CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 't Zand 46a e.o. Hoge Woerd.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 't Zand 46a e.o. Hoge Woerd36.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

23

(strookje in het zuid-westen). Dit gebied is namelijk wel aangewezen als kernzone van het UNESCO werelderfgoed, maar niet aangewezen als archeologisch rijksmonument. Hierdoor vallen de archeologische waarden in dit stukje van het plangebied niet onder de bescherming van het rijksmonument en is het nodig deze bescherming te regelen door de toekenning van de dubbelbestemming Waarde-Archeologie. Hiermee is de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg en de bijbehorende archeologische Waardenkaart van toepassing. Deze zone ligt op de vigerende archeologische waardenkaart in een gebied van archeologische verwachting (groen aangeduid op de kaart), waarvoor geldt dat bodemingrepen groter dan 1000m2 en dieper dan 50 cm archeologievergunningplichtig zijn. Doordat de planontwikkeling groter is dan 1000m2, valt deze ontwikkeling niet onder de vrijstelling en gelden de regels uit de verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Met deze regels worden de archeologische waarden ook op deze strook in stand gehouden. Er vinden in het kader van dit initiatief geen opgravingen plaats. Wel is het mogelijk dat aan bepaalde sloopwerkzaamheden de voorwaarde van archeologische begeleiding wordt verbonden. De aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden in de omgeving worden beschreven in paragraaf 3.2.2. De bescherming van de waarden van de limes is uitgewerkt in paragraaf 5.10.

2.3.2.2.6 Verkeer en mobiliteit Nota Stallen en Parkeren (2013) en Addendum Nota parkeernormen fiets en auto (2019) Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (vastgesteld 25 november 2021) De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren. De parkeernormen hebben een bandbreedte, om optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij de realisatie van bouwplannen.

Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad het addendum Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld. Het addendum bevat een aantal algemene wijzigingen en wijzigingen voor bepaalde gebieden, de maatwerklocaties. De algemene wijzigingen hebben betrekking op de parkeernorm voor sociale- en middenhuurwoningen en juridische en technische wijzigingen. Nieuwe parkeervisie De gemeenteraad heeft op 25 november 2021 de 'Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht' vastgesteld. In de parkeervisie wordt een viertal doelen gesteld, ten behoeve van een gezonde, leefbare en bereikbare stad, die verkeersveilig is en waar de luchtkwaliteit goed is. Deze doelen zijn: Bereikbaarheid van en binnen de stad; Kwaliteitsslag openbare ruimte; Stimuleren duurzame(re) vormen van mobiliteit; Rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte. De gemeente zet in op groei binnen de bestaande stad. Daardoor groeit ook de mobiliteit in de stad. Om leefbaarheid en bereikbaarheid te waarborgen wil de gemeente het fietsgebruik stimuleren en het gebruik van de auto niet verder laten toenemen. Om dit te kunnen bereiken is een gebiedsoverstijgende aanpak en stadsbrede sturing op parkeren nodig en moet gekeken worden naar een (her)verdeling en verspreiding van de bestaande parkeercapaciteit over de gehele stad.

Dit is nieuw in de gemeentelijke aanpak omdat tot nu toe met name buurtgericht, wijkgericht of ontwikkelingsgericht werd gekeken. De nieuwe parkeervisie gaat in op de maatregelen die nodig zijn in de verschillende buurten in Utrecht, en geeft aan wat nodig is om de stad bereikbaar te houden, fietsen te stimuleren en het autoverkeer, ondanks de groei van de stad, niet verder te laten toenemen. De parkeervisie is verder uitgewerkt In zes modules. De module parkeernormen is uitgewerkt in beleidsregels parkeernormen Fiets en Auto. 2 4 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Plangebied Voor de planontwikkeling aan het Zand 46a e.o. – Hoge Woerd gelden de parkeernormen uit de oude parkeernota en het addendum 'Nota parkeernormen fiets en auto' uit 2019 omdat de bouwenvelop voor deze ontwikkeling ruim voor de besluitvorming over de nieuwe parkeervisie en beleidsregels is vastgesteld. Het plangebied ligt niet in een maatwerkgebied. In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen over parkeren. In paragraaf 4.2 wordt verder ingegaan op het aspect verkeer en parkeren in het plangebied. 2.3.2.2.7 Gezond stedelijk leven - Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2023 In de Nota 'Gezondheid voor iedereen (2019-2023)' staat beschreven dat Utrecht streeft naar 'gezond stedelijk leven voor iedereen'. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. In de nota is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie is een gezonde leefomgeving voor elke Utrechter die zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen.

Gezond leven is gemakkelijk De openbare ruimte wordt zo ontworpen dat deze voor iedereen bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten. De voetganger en de fietser krijgen vaker voorrang dan de auto en krijgen meer ruimte. Het openbaar vervoer wordt een aantrekkelijk alternatief door betere bus-, tram- en treinverbindingen. Nieuwe woonwijken worden zo ontworpen dat de auto minder nodig is. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Er wordt toegewerkt naar een omgeving waar Utrechters gemakkelijk voedselkeuzes kunnen maken die gezond zijn voor mens, dier en milieu. De druk op de gezondheid is zo laag mogelijk Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 motorvoertuigen per etmaal), met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit.

Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, wordt onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen. Er worden hogere lokale ambitiewaarden voor geluid gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden namelijk 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook worden stille plekken beschermd. In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit.

Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water, er is ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat in de stad voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad. Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' principe. Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

25

Plangebied In paragraaf 5.11 wordt ingegaan op het gezond stedelijk leven. De aspecten geluid en luchtkwaliteit worden behandeld in respectievelijk paragraaf 5.3 en 5.4 en paragraaf 5.6. 2.3.2.2.8 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken.

In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad.

Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen).

Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied Op de bodemfunctieklassenkaart is het plangebied aangeduid met de functie 'wonen'. De bodem is daarmee geschikt voor de realisatie van het initiatief. Het aspect bodem wordt tevens verder uitgewerkt in paragraaf 5.6. Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 2 6 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.

een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Plangebied Het aspect water is in dit bestemmingsplan verder uitgewerkt in paragraaf 5.8. 2.3.2.2.9 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document 'Duiding van het College bij het Energieplan' vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaat neutraal Utrecht. Om dit in Utrecht te bereiken zijn aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening een aantal maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en proactieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, die een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen die leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.

Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 30% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied Het initiatief wordt voorzien van duurzame maatregelen. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 5.14. Het initiatief is in lijn met dit beleid. Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement.

Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energie-infrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

27

In het door VNG ondertekende klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energietransitie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn, zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied Het initiatief wordt voorzien van duurzame warmtevoorziening. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 5.14. Het initiatief is in lijn met dit beleid.

2.3.2.3 Gebiedsbeleid In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid passend binnen een specifiek gebied. Omgevingsvisie deelgebied Vleuten-De Meern Utrecht groeit hard en gaat richting 400.000 inwoners. Dit heeft ook gevolgen voor Vleuten – De Meern. De groei van de stad brengt kansen met zich mee, maar de ontwikkeling moet wel passen bij de wijk en bij de wensen en waarden van inwoners. Vleuten – De Meern voelt als een dorp in een stad. Dit is een belangrijke en unieke waarde voor de wijk. De koers in Vleuten – De Meern is dan ook ontwikkelen met dorps karakter. De huidige leefomgeving is al erg goed. Bewoners hebben input gegeven aan de gemeente over wat zij belangrijk vinden. Daaruit kwamen de volgende thema's: voldoende groen; elkaar makkelijk ontmoeten; fijne woon- en werkomgeving; prettig kunnen verplaatsen. Nieuwe ontwikkelingen en trends, bijvoorbeeld de groei van de stad, kunnen bijdragen aan het goed houden, verbeteren van deze thema's. In de omgevingsvisie is met een lijst 'kaders en ambities' beschreven welke initiatieven een bijdrage kunnen leveren aan de wijk. Plangebied Het initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. Ter plaatse van een voormalig bedrijf wordt een woonlocatie ingericht met een prettige (groene) verblijfskwaliteit. De nieuwe woningbouw zal ingepast worden in de bestaande lintbebouwing.

Voor het overige is het initiatief niet strijdig met dit beleid. 2.3.3

Conclusie

Het initiatief is in lijn met het gemeentelijk beleid en bevat geen strijdigheden.

2 8 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie van het plangebied en analyseert het plangebied is ruimtelijke en functioneel opzicht.

3.2

Beschrijving van het plangebied

3.2.1

Historische ontwikkeling

Het Zand is cultuurhistorisch en archeologisch één van de rijkste deelgebieden van Leidsche Rijn. De cultuurhistorische en archeologische rijkdom van dit gebied wordt vooral verklaard door de vroegere loop van de Oude Rijn, de bewoningssporen van de Romeinen en Den Hoet. Het grondgebruik betrof voornamelijk glastuinbouw, vollegrondstuinbouw en enkele karakteristieke boomgaarden. Het Zand had van oorsprong een kleinschalig, landelijk karakter met smalle wegen en beplanting met lintbebouwing van woningen en kleine tot middelgrote bedrijven. Door deze kleinschaligheid, de kassen, de boomgaarden en de hoge hagen langs wegen was het gebied zeer besloten. De meest prominente lintweg is 't Zand, die dwars door het plangebied loopt. Daarnaast zorgden de Utrechtseweg, Johanniterweg, Den Hoet en Westlandsetuin voor ontsluiting binnen het plangebied. 3.2.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

In de nabijheid van het plangebied zijn geen monumentale gebouwen gelegen. Wel is er onder het plangebied een archeologisch monument aanwezig dat ook is aangewezen als rijksmonument en inmiddels is aangewezen als UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes. Ter plaatse van dit monument is Het Castellum opgericht: een eigentijdse replica van een Romeinse legerbasis. Bij de inrichting van het perceel wordt rekening gehouden met deze archeologische waarden. Tevens is er afstemming geweest met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed rondom het initiatief. 3.2.3

Structuurbepalende elementen

't Zand is één van de vijf zogenoemde cultuurhistorisch waardevolle linten in Het Zand. Het lint doorsnijdt het gebied als hoofdontsluitingsweg en wordt (evenals de andere linten) gekenmerkt door een wisselende, losstaande bebouwing aan een straat. Deze bebouwing varieert sterk in ouderdom en wordt omgeven door relatief grote tuinen. Zowel de bebouwing als de tuinen langs de linten zijn van cultuurhistorische waarde. Ze bepalen in belangrijke mate het karakter van het gebied. 3.2.4

Ruimtelijke context en karakteristiek

Context en omgeving Het plangebied bevindt zich binnen de ruimtelijke contouren van het Maximapark. In de directe omgeving van het plangebied ligt binnen dit park een aantal bijzondere (recreatieve) voorzieningen: Op de hoek 't Zand-Groenedijk is een restaurant gevestigd; Het Castellum: een herbouw/impressie van een Romeinse legerbasis; Maatschappelijke functies en horeca (museum, kinderdagopvang, moskee, restaurant/café, volkstuinen, kinderboerderij); Fruitboomgaarden; Langs de weg 't Zand ligt een parkeerplaats die een ondersteunende functie heeft voor deze voorzieningen en voor bezoekers van het Maximapark. Het plangebied ligt aan twee wegen: 't Zand en de Groenedijk. Dit zijn beide historische bebouwingslinten die tot ver buiten de omgeving van het plangebied doorlopen. De weg 't Zand is ter plaatse van het plangebied ruimtelijk afgesneden van de rest van 't Zand door een rotonde en wegverspringing. Wanneer in deze toelichting wordt gesproken over deze wegen, gaat dit alleen over het deel van de weg ter hoogte van het plangebied. De loods en kas zijn gesitueerd in de 'oksel' van de Groenedijk en 't Zand. Er is een inrit aan zowel de Groenedijk als 't Zand. De bebouwing zelf is op een afstand van circa 20 en 35 meter afstand van respectievelijk 't Zand en de Groenedijk. bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

29

Ruimtelijke karakteristiek van 't Zand: De kavels waar nieuwe woonbebouwing is geprojecteerd, zijn primair georiënteerd op 't Zand. Verkavelingstypologie: De straat is aan één zijde verkaveld met individuele percelen. De overzijde van de straat bestaat uit haaks parkeren. Deze parkeerplaatsen domineren het beeld van de straat. De verkaveling bestaat merendeels uit woonpercelen. Aan de noordzijde van 't Zand is relatief recent een twee-onder-een-kapwoning gerealiseerd. Deze staat in de vrije ruimte tussen een parkeerterrein en een agrarisch perceel. De oudere bebouwing is geconcentreerd aan de zuidzijde van 't Zand en is kleinschaliger. Deze bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen die relatief dicht op elkaar staan. Bebouwingstypologie: Er is een diversiteit aan bebouwing gerealiseerd. De oudere bebouwing bestaat uit één bouwlaag met een bescheiden kap. De kap is in de meeste gevallen een mansardekap die haaks op de straat staat. De nieuwere bebouwing is wisselend in schaal. Een vrijstaande woning heeft een forse maat. De twee-onder-een-kap kent een kleinere schaal die aansluit bij de oudere woningen in de straat. Een aantal woningen staat achter een schutting of hoge haag. Deze hagen dragen bij aan een groen straatbeeld, maar punt van aandacht is wel de zichtrelatie tussen de woning en de openbare ruimte.

Openbare ruimte: Er is relatief weinig groen in de straat zelf aanwezig. De verharding van de straat en het haaksparkeren domineert. Er staan twee bomen en tussen de parkeerplaatsen is een grasveld. Aan de westzijdevan 't Zand is een parklandschap in de vorm van een boomgaard met daarbinnen twee kleine bouwwerken (deels in gebruik voor kinderopvang). Op de hoek 't Zand-Groenedijk is het voorterrein van het Castellum als plein ingericht. Aan de noordzijde grenst het zand aan het Lint van het Maximapark. Hier is ook een parkeerterrein voor het Castellum en voor evenementen. Terrein: Een duidelijk hoogteverschil is merkbaar. Het Castellum ligt verhoogd in het landschap en domineert het beeld. De weg 't Zand ligt hoger dan de aangrenzende kavels. Vanaf 't Zand naar de boomgaard ten westen daarvan loopt het maaiveld ca. 1 meter naar beneden. Ruimtelijke karakteristiek van de Groenedijk: De entree van de bestaande loods is georiënteerd op de Groenedijk. Verkavelingstypologie: De verkaveling bestaat merendeels uit woonpercelen op relatief grote kavels. Naast woonbebouwing grenst op dit deel van de Groenedijk ook aan agrarische gronden in de vorm van een boomgaard. Bebouwingstypologie: De bebouwing bestaat grotendeels uit vrijstaande woningen en een enkele twee-onder-een-kap. De woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap. In de meeste gevallen een dwarskap.

Openbare ruimte: De Groenedijk is een relatief smalle straat die alleen een doorgaande functie heeft voor fietsers. De straat heeft een groen karakter, wat grotendeels voortkomt uit de tuininrichting met relatief grote tuinen met voornamelijk beplanting en enkele bomen. Terrein: Een duidelijk hoogteverschil is merkbaar. Het Castellum ligt verhoogd in het landschap. De Groenedijk stijgt daarmee in westelijke richting in hoogte. De Groenedijk ligt ter plaatse van de entree van het plangebied vrijwel gelijk met de aangrenzende kavels.

Grootschaligere bebouwing oostkant hoge woerd De bebouwing die achter de historische bebouwingslinten gelegen is, is grootschaliger; De Moskee, Brouwerij Maximus, en de kinderopvang zijn gebouwen met een grote maat.

3 0 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

3.3

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

Op het moment is het terrein voor een deel bebouwd en voor een deel onbebouwd. Binnen het plangebied zijn de volgende functies aanwezig: - Een stenen loods (ca.540 m2) en bijbehorend erf (ca. 860 m2) met een ontsluiting op de Groenedijk. In een deel van de loods is tijdelijk een wijnhandel gevestigd. Ook vindt nog incidenteel stalling ten behoeve van het oorspronkelijke bedrijf plaats. - Een glazen kas (ca. 2200 m2) en bijbehorend erf (ca. 420 m2) met een ontsluiting op 't Zand. De kas wordt op het moment deels gebruikt als caravanstalling. - Aan de noordzijde van de bebouwing bevindt zich agrarisch gebied dat op het moment in gebruik is als grasland (ca. 2800 m2).

Op onderstaande afbeeldingen zijn enkele impressies van het plangebied weergegeven.

Plangebied gezien vanaf inrit Groenedijk

bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

31

Plangebied gezien vanaf noordzijde

Plangebied gezien vanaf 't Zand

3 2 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Projectbeschrijving

4.1.1

Programma

Planbeschrijving

De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing te verwijderen en 4 woningen te realiseren in het plangebied. Daarnaast wordt er een woonzorggebouw gerealiseerd voor mensen (voornamelijk ouderen) met dementie, die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Binnen dit woonzorggebouw worden 30 studio's en twee logeerverblijven gerealiseerd. De drie noordelijke kavels worden door de huidige grondeigenaar verkocht als zelfbouwkavels. De kavel tussen 't Zand 44 en 46 wordt verkocht door Vrijborg. 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Aan de noordzijde van het plangebied worden drie woningen gerealiseerd. Tussen de percelen 't Zand 44 en 46 wordt de vierde woning gerealiseerd. Op de achterliggende tuinkavel tussen de woningen en de boomgaard in (waar nu de kassen staan), wordt het woonzorggebouw gerealiseerd. Het woonzorggebouw wordt gerealiseerd in een L-vorm. De binnenzijde van deze L-vorm wordt op het noordwesten georiënteerd. Aan de noordzijde van het woonzorggebouw worden 3 van de 4 woningen gerealiseerd. Deze worden gerealiseerd als vrijstaande woning en als twee-onder-één-kap woning, aansluitend bij het heersende straatbeeld. De vierde woning wordt tussen de percelen 't Zand 44 en 46 gerealiseerd. Op onderstaande afbeeldingen zijn de plattegrond en een impressie van het plangebied weergegeven.

Plattegrond nieuwe situatie

bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

33

Mogelijke impressies nieuwe situatie

4.2

Verkeer en openbare ruimte

In deze paragraaf wordt de nieuwe verkeer- en parkeersituatie beschreven. Verkeer Het initiatief voorziet in de realisatie van 4 woningen en een woonzorggebouw met 30 wooneenheden en twee logeerverblijven. Voor de bepaling van het aantal verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Op basis van deze publicatie is er rekening gehouden met 8 verkeersbewegingen per etmaal per woning, en voor het woonzorggebouw is er rekening gehouden met 2,7 verkeersbewegingen per wooneenheid. Al met al komt dit neer op een totaal van 113 verkeersbewegingen per etmaal. De ontsluitingswegen en de omliggende wegen kunnen deze extra verkeersdruk goed verwerken. De woningen worden aan 't Zand gerealiseerd en worden ook direct via deze weg ontsloten. De woonzorginstelling wordt voor het autoverkeer ook via 't Zand ontsloten. De Burgemeester Middelweerdbaan en de Langerakbaan zijn de belangrijkste gebiedsontsluitingswegen in het gebied. Het woonzorggebouw moet goed met de auto bereikbaar zijn. Tegelijkertijd heeft de auto een ondergeschikte plek in de structuur binnen een park (Máximapark). De ontsluiting voor auto's vindt daarom alleen via het 't Zand plaats en de auto's worden zo snel mogelijk naar hun bestemming geleid. Uitgangspunt is een autoluwe (woon)omgeving met ruimte voor groen en verblijf. In de de woonomgeving geldt een 30 km/uur regime gelden.

Bij de nieuwe ontsluiting naar het woonzorggebouw is een normale twee richtingsstraat gewenst die aansluit op de omliggende straten in de wijk. Qua uitstraling van de nieuwe inrichting kan dit overeen komen met de weginrichting in de straten in de omgeving zoals 't Zand. De nieuwe ontsluiting naar de woonzorginstelling zal voornamelijk gebruikt worden door bestemmingsverkeer. Gezien de korte afstand, smalle wegbreedte en de lage intensiteit, zijn drempels hier niet noodzakelijk. De ontsluiting van het woonzorggebouw loopt over de strook grond, waarop ook een reservering is gemaakt voor een eventueel toekomstig fiets-/wandelpad door de boomgaard. 3 4 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Binnen het park is een maximale doorwaadbaarheid voor langzaam verkeer gewenst. Daarom wordt er een extra toegang voor langzaam verkeer naar het woonzorggebouw toegevoegd vanaf de Groenedijk. Parkeren Voor deze ontwikkeling gelden nog de (fiets)parkeernormen op basis van de oude parkeernota uit 2013 en het Addendum Nota parkeernormen fiets en auto (2019). Op het terrein van het woonzorgcentrum moeten voldoende fietsvoorzieningen aanwezig zijn, zodat bezoekers veilig hun (brom)fiets kunnen stallen. Het aantal fietsparkeerplekken moet voldoen aan de eisen van het gemeentelijke parkeerbeleid. Autoparkeren van de woningen moet op eigen terrein worden opgelost. Ook het bezoekersparkeren kan op eigen terrein worden opgelost. De vrijstaande woningen moeten voorzien worden van 2 parkeerplaatsen per woning. Deze parkeerplaatsen worden op het eigen terrein bij de woning gerealiseerd. Parkeren wordt gerealiseerd uit het zicht: naast of achter de woning en/of binnen een garage. Per woning is er maximaal 1 inrit toegestaan. De breedte van de inrit is maximaal de breedte van een auto, plus de noodzakelijke breedte voor een persoon om langs de auto te kunnen lopen. Parkeren op eigen terrein wordt ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Voor het initiatief is een parkeernotitie opgesteld. Deze notitie is opgenomen in Bijlage 1.

In de parkeernotitie is onderbouwd dat er voor het woonzorggebouw kan worden volstaan met een parkeernorm van 0,31 per wooneenheid. Om mogelijk drukkere momenten op te vangen, zal een marge aangehouden worden en houden we een parkeernorm van 0,4 aan. Dit betekent een totale capaciteit van 12 parkeerplaatsen, die op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. De ontwikkelaar heeft aangetoond dat de parkeerplaatsen in de omgeving structureel beschikbaar zijn op tijden dat het nodig is voor de parkeervraag van het woonzorggebouw. Daarmee kan voor de 30 wooneenheden, gerekend met bovenstaande parkeernorm van 0,31 plus enige marge, volstaan worden met 10 in plaats van 12 parkeerplaatsen op eigen terrein.

Openbare ruimte Ten behoeve van het initiatief wordt een toegangsweg gerealiseerd. Deze weg krijgt een openbare status. Eventueel kan hier in de toekomst een recreatieve route overheen getrokken worden. De toegangsweg krijgt een groen karakter evenals de rest van het terrein rondom het complex. De hoeveelheid verharding wordt zo minimaal mogelijk gehouden en daar waar mogelijk wordt halfverharding toegepast.

bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

35

3 6 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Situatie plangebied De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.

dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit te nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 14 oktober 2021 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De aanmeldnotitie m.e.r is opgenomen in Bijlage 3 Aanmeldnotitie m.e.r.. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 2 Besluit m.e.r. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.

5.3

Geluidhinder

Kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

37

bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Situatie plangebied Om de realisatie van de nieuwe woningen mogelijk te maken, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat twee woningen niet voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft wegverkeerslawaai. Om de realisatie van deze woning mogelijk te maken dient het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht een hogere waarde te verlenen. Mogelijk zijn er naar aanleiding van het verlenen van de hogere waarde aanvullende geluidsisolerende maatregelen aan de gevels van de betreffende woning noodzakelijk. De akoestische impact van het gebruik van het woonzorggebouw op de bestaande en nieuwe woningen en van omliggende functies op het plangebied is opgenomen in paragraaf 5.4 Bedrijven en milieuzonering. Conclusie Ten aanzien van de realisatie van twee van de woningen dient een hogere waardebesluit vastgesteld te worden. Het besluit hogere waarde is bijgevoegd in Bijlage 5. Voor de overige gebouwen in het initiatief vormt het aspect geluidhinder zoals dit geregeld is in de Wet geluidhinder, geen belemmering.

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Kader In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten "milieubelastende activiteiten" aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van "milieugevoelige activiteiten". De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Plangebied In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele inrichtingen in milieucategorie 2. Deze vormen gelet op de afstand tussen die inrichtingen en de beoogde woningen voor de geplande bestemmingen geen beperking. Spuitzones Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State geen nader onderzoek noodzakelijk vindt wanneer er sprake is van een afstand van 50 meter of meer tussen gevoelige functies en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Er is dan in principe sprake van een ruimtelijk aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een kortere afstand is volgens rechtspraak ook zeker mogelijk mits uit een locatiespecifiek onderzoek is onderbouwd dat ondanks een kortere afstand, er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In het kader van de korte afstand tot de spuitzones is dit onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat op een afstand van 5 meter of meer geen sprake meer is van onacceptabele blootstelling. Om te komen tot een ruimtelijk inpasbare situatie voor deze ontwikkeling is een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van het woonzorggebouw en van de woningen aan 't Zand 46a noodzakelijk. Om dit te kunnen garanderen, wordt gekozen voor toepassing van 99% driftreductie (in aanvulling op de wettelijke verplichting tot 75% driftreductie op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer) bij de behandeling van de fruitbomen. Daarbij zullen de bomen binnen een afstand van 5 meter uit de erfgrens, enkel van de erfgrens af bespoten worden. Op deze wijze wordt maximaal driftverspreiding cq. blootstelling buiten de boomgaard voorkomen bij behandeling van de bomen. Het aanhouden van een veiligheidsafstand van 5 meter in de boomgaard en het realiseren van een afschermende haag tot 50 centimeter boven de hoogte van de boomgaard is dan niet nodig. Voor onkruidbestrijding wordt niet gekozen voor de spuittechniek met 99% driftreductie. Bij onkruidbestrijding wordt neerwaarts gespoten. Daarom zal de spuithoogte ook zeer beperkt zijn.

In een boomgaard is in principe sprake van spotsgewijze toepassing, waardoor geen hoge blootstelling aan drift kan optreden. Vanwege het risico op drift vanwege onkruidbestrijding kan uit voorzorg ervoor worden gekozen om langs de erfgrens een haag aan te planten met een minimale hoogte 3 8 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

van 50 centimeter. Uit voorzorg en in aanvulling op bovenstaande maatregelen zal voor dit plan langs de erfgrens een haag geplant worden met een minimale hoogte van 150 centimeter. De haag zal een aaneengesloten bladerdek moeten bevatten gedurende het gehele jaar. Hiermee zal eventuele drift vanwege onkruidbestrijding afdoende worden afgeschermd. De afspraken over de wijze van spuiten zullen privaatrechtelijk worden vastgelegd. Geluid Akoestische impact gebruik woonzorggebouw op de omgeving. Om te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing is aanvullend onderzoek gedaan naar de akoestische impact van het gebruik van het woonzorggebouw op de omgeving (Bijlage 7 Aanvullend akoestisch onderzoek woonzorggebouw). In dit onderzoek is de mogelijke geluidsoverlast van parkerende bezoekers voor de woning aan 't Zand 44 meegenomen en daarnaast mogelijke geluidsoverlast van mensen op het terras van het woonzorggebouw en van het buitendeel van de warmtepomp.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen wij de volgende conclusies trekken: Indien het buitendeel van de warmtepomp een bronniveau heeft van 79 dB(A) of lager, zal er geen overschrijding optreden van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dag-, de avond- en de nachtperiode; De bijdrage van de sprekende mensen op het terras van het woonzorggebouw blijft ruim onder de norm; Dat geldt ook voor de rijdende en manoeuvrerende auto's op het eigen terrein; De piekniveaus, veroorzaakt door dichtslaande portieren bij het parkeerterrein veroorzaken geen overschrijdingen van de norm. Eventueel optredende piekgeluiden veroorzaakt door het incidenteel schreeuwen van (met name een jonge) bezoeker zal in de dagperiode een kleine overschrijding van maximaal 2 dB veroorzaken; in de avondperiode is de overschrijding maximaal 7 dB. Het plaatsen van een scherm lijkt ons een te kostbare en weinig effectieve manier om dit te voorkomen met name ook omdat de vaste bewoners en de medewerkers deze overlast niet zullen veroorzaken. Het zal ook zeer sporadisch voorkomen, schatten we in. Op basis van dit onderzoek concluderen wij dat omwonenden in de nieuwe situatie met het woonzorggebouw waarschijnlijk wel meer geluid zullen ervaren, maar het woon- en leefklimaat van omwonenden zal niet onevenredig worden aangetast.

Akoestische impact van omliggende functies In de nabijheid van het initiatief zijn enkele geluidproducerende functies gelegen. Het gaat hier om een kinderdagverblijf en om een horecagelegenheid. Voor de horecagelegenheid is in de publicatie Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van minimaal 30 meter opgenomen. Het initiatief ligt buiten deze zonering van 30 meter. Voor het kinderdagverblijf is in de publicatie Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van minimaal 30 meter opgenomen. Het initiatief ligt ook buiten deze zonering van 30 meter. Ter plaatse van de ontwikkeling heeft in het vigerende bestemmingsplan Hoge Woerd, 1 e Herziening reeds een akoestisch onderzoek plaatsgevonden naar de geluidsbelasting van evenementen bij het Castellum. Uit dit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van enkele evenementen per jaar geen belemmering vormt voor de realisatie van woningbouw in het plangebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het initiatief. Er komen geen beperkingen op het perceel als gevolg van de naastliggende spuitzone. Wel dient op de oostelijke perceelsgrens (tussen het plangebied en de fruitboomgaard) over de gehele lengte een haag van 1,50 meter aangelegd te worden. Om geluidsoverlast te voorkomen mag het buitendeel van de warmtepomp geen bronniveau hebben van meer dan 79 dB(A).

5.5

Externe veiligheid

Kader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

39

risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Risicorelevante inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. Vervoer van gevaarlijke stoffen In 2013 is de Amvb Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgesteld. Het Bevt vervangt de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RVGS). In het Bevt is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen opgenomen.

Op basis hiervan geldt voor bestaande situaties een grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10-5 per jaar en een streefwaarde 10-6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt in nieuwe situaties een richtwaarde van 10-6 per jaar. Op basis van het Bevt geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Het Bevt vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel kan de verantwoordingsplicht voor het GR nog buiten deze 200 m strekken. In het Bevt zijn ook de veiligheidsafstanden en plasbrandaandachtsgebieden uit het Basisnet Weg en het Basisnet Water opgenomen.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is aangesloten bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi): een normering voor het PR en een oriëntatiewaarde voor het GR. Voor het PR geldt dat er binnen de risicocontour van 10-6 geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR wordt een oriëntatiewaarde als ijkpunt gehanteerd. Het GR in de omgeving van buisleidingen moet worden verantwoord (in bestaande en nieuwe situaties). In een aantal situaties kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het GR. Het betreft de volgende situaties: 1.

2. 3.

het plangebied ligt buiten het gebied behorende bij de afstand waar nog 100% van de aanwezigen kan komen te overlijden of, bij toxische stoffen, het plangebied buiten de grens ligt waarbij het PR 10-8 per jaar is; of het GR is kleiner dan 0,1 maal de oriënterende waarde; of het GR neemt met minder dan 10% toe en de oriënterende waarde wordt niet overschreden.

Bij een beperkte verantwoording kan worden volstaan met het vermelden van: de personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleiding en een uitspraak over de verwachte toekomstige personendichtheid in geval van concrete ontwikkelingen in het invloedsgebied; het GR per kilometer buisleiding en de bijdrage van de ontwikkeling (toegelaten beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten) aan de hoogte van het GR; de mogelijkheden tot bestrijding en beperking van rampen; de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van personen in het plangebied.

4 0 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Situatie plangebied Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

Uitsnede risicokaart. Plangebied rood omlijnd.

Op de risicokaart is te zien dat er in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen of transportroutes aanwezig zijn. Er is geen toename in het groeps- en plaatsgebonden risico. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het initiatief.

5.6

Luchtkwaliteit

Kader De realisatie van de beoogde ontwikkeling kan invloed hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met fijnstof, door vooral verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. In artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening moet houden met de effecten op de luchtkwaliteit. Wet milieubeheer De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. In de Wet luchtkwaliteit en bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, koolmonoxide en benzeen.

In tabel 5.1 zijn de grenswaarden voor de luchtkwaliteit bepalende verbindingen fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) opgenomen. Tabel 3: Stof PM2,5 PM10

Grenswaarden conform de Wet milieubeheer Concentratie in µg/m3 25 40

Type norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde

bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

41

NO2

Daggemiddelde dat 35 keer per jaar mag worden 50 overschreden Jaargemiddelde 40 Uurgemiddelde dat 18 keer per jaar mag worden 200 overschreden

De overige in de Wet milieubeheer opgenomen verbindingen vormen geen probleem meer in Nederland. De concentraties van deze verbindingen vertonen een dalende trend en zijn dermate laag dat overschrijding van de daarvoor geldende grens- of richtwaarden redelijkerwijs uitgesloten is. Deze verbindingen worden dan ook niet nader beschouwd. WHO-advieswaarden De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze advieswaarden zijn voor fijnstof strenger dan de wettelijke (Europese) grenswaarden. De WHO stelt zelfs dat er géén veilige concentratie is aan te geven voor fijnstof; op grond van haalbaarheid heeft zij daarom een gezondheids-kundige advieswaarde vastgesteld voor PM10 en PM2,5. Tabel 4:

WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5

Stof NO2 (stikstofdioxide) PM10 (fijnstof) PM2,5 (fijnstof)

Grenswaarde EU 40 µg /m3 40 µg /m3 25 µg /m3

WHO-advieswaarde-2005 40 µg / m3 20 µg /m3 10 µg /m3

Toetsingsperiode Jaargemiddelde Jaargemiddelde Jaargemiddelde

Op 22 september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Deze WHO-advieswaarden bedragen voor stikstofdioxide 10 µg/m3 en voor fijnstof 15 µg/m3 voor PM10 en 5 µg /m3 voor PM2,5. Niet in betekenende mate Titel 5.2 van de Wet milieubeheer maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten waarvan vooraf duidelijk is dat deze de luchtkwaliteit 'niet in betekenende mate' (NIBM) verslechteren, hoeven niet meer op luchtkwaliteit te worden getoetst. Dit is opgenomen in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdrage luchtkwaliteitseisen'. Het gaat daarbij om projecten die leiden tot een maximale bijdrage van 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De grenswaarde voor het NIBM betreft een jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 onder de 1,2 µg/m3. Schone lucht in Utrecht Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden, zoals opgenomen in de wet Milieubeheer. In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) niet alleen aan de wettelijke grenswaarden te voldoen, maar ook aan de strengere WHO advieswaarden uit 2005 voor fijnstof.

Deze motie is uitgewerkt in het Raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het Raadsbesluit. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, met als doel een gezondheidswinst te behalen van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is significant is ten opzichte van een etmaal. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein.

Beperkingen vanwege volksgezondheidsbeleid (gevoelige bestemmingen) Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming: Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. 4 2 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

Situatie plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het NSL-project IB-1310 (Ontwikkeling Leidsche Rijn Utrecht), zodat de luchtkwaliteit niet afzonderlijk in beschouwing behoeft te worden genomen. Het plan moet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van het Besluit luchtkwaliteit. Dit betekent dat het plan niet mag leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. In dit bestemmingsplan dient een verantwoording over de luchtkwaliteit te worden opgenomen. Deze verantwoording is hieronder opgenomen. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit, heeft het Ministerie van I&W in samenwerking met InfoMil de nibm-tool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is voor de totale toename van verkeer als gevolg van voorliggende ontwikkeling de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Op de onderstaande afbeelding is de Nibm-tool weergegeven. Daaronder zijn kaarten weergegeven met de bestaande fijnstofconcentraties ter plaatse van het plangebied en zijn de resultaten uit de NSL-monitoringstool opgenomen.

Nibm-Tool

Concentraties fijnstof PM10 ter plaatse. Plangebied rood omlijnd

bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

43

Concentraties fijnstof PM2,5 ter plaatse. Plangebied rood omlijnd

NSL monitoringstool 2020. Plangebied rood omlijnd

4 4 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)

Utrecht

NSL monitoringstool 2030. Plangebied rood omlijnd

Conclusie Op basis van de Nibm-tool blijkt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt uit de NSL-monitoringstool dat in 2020 wel voldaan wordt aan de WHO-advieswaarde voor PM10, maar nog niet aan de advieswaarde voor PM2,5. In 2030 wordt aan beide advieswaarden voldaan en leidt de NIBM-bijdrage van het project niet tot overschrijding van de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Uit het onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d16a77ba-e924-4d96-8850-b467926ab607