Bestemmingsplan 't Zand 46a e.o. Hoge Woerd.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Zand 46a e.o. Hoge Woerd Vastgesteld, datum volgt na vaststelling
Zand 46a e.o. Hoge Woerd
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Doelstelling
7
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
7
1.4
Vigerend bestemmingsplan
8
1.5
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Relevante beleidskaders
11
2.1
Rijksbeleid
2.2
Provinciaal beleid
14
2.3
Gemeentelijk
beleid
18
Bestaande situatie
29
Hoofdstuk 3
11
3.1
Inleiding
3.2
Beschrijving
van het plangebied
29
3.3
Beschrijving
van de bestaande functies in het plangebied
31
Hoofdstuk 4
29
Planbeschrijving
33
4.1
Projectbeschrijving
33
4.2
Verkeer en openbare ruimte
34
Hoofdstuk 5
Onderzoek en randvoorwaarden
37
5.1
Inleiding
37
5.2
Milieueffectrapportage
37
5.3
Geluidhinder
37
5.4
Bedrijven en milieuzonering
38
5.5
Externe veiligheid
39
5.6
Luchtkwaliteit
41
5.7
Bodemkwaliteit
45
5.8
Natuurbescherming
46
5.9
Water
48
5.10
Archeologie
51
5.11
Gezond stedelijk leven
56
5.12
Kwaliteit van de leefomgeving
57
5.13
Toegankelijkheid
57
5.14
Duurzaamheid
58
5.15
Klimaatadaptatie
5.16
Geur
62
5.17
Bomen
62
Hoofdstuk 6
en hittestress
Uitvoerbaarheid
61
65
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
65
6.2
Maatschappelijke
65
Hoofdstuk 7
uitvoerbaarheid
Juridische plantoelichting
7.1
Inleiding
7.2
Opbouw regels
7.3
Regeling bijbehorende
7.4
Systematiek
67 67 67
bouwwerken
van de bestemming Wonen
2 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
68 68
Utrecht
7.5
Artikelsgewijze
7.6
Lijst van Bedrijven functiemenging
toelichting
68 72
7.7
Handhaving
74
Bijlagen toelichting
77
Bijlage 1
Notitie parkeren
79
Bijlage 2
Besluit m.e.r
91
Bijlage 3
Aanmeldnotitie m.e.r.
95
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
107
Bijlage 5
Besluit Hogere Waarde 't Zand 46a e.o. Hoge Woerd
147
Bijlage 6
Onderzoek spuitzones
151
Bijlage 7
Aanvullend akoestisch onderzoek woonzorggebouw
175
Bijlage 8
Bodemonderzoek
221
Bijlage 9
Ecologische inventarisatie
375
Bijlage 10
Vleermuizenonderzoek
385
Bijlage 11
Aeriusberekening
399
Bijlage 12
Watertoets
423
Bijlage 13
Archeologisch onderzoek
429
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
525
Artikel 1
Begrippen
525
Artikel 2
Wijze van meten
528
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
530
Artikel 3
Maatschappelijk
530
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
530
Artikel 5
Waarde - Archeologie
531
Artikel 6
Wonen
531
Hoofdstuk 3
Algemene regels
533
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
533
Artikel 8
Algemene bouwregels
533
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
533
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
534
Artikel 11
Overige regels
535
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
536
Artikel 12
Overgangsrecht
536
Artikel 13
Slotregel
536
Bijlagen regels Bijlage 1
539 Lijst van Bedrijven functiemenging
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
540
3
4 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
Toelichting
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
5
6 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel 't Zand 46 is een voormalig loon- en grondwerkbedrijf gevestigd. Het bedrijf zelf is inmiddels verplaatst naar een bedrijventerrein, omdat het bedrijf niet meer paste in de huidige omgeving. Momenteel is het terrein gedeeltelijk ontruimd en vinden er nog enkele activiteiten plaats. De eigenaar van het perceel wil in samenwerking met een ontwikkelaar de voormalige bedrijfsbebouwing slopen en in ruil daarvoor 4 woningen en een woon-zorginstelling met circa 30 studio's realiseren op het perceel. In Juli 2021 is de bouwenvelop voor deze ontwikkeling vastgesteld. Op basis van het huidige bestemmingsplan is het niet mogelijk om deze 4 woningen en een woonzorginstelling te realiseren. In het geldende bestemmingsplan is wel een wijzigingsbevoegdheid naar woningen opgenomen, maar die gaat uit van maximaal 6 wooneenheden. Daarom is een nieuw bestemmingsplan nodig om het initiatief mogelijk te maken. Dit plan voorziet hierin en past binnen de uitgangspunten van de vastgestelde bouwenvelop.
1.2
Doelstelling
De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de nieuwe ontwikkelingen op het perceel 't Zand 46a planologisch-juridisch mogelijk te maken. De woningbouwmogelijkheden worden daarbij verruimd tot 4 woningen en 30 woonzorgeenheden.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied 't Zand 46 omvat het voormalige loon- en grondwerkbedrijf dat bestaat uit de bestaande opstallen en een stuk braakliggend terrein aan de noordzijde. Het plangebied is begrensd door een woning en een parkeerplaats aan de noordzijde, een boomgaard aan de oostzijde, woningen en de Groenedijk aan de zuidzijde en woningen en 't Zand aan de westzijde. Het plangebied ligt in het Maximapark: het centrale park dat Leidsche Rijn, De Meern en Vleuten met elkaar verbindt. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het plangebied weergegeven.
Begrenzing plangebied rood omlijnd.
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
7
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan De Hoge Woerd, 1e herziening Chw Algemene regels over bouwen en gebruik
Vastgesteld door raad 5 juli 2018
Onherroepelijk 19 december 2018
Het plangebied valt in twee verschillende bestemmingen. Het grootste deel van het plangebied valt binnen de bestemming Agrarisch. In de bestemming Agrarisch is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming te wijzigen naar Wonen voor maximaal 6 woningen. De ontwikkeling van vier woningen en een woonzorggebouw past niet binnen de bestemming Agrarisch. De drie woningen die in dit deel van het plangebied komen passen wel binnen de wijzigingsbevoegdheid maar het woonzorggebouw niet. Het gaat namelijk om een maatschappelijke voorziening die de bestemming Maatschappelijk krijgt. Een klein deel van het plangebied valt binnen de bestemming Wonen – 2. Binnen deze bestemming mag het aantal bestaande woningen niet uitgebreid worden, dit betekent dat hier geen nieuwe woning gebouwd kan worden op basis van het geldende bestemmingsplan. Het plan van de initiatiefnemer, het bouwen van vier woningen en een woon-zorghuis, past niet binnen het bestemmingsplan Hoge Woerd 1e Herziening. Naast bestemmingsplan Hoge Woerd, 1e Herziening geldt ook bestemmingsplan Chw Algemene regels over bouwen en gebruik.
Dit bestemmingsplan vervangt de algemene bouwregels en de algemene gebruiksregels van alle onherroepelijk bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht die op grond van artikel 7g, eerste lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet deel uitmaken van het bestemmingsplan van Utrecht (peildatum 29 mei 2017). In dit bestemmingsplan zijn onder andere regels opgenomen over woningvorming en omzetting en parkeren. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Plangebied rood omlijnd.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. 8 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
In de bijlagen zijn de onderzoeken naar de randvoorwaarden opgenomen.
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
9
1 0 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.
bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
11
1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Plangebied De ontwikkeling 't Zand 46a brengt ruimtelijke kwaliteit doordat een (voormalig) bedrijf met bijbehorende loodsen wordt vervangen door een woonzorgcomplex en door de aanheling en versterking van het historische lint met daarbij passende woningen. Deze ontwikkeling draagt bij aan het vergroten van de woningvoorraad en voorziet met name in woonzorgwoningen, waar in Utrecht veel behoefte aan is. Bij de planvorming wordt ruim aandacht besteed aan diverse belangen, zoals de bescherming van gezondheid, groen, water, ecologie en erfgoed. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk.
Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. Plangebied In het plangebied zijn erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde aanwezig. Het gehele plangebied is aangewezen als kernzone van het UNESCO werelderfgoed (Romeinse Limes). Hiermee is het BARRO van toepassing op het plangebied. Het grootste deel van het plangebied is bovendien aangewezen als archeologisch beschermd rijksmonument. Er is een indirecte doorwerking via het provinciaal beleid. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.
Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een 1 2 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Andere stedelijke voorzieningen betreffen volgens de Nota van Toelichting (2017) “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure” Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling voor de bouw van 4 nieuwe woningen en 30 studio's in een woonzorggebouw in Utrecht. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen of meer, wordt daarentegen wel aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Op basis van bovenstaande is de voorgenomen ontwikkeling aan te merken als een stedelijk ontwikkeling. Een uitgebreide toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is noodzakelijk. Onderstaand wordt de ladder verder uitgewerkt.
Bestaand stedelijk gebied Zoals hierboven aangegeven wordt het grootste deel van de woningbouwbehoefte van de gemeente Utrecht opgevangen in stedelijk gebied. Het plangebied ligt binnen de rode contour van de stad Utrecht. Het plangebied bevindt zich binnen een woonwijk/ woongebied en daarmee binnen bestaand stedelijk gebied. Behoefte woningen en woonzorggebouw voor dementerende ouderen Wanneer we met een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, tonen we de behoefte aan deze ontwikkeling aan. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het verzorgingsgebied moet van geval tot geval worden bekeken en kan sterk verschillen per functie. Met de nieuwbouw van de woningen en het woonzorggebouw leveren we een bijdrage aan het oplossen van het kwantitatieve en kwalitatieve tekort aan woningen in de stad. In de woonvisie 'Utrecht beter in Balans' geeft de gemeente Utrecht aan in te zetten op vijf speerpunten: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; Meer gemengde wijken; Doorstroming Een (t)huis voor iedereen; Duurzaamheid en toekomstbestendig.
In de woonvisie geeft de gemeente Utrecht aan dat er in de gemeente Utrecht behoefte is aan ongeveer 60.000 woningen tot 2040 en dat de gemeente rekening houdt met bewoners met een zorgvraag. Daarbij heeft de gemeente Utrecht de ambitie om zorg zo dichtbij mogelijk en op maat te realiseren. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van bovengenoemde punten uit de woonvisie. bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
13
De 4 woningen die met dit initiatief gerealiseerd worden, dragen bij aan de opgave van 60.000 woningen. Ook wordt er voorzien in de woonbehoefte van Utrechters met een zorgvraag. Dit initiatief voorziet specifiek in de woonbehoefte van Utrechters die een mentale beperking hebben en daardoor niet meer in staat zijn om zelfstandig te wonen. Hiermee wordt er uitwerking gegeven aan de ambitie van de gemeente Utrecht om zorg zo dichtbij mogelijk en op maat te realiseren. Het aantal en het aandeel ouderen in Leidsche Rijn neemt tussen 2021 en 2040 toe van 2735 naar 7134 ofwel van 6,4% naar 11,6%. Ouderen worden ook steeds ouder. Deze beide ontwikkelingen versterken elkaar in een toenemend aantal zorgafhankelijke ouderen en daarmee een groeiende behoefte aan woonvormen voor intensieve zorg. Conclusie Het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De behoefte aan de ontwikkeling is aangetoond en de ontwikkeling bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied. 2.1.4
Erfgoedwet
De Erfgoedwet heeft betrekking op archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijven paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin staat dat aantasting van de beschermde archeologische monumenten niet is toegestaan. Voor wijziging, sloop of verwijdering van een archeologisch Rijksmonument moet een vergunning worden aangevraagd waarop de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslist. Sinds 27-07-2021 valt het plangebied in de kernzone van het UNESCO werelderfgoed van de Nerderlands-Germaanse Limes. Onderdeel van het nominatiedossier is een managementplan dat bindend is voor overheden.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening
Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen en zal naar verwachting in maart 2022 vastgesteld worden. De Omgevingsverordening treedt op 1 juli 2022 tegelijk met de Omgevingswet in werking. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels.
Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's.
1 4 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.
Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied en Interim Omgevingsverordening Voor dit initiatief zijn de volgende artikelen uit de verordening relevant: Artikel 7.3: Het plangebied is aangemerkt als Instandhouding en versterking UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes. Het artikel luidt als volgt: 1.
2. 3.
4.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties in het UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone) bevat bestemmingen en regels ter instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarde van de Neder-Germaanse Limes. Als uitzonderlijke universele waarde van de Neder-Germaanse Limes gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de Bijlage 14 Cultuurhistorie bij deze verordening. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties in het (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone) bevat in ieder geval een verbod op het zonder omgevingsvergunning uitvoeren van activiteiten met een oppervlakte van 100 m2 of meer, waarbij de bodem tot meer dan 30 centimeter onder maaiveld wordt geroerd. De oppervlakte- en dieptemaat kunnen zowel naar boven als naar beneden worden bijgesteld, voor zover archeologische gegevens hier aanleiding toe geven en de bijstelling ondersteund wordt door een motivering, opgesteld door een archeologisch deskundige.
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
15
5.
6.
Het archeologisch onderzoek en ex-situ behoud in de vorm van een opgraving wordt uitgevoerd conform de geldende kwaliteitsregels in de Nederlandse archeologie, door een daartoe op grond van artikel 5.3 Erfgoedwet gecertificeerd bedrijf. De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een beschrijving van de in (de directe omgeving van) het plangebied aanwezige uitzonderlijke universele waarde van de Neder-Germaanse Limes; e n b. een beschrijving en motivering van de wijze waarop die waarde wordt beschermd.
In de toelichting op artikel 7.3 van deze verordening is aangegeven dat alleen regels opgenomen zijn voor gebieden die in de zogenaamde bufferzone vallen en niet voor gebieden die in de kernzone vallen, omdat deze gebieden als archeologisch rijksmonument al via het rijksmonumentenregime beschermd worden. Het plangebied lag eerst deels in de kernzone en deels in de bufferzone van het werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, maar is op basis van de evaluatie van het nominatiedossier door adviesorgaan ICOMOS, in zijn geheel aangewezen als kernzone en op 27 juli 2021 als Werelderfgoed ingeschreven op de Werelderfgoedlijst (zie onderstaande verbeelding). Nu het gehele plangebied als kernzone is aangewezen en niet meer deels als bufferzone, is artikel 7.3 van de Interim Omgevingsverordening dus niet van toepassing op dit plangebied.
Het grootste deel van dit plangebied is aangewezen als beschermd archeologisch rijksmonument op de archeologische waardenkaart. Voor dit gebied is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verantwoordelijk voor de bescherming van het monument. Een klein strookje van het plangebied is echter niet als Rijksmonument op de huidige archeologische waardenkaart aangewezen en geniet deze bescherming dus niet. Om dit strookje van de kernzone de juiste bescherming te kunnen bieden, is dit strookje in dit bestemmingsplan aangeduid met 'waarde Archeologie (dubbelbestemming)'. Hiermee is de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg en de bijbehorende archeologische Waardenkaart van toepassing. Het gemeentelijik beleid voor erfgoed en archeologie is uitgewerkt in paragraaf 2.3.2.2.5. De aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden in de omgeving worden beschreven in paragraaf 3.2.2. De bescherming van de waarden van de limes is uitgewerkt in paragraaf 5.10. Artikel 9.2: Het plangebied is aangemerkt als stedelijk gebied. In dit gebied kunnen 1 6 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
bestemmingsplannen worden opgesteld die regels bevatten voor verstedelijking. Hierbij dient wel aan een aantal voorwaarden voldaan te worden: 1. 2.
de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling;
Hieronder zijn de voorwaarden uitgewerkt: 1.
2.
In paragraaf 2.3.2.2.2 wordt aangetoond dat het initiatief past binnen de geldende woningbouwprogrammering van de gemeente Utrecht. Deze programmering is tevens op provinciaal niveau afgestemd. Het initiatief is daarmee passend binnen het provinciale programma. Zoals blijkt uit de gegevens uit paragraaf 5.7 zal het initiatief niet leiden tot extra bodemdaling omdat het plangebied ligt in een gebied dat minder gevoelig is voor zettingen.
Artikel 2.10: De ontwikkeling is gelegen in een gebied dat op grond van artikel 2.10 van de Interim omgevingsverordening is aangewezen als overstroombaar gebied. Lid 2 van die bepaling voorziet in een instructieregel dat de motivering op een bestemmingsplan een beschrijving bevat van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop het met het overstromingsrisico is omgegaan. Aangezien de ontwikkeling voorziet in woningen voor een kwetsbare doelgroep, namelijk zorgwoningen voor dementerende ouderen, is het van belang aandacht te besteden aan het overstromingsrisico. In paragraaf 5.9 is aangegeven hoe dit aspect geregeld wordt voor het plangebied.
Conclusie Het initiatief draagt bij aan de ambities van de provincie Utrecht. Ter plaatse wordt gezorgd voor een klimaatbestendige en duurzaam ingerichte woninglocatie. Het initiatief sluit aan bij de Provinciale Omgevingsvisie en is voor het overige niet strijdig.
2.2.2
Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)
Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.
Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen teneinde bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Plangebied Het initiatief sluit aan bij het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling. Het initiatief draagt onder andere bij aan het wegwerken van het woningtekort in Utrecht. Het initiatief voorziet ook in de transformatie van een werklocatie naar een woonlocatie. Voor de overige onderdelen is het initiatief niet strijdig met dit beleid. Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling vormt geen belemmering voor het initiatief.
bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
17
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'
Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen.
Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen: in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal.
We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw; (kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd. Plangebied Het initiatief sluit aan bij het punt Gezonde groei voor iedereen. Ook worden er duurzame maatregelen gerealiseerd. Dit sluit aan bij de Utrechtse ambitie om klimaatneutraal te zijn. Het initiatief is in lijn met het coalitieakkoord. 2.3.2
Omgevingsvisie Utrecht
In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.
2.
De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 455.000 inwoners in 2040. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het
1 8 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
3.
bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt. In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.
De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht. 2.3.2.1
De koers
Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is op 15 juli 2021 vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040, 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 juli 2022 in werking treedt. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 juli 2022 in het Omgevingsplan Utrecht zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad in 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn; Utrecht, de tien-minutenstad.
Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt; er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. Ook in de binnenstad, het stationsgebied, het Utrecht Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp is ruimte voor extra woningen, winkels en bedrijven. En voor cultuur en maatschappelijke instellingen.
Omdat er met de met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt. Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.2.2.7. Plangebied Het plan maakt de bouw van 4 woningen en een woonzorgcentrum mogelijk en draagt daarmee bij aan het terugdringen van het woningtekort en aan het voldoen aan de woonbehoefte van bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
19
Utrechters met een zorgvraag. Meer specifiek gaat het hier om woonzorgplekken voor ouderen met dementie. Hiermee wordt er uitwerking gegeven aan de ambitie van de gemeente Utrecht om (ouderen)zorg zo dichtbij mogelijk en op maat te realiseren. Met dit woonzorggebouw worden ook nieuwe functies toegevoegd aan het gebied. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden omtrent duurzaamheid, bescherming van erfgoed en draagt bij aan de kansen voor verschillende thema's binnen de opgave Gezond Stedelijk Leven, zoals vergroening, zorg voor een aantrekkelijke woon- en leefklimaat, aansluiting op de ecologische groenstructuur, het beschermen van de luchtkwaliteit, diervriendelijk bouwen etc.
2.3.2.2
Thematisch beleid
2.3.2.2.1 Luchtkwaliteit Utrecht kiest voor gezonde lucht, luchtkwaliteitsbeleid en Uitvoeringsprogramma 2020-2025. Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad 'Utrecht kiest voor gezonde lucht' vastgesteld. Deze nota bevat het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Utrecht en een samenhangend pakket maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren, waarmee we versneld op weg gaan naar het behalen van de gezondheidskundige advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het pakket bevat maatregelen, zoals het instellen van milieuzones voor personen-, bestel- en vrachtwagens, een sloopsubsidie voor oude dieselauto's, het verbieden van mobiele (bouw)werktuigen lager dan Fase IV, een voorlichtingscampagne en subsidieregeling op het gebied van (het terugdringen) van emissies veroorzaakt door houtstook, en het verplaatsen van snorfietsen van het fietspad naar de rijbaan op een samenhangend netwerk van wegen. Plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het NSL-project IB-1310 (Ontwikkeling Leidsche Rijn Utrecht), zodat de luchtkwaliteit niet afzonderlijk in beschouwing behoeft te worden genomen. Het plan moet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van het Besluit luchtkwaliteit. Dit betekent dat het plan niet mag leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De verantwoording over de luchtkwaliteit is uitgewerkt in paragraaf 5.6.
2.3.2.2.2 Wonen Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de punten van het collegeakkoord verwerkt. Daarin streven we naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. Onze ambities vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt die we volgen en zo nodig tussentijds bijstellen. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We benutten de groei van onze stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werken we naar streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. Doorstroming; Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alles (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien.
Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema's als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Plangebied Het initiatief voorziet in de realisatie van nieuwe woningen en van een woonzorggebouw met 30 eenheden voor ouderen met dementie. De realisatie van dit woonzorggebouw draagt bij aan de woningbouwopgave en aan het speerpunt 'Een thuis voor iedereen'. Het initiatief is in lijn met dit beleid.
2 0 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2019 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht'. Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de nieuwe Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen. Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw Algemene regels voor bouwen en gebruik' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening 2019 die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad.
De beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. In de beleidsregels zijn eisen opgenomen over de minimale omvang van woningen en is de verplichting opgenomen om de gevolgen van extra woningen of bewoners voor de bestaande situatie in beeld te brengen. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. Plangebied Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van nieuwe woningen. Er worden in de eerste instantie geen regelingen mogelijk gemaakt die woningvorming of woningspliting binnen bestaande bebouwing mogelijk maken. Het initiatief is niet strijdig met dit beleid. Beleidskader Particuliere Vakantieverhuur (2018) en beleid tijdelijk verblijf (short stay) 2019. Op 8 maart 2018 heeft de gemeenteraad het beleidskader Particuliere Vakantieverhuur vastgesteld. De verhuur van een woning voor particuliere vakantieverhuur is onder voorwaarden toegestaan. Deze voorwaarden staan in de beleidsregels Particuliere Vakantieverhuur. Daarnaast is op 19 december 2019 het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld.
Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden. Dit gebruik valt onder de bestemming hotel met aanduiding logies voor tijdelijk verblijf en is niet meer toegestaan onder een woonbestemming. 2.3.2.2.3 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad.
En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden. Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
21
De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Plangebied In de visie op de stedelijke groenstructuur Utrecht 2030 is het plangebied weergegeven als onderdeel van de stedelijke groenstructuur. Het perceel is gelegen binnen de ruimtelijke contouren van het Maximapark en vraagt om een inrichting die passend is binnen deze contouren. Daarom wordt er gezocht naar een zo groen mogelijke invulling van het terrein en zullen er groene elementen zoals een tuin met gras en bomen bij de woningen en het woonzorggebouw worden gerealiseerd. Ook neemt het verharde oppervlak in de nieuwe situatie af met ongeveer430 m2.. De woningen worden gerealiseerd tussen en naast de bestaande lintbebouwing aan 't Zand. Plangebied Bij de ontwikkeling van het initiatief wordt ernaar gestreefd om een uitstraling van een agrarisch erf aan te houden. Daarbij wordt er rekening gehouden met de realisatie van groen, en de afname in verhard oppervlak.
Dit past bij de ambities van Actualisatie Groenstructuurplan 2017-2030. Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf.
De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Het initiatief is in lijn met dit beleid. Plangebied In de bestaande situatie zijn er in het plangebied geen bomen aanwezig. Er hoeft niet voldaan te worden aan de herplantplicht. Wel zullen vanuit de ambities voor het Maximapark, ecologie en klimaatadaptatie tien extra bomen geplant moeten worden. Het initiatief heeft daarmee een positieve invloed op de bomen in de omgeving en is daarmee in lijn met dit beleid. In paragraaf 5.17 is de bomenparagraaf uitgewerkt. Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen. Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan.
Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken. Plangebied Het initiatief is getoetst aan de Utrechtse soortenlijst. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.8 Natuurbescherming.
2 2 bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)
Utrecht
2.3.2.2.4 Bouwen Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied.
Plangebied Het plangebied is aangeduid met het beleidsniveau 'behoud'. Voor 'behoud' geldt het volgende beleid: Behoud en herstel van het aanwezige bebouwingsbeeld en versterken van de bestaande of historisch bepaalde karakteristiek van stedenbouwkundige, architectonische, landschappelijke of cultuurhistorische aard. Dit betekent: primaire oriëntatie op monumentale en beeldbepalende kwaliteiten en eigenschappen van de gebouwen; authenticiteit staat voorop, zowel voor nieuwe als voor bestaande gebouwen; geen nabouwen van maar voortbouwen op de historische context, waarbij "voortbouwen op" zowel op een traditionele als vooruitstrevende manier mag plaatsvinden; nieuwe interpretaties zijn mogelijk. Bij het ontwerp van de nieuwe bebouwing in het plangebied wordt er rekening gehouden met bovenstaande beleidspunten. Het initiatief is in lijn met dit beleid. 2.3.2.2.5 Erfgoed en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden.
In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Archeologische rijksmonumenten zijn extra beschermde terreinen en vallen onder de bevoegdheid van de rijksoverheid. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verantwoordelijk voor de bescherming van archeologische rijksmonumenten. Plangebied In het bestemmingsplan is ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen voor een klein deel van het plangebied bestemmingsplan "Zand 46a e.o. Hoge Woerd" (vastgesteld)