CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering_Bijlagen toelichting

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 1 februari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering24.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................................................... - 46 5

BIJLAGEN .................................................................................................................. - 49 -

BIJLAGE 1: GERAADPLEEGDE LITERATUUR .................................................................................... - 50 BIJLAGE 2: GERAADPLEEGDE WEBSITES ....................................................................................... - 53 BIJLAGE 3: GEMEENTELIJKE ARCHIEVEN ....................................................................................... - 54 BIJLAGE 4: PROVINCIALE ARCHIEVEN............................................................................................ - 67 BIJLAGE 5: DE RUIMRAPPORTEN VAN DE EODD ............................................................................ - 78 BIJLAGE 6: LUCHTFOTO’S ............................................................................................................ - 86 -

0241 VOO

|

Hoornaar

-3-

BIJLAGE 7: GERAADPLEEGDE STUKKEN NIMH .............................................................................. - 88 BIJLAGE 8: NEDERLANDS INSTITUUT VOOR OORLOGSDOCUMENTATIE ............................................ - 91 BIJLAGE 9: NATIONAAL ARCHIEF .................................................................................................. - 93 BIJLAGE 10: BUITENLANDSE ARCHIEVEN ....................................................................................... - 95 BIJLAGE 11: NAOORLOGSE BODEMROERING ................................................................................. - 99 BIJLAGE 12: OVERZICHT GEBEURTENISSEN ................................................................................ - 102 BIJLAGE 13: FEITEN INVENTARISATIEKAART ................................................................................ - 109 BIJLAGE 14: OO- BODEMBELASTINGKAART ................................................................................. - 110 BIJLAGE 15: DEFINITIE EN UITLEG (SUB-) SOORTEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN .................. - 111 BIJLAGE 16: UITGANGSPUNTEN HORIZONTALE AFBAKENING (OOO-TABEL) .................................. - 117 BIJLAGE 17: WSCS-OCE CERTIFICAAT TAVELA B.V. .................................................................

- 119 BIJLAGE 18: WETGEVING CERTIFICATIESCHEMA “OPSPOREN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN” (CSOOO) ....................................................................................................................................... - 120 ONTHEFFINGEN WET WAPENS EN MUNITIE TAVELA B.V. ............................................................. - 121 -

0241 VOO

|

Hoornaar

-4-

1

INLEIDING Aanleiding

In opdracht van Antea Group heeft Tavela B.V. (hierna te noemen: Tavela) een Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (VOO) van periode 1940-1945 uitgevoerd. Er is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) ter plaatse van het projectgebied “Hoornaar Reijerscop” in de gemeenten Utrecht, Montfoort, IJsselstein, Lopik, Vijfheerenlanden, Molenlanden. De opdrachtgever is voornemens om binnen het projectgebied grondroerende werkzaamheden uit te voeren.

Doel Vooronderzoek Het doel van dit Vooronderzoek is beoordelen of er binnen het onderzoeksgebied indicaties van OO aanwezig zijn. Bij indicaties van mogelijke OO in het projectgebied wordt het verdachte gebied horizontaal en verticaal afgebakend. Tevens worden de soorten, hoeveelheden en verschijningsvormen van de vermoedelijke explosieven gespecificeerd. De rapportage wordt voorzien van een BodemBelastingKaart (BBK) en eindigt met een advies voor de uit te voeren werkzaamheden.

Waardering en groet namens Tavela B.V. Namens Tavela hecht ik er waarde aan u te danken voor het in ons bedrijf gestelde vertrouwen. Met veel plezier hebben we uw opdracht uitgevoerd. Ik hoop dat u tevreden bent met de inhoud van het rapport en dat we u goed hebben kunnen helpen. Dan wens ik u veel succes met het verdere verloop van uw project. Als Tavela staan wij u daarbij graag weer terzijde. Uiteraard ook voor al uw verdere projecten waarbij oorlogsrestenonderzoek aan de orde is.

(Algemeen directeur) Zwolle, mei 2021

0241 VOO

|

Hoornaar

-5-

Het onderzoeksgebied Het projectgebied betreft twee tracés: één groot tracé dat door vijf gemeenten gaat (Utrecht, Montfoort, IJsselstein, Lopik, Vijfheerenlanden en Molenlanden). Dit grote tracé loopt door twee provincies, Utrecht en Zuid-Holland. Daar bovenop komt nog een klein tracé dat door Utrecht loopt. Om een gefundeerde uitspraak te kunnen geven omtrent de aanwezigheid van OO heeft Tavela, conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna te noemen: CS-VROO) het VOO uitgevoerd. Tevens heeft Tavela een straal van 181 meter rondom het projectgebied gehanteerd (hierna te noemen: onderzoeksgebied). Door een grondig VOO te leveren wil Tavela een zo compleet mogelijk beeld krijgen van de omgeving ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied is in onderstaande afbeelding met een donkerblauw gestreepte lijn aangegeven. Binnen deze omtrek worden, voor het projectgebied, alle relevante gebeurtenissen meegenomen in dit onderzoek. Het projectgebied is in onderstaande afbeelding het lichtblauwe vlak. De classificatie verdacht of onverdacht wordt uitsluitend afgegeven voor het projectgebied.

0241 VOO

|

Hoornaar

-6-

Projectgebied/ Onderzoeksgebied

Afbeelding 1.4.1: plattegrond waarop het projectgebied in blauw is weergegeven. Het onderzoeksgebied is aangegeven met de donkerblauwe onderbroken contourlijn.

0241 VOO

|

Hoornaar

-7-

Onderzoeksmethode Het Vooronderzoek OO zal conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO) worden uitgevoerd.1 In het CS-VROO zijn richtlijnen opgenomen voor het inventariseren en beoordelen van historisch bronnenmateriaal. In het Vooronderzoek wordt conform deze richtlijnen onderscheid gemaakt tussen de volgende onderdelen: a.

Inventarisatie van bronnenmateriaal;

b.

Beoordelen en evalueren van bronnenmateriaal;

c.

Opstellen rapportage en OO-bodembelastingkaart.

Inventarisatie Het bronnenonderzoek vindt plaats op basis van een inventarisatie van: a. Gebeurtenis/informatie over het mogelijk aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied (indicaties) b. Gebeurtenis/informatie over het niet (meer) aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied (contra-indicatie). Conform het CS-VROO worden de verplichte bronnen geraadpleegd. Indien noodzakelijk worden ook aanvullende bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel staat aangegeven welke bronnen verplicht zijn, en welke aanvullend. In dit rapport wordt uitgelegd waarom een aanvullende bron wel of niet is geraadpleegd. Een geraadpleegde bron wordt aangegeven door een groen ‘vinkje’. Het inventariseren van bronnenmateriaal wordt op een eenduidige wijze gedocumenteerd, zodanig dat alles makkelijk te herleiden is. Bron

Verplicht

Aanvullend

Geraadpleegd

Literatuur

X

√

Gemeentelijk en provinciaal archief

X

√

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

X

√

Semi-statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk

X

√

Krantenberichten

X

√

1(Arbeidsomstandighedenbesluit, Artikel 4.10 Ontplofbare oorlogsresten (13-12-2019 tot heden).

0241 VOO

|

Hoornaar

-8-

Bron

Verplicht

Aanvullend

Geraadpleegd

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

X

√

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575

X

√

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

X

√

Nationaal Archief te Den Haag

X

√

The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door Royal Air Force

X

√

Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg

X

√

Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

X

√

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 409

X

√

Getuigen

X

√

Tabel 1.4.1: overzicht verplichte en aanvullende bronnen uit CS-VROO.

Beoordeling Na het inventariseren van het bronnenmateriaal worden de indicaties en contra-indicaties geanalyseerd. Bij concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten wordt getracht de soorten, aantallen, kaliber, nationaliteit, verschijningen, horizontale en verticale afbakening te bepalen. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie verdacht gerapporteerd. Wanneer er geen aanwijzingen zijn, wordt de conclusie onverdacht gerapporteerd. De van OO verdachte gebieden worden vastgesteld met de hiervoor genoemde analyse en afgebakend naar de situatie van 1940-1945. Het rapport zal eindigen met een conclusie en een eventueel advies.

Tavela gebruikt een geografisch informatiesysteem (CAD of GIS) bij de verwerking en beoordeling van het bronnenmateriaal. Relevante luchtfoto’s en stafkaarten uit de periode 1940-1945 worden in GIS gepositioneerd ten opzichte van de huidige topografie. Alle relevante indicaties en contraindicaties worden indien mogelijk vertaald naar een locatie in het RD- coördinatenstelsel en gepositioneerd in GIS. Het eindresultaat is een rapportage met een bijbehorende Feiteninventarisatiekaart (ook wel Feitenkaart genoemd) en OO- bodembelastingkaart (CAD of GIS).

0241 VOO

|

Hoornaar

-9-

Verantwoording Het Vooronderzoek OO is uitgevoerd door historisch onderzoeker , . en Senior Deskundige OOO , in samenspraak met en onder verantwoording van , Algemeen Directeur van Tavela. Tavela streeft voortdurend naar innovatie. Tavela behoudt zich daarom het recht voor die producten of werkzaamheden die in dit document worden beschreven zonder voorafgaand bericht aan te passen of te verbeteren. Hoewel bij het redigeren van dit document de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat sommige informatie na verloop van tijd verouderd of niet meer juist is. Tavela kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van informatie in deze uitgave. De interpretatie van risico’s rond ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog is door Tavela mede gebaseerd op beschikbare informatie van derden. Op basis van deze informatie kan een eventuele aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de (water)bodem van de betreffende locatie; afwijkend van deze informatie, echter niet worden uitgesloten. Tavela wijst daarom elke verantwoordelijkheid nadrukkelijk af ten aanzien van eventuele toekomstige vondsten van conventionele explosieven in de (water)bodem van de betreffende locatie; die strijdig zijn met de in dit document voorgestelde interpretaties.

Tavela adviseert de opdrachtgever om het Vooronderzoek OO te overleggen aan de gemeente waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen.

Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de geraadpleegde bronnen beschreven. In het derde hoofdstuk worden de relevante oorlogshandelingen op chronologische volgorde in een lijst weergegeven. In hoofdstuk vier worden deze oorlogshandelingen geanalyseerd en bepaald of er zich mogelijk OO in het projectgebied bevinden. Het rapport eindigt in hoofdstuk vijf met een conclusie, en eventuele aanbevelingen. In de toegevoegde bijlagen staan diverse relevante stukken, luchtfoto’s en kaarten.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 10 -

2

INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL

Verantwoording bronnenmateriaal Om een zo compleet mogelijk Vooronderzoek uit te voeren zijn er diverse bronnen geraadpleegd. Als in een bron een indicatie staat waaruit blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door een oorlogshandeling, dan dient deze indicatie in een mogelijke tweede en/of meerdere bronnen te worden bevestigd. Wanneer dit niet het geval is, dan moet op basis van deze enkele bron een afweging worden gemaakt welke consequentie(s) dit heeft voor het onderzoeksgebied. In dit hoofdstuk komen de geraadpleegde bronnen in het kader van het Vooronderzoek aan bod. Per bron is in de bijlagen terug te vinden welke literatuur, archiefstukken en/of documenten zijn geraadpleegd, zodat voor de lezer de herleidbaarheid van indicaties (en contra-indicaties) van oorlogshandelingen duidelijk zijn. De wijze van raadplegen is per archief c.q. bron aangegeven. Op basis van bronnenonderzoek wordt een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die mogelijk relevant zijn voor de aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Een chronologisch overzicht van de lijst is terug te vinden in bijlage 12.

Verplichte bronnen Reeds uitgevoerde Vooronderzoeken Tavela heeft, conform het CS-VROO, bij aanvang van het onderzoek gezocht naar eerder uitgevoerde Vooronderzoeken OO, Risicoanalyse en/of opsporing binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Hierbij is de VEO-bommenkaart geraadpleegd. Wanneer er infrastructuur binnen het onderzoeksgebied aanwezig is, wordt er contact gezocht met de betreffende beheerder, dat kan o.a. zijn: Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeentes, ProRail of provincies. Er zijn diverse vooronderzoeken gevonden: -

Kadeversterking Giessen – Noordeloos. Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied, van BWZ Ingenieurs, met kenmerk BWZ 068-16, d.d. 28 oktober 2016. Vooronderzoek Reyerscop, van AVG, met kenmerk 1762004-VO-01 versie definitief, d.d. 21 april 2017. Vooronderzoek CE. Gasleidingtracé Weesp-Utrecht, van AVG, met kenmerk 1962006-VO01, d.d. 16 april 2019. Vooronderzoek Centrumontwikkeling Kruising Hoornaar, van BeoBom, met kenmerk 20170528 concept, d.d. 15 juni 2018. Vooronderzoek De Meern SK 1 Fase 2, van Bombs Away, met kenmerk 20p009, d.d. 11 maart 2020 Historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven Reijerscop, van IDDS, met kenmerk 18010694, d.d. 17 mei 2017 Historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven Gemeente Vijfheerenlanden, van IDDS, met kenmerk 19030880, d.d. 27 november 2017.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 11 -

-

Vooronderzoek CE Regionale keringen Alblasserwaard – Vijfheerenlanden, van BeoBom, met kenmerk BB19-154-01, d.d. 20 december 2019. Vooronderzoek N214 Noordeloos- Minkeloos, van Bombs Away, met kenmerk 18p133, d.d. 8 oktober 2018.

Deze onderzoeken hebben deels of volledig betrekking op het onderzoeksgebied. De daarin weergegeven conclusies zijn, voor zover relevant, door Tavela meegenomen. De Omgevingsdienst Utrecht (ODRU) heeft een 35-tal documenten ter beschikking gesteld; deels relevant, deels niet relevant. Hieronder worden zij genoemd.

Ten aanzien van deze reeds eerder (in de omgeving) uitgevoerde Vooronderzoeken heeft Tavela aanvullend bronnenonderzoek gedaan, om ze waar nodig te actualiseren naar de huidige richtlijnen van de CS-OOO. De archieven en archiefdossiers die al door eerdere uitvoerders zijn geraadpleegd zijn door Tavela waar nodig opnieuw ingezien.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 12 -

Literatuur en websites Diverse literatuur is bestudeerd voor dit onderzoek. Het betreffen niet alleen de standaardwerken over de Tweede Wereldoorlog, maar ook de regionale literatuur. Een overzicht van de geraadpleegde literatuur is terug te vinden in bijlage 1. Ook digitaal is er materiaal te vinden dat betrekking heeft op het onderzoeksgebied. In bijlage 2 is er een overzicht te vinden van de geraadpleegde websites.

Archieven Gemeentelijk archief Het projectgebied Hoornaar – Reijerscop ligt in de gemeenten Utrecht, Montfoort, IJsselstein, Lopik, Vijfheerenlanden en Molenlanden. Ten tijde van de oorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeenten Utrecht, Montfoort, Willeskop, IJsselstein, Lopik, Meerkerk, Zederik en Noordeloos. Het gemeentearchief van Utrecht is ondergebracht bij het Utrechts Archief te Utrecht. De gemeentearchieven van Montfoort, Willeskop, IJsselstein en Lopik zijn ondergebracht bij het RHC, het Regionaal en Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard, in Woerden. Het gemeentearchief van Meerkerk en Zederik is ondergebracht bij het Gemeentearchief van Vijfheerenlanden, te Meerkerk. Het gemeentearchief van Noordeloos is ondergebracht bij RAG, het Regionaal Archief Gorinchem te Gorinchem. Bij het raadplegen van de gemeentelijke archieven wordt conform het CS-VROO ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over geruimde OO en de oorlogsschaderapporten geraadpleegd. De gemeentelijke archieven van alle gemeenten zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stukken in zijn eigen database geraadpleegd. Een overzicht van de geraadpleegde gemeentelijke archieven is terug te vinden in bijlage 3.

Provinciaal archief De provinciale archieven van Utrecht worden bewaard in het Utrechts Archief, te Utrecht. De provinciale archieven van Zuid-Holland worden bewaard in het Nationale Archief, te Den Haag. Bij het raadplegen van de provinciaal archieven van Utrecht en Zuid-Holland worden, conform het CSVROO, ten minste de stukken van het militair gezag geraadpleegd. Indien beschikbaar worden ook de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over geruimde OO en de oorlogsschaderapporten geraadpleegd. De provinciale archieven van de provincies Utrecht en ZuidHolland zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stukken in zijn eigen database geraadpleegd. Een overzicht van de geraadpleegde provinciale archieven van Utrecht en Zuid-Holland is terug te vinden in bijlage 4.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 13 -

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) De archieven van Defensie zijn geraadpleegd voor meldingen of ruimingen van OO in of grenzend aan het projectgebied. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van de MMOD bevindt zich bij de Semi-statisch Informatiebeheer van het ministerie van Defensie in Rijswijk. In 1971 kreeg de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen OO van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Pas vanaf die tijd zijn alle meldingen van aangetroffen/geruimde OO bijgehouden. Tot 1990 werden deze meldingen MORA’s genoemd (Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening). Na 1990 werden deze meldingen WO’s (Werkopdrachten) of UO’s (Uitvoeringsopdrachten) genoemd. De EODD heeft de inventarissen van de rapporten beschikbaar gesteld. De EODD ruimrapporten die mogelijk relevant zijn voor dit onderzoek heeft Tavela opgevraagd. Bij inventarisatie van de geraadpleegde bronnen en archieven zijn wel meldingen van OO aangetroffen die betrekking hebben op of nabij het projectgebied. Voor een lijst van de door Tavela aangetroffen OO in het projectgebied, zie bijlage 5.

Krantenberichten Delpher Explosievenruimingen werden tot 1972 zeer beperkt geregistreerd. Tavela heeft conform het CS-VROO over de periode 1940-1972 aanvullend krantenonderzoek naar contra-indicaties uitgevoerd via de online zoekmachine Delpher. Voor een lijst van de door Tavela aangetroffen krantenartikelen over het projectgebied, zie bijlage 5.

Luchtfotocollecties Nationaal Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er door de geallieerden veel luchtfoto’s van Nederland gemaakt. Er zijn in Nederland twee locaties waar luchtfoto’s van Nederland zijn te raadplegen. Een deel bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties, Bibliotheek Wageningen UR te Wageningen. Het andere deel bevindt zich in de collectie van het Kadaster Geo-informatie te Zwolle. Luchtfoto’s uit beide archieven worden geleverd via Dotkadata.

Internationaal In Schotland bevindt zich een omvangrijke collectie luchtfoto’s bij The National Collection of Aerial Photography (NCAP) en The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) te Edinburgh. De Luftbilddatenbank in Estenfeld Duitsland beschikt over een database met Duitse gegevens uit al deze archieven.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 14 -

Het luchtfotoarchief in Edinburgh is geraadpleegd en het archief in Estenfeld is voor dit onderzoek niet geraadpleegd, omdat de Nederlandse en Britse archieven voldoende informatie hebben opgeleverd. De beschikbare luchtfoto’s zijn door Tavela geïnventariseerd. Daaruit zijn de meest bruikbare luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie van luchtfoto’s wordt rekening gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. In bijlage 6 is terug te vinden welke door Tavela relevante foto’s van het onderzoeksgebied zijn geanalyseerd. De geraadpleegde luchtfoto’s uit de periode 1940-1945 worden in CAD of GIS gepositioneerd ten opzichte van de huidige topografie en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals bijvoorbeeld op kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het is niet altijd mogelijk om de oude luchtfoto’s exact te positioneren, hierdoor is er een kans dat er een cartografische onnauwkeurigheid ontstaat. Conform het procescertificaat dient bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid: 1. Waarschijnlijk: de organisatie is overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; 2.

Mogelijk: de organisatie is overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. Vervolgens worden alle op de luchtfoto’s zichtbare indicaties voor de aanwezigheid van OO ingetekend in CAD of GIS en weergegeven op de feiten inventarisatiekaart (of feitenkaart) in bijlage 13.

Grenzen en mogelijkheden van luchtfoto interpretatie Het hanteren van luchtfoto’s bij explosievenonderzoek wordt sterk beïnvloed door een aantal kwaliteits- en randvoorwaarden: -Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het gebied; -Opnamedata; -Beeldkwaliteit; -Opnamehoogte en (brandpunt van) de gehanteerde lens (schaal); -Beschikbare neveninformatie (bijv. bombardements- en aanvalsdata); -Ondersteunende technische mogelijkheden (bijv. analoge of digitale interpretatie-systemen); Daarnaast blijft een luchtfoto een momentopname van een situatie die bijvoorbeeld een week, een maand of een jaar later totaal anders zou kunnen zijn. Het is mogelijk dat een bomkrater of een loopgraaf op de ene foto wel, maar op een eerdere of latere luchtfoto niet (meer) zichtbaar is. Tussentijdse herstel- en/of dempwerkzaamheden en camouflage kunnen een vertekend/onvolledig beeld geven. Bovendien kunnen bijvoorbeeld: jaargetijden, bebouwing, schaduwwerking, wolken, puin, begroeiing en water een belemmerend effect hebben op het ontlenen van gegevens aan luchtfotografie.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 15 -

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) De collectie “Duitse verdedigingswerken in Nederland en de rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940- 1945)” met collectienummer 575 is geraadpleegd. Ook de collectie “Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940” met collectienummer 409 is geraadpleegd; er zijn geen indicaties dat er grondgevechten hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied, in de periode mei 1940. Tevens is de collectie 057 (“Losse Stukken”) geraadpleegd. Alle collecties, 057, 409 en 575, zijn geraadpleegd via archieven.nl. Een overzicht van de door Tavela geraadpleegde archieven is terug te vinden in bijlage 7.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) De collecties Departement van Justitie (toegangsnummer 216K) en ‘Generalkommissariat für das Sicherheitswesen- Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West’ (toegangsnummer 077) van het NIOD zijn geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stukken in zijn eigen database geraadpleegd. Een overzicht van de door Tavela geraadpleegde archieven is terug te vinden in bijlage 8.

Nationaal Archief In het Nationaal Archief te Den Haag zijn de archieven van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen (1937-1946), het archief van het Korps Hulpverleningsdienst en de archieven van het Nederlandse gezantschap te Londen en het (Nederlandse) ministerie van Defensie te Londen. Deze archieven zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stukken in zijn eigen database geraadpleegd. Een overzicht van de geraadpleegde nationale archieven is terug te vinden in bijlage 9.

The National Archives (Londen) Het Britse coördinatensysteem Bij de informatie afkomstig van het National Archives te Londen zitten vaak coördinaten. De Britse strijdkrachten gebruikten tijden de Tweede Wereldoorlog het Modified British System. Hiermee werden, voor de troepen en piloten, doelen in Europa gelokaliseerd. Nederland viel onder de Nord de Guerre zone. Deze zone werd opgedeeld in stukken van 500 vierkante kilometer en elke stuk kreeg een eigen kleine letter. Deze stukken werden weer verdeeld in stukken van 100 vierkante kilometer en kregen een grote tweede letter toegewezen. In elk stuk van 100 vierkante kilometer werd er via getallen een horizontale en verticale as aangegeven. Het aantal getallen gaf de nauwkeurigheid aan, waarbij een minimum was van vier getallen. Vier getallen geven een vak aan van één vierkante kilometer aan en zes getallen een vlak van 100 vierkante meter.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 16 -

War Diaries Tavela beschikt over diverse War Diaries (gevechtsverslagen) van diverse Britse en Canadese eenheden die in Nederland actief zijn geweest. Deze gegevens zijn afkomstig uit The National Archives in Londen. Deze gevechtsverslagen geven een overzicht van de activiteiten van deze eenheden. Met betrekking tot het onderzoeksgebied zijn er geen War Diaries aangetroffen. Er hebben in het gebied geen grondgevechten plaatsgevonden. De archieven van The National Archives zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stukken in zijn eigen database geraadpleegd.

Operations Record Books R.A.F. Tavela beschikt over de Operations Record Books van de R.A.F. met betrekking tot bombardementsgegevens, en over de Daily Logs van de 2de Tactische Luchtmacht uit de periode september 1944 tot en met mei 1945 en enkele overige AIR-collecties. Ook deze gegevens zijn afkomstig uit The National Archives in Londen. Een overzicht van de door Tavela geraadpleegde archieven is terug te vinden in bijlage 10.

Bundesarchiv-Militärarchiv (Freiburg) Het archief van Freiburg beheert onder meer het archiefmateriaal en documenten van de Duitse strijdkrachten en het Ministerie van Defensie. In deze instelling zijn o.a. archiefstukken van de Führungsstab van de Luftwaffe opgeslagen. Hierin staan melding van neergekomen vliegtuigbommen en toestellen in het bezette Europa beschreven. Uit de periode van het Deutsches Reich 1933-1945, beheert het onder meer de archieven van de Reichswehr, Wehrmacht en WaffenSS. Opgemerkt dient te worden dat de archieven door verschillende oorlogsactiviteiten ernstig hebben geleden. Ook andere gegevens komen naar voren in deze archieven. Tavela heeft de beschikking over een aantal Lageberichten van de Duitse Luftwaffenführungsstab uit de periode 1940-1941. In deze rapporten, die per dag werden opgesteld, werd informatie verzameld omtrent de voortgang van de strijd in de verschillende oorlogsgebieden. De archieven van de Bundesarchiv-Militärarchiv zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek zijn eigen database geraadpleegd. Er zijn geen relevante gegevens in deze archieven aangetroffen. Een overzicht van de door Tavela geraadpleegde archieven is terug te vinden in bijlage 10.

Aanvullende bronnen Stafkaarten Bij de afdeling GEO-informatie van het kadaster te Zwolle zijn geallieerde stafkaarten uit de periode 1940-1945 aanwezig. Op deze stafkaarten is het onderzoeksgebied te zien zoals het was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. In sommige gevallen zijn kaarten beschikbaar met locaties weergegeven van tankgrachten, loopgraven, mijnenvelden en geschutposities en/of artilleriedoelen.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 17 -

Tavela beschikt over een collectie Defence Overprints afkomstig uit de Library and Archives Canada te Ottawa. Dit zijn militaire stafkaarten waarop Duitse stellingen en versperringen zijn ingetekend op basis van informatie verkregen middels luchtfotoverkenning, alsmede informatie verkregen uit de illegaliteit. Militaire stafkaarten worden door Tavela gebruikt om oorlogshandelingen uit de geallieerde gevechtsverslagen (War Diaries) en Operations Record Books te analyseren. De in de War Diaries en Operations Record Books genoemde coördinaten kunnen, aan de hand van het destijds door de geallieerden gebruikte Nord de Guerre coördinaatsysteem worden, herleid tot een positie in de huidige topografie. De archieven van Zwolle/Canada zijn eerder geraadpleegd. Tavela heeft voor dit onderzoek de relevante stafkaarten van de site van the Library and Archives of Canada geraadpleegd. Voor het onderzoeksgebied zijn de volgende Defence Overprints gevonden: • • • • •

Nummer 376, getiteld ‘Utrecht, Holland’ uit 1945; Nummer 375, getiteld ‘Woerden, Holland’ uit 1945; Nummer 384, getiteld ‘Oudewater, Holland’ uit 1945; Nummer 4 N.W., getiteld ‘Schoonhoven, Holland’ uit 1944 Nummer 4 S.W., getiteld ‘Gorinchem, Holland’ uit 1945.

The National Archives and Records Administration (Washington DC) In het NARA te Washington zijn net als in het Verenigd Koninkrijk onder andere interpretation reports en de daily logs (dagboeken) van verschillende eenheden van de Amerikaanse strijdkrachten gearchiveerd. De archieven van het NARA zijn niet doorgenomen; de inhoud van de archieven in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland bood voldoende aanknopingspunten.

Getuigenverklaringen Interviews met ooggetuigen, die informatie hebben over de eventuele aanwezigheid van neergestorte vliegtuigen, afgeworpen bommen en andere gevechtshandelingen binnen het gebied, kan veel bruikbare informatie opleveren. Ruim 70 jaar na dato is het aantal ooggetuigen echter zeer beperkt. Voor dit onderzoek is een ooggetuige uit andermans vooronderzoek geciteerd. 2

2

Ooggetuigenverslag in Vooronderzoek Centrum Ontwikkeling Kruising Hoornaar, van BeoBom, kenmerk 20170528 concept, d.d. 15 juni 2018.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 18 -

Naoorlogse bodemroering en contra-indicatie In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen en andere grondroerende werkzaamheden). waarbij verondersteld mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen OO zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk OO bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van OO, dienen conform het CS-VROO, kaartmateriaal en luchtfoto’s te worden verzameld die het onderzoeksgebied in de naoorlogse periode bestrijken. Deze naoorlogse luchtfoto’s moeten worden vergeleken met de luchtfoto’s en kaarten uit het tijdvak 1940-1945, om te inventariseren welke naoorlogse ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied, waarbij grond (grootschalig) is geroerd of verzet. Tavela heeft hierbij onder andere de site www.topotijdreis.nl van het Kadaster geraadpleegd.

De door Tavela geraadpleegde foto’s, kaarten en ander beelden zijn terug te vinden in bijlage 11.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 19 -

3

CHRONOLOGISCHE SAMENVATTING INDICATIES

In de onderstaande tabel wordt een chronologisch overzicht gegeven van de relevante oorlogshandelingen uit het literatuur- en archiefonderzoek. Van sommige oorlogshandelingen is het niet mogelijk gebleken de locatie vast te stellen. Deze gebeurtenissen zijn omwille van het historisch overzicht en/of relevantie niet opgenomen in onderstaande overzicht. Alle genoemde gebeurtenissen zijn in de nabijheid of in het onderzoeksgebied. Er wordt telkens verwezen naar de geraadpleegde bron, de datum en eventuele andere relevante informatie. De relevante gebeurtenissen zullen in hoofdstuk 4 worden geanalyseerd. De onderstaande tabel is weergegeven op de feiten inventarisatiekaart (of feitenkaart) in bijlage 12. De volgende indicaties voor de aanwezigheid van OO zijn achterhaald:

Datum

Indicatie

Mei 1945

Munitiedump

12 juni 1967

Ongecontroleerde (massa)explosie

Gebeurtenis / omschrijving

Nationaliteit

Aan het einde van de oorlog was er in Hoornaar munitie voor het hele Duitse front opgeslagen. Na de capitulatie werden duizenden (meer dan 4.000) Duitse soldaten in gevangenschap genomen in een tentenkamp ten noorden van Hoornaar. Er was dus zeer veel munitie en wapentuig in de omgeving van Hoornaar, hetzij uit de Duitse munitievoorraden, hetzij ontvangen van de capitulerende Duitsers. Er zijn diverse ooggetuigenverklaringen van munitiedumpingen in de watergangen in en rond Hoornaar. Ernstige ontploffing bij het laden van een munitieschip dat is geladen met mortiermunitie, geschutmunitie, hand- granaten, rookgranaten (geen fosfor), klein kaliber munitie en raketten van 3,5 inch om ca. 13.15 uur. Er was ca. 45 ton munitie in het schip aanwezig

Duits

Nederlands

Bronnen H. Bovenkerk (e.a.), Drie dorpen in oorlogstijd, Noordeloos 1995; Ooggetuigenverslag J. van den Dool, in Vooronderzoek Centrum Ontwikkeling Kruising Hoornaar, van BeoBom, kenmerk 20170528, pagina 3742. Ontploffing bij het laden van een munitieschip te Utrecht. Brief van de Minister van Defensie; Den Toom, W., pagina 1

Tabel 3.1.1 Chronologische gebeurtenissenlijst.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 20 -

4

ANALYSE

In dit hoofdstuk worden de relevant bevonden indicaties geanalyseerd. Door deze analyse kunnen we kijken of de indicaties ook zorgen voor verdachte gebieden in het onderzoeks- en projectgebied. De horizontale afbakening van het eventuele verdachte gebied is weergegeven op de OOBodembelastingkaart in bijlage 14.

Mobilisatieperiode Door de Duitse inval in Polen in september 1939 en de daaropvolgende oorlogsverklaring van Frankrijk en Groot-Brittannië aan de Duitse regering zorgden ervoor dat Nederland zijn strijdkrachten ging mobiliseren. In deze periode werden de verschillende onderdelen van Nederlandse strijdkracht onder de wapenen geroepen en werd er een begin gemaakt met het aanleggen van verdedigingslinies, voorbereidingswerkzaamheden ten behoeve van inundaties, mijnenvelden en versperringen.

Meidagen 1940 In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse eenheden vanuit het grensgebied Nederland binnen, terwijl Duitse parachutisteneenheden in West-Nederland landden. Bij Kornwerderzand en bij de Grebbelinie werden de Duitse troepen tegengehouden, daarnaast vochten Nederlandse eenheden dapper tegen de Duitse parachutisten-eenheden in het westen van Nederland. Na het bombardement op Rotterdam door de Duitse luchtmacht besloot het Nederlandse opperbevel te capituleren. Alleen in Zeeland werd nog doorgevochten door Nederlandse en Franse eenheden. Hoewel er door de Duitse luchtmacht enige bommen werden afgeworpen op IJsselstein en er ook bij Montfoort luchtaanvallen zijn uitgevoerd, is het niet met zekerheid te zeggen waar deze bombardementen zich precies afspeelden. Met de beschikbare informatie kan er geen gebied verdacht worden verklaard. In mei 1940 zijn de twee delen van het onderzoekgebied zonder grondgevechten in handen van de Duitsers gevallen.

Duitse bezettingsjaren Direct na de Duitse inval werd Nederland met enige regelmaat getroffen door (kleinschalige) geallieerde bombardementen. Deze bombardementen waren met name gericht op vliegvelden, havens, infrastructuur en industriegebieden. Vanaf 1943 werden de geallieerde luchtmachten steeds sterker. Hierdoor vonden er steeds meer, grotere en zwaardere bombardementen plaats op Nederlandse vliegvelden, havens en industriegebieden. Vanaf 1942 werd begonnen met het aanleggen van de Atlantikwall door de Organisation Todt in het Nederlands kustgebied. In 1940-1941 werd er bij Reijerscop een schijnvliegveld aangelegd, om af te leiden van het echte vliegveld Soesterberg. Het doel was om nachtelijke bombardementen op het schijnvliegveld te laten uitvoeren, zodat Soesterberg gespaard zou blijven. Het schijnvliegveld kreeg de naam Scheinflugplatz SF.18.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 21 -

Er stond daar geen luchtafweer opgesteld. In de literatuur komen enkele getuigenverslagen naar voren: “Ik schat dat er zo’n 70 à 80 bommen zijn neergevallen. Eenmaal betrof het een zeer zware bom die na ontploffing bleef branden”. Volgens zijn er minder bommen gevallen: “zo’n 20 stuks waaronder twee zware bommen”. herinnert zich dat haar vader vertelde dat er houten bommen waren geworpen, toen het nepvliegveld was ontdekt: “er stond iets op van wood”. Dat was een meer voorkomende grap van de Engelsen: zodra ze merkten dat een object een schijnvliegveld was, wierpen ze er houten bommen op. SF.18 lag echter buiten het onderzoekgebied. Bij het meest noordelijke (kleine) deel van het projectgebied is er aan de Horstdijk twee bergplaatsen en een Flak-Bettung gebouwd, een betonnen bedding waarop een zwaar stuk luchtdoelgeschut kon worden geplaatst. Dat was vermoedelijk daar geplaatst de belangrijke Werkspoor-fabriek en de naburige binnenhavens, spoorlijnen en bruggen te beschermen tegen geallieerde luchtaanvallen. De exacte locatie van deze geschutsopstelling is echter ongewis. Al rond 1943 , begin 1944 was het duidelijk dat de westelijke Geallieerden eens een invasie zouden uitvoeren, vanuit Groot-Brittannië. De laaggelegen delen van de polders rond het westen van Utrecht werden onder water gezet, dit om een mogelijke invasie te verhinderen of vertragen.

Rond de dorpen in dat gebied werden dijken gebouwd (door Nederlandse dwangarbeiders), en de sluizen werden open gezet. Zo zijn ook delen van het projectgebied geïnundeerd, onder water gezet. Eind augustus 1943 werd er bij IJsselstein een oppervlakte van ca. 230 hectare in de polder Broek geïnundeerd, als onderdeel van de inundatiegordel die zich door het westen van de provincie Utrecht uitstrekte. Ook werd er een tankgracht gegraven die zich van Lopik uit in een wijde boog om de stad heen boog, daarbij de Benschopperweg, Achtersloot, Zuid- en Noord-IJsseldijk doorsnijdend. Ook bij Reijerscop werden in het voorjaar van 1944 de polders onder water gezet; het schijnvliegveld vervulde toen geen functie meer. De meeste Duitse toestellen waren rond die tijd al teruggetrokken naar Oost-Nederland en Duitsland. Deze inundaties betekenen enerzijds: in de onder water gezette gebieden waren geen echt belangrijke objecten om te verdedigen of te behoeden (het nut van landbouwgrond daargelaten). Anderzijds: als er in de geïnundeerde gebieden bijvoorbeeld een bom is gevallen, dan zal daar niets van terug te vinden zijn op de luchtfoto’s. Ook het noordelijke (kleine) deel van het projectgebied ontkwam niet aan de aanleg van verdedigingswerken. In maart 1944 werd er begonnen met een tankgracht bij de Lage Weide, die ook langs de Huppeldijk liep.

Van de boerderij ‘Ons Genoegen (of: Mijn Genoegen) aan de Horstdijk, sectie B nr. 6246, werd in april 1944 een gedeelte van ca. 8500 vierkante meter in beslag genomen. Hierin werd een tankgracht met een lengte van circa 330 meter gegraven. Op de website www.topotijdreis.nl, de kaart van 1939, zijn deze twee dijken goed aangeduid; de kaart van bijlage 11 van dit rapport volstaat niet. Deze tankgracht ligt echter buiten het projectgebied; dit is te zien op luchtfoto 3142 van 8 april 1945.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 22 -

Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Geallieerde grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market-Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden bevrijd. Als dit plan zou slagen dan zouden geallieerde eenheden voor kerst 1944 Berlijn al hebben veroverd. Operation Market-Garden werd een fiasco en Noord-Brabant, Zeeland, Limburg en Gelderland werden frontgebied, waar zware (grond)gevechten plaatsvonden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. Nederland boven de rivieren was vanaf het najaar van 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 nog het toneel van verschillende soorten gevechtshandelingen. In IJsselstein stonden door de bezetter aangebrachte betonblokkades onder andere op de kruising Hogebiezen – Provinciale Weg, Achtersloot-Benschopperweg en op het Eiteren ter hoogte waar nu de winkel van Welkoop is. Rondom IJsselstein was aan de westzijde van de IJssel een tankgracht gegraven, met zeer steile taluds.

Deze tankgracht liep vanaf de Lagedijk ongeveer langs het punt waar nu de tv-zender staat in de richting Hogebiezen naar het kruispunt Hogebiezen/ Provinciale Weg. Van dit punt werd de Provinciale Weg gevolgd in de richting van ’t Hemeltje. Ongeveer ter hoogte van de tegenwoordige IJsbaan ging hij in een grote bocht over de Benschopper- weg en de Groenendijk naar de Achtersloot ter hoogte van de huidige trambaan, om tenslotte bij het Eiteren de Hollandse IJssel te bereiken. Op de Lagedijk en Hogebiezen waren luchtafweerstellingen opgesteld, ter verdediging van de Lek en het zendercomplex. Er zijn in beide delen van het projectgebied geen grondgevechten geweest, tijdens de bevrijding. Deze vonden verder weg plaats, in het zuiden en oosten van Nederland. Aan het einde van de oorlog was er in Hoornaar munitie voor het hele Duitse front opgeslagen. Die munitie werd ’s nachts vervoerd: overdag zouden dit soort transporten onmiddellijk Geallieerde luchtaanvallen uitlokken. De hele wagenmakerij van het dorp (Hoornaar) lag vol. Het lag tegen de huizen opgestapeld en het lag achter de heggen. Verschillende ooggetuigen zeggen dat ze destijds munitie stalen en dat gestolen handgranaten in de Vort te Hoornaar werden gegooid, evenals in de Vliet te Noordeloos. Na de overgave van Duitse eenheden, 8 mei 1945, werden zij langzaam ontwapend door Canadese en Belgische troepen.

Hieronder een afbeelding van het ontwapenen. Van 5 tot 7 mei waren de Duitse tropen nog gewoon bewapend, en wachtten zij op het onvermijdelijke. De Nederlandse verzetsstrijders van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) beschouwden zich in die drie dagen als de de facto machthebbers. Daarover ontstonden ook lichte spanningen tussen Duitsers en Nederlanders. Echter, de Duitsers gaven zich niet over aan de BS. Na een oorlog vol al of niet terechte beschuldigingen over de onbetrouwbaarheid van ‘partizanen’ wilden zij alleen capituleren aan een geregeld leger.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 23 -

Afbeelding 4.1: 8 mei 1945: de Belgische troepen (gewapend en met baretten op) ontwapenen de Duitsers (rechts). Bron:www.brigade-piron.be

In de ochtend van 8 mei arriveerden de eerste Belgische militairen. Zij vroegen medewerking aan de Binnenlandse Strijdkrachten voor het inrichten van een tijdelijk krijgsgevangenkamp in de openbare school. Daar werden de Duitsers naartoe gebracht, na elders in het dorp te zijn ontwapend. Onder leiding van de gemeenteopzichter worden zowel de openbare als de christelijke basisschool met prikkeldraad afgezet. De Belgische troepen zelf worden in Slingeland ingekwartierd. Langs de Grotewaard, vanaf de Hoornaarse Vort naar Noordeloos, werd een groot krijgsgevangenkamp ingericht, een tentenkamp. Waar het lag valt hieronder te zien, in het rode kader. Het rode kader toont het geïnundeerde gebied. Op 9 mei 1945 worden overal in de omgeving worden geallieerde wachtposten opgericht. In de christelijke school te Hoornaar en bij de Witte Brug worden commandoposten ingericht. Ook wordt begonnen met het leiden van Duitse troepen over de wegen naar Hoornaar. Bij de christelijke school worden ze vervolgens ontwapend en naar weilanden in de omgeving van Hoornaar gebracht. Ook op het schoolplein van Hoogblokland worden Duitsers ontwapend.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 24 -

Afbeelding 4.2: in rood: het krijgsgevangenkamp, ten noorden van Hoornaar. In blauw: het geïnundeerde gebied.

Op de onderstaande afbeelding wordt het krijgsgevangenkamp en de Belgische wachtposten weergegeven met kruisjes en puntjes; het projectgebied is er in te zien als een contour.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 25 -

Afbeelding 4.3: In dit gebied werden de Duitse krijgsgevangenen geconcentreerd. Bron: War Diary 11th Canadian Armoured Regiment (May 1945), via www.heritage.canadian.ca.

Van 10 tot 17 mei wordt het aantal ontwapende Duitsers steeds groter. Ook de publieke belangstelling is zo groot dat er nauwelijks verkeer mogelijk is in Hoornaar. De geallieerde troepen besluiten daarom het gebied af te sluiten als spergebied en een avondklok in te stellen. Deze situatie houdt aan totdat de Belgische militairen op 17 mei Hoornaar verlaten. In de omgeving worden verschillende verzamelplaatsen (‘dumps’) ingericht voor de Duitse wapens, ammunitie, voertuigen en overige spullen van de 20. Brigade (opvolger van de Schnelle Brigade 20). Één van deze dumps was in Hoornaar (coördinaat E.080681) en bestond uit wapens. Naar schatting van de Canadezen bevinden zich in ‘Concentration Area V’, het krijgsgevangenkamp in de omgeving van Meerkerk, ongeveer 4.400 Duitse soldaten.

Deze worden bewaakt door troepen van het 11th Canadian Armoured Regiment, 69th Light Anti Aircraft Battery, 1e en 9e Belgian Fusilier Battalions en het 1e Battalion Belgian Brigade.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 26 -

Afbeelding 4.4: De verschillend ‘dumps’ van het Duitse wapentuig. De meeste relevante is de weapons dump op kaartcoördinaat 080681; die bevond zich in Hoornaar, ter hoogte van de christelijke basisschool. Bron: War Diary 11th Canadian Armoured Regiment (May 1945), via www.heritage.canadian.ca.

Dit betekent dat er in en bij Hoornaar grote hoeveelheden explosieven lagen: dat wat afkomstig was uit de Duitse munitievoorraden bij Hoornaar, plus dat wat de ontwapende Duitse troepen bij zich hadden. En er waren veel Duitse troepen in het gebied: in de laatste weken van de oorlog kreeg het Duitse leger bevel om ten noorden van de rivier Merwede een nieuwe verdedigingslinie in te richten. Uit ooggetuigenverklaringen blijkt ook dat er indicaties zijn voor het dumpen van munitie in de watergangen van Hoornaar. Gecombineerd met het feit dat er zich in Hoornaar en omgeving veel wapentuig en OO bevonden, leidt dit tot een verdachtmaking van het hele krijgsgevangenkamp.

0241 VOO

|

Hoornaar

- 27 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=41e68553-29c9-4ad8-8939-101b762744e1