CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Cartesiusdriehoek, fase 2-6_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Cartesiusdriehoek Fase 2-641.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten.

2 2 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Conclusie De bestaande bomen in het plangebied zijn in beeld gebracht; in hoofdstuk 5 is een bomenparagraaf opgenomen. 2.3.2.2.4

Bouwen

Hoogbouwvisie 'Waar wel en waar niet hoog bouwen in Utrecht' (2005) De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsingskader voor hoogbouwplannen, door ten eerste na te gaan wat de mogelijke bijdrage is die hoogbouw kan leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en ten tweede door het geven van een visie op de meest (on)wenselijke locaties voor hoogbouw. Voor de Utrechtse situatie zijn op voorhand twee hoogtes relevant in relatie tot hoogbouw. Ten eerste is dit de hoogte waarboven het in beeld brengen van allerlei effecten op de omgeving wenselijk gaat worden. Dit is in ieder geval van belang bij gebouwen van 30 meter of hoger. Dit is namelijk twee maal de gemiddelde Utrechtse context. Daarnaast is het van belang bij gebouwen die lager zijn dan 30 meter, echter die wel hoger zijn dan 1,5 maal hun gemiddelde omgeving. Ten tweede is hoogte bepalend voor het aanbrengen van stedelijke allure in de stad. Hiervoor wordt de maat 60 tot 80 meter gehanteerd. Aangezien de bebouwing van de Cartesiusdriehoek nergens hoger is dan 60 meter, is de tweede categorie niet van toepassing.

Voor de hoogbouwvisie is gewerkt met de volgende vaststaande uitgangspunten: hoogbouw wordt altijd in verhouding gezien met de omgeving; behoud van het kleinschalige karakter van stadswijken; de zichtlijnen op de Dom moeten behouden blijven; hoogbouw als middel om de stad beter zichtbaar en herkenbaar te maken. Utrecht wordt één stad met twee centra: het huidige centrum met stationsgebied en het toekomstige Centrum Leidsche Rijn. De kloof tussen de twee stadsdelen wordt in de toekomst gedicht door de zogeheten Centrale Zone, die ruwweg parallel loopt aan de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het Wensbeeld 2030 is de stad opgedeeld in een drietal categorieën: a.

b.

c.

De Binnentuinen: deze categorie bevat een subcategorie “laag” met een basis van 9 meter en een subcategorie “hoog” met een basis van 15 meter, beiden met de mogelijkheid tot incidentele accenten tot (in principe) het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte; De Centrale Zone: de basismaat bedraagt in dit gebied 15 of 30 meter. Er zijn accenten tot het dubbele van de omliggende bouwhoogte mogelijk. In een beperkt zoekgebied, kunnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter worden geplaatst; De Brandpunten: de maximale bouwhoogte bedraagt 90 meter, respectievelijk een niet gemaximaliseerde hoogte (Stationsgebied respectievelijk centrum Leidsche Rijn).

Conclusie Het plangebied ligt in de "Centrale Zone". In de Centrale zone is bebouwing van 15-30 meter toegestaan. In dit bestemmingsplan worden gevarieerd met de aantallen bouwlagen. Overwegend betreft het tussen de vijf en de acht bouwlagen. Uitschieters naar maximaal vijftien bouwlagen behoren ook tot de mogelijkheden. Op basis van de visie kunnen (al dan niet gegroepeerde) accenten tot het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte mogelijk zijn. In het plangebied worden diverse bouwhoogtes toegepast met hoogte accenten die variëren tussen de 36 en 53 meter. Deze accenten passen binnen het uitgangspunt van de visie dat (al dan niet gegroepeerde) accenten de dubbele hoogte van de omliggende bebouwingshoogte mag zijn. De omliggende bebouwingshoogte binnen het plangebied varieert van 11 tot 29 meter. De gebouwen met een hoogte van 53 meter zijn hoogte accenten die op drie plekken voorkomen in het plangebied. De overige bebouwing is niet hoger dan 29 meter. Dit sluit ook aan bij het Koersdocument dat is vastgesteld door de raad. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de hoogbouwvisie.

Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht; (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

23

op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. De nota kent drie niveaus; 'open' of 'respect' of 'behoud'. A. Open Verandering of handhaving van het bebouwingsbeeld is beide mogelijk, zowel naar structuur als architectuur maar met behoud van landschappelijke waarden.

Dit betekent: een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld; er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving. B. Respect Essentiële eigenschappen van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristieken worden gerespecteerd. Dit betekent: samenhang en structuur van het stedelijke (en landelijke) beeld staat voorop; respect voor het kenmerkende bebouwingsbeeld met zijn architectonische verschijningsvorm; nieuwe interpretaties, veranderingen en transformaties zijn mogelijk. C. Behoud Behoud en herstel van het aanwezige bebouwingsbeeld en versterken van de bestaande of historisch bepaalde karakteristiek van stedenbouwkundige, architectonische, landschappelijke of cultuurhistorische aard. Dit betekent: primaire oriëntatie op monumentale en beeldbepalende kwaliteiten en eigenschappen van de gebouwen; authenticiteit staat voorop, zowel voor nieuwe als voor bestaande gebouwen; geen nabouwen van maar voortbouwen op de historische context, waarbij "voortbouwen op" zowel op een traditionele als vooruitstrevende manier mag plaatsvinden; nieuwe interpretaties zijn mogelijk. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleidsniveau 'open' en heeft de aanduiding 'ontwikkelingsgebied'. In de bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan is het Koersdocument opgenomen.

Dit Koersdocument bevat ook uitgangspunten voor de beeldkwaliteit en de manier waarop dat wordt getoetst, namelijk via een supervisieteam. 2.3.2.2.5

Erfgoed en cultuurhistorie

De Utrechtse Erfgoedagenda (2013) De Utrechtse Erfgoedagenda is in 2013 vastgesteld. Utrecht heeft veel erfgoed. Van bewoningssporen uit de bronstijd tot naoorlogse bouwkunst in wijken als Kanaleneiland en Overvecht. Utrecht is een van de oudste steden van Nederland en dat is overal terug te vinden. Utrecht is in de afgelopen decennia zo zorgvuldig mogelijk met het erfgoed omgegaan. En zal dit blijven doen. De Utrechtse Erfgoedagenda beschrijft het beleid, de projecten en de aandachtsgebieden met 2 4 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

betrekking tot monumenten, archeologie en architectuur- en bouwhistorie en de mate waarin deze objecten toegankelijk zijn voor publiek. Conclusie Het plangebied zelf is deels bebouwd. Van belang is het in het plangebied aanwezige industriële CAB-gebouw. Dit gebouw kent een cultuurhistorische waarde. Het CAB-gebouw – inclusief het bijbehorende restant van het hekwerk – is een gemeentelijk monument. Het CAB-gebouw blijft behouden en krijgt een passende nieuwe functie die recht doet aan de cultuurhistorische waarden van het pand. Bij de transformatie van het gebouw wordt de monumentale waarde meegenomen. Voorafgaand is een cultuurhistorische waardenstelling nodig. Deze waardenstellling is reeds uitgevoerd (zie Bijlage 2). Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen verwijzen we naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie).

In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Conclusie In het bestemmingsplan is ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. In hoofdstuk 5 van dit plan wordt verder ingegaan op de archeologie in het plangebied. 2.3.2.2.6

Verkeer en mobiliteit

Nota Stallen en Parkeren (2013) De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Hiermee is het nieuwe parkeerbeleid van kracht. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren. De parkeernormen hebben een bandbreedte, om optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij de realisatie van bouwplannen. Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad het addendum Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld.

Het addendum bevat een aantal algemene wijzigingen en wijzigingen voor bepaalde gebieden, de maatwerklocaties. De algemene wijzigingen hebben betrekking op de parkeernorm voor sociale- en middenhuurwoningen en juridische en technische wijzigingen. Het addendum geeft alle locaties aan waar maatwerk voor geldt en geeft een nadere invulling aan mogelijke maatwerkoplossingen. Bij verschillende ontwikkelingen is het noodzakelijk om uit te gaan van een kleiner aantal parkeerplaatsen in het gebied dan op grond van de bijlage Nota Parkeernormen fiets en auto van de Nota Stallen en Parkeren mogelijk is. Op de lange termijn zal de Nota Parkeernormen hierop aangepast worden. Voor de korte termijn is het addendum op de Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld. De locaties voor maatwerk zijn het centrumgebied (binnenstad en stationsgebied) en de grote werkgebieden buiten de binnenstad, te weten Papendorp, Oudenrijn, Rijnsweerd, Leidsche Rijn Centrum en de Uithof. Daarnaast zijn er acht binnenstedelijke ontwikkelgebieden aangewezen als maatwerklocatie: belastingkantoor, Kruisvaartkwartier, Merwedekanaalzone, Rotsoord, Tweede Daalsedijk, Veemarkt, Cartesiusdriehoek bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

25

en Werkspoorkwartier. Conclusie Het plangebied ligt in een maatwerkgebied. Voor parkeren in het plangebied worden de parkeernormen uit de Nota Stallen en Parkeren gevolgd (inclusief addendum). In de planregels is een regeling opgenomen over parkeren. Aangetoond moet worden dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen. In paragraaf 4.2 Verkeer en openbare ruimte is dit nader uitgewerkt. Slimme route, slim regelen, slim bestemmen (2016) De gemeenteraad heeft op 26 mei 2016 dit mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan bestaat uit 3 delen: 1.

2.

3.

Slimme Routes gaan over het handiger inrichten van de verbindingen voor voetganger, fiets, bus, tram, trein en auto. Bijvoorbeeld met doorfietsroutes, het kwaliteitsnet goederenvervoer en knooppunten; Slim Regelen gaat over het slimmer organiseren van de stromen voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto's. Bijvoorbeeld door verkeerslichten met elkaar te laten 'praten', persoonlijke reisinformatie en informatie over vrije parkeerplaatsen voor auto's en fiets; Slim Bestemmen zorgt dat nieuwe woningen, kantoren en bezoekersfuncties op de juiste plekken komen en dat deze goed worden ontworpen. Dit draagt bij aan slimmer vervoer en bijvoorbeeld goede bevoorradingsmogelijkheden.

De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: Meer ruimte voor de voetganger en de fietser Lopen en fietsen zijn de meest gezonde, milieuvriendelijke en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Om fietsers aan te moedigen, krijgt de stad nieuwe en snelle doorfietsroutes: extra brede en prettige fietspaden, los van de autodrukte. Aantrekkelijk openbaar vervoer voor de langere afstanden Naast de voetganger en de fietser is het openbaar vervoer belangrijk. De bus en tram leggen snelle verbindingen met de binnenstad, Utrecht Sciencepark, Leidsche Rijn Centrum, wijken, de regio en de rest van Nederland. Hierdoor wordt het openbaar vervoer een betere keuze. Auto's langs de juiste routes In de binnenstad, Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park is de auto te gast, met 30 km per uur als standaard maximumsnelheid. Stedelijke verbindingswegen verbinden de wijken met de RING. Waar het kan, krijgen wegen een stadsboulevard: veilig en goed oversteken en meer groen. Een aantrekkelijke plek voor bewoners, 50 km per uur geldt als snelheidslimiet. De gemeente wil automobilisten, die niet uit de stad komen of naar de stad gaan, zoveel mogelijk laten rijden via de RING. Hierdoor ontstaat er ruimte voor automobilisten die in stad moeten zijn. De beleidslijn uit de nota Stallen en Parkeren sluit aan bij de beleidslijn van dit Mobiliteitsplan.

In dit Mobiliteitsplan is daarom geen nieuw beleid ten aanzien van het stallen van fietsen opgenomen. Conclusie Het plangebied wordt ingericht overeenkomstig het mobiltiteitsplan 'Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen'. 2.3.2.2.7

Gezond stedelijk leven

Nota Gezondheid voor iedereen – VolksgezondheidsbeleidUtrecht 2019-2022 Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. De speerpunten voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpen te realiseren zijn: gezonde leefomgeving, gezond en veilig opgroeien, gezond gedrag, gezond rondkomen, gezond werkgeverschap, psychische gezondheid en gezond ouder worden. Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en midden huur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds. 2 6 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

Er wordt voor gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 voertuigen per etmaal), waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 mvt/etm) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, al dan niet met een bestemmingsplanwijziging, wordt in goed overleg met de vertegenwoordigers van de voorziening onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Ook wordt onderzocht of er reguliere maatregelen te treffen zijn om het binnenmilieu te verbeteren.

Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen. Als dit niet mogelijk is, wordt naar een zo kort mogelijke overbruggingsperiode gestreefd. In een verdichtende stad zijn stille plekken schaars, wij beschermen daarom deze plekken. Ook staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten om zo geluidsoverlast te beperken. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Daarnaast worden er passende maatregelen genomen om de gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress te beperken door bijvoorbeeld groene daken en gevels te realiseren en door bij de ruimtelijke inrichting voor meer plekken voor verkoeling te zorgen. Wij hanteren hierbij voor de openbare ruimte het principe 'groen tenzij'. Daarnaast is er ook ruimte voor biodiversiteit, dit versterkt de natuurbeleving en daarmee indirect de gezondheid. Conclusie Bij de transformatie van de Cartesiusdriehoek wordt met concrete maatregelen en richtlijnen invulling gegeven aan de missie van de gezonde stad. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan.

Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven.

Conclusie In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de geluidssituatie in het plangebied.

Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting en/of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

27

randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota speelt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Conclusie In het plangebied moet rekening worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en het nabijgelegen LPG-station. Voor het onderzoek met betrekking tot externe veiligheid verwijzen we naar hoofdstuk 5.

Actieplan luchtkwaliteit 'Lucht voor ambitie' (2009) Op 3 december 2009 heeft de gemeenteraad het Actieplan Luchtkwaliteit 2009 vastgesteld. Schone lucht, een bereikbare stad en duurzame groei. Dat zijn de doelstellingen van het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht (ALU). Het ALU bevat een samenhangend pakket maatregelen om de luchtkwaliteitsknelpunten op te lossen, bewoners, werkenden en bezoekers te stimuleren meer met het openbaar vervoer en de fiets te reizen en knelpunten in het autoverkeer op te lossen. Conclusie In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de situatie in het plangebied.

2.3.2.2.8

Bodem, ondergrond en water

Nota bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven is de vraag naar bouwgrond in Utrecht groot. Deze bouwgrond wordt momenteel van elders (vaak over lange afstand) aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan.

In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond. 2 8 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Conclusie In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de situatie in het plangebied.

Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.

een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Hemelwater en oppervlaktewater In het gebied worden licht glooiende heuvels afgewisseld met lager gelegen delen (wadi’s) waar het regenwater van de openbare ruimte in opgevangen wordt en de tijd krijgt om te infiltreren. In het centrale park wordt een vijver aangelegd, waarvan een deel in vakken is ingedeeld. Hier wordt het regenwater van het CABgebouw opgevangen en gezuiverd. Verschillende bassins fungeren als natuurlijke waterzuiveringsfilters. De helofytplanten zuiveren het water van de bassins met hun wortels en wekken ook stroom op. Het is bijvoorbeeld mogelijk om oplaadplekken in het plein op te nemen voor telefoon of laptop. Naast groen-infiltratie kunnen verlaagde verharde oppervlakten, zoals speelpleinen goed dienen als extra waterbuffer en transformeren in spannende waterpleinen na veel regenval. Ten tijde van droogte kan het water gebruik worden voor irrigatie. Door parkeerplaatsen op het maaiveldniveau te beperken, kan er in de openbare ruimte met veel groen en wadi's worden gecreëerd. Dit draagt bij aan het vergroten van de capaciteit voor wateropvang en verkoeling in het kader van klimaatadaptie.

De inrichting van de openbare ruimte is klimaatadaptatief met ondermeer opvang van regenwater in wadi’s voor hergebruik in de openbare ruimte, speelpleinen die bij regenval transformeren in een spannend waterplein, helofytenfilters die het water op natuurlijke wijze zuiveren en open bestrating voor waterinfiltratie. Het waterplein heeft niet alleen een recreatieve functie, maar zal na veel regenval ook als waterbuffer dienen. Het project voorziet in verschillende groenstructuren tussen de woonblokken in. De brede groenstroken fungeren als droge sloten; ten tijde van veel regenval vangen zij het vele oppervlaktewater op, maar bij droogte komt een kruidenrijke graszone tevoorschijn. De wadi’s en droge sloten zijn onderling met elkaar verbonden, waardoor middels overstorten een veilig aaneengesloten waterinfiltratiesysteem ontstaat. Andere maatregelen om het hemelwater op te vangen en af te voeren is waterberging op de daken (geknepen afvoer), door middel van groene daken en infiltratiekratten/infiltratievelden, open bestrating, bodembedekkers om onkruid en waterverbruik te beperken en het creëren van een gesloten grondbalans. Conclusie De gekozen maatregelen in het plangebied voor water sluiten goed aan op de gemeentelijke watertaken. bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

29

2.3.2.2.9

Sport, recreatie en toerisme

Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting.

Conclusie Het beleidskader geeft ruimte voor het realiseren van horeca op bijzondere plekken in de wijk. In het plangebied wordt horeca mogelijk gemaakt in het CABgebouw. Dit moet een aantrekkelijke stedelijke ontmoetingsplek worden waar diverse voorzieningen waaronder horeca geclusterd worden. Daarnaast wordt incidenteel horeca voorzien in de plinten van de bouwblokken aan de Cartesiusweg. Horeca levert in het gebied een bijdrage aan het gewenste gemengde karakter van het gebied en past hiermee in het gemeentelijk beleidskader.

Sportnota 2017-2020 'Utrecht Sportief en gezond' (2016) De sportnota 'Utrecht Sportief en gezond' is in 2016 vastgesteld. Met een optimaal sport- en beweegklimaat in de stad wil de gemeente Utrecht bijdragen aan een gezonde leefstijl en daarmee aan een gezonde toekomst voor al haar bewoners. De Sportnota bevat zestien ambities, op het gebied van sportstimulering, sportaccommodaties, topsport en talentontwikkeling en sportevenementen. Sportstimulering: Door sportstimulering wordt ervoor gezorgd dat nog meer mensen in de stad gaan sporten en bewegen. Het accent wordt gelegd op de buurten met de grootste achterstand in de gezondheid en in sportdeelname. De gemeente werkt hieraan door onder andere de samenwerking tussen sport en andere sectoren zoals gezondheid, welzijn, jeugd, onderwijs en werk en inkomen te versterken. Sportaccommodaties: Een goede sportinfrastructuur vormt de basis voor een goed sportklimaat. Het aantal sportaccommodaties zal mee moeten groeien met de groei van de stad en het aantal inwoners. Hierbij wordt gestreefd naar een efficiënter gebruik van de accommodaties. Topsport en talentontwikkeling: Utrecht ambieert een goed topsportklimaat, met aandacht voor ondersteuning van topsportverenigingen en talentontwikkeling. Hiervoor werkt de gemeente samen met sportverenigingen, sportorganisaties, onderwijs en het bedrijfsleven.

Sportevenementen: Topsport- en breedtesportevenementen wordt als middel gebruikt om zoveel mogelijk Utrechters kennis te laten maken met sporten en bewegen. Evenementen bieden een podium waarop talenten zich kunnen meten met de (inter)nationale top. Conclusie Het plan biedt ruimte voor sportvoorzieningen en sluit aan bij de ambitie uit de Sportnota om het aantal sportvoorzieningen mee te laten groeien met de stad. Het plan biedt ruimte voor de realisatie van een grote sporthal en enkele kleinere sportvoorzieningen. 2.3.2.2.10

Energie

Utrecht: energiekmiddelpuntvan het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het 3 0 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030. Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 20% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen.

Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: -de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; -in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; -in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; -in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; -het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Conclusie In paragraaf 5.20 is aangegeven hoe de duurzaamheidsambities voor dit plangebied worden ingevuld.

Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. Naar verwachting wordt in 2019 een nieuwe regierol voor de gemeente op het gebied van energietransitie vastgelegd (Klimaatakkoord).

Dit betekent dat gemeenten in 2021 een transitievisie Warmte en een Regionale Energiestrategie moeten opstellen. Beide documenten zullen worden verankerd in de Omgevingsvisie. Conclusie De woningen en nieuwe voorzieningen worden volledig aardgasvrij gebouwd. 2.3.2.3

Gebiedsbeleid

Koersdocument Cartesiusdriehoek Op 21 september 2017 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Cartesiusdriehoek vastgesteld. Hierin wordt een visie op de transformatie van dit binnenstedelijke bedrijventerrein (15,4 ha) beschreven. In lijn met de Ruimtelijke Strategie Utrecht is de Cartesiusdriehoek een belangrijke bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

31

locatie om invulling te geven aan de opgaven voor inbreiding en verdichting in de stad. Dit wordt in het Koersdocument geconcretiseerd met een woningbouwprogramma van circa 2.400 woningen in een stedelijk woonmilieu. Het Koersdocument geeft een nieuw perspectief voor de Cartesiusdriehoek. De nieuwe koers bestaat uit een langetermijnvisie op de nieuwe identiteit en richtinggevende kaders voor de ontwikkeling. De koers voor de nieuwe Cartesiusdriehoek bestaat uit het creëren van een nieuw toekomstperspectief die – met respect voor het erfgoed en de directe omgeving – een schitterend antwoord biedt aan de stedelijke ambities en de gedeelde waarden die het gebied gaat uitdragen. Het Koersdocument vormt voor NS Stations en de gemeente een gezamenlijk programma en een gezamenlijk route voor vervolgstappen de komende jaren. Concreet gaat het bij de vervolgstappen om het formuleren en vastleggen van de financiële afspraken die volgen uit dit plan in een anterieure overeenkomst, het maken van een planologische onderlegger in een of meerdere overdragen van de openbare ruimte. Er is gekozen om het gebied in te richten naar de principes van ‘healthy urban living’. De ambities voor een gezonde verstedelijking zijn verankerd in een veelheid van elementen waaruit het plan is opgebouwd.

Zonder uitputtend te zijn, wordt gekozen voor: Veel groene openbare buitenruimte, waaronder een autovrij park; Iedere woning krijgt een eigen buitenruimte en elk woonblok krijgt een gemeenschappelijk in te richten buitenruimte; Diverse op beweging gerichte maatregelen zoals goede fietsverbindingen, veel fietsvoorzieningen, speelplekken en sportmogelijkheden; Diverse ontmoetingsplekken, interactie, zowel buiten als binnen; Bescherming geluidsoverlast vanaf het spoor; Drastische maatregelen om het autoverkeer te beperken; Diverse klimaatbestendige maatregelen (water, hitte, luchtkwaliteit, energie etc.) Daarnaast is gekozen om van de Cartesiusdriehoek een duurzame ontwikkeling te maken. Dit raakt vanzelfsprekend ook aan de principes voor gezonde verstedelijking. Voor duurzaamheid wordt een integrale benadering nagestreefd inclusief bodem, geluid, water, stedelijk groen, mobiliteit, luchtkwaliteit, ruimtegebruik, materialen en energie. Conclusie De ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek is een uitwerking van het Koersdocument en sluit dan ook aan bij de hierin genoemde uitgangspunten. Bij de uitwerking zijn er wel enkele nadere afspraken gemaakt. Zo mogen er in de gehele Cartesiusdriehoek (inclusief fase 1) maximaal 2.863 woningen gerealiseerd worden.

Daarnaast mogen de hoogteaccenten geleidelijk oplopen en is het een wens van de gemeente om in het plangebied een school en een sporthal te realiseren. Deze aspecten zijn meegenomen in dit bestemmingsplan.

2.4

Conclusie

De conclusie uit het voorgaande is dat de ontwikkeling past binnen de beleidskaders.

3 2 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht. Voor zover de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk daartoe aanleiding geven, wordt aan het einde van de verschillende paragrafen een aantal conclusies en uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.

3.2

Beschrijving van het plangebied

3.2.1

Historische ontwikkeling

De Cartesiusdriehoek maakte lang onderdeel uit van de voormalige stadsweide van Utrecht. Deze weide lag ten noordwesten van de Middeleeuwse ommuurde stad en was een ontginning waar de stadsburgers hun vee konden houden. De stadsweide behoort tot de oudste in cultuur gebrachte gronden bij Utrecht. Met de komst van de spoorwegen halverwege de negentiende eeuw werd een grootschalige verandering ingeluid voor het hele gebied ten noordwesten van de oude stad. In 1843 kwam als eerste de spoorlijn naar Amsterdam gereed. In 1858 volgde de spoorlijn naar Rotterdam en in 1863 de spoorlijn naar Zwolle. De trajecten waren eigendom van verschillende spoorwegmaatschappijen, en als belangrijk knooppunt van die lijnen werd Utrecht een plek voor werkplaatsen en industrie. Grondstoffen en producten konden gemakkelijk worden aan en afgevoerd. Met de opening van het Merwedekanaal in 1892 kreeg de industrie in dit stadsdeel nog een extra impuls. Voor de arbeiders werden woonwijken als de Schepenbuurt, Elinkwijk en Majellapark gebouwd. De Cartesiusdriehoek was lang in gebruik als rangeerterrein, stapelplaats en lasplaats voor rails. Voor een deel is deze bedrijvigheid nog steeds gerelateerd aan de spoorwegen zoals het recente NVLU van Prorail en spoorwegbouwer VolkerRail.

Maar inmiddels kent het gebied meer variatie, uiteenlopend van gemeentewerken, autoschade en opslagruimten tot trainingscentrum, creatieve industrie en muziekstudio's. Van cultuurhistorische waarde is het CAB-gebouw aan de Cartesiusweg, het voormalige Centraal Autoherstel Bedrijf uit 1949 dat ontworpen is door spoorwegenarchitect Sybold van Ravensteyn. Naast eigenaar van het sporennet was de NS ook grootaandeelhouder van veel bus- en trammaatschappijen. Om al die bussen te onderhouden besloot de NS hier een centrale revisiewerkplaats in te richten. Het gebouw is inmiddels in gebruik door een aantal creatieve bedrijven, kantoren, horeca en voor tijdelijke opslag. 3.2.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

De Cartesiusdriehoek behoort met de 2e Daalsedijk tot het erfgoed van de spoorwegen in Utrecht, de stad waar het grootste spoorwegknooppunt van Nederland ligt. Van oudsher werd de Cartesiusdriehoek gebruikt als rangeerterrein en werkplaats van de NS. Omdat de NS de werkplaatsen niet meer nodig had werden in de loop der jaren verschillende kavels in het gebied in gebruik genomen door andere bedrijven. Voor een deel is deze bedrijvigheid nog steeds gerelateerd aan de spoorwegen zoals het recente NVLU van Prorail en spoorwegbouwer VolkerRail van VolkerWessels. Maar inmiddels kent het gebied meer variatie, uiteenlopend van gemeentewerken, autoschade en opslagruimten tot trainingscentrum, creatieve industrie en muziekstudio's. Van hoge cultuurhistorische waarde is het CAB-gebouw aan Cab-Rondom 90-90A dat een gemeentelijk monument (nr. 3441536) is. Het betreft het voormalige Centraal Autoherstel Bedrijf uit 1949 dat ontworpen is door spoorwegenarchitect Sybold van Ravensteyn. Het gebouw behoort tot een van de eerste naoorlogse grote industriële hallen van Utrecht, is daarmee zeldzaam en heeft unieke monumentale waarden. Het gebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als karakteristieke werkplaats met kantoor en als onderdeel van het spoorwegerfgoed in Utrecht.

Het gebouw is van hoge architectonische waarde als atypisch en eigenzinnig voorbeeld van het traditionalisme en meer specifiek als onderdeel van het (steeds zeldzamer wordende) oeuvre van Sybold van Ravesteyn. Het gebouw is tevens van stedenbouwkundig belang als beeldbepalend object langs de Cartesiusweg en de sporen. Naast eigenaar van het sporennet was de NS ook grootaandeelhouder van veel bus- en trammaatschappijen. Om al die bussen te onderhouden besloot de NS hier een Centrale Werkplaats bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

33

in te richten. Het gebouw is inmiddels in gebruik door creatieve bedrijven (Nutrecht, dB Studio) naast opslagruimten (City Box). Op het terrein dat bestemd is voor de nieuwbouw staat geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of andere bebouwing. In de ondergrond bevinden zich mogelijk oude fundamenten van historische boerderijen, sporen van oude waterlopen (sloten) en de verkaveling van de voormalige polder (zuidelijke deel van polder Lageweide), de exacte plaats daarvan is moeilijk te bepalen op grond van oude kadastrale kaarten, tenzij archeologisch (bureau) onderzoek daarover meer informatie geeft (zie paragraaf archeologie in hoofdstuk 5). 3.2.3

Structuurbepalende elementen

De Cartesiusdriehoek is een binnengebied, dat weinig uitnodigend is door de overwegend laagwaardige inrichting met afrasteringen, braakliggende delen en deels povere gebouwen. Tussen de bedrijvigheid zelf bestaat nagenoeg geen samenhang. Activiteiten vinden plaats binnen de gebouwen of de kavels en daarmee zijn er weinig tot geen onderlinge interacties. Doordat delen onbebouwd zijn bestaat het gevoel van een overmaat aan buitenruimte. Al met al maakt dit van de driehoek een verborgen, onbekend en onbetreden stuk stad.

Afbeelding 3.1 Bestaande situatie Cartesiusdriehoek (Bron: Koersdocument) Het gebied heeft geen publieke groenvoorzieningen. Een deel van de Cartesiusdriehoek is braakliggend terrein dat is ingezaaid met gras. Aan het einde van de Perronlaan staan tegen het spoor aan een aantal grote bomen. De Cartesiusdriehoek beschikt over een overzichtelijke wegenstructuur op het terrein. De Perronlaan is in de huidige situatie voor het autoverkeer de exclusieve ontsluitingsweg op de Cartesiusweg.

3 4 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

3.3

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

Momenteel is de Cartesiusdriehoek een gemengd bedrijventerrein van 15,4 hectare. Voor een beperkt deel is de bedrijvigheid nog gerelateerd aan de spoorwegen – zoals de verkeersleidingpost van ProRail en een vestiging van spoorwegbouwer VolkerRail. Maar inmiddels kent het gebied een grote variatie aan bedrijven waaronder gemeentewerken, een autoschadebedrijf, een vestiging van PostNL en een trainingscentrum van Falck. In een aantal onopvallende loodsen zijn diverse kleinere bedrijven actief.

Afbeelding 3.2 Bestaande functies in het plangebied (in geel gebouwen die behouden blijven) In het CAB-gebouw zitten opslagruimten en creatieve bedrijven waaronder bierpub Oproer en dB’s met haar muziekstudio’s, café en popzaal. In 2015 is een vestiging van Sligro geopend. De verkeersleidingpost van Prorail grenst aan het plangebied maar maakt er geen onderdeel van uit. Ten zuidwesten van de Cartesiusdriehoek bevindt zich een emplacement. De bestaande functies in het plangebied zullen grotendeels verdwijnen voor de herontwikkeling van de Cartesiusdriehoek. Uitzondering hierop zijn een aantal reeds aanwezige bedrijven in het CAB-gebouw, de Sligro en de verkeersleidingspost van Prorail.

3.4

Conclusie

Het plangebied maakt onderdeel uit van de Cartesiusdriehoek. Het terrein is nu grotendeels in gebruik als bedrijventerrein. Daarnaast is er een aantal creatieve bedrijven en horeca. De meeste bedrijven zullen verdwijnen voor de herontwikkeling. De creatieve bedrijven en horeca zullen waar mogelijk behouden blijven. Deze geven identiteit aan het gebied.

bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

35

3 6 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Projectbeschrijving

In deze paragraaf wordt ingegaan op de reden van de ruimtelijke ingreep. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de inhoud van het ruimtelijk raamwerk uit het Koersdocument en de afspraken die zijn gemaakt bij de uitwerking (tender) van het plan Cartesiusdriehoek fase 2 t/m 6. 4.1.1

Programma

Het programma voor de gehele Cartesiusdriehoek bestaat voornamelijk uit wonen aangevuld met werken, maatschappelijke en commerciële voorzieningen, detailhandel, sportvoorzieningen, horeca en cultuur. Voor het plangebied van Cartesiusdriehoek, fase 2 t/m 6 gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten: een mix van koop- en huurwoningen (met bijbehorende parkeergebouwen en fietsenstallingen), waarbij gebouwd wordt voor eenpersoonshuishoudens, stellen, mensen met een zorgbehoefte en gezinnen. minimaal 25% sociale huurwoningen waarvan er circa 500 worden ingezet voor een bijzonder huisvestingsconcept. maatschappelijke voorzieningen zoals een basisschool, kinderopvang, een medisch centrum, een sporthal en andere onderwijsvoorzieningen. commerciële voorzieningen zoals een (biologische) supermarkt en/of versmarkt, bijzondere winkels (kleinschalig), dienstverlening en horeca. werkruimtes. in het CAB-gebouw wordt gedacht aan een samenhangend concept rond de thema's muziek, bewegen, sport, ontmoeting, zingeving en gezond eten en drinken, in combinatie met detailhandel. Bijvoorbeeld in de vorm van creatieve bedrijvigheid, horeca, foodhal, ateliers, muziekstudio's, sport, exposities e.d. de initiatiefnemer spant zich in om dB's en Oproer te behouden.

het programma is gericht op een gezonde duurzame verstedelijking en moet leiden tot een lage automobiliteit (maximaal 347 extra mvt/uur in de spitsuren). In fase 1 zijn in een apart bestemmingsplan al circa 322 woningen en 11 atelierwoningen mogelijk gemaakt en circa 770 m2 aan voorzieningen. Het gaat hierbij om culturele voorzieningen, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen of dienstverlening. Wonen In de nieuwe Cartesiusdriehoek wordt stedelijk gewoond. De locatie zal aantrekkelijk zijn voor een mix van doelgroepen die de voorkeur heeft voor stedelijk wonen. Het totale geraamde woonprogramma dat mogelijk wordt gemaakt in dit bestemmingsplan Cartesiusdriehoek bestaat uit maximaal 2530 woningen (koop en huur). Hiervan zijn minimaal 633 sociale huurwoningen (25%), waarvan circa 500 in de vorm van een bijzonder huisvestingsconcept. In het Koersdocument is nog uitgegaan van totaal circa 2.200-2.600 woningen. Bij de uitwerking in de tender is echter afgesproken dat er circa 10% meer woningen mogen komen (= circa 2.860). De voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan (de ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek, met uitzondering van fase 1) voorziet in circa 2530 wooneenheden en circa 24.300 m2 aan nieuwe voorzieningen. Daarnaast blijft een aantal bestaande functies naar verwachting in het gebied behouden (zoals dB's en Oproer).

De woningen variëren in omvang van 35 m2 tot groter dan 180 m2 en bestaan uit appartementen en stadswoningen/(grondgebonden) maisonettes. Niet-woonfuncties Het niet-woonprogramma is in tabel 4.1 samengevat. Het CAB-gebouw biedt ruimte voor een gemengd commercieel programma. Dit bestaat uit een deel nieuw programma, maar geprobeerd worden om enkele bestaande functies/gebruikers in het CAB gebouw te behouden (Oproer, dB's, Sportbox en creatieve bedrijven). Detailhandel is gemaximeerd op 2000 m² bvo voor een reguliere supermarkt en horeca is gemaximeerd op 2.760 m² bvo. Dit is exclusief de foodhal, maar inclusief bestaande horeca. bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

37

Omdat nu nog niet precies duidelijk is welke functies er in het CAB-gebouw zullen komen, is met de wijze van bestemmen enige flexibiliteit opgenomen voor de invulling. Per functie zijn extra m2 toegestaan, mits het totaal aan niet-woonprogramma niet meer is dan het maximum van 16.000 m2 in het CAB-gebouw. In het CAB gebouw is ook een stalling voor deelauto's en deelfietsen voorzien. In het woongebied zijn ook diverse niet-woonfuncties voorzien op de begane grond. Als deze functies niet in het woongebied gerealiseerd worden, is het ook mogelijk gemaakt dat deze in het CAB-gebouw kunnen komen. Daarom is in tabel 4.2 ook aangegeven hoeveel m2 er totaal per functie in het CAB-gebouw is toegestaan (als deze functies niet in het woongebied komen). Het is overigens niet mogelijk dat alle functies uit het CAB-gebouw ook in het woongebied komen. Op de VolkerRail locatie is ruimte voor de realisatie van een school, kinderdagverblijf en sporthal. Functies nieuw CAB-gebouw Detailhandel 2.000 m2 Horeca D1, D2, D3 600 m2 Foodhal 2.000 m2 Dienstverlening 500 m2 Maatschappelijk 2.000 m2 (o.a. school / (hoger kinderopvang / onderwijs) gezondheidsvoor-zie ningen) Cultuur en sport 3.300 m2 Totaal

Woongebied

VolkerRaillocatie -

Totaal (m2 bvo) 2.000 m2 600 m2 2.000 m2 1.000 m2 10.000 m2

500 m2 4.000 m2

4.000 m2

1.250 m2

3.100 m2 (sporthal) 7.650 m2

-

Functies bestaand CAB-gebouw Woongebied Horeca B 2.100 m2 Muziekstudio's 1.160 m2 Sportvoorzieningen 1.184 m2 Creatieve bedrijven 2.500 m2 1.025 m2 Tabel 4.1 Bestaande en nieuwe functies per deelgebied

2.100 m2 1.160 m2 1.184 m2 3.525 m2

DB's wordt mogelijk verplaatst naar het nieuwbouwblok naast station Zuilen, onder de geplande parkeergarage. Daarom zijn de muziekstudio's ook specifiek op die locatie mogelijk gemaakt. Hieronder is in 3 tabellen inzichtelijk gemaakt hoe de functies verdeeld zijn over de verschillende bestemmingen in dit bestemmingsplan. Gemengd 1 (CAB-gebouw) Detailhandel Horeca D1, D2, D3 Horeca B Foodhal

2.000 m2 600 m2 2.100 m2 2.000 m2

mag in Gemengd-1 of Wonen mag in Gemengd-1 of Wonen bestaand Een foodhal, ook wel markthal genoemd, is een overdekte locatie met eetkramen. 500 m2 hiervan mag in Gemengd-1 of Wonen 4.000 m2 hiervan mag in Gemengd-1 of Wonen

Dienstverlening 1.000 m2 Maatschappelijke 6.000 m2 voorzieningen Culturele en 3.300m2 sportvoorzieningen Creatieve bedrijven 3.525 m2 1.025 m2 hiervan mag in Gemengd-1 of Wonen Tabel 4.2 Toegestane functies in Gemengd-1 (CAB-gebouw) Het CAB-gebouw is mogelijk ook een geschikte locatie voor Short Stay. De plannen hiervoor zijn echter nog niet concreet genoeg om in dit bestemmingsplan mee te nemen. Zodra deze plannen concreet zijn, zal hiervoor een aparte procedure doorlopen worden. Naast bovengenoemde maxima per functie is ook vastgelegd dat het totaal aantal m2 aan niet-woonfuncties in het CAB-gebouw maximaal 16.000 m2 mag zijn. Wonen Detailhandel

2.000 m2

Horeca D1, D2, D3

600 m2

Dienstverlening

500 m2

Maatschappelijke voorzieningen

4.000 m2

3 8 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

mag in Gemengd-1 of Wonen mag in Gemengd-1 of Wonen mag in Gemengd-1 of Wonen mag in Gemengd-1 of Wonen

Utrecht

Culturele en sportvoorzieningen Creatieve bedrijven

1.250m2 1.025 m2

mag in Gemengd-1 of Wonen

Tabel 4.3 Toegestane functies in Wonen

Gemengd-2 (VolkerRail) Maatschappelijke voorzieningen Culturele en sportvoorzieningen Creatieve bedrijven Tabel 4.4 Toegestane functies in Gemengd-2 4.1.2

4.000 m2 3.100 m2 geen maximum

Ruimtelijke invulling Cartesiusdriehoek

Het Koersdocument geeft aan dat de Cartesiusdriehoek een hoogstedelijke en groene wijk moet worden met het CAB-gebouw als identiteitsdrager. Het moet een gezonde wijk worden, autoluw, met veel ruimte voor wandelaars en fietsers en slimme mobiliteitsoplossingen. Daarnaast is er veel aandacht voor een gedifferentieerd woonmilieu en een ruimtelijke omgeving waar ontmoeten centraal staat en met een geheel eigen identiteit. Gebaseerd op de thema’s Enclave-Stedelijk-Ontmoeten en Gezond is in het Koersdocument Cartesiusdriehoek een ruimtelijk raamwerk gemaakt voor de Cartesiusdriehoek. Binnen het ruimtelijk raamwerk zijn bouwvelden gesitueerd die gefaseerd en onafhankelijk van elkaar ontwikkeld kunnen worden. De bouwvelden liggen bijna allemaal direct aan één zijde aan het Cartesiuspark (groen hart) en met de andere zijde naar de groene lus (buitenrand plangebied). De ontsluiting van de diverse bouwblokken is naar de buitenzijde gelegd, zodat het binnengebied autovrij is en ruimte biedt aan het thema Ontmoeten. Gezond is met directe fiets- en voetverbindingen en te realiseren sport- en speelvoorzieningen in het groen, in het plangebied geborgd. Door compacte gebouwen aan de randen te maken, waar wonen, werken en ontspannen in gehuisvest kunnen worden ontstaat een hoogstedelijk gebied, wat bijdraagt aan de nieuwe identiteit van de Cartesiusdriehoek.

Afbeelding 4.1 Ruimtelijk raamwerk Cartesiusdriehoek (Bron: Koersdocument) De bouwblokken schermen aan de zijde van de groene lus het geluid af van het spoor. Aan de zijde van het Cartesiuspark openen de bouwblokken zich naar het park zodat alle woningen een relatie hebben met Cartesiuspark. De binnenruimte van de bouwblokken wordt ingericht met collectieve bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

39

buitenruimtes en privé buitenruimtes. Alle woningen krijgen een buitenruimte in de vorm van een (gemeenschappelijke) tuin, (dak)terras of balkon. Voor dit bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geluidsschermen nodig zijn langs het spoor en het emplacement. Het scherm langs het spoor wordt circa 5 meter hoog en het scherm langs het rangeerterrein circa 20 meter. Dit scherm kan ook benut worden voor zonnepanelen. Dit bestemmingsplan voorziet in het grootste gedeelte van de invulling van de ontwikkeling Cartesiusdriehoek. Cartesiusdriehoek, fase 1 is in een apart bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Bouwhoogte De bouwhoogten van de bouwblokken lopen op naar achter in het plangebied, richting de VL-Post. Daardoor wordt er zo goed mogelijk aangesloten op de omliggende woningen aan de Cartesiusweg en de Seringstraat. Een uitzondering hierop is een hoogteaccent naast station Zuilen (van maximaal 42 m hoog) en een hoogteaccent op het CAB-gebouw (van maximaal 35 m hoog). De zichtbaarheid van het CAB-gebouw vormt een belangrijk onderdeel van de identiteit. Door de juiste positionering van de nieuwe bouwmassa's en afstemming van de bouwhoogte wordt de beleving van het CAB-gebouw versterkt. De bebouwing vormt langs de lus een gesloten wand van minimaal 5 en maximaal 8 bouwlagen.

Op een aantal plekken is ruimte voor een bijzondere architectonische hoogteaccent tot maximaal 15 bouwlagen (zie kaartje bouwhoogtes). In de uitwerking tijdens de tender is afgesproken dat deze 'hoogteaccenten' geleidelijk mogen oplopen, vanaf 8 naar 15 lagen. Aan de zijde van het Cartesiuspark zijn de bouwmassa's kleiner. Zij bestaan uit losse volumes met een hoogte van maximaal 5 bouwlagen. De twee gesloten bouwblokken tussen het CAB-gebouw en de Sligro hebben een hoge zijde aan het park, met 8 lagen. Aan de Cartesiusweg is de bouwhoogte in de basis 4 lagen.

Afbeelding 4.2 Indicatieve bouwhoogtes Cartesiusdriehoek (in bouwlagen) De blokken krijgen een woonfunctie met op de begane grond ruimte voor niet-woonfuncties. Het 4 0 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8759067a-67bf-4973-a209-4b8187586148