. Utrecht is een (veer)krachtige stad. Kennisinstituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met gezondheid voegen zich samen in onze stad en regio. Dit past heel goed bij het doel dat de gemeente Utrecht al jaren heeft: gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk maken. Samenwerking met (maatschappelijke) partners op het thema gezondheid is één van de manieren om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. 2.3.1.2 Plansituatie Het streven in het coalitieakkoord is om zo snel mogelijk nieuwe woningen te bouwen. Veel mensen zijn op zoek naar een huis in Utrecht. Voor het groeiend aantal inwoners worden nieuwe woonwijken gerealiseerd. Om de drukte in de stad te spreiden worden ook meerdere 'stadscentra' gerealiseerd. De 'stadscentra' zijn in de RSU 2040 aangegeven en moeten ervoor zorgen dat iedereen in de buurt van voorzieningen woont. Papendorp is een van deze centra. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk. De stad laten groeien, moet op een gezonde manier gebeuren.
Volgens het coalitieakkoord moet groeien met kwaliteit en in balans: bij de groei van de stad horen ook extra maatschappelijke voorzieningen, meer en beter groen, investeringen in mobiliteit en plekken voor o.a. sport, cultuur en levensbeschouwing. De ontwikkelingen in de stad moeten werken voor de nieuwe bewoners en voor de huidige bewoners. Voor de nieuwe bewoners voor Papendorp worden daarom nieuwe voorzieningen gerealiseerd en wordt de bereikbaarheid van het gebied verbeterd. Met dit bestemmingsplan wordt dat mogelijk gemaakt. 2 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Door de stad verder te ontwikkelen kan ook duurzame mobiliteit worden gestimuleerd. De coalitiepartijen willen dat doen door vol in te zetten op het OV. Zij zien dat hier een achterstand in te halen is. Het concept van het Wiel met spaken (Mobiliteitsplan 2040) wordt verder uitgewerkt en gerealiseerd. Naast Merwedekanaalzone, A12-zone en Lunetten-Koningsweg, krijgt Papendorp daarbij de hoogste prioriteit. Onder die prioriteit valt ook dat wat nodig is om deze wijken bereikbaar te maken en houden. De Mobiliteitshub XL in dit bestemmingsplan is essentieel voor de bereikbaarheid van de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. De gemeente werkt samen met Rijk, provincie en regio om het wiel met spaken (Mobiliteitsplan 2040) zoveel mogelijk uit te voeren als tramverbinding. De Merwedelijn (toekomstbestendig ingepast) en Papendorplijn hebben daarbij prioriteit, gevolgd door de Waterlinielijn en later de Binnenstad-as. 2.3.1.3 Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van de ambities uit het coalitieakkoord: nieuwe woningen met bijbehorende voorzieningen, Papendorp als één van de stadscentra en duurzame mobiliteit voor Papendorp, de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. 2.3.2
Omgevingsvisie Utrecht
In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.
2.
3.
De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 455.000 inwoners in 2040. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt.
In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.
De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht. 2.3.2.1
De koers
2.3.2.1.1 Kader Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die na het inwerking treden van de Omgevingswet in het Omgevingsplan Utrecht zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad tot 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
25
Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht, de tien-minutenstad. Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt. Er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, Beurskwartier en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein.
Ook in de binnenstad, het stationsgebied en het Utrecht Science Park is ruimte voor extra woningen, winkels, bedrijven, cultuur en maatschappelijke instellingen. Omdat er met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt. Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.2.2.7. 2.3.2.1.2 Opgaven plangebied Het plangebied is in de RSU aangeduid als nieuw stedelijk knooppunt en dit knooppunt wordt gerealiseerd in fase 1 en 2 van de uitvoeringsstrategie van de RSU. Opgaven vanuit de RSU voor het plangebied van het bestemmingsplan Papendorp zijn: Het benutten van de economische potentie als grote werklocatie, voor de groei van werkgelegenheid. Voor Papendorp wordt een kantorenprogramma aangegeven van 90.000 – 133.000 m² bvo (circa 4700 arbeidsplaatsen).
Voor wonen wordt in de RSU uitgegaan van 1000 woningen in Papendorp Noord (conform Meerjaren Perspectief Ruimte 2020), met bijbehorend voorzieningenprogramma. Daarnaast wordt in de RSU, samen met Groenewoud, ruimte gezien voor minimaal 750 woningen extra. In lijn met het vastgestelde SPvE is het programma voor Papendorp Noord inmiddels in het Meerjaren Perspectief Ruimte 2022 opgehoogd naar ongeveer 2.000 woningen. Het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied. Er ontstaat een nieuw HOV-knooppunt door de Papendorplijn te koppelen aan de Waterlinielijn (een directe OV-verbinding tussen Papendorp – Westraven – Lunetten Koningsweg en het Utrecht Science Park). Realisatie van Mobiliteitshub XL voor parkeren aan de rand van de stad. Het optimaal benutten van de ruimte binnen werklocatie Papendorp. Dat betekent dat de gemeente intensief ruimtegebruik nastreeft met een optimale functiemenging. Er zal meerlaags worden gebouwd, waarbij de verschillende werkfuncties worden gecombineerd met wonen, parkeren, horeca of cultuur. De gemeente richt zich op arbeidsintensieve vormen van bedrijvigheid (verdichting van werkgelegenheid, meer banen per hectare). 2.3.2.1.3 Hoogbouw In de RSU 2040 is ook de visie op hoogbouw in Utrecht vastgelegd.
De gemeente maakt het volgende onderscheid: Hoogbouw XL, met stedelijk-regionale betekenis: tot maximaal 105 meter (de 'sky is the limit' in Leidsche Rijn Centrum wordt hiermee verlaten). Hoogbouw L, met stedelijke betekenis: tot maximaal 70 meter. Hoogbouw tot 105 meter wordt gekoppeld aan de belangrijke OV-knopen in de stad: Utrecht Centraal, Leidsche Rijn Centrum, Lunetten Koningsweg en Utrecht Science Park. Hoogbouw met stedelijke betekenis, tot 70 meter, is mogelijk rond andere belangrijke OV-knooppunten gelegen aan het 'wiel'. Hoogbouw is daar vooral van betekenis voor de wijk en voor de stad zelf. Het nieuwe OV-knooppunt in Papendorp is een van de OV-knooppunten in het 'wiel'. Hoogbouw kan hier als middel ingezet worden om in hoge dichtheden te bouwen. Maar hoogbouw is geen doel op zich. Veel belangrijker is het waarborgen van de menselijke maat: nabijheid, de beleving van de stad op ooghoogte, levendigheid op straat, functiemenging, buitenruimtes en de mate van publieke toegankelijkheid. De menselijke maat en het pallet aan verschillende gebieden in de bestaande stad en bij de nieuwe knopen met verschillende functies, identiteiten en dichtheden maken de stad 2 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
interessant en sterk. Hoogbouw tot 70 meter wordt ook rond de (naoorlogse) wijken, die zich daar qua stedenbouwkundige structuur en opzet voor lenen, toegestaan. Papendorp is een van die gebieden, naast Kanaleneiland en Overvecht. Hoogbouw wordt in deze gebieden toegepast langs betekenisvolle structuren van deze wijken. Hoogbouw kan bijvoorbeeld worden ingezet om een gebied goed herkenbaar te maken langs hoofdwegen. In Papendorp staan op verschillende locaties al gebouwen die hoger zijn dan 30 meter. Ook biedt het geldende bestemmingsplan op verschillende locaties nog mogelijkheden voor nieuwbouw van meer dan 30 meter hoog. De maximale hoogtes variëren van globaal 36 meter tot 44 meter, 65 meter bij het Taatsenplein en op twee plekken 70 meter (torens bij het Amsterdam-Rijnkanaal en de afrit 16 van de Rijksweg A12). De hoogbouw is mogelijk gemaakt om de plek van Papendorp nabij hoofdinfrastructuur tot uiting te laten komen en om De Taats, als stedenbouwkundige 'ruggengraat' van het gebied, vorm te geven. In Papendorp Noord zijn aan weerszijden van het Taatsenplein twee torens gepland van 65 meter hoog. De mogelijkheden daarvoor zijn al opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Deze mogelijkheden worden doorgezet in dit bestemmingsplan. De andere gebouwen worden niet hoger dan 30 meter. Dit houdt ook in dat twee andere bestaande mogelijkheden voor hoogbouw vervallen.
Op twee braakliggende kavels in De Taats, ten noorden van het Taatsenplein, is nu namelijk volgens het geldende bestemmingsplan hoogbouw mogelijk tot 90 meter. Die mogelijkheden vervallen met dit nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp. De maximale bouwhoogte wordt hier teruggebracht naar 30 meter, omdat het nooit de bedoeling is geweest om hier hoogbouw van 90 meter mogelijk te maken (dit was een technische fout in het geldende bestemmingsplan). De uitgangspunten voor hoogbouw uit de RSU 2040 worden nog uitgewerkt in een aparte hoogbouwvisie. In het coalitieakkoord, zie paragraaf 2.3.1, is inmiddels ook afgesproken dat de nieuwe hoogbouwvisie onderdeel wordt van een nieuwe stedenbouwvisie. Die visie wordt ontwikkeld gezien het belang van de kwaliteit van de leefomgeving in een verdichtende stad. Die moet de ambitie ondersteunen om de stad te laten groeien met kwaliteit. 2.3.2.1.4 Conclusie Het plan voor Papendorp levert een bijdrage aan de beoogde inbreiding, duurzaamheid, gezondheid en intensief ruimtegebruik en past daarmee in de RSU. Dit bestemmingsplan staat hoogbouw toe op plekken die zich daarvoor lenen en met een maximale hoogte van 70 meter. Dit past binnen de visie van Utrecht op hoogbouw. 2.3.2.2
Thematisch beleid
2.3.2.2.1 Wonen Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Een streven uit de woonvisie is om goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken te bouwen. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. De ambities uit de woonvisie vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie Utrecht wil de groei van de stad benutten om partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Er wordt daarbij gewerkt met streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. Doorstroming Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen Utrecht streeft naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alle (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien.
Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Utrecht bouwt aan een duurzamere woningvoorraad en richt zich op thema's als energieneutraliteit en het terugdringen van gasaansluitingen. Coalitieakkoord 'Investeren in Utrecht: Kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat' bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
27
Om de grote woningnood aan te pakken, zet het huidige college in op een sociaal volkshuisvestingsbeleid dat er voor moet zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen (zie ook paragraaf 2.3.1 coalitieakkoord 2022). Belangrijke woonafspraken in het coalitieakkoord zijn: 1. 2. 3. 4.
Sociaal 40%, midden 35%, vrije sector 25% Van de sociale huurwoningen is 30 % bestemd voor kwetsbare groepen Uitgangspunt is dat sociale huur corporatiehuur is Sociale huurwoningen en midden huur- en koopwoningen hebben samen een gemiddelde gebruikersoppervlakte van 65 m2.
Marktontwikkelingen en plansituatie De aantrekkelijkheid van Utrecht, gecombineerd met de snelle groei van de stad, zorgen voor uitdagingen in het optimaal gebruik van de ruimte voor diverse functies (zoals wonen, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, horeca, sport, etc.). De totaalvisie op wonen, werken en verblijven in Utrecht wordt uitgewerkt in de actualisering van de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU). Specifiek voor de Utrechtse woningmarkt zien wij de volgende uitdagingen: de druk op de woningmarkt is groot. Vraag en aanbod lopen uiteen. De prijzen voor koop- en huurwoningen zijn gemiddeld hoger dan in de rest van het land. Voor steeds meer mensen is een (andere) woning in Utrecht niet (meer) bereikbaar. Vooral de middeninkomens raken in de knel. Verder dreigt een groter deel van de woningvoorraad onbetaalbaar te worden voor mensen met een lager inkomen. Dat werkt verdere segregatie in de hand wat niet wenselijk is gezien de ambitie om gemengde wijken te realiseren. de zoek- en wachttijd voor een sociale huurwoning loopt op en de doorstroming stagneert door een gebrek aan passend aanbod; we zien de verschillen tussen wijken met een eenzijdige goedkope woningvoorraad en wijken met een gemengde woningvoorraad toenemen.
Op een aantal plekken in de stad komen de leefbaarheid en veerkracht van de wijk onder druk te staan; de meeste mensen kunnen gelukkig zelf voorzien in hun woonruimte. Toch zijn er groepen die dit (tijdelijk) niet kunnen. Het aanbod van geschikte woningen voor mensen met behoefte aan zorg of ondersteuning is schaars en niet evenredig verdeeld over de stad. We zien een opgave voor passende huisvesting voor ouderen. Wat ook kan bijdragen aan het op gang brengen van doorstroming; we zien groepen initiatiefnemers en bewoners die woonconcepten willen ontwikkelen waar de huidige markt onvoldoende in voorziet, en die bijdragen aan een leefbare buurt. De doorstroom uit de Maatschappelijke Opvang én het stijgende aantal statushouders als gevolg van de vluchtelingeninstroom zorgt voor extra druk op de sociale woningbouw. Dit vraagt, gezien de aard van de problematiek, een aparte oplossing bij het invullen van de behoefte naar nieuwe woningen. Voor de ontwikkeling van de bevolking is de verwachting dat de groep kleine huishoudens nog verder zal oplopen. Zoals in paragraaf 2.1.3 (Ladderonderbouwing) is onderbouwd, wordt met de ontwikkeling van ongeveer 2.000 woningen in Papendorp bijgedragen aan de behoefte aan nieuwe woningen in Utrecht.
Het programma (40% sociale huurwoningen, 32% middendure huur- en koopwoningen) draagt bij aan de inhaalslag voor het middensegment en het op peil houden van de sociale voorraad. Papendorp wordt een gemengde wijk waarbij de verschillende categorieën woningen en woningtypes worden gemengd. Daarbij is er ook ruimte voor nieuwe woonconcepten en sociaal kwetsbare Utrechters. Daarnaast wordt in het SPvE voor Papendorp Noord ook ruimte gezien voor een gemengd wonen concept van ongeveer 250 woningen, waar zorgdragers en -vragers gezamenlijk wonen. Omdat op dit moment nog niet bekend is hoe en waar dit concreet gerealiseerd wordt, is in dit nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp nog niet voorzien in die specifieke functie. Papendorp krijgt een hoogstedelijk gemixt karakter waar niet alleen gewoond, maar ook gewerkt wordt. Vaak gaan hier mensen wonen die dicht bij de binnenstad willen wonen, maar het niet erg vinden om bijvoorbeeld een stuk te fietsen of het openbaar vervoer te gebruiken. Denk hierbij aan één- en tweepersoonshuishoudens in de vorm van 'jongere' starters op de woningmarkt, maar ook de mobiele empty-nesters (ouders waarvan de kinderen niet meer thuis wonen). Gestapelde bouw in de vorm van appartementen in de Taats Noord en bij de Mobiliteitshub XL lenen zich hier goed voor.
De ligging en het karakter van het deelgebied Groenewoud Noord maken dat dit deelgebied ook geschikt is voor gezinswoningen op de begane grond met daarboven appartementen. Dit kan zowel in het sociale segment, als in de midden en vrije segmenten. Conform het Utrechts selectiebeleid bij gronduitgifte wordt door middel van een selectieprocedure (tender) bij de gronduitgifte bepaald welke partijen in aanmerking komen voor het ontwikkelen van woningen en voorzieningen in Papendorp Noord. Het totale woonprogramma van ongeveer 2000 woningen is verder uitgewerkt naar verschillende plots, waarbij er per plot een selectieprocedure (tender) wordt georganiseerd. Bij de tender worden geïnteresseerde partijen gevraagd om 2 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
referenties en eerdere relevante projecten op te geven om te onderbouwen dat zij de gevraagde ambities waar kunnen maken. Daarnaast dienen de verschillende partijen in dit proces een plan in waarmee zij aantonen hoe zij op een specifiek plot bijdragen aan de Utrechtse doelen en ambities. Om te borgen dat met een plan het hoogstedelijk karakter van Papendorp wordt gerealiseerd formuleert de gemeente concrete eisen en beoordelingscriteria op basis waarvan de plannen worden beoordeeld, onder andere op het gebied van huurprijs en woonoppervlak per woning. Per plot wordt één plan uitgekozen, waarna verdere afspraken worden gemaakt tussen (markt)partij en gemeente. Conclusie Het bestemmingsplan Papendorp levert met ongeveer 2.000 woningen een flinke bijdrage aan de volkshuisvestelijke opgave waar we in de stad Utrecht voor staan. Naast een flink aandeel sociale woningbouw biedt de gebiedsontwikkeling in Papendorp ook woningen in de andere segmenten. Deze balans in de ontwikkeling sluit goed aan bij de in de woonvisie opgenomen uitgangspunten. Papendorp biedt ruimte aan een brede doelgroep. Van jong tot oud, van zelfstandig tot hulpvragend, van alleenstaanden tot gezinnen. De ontwikkeling van Papendorp voldoet aan de ambities en doelstellingen uit de woonvisie.
Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2019 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht'. Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de nieuwe Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen. Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw Algemene regels voor bouwen en gebruik' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening 2019 die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad.
De beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. In de beleidsregels zijn eisen opgenomen over de minimale omvang van woningen en is de verplichting opgenomen om de gevolgen van extra woningen of bewoners voor de bestaande situatie in beeld te brengen. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. Plangebied Het huisvestigingsbeleid is vertaald in de regels van dit bestemmingsplan Vitale stadswijken, functiemengingin woonwijken (2013) In de notitie 'Vitale Stadswijken, functiemenging in woonwijken' is uitgewerkt hoe binnen de woonwijken met functiemenging om zal worden gaan. Het doel van de notitie is de beleidsrichting aan te geven en randvoorwaarden te scheppen voor het faciliteren van meer functiemenging in woonwijken en het bieden van een toetsingskader voor initiatieven in afwijking op het bestemmingsplan. Plangebied In het plangebied is sprake van functiemenging. Naast woningen zijn andere voorzieningen zoals kantoren, bedrijfsruimte, (commerciële) voorzieningen en een mobiliteitshub voorzien. Uitgangspunt is dat Papendorp Noord in samenhang met Groenewoud een aantrekkelijk woongebied wordt met een grote menging van functies.
De ontwikkeling past daarmee binnen dit beleidskader. Beleidskader Particuliere Vakantieverhuur (2018) Op 8 maart 2018 heeft de gemeenteraad voor het tijdelijk verhuren van een woning aan toeristen het beleidskader Particuliere Vakantieverhuur vastgesteld. Het faciliteren van de groeiende behoefte aan tijdelijk verblijf van toeristen en andere doelgroepen in Utrecht is goed voor de Utrechtse economie en werkgelegenheid en past binnen de visie die we in de Ruimtelijke Strategie Utrecht hebben vastgelegd. Wel is het belangrijk dat hier grenzen aan worden gesteld om te voorkomen dat door de toename van de vraag naar en het aanbod van tijdelijk verblijf in Utrecht andere belangen onder druk komen te staan. Ten behoeve van de kleinschaligheid, veiligheid, gelijk speelveld en het voorkomen van klachten wordt de verhuur van een woning aan toeristen alleen onder voorwaarden toegestaan. Deze staan in de beleidsregels Particuliere Vakantieverhuur. Plangebied bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
29
Particuliere verhuur is onder de voorwaarden uit de beleidsregels Particuliere Vakantieverhuur toegestaan. 2.3.2.2.2 Werken Bedrijventerreinen Strategie Utrecht 2012 Het bedrijventerreinen beleid van de gemeente Utrecht is gericht op het bieden van toekomstgerichte bedrijfslocaties voor (zelfstandige) ondernemers en bedrijven in Utrecht. Voldoende en goede (niet louter mono-functionele) werklocaties zijn belangrijk voor het algemene vestigingsklimaat van de stad. Om de concurrentiekracht van en werkgelegenheid in onze stad op peil te houden, zijn goede werklocaties waaronder bedrijventerreinen onontbeerlijk. De doelstelling van het bedrijventerreinenbeleid is om voldoende en toekomstbestendige werklocaties te bieden, die voldoen aan de wensen van hedendaagse en toekomstige ondernemers en daarmee een bijdrage te leveren aan de economische ontwikkeling van de stad. Plangebied Bestemmingsplan Papendorp draagt bij aan het verder verbeteren van het vestigingsklimaat van de stad. Kantorenlocatie Papendorp is al een hoogwaardige kantoorlocatie, waar grote bedrijven zich graag vestigen. Met dit bestemmingsplan worden de vestigingsmogelijkheden verbeterd. Wonen wordt als functie aan het gebied toegevoegd, kantoren worden op meer plekken mogelijk, er komen voorzieningen bij en er is ook ruimte voor nieuwe bedrijven.
De aantrekkelijkheid van Papendorp als vestigingslocatie voor bedrijven wordt zo verder versterkt. Ontwikkelingskader detailhandel (2012) en Detailhandel Utrecht (2015) Het Ontwikkelingskader detailhandel (2012) wordt gebruikt om de detailhandelsontwikkelingen te toetsen en beschrijft op hoofdlijnen de winkelstructuur in Utrecht, de verwachte marktontwikkelingen voor de komende jaren en hoe de gemeente daarmee de komende jaren wil omgaan. Utrecht kent een zorgvuldig opgebouwde en redelijk fijnmazige voorzieningenstructuur. Op basis van een strakke regie en planologie is de huidige winkelstructuur tot stand gekomen. Daarbij wordt uitgegaan van een ruimtelijke concentratie. De gemeente wil deze, daar waar mogelijk, ook behouden. Detailhandel is een dynamische markt. De huidige marktomstandigheden en ontwikkelingen, waaronder de ontwikkeling van internetaankopen, beïnvloeden de behoefte aan fysieke winkels, ook in Utrecht. Maar Utrecht groeit en kent een achterstand in het winkelaanbod. Het ontwikkelingskader beschrijft de te verwachten ontwikkelingen en maakt inzichtelijk welke uitbreidingen en toevoegingen van winkelgebieden in Utrecht gepland zijn het komende decennium. Ook beschrijft het kader op hoofdlijnen hoe we als gemeente willen omgaan met detailhandel buiten winkelgebieden.
Internetwinkels in of bij woningen: De vestiging van een webwinkel bij een woonhuis waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en die dus verder geen ruimtelijke uitstraling als winkel heeft, kan worden aangemerkt als de uitoefening van een bedrijf aan huis en past binnen de woonbestemming. Het betreft hier de administratieve handeling die de bewoner aan huis verricht. Er mag geen sprake zijn van een toonzaal of afhaalmogelijkheid. Dit soort internetwinkels dient zich te vestigen op een locatie met een detailhandelsbestemming. Sinds de vaststelling van het Utrechts detailhandelsbeleid in 2012 is de landelijke winkelmarkt verder gestagneerd. De positie van Utrecht ten opzichte van de landelijke ontwikkeling is gunstig door de groei van de bevolking in stad en regio en de relatieve aanbod achterstand die er (nog) is. Desondanks wordt ook Utrecht geconfronteerd met de veranderde winkelmarkt. Per wijk wordt ingegaan op de stand van zaken in de winkelgebieden en het bijbehorende beleid en de te nemen acties. Plangebied Het bestemmingsplan Papendorp voorziet in de toevoeging van nieuwe commerciële voorzieningen waaronder detailhandel in de vorm van een supermarkt en een mix van andere kleinschalige winkels en voorzieningen (zoals een bakker, bloemist, fietsenmaker). De detailhandel wordt gerealiseerd in het deelgebied Mobiliteitshub XL.
Dit is passend binnen de gestelde kaders. 2.3.2.2.3 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen 3 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden. Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen en verder willen ontwikkelen, zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan.
Als in de stedelijke groenstructuur plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen en moet er bij het plan een voorstel zijn voor groencompensatie. Plangebied Onderdelen van het plangebied (vooral de randen) vallen binnen de stedelijke groenstructuur. Op de volgende afbeelding is de ligging van de planlocatie in de stedelijke groenstructuur weergegeven. In paragraaf 5.11 Natuurbescherming is hier verder op ingegaan.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
31
Afbeelding: uitsnede Stedelijk Groenstructuurplan Bomenbeleid Utrecht (2009) aangevuld september 2018 De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Hierop is een aanvulling gedaan op 27 september 2018 voor een herplantplicht. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende 3 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Plangebied De bomenparagraaf is opgenomen in paragraaf 5.12 Bomen. Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen.
Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan. Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken. Plangebied Voor deze ontwikkeling is een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd waarbij de Utrechtse soorten zijn meegenomen. De uitkomsten zijn beschreven in paragraaf 5.11 Natuurbescherming. 2.3.2.2.4 Bouwen Hoogbouwvisie 'Waar wel en waar niet hoog bouwen in Utrecht' (2005) De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsingskader voor hoogbouwplannen, door ten eerste na te gaan wat de mogelijke bijdrage is die hoogbouw kan leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en ten tweede door het geven van een visie op de meest (on)wenselijke locaties voor hoogbouw. Voor de hoogbouwvisie is gewerkt met de volgende vaststaande uitgangspunten: hoogbouw wordt altijd in verhouding gezien met de omgeving; behoud van het kleinschalige karakter van stadswijken; de zichtlijnen op de Dom moeten behouden blijven; hoogbouw als middel om de stad beter zichtbaar en herkenbaar te maken. Utrecht wordt één stad met twee centra: het huidige centrum met stationsgebied en het toekomstige Centrum Leidsche Rijn.
De kloof tussen de twee stadsdelen wordt in de toekomst gedicht door de zogeheten Centrale Zone, die ruwweg parallel loopt aan de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het Wensbeeld 2030 is de stad opgedeeld in een drietal categorieën: De Binnentuinen: deze categorie bevat een subcategorie “laag” met een basis van 9 meter en een subcategorie “hoog” met een basis van 15 meter, beiden met de mogelijkheid tot incidentele accenten tot (in principe) het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte; De Centrale Zone: de basismaat bedraagt in dit gebied 15 of 30 meter. Er zijn accenten tot het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte mogelijk. In een beperkt zoekgebied, kunnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter worden geplaatst; De Brandpunten: de maximale bouwhoogte bedraagt 90 meter, respectievelijk een niet gemaximaliseerde hoogte (Stationsgebied respectievelijk centrum Leidsche Rijn). Plangebied Het plangebied ligt in de Centrale Zone waarvoor een basismaat geldt van 15 of 30 meter en hoogteaccenten mogelijk zijn tot het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte. Een deel van het plangebied is aangewezen als zoekgebied waarbinnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter mogelijk zijn. De maximale bouwhoogtes die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoen aan de aangegeven bouwhoogtes voor de Centrale Zone.
In paragraaf 2.3.2.1 De koers (RSU 2040) is ook ingegaan op het onderwerp hoogbouw. Hier wordt de actuele visie op hoogbouw in Utrecht toegelicht in relatie tot het plangebied. Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
33
op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied Het plangebied is in de welstandsnota deels aangeduid met het beleidsniveau 'open' (voornamelijk het noordelijke deel) en deels met het beleidsniveau 'respect' (voornamelijk het zuidelijke deel). Open Het bebouwingsbeeld blijft gehandhaafd, maar mag ook veranderen. Dat geldt voor de structuur van een gebied en ook voor de architectuur. Landschappelijke waarden moeten behouden blijven.
Dit betekent: een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld; er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving. Respect De belangrijkste eigenschappen van de aanwezige bebouwing en de omgeving worden gerespecteerd. Dit betekent: samenhang en structuur van het stedelijke (en landelijke) beeld staat voorop; respect voor het kenmerkende bebouwingsbeeld met zijn architectonische verschijningsvorm; nieuwe interpretaties, veranderingen en transformaties zijn mogelijk. Als de gemeenteraad voor een gebied stedenbouwkundige plannen of beeldkwaliteitplannen heeft vastgesteld, moeten die gevolgd worden. Voor de woonwijken en kantoor- en bedrijventerreinen van Leidsche Rijn, en dus ook Papendorp, blijven vastgestelde, stedenbouwkundig kaders daarom van toepassing in het kader van de welstandstoetsing. In die kaders is het gewenste ruimtelijk en architectonisch beeld voor een gebied voor een groot deel in detail vastgelegd, vaak in sterke samenhang met de landschappelijke structuren. De zogenoemde ontwikkelingsgebieden worden daarom ook buiten beschouwing gelaten in de welstandsnota. Het beeldkwaliteitsbeleid voor de ontwikkelingsgebieden wordt bepaald in de stedenbouwkundige uitwerking van deze gebieden.
In de nota is specifiek voor Papendorp aangegeven dat er aan de noordzijde nog de ontwikkelingsgebieden (deelgebieden Groenewoud Noord, Mercat en Mobiliteitshub XL) zijn waarvoor de planvorming in de toekomst gestalte krijgt. Samenvattend wordt het welstandsbeleid voor Papendorp ten eerste bepaald door stedenbouwkundige plannen en beeldkwaliteitplannen. Alleen als een dergelijk plan niet of nog niet aanwezig is, dan gelden de beleidsniveaus 'open' en 'respect'. 2.3.2.2.5 Erfgoed en cultuurhistorie Erfgoednota ‘Utrechts erfgoed verbindt mensen en tijden (2021) In de erfgoednota is verwoord welke uitdagingen en ambities op het gebied van erfgoed de gemeente voor de rest van het decennium ziet en welke strategieën de gemeente wil hanteren om deze het hoofd te bieden en te realiseren. Ambities voor de compacte stad: bij gebiedsontwikkelingen streven we naar versterking en zichtbaar maken van de historische kwaliteiten en het gebiedseigen karakter. Uitdaging: Uitzonderlijk Utrechts Erfgoed beter positioneren: Voor de werelderfgoederen (waaronder de Nieuwe Hollandse Waterlinie) en in de historische binnenstad vormen behoud en versterking van 3 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
de erfgoedwaarden uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Vanaf de start wordt het gebouwd, archeologisch en ruimtelijk erfgoed betrokken bij een gebiedsontwikkeling. Dit betekent dat kenmerken van het erfgoed worden geïnventariseerd, gewaardeerd en meegenomen in de integrale afweging. Plangebied In paragraaf 5.14 is op de cultuurhistorie in het plangebied ingegaan. Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een gebiedsaanduiding voor archeologie op te nemen in het bestemmingsplan Chw Algemene regels Utrecht en in de daarop volgende Chw bestemmingsplannen. In deze gebiedsaanduiding is opgenomen dat de voor archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Hiermee wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met regels in het bestemmingsplan. Met de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig.
Plangebied In het bestemmingsplan is ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de gebiedsaanduidingen overige zone - archeologische verwachting 3 t/m 6 opgenomen. In paragraaf 5.15 is verder ingegaan op de archeologie in het plangebied. 2.3.2.2.6 Verkeer en mobiliteit Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (2021) De gemeenteraad heeft op 25 november 2021 de Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto, die 1 februari 2022 in werking zijn getreden, bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. In de parkeervisie wordt een viertal doelen gesteld, ten behoeve van een gezonde, leefbare en bereikbare stad, die daarnaast ook verkeersveilig is en waar een goede luchtkwaliteit is. Deze doelen zijn: 1. 2. 3. 4.
Bereikbaarheid van en binnen de stad; Kwaliteitsslag openbare ruimte; Stimuleren duurzame(re) vormen van mobiliteit; Rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte.
De gemeente zet in op groei binnen de bestaande stad. Daardoor groeit ook de mobiliteit in de stad. Om leefbaarheid en bereikbaarheid te waarborgen, wil de gemeente het fietsgebruik stimuleren en het autogebruik niet verder laten toenemen. Om dit te kunnen bereiken is een gebiedsoverstijgende aanpak en een stadsbrede sturing nodig en moet gekeken worden naar een (her)verdeling en verspreiding van de bestaande parkeercapaciteit over de gehele stad. Dit is nieuw in de gemeentelijke aanpak, omdat tot nu toe met name buurtgericht, wijkgericht of ontwikkelingsgericht werd gekeken. De nieuwe parkeervisie gaat in op de maatregelen die nodig zijn in de verschillende buurten in Utrecht en geeft aan wat nodig is om de stad bereikbaar te houden, fietsen te stimuleren en het autoverkeer, ondanks de groei van de stad, niet verder te laten toenemen. In het beleid wordt gestuurd op het aanwenden van andere mobiliteit (anders dan de auto), onder andere door het beperken van de mogelijkheid tot aanleg van reguliere particuliere parkeerplaatsen in betaald parkeergebied. In zes modules, behorende bij de parkeervisie, werkt de gemeente de uitvoering van de parkeervisie verder uit. Op dit moment zijn twee van de zes modules vastgesteld: 'Parkeernormen' en 'Aanpak betaald parkeren'.
De modules 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en 'Parkeren en toegankelijkheid' worden op dit moment uitgewerkt. De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'parkeernormen'. Utrecht wordt in de parkeervisie opgedeeld in verschillende parkeerzones. De parkeerzones verschillen van elkaar in bijvoorbeeld de hoogte van parkeernormen voor fiets en auto, de gehanteerde tarieven bij betaald parkeren of voorwaarden voor de uitgifte van parkeervergunningen. De gebiedsindeling wordt per zone (A, B of C) met de daarbij behorende normen op een kaart aangegeven. In de module 'parkeernormen' wordt aangegeven hoe omgegaan moet worden met fiets- en bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
35
autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Hierbij wordt ingegaan op: de aantallen parkeervoorzieningen die nodig zijn bij ontwikkelingen; de eisen voor de plek en kwaliteit; de mogelijke alternatieven voor parkeren bij ontwikkelingen e n het meebetalen aan alternatieve vervoersmiddelen via een nieuw bereikbaarheidsfonds. Daarnaast wordt aangegeven hoe ervoor gezorgd wordt dat de parkeervoorzieningen worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld. Plangebied Het plangebied ligt in een maatwerkgebied. Voor parkeren in het plangebied worden de parkeernormen uit de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto gevolgd. In de planregels is een regeling opgenomen over parkeren, waarin het gebruik van de minimale parkeernormen uit de beleidsregels verplicht wordt gesteld. Bij de invulling van de parkeerbehoefte mag ook parkeren op afstand worden meegenomen. Met de realisatie van de Mobiliteitshub XL draagt het plangebied bij aan de stedelijke doelstellingen voor parkeren op afstand. In de paragraaf over verkeer en parkeren in Hoofdstuk 4 Planbeschrijving is dit nader uitgewerkt. Mobiliteitsplan 2040 (2021) Het Mobiliteitsplan Utrecht 2040 (vastgesteld op 15 juli 2021) vervangt het mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (uit 2016).
Met het Mobiliteitsplan blijven we prioriteit geven aan duurzame vormen van vervoer: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit om de groei van het autoverkeer in de stad te voorkomen, en met als belangrijkste uitgangspunten: Slim bestemmen: door de uitwerking van de verstedelijkingsopgave en de mobiliteitsopgave nauw met elkaar te verbinden, zorgen we o.a. voor meer nabijheid, minder reisbewegingen, minder verkeershinder en minder vertraging; Anders reizen: door het stimuleren van thuiswerken en het reizen buiten de spits en het gebruik van deelmobiliteit verminderen we de drukte op het wegennet, op Utrecht Centraal en in het openbaar vervoer of spreiden we deze beter over de dag; Netwerken op orde (voetganger): door bij de (her)inrichting van gebieden en de (re)constructie van infrastructuur prioriteit te geven aan de voetganger in de A-zone, rondom knopen en de belangrijke bestemmingen, zorgen we ervoor dat lopen aantrekkelijk wordt en verblijven aangenaam; Netwerken op orde (fiets): met het Fietsnetwerk bieden we fietsers de keuze om hun bestemming via verschillende routes te bereiken.
Zo zorgen we ervoor dat we de groei van het aantal fietsers faciliteren en de drukte spreiden en dat het voor iedereen aantrekkelijk is om te (blijven) fietsen; Netwerken op orde (OV): met het concept 'Wiel met Spaken' als ruggengraat van het OV-netwerk, met allereerst een tramverbinding op de Waterlinielijn, de Merwedelijn en richting Papendorp, zorgen we ervoor dat de OV-bereikbaarheid van stad en regio verbetert en Utrecht CS en de routes naar dit station worden ontlast; Netwerken op orde (auto): met enkele aanpassingen in het Autonetwerk voor 2040 zorgen we ervoor dat noodzakelijk autoverkeer overal kan komen, maar dat de auto voor zo min mogelijk overlast in de wijken zorgt.
We hanteren als principe: alle wegen 30 km/uur tenzij; voor verbindingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/u; Netwerken op orde (multimodale reis): door een reeks P+R-locaties in de regio aan te bieden, zorgen we ervoor dat je gemakkelijk kunt overstappen op andere vormen van vervoer en de multimodale reis een onderdeel van het mobiliteitssysteem wordt; Slim parkeren: door bij ontwikkelingen beperkt parkeercapaciteit toe te voegen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte minder gedomineerd wordt door geparkeerde auto's en dat minder rijdende auto's het stedelijk wegennet belasten; Slim sturen: door het toepassen van de prioritering bij de inrichting van kruisingen en de afstelling van verkeerslichten, het verkeersmanagement en waar nodig het weren van één of meerdere vervoerwijzen op een kruising, zorgen we voor een aantrekkelijke openbare ruimte en maken we groei van schone vervoermiddelen mogelijk die zo min mogelijk ruimte innemen; Slim sturen: door het weren van doorgaand autoverkeer met maatregelen ter plekke van de Catharijnesingel, het Ledig erf en het Utrecht Science Park bieden we meer ruimte voor langzaam verkeer en verbeteren we de kwaliteit om te verblijven. Daarnaast verleiden we automobilisten om zo lang mogelijk over de Ring te rijden, in plaats van binnendoor. Plangebied Het plangebied wordt ingericht volgens het Mobiliteitsplan 2040.
In de paragraaf over verkeer en parkeren in Hoofdstuk 4 Planbeschrijving is dit nader uitgewerkt.
3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
2.3.2.2.7 Gezond stedelijk leven Nota Gezondheid voor iedereen – VolksgezondheidsbeleidUtrecht 2019-2023 De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. In de nota is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie is een gezonde leefomgeving voor elke Utrechter die zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. Gezond leven is gemakkelijk De openbare ruimte wordt zo ontworpen dat deze voor iedereen bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten. De voetganger en de fietser krijgen vaker voorrang dan de auto en krijgen meer ruimte. Het openbaar vervoer wordt een aantrekkelijk alternatief door betere bus-, tram- en treinverbindingen. Nieuwe woonwijken worden zo ontworpen dat de auto minder nodig is. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Er wordt toegewerkt naar een omgeving waar Utrechters gemakkelijk voedselkeuzes kunnen maken die gezond zijn voor mens, dier en milieu.
De druk op de gezondheid is zo laag mogelijk Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 motorvoertuigen per etmaal), met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, wordt onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen.
Er worden hogere lokale ambitiewaarden voor geluid gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden namelijk 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook worden stille plekken beschermd. In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water en is er ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat er voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad.
Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' principe. Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. Plangebied In paragraaf 5.18 is op het gezond stedelijk leven ingegaan. In paragraaf 5.4 is ingegaan op de geluidssituatie en in paragraaf 5.5 is ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
37
2.3.2.2.8 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen.
De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden.