CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering_Bijlagen toelichting

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 1 februari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering24.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tijdens de activiteiten vindt er tijdelijk (met name visuele) beïnvloeding van het gebied plaats. De grond ter plaatse van werkputten en sleuven wordt laagsgewijs ontgraven en in dezelfde laagopbouw teruggebracht. Ook blijft het maaiveldreliëf gehandhaafd. Na afronding van de activiteiten zal vrijwel niets meer merkbaar zijn. Aantasting van waarden is dan ook niet aan de orde. Bovendien wordt na afronding van de werkzaamheden de uitgangssituatie weer zo goed mogelijk hersteld.

Blad 21 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 3.2: Tracé en ligging cultuurhistorische en landschappelijke elementen

Conclusie De bemalingen hebben geen invloed op aardkundige waarden, rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. De aanlegwerkzaamheden hebben alleen een tijdelijk gevolg en leiden niet tot blijvend milieueffect. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van landschap en cultuurhistorie.

3.5

Lucht Het in te zetten materieel bij de bemaling en bij de overige aanlegactiviteiten heeft een relatief kleine emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. De emissies hebben een tijdelijk karakter. Gezien het feit dat de bemaling plaatsvindt in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de werkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Een gastransportleiding zelf heeft geen emissie en geen effect op de luchtkwaliteit. Conclusie Derhalve wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema luchtkwaliteit.

Blad 22 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

3.6

Licht Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde. Een gastransportleiding zelf heeft geen emissie van licht. Licht kan in het kader van ecologische waarden daarnaast mogelijk hinder geven op verschillende diersoorten, in paragraaf 3.9 wordt hier verder op in gegaan. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema licht.

3.7

Verkeer en transport De bemaling en de werkzaamheden hebben geen gevolgen voor de overige infrastructuur in het gebied. Wel kan er tijdens de uitvoering mogelijk beperkt hinder ondervonden worden door een toename van verkeersintensiteiten in de nabijheid van de tracés. In dit kader zal in overleg met de wegbeheerder worden bepaald of specifieke verkeersmaatregelen nodig zijn tijdens de werkzaamheden (bijvoorbeeld bebording). Door het treffen van specifieke maatregelen (indien nodig) zal eventuele hinder zo veel mogelijk worden tegengegaan. Een gastransportleiding zelf zal geen verkeersaantrekkende werking hebben. Conclusie Daarom kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer.

3.8

Geluid Gedurende de werkzaamheden en de bemaling kan tijdelijk geluidhinder optreden in verband met wegverkeer en het mobiliseren en gebruiken van installaties. Ten behoeve van bemalingen zullen ook 's nachts bemalingspompen (diesel dan wel elektrisch) werkzaam zijn. Bij dergelijke bouw- en aanlegactiviteiten is het Bouwbesluit van toepassing en hierbij is voorgeschreven welke dagwaarde (geluidemissie in dB(A)) gedurende maximaal hoeveel dagen aan de orde mag zijn. Aan de desbetreffende normen zal worden voldaan. In de praktijk levert dit geen/nauwelijks knelpunten op. Het streven is om hinder zoveel mogelijk te beperken.

Blad 23 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 3.3: Stiltegebieden

Het tracé ligt gedeeltelijk in een Stiltegebied (zie figuur 3.3). In stiltegebieden geldt een streefwaarde voor geluid van maximaal 40 decibel gemiddeld over 24 uur. Voor de uitvoering van de werkzaamheden dient er, indien nodig, een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie. Tijdens de tijdelijke werkzaamheden zal voldaan worden aan de geldende eisen hiervoor. Een gastransportleiding zelf heeft geen geluidemissie tot gevolg. Conclusie Voor het deel van het tracé dat door stiltegebied gaat zal (indien nodig) een ontheffing worden aangevraagd. Dit betreft tijdelijke werkzaamheden. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema geluid.

3.9

Natuur Het project kan worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. In het kader daarvan is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd (laatste versie: kenmerk 455773-NT-001, d.d. 1 maart 2022) uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn hieronder uiteengezet. Naar aanleiding van een berekening van de stikstofdepositie in maart 2022 (Toets Wet natuurbescherming-stikstofdepositie Project ombouw G naar H gas Eneco Utrecht documentnummer 455773-NDB-001, definitief revisie 00, 25 maart 2022) is een Passende beoordeling opgesteld in mei 2022 (documentnummer SOL020768.RAP01.NP, versie 2 van 24 mei 2022) met een addendum (kenmerk 455773-PB-ADD-001, d.d. 25 mei 2022).

Blad 24 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Conclusies natuurtoets beschermde gebieden Het HTL tracé (zuidelijke langere tracé) kruist middels een HDD-boring de Natura 2000-gebieden ‘de Uiterwaarden Lek’ en ‘de Zouweboezem’. De Natura 2000-gebieden worden niet fysiek aangetast. Significante negatieve effecten ten gevolge van geluid, licht, trillingen en visuele verstoring op de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden door de HDD-boringen en overige werkzaamheden buiten de gebieden kunnen worden uitgesloten door de afstand tussen de werkzaamheden en Natura 2000-gebieden, de tussenliggende afschermende elementen en de al aanwezige achtergrondverstoring. Het HTL tracé kruist meerdere malen een gebied behorende tot het NNN. De gebieden worden gekruist middels een HDD-boring of door de rij- en werkstroken. Op vier locaties in de polder Achthoven, nabij de Zouweboezem, lopen rij- en werkstroken door NNN-gebieden. Daarnaast loopt mogelijk een rij- en werkstrook door een NNN-gebied bij de Noordseweg. Voorafgaand aan werkzaamheden in deze gebieden, dienen deze te worden afgestemd met het bevoegd gezag. In het kader van de leidingaanleg vindt bemaling plaats. Er is onderscheid te maken tussen freatische bemaling in de slecht doorlatende deklaag die op het tracé aanwezig is, en spanningsbemaling in de goed doorlatende zandlagen onder de deklaag.

Het invloedsgebied van de freatische bemaling is, als gevolg van het slecht doorlatende karakter van de deklaag, zeer beperkt (het invloedsgebied beperkt zich tot de werkstrook). Het invloedsgebied van de spanningsbemaling is aanzienlijk groter en reikt tot aan de natuurgebieden (Natura 2000 en NNN). Als gevolg van de relatief korte bemalingsduur (maximaal 2 weken per werkput en 3 dagen per segment veldstrekking) en de hoge geohydrologische weerstand van de deklaag in vergelijking tot de bemalingsduur, heeft de spanningsbemaling geen noemenswaardig effect op de freatische grondwaterstand ter plaatse van natuurgebieden. De bemaling heeft dan ook geen significant effect op de beschermde natuurgebieden. Het HTL tracé loopt middels open ontgravingen en rij- en werkstroken door weidevogelkerngebieden en belangrijke weidevogelgebieden in de provincie Utrecht en ZuidHolland. Indien op deze locaties gedurende het broedseizoen (globaal 15 maart tot 15 juli) werkzaamheden plaatsvinden, kunnen negatieve effecten niet uitgesloten worden. Er dient buiten het broedseizoen gewerkt te worden of er dient toestemming verkregen te worden bij de betreffende provincie. Het HTL tracé loopt tevens door een ganzenrustgebied in de provincie Utrecht. Vanuit het oogpunt van ecologie heeft het de voorkeur om in dit gebied buiten de periode van 1 november tot 1 mei te werken.

Uit vooroverleg met de provincie Utrecht is naar voren gekomen dat de werkzaamheden gedurende de periode van 1 november tot 1 maart enkel doorgang kunnen vinden indien voldoende ganzenrustgebied overblijft. Gezien met een verstoringszone van 100 meter aan weerzijden van het tracé slechts twee procent van het ganzenrustgebied tijdelijk ongeschikt gemaakt wordt, blijft voldoende ganzenrustgebied behouden. De werkzaamheden in dit gebied kunnen dus in principe jaarrond worden uitgevoerd indien er overdag (tot een uur voor zonsondergang) gewerkt wordt en de oorspronkelijke situatie zoveel mogelijk wordt hersteld. Wel dient nog definitieve toestemming te worden verkregen bij de provincie.

Blad 25 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Het HTL tracé loopt door de groene contour, natuurparels en een waterparel. Al deze gebieden worden middels een HDD-boring gekruist. Deze categorieën beschermde gebieden kennen geen externe werking. Effecten kunnen worden uitgesloten. De tracés liggen op grote afstand van beschermd grasland in de bollenstreek, de groene buffer, ganzenrustgebied (Zuid-Holland) en gebieden met de status strategische reservering natuur. Tabel 3.2: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Ja

Ja

Geen significant e effecten

Ja

Nee

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Nee

Ja, afstemming met provincie

Nee

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbeschermi ng?

Ja

Mogelijk

Ja

Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten?

Groene contour

Ja

Weidevogelk erngebied

Ganzenrustge bied

Natuurparels en waterparels

Beschermd grasland in de bollenstreek, groene buffer, ganzenrustgebied (Zuid-Holland) en gebieden met de status strategische reservering natuur

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Nee

Nee

Ja, afstemming met provincie Ja, mits buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of een ontheffing wordt verkregen

Ja, afstemming met provincie ja, mits buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of een ontheffing wordt verkregen

Nee

Nee

Ja

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden binnen de verstoringszone het plangebied: Jaarrond beschermde nesten (nest van boomvalk, buizerd of ransuil, kerkuil, steenuil, Algemene broedvogels (nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (vliegroutes en verblijfplaatsen in de omgeving); Waterspitsmuis; Kamsalamander; Poelkikker; Heikikkers; Rugstreeppadden; Ringslang; Grote modderkruiper; Groene glazenmaker; Platte schijfhorens. In Tabel 3.3 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of het plan uitvoerbaar is, en of er bij realisatie van het plan sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming.

Blad 26 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Tabel 3.3: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort

Vogels met Jaarrond beschermde nesten

Vogels (algemene broedvogels)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar?

Buizerd, boomvalk of ransuil (mogelijk nest in polder Achthoven)

Nee, rijstrook wordt verplaatst naar buiten de verstoringszone

Mogelijk

Ja, mits minimaal 75 meter afstand van het nest wordt gehouden.

Kerkuil (mogelijke nesten)

Nee, mits lichtuitstraling op gebouwen voorkomen wordt

Nee

Ja, mits lichtuitstraling op gebouwen voorkomen wordt.

Steenuil (mogelijke nesten diverse locaties)

Ja, verstoring is significant meer dan bij normaal gebruik

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Ja, bomen, struiken, weilanden bieden nestgelegenheid voor algemene broedvogels.

Nee, mits er voorafgaand aan werkzaamheden het projectgebied ongeschikt wordt gemaakt, wordt gecontroleerd op broedvogels en/óf wordt gewerkt buiten het broedseizoen (indicatief 15 maart tot 15 juli).

Nee2

Ja, mits er voorafgaand aan werkzaamheden het projectgebied ongeschikt wordt gemaakt, wordt gecontroleerd op broedvogels en/óf wordt gewerkt buiten het broedseizoen (indicatief 15 maart tot 15 juli).

Verblijfplaatsen in de omgeving van het tracé

Nee, mits lichtuitstraling in richting van gebouwen voorkomen wordt.

Nee

Ja mits lichtuitstraling in richting van gebouwen voorkomen wordt.

Nee

Essentiele vliegroutes (bomenrijen en enkele grotere watergangen)

Nee, mits lichtuitstraling in richting van grotere watergangen en bomenrijen voorkomen wordt en indien de maatregelen zoals beschreven in H5.2.2 bij de Lansing worden opgevolgd.

Nee, mits lichtuitstraling in richting van grotere watergangen en bomenrijen voorkomen wordt en indien de maatregelen zoals beschreven in H5.2.2 bij de Lansing worden opgevolgd.

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.2 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Vleermuizen

Waterspitsmuis

Mogelijke verblijfplaatsen in plangebied

2

Ontheffing voor algemene broedvogels wordt in de praktijk niet verleend, dit mede gezien bijna altijd alternatieven voorhanden zijn (werken buiten broedseizoen, locatie ongeschikt maken, ecologische begeleiding).

Blad 27 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Kamsalamander en poelkikker

Mogelijk voortplantings- land- en overwinteringshabitat in plangebied bij Zouweboezem en polder Achthoven

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.3 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Heikikker en rugstreeppad

Mogelijk voortplantings- en landhabitat in plangebied

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.3 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Ringslang

Mogelijk foerageergebied en overwinteringshabitat aanwezig bij Zouweboezem en polder Achthoven

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.4 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Grote modderkruiper

Mogelijk leefgebied in de watergangen

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.6 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Groene glazenmaker

Mogelijk, aanwezigheid van krabbescheervelden kan niet worden uitgesloten.

Mogelijk, afhankelijk van aanwezigheid habitat.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.5 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Platte schijfhoren

Ja, mogelijk aanwezig in het plangebied

Gezien het totale oppervlak van het leefgebied dat gedurende de werkzaamheden beslagen wordt, wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen.

Mogelijk

Ja, mits ontheffing wordt verkregen, de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 5.2.6 worden opgevoerd of indien uit onderzoek blijkt dat de soort uitgesloten kan worden.

Blad 28 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Verdere aanpak en conclusie beschermde soorten Naar aanleiding van de bevindingen tijdens de natuurtoets wordt nader veldonderzoek uitgevoerd naar beschermde soorten. Doel hiervan is om te bevestigen dan wel uitsluiten dat de beschermde soorten aanwezig zijn in of direct bij het plangebied. Voor soorten die aanwezig blijken te zijn, wordt een ontheffing aangevraagd. De ontheffingen worden aangevraagd voor het tijdelijk ongeschikt maken van de werkstroken en werklocaties voor de benoemde soorten. Dit heeft geen invloed op de instandhouding van de soort zelf, maar omdat er wel leefgebied tijdelijk niet beschikbaar is, is formeel een ontheffing nodig. Het laatstgenoemde aspect is tijdelijk van aard. Na afronding van de werkzaamheden wordt het plangebied weer zo goed mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Tijdens de werkzaamheden wordt ecologische begeleiding uitgevoerd, waarvoor op voorhand een ecologisch werkprotocol wordt opgesteld. Passende beoordeling stikstofdepositie Uit de berekening van de stikstofdepositie in maart 2022 is gebleken dat ter plaatse van 10 Natura 2000-gebieden stikstofdeposities van meer dan 0,00 mol/ha/j plaatsvinden, met een maximale (tijdelijke) depositie van 1,38 mol/ha/j ter plaatse van Zouweboezem. Deze berekening is ook opgenomen in de passende beoordeling van 24 mei 2022.

In de uitgevoerde passende beoordeling is geconcludeerd dat wanneer geen sprake is van een relevante stikstofdepositiebijdrage, eenvoudigweg geen sprake kan zijn van ecologische doorwerking en er geen sprake is van conflicten met het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen. Om deze rede zijn vier Natura 2000gebieden nader beschouwd (waarbij sprake is van habitattypen met een depositie hoger dan 0,05 mol/ha/jr). Dit betreft de Natura 2000-gebieden Zouweboezem, Uiterwaarden Lek, Lingebied & Diefdijk Zuid en Oostelijke Vechtplassen. Op basis van deze beoordeling is gebleken dat voor het project, ook cumulatief, significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Hiermee kan uit deze passende beoordeling worden geconcludeerd dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000gebieden, de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Addendum Passende beoordeling mei 2022 De Passende beoordeling van mei 2022 had uitsluitend betrekking op stikstofdepositie, omdat op basis van een separaat uitgevoerde natuurtoets werd geconcludeerd dat het project buiten stikstofdepositie geen significant effect heeft op Natura 2000-gebieden. Op basis van commentaar van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) is een addendum gemaakt.

Dit addendum kan worden beschouwd als nadere onderbouwing van de stelling in de natuurtoets dat het project buiten stikstofdepositie geen significant effect heeft op Natura 2000gebieden. Dit addendum is tevens integraal opgenomen (als bijlage) in de genoemde passende beoordeling van 25 mei 2022. In het Addendum wordt ingegaan op het volgende:  Effect van de werkzaamheden (met name doorboren grond en wateronttrekking) op het Habitattype Blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied Zouweboezem. Dit Habitattype is gevoelig voor verdroging of kwel. Maatregelen die kwel of verdroging tegengaan moeten worden opgenomen, aangezien de HDD’s wellicht een waterdoorlatende laag doorsnijden.  Effect van de werkzaamheden op beschermde vogels in de Vogelrichtlijngebieden Oostelijke Vechtplassen en Zouweboezem.

Blad 29 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

In het addendum op de Passende beoordeling is het volgende geconcludeerd: • Het kruisen van de Natura 2000-gebieden Zouweboezem en Uiterwaarden Lek door middel van horizontaal gestuurde boringen heeft geen effect op de waterhuishouding in deze beschermde natuurgebieden. Het habitattype Blauwgraslanden in Natura 2000-gebied Zouweboezem wordt niet beïnvloed door de horizontaal gestuurde boringen. • De invloed van de freatische bemaling op het leidingstracé reikt niet tot aan de Natura 2000gebieden zodat direct beïnvloeding van de freatische grondwaterstand door de bemaling niet aan de orde is. De spanningsbemaling in de diepere zandlagen heeft als gevolg van de relatief korte bemalingsduur en de beperkte verlaging van de stijghoogte in de diepere lagen geen noemenswaardig effect op de freatische grondwaterstand. Er kan dan ook gesteld worden dat de bemaling geen significant risico vormt voor de waterhuishouding in de Natura 2000gebieden. Het habitattype Blauwgraslanden in Natura 2000-gebied Zouweboezem wordt niet beïnvloed door de bemaling in het kader van de werkzaamheden. • Ten aanzien van Vogelrichtlijngebied Zouweboezem blijkt dat het zwaartepunt van geschikt voortplantings- en overwinteringshabitat zich op relatief grote afstand van de werkzaamheden bevindt en dat er in het tussengelegen gebied voldoende natuurlijke afscherming aanwezig is om effecten te voorkomen.

Daarnaast geldt voor een deel van de beschermde soorten dat de verstoring als gevolg van recreatie in Zouwboezem naar verwachting zodanig is dat eventuele verstoring door de werkzaamheden hoe dan ook als verwaarloosbaar kan worden beschouwd. Significante negatieve effecten ten gevolge van geluid, licht, trillingen en visuele verstoring op de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied Zouweboezem kunnen worden uitgesloten. • Gezien de afstand tussen Vogelrichtlijngebied Oostelijke Vechtplassen en de tracés en de aanwezigheid van de stad Utrecht tussen de werklocaties en het Vogelrichtlijngebied, kunnen effecten als gevolg van geluid, licht, trillingen en visuele verstoring uitgesloten worden. • Ter plaatse van en in de omgeving van de Natura 2000-gebieden zijn tijdens de gebruiksfase geen merkbare effecten van de aanwezigheid van de leiding te verwachten. Controle van de staat van de leiding heeft geen effect op de omgeving. Noodzaak tot onderhoud is zeer onwaarschijnlijk. Indien er toch onderhoud noodzakelijk is, bestaat dit door vervanging van het leidingdeel ter plaatse van het natuurgebied op een wijze die overeenkomt met de werkwijze bij de leidingaanleg. Conclusie Het HTL tracé (zuidelijke langere tracé) kruist middels een HDD-boring de Natura 2000-gebieden ‘de Uiterwaarden Lek’ en ‘de Zouweboezem’. De Natura 2000-gebieden worden niet fysiek aangetast.

Significante negatieve effecten ten gevolge van de verschillende verstoringsfactoren op de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden door de HDD-boringen en overige werkzaamheden buiten de gebieden zijn uitgesloten. Het HTL tracé kruist meerdere malen een gebied behorende tot het NNN. De gebieden worden gekruist middels een HDD-boring of door de rij- en werkstroken. Op vier locaties in de polder Achthoven, nabij de Zouweboezem, lopen rij- en werkstroken door het NNN-gebieden. Daarnaast loopt mogelijk een rij- en werkstrook door een NNN-gebied bij de Noordseweg. Voorafgaand aan werkzaamheden in deze gebieden, dienen deze te worden afgestemd met het bevoegd gezag. Dit betreft een afstemming over de concrete wijze van uitvoering van de tijdelijke werkzaamheden. Mede op basis van deze afstemming worden belangrijke nadelige milieueffecten ten aanzien van deze natuurwaarden voorkomen.

Blad 30 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Voor de overige beschermde gebieden (zoals reeds samengevat in de voorgaande beschouwing) zullen eveneens (deels onder voorwaarden) belangrijke nadelige milieueffecten worden voorkomen. De verdere aanpak van beschermde soorten bestaat, zoals genoemd, uit nader onderzoek om aan- of afwezigheid van beschermde soorten vast te stellen, gevolgd door een ontheffingsaanvraag voor de aanwezige soorten. Er wordt ontheffing aangevraagd voor het tijdelijk ongeschikt van de werkstroken en werklocaties voor de benoemde soorten. Dit heeft geen invloed op de instandhouding van de soort zelf, maar omdat er wel leefgebied tijdelijk niet beschikbaar is, is formeel een ontheffing nodig. Het laatstgenoemde aspect is tijdelijk van aard. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld en er wordt ecologische begeleiding van de werkzaamheden uitgevoerd. Na afronding van de werkzaamheden wordt het plangebied weer zo goed mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Geconcludeerd wordt dat de aanleg van de leiding en uitvoering van de bemalingen zonder strijdigheid met de Wet natuurbescherming mogelijk is. Na afloop van de leidingaanleg wordt het terrein in oorspronkelijke staat hersteld, zodat er geen blijvend effect is. Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen ten aanzien van natuurwaarden.

3.10

Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.

3.11

Externe veiligheid Risicokaart Uit de risicokaart blijkt dat rondom en op de tracés een aantal risico’s gelegen zijn (zie figuur 3.4). Dit betreft met name buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen (inclusief het onderhavige tracé waarvoor de werkzaamheden worden uitgevoerd). Ten behoeve van de werkzaamheden aan het tracé wordt een Veiligheid, Gezondheid en Milieu plan (VGM-plan) uitvoeringsfase opgesteld om de veiligheid tijdens de uitvoering te beheersen.

Blad 31 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 3.4: Uitsnede risicokaart

QRA’s Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen is de invloed van de geplande wijzigingen op het plaatsgebonden risico en groepsrisico inzichtelijk gemaakt. Hiervoor zijn twee kwantitatieve risicoanalyses (QRA’s) uitgevoerd (Arcadis, QRA leiding W-501-23. De aanleg van een nieuwe leiding in de gemeente Utrecht, Referentie D10049625:7, 16 februari 2022 en Bilfinger, Kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Revisie aardgastransportleiding A-555-08. 29 juni 2021). Hierbij zijn de navolgende conclusies getrokken. Noordelijke korte tracédeel Plaatsgebonden risico Leiding W-501-23 heeft geen PR 10-6 contour. Hierdoor kunnen er geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour van de leiding liggen. Er wordt voldaan aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Leiding W-501-23 voldoet aan de Regeling externe veiligheid buisleidingen. Het plaatsgebonden risico op een afstand van 4 meter, gemeten vanuit het hart van de leiding, is niet hoger dan 10-6 per jaar. Groepsrisico De maximale overschrijdingsfactor voor leiding W-501-23 is kleiner dan 1. De fN-curve voor deze leiding blijft onder de oriëntatiewaarde. Zuidelijke Tracédeel Plaatsgebonden risico Voor de hogedruk aardgastransportleiding A-555-08 wordt geen PR10-6/jaar contour berekend.

Hierdoor wordt voldaan aan de normstelling uit het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) dat het plaatsgebonden risico op 5 meter afstand van het hart van de buisleiding lager is dan 10-6 per jaar.

Blad 32 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

Doordat er geen PR 10-6/jaar contour wordt berekend, worden er geen kwetsbare objecten blootgesteld aan een risiconiveau van 10-6/jaar of hoger. Dit betekent dat wordt voldaan aan de PR-grenswaarde voor kwetsbare objecten zoals gesteld in het Bevb. Er zijn geen preventieve of repressieve maatregelen meegenomen in de risicoberekeningen. Groepsrisico Voor leiding A-555-08 is over de gehele lengte van de leiding een maximaal groepsrisico berekend van 6,471.10-4 maal de oriëntatiewaarde, voor die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 11410.00 en stationing 12410.00. Dit tracé ligt grotendeels in de gemeente Lopik, maar ook in het grensgebied met de gemeente Vijfheerenlanden. Voor een groot deel van de leiding wordt in het geheel geen groepsrisico berekend. Waar dit wel het geval is, is het berekende groepsrisico ruim beneden de oriëntatiewaarde gelegen. Conclusie QRA’s Voor beide tracés wordt voldaan aan de daarop van toepassing zijnde regelgeving. In dit kader zijn er geen belemmeringen. Niet gesprongen explosieven In het kader van de ontwikkeling is een historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) verricht voor de twee tracés (kenmerk: 455773-BS-CE-001, d.d. 18 mei 2021). De conclusies daarvan zijn hieronder weergegeven.

In het gebied kunnen CE aanwezig zijn als gevolg van de volgende handelingen / gebeurtenissen: Het dumpen van wapens en munitie na de capitulatie. Ontploffing van een munitieschip. Als gevolg van de bij het vorige punt genoemde handelingen kunnen de volgende soorten CE aanwezig zijn: Gedumpte munitie. CE verspreidt door de explosie van het munitieschip. De verdachte gebieden zijn op de bodembelastingkaart in bijlage 2 van het historisch vooronderzoek te vinden. Door middel van detectieonderzoek voor aanvang van de leiding aanleg en/of begeleiding van de aanlegwerkzaamheden wordt het potentiële risico van de CE geminimaliseerd. Conclusie Op basis van hiervoor beschreven onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er bij de benodigde (bemalings- en andere) werkzaamheden en het gebruik van het tracé geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke nadelige milieueffecten betreffende het thema externe veiligheid. Ten aanzien van eventuele niet gesprongen explosieven uit WOII zullen voor de uitvoering van de werkzaamheden protocollen worden opgesteld en nagevolgd.

Blad 33 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

3.12

Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden)  Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11.  Bereik van het effect: lokaal tot zeer lokaal.  Getroffen bevolking: de kans op calamiteiten is zeer gering. Aard van het effect  Aard van de effecten: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11. Grensoverschrijdende karakter van het effect  Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect  De effecten zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect  Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker.  Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering. Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect  Verwachte aanvang: Q3 2022.  Duur en periode indicatief: 1 à 2 jaar.  Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten en daarna de permanente aanwezigheid en gebruik van de gastransportleidingen.  Er is geen sprake van onomkeerbare effecten.

Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Er zijn geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten, door bijvoorbeeld een toename van het verkeer. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden. Mogelijkheid om de effecten doeltreffende te verminderen Per onderdeel worden de effecten van het project zo summier mogelijk gehouden. Door middel van verder onderzoek worden de te verwachten effecten verder in kaart gebracht en wordt bepaald welke mitigerende maatregelen genomen zullen worden om de effecten tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Blad 34 van 35

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling project ombouw G-H gas Eneco Utrecht (W-200+W-2017) projectnummer 0455773.100 25 mei 2022 revisie 04 N.V. Nederlandse Gasunie

4

Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het voornemen niet nodig.

Heerenveen, mei 2022

Blad 35 van 35

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E. jeroen.kruse@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Utrecht

Bijlage 2

QRA

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

45

QRA leiding W-501-23 De aanleg van een nieuwe leiding in de gemeente Utrecht Gasunie Transport Services B.V. 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Contactpersoon HERMAN ROUWENHORST Adviseur Veiligheid

T +31 (0)88 4261261 M +31 (0)6 46132573 E Herman.Rouwenhorst@arcadis.com

2

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Inhoudsopgave Samenvatting

4

Plaatsgebonden risico

4

Groepsrisico

4

1

Inleiding

5

2

Uitgangspunten

6

2.1

Leidinggegevens

8

2.2

Bevolkingsgegevens

8

3

Resultaten

11

3.1

Plaatsgebonden risico

11

3.1.1

Resultaten PR-berekening leiding W-501-23

11

3.1.2

Conclusies PR-berekening

12

3.2

Groepsrisico

12

3.2.1

Resultaten GR-berekening leiding W-501-23

13

3.2.2

Conclusies GR-berekening

14

Referenties

15

Colofon

16

3

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Samenvatting Voor leiding W-501-23 van Gasunie Transport Services B.V. is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. De QRA is uitgevoerd in verband met de aanleg van een nieuwe leiding. Leiding W-501-23 komt in de gemeente Utrecht te liggen, deels in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn en deels in de Utrechtse wijk West. De QRA is uitgevoerd conform de vigerende wet- en regelgeving [1, 2 en 3]. Voor leiding W-501-23 zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) berekend. De resultaten hiervan zijn hieronder samengevat.

Plaatsgebonden risico Leiding W-501-23 heeft geen PR 10-6 contour. Hierdoor kunnen er geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour van de leiding liggen. Er wordt voldaan aan het Bevb [1]. Leiding W-501-23 voldoet aan het Revb [3]. Het plaatsgebonden risico op een afstand van 4 meter, gemeten vanuit het hart van de leiding, is niet hoger dan 10-6 per jaar.

Groepsrisico De maximale overschrijdingsfactor voor leiding W-501-23 is weergegeven in Tabel 1 en is kleiner dan 1. De fN-curve voor deze leiding blijft onder de oriëntatiewaarde. Tabel 1: De maximale overschrijdingsfactor voor leiding W-501-23.

Leiding W-501-23

4

Maximale overschrijdingsfactor 0.021

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

1

Inleiding

Voor leiding W-501-23 van Gasunie Transport Services B.V. is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. De QRA is uitgevoerd in verband met de aanleg van een nieuwe leiding. Leiding W-501-23 komt in de gemeente Utrecht te liggen, deels in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn en deels in de Utrechtse wijk West. De toekomstige ligging van leiding W-501-23 is weergegeven in Figuur 1. De donkerblauwe leiding is leiding W-501-23.

Legenda Leidingen Leiding W-501-23 Figuur 1: De toekomstige ligging van leiding W-501-23.

De QRA is uitgevoerd conform de vigerende wet- en regelgeving [1, 2 en 3]. Voor leiding W-501-23 zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) berekend.

5

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

2

Uitgangspunten

In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor de berekeningen gepresenteerd. In paragraaf 2.1 worden de leidinggegevens weergegeven en in paragraaf 2.2 worden de bevolkingsgegevens weergegeven. De berekeningen zijn op 24 oktober 2023 uitgevoerd met versie 1.0.0.52 van CAROLA. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van versie 1.3 van het parameterbestand en de meteorologische gegevens van het weerstation Soesterberg. De gebruikte ruwheidslengte is 0.1 meter. De bedrijfsspecifieke parameters van N.V. Nederlandse Gasunie zijn toegepast in de berekeningen. Het interessegebied is weergegeven in Figuur 2.

Figuur 2: Het interessegebied.

Op 24 oktober 2023 zijn www.windstats.nl, www.hoogspanningsnet.com en www.risicokaart.nl geraadpleegd. Hieruit is gebleken dat er geen sprake is van windturbines en inrichtingen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van leiding W501-23 die van invloed kunnen zijn op de QRA. Er is sprake van drie hoogspanningsmasten van een bovengrondse 150kV-verbinding in de nabijheid van leiding W501-23, namelijk: • • •

hoogspanningsmast BKL-ULW-150-4 van TenneT; hoogspanningsmast BKL-ULW-150-3 van TenneT; hoogspanningsmast BKL-ULW-150-2 van TenneT.

De drie hoogspanningsmasten van de bovengrondse 150kV-verbinding in de nabijheid van leiding W-501-23 zijn weergegeven in Figuur 3. De drie hoogspanningsmasten van de bovengrondse 150kV-verbinding in de nabijheid van leiding W-501-23 kunnen invloed hebben op leiding W-501-23. De diepteligging van leiding W-501-23 is voor een klein deel 1.00 meter, voor een klein deel 1.50 meter en voor een groot deel 2.00 meter. De drie hoogspanningsmasten van de bovengrondse 150kV-verbinding in de nabijheid van leiding W-501-23 zijn niet meegenomen in de QRA.

6

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

De bovengrondse 150kV-verbinding Leiding W-501-23

Hoogspanningsmast BKL-ULW150-4 Hoogspanningsmast BKL-ULW150-3 Hoogspanningsmast BKL-ULW150-2

Figuur 3: De drie hoogspanningsmasten van de bovengrondse 150kV-verbinding in de nabijheid van leiding W-501-23.

Er is sprake van 6 leidingen in de nabijheid van leiding W-501-23, namelijk: • • • • • •

leiding W-501-02 van Gasunie Transport Services B.V.; leiding W-501-01 van Gasunie Transport Services B.V.; leiding W-501-16 van Gasunie Transport Services B.V.; leiding W-500-01 van Gasunie Transport Services B.V.; leiding W-529-01 van Gasunie Transport Services B.V.; leiding W-501-14 van Gasunie Transport Services B.V.

De zes leidingen in de nabijheid van leiding W-501-23 zijn weergegeven in Figuur 4. De zes leidingen in de nabijheid van leiding W-501-23 liggen niet parallel aan leiding W-501-23. Domino-effecten1 zijn daarom verwaarloosbaar.

1 De kans dat het falen van leiding W-501-02 leidt tot het falen van leiding W-501-23, de kans dat het falen van leiding W-501-01 leidt

tot het falen van leiding W-501-23, de kans dat het falen van leiding W-501-16 leidt tot het falen van leiding W-501-23, de kans dat het falen van leiding W-500-01 leidt tot het falen van leiding W-501-23, de kans dat het falen van leiding W-529-01 leidt tot het falen van leiding W-501-23 en de kans dat het falen van leiding W-501-14 leidt tot het falen van leiding W-501-23. 7

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Leidingen W-50102, W-501-01, W501-16, W-500-01 en W-529-01 Leiding W-501-14 Leiding W-501-23

Figuur 4: De zes leidingen in de nabijheid van leiding W-501-23.

2.1

Leidinggegevens

De berekeningen zijn uitgevoerd met de leidinggegevens die door Gasunie Transport Services B.V. op 23 oktober 2023 zijn aangeleverd: •

9112_leiding-W-501-23-deel-1.txt.

De belangrijkste leidingparameters zijn weergegeven in Tabel 2. Tabel 2: De belangrijkste leidingparameters.

Leidingparameter Diameter [mm] Druk [bar] Gevaarlijke stof Mitigerende maatregel

2.2

Leiding W-501-23 323.90 40.00 Aardgas -

Bevolkingsgegevens

De bevolking binnen het volgende invloedsgebied is op 24 oktober 2023 opgevraagd via de Basisadministraties Adressen en Gebouwen (BAG) Populatieservice (www.populatieservice.demis.nl): •

het invloedsgebied van leiding W-501-23.

Het invloedsgebied van leiding W-501-23 is weergegeven in Figuur 5. De donkerblauwe leiding is leiding W-501-23. De zwarte contour is de 1%-letaliteitsgrens en de rode contour is de 100%-letaliteitsgrens.

8

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Legenda Leidingen Leiding W-501-23 Contouren 1%-letaliteitsgrens 100%-letaliteitsgrens Figuur 5: Het invloedsgebied van leiding W-501-23.

De bevolking binnen het invloedsgebied van leiding W-501-23 is aangeleverd in vier bestanden. Deze bestanden zijn weergegeven in Tabel 3. In deze tabel zijn ook de kenmerken van de bevolking weergegeven. Tabel 3: De bevolking binnen het invloedsgebied van leiding W-501-23.

Bestand bijeen_sport_cel_zkhdag100-nacht80.txt industrie-dag100nacht30.txt kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100nacht0.txt

Populatietype

Aantal personen

Percentages personen2

Werken

442

100 / 80 / 7 / 1 / 100 / 100

Werken

2501

100 / 30 / 7 / 1 / 100 / 100

Werken

1272

100 / 0 / 7 / 1 / 100 / 100

Percentages personen [aanwezig gedurende de dagperiode / aanwezig gedurende de nachtperiode / buiten gedurende de dagperiode / buiten gedurende de nachtperiode / overdag aanwezig gedurende het jaar / ‘s nachts aanwezig gedurende het jaar]. 2

9

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Bestand wonend_vakantiehuisdag50-nacht100.txt

Populatietype

Aantal personen

Percentages personen2

Wonen

5

50 / 100 / 7 / 1 / 100 / 100

Op 24 oktober 2023 is www.ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd. Hieruit is gebleken dat de via de BAG Populatieservice opgevraagde bevolking binnen het invloedsgebied van leiding W-501-23 compleet is. De bevolking binnen het invloedsgebied van leiding W-501-23 is weergegeven in Figuur 6. De groene punten geven populatie van het populatietype wonen weer en de paarse punten geven populatie van het populatietype werken weer.

Legenda Leidingen Leiding W-501-23 Populatietypen Wonen Werken Figuur 6: De bevolking binnen het invloedsgebied van leiding W-501-23.

10

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

3

Resultaten

In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd. In paragraaf 3.1 worden de resultaten van de PR-berekening weergegeven en in paragraaf 3.2 worden de resultaten van de GR-berekening weergegeven.

3.1

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico is in het Besluit externe veiligheid buisleidingen [1] gedefinieerd als “het risico op een plaats nabij een buisleiding, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die bepaalde plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met die buisleiding”. Plaatsen met een gelijk PR worden op een kaart door middel van een PR-contour weergegeven. Binnen de PR 10-6 contour bedraagt de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen maximaal één op de één miljoen per jaar. De grenswaarde voor kwetsbare objecten is 10-6 per jaar en de richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten is 10 -6 per jaar. Voor leiding W-501-23 is een plaatsgebonden risicoberekening uitgevoerd. De resultaten van deze berekening worden in de volgende subparagraaf weergegeven.

3.1.1

Resultaten PR-berekening leiding W-501-23

De resultaten van de PR-berekening voor leiding W-501-23 zijn weergegeven in Figuur 7. De paarse contour is de PR 10-8 contour van deze leiding. Leiding W-501-23 heeft geen: • •

11

PR 10-7 contour; PR 10-6 contour.

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Legenda Leidingen Leiding W-501-23 Contouren PR 10-8 contour Figuur 7: De PR-contouren van leiding W-501-23.

3.1.2

Conclusies PR-berekening

Leiding W-501-23 heeft geen PR 10-6 contour. Hierdoor kunnen er geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour van de leiding liggen. Er wordt voldaan aan het Bevb [1]. Leiding W-501-23 voldoet aan het Revb [3]. Het plaatsgebonden risico op een afstand van 4 meter, gemeten vanuit het hart van de leiding, is niet hoger dan 10-6 per jaar.

3.2

Groepsrisico

Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid buisleidingen [1] gedefinieerd als “de cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding”. De waarde van het GR wordt in een grafiek weergegeven met een fN-curve. In de grafiek wordt het aantal slachtoffers op de horizontale as uitgezet tegen de cumulatieve frequentie per jaar op de verticale as. Voor het groepsrisico geldt geen grens- of richtwaarde, maar een oriëntatiewaarde. In de grafiek wordt ook de oriëntatiewaarde weergegeven. Dit is de waarde voor het GR weergegeven door de lijn die de punten met elkaar verbindt waarbij de kans op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers 10-4 per jaar, de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers 10 -6 per jaar en de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers 10 -8 per jaar is. 12

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico, wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten fN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een fN-curve berekend en voor deze fN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de fN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de fN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de fN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Voor leiding W-501-23 is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. De resultaten van deze berekening worden in de volgende subparagraaf weergegeven.

3.2.1

Resultaten GR-berekening leiding W-501-23

De maximale overschrijdingsfactor voor leiding W-501-23 is gelijk aan 0.021 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1660.00 en stationing 2660.00. Deze kilometer leiding is weergegeven in Figuur 9. De fN-curve voor deze kilometer leiding is weergegeven in Figuur 10. De maximale overschrijdingsfactor voor deze kilometer leiding wordt gevonden bij 92 slachtoffers en een frequentie van 2.53 x 10-8.

Figuur 8: De GR-screening voor leiding W-501-23.

13

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Legenda Leidingen Leiding W-501-23 Die kilometer leiding (leiding W-501-23) die gekarakteriseerd wordt door stationing 1660.00 en stationing 2660.00 Populatietypen Wonen Werken Figuur 9: Die kilometer leiding (leiding W-501-23) die gekarakteriseerd wordt door stationing 1660.00 en stationing 2660.00.

Figuur 10: De fN-curve voor deze kilometer leiding (leiding W-501-23).

3.2.2

Conclusies GR-berekening

De maximale overschrijdingsfactor voor leiding W-501-23 is kleiner dan 1. De fN-curve voor deze leiding blijft onder de oriëntatiewaarde.

14

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Referenties De referenties zijn weergegeven in Tabel 4. Tabel 4: De referenties.

1 2 3

15

Besluit externe veiligheid buisleidingen. Geraadpleegd op 24 oktober 2023, van www.wetten.overheid.nl Handleiding risicoberekeningen Besluit externe veiligheid buisleidingen, versie 3.2. Geraadpleegd op 24 oktober 2023, van www.rivm.nl Regeling externe veiligheid buisleidingen. Geraadpleegd op 24 oktober 2023, van www.wetten.overheid.nl

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Colofon QRA LEIDING W-501-23 DE AANLEG VAN EEN NIEUWE LEIDING IN DE GEMEENTE UTRECHT KLANT Gasunie Transport Services B.V. AUTEUR Ruben van Oostende PROJECTNUMMER 30092264 ONZE REFERENTIE D10049625:32 DATUM 30 oktober 2023 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

Herman Rouwenhorst Adviseur Veiligheid

Herman Rouwenhorst Adviseur Veiligheid

16

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

QRA LEIDING W-501-23

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op

17

Arcadis

Onze referentie: D10049625:32 - Datum: 30 oktober 2023 - Public

arcadis_nl

ArcadisNetherlands

Utrecht

Bijlage 3

Bureaustudie CE

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

63

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé HoornaarReijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven G-H ombouw Eneco Utrecht (W-200 + W-217), Gasunie-project I.013713.01

projectnummer 455773 definitief revisie 01 18 mei 2021

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven G-H ombouw Eneco Utrecht (W-200 + W-217), Gasunie-project I.013713.01 projectnummer 455773 documentnummer 455773-BS-CE-001 definitief revisie 01 18 mei 2021

Auteur

Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

datum vrijgave

18-05-2021

beschrijving revisie 01 definitief

gecontroleerd

vrijgave

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Uitgevoerd onderzoek

3

3

Conclusies

4

Bijlagen 1. 2.

Rapport historisch vooronderzoek CE. Bodembelastingskaart CE

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven projectnummer 455773 18 mei 2021 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

1

Inleiding In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie is door Antea Group de uitvoering van een historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven verricht voor twee tracés. Het gaat om een tracé van 24,6 km HTL (hoofdtransportleiding) van afsluiterschema S-238 Hoornaar tot M&R (Meet –en regelstation) A-107 Reijerscop en een tracé 2,7 km RTL (regionale transportleiding) van afsluiterschema S-6227 AS-Utrecht tot afsluiterschema S-6265 Lage Weide. De ligging van de nieuw aan te leggen tracés is in figuur 1.1 weergegeven. De tracés worden aangelegd in het kader van de ombouw van delen van het gastransportnet van G-gas (laag calorisch gas) naar H-gas (hoog calorisch gas). Daarnaast worden verschillende bestaande faciliteiten aangepast en wordt op het tracé in de stad Utrecht een nieuw afsluiterschema aangelegd.

Figuur 1.1: Ligging tracé (bron achtergrond; ESRI Nederland en het Kadaster)

De aan te leggen leiding betreft een DN300 en wordt grotendeels in horizontaal gestuurde boringen (HDD’s) aangelegd. De HDD’s worden gescheiden door korte veldstrekkingen. Ten behoeve van het aanleggen wordt een werkstrook (inclusief de leidingsleuf zelf) met een breedte van in totaal 25 m aangelegd. Om de risico’s als gevolg van de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven (CE) bij de aanleg van de nieuwe leiding in te kunnen schatten, is een bureaustudie naar de

Blad 1 van 4

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven projectnummer 455773 18 mei 2021 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

aanwezigheid van CE uitgevoerd. Het bureauonderzoek betreft een historisch vooronderzoek volgens de CS-VROO.

Blad 2 van 4

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven projectnummer 455773 18 mei 2021 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

2

Uitgevoerd onderzoek Een rapportage van het volgens de CS-VROO gecertificeerde bedrijf Tavela is als bijlage 1 in dit rapport opgenomen. In het rapport is beschreven welke informatie is geraadpleegd en welke informatie uit de verschillende informatiebronnen volgt. Door het combineren van de informatie zijn de verdachte gebieden met betrekking tot de aanwezigheid van CE aangeduid. In de rapportage zijn opgenomen een feitenkaart, met daarop alle geconstateerde indicaties voor mogelijke aanwezigheid van CE, en de bodembelastingskaart, waarop het tracé is onderverdeeld in verdacht en onverdachte delen. De bodembelastingskaart is separaat als bijlage 2 opgenomen.

Blad 3 van 4

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven projectnummer 455773 18 mei 2021 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

3

Conclusies Op basis van de bevindingen tijdens het historische vooronderzoek naar de aanwezigheid van CE wordt het volgende geconcludeerd: • In het gebied kunnen CE aanwezig zijn als gevolg van de volgende handelingen / gebeurtenissen: Het dumpen van wapens en munitie na de capitulatie. Ontploffing van een munitieschip. • Als gevolg van de bij het vorige punt genoemde handelingen kunnen de volgende soorten CE aanwezig zijn: Gedumpte munitie. CE verspreidt door de explosie van het munitieschip. • De verdachte gebieden zijn op de bodembelastingkaart in bijlage 2 weergegeven. • Na vaststelling van het definitieve tracé kan een strategie voor het vervolgtraject met betrekking tot CE worden opgesteld. Antea Group, Heerenveen, mei 2021

Blad 4 van 4

Bureaustudie CE Ombouw van G naar H-gas tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht - Historisch vooronderzoek conventionele explosieven projectnummer 455773 18 mei 2021 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Bijlage 1: Rapport historisch voorondezoek CE

PROJECT: HOORNAAR - REIJERSCOP VOORONDERZOEK MET BEPERKTE RISICOANALYSE OO

OPDRACHTGEVER:

Antea Group

VERSIE:

01

LOCATIE:

Hoornaar - Reijerscop

DATUM:

18- 05-2021

KENMERK:

0241 VOO Hoornaar

TAVELA B.V.

|

ZWOLLE

|

TEL: 038- 785 49 18

|

INFO@TAVELA.NL

|

WWW.TAVELA.NL

VEILIG,VAKKUNDIG EN VOORTVAREND

HANDTEKENINGENBLAD Projectnummer Tavela:

0241 VOO

Datum:

18 mei 2021

Betreft: Vooronderzoek OO met beperkte Risicoanalyse OO naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten ter plaatse van het project Hoornaar - Reijerscop.

Distributielijst: -

Antea Group

Opdrachtgever: Antea Group T.a.v. Tolhuisweg 57 Postbus 24 | 8440 AA Heerenveen Mobiel: Telefoon: E-mail: @anteagroup.nl

Voor akkoord:

Historisch Vooronderzoeker

Senior Deskundige OOO

Projectleider

Algemeen Directeur

Copyright Tavela B.V. 2021 ©. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houders van het auteursrecht. De opdrachtgever mag voor intern gebruik duplicaten maken.

0241 VOO

|

Hoornaar

-2-

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................... - 5 AANLEIDING ...................................................................................................................... - 5 DOEL VOORONDERZOEK .................................................................................................... - 5 WAARDERING EN GROET NAMENS TAVELA B.V. ................................................................... - 5 HET ONDERZOEKSGEBIED .................................................................................................. - 6 ONDERZOEKSMETHODE ..................................................................................................... - 8 VERANTWOORDING.......................................................................................................... - 10 LEESWIJZER .................................................................................................................... - 10 -

2

INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL .............................................................. - 11 VERPLICHTE BRONNEN .................................................................................................... - 11 LITERATUUR EN WEBSITES ............................................................................................... - 13 ARCHIEVEN ..................................................................................................................... - 13 EXPLOSIEVEN OPRUIMINGSDIENST DEFENSIE (EODD) ..................................................... - 14 KRANTENBERICHTEN DELPHER ........................................................................................ - 14 LUCHTFOTOCOLLECTIES .................................................................................................. - 14 NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE (NIMH).............................................. - 16 NEDERLANDS INSTITUUT VOOR OORLOGSDOCUMENTATIE (NIOD) ..................................... - 16 NATIONAAL ARCHIEF ....................................................................................................... - 16 THE NATIONAL ARCHIVES (LONDEN)................................................................................. - 16 BUNDESARCHIV-MILITÄRARCHIV (FREIBURG) ....................................................................

- 17 AANVULLENDE BRONNEN ................................................................................................. - 17 NAOORLOGSE BODEMROERING EN CONTRA-INDICATIE ....................................................... - 19 -

3

CHRONOLOGISCHE SAMENVATTING INDICATIES .............................................. - 20 -

4

ANALYSE ................................................................................................................... - 21 ANALYSE NAOORLOGSE EODD-RUIMINGEN EN ACHTERGELATEN MUNITIE MMOD .............. - 29 ANALYSE LUCHTAANVALLEN EN CRASHES ......................................................................... - 38 LUCHTFOTO-ANALYSE ...................................................................................................... - 42 ANALYSE CONTRA-INDICATIES .......................................................................................... - 43 SOORT EN VERSCHIJNINGSVORM VAN DE OO .................................................................... - 43 HORIZONTALE AFBAKENING .............................................................................................. - 44 VERTICALE AFBAKENING .................................................................................................. - 44 LEEMTEN IN KENNIS ......................................................................................................... - 45 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=41e68553-29c9-4ad8-8939-101b762744e1