Chw bestemmingsplan Papendorp_Toelichting (maart 2024)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Chw bestemmingsplan Papendorp Vastgesteld, datum volgt na vaststelling
Chw bestemmingsplan Papendorp
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Woon- en werkgebied Papendorp
7
1.2
Doelstelling bestemmingsplan
7
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
8
1.4
Geldende plannen
8
1.5
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Papendorp
Relevante beleidskaders
11
2.1
Rijksbeleid
2.2
Provinciaal beleid
19
2.3
Gemeentelijk
24
2.4
Conclusie
Hoofdstuk 3
11 beleid
44
Bestaande situatie
45
3.1
Inleiding
3.2
Beschrijving
van het plangebied
45
3.3
Beschrijving
van de bestaande functies in het plangebied
45
3.4
Conclusie
Hoofdstuk 4
45
48
Planbeschrijving
49
4.1
Inleiding
49
4.2
Groenewoud Noord
49
4.3
Mobiliteitshub XL
50
4.4
De Taats
51
4.5
Nieuwerijn I, II en III
52
4.6
De Cope
53
4.7
Terrein Rijkswaterstaat
53
4.8
Vier Seizoenentuin
53
4.9
Recreatiepark
53
4.10
Verkeer en parkeren
Hoofdstuk 5
Groenewoud
53
Onderzoek en randvoorwaarden
65
5.1
Inleiding
65
5.2
Milieueffectrapportage
65
5.3
Bedrijven en milieuzonering
66
5.4
Geluid
67
5.5
Luchtkwaliteit
72
5.6
Geur
73
5.7
Trillingen
73
5.8
Externe veiligheid
5.9
Ontplofbare Oorlogsresten
5.10
Bodem en ondergrond
77
5.11
Natuurbescherming
82
5.12
Bomen
85
5.13
Water en klimaatadaptatie
5.14
Cultuurhistorie
100
5.15
Archeologie
103
5.16
Kabels, leidingen en straalverbindingspaden
106
5.17
Magneetvelden
107
74 [niet gesprongen explosieven]
2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
77
97
Utrecht
5.18
Gezond stedelijk leven
108
5.19
Toegankelijkheid
109
5.20
Circulaire economie en instrumenten duurzaam bouwen
111
5.21
Energie
112
5.22
Windklimaat
114
5.23
Bezonning
116
5.24
Conclusie
116
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische
6.2
Maatschappelijke
Hoofdstuk 7
117
uitvoerbaarheid
117
uitvoerbaarheid
118
Juridische toelichting
131
7.1
Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels)
131
7.2
Functies (bestemmingen)
131
7.3
Algemene inleiding hoofdstukken
7.4
Bouwen en slopen (hoofdstuk 3 van de regels)
138
7.5
Gebouwen en locaties gebruiken (hoofdstuk 4 van de regels)
144
7.6
Grondwerk: activiteit in de bodem (hoofdstuk 5 van de regels)
155
7.7
Natuur, flora en fauna (hoofdstuk 6 van de regels)
156
7.8
Algemeen overgangsrecht
161
7.9
Bijlagen bij de regels
162
7.10
Algemene regels en de uitvoering van beleid
164
(hoofdstuk 2 van de regels) 3 tot en met 7
137
(hoofdstuk 7 van de regels)
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
3
4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Toelichting
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
5
6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Woon- en werkgebied Papendorp
In het masterplan voor Vinex-locatie Leidsche Rijn uit 1995 was al opgenomen dat Papendorp een plek is voor wonen en werken. Dit is voor een groot deel gerealiseerd. Papendorp is nu een hoogwaardige locatie voor bedrijven en kantoren. Een locatie om te wonen is het nu nog niet. Dat komt onder andere door de milieu-invloeden van de aanwezige bedrijven, waaronder de Asfaltcentrale Utrecht. Ook is alle beschikbare ruimte voor kantoren nog niet benut. Nu gaat de asfaltcentrale verdwijnen. Dat maakt de weg vrij om verder te gaan met het realiseren van het woon- én werkgebied Papendorp. De behoefte aan meer woningen is groot in Utrecht. De gemeente wil hiervoor ruimte maken door in de stad de beschikbare ruimte beter te benutten. De stad moet daarbij gezond en aantrekkelijk blijven, zodat mensen hier met plezier kunnen wonen, werken en recreëren. Samen met het project Groenewoud, kan Papendorp een belangrijke bijdrage leveren aan het invullen van de grote woningbouwbehoefte, in aantallen en in kwaliteit. Wat de vooruitzichten voor Papendorp ook verbetert, is de gemeentelijke keuzes in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) en het Mobiliteitsplan om in Papendorp een knooppunt te maken voor hoogwaardig openbaar vervoer. De ambitie is de Papendorplijn te verbinden met de Waterlinielijn.
Dan ontstaat een directe OV-verbinding tussen Papendorp – Westraven – Lunetten Koningsweg en het Utrecht Science Park. De bereikbaarheid van het gebied moet worden verbeterd en de economische potentie van het gebied beter benut, voor meer werkgelegenheid. Papendorp krijgt een rol in het stimuleren van duurzame mobiliteit in, van en naar de stad. Daarom wordt in Papendorp een Mobiliteitshub XL gebouwd. Met deze voorziening wordt in parkeren op afstand voorzien voor vooral de bewoners en bezoekers van de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. Ook krijgt het een belangrijke functie voor het parkeren binnen Papendorp. Om dit systeem te kunnen laten functioneren komt er een nieuwe fietsverbinding vanaf de Mobiliteitshub naar het 24 oktoberplein. Over de afrit 8A en over het Amsterdam-Rijnkanaal worden fietsbruggen aangelegd. Door de tot nu toe gerealiseerde werkfuncties te combineren met wonen en voorzieningen wordt Papendorp een volwaardig deel van de stad. Ook in de avonduren en de weekenden zal er leven op straat zijn. Er gaat een complete en moderne wijk ontstaan, waarin wonen en werken gemengd zijn en dat zijn eigen voorzieningen heeft. Dit wordt in twee gedeeltes van het gebied uitgewerkt: Papendorp Noord en Groenewoud. Voor Papendorp Noord is een Stedebouwkundig Programma van Eisen opgesteld (SPvE) en voor Groenewoud een Stedenbouwkundig Plan (SP).
Voor beide delen maakt de gemeente, in samenhang met elkaar, afzonderlijke bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan Papendorp gaat over het plangebied van het SPvE Papendorp Noord (de ontwikkeling van Groenewoud wordt dus in een ander bestemmingsplan geregeld). Het bestemmingsplan Papendorp gaat ook over het overige deel van de (bestaande) bedrijven- en kantorenlocatie Papendorp. Voor dit overige deel van Papendorp liggen er namelijk nog kansen om functies meer te mengen en zo Papendorp als totaal nog meer een woon- en werkgebied te laten zijn. Snelwegen zijn dan al snel dichtbij, waardoor het toevoegen van woningen niet zomaar lukt. Maar afgezien daarvan ziet de gemeente wel ruimte om meer verschillende, stedelijke functies mogelijk te maken in het bestaande Papendorp. Tegelijk blijft een maximum gelden op de hoeveelheid nieuwe kantoren in het gebied. Maar het is wel gewenst dat die nieuwe kantoren meer verdeeld kunnen worden over het gebied. Daarvoor een flexibelere invulling mogelijk maken, creëert nieuwe mogelijkheden. Nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit van Papendorp als hoogwaardige kantorenlocatie te versterken, maar ook als een zeer geschikte locatie voor diverse, andere bedrijven en voorzieningen.
1.2
Doelstelling bestemmingsplan Papendorp
Op 3 februari 2022 stelde de gemeenteraad het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) vast voor Papendorp Noord. Hierin staan de ambities en uitgangspunten voor Papendorp. Het bestemmingsplan Papendorp maakt het programma mogelijk dat in het SPvE Papendorp Noord is aangegeven. Ook legt het de ruimtelijke regels voor de realisatie vast, die uit het SPvE volgen. Papendorp Noord vormt de verbinding met de bestaande kantorenlocatie Papendorp en het nieuwe woongebied Groenewoud. De kantorenlocatie maakt ook onderdeel uit van het bestemmingsplan Papendorp. Voor kantorenlocatie Papendorp is dit bestemmingsplan gericht op het beter benutten van de ruimte. De beschikbare uitbreidingsruimte voor nieuwe kantoren moet anders worden geregeld, zodat kantoren zich in grotere delen van Papendorp kunnen vestigen (en niet op een bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
7
beperkt aantal kavels). Tegelijkertijd worden meer functies mogelijk gemaakt op de kavels met bedrijven en kantoren. De ontwikkelingsmogelijkheden voor Papendorp worden zo vergroot, waardoor Papendorp een grotere rol kan spelen als interessante vestigingslocatie voor kantoren, bedrijven en instellingen.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied van bestemmingsplan Papendorp is onderdeel van Leidsche Rijn en ligt tegen het knooppunt Oudenrijn. Het plangebied is globaal begrensd door de Dominee Martin Luther Kinglaan in het noorden, de Rijkswegen A2 en A12 in het westen en zuiden en het Amsterdam-Rijnkanaal langs de noordoostzijde. Vanwege de geplande fietsbrug, maakt ook De Meernbrug onderdeel uit van het plangebied. De nieuw te ontwikkelen woonwijk Groenewoud maakt geen onderdeel uit van dit plan. De grens tussen beide gebieden wordt gevormd door de Bevrijdingslaan, de Mercatorlaan en de Taatsendijk.
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied
1.4
Geldende plannen
De nieuwe ontwikkelingen in Papendorp Noord kunnen niet binnen de mogelijkheden van de geldende bestemmingsplannen worden gerealiseerd. Daarom is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het overzicht van de geldende bestemmingsplannen is hierna aangegeven. Bestemmingsplan(of beheersverordening) Vaststelling gemeenteraad Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht 2 februari 2023 Actualisering diverse gebieden 2016 1 december 2016 Nedal KWS 7 juli 2016 Papendorp 27 maart 2013 Kop van Leeuwesteyn Zuid 28 juli 2011 A2 Hogeweide-Oudenrijn 12 augustus 2008 Beheersverordening Dichterswijk, 4 juni 2013 Kanaleneiland, Transwijk Amsterdam Rijnkanaal - zone 22 juni 2021 Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten 26 november 2015
8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Naast deze bestemmingsplannen geldt ook het inpassingsplan Kantoren. Dat inpassingsplan werd door het provinciebestuur vastgesteld op 10 december 2018. Hiermee werd voor nog onbenutte kavels voor (zelfstandige) kantoren een nieuw maximum vastgelegd voor het totale bruto vloeroppervlakte dat daar nog gerealiseerd kan worden. In het inpassingsplan is bepaald dat de gemeente de bevoegdheid heeft om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor de locaties uit het inpassingsplan. Daarom vervangt dit bestemmingsplan het inpassingsplan voor Papendorp.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 staat de juridische toelichting op de planregels. In de bijlagen bij deze toelichting zijn de verschillende uitgevoerde onderzoeken toegevoegd. Het gaat onder andere om de m.e.r.-beoordeling, de verkeersonderzoeken, de geluidsonderzoeken, de ecologische onderzoeken, het onderzoek naar externe veiligheid en de stikstofberekeningen. Ook is het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord toegevoegd om duidelijk aan te geven wat het door de gemeenteraad vastgestelde kader is waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
9
1 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.
bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
11
1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Plangebied en conclusie Het doel van de Omgevingswet (deze wet treedt naar verwachting in werking in 2023) is het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Het bestemmingsplan Papendorp past binnen de kaders van de nationale visie en de genoemde nationale belangen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) 2.1.2.1 Kader In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan.
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. 2.1.2.2 Plansituatie Voor het plangebied is het Barro relevant vanuit het belang van het behoud van erfgoed (archeologie), hoofdwegen en defensie. Het plangebied ligt deels ter plaatse van de Romeinse Limes. De bescherming hiervan is verder uitgewerkt in de Provinciale verordening. Het Rarro geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In het Rarro zijn nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Het Rarro bevat instructies voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. 2.1.2.2.1 Radarverstoring Het plangebied ligt in de radarverstoringsgebieden van radarstation Soesterberg, zoals aangegeven in het Barro.
Hier gelden beperkingen voor bestemmingsplannen met het oog op een goede werking van de radar op het radarstation. Binnen 15 kilometer tot de radar gelden beperkingen voor het bouwen. Daarbuiten, in een cirkel van 75 kilometer, gelden beperkingen voor het bouwen van windtribunes. Met dit bestemmingsplan wordt niet voorzien in het bouwen van windtribunes. Het plangebied ligt voor een klein deel wel binnen 15 kilometer tot de radar. De maximale hoogte van bouwwerken in dat radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne.
1 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
Afbeelding: ligging plangebied binnen radarverstoringsgebieden, groen gebied is de 15km-zone
Afbeelding: berekeningsmethodiek radar De hoogte van de antenne bij Soesterberg is 63 meter NAP. Daarna loopt de lijn met 0,25 graden omhoog. Op 14,9 km afstand is de maximaal toelaatbare hoogte 128 meter NAP. Het maaiveld ligt volgens AHN3 rond de 0 meter NAP. Dit bestemmingsplan voorziet in een maximale bouwhoogte van 70 meter. Met deze bouwhoogte is er geen sprake van verstoring van de radar. 2.1.2.2.2 Reserveringsgebieden Rijkswegen Het Rijk reserveert ruimte voor infrastructuur wanneer: uitbreiding of aanleg van een weg op die locatie in voldoende mate voorzienbaar is, e n de verwachting is dat de infrastructuur op die locatie ook echt wordt gerealiseerd De ruimte is nodig voor bijvoorbeeld toekomstige rijstroken, een vluchtstrook of mogelijk extra maatregelen zoals bermsloten en geluidschermen. In het Barro en Rarro zijn daarom reserveringsgebieden aangegeven voor rijkswegen. In deze gebieden zijn geen nieuwe, permanente bouwwerken toegestaan. Ter hoogte van Papendorp, is een reserveringsgebied aangewezen voor 1 extra rijstrook langs de A12 en een deel van de A2. Dat betekent dat een strook van 34 meter breed aan weerszijden van de hoofdweg vrij moet blijven van nieuwe (permanente) bouwwerken om een toekomstige verbreding niet te belemmeren. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
13
Afbeelding: reserveringsgebieden langs de Rijkswegen; oranje zones. 2.1.2.3 Conclusie De relevante belangen vanuit het Barro en de instructies vanuit het Rarro zijn in acht genomen en leiden tot de conclusie dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. De archeologische waarden in het gebied zijn beschermd met gebiedsaanduidingen overige zone - archeologische verwachting 3 tot en met 6. De hoogte van de radarantenne van Soesterberg is 63 meter +NAP. Uit bovenstaande berekening blijkt dat verstoring van de radar in het plangebied is uitgesloten. In dit plan is ook rekening gehouden met de reserveringsgebieden voor de A12 en de A2. Daar wordt niet in nieuwe bouwmogelijkheden voorzien. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)
2.1.3.1 Kader De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd. Toen is de systematiek van de Ladder aangepast. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten. Dit moet zorgen voor zuinig ruimtegebruik en het tegengaan van overprogrammering en leegstand. Mede hierdoor voldoen ruimtelijke besluiten aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.
Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan 1 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. 2.1.3.2 Plansituatie Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling mogelijk van woningen, voorzieningen, kantoren, bedrijven en parkeerplaatsen voor parkeren op afstand (Mobiliteitshub XL) binnen bestaand stedelijk gebied. In de tekst hieronder is de behoefte aan deze functies aangetoond. Behoefte aan woningen De provincie Utrecht geeft met de monitor Wonen inzicht in de woningbouwbehoefte, de daarmee samenhangende woningbouwopgave en de woningbouwplannen. De woningbouwbehoefte- en opgave is gebaseerd op het Kader voor regionale programmering Wonen en Werken. Dat kader is gemaakt op basis van de Primos huishoudensprognose 2020. Voor de periode 2020-2040 wordt voor de regio U16 (16 gemeenten, inclusief gemeente Utrecht) een woningbehoefte verwacht van 133.200 woningen. Dat aantal is nodig om het bestaande tekort aan woningen niet verder op te laten lopen. Voor de stad Utrecht gaat het dan om circa 60.000 woningen.
In het Meerjarenperspectief Ruimte (2022) van de gemeente Utrecht is de meest actuele plancapaciteit aangegeven. Voor de periode van 2022 tot 2040 omvat de harde planvoorraad een totaal van 44.977 woningen. De vraag naar nieuwe woningen is dus groter dan het aanbod. De 2000 woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, worden tot de harde planvoorraad gerekend in het Meerjaren Perspectief omdat de woningen in een gemeentelijke grondexploitatie zijn opgenomen. Deze woningen voorzien dus in een deel van de behoefte aan nieuwe woningen in Utrecht. De bevolking van Utrecht is de afgelopen jaren fors toegenomen, een groei die ook in de komende jaren gestaag doorzet. De voorspelde groei is een kans om kwaliteit aan de stad toe te voegen. De (blijvende) druk op de woningmarkt leidt tot een toenemende vraag naar centrumstedelijke woningbouw in alle segmenten, maar vooral in het midden- en sociale segment. Dit bestemmingsplan draagt bij aan uitbreiding van het woningaanbod voor lagere- en middeninkomens. Het uitgangspunt van gemeente en corporaties is dat de omvang van de sociale huurvoorraad meegroeit met de stad. Nu is 35% van de woningen een sociale huurwoning. In het Meerjaren Perspectief Ruimte (2022) is opgenomen dat de 'harde' plancapaciteit voor 33% bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen waarvan 5% zelfstandige studenteneenheden en 28% reguliere sociale huurwoningen.
Dit is nog niet voldoende om de sociale huurwoningvoorraad richting 2040 op peil te houden. De sociale huurwoningen waarin dit bestemmingsplan voorziet, 40% van het totaal, zijn dus nodig om de sociale huurvoorraad op peil te houden. De belangrijkste doelgroepen voor middenhuur zijn net afgestudeerden, jonge huishoudens die zijn ingestroomd in sociale huur maar vervolgens niet kunnen doorstromen en daardoor in feite scheefwonen, en gezinnen met een middeninkomen. Door recent overheidsbeleid en de huidige marktontwikkelingen is het voor deze groepen steeds lastiger geworden om een passende woning wat betreft prijs en oppervlakte te vinden op de Utrechtse woningmarkt. Uit onderzoek (gemeente Utrecht, 2017) blijkt dat de middenhuur-doelgroepen behoefte hebben aan woningen van minimaal 50 m2. Het aanbod van dit type woningen is nu te klein. Dit bestemmingsplan voorziet in het aanvullen van het aanbod aan middenhuurwoningen. 32% van de woningen wordt in het middeldure segment (koop en huur) gebouwd. Behoefte aan voorzieningen Met de ontwikkeling van de woningen in Papendorp is er behoefte aan een bijpassend voorzieningenpakket, zonder dat dit ten koste gaat van voorzieningencentra elders in Zuidwest Utrecht. Om daarvoor de verwachte marktruimte te bepalen, is door Bureau Stedelijke Planning in 2020 een onderzoek gedaan (zie Bijlage 3 Visie voorzieningen).
In 2022 is aanvullend een actueel onderzoek uitgevoerd naar de marktruimte voor horeca (zie Bijlage 4) Oplegger visie voorzieningen). Voor dit onderzoek is de ontwikkeling van woningen in Papendorp (2.000 woningen) onderzocht. Daarnaast is rekening gehouden met de ontwikkeling van Groenewoud (circa 1.500 – 1.650 woningen) en in mindere mate met Rijnvliet (circa 1.100 woningen). Beide wijken krijgen geen of zeer beperkt eigen commerciële voorzieningen. In een basisschool en een gezondheidscentrum is daar wel voorzien. Met het toevoegen van de woningen in Groenewoud en Papendorp is het draagvlak groot genoeg voor een supermarkt, met daarnaast enkele winkels die dagelijkse en niet-dagelijkse producten en diensten aanbieden. Ook is voldoende behoefte aanwezig voor een aantal verschillende bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
15
horecavestigingen en voor gebouwde sportvoorzieningen. De visie voorzieningen geeft aan dat er geen extra marktruimte is voor hotels. Dit naast de 118 kamers van het bestaande hotel Holiday Inn en het toevoegen van 200 hotelkamers aan het Taatsenplein (mogelijk worden deze kamers (deels) op een andere plek gerealiseerd, bij de Mobiliteitshub XL). Het maximale scenario uit de Visie voorzieningen wordt mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan.
Het voorzieningenprogramma (maximale scenario uit de visie voorzieningen voor Papendorp) * de oppervlaktes zijn gegeven in winkelvloeroppervlak (WVO), dit is in dit geval circa 70% van Bruto Vloeroppervlak (BVO) Het effect van de commerciële voorzieningen op het bestaande aanbod is beperkt. De voorzieningen in Papendorp krijgen geen wijkoverstijgend karakter (met uitzondering van enkele horecagelegenheden). De voorzieningen zijn enkel gericht op de inwoners van Papendorp en mogelijk op de inwoners van Rijnvliet. Het detailhandelsaanbod richt zich op de dagelijkse aankopen en frequent benodigde aankopen. Inwoners van Papendorp, Groenewoud en Rijnvliet zullen voor de overige detailhandelsbenodigdheden naar andere winkelcentra gaan, zoals Nova of Leidsche Rijn Centrum. De (toekomstige) bewoners van Papendorp zijn de belangrijkste doelgroep voor de voorzieningen. De gebruikers van de Mobiliteitshub zorgen voor een extra doelgroep in het gebied. Het belangrijkste is dat de voorzieningen zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving voor de (toekomstige) bewoners van Papendorp. Behoefte aan bedrijventerrein Ten noorden van de afrit 8a wordt de mogelijkheid geboden voor het vestigen van bedrijven met een maximale milieucategorie 3.1 (onderdeel Mercat van deelgebied Groenewoud Noord). Daarmee verdwijnt in Papendorp per saldo meer terrein voor bedrijven dan er bij komt.
De bedrijfspercelen ten noorden van de Taatsendijk worden wegbestemd om plaats te maken voor woningbouw. Ook wordt een klein gedeelte van de bedrijfsbestemming van Asfaltcentrale Utrecht (Groenewoudsedijk 10) wegbestemd met dit bestemmingsplan. Tevens wordt voor vier bedrijfskavels (twee grote bedrijvenkavels van elk circa 27.000 m2) en twee kleinere kavels van elk circa 4000 m2) de bestemming verruimd, zodat hier ook zelfstandige kantoren gebouwd mogen worden. De mogelijkheid om hier bedrijven (wel of niet met onzelfstandige kantoren) te vestigen blijft wel 1 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
bestaan. De in de RSU (Ruimtelijke Strategie Utrecht, zie paragraaf 2.3.2.1, beoogde groei aan inwoners (474.000 inwoners in 2040) vraagt om een evenwichtige groei van de werkgelegenheid in Utrecht. Volgens de RSU moeten er in 2040 ruim 70.000 arbeidsplaatsen bijkomen, waarvan 13.000 banen op bedrijventerreinen. De huidige planvoorraad en de beoogde plannen voor verdichting en uitbreiding voorzien bij lange na niet in deze benodigde groei. Utrecht wil aantrekkelijke bedrijventerreinen hebben voor bedrijven en werkgevers die in de toekomst veel baanzekerheid geven. We geven aan de ambities uit de RSU invulling met het programma U Ned (https://programma-uned.nl). Utrecht stimuleert de transitie naar een circulaire economie door ruimte te bieden aan bedrijven die circulair werken en bouwen. Evenwichtige banengroei en een transitie naar circulaire werkgelegenheid is alleen niet mogelijk zonder ruimte. Het is nodig om het gemeentelijk programma van verdichting op de bestaande bedrijventerreinen voor werkgelegenheid uit te voeren. Dit leidt naar verwachting wel tot banenwinst maar kan de beoogde banengroei bij lange na niet invullen. Er is een bestaande planvoorraad uitgeefbaar bedrijventerrein (stand van zaken op 1 januari 2022) van circa 15 ha. Voor het overgrote deel van deze locatie lopen al verkoopgesprekken met marktpartijen.
Hooggelegen 1,8 h a Wetering Zuid 9,95 h a Haarrijn 2,6 h a Oudenrijn 1 ha Ook is een bestemmingsplan in voorbereiding voor bedrijventerrein Strijkviertel. Dat is een terrein van 19 hectare dat vanaf 2025 wordt uitgegeven. Naast het verdichten van bestaande terreinen, het gebruiken van de bestaande planvoorraad en het plan voor Strijkviertel is voor de RSU berekend dat nog 74,3 ha nieuw bedrijventerrein nodig is. Dan is er voldoende bedrijventerrein beschikbaar om volledig in de behoefte te voorzien. Ook in de regio (U10) is er een vergelijkbaar tekort aan bedrijfsruimtes. De ruimte voor bedrijven die het nieuwe bestemmingsplan Papendorp mogelijk maakt, voorziet dan ook in een grote behoefte. Dit zowel in kwantiteit: de behoefte aan ruimte is groter dan beschikbaar als in kwaliteit: de nieuwe bedrijfsruimtes worden onderdeel van een hoogwaardig en goed gelegen woon- en werkgebied. Het tekort aan bedrijfsruimte is zodanig dat we al regelmatig niet meer kunnen voorzien in de huisvestingsvraag van circulaire- en overige MKB-bedrijven (in stad (en regio) Utrecht worden geweigerd. Daarbij is er ook nog sprake van kwalitatieve mismatch. De locaties die wel op de markt komen passen qua omvang, voorwaarden en prijs niet allemaal goed bij de ruimtevraag van bedrijven die moeten verplaatsen.
Daarnaast vindt er veel verdringing en prijsopdrijving plaats door de enorme vraag van logistieke bedrijven. De boodschap is dat er voor MKB, starters, circulaire bedrijven, duurzame energiebedrijven en verzorgende bedrijven vaak geen plek meer gevonden wordt in onze stad en regio. Behoefte aan kantoren Stec onderzoeksbureau heeft in opdracht van de provincie Utrecht diverse kantorenprognoses opgesteld die om de paar jaren opnieuw worden getoetst en bijgesteld aan de veranderende omstandigheden. De laatste versie dateert van 2018. Stec concludeert dat een nieuwbouwprogramma voor uitbreiding van 585.000 m2 bvo binnen de kantorenmarkt verantwoord is voor drie locaties in de stad Utrecht voor de periode tot 2028. Daarbij wordt uitgegaan van 139.000 m2 bvo aan nieuwe kantoren (nieuwe vestigingen) op Papendorp. Deze uitbreidingsvraag staat dan nog los van de vervangingsvraag die door transformaties kan ontstaan. De ambitie van de stad Utrecht is om slecht functionerende kantoren op matige locaties te vervangen voor kantoren op meer toekomstbestendige locaties. Omdat provinciaal beleid het compenseren van transformaties niet mogelijk maakt, zijn er in de afgelopen jaren nauwelijks kantoren getransformeerd in de stad Utrecht. De stad kan zich geen krimp van de beschikbare voorraad veroorloven.
Utrecht heeft een zeer sterke positie in de landelijke kantorenmarkt, ook na de Covid-19 pandemie. Sinds Covid is de vraag naar kantoorruimte in Utrecht niet afgenomen. We zien juist een sterkere concentratietendens. Vooral in Utrecht, net als in Amsterdam, hebben werkgevers een voorkeur voor moderne, hybride kantoren, die bij stedelijke knooppunten liggen. Op basis van gedetailleerde monitoring (elk kwartaal via de vastgoedmonitor) constateren we dat het leegstandscijfer al jaren op een laag niveau is. Ook op Papendorp is het leegstandpercentage laag (momenteel rond de 3%). Veel werkgevers die ruimte willen huren, vissen momenteel achter het net op Papendorp. De gemeentelijke ambitie om het aantal banen mee te laten groeien met de omvang van de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
17
beroepsbevolking (70.000 arbeidsplaatsen) is voor het grootste deel alleen mogelijk als de kantorenvoorraad groeit. Bijna de helft (45%) van alle banen in Utrecht is gebonden aan een kantoor. Nieuwbouw is noodzakelijk om de gewenste banengroei met toekomstbestendige banen mogelijk te maken. Uit een kwalitatieve analyse van alle landelijke transacties blijkt dat de Utrechtse kantorenmarkt (net als Amsterdam) vanaf 2015 koploper is bij het aantrekken van werkgevers in de gezondheidseconomie, in de duurzaamheidseconomie en bij non profit organisaties die streven naar een eerlijke duurzame wereld. Het doorzetten van dit typisch Utrechtse profiel lukt alleen als er ook voldoende aanbod bij komt op de veel gevraagde locaties, zoals Papendorp. De uitgangspositie voor Utrecht op de kantorenmarkt is dus gunstig. De behoefte naar hoogwaardige locaties voor kantoren is groot. Daarom is het verantwoord om het huidige kantoorprogramma te handhaven in het nieuwe bestemmingsplan Papendorp. Behoefte aan parkeren (Mobiliteitshub XL) Het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht is erop gericht om wandelen, fietsen en vervolgens het openbaar vervoer te stimuleren en het autogebruik in de stad niet te laten toenemen. Eén van de manieren om dit te concretiseren is door parkeren op grotere afstand van de woning aan te bieden in plaats van voor de deur.
Papendorp Noord is één van de plekken waar de gemeente een voorziening voor parkeren op afstand realiseert. Dat is de Mobiliteitshub XL. Op deze locatie zijn faciliteiten voor het voor- en natransport beschikbaar en kan zo dienen als knooppunt, waar de netwerken van auto, OV, fiets en lopen aan elkaar zijn gekoppeld. De Mobiliteitshub XL voorziet in de 1e fase in circa 2000 autoparkeerplaatsen en 1700 fietsparkeerplaatsen. Een deel van deze parkeerplaatsen wordt gebruikt voor het aanbieden van deelmobiliteit. Een ander deel van de parkeerplaatsen wordt gebruikt door de bewoners en bezoekers van vooral de Merwedekanaalzone (deelgebied 4 en 5) en de verschillende fasen van het Beurskwartier. Daarnaast zijn de parkeerplaatsen in de Mobiliteitshub XL bedoeld voor bewoners van de deelgebieden Taats Noord en Mobiliteitshub XL, bezoekers van heel Papendorp Noord en voor bewoners en bezoekers van delen van de gebiedsontwikkeling Groenewoud. Daarmee vervult de Mobiliteitshub XL zowel de functie van Ringhub als Wijkhub. In een 2e fase kan de hub, als de behoefte er is, met 1000 autoparkeerplaatsen worden uitgebreid. In die uitbreiding is niet voorzien in dit bestemmingsplan. De woningbouwontwikkeling in deze wijken verloopt gefaseerd. De parkeerruimte vervangt in de eerste jaren de huidige tijdelijke P+R en biedt daarnaast ruimte voor bezoekers van Utrecht en forenzen.
Ondertussen worden voor deze doelgroepen aanvullende P+R voorzieningen in de regio gerealiseerd, waardoor de functie van de voorziening voor forenzen en bezoekers aan de stad kan verminderen. Na enkele jaren vult de Mobiliteitshub XL zich met de doelgroepen voor Parkeren op Afstand en de bewoners en bezoekers van Papendorp Noord en Groenewoud. 2.1.3.3 Conclusie Voor de woonfuncties en alle commerciële en maatschappelijke voorzieningen in het programma is aangetoond dat er voldoende behoefte is. De functies die met het bestemmingsplan Papendorp in bestaand stedelijk gebied mogelijk worden gemaakt, voldoen daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 2.1.4
Structuurvisie Ondergrond
2.1.4.1 Kader In 2018 hebben de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Economische Zaken en Klimaat de Structuurvisie Ondergrond opgesteld. De Structuurvisie Ondergrond gaat over de nationale belangen van de drinkwatervoorziening en de energievoorziening, en de weging van beide belangen ten opzichte van elkaar. Het gaat bijvoorbeeld over grondwaterwinning, gaswinning, geothermie en het opslaan van CO2. Deze Structuurvisie beoogt duidelijkheid te verschaffen over de mogelijke combinatie van grondwaterwinning en mijnbouwactiviteiten en tegelijkertijd beide belangen in voldoende mate te dienen. Dat betekent dat er steeds gezocht is naar de balans tussen enerzijds het beschermen van het grondwater voor de toekomstige drinkwatervoorziening en anderzijds het benutten van de ondergrond voor de - transitie naar een duurzame - energievoorziening. In de structuurvisie wordt aangegeven waar activiteiten in de ondergrond ruimtelijk uitgesloten of gecombineerd kunnen worden, nog voorafgaand aan een concreet initiatief.
1 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
2.1.4.2 Plansituatie en conclusie De Structuurvisie ondergrond heeft een doorwerking in het provinciaal beleid. In paragraaf 5.10 Bodem en ondergrond is op de bodem- en ondergrondsituatie van het plangebied ingegaan. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de structuurvisie Ondergrond.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening
2.2.1.1 Kader Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening is in maart 2022 vastgesteld en treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen.
Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.
2.
3.
4.
5.
Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-,
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
19
6.
7.
en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.
Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. 2.2.1.2 Plansituatie Hoofdstuk 2 en verder van de Interimverordening bevatten instructieregels voor onder andere bestemmingsplannen. Deze instructieregels hebben betrekking op verschillende thema's zoals water, ondergrond en bodem, bereikbaarheid en mobiliteit, energie, wonen en recreëren. Gemeenten moeten deze instructieregels in acht nemen bij het opstellen van bestemmingsplannen.
Uit het overleg met de provincie Utrecht volgt dat voor Papendorp de volgende instructieregels relevant zijn. Na de opsomming is per onderwerp samengevat hoe aan de instructieregel is voldaan. Instructieregel Bereikbaarheid (artikel 4.1 IOV) Instructieregel Provinciaal OV-netwerk (artikel 4.2IOV) Instructieregel Regionaal fietsnetwerk (artikel 4.4 IOV) Instructieregel Verstedelijking (artikel 9.15 IOV) Instructieregel Detailhandel (artikel 9.18 IOV) Instructieregel Kantoren (artikel 9.17 IOV) Instructieregel Drinkwaterwinning (artikel 3.7 IOV) Instructieregel Overstroombaar gebied (artikel 2.10 IOV) 2.2.1.2.1 Bereikbaarheid De instructieregel schrijft voor dat de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving bevat van het aantal verplaatsingen die de ontwikkeling van Papendorp tot gevolg heeft, een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen en een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan. Als uit deze analyse blijkt dat er mogelijk sprake is van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, moet een mobiliteitstoets worden uitgevoerd. Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt.
Deze mobiliteitstoets is terug te vinden in paragraaf 4.10 Verkeer en parkeren. In het plangebied wordt voorzien in een stevig mobiliteitssysteem, waarbij ruimte wordt gegeven aan fietsen en lopen en waar grote investeringen op stapel staan in het OV. Het gebied krijgt hoogwaardig openbaar vervoer en er wordt een Mobiliteitshub XL gebouwd. Uit de mobiliteitstoets (met inbegrip van de uitgevoerde onderzoeken) blijkt dat de verkeersafwikkeling in Papendorp op een goede manier kan plaatsvinden.
2 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
2.2.1.2.2 Provinciaal OV-netwerk Door het plangebied van het bestemmingsplan voor Papendorp lopen delen van het provinciale OV-netwerk. Het gaat dan om het OV dat via de Papendorpseweg, de Orteliuslaan, de Marinus van Tyruslaan en de Ds. Martin Luther Kinglaan loopt. De instructieregel bepaalt dat een bestemmingsplan geen bestemmingen en regels mag bevatten die de instandhouding en uitbreiding van het provinciaal OV-netwerk belemmeren. Dit bestemmingsplan bevat dergelijke beperkingen niet, zodat aan de instructieregel wordt voldaan. Genoemde verbindingen blijven aanwezig in de nieuwe situatie en blijven beschikbaar en vrij te gebruiken voor het bestaande openbaar vervoer: lijnbussen. 2.2.1.2.3 Regionaal fietsnetwerk De instructieregel bepaalt dat een nieuw bestemmingsplan binnen het regionaal fietsnetwerk geen bestemmingen en regels mag bevatten die de instandhouding en uitbreiding van dit regionaal fietsnetwerk belemmeren. In Papendorp gaat het dan om twee doorgaande fietsverbindingen vanuit Nieuwegein richting het oosten en noorden van Leidsche Rijn, via de Orteliuslaan en de Groenewoudsedijk. Ook de fietsverbindingen bij de Bevrijdingslaan en de Ds. Martin Luther Kinglaan zijn onderdeel van het regionale fietsnetwerk. Dit bestemmingsplan bevat geen bestemmingen of regels die de aanwezigheid of het gebruik van deze verbindingen beperken.
Het bestemmingsplan leidt juist tot een versteviging van het netwerk. Aan de zuidzijde van de Ds. Martin Luther Kinglaan, bij de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, maakt het bestemmingsplan een nieuwe fietsbrug mogelijk. 2.2.1.2.4 Verstedelijking Voor woningen bepaalt de instructieregel dat de woningbouw moet passen binnen het door Gedeputeerde Staten vast te stellen programma Wonen en werken. Ook mag de woningbouw niet leiden tot extra bodemdaling. Het bestemmingsplan Papendorp voorziet in een binnenstedelijk project dat een grote bijdrage levert aan de woningbouwopgave en de ruimtelijke kwaliteit. Een groot deel van het woningbouwprogramma betreft het sociale of middeldure segment. De ontwikkeling van Papendorp Noord is opgenomen in het regionaal programma Wonen en Werken via de Planmonitor Wonen. Daarin is de stand van maart 2023 weergegeven. Het plan past goed in het regionale programma gezien de grote huidige woningtekorten in de subregio U16 Midden. Volgens de instructieregel mag de woningbouw niet leiden tot extra bodemdaling. Het grootste deel van de woningbouwontwikkeling in Papendorp is in de omgevingsvisie van de provincie Utrecht niet aangewezen als aandachtsgebied voor bodemdaling. De geplande nieuwbouw direct ten noorden en zuiden van het Taatsenplein is in de omgevingsvisie aangemerkt als stedelijk aandachtsgebied bodemdaling.
In paragraaf 5.10 Bodem en ondergrond is toegelicht welke maatregelen genomen kunnen worden om extra bodemdaling te beperken. 2.2.1.2.5 Detailhandel Voor detailhandel bepaalt de instructieregel dat buiten bestaande winkelgebieden alleen detailhandel kan worden toegestaan als daar aantoonbaar behoefte aan bestaat en het gaat om een bestemmingsplan dat voorziet in een grootschalige toevoeging van woningen of andere stedelijke ontwikkeling. Met de komst van de nieuwe woningen ontstaat ook de behoefte aan voorzieningen, waaronder winkels. De behoefte aan nieuwe detailhandel is aangetoond in paragraaf 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (2017). 2.2.1.2.6 Kantoren In Papendorp kan de plancapaciteit voor nieuwe kantoren niet worden vergroot. Papendorp is een zogenoemde reductielocatie. Tot 1 januari 2029 kan bestaande en nog ongebruikte plancapaciteit voor zelfstandige kantoren wel worden overgenomen in nieuwe bestemmingsplannen. Het handhaven van het totale, maximale kantoorprogramma voor Papendorp is in overeenstemming met de provinciale Interimverordening. De Interimverordening bevat een schuifregeling die het mogelijk maakt om bestaande plancapaciteit voor zelfstandige kantoren binnen een reductielocatie, te verplaatsen naar een ander perceel binnen de reductielocatie.
Gelijktijdig met die verplaatsing moeten de gebruiksmogelijkheden voor zelfstandige kantoren op het te verlaten perceel worden beëindigd waardoor er sprake is van een oppervlakte neutrale verplaatsing. Het bruto vloeroppervlak voor zelfstandige kantoren op het nieuwe perceel mag ten hoogste gelijk zijn aan het bruto vloeroppervlak op basis van de maximale gebruiksmogelijkheden van het te verlaten perceel. Dat betekent dat wanneer op basis van deze maximale gebruiksmogelijkheden het bruto vloeroppervlak voor zelfstandige kantoren op het te bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
21
verlaten perceel 2000 m2 bedraagt en er 1500 m2 gerealiseerd is, het bruto vloeroppervlak op het nieuwe perceel maximaal 2000 m2 mag bedragen. Er is dus sprake van een oppervlakteneutrale verplaatsing van de kantoorfunctie, waarbij geen onbenutte meters voor uitbreiding worden ingeleverd. In dit bestemmingsplan is deze schuifregeling verwerkt door het bestaande, maximale bruto vloeroppervlak voor nieuwe zelfstandige kantoren uit het inpassingsplan Kantoren, te continueren. De bruto vloeroppervlakte van zelfstandige kantoren (nieuwvestiging) bedraagt maximaal 134.830 m2 bruto vloeroppervlakte, inclusief ongebruikte omgevingsvergunningen voor zelfstandige kantoren. 2.2.1.2.7 Drinkwaterwinning De instructieregel bepaalt dat in een 100 meter brede zone langs het Amsterdam-Rijnkanaal geen activiteiten kunnen worden toegestaan die een bedreiging vormen voor de drinkwaterwinning uit dat kanaal. De nieuwe functies in het plangebied leiden niet tot risico's voor de waterwinning uit het Amsterdam-Rijnkanaal. In paragraaf 5.10 Bodem en ondergrond is dat toegelicht. 2.2.1.2.8 Overstroombaar gebied De instructieregel bepaalt dat in een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met overstromingsrisico's. Binnendijks geldt dat voor kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven.
De motivering bij een bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van het gemeentelijke beleid hiervoor en van de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. Het plangebied van het bestemmingsplan Papendorp ligt binnendijks. Kwetsbare en vitale objecten, zoals ziekenhuizen en elektriciteitscentrales, zijn niet aanwezig in het gebied. Wel zal in Papendorp een nieuwe woonwijk worden gebouwd en is er ruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven en kantoren. Er moet dan ook rekening worden gehouden met overstromingsrisico's. Uit de kaarten voor overstromingsrisico's, te vinden op de Atlas Leefomgeving (https://www.atlasleefomgeving.nl/), blijkt dat in het plangebied een middelgroot risico aanwezig is op een overstroming. Dit komt vooral door de vrij lage ligging van het plangebied. Ook is de Lek relatief dichtbij en via het Amsterdam-Rijnkanaal kan het water uit de Lek het plangebied vrij gemakkelijk bereiken. Uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) volgt dat de maaiveldhoogte kort boven N.A.P. zit en zelfs eronder: globaal gezien van enkele decimeters onder het N.A.P. tot 1,5 meter boven N.A.P. Binnen deze situatie houdt het risico op een overstroming concreet in dat in delen van het gebied het water maximaal tot iets meer dan 2 meter op maaiveld kan komen te staan bij een doorbraak van de Lekdijk.
De Lekdijk heeft een norm met een kans op falen van 1/30.000e per jaar. Dat is zeer klein. De gemeente Utrecht werkt in het kader van het samenwerkingsverband: Netwerk Water & Klimaat Utrecht aan de ontwikkeling van een ambitie en beleid voor het omgaan met overstromingsrisico's. Daarbij wordt aangesloten op de door de Tweede Kamer op 16 maart 2023 vastgestelde Beslisnota voor een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Hierin is een richtlijn aangegeven voor gevolgbeperking van overstromingen, gebaseerd op overstromingskans, waterdiepte, evacuatietijd met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. Op basis daarvan wordt bepaald in hoeverre op een bepaalde locatie maatregelen genomen moeten worden voor gevolgbeperking van overstromingen, aanvullend op de veiligheid die waterkeringen bieden. Hierbij wordt de volgende prioriteitsvolgorde gehanteerd: voor de functies die leiden tot uitval met landelijke impact ligt de lat hoger dan die bij uitval met regionale impact. De lat voor functies met een lokale impact ligt hoger dan (of gelijk aan) reguliere functies als woningen en bedrijven. Voor Papendorp geldt dat geen kwetsbare of vitale infrastructuur met landelijke of regionale impact mogelijk wordt gemaakt, maar alleen met een lokale impact: woningen en bedrijven.
Voor nagenoeg het hele plangebied geldt een overstromingsrisico van 50-200 cm water met een kans van voorkomen die kleiner is dan één keer in de honderd jaar, maar groter dan één keer in de tienduizend jaar. Dit is een aanvaardbaar risico en dit staat de ontwikkeling van het woon- en werkgebied Papendorp niet in de weg. Bovendien behoort het gebied al tot het stedelijk gebied van Utrecht dat een vergelijkbaar risicoprofiel heeft en de behoefte aan woningen, kantoren en bedrijfslocaties is groot. Alternatieve locaties waar het benodigde programma ook gerealiseerd kan worden, zonder overstromingsrisico's, zijn niet voorhanden in de gemeente Utrecht. 2.2.1.3 Conclusie De ontwikkeling van Papendorp is in overeenstemming met de Omgevingsvisie, Interim omgevingsverordening en de in voorbereiding zijnde Omgevingsverordening van de provincie.
2 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)
Utrecht
2.2.2
Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)
2.2.2.1 Kader Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.
Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen om bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. 2.2.2.2 Plansituatie en conclusie Met het toevoegen van de verschillende stedelijke functies waarin dit bestemmingsplan voorziet, is de ontwikkeling van het plangebied in overeenstemming met het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling. 2.2.3
Economische Visie 2020 - 2027 Focus op een vitale en duurzame economie
2.2.3.1 Kader De provincie Utrecht wil het economische beleid de komende jaren focussen op een duurzame en vitale economie. Met het beleid wil de provincie de economie robuuster maken voor economische schokken en klaar maken voor toekomstige veranderingen. De economische visie is gericht op alle partijen in het economisch systeem: ondernemers, werknemers, kennisinstellingen, gemeenten, belangenorganisaties etc. De missie van de economische visie is: "Economische ontwikkeling moet bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen en daarmee aan de brede welvaart. Specifiek gericht op economie werkt de provincie Utrecht aan een sterke competitieve duurzame economische structuur met aantrekkelijke en toekomstbestendige voorzieningen voor bedrijven en werknemers en maakt innovatieve ontwikkelingen op het gebied van gezond stedelijk leven en circulaire economie mogelijk". Om deze missie te kunnen realiseren werkt de provincie aan de volgende beleidsdoelen: het bedrijfsleven en werknemers zijn toegerust op de toekomst; het economisch profiel (gezond stedelijk leven) is sterk, competitief en zichtbaar; bedrijven en (kennis)instellingen zijn innovatief sterk; er zijn voldoende vestigingsmogelijkheden in aantal en kwaliteit. In de economische visie zijn aan bovengenoemde beleidsdoelen meerjarendoelen en hoofdactiviteiten gekoppeld.