CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Concept (wijziging) (onder-)splitsingsakten.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 31 mei 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Afsplitsing kantoren Hoog Catharijne35.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

26 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

2.

3.

4.

5.

-1, op de begane grond, de tussenverdieping , verdieping 01 en verdieping 02 van het Gebouw, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 30, dat uitmaakt het tweeduizend zevenhonderd vierennegentigste/tien duizendste (2.794/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de parkeergarages en fietsenstallingen met liften, trappenhuizen en verder aanbehoren gelegen in de kelder -2, de kelder -, op de begane grond en de tussenverdieping van het Gebouw, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 31, dat uitmaakt het tweeduizend vierhonderd vijfenveertig /tien duizendste (2.445/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van: de kantorengebouwen genaamd “Cleutinckborch”, “Janssoenborch” en “Van Duvenborch” met liften, trappenhuizen en verder aanbehoren, gelegen op de derde tot en met tiende verdieping van het Gebouw, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 32, dat uitmaakt het tweeduizend driehonderd vierendertig /tien duizendste

(2.334/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van het kantoorgebouw “Overborch” met liften trappenhuizen en verder aanbehoren, gelegen op de tweede tot en met vijfde verdieping van het Gebouw, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 33, dat uitmaakt het éénduizend negen/tien duizendste (1.009/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van het kantoorgebouw “Trindeboch” met liften, trappenhuizen en verder aanbehoren, gelegen op de kelder -1 tot en met achtste verdieping van het Gebouw, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 34, dat uitmaakt het negenhonderd tweeënnegentig /tien duizendste (992/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed;

27 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

6.

het appartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van een klooster met kerkcentrum, gelegen in het Godebaldkwartier te Utrecht, plaatselijk bekend Westerstraat 24 bestaande uit: a. op de begane grond en op de tussenverdieping: een lift, een entree en een berging; b. op de eerste verdieping: een klooster met kerkcentrum, alsmede een lift met entree en terrassen, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 35, dat uitmaakt het vierendertig/tien duizendste (34/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; 7. het appartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van het klooster met kerkcentrum, danwel het gebruik conform de bestemming zoals deze te zijner tijd zal blijken uit de erfpachtvoorwaarden zoals die zijn vastgelegd in de meest recente notariële akte, op de tweede en derde verdieping van het Gebouw met toebehoren, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 36, dat uitmaakt het eenhonderd dertig/tien duizendste (130/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed; 8.

het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van drieëntwintig woningen gelegen op de zesde tot en met negende verdieping en met entree en bergingen op de begane grond van het Gebouw en entree op de eerste verdieping, plaatselijk bekend als Moreelsepark @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente Catharijne, sectie D, complexaanduiding 7969-A, appartementsindex 37, dat uitmaakt het tweehonderd tweeënzestig/tien duizendste (262/10.000ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Registergoed. B. Toedeling en aanvaarding De Eigenaars delen hierbij: de (hoofd)appartementsrechten met indices 30, 31, 32, 33 en 34 toe aan HCMNL en aanvaardt HCMNL de (hoofd)appartementsrechten met indices 30, 31, 32, 33 en 34; de (hoofd)appartementsrechten met indices 35 en 36 toe aan IRE en aanvaardt IRE de (hoofd)appartementsrecht met indices 35 en 36; het (hoofd)appartementsrecht met index 37 toe aan de Bewoners en aanvaarden de Bewoners het (hoofd)appartementsrecht met index 37. De Gemeente verleent voor zover nodig toestemming voor deze toedeling. C. Wijziging splitsingsreglement Hoofdsplitsing

28 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

Op de gewijzigde splitsing worden van toepassing verklaard de bepalingen van het modelreglement tweeduizend zes van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, met uitzondering van de bijbehorende annex, en vastgesteld bij akte op zeventien januari tweeduizend zes verleden voor genoemde notaris Hartman, bij afschrift ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen op achttien januari daarna in register Hypotheken 4, deel 13420, nummer 174, reeks Utrecht, ten aanzien van welke tekst een aantal aanvullingen en wijzigingen worden doorgevoerd, waardoor de integrale tekst van het reglement als volgt komt te luiden: A. Definities en algemene bepalingen Artikel 1 In het reglement wordt verstaan onder: a. aangrenzende verenigingen van eigenaars: de verschillende verenigingen van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e en artikel 5:124 Burgerlijk Wetboek die zijn ontstaan bij de verschillende (onder)splitsingen in appartementsrechten die betrekking hebben op de aangrenzende gebouwen van het Hoog Catharijne Complex; b. akte: de akte van splitsing, met inbegrip van de tekening als bedoeld in artikel 5:109 tweede lid Burgerlijk Wetboek van het reglement, alsmede de eventuele wijzigingen en aanvullingen daarvan; c. appartementsrecht: het appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106 vierde lid Burgerlijk Wetboek; d.

beheerder: de gerechtigde of een door de vergadering benoemd (rechts)persoon die nader te bepalen taken van het bestuur uitoefent, zoals het administratief/financieel beheer, het technisch beheer of het bouwkundig beheer, een en ander zoals uitgewerkt in artikel 56; e. bestuur: het bestuur van de vereniging als bedoeld in artikel 5:131 Burgerlijk Wetboek, gevormd door één of meer bestuurders; f. boekjaar: het boekjaar van de vereniging; g. coöperatie: de in artikel 42 lid 7 bedoelde coöperatie; h. eigenaar: de gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106 vijfde lid Burgerlijk Wetboek, waaronder begrepen een erfpachter, opstaller, vruchtgebruiker of gerechtigde krachtens een recht van gebruik en/of bewoning op een privé gedeelte respectievelijk appartementsrecht, tenzij uit de tekst of de strekking van het desbetreffende artikel anders blijkt; i. gebouw: het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing is/zijn betrokken; j. gebruiker: degene die als huurder of anderszins, anders dan krachtens een beperkt recht, het gebruik van het privé gedeelte heeft als bedoeld in artikel 5:120 Burgerlijk Wetboek;

29 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

k. l.

gemeenschap: de in de splitsing betrokken goederen; gemeenschappelijke gedeelten: die gedeelten van het gebouw en/of de grond die blijkens deze akte niet bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; m. gemeenschappelijke zaken: alle zaken die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden voor zover niet vallende onder j; n. grond: (het recht op) de grond die in de splitsing is betrokken; o. huishoudelijk reglement: het huishoudelijk reglement als bedoeld in artikel 59 van het reglement; p. instelling: een of meer professionele beleggingsinstellingen of bedrijfstakpensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet en/of vut-fondsen (en/of spaarfondsen) in de zin van het Besluit fondsen en spaarregelingen verzekeringsmaatschappijen en/of een of meer juridische entiteiten waarin uitsluitend dergelijke fondsen participeren; q. jaarrekening: de jaarrekening waarin is opgenomen een balans en een exploitatierekening met toelichting; r. jaarverslag: het verslag van het bestuur over de gang van zaken in de vereniging en het gevoerde beleid; s. onderappartementsrecht: een appartementsrecht ontstaan bij een ondersplitsing; t. ondereigenaar: de eigenaar van een onderappartementsrecht; u. onderhoudsplan: het in artikel 10 bedoelde onderhoudsplan; v.

ondersplitsing: de splitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 derde lid Burgerlijk Wetboek; w. privé gedeelte: het gedeelte of de gedeelten van het gebouw en/of de grond dat/die blijkens deze akte bestemd is/zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; x. reglement: het reglement van splitsing als bedoeld in de artikelen 5:111 en 5:112 Burgerlijk Wetboek, inhoudende onder meer de statuten van de vereniging en de rechten en plichten van de eigenaars; y. reglement van ondersplitsing: het voor de ondersplitsing geldende reglement van splitsing; z. reservefonds: het reservefonds als bedoeld in artikel 5:126 eerste lid Burgerlijk Wetboek; aa. tekening: de tekening als bedoeld in artikel 5:109 tweede lid Burgerlijk Wetboek; bb. vereniging: de vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e en artikel 5:124 Burgerlijk Wetboek;

30 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

cc. vereniging van ondereigenaars: de vereniging van eigenaars ontstaan bij de ondersplitsing; dd. vergadering: de vergadering van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 tweede lid onder d en artikel 5:125 eerste lid Burgerlijk Wetboek; ee. vitale installaties: de installaties als bedoeld in artikel 17 lid 3 van deze akte; ff. voorzitter: de voorzitter van de vergadering. Artikel 2 1. De eigenaars en de gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander gedragen. Iedere eigenaar en gebruiker dient voorts de bepalingen van het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid Burgerlijk Wetboek, en overige tussen hen krachtens wet of gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te leven. 2. Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers toebrengen. Regels ter voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder kunnen nader bij huishoudelijk reglement worden vastgesteld. 3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van andere eigenaars en gebruikers, hypotheekhouders en andere beperkt gerechtigden of aan de belangen van de vereniging.

Hij is verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van die schade en hij is verplicht voor zover dit redelijk is om maatregelen te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te voorkomen, te beperken dan wel op te heffen. Iedere eigenaar en gebruiker is in het voorkomende geval verplicht te gedogen dat er gebruik wordt gemaakt van zijn privé gedeelte, ten einde in geval van nood te kunnen vluchten. 4. Iedere eigenaar en gebruiker dient er voor in te staan dat zijn huisgenoten en zijn personeel de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bepalingen en regels zullen naleven. Artikel 3 Iedere eigenaar en gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het gebouw, de grond of de gemeenschappelijke zaken toegebrachte schade en voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder aan hemzelf, aan zijn huisgenoten of zijn personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht voor zover dit redelijk is maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade of hinder te voorkomen of te beperken. Artikel 4

31 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

1.

Iedere eigenaar en gebruiker is te allen tijde bevoegd en verplicht tot het nemen van maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen. 2. Ingeval de vitale installaties door een defect niet of niet naar behoren kunnen functioneren is iedere eigenaar en gebruiker te allen tijde verplicht om (i) de coöperatie zo spoedig mogelijk na kennisneming hiervan op de hoogte te brengen, (ii) terstond die maatregelen te nemen om de eerste nood te lenigen en (iii) op verzoek van de coöperatie alle verdere noodzakelijke medewerking te verlenen, hieronder begrepen het nemen van maatregelen, om de vitale installaties weer naar behoren te laten functioneren. De kosten verbonden aan dit handelen komen voor rekening van de coöperatie. Artikel 5 In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor ernstige hinder van de andere eigenaars en gebruikers, is iedere eigenaar en gebruiker verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen en de nodige maatregelen te nemen. Ingeval de schade verband houdt met de vitale installaties geldt het bepaalde in artikel 4 lid 2.

Artikel 6 Titel 4 van Boek 5 Burgerlijk Wetboek is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de eigenaars en de gebruikers, met dien verstande dat eventueel daarmee strijdige feitelijke situaties die zich ten tijde van de splitsing – of, indien dit later is, ten tijde van de oplevering van het gebouw – voordoen door de eigenaars en gebruikers dienen te worden geduld. Artikel 7 Een krachtens (huishoudelijk) reglement of besluit van de vergadering toegestane inwendige of uitwendige wijziging van het gebouw mag eerst worden aangebracht nadat daarvoor de eventueel vereiste publiekrechtelijke vergunning of toestemming is verkregen. Evenzo mag een krachtens zodanig reglement of besluit toegestaan gebruik van gemeenschappelijke en/of privé gedeelten eerst worden uitgeoefend, en mag elke andere handeling met betrekking tot het gebouw en/of de grond eerst worden verricht, nadat daarvoor bedoelde vergunning of toestemming is verkregen. De rechten voortvloeiende uit een dergelijke publiekrechtelijke vergunning of toestemming mogen niet worden uitgeoefend als daardoor strijd ontstaat met het in de akte bepaalde. B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn

32 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

Artikel 8 1. Iedere eigenaar is als volgt in de gemeenschap gerechtigd: het appartementsrecht met index 30: tweeduizend zevenhonderd vierennegentig /tien duizendste (2.794/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 31: tweeduizend vierhonderd vijfenveertig/tien duizendste (2.445/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 32: tweeduizend driehonderd vierendertig /tien duizendste (2.234/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 33: éénduizend negen/tien duizendste (1.009/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 34: negenhonderd tweeënnegentig/tien duizendste (992/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 35: vierendertig/tien duizendste (34/10.000ste); het appartementsrecht met index 36: eenhonderd dertig/tien duizendste (130/10.000ste) onverdeeld aandeel; het appartementsrecht met index 37: tweehonderd tweeënzestig/tien duizendste (262/10.000ste) onverdeeld aandeel. Voormelde breukdelen zijn vastgesteld: In eerste instantie zijn de vierkante meters vloeroppervlakte zoals deze blijken uit de splitsingstekeningen en waarvan een overzicht aan de akte is gehecht genomen en daarna is per appartementsrecht uitgerekend wat het percentage van het betreffende appartementsrecht in het geheel bedraagt (afgerond op honderdsten).

Tussen de gerechtigde en de Bewoners is overeengekomen dat de Bewoners nooit een groter aandeel in het geheel zullen krijgen dan zij in het verleden hadden, derhalve twee tweeënzestig honderdste procent (2,62%). Het verschil met daadwerkelijke percentage, zijnde vier zevenenzeventig honderdste procent (4,77%), derhalve een verschil van twee vijftien honderdste procent (2,56%) is opgeteld bij het percentage het appartementsrecht met index 30. 2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen, met uitzondering evenwel van de uitkeringen der verzekeringen, welke ingevolge het bepaalde in artikel 15 zijn of worden gesloten of waartoe door de vergadering is of wordt besloten, welke uitkeringen tussen de eigenaars, voor zover niet aangewend tot herstel, zullen worden verdeeld naar rato van de verzekerde waarde van het privé gedeelte van elk appartementsrecht, zoals vastgesteld conform het in artikel 15 tweede lid bepaalde.

33 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

3.

De eigenaars zijn verplicht bij te dragen in de gemeenschappelijke schulden en kosten, welke voor gemeenschappelijke rekening zijn, voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen, met uitzondering evenwel van: a. de kosten tot herstel of herbouw van het gebouw, indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw. Het bepaalde in artikel 15 zevende lid is alsdan van toepassing; b. de premies van de verzekeringen en de daaraan verbonden vijfjaarlijkse hertaxties, welke ingevolge het bepaalde in artikel 15 zijn of worden gesloten, of waartoe door de vergadering mocht worden beslist, omtrent welke premies en de kosten van hertaxatie wordt bepaald: dat deze slechts voor rekening komen van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 34, en derhalve niet voor rekening komen van de appartementsrechten met indices 35 tot en met 37; de bijdrageplicht voor de eigenaren van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 34 is afhankelijk van de verzekerde waarde van het privé gedeelte van diens appartementsrecht alsmede het aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten, in die zin dat voor het privé gedeelte van elk appartementsrecht alsmede het aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten de verzekerde waarde dient te worden vastgesteld [@TBD; in welke verhoudingen]; ten aanzien van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 34 geldt dat indien

conform het hierna in artikel 15 negende lid bepaalde in verband met het gebruik dat van een privé gedeelte wordt gemaakt respectievelijk ten gevolge van de inrichting van een privé gedeelte een hogere dan normale premie voor de opstalverzekering aan de vereniging in rekening wordt gebracht voor het gebouw, zal het meerdere boven de normale premie voor rekening zijn van de desbetreffende eigenaar overeenkomstig het hierna in artikel 15 negende lid bepaalde; c. de kosten van onderhoud en vervanging van de vitale installaties, welke kosten uitsluitend voor rekening komen van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 34, in de onderlinge verhouding van de tellers van de breukdelen als bedoeld in artikel 8 eerste lid; d. de kosten met betrekking tot de techniekruimte met bijbehorend dak gelegen op de tiende verdieping boven het appartementsrecht met index 37, welke kosten uitsluitend voor rekening komen van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 34, in de onderlinge

34 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

verhouding van de tellers van de breukdelen als bedoeld in artikel 8 eerste lid; e. alle kosten en schulden die niet betrekking hebben op zaken en kosten van alle appartementsrechten. Deze kosten en schulden komen voor rekening van en worden gedragen door de eigen(a)ar(en) van de (het) betreffende appartementsrecht(en), in de onderlinge verhouding van de tellers van de breukdelen als bedoeld in artikel 8 eerste lid, in welk geval een bestemmingsreserve als bedoeld in artikel 10 eerste lid kan worden aangehouden, met uitzondering van de Vitale Installaties. 4. Indien een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken zal voor de verdeling van de canon/retributie over de eigenaars gelden hetgeen met de grondeigenaar daarover werd overeengekomen. 5. Ingeval van ondersplitsing gelden de rechten en verplichtingen van de eigenaar van het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht als rechten en verplichtingen van de ondereigenaars gezamenlijk in overeenstemming met de bepalingen die vastgesteld zijn bij het reglement van ondersplitsing. 6. Alle kosten welke betrekking hebben op een privé gedeelte, komen voor rekening van de desbetreffende eigenaar. 7. Van het in dit artikel bepaalde kan bij besluit van de vergadering noch bij het huishoudelijk reglement worden afgeweken. C.

Schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn en baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen, reservefonds en onderhoudsplan Artikel 9 1. Tot de schulden en kosten van de gezamenlijke eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder a Burgerlijk Wetboek worden gerekend: a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud, beheer of het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan, voorzover die ingevolge het reglement niet voor rekening komen van bepaalde eigenaars; b. die welke verband houden met noodzakelijke herstelwerkzaamheden, vernieuwingen en vervangingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 5:121 Burgerlijk Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaars, en voor zover die niet vallen onder a; c. de schulden en kosten van de vereniging; d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen of aan een derde;

35 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

e.

2.

3.

de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden als eiser of als verweerder door of namens de gezamenlijke eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 13 derde lid; f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge artikel 15 door de vergadering is besloten, behoudens voor zover deze niet ten laste komen van een desbetreffende eigenaar conform het bepaalde in artikel 15 danwel artikel 8 lid 3 sub b tweede streepje; g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars; h. de verwarmingskosten in geval het een gemeenschappelijke installatie betreft, waaronder begrepen de kosten van de warmwaterinstallaties, de brandstofkosten, de elektriciteitskosten, de op de desbetreffende kosten betrekking hebbende administratie, alsmede, voor zover van toepassing, de kosten van registratie en de berekening van het warmteverbruik, alles voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen; i. de kosten van het waterverbruik voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen; j. de kosten van het opstellen van het onderhoudsplan; k.

het aan plandeel Godebald toe te rekenen aandeel in de kosten van de infrastructurele voorzieningen van het Winkelcentrum Hoog Catharijne, waarvoor het bepaalde in artikel 29A geldt; l. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaars als zodanig, daaronder begrepen de schulden en kosten die voortvloeien uit besluiten van de vergadering. Bij twijfel over de vraag of kosten gemeenschappelijk danwel privé zijn, wordt beslist door de vergadering. Tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen behoren renten en andere opbrengsten van vermogen, andere aan de gezamenlijke eigenaars als zodanig toekomende baten, alsmede baten toekomende aan de vereniging, zoals de boeten bedoeld in artikel 41. In afwijking op het bepaalde in lid 1 zullen de schulden en kosten als bedoeld in lid 1 sub a., b., h. en i., voorzover betrekking hebbend op de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken, gelegen in, aan of op het appartementsrecht met index 37, voorzover gelegen boven de constructieve vloer van de zesde verdieping, uitsluitend voor rekening komen van de eigenaar van het appartementsrecht met index 37 en voor zover betrekking hebbend op de overige gemeenschappelijke gedeelten en/of

36 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

gemeenschappelijke zaken uitsluitend voor rekening van de eigenaar van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 36. In uitzondering op de hoofdregel als hiervoor in de eerste zin opgenomen is het dak van de vijfde verdieping, zoals aangegeven op de aan deze akte gehechte tekening, voor rekening van de eigenaar van de appartementsrechten met indices 30 tot en met 36. 4. In afwijking op het bepaalde in lid 1 zullen de schulden en kosten als bedoeld in lid 1 sub k. niet komen voor rekening van het appartementsrecht met index 37. Artikel 10 1. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 5:126 Burgerlijk Wetboek houdt de vereniging een reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten. Aan het reservefonds zal geen andere bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de vergadering met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 52 zesde en zevende lid, dan wel na opheffing van de splitsing. De bijdragen tot het reservefonds worden gerekend tot de gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid. Binnen het reservefonds kan per kostensoort een bestemmingsreserve worden gevormd. Indien de vorming van de bestemmingsreserve geschiedt ter uitvoering van het bepaalde in artikel 8 derde lid sub c. en d.

zal de in artikel 8 eerste lid bedoelde bijdrageplicht (op basis van breukdelen) dienovereenkomstig aangepast worden. Het bestuur is verplicht een onderhoudsplan op te (laten) maken met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken, waarin zijn opgenomen de onderhouds- en herstelwerkzaamheden en de vernieuwingen die op meer jaren betrekking hebben, met een berekening van de daaraan verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren. Dit onderhoudsplan wordt vastgesteld door de vergadering. Het onderhoudsplan dient te worden opgemaakt voor een door de vergadering vast te stellen periode van ten minste tien (10) jaren en dient elke vijf (5) jaar te worden herzien. 2. De jaarlijkse reservering ten behoeve van het reservefonds bedraagt: a. ten minste het bedrag dat door de vergadering is vastgesteld ter uitvoering van het onderhoudsplan; of b. ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het gebouw. De vergadering besluit op welk van beide hiervoor vermelde wijzen de eigenaars aan het reservefonds dienen bij te dragen. 3. Indien de vergadering besluit om aan het reservefonds bij te dragen conform het bepaalde in artikel 10 tweede lid onder a. is het bestuur verplicht om een onderhoudsplan zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 op te stellen dan wel te doen

37 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

4.

5.

6.

7.

opstellen. Het bestuur zal het onderhoudsplan ter vaststelling voorleggen aan de vergadering. Het onderhoudsplan is ten hoogste vijf jaar oud. Het bevat een planning voor het niet-jaarlijkse onderhoud en herstel, en de niet-jaarlijkse vernieuwing van de gemeenschappelijke gedeelten en zaken. Het onderhoudsplan bevat daartoe: de werkzaamheden die verricht moeten worden in ten minste de tien boekjaren volgend op het boekjaar waarin het onderhoudsplan is vastgesteld; en de berekening van de daarmee gemoeide kosten, zulks gelijkmatig toegerekend aan de onderscheiden boekjaren, zodanig dat de voor een bepaald boekjaar voorziene kosten uit het reservefonds voldaan kunnen worden. De bijdragen aan (en derhalve gelden van) het reservefonds worden gedeponeerd op een afzonderlijke betaalrekening of spaarrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, ten name van de vereniging. Van de vorige volzin kan slechts worden afgeweken: a. bij besluit van de vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier/vijfde (4/5e) van het aantal stemmen dat aan de eigenaars toekomt, of door middel van het ten behoeve van de bijdragen verstrekken van een bankgarantie ten name van de vereniging; en b. in het hierna in artikel 10 zevende lid vermelde geval.

Over gelden van het reservefonds kan slechts door de voorzitter van de vergadering en één van de eigenaars, niet zijnde een bestuurslid, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na machtiging daartoe van de vergadering, worden beschikt. Indien er sprake is van een onderhoudsplan dient het reservefonds te worden besteed met inachtneming van het onderhoudsplan. In dat geval kan het bestuur ook over de gelden van het reservefonds beschikken zonder toestemming of medewerking van de vergadering. Voor de periode dat een instelling eigenaar is van één of meer appartementsrechten, is die instelling bevoegd de betalingen van verschuldigde bijdragen ten behoeve van het reservefonds op te schorten tot het moment waarop (alternatief): door de vergadering wordt besloten tot het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds; of de instelling overgaat tot overdracht van een, meerdere of alle aan de instelling toebehorende appartementsrecht(en), tenzij en voor zover de betreffende, aan die instelling toebehorende appartementsrechten (cumulatief):

38 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

-

door de instelling worden overgedragen aan een andere instelling; en de instelling die vorenbedoeld(e) appartementsrecht(en) verkrijgt uiterlijk ten tijde van het passeren van de betreffende notariële akte van levering jegens de vereniging onvoorwaardelijk garandeert, dat zij de bijdragen die betrekking hebben op de periode voor de datum van overdracht van vorenbedoeld(e) appartementsrecht(en) en die uit hoofde van het in dit artikel 10 zevende lid bepaalde nog niet door de overdragende instelling zijn voldaan, alsnog zal voldoen indien en voor zover daartoe uit hoofde van het in dit artikel 10 zevende lid bepaalde een verplichting jegens de vereniging ontstaat. Vorenbedoelde garantie dient tevens betrekking te hebben op de aan het slot van dit lid bedoelde vergoeding van (eventuele) financiële nadelen, welke voor de vereniging ontstaan doordat de betaling van de bijdragen aan het reservefonds zijn opgeschort. Indien en zodra (alternatief): (i) door de vergadering wordt besloten tot het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds, is de instelling verplicht terstond (het gedeelte van) de door haar verschuldigde bijdragen aan het reservefonds, voor zover deze bijdragen zijn toe te rekenen aan vorenbedoelde uitgaven, aan de vereniging te voldoen; of (ii) de instelling overgaat tot overdracht als hiervoor sub b.

bedoeld, is zij verplicht terstond de volledige door haar verschuldigde bijdragen aan het reservefonds (uitdrukkelijk uitsluitend) met betrekking tot dat/die betreffende over te dragen appartementsrecht(en) aan de vereniging te voldoen en wel zodanig tijdig, dat deze verschuldigde bijdragen door de vereniging zijn ontvangen op het moment van vorenbedoelde overdracht, alles tenzij en voor zover de hiervoor onder sub b. bedoelde uitzondering toepassing vindt. De instelling is verplicht de (eventuele) financiële nadelen, welke voor de vereniging ontstaan doordat de betaling van de bijdragen aan het reservefonds worden opgeschort (gemis aan rente-inkomsten en dergelijke), te vergoeden en wel gelijktijdig met de voldoening van die bijdragen op grond van het in dit lid bepaalde. D. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen Artikel 11 1. Jaarlijks legt het bestuur aan de vergadering over een begroting voor dat aangevangen of komende boekjaar, in welke begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn onderscheiden: a. de schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid;

39 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

b.

2.

3.

4.

de aan het desbetreffende boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van het eventuele onderhoudsplan als bedoeld in artikel 10; c. toevoegingen aan het reservefonds; en d. de baten bedoeld in artikel 9 tweede lid. De begroting wordt vastgesteld door de vergadering. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8 eerste en derde lid. De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste (1ste) maand van het desbetreffende boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde (1/12e) van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen, tenzij de vergadering tot een andere periodieke vooruitbetaling besluit. De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de vereniging of de gezamenlijke eigenaars. Zolang door de vergadering niet de voorschotbijdrage voor een boekjaar is vastgesteld, moeten de eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen voldoen. Deze voorschotbijdragen worden verrekend met de door de vergadering krachtens het tweede lid van dit artikel vastgestelde voorschotbijdragen.

Een overschot zal aan de eigenaars worden gerestitueerd, een tekort dient binnen één (1) maand te worden aangezuiverd. Het bepaalde in dit artikel 11 derde lid geldt niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds indien: er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds een bankgarantie is gesteld; of er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. bij besluit van de vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfden van het aantal stemmen dat aan de eigenaars toekomt, is besloten om de bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het reservefonds niet te deponeren op de in artikel 10 vijfde lid bedoelde rekening; of er sprake is van de situatie als omschreven in artikel 10 zevende lid van deze akte, in welk geval het bepaalde in artikel 10 zevende lid geldt. Het bestuur zal op verzoek van een eigenaar die ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, betreffende die schulden en kosten waarvan ter zake van de levering van (bijbehorende) goederen of het verrichten van

40 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

(bijbehorende) diensten omzetbelasting in rekening wordt gebracht, bewerkstelligen dat een factuur ten name wordt gesteld van en rechtstreeks wordt gezonden aan zodanige eigenaar, althans voor dat gedeelte van de schulden en kosten hetwelk ingevolge het reglement te zijnen laste komt. Artikel 12 1. Na afloop van elk boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening en het jaarverslag op. Uit de tot de jaarrekening behorende balans moet de grootte van het reservefonds blijken. De tot de jaarrekening behorende exploitatierekening vormt de rekening als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder b Burgerlijk Wetboek en omvat de baten en lasten over het boekjaar, onderverdeeld in de posten genoemd in artikel 11 eerste lid. 2. In de jaarvergadering bedoeld in artikel 45 tweede lid legt het bestuur de jaarrekening ter vaststelling over aan de vergadering. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders. Indien de vergadering zulks wenst wordt er omtrent de getrouwheid van de stukken aan de vergadering een verklaring overgelegd afkomstig van een accountant bedoeld in artikel 2:393 eerste lid Burgerlijk Wetboek. 3. Bij het vaststellen van de jaarrekening bepaalt de vergadering tevens de definitieve bijdragen van de eigenaars, met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid. 4.

Bij de toepassing van het in het derde lid bepaalde treden de definitieve bijdragen in de plaats van de in artikel 11 tweede lid bedoelde voorschotbijdragen. Indien deze voorschotbijdragen de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de eigenaars worden terugbetaald, tenzij de vergadering anders besluit. Indien de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de eigenaars het tekort binnen één (1) maand na de vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, tenzij de vergadering besluit dat het tekort binnen een andere termijn moet worden aangezuiverd. Het bepaalde in de tweede en derde zin van dit artikel 12 vierde lid geldt niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds indien: er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds een bankgarantie is gesteld; of er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. bij besluit van de vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfden van het aantal stemmen dat aan de eigenaars toekomt, is besloten om de

41 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het reservefonds niet te deponeren op de in artikel 10 vijfde lid bedoelde rekening; of er sprake is van de situatie als omschreven in artikel 10 zevende lid van deze akte, in welk geval het bepaalde in artikel 10 zevende lid geldt. Artikel 13 1. Indien een eigenaar het ingevolge artikel 11 en/of artikel 12 door hem aan de vereniging verschuldigde bedrag niet binnen een maand nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek, met een minimum van tien euro (€10,-) of zoveel meer als de vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen. Artikel 41 is niet van toepassing. 2.

Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes (6) maanden na verloop van de termijn als bedoeld in artikel 12 vierde lid heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen over de andere eigenaars in de onderlinge verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid, waarbij het aandeel van de tekortschietende eigenaar buiten beschouwing blijft, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd recht van verhaal van de andere eigenaars op eerstgenoemde. 3. Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door die eigenaar aan de vereniging verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te vergoeden. 4. Het bestuur zal op verzoek van een eigenaar die ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, betreffende die schulden en kosten waarvan ter zake de levering van (bijbehorende) goederen of het verrichten van (bijbehorende)diensten omzetbelasting in rekening wordt gebracht, bewerkstelligen dat een factuur ten name wordt gesteld van en rechtstreeks wordt gezonden aan zodanige eigenaar, althans voor dat gedeelte van de schulden en kosten hetwelk te zijnen laste komt 5.

Het bepaalde in dit artikel 13 geldt niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds indien: er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het reservefonds een bankgarantie is gesteld; of

42 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

-

er conform het bepaalde in artikel 10 vijfde lid sub a. bij besluit van de vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfde (4/5e) van het aantal stemmen dat aan de eigenaars toekomt, is besloten om de bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het reservefonds niet te deponeren op de in artikel 10 vijfde lid bedoelde rekening; of er sprake is van de situatie als omschreven in artikel 10 zevende lid van deze akte, in welk geval het bepaalde in artikel 10 zevende lid geldt. Artikel 14 1. Voor het geval een appartementsrecht aan meer eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn die eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot dat appartementsrecht voortvloeien, tenzij de onverdeeldheid het gevolg is van een ondersplitsing. 2. In geval van ondersplitsing zijn de ondereigenaars gezamenlijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht voortvloeien. 3. Indien een recht van erfpacht, vruchtgebruik, of van gebruik en/of bewoning op een privé gedeelte respectievelijk appartementsrecht is gevestigd, treedt de beperkt gerechtigde in de plaats van de eigenaar ten aanzien van de aansprakelijkheid voor de gezamenlijke schulden en kosten, tenzij bij de akte van vestiging van het recht anders is bepaald. E. Verzekeringen Artikel 15 1.

Het bestuur zal het gebouw verzekeren bij één of meer door de vergadering aan te wijzen verzekeraars tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsschade. Het bestuur zal tevens een verzekering afsluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid die kan ontstaan voor de vereniging en voor de eigenaars als zodanig. Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren of tegen de wettelijke aansprakelijkheid van een bestuurder. 2. Het bedrag van de verzekeringen wordt vastgesteld door de vergadering. Het zal wat de opstalverzekering betreft moeten overeenstemmen met de herbouwkosten (inclusief sloop- en opruimkosten) van het gebouw. De herbouwkosten zullen om de vijf (5) jaar, voor rekening van de vereniging, vastgesteld worden overeenkomstig een taxatie als bedoeld in artikel 275 van het Wetboek van Koophandel. Een jaarlijkse controle kan in overleg met de verzekeraar achterwege blijven bij een jaarlijkse automatische aanpassing (indexclausule) van de herbouwkosten van het gebouw door de verzekeraar. 3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten ten name

43 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

4.

5.

van de vereniging en de gezamenlijke eigenaars. Het is daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van het eerste lid bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde in het vijfde lid wordt nageleefd. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het eerste lid uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag gelijk aan één procent van de verzekerde waarde van het gebouw te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens besluit van de vergadering door het bestuur te openen afzonderlijke rekening ten name van de vereniging, die de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars. Deze gelden dienen steeds bestemd te blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 5:136 vierde lid Burgerlijk Wetboek. In geval van toepassing van het bepaalde in laatstgenoemde artikel zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de desbetreffende eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar.

Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het eerste lid de volgende clausule bevatten: "Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar, welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zal de maatschappij in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de uitkering de wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in de schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de desbetreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is, van deze terug te vorderen. Ingeval van toepassing van artikel 5:136 vierde lid Burgerlijk Wetboek zal de uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de maatschappij. Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag van elfduizend driehonderd vijfenveertig euro (€ 11.345,-) te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering.

44 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

F.

Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de maatschappij tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten". 6. In geval door de vergadering besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in artikel 5:136 tweede tot en met vierde lid Burgerlijk Wetboek en artikel 5:138 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien verstande dat uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de schadepenningen aan deze, voorzover het bepaalde in het vierde lid niet van toepassing is, slechts zal kunnen geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende appartementsrecht een recht van hypotheek hebben. 7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid, onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is. 8. Iedere eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten. In het geval van een verandering in het privé gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 Burgerlijk Wetboek is het bestuur tot het sluiten van een aanvullende verzekering verplicht. Iedere eigenaar is verplicht de vereniging onverwijld van een verandering in het privé gedeelte schriftelijk in kennis te stellen.

Leidt de verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie dan komt het verschil voor rekening van de desbetreffende eigenaar. 9. Indien in verband met het gebruik dat van een privé gedeelte wordt gemaakt respectievelijk ten gevolge van de inrichting van een privé gedeelte een hogere dan normale premie voor de opstalverzekering aan de vereniging in rekening wordt gebracht voor het gebouw, zal het meerdere boven de normale premie voor rekening zijn van desbetreffende eigenaar. Indien voor belendend appartementen eveneens in verband met dat gebruik respectievelijk de inrichting een hogere dan normale premie voor de opstalverzekering in rekening wordt gebracht, bedingt de vereniging ten behoeve van de andere eigenaars dat de betreffende eigenaar deze meerdere premie zal vergoeden. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken Artikel 16 1. De vereniging is verantwoordelijk voor en voert het beheer over - en draagt de zorg voor het onderhoud van - de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, met uitzondering van de vitale installaties. [@ Voorlopige cijfers @@@] 2. De eigenaren zullen toestemming om het gemeenschappelijk dak te vergroenen en/of een dakterras op het gemeenschappelijke dak te realiseren niet op

45 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

onredelijke gronden onthouden en zich coöperatief opstellen in de realisatie daarvan. Voorzover de betreffende dakterrassen gelegen zijn nabij de woningen behorende tot het appartementsrecht met index 37, zal in de beoordeling van een verzoek als bedoeld in de eerste zin mee worden genomen dat de overlast voor de eigenaren/gebruikers van het appartementsrecht met index 37 zoveel mogelijk beperkt moet worden. De kosten van de realisatie van een dakterras en/of vergroening zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Na het aanbrengen van een dakterras en/of vergroening, zal het dakterras en/of vergroening als privégedeelte van de initiatiefnemer gelden. Het dakterras en/of de vergroening zal uitsluitend als zodanig mogen worden gebruikt en hierop mogen geen zaken worden aangebracht die het draagvermogen van het dak (zullen) overtreffen. In geval van verkregen toestemming zullen de standaard kosten van onderhoud en herstel van het dak voor gemeenschappelijke rekening komen, tenzij de kosten voortvloeien uit een gebruik in strijd met dit artikel. Extra kosten aan de gemeenschappelijke zaken verbonden aan de aangebrachte wijzigingen zijn voor rekening van de eigenaar van het dakterras en/of de vergroening.

Indien wordt besloten tot vervanging of tot herstel van dakbedekking onder het dakterras en/of de vergroening, dient de betreffende eigenaar het daarop aanwezige oppervlak (zoals betegeling, vlonders of begroeiing, etcetera) voor eigen rekening te verwijderen te herstellen. De betreffende eigenaar heeft in dat geval geen recht op schadevergoeding. Anders dan het in dit artikel bepaalde ten aanzien van de extra kosten samenhangend met de realisatie en het gebruik van het dak zal de betreffende eigenaar voor het gebruik van het dak geen vergoeding aan de overige eigenaren verschuldigd zijn. 3. De eigenaar van het appartementsrecht met index 32 is zonder toestemming van de vergadering bevoegd om op het dak van het gebouw genaamd van Duvenborch ten behoeve van haar huurders antennes en/of schotels te (doen) plaatsen, mits dit met goedkeuring van de Gemeente Utrecht gebeurt. 4. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken nader worden geregeld. Artikel 17 1. Als uitgangspunt geldt dat alle gedeelten en zaken privé zijn, tenzij deze gedeelten en zaken in gebruik zijn danwel dienstbaar zijn aan twee (2) of meer appartementsrechten.

46 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

2. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken als bedoeld in het tweede gedeelte van het in lid 1 bepaalde worden in ieder geval gerekend: a. de grond; b. de funderingen; c. de dragende muren; d. het geraamte van het gebouw; e. de daken, inclusief de glaskappen met rookwarmteafvoeren en sedumdak; f. de bliksembeveiliging; g. de aanlijnvoorzieningen en dakbeveiliging; h. de hemelwaterafvoeren; i. de verzamelleidingen en standleidingen van de vuilwaterafvoer; j. de binnengevels vormende een scheiding tussen de kantoren en de (lucht boven de) winkelpassages; k. de nood- of vluchtdeuren naar de openbare weg en de parkeergarages/fietsenstallingen; l. de terrassen (voorzover deze blijkens de splitsingstekeningen niet tot een privé gedeelte behoren); m. de vitale installaties als genoemd in artikel 17 lid 3; n. de liften (voorzover deze blijkens de splitsingstekeningen niet tot een privé gedeelte behoren); o. alle overige gedeelten en zaken, die door twee (2) of meer eigenaren/gebruikers van appartementsrechten worden gebruikt, danwel dienstbaar zijn aan twee (2) of meer privé gedeelten (voorzover deze blijkens de splitsingstekeningen niet tot een privé gedeelte behoren). 3.

In het gebouw bevinden zich installaties die verbonden zijn met de aan het gebouw grenzende gebouwen als onderdeel van het Hoog Catharijne Complex, welke installaties van vitaal belang zijn voor het functioneren van het gebouw en de grenzende gebouwen, welke gebouwen onderdeel zijn van andere in (onder)appartementsrechten gesplitste gemeenschappen. De volgende installaties zijn op het moment van passeren van onderhavige akte vitale installaties: de sprinklerinstallatie inclusief het sprinklernetwerk met aanbehoren; de brandmeldinstallatie met aanbehoren; het hoofdtracé (“backbone”) van het koper- en glasvezelnetwerk met aanbehoren; het hoofdtracé van de elektriciteitsvoorziening met distributiepunten en verder aanbehoren;

47 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

-

4.

5.

het distributiesysteem en verder aanbehoren behorende bij het inkoopstation voor de warmte en/of het koelingssysteem; de noodstroomvoorziening met aanbehoren; de natte blusleiding met aanbehoren; de wateraansluiting, het waterleidingnetwerk en toebehoren ten behoeve van de aangesloten vitale installaties; de regeltechniek met aanbehoren ten behoeve van het activeren en deactiveren van diverse installaties waaronder de noodstroomvoorzieningen en de doormeldingen aan de meldkamer, zoals indicatief aangeduid op de aan de oprichtingsakte van de coöperatie gehechte demarcatietekeningen. Ten aanzien van de vitale installaties geldt het bepaalde in artikel 4 lid 2 van deze akte.

De volgende procedure is van toepassing op het kwalificeren van een of meer installaties als vitale installatie waardoor deze onder de werking van onderhavig artikel 17 lid 3 vallen: - het bestuur of elk van de eigenaars kan een voorstel tot kwalificatie als hiervoor bedoeld doen door dit te (laten) agenderen voor de eerstvolgende vergadering, in welke vergadering het voorstel dan in stemming zal worden gebracht; - indien en zodra het voorstel door de vergadering is aangenomen op de wijze als omschreven in artikel 56 lid 5, dan zal het bestuur de besturen van de andere aangrenzende verenigingen van eigenaars hiervan onverwijld op de hoogte brengen; - voor zover het voorstel in de vergadering van de aangrenzende verenigingen van eigenaars nog niet ter stemming is gebracht, zal dat zo spoedig mogelijk gebeuren; - indien het voorstel door de vergadering alsmede elk van de vergaderingen van de aangrenzende verenigingen van eigenaars is aangenomen, dan is de betreffende installatie alsdan aangewezen als vitale installatie waardoor deze onder de werking van onderhavig artikel 17 lid 3 valt en is het bestuur verplicht om de coöperatie hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen.

De volgende procedure is van toepassing op het diskwalificeren van een of meer installaties als vitale installatie waardoor deze niet langer onder de werking van onderhavig artikel 17 lid 3 vallen: - de coöperatie kan een voorstel tot diskwalificatie als hiervoor bedoeld doen door dit door het bestuur alsmede de besturen van de aangrenzende

48 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

verenigingen van eigenaars te (laten) agenderen voor de eerstvolgende vergadering, in welke vergadering het voorstel dan in stemming zal worden gebracht. De coöperatie doet hiertoe een schriftelijk verzoek aan elk van de hiervoor bedoelde besturen; - indien het voorstel door de vergadering alsmede elk van de vergaderingen van de aangrenzende verenigingen van eigenaars is aangenomen, dan is betreffende installatie alsdan gediskwalificeerd als vitale installatie waardoor deze niet langer onder de werking van onderhavig artikel 17 lid 3 valt en als een reguliere gemeenschappelijke zaak in iedere afzonderlijke (onder)splitsing zal gelden. Het bestuur is verplicht om de coöperatie hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen. 6. De vitale installaties worden beheerd, onderhouden en vervangen door de coöperatie. De kosten van de vitale installaties zullen worden gedragen door de leden van de coöperatie op de in de statuten van deze coöperatie aangegeven wijze en zullen derhalve niet vallen onder de financiële huishouding van de bij deze akte opgerichte vereniging doch onder de financiële huishouding van de coöperatie. 7. Indien de coöperatie niet wordt opgericht zullen de vitale installaties privé zijn van de eigenaar van het appartementsrecht met index 30 en dienen te bepalingen ten aanzien van de vitale installaties in onderhavig reglement als zodanig gelezen te worden. 8.

De binnen- en buitengevels (uitgezonderd de binnengevels die zijn genoemd in artikel 2 sub j) zijn privé van de eigenaar van het privégedeelte dat zich direct achter de betreffende gevel bevindt. 9. Op nieuwe gemeenschappelijke gedeelten en zaken, zoals nieuwe gemeenschappelijke installaties – niet zijnde een vitale installatie – is het bepaalde in dit artikel 17 van toepassing, met ingang van de dag van aanbrenging daarvan. 10. Bij het vaststellen of een zaak gemeenschappelijk of privé aan het appartementsrecht met index 37 toebehoort danwel aan de overige appartementsrechten is, en/of bepaalde kosten voor rekening van het appartementsrecht met index 37 komen en/of voor rekening van de overige appartementsrechten, kan gebruik worden gemaakt van het aan deze akte gehechte stroomschema. Artikel 18 Indien er twijfel bestaat of een gedeelte van het gebouw of de grond dan wel een zaak al dan niet tot de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke

49 Ontwerp d.d.10 februari 2022 door Klépierre - uitdrukkelijk onder voorbehoud van wijzigingen

zaken behoort, wordt hierover beslist door de vergadering met vier/vijfde (4/5e) meerderheid van stemmen. Artikel 19 De vergadering kan besluiten een gemeenschappelijke installatie – niet zijnde een vitale installatie - te verwijderen. Alle bepalingen over gemeenschappelijke installaties zijn vanaf dat moment ten aanzien van de verwijderde installatie niet meer van toepassing. Hetzelfde geldt voor andere gemeenschappelijke zaken. Artikel 20 Iedere eigenaar en gebruiker heeft het (mede)gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken volgens de bestemming daarvan. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook wanneer die zich in zijn privé gedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van de andere eigenaars en gebruikers. Artikel 21 1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd.

Het bevoorraden door de eigenaar(s)/gebruiker(s) en hun leveranciers van de winkels behorende tot het/de privé gedeelte(n) van een appartementsrecht (inclusief, doch niet beperkt tot het laden en lossen van voertuigen) wordt geacht geen luidruchtigheid als bedoeld in dit artikellid te veroorzaken, voor zover dit rechtens geoorloofd is. 2. De vergadering kan tot de in het eerste lid genoemde handelingen toestemming verlenen. 3. Uit het oogpunt van veiligheid is het behoudens het bepaalde in artikel 21 vierde lid niet toegestaan om op enigerlei wijze de doorgang door de gemeenschappelijke ruimten, in het bijzonder vluchtwegen, door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (voertuigen, vuilniszakken en al of niet verplaatsbare bloembakken daaronder begrepen) te belemmeren. De eigenaars en gebruikers hebben toegang tot de gemeenschappelijke ruimten en zaken waarin zich de centrale nutsvoorzieningen bevinden. Zij dienen dit echter onverwijld (binnen vierentwintig uur) te melden aan de beheerder. 4. De afvoer van vuilnis en dergelijke dienen plaats te vinden door middel van gebruikmaking van de daarvoor gebruikelijke zakken of soortgelijke voorzieningen, te deponeren in de containers of andere voorzieningen die

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=885ac1c5-2041-4558-ba14-9f49301edfba