Bestemmingsplan Cartesiusdriehoek, fase 2-6_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Cartesiusdriehoek, fase 2-6 Vastgesteld, datum volgt na vaststelling
Cartesiusdriehoek, fase 2-6
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Doelstelling
7
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
7
1.3
Geldende plannen
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Relevante beleidskaders
9
2.1
Rijksbeleid
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
13
2.3
Gemeentelijk
18
2.4
Conclusie
Hoofdstuk 3
9 beleid
32
Bestaande situatie
33
3.1
Inleiding
3.2
Beschrijving
van het plangebied
33
3.3
Beschrijving
van de bestaande functies in het plangebied
35
3.4
Conclusie
Hoofdstuk 4
33
35
Planbeschrijving
37
4.1
Projectbeschrijving
37
4.2
Verkeer en openbare ruimte
41
4.3
Conclusie
45
Hoofdstuk 5
Onderzoek en randvoorwaarden
47
5.1
Inleiding
47
5.2
Milieueffectrapportage
47
5.3
Bedrijven en milieuzonering
48
5.4
Geluidhinder
55
5.5
Geur
62
5.6
Externe veiligheid
63
5.7
Luchtkwaliteit
65
5.8
Bodem
65
5.9
Natuurbescherming
70
5.10
Bomen
72
5.11
Water
74
5.12
Archeologie
75
5.13
Explosieven
79
5.14
Kabels en leidingen
79
5.15
Bezonning
79
5.16
Windhinder
80
5.17
Trillingshinder
82
5.18
Gezondheid
83
5.19
Toegankelijkheid
84
5.20
Duurzaamheid
84
5.21
Conclusies
87
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische
6.2
Maatschappelijke
uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid
2 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
89 89 89
Utrecht
Hoofdstuk 7
Juridische plantoelichting
91
7.1
Inleiding
91
7.2
Planvorm
91
7.3
Opbouw regels
7.4
Artikelsgewijze
7.5
Lijst van Bedrijven functiemenging
7.6
Lijst van horeca-activiteiten
101
7.7
Handhaving
103
91 toelichting
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
93 99
3
4 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
Toelichting
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
5
6 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling
De Cartesiusdriehoek is een bedrijventerrein van ruim 15 hectare in Utrecht dat ingeklemd ligt tussen de Cartesiusweg en de sporen naar Amsterdam en Den Haag/Rotterdam. Het gebied behoort tot het erfgoed van de spoorwegen en is eigendom van NS Stations. De Cartesiusdriehoek wordt getransformeerd naar een gemengd stedelijk gebied. Utrecht is een gewilde stad en groeit snel. Veel vraag gaat uit naar binnenstedelijke locaties waar nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Als eigenaar van het gebied heeft NS Stations besloten om in samenwerking met de gemeente Utrecht het gebied te transformeren naar een stedelijk woonwerkgebied. Hiertoe heeft de gemeenteraad van Utrecht op 21 september 2017 het Koersdocument Cartesiusdriehoek vastgesteld. Als eerste fase zal het deelgebied zuidoostelijk grenzend van het CAB-gebouw worden ontwikkeld (eigendom Keystone). De ontwikkeling van fase 1 bestaat uit twee bouwblokken: het spoorblok en het solitair. Voor deze ontwikkeling is een apart bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan ziet op het overige deel van de Cartesiudriehoek. De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de nieuwe ontwikkelingen van Cartesiusdriehoek fase 2 tot en met 6 planologisch-juridisch mogelijk te maken. Uitgangspunt hierbij is het vastgestelde Koersdocument en de afspraken die zijn gemaakt bij de uitwerking (tender) van het plan Cartesiusdriehoek.
Het plan richt zich daarnaast op beheer van de bestaande situatie en het vastleggen van de functionele en ruimtelijke structuur. In het plan zijn de wijzigingen in de wet- en regelgeving en het beleid van de verschillende overheden op het gebied van de ruimtelijke ordening, die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan, verwerkt. Met dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij recent tot stand gekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, om de uniformiteit van bestemmingen en regelgeving te bevorderen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
De Cartesiusdriehoek ligt in Utrecht en is begrensd door de Cartesiusweg en de sporen naar Amsterdam en Den Haag/Rotterdam. Het plangebied van dit bestemmingsplan heeft betrekking op het eigendom van NS (zie onderstaande afbeelding). De plangrenzen van het bestemmingsplan sluiten aan op die van recente juridisch-planologische regelingen.
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
7
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied
1.3
Geldende plannen
Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan Cartesiusweg e.o. CHW Algemene regels over bouwen en gebruik
Vastgesteld door Raad 12 september 2013 30 november 2017
De huidige bestemming is Bedrijventerrein en voor het gedeelte langs het spoor geldt de bestemming Verkeer-Railverkeer. Ook geldt in een deel van het plangebied een geluidszone voor industrie. De beoogde woningbouw is niet mogelijk op basis van de bestemming Bedrijventerrein. Het gedeelte met de bestemming Verkeer-Railverkeer is meegenomen, aangezien de benodigde geluidsschermen niet passen binnen deze bestemming.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. In de bijlagen zijn de voor dit bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
8 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 4. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 5. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 6. Waarborgen n klimaatverandering. 7. Realiseren vavan een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 8. Beperken va n een toekomstbestendige, circulaire economie. 9. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 10. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 11. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 12. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 13. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten: De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen. Zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's. Stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
9
2.
3.
maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Conclusie Dit bestemmingsplan heeft in hoofdzaak betrekking op een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Uit paragraaf 2.1.3 volgt dat dit project voorziet in een behoefte. Verder volgt uit paragraaf 5.18 en 5.20 dat het project bijdraagt aan de ambities om een gezonde en duurzame leefomgeving te bevorderen. In het project worden verschillende type gezondheidsmaatregelen genomen: fysieke gezondheidsbevorderende maatregelen (bijvoorbeeld veel groene buitenruimten, veel ontmoetingsruimte, veel fietsvoorzieningen, snelle fietsverbindingen, speelplekken), mentale gezondheidsbevorderende maatregelen (de groene en rustige binnengebied, de sociale interactie) en gezondheidsbeschermende maatregelen (zoals bescherming geluidsoverlast vanaf het spoor, drastische beperking van het autoverkeer, gevoelige bestemmingen op afstand van de weg, de groene lus waardoor het autoverkeer buiten het plangebied omgaat). De ambitie is om van de Cartesiusdriehoek een duurzame en gezonde gebiedsontwikkeling te maken. Het plan gaat uit van een combinatie van verschillende duurzame energievoorzieningen, zoals zonne-energie, warmtepompen en wko. Er wordt gestreefd naar een GPR op gebouwniveau van gemiddeld een 8. Dit project draagt bij aan de ambities van de NOVI.
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Regels algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)(2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog opeen goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB)regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, (zoals de gemeente Utrecht) beleidsruimte. Conclusie In het Barro is aangegeven dat het plangebied gelegen is ter plaatse van de Romeinse Limes. De bescherming hiervan is verder uitgewerkt in de Provinciale verordening. Verder zijn in het Barro geen specifieke regels opgenomen die van belang zijn voor het plangebied. Het plangebied ligt in een radarverstoringsgebied van radarstation Soesterberg, zoals aangegeven in het Rarro.
In dit gebied gelden beperkingen voor bestemmingsplannen voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen, bouwwerken en windturbines. De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne. De hoogte van de radarantenne van Soesterberg is 63m +NAP. De ontwikkeling in het plangebied heeft een maximale bouwhoogte van 53 meter. Deze hoogte ligt ruim onder het radarverstoringsgebied. Het Rarro vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede en derde lid) (2017)
De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. 1 0 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder het bestemmingsplan. Stedelijke ontwikkeling De nieuwe woningbouw kan aangemerkt worden als stedelijke ontwikkeling. Om het beoogde 'niet-woonprogramma' te onderbouwen volgens de ladder voor duurzame verstedelijking is de eerste stap om vast te stellen welke functies kunnen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Om functies mogelijk te maken waarbij de scheidslijn tussen horeca en detailhandel niet altijd duidelijk is (zoals bijvoorbeeld een foodhal/markthal/foodmarket) is een combinatie van horeca en detailhandel opgenomen, welke is gemaximeerd op 2.000 m2 bvo.
Omdat nu nog niet precies duidelijk is welke functies er in het CAB-gebouw zullen komen, is met de wijze van bestemmen enige flexibiliteit opgenomen voor de invulling. In tabel 1.1 is de representatieve invulling weergegeven. De functies uit het woongebied kunnen ook in het CAB-gebouw gerealiseerd worden. Maar er geldt wel een maximum van 16.000 m2 aan niet-woonfuncties voor het CAB-gebouw. Tabel 1.1 Niet-woonfuncties die aangemerkt worden als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' Functies nieuw CAB-gebouw Woongebied Detailhandel 2.000 m2 Horeca D1, D2, D3 600 m2 Foodhal:Een foodhal, 2.000 m2 een overdekte locatie met marktkramen en eetkramen. Dienstverlening 500 m2 500 m2 2 Maatschappelijk (o.a. 2.000 m 4.000 m2 school/kinderopvang/ge (hoger zondheidsvoorzieningen onderwijs) ) Cultuur en sport 3.300 m2 1.250 m2 Totaal niet10.800 m2 5.350 m2 woonprogramma
VolkerRaillocatie -
4.000 m2
Totaal (m2 bvo) 2.000 m2 600 m2 2.000 m2
1.000 m2 10.000 m2
3.100 m2 (sporthal) 7.650 m2 7.100m 2 23.250 m2
Naast de nieuwe functies in tabel 1.1 worden met het bestemmingsplan ook de bestaande functies meegenomen. Deze functies zijn niet aan te merken als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ omdat deze al mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan Cartesiusweg e.o. Het gaat om de functies in tabel 1.2. Tabel 1.2 Functies die niet zijn aan te merken als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' Functies bestaand CAB-gebouw Horeca B, D1, D2, D3 2.100 m2 Muziekstudio 1.160 m2 Sportvoorzieningen 1.184 m2 Creatieve bedrijven 2.500 m2
Woongebied
1.025 m2
VolkerRaillocatie
Totaal (m2 bvo) 2.100 m2 1.160 m2 1.184 m2 3.525 m2
Omdat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is er onderzoek gedaan in het kader van de Ladder Duurzame Verstedelijking (zie Bijlage 1). Behoefte De behoefte aan de diverse functies is in hoofdstuk 2 en 3 onderbouwd. Hieruit blijkt dat er behoefte is aan een nieuw onderscheidend stedelijk woon- en leefmilieu midden in Utrecht, met uitstekende OV-verbindingen door de ligging naast station Utrecht Zuilen. Het plangebied biedt hier de basisingrediënten en de fysieke ruimte voor. bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
11
De exacte invulling van het niet-woonprogramma in het plangebied ligt niet vast, om flexibiliteit te bieden. In het bestemmingsplan is ongeveer 23.250 m2 beschikbaar voor diverse niet-woonfuncties. Voor de aanvaardbaarheid van effecten per afzonderlijk programma-onderdeel is in het ladderonderzoek uitgegaan van de maximum ruimte die het bestemmingsplan biedt. Behoefte woningbouw Het grootste deel van het nieuwbouwprogramma betreft woningbouw. Om de bevolkingsgroei van Utrecht te faciliteren wil de gemeente Utrecht zoveel mogelijk woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. In de 'Woonvisie Utrecht in Balans' (vastgesteld 18 juli 2019) is aangegeven dat Utrecht streeft naar 'gezond stedelijk leven voor iedereen' Een centraal punt is dat de woningmarkt voor alle groepen – starters, gezinnen, studenten, mensen met een laag of middeninkomen, doorstromers, ouderen én hoge inkomens – (financieel) toegankelijk moet zijn. Dat is nu niet overal het geval. Doordat er meer vraag is dan aanbod, ontstaat schaarste en schaarste leidt tot het opdrijven van de prijzen. Vooral de middeninkomens zijn ondervertegenwoordigd in Utrecht. Dit kan het vergroten van verschillen in de hand werken. De stad groeit de komende periode door. Een focus op gezonde (binnenstedelijke) groei is daarom nodig om de schaarste terug te dringen.
Bij het bouwen van nieuwe woningen (en voorzieningen) staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. Utrecht kiest dus nadrukkelijk voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Er wordt gestreefd naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. Voor iedereen is er ruimte in Utrecht om te wonen. De Utrechtse woningvoorraad bestaat uit ruim 150.000 woningen (2018). Om de groei van de stad op te vangen zijn er in Utrecht – gezien de behoefte ongeveer 60.000 extra woningen nodig. Dit aantal staat los van bestaande fricties. De herontwikkelingslocatie Cartesiusdriehoek geeft invulling aan deze stedelijke ambitie. De behoefte aan herontwikkeling tot een voor Utrecht uniek gemengd hoogstedelijk woonmilieu is uitgewerkt in het Koersdocument Cartesiusdriehoek (maart, 2017). Uitvoering van de in het koersdocument voorgestelde gebiedsontwikkeling is gelet op de grote druk op de woningmarkt en de gunstige economische situatie noodzakelijk. Het plangebied zal in de komende jaren van bedrijfslocatie transformeren naar een nieuw woonmilieu en geeft een gebied met een sterke eigen identiteit terug aan de stad. Met de ontwikkeling van het plangebied wordt een nieuw onderscheidend stedelijk leefmilieu toegevoegd aan de bestaande stad met de volgende kernthema’s: 1. 2. 3. 4.
Enclave: samenhangende leefwereld, eigenstandig karakter, gevoel van ruimte Binnenstedelijk: wonen in hoge dichtheden, stedelijke mix, ontmoetingsplek in CAB-gebouw Ontmoeten: uitnodigend, stimulerend voor interactie, ontspanning, verblijven Gezond: groen, autovrij/luw, stimulerend voor beweging, klimaatbestendig
In het plangebied gelden specifiek de volgende uitgangspunten: een mix van koop- en huurwoningen, waarbij gebouwd wordt voor eenpersoonshuishoudens, stellen, mensen met een zorgbehoefte en gezinnen. minimaal 25% sociale huurwoningen waarvan er circa 500 worden ingezet voor een bijzonder huisvestingsconcept. Met de ontwikkeling wordt zowel kwantitatief als kwalitatief invulling gegeven aan de Woonvisie. Behoefte detailhandel: supermarkt Voor de Cartesiusdriehoek wordt een stadsbuurt voorzien die uitnodigt om op verschillende plekken te ontmoeten. Het betreft een nieuwe binnenstedelijke (dagelijkse) detailhandelslocatie als onderdeel van een grootschalige woningbouwontwikkeling. De buurt zal voor een groot deel voorzien in haar eigen behoefte, waardoor ook in deze buurt een fijnmazige winkelstructuur ontstaat, geconcentreerd in de buurt. Bij het beoogde hoogstedelijk milieu past een volwaardige supermarkt. De beoogde supermarkt past binnen de berekende marktruimte. Behoefte horeca Er is behoefte aan meer horeca in Utrecht, maar ook in het plangebied specifiek. Horeca in de wijk past bij de beoogde gemengde functie van de Cartesiusdriehoek. De nieuwe stadswijk genereert gelet op de forse toename van het aantal woningen en andere functies een eigen behoefte aan ondersteunende horecafuncties waaronder een café, bar of cafetaria.
Behoefte foodhal, wijkoverstijgend In het CAB-gebouw zal ruimte zijn voor wat meer bijzondere detailhandel en horeca. Het concept biedt ruimte voor duurzame foodconcepten gericht op gezonde, biologische voeding. Daarmee is sprake van een onderscheidend nieuw aanbod. Onderdeel van de ontmoetingsfunctie kan een 1 2 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
bijzonder concept zijn zoals een foodhal. Iedere Utrechter moet kunnen kiezen voor gezond en duurzaam voedsel. Daarom heeft de gemeente aandacht voor voedsel in de leefomgeving van mensen, net als voor allerlei initiatieven en organisaties in de stad. Gezonde foodconcepten, zoals de CAB Markt geven invulling aan deze ambitie. Met deze beoogde invulling wordt ingespeeld op de beleidsmatig gewenste alternatieve aanwendbaarheid van gebieden. De detailhandelsfunctie zou bijvoorbeeld ook ingevuld kunnen worden met een andere gespecialiseerde non-food formule passend binnen het concept voor de Cartesiusdriehoek als daar behoefte aan is. Rekening houdend met de marktomstandigheden, de maximalisatie van de detailhandels- en horeca functie van het plangebied in het CAB-gebouw, worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het woon-, leefen ondernemersklimaat in de omliggende reguliere winkelgebieden, maar ook niet op de binnenstad van Utrecht. Met de ontwikkeling is het niet mogelijk om winkels aan te trekken die passen in de binnenstad. Behoefte maatschappelijke en gezondheidsvoorzieningen Gelet op de forse groei van het aantal inwoners in het gebied en in de rest van Utrecht, is een nieuwe basisschool en kinderopvang noodzakelijk. De basisschool is voorzien op de locatie waar nu Volkerrail gevestigd is.
Daarnaast is (hoger) onderwijs mogelijk in het CAB-gebouw om ruimte te bieden voor het CABLAB en wordt in het gebied ruimte geboden voor gezondheidsvoorzieningen. De extra behoefte van de nieuwe inwoners in het plangebied is ongeveer 1.000 m2 aan gezondheidsfuncties. Deze oppervlakte wordt ook mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Behoefte aan culturele en sportvoorzieningen Gelet op het belang van cultuur, gezondheid en beweging voor de stad en de noodzakelijk bijdrage aan een gezond woon, werk en leefklimaat, wordt in de nieuwe wijk ruimte geboden voor culturele voorzieningen en sportvoorzieningen. Deze elementen zijn een belangrijk onderdeel van het concept en hebben een zeer positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid van haar inwoners en de inwoners van omliggende wijken. Benutting van het CAB-gebouw is hiervoor een uitgelezen kans. Op de Volkerraillocatie is bij de geplande nieuwe basisschool ook een sporthal voorzien. Op basis van de inventarisatie naar de basisbehoefte aan culturele – en sportfuncties is de conclusie dat de ontwikkeling in de Cartesiusdriehoek voldoende draagvlak heeft voor een groot aantal basisvoorzieningen. Ontmoetingsplaatsen zijn bovendien essentieel voor de leefbaarheid in de nieuwe buurt.
Behoefte dienstverlening Gelet op het belang voor de werkgelegenheid in de stad, de groeiende dienstverleningssector en de behoefte aan diensten vanuit de nieuwe wijk, wordt in het plangebied ruimte geboden voor dienstverlening. Een dienstverleningsfunctie past goed binnen de gebiedsidentiteit van de Cartesiusdriehoek en sluit aan op de ambitie van Utrecht voor een levendige, gastvrije, diverse, innovatieve en creatieve economie op een ruimtelijk geschikte locatie. Conclusie Er is onderzoek gedaan in het kader van de Ladder Duurzame Verstedelijking. Uitgaande van de marktvraag, de gewenste identiteit en de ruimte in de Cartesiusdriehoek is een passend programma opgesteld met appartementen en wijkvoorzieningen en een passende functie voor het CABgebouw. Op basis van de analyse in de ladderonderbouwing is de conclusie dat er voldoende behoefte is aan de woningbouwontwikkeling met bijbehorende voorzieningen. De behoefte komt hoofdzakelijk voort uit de eigen vraag van de gebiedsontwikkeling. De functies dragen positief bij aan de werkgelegenheid en passen bij het hoogstedelijke karakter van de herontwikkelingslocatie. Omdat het beoogde plan voor de Cartesiusdriehoek een uniek concept is, zal hiervan geen onaanvaardbaar effect uitgaan op het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Provinciaal
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
13
2.2.1
Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening
Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening zal rond de zomer van 2021 ter inzage liggen en eind 2021 vastgesteld worden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen.
Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden
1 4 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Conclusie De ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek voorziet in een binnenstedelijk project en levert een bijdrage aan de woningbouwopgave en de ruimtelijke kwaliteit en is daarom in overeenstemming met de provinciale structuurvisie en verordening. 2.2.2
Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)
Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.
Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen om bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Conclusie De ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek is in overeenstemming met het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling. 2.2.3
Economische visie 2020
In september 2011 is de Economische Visie 2020 'Focus op Kennis en Creativiteit' van de provincie Utrecht verschenen. Er is beschreven hoe de provincie de economische ontwikkeling voor zich ziet en hoe zij daaraan de komende tien jaar een bijdrage wil leveren. De economische visie is een toekomstbeeld met een aantal opgaven en is bedoeld als kapstok voor programma's en projecten op het terrein van economie. De uitgangspositie voor de economische ontwikkeling van de provincie Utrecht is uitstekend. Vier factoren liggen ten grondslag aan het economische succes van de provincie, ook in de toekomst. Het zijn de grote concentratie aan opleidings- en kennisinstituten, stedelijkheid, cultuur en historie, aantrekkelijke en gevarieerde landschappen en de knooppuntpositie in het hart van Nederland, in de Randstad en vlakbij Schiphol. De economische strategie van de provincie bestaat uit: een focus op kennis en creativiteit door middel van een gericht stimuleringsbeleid; bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
15
het accommoderen van de dynamiek van de gevestigde economische sectoren. Om onderscheidend te kunnen zijn binnen het grote aantal regio's en steden dat zich toelegt op kennis en creativiteit profileert de provincie zich met een aantal specifieke speerpunten binnen life sciences, de creatieve industrie en de duurzaamheidseconomie. Deze sectoren zijn kansrijk, onderscheidend en belangrijk voor de economische ontwikkeling in de provincie. Naast de focus op kennis en creativiteit voert de provincie een accommoderingsbeleid voor de gevestigde sectoren als de zakelijke dienstverlening, onderwijs, horeca, zorg, handel en transport. De provincie wil er aan meewerken dat deze sectoren zich duurzaam kunnen ontwikkelen. Conclusie De ontwikkeling van de Cartesiusdriekhoek draagt bij aan de Economische visie 2020 van de provincie. Het plan biedt ruimte aan (zakelijke) dienstverlening, onderwijs, zorg en horeca. 2.2.4
Mobiliteitsplan 2015-2028
Het Mobiliteitsplan bestaat uit een Mobiliteitsvisie en een Mobiliteitsprogramma en is vastgesteld door Provinciale Staten op 7 juli 2014. De Mobiliteitsvisie bevat de langetermijndoelen om de unieke verbindende knooppuntpositie van de provincie goed te laten functioneren. Daarnaast beschrijft de visie welke rol de provincie op zich neemt om deze doelen te realiseren, zonder dit af te wentelen op toekomstige generaties en andere gebieden. Dit wordt iedere vier jaar geconcretiseerd in een Mobiliteitsprogramma waarin is verwoord welke acties (op kortere termijn) nodig zijn en welke samenhang deze hebben met de langetermijndoelen. Een goede bereikbaarheid is van groot belang voor de kracht, aantrekkelijkheid en de concurrentiepositie van de provincie. Er wordt ingezet op een mobiliteitsnetwerk dat mensen en goederen snel op hun bestemming brengt, maar dat ook dienstbaar is aan de maatschappelijke behoeftes als duurzame welvaart, leefbaarheid en welzijn. Van belang hierbij is: het versterken van bestaande netwerken; het verbinden van netwerken; het verbinden van vraag en aanbod aan infrastructuur en mobiliteitsdiensten. Conclusie Het plangebied wordt ingericht overeenkomstig het mobiltiteitsplan 2015-2028. 2.2.5
Cultuur- en erfgoednota 2016-2019
De Cultuur- en erfgoednota 2016-2019 'Alles is NU' is in april 2016 verschenen. De provincie staat midden in de maatschappelijke, economische en bestuurlijke dynamiek. In het cultuur- en erfgoedbeleid zijn opgaven geformuleerd aan de hand van trends. De opgaven zijn: onderzoeken en ontwikkelen: voor het draagvlak en de draagkracht van culturele instellingen is het essentieel dat zij midden in de samenleving staan, met een open blik kijken naar de ontwikkelingen en de kansen die zich voordoen, met een nieuwsgierige en leergierige houding andere wegen verkennen en samenwerkingsverbanden aangaan; hebben en houden: de provincie staat, samen met andere overheden en particuliere eigenaren, voor de maatschappelijke opgave het cultureel erfgoed in stand te houden. Het verankeren van cultuurhistorische waarden in het ruimtelijk beleid is belangrijk; promoten en profileren: cultuur en erfgoed zijn publieke waarden, de provincie vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen daarvan genieten en gebruik maken. Initiatieven die ertoe bijdragen erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken worden gestimuleerd; kennen en kunnen: investeren in de ontwikkeling van mensen is een belangrijke opgave voor het provinciale cultuur- en erfgoedbeleid. Conclusie De ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek draagt bij aan de Cultuur – en erfgoednota 2016-2019 van de provincie.
Het plan biedt ruimte voor culturele voorzieningen, het CAB-gebouw is een gemeentelijk monument en blijft behouden. Ook wordt rekening gehouden met de archeologische waarden.
1 6 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
2.2.6
Provinciale milieuverordening 2013
De Provinciale milieuverordening 2013 is door Provinciale Staten op 4 februari 2013 vastgesteld en op 1 mei 2013 in werking getreden. Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) is de provincie verplicht een verordening ter bescherming van het milieu vast te stellen. De provincie geeft aan deze verplichting invulling via de Provinciale Milieuverordening Utrecht 2013 (PMV). In de Provinciale milieuverordening zijn grondwaterbeschermingszones en stiltegebieden aangewezen. In de verordening zijn regels opgenomen ter bescherming van de grondwaterkwaliteit met het oog op de drinkwatervoorziening. Daarnaast zijn regels opgenomen voor het behoud en de bescherming van stiltegebieden. Conclusie Het plangebied wordt niet als een stiltegebied aangemerkt en het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingszone. De ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek is hiermee in overeenstemming met de Provinciale milieuverordening. 2.2.7
Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021
De provincie Utrecht legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021 in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan). Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven, ook wel prioriteiten genoemd. De prioriteiten zijn: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Deze prioriteiten dragen rechtstreeks bij aan de kerntaken van de provincie (economische ontwikkeling, ruimtelijke ontwikkeling, natuur en landschap, bereikbaarheid en cultuurhistorisch erfgoed). Naast prioriteiten heeft de provincie basiskwaliteiten benoemd voor het bodem-, water- en milieubeleid. Deze zijn bodemkwaliteit, waterkwaliteit, waterkwantiteit, lucht, geluid (inclusief geur en licht) en externe veiligheid. Deze zes basiskwaliteiten zijn voorwaardelijk voor het uitvoeren van de provinciale kerntaken en het realiseren van de ontwikkelopgaven en vormen een stevige basis voor een veilige, gezonde en duurzame woon-, werk- en leefomgeving. Aan de basiskwaliteiten liggen wettelijke normen ten grondslag waarmee de minimumkwaliteit bepaald is.
Waar de basiskwaliteiten in bestaande situaties niet voldoen aan de eisen en wensen van het gebruik, biedt het bodem-, water- en milieubeleid handvatten die het oplossen of verminderen van de problemen ondersteunen. Conclusie Het plan voldoet aan de eisen van het BMW-plan. Een nadere onderbouwing hiervan is te vinden in hoofdstuk 5.
Regionaal 2.2.8
Waterkoers 2016-2021
Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft haar ambities en visies vastgelegd in de Waterkoers 2016-2021. De koers is een omslag in denken, waarbij het waterschap zich flexibel opstelt en daarbij ruimte laat voor initiatieven uit de samenleving. Andere onderwerpen die in de Waterkoers aan de orde komen zijn waterveiligheid, voldoende water, gezond water, gezuiverd afvalwater en genieten van water. Conclusie In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op het aspect water. Er wordt voldaan aan het beleid van het Hoogheemraadschap.
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
17
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'
Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen.
Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen: in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal.
We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw; (kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd.
Conclusie Het plan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling en heeft een hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid en gezondheid en sluit daarom aan bij het coalitieakkoord. 2.3.2
Omgevingsvisie Utrecht
In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.
2.
De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving.
1 8 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
3.
Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of alleen onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt. In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.
De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht. 2.3.2.1
De koers
Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (hierna: RSU). De RSU is in 2016 vastgesteld. In de RSU zijn de contouren voor de ontwikkelopgaven van de economische ontwikkelingsgebieden, verdichtingsgebieden en aandachtsgebieden in beeld gebracht. Utrecht groeit en we willen die groei vooral faciliteren door inbreiding. Belangrijke nieuwe woningbouwlocaties in de stad die daar - naast Leidsche Rijn - aan moeten bijdragen zijn het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. De Binnenstad, het Stationsgebied, het Utrecht Science Park en Leidsche Rijn (Centrum) worden beschouwd als economische hotspots waar we kansen willen creëren en benutten. Tevens willen we de openbare ruimte beter benutten en grotere betekenis geven als de plek waar de stad zich presenteert. Gezonde verstedelijking is in alle gevallen het uitgangspunt. Dat betekent focussen op bewegen, welbevinden, perspectief op wonen, werk en opleiding, duurzaamheid. De RSU bevat tevens een Investeringsstrategie, waarmee een verbinding wordt gelegd tussen de ruimtelijke ambities van de stad met betrekking tot gezonde verstedelijking en de investeringsopgave die daarmee samenhangt. Conclusie Het plan levert een bijdrage aan de beoogde inbreiding, duurzaamheid, gezondheid en intensief ruimtegebruik en past daarmee in de RSU. 2.3.2.2
Thematisch beleid
2.3.2.2.1
Wonen
Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de punten van het collegeakkoord verwerkt. Daarin streven we naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. Onze ambities vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt die we volgen en zo nodig tussentijds bijstellen. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We benutten de groei van onze stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werken we naar streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. Doorstroming; Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alles (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien.
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
19
Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema's als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Conclusie De ontwikkeling voorziet in een gemengd woningbouwprogramma met onder andere een aandeel sociale huurwoningen. Daarnaast wordt een duurzame woningvoorraad met energiezuinige en kwalitatief goede woningen gerealiseerd. Hiermee passen de ontwikkelingen binnen de kaders van de Woonvisie.
Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2019 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de beleidsregels Wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten). Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de nieuwe Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen. Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw Algemene regels voor bouwen en gebruik' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening 2019 die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad.
De beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten)' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat, enerzijds door de eisen met betrekking tot de minimale omvang van woningen en anderzijds door het in beeld brengen van de gevolgen van extra woningen binnen de context van de bestaande situatie. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. Conclusie Het huisvestingsbeleid is vertaald in de regels van dit bestemmingsplan.
Vitale stadswijken, functiemengingin woonwijken (2013) In de notitie 'Vitale Stadswijken, functiemenging in woonwijken' is uitgewerkt hoe binnen de woonwijken met functiemenging om zal worden gaan. Het doel van de notitie is de beleidsrichting aan te geven en randvoorwaarden te scheppen voor het faciliteren van meer functiemenging in woonwijken en het bieden van een toetsingskader voor initiatieven in afwijking op het bestemmingsplan. Conclusie Het bestemmingsplan geeft ruimte voor niet-woonfuncties om functiemenging te bevorderen en past daarmee binnen dit beleidskader.
2.3.2.2.2
Werken
Ontwikkelingskader detailhandel (2012) Het Ontwikkelingskader detailhandel (2012) wordt gebruikt om de detailhandelsontwikkelingen te toetsen en beschrijft op hoofdlijnen de winkelstructuur in Utrecht, de verwachte marktontwikkelingen voor de komende jaren en hoe de gemeente daarmee de komende jaren wil omgaan. Utrecht kent een zorgvuldig opgebouwde en redelijke fijnmazige voorzieningenstructuur. Op basis van een strakke regie en planologie is de huidige winkelstructuur tot stand gekomen. Daarbij wordt uitgegaan van een ruimtelijke concentratie. De gemeente wil deze, daar waar mogelijk, ook behouden. 2 0 bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
Utrecht
Detailhandel is een dynamische markt. De huidige marktomstandigheden en ontwikkelingen, waaronder de ontwikkeling van internetaankopen, beïnvloeden de behoefte aan fysieke winkels, ook in Utrecht. Maar Utrecht groeit en kent een achterstand in het winkelaanbod. Het ontwikkelingskader beschrijft de te verwachten ontwikkelingen en maakt inzichtelijk welke uitbreidingen en toevoegingen van winkelgebieden in Utrecht gepland zijn het komende decennium. Ook beschrijft het kader op hoofdlijnen hoe we als gemeente willen omgaan met detailhandel buiten winkelgebieden. De ambities zijn te onderscheiden in zes hoofdlijnen: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Utrecht kent een zorgvuldig opgebouwde en redelijke fijnmazige voorzieningenstructuur. Op basis van een strakke regie en planologie is onze huidige winkelstructuur tot stand gekomen. Deze willen we, daar waar mogelijk, ook behouden. Dynamiek detailhandel faciliteren: De ontwikkelingen in de detailhandel gaan heel snel. Winkelformules komen en gaan en nieuwe winkelconcepten worden geïntroduceerd. Deze vernieuwing houdt winkelgebieden interessant voor de consument. De nadruk ligt dus op kwaliteit van de verschillende winkelgebieden, zeker voor de centrumgebieden en de stadsdeelcentra. Complementariteit & onderscheidend vermogen: Het streven is in Utrecht te komen tot een heldere, evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur, waarbij de verschillende winkelgebieden elkaar aanvullen en elk een eigen taak binnen de structuur vervult. Ruimtelijke concentratie: Bij concentratie c.q. clustering van winkels ontstaat een meerwaarde voor de betreffende bedrijven. De bedrijven kunnen profiteren van elkaars nabijheid, aantrekkingskracht en gemeenschappelijke faciliteiten. Schaalvergroting op de juiste plek faciliteren: Eén van de belangrijkste motoren achter de dynamiek in de detailhandel is de schaalvergroting. Mede om de concurrentiepositie te behouden en te versterken, is het belangrijk dat Utrecht blijft inspelen op deze ontwikkeling.
Alternatieve aanwendbaarheid van functies om leegstandsituaties op termijn te voorkomen en herinvulling.
Internetwinkels in of bij woningen: De vestiging van een webwinkel bij een woonhuis waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en die dus verder geen ruimtelijke uitstraling als winkel heeft, kan worden aangemerkt als de uitoefening van een bedrijf aan huis en past binnen de woonbestemming. Het betreft hier de administratieve handeling die de bewoner aan huis verricht. Er mag geen sprake zijn van een toonzaal of afhaalmogelijkheid. Dit soort internetwinkels moet zich vestigen op een locatie met een detailhandelsbestemming. Conclusie Voor de Cartesiusdriehoek wordt een stadswijk voorzien die uitnodigt om op verschillende plekken te ontmoeten. Het betreft een nieuwe binnenstedelijke detailhandelslocatie als onderdeel van een grootschalige woningbouwontwikkeling. De wijk zal voor een groot deel voorzien in haar eigen behoefte, waardoor ook in deze buurt specifieke voorzieningen komen voor de wijk en wijkoverstijgend binnen het thema voor de Cartesiusdriehoek. Bij het beoogde hoogstedelijk milieu past een mix van detailhandel die aansluit op de behoefte van de nieuwe inwoners. Het accent zal dan ook liggen op boodschappen doen (dagelijks - en frequent benodigde niet-dagelijkse goederen).
In het CAB-gebouw zal ruimte zijn voor wat meer bijzondere detailhandel of een ondernemer die wenst in te spelen op de trend van schaalvergroting en de thematiek van het plan (naast voeding ook beweging, mobiliteit). Onderdeel van de ontmoetingsfunctie kan bijzondere detailhandel zijn met een foodmarktconcept dat een wijkoverstijgende/stedelijke functie heeft. Iedere Utrechter moet kunnen kiezen voor gezond en duurzaam voedsel. Daarom heeft de gemeente aandacht voor voedsel in de leefomgeving van mensen, net als voor allerlei initiatieven en organisaties in de stad. Gezonde foodconcepten, zoals de CAB Markt geven invulling aan deze ambitie. De detailhandelsfunctie is gemaximeerd op 2000 m2 bvo. Daarnaast bevat de beoogde foodhall maximaal 25% detailhandel (als onderdeel van het foodhallconcept). Centraal staat de beleidsmatig gewenste alternatieve aanwendbaarheid. De detailhandelsfunctie zou bijvoorbeeld ook ingevuld kunnen worden met een andere functie als daar behoefte aan is. Rekening houdend met de marktomstandigheden en door de detailhandelsfunctie te maximeren, worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de omliggende reguliere winkelgebieden, maar ook niet op de binnenstad van Utrecht.
Met de ontwikkeling is het niet mogelijk om winkels aan te trekken die een trekkracht hebben vergelijkbaar met de winkelvoorzieningen in de binnenstad.
bestemmingsplan "Cartesiusdriehoek, fase 2-6" (vastgesteld)
21
Het concept biedt ruimte voor duurzame foodconcepten gericht op gezonde, biologische voeding. Daarmee is sprake van een onderscheidend nieuw aanbod. De beoogde detailhandel is in overeenstemming met de visie van het gemeentelijke ontwikkelingskader detailhandel. 2.3.2.2.3
Natuur
GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden.
Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve en/of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Conclusie In de visie op de stedelijke groenstructuur Utrecht 2030 is voor het plangebied voorzien in een groene zone als onderdeel van een gewenste verbinding langs de spoorlijnen en de Cartesiusweg. Het plangebied voorziet in een groengebied in de vorm van een park centraal op de locatie. Daarnaast wordt groen tussen de bouwblokken gerealiseerd met de mogelijkheid voor routes voor langzaam verkeer. Ter plaatse van de bouwblokken worden collectieve tuinen gerealiseerd net als gezamenlijke daktuinen. Een en ander levert daarmee een bijdrage aan de uitbreiding van het groenareaal en de verbindingen in de stad.