CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Flora en Fauna Rappport Quick Scan

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling SPvE herontwikkeling Tuincentrum Steck / Gageldijk 320.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

die aanwezig zijn, dienen geheel onbeschenen te blijven (zie Figuur 3). Onderzoek naar mogelijke

broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd.

verblijfplaatsen welke worden aangetast of verwijderd is altijd nodig, zie par. 4.2.

Maatregel 1: verricht de activiteiten buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van

Omgeving: verricht geen activiteiten tussen zonsondergang en zonsopkomst én zorg dat er 's nachts

het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige

geen bouwplaatsverlichting aanwezig is. Vleermuizen zijn van zonsondergang tot zonsopkomst actief

biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m half augustus. Indien het niet

en kunnen door het gebruik van verlichting verstoord worden, waardoor zij hun verblijfplaats of

mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.

foerageergebied niet kunnen bereiken. Een alternatief voor het gebruik van tijdelijke verlichting tijdens de

Maatregel 2: laat voorafgaand aan de activiteiten een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.

activiteiten, is werken in de winterrustperiode. Dit is de periode dat de buitentemperatuur beneden de 10 °C is, globaal van begin november tot begin april.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

21

5.2 Algemene en specifieke zorgplichtmaatregelen

•

Zorg dat er voldoende dekking aanwezig blijft van bosschages voor bijvoorbeeld de egel en diverse muizensoorten. Plant nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.

In de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle Natura 2000-activtiteiten en floraen-fauna-activiteiten.

Amfibieën 5.2.1 Algemene zorgplicht

In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen

Hieronder volgt de strategie om met de algemene zorgplicht om te gaan, zie kader.

zijn nodig om nadelige effecten te voorkomen op deze soorten:

Strategie algemene zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd:

• •

paragraaf 3.3 zijn de soorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.

Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan kan worden

de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In

buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een ecoloog

1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor

Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek

Algemene waterfauna In het plangebied kunnen algemene zorgplichtsoorten voorkomen, zoals genoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om schade aan individuen of populaties te voorkomen:

•

Bij het droogleggen van sloten dient ervoor gezorgd te worden dat geen vissen, amfibieën en

Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen

andere waterfauna achterblijven. Dit kan door deze soorten weg te vangen en in een naburige

minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen:

watergang uit te zetten. Dit dient altijd te gebeuren altijd onder begeleiding van een ecoloog.

•

Werkzaamheden in de watergangen dienen zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden in de

Algemene maatregelen zorgplichtsoorten

maanden september-oktober. Dit is na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van

In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen

vissen en amfibieën. Bovendien hebben in deze periode vrijwel alle water- en oeverplanten

zijn nodig om nadelige effecten te voorkomen op deze soorten:

zaad gezet. Voor vissen geldt: werk van een dood einde van een watergang naar een verbinding.

•

Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit

Werkzaamheden in watergangen tijdens de periode november- maart kunnen enkel plaatsvinden

geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om

als zowel de water- als de luchttemperatuur boven de 10 graden is. Bij koudere temperaturen

verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een

enkel na beoordeling van een ecoloog, vanwege de winterrust.

rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren

• •

kunnen vluchten.

Invasieve exoten

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet

In het plangebied groeit de reuzenberenklauw. Dit is een invasieve exoot. De provincie is verantwoordelijk

tussen zonsondergang en zonsopkomst.

voor de bestrijding. Omdat er serieuze biodiversiteitsrisico's teweeg kunnen brengen, wordt

Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de

geadviseerd om deze soort(en) zelf actief te bestrijden. Dit vereist per soort echter wel een specifieke

projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals

bestrijdingsaanpak. Op deze website zijn tips te vinden.

bosschages en ruigtes.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

22

Korstmossen

5.2.2 Specifieke zorgplicht Er zijn aanwijzingen van de aanwezigheid van een aantal soorten in het plangebied die kwetsbaar of bedreigd zijn. De soorten zijn beschreven in paragaaf 3.4. Bij dit project is de specifieke zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 11.27 van het Bal, van toepassing. De specifieke zorgplicht komt in de plaats van de algemene zorgplicht die in de Omgevingswet staat. Hieronder staan de maatregelen benoemt die benodigd en passend zijn om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor flora en fauna. De maatregelen zijn waar mogelijk geclusterd per soortgroep.

In het plangebied komen mogelijk korstmossen voor van de Rode Lijst. Het gaat hierbij om het lindeschildmos. Deze soort groeit vooral op levend hout, met name lindebomen. Met het kappen van de boom gaat de korstmos (vrijwel zeker) dood. Een inventarisatie is benodigd om in kaart te brengen welke korstmossen van de Rode Lijst aanwezig zijn in het plangebied voorafgaande aan de start van de werkzaamheden. Mossen In het plangebied komen mogelijk mossen voor van de Rode Lijst. Het gaat hierbij om het glanzend

Algemeen Voorafgaande aan de werkzaamheden dient de beoordeling van de Rode Lijsten geactualiseerd te worden. Redenen hiervoor is dat de planning van de werkzaamheden nog niet bekend is maar de verwachting is dat deze na enkele jaren van start zullen gaan. In de tussengelegen periode vinden werkzaamheden plaats binnen het plangebied waarbij mogelijk groenstructuren worden aangepast. Het definitieve ontwerp is nog niet bekend en tevens zijn de Rode Lijsten aan veranderingen onderhevig. Aanbevolen wordt om de Rode Lijsten te actualiseren zodra het definitieve ontwerp bekend is en de werkzaamheden zijn gepland.

maanmos. De soorten kunnen worden aangetroffen op dood hout en op de grond. Het verwijderen van vegetatie en grondwerkzaamheden kunnen leiden tot vernietiging van groeiplaatsen. Een inventarisatie is benodigd om in kaart te brengen of groeiplaatsen aanwezig zijn in het plangebied voorafgaande aan de start van de werkzaamheden. Vaatplanten In het plangebied komen mogelijk vaatplanten voor van de Rode Lijst. Het verwijderen van vegetatie en grondwerkzaamheden kunnen leiden tot vernietiging van groeiplaatsen en individuen. Een inventarisatie is benodigd om in kaart te brengen of groeiplaatsen van Rode Lijst-soorten aanwezig zijn in het plange-

Dagvlinders In het plangebied komen mogelijk dagvlinders voor van de Rode Lijst. Het gaat hierbij om het bruin

bied voorafgaande aan de start van de werkzaamheden.

blauwtje. Deze soort komt voor in verscheidene typen kruidenrijk- en schraal grasland. Verwijdering van dergelijke vegetatie heeft een negatief effect op de staat van instandhouding van de soort. Een inventari-

Weekdieren

satie is benodigd om in kaart te brengen waar dagvlinders van de Rode Lijst voorkomen in het plange-

In het plangebied komen mogelijk weekdieren voor van de Rode Lijst. Een voorbeeld daarvan is de lichte

bied voorafgaande aan de start van de werkzaamheden.

aardslak. Deze soort wordt sterk geassocieerd met gebieden onder menselijke invloed. Een inventarisatie is benodigd om in kaart te brengen waar weekdieren van de Rode Lijst aanwezig zijn in het plangebied

Bijen

voorafgaande aan de start van de werkzaamheden.

In het plangebied komen mogelijk bijen voor van de Rode Lijst. Het gaat hierbij om de blauwe metselbij, blauwzwarte houtbij en de tuinbladsnijder. Deze soorten komen geregeld voor in stedelijke omgeving

Overige soortgroepen

en in tuinen. Verwijdering van geschikt leefgebied van deze soorten heeft een negatief effect op de staat

•

Gezien geen libellen, haften, kokerjuffers, platwormen, sprinkhanen, krekels en steenvliegen worden

van instandhouding. Een inventarisatie is benodigd om in kaart te brengen waar bijen van de Rode Lijst

verwacht welke staan op de Rode Lijsten worden verdere maatregelen vooralsnog niet noodzakelijk

voorkomen in het plangebied voorafgaande aan de start van de werkzaamheden.

geacht. Wel wordt geadviseerd om voorafgaande aan de werkzaamheden de beoordeling van de Rode Lijsten te actualiseren. •

Voor vissen zie de maatregelen als opgenomen in Paragraaf 5.2.1.

•

Voor vogels zie de maatregelen als opgenomen in Paragraaf 5.1.1 en 5.1.2.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

23

5.3 Aanbevelingen ter bevordering van de biodiversiteit Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen qua flora en fauna uit de Omgevingswet te voldoen. In

Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling

•

Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,

het rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk

vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen

beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast

soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve

zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook

exoten, zoals Japanse duizendknoop, watercrassula en grote waternavel.

daar aandacht aan te geven.

•

Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand

5.3.1 Ecologische kansen

is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de

Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:

eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst. Het grasland kan

Nieuwbouw

• •

•

•

het beste ten westen van de bosschages worden aangelegd om bladafval te minimaliseren. Het

Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie.

•

doel is om zowel kruidenrijkdom te realiseren alsmede afwisseling in vegetatiestructuur. Ten zuiden en oosten van de vijver rondom het woonhuis is een bosschage aanwezig waarin ook

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren

naaldbomen en een onderbegroeiing van klimop aanwezig is. De naaldbomen kunnen fungeren

om in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele)

als roestplaats van ransuilen en het klimop levert ook een positieve bijdrage aan de biodiversiteit.

spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals

Ouder klimop (na circa 7 jaar) begint te bloeien. Gezien de plant bloeit in het najaar kan het op

aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer

dat moment een positieve bijdrage leveren voor insecten in het plangebied. Ook de bomen met

informatie beschikbaar ter inspiratie.

holten en loszittend schors welke geschikt zijn voor vleermuizen bevinden zich in deze bosschage.

Denk aan de huismus door het aanbieden van nestvoorzieningen. Het is belangrijk om een

•

Aanvullend wordt aanbevolen zoveel mogelijk bosschages te behouden. Hierin staan een

goedwerkend model te plaatsen, mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de

verscheidenheid aan inheemse soorten welke bijdraagt aan de biodiversiteit in het plangebied.

praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt. Indien er een vogelschroot wordt geplaatst, doe dit dan

Insecten gedijen beter op inheemse boomsoorten en de bosschages zijn geschikt leefgebied voor

ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Denk ook altijd aan de

vogels en kleine zoogdieren. Bij verwijdering van bosschages is de uitvoer van nader ecologisch

leefomgeving, zoals een zandbad, drinkplaats, voedsel en beschutting.

onderzoek naar de boommarter, das en eekhoorn in elk geval nodig.

Op het gebouw kan een groendak aangelegd worden. Met een groendak krijgt een plat dak

•

Aanbevolen wordt om de zomereiken, zoete kersen en lindebomen in het plangebied te behouden.

een unieke en duurzame uitstraling. Daarnaast wordt het dak multifunctioneel, waardoor er

Met name zomereiken dragen positief bij aan de biodiversiteit. Indien dergelijke bomen moeten

ecologische, economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In deze flyer wordt kort uitgelegd

wijken in het kader van de voorgenomen ontwikkeling kan ook gekozen voor de verplaatsing van de

wat een groendak is en worden diverse ecologische en economische voordelen benoemd. Er is

bomen.

ook een handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een groendak is, de

•

voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd. [Enkel gebruik in de stad]

Aanbevolen om een stuk bos te creëren wat wordt "losgelaten". Denk hierbij aan een stuk bos waar bomen de kans krijgen groot te groeien, dood te gaan en dan als dood hout achterblijven in het gebied. Door de aanplant van een mantel-zoom vegetatie van doornige vegetatie wordt betreding

•

tegengegaan en biedt het bos een toevluchtsoord voor verscheidende soorten. Ten noorden van het woonhuis staat een stenen muurtje waarop vegetatie groeit. Dergelijke groeiplaatsen zijn zeldzaam en derhalve waardevol te behouden.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

24

•

Natuurvriendelijke oevers

•

Indien men vegetatie wilt behouden tussen het plangebied en de volkstuintjes kan gekozen

Aanbevolen wordt om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Het realiseren van een

worden voor de aanplant van knotwilgen of een struweelhaag bestaande uit een combinatie van

natuurvriendelijke oever is een goede manier om op een relatief klein oppervlak biotoop te

meidoorn, sleedoorn en liguster.

creëren voor een diversiteit aan soorten Bij voorkeur is de helling van de oever minimaal 1:3, maar hoe breder en flauwer de oever is, hoe beter dit is voor de biodiversiteit. Idealiter ontstaat er een strook van minimaal een meter breed, waar de waterstand het grootste deel van het jaar gelijk

•

Erf in het buitengebied

•

Plant nieuwe knotwilgen langs de sloot waar nu bijvoorbeeld bamboe groeit. Knotwilgen zijn

staat aan het maaiveld. Een dergelijke plas-dras strook is uitermate geschikt voor verschillende

waardevol voor bijvoorbeeld insecten en vogels. Knotwilgen kunnen eenvoudig geplant worden

soorten fauna, als amfibieën, kleine zoogdieren en vogels.

door een jonge tak van een bestaande wilg in de grond te graven. Stichting Landschapsbeheer

Een rietvegetatie hierbij heeft ook een meerwaarde voor de biodiversiteit. In ecologisch opzicht

Gelderland biedt meer informatie over de aanplant en het onderhoud van knotwilgen.

is riet onder andere van belang voor vogels en insecten. De holle rietstengels worden gebruikt als overwinteringsplekken, terwijl veel vogels het riet als dekking gebruiken om er te rusten of nestelen.

Bijenheuvel

•

Om meerwaarde te bieden voor bijensoorten die hulp kunnen gebruiken kan gekozen worden voor het aanleggen van grondwallen (oftwel: bijenheuvel) in het bloemrijke grasland. Realiseer

Bestrijden uitheemse exoten en vervanging voor inheemse soorten

•

een grondwal van zandige of lemige grond. Belangrijk is dat de grondwallen op een zonnige plek

In het plangebied komen uitheemse soorten voor welke een negatief effect hebben op de

komen te liggen. En daarnaast is het belangrijk dat de grond kaal is voor aanvang van het nieuwe

biodiversiteit. Het gaat hierbij om mais, bamboe, reuzenberenklauw en de rode Amerikaanse

vliegseizoen. Het plaatsen van een insectenhotel heeft slechts een geringe positieve invloed op de

rivierkreeft. De bamboe zorgt ervoor dat ter plaatse geen andere vegetatie kan groeien door

biodiversiteitswaarde. Een bijenhotel kan niets voor ondergronds nestelende soorten (82% van

o.a. een gebrek aan licht en lokale insecten hebben geen profijt van de plant. Ter plaatse van de

de bijensoorten) betekenen. Wel kan een bijenhotel worden geplaatst te behoeve van educatie.

maisvelden is ook sprake van een beperkte biodiversiteit, deels door het beheer wat ter plaatse wordt uitgevoerd. bovenstaande geldt ook voor de reuzenberenklauw en deze heeft als bijkomend nadeel dat mensen en dieren lelijke brandwonden kunnen overhouden na contact met de plant.

Verwerken houtafval

•

Het houtafval van gekapte bomen en struiken uit het plangebied kan worden omgezet in

De uitheemse rivierkreeft heeft een tevens een negatief effect op de biodiversiteit door het

takkenrillen. Een takkenril creëert een natuurlijke scheiding, welke door verschillende soorten in

beschadigen van waterplanten en het opeten van inheemse soorten. Dit kan uiteindelijk ook leiden

gebruik kan worden genomen. Het kan functioneren als schuilgelegenheid voor vogels, amfibieen,

tot een negatief effect op de waterkwaliteit. De rivierkreeft maakt tevens oevers instabiel door het

insecten en zoogdieren. Daarnaast zullen vogels tussen de takkenrillen naar voedsel zoeken en ze

graven van holletjes. Door het verwijderen van de uitheemse planten en de aanplant van inheemse

kunnen hier tot broeden komen. Na verloop van tijd zullen ook paddenstoelen, varens en andere

planten wordt een positieve bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Ook het bestrijden van de

planten tussen de takkenril groeien.

rode Amerikaanse rivierkreeft heeft een positief effect. Wel wordt aanbevolen om deels de mais te bewaren gezien dit een bron van voedsel kan zijn voor de mogelijk in het gebied voorkomende

•

dassen. Op de venige delen kan worden gedacht aan aanplant van zwarte els, schietwilg en ratelpopulier. Op zandige delen wordt de aanplant van zomereik aanbevolen.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

25

•

het dode hout is) hoe meer verschillende soorten ervan zullen profiteren. Enkele dikke stronken

5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies?

ertussen zijn een goede toevoeging. Je maakt een takkenril door het snoeihout in de lengterichting

De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij

van groot naar klein op te stapelen. Veelal is een takkenril 1 tot 1,5 meter hoog. Takkenrillen kunnen

zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen activiteiten zoals aangeleverd door de opdrachtgever of

snel slinken en verliezen dan hun functie als schuilplaats, Daarom dienen ze regelmatig aangevuld te

tussenpersoon. Indien de geplande activiteiten wijzigen, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter

worden. Veelal één keer per jaar met verse takken en stronken.

wordt of de activiteiten veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt.

Hoe meer variatie er aanwezig is binnen de ril (soort hout, dikte van de gebruikte takken en hoe oud

Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende Parkeerplaatsen

•

maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt.

Gebruik grastegels voor het aanleggen van de parkeerplaatsen, waardoor grassen en kruiden alsnog kunnen groeien en hemelwater beter afgevoerd wordt.

Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het project of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke activiteiten. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken activiteiten worden uitgevoerd binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.

Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

26

BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten •

Alterra (2012). Herziening landelijk ecotopensysteem.

•

BIJ12 (2017-2024). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.

•

Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming.

•

Floron (z.d). Verspreidingsatlas.

•

Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.

•

Natuurinformatie.nl (z.d.). Zeezoogdieren.

•

Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). De Omgevingswet.

•

Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Effectenindicator.

•

NDFF-ecogrid (2024). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

•

Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021.

•

Netwerk Groene Bureaus (2023). Soortinventarisatieprotocollen.

•

NVWA (2023). Unielijst invasieve exoten.

•

PDOK (2024). Viewer.

•

Provincie Zuid-Holland (2024). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

•

Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina.

•

Rijksoverheid (z.d.). Omgevingswet.

•

Sovon (z.d.). Soortenoverzicht.

•

Stichting Anemoon (z.d.). Flora en Fauna soorteninformatie.

•

Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2010). Knotbomen: aanleg en beheer.

•

Vleermuis.net (2018). Soorten pagina's.

•

Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.

•

Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

27

BIJLAGE 1 - ONTWERP PLANGEBIED

Figuur: kaart zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Inzoomen vergroot de leesbaarheid. Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

28

BIJLAGE 1 - ONTWERP PLANGEBIED

PARKINRICHTING CONCEPT

STECK UTRECHT

56

MOEST UINEN, VOEDSELPRODUCTIE EN KWEKERS Nestelgelegenheden in bebouwing en dood hout trekken verschillende diersoorten aan.

NATTE TEELTEN Productievelden waar grote delen van het jaar niets gebeurd zijn geschikte foerageer plaatsen voor vogels en kleine zoogdieren.

VERBLIJFSPLEKKEN IN HET GROEN De pleinen en verblijfsplekken in het park worden zo groen mogelijk ingericht, met bloemrijke plantvakken/ bakken die jaarrond aantrekkelijk zijn. Ook de parkeerplaatsen worden zo groen mogelijk ingericht, met open verharding, hagen en bomen.

Figuur: ontwerp plangebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Inzoomen vergroot de leesbaarheid. Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

29

BIJLAGE 1 - KAART ONTWERP PLANGEBIED STECK UTRECHT

57

KRUIDENRIJK GRASLAND EN NAT GRASLAND Een kruidenrijk grasland biedt nestelgelegenheden en rust voor insecten, vlinders, bijen en vogels. Stukken niet maaien is erg belangrijk om diversiteit te krijgen, holle dode stengels zijn perfecte nestelgelegenheden.

BOSSAGES Takkenrillen, loszittend schors en holle bomen zijn geschikte plekken voor vleermuizen en insecten om te verblijven. Hoge bomen zijn geschikt als roestplaats voor de Ransuil. De bestaande bossages in de noordhoek worden zo veel mogelijk behouden, daarnaast worden er twee nieuwe bossage toegevoegd.

POELEN EN NATTE NATUUR Kleine verschillen in nat en droog zorgt voor een erg divers en interessant klimaat

Figuur: ontwerp plangebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Inzoomen vergroot de leesbaarheid. Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

30

BIJLAGE 2 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld. Vragenlijst quickscan Habitus

V7

#344

Toegang: geef hier de naam van de persoon op waar wij contact mee op moeten nemen. Geef ook zijn/haar (mobiele) telefoonnummer. Laat deze vraag onbeantwoord als de vorige vraag met 'nee' is beantwoord.

VOLTOOID Verzamelprogramma: Begonnen: Laatst gewijzigd: Bestede tijd: IP-adres:

Vragenlijst quickscan Habitus

OVER2023-1 (Webkoppeling) donderdag 31 augustus 2023 13:22:28 donderdag 31 augustus 2023 14:08:16 00:45:47 213.125.101.90

Gabrielle Muris 0642919590

V8

Pagina 1: Vragen over de voorgenomen ontwikkeling, omgeving en informatievoorziening. V1

Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn?

Ja, zeker. Neem hierover contact met mij op. Let op: wij zullen geen conclusie(s) mededelen tijdens het veldbezoek.

Ja

V9

Ik ga akkoord met het gebruiken van SurveyMonkey. Ik ben me er van bewust dat de vragenlijst inclusief antwoorden opgenomen wordt in de adviesrapportage en geef daar toestemming voor (namens onze organisatie). Telefoonnummers, e-mailadressen, factuurgegevens en het ip-adres worden niet weergegeven in het rapport.

Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. Voor zover bekend niet

V10 V2 Dit formulier is ingevuld door (geef je voor- en achternaam op): Gabrielle Muris

Waaruit bestaan de voorgenomen werkzaamheden? Geef dit zo specifiek mogelijk aan. Denk aan zaken als: slopen gebouw, kappen bomen en/of dempen sloot. Vermeld ook de rijroute die wordt gebruikt als er materiaal wordt aangevoerd/opgeslagen. Nu nog geen bouwwerkzaamheden, gaat om bestemmingsplan wijziging

V3

V11

In de verstuurde offerte is een kenmerk opgenomen in de colofon (pagina 2). Dit kenmerk hebben wij nodig om de vragenlijst te kunnen verwerken. Welk kenmerk heeft de offerte?

Wanneer starten de werkzaamheden of voorbereidingen (in het veld)? Of wat is de voorgenomen planning? n.v.t.

OVER2023-1

V4

Bestemmingsplanwijziging

V12 Wanneer eindigen de werkzaamheden (in het veld)? Of wat is de voorgenomen einddatum/opleverdatum?

De quickscan wordt aangevraagd vanwege een:

n.v.t

V5

Voor mijn organisatie

V13

Ik vraag de quickscan aan: V6

Ja, neem contact op. Bij de vraag 7 geef ik het

Het projectgebied dient geheel geïnspecteerd te kunnen worden voor een correcte beoordeling. Denk hierbij aan gebouwen, zolders, kelders, stallen, schuren en (binnen)tuinen. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor de toegang?

Wordt er (bouw)materiaal of materieel opgeslagen buiten het projectgebied?

Dit is momenteel nog onbekend. Ik zal dit ter zijner tijd aan jullie doorgeven. Ik begrijp dat dit belangrijk kan zijn voor de effectbeoordeling.

telefoonnummer op.

1/5

2/5

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

31

BIJLAGE 2 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG) Vragenlijst quickscan Habitus

Vragenlijst quickscan Habitus

V14

V23

Indien vorige vraag met 'ja' beantwoord is: waar wordt het materiaal/materieel opgeslagen? En voor hoe lang en/of in welke periode? Een kaartje aanleveren (op basis van google maps) kan uiteraard ook.

Kunnen er zand- of gronddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden?

n.v.t.

Ja, dat kan (of is mogelijk)

V24

V15

Weet ik niet

Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? De uitvoeringsfase betreft de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De gebruiksfase is de nieuwe (uiteindelijke) situatie. V16

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig? Of zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Zo ja, kunnen wij die ontvangen? V25

Weet ik niet

Worden er heiwerkzaamheden uitgevoerd?

Upload hier aanvullende technische- of bouwtekeningen die nog niet eerder zijn aangeleverd. Ook eigen tekeningen die de ontwikkeling verduidelijken zijn welkom! Met betere informatie, kunnen wij beter adviseren. Ruimtelijke%20en%20Programmatische%20Uitgangspunten%20Gageldijk%203%20Gemeente%20Utrecht%2020230411.docx

V17

Weet ik niet

Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?

.pdf (1.4MB)

V26

V18

Weet ik niet

Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winterperiode. Dit kan van belang zijn bij nachtactieve diersoorten, zoals vleermuizen.

Over deze keus ga ik graag in overleg met de

Uit de beoordeling van de quickscan kan komen dat de geplande ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden. In dat geval is er een vervolgstap nodig. Welk type vervolgstap heeft voor jou de voorkeur? Je voorkeur nemen wij dan waar mogelijk mee in ons adviesrapport. V27

V19

Weet ik niet

Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een spouwmuur aanwezig? V20

Weet ik niet

Er is een natuurwaardekaart vd gemeente Utrecht die een indicatie geeft

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Upload hier eerdere ecologische rapporten (die nog niet eerder bij ons zijn aangeleverd) of andere relevante documenten. Ook eigen waarnemingen (op kaart) zijn welkom.

Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens en/of na het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? V21

Ja, ik heb zelf wel eens wat gezien, namelijk:

Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan? V28

projectadviseur.

Nee

V29

Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten?

Zijn er verder nog vragen, wensen of opmerkingen? V22

Ja, (mogelijk) in het water én in de oeverzone

Graag nog even contact over locatiebezoek omdat het een groot terrein is en de eigenaar er ook woont huis/tuin eigenaar alleen op afspraak. Ik kon maar 1 bestand toevoegen, rest volgt per mail

Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone?

3/5

4/5

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

32

BIJLAGE 2 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG) Vragenlijst quickscan Habitus

V30 Aan wie kunnen wij de factuur richten? Voornaam en achternaam

Gabrielle Muris

Bedrijf

Overvecht Vastgoed

Factuuradres

Gageldijk 180

Plaats

Utrecht

Provincie

Utrecht

Postcode

3566MJ

Land

Nederland

E-mailadres

facturen@overvechtvastgoed.nl

Telefoonnummer

06-42919590

V31 Welk factuur- of inkoopnummer kunnen wij vermelden op de factuur? GO Steck

5/5

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

33

BIJLAGE 3A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK BESCHERMDE SOORTEN In deze tabel zijn soorten opgenomen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de nationaal beschermde soorten die binnen een straal van drie kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen, zoals bijzondere ecotopen of soorten. Het getal achter een soort betreft het aantal waarnemingen. Amfibieën

Libellen

Vogels*

Vogels*

Vogels*

Vleermuizen

Overige zoogdieren

Waarom kiezen wij voor een afstand van drie km in het

Alpenwatersalamander 13

Gevlekte glanslibel 13

Blauwe reiger 44

Heggenmus 5

Slechtvalk 7

Baardvleermuis / Brandts vleermuis 3

Aardmuis 2

bureau-onderzoek?

Bastaardkikker 23

Gevlekte witsnuitlibel 138

Boerenzwaluw 6

Houtduif 11

Sperwer 12

Franjestaart4

Boommarter 28

Deze vraag wordt ons regelmatig

Bruine kikker 287

Groene glazenmaker 86

Boomkruiper 8

Huiszwaluw 2

Spotvogel 16

Gewone dwergvleermuis 4192

Bosmuis 27

Gewone / Rugstreeppad 1

Kempense heidelibel 2

Bosrietzanger 10

IJsvogel 53

Spreeuw 5

Gewone grootoorvleermuis 45

Bunzing 6

Gewone pad 347

Sierlijke witsnuitlibel 1

Bosuil 2

Kauw 9

Tapuit 1

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis 58

Das 163

Groene kikker (Onb.) 145

Vlinders

Braamsluiper 2

Kerkuil 2

Tjiftjaf 26

Kleine dwergvleermuis 3

Dwergmuis 3

Heikikker 9

Grote vos 7

Buizerd 22

Kievit 4

Torenvalk 8

Laatvlieger 88

Eekhoorn 248

weekdier). Er zijn echter veel

Kamsalamander 3

Iepenpage 1

Ekster 17

Kleine karekiet 5

Tuinfluiter 7

Meervleermuis 9

Egel 463

meer beschermde soorten die

Kleine watersalamander 114

Teunisbloempijlstaart 2

Fitis 1

Kleine mantelmeeuw 2

Vink 3

Myoot (soort onbekend) 14

Haas 436

wel heel mobiel zijn, denk aan de

Meer-/Bastaardkikker 1

Planten

Fuut 5

Knobbelzwaan 1

Wilde eend 7

Rosse vleermuis 210

Hermelijn 3

meervleermuis, rugstreeppad of

Meerkikker 8

Glad biggenkruid 1

Gaai 2

Koekoek 1

Winterkoning 11

Ruige dwergvleermuis 278

Huisspitsmuis 18

sierlijke witsnuitlibel. Wij vinden

Poelkikker 1

Groot spiegelklokje 9

Gierzwaluw 6

Kokmeeuw 3

Witte kwikstaart 2

Tweekleurige vleermuis 3

Konijn 62

het daarom niet meer dan logisch

Rugstreeppad 13

Kartuizer anjer 3

Glanskop 1

Koolmees 23

Zanglijster 9

Watervleermuis 21

Ree 494

om

Vroedmeesterpad 68

Knolspirea 3

Grasmus 19

Krakeend 4

Zilvermeeuw 1

Rosse woelmuis 17

Reptielen

Muurbloem1

Grauwe gans 3

Meerkoet 5

Zwarte kraai 62

Steenmarter 3

Hazelworm 56

Naaldenkervel 3

Groene specht 1

Merel 7

Zwarte roodstaart 3

Veldmuis 14

Muurhagedis 3

Ruw parelzaad 7

Groenling 28

Ooievaar 16

Zwartkop 9

Ringslang 272

Schubvaren 6

Grote bonte specht 4

Pimpelmees 6

Stijve wolfsmelk 29 Wolfskers 4

Grote Canadese gans 1

Putter 11

gesteld, omdat dit vrij ruim lijkt. En dit is natuurlijk ook vrij ruim voor soorten die niet heel mobiel zijn, zoals wolfskers (beschermde plant) of de nauwe korfslak (een

minimaal

drie

kilometer

rond het plangebied te kijken naar

bekende

van

beschermde

levert

een

waarnemingen

meer

soorten.

Dit

kwalitatieve

Vos 32

beoordeling

Waterspitsmuis 1

beoordelen

Wezel 9

beschermde

omdat de afwezigheid van een

Grote gele kwikstaart 11

Ransuil 4

Woelrat 7

Havik 2

Roodborst 4

Wolf 2

* = vogelsoorten worden beoordeeld binnen 50 meter van het plangebied. Deze afstand is gekozen omdat er daarbuiten geen effect wordt verwacht op broedvogels.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

op. wij

Daarnaast de

soorten

mobiele, altijd,

(NDFF-)waarneming onvoldoende informatie biedt om een soort uit te sluiten. Zie Bijlage 4.

34

BIJLAGE 3B - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK RODE LIJST-SOORTEN In deze tabel zijn de Rode Lijst-soorten opgenomen die binnen een 50 meter van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van tien jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen, zoals bijzondere ecotopen of soorten. Het getal achter een soort betreft het aantal waarnemingen. Reptielen Ringslang 1

Vogels

Vleermuizen

Overige zoogdieren

Boerenzwaluw 5

Laatvlieger 3

Haas 3

Koekoek 1

Konijn 3

Kraanvogel 1 Kramsvogel 1 Nachtegaal 6 Oeverloper 1 Ransuil 1 Smient 1 Spotvogel 19 Torenvalk 2 Tureluur 1 Visdief 3 Watersnip 34 Wintertaling 1

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

35

BIJLAGE 4 - TABEL UITGESLOTEN SOORTEN (GEEN SCHADELIJKE HANDELING ÉN GEEN BESCHERMDE FUNCTIES VERWACHT) Waarom staat er een sterretje achter sommige soorten? Als er een sterretje achter deze soort staat, dan beoordelen wij deze soort altijd, ongeacht of deze uit het bureau-onderzoek volgt of niet. Dit betreft over het algemeen mobiele soorten. Maar het kan ook een soort zijn die zich opnieuw in Nederland kan gaan vestigen en waarvan er dus geen recente waarnemingen zijn. Of het is een soort die een hoge mate van specialisme vraagt voor determinatie en daarom beperkt waargenomen wordt.

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Kamsalamander*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk wat diepere, vegetatie- en licht voedselrijke, niet verzuurde poelen en plassen op landgoederen, in beekdalen, in het rivierengebied, in loofbossen of in kleinschalige cultuurlandschappen. Kamsalamanders verblijven op het land onder stenen, hout, bladafval, in gaten onder wortels en in holen van kleine zoogdieren, meestal binnen 100 meter van het voortplantingswater. Wanneer geschikt landbiotoop ontbreekt kunnen ze 1000 meter afleggen op zoek naar geschikt biotoop. Overwintering van dieren in het water komt zelden voor.

Ravon: Kamsalamander BIJ12: Kennisdocument kamsalamander

Poelkikker*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren.

Ravon: Poelkikker BIJ12: Kennisdocument

Vinpootsalamander*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk poelen, sloten, vennen, waterbakken of karrensporen op hogere gronden en in of in de nabijheid van bossen in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4). Op het land houden de dieren zich op onder stronken, dode bladeren, takken en stenen binnen een straal van 400 meter van het voortplantingswater. De vinpootsalamander overwintert in allerlei gaten en spleten in de bodem, tussen wortels, onder stenen, boomstronken en bladhopen. Overwintering vindt ook vaak plaats in het water.

Ravon: Vinpootsalamander

Vroedmeesterpad

De vroedmeesterpad komt van nature alleen in Zuid-Limburg voor. Op andere plaatsen in Nederland is hij uitgezet. Hij wordt aangetroffen op ruderale plaatsen (groeven, oude bebouwing en kerkhoven) en in hellingbossen en graften. Een stenige structuur van de bodem is de belangrijkste bepalende factor voor verspreiding. Aan het waterbiotoop worden relatief weinig eisen gesteld. De pad plant zich voort in typische pionierswateren in groeven, in betonnen drinkbakken en in diepe koude bronpoelen langs hellingbossen. Deze biotopen zijn niet aanwezig.

Ravon: Vroedmeesterpad

Gestreepte waterroofkever*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde.

Cuppen en Koese: Gestreepte waterroofkever in Nederland

Vermiljoenkever*

Ecologische parameters voor aanwezigheid: • Er zijn recent gestorven bomen aanwezig (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. Het gaat steeds om vrij recent gestorven bomen waaraan de schors nog redelijk vast zit. Drie jaar na het kappen zijn bomen meestal niet langer geschikt voor de kever. Essentieel is een vochtige habitat onder de schors. • De larven zijn hoofdzakelijk te vinden onder stammen van 40 cm diameter of meer, zelden in dunnere takken en dan vooral wanneer er (plots) minder geschikt dood hout aanwezig is. • De vermiljoenkever is weinig kieskeurig qua boomsoortensamenstelling maar is vooral gebonden aan grote hoeveelheden en aan een continu aanbod van pas afgestorven dik dood hout. De soort stelt hoge eisen qua hoeveelheden dood hout. Naast zijn typische habitat moet rekening gehouden worden met het voorkomen in minder optimale habitat in de ruime omgeving van dit typische habitat (Goczał & Rossa, 2017). Dit biotoop is niet aanwezig. De soort wordt daarom uitgesloten. De soort is al aanwezig in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is.

EIS kenniscentrum insecten: Vermiljoenkever

Beekrombout*

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.

Vlinderstichting: Beekrombout

Gevlekte glanslibel

Er is geen geschikt larvenbiotoop aanwezig, namelijk goed beschutte, moerassige plaatsen, zoals veenmosputjes in broekbossen, galigaanmoerassen, gagelmoerassen en verlande delen van vennen en petgaten. Mogelijk ook in vegetatierijke sloten. De gevlekte glanslibel is een soort van mesotrofe moerassen. Voortplantingswateren liggen veelal nabij uitgestrekte open riet(Phragmites australis) en zeggen- (Carex sp.) ruigten en staan doorgaans onder invloed van kwel.

Vlinderstichting: Gevlekte glanslibel

Amfibieën

Kevers

Agentschap voor bos en natuur Status van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) in Vlaanderen

Libellen

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

36

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Gevlekte witsnuitlibel*

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie. Daarom worden negatieve effecten op de gevlekte witsnuitlibel uitgesloten.

Vlinderstichting: Gevlekte witsnuitlibel

Groene glazenmaker*

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.

Vlinderstichting: Groene glazenmaker

Kempense heidelibel

Er is geen geschikt (voortplantings)biotoop aanwezig, namelijk ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. Gesloten rietvegetaties worden gemeden. Vaak is er sprake van een kunstmatig lage waterstand in de winter, bijvoorbeeld in visvijvers. In de periode van augustus tot april, wanneer de eieren zich ontwikkelen, moet het waterpeil laag blijven – droogvallen mag ook.

Vlinderstichting: Kempense heidelibel

Rivierrombout*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Vlinderstichting: Rivierrombout

Sierlijke witsnuitlibel

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschutte oeverzones van meren en stilstaande, heldere, ongestoorde wateren met een rijke (submerse)watervegetatie, zoals veenplassen, vijvers en dode rivierarmen. Ook moet er voldoende dekking aanwezig zijn van hogere oevervegetatie (riet, lisdodde of bos). Het centrale deel van het water moet open zijn. De eitjes worden afgezet in het water en de larven sluipen uit in de oevervegetatie. Drijvende waterplanten als waterlelie en gele plomp zijn geen voorwaarde voor de soort, al zijn ze wel vaak te vinden op plaatsen waar de sierlijke witsnuitlibel voortkomt. De submerse vegetatie is belangrijker. Daarom kunnen negatieve effecten uitgesloten worden op sierlijke witsnuitlibel.

Vlinderstichting: Sierlijke witsnuitlibel

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak.

BLWG: informatieblad

Bokkenorchis*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals laag duinstruweel, duingrasland, kalkgrasland, hooiland, bosranden, dijken en bermen waar de soort groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselarme, kalkrijke, humushoudende grond (zand en mergel).

Floron: Bokkenorchis

Brede wolfsmelk*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing.

Floron: Brede wolfsmelk

Dreps*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30Ba, 30Aa en 30Bb) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en stortterreinen.

Floron: Dreps

Drijvende waterweegbree*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieus, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Oeverkruid-verbond (06Aa) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras.

Floron: Drijvende waterweegbree Hennekes et al.

Glad biggenkruid*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus (30Bb - Verbond van Vingergras en Naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras.

Floron: Glad biggenkruid Hennekes et al.

Grote leeuwenklauw*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus of natte pioniermilieus, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalm-verbond (30Ba) of Naaldekervel-verbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Grote leeuwenklauw Hennekes et al.

Groenknolorchis*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09Ba) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg.

Floron: Groenknolorchis Hennekes et al.

Mossen Tonghaarmuts*

Planten

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

37

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Groot spiegelklokje

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus of natte pioniermilieus, zoals zandige stroomruggen in rivierdalen, op open plekken van dijken en bermen, in graanakkers, op stoppelvelden en braakliggende terreinen. Begeleidende soorten zijn o.a. grote klaproos, akkerviooltje, akkerdistel en zwaluwtong. Vegetaties uit het Naaldekervel-verbond (30Aa) en Windhalm-verbond (30Ba) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Groot spiegelklokje Hennekes et al.

Kartuizer anjer

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grasland (schraal grasland en kalkgrasland), bermen en rotsachtige plaatsen. Vegetaties uit het Verbond van Gewoon struisgras (14Bb) ontbreken op de projectlocatie. Ook zijn geen begeleidende soorten aanwezig, zoals kleine bevernel, grasklokje, struikhei en zandzegge.

Floron: Karthuizer anjer Hennekes et al.

Kleine wolfsmelk*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniersvegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Naaldekervel-verbond (30Aa) en het Verbond van Duivenkervel en Kroontjeskruid (30Ab) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Kleine wolfsmelk Hennekes et al.

Knolspirea

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zonnige plaatsen op vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, neutrale, vaak kalkhoudende grond (leem, löss en mergel). Groeiplaatsen zijn onder andere grasland (kalkgrasland), bermen en bosranden.

Floron: Knolspirea

Kruipend moerasscherm*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezen-verbond (28Aa) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro.

Floron: Kruipend moerasscherm Hennekes et al.

Muurbloem*

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieus zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras. Vegetaties uit het Verbond van Klein glaskruid (21Aa) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Muurbloem

Naaldenkervel

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, droge tot matig vochtige, kalkrijke, stikstofarme tot matig-stikstofrijke, basische leem- en lössgrond en op zandige rivier- of zeeklei. Deze warmteminnende soort groeit in akkers en akkerranden (vooral met wintergraan), op omgewerkte, ruderale plekken, in (verstoorde) bermen en op haventerreinen.

Floron: Naaldenkervel

Ruw parelzaad*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde. Vegetaties uit het Naaldekervel-verbond (30Aa) en Windhalm-verbond (30Ba) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Ruw parelzaad Hennekes et al.

Schubvaren

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieus zoals rotsen (vooral op kalksteen), rotsspleten, oude muren of puinhellingen. Zeer recent is op de afsluitdam van het Oostvoornse Meer voor het eerst ook een terrestrische (in de aarde wortelende) groeiplaats van schubvaren gevonden. Vegetaties uit het Muurleeuwenbek-verbond (21Ab) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. muurvaren, gewoon muursterretje en steenbreekvaren.

Floron: Schubvaren Hennekes et al.

Stijve wolfsmelk

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zomen en ruigten of droge storingsmilieus, zoals akkers, boszomen, kapvlakten, slootkanten en dijken, heggen of bermen. Vegetaties uit het Verbond van Look-zonder-look (33Aa) en Naaldekervel-verbond (30Aa) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. ruw beemdgras, uitstaande melde, kropaar en kruipende boterbloem (n=6).

Floron: Stijve wolfsmelk Hennekes et al.

Wolfskers*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Wolfskers groeit op meestal half beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, vaak kalkrijke, humushoudende grond (mergel en stenige plaatsen). Kropaar als begeleidende soort is niet aangetroffen op de planlocatie. De soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

Floron: Wolfskers Hennekes et al.

Hazelworm*

In het plangebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden, open plekken in bossen, ruige heidevelden, kalkgraslanden, vestingwerken, bermen van wegen en spoorwegen. De meeste waarnemingen komen uit bos- en heideterreinen. Verblijfplaatsen bevinden zich in holen in de grond en onder dood hout.

Ravon: Hazelworm

Levendbarende hagedis*

In het plangebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de levendbarende hagedis, namelijk ruige en schrale graslanden, (vochtige) heide, veen, open plekken in bossen en rijk begroeide bossen. Heide en hoogveen vormen het voorkeurshabitat. Deze gebieden worden gebruikt als voortplantings- en zomerverblijfplaats. Levendbarende hagedissen overwinteren boven het grondwaterniveau onder andere in grote gras- en zeggepollen, oude zoogdierholen en onder boomstronken. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Dit is niet aanwezig.

Ravon: Levendbarende hagedis

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oude muren, steile, stenige zuidhellingen en rotswanden. De eieren van de muurhagedis worden afgezet tussen stenen of in zand. De waarnemingen van de muurhagedis beperken zich in Nederland van nature uitsluitend tot Maastricht.

Ravon: Muurhagedis

Reptielen

Muurhagedis

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

BIJ12: Kennisdocument levendbarende hagedis.

38

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Zandhagedis*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zandige, droge en open terreinen. De aanwezigheid van voldoende zonnige plekken om op te kunnen warmen is een belangrijk vereiste voor het leefgebied van de zandhagedis. Dit is niet aanwezig.

Ravon: Zandhagedis Kennisdocument zandhagedis

Beekprik*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water.

Ravon: Beekprik

Elrits*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe.

Ravon: Elrits

Grote modderkruiper*

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones.

Ravon: Grote modderkruiper

Bruine eikenpage*

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten.

Vlinderstichting: Bruine eikenpage

Iepenpage*

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet op de eindknoppen en op de overgang van nieuw naar eenjarig hout in de kruin van de boom, minder vaak op een bloemknop of een knopoksel. Het eitje overwintert. Zodra de boom begint te bloeien komt het eitje uit. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.

Vlinderstichting: Iepenpage

Sleedoornpage*

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien.

Vlinderstichting: Sleedoornpage

Buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

Binnen het plangebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Buizerds broeden in bossen, bosjes en soms ook in solitaire bomen. Nesten welke voor meerdere jaren gebruikt zijn door buizerds zijn omvangrijk. Nieuwe nesten zijn aanzienlijk kleiner. Nesten van buizerds bevinden zich zowel tegen de hoofdstam als in de kruin van bomen. Nesten van havik zijn omvangrijk en bevinden zich overwegend in bossen groter dan tientallen hectares, soms ook in kleine bosjes in (half)open landschap. Het nest bevindt zich doorgaans halverwege tot een derde onder de kruin van de top van de boom, tegen de hoofdstam aan. Wespendieven broeden overwegend in grotere bossen (meer dan 100 hectare) met voorkeur voor gemengd bos of loofbos. Zwarte wouwen nestelen in halfopen landschappen, doorgaans in de buurt van visrijke wateren, vooral in moerasbos, maar ook in loofbos, veelal aan de rand.

Vogelbescherming: Boomvalk; Buizerd; Havik; Wespendief; Zwarte wouw Sovon: Boomvalk; Buizerd; Havik; Wespendief; Zwarte wouw Boomvalken.nl: Voortplanting

Gierzwaluw*

Binnen het plangebied is geschikte bebouwing aanwezig waar gierzwaluw in kan broeden. Deze worden door de werkzaamheden echter niet aangetast De gierzwaluw nestelt in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen, in kerktorens en in nestkasten. De gebouwen moeten minstens 3 meter hoog zijn, omdat de gierzwaluw zich eerst naar beneden moet laten vallen voordat hij kan opstijgen. Ook moet de vrije uitvliegbreedte minstens één meter zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=828fed97-0fc5-4d31-853e-d27d469377e7