CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage d - AEF Eindrapport Ontwikkelscenario's Vestigingennetwerk Bibliotheek Utrecht.pdf

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 20 april 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Aanbieden rapporten met betrekking tot Bibliotheek Utrecht26.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56

Bereik

B.9

Vanggebied

11.040 inwoners: Terwijde, De Wetering

Dominante SES groep

Young potentials

% lid uit vanggebied

10,2%

Lunetten In de vestiging Lunetten is, in afwachting van de ontwikkeling van de Musketon, lang niet geïnvesteerd. De vestiging is onzichtbaar, is geconcentreerd op boekenuitleen en wordt relatief weinig gebruikt. Een fusie met de vestiging in Hoograven is een mogelijkheid. Concreet zijn er twee opties voor de huidige vestiging: verplaatsten in het huidige pand naar de begane grond met minder vierkante meter, of het opzetten van een uitleenpunt in de wijk.

Afschalen  De vestiging Musketon sluit. Of:  Een uitleenpunt in de wijk, bemand door vrijwilligers of onbemand.

Optimalisatie  De vestiging Lunetten wordt ontwikkeld op de begane grond in de Musketon, met minder m2 (300) dan op de eerste verdieping. De plannen hiervoor zijn reeds gemaakt, Of deze doorgang vinden en wanneer, is nu niet bekend. Wanneer dat kan is afhankelijk van de plannen en planning van de ontwikkeling van de Musketon.  De vestiging Lunetten fuseert met de vestiging Hoograven op een nieuwe locatie, strategisch gelegen tussen beide wijken. Op korte termijn is hiervoor geen geschikte locatie beschikbaar.

Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2

1.101

(Huur)contract

Tot 2025 (gemeentelijk beheer)

Aantal uitleningen

17.000 (in de eerste helft van 2022)

Bereik

57

Vanggebied

15.500 inwoners: Lunetten

Dominante SES groep

Oud laag midden; Urban creators

% lid uit vanggebied

9,9%

B.10 Tuinwijk De vestiging Tuinwijk is net als die in Zuilen eigendom van de bibliotheek. De huidige functie is geconcentreerd op boekenuitleen. Veel meer dan bij Zuilen, is voor de vestiging Tuinwijk verkoop van de vestiging een reële optie: wat betreft bereik is er immers veel overlap met zowel de Neude als Overvecht.

Afschalen  De vestiging wordt verkocht en de bibliotheekfunctie verdwijnt uit de wijk. Of:  Er wordt onderzocht of de vestiging deels verhuurd kan worden aan een ondernemer/partner, waarbij de bibliotheek in de vorm van een uitleenpunt in de vestiging aanwezig blijft. Of:  De vestiging wordt verkocht en er komt een uitleenpunt elders in de wijk, waarbij ook een locatie richting winkelcentrum De Gaard wordt onderzocht om een breder vanggebied te kunnen bedienen. 

 Optimalisatie  Er wordt een nieuwe vestiging ontwikkeld die de faciliteiten heeft van een brede bibliotheek en mogelijkheid tot samenwonen met partners. Hiervoor wordt een locatie gezocht richting winkelcentrum de Gaard zodat de inwoners van Tuindorp-oost en de nieuwe wijk Veemarkt deze faciliteit meer nabij hebben.

Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2

408

(Huur)contract

n.v.t. (eigen beheer)

Aantal uitleningen

43.544 (in de eerste helft van 2022)

Bereik Vanggebied

24.600 inwoners: Votulast; Tuindorp, Voordorp

Dominante SES groep

Young potentials

58

% lid uit vanggebied

14,8%

B.11 Vleutendorp De vestiging Vleutendorp zit in een pand met partners (gemeente, wijkbureau). De vestiging concentreert zich op boekenuitleen, loopt relatief niet heel goed en kent qua bereik overlap met de Vleuterweide.

Afschalen  Sluiten van de vestiging. Of:  Sluiten van de vestiging en het realiseren van een uitleenpunt in de wijk, al dan niet bemand door bibliotheekmedewerkers of vrijwilligers.

Optimalisatie  Het is weinig essentieel om deze vestiging te optimaliseren. Optimalisatie betekent hier dat de vestiging opnieuw wordt ingericht.

Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2

177

(Huur)contract

Tot 2023 (gemeentelijk beheer)

Aantal uitleningen

11.226 (in de eerste helft van 2022)

Bereik Vanggebied

9.740 inwoners: Vleuten, Haarzuilens

Dominante SES groep

Jong hoog midden; Young potentials

% lid uit vanggebied

10,5%

B.12 Oog in Al Oog in Al is een vestiging die redelijk loopt. Het concentreert zich op de uitleen van boeken. De inwoners van Lombok bezoeken deze vestiging nauwelijks. Omdat Neude en Leidsche Rijn binnen bereik zijn en de doelgroep van Oog in Al veelal mobiel is, is het afschalen op zelfs sluiten

59

van Oog in Al een mogelijkheid. Optimalisatie van deze vestiging betekent dat herpositionering onderzocht wordt om bv. Lombok te bereiken.

Afschalen  Sluiten van de vestiging. Of:  Een uitleenpunt in de Cereolfabriek en m2 terugbrengen  Een uitleenpunt elders in de wijk (Lombok of Halve Maan).

Optimalisatie  Doelgroepen in Lombok en Oog en Al worden met de huidige vestiging niet bereikt. Daarom verhuist de bibliotheek, hetzij naar Lombok, hetzij naar Halve Maan. Daar realiseren we een brede bibliotheek light.

Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2

697

(Huur)contract

Tot 2023 (gemeentelijk beheer)

Aantal uitleningen

51.582 (in de eerste helft van 2022)

Bereik Vanggebied

29.250 inwoners: Oog in Al, Welgelegen; Lombok, Leidseweg; Nieuw Engeland, Schepenbuurt

Dominante SES groep

Urban creators; Young potentials

% lid uit vanggebied

15,3%

B.13 De Meern Voor de vestiging in de Meern ligt een besparing op ruimte voor de hand. De huidige vestiging heeft niet een heel groot bereik en in verhouding een relatief groot pand.

60

Afschalen  Sluiten. Of:  Uitleenpunt elders.

Optimalisatie  Vestiging wordt heringericht  Of: vestiging verhuist naar een multifunctioneel pand met partners en een bredere wijkfunctie.

Achtergrond/statistiek Vestiging Oppervlakte m2

478

(Huur)contract

Tot 2023 (gemeentelijk beheer)

Aantal uitleningen

27.888 (in de eerste helft van 2022)

Bereik Vanggebied

22.070 inwoners: De Meern

Dominante SES groep

Jong hoog midden; Young potentials

% lid uit vanggebied

10,7%

61

62

63

64

65

/ C Concrete invulling van scenario’s In deze bijlage beschrijven we de aannames die zijn gedaan voor de specificaties per vestiging om te komen tot een financiële doorrekening van de drie scenario’s in hoofdstuk 5. Zoals in dat hoofdstuk vermeld, onderscheiden we drie typen kosten: huisvestingskosten, energiekosten en personeelskosten. Onder deze typen vallen de volgende kosten.  Huisvestingskosten. Deze bestaan uit de huur voor het pand, de onderhoudskosten, schoonmaakkosten, servicekosten (minus doorbelasting daarvan), en belastingen.  Energiekosten. Deze bestaan uit de energiekosten minus de teruggave.  Personeelskosten. Deze bestaan uit personeelskosten en beveiligingskosten. Elke specificatie kan een effect hebben op deze drie kosten. Daarnaast kan een specificatie incidentele kosten met zich meebrengen. Onderstand is per specificatie aangegeven wat hiermee concreet wordt bedoeld, welke effecten op de drie typen kosten er zijn, en welke aannames hier aan ten grondslag liggen. Voor de aannames die zijn gedaan is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Bij een dergelijke gevoeligheidsanalyse wordt in kaart gebracht wat het effect is indien een bepaalde aanname groter of juist kleiner zou worden genomen. De gevoeligheden die uit deze analyse kwamen, waren de aannames van de mate waarin de personeelskosten zullen afnemen bij het sluiten van een vestiging.

Als deze aannames worden gehalveerd, of met de helft toenemen, kan dit een effect van ongeveer 10% hebben op de uiteindelijke resultaten. Dit geeft dan ook een inschatting van de onzekerheden op de uitkomsten. In de tabellen in deze bijlage is de conventie aangehouden dat kosten voor de gemeenten met een negatief bedrag worden aangeduid, terwijl baten met een positief bedrag worden aangeduid.

Geen verandering In dit scenario verandert er niks voor een vestiging.

Sluiting locatie In deze specificatie wordt een locatie gesloten. Hierbij dalen zowel de huisvestingskosten als de energiekosten logischerwijs met 100%. In overleg met de bibliotheek is besloten dat bij de meeste vestigingen sluiting betekent dat ongeveer 50% van het personeel zal verschuiven naar andere vestigingen, en dat 50% van de personeelskosten dus niet meer gemaakt zullen worden na sluiting. Een uitzondering hiervoor is de vestiging Waterwin, waarvan geen personeel zal verschuiven naar andere vestigingen bij sluiting. In onderstaande tabel zijn de vestigingen waarbij sluiting in één van de scenario’s voorkomt weergegeven. In deze tabel is terug te vinden hoeveel er in het eerste jaar na sluiting wordt bespaard ten opzichte van de situatie waarin een vestiging niet gesloten zou worden. Deze besparing is structureel, en zal in latere jaren alleen veranderen vanwege indexatie. Vestiging

Huisvesting

Energie

Personeel

Totaal

Hoograven (2029) Lunetten (2024)

+ € 394.130 + € 157.812

+ € 42.685 + € 15.740

+ € 140.700 + € 59.116

+ € 577.514 + € 232.668

Oog in Al (2025) Tuinwijk (2024)

+ € 142.350 + € 67.413

+ € 42.213 + € 4.293

+ € 131.486 + € 97.535

+ € 316.048 + € 169.240

Vleuten-Dorp (2024) Waterwin (2025)

+ € 57.683 + € 53.274

+ € 7.012 + € 6.725

+ € 17.123 + € 58.672

+ € 81.817 + € 118.671

66

Voor gehuurde vestigingen kan sluiting plaatsvinden vanaf het eerste jaar na het verlopen van het huidige huurcontract, waarbij we 2024 als eerst mogelijke jaar aannemen. Voor vestigingen in eigen bezit is aangenomen dat dit vanaf 2024 mogelijk is. Bij sluiting van een pand is er ook sprake van een aantal incidentele kosten:  Frictiekosten personeel. Als de personeelskosten afnemen, is dat omdat er afscheid wordt genomen van medewerkers. Hiervoor worden eenmalig frictiekosten in rekening gebracht. De aanname die de bibliotheek hiervoor heeft gedaan is dat deze kosten 25% bedragen van de afname van de personeelskosten.  Baten boekwaarde. Indien het pand dat gesloten wordt in eigen bezit was, zal de bibliotheek de boekwaarde voor dit pand ontvangen.  Kosten eisen uittreding. Bij het verlaten van een gehuurd pand zijn er eisen aan de staat waarin het pand moet worden opgeleverd. Het in de vereiste staat brengen van een pand zal eenmalig kosten met zich meebrengen. Op basis van de ervaring van betrokken makelaars is aangenomen dat dit rond de € 150 per m2 zal liggen. Onderstaand is een overzicht gegeven van de incidentele kosten en baten die gemoeid gaan met een sluiting van de zes eerder genoemde vestigingen. Vestiging

Frictiekosten

Baten boekwaarde

Eisen uittreding

Totaal

Hoograven (2029) Lunetten (2024)

- € 28.452 - € 13.724

€0 €0

- € 186.300 - € 165.150

- € 214.752 - € 178.874

Oog in Al (2025) Tuinwijk (2024)

- € 29.904 - € 22.644

€0 + € 306.451

- € 104.550 €0

- € 134.454 + € 283.807

Vleuten-Dorp (2024) Waterwin (2025)

- € 3.975 - € 13.344

€0 €0

- € 26.550 - € 31.650

- € 30.525 - € 44.994

Bij de sluiting van een pand dat in bezit is van de bibliotheek (Tuinwijk) zijn geen kosten opgenomen voor de eisen uittreding. Hieraan ligt de aanname ten grondslag dat deze kosten ófwel worden vergoed vanuit de opbrengst van het pand, ófwel niet gemaakt worden, omdat het pand opgeleverd wordt in de staat waarin deze nu is.

Omzetten naar uitleenpunt In deze specificatie wordt een vestiging veranderd in een uitleenpunt. Er is een redelijke kans dat dit in een ander gebouw zal zijn. De aanname op basis van een berekening door de bibliotheek is dat hiervoor een locatie van ongeveer 35 m2 nodig zal zijn. Dit verschilt iets per vestiging, afhankelijk van het aantal reserveringen (en dus de ruimte die nodig is voor boeken). Deze specificatie wordt alleen overwogen voor vestigingen die die bibliotheek huurt en we gaan er vanuit dat de bibliotheek ook gewoon huur en energie betaalt voor de nieuwe locatie. Voor de huisvestings- en energiekosten van een uitleenpunt schalen we de huidige huisvestings- en energiekosten af naar rato van de daling van het aantal vierkante meters. Omdat een kleiner pand echter relatief duurder zal zijn dan een groter pand (zowel qua huisvesting als qua energiekosten), nemen we echter aan dat deze nieuwe huisvestings- en energiekosten per vierkante meter 10% hoger liggen. In de praktijk betekent dit dat de huidige huisvestings- en energiekosten gemiddeld met zo’n 90% zullen dalen. Hoewel de personeelskosten in principe zullen dalen, zullen de transportkosten fors toenemen. In overleg met de bibliotheek is daarom besloten om de personeelskosten in dit model gelijk te houden, om te compenseren voor de toename in transport. In

67

onderstaande tabel is voor elke vestiging waarvoor deze specificatie wordt overwogen de daling in kosten opgenomen van het eerste jaar na de omzetting ten opzichte van de situatie waarin deze vestiging niet wordt omgezet naar een uitleenpunt. Dit is een structurele besparing, die in latere jaren alleen vanwege indexatie zal veranderen. Vestiging De Meern (2025)

Huisvesting + € 104.488

Energie + € 6.644

Personeel €-

Totaal + € 111.132

Lunetten (2025) Oog in Al (2025)

+ € 157.679 + € 129.769

+ € 15.347 + € 38.482

€€-

+ € 173.027 + € 168.251

Vleuten-Dorp (2025)

+ € 52.131

+ € 6.184

€-

+ € 58.315

In het laatste jaar van het huurcontract zal er verhuisd / verbouwd moeten worden. Hiervoor hebben we aangenomen dat de kosten voor huisvesting en energie voor dat jaar voor zowel de huidige vestiging als het nieuwe uitleenpunt moeten worden betaald. In het jaar van de verhuizing of verbouwing nemen we ook incidentele kosten mee voor het inrichten van het pick-up point. Op basis van een berekening van de bibliotheek rekenen we hier een eenmalige investering voor van € 10.000, plus de kosten die ook voor het inrichten van onbemande vestigingen gelden. Deze bedragen zijn berekend door de bibliotheek. In onderstaande tabel zijn deze incidentele kosten opgenomen Vestiging De Meern (2025)

Dubbele lasten - € 8.343

Inrichting - € 22.346

Totaal - € 30.689

Lunetten (2025) Oog in Al (2025)

- € 4.335 - € 16.007

- € 22.003 - € 21.076

- € 26.338 - € 37.083

Vleuten-Dorp (2025)

- € 7.639

- € 22.003

- € 29.642

Fusie tussen Hoograven en Lunetten In deze specificatie fuseren Lunetten en Hoograven. Dit betekent dat beide vestigingen sluiten en er één nieuwe vestiging wordt opgezet. Voor de nieuwe vestiging nemen we aan dat deze eenzelfde oppervlak heeft (en gelijke huisvestingskosten en energiekosten) als Hoograven op dit moment. Effectief betekent dit dus dat de vestiging Lunetten sluit, waarbij de huisvestingskosten en energiekosten van deze vestiging dalen met 100%. Voor de personeelskosten wordt een daling van 50% aangenomen (zie ook de specificatie “sluiting locatie”). Modelmatig rekenen we met de kosten die er gemaakt zouden worden voor de sluiting van Lunetten en het blijven bestaan van Hoograven. In het enige scenario waarin deze specificatie is opgenomen, wordt Lunetten aanvullend ook omgezet in een uitleenpunt. De bijbehorende specificatie is dan ook van toepassing wat betreft het effect op de structurele kosten. In het laatste contractjaar worden er dubbele kosten voor huisvesting en energie gerekend voor de verhuizing. Ook worden aan incidentele kosten de kosten voor de eisen van uittreding voor beide panden gerekend, naast de frictiekosten voor personeel (zie ook de specificatie “sluiting locatie”). Onderstaand zijn deze incidentele kosten opgenomen. Vestiging Lunetten Hoograven

Dubbele lasten

Frictiekosten

Eisen uittreding

Totaal

- € 426.161

- € 13.724 €0

- € 165.150 - € 186.300

- € 178.874 - € 612.461

Verplaatsing naar een kleiner pand Deze specificatie wordt alleen voor de vestiging Zuilen overwogen, welke zal worden verkocht. Voor het nieuwe pand wat gehuurd zal worden in de plaats van deze vestiging, is in overleg met de

68

bibliotheek aangenomen dat dit 80% van het huidige aantal vierkante meters zal hebben. Voor de huurprijs per vierkante meter hebben we gekeken naar de gemiddelde prijs van momenteel te huur staande kantoor-, bedrijfs- en winkelpanden. op openbare bronnen (bedrijfspand.com). Omdat er in de wijk Noordwest (waarin Zuilen ligt) geen dergelijke panden te huur stonden, is gekeken naar de aangrenzende wijken West, Overvecht en Noordoost. Dit levert een toename ten opzichte van de huidige huisvestingskosten van +28%. Voor de energiekosten gaan we uit van een daling van 20%, omdat het aantal vierkante meters van het pand ook met dit percentage daalt. De personeelskosten blijven gelijk. In onderstaande tabel is de structurele stijging in kosten opgenomen van het eerste jaar na de verplaatsing ten opzichte van de situatie waarin de vestiging niet verplaatst zou zijn. Dit is een structurele stijging, die in latere jaren alleen vanwege indexatie zal veranderen. Vestiging Zuilen (2025)

Huisvesting - € 30.712

Energie + € 2.032

Personeel €-

Totaal - € 28.680

Met een dergelijke verplaatsing zijn ook incidentele kosten gemoeid. Voor energie gaan we uit van dubbele kosten in het jaar van verhuizing. Daarnaast gaan we ook uit van een eenmalige investering die nodig is om het nieuwe pand in te richten. Op basis van gesprekken met de bibliotheek is hiervoor de herinrichtingsprijs (zie ook de specificatie “herinrichting”) per vierkante meter (van het nieuwe gebouw) opgenomen, plus € 200.000 aan inrichtingskosten. Hoewel deze kosten hier incidentele kosten worden genoemd, worden ze afgeschreven over een periode van 15 jaar. Bij het verplaatsen zal deze vestiging worden verkocht, wat als incidentele baten de boekwaarde van de vestiging oplevert. In onderstaande tabel is een overzicht van de incidentele kosten en baten opgenomen. Vestiging Zuilen (2025)

Dubbele lasten - € 146.802

Herinrichting

Baten

Totaal

- € 465.200

boekwaarde + € 656.263

+ € 44.261

Verplaatsing naar een betere locatie Deze specificatie lijkt technisch op de vorige. Voor de huurprijs van het nieuwe pand hebben we ook hier gekeken naar de gemiddelde prijzen per m2 voor te huur staande kantoor-, bedrijfs- en winkelpanden in de betreffende wijken. Hiervoor is dezelfde bron gebruikt. Voor Hoograven is gekeken naar het gemiddelde van de wijken Zuidwest en Oost omdat er geen panden in Zuid (de wijk van Hoograven) te huur waren. In Zuidwest (waarin Kanaleneiland ligt) was slechts één pand te huur, daarom is ook gekeken naar de aangrenzende wijken West en Leidsche Rijn. Voor Oog in Al en Tuinwijk is alleen gekeken naar panden in de betreffende wijken (West en Noordoost respectievelijk). Omdat het hier specifiek gaat om een betere locatie, hebben we een huurprijs per m2 aangehouden die 25% boven de gemiddelde huurprijs ligt. In onderstaande tabel is de structurele toename in kosten opgenomen van het eerste jaar na de verplaatsing ten opzichte van de situatie waarin de vestiging niet verplaatst zou zijn. Dit is een structurele toename, die in latere jaren alleen vanwege indexatie zal veranderen. Vestiging

Huisvesting

Energie

Personeel

Totaal

Hoograven (2029) Kanaleneiland (2026)

- € 50.405 - € 421

€€-

€€-

- € 50.405 - € 421

Oog in Al (2025) Tuinwijk (2025)

- € 30.090 - € 13.765

€€-

€€-

- € 30.090 - € 13.765

69

De verandering in huisvestingskosten voor Kanaleneiland is minimaal. Dit heeft te maken met het feit dat de huidige huurprijs per vierkante meter al ongeveer 25% hoger ligt dan de gemiddelde huurprijs in de wijk. Hierdoor veranderen de huisvestingskosten nauwelijks bij deze specificatie. Ook hiervoor is aan incidentele kosten de herinrichtingsprijs (zie ook de specificatie “herinrichting”) per vierkante meter opgenomen, plus € 200.000 aan inrichtingskosten. Hoewel deze kosten hier incidentele kosten worden genoemd, worden ze afgeschreven over een periode van 15 jaar. In onderstaand overzicht zijn de incidentele kosten en baten weergegeven. Vestiging

Dubbele lasten

Eisen uittreding

Herinrichting

Baten boekwaarde

Totaal

Hoograven (2029)

- € 529.538

- € 186.300

- € 572.600

€0

- € 1.288.438

Kanaleneiland (2026)

- € 306.309

- € 163.800

- € 527.600

€0

- € 997.709

Oog in Al (2025) Tuinwijk (2025)

- € 210.487 - € 80.845

- € 104.550 €0

- € 409.100 - € 344.000

€0 + € 306.451

- € 724.137 - € 118.394

Herinrichting van het pand In deze specificatie wordt een vestiging opnieuw ingericht. Hieronder kunnen verschillende zaken vallen. Zo kan het gaan om bijvoorbeeld een focus op jongeren / jeugd, of het verbeteren van de uitstraling van een vestiging. We gaan er vanuit dat dit op structurele basis geen extra kosten met zich meebrengt. Echter zijn er uiteraard wel incidentele kosten. In samenspraak met de bibliotheek is besloten om voor een aantal vestigingen de standaard inrichtingskosten van € 300 per m2 te hanteren. Echter zijn er ook panden waarvoor een volledige herinrichting te ver gaat. Voor deze panden heeft de bibliotheek gekeken welke kosten naar verwachting nodig zouden zijn. We gaan er vanuit dat deze kosten over een periode van 15 jaar worden afgeschreven. In onderstaande tabel zijn de incidentele kosten die gemoeid gaan met een herinrichting per pand weergegeven. Vestiging

Herinrichtingskosten

De Meern (2024) Kanaleneiland (2024)

- € 143.400 - € 327.600

Lunetten (2024) Overvecht (2024)

- € 330.300 - € 50.000

Leidsche Rijn Centrum (2024) Vleuten-Dorp (2024)

- € 50.000 - € 53.100

Vleuterweide (2024) Zuilen (2024)

- € 100.000 - € 331.500

Samenwerking met partners In deze specificatie wordt er samengewerkt met maatschappelijk partners. Dit kan inhoudelijk veel verschillende vormen aannemen. Het is echter maar zeer de vraag of dit zal leiden tot een besparing op structurele basis. Daarom is voor deze specificatie geen verandering van kosten meegenomen.

Verruiming openingstijden Het verruimen van openingstijden zal geen effect hebben op de huurprijs. De aanname is dat deze openingstijden verruimd worden zonder dat daar personeel voor nodig is, dus dit heeft ook geen effect op de personeelskosten. Hiervoor moet echter wel de benodigde apparatuur worden geïnstalleerd. De bibliotheek heeft via een businesscase inzichtelijk gemaakt wat de kosten hiervan

70

zijn per vestiging. Het gaat daarbij om incidentele en structurele kosten. De structurele kosten bedragen ook de abonnementskosten voor de apparatuur. Om aan te sluiten bij de drie gehanteerde typen kosten, zijn deze omgerekend naar een percentage ten opzichte van de huidige energiekosten. In onderstaande tabel is de structurele stijging in kosten opgenomen van het eerste jaar na de verruiming van openingstijden ten opzichte van de situatie waarin de openingstijden niet zouden worden verruimd. Dit is een structurele toename, die in latere jaren alleen vanwege indexatie zal veranderen. Vestiging

Structurele kosten

Hoograven Kanaleneiland

- € 51.590 - € 19.354

Overvecht Leidsche Rijn Centrum

- € 36.540 - € 37.551

Vleuterweide Zuilen

- € 57.285 - € 18.978

De incidentele kosten bedragen de eenmalige investering in de apparatuur. In onderstaande tabel zijn de incidentele kosten per vestiging samengevat. Deze kosten zijn eenmalig, en niet inbegrepen in de structurele kosten in bovenstaande tabel. Vestiging

Incidentele kosten

Hoograven Kanaleneiland

- € 22.003 - € 21.609

Overvecht Leidsche Rijn Centrum

- € 21.339 - € 23.632

Vleuterweide Zuilen

- € 22.024 - € 21.339

Extra werkplekken realiseren Het realiseren van extra werkplekken vraagt naar verwachting geen structurele extra kosten, maar zal wel een incidentele investering vragen. Voor de hoogte van deze incidentele kosten zijn twee zaken van belang: het aantal werkplekken dat gerealiseerd wordt, en de kosten per werkplek. Voor het aantal te realiseren werkplekken hebben we in overleg met de bibliotheek aangenomen dat dit een uitbreiding van 10% zal zijn ten opzichte van het huidige aantal werkplekken. Voor het huidige aantal werkplekken gaan we uit van het overzicht dat de bibliotheek hiervan heeft. Voor de prijs per werkplek hebben we een in overleg met de bibliotheek een aanname gedaan van € 1.000 (het gaat om tafels, stoelen en eventueel kleine aanpassingen zoals systeemwanden of stopcontacten.). In onderstaande tabel zijn de incidentele kosten per vestiging hiervoor opgenomen. Vestiging Hoograven

Incidentele kosten - € 1.500

Kanaleneiland Overvecht

- € 6.300 - € 4.000

Leidsche Rijn Centrum Vleuterweide

- € 6.500 - € 4.500

Zuilen

- € 6.500

71

/ D Financiële resultaten per vestiging In deze bijlage is voor elk van de drie scenario’s opgenomen welke financiële resultaten er jaarlijks per vestiging verwacht kunnen worden. Voor elk scenario is er eerst een tabel opgenomen met de totale kosten en baten per jaar voor de periode t/m 2040. Deze tabel bevat de cijfers achter de grafieken in hoofdstuk 4. Hierna volgt een tabel met de structurele kosten en baten per vestiging. Deze zijn opgesplitst in huisvestingskosten, energiekosten en personeelskosten. De gegeven bedragen zijn de effecten in het eerste jaar waarin het structurele effect te verwachten valt, ten opzichte van de situatie waarin er voor geen enkel scenario zou worden gekozen (het huidige uitgangspunt). In de tabel direct onder deze tabel is weergegeven wat dit concreet betekent voor de jaren 2024 t/m 2027 (wederom ten opzichte van de situatie waarin er geen enkel scenario wordt gekozen). In beide tabellen is de indexatie meegenomen. Vervolgens kent elk scenario een tabel waarin alle incidentele kosten zijn samengevat per vestiging. In de laatste tabel zijn ten slotte ook de incidentele kosten voor de jaren 2024 t/m 2027 weergegeven.

In onderstaande tabellen geven negatieve bedragen een negatief resultaat voor de bibliotheek weer (een toename van kosten), terwijl positieve getallen een positief resultaat voor de bibliotheek reflecteren (een afname van kosten, en dus een besparing)

Scenario 1 In de onderstaande tabel zijn de baten en kosten van de bibliotheek voor dit scenario weergegeven. Het betreffen hier de cijfers achter de grafiek in hoofdstuk 4. Naast de kosten en baten is ook de extra besparing van 3 ton per jaar die de bibliotheek zelf kan realiseren opgenomen. Het uiteindelijke verwachte resultaat (laatste kolom) is inclusief deze verwachte besparing. In deze tabel (die exact aansluit bij de grafiek uit hoofdstuk 4) zijn een aantal incidentele posten over meerdere jaren verdeeld, omdat dit in de praktijk ook het geval zal zijn. Het resultaat in de laatste kolom geeft dus een bekostigingsbehoefte aan, en geen financieringsbehoefte. Naar deze laatste behoefte, waarvoor gekeken moet worden naar de incidentele kosten die in elk jaar gemaakt worden, wordt in de laatste twee tabellen van deze paragraaf gekeken.

2024

Baten € 19.133.545

Kosten - € 20.433.166

Extra besparing € 304.987

Resultaat - € 994.634

2025 2026

€ 19.273.738 € 19.694.738

- € 20.049.151 - € 20.452.187

€ 311.852 € 318.668

- € 463.562 - € 438.781

2027 2028

€ 20.186.788 € 20.691.139

- € 20.963.491 - € 21.487.579

€ 326.635 € 334.801

- € 450.069 - € 461.639

2029 2030

€ 21.208.099 € 21.737.983

- € 21.662.005 - € 21.983.435

€ 343.171 € 351.750

- € 110.736 € 106.298

2031 2032

€ 22.281.114 € 22.837.823

- € 22.533.021 - € 23.096.346

€ 360.544 € 369.557

€ 108.637 € 111.034

2033 2034

€ 23.408.451 € 23.993.343

- € 23.673.755 - € 24.265.599

€ 378.796 € 388.266

€ 113.492 € 116.010

2035 2036

€ 24.592.859 € 25.207.362

- € 24.872.239 - € 25.494.045

€ 397.973 € 407.922

€ 118.592 € 121.239

2037 2038

€ 25.837.227 € 26.482.839

- € 26.131.396 - € 26.784.681

€ 418.120 € 428.573

€ 123.951 € 126.732

2039 2040

€ 27.131.854 € 27.810.151

- € 27.454.298 - € 28.140.655

€ 439.287 € 450.270

€ 116.844 € 119.765

72

Zoals te zien is in deze tabel, is er t/m 2029 sprake van een negatief resultaat. In 2024 bedraagt dit nog bijna een miljoen, terwijl dit in 2029 nog maar iets meer dan een ton is. De som van de tekorten van de jaren 2024 t/m 2029 bedraagt in totaal € 2,9 miljoen euro. Dit is het incidentele tekort in dit scenario. Onderstand is het effect per vestiging weergegeven ten opzichte van de situatie waarin dit scenario niet zou worden gekozen. De weergegeven bedragen komen uit het eerste jaar nadat een bepaald effect in een vestiging plaats heeft gevonden. Vestiging

Huisvesting

Energie

Personeel

Totaal

Neude De Meern (2025)

€+ € 104.488

€+ € 6.644

€€-

€+ € 111.132

Hoograven (2029) Kanaleneiland

+ € 394.130 €-

+ € 42.685 €-

+ € 140.700 €-

+ € 577.514 €-

Lunetten (2024) Oog in Al (2025)

+ € 157.812 + € 142.350

+ € 15.740 + € 42.213

+ € 59.116 + € 131.486

+ € 232.668 + € 316.048

Overvecht Leidsche Rijn Centrum

€€-

€€-

€€-

€€-

Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp (2024)

+ € 67.413 + € 57.683

+ € 4.293 + € 7.012

+ € 97.535 + € 17.123

+ € 169.240 + € 81.817

Vleuterweide Waterwin (2025)

€+ € 53.274

€+ € 6.725

€+ € 58.672

€+ € 118.671

Zuilen (2025)

- € 30.712

+ € 2.032

€-

- € 28.680

In onderstaande tabel is het resultaat van dit scenario weergegeven voor de jaren 2024 t/m 2027. De weergegeven bedragen zijn ten opzichte van de situatie waarin er niet voor een scenario zou zijn gekozen. Deze bedragen betreffen alléén de structurele resultaten. Incidentele kosten worden in de laatste twee tabellen van deze sectie weergegeven.

De Meern (2025) Lunetten (2024) Oog in Al (2025) Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp (2024)

2024

2025

2026

2027

+ € 232.668

+ € 111.132 + € 237.805

+ € 113.699 + € 244.455

+ € 116.541 + € 250.567

+ € 169.240

+ € 316.048 + € 172.939

+ € 325.380 + € 179.054

+ € 333.515 + € 183.530

+ € 81.817

+ € 83.602

+ € 85.830

+ € 87.975

+ € 118.671 - € 28.680

+ € 122.584 - € 29.434

+ € 125.648 - € 30.170

+ € 1.011.517

+ € 1.041.568

+ € 1.067.607

Waterwin (2025) Zuilen (2025) Totaal resultaat

+ € 483.725

In onderstaande tabel zijn ten slotte de incidentele kosten per vestiging weergegeven. Dit zijn dezelfde bedragen die ook zijn terug te vinden in de vorige bijlage. Bij elke vestiging is aangegeven in welk jaar de incidentele kosten zijn meegenomen. Dit is niet vaak niet gelijk aan het eerste jaar waarin de structurele kosten veranderen (bijvoorbeeld doordat er eerst een investering gedaan moet worden, waarop pas een jaar later de structurele kosten veranderen).

73

Totaal

Baten

boekwaarde

Herinrichting

Eisen uittreding

Frictie

personeel

Dubbele lasten

Neude De Meern (2024) Hoograven (2028)

- € 8.343

Kanaleneiland Lunetten (2024) Oog in Al (2024) Overvecht Leidsche Rijn Centrum Tuinwijk (2024)

- € 28.452 - € 186.300

- € 30.689 - € 214.752

- € 13.724 - € 165.150

- € 178.874

- € 29.904 - € 104.550

- € 134.454

- € 22.644

Vleuten-Dorp (2024) Vleuterweide Waterwin (2024) Zuilen (2024)

- € 22.346

- € 3.975

+ € 306.451 + € 283.807 - € 26.550

- € 30.525

- € 13.344 - € 31.650 - € 146.802

- € 465.200

- € 44.994 + € 656.263 + € 44.261

Deze incidentele in dit scenario vallen allemaal in 2024, met uitzondering van de kosten voor Hoograven, welke in 2028 zullen vallen. In onderstaande tabel is weergegeven welke kosten in de periode van 2024 t/m 2027 vallen. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat herinrichtingskosten in de exploitatie in 15 jaar afgeschreven zullen worden, maar omdat ze in één jaar gefinancierd moeten worden, hebben we ze hier ook in meegenomen.

De Meern (2024)

2024 - € 30.689

Lunetten (2024) Oog in Al (2024)

- € 178.874 - € 134.454

Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp

+ € 283.807 - € 30.525

(2024) Waterwin (2024)

- € 44.994

Zuilen (2024)

+ € 44.261

Totaal resultaat

- € 91.468

2025

2026

2027

€-

€-

€-

De incidentele kosten voor de sluiting van Hoograven vallen pas in 2028 vanwege de duur van het contract en zitten hier dus niet in. Deze kosten zijn wel verwerkt in de eerste tabel van dit scenario.

Scenario 2 In de onderstaande tabel zijn de baten en kosten van de bibliotheek voor dit scenario weergegeven. Het betreffen hier de cijfers achter de grafiek in hoofdstuk 4. Naast de kosten en baten is ook de extra besparing van 3 ton per jaar die de bibliotheek zelf kan realiseren opgenomen. Het uiteindelijke verwachte resultaat (laatste kolom) is inclusief deze verwachte besparing. In deze tabel (die exact aansluit bij de grafiek uit hoofdstuk 4) zijn een aantal incidentele posten over meerdere jaren verdeeld, omdat dit in de praktijk ook het geval zal zijn. Het resultaat in de laatste kolom geeft dus een bekostigingsbehoefte aan, en geen financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte, waarvoor gekeken moet worden naar de incidentele kosten die in elk jaar gemaakt worden, wordt in de laatste twee tabellen van deze paragraaf weergegeven.

74

2024

Baten € 18.837.000

Kosten - € 21.304.675

Extra besparing € 304.987

Resultaat - € 2.162.689

2025 2026

€ 19.261.000 € 19.682.000

- € 21.513.045 - € 21.791.215

€ 311.852 € 318.668

- € 1.940.193 - € 1.790.547

2027 2028

€ 20.174.050 € 20.678.401

- € 22.332.160 - € 23.412.559

€ 326.635 € 334.801

- € 1.831.476 - € 2.399.357

2029 2030

€ 21.195.361 € 21.725.245

- € 23.555.959 - € 24.139.758

€ 343.171 € 351.750

- € 2.017.427 - € 2.062.763

2031 2032

€ 22.268.376 € 22.825.086

- € 24.738.152 - € 25.351.506

€ 360.544 € 369.557

- € 2.109.232 - € 2.156.863

2033 2034

€ 23.395.713 € 23.980.606

- € 25.980.194 - € 26.624.600

€ 378.796 € 388.266

- € 2.205.685 - € 2.255.728

2035 2036

€ 24.580.121 € 25.194.624

- € 27.285.115 - € 27.962.143

€ 397.973 € 407.922

- € 2.307.021 - € 2.359.597

2037 2038

€ 25.824.490 € 26.470.102

- € 28.656.097 - € 29.367.400

€ 418.120 € 428.573

- € 2.413.487 - € 2.468.725

2039 2040

€ 27.131.854 € 27.810.151

- € 29.989.185 - € 30.690.404

€ 439.287 € 450.270

- € 2.418.043 - € 2.429.984

Zoals te zien is in deze tabel, is er sprake van een blijvend negatief resultaat. Het gemiddelde tekort van de periode 2024 t/m 2040 (laatste kolom) is € 2,2 miljoen euro per jaar. Hierbij is het belangrijk om nogmaals te benadrukken dat in bovenstaande tabel de incidentele kostenposten voor een groot deel over meerdere jaren zijn afgeschreven, waardoor de financieringsbehoefte niet zichtbaar is. De financieringsbehoefte wordt in de laatste tabel van deze bijlage inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Onderstand is het effect per vestiging weergegeven t.o.v. de situatie waarin dit scenario niet zou worden gekozen. De weergegeven bedragen komen uit het eerste jaar nadat een bepaald effect in een vestiging plaats heeft gevonden. Voor Hoograven en Kanaleneiland zijn er twee specificaties die in andere jaren plaatsvinden, daarom hebben deze vestigingen twee regels in onderstaande tabel. Vestiging Neude

Huisvesting €-

Energie €-

Personeel €-

Totaal €-

De Meern Hoograven (2024)

€€-

€- € 51.590

€€-

€- € 51.590

Hoograven (2029) Kanaleneiland (2024)

- € 50.405 €-

€- € 19.354

€€-

- € 50.405 - € 19.354

Kanaleneiland (2026) Lunetten

- € 421 €-

€€-

€€-

- € 421 €-

Oog in Al (2025) Overvecht (2024)

- € 30.090 €-

€- € 36.540

€€-

- € 30.090 - € 36.540

Leidsche Rijn Centrum (2024)

€-

- € 37.551

€-

- € 37.551

Tuinwijk (2025) Vleuten-Dorp

- € 13.765 €-

€€-

€€-

- € 13.765 €-

Vleuterweide (2024) Waterwin (2025)

€+ € 53.274

- € 57.285 + € 6.725

€+ € 58.672

- € 57.285 + € 118.671

Zuilen (2024)

€-

- € 18.978

€-

- € 18.978

75

In onderstaande tabel is het resultaat van dit scenario weergegeven voor de jaren 2024 t/m 2027. De weergegeven bedragen zijn ten opzichte van de situatie waarin er niet voor een scenario zou zijn gekozen. Deze bedragen betreffen alléén de structurele resultaten. Incidentele kosten worden in de laatste twee tabellen van deze sectie weergegeven. 2024 - € 51.590

2025 - € 51.590

2026 - € 51.590

2027 - € 52.880

Kanaleneiland (2024) Oog in Al (2025)

- € 19.354

- € 19.564 - € 30.090

- € 19.775 - € 30.830

- € 20.269 - € 31.600

Overvecht (2024) Leidsche Rijn

- € 36.540 - € 37.551

- € 36.540 - € 37.551

- € 36.540 - € 37.551

- € 37.454 - € 38.489

- € 13.765

- € 14.103

- € 14.456

Hoograven (2024)

Centrum (2024) Tuinwijk (2025) Vleuterweide (2024) Waterwin (2025)

- € 57.285

- € 57.285 + € 118.671

- € 57.285 + € 122.584

- € 58.717 + € 125.648

Zuilen (2024)

- € 18.978

- € 18.978

- € 18.978

- € 19.453

Totaal resultaat

- € 221.297

- € 146.692

- € 144.067

- € 147.669

In onderstaande tabel zijn ten slotte de incidentele kosten per vestiging weergegeven. Dit zijn dezelfde bedragen die ook zijn terug te vinden in de vorige bijlage. Dit is niet vaak niet gelijk aan het eerste jaar waarin de structurele kosten veranderen (bijvoorbeeld doordat er eerst een investering gedaan moet worden, waarop pas een jaar later de structurele kosten veranderen). Totaal

Baten boekwaarde

Herinrichting

Eisen uittreding

Frictie

personeel

Dubbele lasten

Neude De Meern (2024) Hoograven (2028)

- € 143.400 - € 596.103

- € 143.400 - € 1.311.941

- € 163.800

- € 555.509 - € 330.300

- € 1.025.618 - € 330.300

- € 104.550

- € 409.100 - € 75.339

- € 724.137 - € 75.339

- € 80.132

- € 80.132

- € 529.538

- € 186.300

Kanaleneiland (2025) Lunetten (2024)

- € 306.309

Oog in Al (2024) Overvecht (2024)

- € 210.487

Leidsche Rijn Centrum (2024) Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp (2024) Vleuterweide (2024) Waterwin (2024) Zuilen (2024)

- € 80.845

€0

- € 344.000 + € 306.451 - € 118.394 - € 53.100 - € 53.100 - € 126.524

- € 126.524 - € 44.994

- € 352.839

- € 352.839

- € 13.344 - € 31.650

Deze incidentele bedragen kosten zullen in verschillende jaren gemaakt worden. In onderstaande tabel is weergegeven welke kosten hiervan in de periode van 2024 t/m 2027 zullen vallen. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat herinrichtingskosten in de exploitatie in 15 jaar afgeschreven zullen worden, maar omdat ze in één jaar gefinancierd moeten worden, hebben we ze hier ook in meegenomen.

76

2024 De Meern (2024) Kanaleneiland (2025)

- € 143.400

Lunetten (2024) Oog in Al (2024)

- € 330.300 - € 724.137

Overvecht (2024) Leidsche Rijn

- € 75.339 - € 80.132

Centrum (2024) Tuinwijk (2024)

- € 118.394

Vleuten-Dorp (2024) Vleuterweide (2024)

- € 53.100 - € 126.524

Waterwin (2024) Zuilen (2024)

- € 44.994 - € 352.839

Totaal resultaat

- € 2.049.159

2025

2026

2027

€-

€-

- € 1.025.618

- € 1.025.618

De incidentele kosten uit bovenstaande tabel betreffen alleen de periode t/m 2027. Voor de vestiging Hoograven zijn er ook incidentele kosten in 2028, deze kosten bedragen € 1,3 miljoen.

Scenario 3 In de onderstaande tabel zijn de baten en kosten van de bibliotheek voor dit scenario weergegeven. Het betreffen hier de cijfers achter de grafiek in hoofdstuk 4. Naast de kosten en baten is ook de extra besparing van 3 ton per jaar die de bibliotheek zelf kan realiseren opgenomen. Het uiteindelijke verwachte resultaat (laatste kolom) is inclusief deze verwachte besparing. In deze tabel (die exact aansluit bij de grafiek uit hoofdstuk 4) zijn een aantal incidentele posten over meerdere jaren verdeeld, omdat dit in de praktijk ook het geval zal zijn. Het resultaat in de laatste kolom geeft dus een bekostigingsbehoefte aan, en geen financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte, waarvoor gekeken moet worden naar de incidentele kosten die in elk jaar gemaakt worden, wordt in de laatste twee tabellen van deze paragraaf weergegeven.

2024

Baten € 19.120.807

Kosten - € 20.849.236

Extra besparing € 304.987

Resultaat - € 1.423.442

2025 2026

€ 19.261.000 € 19.682.000

- € 20.350.861 - € 20.897.464

€ 311.852 € 318.668

- € 778.009 - € 896.796

2027 2028

€ 20.174.050 € 20.678.401

- € 21.418.469 - € 22.564.960

€ 326.635 € 334.801

- € 917.784 - € 1.551.758

2029 2030

€ 21.195.361 € 21.725.245

- € 22.499.879 - € 23.060.945

€ 343.171 € 351.750

- € 961.348 - € 983.949

2031 2032

€ 22.268.376 € 22.825.086

- € 23.636.036 - € 24.225.505

€ 360.544 € 369.557

- € 1.007.116 - € 1.030.862

2033 2034

€ 23.395.713 € 23.980.606

- € 24.829.711 - € 25.449.022

€ 378.796 € 388.266

- € 1.055.202 - € 1.080.150

2035 2036

€ 24.580.121 € 25.194.624

- € 26.083.816 - € 26.734.479

€ 397.973 € 407.922

- € 1.105.722 - € 1.131.933

2037 2038

€ 25.824.490 € 26.470.102

- € 27.401.410 - € 28.085.013

€ 418.120 € 428.573

- € 1.158.800 - € 1.186.338

2039 2040

€ 27.131.854 € 27.810.151

- € 28.728.433 - € 29.446.644

€ 439.287 € 450.270

- € 1.157.291 - € 1.186.224

77

Zoals te zien is in deze tabel, is er sprake van een blijvend negatief resultaat. Het gemiddelde tekort van de periode 2024 t/m 2040 (laatste kolom) is € 1,1 miljoen euro per jaar. Hierbij is het belangrijk om nogmaals te benadrukken dat in de resultaten in bovenstaande tabel de incidentele kostenposten voor een groot deel over meerdere jaren zijn afgeschreven, waardoor de financieringsbehoefte niet zichtbaar is. Deze financieringsbehoefte wordt in de laatste tabel van deze bijlage inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Onderstand is het effect per vestiging weergegeven ten opzichte van de situatie waarin dit scenario niet zou worden gekozen. De weergegeven bedragen komen uit het eerste jaar nadat een bepaald effect in een vestiging plaats heeft gevonden. Vestiging Neude

Huisvesting €-

Energie €-

Personeel €-

Totaal €-

De Meern (2025) Hoograven (2029)

+ € 104.488 €-

+ € 6.644 €-

€€-

+ € 111.132 €-

Kanaleneiland (2024) Lunetten (2025)

€+ € 157.679

- € 19.354 + € 15.347

€€-

- € 19.354 + € 173.027

Oog in Al (2025) Overvecht (2024)

+ € 129.769 €-

+ € 38.482 - € 36.540

€€-

+ € 168.251 - € 36.540

Leidsche Rijn Centrum (2024)

€-

- € 37.551

€-

- € 37.551

Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp (2025)

+ € 67.413 + € 52.131

+ € 4.293 + € 6.184

+ € 97.535 €-

+ € 169.240 + € 58.315

Vleuterweide (2024) Waterwin (2025)

€+ € 53.274

- € 57.285 + € 6.725

€+ € 58.672

- € 57.285 + € 118.671

Zuilen (2024)

€-

- € 18.978

€-

- € 18.978

In onderstaande tabel is het resultaat van dit scenario weergegeven voor de jaren 2024 t/m 2027. De weergegeven bedragen zijn ten opzichte van de situatie waarin er niet voor een scenario zou zijn gekozen. Deze bedragen betreffen alléén de structurele resultaten. Incidentele kosten worden in de laatste twee tabellen van deze sectie weergegeven. 2024

2025 + € 111.132

2026 + € 113.699

2027 + € 116.541

- € 19.354

- € 19.354

- € 19.354

- € 19.838

+ € 173.027 + € 168.251

+ € 176.900 + € 171.439

+ € 181.323 + € 175.725

De Meern (2025) Kanaleneiland (2024) Lunetten (2025) Oog in Al (2025) Overvecht (2024) Leidsche Rijn

- € 36.540 - € 37.551

- € 36.540 - € 37.551

- € 36.540 - € 37.551

- € 37.454 - € 38.489

Centrum (2024) Tuinwijk (2024)

+ € 169.240

+ € 172.939

+ € 179.054

+ € 183.530

+ € 58.315

+ € 59.595

+ € 61.085

- € 57.285

- € 57.285

- € 57.285

- € 58.717

Waterwin (2025) Zuilen (2024)

- € 18.978

+ € 118.671 - € 18.978

+ € 122.584 - € 18.978

+ € 125.648 - € 19.453

Totaal resultaat

- € 468

+ € 632.626

+ € 653.563

+ € 669.902

Vleuten-Dorp (2025) Vleuterweide (2024)

78

In onderstaande tabel zijn ten slotte de incidentele kosten per vestiging weergegeven. Dit zijn dezelfde bedragen die ook zijn terug te vinden in de vorige bijlage. Dit is niet vaak niet gelijk aan het eerste jaar waarin de structurele kosten veranderen (bijvoorbeeld doordat er eerst een investering gedaan moet worden, waarop pas een jaar later de structurele kosten veranderen).

- € 4.335 - € 16.007

(2024) Tuinwijk (2024) Vleuten-Dorp (2024) Vleuterweide (2024)

- € 22.346

- € 30.689

- € 355.509

- € 612.461 - € 355.509

- € 22.003 - € 21.076

- € 26.338 - € 37.083

- € 75.339 - € 80.132

- € 75.339 - € 80.132

- € 186.300

Overvecht (2024) Leidsche Rijn Centrum - € 22.644

+ € 306.451 + € 283.807

- € 7.639

Waterwin (2024) Zuilen (2024)

Totaal

Lunetten (2024) Oog in Al (2024)

Baten

- € 426.161

boekwaarde

- € 8.343

Hoograven (2028) Kanaleneiland (2024)

Herinrichting

Eisen uittreding

Frictie

personeel

Dubbele lasten

Neude De Meern (2024)

- € 22.003 - € 126.524

- € 29.642 - € 126.524

- € 359.339

- € 44.994 - € 359.339

- € 13.344 - € 31.650

Deze incidentele in dit scenario vallen allemaal in 2024, met uitzondering van de kosten voor Hoograven. In onderstaande tabel is weergegeven welke kosten hiervan in de periode van 2024 t/m 2027 zullen vallen. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat herinrichtingskosten in de exploitatie in 15 jaar afgeschreven zullen worden, maar omdat ze in één jaar gefinancierd moeten worden, hebben we ze hier ook in meegenomen.

De Meern (2024)

2024 - € 30.689

Kanaleneiland (2024)

- € 355.509

Lunetten (2024) Oog in Al (2024)

- € 26.338 - € 37.083

Overvecht (2024) Leidsche Rijn

- € 75.339 - € 80.132

Centrum (2024) Tuinwijk (2024)

+ € 283.807

Vleuten-Dorp (2024)

- € 29.642

Vleuterweide (2024)

- € 126.524

Waterwin (2024) Zuilen (2024)

- € 44.994 - € 359.339

Totaal resultaat

- € 881.782

2025

2026

2027

€-

€-

€-

79

De incidentele kosten uit bovenstaande tabel betreffen alleen de periode t/m 2027. Voor de vestiging Hoograven zijn er ook incidentele kosten in 2028, deze zijn terug te vinden in de eerdere tabel en bedragen iets meer dan 6 ton.

Samengevat effect scenario’s In onderstaande tabel is het effect van de verschillende scenario’s samengevat voor de jaren 2024 t/m 2027. In de eerste vier regels wordt het tekort van de bibliotheek gepresenteerd dat verwacht wordt op basis van de meerjarenbegroting (waarbij het jaar 2027 is geïndexeerd t.o.v. 2026). De meerjarenbegroting is terug te vinden in bijlage E. In dit tekort is zowel de bezuiniging die de bibliotheek kan realiseren op posten die niet aan vestigingen zijn gebonden, als de compensatie voor gemeentelijk huren opgenomen. Het tekort dat hieruit volgt is het uitgangspunt in de situatie waarin er geen enkel scenario zou worden gekozen. Vervolgens wordt per scenario aangegeven welk structureel en incidenteel effect dit scenario heeft op het tekort. Deze effecten komen rechtstreeks uit de tabellen in de drie voorgaande paragrafen (per scenario de derde en vijfde tabel). Hierbij geven positieve getallen een positief effect weer (een verminderd tekort) en negatieve getallen een negatief effect. Ten slotte is per scenario ook aangegeven wat het resulterende tekort per jaar is. Dit tekort zal afwijken van het gepresenteerde resultaat in de eerste tabel in elk van de drie voorgaande paragrafen.

De reden hiervoor is dat in deze eerdere tabellen de meeste incidentele kosten over meerdere jaren zijn afgeschreven, terwijl in onderstaande tabel deze incidentele kosten juist expliciet zijn gemaakt in het jaar waarin ze zich zullen voordoen. Op basis van onderstaande tabel kan dus ook vooral de financieringsbehoefte expliciet worden gemaakt.

Resultaat meerjarenbegroting

2024 - 1.790

2025 - 1.707

2026 - 1.894

2027 - 1.941

Bezuinigingen bibliotheek Compensatie gemeentelijk huren

+ 305 + 54

+ 312 + 55

+ 319 + 56

+ 327 + 57

Uitgangspunt tekort

- 1.431

- 1.340

- 1.519

- 1.557

Structureel effect scenario 1 Incidenteel effect scenario 1

+ 484 - 91

+ 1.012 0

+ 1.042 0

+ 1.068 0

Totaal effect scenario 1

393

1.012

1.042

1.068

Tekort scenario 1

-1.038

-328

-477

-489

Structureel effect scenario 2 Incidenteel effect scenario 2

- 222 - 2.049

- 147 - 1.026

- 144 0

- 148 0

Totaal effect scenario 2

-2.271

-1.173

-144

-148

Tekort scenario 2

-3.702

-2.513

-1.663

-1.705

Structureel effect scenario 3

0

+ 633

+654

+670

Incidenteel effect scenario 3 Totaal effect scenario 3

- 882 - 882

0 + 633

0 +654

0 +670

Tekort scenario 3

-2.313

-707

-865

-887

Zoals in deze tabel te zien is, bedraagt het tekort voor scenario 2 in 2024 ongeveer € 3,7 miljoen en in 2025 ongeveer € 2,5 miljoen. Het structurele tekort in dit scenario (het gemiddelde jaarlijkse tekort) bedraagt € 2,2 miljoen (zie ook hoofdstuk 4). In 2024 en 2025 is het tekort echter groter dan dit gemiddelde, waardoor er een financieringsbehoefte bestaat. Deze financieringsbehoefte is zo groot als het verschil tussen het gepresenteerde tekort in deze jaren ten opzichte van het structurele tekort van € 2,2 miljoen. Voor 2024 gaat het dus om € 1,5 miljoen (€ 3,7 miljoen minus € 2,2 miljoen) en voor

80

2025 om € 0,3 miljoen (€ 2,5 miljoen minus € 2,2 miljoen). Voor de jaren 2026 en 2027 ligt het totale tekort uit de tabel lager dan het structurele tekort van € 2,2 miljoen, dus voor deze jaren is er geen financieringsbehoefte. De totale financieringsbehoefte voor deze vier jaar bedraagt dus € 1,8 miljoen. Voor de vestiging Hoograven vindt er na deze periode ook nog een verandering plaats. Deze heeft een structureel effect op de kosten, en gaat ook gepaard met incidentele kosten. Dit leidt ertoe dat er in 2028 naar verwachting een tekort zal zijn van € 4,4 miljoen. Doordat dit hoger ligt dan het gemiddelde tekort van € 2,2 miljoen, zal er ook in 2028 sprake zijn van een financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte bedraagt € 2,2 miljoen (€ 4,4 miljoen minus € 2,2 miljoen). Voor scenario 3 bedraagt het structurele tekort (het gemiddelde jaarlijkse tekort) € 1,1 miljoen (zie ook hoofdstuk 4). In 2024 is het tekort echter groter dan dit gemiddelde, waardoor er een financieringsbehoefte bestaat van € 1,2 miljoen (€ 2,3 miljoen minus € 1,1 miljoen). Voor de jaren 2025 t/m 2027 ligt het totale tekort uit de tabel lager dan het structurele tekort van € 1,1 miljoen, dus voor deze jaren is er geen financieringsbehoefte. De totale financieringsbehoefte voor deze vier jaar bedraagt dus € 1,2 miljoen.

Voor de vestiging Hoograven vindt er na deze periode ook nog een verandering plaats. Deze heeft een structureel effect op de kosten, en gaat ook gepaard met incidentele kosten. Dit leidt ertoe dat er in 2028 naar verwachting een tekort zal zijn van € 1,5 miljoen. Doordat dit hoger ligt dan het gemiddelde tekort van € 1,1 miljoen, zal er ook in 2028 sprake zijn van een financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte bedraagt € 0,4 miljoen (€ 1,5 miljoen minus € 1,1 miljoen).

81

/ E Meerjarenbegroting bibliotheek De kosten die per vestiging worden gemaakt, zijn slechts een deel van de totale kosten van de bibliotheek. Dit is belangrijk om inzichtelijk te hebben, aangezien de drie scenario’s alléén invloed hebben op de kosten per vestiging (huisvestingskosten, energiekosten, personeelskosten en afschrijvingen). Om hier een beeld van te geven, is onderstaand de meerjarenbegroting van de bibliotheek weergegeven in hoofdposten.

i

Post Baten

2023

2024

2025

2026

Subsidies Gebruikersinkomsten

€ 15.602.000 € 1.658.000

€ 15.900.000 € 1.669.000

€ 16.225.000 € 1.714.000

€ 16.586.000 € 1.722.000

Dienstverlening IDO

€ 975.000 € 295.000

€ 974.000 € 295.000

€ 1.026.500 € 295.000

€ 1.079.000 € 295.000

Totale baten

€ 18.525.000

€ 18.833.000

€ 19.256.500

€ 19.679.000

Lasten Personeelskosten

€ 10.185.000

€ 10.365.000

€ 10.492.000

€ 10.870.000

Afschrijvingen Algemene kosten

€ 584.000 € 350.000

€ 602.000 € 358.000

€ 637.000 € 366.000

€ 685.000 € 374.000

Promotie en marketing Huisvesting & facilitair

€ 278.000 € 5.671.000

€ 285.000 € 5.991.000

€ 292.000 € 6.120.000

€ 300.000 € 6.252.000

Collectie en media Automatiseringskosten

€ 1.307.000 € 902.000

€ 1.307.000 € 934.000

€ 1.307.000 € 967.000

€ 1.307.000 € 1.001.000

Programmering Innovatie/ontwikkeling

€ 476.000 € 200.000

€ 488.000 € 200.000

€ 500.000 € 200.000

€ 512.000 € 200.000

Totale lasten

€ 19.953.000

€ 20.530.000

€ 20.881.000

€ 21.501.000

Resultaat bedrijfsvoering Financiële lasten

- € 1.427.000 - € 103.000

- € 1.696.000 - € 94.000

- € 1.623.000 - € 84.000

- € 1.820.000 - € 74.000

Reservering budget gemeente Utrecht

€ 1.000.000

€0

€0

€0

Netto resultaat

- € 530.000

- € 1.790.000

- € 1.707.000

- € 1.894.000

AEF, 2022, Herijking huisvesting Bibliotheek Utrecht: Bezuinigen of ontwikkelen?

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0b16bd64-d39f-4d02-ab45-641fa7b169d0