BP Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas_Toelichting (oktober 2022).pdf
Tekst van het document
Deze zal naar verwachting 2 tot 3 MvA bedragen. Plansituatie Bij de wegen en de bestaande voorzieningen moet rekening gehouden worden met bestaande kabels en leidingen, onder andere bij de Maarssenseweg. Binnen het plangebied is in de Maarssenseweg een 10kV-leiding aangelegd, laagspanning en telecom aanwezig. Aangezien de ligging van de Maarssenseweg niet wijzigt, vormt deze 10kV leiding geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Bij de zone voor het geluidscherm moet een elektriciteitsnet tracé worden opgenomen voor de aansluiting van een zonnepanelenscherm. Dit geldt ook voor het zonnebassin dat via een kabel in het water naar een aanlandingspunt aan de wal wordt aangesloten. Naar verwachting zal hier een regelkast worden geplaatst. De regel (schakel) kast wordt vervolgens op het elektriciteitsnet van het plangebied aangesloten. 25% van de parkeerplekken wordt voorzien van oplaadpunten voor elektrisch vervoer en de overige plekken voorzien van een loze leiding t.b.v. voor uitbreiding oplaadpunten in de toekomst. Naar alle centrale parkeerplekken moeten tracés voor elektriciteitsnet worden opgenomen. Onderzocht wordt of in het plangebied energieopslag in openbare ruimte en energiemanagement via een Smart Grid kan worden gerealiseerd.
Hiervoor wordt in het plangebied op centrale punten (knooppunten elektriciteitsnet) vrije ruimte opgenomen (afmeting bijvoorbeeld 3 x 6 meter). Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.
5.14 Gezondheid Kader De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht periodiek een nota Volksgezondheid vast te stellen. Dit staat in de Wet publieke gezondheid. Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. Een belangrijk speerpunt voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpt te realiseren is: gezonde leefomgeving. Gezondheid is van grote waarde. Voor mensen persoonlijk en voor de stad als geheel. Het behalen van gezondheidswinst (het verbeteren van de gezondheid) vraagt om een bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
61
gezamenlijke inspanning van iedereen in de stad. In een gezonde leefomgeving is de milieukwaliteit goed, voelen mensen zich prettig en is het gemakkelijk om te kiezen voor gezond gedrag. Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en midden huur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds. Plansituatie Geluid en luchtkwaliteit Woningen krijgen een goede binnenkwaliteit door goede geluidisolatie van de buitengevels en ook tussen de woningen en extra ventilatiecapaciteit. Elke woning krijgt een geluidluwe groene zijde. Aan deze geluidluwe zijde liggen bij voorkeur de ruimtes waar mensen de meeste tijd doorbrengen, dus de slaapkamers en de woonkamers. Aanvankelijk was een onderwijsinstelling gepland binnen 300 meter van de rijksweg terwijl de AmvB gevoelige bestemmingen aangeeft geen gevoelige bestemmingen toe te laten binnen 300 meter bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De gemeente Utrecht hanteert eveneens een minimale afstand van 300 meter.
Om deze reden is de school verplaatst waardoor aan de minimale afstand wordt voldaan. Er zijn berekeningen uitgevoerd voor de oude situatie (dus school binnen de afstand van 300 meter). Uit deze berekeningen blijkt dat ook in de oude situatie bijna wordt voldaan aan de WHO advieswaarden.
Weg
2018 [µg/m3] NO2 PM10 PM2,5
EC
2028 [µg/m3] NO2 PM10 PM2,5
EC
Maarssenseweg
20,6
19,7
12,3
0,7
13,0
17,2
10,0
0,4
Maarssenseweg
22,7
20,0
12,4
0,8
13,1
17,2
10,0
0,4
Maarssenseweg
21,4
19,8
12,3
0,8
13,6
17,3
10,1
0,4
Willy Postumushaghe
22,1
19,9
12,4
0,8
14,3
17,5
10,1
0,5
Willy Postumushaghe
21,9
19,9
12,3
0,8
14,0
17,4
10,1
0,4
Tabel 1 Uit de tabel blijft dat zowel in 2018 als in 2028 ruim wordt voldaan aan de wettelijke normen (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de rekenpunten op 10 meter van de wegrand gelegen zijn en op ca 100 meter van de schoollocatie. De werkelijke concentraties zullen ter plaatse van de school lager liggen. Voor PM10 wordt zowel in 2018 en 2028 voldaan aan de WHO advieswaarde (20 µg/m3). Voor PM2,5 wordt in 2018 niet aan de WHO advieswaarde (10 µg/m3) voldaan en in 2028 zal dit bijna het geval zijn. Op dit moment wordt in de gehele stad Utrecht niet aan de advieswaarde voor PM2,5 voldaan. Door de gemeente Utrecht is in december 2020 een nieuw maatregelenpakket vastgesteld, waarmee versneld aan de WHO-advieswaarden voor PM10 en PM2,5 zal worden voldaan. Zonder aanvullende maatregelen zal in Leidsche Rijn in 2030 worden voldaan aan de WHO advieswaarde voor zowel PM10 als PM2,5.
6 2 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
Afbeelding 14: Maximale concentratie PM2,5 in 2030 De gekozen locatie voor de school ligt nu op meer dan 300 meter van de Rijksweg. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit en gezondheid zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de school op deze locatie. Geadviseerd wordt bij de terreininrichting van de school rekening te houden met de oriëntatie van de school t.o.v. de Rijksweg door de ligging van het buitenterrein en het schoolplein aan de zuidwestzijde van het terrein te situeren. Op die manier biedt het schoolgebouw een barrière tegen de Rijksweg A2 en lokale (drukke wegen) en wordt ervoor gezorgd dat de blootstelling zo laag mogelijk is. Vanwege de benodigde parkeerplaatsen nabij de school is de situering nabij het appartementenblok de meest ideale aangezien er wisselwerking kan plaatsvinden met parkeren voor de woningbouw. Gezonde mobiliteit Aansluiting op fietspaden en recreatieve routes rondom het plangebied. Binnen de buurt alleen langzaam verkeer. Auto's moeten omrijden, voetgangers en fietsers kunnen in een kortere route door de wijk. Fietsen kunnen dichterbij huis geparkeerd worden dan auto's. Lopend ben je sneller op school dan met de auto. Groen en water: positief effect op gezondheid Er is veel groen rondom het gebied en ook binnen het gebied. Vanuit een groot deel van de woningen is er zicht op het water. (Vlakbij) ook toegang tot het water.
Buiten spelen Spelen begint met genoeg ruimte en groen buiten. Wij gebruiken hiervoor de 'Jantje Betonnorm'. Bij nieuwbouw is minimaal 3% van de grond voor spelen. Dat kunnen speelvelden zijn, of plekken zijn waar kinderen bij elkaar komen. Naast de 'Jantje Betonnorm' hanteren we in Utrecht ook de Utrechtse norm voor spelen en speelplekken, die is onderverdeeld in de leeftijdscategorieën 0-6 jaar, 6-12 jaar en 12-18 jaar. Hoe jonger de doelgroep, hoe dichterbij huis een speelplek is te vinden. Speelplekken worden ingericht samen met de doelgroep. Het schoolplein van de school is na schooltijd openbaar toegankelijk. Daarnaast zijn er in de buurt veel (water) sportmogelijkheden. Ontmoeten Buren treffen elkaar in de centrale groenruimtes waar zitplekken en speelplekken zijn gesitueerd. De groene ruimten in het slagenlandschap zijn ideale ruimte voor ontmoeting, straatactiviteiten en buurtbijeenkomsten. Ook loopt er een informele langszaamverkeersroute door het plan om een rondje door de buurt te doen. Dagelijkse voorzieningen Binnen het plangebied worden een school en kinderopvang gerealiseerd. Dagelijkse voorzieningen zijn aanwezig in het centrum van Vleuten of in Maarssen (Bisonspoor). Beide op circa 10 minuten fietsafstand van Haarrijn. Zorgvoorzieningen, zoals het ziekenhuis, zijn aanwezig op het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
63
bedrijventerrein De Wetering. Met auto, fiets en openbaar vervoer is dit goed te bereiken. Overige aspecten De Provincie Utrecht heeft een voorbereidingsbeluit genomen om de vestiging en/of uitbreiding van geitenhouderijen van meer dan 10 geiten te verbieden. Ook het omzetten van bestaande agrarische bedrijven naar geitenhouderijen met meer dan tien geiten, is niet meer mogelijk. Deze regeling geldt vanaf 11 juli 2018 en geldt in ieder geval totdat er meer duidelijkheid bestaat over de oorzaak van de verhoogde gezondheidsrisico’s en daarmee ook de mogelijkheden deze risico’s te voorkomen. Het bestemmingsplan Haarrijn heeft geen betrekking op de vestiging van en/of uitbreiding van geitenhouderijen. Echter, binnen 2 kilometer van het plangebied (waar dus gevoelige bestemmingen zijn gepland) is een geitenhouderij gevestigd. Het voorzorgsbeginsel dat zijn grondslag vindt in art. 2 en 8 EVRM en artikel 191 VWEU) en in de centrale norm van de goede ruimtelijke ordening (zie ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4210 en ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:301) brengt met zich mee dat ook deze mogelijke gezondheidseffecten in de afweging van belangen moeten worden betrokken.
Uit meerdere onderzoeken van het RIVM, waaronder het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden, blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen in een straal van 2 kilometer meer kans hebben op longontsteking. De uitkomsten geven echter geen duidelijkheid over de precieze oorzaken van het verhoogde ziekterisico en dus ook niet over de mogelijkheden om hier met bedrijfsmaatregelen iets aan te doen. Het aanvullend advies van GGD regio Utrecht onderschrijft deze conclusies. Zolang er onduidelijkheid bestaat over de precieze oorzaken, is het nodig dat het aantal gehouden geiten in de provincie niet verder toeneemt. Daarom laat de provincie nu uit voorzorg geen vestiging, uitbreiding, of omzetting naar geitenhouderijen met meer dan 10 geiten toe. De Provincie Utrecht heeft dit besluit genomen op basis van meerdere onderzoeken van het RIVM, waaronder de rapporten Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) I, II en III. Uit deze VGO-onderzoeken blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen in een straal van twee kilometer meer kans hebben op longontsteking. De uitkomsten geven echter geen duidelijkheid over de precieze oorzaken van het verhoogde ziekterisico en dus ook niet over de mogelijkheden om hier met bedrijfsmaatregelen iets aan te doen. Deze onderzoeken bevatten nog geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten (zie ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1301).
Ook is nog niet duidelijk of er een causaal verband is tussen de aanwezigheid van geitenhouderijen en de verhoogde kans op longontsteking, bevatten deze onderzoeken nog geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten. Deze rapporten geven geen aanleiding om aan te nemen dat het in werking hebben van een geitenhouderij zodanige risico's voor de volksgezondheid kan opleveren, dat geitenhouderijen niet meer kunnen worden toegestaan (ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:340). De Provincie Utrecht heeft echter besloten om, totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak, op basis van het voorzorgsbeginsel geen vestiging, uitbreiding, of omzetting naar geitenhouderijen met meer dan 10 geiten toe te staan. Hoewel het besluit van de Provincie Utrecht het bouwen van woningen en andere gevoelige bestemmingen in de nabijheid van geitenhouderijen niet belemmert, wordt bij het vaststellen van het bestemmingsplan Haarrijn uiteraard wel rekening gehouden met de volksgezondheid. Daarom is onderzocht of de aanwezigheid van de geitenhouderij een nadelige invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat voor toekomstige inwoners van Haarrijn en is een afweging gemaakt tussen het belang van de volksgezondheid en andere relevante belangen. Ook is advies gevraagd aan de GGD regio Utrecht (zie Bijlage 26).
De GGD regio Utrecht heeft geadviseerd om het voorzorgsbeginsel toe te passen totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontstekingen en een eventuele integrale aanpak. De GGD heeft ook geadviseerd om terughoudend te zijn met de uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen en andersom. Dit betekent dat gemeenten het risico op longontsteking in de besluitvorming moeten meewegen. De gemeente mag de bouw van woningen wel planologisch mogelijk maken, maar daarbij wordt geadviseerd om toekomstige inwoners op de hoogte te stellen van het feit dat er een geitenhouderij in de omgeving is en van de mogelijke risico's. De GGD adviseert ook om te wijzen op andere gezondheidsrisico's, zoals de nabijheid van de snelweg. De geitenhouderij ligt op minimaal 900 meter afstand van de woonwijk en er worden op dit moment circa 120 melkgeiten gehouden. De geitenhouderij is toegankelijk voor publiek en heeft door deze maatschappelijke en recreatieve functie ook een positieve invloed op de gezondheid. In de nabijheid van de geitenhouderij zijn op dit moment ook andere woonwijken gelegen. De afstand tot deze woonwijken is kleiner dan de afstand tot de woningen die zijn voorzien in het bestemmingsplan.
Gelet op de bestaande woonbehoefte in de Provincie Utrecht en binnen de gemeente, zoals is toegelicht in paragraaf 2.1.3, en de beperkte ruimte om deze woningen te realiseren is het creëren 6 4 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
van voldoende woningen een belang dat zwaar weegt in deze afweging. In dit geval weegt dit belang zwaarder mee dan de mogelijke risico's van de geitenhouderij voor het woon- en leefklimaat van toekomstige bewoners van Haarrijn. Uit de VGO-onderzoeken volgt echter niet dat er een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid ontstaat. Gelet op het voorgaande, met name het aantal geiten, de maatschappelijke en recreatieve functie van de geitenhouderij en het feit dat er veel woningen op een nog kortere afstand zijn gelegen, is de verwachting dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in Haarrijn niet in gevaar komt. Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
5.15 Toegankelijkheid Kader Utrecht wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen, waar we niemand buitensluiten. Een inclusieve toegankelijke stad. We willen dat alle inwoners en bezoekers, met en zonder beperking, alle openbare gebouwen, woningen, de openbare ruimte en dienstverlening kunnen gebruiken. Utrecht werkt al sinds 2007 actief aan toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu volgens het VN-verdrag handicap. De ambities van de gemeente voor het VN-verdrag handicap staan in de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk'. In de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' zijn drie kansen omschreven die we als gemeente willen pakken. Dit zijn: sneller en concreet resultaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal toegankelijk en samenwerken met de stad. Met het uitvoeringsprogramma 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' laten we zien wat we al doen en wat we nieuw op pakken. Dit zijn acties die nodig zijn voor het benutten van de drie kansen. Plangebied Bij gebouwen die niet van de gemeente zijn, zoals in dit geval, willen wij graag dat Utrecht Standaard Toegankelijk wordt gebruikt. De Utrecht Standaard Toegankelijk beschrijft een manier van werken om ervoor te zorgen dat in de gebouwen in Utrecht iedereen kan doen wat hij of zij volgens de bestemming komt doen (in een bioscoop kom je een film kijken en een kopje koffie drinken, een kaartje kopen en ga je naar de wc, etc.).
Woningen Voor woningen is het Bouwbesluit van kracht. Utrecht wil graag rolstoelbezoekbare en rolstoelbewoonbare woningen. Wij willen dat iedereen, ook als hij of zij gebruik maakt van een rolstoel, alle nieuwe of verbouwde woningen kan bezoeken. Iedereen kan vanaf de openbare weg bij de voordeur komen, een brief in de bus doen, aanbellen, binnengaan, in de woonkamer komen en bij het toilet, gebruik maken van de buitenruimte zoals een balkon of tuin. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er geen trappetjes of opstapjes zijn, binnen of buiten de woning. Dit is een woning die bezoekbaar is. We willen dat mensen in een rolstoel in alle nieuwe of verbouwde nultredenwoningen (woningen waarbij de entree, woonkamer/eetkamer, keuken, badkamer, toilet en ten minste één slaapkamer zonder trap bereikbaar zijn) kunnen wonen. Of het is gemakkelijk om daarvoor te zorgen. De ambitie van Utrecht gaat hiermee verder dan het Bouwbesluit. Met de ontwikkelaars worden hier separate afspraken gemaakt. Openbare ruimte De openbare ruimte moet zo zijn ingericht dat iedereen, met of zonder beperking zich goed kan verplaatsen. In de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte staan de uitgangspunten. Het Handboek Openbare Ruimte en de richtlijn Voetpaden voor iedereen kunnen helpen bij de uitwerking. Aandacht is nodig bij hoogte verschillen en het overbruggen daarvan.
Hier wordt voor het project Haarrijn rekening mee gehouden. Conclusie Het aspect toegankelijkheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
5.16 Duurzaamheid Circulair & Energieneutraal bouwen Utrecht heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. In haar beleid “Energieplan Utrecht (2016-09)” wordt voor het onderdeel Wonen de onderstaande uitgangspunten voor de nieuwbouw gegeven: Utrecht bouwt zo snel mogelijk alleen nieuwbouwwoningen die energieneutraal zijn; Het aardgasnet wordt niet verder uitgebreid; Gemeente is nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze zeer energiezuinige woningbouw en past waar nodig procedures en regelgeving aan om dit proces te versnellen en te faciliteren; bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
65
Zonnepanelen op gebouwen worden gezien als toekomstige energiebron; Utrecht voorziet alle geschikte daken van gebouwen van zonne-energie; Huurders krijgen de mogelijkheid om zelf zonnepanelen aan te schaffen; Alle nieuwbouw heeft zonnepanelen, zoveel mogelijk geïntegreerd in het ontwerp. Bovenstaande uitgangspunten van het Energieplan Utrecht 2016 worden vertaald naar project Haarrijn waar goede kansen liggen voor Energieneutraal/ energieleverend bouwen, lokale opwek van duurzame energie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. Haarrijn wordt aardgasloos. Gasloos bouwen en warmtenet Onderdeel van de strategie om die ambitie Klimaatneutraal te halen is de uitfasering van aardgas. Het uitfaseren van aardgas betekent ook het niet uitbreiden en niet aanleggen van gasleidingen op de nieuwbouwlocaties. Utrecht ondertekende op 8 maart 2017 de Green Deal 'Aardgasvrije wijken'. Technisch zijn er voor Haarrijn voldoende haalbare duurzame alternatieven voor aardgas. Deze zijn te onderscheiden in individuele en collectieve alternatieven. Gezien de planning en de omvang van het gebied is een collectieve - via een warmteplan geregelde - voorziening in Haarrijn niet realistisch. Vooralsnog worden collectieve warmtevoorzieningen voor het gehele gebied nu niet meegenomen. Een duurzame individuele warmte- en koudevoorziening is goed mogelijk.
Bij de tenders wordt in de uitvraag nader omschreven aan welke randvoorwaarden een duurzamer alternatief voor gas moet voldoen en hoe deze dient aan te sluiten op de gestelde ambitie Energieneutraal bouwen. Energieneutraal bouwen & duurzame energiebronnen wordt de nieuwe standaard Project Haarrijn biedt een unieke kans om energieneutrale / energieleverende woningen te bouwen en lokaal duurzame energie op te wekken. Het elektriciteitsnet biedt voldoende capaciteit voor het afnemen en aanleveren van elektriciteit. De aanleg van het net voor een “all electric wijk” zullen worden afgestemd met netbeheerder Stedin. In voorbereiding op de gebiedsontwikkeling is het te onderzoeken waard of i.p.v. 10 KV net een 20 KV net kan worden aangelegd. In de uitgifte van kavel (tenders) worden de ontwikkelaars en woningbouwcorporaties uitgedaagd om (binnen bepaalde randvoorwaarden) zelf het meest geschikte duurzame energiesystemen voor de woningen (en overige functies) te kiezen dat aansluit bij de ambitie Energieneutraal bouwen. Voorbeelden hiervan zijn warmtepompen in combinatie van gesloten bodemlussen, lucht-waterwarmtepompen, centrale WKO voor appartementencomplexen, zonnecollectoren, PV panelen etc.
De doelstellingen voor project Haarrijn zijn: 100% aardgasloos bouwen, uitgaan van een “all electric wijk”; gebruik lokale bodembronnen voor warmte- en koudelevering; laag temperatuur verwarming; energieneutraal bouwen (ENG) (d.w.z. BENG 1 <25kWh/m².a, BENG 2 <25kWh/m².a en BENG 3 >100% (uitgedrukt in EPC waarde wordt dit <0,00); ambitie om naast gebouwgebonden energieverbruik het overig gebruik te compenseren met duurzame energieopwekking (d.w.z. niveau NOM 'nul op de meter' of nog beter); 100% van het energieverbruik openbare ruimte en oplaadinfrastructuur mobiliteit wordt lokaal opgewekt; hiervoor wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar aanleg van een zonnebassin op water; 100% LED verlichting in openbare ruimte. Circulair en duurzaam bouwen: materialen en grondstoffen in de circulaire economie In project Haarrijn wordt bewust omgegaan met materialen en grondstoffen en zoveel mogelijk ingezet op circulaire bouwmaterialen. Er wordt bijgedragen aan het hergebruiken van producten en gebruik van hernieuwbare materialen door het sluiten van kringlopen. Dat komt bijvoorbeeld naar voren in het grondverzet en het materiaalgebruik in de openbare ruimte.
Hiervoor gelden de onderstaande uitgangspunten: Alleen verharding als het nodig is en deze wordt zoveel mogelijk water passerend uitgevoerd; Hergebruikt puin uit de regio wordt ingezet als fundering van de infrastructuur; Recycling door gescheiden afvalinzameling wordt gestimuleerd en gefaciliteerd door ondergrondse afvalcontainers, minimaal 6 fracties; De inrichting van de openbare ruimte moet voldoen aan de randvoorwaarden voor circulaire economie, zoals opgenomen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte; In de tenders worden ontwikkelaars uitgedaagd zoveel mogelijk circulair en duurzaam te bouwen. Als meetinstrument voor circulair en duurzaam bouwen wordt GPR gebouw en het daaraan gelieerde CPG (Circulariteits Prestatie Gebouw) gehanteerd. Gezonde verstedelijking en duurzaamheidsambities zijn meetbaar in deze instrumenten door ambities en resultaten op 6 6 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
gebouwniveau inzichtelijk te maken met GPR- en CPG-scores. Bij tenders dient elk GPR gebouw onderdeel ten minste een 7,50 te behalen en het gemiddelde over de onderdelen ten minste een 8,00. De CPG dient ten minste een 7,5 te zijn. De voor het Bouwbesluit verplichte MPG (Milieuprestatie gebouw) dient ingevoerd te worden in de GPR-gebouw als onderdeel van de CPG score. Klimaatadaptatie Naast klimaatneutraal bouwen is klimaatadaptatie een essentieel onderdeel van de stedelijke ontwikkeling. Wateroverlast en hittestress zijn serieuze problemen van de woonomgeving. Project Haarrijn is een ruim opgezette wijk met veel groen en open ruimte. Riet, bos/bomen en gras in de openbare ruimte zorgen voor verkoeling in warme perioden en opvang van heftige regenbuien. De Haarrijnseplas zorgt voor een natuurlijke verkoeling en aanvoer van koele frisse lucht. De waterberging is opgewassen tegen toekomstige klimaatveranderingen. Voor de woningbouw worden de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: zoveel mogelijk vertragen van de afvoer van hemelwater op eigen terrein; aanleg van wadi's in openbare ruimte t.b.v. vertraging en berging van hemelwater; minimale verwerkingscapaciteit van 60 mm hemelwater in 24 uur; zoveel mogelijk wateropvang op en hergebruik.
Duurzame mobiliteit De ontwikkeling van hybride - en 100% elektrische auto's zet door, ook al is dit afhankelijk van de landelijke belastingvoordelen of subsidieregelingen. Hierom is de verwachting dat er in de toekomst een verdere vraag zal zijn naar perceel gebonden- en openbare oplaadinfrastructuur. Voor duurzame mobiliteit worden de onderstaande uitgangspunten gegeven: versterken OV infrastructuur t.b.v. laadinfrastructuur; versterken wandel en fiets infrastructuur (voorrang voor langzaam verkeer in de wijk); oplaad infrastructuur voor elektrische auto zoveel mogelijk op eigen perceel aanleggen; 25% van de openbare parkeerplaatsen wordt voorzien van oplaadinfrastructuur voor elektrische auto's (direct of uitbreidbaar in de toekomt); bij openbare locaties worden aansluitpunten voor elektrische fietsen en auto's aangelegd.
5.17 Conclusies Uit bovenstaande paragrafen volgt dat er geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
67
6 8 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Inleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de integrale gebiedsontwikkeling van het plangebied Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas. Het bestemmingsplan faciliteert de ontwikkeling van woningbouw en overige functies, zoals onderwijs, horeca en evenementen. 6.1.2
Financiële uitvoerbaarheid
De te ontwikkelen grond is deels in eigendom van de gemeente en deels in eigendom van een derde. De gemeente heeft met deze eigenaar een anterieure overeenkomst gesloten over de ontwikkeling van deze percelen en het wettelijk verplichte kostenverhaal. Voor de integrale gebiedsontwikkeling van het plangebied is op basis van de beschreven uitgangspunten een grondexploitatie gemaakt. In deze grondexploitatie worden de kosten en opbrengsten geraamd, en wordt het verwachte resultaat van de gebiedsontwikkeling bepaald. De opbrengsten worden gerealiseerd door de verkoop van bouwgrond ten behoeve van woningbouw. De hoogte van deze opbrengsten is geraamd op basis van referenties uit recente nieuwbouw ontwikkelingen in Leidsche Rijn. De kosten worden met name bepaald door de grondverwerving, het bouw- en woonrijp maken van de locatie en de kosten van planontwikkeling. De kosten van bouw- en woonrijp maken zijn geraamd door een ingenieursbureau. De gemeente heeft zelf de kosten van planontwikkeling geraamd. Om de effecten van rente en inflatie te bepalen, zijn de kosten en opbrengsten gefaseerd in de tijd. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn de doorlooptijd van procedures, beschikbaarheid van gronden en de ingeschatte opname van bouwkavels door de markt. De conclusie van de grondexploitatie is dat de kosten en opbrengsten passen binnen de grondexploitatie van Leidsche Rijn.
Dit bestemmingsplan is daarmee financieel uitvoerbaar. 6.1.3
Economische uitvoerbaarheid
Vanwege de geprognosticeerde groei van Utrecht naar circa 400.000 inwoners, de aantrekkende woningmarkt en de grotere vraag dan aanbod wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan Haarrijn voldoende aannemelijk geacht. 6.1.4
Kostenverhaal
Gemeenten zijn op grond van de Wro verplicht om de kosten van de grondexploitatie te verhalen. Het verhalen van de kosten van de grondexploitatie is enerzijds verzekerd door verkoop van bouwrijpe grond (gronden die in eigendom zijn van de gemeente) en anderzijds door de hiervoor genoemde anterieure overeenkomst met de andere grondeigenaar. Daarnaast is er de noodzaak tot het stellen van eisen aan de fasering dan wel aan de uitvoering. Dit zal in een overeenkomst worden vastgelegd met de mede ontwikkelende partij. Er is daardoor geen noodzaak tot het vaststellen van een exploitatieplan. 6.1.5
planschade
Naast de kosten voor het maken van het bestemmingsplan moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. Uit de planschaderisicoanalyse volgt dat de omliggende gronden niet in waarde dalen door de nieuwe ontwikkelingen. De planschade wordt daarom geraamd op nihil.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
Het plan is op 27 februari 2018 aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De resultaten van het overleg zijn opgenomen in een afzonderlijke nota (zie bijlage 27 en de bij deze nota behorende bijlage 28 opgenomen. De bestemmingsplanprocedure heeft echter een tijd stilgelegen. Vandaar dat het bestemmingsplan op 21 januari 2021 wederom aan de vooroverlegpartners is toegezonden. De resultaten van dat overleg zijn opgenomen in een afzonderlijke bijlage (zie bijlage 29 en bijlage 30). bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
69
7 0 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.
7.2
Planvorm
Het bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas betreft een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan dat een nieuwe woningbouwlocatie mogelijk maakt. Daarnaast wordt ruimte geboden aan maatschappelijke functies (school en naschoolse opvang) evenementen en horeca. Voorzover geen wijzigingen worden beoogd ten opzichte van het geldende planologisch regime, wordt aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan. Gekozen is voor een mix van gedetailleerde en flexibele bestemmingsregelingen. Het bestemmingsplan is voldoende flexibel ingericht voor de nieuwe bebouwing en de beoogde functies en geeft zekerheid over de maximale omvang van de gebouwen en de daaraan verbonden functies. Een bestemmingsplan bestaat uit regels, de verbeelding en een toelichting. De regels en de verbeelding vormen samen de juridische regeling over "het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken" (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening). In andere woorden: het bestemmingsplan regelt waarvoor een perceel grond en eventuele gebouwen daarop mogen worden gebruikt. Bij bouwen regelt het bestemmingsplan hoe groot een gebouw mag zijn. De verbeelding laat de begrenzing van het bestemmingsplan zien met daarbinnen de verschillende bestemmingen met aanduidingen, die in de bijbehorende legenda worden verklaard.
In de toelichting is in vorige hoofdstukken een beleidsmatige onderbouwing gegeven van de regeling. In deze paragraaf wordt de juridische werking van de regeling nader toegelicht. De digitale versie van het bestemmingsplan is, juridisch gezien, leidend. Als het bestemmingsplan digitaal geraadpleegd wordt en een plek geselecteerd wordt, wordt in het beeldscherm automatisch getoond welke regels op welke plek van toepassing zijn. Een geprinte versie kan voor interpretatieproblemen zorgen, omdat de grenzen van het bestemmingsplan en andere vlakken over elkaar kunnen vallen: bijvoorbeeld de bestemmingsgrens, de grens van een bouwvlak, de plangrens en de grens van een bepaalde zone, zoals een beschermd stadsgezicht. Die grenzen zijn dan niet afzonderlijk zichtbaar. Bij het digitaal raadplegen van de verbeelding is dat geen probleem, omdat de regels die gelden op een punt dat binnen de grenzen van het plan valt automatisch getoond worden. Naast regels die op een bepaalde plek gelden, staan in hoofdstuk 1 en 3 van de planregels die voor het hele plangebied gelden, zoals begripsomschrijvingen, wijze van meten en algemene regels om van de regels van hoofdstuk 2 af te wijken. Deze algemene regels worden niet automatisch getoond, als een plek op de digitale verbeelding wordt aangeklikt.
7.3
Opbouw regels
De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; nadere eisen waar de bestemmingsregeling dat nodig maakt; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel, bijvoorbeeld bij wonen een aan-huis-verbonden bedrijf. afwijkingsregels van de gebruiksregels; eventueel een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter bescherming van aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke of natuurwaarden; waar nodig: een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
71
7.3.1
Nadere eisen
Op basis van artikel 3.6, lid 1 onder d van Wro, kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van de bij het plan te geven regels, nadere eisen kunnen stellen ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen. Het stellen van nadere eisen kan betrekking hebben op een heel scala van onderwerpen. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de nadere eisen betrekking hebben op de situering of afmetingen van gebouwen en/of bouwwerken, of op het stellen van eisen aan parkeergelegenheid op eigen terrein, maar evenzeer kunnen nadere eisen betrekking hebben op het treffen van bouwkundige voorzieningen en/of aanpassingen die van belang zijn voor een goede ruimtelijke ordening. In hoofdzaak vindt een goede ruimtelijke ordening plaats door het toekennen van bestemmingen en daarbij bouwmogelijkheden aan percelen. Hoewel daarmee op hoofdlijnen de gewenste ruimtelijk inrichting van een perceel (qua functie en bebouwingsvolume) is vastgelegd, kan er echter op detailniveau aanleiding zijn of behoefte bestaan om specifieke ruimtelijke belangen op een juiste manier af te stemmen. Hiervoor is het instrument van nadere eisen in de wet opgenomen.
Om nadere eisen te kunnen opnemen, wordt in de toelichting een beschrijving gegeven van bijvoorbeeld de relevante te beschermen karakteristiek van een plangebied, de parkeersituatie, de cultuurhistorische waarden die beschermd kunnen worden door middel van andere eisen enz. Nadere eisen dienen er voor om binnen de toegekende bestemming en bouwmogelijkheden maatwerk te kunnen leveren op perceelsniveau. De noodzaak voor dit maatwerk is gelegen in de specifieke ruimtelijke omstandigheden van het betreffende (of het aangrenzende) perceel, die niet op voorhand te regelen zijn in de algemeen geformuleerde bestemmingsregeling. Deze specifieke ruimtelijke omstandigheden kunnen de volgende aspecten betreffen: stedenbouwkundige aspecten; landschappelijke en of ecologische aspecten; milieukundige aspecten; cultuurhistorische aspecten; verkeersaspecten; sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van naastgelegen percelen/bouwwerken. Het gebied geeft aanleiding voor het opnemen van nadere eisen, gelet op de hoge dichtheid en de mate van functiemenging. Hieronder worden enkele aspecten nader toegelicht. Stedenbouwkundige aspecten In het gebied is het creëren van een afwisselend bebouwingsbeeld van groot belang, waarbij de stedenbouwkundige opzet van het gebied wordt gerespecteerd en nieuwbouw zorgvuldig wordt ingepast.
Specifiek ten aanzien van technische installaties, afschermingen van installaties of ruimtes voor het onderbrengen van installaties op het dakvlak, kunnen nadere eisen worden gesteld. Om de gebouwvolumes zo gaaf mogelijk tot hun recht te laten komen, mogen technische installaties, afschermingen van installaties of ruimtes voor het onderbrengen van installaties, slechts als toegevoegde objecten of volumes op het dakvlak worden aangebracht, als deze duidelijk deel uitmaken van de architectonische expressie van het gebouw. Deze regel heeft betekenis met betrekking tot het uit beeld brengen van technische installaties en/of hun behuizing vanuit posities dichtbij of ver van het gebouw en/of vanuit hogere gebouwen. Milieukundige aspecten Vanuit specifieke milieuomstandigheden kan het noodzakelijk zijn nadere eisen te stellen aan nieuwbouw of verbouw. Bijvoorbeeld aan de locatie van toegangen of vluchtwegen bij gebouwen die op plekken worden gerealiseerd waarbij vanuit het aspect externe veiligheid maatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid van die gebouwen te waarborgen. Sociale veiligheid Vanuit sociale veiligheid kan het noodzakelijk zijn nadere eisen te stellen aan nieuwbouw of verbouw.
Bijvoorbeeld aan de situering van de gebouwen zelf of de toegangen tot deze gebouwen die op plekken worden gerealiseerd waarbij vanuit het aspect sociale veiligheid geen sociaal onveilige situaties of plekken ontstaan en zo veel mogelijk een veilig gevoel ontstaat voor de gebruikers van deze gebouwen en omliggende terreinen. Verkeersaspecten De veilige afwikkeling van verkeer en het voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein 7 2 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
kunnen aanleiding zijn voor het stellen van nadere eisen aan bebouwing. Hierbij zal het vooral gaan om maatregelen en eisen aan bebouwing voor het waarborgen overzichtelijke verkeerssituaties, de doorstroming van het verkeer en de bereikbaarheid van gebouwen. Maar ook kan het stellen van eisen aan de situering of het aantal parkeerplaatsen bij een woning, bedrijf, kantoor of voorziening van belang zijn als bijvoorbeeld extra parkeerplaatsen op de openbare weg niet mogelijk of gewenst zijn. Gebruiksmogelijkheden van naastgelegen percelen Het is niet de bedoeling dat naastgelegen percelen en/of bouwwerken hinder ondervinden van de ontwikkelingen op hun buurperceel. Vaak is dit met kleine maatregelen goed te voorkomen. Te denken valt aan het stellen van nadere eisen aan de hoogte of aan de situering van erfbebouwing.
7.4
Regeling bijbehorende bouwwerken
7.4.1
Inleiding
In het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 staan de vergunningvrije bijbehorende bouwwerken opgesomd. Deze vergunningvrije bouwwerken zijn in 2014 aanzienlijk verruimd. De vergunningvrije bouwwerken komen overeen met de voorheen door de gemeente Utrecht gehanteerde standaard erfbebouwingsregeling bij woningen. Besloten is daarom om in het bestemmingsplan geen aparte regels meer op te nemen voor bijbehorende bouwwerken, maar om te verwijzen naar de vergunningvrije bijbehorende bouwwerkenregeling in het Besluit omgevingsrecht.
7.5
Nadere toelichting begripsomschrijvingen
Een aantal begripsomschrijvingen vraagt om nadere toelichting. Zo wordt onder een Aan-huis-verbonden bedrijf ook een kleinschalige voorziening ten behoeve van kinderopvang verstaan. Door de beperking van de maatvoering van een aan huis verbonden bedrijf in de bestemmingen waar dat is toegestaan (maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning met een maximum van 60 m2, is de kleinschaligheid gegarandeerd. Evenementen moeten op grond van recente jurisprudentie in een bestemmingsplan zijn toegestaan als er sprake is van grootschalige, periodieke meerdaagse evenementen op dezelfde locatie. In dit bestemmingsplan is jaarlijks sprake van vijf evenementen. Om die reden is in de bestemming Recreatie geregeld dat evenementen zijn toegestaan. Daarnaast is voor evenementen een 'vergunning openbare ruimte' nodig op grond van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening).
7.6
Systematiek van de bestemming Wonen
Aan-huis-verbonden bedrijf Een belangrijk onderdeel van de bestemming Wonen is de regeling van de aan-huis-verbonden bedrijven als ondergeschikte functie bij het wonen. Zoals de naam al aangeeft, gaat het bij een aan-huis-verbonden bedrijf om een beroeps- of bedrijfsuitoefening in combinatie met wonen en dus door één van de bewoners van de woning. De maximale oppervlakte die daarvoor is toegestaan is 1/3 deel van het vloeroppervlak van de woning (inclusief aanbouwen) en vrijstaande bijgebouwen met een maximum van 60 m². Bij een aan-huis-verbonden bedrijf mag geen sprake zijn van detailhandel, horeca, afhaalzaken of belhuizen. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van milieucategorie B2 voor een aan-huis-verbonden bedrijf, echter onder de voorwaarde dat de bedrijfsactiviteit in kwestie naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie A of B1 van de Lijst van Bedrijven functiemenging. Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het handhaven van parkeergelegenheid op eigen terrein. Door het toenemend autobezit en het toenemend aantal woninguitbreidingen "tot het maximaal mogelijke" zou de situatie kunnen ontstaan, dat parkeergelegenheid op eigen terrein vervalt of onvoldoende wordt.
In deze gevallen is het wenselijk te kunnen "sturen" en door middel van het stellen van nadere eisen parkeergelegenheid op eigen terrein te kunnen behouden in de bestemming Wonen. Ook kan het uit een oogpunt van de bebouwingskarakteristiek in de omgeving of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken nodig of gewenst zijn nadere eisen te stellen aan de situering van bebouwing ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens.
bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
73
7.7
Artikelsgewijze toelichting
Op een aantal bestemmingen is in deze paragraaf een nadere toelichting opgenomen. Artikel 3 Gemengd -1 Binnen deze bestemming zijn maximaal 22 woningen mogelijk. Daarnaast is binnen deze bestemming horeca in de categorie C, D1, D2 en D3 toegestaan met een maximale brutovloeroppervlakte van 250 m2. Het bebouwingspercentage binnen deze bestemming bedraagt maximaal 60%. Binnen de bestemming horeca gaat het om horecavoorzieningen zoals snackbars, restaurants en cafés. Het is niet de bedoeling om in het plangebied een discotheek of een dancing toe te laten. Uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening is, in verband met de overlast die dergelijke horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, in het bestemmingsplan een onderscheid gemaakt in vier categorieën horecabedrijven. De categorie-indeling is opgenomen in de Lijst van Horeca-activiteiten. Deze lijst is tot stand gekomen aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard en omvang van het bedrijf en de parkeerdruk. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling beoogt de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. Zie ook paragraaf 7.9 voor de toelichting op de Lijst van Horeca-activiteiten.
Artikel 4 Gemengd - 2 Binnen deze bestemming is horeca in de categorie B, C, D1 en D2 toegestaan met een maximale brutovloeroppervlakte van 1.000 m2. Het bebouwingspercentage binnen deze bestemming bedraagt maximaal 40%. Voor evenementen op het evenemententerrein is een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van het aantal bezoekers, aantal evenementen en het geluid dat deze evenementen maximaal mogen produceren. Binnen de bestemming horeca gaat het om horecavoorzieningen zoals snackbars, restaurants en cafés. Het is niet de bedoeling om in het plangebied een discotheek of een dancing toe te laten. Uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening is, in verband met de overlast die dergelijke horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, in het bestemmingsplan een onderscheid gemaakt in vier categorieën horecabedrijven. De categorie-indeling is opgenomen in de Lijst van Horeca-activiteiten. Deze lijst is tot stand gekomen aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard en omvang van het bedrijf en de parkeerdruk. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling beoogt de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. Zie ook paragraaf 7.9 voor de toelichting op de Lijst van Horeca-activiteiten.
In het geldende bestemmingsplan Haarrijnseplas was het ook al toegestaan om 2.000 m2 aan horeca-activiteiten te realiseren. Het is bestemmingsplan is op dit punt conserverend (beperkend) van aard. Daarnaast is reeds een horecavoorziening aanwezig. Artikel 5 Groen De verschillende soorten groenvoorzieningen (met uitzondering van het snippergroen) zijn opgenomen in één bestemming. Een groot deel van het groen heeft alleen een functie als plantsoen of als speelplek. Binnen de bestemming Groen is ook waterbeheer, waterberging en sierwater toegestaan. De kleinere watergangen zijn dan ook niet apart bestemd. Daarnaast mogen er binnen deze bestemming ook voet- en fietspaden worden gerealiseerd. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' mogen geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd met een maximale hoogte van 12 meter. Voor evenementen op het evenemententerrein is een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van het aantal bezoekers, aantal evenementen en het geluid dat deze evenementen maximaal mogen produceren. Artikel 6 Maatschappelijk Binnen het plangebied is één locatie bestemd als 'Maatschappelijk'. De bestemming 'Maatschappelijk' ten noorden van de Haarrijnseplas is opgenomen voor het mogelijk maken van een school, een kinderdagopvang, buitenschoolse opvang (BSO) en bijbehorende buitenruimte. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd.
Artikel 7 Recreatie De bestemming 'Recreatie' is opgenomen voor de strandzone. Het strand van Haarrijn zal worden ingericht als recreatief terrein, met diverse mogelijkheden voor ontspanning. Voor evenementen op het evenemententerrein is een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van het aantal bezoekers, aantal evenementen en het geluid dat deze evenementen maximaal mogen produceren. Artikel 8 Verkeer 7 4 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
Deze bestemming is van toepassing op de wegen waar de nadruk ligt op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Dit betreft de Maarssenseweg, de Willy Posthumushaghe en de strandboulevard. Er zijn kleine gebouwtjes toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen. Artikel 9 Verkeer - Verblijfsgebied De meeste wegen in het plangebied zijn opgenomen in de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'. Dit zijn de wegen met hoofdzakelijk een functie voor het bestemmingsverkeer. Ook de pleinen, de bermen van wegen en het snippergroen maken hier deel van uit. Er zijn kleine gebouwtjes toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen. Ter plaaste van de aanduiding 'geluidscherm' mogen geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd met een maximale hoogte van 12 meter. Artikel 10 Water Water is in het plangebied een structurerend element. De grotere watergangen zijn in de bestemming 'Water' opgenomen. De regeling uit de keur blijft onverkort naast het bestemmingsplan van kracht. Aan de Haarrijnse Plas zijn een 25-tal waterwoningen/ woonboten gepland. Deze zijn door middel van een nadere aanduiding op de verbeelding opgenomen, waarbij ook een maximumaantal is opgenomen. De tuinen en de oeverbebouwing bij de waterwoningen/ woonschepen zijn geregeld in de bestemmingsregeling van de aangrenzende gronden.
Een deel van de plan is expliciet aangwezen voor de instandhouding van natuurwaarden. Recreatie is hier niet toegestaan. Artikel 11 Woongebied -1 Binnen de bestemming 'Woongebied - 1' zijn maximaal 164 woningen mogelijk. Deze bestemming is toegekend aan de nieuwbouwlocatie van woningen aan de Haarrijnseplas, de zgn. Noordelijke Ruggengraat. Binnen deze bestemming is een bebouwingspercentage opgenomen van 50% van het bouwperceel. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn ook voorzieningen ten behoeve van het wonen en openbare ruimte toegestaan, zoals onder andere tuinen, erven, aan-huis-verbonden bedrijven, ontsluitingswegen, paden, (gebouwde) parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, waterbeheer en waterberging. De details van het gebied worden later bekend, na afronding van het ontwerpproces. Dit betekent dat binnen de kaders zoals omschreven in de planbeschrijving met enige flexibiliteit rekening gehouden moet worden en daarom is de globale bestemming 'Woongebied' opgenomen. Deze bestemming biedt op hoofdlijnen kaders aan de bouw en geeft een directe bouwtitel zodat omgevingsvergunningen bouwen direct aan de bestemmingsregels kunnen worden getoetst. Om sturing te behouden, kunnen burgemeester en wethouders echter wel nadere eisen aan de omgevingsvergunning bouwen opleggen.
Artikel 12 Woongebied - 2 Binnen de bestemming 'Woongebied - 2' zijn maximaal 374 woningen mogelijk. Deze bestemming is toegekend aan de nieuwbouwlocatie van woningen aan de Haarrijnseplas in het zgn. Slagenlandschap. Binnen deze bestemming is een bebouwingspercentage opgenomen van 80% van het bouwperceel. Dit vertaalt zich door naar perceelsniveau. Binnen deze bestemming zijn ook voorzieningen ten behoeve van het wonen en openbare ruimte toegestaan, zoals onder andere tuinen, erven, aan-huis-verbonden bedrijven, ontsluitingswegen, paden, (gebouwde) parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, waterbeheer en waterberging. Ook hier worden de details van het gebied later bekend, na afronding van het ontwerpproces. Dit betekent dat binnen de kaders zoals omschreven in de planbeschrijving met enige flexibiliteit rekening gehouden moet worden en daarom is de globale bestemming 'Woongebied' opgenomen. Deze bestemming biedt op hoofdlijnen kaders aan de bouw en geeft een directe bouwtitel zodat omgevingsvergunningen bouwen direct aan de bestemmingsregels kunnen worden getoetst. Om sturing te behouden, kunnen burgemeester en wethouders echter wel nadere eisen aan de omgevingsvergunning bouwen opleggen. Artikel 13 Woongebied - 3 Binnen deze bestemming zijn maximaal 115 woningen mogelijk. Het bebouwingspercentage binnen deze bestemming is 80%.
Deze bestemming is toegekend aan het strandblok. Binnen deze bestemming zijn ook voorzieningen ten behoeve van het wonen en openbare ruimte toegestaan, zoals onder andere tuinen, erven, aan-huis-verbonden bedrijven, ontsluitingswegen, bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
75
paden, (gebouwde) parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, waterbeheer en waterberging. Ook hier worden de details van het gebied later bekend, na afronding van het ontwerpproces. Dit betekent dat binnen de kaders zoals omschreven in de planbeschrijving met enige flexibiliteit rekening gehouden moet worden en daarom is de globale bestemming 'Woongebied' opgenomen. Deze bestemming biedt op hoofdlijnen kaders aan de bouw en geeft een directe bouwtitel zodat omgevingsvergunningen bouwen direct aan de bestemmingsregels kunnen worden getoetst. Om sturing te behouden, kunnen burgemeester en wethouders echter wel nadere eisen aan de omgevingsvergunning bouwen opleggen.
Artikel 14 Waarde - Cultuurhistorie Door middel van deze bestemming worden de betreffende gronden in het plangebied bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden. Voor de gronden die in een beschermd stadsgezicht vallen zijn extra regels opgenomen die waarborgen dat de karakteristiek van het straat- en stadsbeeld niet in onevenredige mate wordt aangetast en aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied geen afbreuk wordt gedaan. Zie ook paragraaf 7.8. Artikel 15 Leiding - Water Het plangebied wordt doorsneden door de WRK-leiding. Ten behoeve van deze leiding is een dubbelbestemming opgenomen. Binnen deze bestemming is het verboden te bouwen zonder toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel 16 Waterstaat - Waterlopen De waterbelangen zijn in dit bestemmingsplan geborgd door de primaire watergangen via een dubbelbestemming 'primaire watergangen' op te nemen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken.
Artikel 18 Algemene bouwregels Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting. Voorwaardelijke verplichting over parkeren Deze planregel volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 9 september 2015 (201410585/1) over bestemmingsplan "KPN Campus Fockema Andreaelaan, Rubenslaan e.o.". Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 18.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid. Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren.
Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. In beleidsregels wordt door middel van een overgangsregeling bepaald in welke gevallen het eerdere parkeerbeleid blijft gelden. Op 25 november 2021 is de parkeervisie Fietsparkeren en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. De bijbehorende beleidsregels zijn op 1 februari 2022 in werking getreden. Woningvorming en omzetting De gemeenteraad heeft op 26 november 2015 de Beleidsnotitie Woningsplitsen en omzetten 7 6 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
Utrecht
vastgesteld, waarin is geregeld dat het splitsen en omzetten van woningen niet zonder meer is toegestaan. Op grond van dit beleid is zowel in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 gemeente Utrecht, als in het Chw bestemmingsplan Algemene regels voor bouwen en gebruik een vergunningplicht opgenomen voor woningvorming (door bouwkundig splitsen) of omzetting van woonruimte. Woningvorming en omzetting van woonruimte voor kamerverhuur voorziet weliswaar in de behoefte aan woonruimte voor starters en studenten, maar kan de leefbaarheid van de omgeving nadelig beïnvloeden. Daarom wil de gemeente kunnen toetsen of de woningvorming of omzetting de leefomgeving niet onevenredig aantast. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan de gemeente een vergunning vragen voor woningvorming en omzetting. In lid 18.4 bepaalt de regel onder 1 dat het omzetten en woningvormen zonder vergunning verboden is. De regel onder 2 geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om, in afwijking van de regel onder 1, woningvorming of omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte toe te staan. Burgemeester en wethouders toetsen hierbij aan de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen van de Beleidsregels Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht.
De voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is, dat de nieuwe woningen of onzelfstandige woonruimten voldoen aan de oppervlakte- en geluidseisen en dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat, het verkeer, de parkeersituatie en de gebruiksmogelijkheden van de buren.
Artikel 19 Algemene gebruiksregels De Wabo bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan. In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen. Het gebruik of bouwen in strijd met het bestemmingsplan was vroeger onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening via een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling geregeld in het bestemmingsplan. Onder de Wet ruimtelijke ordening was een en ander geregeld in de wet zelf. Met de invoering van de Wabo is dat opnieuw gewijzigd. Nu is het als volgt geregeld. Voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met een bestemmingsplan is volgens artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning nodig is. Indien voor een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.
Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd. Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wet ruimtelijke ordening een verbodsbepaling opgenomen bij de invoering van de Wabo. Artikel 21 Algemene afwijkingsregels Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de regels. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al afgeweken kan worden. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst, het realiseren van kleine nutsgebouwtjes. De overgangs- en slotregels van hoofdstuk 4 bevatten de onderstaande twee regels. Artikel 23 Overige regels Er mogen uitsluitend geluidgevoelige bestemmingen worden opgericht indien het bouwplan in overeenstemming is met de Wet geluidhinder of met het besluit ontheffing Hogere waarde. Artikel 24 Overgangsrecht bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)
77
In het Besluit ruimtelijke ordening (in werking 1 juli 2008) is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsregels van toepassing. De overgangsregel heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wabo die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt.
Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik reeds zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt. Artikel 25 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.