bijlage d - AEF Eindrapport Ontwikkelscenario's Vestigingennetwerk Bibliotheek Utrecht.pdf
Tekst van het document
Tuinwijk
Sluiting locatie Beperkt investeren in herinrichten van
Een ‘brede bibliotheek’ met
het pand
ruimte voor ontmoeting, studie- en werkplekken.
Verplaatsing naar betere locatie
Nieuwe vestiging is een ‘brede bibliotheek’ met ruimte voor ontmoeting, studie- en werkplekken en
Vleutendorp
Beperkt investeren in herinrichten van
evt. horeca. Nog niet gespecificeerd
Oog in Al
het pand Verplaatsing naar andere locatie
Nieuwe vestiging is een ‘brede bibliotheek’ light met ruimte voor ontmoeting,
11
Er is een beperkt geoormerkt restant budget verbouwing Neude hiervoor beschikbaar.
28
studie- en werkplekken en De Meern
Beperkt investeren in herinrichten van
evt. horeca. Nog niet gespecificeerd
het pand Samenvatting Scenario 2 wordt gekenmerkt door het optimaliseren van het huidige vestigingennetwerk om zodoende de rol van de bibliotheek in Utrecht te versterken. Met uitzondering van Waterwin worden de huidige vestigingen gehandhaafd, alhoewel soms op een nieuwe plek in de wijk. Om de bibliotheek aantrekkelijk te maken voor uiteenlopende doelgroepen wordt er geïnvesteerd in de herinrichting en aanpassing van vestigingen: Voor de kernvestigingen (m.u.v. de Neude) wordt geïnvesteerd in techniek die onbemensde openstelling in de randen van de dag mogelijk maakt. Hierdoor kunnen de openingstijden op een kostenefficiënte manier verruimd worden. Verder wordt voor veel vestigingen ingezet op het uitbreiden van het aantal studie- en werkplekken en waar mogelijk worden horecafaciliteiten gerealiseerd. Voor de kernvestigingen wordt ingezet op samenwerking met partners. Dat kan verschillende vormen hebben. Het kan gaan om een samenwerking met een horecapartij en/of de onderverhuur van (delen van) het pand (bv. voor vergaderingen en bijeenkomsten van een buurthuis). De functie van de bibliotheekvestiging wordt hiermee verbreed en de techniek voor onbemensde openstelling maakt dit beter mogelijk, doordat de vestiging ook in de avonduren benut kan worden en hiervoor geen personeel van de bibliotheek ingezet hoeft te worden.
29
Voor enkele vestigingen (Kanaleneiland, Hoograven, Tuinwijk, Oog in Al) wordt ingezet op het verhuizen naar een betere locatie. Voor deze vestigingen geldt dat er kansen liggen om meer of andere Utrechters te bereiken wanneer er bijvoorbeeld verhuisd wordt naar de begane grond (Hoograven en Lunetten) of een andere buurt (Oog in Al en Tuinwijk).
Kaart van Utrecht in scenario 2
Consequenties voor de stad Veel potentie om in te spelen op behoeften van de wijk en doelstellingen uit het bibliothekenconvenant, omdat het aantal vestigingen gehandhaafd blijft, beter verspreid worden over de stad en aantrekkelijker worden gemaakt om bezoekers te trekken. Het bereik en daarmee potentiële impact zijn hoog. Risico’s Relatief hoge investeringskosten (m.n. de ontwikkeling van nieuwe vestigingen). De samenwerking met partners draagt bij aan de functie van een vestiging, maar het is niet goed in te schatten in welke mate dit financiële baten oplevert en hoe snel dit valt te realiseren.
30
Financiële consequenties In onderstaande figuur zijn de verwachte kosten en baten in dit scenario weergegeven. De achterliggende cijfers zijn terug te vinden in bijlage D. Hoewel het scenario alleen invloed heeft op de kosten die aan vestigingen zijn verbonden, worden hier de volledige kosten en baten getoond. De rode lijn geeft de jaarlijkse kosten weer. De doorgetrokken groene lijn geeft de baten weer. De gestippelde groene lijn geeft de baten weer die er zouden zijn indien de subsidie per inwoner gelijk zou blijven. Voor de kosten en de baten zijn zowel structurele als incidentele posten meegenomen, waarbij incidentele posten vaak over meerdere jaren zijn afgeschreven.
Onderstaand lichten we een aantal punten uit deze figuur nader toe. Als de bibliotheek bovenop dit scenario de eerder benoemde bezuiniging van 3 ton weet te realiseren, groeit het tekort tot ongeveer 2 miljoen euro in 2030. Dit is cijfermatig terug te vinden in de eerste tabel van dit scenario in bijlage D. De herinrichting van de vestigingen in dit scenario leiden tot extra incidentele kosten. We nemen aan dat deze kosten over 15 jaar tijd worden afgeschreven (zoals gebruikelijk is bij herinrichtingskosten van de bibliotheek). Dit leidt ertoe dat er jaarlijks (voor 15 jaar) ongeveer € 70.000 aan extra kosten wordt gemaakt voor herinrichtingen. Het verruimen van de openingstijden van een aantal vestigingen brengt zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Structureel gaat het in totaal om ongeveer € 150.000 per jaar, terwijl er daarnaast ook incidenteel nog iets meer dan een ton aan kosten zijn. De sluiting van de vestiging Waterwin in dit scenario levert een structurele besparing van ongeveer € 110.000 per jaar op. Samenvattend zijn de financiële consequenties van dit scenario dat er een structureel tekort blijft bestaan. Vanaf het jaar 2024 is er sprake van een structureel (jaarlijks) tekort van gemiddeld ongeveer 2,2 miljoen euro dat gedekt moet worden (zie hiervoor de laatste kolom in de eerste tabel van dit scenario in bijlage D).
In dit scenario worden bepaalde investeringen gedaan die in één jaar gefinancierd moeten worden. De bibliotheek kan dit niet uit haar eigen vermogen financieren. Hoewel het structurele tekort gemiddeld 2,2 miljoen euro is, zijn er dus schommelingen ten opzichte van dit gemiddelde in de jaarlijks benodigde financiering. Voor de jaren 2024 t/m 2027 ligt het tekort door investeringen die gedaan moeten worden boven dit gemiddelde. In totaal gaat het hierdoor in
31
deze jaren om een financieringsbehoefte van 1,8 miljoen euro (zie de laatste tabel in bijlage D en de tekst daaronder), naast het gemiddelde tekort van 2,2 miljoen euro.
4.5
Scenario 3: Tussenvariant Uitgangspunten van het scenario In dit scenario wordt er voor gekozen om een evenwicht te vinden tussen de financiële opgaven van de Bibliotheek en de maatschappelijke bijdrage die zij kan leveren. Onder meer uit voorbeelden uit andere steden blijkt dat afschaling van de bibliotheekfunctie -net zoals afbraak van andere sociale infrastructuur- grote impact heeft. Te denken valt aan het wegvallen van een ontmoetingsplek in de wijk of het kwijtraken van lezers in een tijd van ontlezing. Daarnaast is het heropenen van vestigingen kostbaar. In steden waar in het verleden op grote schaal wijkbibliotheken zijn gesloten, zijn deze inmiddels heropend (Rotterdam, Eindhoven). In dit scenario is het streven om de aanwezigheid van de bibliotheekfunctie te handhaven met het huidige vestigingennetwerk als uitgangspunt. Daarbinnen wordt gedifferentieerd, ongelijk investeren voor gelijke kansen: voor bepaalde vestigingen wordt geïnvesteerd om kansen te benutten voor een beter bereik van doelgroepen en een betere buurtfunctie. Voor andere wijken wordt de mogelijkheid onderzocht om in de vorm van een uitleenpunt in de wijk aanwezig te blijven. Hierdoor blijft de primaire functie van de bibliotheek beschikbaar in alle wijken, maar kan er ook bezuinigd worden op huisvesting.
Hieronder geven we een uitwerking van scenario 3 per vestiging en schetsen we de consequenties voor de aanwezigheid van de bibliotheek in de stad, relevante risico’s en de financiële implicaties. Totaalbeeld per vestiging scenario 3 Vestiging
Richting
Neude
Samenwerking met partners
Nadere specificatie(s) 12
O.a. aanbod jeugd en jongeren verbeteren; Verbeteringen door ervaring gebruik doorvoeren.
Leidsche Rijn Centrum
Beperkt investeren in herinrichten van het
Inrichting die zich meer richt
pand, extra werkplekken realiseren,
op met name jongeren.
verruiming openingstijden, samenwerking met partners Vleuterweide
Beperkt investeren in herinrichten van het
Horeca; Inrichting die zich
pand, extra werkplekken realiseren,
meer richt op kinderen en
verruiming openingstijden, samenwerking
jongeren.
met partners Overvecht
Beperkt investeren in herinrichten van het
Horeca.
pand, extra werkplekken realiseren, verruiming openingstijden, samenwerking met partners Kanaleneiland
Beperkt investeren in herinrichten van het
Horeca.
pand, extra werkplekken realiseren,
12
Er is een beperkt geoormerkt restant budget verbouwing Neude hiervoor beschikbaar..
32
verruiming openingstijden, samenwerking met partners Hoograven
Fusie tussen Hoograven en Lunetten op
Brede bibliotheekfunctie met
nieuwe locatie
werkplekken, ruime openingstijden en horeca
Zuilen
Beperkt investeren in herinrichten van het
Onderhuur van ruimtes
pand, extra werkplekken realiseren, verruiming openingstijden, samenwerking met partners Waterwin
Sluiting locatie
-
Lunetten
Fusie tussen Hoograven en Lunetten,
-
omzetten naar uitleenpunt Tuinwijk
Sluiting locatie
-
Vleutendorp
Omzetten naar uitleenpunt
-
Oog in Al
Omzetten naar uitleenpunt
-
De Meern
Omzetten naar uitleenpunt
-
Samenvatting Scenario 3 schetst een beeld waarbij geïnvesteerd wordt in de kernvestigingen, grotendeels in lijn met scenario 2, om zo de functie en meerwaarde van deze vestigingen te vergroten. Op meerdere subvestigingen wordt bezuinigd, zonder daarbij de aanwezigheid van een bibliotheekfunctie (boekenuitleenfunctie) volledig uit de wijk te laten verdwijnen. Om dat te bereiken wordt voor meerdere vestigingen (Vleutendorp, Oog in Al, De Meern, Lunetten) ingezet op het vervangen door een uitleenpunt. De precieze vorm van een uitleenpunt zal verschillen.
33
Verder wordt ingezet op een fusie van de vestigingen Hoograven en Lunetten om op de lange termijn een besparing te realiseren en tegelijk een nieuwe aantrekkelijke vestiging neer te zetten met brede functionaliteiten.
Kaart van Utrecht in scenario 3
Consequenties voor de stad De aanwezigheid van de bibliotheek wordt grotendeels gehandhaafd. Er wordt geïnvesteerd in de kernvestgingen die hierdoor potentieel een groter bereik krijgen. Dat geeft ruimte om af te schalen op enkele subvestigingen. Een uitleenpunt is echter geen volwaardige bibliotheek. Risico’s Verkoop van Tuinwijk levert eenmalig inkomsten op voor de bibliotheek, maar brengt een risico op leegstand met zich mee. Daarbij ontvangt de bibliotheek alleen de boekwaarde voor de panden die zij in bezit heeft. Het verschil tussen marktwaarde en boekwaarde vloeit terug naar de gemeente, tenzij hierover andere afspraken met de gemeente gemaakt kunnen worden. De vestigingen Waterwin, Lunetten, Vleutendorp, De Meern en Oog in Al zijn gevestigd in panden die eigendom zijn van de gemeente. Sluiting van deze vestigingen op korte termijn vraagt dat de gemeente deze huurcontracten tussentijds en kosteloos beëindigt. In de doorrekening zijn we er vanuit gegaan dat de sluiting pas plaats kan vinden na afloop van de huidige huurcontracten.
34
De huurderving (kosten voor de gemeente) van deze panden bedraagt ca. €3,5 ton13. Sluiting van deze vestigingen brengt daarnaast aanvullende leegstandkosten met zich mee voor de gemeente, omdat ruimtes een bepaalde tijd leeg zullen staan (waardoor de gemeente inkomsten misloopt) en de gemeente in de tussentijd moet betalen voor zaken als nutskosten en facilitair beheer. Ook is waarschijnlijk dat de gemeente moet investeren in het onderhoud en/of de renovatie van panden om deze opnieuw te kunnen verhuren. De hoogte van deze aanvullende leegstandskosten is niet bekend. Het oprichten van een uitleenpunt brengt transitiekosten met zich mee. In eerste instantie moet onderzocht worden waar deze dienst gehuisvest kan worden in de wijk. De inzet op uitleenpunten vormt ook een risico voor het in aanmerking komen voor de aanvullende rijksgelden vanaf 2025, omdat uitleenpunten niet worden aangemerkt als volwaardige bibliotheek. De samenwerking met partners draagt bij aan de functie van een vestiging, maar het is niet goed in te schatten in welke mate dit financiële baten oplevert. Er is geen rekening gehouden met het bedienen van een groeiend inwoneraantal. Financiële consequenties In onderstaande figuur zijn de verwachte kosten en baten in dit scenario weergegeven. De achterliggende cijfers zijn terug te vinden in bijlage D.
Hoewel het scenario alleen invloed heeft op de kosten die aan vestigingen zijn verbonden, worden hier de volledige kosten en baten getoond. De rode lijn geeft de jaarlijkse kosten weer. De doorgetrokken groene lijn geeft de baten weer. De gestippelde groene lijn geeft de baten weer die er zouden zijn indien de subsidie per inwoner gelijk zou blijven. Voor de kosten en de baten zijn zowel structurele als incidentele posten meegenomen, waarbij incidentele posten vaak over meerdere jaren zijn afgeschreven.
De totale huurinkomsten voor de gemeente (huurprijs incl. servicekosten) van de vestingen Waterwin, Lunetten, Vleutendorp, De Meern en Oog in Al bedragen €337.582,83 op basis van cijfers van de Gemeente Utrecht. Er wordt verder uitgegaan dat het benodigde vastgoed van de uitleenpunten niet van de gemeente wordt gehuurd. Als dat wel het geval is, wordt de huurderving deels gecompenseerd. De andere leegstandskosten niet. 13
35
Onderstaand lichten we een aantal punten uit deze figuur nader toe. Als de bibliotheek bovenop dit scenario de eerder benoemde bezuiniging van 3 ton weet te realiseren, daalt het tekort tot ongeveer 1 miljoen euro in 2030. Dit is cijfermatig terug te vinden in de eerste tabel van dit scenario in bijlage D. De herinrichting van de vestigingen in dit scenario leiden tot extra incidentele kosten. We nemen aan dat deze kosten over 15 jaar tijd worden afgeschreven (zoals gebruikelijk is bij herinrichtingskosten van de bibliotheek). Dit leidt ertoe dat er jaarlijks (voor 15 jaar) ongeveer € 60.000 aan kosten wordt gemaakt voor herinrichtingen. In bovenstaande grafiek (en de eerste tabel van dit scenario in bijlage D) zijn deze kosten ook als dusdanig meegenomen. Omdat deze kosten in de praktijk wel in één jaar gemaakt zullen worden, zijn ze bij de analyse naar de verhouding tussen incidentele en structurele kosten (zie bijlage D) meegenomen als eenmalige, incidentele kosten. Het verruimen van de openingstijden in vijf vestigingen brengt zowel incidentele als structurele kosten met zich mee. Structureel gaat het in totaal om ongeveer € 120.000 per jaar, terwijl er daarnaast ook incidenteel nog ongeveer een ton aan investering nodig is. De sluiting van de vestigingen Tuinwijk en Waterwin in dit scenario levert een structurele besparing van ongeveer € 270.000 per jaar op.
Het omzetten van vier vestigingen naar uitleenpunten zal op termijn naar verwachting leiden tot een vermindering van de kosten van ongeveer € 470.000 per jaar. Het realiseren van extra werkplekken in vijf vestigingen brengt weinig kosten met zich mee. Incidenteel gaat het in totaal om ongeveer € 28.000 aan eenmalige kosten. Samenvattend zijn de financiële consequenties van dit scenario dat er een structureel tekort blijft bestaan. Vanaf het jaar 2024 is er sprake van een structureel (jaarlijks) tekort van gemiddeld ongeveer 1,1 miljoen euro dat gedekt moet worden (zie hiervoor de laatste kolom in de eerste tabel van dit scenario in bijlage D). In dit scenario worden bepaalde investeringen gedaan die in één jaar gefinancierd moeten worden. De bibliotheek kan dit niet uit haar eigen vermogen financieren. Hoewel het structurele tekort gemiddeld 1,1 miljoen euro is, zijn er dus schommelingen ten opzichte van dit gemiddelde in de jaarlijks benodigde financiering. Voor de jaren 2024 t/m 2027 ligt het tekort door investeringen die gedaan moeten worden boven dit gemiddelde. In totaal gaat het hierdoor in deze jaren om een financieringsbehoefte van 1,2 miljoen euro (zie de laatste tabel in bijlage D en de tekst daaronder), naast het gemiddelde tekort van 1,1 miljoen euro.
36
/ 5 Vervolg 5.1
Overwegingen voor het vervolg In het vorige rapport van AEF werd gesignaleerd dat er nu helder koers gekozen moet worden met welke opdracht de Bibliotheek Utrecht de komende tien jaar op pad gestuurd wordt. In dat rapport zijn daarvoor twee richtingen aangereikt: bezuinigen en doorontwikkelen. In dit rapport zijn die richtingen nader onderzocht, inhoudelijk steviger gevuld en op punten preciezer geworden. Wij denken dat het mogelijk is om op basis van dit nadere onderzoek nu inderdaad koers te kiezen. Koers kiezen betekent nog niet dat alles nu in beton gegoten kan worden. De geschetste scenario’s moeten niet gelezen worden als een letterlijke marsroute voor de komende tien jaar. Ze maken wel duidelijk in welke mate vestigingen gesloten, verplaatst en/of gedeeld moeten gaan worden met anderen. Ze geven ook richting aan de ambities die gerealiseerd kunnen worden. En ze maken duidelijk welke (financiële) bijdrage van de gemeente nodig is. Om dit alles voldoende scherp te krijgen, presenteren we hieronder drie opdrachten die de Bibliotheek gegeven kan worden die elk passen bij de drie geschetste scenario’s. Om een besluit te nemen voor één van de drie opdrachten spelen diverse criteria een rol.
In ieder geval harde criteria als: Is de opdracht in lijn met het wettelijk kader? Is het uitvoerbaar? Faciliteert de opdracht een efficiënte bedrijfsvoering? En zachte criteria als: Is de opdracht toekomstbestendig? Is er mogelijkheid om te differentiëren per (behoefte van) wijk(en)? Is de opdracht passend bij de opgaven van de stad en bij de ambities van de bibliotheek? Kiezen tussen de drie opdrachten is zeker niet makkelijk. Het vinden van evenwicht tussen de inhoudelijke ambities en wensen en de financiële mogelijkheden is lastig. We hopen dat dit onderzoek bijdraagt aan het vinden van dat evenwicht.
1. De basis afbouwen Verschillende crises strijden om aandacht in de huidige tijd. Alleen al in het sociaal domein zijn de problemen groot en lopen de financiële tekorten – ook in Utrecht – op. De Bibliotheek zou een grotere en actievere bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van maatschappelijke problematiek (bijvoorbeeld kansenongelijkheid, één van de speerpunten van de coalitie) als er budget zou zijn om te investeren in haar aanwezigheid in de stad. Dit budget is echter niet beschikbaar bij de Bibliotheek. De bibliotheekorganisatie kijkt op tegen een tekort, voor de komende jaren begroot op 1,9 miljoen euro. Om – vanuit een financieel gezonde organisatie – te kunnen groeien naar een bibliotheek met actievere bredere maatschappelijke bijdrage aan de stad zijn forse investeringen nodig. In dit scenario kan dit niet. Het gevolg hiervan is dat de Bibliotheek terug gesnoeid wordt. De opdracht voor de Bibliotheek voor de komende jaren wordt dan:
37
Opdracht: De basis afbouwen De Bibliotheek is verantwoordelijk voor het dichten van het financiële tekort. De bibliotheek moet voldoen aan de wettelijke verplichting om de vijf functies van de wsob in te vullen binnen de bibliotheekorganisatie. Zij zal er echter niet aan ontkomen om de functies te spreiden over vestigingen of functies slechts gecentreerd op een enkele vestiging in te vullen. Ook zal de bibliotheek moeten snoeien in het vestigingennetwerk. Er moeten 6 vestigingen sluiten en er is beperkter ruimte om (in de inhoudelijke programmering) aan te sluiten op de behoeften van de wijken van de stad. Bij het maken van keuzes hierin zal rekening worden gehouden met onder meer de kansen die de bibliotheek ziet om met de desbetreffende vestiging bij te dragen aan maatschappelijke problematiek in de wijk, naast het behoud van een zo goed als mogelijke spreiding over de stad. Om relevant te blijven in haar compacte vorm zal de Bibliotheek creatief moeten kijken naar hoe zij -kosteneffectief- de stad kan blijven raken, prikkelen en ontwikkelen. En hoe zij daarin slim samenwerkt met partners. Er zullen scherpe keuzes moeten worden gemaakt over waar de meeste impact te maken is en hoe de terugloop van het ledenaantal en bezoekers zoveel mogelijk kan worden beperkt.
Om aan deze opdracht invulling te geven is er geen structurele extra investering vanuit de gemeente nodig, aangezien dit de definitie van dit scenario is. Totdat het tekort is gedicht (in 2030), is er echter wel een incidentele investering nodig van 2,9 miljoen euro. Hierbij wordt aangenomen dat de bibliotheek een additionele besparing van ongeveer 3 ton per jaar kan realiseren op de kosten die niet direct aan vestingen zijn gebonden.
Overwegingen om wel/niet te kiezen voor deze opdracht zijn: De Bibliotheek lost het financieel tekort zelf op. Het is waarschijnlijk dat de stad hierdoor straks niet aan de vereisten voldoet die het Rijk in de nieuwe Wsob per 2025 stelt aan de gemeente in het onderhouden van een toekomstbestendige bibliotheek. En dat de Bibliotheek hierdoor rijkssubsidies misloopt. Het afschalen naar de basis kost tijd en geld (sluiting van vestigingen betekent onder meer reorganisatie van het personeelsbestand). In eerdere steden waar dit is gebeurd is gebleken dat het weer opschalen van het vestigingennetwerk lastig is. Ja
•
Deels
•
Uitvoerbaarheid: Het scenario is binnen ca. 10 jaar te realiseren. De ontwikkelrichting is (op termijn) rendabel. De ontwikkelrichting is realistisch. Passend bij de stad: Het scenario draagt bij aan het bereiken van de opgaven en behoeften van de stad en haar wijken. De bibliotheek zet in op opgaven die er voor de stad Utrecht en haar wijken echt toe doen.
Niet
•
In lijn met het wettelijk kader: Het scenario geeft de mogelijkheid om de wettelijke taken en afspraken vanuit het Bibliothekenconvenant met kwaliteit uit te voeren.
•
Efficiëntie: Het scenario faciliteert een efficiënte bedrijfsvoering zonder onnodige kosten.
•
Toekomstbestendig: Het scenario faciliteert de bijdrage van de bibliotheek in de stad van vandaag, morgen en overmorgen. De ontwikkelrichting is dynamisch en kan steeds worden aangesloten op de maatschappelijke ontwikkelingen in de stad. Ook een groeiend aantal inwoners kan worden bediend.
38
•
Mogelijkheid tot differentiatie: Het scenario sluit aan bij de wens om als bibliotheek beter aan te sluiten bij de individuele behoefte van een wijk.
•
Consistente positionering: Het scenario volgt logisch uit de ambities van de bibliotheek ten aanzien van haar identiteit: meer helderheid over haar positionering, bredere taakopvatting, meer maatschappelijke impact.
2. Maximaliseren van de impact De technologische ontwikkelingen sinds eind 19de eeuw, toen openbare leeszalen ontstonden, zijn gigantisch. Taalvaardigheid en het kunnen zoeken en vergaren van kennis en informatie blijven echter -net als eerder- vaardigheden die cruciaal zijn om mee te kunnen doen in de maatschappij. Zeker in een steeds complexere en digitalere wereld. De bibliotheek bevordert lezen en schrijven, draagt bij aan digitale vaardigheden en mediawijsheid en biedt mensen de kans volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Om verder te groeien tot toekomstbestendige brede bibliotheek zou de bibliotheek haar bijdrage aan de samenleving verder kunnen vergroten. Belangrijk daarbij is dat -zeker kwetsbare doelgroepen- de bibliotheek weten te vinden. Om de maatschappelijke, educatieve, culturele en economische waarde van de bibliotheek te vergroten en de stad hier ten volle van te laten profiteren zijn -gezien het huidige tekortinvesteringen nodig. De inhoudelijke opdracht aan de bibliotheek luidt als volgt:
Opdracht: met volle kracht vooruit De bibliotheek is een onmisbare schakel in een voor veel mensen steeds complexere wereld. De bibliotheek is er voor iedereen maar wordt nog niet door iedereen gevonden en of ten volle benut. De bibliotheek zet zich daarom in om -mogelijk met ongelijke investering- juist hen te betrekken die de meeste baat hebben bij laagdrempelige hulp en informatie, ontwikkeling en educatie. Kennis vergaren en bezig zijn met taal ziet er anno 2022 anders uit dan eind 19de eeuw. De bibliotheek moet daarom verdergaand moderniseren en creatief doelgroepen aan zich binden. De bibliotheek is daartoe méér dan boeken. Te denken valt aan het vergroten van het digitale aanbod, de bibliotheek ‘als ontmoetingsplaats’ neerzetten, als bibliotheek daar ‘zijn’ waar de opgave ligt en ook vernieuwende en efficiënte partnerrelaties ontwikkelen. De bibliotheek ‘grondt’ in de wijken waar zij zich vestigt, kijkt goed naar de behoeften die de wijk heeft en speelt hier op in. Zelfstandig, samen met partners of door zich als platform op te stellen. Zo werkt de bibliotheek actief mee aan het bestrijden van de maatschappelijke opgaven van de stad Utrecht. Om aan deze opdracht invulling te geven is een extra structurele investering van de gemeente nodig van ongeveer € 2,2 miljoen per jaar.
Ook in dit geval gaan we er vanuit dat de bibliotheek een besparing van 3 ton per jaar weet te realiseren op kosten die niet aan vestingen gebonden zijn. Deze extra investering is gebaseerd op de verwachte gemiddelde kosten en baten.
39
Overwegingen om wel/niet te kiezen voor deze opdracht zijn: Vooruitlopend op de rijksmiddelen die beschikbaar komen is het belangrijk nu in te zetten op het (nog meer) praktisch invulling geven aan deze ‘brede maatschappelijke bibliotheek’. Er zullen investeringen nodig zijn om vestigingen (met voldoende m2 voor activiteiten, educatie, studieplekken en ontmoeting) open te houden. Het vestigingennetwerk blijft in stand waardoor de bibliotheek voor elke Utrechter dichtbij blijft. Inzet op specifieke groep(en) (kwetsbare inwoners) moet er niet voor zorgen dat de bibliotheek minder aantrekkelijk wordt voor andere groepen. De bibliotheek moet haar onderscheidendheid behouden ten opzichte van samenwerkingspartners als welzijnsinstellingen en buurthuizen. Ja
•
In lijn met het wettelijk kader: Het scenario geeft de mogelijkheid om de wettelijke taken en afspraken vanuit het Bibliothekenconvenant met kwaliteit uit te voeren.
•
Uitvoerbaarheid: Het scenario is binnen ca. 10 jaar te realiseren. De ontwikkelrichting is (op termijn) rendabel. De ontwikkelrichting is realistisch.
•
Efficiëntie: Het scenario faciliteert een efficiënte bedrijfsvoering zonder onnodige kosten.
•
Passend bij de stad: Het scenario draagt bij aan het bereiken van de opgaven en behoeften van de stad en haar wijken. De bibliotheek zet in op opgaven die er voor de stad Utrecht en haar wijken echt toe doen.
•
Toekomstbestendig: Het scenario faciliteert de bijdrage van de bibliotheek in de stad van vandaag, morgen en overmorgen. De ontwikkelrichting is dynamisch en kan steeds worden aangesloten op de maatschappelijke ontwikkelingen in de stad. Ook een groeiend aantal inwoners kan worden bediend.
•
Mogelijkheid tot differentiatie: Het scenario sluit aan bij de wens om als bibliotheek beter aan te sluiten bij de individuele behoefte van een wijk.
•
Consistente positionering: Het scenario volgt logisch uit de ambities van de bibliotheek ten aanzien van haar identiteit: meer helderheid over haar positionering, bredere taakopvatting, meer maatschappelijke impact.
Deels
•
N.v.t.
Niet
•
N.v.t.
3. Tussenvariant De inhoudelijke ambities en behoeften ten aanzien van de bibliotheek, zowel landelijk als op stedelijk niveau en van zowel gemeentebestuur als inwoners is groot. Van het bijdragen aan het terugdringen van kansenongelijkheid en het invullen van een gratis basisvoorziening in de stad tot aan het verruimen van de openingstijden en het bieden van meer studieplekken. Tegelijkertijd is het financiële tekort van de Bibliotheek Utrecht fors en kan zij (nu) niet in één keer aan al deze ambities en behoeften voldoen. Door in sommige delen van de stad -daar waar het hardste nodig- de aanwezigheid van de bibliotheek te optimaliseren en tegelijkertijd scherpe keuzes te maken voor wijken waar inwoners zelfredzamer zijn kan de bibliotheek voorzichtig groeien in haar rol als toekomstbestendige brede bibliotheek terwijl zij ook werkt aan het terugdringen van het financiële tekort. De opdracht aan de bibliotheek luidt:
40
Opdracht: Voorzichtig werken aan ambities De bibliotheek moet een balans zoeken tussen de financiële mogelijkheden en het vormgeven van haar ambities om een brede bibliotheek te zijn met maatschappelijke impact. Dat betekent dat in het optimaliseren van het vestigingen netwerk scherpe keuzes gemaakt worden, terwijl tegelijk gericht extra investeringen worden gedaan bijvoorbeeld voor het aanpakken van ongeletterdheid. Vanaf 2025 kan er mogelijk versneld worden bij het realiseren van de ambities voor een brede bibliotheek wanneer er extra gelden van het Rijk beschikbaar komen. Om aan deze opdracht invulling te geven is een extra structurele investering van de gemeente nodig van ongeveer € 1,1 miljoen per jaar. Ook in dit geval gaan we er vanuit dat de bibliotheek een besparing van 3 ton per jaar weet te realiseren op kosten die niet aan vestingen gebonden zijn. Deze extra investering is gebaseerd op de verwachte gemiddelde kosten en baten.
Ja
•
Uitvoerbaarheid: Het scenario is binnen ca. 10 jaar te realiseren. De ontwikkelrichting is (op termijn) rendabel. De ontwikkelrichting is realistisch.
•
Passend bij de stad: Het scenario draagt bij aan het bereiken van de opgaven en behoeften van de stad en haar wijken. De bibliotheek zet in op opgaven die er voor de stad Utrecht en haar wijken echt toe doen.
•
Toekomstbestendig: Het scenario faciliteert de bijdrage van de bibliotheek in de stad van vandaag, morgen en overmorgen. De ontwikkelrichting is dynamisch en kan steeds worden aangesloten op de maatschappelijke ontwikkelingen in de stad. Ook een groeiend aantal inwoners kan worden bediend.
Deels
•
In lijn met het wettelijk kader: Het scenario geeft de mogelijkheid om de wettelijke taken en afspraken vanuit het Bibliothekenconvenant met kwaliteit uit te voeren.
•
Efficiëntie: Het scenario faciliteert een efficiënte bedrijfsvoering zonder onnodige kosten.
•
Mogelijkheid tot differentiatie: Het scenario sluit aan bij de wens om als bibliotheek beter aan te sluiten bij de individuele behoefte van een wijk.
•
Consistente positionering: Het scenario volgt logisch uit de ambities van de bibliotheek ten aanzien van haar identiteit: meer helderheid over haar positionering, bredere taakopvatting, meer maatschappelijke impact.
Niet
5.2
•
N.v.t.
Meegroeien met de stad In het vorige onderzoek door AEF is de suggestie gedaan om (om het tekort te dichten) de subsidie mee te laten groeien met het inwoneraantal. In de huidige doorrekeningen van de scenario’s is voor wat betreft de baten en kosten van de bibliotheek ‘geen verandering’ als uitgangspunt genomen. Met de groei van Utrecht kan echter verondersteld worden dat de kosten voor de bibliotheek stijgen. Deze kostenstijging is niet één-op-één, omdat bijvoorbeeld de overhead niet meegroeit. Maar kostenstijging kan wel zitten in benodigd extra personeel voor een stijgend ledenaantal en het bieden van een groter aanbod (collectie en diensten) voor het zowel leden als niet-leden. Een ruwe aanname voor deze kostenstijging (procentueel) is dat de kosten voor de helft meegroeien met de stijging van het inwoneraantal: 10% groei van de stad staat gelijk aan 5% extra te maken kosten door de bibliotheek. In onderstaande tabel is voor de drie scenario’s voor de jaren 2030 en 2040 weergegeven
41
hoe de kosten van de bibliotheek zich zouden ontwikkelingen als deze groei van de stad wordt
5.3
meegenomen. Scenario
Kosten 2030
Kosten 2040
Scenario 1: zonder groei van de stad Scenario 1: met groei van de stad
€ 21.980.000 € 23.510.000
€ 28.140.000 € 31.980.000
Scenario 2: zonder groei van de stad Scenario 2: met groei van de stad
€ 24.140.000 € 25.820.000
€ 30.690.000 € 34.880.000
Scenario 3: zonder groei van de stad
€ 23.060.000
€ 29.450.000
Scenario 3: met groei van de stad
€ 24.660.000
€ 33.470.000
Financiële slotparagraaf Koers kiezen financieel In alle scenario’s is er in ieder geval de komende jaren nog sprake van een tekort. Zonder extra middelen moet de Bibliotheek Utrecht dit tekort dekken uit haar eigen vermogen. In alle scenario’s is het eigen vermogen ontoereikend om dit te kunnen doen. Er zal dus in elk scenario incidenteel en/of structureel geld bij moeten. Voor de dekking van het tekort (in elk scenario) spelen verschillende elementen een rol. In het coalitieakkoord is een bedrag van 1 miljoen euro incidenteel beschikbaar gemaakt. Dit incidentele bedrag komt in 2023 beschikbaar. Vanaf 2025 komen er mogelijk extra middelen van het Rijk. Deze middelen zijn bedoeld voor nieuwe taken en hebben een structureel karakter. Het is onzeker of Utrecht hiervoor in aanmerking komt en om hoeveel het zou gaan. In scenario 1 zal geen sprake zijn van aanvullende middelen van het Rijk. In dit scenario wordt er niet geïnvesteerd, maar bezuinigd. In scenario 1 kunnen eventuele middelen van het Rijk dus niet ingezet worden voor de dekking. In scenario 2 en 3 kan dit mogelijk wel, maar deze duidelijkheid ontstaat pas in de loop van 2024. Scenario 1 heeft als uitgangspunt dat het tekort volledig wordt opgelost. Dit is vanaf het jaar 2030 het geval. Hierbij is al meegenomen dat de bibliotheek zelf nog 3 ton per jaar structureel kan besparen op andere posten.
Tot 2030 is er behoefte aan incidentele financiering. In scenario 2 en 3 wordt er bezuinigd en geïnvesteerd in de Bibliotheek. Deze beide scenario’s vragen om extra structurele middelen. Mogelijk kunnen deze structurele middelen mede gedekt worden door mogelijke extra middelen van het Rijk. Dit wordt pas in de loop van 2024 duidelijk. In onderstaande tabel is voor elk van de scenario’s weergegeven wat het structurele tekort is, en wat het incidentele tekort bedraagt. Alleen in scenario 1 is er sprake van een incidenteel tekort, omdat het tekort structureel (vanaf 2030) wordt opgelost. Het incidentele tekort bedraagt de totale bekostiging die nodig is tot dat moment. Het incidentele tekort in scenario 1 is terug te vinden in de eerste tabel van dat scenario in bijlage D (de som van de laatste kolom van de jaren t/m 2029). Voor scenario’s 2 en 3 bedraagt het structurele tekort het gemiddelde van de laatste kolom uit de eerste tabel van deze scenario’s in bijlage D.
Structureel tekort (jaarlijks)
Scenario 1 €0
Scenario 2 € 2,2 miljoen
Scenario 3 € 1,1 miljoen
Incidenteel tekort (eenmalig)
€ 2,9 miljoen
€0
€0
Het structurele tekort wat wordt genoemd voor scenario 2 en 3 betreft een jaarlijks gemiddelde. In de eerste jaren worden investeringen gedaan, waardoor het tekort in deze jaren groter zal zijn dan
42
dit gemiddelde. Deze voorfinanciering kan de bibliotheek niet vanuit haar eigen vermogen doen, en het is ook niet mogelijk om dit bij een bank te lenen. Hiervoor moeten dus afspraken worden gemaakt met de gemeente. Voor scenario 2 betreft het een totale financieringsbehoefte van € 1,8 miljoen voor de jaren 2024 t/m 2027.14 Voor scenario 3 gaat het om € 1,2 miljoen.15 Het is belangrijk om te benadrukken dat deze kosten al zijn inbegrepen in de gemiddelde structurele kosten die in de tabel worden benoemd. Het gaat hier alleen om een financieringsvraag, niet om extra bekostiging.
Hoewel hier alleen over de periode t/m 2027 wordt gesproken, is er ook in 2028 een financieringsbehoefte. De reden hiervoor is dat de vestiging Hoograven pas dan effect heeft in dit scenario, omdat het huurcontract tot dat moment loopt. Deze financieringsbehoefte in 2028 bedraagt € 2,2 miljoen. 15 Voor scenario 3 geldt hetzelfde als voor scenario 2: in 2028 is er ook een financieringsbehoefte vanwege het feit dat het huurcontract van Hoograven tot dan loopt. In dit scenario leidt dit tot een financieringsbehoefte van € 0,4 miljoen in 2028. 14
43
/ A Context en visie A.1
Visie van de Bibliotheek Utrecht Ten behoeve van het opstellen van de ontwikkelrichtingen en het verdere besluitvormingsproces heeft de bibliotheek Utrecht onderstaande inbreng aangeleverd. Hierin wordt door de Bibliotheek Utrecht een visie gegeven over de rol van de bibliotheken in de wijken van Utrecht.
Uitgangspunten van Bibliotheken van de Wijken Bibliotheken zijn al lang niet meer alleen een plek waar je boeken komt lenen, het zijn inmiddels ook plaatsen geworden waar mensen komen om te ontmoeten en te leren, zelf, met elkaar en van elkaar. Internationaal spreekt men van “community libraries”. De Bibliotheek Uitrecht vertaalt dit als “Bibliotheken van de Wijken”. De Bibliotheek Utrecht acht de onderstaande voorwaarden of uitgangspunten van belang voor Bibliotheken van de Wijk om optimaal te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van wijkbewoners. Goede locatie Een goede locatie is een succesfactor. Goed is daar waar al mensen komen, veilig te bereiken door kinderen en zichtbaar vanaf de straat. Samenwonen Bij voorkeur kiest de Bibliotheek Utrecht voor het samenwonen met geestverwante sociale, educatieve en culturele partners. Hierdoor worden meer mensen bereikt, kan er samen beter worden geprogrammeerd en wordt er optimaal gebruik gemaakt van kostbare huisvestingsvoorzieningen. “Moetjes” werken niet: een oprechte wens om samen te werken is een voorwaarde. Anders belemmer je elkaar alleen maar. Ook mag hierdoor de hoge waardering van de bibliotheek als een neutrale plek niet worden aangetast. Aantrekkelijke inrichting Inrichting is belangrijk. Als mensen zich er prettig en gewaardeerd voelen, dan zullen ze ook meer van onze diensten (durven) afnemen.
Het hoeft niet sjiek te zijn, maar wel uitnodigend, duurzaam en aansluitend bij de belevingswereld van de dominante doelgroepen. Horeca is daarvoor een belangrijke component in de grotere vestigingen. De buitenzijde van de wijkbibliotheken is doorgaans niet aantrekkelijk. Met steun van fondsen wil de Bibliotheek Utrecht kunstenaars opdracht geven dit te verbeteren. Faciliteiten om samen te leren, platform voor derden Leren gebeurt al lang niet meer alleen individueel en alleen uit boeken. De grotere vestigingen hebben de faciliteiten om nieuwe vormen van leren goed te ondersteunen. De bibliotheek zet deze ook in als een platform voor andere organisaties om gebruik van te maken.
44
Werkplekken uitbreiden en verbeteren De behoefte aan werk- en studieplekken is de laatste jaren flink toegenomen. De bibliotheek Neude telt 215 werkplekken, de andere bibliotheken samen 355. Het aantal werkplekken in de wijken wil de Bibliotheek Utrecht uitbreiden met 15 % en de kwaliteit ervan verbeteren, met name door zonering. Boeken blijven Regelmatig wordt geopperd geen of minder boeken meer aan te bieden: men leest minder en het digitale aanbod groeit. Het afgelopen decennium zie je, parallel aan de ontwikkeling van de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, een verschuiving van het gebruik van de vierkante meters: minder boeken en meer andere faciliteiten. Die verschuiving zal zich geleidelijk voortzetten, maar boeken blijven vooralsnog belangrijk. Ze zijn de basis en het onderscheidende kenmerk van een bibliotheek. De leesvaardigheid staat onder druk. De digitale bibliotheek, die landelijk wordt onderhouden, groeit langzaam. In Utrecht wordt, vergeleken met de andere G4 steden, veel geleend. Openingstijden uitbreiden De maatschappelijke waarde van de bibliotheek en het vastgoed kan worden vergroot door de openingstijden uit te breiden. Dit kan door het inzetten van techniek (een ledenpas geeft toegang) of partners (die de deur open en dicht doen en minimaal toezicht houden). De serviceuren nemen daarbij niet toe. Leden kunnen zelf lenen en terugbrengen en studeren.
Derden, zoals huiswerkgroepen, taalgroepen en buurthuizen, kunnen gebruik maken van de faciliteiten. Samen maken we de bibliotheek De Bibliotheek Utrecht heeft de overtuiging dat door de bibliotheek samen met Utrechters te ontwikkelen – of het nu gaat om samen boeken uitkiezen, samen inrichten of samen programmeren – ze aangesloten blijft bij de ontwikkelingen in de maatschappij en steeds meer en nieuwe doelgroepen kunnen bereiken. Herpositionering van de bibliotheken Bibliotheken hebben zich het laatste decennium sterk ontwikkeld tot een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Lang niet iedereen weet dat. Bibliotheken blijven werken aan hun herpositionering, ook de Bibliotheek Utrecht. Een goed bibliotheekteam Een vaardig, extern gericht en enthousiast bibliotheekteam is tot slot een essentiële voorwaarde. Op dit moment wordt de organisatie van de Bibliotheek Utrecht gedecentraliseerd en ontwikkeld, zodat de wijkbibliotheken meer autonomie krijgen om de ontwikkeling tot community library te kunnen inzetten en hiertoe beter zijn opgeleid. De Bibliotheek op School De Bibliotheek op School is een landelijk, bewezen effectief, concept: er wordt een bibliotheek in de school geplaatst, met daarbij enkele uren per week een leesmediaconsulent. Deze adviseert de school in actief gebruik van de boeken en het opstellen en uitvoeren van beleid voor lezen en digitale media.
De Bibliotheek Utrecht is hiermee gestart in het schooljaar 2021/2022. Zestien basisscholen doen nu mee. Met de inzet van de gemeentelijke herstel- en veerkrachtgelden wordt dit aantal naar verwachting in de loop van 2023 en 2024 uitgebreid tot meer dan 50 basisscholen. In 2023 starten naar verwachting ook bibliotheken op kinderopvanglocaties, één op een school in het voortgezet onderwijs en één op het MBO.
45
Ervaringen in andere steden leren dat de Bibliotheek op School geen vervanging is voor een wijkbibliotheek. Pogingen om deze schoolbibliotheken uit te breiden met een collectie voor andere doelgroepen, stuit op weerstand bij de scholen: zij willen liever, in verband met de veiligheid van de leerlingen, geen inloop van anderen, ook niet buiten schooltijd. Daarnaast leidt een succesvolle Bibliotheek op School juist tot meer intensief gebruik van een wijkbibliotheek: de groeiende leesmotivatie motiveert hen nog meer te lezen. De Bibliotheek op School wordt in Utrecht vooralsnog gefinancierd uit incidentele middelen: samenwerkingsverbanden worden voor drie jaar aangegaan.
A.2
Landelijke ontwikkelingen Om relevant te blijven en impact te maken dient de bibliotheek zich continu te verhouden tot demografische en (landelijke) maatschappelijke trends. Gezien de kerntaken van de bibliotheek (plek waar mensen informatie kunnen vinden; zij kunnen lezen en leren; zij elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar in discussie kunnen gaan; zij kunnen kennismaken met kunst en cultuur) en de drie maatschappelijke opgaven waar zij -ten minste- een bijdrage aan behoort te leveren (geletterde samenleving, participatie in informatiesamenleving, leven lang ontwikkelen) zijn dit de meest relevante ontwikkelingen: De bevolkingssamenstelling verandert In de komende decennia zal de bevolkingssamenstelling in Nederland veel veranderen. De bevolking blijft groeien en wordt steeds meer divers. De hoeveelheid mensen in de werkzame leeftijd wordt kleiner doordat de samenleving dubbel vergrijst. Dit zorgt voor een toenemende krapte op de arbeidsmarkt.
Tussen 2020 en 2050 worden de volgende demografische ontwikkelingen verwacht: De bevolking groeit van 17,4 miljoen naar 19,3 miljoen inwoners; Het aantal huishoudens groeit van 8 miljoen naar 9,2 miljoen (met daarbij een sterke groei in eenpersoonshuishoudens); De hoeveelheid mensen met een migratieachtergrond neemt toe van 24% naar 36%; hiervan komt 30% uit de EU en 20% uit niet-westerse landen; Het aantal 65+ers groeit van 3,4 miljoen naar 4,8 miljoen; het aantal 80+ers verdubbeld van 800 duizend naar 1,5 miljoen mensen. De groei in aantallen en de groei in hyperdiversiteit heeft consequenties voor de bibliotheek in de zin van uitbreiding van vestiging en diensten, en de inzet op ontmoeting tussen bevolkingsgroepen. Kansenongelijkheid vergroot De kansenongelijkheid in Nederland wordt groter. De coronacrisis heeft veel effect gehad op (kwetsbare) kinderen. In de praktijk heeft ongelijkheid op één terrein ook vaak effect op de kansen of risico’s van iemand op een ander terrein, zoals onderwijs, criminaliteit, veiligheid, gezondheid, kansen op de arbeidsmarkt en armoede. De bibliotheek kan, o.m. door het aanbieden van studieplekken en (digitale) faciliteiten en het aanleren van vaardigheden die thuis of in de eigen context niet direct worden meegegeven, een bijdrage leveren aan het terugdringen van kansenongelijkheid.
Ook kan zij een plek zijn waar niet-vanzelfsprekende ontmoetingen, bijvoorbeeld in het kader van kennisoverdracht, plaatsvinden. Laaggeletterdheid en ontlezing In Nederland zijn er circa 2,5 miljoen laaggeletterden. Dat staat gelijk aan 1 op de 6 mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen.
46
Daarnaast daalt de leesvaardigheid onder jongeren: 2 op de 5 jongeren in Nederland heeft moeite met lezen. De leesvaardigheid van jongeren is in 2021 licht gedaald ten opzichte van 10 jaar geleden. De helft van de leerlingen beheerst aan het einde van groep 8 het algemene maatschappelijke taalniveau dat nodig is om mee te kunnen doen in de samenleving. De ambitie om 65% van de leerlingen aan het einde van het primair onderwijs op dit niveau te brengen wordt niet gehaald. 16 In de gemeente Utrecht wordt uitgegaan van ongeveer 2% laaggeletterden. De Provincie Utrecht gaat in de Staat van Utrecht uit van tussen 4.900 en 8.300 laaggeletterden tussen 16 en 65 jaar. Uitgangspunt is de hoogste schatting hetgeen neerkomt op 2,32% van de Utrechtse bevolking.17 De bibliotheek draagt vanuit haar kerntaken bij aan het terugdringen van laaggeletterdheid en ontlezing door in te zetten op leesplezier en is een vanzelfsprekende en belangrijke partner van de gemeente en scholen op dit gebied.
Digitalisering en verandering in dienstverlening In Nederland is 79% van de bewoners digitaal vaardig. Hiermee lopen wij voorop in Europa. 18 Toch zijn er bepaalde groepen die hierin achterblijven. In de leeftijdsgroep 16 tot 65 jaar heeft 11% onvoldoende digitale vaardigheden. Onder de 55-plussers is dit ruim 20%. Ook onder laaggeletterden zijn digitale vaardigheden gebrekkig: ruim 30% van hen kan niet goed omgaan met een computer. Tegelijkertijd zet de digitale transformatie van overheidsdiensten door. Een belangrijk speerpunt uit de Agenda Digitale Overheid is dat digitale dienstverlening toegankelijk en begrijpelijk moet zijn voor iedereen. Ook het beleid van de gemeente Utrecht zet hierop in. In de huidige maatschappij is het toegang hebben tot informatie en het kunnen hanteren van digitale middelen, in welke vorm dan ook, bepalend voor het mee kunnen komen, of niet meer aangesloten zijn op de samenleving.19 Bibliotheken kunnen een rol spelen in het (al dan niet in samenwerking met partners) digitaal vaardiger maken van haar inwoners én kwetsbare inwoners te helpen met digitale zaken. Vanuit dat streven zijn Informatiepunten Digitale Overheid ingericht, die kunnen worden bezocht in sommige bibliotheekvestigingen.20
A.3
Ontwikkelingen in de bibliothekensector Terugloop aantal organisaties en aantal vestigingen In 2000 adviseerde de Raad van Cultuur de maatregel in het leven te roepen waarmee kleine bibliotheekorganisaties (<35.000 leden) opgenomen moesten worden door grotere bibliotheken. Uiteindelijk bleven er na deze maatregel van de circa 540 bibliotheekorganisaties er na 2008 slechts 166 over. In totaal bleven er wel 1080 bibliotheekvestigingen overeind.21 Momenteel zijn er circa 150
Factsheet Peil.Leesvaardigheid einde (speciaal) basisonderwijs 2020-2021 | Publicatie | Inspectie van het onderwijs Invisor (2022) | Review onderzoeken en data-analyse t.b.v. Bibliotheek Utrecht 18 Nederland Europese koploper digitale vaardigheden |CBS 16 17
20
NL Digibeter 2020: Agenda Digitale Overheid
21
https://www.bibliotheeknetwerk.nl/artikel/bezuinigingen-in-de-bibliotheeksector
47
bibliotheekorganisaties, die samen ongeveer 800 vestigingen verzorgen.22 Het Bibliotheekconvenant 2020-2023 pleit voor een stijging van het aantal vestigingen om zo, zo min mogelijk drempels in stand te houden en de bibliotheek lokaal zo toegankelijk mogelijk te maken. In de stad Utrecht is het aantal vestigingen niet afgenomen. Verzelfstandigingen en bezuinigingen In het afgelopen decennium zijn veel gemeentelijke bibliotheken verzelfstandigd. Gemeentelijke subsidies zijn daarna wel de grootste inkomstenbron van bibliotheken gebleven. De subsidies zijn in de afgelopen periode gedaald door het land heen. Ook zijn er in meerdere gemeenten bij verzelfstandiging van de bibliotheek afspraken gemaakt over afschalen van de subsidie. Het aantal lidmaatschappen, dat dalende is, en rond de 3,6 miljoen ligt (waaronder de helft onder de 18 jaar) heeft slechts een kleine impact op de baten van bibliotheken. De Bibliotheek Utrecht kent een licht stijgend aantal leden. Op dit moment ruim 88.000. Iets meer dan de helft daarvan is gratis jeugdlid (tot en met 17 jaar).
Behoefte aan andere vormen van ‘de bibliotheek’ De wijziging in kerntaken van de bibliotheek en de omslag van collectie naar connectie heeft een beweging in de sector ingezet waarin het klassieke beeld van een vestiging waar boeken, tijdschriften en kranten geleend kunnen worden omgezet is naar vestigingen als ontmoetingsplaats en platform voor onder meer evenementen en tentoonstellingen. Ook zijn andere vormen/concepten van de bibliotheek ontstaan (nationaal en internationaal), bijvoorbeeld: Place to bieb: een bibliotheek op een plaats met specifieke maatschappelijke opgave (bijvoorbeeld een azc). De jongerenbieb: een bibliotheek met de uitstraling van een jongeren hangplek en met voor de doelgroep aansprekende initiatieven en boeken. Een outreachende bibliotheek met diensten gericht op het bieden van ondersteuning buiten de organisatie en binnen de leefwereld van maatschappelijk kwetsbare inwoners. Een bibliotheeklocatie, passend in de ‘bol.com wereld van nu’ ,waar men gemakkelijk, zelfstandig en efficiënt een boek kan reserveren, lenen en terugbrengen (uitleenpunten). Bibliotheek met loketfunctie die de behoeftes van inwoners die hulpvragen hebben en hier zelf niet uitkomen vervult. Waar zij met diverse hulpvragen langs kunnen komen. De digitale bibliotheek, met uitleen van digitale materialen.
De bibliotheek als platform voor verschillende samenwerkingspartners uit kunst, cultuur, maatschappelijk middenveld, leer-en ontwikkelclubs en horeca. De bibliotheek als third place, ontmoetingsplaats van de wijk. Behoefte aan andere competenties23 De wijziging in kerntaken naar een bredere maatschappelijke rol heeft gezorgd voor aanvullende en deels nieuwe eisen aan de competenties van medewerkers. Inmiddels wordt er sectorbreed gewerkt aan scholing voor het personeel.
https://www.debibliotheken.nl/openbarebibliotheken/#:~:text=Het%20stelsel%20van%20openbare%20bibliotheken,andere%20distributiepunten%20en%20bibliobushaltes %20verzorgen. 23 Bibliotheekmedewerkers in een veranderende branche | Bnetwerk (bibliotheeknetwerk.nl) 22
48
/ B Factsheet per vestiging Hieronder gaan we per vestiging in op de mogelijkheden voor optimaliseren en afschalen. We betrekken daarbij relevante data over de vestigingen vanuit het rapport van Invisor. Een beschrijving van de SES-groepen die in de analyse van Invisor zijn gehanteerd, is te vinden onderaan deze bijlage.24
B.1
Neude De Centrale bibliotheek op het Neude is het vlaggenschip van de Bibliotheek Utrecht. Zij heeft het grootste aantal leden, de meeste uitleningen, aanbod voor verschillende doelgroepen en een grote groep niet-leden die de bibliotheek dagelijks bezoeken. De vestiging aan de Neude is een podium voor maatschappelijke, educatieve en culturele partners en een visitekaartje voor Utrecht, gehuisvest in een monumentaal pand met o.a. twee café’s. De vestiging vervult daarmee een stedelijke, regionale en landelijke rol. De vestiging biedt relatief weinig mogelijkheden om te optimaliseren dan wel te bezuinigen.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging (grotendeels) onveranderd. Er kan worden in ruimtelijke zin worden afgeschaald door onderdelen van het pand te verhuren. Er ligt reeds een plan om hierop in te zetten. De baten hieruit zijn reeds verwerkt in de nieuwe meerjarenbegroting.
Optimalisatie Veel te optimaliseren valt er ook niet aan de vestiging op de Neude; de vestiging is i.t.t. de andere vestigingen zeer compleet. Optimalisatie is volgens de Bibliotheek nog wel mogelijk door te investeren in het verbeteren van onderdelen. Pas recent wordt deze vestiging, na corona, intensief gebruikt en komen
24
Invisor (2022) | Review onderzoeken en data-analyse t.b.v. Bibliotheek Utrecht
49
verbeterpunten aan het licht. Zo sluit de afdeling met boeken voor jongeren niet aan bij hun belevingswereld en is de locatie van de klantenservice op de tweede verdieping niet functioneel. Voor optimalisatie van de Neude wordt niet ingezet op aanvullende middelen vanuit de gemeente. Graag maakt de bibliotheek ook ruimte voor een aantal geestverwante partners. De optimalisatie kan gerealiseerd worden vanuit een bestaand en geoormerkt restantbudget.
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
9.377
(Huur)contract
Tot 2039 (particulier beheer)
Aantal uitleningen
225.475 (in de eerste helft van 2022)
Bereik De Centrale bibliotheek kent een groter bereik dan waar zij op basis van nabijheid ‘recht op heeft’ en nut daarmee het vanggebied efficiënt uit. Ook door leden van andere vestigingen wordt deze vestiging het vaakst genoemd als ‘alternatieve vestiging’ (50%). Het vanggebied van de vestiging bestaat uit één dominante groep: urban creators. Vanggebied
75.565 inwoners: Pijlsweerd, Votulast, Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Oudwijk, Buiten Wittevrouwen, Abstede, Ganssstraat, Wilhelminapark, Rijnsweerd, Binnenstad city-, winkel- en woongebied. Daarnaast bovenstedelijke doelgroepen.
B.2
Dominante SES groep
Urban creators
% lid uit vanggebied
23,7%
Leidsche Rijn Centrum De vestiging Leidsche Rijn Centrum is een relatief nieuwe vestiging en wordt goed bezocht. In het pand zijn tevens het wijkbureau en een horecagelegenheid gevestigd.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging onveranderd.
Optimalisatie In het optimalisatiescenario wordt er geïnvesteerd op fysieke extra’s.
50
Samenwerking met maatschappelijke partners (bijvoorbeeld avond openstelling voor buurthuis); Uitbreiden aantal werkplekken; Verruiming van de openingstijden; Inrichting die zich meer richt op jongeren.
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
1.818
(Huur)contract
tot 2029 (gemeentelijk beheer)
Aantal uitleningen
85.669 (in de eerste helft van 2022)
Bereik
B.3
Vanggebied
28.655 inwoners: Het Zand; Leidsche Rijn Centrum e.o.; Parkwijk, Langerak
Dominante SES groep
Young potentials
% lid uit vanggebied
26,1%
Vleuterweide Voor deze vestiging is het aantal vierkante meters in 2021 al stevig teruggedrongen, verder is deze vestiging goed bezocht. Er zijn daardoor niet veel extra mogelijkheden om te bezuinigen. Er is wel mogelijkheid tot samenwerking met horecagelegenheid Abrona (naastliggende pand). Hier wordt reeds op ingezet.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging onveranderd.
Optimalisatie In het optimalisatiescenario wordt de samenwerking met maatschappelijke partner (horeca) gerealiseerd. Uitbreiden aantal werkplekken; Vernieuwen van de inrichting;
51
Verruiming openingstijden.
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
1.525
(Huur)contract
Tot 2048 (gemeentelijk beheer)
Aantal uitleningen
92.742 (in de eerste helft van 2022)
Bereik
B.4
Vanggebied
18.670 inwoners: Veldhuizen, Vleuterweide
Dominante SES groep
Young potentials
% lid uit vanggebied
50,2%
Overvecht Er liggen kansen bij het breder inzetten op ontmoeting voor de diverse doelgroepen die de vestiging in Overvecht bezoeken . Er is echter weinig ruimte om permanent te verhuren. Veel mogelijkheden tot bezuiniging zijn er niet: het pand is net verbouwd en er is weinig ruimte om permanent te verhuren.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging onveranderd.
Optimalisatie In het optimalisatiescenario wordt er geïnvesteerd in fysieke extra’s en inhoudelijke extra’s: Optimaliseren werkplekken; Verruiming openingstijden; Horeca. Verdere ontwikkeling Een nieuwe vestiging vanuit het concept Paleis van de wijk, a la OBA Next.25
25
Zie o.a. OBA NEXT: een openbare innovatieve leer- en ontwikkelplek voor heel Amsterdam
52
Achtergrond/statistiek vestiging Oppervlakte m2
1.501
(Huur)contract
Tot 2023 (gemeentelijk beheer)
Aantal uitleningen
39.253 (in de eerste helft van 2022)
Bereik Vanggebied
34.155 inwoners: Taagdreef, Wolgadreef; Zamenhofdreef, Neckardreef; Vechtzoom, Klopvaart; Zambesidreef, Tigrisdreef.
B.5
Dominante SES groep
Precariaat
% lid uit vanggebied
14,7%
Kanaleneiland In de huidige vestiging is weinig ruimte voor een meer intensieve samenwerking met partners en het aantrekken van uiteenlopende doelgroepen (het is één ruimte waarbij men elkaar regelmatig in de weg zit). Daarnaast is de locatie van de vestiging in Kanaleneiland niet bevorderend voor de zichtbaarheid en daarmee de functie die de bibliotheek kan hebben in de wijk. Ouders met kinderen vinden de weg er naar toe gevaarlijk. Er ligt mogelijk een kans bij het verhuizen van deze vestiging richting het winkelcentrum. Mede door de bouw van nieuwe wijken bij de Merwedekanaalzone kunnen aldaar potentieel meer Utrechters bereikt worden.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging onveranderd.
Optimalisatie Verruiming van openingstijden; Uitbreiden van het aantal werkplekken; Aanbieden van horeca; Vernieuwen van de inrichting; Mogelijk verhuizen:
53
In het optimalisatiescenario wordt onderzocht of verhuizen de vestiging naar het winkelcentrum van toegevoegde waarde is en tegelijk met welke partners de bibliotheek hier kan samenwerken om meer ontmoeting te faciliteren, bijvoorbeeld door horeca.
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
1.092
(Huur)contract
Tot 2025 (gemeentelijk beheer)
Aantal uitleningen
19.357 (in de eerste helft van 2022)
Bereik
B.6
Vanggebied
24.330 inwoners: Transwijk; Kanaleneiland; Nieuw Hoograven, Bokkenbuurt
Dominante SES groep
Precariaat
% lid uit vanggebied
12,6%
Hoograven De huidige vestiging zit op de eerste verdieping en wordt redelijk druk bezocht. In de huidige vorm ligt de nadruk op het uitlenen van boeken. Idealiter wordt gezocht naar een ander pand waar meer ingezet kan worden op multifunctionaliteit, dat beter zichtbaar is en die idealiter ook de wijk Lunetten bedient. Het huurcontract loopt tot eind 2028.
Afschalen Bij afschalen blijft deze vestiging onveranderd.
Optimalisatiescenario Verruiming van openingstijden; Uitbreiden van het aantal werkplekken; Horeca; Vernieuwen van de inrichting; Mogelijk verhuizen
54
een nieuwe locatie waarbij sprake is van een fusie met Lunetten en samenwonen met maatschappelijke partners.
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
1.242
(Huur)contract
2028 (particulier beheer)
Aantal uitleningen
49.645 (in de eerste helft van 2022)
Bereik
B.7
Vanggebied
26.580 inwoners: Oud-Hoograven, Tolsteeg; Nieuw Hoograven, Bokkenbuurt; Dichterswijk, Rivierenwijk
Dominante SES groep
Urban creators; Young potentials; Precariaat
% lid uit vanggebied
16,5%
Zuilen De vestiging Zuilen is een relatief groot gebouw en in eigendom van de bibliotheek. Het gebouw wordt deels gebruikt als logistiek opslagpunt en het is weinig levendig. Wel wordt er regelmatig programma georganiseerd. De ruime opzet van het gebouw biedt kansen om vierkante meters te verhuren/delen met partners. Hiervoor moet wel het logistieke opslagpunt worden verplaatst. Hiermee kan de levendigheid en programmering van de vestiging worden vergroot.
Bij afschalen De bibliotheek kan afschalen door de verkoop van het pand en in de plaats in een kleiner pand te huisvesten. Hiervoor moet wel het logistieke opslagpunt worden verplaatst.
Optimalisatie Herinrichten; Meer werkplekken; Horeca; Openingstijden verruimen; Onderverhuur van ruimtes aan partners.
55
Achtergrond/statistiek vestiging Oppervlakte m2
1.105
(Huur)contract
n.v.t. (eigen beheer)
Aantal uitleningen
41.315 (in de eerste helft van 2022)
Bereik Vanggebied
35.790 inwoners: Pijlsweerd; Ondiep, 2e Daalsebuurt; Zuilen-west; Zuilen-noord en -oost
B.8
Dominante SES groep
Precariaat; Urban creators
% lid uit vanggebied
11,3%
Waterwin Waterwin is een wat vreemde eend in de bijt. Sinds de komst van de vestiging Leidsche Rijn Centrum is deze vestiging in feite een schoolbibliotheek die gefinancierd wordt door de bibliotheek Utrecht, waar schoolbibliotheken doorgaans door scholen zelf bekostigd worden. Voor de hand ligt om deze vestiging te sluiten en een ‘bibliotheek op school’ te realiseren.
Afschalen Sluiten van de vestiging
Optimalisatie Niet van toepassing
Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2
211
(Huur)contract
Tot 2024 (gemeentelijk beheer)
Aantal uitleningen
9.899 (in de eerste helft van 2022)