Bijlage 2. Reactienota Omgevingsvisie USP.pdf
Tekst van het document
Antwoord
70 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
53 (vervolg)
Veiligheidsregio Utrecht
4. Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is. Risicocommunicatie is onze insteek bij deze kernwaarde. Gezamenlijk, als VRU en gemeente hierin optrekken, verdient aandacht. In de concept visie zien we deze kernwaarde inhoudelijk niet terug. Vanuit de intentie tot het vergroten van de diversiteit aan bewoners en/of bezoekers van UCP verdient dit onderwerp aandacht, vooral met het oog op zelf/samenredzaamheid bij potentieel onveilige situaties. Vervolgtrajecten Graag brengen wij onze kennis en expertise in bij de verschillende trajecten onder de Omgevingswet. Ook voor advisering bij energietransitie, verduurzaming, klimaatverandering en de verdere uitrol bij het proces omgevingstafel c.q. omgevingsvergunning wil de VRU een partner zijn. De adviseurs veilige leefomgeving zijn te bereiken via omgevingsveiligheid@vru.nl. Formele adviesverzoeken zijn in te dienen via risicobeheersing@vru.nl.
Antwoord
71 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
54
Parkmakers Lunetten
Geacht college,
Hartelijk bedankt voor de bijdrage.
De concept-Omgevingsvisie USP 2040 hebben wij met interesse gelezen. Graag doen wij u ter aanscherping van de visie een aantal aanbevelingen.
In de omgevingsvisie is de unieke ligging van het USP in het landschap inderdaad als uitgangspunt genomen. Onderstaand reageren we op enkele aspecten uit uw aanbevelingen.
USP als vooruitgeschoven post In aanvulling op de visie in hoofdstuk 4 geven wij ik u het volgende ter overweging mee: Het Utrecht Science Park is uniek vanwege zijn ligging buiten de Stelling van Utrecht. Als een vooruitgeschoven post strekt de stad Utrecht zich uit in het militaire landschap én het landschap van de landgoederen aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug en aan de Kromme Rijn. De kwaliteiten van deze landschappen vinden we in alle aspecten van het USP terug: - In de gebouwen - In de openbare ruimte Het programma van het USP is hoogstedelijk, maar in de beleving landschappelijk. Zowel binnen als buiten het USP. Naast de Centrumboulevard is het voorstel om de ‘Uithofboulevard’ (bijlage 1) te introduceren: een brede groene landschappelijke boulevard die de verbinding vormt met de uithoven aan de randen van het USP. De militaire tankgracht vormt een landschappelijke recreatieve route door het USP. Op deze manier omarmt het USP het landschap en wordt de beleving van werken en studeren in het landschap versterkt. In de naamgeving blijft de Uithof bestaan. Het USP ligt als een groene vesting in het landschap. Vanaf het landschap is het USP ‘bescheiden’ aanwezig: de bebouwingsrand is overdag en in de nacht nauwelijks waarneembaar. De bezoekers van de landschapparken rondom het USP wanen zich daardoor volledig door groen omgeven.
Aan de hand van een beeldanalyse van de randen van het USP wordt de beeldkwaliteit van de gebouwen aan de randen van het USP bepaald. Aandachtspunt is de beleving in de nachtelijke uren: meer bebouwing betekent meer licht in de vorm van straatverlichting en verlichting van bebouwing.
De Uithofboulevard zoals die door u wordt voorgesteld, is eigenlijk al in de visie opgenomen in de vorm van de Scienceboulevard (Universiteitsweg). Naast een verkeersfunctie krijgt deze boulevard ook een functie als groene recreatieve route die de verbinding maakt met het landschap aan de zuidzijde en de noordzijde. Onderdeel van het groen-blauwe raamwerk zijn meerdere groene lanen. Die zijn feitelijke allemaal groene boulevards, die het hoog stedelijke gebied met de groene omgeving verbinden. Uw voorstel is onderdeel van die groene lanen. Het USP zou je inderdaad kunnen zien als ‘een vesting’ in het landschap. In de huidige situatie is er al sprake van een contrast tussen bebouwing en het groen. Verschillende gebouwen zijn goed zichtbaar vanaf het omliggende landschap. Met name de hoge bebouwing komt boven het groen uit. Doordat aan de randen van het USP veelal beplanting en lagere bebouwing staat wordt de overgang tussen bebouwing en landschap enigszins verzacht. In de toekomst is de wens om op de begane grond de bebouwing goed aan te sluiten op het landschap. Het grootschalig realiseren van landschap onder de gebouwen door zien we niet als een wenselijke ontwikkeling. Zowel vanwege de slechte groeiomstandigheden van het groen (schaduw) als dat het over het algemeen niet prettig verblijven is onder een gebouw. Voor onderdelen van gebouwen is het wel een goede optie.
Dit is nu al op meerdere plekken in het USP gerealiseerd. Hoe het landschap zo ver mogelijk het USP in kan lopen, wordt bij de uitwerking van bouwplannen verder onderzocht. In de Omgevingsvisie is ook licht toegevoegd als één van de onderdelen die onderzocht moeten worden bij de inpassing van hoogbouw.
72 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
54 (vervolg)
Parkmakers Lunetten
De gebouwen en de openbare ruimte ademen de sfeer van de landgoederen en of forten. Historische lijnen lopen bijvoorbeeld (op maaiveld) door in gebouwen. Het straatmeubilair is ‘militair’ van karakter of ‘landschappelijk’. Door gebouwen ‘op poten’ te zetten, zijn gebouwen geen ondoordringbare massa’s meer. De openbare ruimte loopt door en draagt bij aan een levendige openbare ruimte.
Uitgangspunten ruimtelijke kwaliteit (blz 53): een zorgvuldige inpassing in het landschap en het USP en hoogwaardige architectuur zijn het uitgangspunt. Het is zeker interessant om de NHW en de landgoederen als inspiratie voor architectuur te gebruiken, maar het is te dwingend om dit voor het gehele gebied als verplichting op te leggen.
Uitgangspunten Ten aanzien van de uitgangspunt Ruimtelijke kwaliteit op blz. 53 is het voorstel om het cursieve op te nemen: De bebouwing draagt bij aan het behouden en versterken van de beeld- en verblijfskwaliteit van het USP. Bebouwing heeft een hoogwaardige architectuur en is geïnspireerd door het militaire landschap en het landgoederenlandschap met duurzame materialen en nauwkeurige detaillering. Ten aanzien van de uitgangspunten groen-blauwe raamwerk op blz 97 is het voorstel om het volgende op te nemen: De Uithofboulevard is een groene recreatieve route met groene functies en is de landschappelijke tegenhanger van de Centrumboulevard. Ten aanzien van de uitgangspunten van energie op blz. 125: Wat betreft de realisatie van tenminste één windmolen langs de A28 en de aanleg van zonnepanelen in het groen-blauwe raamwerk: hoe verhoudt deze met de natuurwaarden en de landschappelijke waarden? Er is sprake van een afname van dieren die in dit gebied hun weg vinden. De corridor van de Utrechtse Heuvelrug naar Amelisweerd wordt alsmaar smaller. Wat betreft de geothermie betreft: wordt in het onderzoek de nabijheid van waterwingebieden en en kwelwater-/ en grondwaterstromen meegenomen? Inmiddels is gebleken dat diepteboringen (ongewenste) effecten kunnen hebben op de kwaliteit van drinkwater en ondergrondse waterstromen.
Ten aanzien van ontwikkelingen van buurgemeenten: hoe verhoudt de ambities voor het USP met de uitbreidingsplannen van gemeente Bunnik?
Het effect van windmolens en zonnevelden hangt heel erg af van de exacte planuitwerking. Dat is nu nog niet aan de orde. Als we wel concrete plannen uit gaan werken, gaan we graag in gesprek met omwonenden en belanghebbenden die goede ideeën hebben om de plannen beter te maken. Natuur en biodiversiteit krijgen daarbij de volle aandacht. Zie hiervoor ook de antwoorden op inspraakreacties nummer 1, 8, 27 en 28. Het is heel goed mogelijk om te voorkomen dat geothermieboringen een negatief effect hebben op waterwingebieden. Wij zullen meewerken aan plannen met aantoonbaar voldoende maatregelen om te voorkomen dat deze negatieve effecten op kunnen treden. Ten aanzien van de buurgemeenten: er zijn verschillende relaties met de omliggende gemeenten. Vooral ook het wonen speelt daarbij een rol. Veel mensen die op het USP werken wonen ook in de omliggende gemeenten. Daarom wordt het woningentekort ook regionaal aangepakt. In relatie daarmee is het van belang dat er goede verbindingen (fietsroutes, openbaar vervoer) tussen deze buurgemeenten en het USP. Ook daar wordt regionaal in samengewerkt. Tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie zijn de buurgemeenten betrokken via het speciaal hiervoor opgerichte overhedenoverleg.
73 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
54 (vervolg)
Parkmakers Lunetten
Ten slotte wijs ik u op de Zusterparken Nationaal Utrechtse Heuvelrug en het document De Vertraagde Stad. Wij vragen u om in de omgevingsvisie principes van beide ontwikkelingen mee te nemen.
De Zusterparken Nationaal Utrechtse Heuvelrug en de vertraagde stad sluiten wat ons betreft uitstekend aan bij de Omgevingsvisie. Het Groen Blauwe raamwerk maakt de verbinding met het omliggende landschap. Juist in het USP zijn de kansen voor het verbinden van stad en landschap groot. De principes die voor de Zusterparken zijn opgenomen zijn ook terug te vinden in de Omgevingsvisie. Het Groen-blauwe raamwerk verenigt: erfgoed, natuur en de trage netwerken van de mens. De groene ontwikkelingen die worden voorgesteld in de omgevingsvisie dragen bij aan het grotere geheel van de groene omgeving .
Wij hopen dat u aanbevelingen uit deze reactie overneemt in de definitieve Omgevingsvisie USP 2040. Met belangstelling zien wij de definitieve versie tegemoet. Bijlagen 1. Het landschap als uitgangspunt en inspiratiebron 2. Inspiratiekaarten Zusterparken Nationale Park de Heuvelrug 3. De vertraagde stad
74 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
55
Bewoner USP
Ik vind dat er wat weinig aandacht is voor zeer lokale geluidsoverlast op de Uithof voor de bewoners. Het kan hier hartstikke stil zijn in het weekend, maar (vroeg op werkdagen) ook al irritant lawaaierig. Laat ik vier voorbeelden geven: 1. Er is, vaak al erg vroeg, heel veel herrie voor de deur. Forenzen naar diergeneeskunde, werkverkeer, werkzaamheden, etc. Voor de leefbaarheid lijkt het mij gunstig om dit zo veel mogelijk te beperken. Maar behalve beperken zijn er misschien ook wel maatregelen mogelijk. Heel merkwaardig is bijvoorbeeld hoe veel geluid er vanaf de Cambridgelaan in Johanna (bij mij op de zesde verdieping) te horen is. Ik kan mensen die op de stoep voorlangs het goudkleurige HU gebouw lopen woord voor woord verstaan als ze daar rustig met elkaar spreken. De akoestiek van een goed theater dus. Ik geloof dat het veel rustiger zou kunnen als er meer bomen zouden staan, of nog beter, als er een geluidsdempende/verstorende gevelbekleding zou zijn op de omgevende gebouwen. 2. De gigantische ventilatietorens van het Androculusgebouw stoten een hele harde, vrij hoge suis uit. Ik heb hier wel meer mensen over horen klagen. Het is natuurlijk ook een stokoud gebouw, maar het lijkt me goed om altijd rekening te houden met deze geluidsuitstoot. 3.
Deze is wel grappig: er is af en toe een valkenier actief op het diergeneeskundegebouw aan de noordoostkant van de kruising van Yalelaan en Bolognalaan. Hij jaagt de meeuwen weg, zodat dakwerkers daar gewoon kunnen werken. Maar ik denk dat wij Johannabewoners hem hier op onze blote knieën voor zouden moeten danken. Als er een meeuwenkolonie bovenop dat dak zou zitten zou mijn kant van het gebouw echt onleefbaar zijn. Dit alleen al zou dus een prima argument zijn om die meeuwen op te laten hoepelen.
1. In de Omgevingsvisie is een belangrijke ambitie om de bestaande wegen te vergroenen en deze om te vormen naar ‘groene lanen’. Mogelijk heeft dit een positief effect op de akoestiek van de buitenruimte. Deze vergroening wordt uitgevoerd in de 20 jaar waar de visie voor is opgesteld. Dus dit zal geen effect hebben op de hele korte termijn. 2. De koeltorens op het Androclusgebouw zijn één van de maatgevendste geluidbronnen van de UU in USP. Ze zijn grofweg van 1 april tot eind oktober in bedrijf, en in die periode 24/7 omdat bijvoorbeeld de koeling van het GDL (dierverblijven) erop zit. In warme periodes wordt bij een hoge koelvraag dag en nacht gekoeld en draaien de pompen van de koeltorens voluit (dat is het hoge geluid wat men hoort). Op maaiveld rond het gebouw in die periodes heel goed te horen. Bij de bouw van De Johanna is er een akoestisch afschermend scherm geplaatst aan de noordzijde van de koeltorens op Androclus en zijn er dempende matten in de koeltorens gelegd. Door TAUW bv zijn deze maatregelen op basis van brongeluid gemodelleerd naar geluidbelasting op de gevel, en is daarmee aangetoond dat we voldoen aan de Wm vergunning. Bij de bouw van de tijdelijke studenten woningen aan de zuidkant van het Androclusgebouw (Campus030) is dat ook gedaan, en zijn er aan de zuidkant van de koeltorens ook akoestische schermen geplaatst.
Bij de realisatie van de woningen zijn dus maatregelen genomen om te voldoen aan de in de Wm vergunning gestelde grenswaarden. Dat betekent echter niet dat het ‘stil’ is. 3. Overlast van geluid is voor de gemeente geen reden om meeuwenkolonies weg te jagen. Dieren vallen ook niet onder de Wet geluidhinder.
Dit zijn natuurlijk stuk voor stuk geen halszaken, maar verdienen zeker aandacht. In feite ook méér aandacht dan de ruis van de snelweg. Dat is immers een vrij constant en niet bijzonder penetrant geluid. Voor de leefbaarheid zijn juist die kleine dingen aandacht. Ik sluit mij helemaal aan bij het streven naar een Uithof met veel groen en veel gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Een randvoorwaarde om dit te laten slagen, lijkt me een rustige Uithof.
Er zijn daarnaast de komende jaren veel bouwwerkzaamheden voorzien. In het kader van de vergunningverlening zullen daarbij eisen gesteld worden aan het beperken van de geluidhinder en het informeren van omwonenden. Ook de Universiteit Utrecht en het UMC-U spelen hier een belangrijke rol in, bij de transformatie (renovatie, sloop en nieuwbouw) van de eigen gebouwen. De Universiteit communiceert bijvoorbeeld actief met omwonenden bij werkzaamheden.
75 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56
Provincie Utrecht
Met grote belangstelling heb ik de omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 (vervolg: omgevingsvisie USP) gelezen. Het is een uitgebreid document waarbij veel relevante onderwerpen zijn aangesneden. De ruimtelijke doorontwikkeling van het USP en de bijbehorende mobiliteitsaspecten staan naar mijn beleving centraal in de visie.
Hartelijk dank voor de reactie. Hieronder gaan we op de genoemde punten in.
Algemeen De Uithof was oorspronkelijk bedoeld voor de verplaatsing van vooral publieke organisaties zoals de universiteit en het ziekenhuis uit de Utrechtse centrum. Naast universitair en hoger onderwijs is inmiddels ook ruimte geboden aan publieke en private onderzoeksinstellingen, studentenhuisvesting, sportvoorzieningen, energieopwek en een internationale school voor middelbaar en lager onderwijs en is de naam de Uithof gewijzigd naar Utrecht Science Park (USP). Het combineren van al deze functies binnen het USP is een enorme uitdaging. Ook de volgorde van ontwikkelen moet op elkaar afgestemd worden. In de visie wordt gesproken over ‘treintjes’. Deze treintjes geven per gebied onderlinge afhankelijkheden aan. De meeste gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de Universiteit Utrecht of het Utrecht Medisch Centrum. Beide partijen zijn dan ook nauw betrokken bij het opstellen van deze visie. De proefverkaveling in H16 geeft uiteindelijk inzicht in het nieuwe programma USP. Deze proefverkaveling is uiteraard indicatief maar het gaat om 568.000 m2 bruto vloeroppervlak (b.v.o.) aan extra ontwikkelruimte.
Wat het plan sterker kan maken is om meer duidelijkheid te scheppen hoe de beoogde ontwikkelruimte in de omgevingsvisie USP zich verhoudt tot de in dit gebied geldende vigerende bestemmingsplannen 1) De Uithof 2010, 2) HOV-baan De Uithof 2014 en 3) Prinses Máxima Centrum, de Uithof 2015. Ik denk dat het inzichtelijk maken hiervan een bijdrage kan gaan leveren aan de verdere discussie t.a.v. deze ontwikkelruimte. De visie gaat o.a. uit van ten minste 4.000 extra R&D banen, 2.500 tot 4.000 extra wooneenheden, ‘knippen’ in auto-infrastructuur binnen het USP én aanvullende fiets en ov-verbindingen. De plannen zijn in nauw overleg met de gebiedspartijen opgesteld. De ambitie is groot. Ik begrijp deze ambitie in deze innovatieve omgeving en ben met u van opvatting dat deze ambitie verder ingekaderd moet worden in programma’s op hoger schaalniveau zoals U NED en de MIRT verkenning(en).
Algemeen De proefverkaveling in de concept Omgevingsvisie bevatte een voorzichtige weergave van wat er aan ontwikkelruimte mogelijk is. Fysiek is er in de omgevingsvisie meer ontwikkelruimte aanwezig. Of deze fysieke ruimte benut kan worden, hangt hoofdzakelijk van twee zaken af: 1. De vraag naar ruimte voor sciencebanen in de markt, en 2. De bereikbaarheid van het USP. Of er (meer dan) 4.000 arbeidsplekken kunnen worden toegevoegd, is afhankelijk van hoe het autoverkeer zich ontwikkelt na corona, én van de inspanning van de (grote) werkgevers om het autogebruik onder bestaande werknemers naar beneden te brengen ten gunste van fiets en OV. In de vigerende bestemmingsplannen De Uithof (2010) en Prinses Maxima Centrum de Uithof (2015) is behoudens een aantal plannen die al in aanbouw of voorbereiding zijn (zoals bijvoorbeeld het RIVM, de accelerator, een sciencekavel aan de Universiteitsweg), geen ruimte meer voor uitbreiding. De vigerende bestemmingsplannen bieden dus geen ruimte voor de gewenste ontwikkelingen in het USP. Daarom zijn voor de nieuwe ontwikkelingen, ook nieuwe bestemmingsplannen (of omgevingsplannen) nodig. De omgevingsvisie biedt hiervoor het nieuwe ruimtelijk kader. Bedankt voor de suggestie. We hebben in de Omgevingsvisie een verwijzing opgenomen naar de vigerende bestemmingsplannen.
76 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
In de visie lijkt een splitsing aangebracht te zijn tussen de periode voor en na 2030. Bij de periode na 2030 lijkt het doorgaan van het Tracébesluit verbreding A27 het uitgangspunt. Het Tracébesluit zou in 2026 in uitvoering kunnen gaan (zie pag. 137 visie USP) . Het recent door de 2• kamer vastgestelde Tracébesluit voorziet o.a. in de verbreding van de A27, een fly-over als verbinding tussen de A27 en A28 met gevolg dat de huidige zuidwestelijke poot kan vervallen waardoor ook in het buiten het USP gelegen gebied langs Archimedeslaan ruimte beschikbaar komt voor 1.500 woningen én voor nieuwe infrastructurele verbindingen richting het westelijk deel van het USPgebied. Dit is belangrijk omdat een knip van het autoverkeer tussen het oostelijk en westelijk deel is voorzien. Omdat start uitvoering van het Tracébesluit in 2026 allerminst zeker is, maakt dit ook de omgevingsvisie USP kwetsbaar. Wat het plan sterker kan maken is om inzicht te geven in die onderdelen van de visie USP die niet uitgevoerd kunnen worden als het Tracébesluit op korte termijn geen doorgang vindt. Voor die onderdelen zou dan een aanvullende strategie opgesteld kunnen worden.
Tracébesluit Ring Utrecht In de Omgevingsvisie is inderdaad uitgegaan van het huidige Tracébesluit voor de Ring Utrecht. Naast de verbreding en de aanpassing van op- en afritten komt ook de varkensbocht (de oprit van de A28 naar de A27) te vervallen. Momenteel is nog onduidelijk of het huidige Tracébesluit ook op die manier zal worden uitgevoerd. Aanpassingen van het besluit zal mogelijk effect hebben op de volgende ambities in de omgevingsvisie: - aanleg van het fietspad Rembrandtkade – USP (onder het knooppunt Rijnsweerd door) - de mogelijkheid van een nieuwe ontsluitingsweg tussen knooppunt Rijnsweerd en de Archimedeslaan - de aanpassingen van de kruispunten bij de op/afrit A28 bij de Universiteitsweg De knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan zijn níet afhankelijk van de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg. De effecten van een knip in de Weg tot de Wetenschap zijn modelmatig wel steeds in combinatie met een nieuwe ontsluitingsweg door gerekend, maar mocht dit aan de orde zijn, dan kan onderzocht worden of deze ook zonder een nieuwe ontsluitingsweg gerealiseerd kan worden en wat dán de effecten zijn. Deze staat in principe dus los van het Tracébesluit.
Ook zal moeten worden bekeken wat het effect van een aangepast TB-besluit is op de verkeersberekeningen en de hoeveelheid verkeer die kan worden afgewikkeld op het kruispunt Universiteitsweg – A28 (aan de oostzijde van de knips). Dank voor de suggestie, bovenstaande hebben we in een extra alinea in hoofdstuk 13 opgenomen.
Vanuit landschap ben ik vooral benieuwd wat het effect is op het landschap is van de gewenste hoge bebouwingselementen. De zichtbaarheid heeft een weerslag op de beleving van het (park)landschap. Er is dus veel aandacht nodig voor de uitvoering. De parkeergarage bij de A28 is in die zin nu een slecht voorbeeld. Qua vorm, hoogte en verlichting heeft het effect op een groot gebied, ook in de nacht. In hoeverre provinciale programma’s een bijdrage kunnen leveren aan de doelen vanuit de omgevingsvisie USP en andersom zal nader onderzocht moeten gaan worden. Te denken valt aan de programma’s Groen Groeit Mee, Wonen en Werken, Gezonde Leefomgeving, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Duurzaamheid en Energietransitie. Onze Interim Omgevingsverordening (IOV) is van toepassing als bestemmingsplannen dan wel omgevingsplannen in procedure gebracht gaan worden om de in de omgevingsvisie USP opgenomen ontwikkelingen daadwerkelijk te gaan realiseren. Gemeenteraden horen bij het vaststellen van de genoemde plannen deze omgevingsverordening in acht te nemen.
Hoogbouw in relatie tot het landschap In de Omgevingsvisie geldt een basishoogte, daarboven zijn hoogteaccenten mogelijk als aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan. De basishoogte is voor het grootste deel 35m. Voor het Diergeneeskunde cluster geldt een basishoogte van 20 m. Deze basishoogte sluit aan bij de bouwhoogte die nu al mogelijk is in het USP. Hoogteaccenten tot 105 m zijn mogelijk in het gebied waar een basishoogte geldt van 35m, daarbuiten niet. Voor het realiseren van deze hoogteaccenten zal moeten worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden.
77 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
Mogelijk passen niet alle ontwikkelingen uit de omgevingsvisie USP binnen de nu vigerende IOV. Dit kan als een aspect voor de toekomst worden gezien, maar het is wel zinvol de inhoud van de verordening te scannen, zodat in een later stadium verrassingen voorkomen kunnen worden. Ook dat kan het plan sterker maken. In de IOV, zitten namelijk diverse bepalingen die van invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden binnen het USP. Een goed voorbeeld hiervan is artikel 7.2. ‘Instandhouding en versterking (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies’. Maar ook artikel 4.37 ‘Instructieregel beperkingengebied lokale spoorwegen’ kan mogelijk grote impact hebben.
De maximale hoogte van 105 m sluit aan bij de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Dat wil niet zeggen dat ook altijd van deze bouwhoogte gebruik zal worden gemaakt. Om hoogbouw te realiseren zal voor elk bouwplan afzonderlijk onderzocht moeten worden of dat op die plek wenselijk is. Tot nu toe zijn met name torens gebouwd ten behoeve van studentenwoningen. Deze zijn vanuit financieel uitgangspunt meestal niet hoger dan ca. 70 meter. Dit heeft te maken met de kosten vanwege veiligheidseisen en bouwconstructies.
Mobiliteit Vanuit mobiliteit is aangegeven dat de focus van de omgevingsvisie USP nu sterk op de tram ligt. Het goed verbinden van andere (directe) ov-routes die het USP goed met de bus verbinden, komt maar beperkt naar voren. Dit terwijl meer dan 50% van de ov-reizigers nu met de bus reist. Op verschillende plekken in de omgevingsvisie USP worden uitspraken gedaan over de 2• ov-corridor binnen de USP. Een definitieve keuze moet nog gemaakt worden . Deze keuze vraagt uiteraard om nauwe betrokkenheid van de provincie Utrecht mede als OV-autoriteit. Ik verzoek dan ook om de mogelijkheden van de 2• busbaan samen te verkennen (ook aansluitend op de lopende U-NED MIRT Verkenning OV & Wonen). In de visie lijken de keuzemogelijkheden nogal beperkt. Bovendien wordt de route voor de bus buitenom, langs de snelweg wel belicht daar waar dit voor het alternatief via de Leuvenlaan-Universiteitsweg niet het geval is. Wij zien graag dat Leuvenlaan-Universiteitsweg als volwaardige optie wordt neergezet in de visie. Hiervoor zijn verschillende goede redenen waarover we graag met u in gesprek gaan. Het belang van goede fietsverbindingen met OV-knooppunten mag naar mijn idee best nog wat zwaarder worden aangezet. Dit vanuit de gedachte dat o.a. de (extra) woningbouwopgave - zeker bij stedelijke verdichting - vooral dient te worden opgevangen door de modaliteiten OV en fiets.
Het USP ligt op de rand van stedelijk gebied en open landschap. Er is sprake van een contrast tussen de hoog stedelijk wereld van het USP en het open landschap er omheen. De zichtbaarheid wordt verzacht doordat vaak beplanting of lagere bebouwing voor de hoogbouw staat. Ook maakt het een groot verschil hoe de hoogbouw wordt vormgegeven. Mede naar aanleiding van het advies van de commissie voor de m.e.r. is de plan-MER aangevuld met visualisaties mbt de effecten van hoogbouw. De hoogbouw in het USP zal op veel plekken niet zichtbaar zijn vanwege aanwezige bomen en bos. Er zijn ook plekken waar de hoogbouw wel zichtbaar zal zijn. In de huidige situatie is de hoogbouw van het USP beperkt zichtbaar vanuit het omliggende landschap. Vanaf veel plekken (ten westen van USP en noorden van USP) zorgt bebouwing, bos/bomen en de snelweg dat de hoogbouw niet zichtbaar is. Vanaf andere plekken (ten oosten en zuiden van USP) is de bestaande hoogbouw wel zichtbaar. Bijvoorbeeld vanaf de Weg naar Rhijnauwen en vanaf Amelisweerd (kijkend over de open velden), vanaf de Bunnikseweg en vanuit het gebied ten oosten van De Bilt. Voor twee van deze plekken zijn visualisaties gemaakt. Deze visualisaties tonen de huidige situatie en twee mogelijke toekomstige situaties (uitgaande van de proefverkaveling), één met hoogbouwaccenten tot maximaal 75 m en één met hoogbouw tot maximaal 105 m.
78 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
Economie De omgevingsvisie USP sluit aan bij de economische beleidsdoelen van de provincie Utrecht. Het is waardevol dat in de beleidsvisie ook aandacht wordt gegeven aan andere locaties buiten de gemeente Utrecht , zoals De Bilt (USP Bilthoven) en de regionale samenwerking. De economische visie besteed aandacht aan talentontwikkeling, duurzaamheid, het versterken en stimuleren van innovatie, circulaire economie en gebouwen en het ontwikkelen van een interactief ecosysteem (campusontwikkeling). Dat er voldoende ruimte wordt gecreëerd voor ‘science bedrijven’ is belangrijk. De laatste jaren wordt het tekort aan laboratoria op het USP (ook voor kleinere bedrijven) ernstig zichtbaar. Ik ondersteun de visie dat de economische groei vooral door Life Sciences & Health een enorme impuls kan krijgen. Een groei die ook belangrijk is voor het bredere regionale economische ecosysteem. Ik vraag aandacht om ook op het terrein van duurzaamheid (met name klimaat en energie) te onderzoeken welke economische kansen er mogelijk zijn. Tot slot wil ik op inhoudelijk vlak benadrukken dat ook het terrein van digitalisering (een belangrijk onderwerp in de Regionale Economische Agenda (REA)) het USP onder andere op het terrein van artificial intelligence (Al) een krachtige en verbindende regionale rol kan spelen.
Op pagina 129 wordt verwezen naar de governance rondom het USP (hoofdstuk 16), maar daar ontbreekt dit onderwerp. Als provincie hechten wij grote waarde aan een heldere governance. Daarom werken wij samen met UU, UMCU, HU, stichting USP en gemeenten Utrecht, De Bilt, Zeist en Bunnik aan een convenant USP. Doel van dit convenant is om op bestuurlijk en ambtelijk niveau gezamenlijk bij te dragen aan een versterking van de economische positie van het USP. In de governance wil ik ook wijzen op de grote waarde die de nieuwe Regionale Ontwikkelings-maatschappelijk Utrecht Regio (ROM) kan spelen voor innovatieve bedrijven op het USP. Inzet van de provincie Utrecht is om bij belangrijke dossiers gezamenlijk tot een gedragen , uitvoerbaar en realistisch resultaat te komen voor de locatie van het Ronald Mc Donaldhuis. De provincie Utrecht hecht aan een goede relatie met betrokken partijen, gericht op een positieve en structurele samenwerking.
De twee hoogtevarianten laten zien dat de nieuwe hoogbouw voortbouwt op het bestaande silhouet van het USP. Er ontstaat een soort gelaagd silhouet van hogere en lagere bebouwing. In deze visualisaties is uitgegaan van het winterbeeld en zonder de in de Omgevingsvisie gedachte coulissen. Meer groen zal het beeld alleen maar verzachten. Bij de realisatie van nieuwe hoogbouw is de vormgeving en de inpassing in het gelaagde silhouet dus belangrijk, om te voorkomen dat er een ‘wand’ aan hoogteaccenten ontstaat en het huidige open karakter van de stedenbouwkundige opzet afneemt. Voor de hoogbouwaccenten is ervoor gekozen om nu niet precies vast te leggen waar deze kunnen komen, maar om de condities en randvoorwaarden mee te geven waarop deze mogelijk zijn. Zo kan elk hoog gebouw zorgvuldig worden ingepast in het USP, zowel ten opzichte van andere hoogbouw als ten opzichten van het landschap en de omgeving eromheen. Bij de positie van hoogbouw in het USP spelen ook de volgende aspecten een rol. De zone langs de snelwegen is niet geschikt voor woningbouw (vanwege geluid en fijnstof), hoge woongebouwen (zoals studentencomplexen) zullen dus meer aan de zuidzijde dienen te worden gepositioneerd. Daarnaast is het logisch om hoogbouw te realiseren op goed bereikbare locaties (zoals bijvoorbeeld dichtbij een tramhalte).
Bij de verdere uitwerking van de visie is het relevant de locaties voor hoogteaccenten zorgvuldig in te passen. Hierbij dient de plaatsing en vormgeving van hoogbouw per deelgebied te worden onderzocht. Zowel het effect op het silhouet van het USP gezien vanuit het landschap als de inpassing op straatniveau is hierbij van belang. In de Omgevingsvisie is aanvullend een aantal aandachtspunten opgenomen die dienen te worden onderzocht indien hoogbouw wordt toegepast.
79 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
Erfgoed Ik waardeer de aandacht die is besteed aan de culturele en historische waarden, die zijn terug te vinden op het USP (breder dan alleen het UNESCO werelderfgoed). Naar mijn mening worden alle belangrijke onderwerpen behandeld . Ik heb twee aandachtspunten: • UNESCO heeft inmiddels besloten de Nieuwe Hollandse Waterlinies als werelderfgoed bij te schrijven. Daarmee vervalt de nominatie. • Wat de betreft de nieuwe locatie voor het Ronald Mc Donaldhuis hebben wij de indruk dat eisen en wensen van het huis niet helemaal scherp zijn geformuleerd. Inmiddels werken wij constructief mee, samen met UMCU, UU, gemeente Utrecht en het Ronald Me Donaldhuis , in een werkgroep, die tot opdracht heeft te onderzoeken welke locaties geschikt zijn en waar gezamenlijk draagvlak voor is. Hierin worden de eisen en wensen van het Ronald McDonaldhuis ook helder op een rij gezet. Dat in de Omgevingsvisie gesteld wordt dat ‘het unieke gegeven van de ligging in de waterlinie (van wereldfaam) het USP onderscheidende identiteit geeft (p. 75)’, ervaar ik als zeer positief. Het erfgoed wordt hierin duidelijk gezien als een kans en niet als een bedreiging.
Gebiedsniveau • Bij de inpassing van hoogbouw dient het effect op het gelaagde silhouet van het USP inzichtelijk gemaakt te worden door middel van visualisaties. Hierbij gaat het om het effect op andere hoogbouw, de beleving vanuit het gebouwde deel van het USP en het effect op het landschap. Indien in een gebied meerdere hoogbouwaccenten gepland zijn (of de verwachting is dat dit in de toekomst gaat gebeuren) dan dient dit in samenhang te worden bekeken. Voor grotere ontwikkel-gebieden kan dit worden uitgewerkt in een zoneringsplan waarin de hoogteopzet wordt vastgelegd.
Groen Het Groen Blauw raamwerk in 2040 is gevisualiseerd op pagina 76. Uw voorstel is om de omgeving van Fort Rhijnauwen in de plannen mee te nemen als groene contramal. Hier ligt ongeveer 75 ha Groene contour, natuur die ingericht moet worden maar waar nog geen financiering voor is. Dit onderdeel valt mogelijk nog verder uit te werken richting een uitvoeringsstrategie tot 2040. Op pagina 78 zijn op de kaart Het Campuspark de ecologische verbindingen naar buiten het USP zichtbaar gemaakt. De bestaande faunatunnels N412 Universiteitsweg en de A28 Oostbroek ontbreken nog op deze kaart. Het ligt in de rede de ecologische verbindingen vanuit het USP (ook) daaropaan te laten sluiten.
Straatniveau • De omgeving behoudt/krijgt zoveel mogelijk een verblijfskwaliteit; hoogteaccenten zijn alleen mogelijk waar de effecten op bezonning, privacy, windhinder en uitzicht voor de omgeving niet te groot zijn. • Bij de realisatie van hoogteaccenten is de vormgeving van de toren erg belangrijk. Hoogbouw bestaat uit torens in plaats van lange schijven vanwege het effect op de omgeving als het gaat om uitzicht en bezonning. Het effect van de footprint en het volume van het hoogteaccent op de omgeving moet onderzocht worden. • De overgang tussen het groene raamwerk en hoogstedelijke bebouwing moet zorgvuldig in beeld worden gebracht. Een goede overgang kan bereikt worden door o.a. coulissen aan te leggen of het hoogteaccent terug te leggen ten opzichte van de gevelrooilijn. Gebouwniveau: • Het materiaalgebruik, de verlichting en kleur dient zowel bij te dragen aan een leefbare omgeving (voor mens en dier). IOV Bij de verdere uitwerking van omgevingsplannen zal uiteraard worden getoetst of deze passen binnen de vigerende IOV.
80 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
Mogelijk kan dit ook op de kaart (en)worden verwerkt. De genoemde faunatunnels zijn aangegeven op bijgevoegde kaart.
Mobiliteit Voor een goede en duurzame bereikbaarheid van het USP wordt ingezet op openbaar vervoer met zowel bus als tram en uitbreiding van het (regionale) fietsnetwerk. Hieronder vallen ook fietsverbindingen met OV-knooppunten. Zie hiervoor hoofdstuk 9.3 en 13.4. In hoofdstuk 13.4 is de 2e OV-as als uitwerkingsopgave beschreven in relatie tot de lopende U-NED MIRT verkenning. Ten eerste zal in dit kader de nut en noodzaak van een 2e OV-as moeten worden verkend. Vervolgens zal ook moeten worden onderzocht welke tracés in het USP ruimtelijk mogelijk zijn en hoe deze zich verhouden tot de andere ambities en waarden in het USP (zoals meer ruimte voor verblijf, fiets en voetganger creëren en behoud en vergroten van biodiversiteit).
Op pagina 96 heeft u een kaart opgenomen over het huidige gebruik weilanden. Een gedachte is om het huidige gebied voor ‘voederwinning biologisch’ langgerekter te maken waardoor een ecologische waterbuffer tussen USP en Landgoed Oostbroek kan gaan ontstaan. In de ecologische buffer het waterpeil flink verhogen door middel van stuwen in sloten haaks op Oostbroek. Graag zou ik over dit onderdeel nog verder willen overleggen.
Economie Goed dat de doelen van provincie en gemeente op dit punt overeenkomen. Met de omgevingsvisie faciliteren we o.a. ruimte voor economische groei. Onderzoek naar economische kansen zullen niet expliciet in het kader van de Omgevingsvisie worden uitgevoerd. Daarvoor zijn andere gremia. We zullen in de omgevingsvisie ook aandacht besteden aan o.a. het convenant en andere organisatorische aspecten rondom de samenwerking.
Hieronder de huidige situatie lichtgroen biologische voederwinning en de voorgestelde situatie.
RMDH De passage over de uitwerkingsopgave waarin alternatieve locaties voor RMDH worden beschreven, is aangepast aan de actuele inzichten. Erfgoed Daar waar ‘nominatie’ stond, is dit aangepast. De beheersing van de waterkwantiteit is in de huidige situatie gekoppeld aan het agrarisch gebruik. Dit is een tegennatuurlijk peilbeheer. Indien de percelen voor andere functies dan landbouw of veeteelt ingezet worden, kan onderzocht worden of een natuurlijke peilbeheer ingesteld kan worden, bijvoorbeeld gericht op het langer vasthouden en benutten van kwelwater. Als dat aan de orde is zullen we daarover in overleg treden.
81 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
56 (vervolg)
Provincie Utrecht
Ten slotte
Faunapassages De bestaande faunapassages zijn opgenomen op de kaart.
De oorspronkelijke einddatum van 26 juli 2021 voor een reactie is recentelijk verlengd naar 30 augustus 2021. Deze verlenging biedt intern, als gevolg van overlappende vakanties, echter nauwelijks extra procesruimte. In september 2021 zal ik de omgevingsvisie USP op bestuurlijk niveau ter bespreking gaan voorleggen. Voor dit moment rest dan eerst deze ambtelijke reactie op de omgevingsvisie USP. Ik hoop dat deze ambtelijke reactie op de omgevingsvisie USP een bijdrage kan leveren om onze samenwerking verder te intensiveren, zodat onze beider belangen nog beter in een vroegtijdig stadium op elkaar afgestemd kunnen gaan worden
Gebruik van de weilanden door diergeneeskunde De Universiteit doet onderzoek naar toekomstig areaal weiland voor Diergeneeskunde. Wanneer er ruimte ontstaat voor andere functies dan zijn recreatie, natuurontwikkeling en opwekking van duurzame energie functies die zullen worden afgewogen. De provinciale ambitie voor ontwikkeling van de Groene Contour tot natuur binnen het plangebied van de omgevingsvisie wordt door ons gedeeld. Indien fysieke ruimte vrijkomt en financiering gevonden kan, is ontwikkeling van de groene contour ook wat ons betreft zeer gewenst. Ten slotte De oorspronkelijke inspraakperiode had 1 week overlap met de zomervakantie. Voor de verlenging is gekozen omdat we bewoners die met een wijkbericht zijn geïnformeerd, nog voldoende tijd wilden geven om te reageren. En de datum van 30 augustus om onze eigen Raad nog in de gelegenheid te kunnen stellen om in deze raadsperiode zo mogelijk nog een besluit te nemen. We danken de provincie voor het tijdig participeren in het overhedenoverleg van de Omgevingsvisie
57
Omwonende (Rijnsweerd)
Prachtig plan! Enige wat niemand begrijpt is het bouwen van één windmolen. Rare symboolpolitiek. Dan kunnen we in een straal van honderden meters problemen verwachten met kantoren, nieuwe huizen, noem maar op. Met plastic scheiden is de gemeente gestopt. We vinden vast wel een plekje voor die ene windmolen. En als dat in zee is noemen we dat toch het Utrechts windmolenpark? Kunnen we er meteen meer bouwen dan 1.
Dank voor uw complimenten. Voor een antwoord op windenergie verwijzen we u naar het antwoord op inspraakreactie nummer 8 en nummer 27.
82 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
58
Omwonende (weg naar Rhijnauwen)
De omgevingsvisie USP gaat uit van de maximale ambitie van het USP op het gebied van onderwijs, wonen, werken en onderzoek. Een bescheidener variant, waarbij de groei van het USP meer in evenwicht wordt gebracht met de beschikbare capaciteit van het gebied, ontbreekt (nog). Zo wordt ook uitgegaan van energie op de maximale variant, zodat veel windmolens en zonnepanelen nodig zijn. Minder groei, energiebesparing, of zelfs energie-optimalisatie zijn in de visie niet verwerkt. De rode contour ontbreekt in veel overzichten. In afbeelding 17-8 van de MER op bladzijde 196 komt deze pas naar voren; deze rode contour dient beter in acht genomen te worden. De bouwhoogte is in het USP opgehoogd naar 105 meter, ook aan de zuidwestkant. Terwijl de bouwhoogte van de omliggende bebouwing (bladzijde 50 van de visie) wel beperkt wordt. Deze laatste beperking graag aanpassen naar bouwhoogte maximaal 15 m, zodat toekomstbestendig (her)bouwen hier mogelijk is (ivm stijging waterniveau/ zeespiegel) De visie geeft de (zoek)optie voor sportvelden buiten de rode contour (figuur 17-5 van de MER en bladzijde 68 van de omgevingsvisie). Deze optie is strijdig met de rode contour, met de doelstelling voor landschappelijke kwaliteit, de natuurwaarde (Ecologie, NNN) en de overige recreatie. Graag deze optie verwijderen uit de omgevingsvisie en de MER.
Sportvelden in dat gebied is zeer ongewenst en niet realistisch. De visie dient nader bijgewerkt te worden op de werelderfgoed ontwikkelingen: het gebied is een unieke combinatie van zowel de nieuwe Hollandse Waterlinie als van de limes. Hier komen de twee werelderfgoed eenheden bij elkaar! Dit mag niet ontbreken in de omgevingsvisie
Dank voor uw reactie. Wij hebben de beschikbare capaciteit in het kader van de omgevingsvisie onderzocht. De proefverkaveling laat zien dat er voldoende ruimte is om het programma van 4.000 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen te realiseren. De beschikbare capaciteit voor verdere groei is ook aanwezig, maar vooral afhankelijk van verkeersmaatregelen en niet van de beschikbare ruimte. Voor een antwoord op uw opmerking over energie verwijzen we u naar het antwoord op inspraakreactie nummer 27. De rode contour is uitgangspunt voor de omgevingsvisie en wordt dus in acht genomen. Naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad wordt wel gekeken naar mogelijke locaties van het Ronald McDonaldhuis buiten de rode contour. Zie voor uw reactie over de bouwhoogte het betreffende antwoord op reactie nummer 56. Sportvelden kunnen buiten de rode contour worden gerealiseerd, en zijn daarmee dus niet strijdig. Dit past echter niet in het huidige bestemmingsplan. Dus als dat aan de orde is, zal een bestemmingsplanprocedure moeten worden doorlopen. Een integrale afweging tussen alle waarden zal in dat kader moeten worden uitgevoerd. Uiteindelijk zal de gemeenteraad hier dan over besluiten. Deze locatie zal echter pas aan de orde zijn als blijkt dat het op andere manieren niet kan worden opgelost. De visie is bijgewerkt op basis van de vastgestelde status van de NHW als Werelderfgoed.
83 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
59
Omwonende (Rijnsweerd)
Ik ben van mening dat het autoluw maken van het USP de autodruk verhoogt in de omgeving. Bovendien maakt het de mogelijkheden voor ons als naaste bewoners lastiger (door de knip) om via de kortste route naar de A28 te rijden en terug, en we daarmee de andere routes nog verder belasten. Er is aangegeven dat de evt. nieuwe afrit van de A28 er pas na 2030 komt (als die er al komt). Tot slot vind ik ook de plannen voor de evt. windmolens niet in proportie tot de omgeving.
Dank voor uw reactie. Voor ons antwoord op veel van de punten die u noemt verwijzen we u naar het antwoord bij andere reacties. Voor de effecten van de knips op de omgeving zie het antwoord op inspraakreactie nummer 28, 33 en 46. Voor de windmolens zie het antwoord op inspraakreactie nummer 8.
Mijn vragen/verzoeken zijn de volgende: - Waarom is het autoluw maken van het USP nodig? - En als het dan al gebeurt, leg dan ook de oplossingen/maatregelen/gevolgen bij USP zelf neer ipv bij de bewoners van Rijnsweerd.
Voor het autoluw maken en parkeren zie het antwoord op inspraakreacties nummer 10, 24 en 34. Voor parkeerhub west, zie het antwoord op inspraakreactie nummer 24.
- Waarom moet er een grote parkeervoorziening komen aan de rand van Rijnsweerd, er kan toch ook voor worden gezorgd dat er parkeervoorzieningen onder de gebouwen komen? Dit ziet er netter uit en geeft bovendien meer ruimte. Het is toch niet meer van deze tijd om grote bovengrondse parkeerplaatsen te maken in de toch al krappe stad. - Bovendien moeten er mogelijk woningen verdwijnen voor de parkeerplaats wat al helemaal absurd is in deze tijd van woningnood. Ik ben er dus op tegen dat er woningen verdwijnen voor de USP plannen. - Deze parkeerplaats geeft ook extra druk op de wijk waar we toch al veel hinder ervaren van forenzen die er parkeren. Het is nu net een beetje in een nieuw evenwicht (door betaald parkeren in de ochtend op werkdagen in onze wijk) maar dat zou zo weer kunnen veranderen met alle mogelijke extra maatregelen tot gevolg (de parkeertarieven gaan volgend jaar ook alweer omhoog dus de lasten worden altijd doorbelast aan de bewoners).
Voor de knips en effecten op Rijnsweerd zie het antwoord op inspraakreacties 28, 33 en 46. In aanvulling hierop: om Utrecht bereikbaar en leefbaar te houden geeft de gemeente prioriteit aan duurzame, gezonde, vervoermiddelen: voetganger, fiets en OV. Zie ook de RSU 2040 en de geactualiseerde Mobiliteitsvisie 2040 van de gemeente Utrecht. Om hier ruimte aan te bieden in het USP, zijn de knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan nodig. En deze zijn op korte termijn gewenst. Dat betekent dat bewoners van en naar de A28 inderdaad een alternatieve route moeten nemen. Of er een nieuwe directe ontsluitingsweg naar de A28 kan komen, hangt onder andere af van het Tracébesluit Ring Utrecht.. Zie hiervoor ook het antwoord op inspraakreactie nummer 56.
84 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
59 (vervolg)
Omwonende (Rijnsweerd)
- De knip door USP om vanuit Rijnsweerd naar de A28 te rijden en v.v., zorgt voor een extra belasting van de andere ontsluitingswegen en met name ook het omliggende snelwegennet. Komend vanuit Amersfoort staat het hier elke dag al vast en als je niet meer via de Uithof kunt rijden, moet je langer de overige wegen (snelweg/Waterlinieweg etc.) belasten. Er is wel gesproken over een nieuwe afslag voor Rijnsweerd maar die is er niet voor 2030 als deze er al komt. Zorg dus dat de knip pas ingaat als deze nieuwe afrit er is en niet al zoveel jaar eerder... - Er is ook gezegd dat de Weg tot de Wetenschap na 2030 mogelijk een fietsstraat wordt en er een 2e OV as zou moeten komen. Wat betekent dit voor de bewoners, ook die ontsluiting van de wijk wordt dus lastiger voor bewoners die met de auto de wijk uit moeten. De auto is de ‘pispaal’ van de stad geworden terwijl de overlast steeds vaker wordt veroorzaakt door fietsers (elektrische fietsen die met hoge snelheid voorbij komen, wielrenners die denken dat je in de fietsstraat met een groep net als in de Tour de France kunt rijden, kinderen die in groepen van 3/4 naast elkaar blijven rijden). Kijk dus ook naar andere oplossingen dan altijd alleen maar naar de ‘fietsstraat’ oplossing. - Tot slot wil ik dat er eerst meer onderzoek wordt gedaan naar de effecten van windturbines op de leefomgeving en mogelijke gevolgen voor de gezondheid.
De hoogte van de mogelijk te plaatsen windmolens vind ik ook belangrijk. Een molen hoger dan de dom vind ik echt niet kunnen. Ik vind al dat veel (hoge) gebouwen de aanblik van onze stad ‘verknallen’. In afwachting van uw reactie en antwoord op mijn vragen voor de plannen worden uitgevoerd.
Antwoord
85 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
60
Omwonende (Zeist)
Met genoegen en waardering heb ik de concept omgevingsvisie bestudeerd. Er staan respectabele ambities, goede bedoelingen en veel mooie woorden in. Met name het hoofdstuk 8 over het groen-blauwe raamwerk spreekt aan. Toch moet ik helaas een aantal kritische opmerkingen maken: 1. Er zijn bouwlocaties aangegeven in de groene ruimte, buiten de huidige grenzen van het bestemmingsplan. Die zijn m.i. (nog) niet nodig. De open ruimte, essentieel voor de campuskwaliteit zal steeds verder ‘dichtslibben’. De UU wil 70.000 m2 minder ruimte gaan gebruiken. Daardoor komen gebouwen leeg. Die kun je herbestemmen voor de functies die nu in het groen worden gepland.
Dank voor uw waardering en reactie.
2. De UU is van plan een groot aantal ‘verouderde ‘ gebouwen te slopen. Dat is niet duurzaam. De unieke kwaliteit van het ensemble van gebouwen, dat een staalkaart is van opvattingen, ambities en mogelijkheden uit het recente verleden gaat dan verloren. De gebouwen die de UU wil slopen of afstoten vertegenwoordigen tezamen jong universitair cultureel erfgoed. Wat weg is, komt nooit meer terug. Ik bepleit het renoveren, aanpassen aan nieuwe functies en, in ieder geval, het behouden van karakteristieke fragmenten van de ‘verouderde’ gebouwen. Doel is een levendig, gevarieerd beeld dat de geschiedenis leesbaar maakt. Het doel van de sloopwoede is om gezellige pleinen te maken, brede zichtlijnen naar het groen e.d. Dat klinkt allemaal mooi. Maar gezellige pleinen maken is heel moeilijk. De beste zijn vaak klein. Nu ontstaan enorme open vlaktes, en daarvoor moet in het groen worden gebouwd???? Renovatie en herbestemming zou te duur zijn door aanwezige asbest. Dat is geen sterk argument. Zowel bij sloop als bij renovatie moet eerst asbest zorgvuldig worden verwijderd voordat verdere sloop en nieuwbouw of verbouwactiviteiten mogelijk zijn. Het is zuiver om die laatste twee financieel af te wegen. Daarnaast wegen de culturele, emotionele en duurzaamheidsaspecten ook mee. De te slopen gebouwen worden vaak positief gewaardeerd. Mensen zijn er aan gehecht.
Creatieve ontwerpers kunnen oplossingen vinden voor de eventuele beperkte flexibiliteit en energieprestatie van de ‘te slopen’ gebouwen.
De Universiteit Utrecht heeft een strategisch huisvestingplan gemaakt, waarbij vanuit vastgoed perspectief de volgende afwegingen in acht zijn genomen: • Functies / activiteiten niet afstoten, alleen mogelijk gebouwen afstoten • Kantoorruimte krimpt sterker dan ruimte voor onderwijs en onderzoek • Gebouwen met hoge woonlasten of inefficiënte indeling mogelijk afstoten of vervangen • Gebouwen met hoge CO2-uitstoot mogelijk afstoten of vervangen • Specials / overige functies krimpen evenredig mee • Lastenverhogende investeringen vermijden door verkoop / vervanging • Minimaliseren verhuisbewegingen Zie: https://www.uu.nl/sites/default/files/201909_presentatie_shp.pdf Deze afwegingen hebben er in geresulteerd dat bijvoorbeeld de markante gebouwen van Unnik en Kruyt worden gerenoveerd. Een aantal gebouwen zal de UU niet meer gebruiken in de toekomst, omdat die door bovenstaande afwegingen niet langer passen binnen de vastgoed portefeuille. Deze gebouwen kennen over het algemeen hoge onderhouds- en energielasten en een inefficiënte indeling. Via sloop/nieuwbouw is een verdichting van de bebouwingsclusters mogelijk, hierdoor kan meer programma in de clusters worden gerealiseerd. Renovatie van deze gebouwen zou een veel minder dicht programma tot gevolg hebben, wat de druk op de groene ruimte zou doen toenemen.
86 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
60 (vervolg)
Omwonende (Zeist)
3. Het University College (UC) wordt verplaats van de vml. Kromhoutkazerne naar het USP. Wat jammer van de inspanningen van de gemeente samen met de UU om het UC op de huidige locatie tot stand te brengen. De unieke sfeer van studeren/wonen/ ontmoeten in een overzichtelijke campus kan niet worden gerealiseerd in het USP. Indien er kritiek is op de benutting of de energieprestatie of andere aspecten van de gebouwen van het UC , zijn die met enige creativiteit daar oplosbaar. Misschien door andere universitaire functies daar toe te voegen en de gebouwen te renoveren.
De UU heeft er, gebruikmakend van eerder genoemd afwegingskader, voor gekozen om de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van het University College naar elders te verplaatsen. Over het karakter en de mogelijke ontwikkelingen van het huidige UCU terrein zijn nog geen beslissingen genomen en deze vallen ook buiten de scope van deze omgevingsvisie.
In een langetermijnvisie hoort meer ambitie t.a.v. de energietransitie en het klimaat. Graag een prachtige rij windmolens langs de A27 en A28. Zonnepanelen op daken en gevels en/of begroeide gevels en daken. Opgewekte energie die niet direct nodig is, gebruiken om waterstof op te wekken. Die kan worden gebruikt voor verwarming en opwekken elektriciteit. (niet terugleveren aan het openbare net ter vermijding van overbelasting). Regenwateropvang en hoog rivierwater deels opvangen in plas dras gebieden met daardoor hoge natuurwaarde. Enz, enz.
Wij delen uw ambitie voor een duurzaam USP. Helaas zijn de mogelijkheden om de ambities te vertalen naar maatregelen beperkt. De mogelijkheden voor windmolens langs de A27 en de A28 zijn onderzocht en door de aanwezigheid van woningen, bedrijfsgebouwen en sportlocaties zijn de mogelijkheden van windmolens op USP beperkt tot de locaties zoals opgenomen in de omgevingsvisie. De rivier Kromme Rijn valt buiten de omgevingsvisie. In het USP is de doelstelling dat het waternetwerk het water zo lang mogelijk vasthoudt en hoge biodiversiteit heeft.
87 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
61
Vrienden van Amelisweerd
Algemeen De omgevingsvisie verwoordt op tal van aspecten een hoog ambitieniveau. Ook in dit geval geldt: “Niet alles kan”. De toename van bewoners, gebruikers en bebouwing betekent ook een toename van mobiliteit en potentieel een verhoging van de druk op de omgeving. Wij vragen u vol in te zetten op een mobiliteitstransitie naar gebruik van ov, fiets en wandelen, en het ontwikkelingstempo van het gebied te laten corresponderen met de mate waarin tegelijk doelen op het gebied van mobiliteitsomslag en landschappelijke kwaliteit worden gehaald. Dit zou bijvoorbeeld tweejaarlijks kunnen worden geëvalueerd.
Algemeen Dank voor uw suggestie. Wat u voorstelt sluit aan bij wat de gemeente voorstelt in de Omgevingsvisie, alsook in de kaderstellende RSU en Mobiliteitsbeleid. Zie hiervoor ook het antwoord op inspraakreactie nummer 59.
Groen Als Vrienden van Amelisweerd zetten wij ons in voor het behoud en de versterking van landschappelijke en ecologische waarden in het Kromme Rijngebied tussen Utrecht en Bunnik, en in het bijzonder de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen. Het Science Park ligt daar pal tegen aan. Wij zijn blij dat de waarde van de landgoederen en het omringende landschap in de Omgevingsvisie worden erkend. Een gevolg van de erkenning van die waarde moet zijn dat de rode contour zal moeten blijven waar deze thans ligt en dat er geen sprake kan zijn van bouwplannen daarbuiten zoals voor een eventuele vestiging van het Ronald McDonaldhuis. In plaats daarvan moet juist de kans worden benut om de groene verbindingen kwalitatief en kwantitatief te versterken rond het Science Park zoals tussen de landgoederen Rhijnauwen en Oostbroek. Zoals in de omgevingsvisie min of meer is weergegeven kan de inbedding in het historisch ontstane landschap juist ook een troef zijn voor het Science Park. Maak daar gebruik van en versterk de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteit. Dit vergt in zekere zin een balanceeract. Natuurnetwerken en recreatieve netwerken gaan niet altijd samen. Het lijkt ons een goed idee om het Science Park deel uit te laten maken van een recreatief netwerk en in die zin het fiets- en wandelnetwerk te versterken.
Tegelijk is het van essentieel belang om de rustgebieden voor vogels en andere dieren te ontzien. Een oude suggestie van ons is nabij de voormalige boerderij De Uithof (thans kinderdagverblijf) een uitspanning (theehuis o.i.d.) te realiseren als “poort naar Rhijnauwen”.
Groen We begrijpen uw standpunt. De complexiteit rondom het zoeken naar een alternatieve plek voor het RMDH is echter groot. De uitvoering van de motie van de raad hierover maakt dat we in dit stadium nog naar meerdere varianten kijken, ook buiten de rode contour. Het groen-blauwe raamwerk maakt met het coulliselandschap verbindingen met de omgeving, waaronder Amelisweerd. Zowel in kwalitatief opzicht als kwantitatief is de wens om het groen op en rond het USP beter met elkaar te verbinden, voor mens en natuur. Uiteraard moeten de ambities voor biodiversiteit en recreatie goed op elkaar worden afgestemd en hier soms ook keuzes in worden gemaakt en/of zonering in worden aangebracht. Zie hiervoor ook het antwoord op inspraakreactie nummer 51. Uw idee voor boerderij De Uithof is opgenomen in de omgevingsvisie. De boerderij is nu in privaat eigendom. Er is onderzoek nodig of hier een recreatieve pleisterplaats gemaakt kan worden. Als onderdeel van het campuspark wordt de Schapenwei toegankelijker gemaakt. Bij de uitwerking van een mobiliteitshub zal goed moeten worden onderzocht hoe deze ruimtelijk en functioneel goed op de Schapenweide kan aansluiten. Voor de zonnevelden zie het antwoord op inspraakreactie nummer 1, 27 en 28.
88 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Nr.
Inspreker
Inspraakreactie
Antwoord
61 (vervolg)
Vrienden van Amelisweerd
Daarbij dient tegelijk de druk te worden afgeleid van de landbouwgronden ten zuiden van de Toulouselaan, die dan een wat sterker ecologische accent kunnen krijgen. Het is wellicht een goed idee om gebruik te maken van de expertise van het USP (faculteiten biologie/milieukunde/geosciences) bij het ontwikkelen van plannen ter versterking van de biodiversiteit. Wij vinden het een goed idee om de huidige schapenwei tot een soort groene entree om te vormen waar het prettig toeven is, met kenmerkende boomgroepen e.d. Het idee van een mobiliteitshub in de directe omgeving hiervan kan de belevingskwaliteit wel flink onder druk zetten. Wij komen hierop terug in de volgende paragraaf. Wij zijn pertinent tegen plaatsing van zonnevelden buiten de rode contour van het USP. Het doet enorm afbreuk aan de landschappelijke waarde en beperkt potenties op het gebied van natuurwaarden en biodiversiteit.
Mobiliteit en bereikbaarheid In het antwoord op inspraakreactie nummer 56 gaan we in op de afhankelijkheid van de maatregelen van het tracébesluit van de Ring Utrecht. Als dit besluit wordt vernietigd, zullen we bekijken wat dat verder betekent voor het USP.
Mobiliteit en bereikbaarheid Uitgangspunt op het gebied van bereikbaarheid dient te zijn dat de druk van het gemotoriseerde verkeer in en rond het Science Park niet of nauwelijks toeneemt. Dat is een ambitie die alleen kan worden verwezenlijkt met een uitgekiend bereikbaarheidsconcept. Een belangrijk element daarin is het niet uitvoeren van de voorgestelde verbreding van de A27/Ring Utrecht. Het Vlaamse ingenieursbureau Suunta heeft een verkeersalternatief uitgewerkt, uitgaand van de huidige breedte van de bak in Amelisweerd, dat aan alle verkeerskundige eisen voldoet. Het is goed dat de Omgevingsvisie kiest voor “parkeren op afstand” en een meer autovrij centrumgedeelte van het Science Park. Wel vragen wij ons af op de parkeernorm voor auto’s niet wat scherper kan in combinatie met onder meer een uitstekende deelfietsinfrastructuur. Daarbij vragen wij ons af of de kansen en effecten van structureel thuiswerken en digitaal onderwijs al voldoende zijn meegenomen in de berekeningen van verkeers- en parkeerbehoefte.
De knips op de Leuvenlaan en Cambridgelaan zorgen ervoor dat de verkeersdruk in en rond het USP nauwelijks toeneemt, zie hiervoor het antwoord inspraakreactie nummer 33. De parkeernorm die in de Omgevingsvisie wordt gehanteerd is laag, en voldoet aan de geactualiseerde parkeernormen die november 2021 door de gemeenteraad zijn vastgesteld (Parkeernota). De daarin vastgestelde normen vormen het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen die gerealiseerd worden binnen de kaders van de Omgevingsvisie. Deze normen zijn lager dan de norm zoals die in het verleden gold. Een nog lagere norm achten we niet realistisch. Daarnaast wordt ingezet op mobiliteitsmanagement gericht op minder autogebruik onder de bestaande werknemers en bezoekers van het USP. Ook meer thuiswerken en spitsmijden kunnen bijdragen aan minder verkeersdrukte. Zie voor de zoeklocaties voor de parkeerhub het antwoord op inspraakreactie nummer 24. Energie Zie voor duurzame energie het antwoord op inspraakreacties nummer 1, 8, 27 en 28. Tot slot Bedankt voor het compliment voor de veelzijdigheid van de visie. Monitoring en borging van de zachte waarden en ambities in deze visie heeft onze aandacht. Zie hiervoor ook ons antwoord op inspraakreactie nummer 9.